opera in de bioscoop

Brett Dean’s Hamlet Live in HD

Tekst: Peter Franken

De Australische componist Brett Dean (1961) heeft zich gewaagd aan zo mogelijk Shakespeare’s beroemdste titel en zo bestaat er nu eindelijk een eigentijdse operaversie van dit toneelstuk, na die van Thomas uit 1868. Deze grand opéra moet de toeschouwer volledig uit het hoofd zetten maar de vergelijking met Shakespeare kan zonder meer worden gemaakt.

Samen met librettist Matthew Jocelyn heeft Dean het stuk teruggebracht tot 12 scènes waarin het taalgebruik zoveel als voor een hedendaags publiek mogelijk het origineel probeert te benaderen. Het resultaat is een boeiend stuk muziektheater, bij vlagen zelfs erg spannend ook al weet iedereen natuurlijk al wel hoe het gaat aflopen. De productie die vanuit de Met werd vertoond op 4 juni is een overname van Glyndebourne waar de opera in 2017 in première ging. De cast is grotendeels dezelfde gebleven met tenor Allan Clayton in de titelrol.

Trailer uit Glyndebourne;

Zijn Hamlet is van meet af aan een complete outsider, benadrukt door zijn afwijkende kleding. In de openingsscène zien we hem aan een banket met alle aanwezigen gekleed als ware het een feest in Monaco ten tijde van Rainier en Grace. Clayton loopt erbij alsof hij toevallig is komen binnenwandelen, geheel in het zwart met een korte overjas. En onmiddellijk gaat hij zingend en spelend in overdrive, bij vlagen zoals we dat kennen van iemand als Michael Wilmering. Hij schoffeert de binnenkomende Claudius en Gertrude, zijn stiefvader en moeder, en banjert over de gedekte tafel tot verbijstering van de gasten die eraan zijn gezeten.


De toon is volledig gezet, Hamlet is behoorlijk van het pad, zozeer dat zelfs het schuldige koningspaar zich niet goed kan voorstellen waar dat door komt. Immers, er gaan toch altijd vaders dood, zo werkt de natuur. En dat zijn moeder met haar zwager is getrouwd is slechts een oud bijbels gebruik, get over it.

In een volgende scène met zijn vriend Horatio, mooie rol van Jacques Imbrailo die hier vooral door zijn kapsel het evenbeeld van Britten lijkt, kalmeert Hamlet een beetje. Jocelyn laat hem hier als een soort terzijde een paar bekende citaten uit het toneelstuk debiteren, om er maar vanaf te zijn. Immers, het publiek verwacht toch ook een stukje authentiek Shakespeare.

Alan Clayton (Hamlet) zingt ‘To be or not to be’:

Het verschijnen van de geest van zijn vader is de opmaat voor de fatale afloop. Niet alleen is er nu sprake van onvermogen met de nieuwe situatie om te gaan, zijn geliefde moeder in bed met een ander dan zijn vader, alsof zijn eigen plek ingenomen. Maar ook de kennelijke moord die eraan vooraf ging, zijn moeder als medeschuldige, de roep om wraak.

Hamlet geraakt in een existentiële crisis waaruit hij zich aanvankelijk een weg probeert te banen ten koste van Ophelia. Ze was zijn vriendinnetje, later zijn partner. In haar waanzin aria windt Ophelia er geen doekjes om, ze deelden al langer het bed, alleen een huwelijk was er nog niet van gekomen. En nu stoot hij haar af: ga naar een nonnenklooster. Ik heb nooit van je gehouden. Het levert een prachtige scène op tussen die twee, waarin Brenda Rae zich niet onbetuigd liet als de verstoten geliefde.

De muziek is modern tonaal, doorontwikkeld Britten met een flinke dosis Adès. Ophelia krijgt natuurlijk een reeks stratosferische noten te zingen maar daar heeft Rae geen moeite mee. Verder is er echter van onnodig hoge noten geen sprake, de zangers kunnen op dat punt redelijk binnen hun comfortzone blijven.

