Jonas Kaufmann

Mijn haat-liefde verhouding met Fidelio van Beethoven

Fidelio18140523

Ik heb een haat-liefde verhouding met ‘Fidelio’. Enerzijds vind ik het een opera van niets, anderzijds kan ik immens genieten van de ouverture. Of van het kwartet in de eerste acte – mits goed uitgevoerd een hemels stukje muziek.

Harnoncourt (Teldec 4509-94560-2)

Fidelio Harnoncourt cd

Bijzonder fraai vind ik de opname die Nikolaus Harnoncourt in 1995 heeft gemaakt met het Chamber Orchestra of Europe. Charlotte Margione is een fantastische Leonore en Peter Seiffert (Florestan) klinkt als een jonge god. Ook de jonge (ja, vergist u niet! Don Ferrando is jong!) Bo Skovhus zingt op een zeer natuurlijke manier de edelmoedige Minister. Ook Sergei Leiferkus (Don Pizarro) is hier veel beter op zijn plaats dan in de opera’s van Verdi.

Een beetje triest word ik als ik de namen van László Polgár (Rocco) en Deon van der Walt (Jaquino) terug zie: Polgár, een niet alleen in Amsterdam zeer beminde zanger, is in september 2010 plotseling overleden. En Deon van der Walt werd in november 2005 (wie zegt dat het leven geen opera is?) door zijn eigen vader doodgeschoten. Het orkest is zeer transparant en heerlijk luchtig, iets dat ik als zeer prettig ervaar.


Barenboim (Teldec 3984-25249-2)

fidelio barenboim

Nou kunt u zeggen: Fidelio luchtig? Ik wil juist donder en hemelslag! Dat kan. In dit geval kunt u het beste naar Daniel Barenboim grijpen. Hier is niet alleen het orkest (Staatskapelle Berlin) van bijna Wagneriaanse afmetingen, de zangers: Waltraud Meier (Leonore), Plácido Domingo (Florestan), Falk Struckman (Don Pizarrro), René Pape (Rocco), Kwangchul Youn (Don Fernando) zijn het ook.

Heerlijk lyrisch (maar toch zwaarder bezet dan gebruikelijk) daarentegen zijn de rollen van Jaquino (Werner Güra) en Marzelline (Soile Isokoski). De tempo’s zijn gedegen maar nergens slopend en Barenboim dirigeert met verve.


Elder (GFOCD 004-06)

Fidelio Eldet

Er is ook helemaal niets mis met de uitvoering uit 2006, in Glyndebourne live opgenomen voor de eigen label van het Festival. Anja Kampe maakte er haar enthousiast ontvangen debuut als Leonore. Terecht. Zelden of nooit hoor je die rol zo mooi lyrisch, zo breekbaar gezongen, waardoor Leonore nog meer ons respect voor haar heldhaftige handelingen verdient. In de gesproken dialogen toont Kampe zich bovendien een actrice van formaat.

Ik ben geen grote fan van Torsten Kerl (Florestan), maar hij zingt zijn grote aria echt fantastisch. Lisa Milne (Marzelline) heeft mijn hart gestolen met haar heerlijke sopraan en ook de rest van de bezetting is fantastisch. Mark Elder dirigeert het prachtig spelende London Philharmonic Orchestra met een grote intensiteit.

Het is bijzonder jammer dat de productie niet op DVD is verschenen, want in alle recensies werd de regie van Deborah Warner lovend besproken. Maar ook zonder visie valt er waanzinnig veel te genieten.

Ook de verpakking oogt zeer fraai: de twee cd’s zitten ingeklemd in een soort boekwerk met een harde kaft, met, behalve het libretto, veel repetitie- en voorstellingfoto’s

Harnoncourt (Arthaus 107111)

Fidelio kaufmann

Ook op dvd is de keuze best groot. In 2004 al (!) heeft Jonas Kaufmann Florestan gezongen, in Zürich onder leiding van Nicolaus Harnoncourt. De dirigent heeft zijn visie hoorbaar veranderd en het orkest klinkt zwaarder dan op Teldec. Hij geeft ferm aan en begint heel erg snel, om daarna toch tot bedaren te komen. Ik vind het allemaal te afgemeten, te strak … Althans voor mij.

De regie is in handen van Jürgen Flimm en voor zijn doen laat hij tamelijk realistische beelden zien, soms misschien zelfs ‘te’. Een leuk weetje: Flimm heeft ook de regie en supervisie van de dialogen voor de Teldec-opname uit 1994 gevoerd.

Lászlo Pólgár is een prachtige Rocco. Ik betwijfel of hij in de rol (fysiek dan) helemaal idiomatisch is, zeker met een (zeer zwakke) Elisabeth Magnus als zijn dochter, maar ach, die man terug te kunnen zien!

Camilla Nylund is een beetje een onderkoelde Leonore, maar Kaufmann is onweerstaanbare Florestan.

Haitink (Opus Arte BD OA7040)

Fidelio Haitink

Alweer in Zürich, maar dan vier jaar later werd er alweer een nieuwe productie van ‘Fidelio’ (ze zijn er blijkbaar gek op) gepresenteerd. Het Zürcher Orkest wordt zeer liefdevol gedirigeerd door Bernard Haitink, maar ja – hij is ook met zijn Beethoven’s zowat vergroeid.

Hij heeft er ook over nagedacht: hij vindt de ideeën achter de muziek veel sterker dan welke politieke labels dan ook. Actualisering zou hem de worst wezen, want de muziek zelf is doorschijnend, transparant en warm.

Teruggrijpend naar de Mahleriaanse traditie zet hij ‘Leonore III’ in de tweede acte. Wel is hij een beetje aan de trage kant.

De regie van Katharina Thalbach en de aankleding van Ezzio Tofolutti zijn zeer realistisch, wat naadloos sluit bij de ideeën van Haitink, maar de kostuums zijn van alles wat. De dialogen zijn ietwat ingekort, wat ik niet echt als een gemis beschouw.

Lucio Gallo is voor mij een misbezetting. Hij zet Don Pizzaro neer als een Italiaanse maffiabaas, maar dan een zoals je ze alleen maar in de bioscoopfilms tegenkomt. Hij chargeert dat het een lieve lust is en zijn stem heeft niet het juiste timbre voor die rol.

