discografieën

L’ELISIR D’AMORE: vier opnamen uit de oude doos.

ElisirLELISIR-DAMORE-TITO-SCHIPA-SR.-e-JR.-copyright-Ing.-Gianni-CARLUCCIO-6

Tito Schipa, Margherita Carosio en Salvatore Baccaloni, getekend door de Italiaanse cartoonist Onorato in 1937

DVD’S

FERRUCIO TAGLIAVINI

Elisir Tagliavini

Men kan niet om Ferrucio Tagliavini heen, een door God gekuste tenore-leggiero prima grazia. Zo zoet zoals zijn stem klinkt, daar kan geen Mona-toetje tegenop. En de tekstbegrip, ach!

Op VAI (4492) werd een complete L’elisir met hem en Alda Noni vastgelegd, opgenomen in Tokyo in 1959. Het zwart-witbeeld moet men voor lief nemen en het geluid is ook niet om naar huis te schrijven. Maar ja, Tagliavini! Als je zijn versie van ‘Una furtiva lagrima’ hoort, dan voel je je in de hemel. Niet minder dan dat:

CARLO BERGONZI

Elisir Scotto Bergonzi

De dvd met Renata Scotto, Carlo Bergonzi en Giuseppe Taddei (Hardy Classic Video HCD 4014) wil ik speciaal de jongere generatie aanbevelen. Het zijn niet alleen de prachtige stemmen van weleer die imponeren (Scotto, Bergonzi, Taddei – wie zingt ze dit nog na?), het oog krijgt ook het een en ander om te genieten.

Denk maar niet dat ze het toneel opkomen, hun aria met het gezicht naar het publiek zingen en buigen, want dan komt u bedrogen uit. Het is theater pur sang en een beter acterende zangeres dan Scotto moet nog geboren worden.

Renata Scotto zingt ‘Prendi, per me sei libero’:

Het beeld is zwart-wit (de opname is gemaakt tijdens Maggio Musicale Fiorentino in 1967) en het decor is van bordkarton, maar wie maalt er om?

Carlo Bergonzi zingt ‘Una furtiva lagrima’:

 

CD’S 

JOSÉ CARRERAS

 

Elisir Carreras

Mijn geliefde cd-opname is live en verre van perfect (Legato Classics LCD 218-2). Yasuko Hayashi is zo-zo als Adina, zij haalt het allemaal maar net en zet te zwaar aan. Maar de mannen! José Carreras is een droom van een Nemorino – onnozel en hopeloos verliefd. Aan hem is de drank ook goed besteed, hij wordt er werkelijk vrolijk en uitgelaten van.

Geraint Evans zet Dulcamara lekker dik aan en chargeert, maar helemaal in de geest van het karakter. Thomas Allen is een zeer potente Belcore en het orkest en koor uit Covent Garden wordt zeer spiritueel en aanstekelijk gedirigeerd door John Pritchard.

De opname (Londen, 1976) klinkt prima. Als bonus krijgen wij een recital dat Carreras gaf in Carnegie Hall 30 november 1980, waarop hij ook wat minder bekende aria’s en liederen zingt, onder meer uit Lady Chatterton van Leoncavallo en Pietra del Paragone van Rossini.


LUIGI ALVA

Elisir glyndebournegfocd00562

De andere, door mij zeer gewaardeerde opname is de live-uitvoering uit Glyndebourne 1962 (GFOCD 005-62). Niet zo lang geleden werd het op het eigen label van het befaamde operafestival uitgebracht.

Adina betekende de internationale doorbraak van Mirella Freni. Begrijpelijk, als je hoort hoe prachtig zij gestalte aan die rol geeft: charmant en geestig laat zij haar prachtige lyrische, jonge meisjessopraan bloeien en haar hoogte is stralend.

Luigi Alva was door zijn fluwelen timbre en perfecte coloratuurtechniek een in de tijd zeer gevraagde Mozart- en Rossini-tenor en ook Donizetti past hem als een handschoen. Zijn ‘Una furtiva lagrima’ klinkt misschien iets minder zoetgevooisd dan die van Tagliavini of Schipa, maar zijn invulling van het karakter van Nemorino is formidabel.

Sesto Bruscantini is zonder meer één van de beste Dulcamara’s uit de geschiedenis en Enzo Sordello een zeer mannelijke Belcore.

TITO SCHIPA

ElisirTito-Schipa-storico-Nemorino

Nee, van hem bestaat geen complete opname van de opera. Toch durf ik te beweren dat hij de mooiste Nemorino was. Ever.

 

Igor Stravinsky: The Rake’s Progress. Discografie

Stravinsky Hoggarth

Schilderijen van William Hogarth in het Sir John Soane’s Museum in Londen

Kent u de gravures van William Hogarth? De zeer tot de verbeelding sprekende prenten van de Engelse kunstenaar (1697-1764) kun je beschouwen als stripverhalen avant la lettre.

In 1735 werd zijn A Rake’s Progress uitgegeven, een verhaal in acht tekeningen over een jonge man die zich in Londen overgeeft aan alles wat God verboden heeft om uiteindelijk in een gekkenhuis te eindigen.

Stravinsky hogarth_w_rakesprogress

Op dit ‘stripverhaal’, op verzoek van de componist door W.H. Auden en Chester Kallmann bewerkt, is de opera van Stravinsky gebaseerd. De librettisten hebben het verhaal lichtelijk veranderd en een nieuw, zeer belangrijke personage aan toegevoegd, Nick Shadow. Hij is de ‘schaduw’ – of het alter ego van – Tom Rakewell, maar tevens ook de personificatie van de duivel.

Stravinsky La Fenice

Stravinsky en La Fenice

De première onder leiding van de componist vond plaats op 11 september 1951 in La Fenice (Venetië). Dat het geen denderend succes werd lag aan de onevenwichtige directie van Stravinsky en een niet helemaal adequate cast, met o.a. Elisabeth Schwarzkopf als Anne.

Stravinsky premiere

Het publiek in La Fenice tijdens de première van The Rake’s Progress

De New Yorkse Met volgde in 1953, Fritz Reiner dirigeerde en zie: een succes!

Wist u trouwens dat The Rakes Progress meer producties heeft gehad dan welke opera ook, sinds die van Puccini?

CD’S

FRITZ REINER 1953

Stravinsky Reiner

De première-uitvoering onder Reiner is bewaard gebleven, er bestaat een redelijk klinkende  opname van op een piratenlabel Datum (90003).

Eugene Conley is niet de subtielste onder de zangers maar zijn portrettering is zeer zeker overtuigend. Bovendien: wat een strot!

StravinskyGudena

Stravinsky en Hilde Gueden tijdens de repetities in New York

Hilde Gueden is een prachtig zingende maar helaas moeilijk verstaanbare Anne en Blanche Thebom een magnifieke Baba the Turk.

Ook Nick Shadow van Mack Harell kan mij bekoren, het is zo verschrikkelijk jammer dat er zo weinig opnamen van de prachtige bariton (vader van de cellist Lynn) zijn bewaard. Reiner dirigeert groots en meeslepend.


IGOR STRAVINSKY 1964

Stravinski Raskin

Stravinsky zelf heeft de opera drie keer opgenomen en de versie met het Londense Royal Philharmonic Orchest vind ik zelf het meest geslaagd. Het ligt voornamelijk aan de prachtige Anne van Judith Raskin en een fenomenale John Reardon als Nick.

De opname is in 1991 op de markt gebracht als onderdeel van de ‘Igor Stravinsky Edition’ (Sony SM2K 46299)

RICCARDO CHAILLY 1983

Stravinsky Chailly

Deze opname koester ik voornamelijk vanwege – misschien de mooiste en ontroerendste ooit – Tom Rakewell van Philip Langridge.

Maar ook Samuel Ramey (Nick Shadow) is werkelijk niet te weerstaan: geef de man de rol van een duivel en daar weet hij de raad mee! (Decca 4757005)


JOHN ELIOT GARDINER 1997

Stravinsky Gardiner

Gardiner zou Gardiner niet zijn als hij de tempi niet flink zou opvoeren. Het resultaat is, voor mij althans, iets te haastig, maar het sprankelt wel. En het heeft iets verfrissends.

Jonge Ian Bostridge had iets zeer sympathieks, iets wat hij in de loop der jaren helaas kwijt is geraakt. In 1997 was hij in ieder geval een zeer overtuigende Tom.

Bryn Terfel weet zich geen raad met de rol van Nick: in jeugdig overmoed (?) slaat hij behoorlijk aan het chargeren. Anne Sofie von Otter is een zeer goede Baba the Turk (DG 4596482)


DVD’S

ROBERT LEPAGE/KAZUSHI ONO/De Munt 2007

Stravinsky de Munt

De productie van Lepage is ontegenzeggelijk leuk om te zien, spannend ook, maar het heeft zo verschrikkelijk weinig te maken met het oorspronkelijk verhaal en nog minder met de gravures! Als je dat idee loslaat dan kun je zeer zeker van de ‘Yankee-zetting’ van de regisseur genieten; mij maakt dat nagemaakte ‘amerikanisme’ met al zijn clichés niet blij.

Maar de rol van Nick Shadow is bezet door één van de schitterendste zanger-acteurs ooit, de Britse bariton William Shimell en dat maakt veel goed. Hij was één van de allerbeste en aantrekkelijkste don Giovanni’s en de meest cynische don Alfonso’s ooit (kent u niet? Echt de moeite waard om het op You Tube op te zoeken,) wat geen wonder mag heten als je ziet hoe ontzettend manipulerend zijn stijl van zingen en acteren is! Alleen voor hem zou je de dvd willen, wat zeg ik, moeten hebben.

Laura Claycomb (Anne) en Andrew Kennedy zingen mooi en Dagmar Pecková is een prima Baba the Turk (Opus Arte OA 0991D.)

 

VLADIMIR JUROWSKI/ JOHN COX, DAVID HOCKNEY /Glyndebourne 2011

Stravinsky Glyndebourne

Dit is een werkelijk schitterende productie. De fameuze productie uit Glyndebourne in de regie van John Cox waarvoor David Hockney decors en kostuums ontwierp, ging voor het eerst in 1975 in première. Hockney liet zich inspireren door de originele Hogarths gravures waardoor een ongeëvenaard effect is ontstaan: het lijkt zowaar alsof je naar bewegende prenten kijkt.