Maar goed ook want acterend wordt er nogal wat van hen gevergd. Vooral voor Hamlet is het een tour de force, in 10 van de 12 scènes staat Clayton op het toneel. Door de close ups krijg je goed te zien wat hij allemaal in zijn spel legt, lijkt soms wel een zwijgende versie van iemand met Tourette.

Muzikaal is het erg gevarieerd, vaak dreigend maar soms ook onbekommerd vrolijk. Als het theatergezelschapje opkomt klinkt er accordeon muziek en dat wordt later in een andere scène nog eens herhaald. Door musici links en rechts op de balkons te plaatsen komen ontregelende klanken uit alle hoeken zo lijkt het. In de bioscoop was dat ook prima te horen.

Ongebruikelijke instrumenten zoals een tam tam, schuurpapier en een knikker in een kom werken vervreemdend. Evenals een achtkoppig koortje in de orkestbak dat een woordloze vocale bijdrage levert als waren het een extra instrument.

Jocelyn biedt veel ruimte aan de bijfiguren die in de Hamlet van Thomas geen plaats hebben gekregen. Zo is er een soort Jansen en Jansen act van Rosencrantz en Guildenstern, twee countertenors die bestudeerd asynchroon steeds hetzelfde willen zingen, leuke rollen van Aryeh Nussbaum Cohen en Christopher Lowrey. Verder William Burden als de van zichzelf vervulde Polonius wiens dood de fatale afloop inluidt.

David Butt Philip haalde werkelijk alle uit de rol van Laertes die Hamlets dood wenst om die van zijn vader en zuster Ophelia te wreken. Het leidde tot een bloedstollend degengevecht tussen die twee dat voor een leek niet van echt te onderscheiden was. Gevechtscoach Nicholas Hall moet er zijn handen vol aan hebben gehad.

John Relyea vertolkte zowel de geest van Hamlets vader als de leider van de toneeltroupe en de grafdelver. Vooral in die tweede rol vond ik hem uitblinken.

En het malafide koningskoppel kwam voor rekening van Rod Gilfry en Sarah Connolly. Gilfry was als Claudius op zijn best in de scène waarin hij samenzweert met Laertes en Connolly in de scène met Hamlet als hij haar confronteert met haar medeplichtigheid aan zijn vaders dood. In plaats van die man neer te steken wordt zoals bekend de meeluisterende Polonius het slachtoffer van Hamlets adrenaline stoot.

Regisseur Neil Armfield werd bijgestaan door Raph Meyers (decor), Alice Babidge (kostuums) en Jon Clark (licht). Maar een speciale vermelding verdient hier ‘movement director’ Denni Sayers voor de wijze waarop hij Hamlet als een bijna ongeleid projectiel liet rond stuiteren maar vooral voor de choreografie van Ophelia’s madscene. Fenomenaal wat hij met Brenda Rae ervan had weten te maken. Zij zong met het gemak van een Zerbinetta en bewoog als Rosalba Torres Guerrero, de danseres die door Warlikowski in meerdere opera’s werd gecast (The Bassarids, Lulu).

Brenda Rae (Ophelia) in haar ‘madscene’:

Het orkest van The Met leek zich goed thuis te voelen in Deans partituur, mede dankzij de prima leiding van dirigent Nicholas Carter. Het was een bijzondere avond.

Trailer:


_

Opera in Tuschinski: tweede operahuis van Nederland?

Dit artikel is geschreven in Maart 2013

De benaming ‘tweede operatheater van het land is natuurlijk vergezocht, maar er zit zeker iets in. Het ligt niet alleen aan het aanbod – er zijn veel meer bioscopen in Nederland die de operavoorstellingen uit de Met rechtstreeks uitzenden. Het is de entourage en de sfeer die maken dat je je inderdaad in een echt operahuis van allure waant.

Ik twijfel er niet aan dat u allemaal weet wie Abraham Tuschinski (Brzeziny, Polen, 14 mei 1886 – Auschwitz, 17 september 1942) was. De, door hem opgerichte en naar hem genoemde bioscoop is één van de mooiste bioscopen ter wereld. Zo niet de mooiste.