Alfred Muff is als Rocco beter op zijn plaats dan als Pizzaro vier jaar eerder, maar ook hij heeft zijn beste tijd gehad. Melanie Diener (Leonore) zingt zeer adequaat, op haar acteren kan ik ook weinig aanmerken, maar zij kan mij geen seconde als man overtuigen.

Robberto Saccà vind ik een geweldige Florestan. Lyrischer dan we doorgaans gewend zijn, maar dat vind ik geen probleem. En al ziet hij er niet uitgemergeld uit, met zijn fantastische acteervermogen kan hij veel suggereren. Ik ben de zanger ook steeds meer gaan waarderen.

LOHENGRIN. Discografie

Lohengrin August von Heckel, Neuschwanstein

August von Heckel: Aankomst van Lohengrin; Neuschwanstein, woonkamer van de koning, 1882/83

Voor mij, absoluut geen Wagneriaan, staat Richard Wagners Lohengrin samen met zijn Tannhäuser op eenzame hoogte: ik krijg er nooit genoeg van. Geen wonder dat mijn Lohengrin-plank goed gevuld is. Een selectie van aanraders en afraders.

CD’S

GEORG SOLTI

Lohengrin solti

Mijn geliefde cd-opname is die onder leiding van Georg Solti (Decca 4210532), voornamelijk vanwege de dirigent. Het begint al met de ouverture: zeer mysterieus en toch met beide voeten in de aarde. Zeer gevoelig, maar ook nadrukkelijk echt zonder sektarisme; hier geen Hare Krishna, maar ook geen Halleluja.

Vóór hij Lohengrin ging opnemen, had Domingo zich al bijna twintig jaar op zijn rol voorbereid (hij zong hem al 1968 in Hamburg) en het resultaat is er ook naar. Zijn Lohengrin is voornamelijk liefhebbend en warmbloedig.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig met een stem waar je stil van werd. Fischer-Dieskau’s Heerrufer is een kwestie van smaak, maar Siegmund Nimsgern en Eva Randová zijn een perfect vilein paar.

Hieronder de ouverture uit deze opname:


 

MAREK JANOWSKI

lohengrin-Janowski

Marek Janowski wordt beschouwd als één van de beste Wagner-dirigenten van onze tijd, maar zijn Lohengrin, in november 2011 live opgenomen in Berlijn (PentaToneClassics PTC 5186403) valt mij een beetje tegen.

Janowski dirigeert zeer voorzichtig, voor mij te, waardoor de ouverture het meeste weg heeft van een uitgerekte brij. Gelukkig herstelt hij zich gauw en in de tweede akte laat hij de dreiging goed voelbaar worden. In de Bruiloftsmars laat hij de noten mooi in elkaar vloeien en maakt mij gelukkig met zijn keuze van tempi en het beteugelen van het orkest. Toch kan ik niet aan de indruk ontkomen dat hij zich verliest in details.

Ik ben geen fan van Annette Dasch, haar stem vind ik wat ‘gewoontjes’, maar wellicht past het bij het karakter van Elsa? Susanne Resmark is een fatsoenlijke Ortrud, met een grote stem en een mooi donker timbre. Maar haar ruime vibrato is soms hinderlijk.

De rest van de zangers is zonder meer prachtig, maar er is één probleem: ze mengen niet. Klaus Florian Vogts geluid is zeer ‘blank’,  zijn timbre behoorlijk zoetig en zijn benadering heel erg lyrisch. Mooi, dat wel, maar eerlijk gezegd heb ik het inmiddels gehad met steeds maar hetzelfde: hij ontwikkelt zich niet. Bovendien kan hij het niet opnemen tegen de diepe laagte van Günther Groisböck (Heinrich) en het werkelijk fenomenale volume van Gerd Grochowski (Telramund). In de ensembles valt hij gewoon weg.

Hieronder Günther Groissböck zingt het ‘Gebet des König Heinrich‘


BERTRAND DE BILLY

Lohengrin-oehms

Een van de nieuwste Lohengrin’s, althans op cd, werd gedirigeerd door Bertrand de Billy en in maart 2013 live opgenomen in de Frankfurter Opern (OEHMS classics OC946). Naar foto’s in het tekstboekje te oordelen mogen wij blij zijn dat de productie niet op dvd maar op cd is verschenen!

Camilla Nylund is een prachtige Elsa, voor mij misschien de beste Elsa van de laatste jaren. Michaela Schuster heeft inmiddels van Ortrud één van haar parade rollen gemaakt, al is er iets in haar vetolking wat mij een beetje tegen staat. Voor Falk Struckman (Koning Heinrich) ben ik bereid moord te doen, dus ik vergeef hem dat zijn stem een beetje onstabiel is geworden.

De Duits – Canadese tenor Michael König (Lohengrin) is nieuw voor mij. Van zijn stem en zijn interpretatie word ik echt stil, zo mooi en zo ontroerend! Alleen al vanwege hem en Nylund ga ik de opname koesteren!


ERICH LEINSDORF

Lohengrin Leinsdorf

Even terug in de tijd.

In 1943 dirigeerde Erich Leinsdorf bij de Metropolitan Opera in New York een Lohengrin om te zoenen (Sony 88765 42717 2). De ouverture is om verliefd op te worden, zo sprookjesachtig mooi. Daar kan ik niet genoeg van krijgen.

Lauritz Melchior is natuurlijk dé Lohengrin uit de tijd en Astrid Varnay klinkt verrassend lyrisch. Het is alleen jammer van haar manier om de medeklinkers zeer nadrukkelijk uit te spreken, iets wat ik niet mooi vind. Alexander Sved is een zeer autoritaire Telramund en Kerstin Thorborg een goede Ortrud.

Lauritz Melchior:

FRITZ STIEDRY

Lohengrin Stiedry

Tegenover Leinsdorfs opname staat een registratie uit 1950 onder Fritz Stiedry (Walhall WLCD 0146). Zijn aanpak is zeer nuchter, recht door zee, wat ook wel versterkt wordt door de povere geluidskwaliteit. Maar het is ontegenzeggelijk mooi en zeer verrassend.

