orkestraal/concerten

Hans Gál en Mario Castelnuovo-Tedesco: hoe konden we ze vergeten?

Castelnuovo Tedesco en Gal

Regelmatig hoor ik de heren en dames cellisten klagen dat het repertoire voor hun instrument niet zo groot is, vandaar dat ze min of meer steeds dezelfde stukken (moeten) spelen en/of opnemen. Maar is het waar?

Wel, als je je alleen tot de min of meer bekende componisten beperkt. En zeker als je nog steeds ‘vergeet’ terug te kijken naar de zwarte periode in de geschiedenis, toen boeken in de vlammen op gingen en kunst, inclusief hun scheppers ‘entartet’ werd verklaard. Gelukkig hebben we nog voldoende musici die er alles aan doen om de ooit verboden werken aan de vergetelheid te onttrekken.

In 2016 heeft Raphael Wallfisch, één van de grootste pleiters van het ‘vergeten repertoire’, twee tot dan toe onbekende celloconcerten opgenomen: die van de van oorsprong Oostenrijk-Hongaarse Hans Gál en de Italiaanse Mario Castelnuovo–Tedesco. Beide componisten hebben de oorlog overleefd: Castelnuovo-Tedesco in Hollywood en Gál in Schotland. Beiden worden amper nog gespeeld, al kan een beetje gitarist niet om het oeuvre van de Italiaan heen.

Castelnuovo Gal

Hans Gál

Met de composities van Hans Gál is het droeviger gesteld, nog steeds kom je ze zelden tegen op de concertpodia. Zijn in 1944 gecomponeerde celloconcert laat zich niet makkelijk ontleden. Of, anders gezegd: je krijgt hem niet vanzelfsprekend ‘under your skin’. Ik moest er een paar keer naar luisteren voordat ik mij aan over gaf. Gáls taal lijkt stug en al is het werk nergens atonaal, je moet er werkelijk moeite voor doen. Maar misschien hoort het ook zo? Want gauw vergeten doe je het niet meer!

Castelnuovo Tedesco

Mario Castelnuovo-Tedesco

Geen groter contrast dan met de voornamelijk virtuoze compositie van Castelnuovo-Tedesco! Zijn celloconcerto schreef de componist voor de grote cellist Gregor Piatigorsky, de première vond plaats in 1935, Arturo Toscanini dirigeerde het New York Philharmonic. En dat was het dan. Sindsdien werd het concerto totaal vergeten, tachtig jaar lang. Totdat Raphael Wallfisch zich daarover ontfermde.

Raphael Wallfisch geeft beide concerten een uitstekende vertolking, met voldoende aandacht voor de diverse schrijfstijlen van de componisten. Het concerto van Gál klinkt onder zijn handen bijna classicistisch nuchter, voor Castelnuoco-Tedesco heeft hij voldoende virtuositeit en romantiek in huis om de luisteraar te enthousiasmeren.


Hans Gál: Celloconcert in b, op. 67
Mario Castelnuovo-Tedesco: Celloconcert in F
Raphael Wallfisch (cello), Konzerthausorchester Berlin o.l.v. Nicholas Milton
CPO 555 074-2

Muziek als redding. Voice in the Wilderness

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Voice in the Wilderness: music as salvation

Wallfisch BBC

Anita Lasker-Wallfisch ©BBC

Music can save your life. Literally. Anita Lasker-Wallfisch has survived Auschwitz. And also Bergen Belsen. She knows for sure that music was the cause of this. She was 16 when she was arrested. Her parents were already dead, but she didn’t know that yet.

wallfisch100_v-panorama

Young Anita played the cello and once in Auschwitz she was deployed in the Women’s Orchestra, which was conducted by Alma Rosé, Gustav Mahler’s niece. After the war she came to London, married pianist Peter Wallfisch and was a co-founder of the English Chamber Orchestra.

Her son, Raphael, is also a cellist. A famous one too, with many recordings to his name. And his son, Benjamin, is a conductor. Father and son Wallfisch made a recording together, which they dedicated to their relatives who were killed in the camps. The CD was released just before Holocaust Memorial Day on 27 January 2014.

wallfisch nimbus

It has become a surprising CD, because besides Bloch’s almost inevitable Schelomo also his rarely played Voice in the Wilderness is included and Ravel’s Kaddish follows André Caplet’s Epiphanie (d’après une légende éthiopienne). The latter escapes me a bit, it feels like the odd one out. I have to admit that I have no affinity with the work whatsoever. It just ripples on.