Het geheel in Art Deco (maar de Amsterdamse School en de Jugendstil doen er ook aan mee) gebouwde bioscoop is een lust voor het oog en ik ken mensen die er alleen gaan om zich in de schoonheid te kunnen laven.

I

In oktober 2009 is Tuschinski met de opera uitzendingen begonnen en ze doen het geheel in stijl. Er wordt een rode loper uitgerold, je kaartjes worden door twee in een rode livrei gestoken mannen gecontroleerd en de champagne staat klaar.


Ze hebben ook hun eigen ‘Uitzending gemist’. Op zondagochtenden kan je terecht bij Encore, waar je de door jou gemiste opera alsnog kan zien. Of terugzien, wat ook vaak gebeurt.

Tijdens de uitzending van Francesca da Rimini zaterdag 16 maart 2013 heb ik met enkele betrokkenen gesproken

Leon Spee, service manager van Tuschinski:
“Nee, ik ben geen ‘opera-avondenspecialist’, ik doe meer dan opera alleen. Of ik ooit een opera heb gezien? Nou… nee… eigenlijk nooit. Tijdens de uitzendingen ben ik aan het werk, ik moet er echt voor zorgen dat alles soepel en goed verloopt en dat iedereen tevreden is. Maar ik hoop wel dat het er ooit van komt.

De opera-avonden lopen waanzinnig goed. Zodra de ticketverkoop van start gaat, staan er al om vijf, zes uur ’s ochtends rijen voor de bioscoop. Gewapend met matrassen, stoelen, koffiekannen wachten ze de opening van de kassa’s geduldig af.

Het aantal operabezoekers per avond is enorm. Normaal hebben we ongeveer 770 toeschouwers in de grote zaal. Vanavond verwachten wij tussen de 400 en 450 gasten. De aankleding vinden we heel erg belangrijk, vandaar ook dat we er veel aandacht aan besteden. Iedereen wordt verwelkomd met een glas prosecco en in de pauzes serveren we wijn en frisdranken.

De Encore wordt nog beter bezocht dan de rechtstreekse uitzendingen. Het is natuurlijk veel goedkoper, maar je krijgt niet de allure, wat er toch een beetje bij hoort, denk ik.

Of we ook voorstellingen uit andere operahuizen gaan uitzenden? Daar is best veel vraag naar, dus we zijn in onderhandeling, maar het antwoord moet ik u nog schuldig blijven. In ieder geval nog niet het volgende seizoen.”

Bo van der Meulen, een operakenner en producent, verzorgt al jaren de inleidingen:
“Een inleiding op het toneel duurt een klein half uurtje en ik probeer het zo toegankelijk mogelijk te doen. Ik bereid mij best lang voor. In de meeste gevallen ken ik de opera’s goed, dus naar de gewone achtergronden hoef ik geen onderzoek te doen. Ik probeer in rare archieven te duiken om met verrassende weetjes te komen.

De eerste jaren vertelde ik ook nog de hele inhoud van de opera, maar ik beperk me nu meestal tot de ontstaansgeschiedenis en de achtergronden. Meestal vermeld ik ook wel Nederlandse zangers die rollen in de betreffende opera’s gezongen hebben en welke cd- of dvd-opnames aan te bevelen zijn. Ik probeer ook altijd wat anekdotes en oude artikelen of recensies op te sporen.

Soms bekijk ik de opera’s eerder al in New York, zeker als het om een nieuw werk gaat, zoals The Enchanted Island. Verder plaats ik informatie op de Facebook-pagina van Opera Tuschinski en is mijn rol ook een beetje die van gastheer namens Tuschinski geworden. Dus ik sta na afloop ook iedereen een goede avond te wensen.”

Facebook:

Opera Tuschinski is inmiddels ook op Facebook een begrip geworden.

https://www.facebook.com/groups/operafamilie/?fref=ts

De oprichtsters zijn Lieneke Effern en Monique ten Boske. De groep telt momenteel 85 leden.Je mag je zelf aanmelden, maar één van de beheerders moet wel goedkeuring verlenen. Dit is met het oog op spammers.