Vergeet ook de zangers niet: Helen Traubel is een heerlijke Elsa en Astrid Varnay is na zeven jaar gepromoveerd van Elsa naar een zeer indrukwekkende Ortrud. En dan Herbert Janssens Telramund: wat een stem en wat een indrukwekkende vertolking


 

DVD’S

AUGUST EVERDING

Lohengrin Everding

Ook op dvd is er geen gebrek aan goede, minder goede en zelfs belachelijke uitvoeringen (lang leve de regisseur!). Ik begin met een zonder meer fijne uitvoering uit de Metropolitan Opera, opgenomen in 1986 (DG 0734176) .

De productie van August Everding is zeer traditioneel, met dito kostuums en decors. Het is heel erg mooi, maar voor mij ontbreekt er iets, alsof de ziel uit de voorstelling is gehaald.

Maar dan komt Leonie Rysanek (Ortrud) voorbij en kun je niet anders dan gefascineerd blijven kijken. Let alleen al op haar oogopslag bij de beschuldiging van Elsa. Heerlijk!

James Levine dirigeert met verve en geeft de partituur alle glans, werkelijk schitterend. Het is ook fascinerend om naar zijn gezicht te kijken tijdens het dirigeren; daar is volledige betrokkenheid op de muziek van af te lezen.

Hieronder Leonie Rysanek als Ortrud:

GÖTZ FRIEDERICH

Lohengrin-Gotz-Friedrich

Het was August Everding die als eerste de enorme kwaliteiten van Götz Friedrich erkende. Hij was het ook die ervoor zorgde dat Friedrich na zijn vlucht uit de DDR aangesteld werd als hoofdproducent in Hamburg.

In tegenstelling tot wat over hem wordt geschreven heeft Friedrich zich nooit als een vertegenwoordiger van het ‘regietheater’ gezien. Integendeel, zijn producties zijn zeer libretto- en muziekgetrouw. Verwacht bij hem geen rare concepten.

De Lohengrin die hij in 1982 in Bayreuth maakte (Euroarts 2072028), behoort voor mij tot de mooiste producties van de opera. Het beweegt zich tussen de harde realiteit en de utopische droomwereld van een puberaal meisje.

Karan Armstrong is een mooie vrouw en een geweldige actrice, maar haar tremolo is soms zeer hinderlijk. Peter Hofmann is in alle opzichten een droom van een Lohengrin: met zijn knappe uiterlijk, gestoken in wit en zilver, lijkt hij letterlijk uit een meisjesdroom te zijn gestapt. Elisabeth Connell is een indrukwekkende Ortrud en Bernd Weikl een geweldige Heerrufer.

Hieronder een kort fragment uit de productie:

NIKOLAUS LEHNHOFF

Lohengrin Lehnhoff

Dat Nikolaus Lehnhoff zeer goed bekend was met de productie van Friedrich is evident. Net als Friedrich laat hij de zwaan achterwege. Lohengrin (Klaus Florian Vogt in één van zijn beste rollen) wordt voorafgegaan door een lichtstraal, die hem de allure van een jarenvijftigpopster verleent. Over meisjesdromen gesproken!

Licht en zacht, zoals de eerste stralen van de opkomende zon, zo klinken de eerste maten van de ouverture. Midden op het in donkerblauwe en zwarte tinten gehulde toneel doemt Elsa (zeer ontroerende Solveig Kringelborn) op, haar handen op een stoel. Deze zal vanaf nu tot het eind van de opera het centrum van haar universum, en haar enige houvast blijven. Het gevoel van eenzaamheid maakt zich van je meester, en je beseft dat het nooit goed komt, alle ridders en zwanen ten spijt.

Het meest opvallende aan deze schitterende Baden-Baden-productie is de weergaloze lyriek. De zangers lijken rechtstreeks uit Bellini-opera’s te zijn gewandeld en zelfs Ortrud, in de interpretatie van de fenomenale Waltraud Meier, is een Lady Macbeth met menselijke trekken. Na Götz Friedrich is dit voor mij de beste Lohengrin op dvd (Opus Arte OA 0964D)

Hieronder een scène tussen Elsa en Ortrud:

RICHARD JONES

kinopoisk.ru

Is er in het libretto sprake van een regime? Dictatuur? Vervolgingen en /of gebrek aan democratie? Hup, dan verplaatsen we de actie naar de jaren dertig van de vorige eeuw. Zo banaal, en zo getuigend van gebrek aan inspiratie! Dat laatste neem ik Richard Jones ook het meeste kwalijk. Zijn Lohengrin is in zijn banaliteit niet alleen maar raar, maar ook voorspelbaar en ongeïnspireerd. Althans voor mij.

Meteen bij het begin is het al raak: de prachtige ouverture, subliem en gevoelig gespeeld door het Bayerischer Staatsorchester onder Kent Nagano, wordt totaal vernield door het beeld. Wij zien een meisje met donkere vlechten, gekleed in een groene tuinbroek, die, gezeten aan een tekentafel, een huis tekent.

Lohengrin (Jonas Kaufmann) is een in spijkerbroek gestoken hippie. Hij komt op met onder zijn arm een grote, witte plastic zwaan, die ook nog eens mechanisch gestuurd wordt: hij pikt in de rondte en in zijn veren. Ik vind het smakeloos.

De productie uit München, juli 2009 (Decca 0743387), markeerde Kaufmanns debuut in de rol van Lohengrin. Slaagde hij? Ja en nee. Zijn stem is van nature krachtvol en lyrisch tegelijk en zijn volume is groot. Hij hoeft nergens te forceren en zijn hoge en lage tonen zijn prachtig in balans. Toch mis ik iets in zijn optreden, dat kleine ‘etwas’… Misschien is het omdat het zijn debuut is, maar op mij maakt hij een niet al te happy indruk.

Anja Harteros is een hartroerende Elsa. Ze zet de rol zeer imponerend neer en weet het meisjesachtige goed te combineren met ontluikende vrouwelijkheid.

Michaela Schuster wist zich toen nog geen raad met Ortrud, maar Wolfgang Koch (Telramund) maakt veel goed. Wat een prachtige stem! Diep, groots, soepel, lenig, majestueus en autoritair. Ook als acteur weet hij bijzonder te imponeren. Evgeny Nikitin is een overtuigende Heerrufer.

