orkestraal/concerten

Isata Kanneh-Mason eert Clara Schumann

Schumann Isata

Voor mij is ‘diversiteit’ gewoon een modewoord dat niets met de werkelijkheid te maken heeft. Omdat het moet en omdat de quota gehaald moeten worden, moet nu ook de klassieke muziek business er aan geloven. En dan bedoel ik niet de operafiguren zoals Aida of Otello, want die moeten nu juist ontkleurd worden. Vandaar ook dat de orkesten en platenmaatschappijen bijna krampachtig op zoek zijn naar mensen van kleur.

Nu moet u mij niet verkeerd begrijpen: ook ik denk dat het heel erg goed is en juich het van harte toe, maar dan wel met één voorwaarde: kwaliteit. En de kwaliteit is bij de Engelse pianiste Isata Kanneh-Mason hoog, zeer erg hoog. Zij is de oudste van de zeven Kanneh-Mason kinderen die allemaal muziek maken: vier van haar broers en zussen studeren aan The Royal Academy of Music, waar de 22-jarige Isata zelf nog steeds les heeft. Haar broer Sheku die cellist is, is haar in roem al vóór gegaan.

Clara Wieck-Schumann was een wonderkind dat uitgroeide tot een pianovirtuoos. Dat zij ook componeerde werd lange tijd genegeerd: als moeder van acht kinderen werd zij geacht voor haar beroemde man te zorgen.

Op haar eerste cd-opname speelt Isata Kanneh-Mason werken die zowat het hele leven van Clara beheersen. Zo begint zij met het pianoconcert dat Clara componeerde toen zij dertien jaar oud was en waar zij de première van speelde toen zij zestien was. Mendelssohn dirigeerde.

Isata Kanneh-Mason speelt het zeer virtuoos en haalt er alles van wat er uit te halen is: niet veel eigenlijk. Wat niet erg is, want zo gespeeld wordt het concerto naar hogere regionen opgetild en dat mag. Daarbij wordt zij uitstekend begeleid door het orkest van Liverpool. Het mooist vind ik echter de vioolromances, gecomponeerd voor Joseph Joachim. Samen met de violiste Elena Urioste zorgt Kanneh-Mason voor een onvergetelijk ervaring. Top!


CLARA SCHUMANN
ROMANCE
Pianoconcert; 3 Romances voor piano op. 11; Scherzo no.2 in c, op. 14; 3 Romances voor viool en piano, op. 22; Pianosonate in G minor, e.a.
Isatha Kanneh-Mason (piano), Elena Urioste (viool, op. 22), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Holly Mathieson
Decca 4850020

Advertenties

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

Muziek die als ketting in elkaar overgaat

Witold-Lutoslawski-Partita-Chain-2-Piano-Concerto-Mutter-Zimerman-coverWitold Lutosławski kan ongetwijfeld gerekend worden tot één van de allergrootste componisten van de twintigste eeuw. Zijn oeuvre is niet bijster groot maar des te indrukwekkender en het pianoconcerto neemt daarin een prominente plaats in. Lutosławski componeerde het in 1987 in opdracht van de Salzburger Festspiele en droeg het op aan Krystian Zimerman, die daar een jaar later daar inderdaad de première van heeft gegeven, onder leiding van de componist zelf.

Het is een zeer lyrische, maar ook een zeer expressieve compositie dat je werkelijk aan je stoel nagelt. De vier delen ervan lopen als een ketting in elkaar over, zonder onderbreking.  Buitengewoon indrukwekkend en ongekend spannend, maar ook, en dat vind ik zeer zeker belangrijk, het concerto is ook zeer toegankelijk voor de onervaren luisteraar.

Muziek die als ketting in elkaar overgaat… Nee het is niet echt iets nieuws, zeker niet voor Lutosławski. Al in 1986 componeerde hij drie werken onder de titel Chain.

Eén deel ervan, Chain 2 voor viool en orkest werd toen door Anne-Sophie Mutter dermate indrukwekkend uitgevoerd dat de componist besloot zijn Partita voor viool en piano (ooit gecomponeerd voor Pinchas Zuckerman) voor haar om te werken en aan haar op te dragen.

Het zijn geen nieuwe opnamen, maar wat maakt het uit? De muziek is schitterend en uitvoeringen niet minder dan fenomenaal.