Lieneke Effern:
“Eerlijk gezegd weet ik niet precies hoe lang de FB pagina Tuschinski bestaat, een jaar of twee, denk ik. De oprichting heeft veel te maken met de unieke locatie waar wij de opera´s zien. Het idee van de pagina komt van Monique en ik probeer de info te verzorgen

Het leek ons leuk om mensen via de pagina met elkaar in contact te brengen, maar vooral om informatie te delen over de uitvoeringen. Mensen kunnen er ook kaartjes proberen te verkopen of ruilen.”

Monique ten Boske:
“Ik ga graag naar de opera, live bij voorkeur, maar de uitzendingen in Tuschinski zijn wel het op één na de beste, het is een bijna live ervaring! Geweldige zangers en dito uitvoeringen, interviews en natuurlijk de close ups. En dat in een zaal met een super sfeer en gezellige mensen.

Als ik op vakantie ben, ga ik daar ook naar de uitzending, wetende dat mijn moeder in Groningen en mijn operavrienden in Amsterdam op dat moment naar dezelfde voorstelling zitten te kijken. Het komt regelmatig voor dat we om één uur s’ nachts nog even bellen, want het gevoel bij een bioscoopuitzending is soms net zo heftig als die bij een live-opera.”

Francesca da Rimini

Die zaterdag werd één van mijn geliefde opera’s, Francesca da Rimini van Zandonai uitgezonden. Het einde van de eerste akte is een lange, uitgesponnen liefdesduet zonder woorden. Op het moment dat de cello’s aanzetten weet je al dat het niet goed komt. En het komt niet goed.

In de prachtige enscenering van Piero Faggioni ontvouwde zich een renaissance drama van jewelste. De uitvoering was zonder meer uitstekend, maar deed mij de legendarische productie met Renata Scotto en Plácido Domingo niet vergeten.

Boeiende Akhnaten in de serie Live from the Met

Tekst: Peter Franken

akhnaten3

© Karen Almond / Met Opera

In 2016 ging bij ENO een nieuwe productie van Akhnaten in première in een enscenering van Phelim McDermott, die na enige omzwervingen in 2019 de Metropolitan Opera wist te bereiken en recent in de bioscoop te zien was in de serie Live from The Met.

Akhnaten is Glass’ derde opera na Einstein on the beach en Satyagraha. Met dit werk is Glass  geëvolueerd tot postminimalist. Harmonie en melodie spelen in vergelijking met die eerdere werken een grotere rol, wat Akhnaten een meer herkenbaar operakarakter geeft. Daar komt bij dat hij een compleet symfonisch orkest gebruikt – weliswaar zonder violen, maar wel met alle andere strijkers – waardoor een vol klinkende begeleiding mogelijk wordt.

Akhnaten is gebaseerd op een historische figuur, de Egyptische farao die beter bekend is onder de naam Echnaton. Van deze heerser bestond tot voor kort een betrekkelijk romantisch beeld. Hij zou een utopist zijn geweest die in de veertiende eeuw voor onze jaartelling een geheel nieuw begin had proberen te maken op politiek, cultureel, maatschappelijk en religieus gebied. Echnaton verplaatste de hoofdstad van Thebe (aan de Nijl) naar een enige honderden kilometers noordelijk daarvan gelegen plek (nabij het huidige Minia) waar in korte tijd een compleet nieuwe stad uit de grond werd gestampt.

De overblijfselen van dit Tell el Amarna spreken zeer tot de verbeelding, maar zijn objectief gezien een bezoek nauwelijks waard. Echnatons opvolgers hebben er alles aan gedaan om zijn herinnering uit te wissen.

Glass schreef zijn opera in een tijd dat dit romantische beeld nog opgeld deed. Vandaag de dag ziet men Echnaton meer als een farao die een politieke strijd voerde met de heersende priesterklasse rond de god Amon. Door daar de zonnegod Aton tegenover te stellen probeerde hij dit blok aan zijn politieke been kwijt te raken. Neveneffect was het begin van een cultus rond Aton, die later op last van de farao tot de enig ware god geproclameerd werd. Hiermee deed religieuze onderdrukking vermoedelijk voor het eerst in de geschiedenis van de mens zijn intrede.