Hieronder de trailer van de productie:

HANS NEUNFELS

Lohengrin Neuenfels

De in 2011 in Bayreuth opgenomen productie van Hans Neuenfels (Opus Arte OA 1071 D) is een doordenkertje. Want wat doen ratten in Lohengrin? Nu… het zit zo: de Brabanders zijn door mislukte experimenten in ratten veranderd en Lohengrin komt ze helpen, als iemand van het dierenbevrijdingsfront. Zoiets. Ongeveer.

Nee, ik heb het niet bedacht en ik zou het er ook niet uit kunnen halen als ik de recensies niet had gelezen. Maar blijkbaar zijn de enthousiaste (ja, de productie werd enthousiast ontvangen!) collega-recensenten of helderziend, of hebben ze een speciaal onderonsje met de regisseur gehad.

Al bij de ouverture wemelt het van de (geanimeerde) ratten in roze, wit en grijs. En dat is maar het begin. Om ook het einde te verklappen: het broertje van Elsa is een net geboren vette baby met de navelstreng nog om…

Annette Dasch ziet er mooi en onschuldig uit en acteert goed en Klaus Florian Vogt zingt mooi en lyrisch. Eens en nooit meer.

Hieronder een fragment:

Holland Festival 2017: Jonas Kaufmann & Eva-Maria Westbroek in Amsterdam

kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-11

© Janiek Dam

Finally the day of the much-anticipated recital by star tenor Jonas Kaufmann was there.

Why did Amsterdam have to wait for him so long? Too expensive, too busy, too ….? A lot of speculating went on before the concert, caused by his recent cancellations. But Kaufmann came, saw, and conquered. Star soprano Eva-Maria Westbroek and the energetic Residentie Orkest led by Jochen Rieder contributed to the huge success of the afternoon as well.

jonas-kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-7

© Janiek Dam

Expectations were high, and the hall was filled with fans, buzzing with excitement from the start. In spite of this, Kaufmann made a cautious start,  visibly suffering from nerves.

As much as I loved his singing (very much, in fact), in his first aria ‘Celeste Aida’ Kaufmann had problems winning me over. Part of the problem had to do with his volume. Even with the sympathetic and delicate back-up by the Residentie Orkest he was difficult to hear at times from my seat. His pianissimi and mezza voce phrases were breathtaking, as beautiful as his diminuendo at the end of the aria, but did he make a convincing warrior? Not to me.

‘La vita è inferno all’infelice’ from La Forza del Destino almost went off the rails because of the lethargic tempi. Kaufmann sang heavenly, but taken as slow as this there was hardly any tension, and the fluctuations of the voice made a quasi-artistic impression. Did this matter? No, not really, but with better tempi perfection could have been achieved.

Jonas-

© Janiek Dam

I do not know if Eva-Maria Westbroek ever sang ‘Tu che le vanità’ from Don Carlo before, but on Sunday it sounded like she had sung little else but Elisabetta her entire life. Completely immersed in the scene, she sang as if her life depended on it, flinging the aria into the hall. What an actress!

Westbroek’s emotions dominated the love duet from Otello. Thanks to her ‘Gia nella notte densa’ became the undeniable highpoint of the first half of the concert. Both singers were at their most lyrical and genuine here, treating the audience to a classic love scene that would not be out of a place in an old Hollywood classic. Involuntarily, I had to think of Laurence Olivier and Vivien Leigh and those moments of deceiving stillness before the storm.

Kaufmann will add Otello to his repertoire in a few days, and people await it like a new Star Wars movie. Personally I still have doubts which Kaufmann could not erase on Sunday. He is much more the insecure and soft lover than the ruthless warrior. But perhaps I am wrong and he will give us an Otello that will even surpass Domingo’s portrayal?

Kaufmann Walkure

I have no complaints whatsoever about the second half of the concert, not even a quibble. Wagner and his Walküre are familiar grounds for both singers who thoroughly understand Siegmund and Sieglinde. I honestly cannot think of another pair of singers who could do what they did.  Everything was there: fear, resistance, and predominantly love, a lot of love. Perfect beauty is the only way to describe it.

The orchestra also sounded much more intense after intermission. Wagner sounded much closer to them than Verdi, I felt. In particular the Rienzi-overture, performed with great panache and drive was spectacular.

There was room for a real rarity on the program as well (bravo for that!), the Preludio that Verdi supposedly composed as an overture for Otello. This piece was recorded for CD by Riccardo Chailly, but the authenticity of it has been questioned. Rightly so. It is truly a miserable thing. Besides the Jago-motive you recognize parts of the ‘Esultate’ in it too. I did enjoy hearing it nevertheless, mainly for the great enthusiasm the orchestra played it with.

This was obviously not the first time Kaufmann and Jochen Rieder performed together. Their interaction on stage was affectionate and companionable, and they supported and supplemented each other well. Very moving to see.

The ovations at the end of the concert did not seem to end. People were hoping for an encore, which did not come. Personally I would have loved to hear more too, but both singers were obviously tired, and the program already was very heavy. Besides, what on earth could you sing as an encore after the final scene of the first act of Walküre?

Kaufmann

© Ron Jacobi

Those who missed the concert might be relieved knowing the NTR recorded it for a broadcast on June the 20th. Do not miss it!

Video of the final ovations:  © Ron Jacobi

Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, soprano
Residentie Orkest led by Jochen Rieder

Performance reviewed: 4th of June 2017, Concertgebouw Amsterdam

English translation: Remko Jas

Review in Dutch: JONAS KAUFMANN in Amsterdam

JONAS KAUFMANN in Amsterdam

Kaufmann logo

En toen was het zo ver, de langverwachte recital van de stertenor Jonas Kaufmann. Waarom heeft Amsterdam er zo lang op moeten wachten? Te duur, te druk, te …. ? Aan zijn optreden gingen ook speculaties vooraf want de laatste tijd zei hij vaak af. Maar hij kwam, hij zong en hij overwon, wat mede te danken was aan de stersopraan Eva-Maria Westbroek en het enthousiast spelende Residentie Orkest onder leiding van Jochen Rieder.

kaufmann-3

Jonas Kaufmann © Julian Hargreaves

De verwachtingen waren hooggespannen, maar de zaal was gevuld met fans en de sfeer zat er vanaf het begin helemaal in. Toch is Kaufmann zijn recital nogal aarzelend begonnen, hij was duidelijk zenuwachtig.