Instead I would have preferred to hear Baal-Shem by Bloch. Or something from Joseph Achron. Or Alexander Krein. Or the other two Mélodies hébraiques by Ravel. And even if I prefer the sung version of ‘Kaddish’ (can I make a recommendation? Gerard Souzay!) I have to admit that Raphael Wallfisch with his cello stole my heart. But the most beautiful thing is the orchestra. Soft. Dear. Loving.

Raphael Wallfisch discusses his Jewish music release:

ERNEST BLOCH

I am often asked if there is such a thing as Jewish music ….. Well, there certainly is! Just take Ernest Bloch. He was born in 1880 in Geneva in an assimilated family. Around the age of twentyfive he became interested in everything to do with Judaism and translated it into his language – music. “I’m interested in the Jewish soul” he wrote to Edmund Fleg, cantor and librettist of his opera Macbeth. “I want to translate all this into music.”

He developed a very personal style: his compositions reflect the atmosphere of Hebrew chant, without actually being a literal imitation of it. His intention was not to reconstruct old Hebrew music, but to write his own, good music, because, as he said, he was not an archaeologist. He succeeded.


Ernest Bloch – Voice in the Wilderness; Schelomo. Rhapsody hébraïque
André Caplet – Epiphany (d’après une légende éthiopienne)
Maurice Ravel – Mélodie hébraïque, Kaddish
Raphael Wallfisch, cello
BBC National Orchestra of Wales conducted by Benjamin Wallfisch
Nimbus NI 5913

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Muziek als redding. Voice in the Wilderness

‘Strogoii’ van Enescu: een verloren gewaand meesterwerk

Enesci Strigoii

Strigoii (Geesten) is een totaal onbekend oratorium van George Enescu, waar werkelijk niemand van wist. Enescu componeerde het in 1916 waarna het – onvoltooide – manuscript verloren raakte. In de jaren zeventig van de vorige eeuw dook het op in het Enescu-museum en werd het voltooid door Cornel Ţăranu. Een paar uitvoeringen door het Ars Nova Ensemble volgden maar het is nu pas dat het werk werd georkestreerd, door de componist Sabin Păuta.

Je kunt de Geesten beschouwen als de ontbrekende schakel tussen Enescu’s vroege liederen en zijn grote opera, Oedipe. De muzikale taal van de compositie komt in de buurt van Schönberg en zijn Gurre-Lieder, maar ook Bartóks Blauwbaards burcht is nergens ver weg. En toch is het werk eigenlijk nergens mee te vergelijken, het is zo ontzettend eigen en bijzonder!

Enescu Eminescu

Mihai Eminescu

Het driedelig oratorium is gebaseerd op een dramatisch gedicht van de bekendste Roemeense dichter Mihai Eminescu (1850-1889). Het is een zeer mysterieus poeme die vertelt over de voortijdige dood van de bruid van koning Arald van wie niet vaststaat of zij een onschuldige geest of een gevaarlijke vampier is geworden.

Strigoii doet mij het meest aan een ouderwets hoorspel denken. Dat komt niet alleen door de verteller maar ook door de manier hoe de muziek om het (moeilijk te volgen) verhaal heen is gebouwd. Het is ook vreselijk spannend en dat ligt voornamelijk aan de onheilspellende muziek. En opeens bedenk ik: wie heeft nog woorden nodig als muziek sec het allemaal zelf kan vertellen? Schitterend. En onweerstaanbaar.

De uitvoering is uitstekend. Het verhaal wordt zeer spannend verteld/gezongen door de bas Alin Arca en de sopraan Rodica Viva zingt een prachtige koningin. Ook de tenor Tiberius Simu (Arald) en de bariton Bogdan Baciu (Der Magus) zijn eersteklas.

De opname werd in december 2017 gemaakt in Berlijn. Het prachtig spelende Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin stond onder leiding van Gabriel Bebeselea, de dirigent van de Nationale Roemeense opera en het Transsylvaans staatsorkest.

Het ‘toegift’, een 10-minuten durende Pastorale fantaisie für kleines Orchester uit 1899 is niet minder dan een kostbaar cadeautje. Die leg ik dan onder mijn Sinterklaas/kerst/Chanoeka-boom.
Bedankt Capriccio!