Topi Lehtipuu (Tom) en Miah Persson (Anne) zijn werkelijk fantastisch, Susan Gorton schittert als Mother Goose en het sterke Russische accent van Elena Manistina (Baba the Turk) werkt bevreemding in de hand.

Matthew Rose is onweerstaanbaar als de niet zo zeer demonische als charmante Nick Shadow. Een must. (Opus Arte OA BD7094D)

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie

tristan August Spieß,

Tristan und Isolde. Wandschilderij van August Spieß, 1881

CD’S

CARLOS KLEIBER 1982

Tristan Kleiber

Een discografie van Tristan und Isolde schrijven voelt bijna als het componeren zelf. Niet alleen omdat er zo veel opnamen zijn (maar liefst vijftig, waarvan elf op dvd! En dan heb ik het alleen over de volledige commerciële uitgaven die nog steeds te koop zijn!. Tel daarbij de ettelijke uitgaven met hoogtepunten, de piraten, filmpjes op Youtube …. ), maar ook omdat het een opera is die je emotioneel volledig kan uitputten.

Maar ik deed mijn best. Urenlang luisterde ik naar de ettelijke Furtwänglers, Böhms en Karajans (en het zijn er nogal wat!), stofte Artur Bodanzky af… Ging toch nog even ‘verhaal halen’ bij Janowski en Barenboim…. om na een paar weken bijna onafgebroken honderden liefdesdoden te sterven tot de conclusie te komen dat, mocht ik nu naar een onbewoond eiland worden verbannen met maar één opname, het zonder twijfel de uitvoering onder Carlos Kleiber zal zijn (DG 4775355), uit 1982.

Margret Price is een onvergetelijke Isolde. Haar zilver getimbreerde lyrische sopraan klinkt zeer vrouwelijk en puur in zijn kwetsbaarheid. O, sterk is zij ook, en vastberaden, maar haar feminiene kant heeft de overhand. Een Isolde om verliefd op te worden.

René Kollo mist een beetje glans maar verder zingt hij een goede Tristan. Het is best jammer van Fischer-Dieskau, zijn Kurwenal is niet echt om over naar huis te schrijven, maar Kurt Moll is een fantastische Marke en Briggitte Fassbänder een dito Brangäne.

Maar de dirigent! Mensen, mensen, wat is dat mooi! Vanaf de allereerste verre klank tot het laatste akkoord kan ik niet anders dan mij, met mijn ogen dicht me aan de orkestklank te laven. Adembenemend. Nee, meer: hypnotiserend…



WILHELM FURTWÄNGLER: LIVE, 1941 – 1947

600168_FurtwŠngler_BOX_.indd

Een paar jaar geleden heeft de firma The Intense Media een Furtwängler-box uitgebracht, met live opgenomen opera’s op maar liefst 41 cd’s. Op één verdwaalde Verdi (Otello met Ramón Vinay uit Wenen 1951) na allemaal Duits: Mozart, Gluck, Beethoven en von Weber. En – het kan natuurlijk niet anders – veel, heel erg veel Wagner, zijn muziek staat op maar liefst 24 van de 41 cd’s.

Tristan und Isolde is niet minder dan drie keer te bewonderen, in fragmenten uit drie verschillende voorstellingen.

De onder de diehards beroemde opname uit Wenen in 1943 met Max Lorenz en Anny Konetzni bevat ook wat toegevoegde fragmenten met dezelfde bezetting uit 1941. Foute boel, uiteraard, maar voor velen een belangrijk document.

Zelf heb ik er veel moeite mee, vandaar dat ik er kennis van heb genomen en ben verder gegaan met de fragmenten in 1947 opgenomen in het Admiralspalast in Berlijn, met een werkelijk uitstekende Tristan van Ludwig Suthaus. Er zijn weinig bassen die zich met Gottlob Frick (Marke) kunnen meten, Erna Schlüter is een prima Isolde en Margarete Klose een dito Brangäne. Het geluid is helaas niet mooi, maar een beetje Wagneriaan neemt het allemaal voor lief.

WILHELM FURTWÄNGLER: STUDIO, LONDEN 1952

Tristan Furtwangler Naxos

Minder spannend wellicht, maar echt onnavolgbaar mooi wordt het pas in de studio-opname uit 1952 (Naxos 8110321-24). Ludwig Suthaus is ook hier van de partij, maar pas hier hoor je wat een fantastische Tristan hij was. Aan zijn zijde heeft hij nu ook een Isolde van zijn eigen formaat: Kirsten Flagstadt.

De jonge Fischer-Dieskau is een mooie Kurwenal, Josef Greindl een schitterende Marke en Blanche Thebom een zeer aantrekkelijke, lyrische Brangäne.

Maar het mooist is het orkest: in die opname hoor je pas wat een fantastische dirigent die Furtwängler toch was! Wat ook leuk is: in de kleine rolletjes van de matroos en de schaapherder hoor je Rudolf Schock.. Jaa…. dat waren nog eens tijden!



 

HERBERT VON KARAJAN BAYREUTH 1952

Tristan Karajan 1952

Ik ben niet zo’n fan van Martha Mödl als Isolde. Ooo… ik bewonder haar enorm, hoor! Haar uithoudingsvermogen zijn onuitputtelijk en haar krachtige stem kan zich alleen met een laserstraal meten die genadeloos door alle muren heen snijdt tot er niets meer overeind blijft. Daar is de orkaan Irma eigenlijk niets bij.

De in 1952 in Bayreuth live opgenomen voorstelling klinkt behoorlijk scherp, waardoor haar stem nog harder en groter lijkt dan normaal. Daar is veel voor te zeggen, hier hoefde niemand aan knopjes te draaien want wat je hoort is puur natuur. Daar kan zelfs Karajan er met zijn orkest niet tegenop! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor zo ontzettend weinig liefde in haar interpretatie! Dit in tegenstelling tot de misschien iets minder krachtige maar zeer warme en romantisch klinkende Tristan van Ramón Vinay.

De laatste is voor mij ook de voornaamste reden om de opname te koesteren, maar ook de rest van de cast bevalt mij zeer. Ida Malaniuk is een aantrekkelijke Brangäne, Ludwig Weber een goede Marke en Hans Hotter een beetje zware maar verder mooie Kurwenal.



DVD’s

NIKOLAUS LEHNHOFF GLYNDEBOURNE 2007

Tristan Lehnhoff Glyndebourne

De in augustus 2007 opgenomen voorstelling in de regie van Nikolaus Lehnhoff is voor mij in alle opzichten één van de mooiste Tristan und Isolde’s. Ik heb me, voor het eerst in mijn leven, aan die opera totaal overgeleverd. Zonder spijt, overigens.

Lehnhoff nam Isolde’s woorden: ‘Im dunkel du, im lichten ich’ als het uitgangspunt van zijn enscenering, en zijn spel met donker en licht (en met ruimte!) resulteert in een buitengewoon spannend en wonderschoon bühnebeeld. De kostuums zijn een soort mengsel van middeleeuwse eenvoud en hedendaagse glitter.

Nina Stemme is letterlijk en figuurlijk de mooiste Isolde die men zich kan voorstellen. Haar romige, sensuele sopraan met zijn vele kleurnuances klinkt als een balsem voor de ziel. Al haar noten klinken natuurlijk en moeiteloos, zo vanzelfsprekend en bitterzoet als de liefde zelf.

Robert Gambill voldoet qua stem wellicht niet helemaal aan de zware eisen van de partij, maar zet een zeer charismatische en betrokken Tristan neer. Ook Katarina Karnéus (Brangäne), René Pape (Marke) en Bo Skovhus (Kurvenal) zingen en acteren meer dan voortreffelijk.

De dirigent (een waanzinnig goede Jiří Bêlohlávek) ontlokt aan het orkest de mooiste kleuren en bouwt een thrillerachtige spanning op. De ruim vier uur durende opera is zo voorbij. Een kunst. Zeer aanbevolen. (Opus Arte 0988 D)

NIKOLAUS LEHNHOFF ORANGE 1973

Tristan Böhm Orange

In 1973 regisserde Lehnhoff een toen zeer spraakmakende voorstelling van Tristan in Orange. De productie is simpel en tijdloos en eerlijk gezegd een beetje saai.

Maar de hoofdrollen worden gezongen door de toen 55-jarige Birgit Nilsson en Jon Vickers en het wordt gedirigeerd door Karl Böhm, wat het geheel tot een document van formaat maakt. De beeld- en geluidskwaliteit is pover, maar een echte liefhebber laat zich daar niet door afschrikken (Hardy Classics HCD 4009)

BARENBOIM EN PONNELLE BAYREUTH 1981

Tristan Barenboim Ponnelle

De opvoering van ‘Tristan’ in 1981 markeerde het debuut van Barenboim en Ponnelle in Bayreuth. Hun samenwerking resulteerde in een immens succes, en zowel het publiek als de pers waren laaiend enthousiast. In oktober ’83 werd de voorstelling, ditmaal zonder publiek, op de video opgenomen (DG 0734321)

De prachtige enscenering van Ponnelle is magisch-realistisch, met veel symboliek, onderhuidse erotiek en dromen, waar de echte wereld eigenlijk een verbeelding blijkt te zijn. De laatste acte speelt zich af in het hoofd van de ijlende Tristan:  begeleid door Isolde’s Liebestod, wellicht de mooiste muziek ooit geschreven, sterft hij in de armen van Kurvenal.

Het is de eerste keer dat ik Johanna Meier zie, en de kennismaking verloopt niet geheel naar wens. Toegegeven – zij ziet er prachtig uit, acteert goed, en op haar zingen kan ik ook eigenlijk niets aanmerken, maar het klinkt allemaal zo gemaakt … Je hoort haar als het ware hard werken, en dat wil ik niet. Maar misschien vergis ik me, en is er tussen haar en mij geen chemie? Aan dat laatste geen gebrek tussen haar en Tristan: een beetje droog klinkende, maar verder prima zingende René Kollo. Matti Salminen is onweerstaanbaar als Marke en Hanna Schwarz is een werkelijk fenomenale Brangäne. Een magische voorstelling.

Hieronder de ‘Liebes Nacht’:

 

BARENBOIM EN CHÉRAU MILAAN 2007


BLURAY:BLURAY

De openingsnacht van La Scala met een door Daniel Barenboim gedirigeerde en Patrice Chéreau geregisseerde Tristan und Isolde, met Waltraud Meier in de hoofdrol… Ja, dat schept verwachtingen. De recensies waren niet onverdeeld positief, maar ik was er enthousiast over, en dat ben ik, nu ik de productie nogmaals heb gezien, nog steeds.