Witold Lutoslawski
Partita; Chain 2; Piano Concerto
Anne-Sophie Mutter (viool), Krystian Zimerman (piano)
BBC Symphony Orchestra olv Witold Lutoslawski
DG 4715882

WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

David Oistrakh en de vioolconcerten van Sjostakovitsj

Afbeeldingsresultaat voor oistrakh shostakovich bbc

Er bestaan van die composities die in één adem worden genoemd met één bepaald vertolker: celloconcert van Elgar en Jacqueline du Pré bijvoorbeeld. Of de vioolconcerten van Dmitri Sjostakovitsj en David Oistrakh.

Beide concerten heeft Sjostakovitsj aan de violist opgedragen (de tweede kreeg hij cadeau voor zijn zestigste verjaardag) en het was Oistrakh die hun wereldpremière verzorgde. De eerste, geschreven in 1947 maar pas twee jaar na de dood van Stalin voor het eerst uitgevoerd, is een zeer persoonlijk werk en draagt het ‘stempel’ van de componist. In het eerste deel gebruikte hij zijn eigen initialen DSCH, iets wat hij overigens vaker deed, bijvoorbeeld in het zevende strijkkwartet of de tiende symfonie.

Sjostakovitsj Oistrach en meer

Rostropovich, Oistrakh, Britten en Shostakovitch

Zowel de violist als de componist die innig bevriend was met Benjamin Britten waren graag geziene gasten in Engeland, waar ook de muziek van Sjostakovitsj zeer geliefd was. Het is dus niet zo vreemd dat de live opnamen van beide concerten uit respectievelijk 1962 en 1968 en opgedragen aan Oistrakh op de label BBC Legends is verschenen. Het publiek is duidelijk aanwezig, het kucht en het zucht, maar echt storend is het niet en hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Wel waarschuw ik voor het geluidskwaliteit, die is namelijk niet zo best.

Als toegift krijgen we een schitterend, weinig bekend werk van Eugene Ysaÿe voor twee violen en orkest: Amitié. Hierin wordt David door zijn zoon Igor bijgestaan. Prachtig!


Dmitri Shostakovich
Violinconcerto No.1
Philharmonia Orchestra olv Gennady Rozhdestvensky

Violinconcerto No.2
USSR State Symphony Orchestra olv Egeny Svetlanov
Viool: David Oistrakh

Eugene Ysaÿe
Amitié op. 26 for 2 violins
London Philharmonia Orchestra olv Sir Malcolm Sargent
Viool: David & Igor Oistrakh
BBCL 4060-2

Benjamin Frankel: from watchmaker’s apprentice to the sound wizard

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London
In 1957 Benjamin Frankel moved to Switzerland. In England, his homeland, he was mainly known as a film composer. No wonder, because to his name is music for more than 100 films, including classics such as The Seventh Veil, The Night of the Iguana and Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Switzerland he finally found the peace to engage in serious(er) music. In 15 years (Frankel died in 1973) he composed eight symphonies and one opera.

Benjamin Frankel was born in London in 1906 into a Polish-Jewish family. At the age of fourteen he was apprenticed to a watchmaker. Luckily for him, his talent was soon discovered. For a while he played with the idea of becoming a Jewish composer alla Bloch. He considered himself an ‘English Jew’ or a ‘Jewish Englishman’, which did not prevent him from marrying a non-Jewish woman. An act that caused a break with his family.

His musical language is not easy to describe. In the fifties he studied serialism and regularly applied it in his own compositions, yet his works do not sound atonal anywhere. Perhaps the best example of this is the viola concerto, which is very melodic, romantic and yet uses the twelve-tone technique.

Frankel composed his violin concerto – at his request – for his friend Max Rostal. The premiere took place in 1951 at the Festival of Britain. The concert is entitled In Memory of Six Million and embodies Frankel’s personal commitment to the fate of the European Jews.

The beginning reminds me of Korngold’s violin concerto and in the fourth movement I encounter Mahlerian ‘tunes’: there is also a quote from ‘Verlorne Müh’ from his Wunderhorn songs.

Live recording by Max Rostal:

Ulf Hoelscher, who rehearsed the concerto with Max Rostal, plays it virtuoso and with an intense involvement.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (violin), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra conducted by Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw
Frankel’s first three string quartets were first performed by the Blech Quartet in 1947 and 1949 respectively, and the fourth was premiered in 1949 by the very young Amadeus Quartet (where were the recording engineers then?).

Frankel’s gift for a light-hearted approach to serialism can be heard in his fifth string quartet. The work, which dates from 1965, is an example of the composer’s unique ability to transform the atonal into a melody.