Hoe mooi ik zijn zingen ook vond (en ik vond het mooi): in zijn eerste aria, ‘Celeste Aida’ kon Kaufmann mij maar matig overtuigen. Het lag een beetje aan zijn volume, want ondanks de zeer vriendelijke en zachte begeleiding van het Residentie Orkest was hij af en toe slecht te horen, zeker op mijn plaats. Zijn pianissimi en mezzavoce waren adembenemend mooi, net zo mooi als zijn diminuendo aan het eind van de aria, maar: stond daar een krijger te zingen? Niet echt.

‘La vita è inferno all’infelice’ uit La Forza del Destino dreigde de mist in te gaan vanwege de onvoorstelbaar langzame tempi. Kaufmann zong de aria hemels mooi, maar door de verschrikkelijke traagheid van het geheel werd de spanning node gemist en de fluctuaties van de stem deden een beetje quasi kustzinnig aan. Was het erg? Nee, niet echt, maar met een beetje meer tempo hadden de musici een absolute volmaaktheid kunnen bereiken.

Ik weet niet of Eva-Maria Westbroek al eerder ‘Tu che le vanità’  uit Don Carlo heeft gezongen, maar gisteren klonk zij alsof zij haar hele leven niets anders deed dan Elisabetta zingen. Zeer, zeer betrokken, alsof haar leven er van afging slingerde ze de aria de zaal in. Wat een actrice!

Zij was het ook die het liefdesduet uit Otello emotioneel domineerde en het was ook dankzij haar dat ‘Gia nella notte densa’ het onbetwiste hoogtepunt werd van het programma voor de pauze. Beide zangers waren hier aan elkaar gewaagd en trakteerden het publiek op een onvervalste lyriek in een liefdesscène die in het Hollywood van weleer niet zou hebben misstaan. Ongewild moest ik aan Laurence Olivier en Vivien Leigh denken en de bedrieglijke stilte voor de storm.

Otello is een rol die Kaufman over een paar dagen aan zijn repertoire gaat toevoegen en men wacht er op als was het een nieuwe aflevering van Star Wars. Zelf heb ik zo mijn twijfels en die kon hij mij gisteren niet ontnemen. Zijn uitstraling is eenmaal meer van de twijfelende en zachte minnaar dan die van een autoritaire krijger. Maar misschien vergis ik mij en trakteert hij ons op een Otello die de creatie van Domingo gaat overtreffen?

Kaufmann Walkure

Over de tweede gedeelte van het concert heb ik niets meer te klagen, er waren helemaal geen minpuntjes. Met Wagner en zijn Walküre zijn beide zangers op hun zeer vertrouwde terrein beland. Siegmund en Sieglinde hebben ze zowat in hun pink zitten en ik kan mij waarlijk geen andere zangers voorstellen die het hen na kunnen doen. Alles was er: angst, verzet en – voornamelijk – liefde, heel erg veel liefde. Men kan spreken van een volmaakte schoonheid.

Ook het orkest klonk na de pauze veel intenser, het voelde alsof Wagner ze beter lag dan Verdi. Voornamelijk de met veel dreef en aplomb gespeelde Rienzi-ouverture klonk zeer spectaculair.

Er was ook ruimte voor een echte rariteit (bravo er voor!), het Preludio dat Verdi gecomponeerd zou hebben als Otello-ouverture. Het werkje werd ooit al door Riccardo Chailly op cd gezet, maar de echtheid ervan werd altijd in twijfel getrokken. Terecht. Het is een echt misbaksel van jewelste, waar je behalve het Jago-motief ook de flarden van ‘Esultate’ kunt ontwaren. Toch kon ik er bijzonder van genieten, zeker omdat de uitvoering zo ontzettend enthousiast was.

Het was niet de eerste keer dat Kaufmann en Jochen Rieder samen optraden en dat was goed te merken. Zo liefdevol en vertrouwelijk zoals ze met elkaar omgingen, elkaar ondersteunden en bijvulden was zeer ontroerend.

Kaufmann

© Ron Jacobi

Aan het slotapplaus leek er geen einde te komen. Men hoopte op een toegift, maar die kwam niet. Ook ik had graag wat meer willen horen, maar beide zangers waren duidelijk moe, het programma was goed gevuld. Bovendien: met welk toegift kun je nog na de derde scène van de eerste Walküre-akte komen?

kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-11

© photo Janiek Dam

Voor wie er niet bij waren, troost je. NTR heeft er opnamen gemaakt en het concert wordt 20 juni a.s. uitgezonden. Mis het niet!

Video van het slotapplaus:  © Ron Jacobi

Giuseppe Verdi
Richard Wagner

Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Residentie Orkest olv Jochen Rieder

Bezocht op 4 juni 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

English translation:
JONAS KAUFMANN & EVA-MARIA WESTBROEK. Holland Festival 2017

Meer Kaufmann:
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI

DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann

JONAS KAUFMANN: verismo

JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI

RICHARD WAGNER

Kaufmann Wagner

Een tenor die de Wessendonck-Lieder van Wagner zingt? Gebruikelijk is het niet. Maar ook niet zo raar; René Kollo ging Jonas Kaufmann al voor. Nou ken ik Kollo’s opname niet, maar ik kan mij niet voorstellen dat het mooier zou kunnen klinken dan bij Kaufmann. Mooier kan gewoon niet!

Ook samenstelling van de cd is bijzonder. Kaufmann heeft een zestal aria’s uitgezocht (lees een zeer interessant interview in het tekstboekje), die gaan van Rienzi tot Siegfried, opera’s die Kaufmann (vooralsnog?) niet heeft gezongen. Er is ook nog één rariteit op dit recital: de oorspronkelijke versie van ‘In fernen Land’ uit Lohengrin

Dat de cd zo ontzettend prachtig is geworden, ligt in de eerste plaats natuurlijk aan Kaufmann. Aan zijn briljante voordracht, zijn taalbegrip en zijn acteren met zijn niet minder dan geweldige stem. Maar laten we de dirigent, Donald Runnicles, en de spelers van het Deutsche Oper-orkest niet vergeten!