George Enescu
Strigoii; Pastorale fantaisie für kleines orchester
Rodica Vica, Alin Anca, Tiberius Simu, Bogdan Baciu
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Gabriel Bebeselea
Capriccio C 5346

Franz Schreker: Vom Ewigen Leben

Ik denk niet dat het verstandig was om ‘Ekkehard’, een jeugdwerkje van Franz Schreker op te nemen. Überhaupt. En al zeker niet om het aan het begin van de cd te plaatsen. De symfonische ouverture heeft weinig om het lijf, klinkt onsamenhangend, is saai en werkt eerder afschrikwekkend dan uitnodigend tot luisteren. ‘Phantastische Ouvertüre’ op 15 is nauwelijks beter en zelfs ik, een keiharde Schreker-fan heb echt moeten doorzetten om het af te luisteren.

Gelukkig vind je op die cd ook twee op de gedichten van Hans Reisiger (naar Walt Whitman) gecomponeerde liederen met de titel ‘Vom Ewigen Leben’ en hier hoor je de echte Schreker. Sensueel en smachtend. Dat mijn eindoordeel niet negatief uitpakt ligt dan ook aan de liederen die prachtig, met veel sehnsucht gezongen worden door de Australische sopraan Valda Wilson.

 Maar het kan ook een beetje aan de jonge Engelse dirigent Christopher Ward liggen. Hij dirigeert zeer kundig maar het ontbreekt hem aan een echte drive. Ik kan mij ook niet aan de indruk onttrekken dat hij het ‘Schrekiaanse idioom’ niet helemaal begrijpt, want ergens tussen de alle zeer keurig gespeelde noten is hij de erotiek kwijtgeraakt. Het best hoor je het in het bekendste stuk van Schreker, zijn ‘Vorspiel zu einer grossen Oper’.

FRANZ SCHREKER
Ekkehard; Vom Ewigen Leben; Phantastische Ouvertüre; Vier kleine Stücke fürgrosses orchester; Vorspiel zu einer grossen Oper
Valda Wilson (sopraan)
Deutsche Staatsphilharmonie Reihnland-Pfalz olv Christopher Ward
Capriccio C5348

/2016/10/13/franz-schreker-door-lawrence-renes/

/2017/01/20/der-schatzgraber-amsterdam-september-2012/

/2017/01/22/schreker-irrelohe-der-schmied-von-gent-en-nog-meer/

/2016/12/17/der-ferne-klang/

/2017/01/21/die-gezeichneten-discografie/

Daniil Trifonovs weergaloze Rachmaninoff: cd van het jaar?

Rachmaninov Trifonov

Daniil Trifonovs vertolking van het tweede en het vierde  pianoconcert van Rachmaninoff  is het allerbeste wat ik in jaren heb gehoord. Zijn energie is tomeloos, de spanning is om te snijden en de manier hoe hij de sentimentele passages met pure virtuositeitsvertoon weet te combineren is weergaloos.

Dat Trifonov, nog maar 27 jaar oud tot de meest opwindende pianisten van de laatste tijd behoort, dat wisten we wel. Ook zijn affiniteit met de muziek van Rachmaninoff was ons bekend. Maar soms ontstijgt iets je voorstellingsvermogen en dat is wat nu gebeurt. Geholpen door Yannick Nézet-Séguin laat Trifonov je alle (en dat zijn er heel erg wat!) uitvoeringen van nummer twee vergeten. Niks geen routine, niks geen klank om de klank alleen, niks geen spiervertoon. Hier gebeurt echt een wonder: het is alsof ik het concerto voor het eerst in mijn leven onderga. …

In nummer vier gaat hij nog een stapje verder en gebruikt al zijn techniek om het concert nog moeilijker te laten klinken dan het is. Of juist makkelijker, wat elkaar niet tegenspreekt. Ik heb nog nooit in mijn leven een betere uitvoering van dit concert gehoord.

Maar er is meer. Tussen de beide pianoconcerto’s zit ‘een mopje’ Bach: Rachmaninoffs eigen bewerking van de vioolsolopartita BWV 1006. Ik vind die transcriptie heel erg mooi, het voelt ook een beetje als een oase van zalige rust.