The unsurpassed company CPO, which revealed Frankel’s music to the world, deserves all praise; also for the splendid explanations with music examples written by Buxton Orr, Frankel’s pupil and friend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos Quartett
CPO 999420

In Dutch:
Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

Mirga Gražinytė -Tyla lifts Weinberg’s autobiography to unprecedented heights

Weinberg Grazynite

Weinberg’s 21st symphony is not a work you can simply listen to. It presents itself as Weinberg’s autobiography: his escape from the Warsaw Ghetto, his arrival and stay in the Soviet Union and his fight with the authorities and the memories. The structure of the symphony is incredibly complex – irreverently one could say that it is unbalanced, because all kinds of things happen in it. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahler’s ‘Mutter, ach Mutter’ from his Des Knaben Wunderhorn, a klezmer tune carried by a solo clarinet that turns into a Requiem.

However, aren’t our memories like that? Disordered, one emotion evoking another? Weinberg dedicated his ‘Kaddish’ (one of the most important prayers in the Jewish liturgy that is pronounced after the death of a parent) – symphony from 1991 to the victims of the Warsaw ghetto. Distressing. Just like the life of Weinberg himself.

But do not forget the second symphony! The Adagio is an eleven-minute sadness that hurts so much that it can only lead to a satirical outburst in part three, the Allegretto. My God, what music. What a composer.

I can be brief on the performance. Brilliant. Mirga Gražinytė-Tyla confirms her reputation as one of the best young conductors of today. Under her leadership the City of Birmingham Symphony Orchestra sounds like I haven’t heard it in years, not since the very young and unknown Simon Rattle first took over the reins there. It is therefore gratifying that she has been awarded an exclusive contract with DG.

That she chose Weinberg’s Kaddish for her first recording on the ‘yellow label’ is significant. Knowing her (and her preferences) we can expect exciting recordings of unknown and lesser known works. Go, Mirga, go!

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

MIECZYSŁAW WEINBERG
Symphony no. 2 on. 30; Symphony no. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (violin), Maria Barns (soprano), Oliver Janes (clarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (double bass)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica conducted by Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661Kreme

In Dutch: Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Weinberg Grazynite

De 21ste symfonie van Weinberg is geen werk dat je zo maar kunt beluisteren. Het laat zich horen als Weinbergs autobiografie: zijn vlucht uit het getto van Warschau, zijn bekomst in de Sovjet-Unie en zijn gevecht met de autoriteiten en de herinneringen. De structuur van de symfonie is waanzinnig complex – oneerbiedig zou je kunnen zeggen dat het onevenwichtig is want er komt van alles aan voorbij. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahlers ‘Mutter, ach Mutter’ uit diens Des Knaben Wunderhorn, een door klarinet-solo gedragen klezmer-deuntje dat in een Requiem overgaat.

Maar: zijn onze herinneringen niet zo? Ongeordend, de ene emotie de andere oproepend? Zijn ‘Kaddish’ (één van de belangrijkste gebeden in de Joodse liturgie dat uitgesproken wordt na een overlijden van een ouder) – symfonie uit 1991 heeft Weinberg opgedragen aan de slachtoffers van het getto van Warschau. Schrijnend. Net als het leven van Weinberg zelf.

Maar vlak de tweede symfonie niet af! Het 11 minuten durende Adagio is niet minder dan elf minuten durende droefheid dat zoveel pijn doet dat het niet anders dan tot een satirische uitbarsting in deel drie, de Allegretto kan leiden. Mijn God, wat een muziek. Wat een componist.

Over de uitvoering kan ik kort zijn. Briljant. Mirga Gražinytė-Tyla bevestigt haar naam als één van de beste jonge dirigenten van tegenwoordig. Onder haar leiding klinkt het City of Birmingham Symphony Orchestra zoals ik ze al jaren niet meer heb gehoord, niet sinds de zeer jonge en onbekende Simon Rattle die daar de scepter ging zwaaien. Het is dan ook verheugend dat zij een exclusief contract met DG heeft gekregen.

Dat zij voor haar eerste opname op de ‘gele label’ juist voor Weinbergs Kaddish koos is tekenend. Haar (en haar voorkeuren) kennende kunnen we spannende opnamen van onbekende en minder bekende werken verwachten. Go, Mirga, go!


MIECZYSŁAW WEINBERG
Symfonie nr. 2 op. 30; Symfonie nr. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (viool), Maria Barns (sopraan), Oliver Janes (klarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (contrabas)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica o.l.v. Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661

Kremerata Baltica laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

MIECZYSŁAW WEINBERG. Suite for Orchestra; Symphony No.17 ‘Memory’

War – there is no word more cruel