Allereerst is er de intelligente en zeer humane regie van Chéreau en het sobere maar zo ‘to the point’ bühnebeeld van Richard Peduzzi. De kostuums en spaarzame decors doen zeer middeleeuws aan en middels kleine details wordt een suggestie van realiteit gewekt. Voor mij het voorbeeld hoe je met het gebruik van traditie een echt modern toneel kan maken.

De personenregie is uitmuntend. Chéreau weet als geen ander van zijn toneelpersonages mensen van vlees en bloed te maken. Het is geen sprookje of legende, alles gebeurt daadwerkelijk en de ‘eeuwigdurende kus’ duurt inderdaad eeuwig.

Waltraud Meier zingt (en acteert!) een warmbloedige Isolde, Michelle de Young is een zeer overtuigende Brangäne, Gerd Grochowski een formidabele Kurwenal en Matti Salminen is als Marke inmiddels al een icoon. Maar het meest verrast werd ik door de toen mij onbekende Ian Storey als een solide Tristan (Warner Classics 0825646055005)

Hieronder fragment van de productie:

OLIVIER PY GENEVE 2005

Tristan Py

In een zeer geslaagde productie uit 2005 uit Geneve (Bel Air BAC014) gooit Jeanne-Michèle Charbonnet alle remmen los Haar emoties zijn levensecht, en haar woede, middels de toverdrank in een alles verzengende liefde omgeslagen, maakt de toeschouwer tot deelgenoot van haar lot. Dankzij de vele close-up’s zitten we letterlijk op haar (en haar minnaars) huid, wat niet altijd mooie plaatjes oplevert, maar alle emoties bloot legt.

De enscenering is een beetje high-tech. De eerste akte speelt zich af op een schip met veel (zwart) metaal, trappen en neonlichten en het begin, met Isolde aan een rail, doet een beetje aan Titanic denken.

De liefdesnacht wordt in verschillende slaapkamers doorgebracht en in de derde akte wordt het toneel letterlijk overspoeld door water. Het klinkt allemaal raar, maar logisch is het wel. En belangrijker: het werkt!

Ook de belichting, van de hand van de regisseur (Olivier Py) is fabelachtig mooi. Clifton Forbis als Tristan haalt het niveau van zijn Isolde niet, maar overtuigt wel.

Hieronder Jeanne-Michèle Charbonnet en Clifton Forbis in ‘Isolde! – Tristan! Geliebter!’:

CHRISTOPH MARTHALER 2008

Tristan Marthaler

Christoph Marthaler behoort ongetwijfeld tot de beste hedendaagse toneelregisseurs. Hij doet ook veel opera en muziektheater. Niet helemaal verwonderlijk: Marthaler heeft een gedegen muziekopleiding genoten en is zijn loopban begonnen als musicus en componist.

Zijn producties zijn vaak kaal en kil, in zijn concepten zijn mensen niet in staat om van elkaar te houden en in zijn (bijzonder sterke, dat wel) personenregie gaat hij met zijn personages aan de haal. Hij manipuleert. Niets op tegen als het werkt en als het niet tegen de muziek indruist, maar vaak is het buitengewoon irritant. En – wat erger is – saai

Dat is ook het geval met deze ‘Tristan und Isolde’. De productie, in 2008 voor de tweede keer in Bayreuth uitgeboeid, komt er dan ook niet meer terug.

Maar muzikaal is het dik in orde. Schneider is misschien niet de opwindendste dirigent ter wereld, maar wat hij aan het orkest ontlokt, is pure klankschoonheid. Alsof hij wilde zeggen: kijk, die muziek gaat toch echt over liefde.

Er wordt ook voortreffelijk gezongen. Iréne Theorin en Robert Dean Smith zijn een goed liefdespaar en Robert Holl zet een prachtige, zeer menselijke Marke neer. (Opus Arte OA 1033). Mocht u liefhebber zijn van modern toneel en van concepten, dan is deze productie echt iets voor u.

Hieronder fragment uit de productie:

 

 

 

Lohengrin. Discografie

Lohengrin August von Heckel, Neuschwanstein

August von Heckel: Aankomst van Lohengrin; Neuschwanstein, woonkamer van de koning, 1882/83

Voor mij, absoluut geen Wagneriaan, staat Richard Wagners Lohengrin samen met zijn Tannhäuser op eenzame hoogte: ik krijg er nooit genoeg van. Geen wonder dat mijn Lohengrin-plank goed gevuld is. Een selectie van aanraders en afraders.

 

CD’S

GEORG SOLTI

Lohengrin solti

 

Mijn geliefde cd-opname is die onder leiding van Georg Solti (Decca 4210532), voornamelijk vanwege de dirigent. Het begint al met de ouverture: zeer mysterieus en toch met beide voeten in de aarde. Zeer gevoelig, maar ook nadrukkelijk echt zonder sektarisme; hier geen Hare Krishna, maar ook geen Halleluja.

Vóór hij Lohengrin ging opnemen, had Domingo zich al bijna twintig jaar op zijn rol voorbereid (hij zong hem al 1968 in Hamburg) en het resultaat is er ook naar. Zijn Lohengrin is voornamelijk liefhebbend en warmbloedig.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig met een stem waar je stil van werd. Fischer-Dieskau’s Heerrufer is een kwestie van smaak, maar Siegmund Nimsgern en Eva Randová zijn een perfect vilein paar.

Hieronder de ouverture uit deze opname:

 

MAREK JANOWSKI

 

lohengrin-Janowski

 

Marek Janowski wordt beschouwd als één van de beste Wagner-dirigenten van onze tijd, maar zijn Lohengrin, in november 2011 live opgenomen in Berlijn (PentaToneClassics PTC 5186403) valt mij een beetje tegen.

Janowski dirigeert zeer voorzichtig, voor mij te, waardoor de ouverture het meeste weg heeft van een uitgerekte brij. Gelukkig herstelt hij zich gauw en in de tweede akte laat hij de dreiging goed voelbaar worden. In de Bruiloftsmars laat hij de noten mooi in elkaar vloeien en maakt mij gelukkig met zijn keuze van tempi en het beteugelen van het orkest. Toch kan ik niet aan de indruk ontkomen dat hij zich verliest in details.

Ik ben geen fan van Annette Dasch, haar stem vind ik wat ‘gewoontjes’, maar wellicht past het bij het karakter van Elsa? Susanne Resmark is een fatsoenlijke Ortrud, met een grote stem en een mooi donker timbre. Maar haar ruime vibrato is soms hinderlijk.

De rest van de zangers is zonder meer prachtig, maar er is één probleem: ze mengen niet. Klaus Florian Vogts geluid is zeer ‘blank’,  zijn timbre behoorlijk zoetig en zijn benadering heel erg lyrisch. Mooi, dat wel, maar eerlijk gezegd heb ik het inmiddels gehad met steeds maar hetzelfde: hij ontwikkelt zich niet. Bovendien kan hij het niet opnemen tegen de diepe laagte van Günther Groisböck (Heinrich) en het werkelijk fenomenale volume van Gerd Grochowski (Telramund). In de ensembles valt hij gewoon weg.

Hieronder Günther Groissböck zingt het ‘Gebet des König Heinrich‘

 

 

 

 

 

 

BERTRAND DE BILLY

Lohengrin-oehms

Een van de nieuwste Lohengrin’s, althans op cd, werd gedirigeerd door Bertrand de Billy en in maart 2013 live opgenomen in de Frankfurter Opern (OEHMS classics OC946). Naar foto’s in het tekstboekje te oordelen mogen wij blij zijn dat de productie niet op dvd maar op cd is verschenen!

Camilla Nylund is een prachtige Elsa, voor mij misschien de beste Elsa van de laatste jaren. Michaela Schuster heeft inmiddels van Ortrud één van haar parade rollen gemaakt, al is er iets in haar vetolking wat mij een beetje tegen staat. Voor Falk Struckman (Koning Heinrich) ben ik bereid moord te doen, dus ik vergeef hem dat zijn stem een beetje onstabiel is geworden.

De Duits – Canadese tenor Michael König (Lohengrin) is nieuw voor mij. Van zijn stem en zijn interpretatie word ik echt stil, zo mooi en zo ontroerend! Alleen al vanwege hem en Nylund ga ik de opname koesteren!

 

 

ERICH LEINSDORF

Lohengrin Leinsdorf

Even terug in de tijd.

In 1943 dirigeerde Erich Leinsdorf bij de Metropolitan Opera in New York een Lohengrin om te zoenen (Sony 88765 42717 2). De ouverture is om verliefd op te worden, zo sprookjesachtig mooi. Daar kan ik niet genoeg van krijgen.

Lauritz Melchior is natuurlijk dé Lohengrin uit de tijd en Astrid Varnay klinkt verrassend lyrisch. Het is alleen jammer van haar manier om de medeklinkers zeer nadrukkelijk uit te spreken, iets wat ik niet mooi vind. Alexander Sved is een zeer autoritaire Telramund en Kerstin Thorborg een goede Ortrud.

Lauritz Melchior:

 

FRITZ STIEDRY

Lohengrin Stiedry

Tegenover Leinsdorfs opname staat een registratie uit 1950 onder Fritz Stiedry (Walhall WLCD 0146). Zijn aanpak is zeer nuchter, recht door zee, wat ook wel versterkt wordt door de povere geluidskwaliteit. Maar het is ontegenzeggelijk mooi en zeer verrassend.

Vergeet ook de zangers niet: Helen Traubel is een heerlijke Elsa en Astrid Varnay is na zeven jaar gepromoveerd van Elsa naar een zeer indrukwekkende Ortrud. En dan Herbert Janssens Telramund: wat een stem en wat een indrukwekkende vertolking

 

DVD’S

AUGUST EVERDING

Lohengrin Everding

Ook op dvd is er geen gebrek aan goede, minder goede en zelfs belachelijke uitvoeringen (lang leve de regisseur!). Ik begin met een zonder meer fijne uitvoering uit de Metropolitan Opera, opgenomen in 1986 (DG 0734176) .

De productie van August Everding is zeer traditioneel, met dito kostuums en decors. Het is heel erg mooi, maar voor mij ontbreekt er iets, alsof de ziel uit de voorstelling is gehaald.