Akhnaten-foto-Karen-Almond-Met-Opera-768x580

© Karen Almond / Met Opera

Akhnaten laat de regeerperiode van Echnaton zien in een aantal losse scènes, beginnend met de begrafenis van zijn voorganger Amenhotep III. In een volgende scène kondigt de nieuwe farao in aanwezigheid van zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, en zijn moeder Tye het begin van een nieuw tijdperk aan. Vervolgens wordt de sluiting van de tempel van Amon uitgebeeld en daarna de inhuldiging van de nieuwe stad. We maken een sprongetje in de tijd (de totale regeerperiode van Echnaton bedroeg slechts zeventien jaar) en zien de koninklijke familie in isolement, vervreemd van de onderdanen. Na een opstand wordt de farao gedood en zijn familie verdreven.

Om de gang van zaken een beetje begrijpelijk te maken, is het personage Amenhotep als verteller ingezet. Deze draagt in het Engels teksten voor die zijn ontleend aan originele documenten uit de betreffende periode. Voor het overige gebruikt het werk de oude talen Egyptisch, Akkadisch en bijbels-Hebreeuws.

akhnaten-break-1600x685_

© Karen Almond / Met Opera

McDermott’s productie bleek een groot opgezet geheel met talloze figuranten waaronder een twaalftal jongleurs die eindeloos met ballen in de weer waren. Alleen in de tweede akte hadden ze een functie in de handeling toen ze jonglerend met kegels als het ware betrokken werden bij de implementatie van Akhnatens revolutie. Zeer veel aandacht voor de kostuums, veel Egyptische accenten zonder in etnografische flauwekul te belanden.

Counter tenor Anthony Roth Costanzo gaf een prachtige vertolking van de gedoemde Akhnaten, de farao die door zijn opvolgers als het ware uit de geschiedenis is gewist maar via een omweg middels de ontdekking van het graf van zijn zoon Toetanchamon een revival beleefde. Zijn belangrijkste moment kwam in de vierde scène van de tweede akte, waar hij de hymne aan de god Aton ten gehore bracht. Anders dan de overige zangteksten was de taal hier die van het publiek: Engels. Deze originele tekst van Echnaton is het kernpunt van de gehele geschiedenis en het hoogtepunt van de opera.

Akhnateng-jnai-bridges-slide-5PND-mobileMasterAt3x

In her dressing room at the Metropolitan Opera, the mezzo-soprano J’Nai Bridges adds the finishing touch to her first costume for her role as Nefertiti in Philip Glass’s 1983 opera “Akhnaten.”Credit…Matthew Novak

Zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, was in handen van J’Nai Bridges. Feitelijk komen alleen de farao en de verteller solo aan het woord, de rest zingt in kleine koortjes. Individuele prestaties zijn daardoor lastig te beoordelen.

Akhnaten James

© Karen Almond / Met Opera

Het personage Amenhotep kwam voor rekening van de acteur Zachary James, een boomlange man die behalve opera ook de spreekrol van Lurch in The Adams Family op zijn cv heeft staan. Na de moord op zijn zoon nam hij diens lichaam in zijn armen bij het uitspreken van zijn afsluitende tekst, een mooi moment.

De muzikale leiding was in de zekere handen van Karen Kamensek, een Glass specialist.

Gedenkwaardige Adriana Lecouvreur uit de Met

In de serie Live from the Met werd zaterdag 12 januari Cilea’s Adriana Lecouvreur uitgezonden. Met een topcast in een klassieke productie werd het een gedenkwaardige avond. Peter Franken doet verslag.

adriana_lecouvreur aleardo_villa_-_

Francesco Cilea is een van die operacomponisten die hun bekendheid danken aan een enkel werk, in zijn geval Adriana Lecouvreur. De opera ging op 26 november 1902 in Milaan in première. In 1904 was er een reeks opvoeringen in Londen. Na een onderbreking van een eeuw stond de opera aldaar in 2010 weer op het affiche met Angela Gheorghiu en Jonas Kaufmann. Het betrof een coproductie van ROH, Wenen, San Francisco, Liceu en Bastille. Later heeft de Met zich daar nog bijgevoegd waar de productie dit seizoen première heeft. Het wachten is nu uiteraard op DNO om deze rij compleet te maken.