Hieronder een mooie trailer van de opname, waarin Kaufmann ook veel over zijn nieuwe cd vertelt:

Aria’s uit Die Walküre, Siegfried, Rienzi, Tannhäuser; Die Meistersinger von Nürnberg en Lohengrin; Wessendonck-Lieder
Jonas Kaufmann
Orchester der Deutschen Oper Berlin olv Donald Runnicles
Decca 4785189

GIUSEPPE VERDI

Kaufmann Verdi

Jonas Kaufmann is hot, heel erg hot. ‘Der begehrste Tenor der Welt’ heeft dan ook alles mee: een stem uit duizenden, charisma, intelligentie, muzikaliteit, buitengewone acteerkwaliteiten en, eerlijk is eerlijk, hij heeft de ‘looks’. Met veel verschillende rollen op zijn repertoire, van Massenet tot Wagner, is hij ook zeer veelzijdig.

Maar kan hij dan ook alles zingen? Zijn eerste recital met uitsluitend Verdi aria’s, waarvoor hij zijn vertrouwde Decca voor Sony heeft ingeruild laat mij in twijfel achter.

Duca (Rigoletto) en Macduff (Macbeth) heeft hij al ver achter zich gelaten en aan Otello is hij nog duidelijk niet aan toe. Niet dat het hem aan kracht ontbreekt, het is meer dat hij nog te ver van de rol afstaat. Ook van zijn Radames (Aida) ben ik niet kapot, al vind ik zijn diminuendo aan het eind van ‘Celeste Aida’ heel erg mooi.

Daarentegen is zijn Don Carlo van een ongekende schoonheid en zijn Alvaro (La Forza del Destino) smaakt naar meer. Ook Manrico (Il Trovatore) ligt hem goed al klinkt zijn hoge C in ‘Di quella Pira’ een beetje geknepen.

Maar het meest weet hij mij in ‘Destatevi, o pietre’ (I Masnadieri) te overtuigen.

De dirigent legt een vreemde voorkeur voor de tempi neer: eerst hollen en dan radicaal remmen…


Aria’s uit diverse opera’s van Giuseppe Verdi
Jonas Kaufmann
Orchestra dell’Opera di Parma olv Pier Giorgio Morandi
Sony 88765492042

Meer Jonas Kaufmann:

JONAS KAUFMANN: verismo

JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

EVA-MARIA WESTBROEK als Sieglinde.

JONAS KAUFMANN in Amsterdam

Jonas Kaufmann zingt Das Lied von der Erde. Had hij beter kunnen laten.

Mahler Kaufmmann

Soms zouden zelfs de grootste zangers tegen zichzelf beschermd moeten worden. Hoe groot de drang, behoefte of dwang ook niet is: sommige dingen kun je beter niet doen, zeker als het twijfelachtige resultaat bij voorbaat al vaststaat. Jonas Kaufmann is een wereldtenor en zijn ongewone talent staat buiten kijf, maar zelfs de voetbal spelende supergoden kunnen de plank volledig misslaan bij kampioenschappen ballroomdansen.

In het boekje vertelt Kaufmann van zijn fascinatie voor Das Lied von der Erde en zijn bewondering voor Fritz Wunderlich die het werk, samen met Christa Ludwig voor Otto Klemperer had opgenomen. Dat wilde Kaufmann ook en vroeg zich af of het niet mogelijk voor hem was om alle liederen zelf te zingen. Was er niemand die hem kon vertellen dat hij het beter kon laten? Mahler componeerde het Das Lied von der Erde met twee stemmen in zijn gedachten: die van de tenor en de alt en dat deed hij niet zonder reden!

Maar er is meer waarom ik zeer ongelukkig ben met deze opname. Al in ‘Das Trinklied vom Jammer der Erde’ komt Kaufmann in ademnood en overschreeuwt zichzelf. Bij het ‘Afscheid’ aangekomen heeft hij hoorbaar geen kracht meer en zijn zingen lijkt meer op het croonen. Het Wiener Philharmoniker klinkt onder leiding van Jonathan Nott routineus en vlak.


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Jonas Kaufmann (tenor)
Wiener Philharmoniker olv Jonathan Nott
Sony 8985389832 • 60’

Meer Kaufmann (selectie):
JONAS KAUFMANN in Amsterdam
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI
DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.
JONAS KAUFMANN: verismo

Verismo past Jonas Kaufmann als een handschoen

kaufmann-verismo

In 2010 heeft Jonas Kaufmann een cd met aria’s uit verschillende veristische opera’s opgenomen. Met als slagroom op de taart het slotduet uit Andrea Chenier, gezongen met ‘onze eigen’ Eva-Maria Westbroek. Het is één van zijn beste solo-albums geworden: verismo past de Duitse tenor als een handschoen.

De cd is, met maar 61 minuten, aan de korte kant. Op zich heb ik daar niets op tegen, zeker ook omdat de cd, naast de bekendere en minder bekende stof, ook een tweetal absolute rariteiten bevat. Denk alleen maar aan Ombra di Nube van Licinio Refice.

Kaufmann begint bijzonder sterk met een echte tranentrekker, ‘Giulietta, son io’ uit Giulietta e Romeo van Zandonai. De aria lijkt geschapen voor zijn prachtige stem. Hiermee kan hij laten zien waar hij over beschikt en dat is niet weinig. In sommige recensies worden hem zowat goddelijke kwaliteiten toegemeten, een omschrijving waar ik toch best een beetje huiverig voor ben, maar nu weet ik het niet zo zeker meer

Af en toe (Pagliacci, Mefistofele) doet hij mij aan Plácido Domingo denken. Op zich merkwaardig, want hun stemmen lijken in het geheel niet op elkaar. Maar misschien is het de combinatie van zuivere lyriek met power en zeggingskracht? Ook het acteren met de stem heeft hij gemeen met de ‘grootste aller tenoren’ (de term komt van BBC Magazine).

Hij neemt je mee in het verhaal, sleurt je er doorheen om je na afloop met tranen en verbijstering achter te laten. Een prestatie, die inderdaad alleen de grootsten van de grootsten kunnen leveren, zeker als je enkel aria’s en niet de complete opera zingt.