Maar dan komt Leonie Rysanek (Ortrud) voorbij en kun je niet anders dan gefascineerd blijven kijken. Let alleen al op haar oogopslag bij de beschuldiging van Elsa. Heerlijk!

James Levine dirigeert met verve en geeft de partituur alle glans, werkelijk schitterend. Het is ook fascinerend om naar zijn gezicht te kijken tijdens het dirigeren; daar is volledige betrokkenheid op de muziek van af te lezen.

Hieronder Leonie Rysanek als Ortrud:

 

 

 

GÖTZ FRIEDERICH

Lohengrin-Gotz-Friedrich

Het was August Everding die als eerste de enorme kwaliteiten van Götz Friedrich erkende. Hij was het ook die ervoor zorgde dat Friedrich na zijn vlucht uit de DDR aangesteld werd als hoofdproducent in Hamburg.

In tegenstelling tot wat over hem wordt geschreven heeft Friedrich zich nooit als een vertegenwoordiger van het ‘regietheater’ gezien. Integendeel, zijn producties zijn zeer libretto- en muziekgetrouw. Verwacht bij hem geen rare concepten.

De Lohengrin die hij in 1982 in Bayreuth maakte (Euroarts 2072028), behoort voor mij tot de mooiste producties van de opera. Het beweegt zich tussen de harde realiteit en de utopische droomwereld van een puberaal meisje.

Karan Armstrong is een mooie vrouw en een geweldige actrice, maar haar tremolo is soms zeer hinderlijk. Peter Hofmann is in alle opzichten een droom van een Lohengrin: met zijn knappe uiterlijk, gestoken in wit en zilver, lijkt hij letterlijk uit een meisjesdroom te zijn gestapt. Elisabeth Connell is een indrukwekkende Ortrud en Bernd Weikl een geweldige Heerrufer.

Hieronder een kort fragment uit de productie:

 

 

 

NIKOLAUS LEHNHOFF

Lohengrin Lehnhoff

Dat Nikolaus Lehnhoff zeer goed bekend was met de productie van Friedrich is evident. Net als Friedrich laat hij de zwaan achterwege. Lohengrin (Klaus Florian Vogt in één van zijn beste rollen) wordt voorafgegaan door een lichtstraal, die hem de allure van een jarenvijftigpopster verleent. Over meisjesdromen gesproken!

Licht en zacht, zoals de eerste stralen van de opkomende zon, zo klinken de eerste maten van de ouverture. Midden op het in donkerblauwe en zwarte tinten gehulde toneel doemt Elsa (zeer ontroerende Solveig Kringelborn) op, haar handen op een stoel. Deze zal vanaf nu tot het eind van de opera het centrum van haar universum, en haar enige houvast blijven. Het gevoel van eenzaamheid maakt zich van je meester, en je beseft dat het nooit goed komt, alle ridders en zwanen ten spijt.

Het meest opvallende aan deze schitterende Baden-Baden-productie is de weergaloze lyriek. De zangers lijken rechtstreeks uit Bellini-opera’s te zijn gewandeld en zelfs Ortrud, in de interpretatie van de fenomenale Waltraud Meier, is een Lady Macbeth met menselijke trekken. Na Götz Friedrich is dit voor mij de beste Lohengrin op dvd (Opus Arte OA 0964D)

Hieronder een scène tussen Elsa en Ortrud:

 

 

 

RICHARD JONES

kinopoisk.ru

Is er in het libretto sprake van een regime? Dictatuur? Vervolgingen en /of gebrek aan democratie? Hup, dan verplaatsen we de actie naar de jaren dertig van de vorige eeuw. Zo banaal, en zo getuigend van gebrek aan inspiratie! Dat laatste neem ik Richard Jones ook het meeste kwalijk. Zijn Lohengrin is in zijn banaliteit niet alleen maar raar, maar ook voorspelbaar en ongeïnspireerd. Althans voor mij.

Meteen bij het begin is het al raak: de prachtige ouverture, subliem en gevoelig gespeeld door het Bayerischer Staatsorchester onder Kent Nagano, wordt totaal vernield door het beeld. Wij zien een meisje met donkere vlechten, gekleed in een groene tuinbroek, die, gezeten aan een tekentafel, een huis tekent.

Lohengrin (Jonas Kaufmann) is een in spijkerbroek gestoken hippie. Hij komt op met onder zijn arm een grote, witte plastic zwaan, die ook nog eens mechanisch gestuurd wordt: hij pikt in de rondte en in zijn veren. Ik vind het smakeloos.

De productie uit München, juli 2009 (Decca 0743387), markeerde Kaufmanns debuut in de rol van Lohengrin. Slaagde hij? Ja en nee. Zijn stem is van nature krachtvol en lyrisch tegelijk en zijn volume is groot. Hij hoeft nergens te forceren en zijn hoge en lage tonen zijn prachtig in balans. Toch mis ik iets in zijn optreden, dat kleine ‘etwas’… Misschien is het omdat het zijn debuut is, maar op mij maakt hij een niet al te happy indruk.

Anja Harteros is een hartroerende Elsa. Ze zet de rol zeer imponerend neer en weet het meisjesachtige goed te combineren met ontluikende vrouwelijkheid.

Michaela Schuster wist zich toen nog geen raad met Ortrud, maar Wolfgang Koch (Telramund) maakt veel goed. Wat een prachtige stem! Diep, groots, soepel, lenig, majestueus en autoritair. Ook als acteur weet hij bijzonder te imponeren. Evgeny Nikitin is een overtuigende Heerrufer.

Hieronder de trailer van de productie:

 

 

 

HANS NEUNFELS

Lohengrin Neuenfels

De in 2011 in Bayreuth opgenomen productie van Hans Neuenfels (Opus Arte OA 1071 D) is een doordenkertje. Want wat doen ratten in Lohengrin? Nu… het zit zo: de Brabanders zijn door mislukte experimenten in ratten veranderd en Lohengrin komt ze helpen, als iemand van het dierenbevrijdingsfront. Zoiets. Ongeveer.

Nee, ik heb het niet bedacht en ik zou het er ook niet uit kunnen halen als ik de recensies niet had gelezen. Maar blijkbaar zijn de enthousiaste (ja, de productie werd enthousiast ontvangen!) collega-recensenten of helderziend, of hebben ze een speciaal onderonsje met de regisseur gehad.

Al bij de ouverture wemelt het van de (geanimeerde) ratten in roze, wit en grijs. En dat is maar het begin. Om ook het einde te verklappen: het broertje van Elsa is een net geboren vette baby met de navelstreng nog om…

Annette Dasch ziet er mooi en onschuldig uit en acteert goed en Klaus Florian Vogt zingt mooi en lyrisch. Eens en nooit meer.

Hieronder een fragment:

 

TIZIANO MANCINI EN PIOTR BECZALA



Beczala Lohengrin

Trailer van de productie in Dresden:

Falstaff van Verdi in zes opnamen

Falstaff

“Tutto nel mondo è burla… tutti gabbati!” Oftewel: “Alles in de wereld is een grap… we zijn allemaal bedrogen.” Het is een beetje een tegelspreuk, maar de oude Verdi en zijn librettist Boito wisten heel goed wat ze deden.

In Falstaff laten ze een wereld zien waarin iedereen iedereen bedriegt. Maar zo is het nu eenmaal; we hebben het maar te accepteren. Laten we er daarom maar om lachen… Zo eindigt één van de beste opera’s ooit: met een glimlach en een vette knipoog.

HERBERT VON KARAJAN

Falstaff Karajan

De opnamen van Falstaff zijn legio, zowel op cd als op dvd.

Waar u absoluut niet zonder kunt is de lezing van Herbert von Karajan uit 1956 (Warner 0190295935092). De onder de supervisie van Walter Legge gemaakte opname was meteen al een legende en legende is het gebleven. Karajan had de beschikking niet alleen over de allerbeste zangers die er toen waren, maar ook over een fantastische studio en een opnameleider zoals ze niet meer gemaakt worden. Titto Gobbi werd geboren om Falstaff te zingen en een mooiere Fenton dan Luigi Alva bestaat gewoon niet. Ik vind de maniertjes van Elisabeth Schwarzkopf niet altijd leuk, maar zij is een overtuigende Alice en als Ford is Rolando Panerai helemaal op zijn plaats. En dan nog Fedora Barbieri als Quickly…. Heerlijk.


COLIN DAVIS

falstaff-panerau-colin-davis

De opname die Colin Davis in 1991 voor RCA heeft gemaakt (tegenwoordig Sony 8869745801-2) kwam best dichtbij, al heeft hij de Karajan niet kunnen evenaren. Het ligt deels aan het orkest van Bayerischen Rundfunks, maar ook aan de opnamekwaliteit.

Davis’ zangersensemble is bijzonder sterk, zeker naar de huidige maatstaven, maar op Marylin Horne na, die zich zonder meer met Barbieri kan meten, is de cast toch een maatje kleiner. Rolando Panerai, bij Karajan een Ford uit duizenden, doet het als de ‘gezellige dikkerd’ minder goed, zeker als je hem vergelijkt met Gobbi

Fantastisch daarentegen zijn de bijrollen: met Piero de Palma (dr.Cajus) haalde Davis één van de beste comprimari ooit in huis. In de kleine rol van Pistola horen we niemand minder dan Francesco Ellero d’Artegna.

JAMES LEVINE

Falstaff Levine

Frank Lopardo, Marylin Horne en Piero de Palma zijn niet alleen van de partij bij Colin Davis, maar ook in de Zeffirelli-productie die in 1992 werd opgenomen bij de Metropolitan Opera in New York (DG 0734532). Een spetterend voorstelling!

Jonge Levine stuurt de muziek alle kanten uit, het is alsof er niet één, maar vier dirigenten voor het orkest staan. Zoveel energie doet je naar adem happen.

Paul Plishka is een kostelijke Falstaff en de rest van de bezetting doet je gewoon kraaien van plezier: Mirella Freni is Alice, als Meg horen wij de piepjonge Susan Graham en Marylin Horne is een Quickly uit duizenden. Tel daar de werkelijk heerlijk zingende jonge geliefden (Barbara Bonney en Frank Lopardo) bij op en vergeet de twee comprimari niet: de onnavolgbare Di Palma (Dr. Cajus) wordt hier bijgestaan door een andere grootheid, Anthony Laciurra (Bardolfo). En wat je ook van Zefirelli vindt: het is altijd een feest om naar zijn producties te kijken!