Adriana is een mooi voorbeeld van een bijna vergeten opera die plotseling in de belangstelling komt te staan doordat meerdere huizen zich er over ontfermen. Uiteraard is dat geen artistiek altruïsme maar veeleer een tactiek om de kosten te drukken en het risico te spreiden.

adriana freni

Dat wil overigens niet zeggen dat het werk nooit eens ergens te zien was. La Scala heeft het al decennia op het repertoire en bij tijd en wijle wordt het weer eens ten tonele gevoerd. Zo ook in 2007 met Daniela Dessi en Fabio Armilliato in de hoofdrollen. Deze productie uit de jaren ’80 is op dvd verkrijgbaar met Mirella Freni in de titelrol. Het was mijn eerste bezoek aan La Scala en ik heb er mooie herinneringen aan.

Uiteraard was Adriana ook te horen in de ZaterdagMatinee. In 1965 vertolkte Magda Olivero de titelrol en zelfs op cd is te horen hoe prachtig ze kon acteren dat ze dood ging.

adriana magda

Magda Olivero als Adriana

En in 2006 stond Nelly Miricioiù als Adriana op het toneel, haar revanche na de mislukte Norma bij DNO het jaar daarvoor.

adriana nelly

DE OPERA

adriana schilderij

Charles Antoine Coypel: Adrienne Lecouvreur en Cornélie (1726)

Adriana Lecouvreur is een gevierd actrice aan de Comédie Francaise, zo rond 1700. Zij is verliefd op een officier uit het gevolg van de graaf van Saksen, die in werkelijkheid de graaf zelf is. Deze probeert zich tot koning van Polen te laten kronen en heeft daar Franse hulp bij nodig. Daartoe maakt hij de invloedrijke Prinses van Bouillon het hof.

De Prins van Bouillon heeft zo zijn eigen besognes, hij is regelmatig aan de Comédie vanwege zijn maîtraisse Duclos, een collega van Lecouvreur. Verder is hij een gevorderd amateur chemicus die een vluchtig poeder heeft weten te maken dat bij inademing delirium en een snelle dood tot gevolg heeft.

Gaandeweg komt Adriana achter de ware identiteit van haar officier en ontdekt de prinses dat ze haar aanbidder moet delen met een ander, en nog wel een actrice. Dat geeft uiteraard problemen en die leiden uiteindelijk tot Adriana’s dood. De gimmick in het verhaal is een bosje viooltjes. Adriana geeft het aan Maurizio, deze geeft het op zijn beurt aan de Prinses. In de laatste akte ontvangt Adriana een kistje met daarin de verlepte viooltjes. Deze zijn vergiftigd met het poeder dat de Prinses van haar echtgenoot heeft ‘geleend’. Als Adriana  deze aan haar lippen brengt, wordt ze onwel en sterft kort daarna.

Kort na het begin van de handeling zingt Adriana Io sono l’umile ancella waarin zij aangeeft slechts de nederige dienares van de kunst te zijn. De muzikale lijn van deze aria vormt zo ongeveer de enige pijler waarop de rest van het werk rust.

Cilea heeft zeer pakkende muziek gecomponeerd die de handeling uitstekend ondersteunt, maar melodisch is het niet zeer gevarieerd. Aan het einde zingt Adriana nog de tweede hit waar de opera om bekend staat, Poveri fiori als ze de verlepte viooltjes aanschouwt en zodoende wordt herinnerd aan het verlies van haar minnaar Maurizio. Adriana Lecouvreur staat daarom ook wel bekend als de opera met de twee hits.