Wat ik ook zo ontzettend mooi aan hem vind is de warmte die hij uitstraalt, soms voelt het gewoon als een warme bad.

En dan het orkest! Onder leiding van Antonio Pappano, die het grote gebaar niet schuwt, dompelt het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia uit Rome je in een weelde van klank en emoties,

Zijn er dan helemaal geen minpuntjes? O ja, zeker! Niet voor alle aria’s is Kaufmanns stem geschikt. Zo zet hij ‘Lamento di Frederico’ uit L’Arlesiana van Cilea veel te zwaar aan waardoor zijn hoge noten wat afgeknepen klinken.

Er is ook iets raars met het duet met Eva-Maria Westbroek. Ik kan mij natuurlijk vergissen, maar het klinkt alsof hun stemmen apart (en ook nog eens in aparte ruimtes) zijn opgenomen en dan aan elkaar geplakt.

Jonas Kaufmann over het zingen van verismo:

Het is best zware en zeer emotionele stof, verismo, en na 61 minuten ben je echt moe, van het luisteren alleen. Maar het geeft niet. Dit is OPERA. Op zijn best!


 

Verismo Arias
Zandonai, Giordano, Cilea, Leoncavallo, Mascagni, Boito, Ponchielli, Refice
Jonas Kaufmann (tenor), met medewerking van Eva-Maria Westbroek
Orchestra e coro dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, Roma olv Antonio Pappano
Decca 4782258

Zie ook:
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

 

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

CECILIA

IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana

IS VERISMO DOOD? deel 2

 

Puccini door Jonas Kaufmann: top!

 puccini

Van zijn Verdi ben ik meestal niet zo gecharmeerd, maar zijn Puccini staat als een huis. Sterker: ik ken waarlijk geen één hedendaagse jonge tenor die zich met Jonas Kaufmann in dit repertoire kan meten. Zeker als het om de zwaardere rollen gaat.

Rodolfo (La bohème) en zeker Rinuccio is is hij al lang ontgroeid. ‘Avete torto!’ (Gianni Schicchi) klinkt dan ook veel te volwassen, maar mooi is het zeker wel.

Des Grieux (Manon Lescaut) doet hij een beetje op de automatische piloot, de rol is hem dan ook zowat op de huid geschreven. Al kan ik niet ontkennen dat wat meer jeugdig elan, zeker in ‘Donna non vidi mai’ het nog extra zou kunnen oppeppen. Ik mis een beetje het fragiele, want laten we eerlijk zijn: des Grieux is in feite een “mietje”.

Kaufmanns Ramerrez/Johnson (La fanciulla del West) is van een zeldzame schoonheid. Mannelijk, heroïsch en desperaat. Je hoort het in zijn levensverhaal ‘Una parola sola’: het grijpt je naar de keel.

Nog meer tegenstrijdige emoties stopt de tenor in ‘Risparmiate lo scherno’. Hij zet zeer standvastig in, maar laat zijn zang vervolgens bijna smekend overgaan in de enige echte hit uit de opera: ‘Ch’ella mi creda’. Daarin doet hij me bijna mijn held Plácido Domingo vergeten. Op zich al een prestatie!

Het meest weet Kaufmann me te ontroeren in ‘Ei giunge! … Torna ai felici dì’ uit Le Villi. Het zou me niet verbazen als het de eerste keer is dat hij die aria zingt, zo fris en betoverend klinkt het. Zijn smachtende zang in “ed io non ho nel cor che tristezza e terror” lijkt rechtstreeks uit zijn ziel te komen. Net als in het hartroerend breekbaar gezongen ‘Orgia, chimera’ uit Edgar trouwens.

Hieronder de trailer van het album:

De Deluxe-uitgave van het album bevat een bonus-dvd met daarop ‘the making of’ en fragmenten uit volledige voorstellingen van Manon Lescaut (Londen) en La fanciulla del West (Wenen). Prachtig gezongen, dat wel, maar o zo lelijk om te zien! Je zou de regisseurs haast verdenken van antifeminisme, zo vreselijk zijn de beide heldinnen toegetakeld. Een vormloze tuinbroek en rode pruik doen Nina Stemme lijken op een overjarige hippie en de mooie Kristine Opolais ziet er in haar Manon-kostuum uit als een lelijke trol.

Naar aanleiding van deze cd hoop ik dat iemand Kaufmann overhaalt om de complete Edgar op te nemen. Maar dan graag wel op cd, voordat er weer een regisseur mee aan de haal gaat. En het liefste onder Antonio Pappano, want ook hij heeft Puccini ‘under his skin’…


Nessun dorma
The Puccini album
Jonas Kaufmann (tenor)
Orchestra e Coro del’Accademia Nazionale di Santa Cecilia olv Antonio Pappano
Sony 88875092482

Voor meer Kaufmann zie ook:

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal
JONAS KAUFMANN in Amsterdam
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann
JONAS KAUFMANN: verismo

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

 kaufmann

Operette mag weer. Sterker: het lijkt er op dat het inmiddels ook moet. De ene na de andere operazanger gaat “aan de operette”, daarbij even vergetend dat operette zingen een kunst op zich is die je niet bereikt door je stem tot “poesje-mauw” niveau te reduceren en hem rijkelijk te overgieten met een kunstmatig sausje pseudo-erotiek.

Op zijn nieuwste album Du bist die Welt für mich heeft ook Jonas Kaufmann zich aan het genre gewaagd en dat niet met onverdeeld succes. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat hij zich en zijn stem forceert, maar dan in de omgekeerde richting. Hij probeert zijn stem zo klein mogelijk te houden en nonchalant te croonen, maar dat gaat hem niet altijd goed af. Zijn instrument is eigenlijk te rijk voor, niet zoetig genoeg. Zet de operette-cd van zijn collega-tenor Piotr Beczała op (om van Tauber of Wunderlich te zwijgen), dan weet u wat ik bedoel.

Op zijn best vind ik hem in “Grüss mir mein Wien’ uit Gräfin Maritza. Hierin laat hij zijn stem mooi opbloeien, wat hem de kans geeft om al de kleuren die zijn stem rijk is mooi te etaleren.