Hieronder finale van de opera:

TULIO SERAFIN

Falstaff Taddei vai

Eén blik op de bezetting is al voldoende om een opera liefhebber te doen watertanden. De cast is vrijwel identiek aan die van von Karajan, maar nu, met beeld erbij is het gewoon niet te versmaden.

Falstaff was Giuseppe Taddei’s glansrol, waarmee hij overal ter wereld de grootste successen boekte. Zijn krachtige, donkere bariton, zijn enorme inlevingsvermogen, een buitengewoon acteertalent en een geweldig gevoel voor humor maakten van hem een fantastische Falstaff, nog steeds onnavolgbaar en inmiddels legendarisch.

In de RAI productie uit 1956 (VAI 4333) werd hij omringd door de allerbeste collega’s uit het Italiaanse operavak. Rosanna Carteri was een mooie, warmbloedige Alice, Scipio Colombo een viriele Ford en Fedora Barbieri een imponerende Mrs. Quickly. Anna Moffo en Luigi Alva zorgden voor de mooiste lyrische momenten, en dat alles werd gedirigeerd door niemand minder dan Tulio Serafin.

Anna Moffo zingt ‘Sul fil d’un soffio etesio’:

BERNARD HAITINK

Falstaff Terfel

De productie van Graham Vick (Opus Arte OA 0812 D) luidde in 1999 de vernieuwde Covent Garden in en er werd noch geld noch moeite gespaard om het zo leuk mogelijk te maken. De kostuums zijn werkelijk oogverblindend, het decor geestig, en al lijkt het geheel een beetje op het theater van de lach (zo “draagt” Falstaff een geelgroen gestreepte penis onder zijn buik),  je vergeet de hele wereld om je heen.

Barbara Frittoli schittert in de rol van Alice Ford en ook de rest van de cast is zonder meer goed. De hoofdrol wordt gezongen door de toen 34-jarige (!) Bryn Terfel, die werkelijk alles doet om ons te overtuigen dat hij de perfecte Falstaff kan neer zetten. Is het hem gelukt? Ja en nee. Terfel is (en was toen al) zonder meer één van de beste zangers en acteurs van onze tijd. Zijn mimiek, zijn bewegingen, alles is tot in het uiterste geperfectioneerd. En met de hulp van de grime- en kostuumafdeling lukt het hem aardig om op een oude, dikke bok te lijken. Maar zijn jeugdige overmoed en oogopslag verraden zijn leeftijd en dat is jammer

Haitink is misschien niet mijn eerste keuze, voor mij dirigeert hij iets te statig, maar het klinkt allemaal toch echt fantastisch.

VLADIMIR JUROWSKI

Falstaff Glyndebourne

Oude adel versus nouveau riche, daar gaat Falstaff ook een beetje over. Nog voordat de eerste maten van de in Glyndebourne in  2009  opgenomen ‘Falstaff’ (Opus Arte OA 1021 D) hebben geklonken, weet je al welke richting de regisseur je gaat sturen. Er hangt een gigantisch wandtapijt, waar de nodige kruissteken nog op geborduurd moeten worden.

Richard Jones plaatst de handeling in de jaren veertig, direct na de oorlog. Er lopen nog soldaten rond (Fenton is een Amerikaanse GI), er zijn scouts en zich vervelende huisvrouwen. De Fords en hun buren zijn de nieuwe rijken. Hun huizen zijn keurig en in hun tuintjes groeien reusachtige groenten – netjes op een rij.

Falstaff wordt fantastisch gezongen door Christopher Purves. Hij imponeert niet alleen met zijn stem, zijn hele optreden is meer dan geweldig. Ook Marie-Nicole Lemieux (Mistress Quickly) is een feest. In haar gedaante als een plompe scoutleidster krijgt ze de lachers op haar hand.

De rest van de cast is wissellend. Adriana Kučerova is een mooie Nannetta en Bülent Bezdüz een lieve Fenton, maar Tassis Christoyannis is niet macho genoeg voor Ford. Als u van de Engelse humor (denk aan de series zoals ‘ Dad’s Army’  of ‘Keeping up the appearance’) houdt, dan is deze Falstaff zeker iets voor u.

Hieronder Christopher Purves en Marie-Nicole Lemieux:

En als uitsmijter ‘Quando ero paggio’  gezongen door zeven verschillende baritons:

Discografie van La Bohème, deel twee

La_Bohemeposter_l

NEW YORK LIVE

Allereerst aandacht voor twee live opnamen uit de New Yorkse Met: uit 1947 onder Giuseppe Antonicelli en uit1958 gedirigeerd door Thomas Schippers. Beiden zijn al een tijd terug op Sony uitgebracht en beiden zijn het beluisteren meer dan waard.

Bidú Sayão 1947

La Boheme sayao-bidu-as-mimi-n1790_w

De Braziliaanse Bidú Sayão gold als één van de mooiste sopranen aan de Met en dat bedoel ik niet alleen letterlijk. Haar stem is vederlicht en doet denken aan vrouwenstemmen in de oude films uit het begin van de ‘talking movies’, wat zonder meer bij de rol van Mimi past.

La Boheme opname met Sayao en Tucker

Persoonlijk prefereer ik rondere stemmen met licht dramatische ondertonen, maar hier word ik echt blij van. In combinatie met de jonge Richard Tucker klinkt zij zeer teer en hulpbehoevend. Giuseppe Antonicelli dirigeert met veel vaart (Sony 74646762)

 

La Boheme Sayao

Hieronder Richard Tucker, Bidu Sayao, Mimi Benzell en Frank Valentino in het kwartet ‘Dunque e proprio finita’  uit de derde akte:

 

Licia Albanese 1958

La Boheme Albanese

Een kleine waarschuwing is op zijn plaats: het geluid is niet mooi. Het is scherp en dof en af en toe willen de radiogolven even opstandig brommen, maar het heeft ook iets aandoenlijks. Alsof een tijdmachine je terugbrengt naar de middagen van weleer, toen de hele familie zich voor de radio nestelde om naar de nieuwste uitvinding, de live broadcast te luisteren.

Ook de uitvoering is ouderwets heerlijk. Niet dat de stemmen zo uitzonderlijk zijn, want behalve Carlo Bergonzi op zijn mooist heb ik de andere rollen wel eens beter bezet gehoord.

Licia Albanese (toen al bijna vijftig, wat absoluut niet te horen is) was een echte publiekslieveling, zeker in New York. Iets wat ik nooit zo goed heb kunnen begrijpen, want zelf had ik er echt niets mee. Thomas Schippers dirigeert zeer levendig (Sony 8697804632)


STUDIO

Victoria de los Angeles 1956

La Boheme de los angeles

Wilt u huilen, al vanaf het begin? Zo ja dan bent u hier aan het beste adres. Thomas Beecham doet werkelijk zijn best om het RCA-orkest een beetje afstandelijk te laten klinken maar de musici zijn net mensen en niet gediend van reserves in de echte liefde. Geheel onbeschaamd laten ze alle gevoelens, inclusief een gezonde dosis sentimentaliteit toe en het snotteren kan beginnen.

De eerste ontmoeting tussen Rodolfo en Mimi al… zijn ‘così’ bij het inschenken van ‘po’ di vino’ en dan haar ‘grazie, buona sera’…. Mensen, wie hier niet de hele wereld vergeet heeft geen hart!

Jussi Björling is een Rodolfo uit meisjes-dromen: gevoelig, sensibel, lief en zo verdomd aantrekkelijk! Dat Victoria de los Angeles (Mimi) voor hem valt kunnen we haar niet kwalijk nemen, doen wij immers ook. Maar we gunnen hem haar van harte want haar stem, die is zo verschrikkelijk mooi dat het bijna pijn doet. Alsof het Madonna zelf is die haar gedoofde kaars door haar buurman laat aansteken. Waarbij we het voor gemak vergeten dat zij de kaars waarschijnlijk zelf heeft uitgeblazen. Dat is dan ook het enige minpuntje van de opname: Mimi was geen Madonna.

Voor de rest: een must. Ook vanwege de onweerstaanbare Marcello van Robert Merrill (Naxos 8.111249/50)


Maria Callas 1956

.

Deze opname gaat niet mee naar een ‘onbewoond eiland’. Het ligt niet aan de dirigent noch aan de schitterend spelende orkest uit La Scala: Antonino Votto dirigeert vlot en spannend en zijn aandacht voor alle details is werkelijk briljant,

Rolando Panerai (Marcello) en Giuseppe di Stefano (Rodolfo) zijn aan elkaar gewaagd, hun stemmen passen uitstekend bij elkaar, al vind ik di Stefano soms een beetje aan de schreeuwerige kant. Ook de zeer sensuele Musetta van de jonge Anna Moffo kan mij bekoren. Het probleem – althans voor mij – ligt bij La Divina.

Mimi is geen rol waarmee wij Callas associëren en terecht. Zij heeft haar dan ook – wijs genoeg – nooit op de bühne gezongen. Hoe zij ook niet haar best doet (en dat doet zij echt!) nergens weet zij mij te overtuigen dat zij een arm naaistertje is, daarvoor is haar stem te koninklijk. Krampachtig probeert zij haar stem klein te houden waardoor zij behoorlijk gekunsteld klinkt. Maar ik ben er zeker van dat haar fans het niet met mij eens zijn.

De opname klinkt nog steeds verrassend goed (Warner Classics 0825646341078)


Renata Tebaldi 1958

La Boheme Tebaldi

Eigenlijk vind ik de stem van Tebaldi ook iets te zwaar voor Mimi, tikkeltje te dramatisch ook, maar het valt niet te ontkennen dat haar interpretatie zeer spannend is. Je blijft luisteren.

Carlo Bergonzi is een waanzinnig mooie Rodolfo, stiekem vind ik hem dan ook de ster van de opname. Ettore Bastianini is een zeer charmante Marcello, maar Gianna d’Angelo is geen mooie Musetta. Haar zingen heeft niets sensueels en is bij vlagen ordinair.

Tulio Serafin dirigeert meer dan voortreffelijk en het orkestklank is briljant. Merkwaardig eigenlijk hoe geweldig goed die opname nog klinkt! (Decca 4487252)


Montserrat Caballé 1974

la BOheme Domingo Caballe

Met haar fluweelzachte pianissimi, haar onwaarschijnlijk mooie legato, haar warmte en sensualiteit was Caballé een gedroomde Mimi. Met haar stem alleen kon ze alles waarmaken, ook dat ze een aan tering stervende klein meisje was.