 

DE UITVOERING

adriana-lecouvreur-43
De productie van David McVicar is uiterst conventioneel, een kostuumdrama geheel volgens het libretto. Dat lijkt de kant te zijn die McVicar meer en meer op gaat, zeker ook getuige zijn Anna Bolena en Maria Stuarda in de Met. Toch wel tamelijk verrassend als je terugdenkt aan zijn eerdere werk zoals Glyndebourne’s Giulio Cesare (de “Bollywood productie”) en ROH’s Salome. Nou kan Adriana het wel hebben, dat kostuumdrama, aangezien er sprake is van een toneel (Comédie Francaise) op het operatoneel en dat werkt beter als de acteurs niet van kostuum hoeven te wisselen als ze van het ene toneel op het andere stappen.

Het ballet in de derde akte is muzikaal niet echt een hoogtepunt en zou wat mij betreft wel geschrapt mogen worden. Het werd uitgevoerd als een parodie op klassiek ballet met een hoop gedoe met linten en draden. Voor de verhaallijn is het niet essentieel, de confrontatie van Adriana met de Prinses wordt er slechts door onderbroken zonder dat er iets aan wordt toegevoegd.

adriana-confrontation

Anna Netrebko looks on jealously at Piotr Beczała kissing Anita Rachvelishvili’s hand in Adriana Lecouvreur.
(© Ken Howard)

Piotr Beczala  gaf een uitstekende vertolking van Maurizio, gevangen in een conflict tussen zijn ambitieuze manipulerende publieke kant en zijn naar echte liefde verlangend private zijde.

adriana anna

© Ken Howard

Anna Netrebko overtuigde als Adriana, haar acteren was van grote klasse en haar twee hits voldeden geheel aan mijn verwachtingen. Anita Rachvelishvili is haar ideale tegenspeelster. Eerder dit seizoen stonden beide dames elkaar in Aida ook al naar het leven als rivalen in de liefde, als respectievelijk Aida en Amneris. Ook nu was het vuurwerk tijdens hun vocale en verbale uitwisselingen. De typering  catfight was hier zeker op zijn plaats.

Hieronder Anna Netrebko (Adriana) en Anita Rachvelishvili (Prinses van Bouillon) in een fragment uit de tweede acte, gefilmd tijdens de final dress rehearsal:

Rachvelishvili gaf zeer geloofwaardig gestalte aan de invloedrijke vrouw die behalve de obligate abt als cicibeo ook nog een serieuze aanbidder heeft en daarbij berekening verwart met liefde.

adriana2

Ambrogio Maestri (center) plays stage manager Michonnet, and Patrick Carfizzi (left) plays Quinault in Adriana Lecouvreur.
(© Ken Howard)

Nog niet genoemd is de figuur van Michonnet, de oudere regisseur die net als Hans Sachs voor Eva een “vaderlijke” belangstelling heeft voor zijn jonge protegée Adriana en tegen het einde zichzelf moet overtuigen van het feit dat hij toch echt te oud voor haar is. Ambrogio Maestri was een mooie typecast in deze rol.

Maurizio Murano als Prins van Bouillon en Carlo Bosi als de abbé zorgden voor comic relief in de eerste akte met hun optreden als duo List en Bedrog. In de derde akte vervulde de abbé meer de rol van het doorratelende speeltje van de Prinses culminerend in de scène waarin ze hem haar waaier in de mond propt om hem het zwijgen op te leggen. Mooi detail.

adriana-act-last

Anna Netrebko and Piotr Beczała, The final scene (© Ken Howard)

De muzikale leiding was in handen van Gianandrea Nosedo die kan terugkijken op een buitengewoon geslaagde voorstelling. Het moet een waar genoegen zijn om te kunnen werken onder deze omstandigheden: een uitstekend orkest en een gedroomde cast. Het is te hopen dat er een video opname beschikbaar komt volgende jaar. Deze Adriana verdient het om bewaard te worden voor komende generaties operaliefhebbers.

Beczala en Netrebko:

Tekst: Peter Franken

Daniela Dessì schittert als ADRIANA LECOUVREUR