Kaufmann zegt altijd van operette te hebben gehouden en ik geloof hem. Operette is meer dan alleen maar de weelderige melodieën die verrijkt zijn met gezonde dosis sentiment. Het genre beantwoordt ook aan de primaire behoeften van een mens die behalve brood ook liefde nodig heeft.

Hieronder trailer van de opname:

 

 

Ondanks mijn (kleine) bezwaren een heerlijke cd, niet in de laatste plaats dankzij het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, dat onder leiding van Jochen Rieder het geluid van de orkesten van weleer zeer dicht benadert en het album een echt nostalgisch aura geeft.



 

Du bist die Welt für mich
Jonas Kaufmann (tenor), met medewerking van Julia Kleiter (sopraan).
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Jochen Rieder.
Sony 88883757422

 

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

don-carlo-salzburg

We leven in een merkwaardige tijd, ook wat opera betreft. De zwaarste opera’s van Wagner worden wereldwijd uitgevoerd, waarbij men blijkbaar geen moeite heeft met het vinden van geschikte Siegfrieds en Brünnhildes.

Ook de ene na de andere vergeten barokopera wordt afgestoft en perfect bezet met (onder andere) virtuoze countertenoren, een stemsoort waar men vijftig jaar geleden nog amper weet van had. En Rossini? Doen we even. Want tenoren die over de meest perfecte coloraturen en voluit gezongen hemelshoge noten beschikken, lijken tegenwoordig aan de bomen te groeien

Moeilijker wordt het opeens als je een opera van Verdi écht goed wilt bezetten. Wat is er gebeurd met de ‘voce Verdiane’? Wanneer heeft u voor het laatst een echte Verdi-bariton gehoord? Soms denk ik dat het met de tijdgeest te maken heeft. Of de mode…

Met dit gegeven in je achterhoofd valt de “all stars” uitvoering van Don Carlo (Salzburg august 2013) dan nog wel mee, al kunnen de fraaie kostuums en de werkelijk fenomenale regie niet verhullen dat er hier iets wezenlijks ontbreekt. De op zich schitterende stemmen klinken mooi, maar niet echt idiomatisch waardoor hun karakters niet helemaal uit de verf komen.

Carlo is een killer van een rol. Het is een typische rol voor een echte lyrico spinto. Met de nadruk op lyrico, maar dan wel met een power van een heldentenor. Ettelijke tenoren hebben zich er aan vertild, wat hen uiteindelijk hun stem kostte. Denk aan José Carreras of Rolando Villazón. Geen wonder dat zo weinig tenoren zich eraan wagen!

Ik ben niet kapot van de Carlo van Jonas Kaufmann. Hij speelt hem voortreffelijk, dat wel, maar hij kan mij Luis Lima (kent iemand hem nog?) in de rol niet doen vergeten. Zijn stem vind ik te aanwezig, bij vlagen zelfs te hard. Bij Kaufmann groeit Carlo tot heroïsche dimensies, maar Carlo is geen echte held, hij is een mietje, zonder eigen smoel en zonder ruggengraat.

Anja Harteros is voor mij geen Elisabetta. Zij zingt prachtig, dat wel, maar zij weet mij nergens te ontroeren. Ik vind het soms echt “gemaakt”, kunstmatig bijna…

Met Thomas Hampson als Posa ben ik gauw klaar: laagte heeft hij niet en zijn hoogte is geknepen. Zijn zingen heeft bij vlagen iets van een sprechgesang. Het is triest, maar waar: zijn hoogtijdagen zijn voorbij. Zelfs in zijn acteren kan hij mij maar matig overtuigen; voor de rol van Rodrigo is hij te ijdel.

Ook van de Eboli van Ekaterina Sementchuk kan ik niet echt warm worden. En alweer: de stem is er, zij zingt zonder meer goed, maar nergens lukt het haar om een diep in haar ziel gekwetste prinses te worden. Nergens kan ik de ‘gewonde tijger’ ontwaren. Het kolkt niet.

De oudgediende Matti Salminen daarentegen weet nog steeds iets van zijn Filippo te maken. Zijn stem is inmiddels versleten, maar is nog steeds roldekkend en zo is zijn portrettering. Zijn “Ella giammai m’amo!” is zeer ontroerend en zijn confrontatie met Il Grande Inquisitore (goede Eric Halfvarson) behoorlijk aangrijpend.

Maar de productie! De productie is in één woord PRACHTIG! Hiermee heeft Peter Stein een mijlpaal in de opera annalen bereikt. In mijn ogen heeft hij nu al een legende geschapen (mag je iets legendarisch noemen wat nog warm van de bakker is?).

Het decor is spaarzaam, waardoor de nadruk voornamelijk op de personages komt te liggen. De zangers krijgen alle ruimte om hun emoties te tonen.

De kostuums zijn oogverblindend mooi. We zijn daadwerkelijk aan het hof in het Spanje van de zestiende eeuw, maar voor het zo ver komt dwalen wij eerst een half uur door de bossen van Fontainebleau.

De tuinscène in de derde akte heeft iets magisch. Met de maan hoog op de hemel, de gemaskerde feestvierders en de fascinerende kleuren die het toneel domineren waan je je in een sprookjeswereld. De daarop volgende auto-da-fé is precies wat het zijn moet: gruwelijk, verwarrend, bang makend.

Voor een ieder die Don Carlo niet eerder heeft gezien en niet weet waar de opera over gaat, maar ook voor iedereen die het regietheater moe is of gewoon van mooi en goed theater houdt: grijp je kans. Na de legendarische Visconti is dit voor mij de mooiste Don Carlo ooit, zeker wat de productie betreft.

Hieronder een clip waarin Jonas Kaufmann de Salzburger productie van Don Carlo en de rol van de opera’s van Verdi in zijn leven bespreekt:

Giuseppe Verdi
Don Carlo
Jonas Kaufmann, Anja Harteros, Thomas Hampson, Ekaterina Semenchuk, Matti Salminen, Eric Halfvarson
Konzertvereinigung Wiener Staatsopernchor, Wiener Philharmoniker olv  Antonio Pappano
Regie: Peter Stein
Sony 88843005769