In die tijd trad ze veel met haar landgenoot Plácido Domingo op, hun stemmen waren dan ook schitterend op elkaar ingespeeld. De stem van de jonge Domingo was niet minder dan hemels, zijn Rodolfo is dan ook om verliefd op te worden.

Ook Sherill Milnes hoorde er helemaal bij: luister naar het Rodolfo/Marcello duet aan het begin van de vierde acte!

Ruggero Raimondi is een mooie Colline en de directie van Solti is zeer levendig. (ooit RCA, tegenwoordig Sony 88697-57902-2)


Cesira Ferrani

La Boheme ferrani

Wilt u weten hoe de eerste Mimi klonk? Het kan. Cesira Ferrani die de rol in 1896 creëerde heeft twee minuten uit Mimi’ in 1903 opgenomen (Creators’ Records SRO 818-2).

La Boheme Ferani en Evan Gorga

Cesira Ferrani (Mimi) en Evan Gorga (Rodolfo) tijdens de premiére 1 februari 1896

Het klinkt nog verrassend goed, zodoende weten we dat Mimi’s sopraan heel erg licht was, maar verre van soubrette. Ferrani was ook de eerste Manon Lescaut, Micaela en Melisande, u kunt dus het een en ander onder het vernis van een ‘onschuldig’ meisje vermoeden. Zoals het hoort.

Ook op Spotify zijn een paar van haar opnamen te vinden, afkomstig van The Harold Wayne Collection en uitgebracht op Symposium. Hier vindt u behalve “Si mi chiamamo Mimi’ ook ‘Donde lieta usci’. En – een echte rariteit! – een in het Italiaans gezongen aria uit Lohengrin.


 

FILM

Zauber der Bohème 1936

La Boheme Eggert

Het begrip ‘traumpaar’ heeft sterk aan betekenis ingeboet. Want, zeg maar zelf: hoeveel van de ‘traumparen’ zag u komen en gaan zonder dat er iets van overbleef? Gheorghiu/Alagna gingen vechtscheidend uit elkaar, Netrebko/Villazon bestonden eigenlijk alleen op papier en – wie weet? – in de tenors dromen….

Maar het hoeft geen fabel te zijn want ooit bestond zo’n droompaar ook in het echt. De Poolse tenor Jan Kiepura en de Hongaarse sopraan Martha Eggerth wisten hun sprookjesachtige status van voor elkaar geschapen te zijn niet alleen te bereiken maar ook te behouden. En dat zowel op de bühne, op de filmdoek als in het echte leven.

La Boheme Kiepura

In de film Zauber der Bohème van Géza Von Bolváry maken we kennis met twee verliefde jonge zangers in spe wiens leven zich parallel afspeelt zowel in het echt als op de bühne. Hun lotgevallen lijken sterk op het leven van de fictieve personages die zij ook op de bühne vertolken, maar de dood is hier echt en onoverkomelijk: na haar laatste noten sterft Denise/Mimi (Eggerth) in de armen van René/Rodolfo (Kiepura). Doek!

Hier redt u het niet met één zakdoek, maar u moet wel tegen een zeer slechte beeld en geluidskwaliteit kunnen. Maar eerlijk gezegd: who cares?

De laatste scéne uit de film:

Moonstruck 1987

La Boheme moonstruck

En dan is er nog (vooruit maar, het is toch al bijna Kerst) één van allermooiste feelgood movies allertijden: Moonstruck. Het verhaal zelf heeft weinig met de echte opera te doen, behalve dat de hoofdpersonen een voorstelling van La Boheme in de Metropolitan bezoeken – het is de goede oude Zefirelli – waarna we in een versneld tempo naar het happy end afstevenen. Maar in die scéne mogen ook wij, samen met de beide hoofdpersonen een traantje wegpinken. Dat Puccini’s muziek niet alleen bij de credits maar ook door de hele film weerklinkt is lekker meegenomen.

Trivia: de ode oude man (Loretta’s grootvader) wordt gespeeld door Feodor Chaliapin junior, de zoon van de grote Russische bas.

Scène in de opera. De stemmen die u hoort zijn van Renata Tebaldi en Carlo Bergonzi:

Discografie La Bohème d.1:  LA BOHÈME. Discografie

La Bohème in Amsterdam: LA BOHÈME Amsterdam december 2017

 

TAMERLANO in twee opnamen

Tamerlano Timur_reconstruction03

De Mongoolse krijgsheer Timur Lenk (Tamerlano)

Ooit heeft het mij een zeer dierbare vriendschap gekost, maar ik wil eerlijk zijn: ik ben geen grote liefhebber van Händel. En al helemaal niet van Tamerlano, een opera, waarin de tijd stil lijkt te staan om alleen af en toe een genadeloos langdurende coloratuur (en nog eens da capo!) doorheen te laten door glippen. Ik vermoed dat ik de enige niet ben: de opera werd lange tijd nog maar zelden uitgevoerd en opgenomen.

tamerlano_und_bajazet_celesti

Andrea Cilesti: Tamerlane and Bayezid (c. 1770)

Maar tijden veranderen en in onze honger naar nog meer onbekende schatten uit het barok wordt ook Tamerlano steeds vaker afgestoft en uitgevoerd. Steeds meer gevierde zangers – inclusief de grootste vocale supersterren van wie je het nooit zou verwachten – zetten die opera op hun repertoire, wat de bekendheid ervan ten goede komt. Zelf ken ik er maar twee opnemen van.

PLÁCIDO DOMINGO

Tamerlano Domingo

In het Teatro Real in Madrid werd in 2008 (Opus Arte OA Bd7022 D) een voorstelling in de regie van Graham Vick en onder leiding van Paul McCreesh opgenomen. De cast was zonder meer goed, met Sara Mingardo als een voortreffelijke Andronico voorop.

Plàcido Domingo (Bajazet) maakte zijn debuut in een barokopera, maar zelfs hij, mijn grote idool, kon het niet helpen dat ik telkens in slaap viel. Bij zijn ‘Figlia mia non pianger’ werd ik even ontroerd wakker, maar dat was dat.

Veel van de verveling komt zonder meer op rekening van de regisseur. Vicks productie is kaal, kil en (neem ik aan?) esthetisch verantwoord.

Hieronder Domingo in ‘Figlia mia non pianger’

JOHN MARK AINSLEY

Tamerlano Ansley

Veel interessanter vind ik de opname op Naïve (V5373).

John Mark Ainsley is een Bajazet uit duizenden en Karina Gauvin een veel betere Asteria dan Ingela Bohlin bij McCreesh.

Met Emanuel Cenčić (Andronico) erbij kan de cast gewoon niet beter en Riccardo Minasi weet heel wat meer spanning in de partituur te brengen.

Hieronder ‘Figlia mia non pianger’ door John Mark Ainsley:


 

 

Alles over Dialogues des Carmélites.

Carmelites Albert van der Zeijden

© Albert van der Zeijden

Er zijn van die opera’s die je gewoon niet kunt verpesten en Dialogues des Carmelités is er één van. Bij Poulenc staat de melodie in het centrum van zijn universum. Zijn muziek is zo schrijnend mooi en hij componeert zo beeldend dat je er eigenlijk geen regisseur voor nodig hebt.

De opera heeft opoffering, martelaarschap, revoluties en ideologieën als thema, maar dat zijn slechts de zijlijnen, want het hoofdthema is een alles vernietigende angst, waardoor je leven noch sterven kan: “Angst is een afschuwelijke ziekte. Ik ben uit angst geboren, in angst leef  ik en in angst zal ik sterven. Iedereen veracht angst, zodoende ben ik veroordeeld om veracht te zijn”.

MILAAN 1957

Carmelites la scala premiere

Gencer, Cossotto, Zeani, Raatti, Frazzoni en Sanzogno

De wereldpremière van Dialogues des Carmélites vond plaats op 26 januari 1957 in de Scala in Milaan, in een Italiaanse vertaling. De bezetting leest als een ‘who is who’ in de operawereld, want zeg zelf: waren er grotere namen in die tijd te vinden?

Blanche werd gezongen door Virginia Zeani, een zangeres met een volle, grote en dramatische stem, die geschikt was voor zowel Violetta als Tosca. Marie werd vertolkt door Gigliola Frazzoni, één van de beste Minnies (La fanciulla del West) in de geschiedenis. En Madame Lidoine werd toebedeeld aan Leyla Gencer.

Met Fiorenza Cossotto, Gianna Pederzini, Eugenia Ratti en Scipio Colombo in de kleinere rollen klonk de opera minder lyrisch dan we tegenwoordig gewend zijn, bijna veristisch zelfs. Maar daardoor was het dramatische effect nog schrijnender.

Carmelites Rehearsals with Francis Poulenc-Milano Scala-1957

Virginia Zeani en Francis Poulenc, Milaan 1957

In The Operatic PastCast vertelt Virginia Zeani over Poulenc, de invloed die de opera op haar leven heeft gehad, haar collega’s en de productie in Milaan.

De hele uitvoering uit Milaan, fantastisch gedirigeerd door Nino Sanzogno, staat gewoon op YouTube. Niet te missen!

PARIJS 1957

Carmelites Dervaux premiere

De Parijse première van Dialogues des Carmélites volgde een half jaar later. Op 21 juni 1957 werd de opera, nu in het Frans, gepresenteerd in het Théâtre National de l’Opéra.

Blanche werd gezongen door de geliefde sopraan van Poulenc, Denise Duval. Duvals stem (meisjesachtig naïef, licht, etherisch bijna) paste Blanche als handschoen.

Ook de rest van de cast, met onder anderen Régine Crespin als Madame Lidoine en Rita Gorr als wellicht de beste Mère Marie ooit, werd door Poulenc zelf uitgekozen.

Régine Crespin (Madame Lidoine) in “Mes chères filles”:

Het orkest stond onder leiding van Pierre Dervaux en daar kan ik heel kort over zijn: beter bestaat niet. Punt. (Warner 0825646483211)


WENEN, 2008 EN 2011

Carmelites-Wenen-Breedt de Billy Oehms

In 2011 werd door Oehms een ‘Zusamennschnitt’ uitgebracht van in januari 2008 en april 2011 live in het Theater an der Wien opgenomen voorstellingen van Dialogues des Carmélites.