Vergeet trouwens het Philadelphia Orkestra niet, ooit Rachmaninoffs eigen ‘huisorkest’! Onder de waanzinnig energieke, inspirerende en opwindende leiding van Yannick Nézet-Séguin ontplooien ze zich als een meesterlijk virtuoos geheel. Voornamelijk de houtblazers klinken opmerkelijk goed.

De live opname maakt het genot nog groter en intenser. Laat je niet door de rare titel, de hoes en de foto’s misleiden, die slaan nergens op. Koop de cd en geniet van wat wellicht de beste opname van het jaar is.


Destination Rachmaninov. Departure.
SERGEI RACHMANINOV: pianoconerto’s 2 &4
J.S.BACH: Suite from the Partita for Violin in E major BWV 1006
Daniil Trifonov
The Philadelphia Orchestra olv Yannick Nézet-Séguin
DG 4835355

Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer

Bloch Hivers

Ernest Bloch werd in 1880 in Genève geboren in een geassimileerd Joods gezin. Vóór de oorlog behoorde hij tot de meest gespeelde en gewaardeerde componisten. Men noemde hem zelfs de vierde grote ‘B’ na Bach, Beethoven en Brahms. Het is niet zo dat men zijn naam niet meer kent, maar verder dan zijn celloconcerto komt men meestal niet.

De symfonische gedichten Hiver-Printemps zijn zeer beeldend. Samen met de prachtige liederencyclus Poèmes d’Automne, gecomponeerd voor de teksten van Béatrix Rodès, Bloch’s toenmalige geliefde en zeer onroerend gezongen door Sophie Koch (Kleenex bij de hand?) vormen ze als het ware één geheel, een soort ‘Jaargetijden’, waaraan alleen de zomer ontbreekt.

De suite voor altviool behoort tot de beste composities van Bloch en men kan zich geen betere uitvoering voorstellen dan die van Tabea Zimmermann.

De titel van de cd, ‘20th Century Portraits’ is enigszins misleidend want de meeste werken zijn tussen 1905 en 1919 gecomponeerd en hun idioom is sterk in de late romantiek en de fin de Siècle verankerd. Alleen het overweldigende Proclamation voor trompet en orkest stamt uit 1950.

Het Deutches Symphonie-Orchester Berlin speelt onder leiding van Steven Sloane zeer bezield.


Ernest Bloch
Hiver-Printemps; Proclamation; Poèmes d’automne; Suite
Tabea Zimmermann (altviool), Reinhold Friedrich (trompet), Sophie Koch (mezzosopraan);
Deutches Symphonie-Orchester Berlin olv Steven Sloane
Capriccio 67076

BLOCH: Symphony in C; Poems of the sea
Ernest Bloch: MACBETH
Muziek als redding. Voice in the Wilderness
ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Zweedse Mahler 5 met visie

Mahler 5 Harding

Daniel Harding maakte zijn professioneel debuut in 1994 in Birmingham toen hij nog maar negentien (!) jaar oud was. Hij werd daar assistent van Simon Rattle en het seizoen daarop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker. Van zo iemand verwacht je dat hij uiteindelijk bij een echte toporkest belandt en toch kwam hij niet verder dan het Zweeds Radio-Orkest. Best jammer, denk ik, zeker bij het beluisteren van de door hem opgenomen Mahler 5.

Nu is het Zweedse orkest verre van slecht maar toch betrap ik mij op de gedachte hoe zal de symfonie hebben geklonken als Harding het met het Concertgebouworkest had opgenomen? Of de Rotterdammers?

De blazers zijn zonder meer indrukwekkend maar verschrikkelijk overheersend en ik had de strijksectie toch wel graag iets verfijnder gehoord. Echt jammer want Hardings visie mag er zeker zijn! Vanaf het eerste akkoord dwingt hij tot het luisteren en al zijn zijn tempi af en toe een beetje slopend en een beetje sloom: dat er een idee achter zit is nogal wiedes.

Ik geef toe, hij maakt indruk, althans op mij: eindelijk iemand die iets te vertellen heeft. Het is voornamelijk de Scherzo (deel drie) die nogal spectaculair klinkt, jammer genoeg haalt het Adagio het niveau niet. De strijkers!

Daniel Harding over Mahler 5:

GUSTAV MAHLER
Symphony Nr.5
Swedish Radio Symphony Orchestra olv Daniel Harding
HMM 902366