Sally Matthews is een zeer ontroerende Blanche, meisjesachtig maar met net voldoende karakter om haar personage body te geven. Af en toe zeurderig ook – Blanche ten voeten uit.

Deborah Polaski is onweerstaanbaar als Madame de Croissy en Michelle Breedt een meer dan een indrukwekkende Mère Marie. Alleen al vanwege haar fantastische prestatie vind ik het jammer dat de voorstelling (de prachtige Carsen productie!) niet op DVD is uitgebracht!

Het ORF orkest onder leiding van Bertrand de Billy speelt de sterren van de hemel. Ferm, waar nodig, en fluisterzacht als het niet anders kan. (Oehms OC 931)


 

MILAAN 2004

Carmelites Carsen Mutti

Over Robert Carsen gesproken: voor mij is zijn productie van Dialogues des Carmélites één van de absolute hoogtepunten in de geschiedenis van De Nationale Opera in Amsterdam.

In februari 2004 werd de productie in La Scala verfilmd en daar ben ik niet onverdeeld gelukkig mee. Mijn verdeeldheid slaat voornamelijk op de vertolking van de hoofdrol door Dagmar Schellenberger.

Nu is het niet makkelijk om de onvergetelijke Susan Chilcott (ze stierf in 2003 aan de gevolgen van borstkanker, nog maar 40 jaar oud) na te evenaren, en dat doet Schellenberger dan ook niet. In het begin irriteert ze me zelfs met haar sterke tremolo en de niet altijd zuivere noten. Maar naarmate de opera vordert wint ze sterk aan geloofwaardigheid, en door haar schitterende spel en de volledige overgave maakt ze de ontwikkeling van haar karakter zeer voelbaar. En alsof het vanzelfsprekend is, wordt ook haar zingen mooier en zachter.

Voor de rol van Madame de Croissy tekent één van de beste zingende actrices van onze tijd, Anja Silja. Haar optreden is werkelijk adembenemend, en al is haar stem niet echt zo vast meer – het past uitstekend bij de personage van een oude en doodzieke priores. Haar doodstrijd levert een ongekend spannend theater op, het is dan ook een groot verdienste van Carsen (en de rest van de cast), dat de scènes erna ons aandacht niet doen verslappen.

Muti dirigeert met verve en weet precies de juiste toon te treffen om het schrikbeeld van de revolutie en haar uitwassen in klanken te schilderen. Op zijn mooist is hij echter in de lyrische, beschouwende scènes, en het ijzingwekkende einde bereikt onder zijn handen een werkelijk bloedstollend climax. Zorg er wel voor dat u een grote zak Kleenex binnen de handbereik hebt, want u houdt het echt niet droog (Arthaus 107315).

HAMBURG, 2008

Carmelites Lehnhoff dvd

Hamburg zag de opera in 2008 in de regie van Nikolaus Lehnhoff. Zijn Blanche, Alexia Voulgaridou heeft veel weg van Liu: lief, bang maar standvastig en daarin zeer indrukwekkend.

Kathryn Harries is als Madame de Croissy nog indrukwekkender dan Anja Silja. Het acteren doet zij niet alleen met haar hele lichaam maar ook met haar perfect gevoerde stem. Haar angst is fysiek voelbaar en haar sterfscène kan niemand koud laten.

Jammer genoeg is Mère Marie van Gabrielle Schnaut niet van hetzelfde kaliber. Met de restanten van de ooit zo imponerende stem wekt zij alleen maar irritatie: geen één noot is zuiver en haar verschrikkelijke wobbel voelt als marteling voor je oren. Wat een verschil met de warme Madame Lidoine, hier onvoorstelbaar mooi en liefelijk gezongen door Anne Schwanewilms!

De enscenering is zeer simpel en er zijn amper decors, wat absoluut niet storend is. En de eindscène steekt Carsen naar de kroon. (Arthouse Musik 101494)

Meer heeft You Tube niet te bieden, helaas:

MÜNCHEN 2010Carmelites-Tcherniakov

München zou München niet zijn zonder ‘spraakmakede’ nieuwe ensceneringen die keer op keer een schandaal veroorzaken. De Dialogues des Carmélites van Dmitri Tcherniakov uit 2010 werd dan ook niet door iedereen met open armen ontvangen. Zelf vind ik de productie zeer spannend, al gaat zijn visie mij soms iets te ver.

Allereerst: vergeet de nonnen, die zijn er niet. Wel een vrouwengemeenschap, opgesloten in een glazen huis. De wereld hebben ze buiten gelaten, maar de wereld kan ze nog steeds zien en zich met hen bemoeien. Claustrofobisch.

Blanche, fenomenaal gezongen en geacteerd door Susan Gritton, heeft duidelijk psychische problemen. Haar heldendaad aan het einde vloeit voort uit dezelfde emoties als haar angst. Twee uitersten van hetzelfde probleem.

De tegenstelling tussen een kordate, hier nogal karikaturaal als een potachtige kapo neergezette Mère Marie (fantastische Susanne Resmark) en de lieve, duidelijk een andere koers ambiërende Madame Lidoine (Soile Isokoski op haar best) kan gewoon niet groter.

En o ja: vergeet de guillotine, want die is er ook niet. Tcherniakov heeft ook het einde veranderd.

Overigens: de kans dat de dvd nog te koop is, is klein. De erven Poulenc vonden de vrijheden die Tcherniakov zich heeft gepermitteerd te ver gaan en zijn naar de rechter gestapt (BelAir BAC061).

Hieronder de trailer:

PARIJS, 2013

Carmelites Py

Met Olivier Py weet je het nooit, al moet ik zeggen dat ik, op de afschuwelijke Romeo et Juliette in Amsterdam na, zijn meeste producties meestal uitstekend vind. Zo ook zijn Dialogues des Carmélites, in 2013 opgenomen in Parijs.

Patricia Petibon is een zangeres met een neiging tot chargeren, maar hier is zij volkomen op haar plaats. Kijkend naar haar krijg ik ongewild visioenen van Edith Piaf. Wat natuurlijk ontzettend goed bij de rol past: een klein, mager, verschrikt vogeltje.

Haar timbre ligt dicht bij die van Denise Duval, maar zij mist haar draagkracht en – voornamelijk – haar lyriek. Toch valt er niet te ontkennen dat de rol van Blanche haar zowat op het lijf is geschreven.

Sophie Koch vind ik een vreemde keuze voor Marie. Zij oogt veel te jong en mist het zekere overwicht en de overredingskracht, zo tekenend voor de rol. Waardoor ook het contrast met Lidoine (een prachtige Veronique Gens) niet groot genoeg is.

Rosalind Plowright is een uitstekende Croissy en Sandrine Piau een heerlijke Constance.

Py gebruikt de orkestrale tussenspelen om religieuze scènes te tonen, inclusief de evocatie van het Laatste Avondmaal en de Kruisiging. Soms een beetje “too much”, maar bij de laatste scène, met de donkere sterrenhemel krijg ik een brok in mijn keel. (Erato 0825646219537)

Hieronder de trailer:

FILM

Carmelites film

Wist u trouwens dat het verhaal van Dialogues des Carmélites in 1960 is verfilmd? In de film zijn onder anderen Jeanne Moreau als Mère Marie en Pascale Audret als Blanche te zien.

Hieronder de laatste scène:

Gianni Schicchi. Een mini discografie.

Schicchi_original_cover

De op een episode uit de Inferno uit Dante`s La divina comedia gebaseerde schurkenkomedie is een heerlijk niemendalletje waarin de personages niet voor elkaar onderdoen in hun – best aandoenlijke – semiverdorvenheid.

De opera voelt als een ontspannende ademhaling na de voorafgaande twee donkere uren gevuld met passie en moord. Het valt mij dus niet mee om Gianni Schicchi los te weken van de Trilogie waar hij bij hoort.

De komische éénakter zit bijna altijd vast aan Il Tabarro en Suor Angelica, want was het Puccini’s bedoeling niet om die drie, totaal verschillende korte opera’s tot een schijnbaar onmogelijke drie-eenheid samen te smelten? Iets, wat hem ook waanzinnig goed is gelukt, maar waar menig operabaas anders over denkt?

Vladimir Jurowski/Annabel Arden/Glyndebourne 2004

Schicchi Glyndebourne

Maar mocht u het werkje alleen willen hebben, dan kan het. En dan bent u het beste uit met de registratie uit Glyndebourne 2004 (Opus Arte OA 918 D). Ik kan u dan ook meteen geruststellen: ook in vergelijking met andere producties is deze zonder meer aan te bevelen, want:
a) onvoorstelbaar leuk en slim geregisseerd en
b) goed geacteerd en gezongen.

Felicity Palmer is misschien de beste Zita ooit. Hoe zij het woordje ‘ladro’ (dief) uitspreekt, kostelijk en onnavolgbaar!

Marie McLaughlin is een weergaloze La Ciesca, vrouw van Marco, Buoso’s zoon. Voor die twee dames alleen al is het de moeite waard om de dvd aan te schaffen.

Maar er is natuurlijk meer: Sally Matthews is een zeer prettig zingende Lauretta en Alessandro Corbelli is de vleesgeworden Schicchi.

De enige die een beetje uit de toon valt is Massimo Giordani: zijn Rinuccio had jeugdiger en onnozeler gekund.

De kostuums en het decor zijn prachtig, de slimme regie van Annabel Arden librettogetrouw en de directie van de jonge Vladimir Jurowski sprankelend en opwindend. Dat het eind sterk doet denken aan ‘Room with a view’ is lekker meegenomen.

Alessandro Corbelli als Schicchi uit de opname:

James Conlon/Woody Allen/San Francisco 2015

Schicchi Woody Allen

In 2008 was het niemand minder dan Woody Allen die Gianni Schicchi onder handen heeft genomen, het was zijn eerste (en meteen ook de laatste) operaregie. De recensies waren wisselend, maar men was vol lof over de directie van James Conlon en de vertolkers van de hoofdrollen (o.a. Thomas Allen en Saimir Pirgu). Pas bij de herneming in 2015 werd de productie door Sony (88985 315089) voor dvd opgenomen, met een geheel nieuwe cast.

Nu ben ik een echte Domingo-fanaat, maar de komische rol van de sympathieke schurk Schicchi ligt hem gewoon niet. Hij ziet er best leuk uit in zijn maffioso-outfit, maar voor die rol mist hij een paar lage noten. Nergens kan hij mij ook overtuigen als een volkse schavuit, hij zingt gewoon te serieus.

Andriana Chuchman is een aardige Lauretta, maar Arturo Chacón-Cruz is een behoorlijk ondermaatse Rinuccio. Zijn ‘Avete torto’ doet pijn aan mijn oren. Ook Meredith Arwady (Zita) is niet om over naar huis te schrijven. Jammer.

Woody Allen zelf was niet aanwezig was bij de herneming en dat is misschien de verklaring waarom ik het alles behalve grappig en/of leuk vindt.

 

 

Lorin Maazel 1977

Schicchi Sony

Voor hen die toch echt alle drie de opera’s willen hebben en nog niets op de plank hebben liggen: koop de Sony (88697-527292) opname onder Lorin Maazel en dan bent u voor de rest van uw leven klaar.

De in 1977 opgenomen Il Trittico heeft een cast om te zoenen, met een prominente plaats voor Renata Scotto, die Giorgetta en Angelica (the best ever!) voor haar rekening neemt.

De opname van Gianni Schicchi wordt -zoals het hoort – gedomineerd door Gianni Schicchi, hier vertolkt door de ongeëvenaarde Titto Gobbi. Hij zingt de rol met de restanten van zijn stem, maar die restanten zijn nog steeds onweerstaanbaar en wat hij er mee doet..  Daar wordt je stil van.

Tito Gobbi als Gianni Schicchi:

Ileana Cotrubas is een verrukkelijke Lauretta en de jonge Domingo een jeugdige en stralende Rinuccio.


Paolo GorinSchicchi-[Scheveningen-Live]-cover

En tot slot iets bijzonders. Geen idee of het nog op de markt is, maar wie zoekt …
In 1979 werd Gianni Schicchi in het Scheveningen opgevoerd, met in de titelrol in Nederland zeer geliefde bariton: Renato Capecchi. Hans Vonk dirigeerde het Rotterdams Filharmonisch en er deden een keur aan de Nederlandse zangers mee: Meinard Kraak, Lieuwe Visse en Tom Haenen.

Bella Voce heeft de eenakter op  cd uitgebracht gekoppeld aan de opnamen van Il Tabarro (met Renato Bruson, Marilyn Zchau en Vladimir Atlantov) en Suor Angelica met Pilar Lorengar en Kerstin Meijer uit Wenen

Als bonus krijgt u fragmenten van de uitvoering door de Nederlandse Operastichting, opgenomen tijdens het Holland Festival in het Stadsschouwburg in Amsterdam op 12 juli 1959. De titelrol werd ongeëvenaard gezongen door Paolo Gorin, verder horen we nog Guus Hoekman als Simone en Jo van de Meent als Zita. (BLV 107.406)

Gianni Schicchi met Paolo Gorin, daar bestaat ook een zeer bijzondere opname van op de dvd. De opera werd op 21-05-1959 in het Koninklijke Schouwburg in Den Haag gepresenteerd met in het publiek koningin Juliana, prins Bernhard, prinsessen Beatrix en Irene en als speciale gast de sjah van Perzië, Mohammed Reza Pahlawi.

Schicchi Perzie

Het geheel werd rechtstreeks live op de televisie uitgezonden en door de ‘piraten’ op video  (nu dvd) uitgebracht.

Naast Paolo Gorin ziet u Edith Martelli als Lauretta, Lidy van de Veen als Zita, Ettore Babbini als Rinuccio en Guus Hoekman als Simone. Het Orkest van de Nederlandse Opera staat onder leiding van Arrigo Guarnieri.

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE

 

Bianca, de aantrekkelijke vrouw van de koopman Simone heeft een affaire met de mooie prins Guido Bardi. Simone betrapt ze en daagt Guido uit tot een duel met degens en zwaarden om hem uiteindelijk met zijn blote handen te wurgen.  Bewonderend kijkt zijn vrouw hem aan: ” Waarom heb je mij niet verteld dat je zo sterk bent?”. Op zijn beurt wordt Simone zich bewust van de schoonheid van zijn vrouw: ”Waarom heb je mij niet verteld dat je zo mooi …”.

Zemlinsky Oscar_Wilde_portrait

Oscar Wilde

 

Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky is gebaseerd op het laatste toneelstuk van Oscar Wilde. Het begin van het stuk ontbreekt: het manuscript werd gestolen toen Wilde in de gevangenis belandde. Zemlinsky heeft het probleem opgelost door een proloog te componeren, die de liefdesscène tussen Bianca en Guido moest suggereren.

De opera, die in 1917 in première is gegaan heeft voor veel gossip gezorgd. ‘Eine autobiografische Tragödie’ kopte het Wiener  Zeitung boven het artikel van Edwin Baumgartner. Alma Mahler was not amused. Zij was er zeker van dat Zemlinsky haar affaire met Walter Groppius had verbeeld.

                           Mathilde Schönberg Zemlinsky met kind en met haar man

Het Weense publiek daarentegen dacht dat het om Schönberg en zijn vrouw Mathilde, de zus van Zemlinsky, ging. Mathilde had haar man verlaten voor de jonge schilder Richard Gerstl.

Zemlinsky Gerstl_-_Bildnis_Mathilde_Schönberg

Mathilde Schönberg met kind. Schilderij van Gerstl

Toen ze naar haar echtgenoot terugkeerde heeft Gerstl zelfmoord gepleegd, hij was toen maar 25 jaar oud.

 

Zemlinsky Gerstl

Richard Gerstl: ‘selbstporträt (nackt in ein voll figur’) uit 1908. Courtesy Leopold Museum / Neue Galerie

 

All in the family in de beste traditie, aldus.

Maar wat denkt u: mag je een fictief personage in een kunstwerk als het alter ego van zijn schepper beschouwen? De levenswandel van een componist op de door hem gecomponeerde opera projecteren? Hoe ver betrek je het leven bij de kunst?

In een brief aan Alma Mahler schreef Zemlinsky dat “een leven moest geofferd worden om het leven van twee anderen te redden”. Maar maakt dit dan meteen tot het centrale thema van deze opera, zoals veel critici schijven? Ik weet het niet.

Een ding is zeker: Eine Florentinische Tragödie laat zich beluisteren als een spannende, donkere thriller, waarin je met geen van de personages meevoelt.

Zemlinsky Tragedie Chailly

In 1997 heeft Decca de opera opgenomen in de hun inmiddels vervallen serie ‘Entartete Musik’. Riccardo Chailly dirigeerde het Koninklijk Concertgebouworkest (Decca 4551122).


In hetzelfde jaar kwam ook een (live) opname van het Keulse Gürzenich-Orchester gedirigeerd door hun toenmalige chef-dirigent James Conlon (ooit EMI).

ZemllinskyConlonFRONT-1

Beide opnamen zijn goed en ik zou waarlijk niet weten welke te kiezen. De orkestklank bij Chailly is voller en de strijkers klinken aangenamer, maar Conlon is ontegenzeggelijk spannender, wellicht omdat het live is.

De klank van het Keulse orkest is sensueler, die van het KCO donkerder. De zangers zijn bij beide opnamen aan elkaar gewaagd, al vind ik David Kuebler (Guido bij Conlon) veel aangenamer dan een beetje schelle Heinz Kruse bij Chailly.

Iris Vermillion bij Chailly klinkt mooier en warmer dan Deborah Voight bij Conlon, maar de laatste heeft dan weer meer sexappeal. In de rol van Guido is Albert Dohmen (Chailly) verreweg te prefereren boven de niet helemaal idiomatische Donnie Ray Albert.

ZemlinskyCD Jurowski

In 2010 werd Eine Florentinische Tragödie door het London Philharmonic Orchestra opgenomen onder zeer inspirerende leiding van Vladimir Jurowsky (LPO-0078). Albert Dohmen is weer van de partij: zijn Simone klinkt nog indrukwekkender dan op Decca.

Sergey Skorokhodov is een ‘lulletje rozenwater’ Guido, met geen mogelijkheid tegen de macho Dohmen opgewassen. Zeg maar: een don Ottavio die het tegen Hunding gaat opnemen. Heike Wessels (Bianca) is een vergissing.


Op You Tube zijn er inmiddels veel (fragmenten) van de live uitvoeringen van de opera te vinden, o.a. uit Lyon:

Frühlingsbegräbnis, de cantate die Zemlinsky in contact bracht met Alma Mahler


Zemlinsky cantate fruhling

 

Van die cantate bestaat (bestond?) een hele mooie uitvoering door het Gürzenich-Orchester uit Keulen onder leiding van James Conlon, met als solisten de sopraan Deborah Voight en de bariton Donnie Ray Albert.  Ik vind het werk schitterend, het doet mij in de verte denken aan Ein Deutsches requiem  van Brahms. De cantate was ooit gekoppeld aan meer onbekende werken van Zemlinsky, die hier allemaal hun plaatpremières beleefden: Cymbeline – suite, naar de tekst van Shakespeare en Ein Tanzpoem. Helaas…. Zelfs You Tube heeft de opname van de internet weggehaald, dus tweedehands (of een vriend die het in zijn bezit heeft om een kopie vragen) blijft de enige optie.

Merkwaardig genoeg staat Frühlingsbegräbnis door Conlon wél op Spotify, maar dan in combinatie met Psalms en Hochzeitgesang in een totaal andere  uitvoering:


Op Spotify kunt u ook de opname onder Antony Beaumont te beluisteren. De uitvoering is minder mooi dan die van Conlon maar beslist niet slecht:

 


Cymbeline van Conlon is wel op You Tube te vinden:

James Conlon over Zemlinsky (en Ullmann):

“De muziek van Alexander Zemlinsky en Viktor Ullmann bleef decennia lang verborgen door de nasleep van de vernietiging, aangericht door het beleid van het nazi-regime […] Volledige erkenning van hun werken en talent ontbreekt nog steeds, meer dan 70 jaar na hun dood […] Hun leven en persoonlijke geschiedenissen waren tragisch, maar hun muziek overstijgt het allemaal. Het is aan ons om hun verhaal te waarderen in zijn volle historische en artistieke context.”

Geraadpleegde literatuur:
Antony Beaumont: Zemlinsky
Michael Haas: Forbidden Music. The Jewish Composers banned by the Nazis

Zie ook

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: ‘Du bist mein Eigen’

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden