orkestraal/concerten

John Williams speelt gitaarconcerten van Giuliani en Schubert

Schubert John Williams

Niet schrikken! Het ligt echt niet aan u, Schubert heeft heus geen gitaarconcert geschreven. Arpeggione, een muziekinstrument dat maar kort in het gebruik was aan het begin van de negentiende eeuw werd ook gitaarvioloncel genoemd. De keuze om het meesterwerk van Schubert op een gitaar te spelen is dus minder vreemd dan u denkt en meer voor de hand liggend dan de bewerkingen voor fluit of klarinet bij voorbeeld.

Het concert van Mauro Giuliani werd al eerder door Williams opgenomen, in 1968. Sindsdien is er het een en ander in de muziekopvattingen veranderd en het gebruik van de authentieke instrumenten werd bijna een must. Op deze opname uit 1999 bespeelt Williams een Guadagnini uit 1814. Hij gebruikt ook de oorspronkelijke partituur, dat alles onder de supervisie van Carlo Barone, een expert op het gebied van de Italiaanse gitaarmuziek uit die tijd.

John Williams behoort beslist tot de beste en meest veelzijdige gitaristen uit onze tijd. Met net zoveel gemak verzorgt hij de plaatpremières van hedendaagse composities, maakt hij uitstapjes naar de jazz en bezorgt kippenvel aan de liefhebber van de romantische muziek van Tárrega. Ook op deze opname worden wij niet teleurgesteld, al hoor ik de Arpaggione het liefst gespeeld op de cello, met de pianobegeleiding. En dan graag  door het duo Maisky/Argerich.


John Williams gitaar
Australian Chamber Orchestra olv Richard Tognetti
Sony SK63385

Advertenties

Erwin Schulhoff: genres en grenzen overschrijdende muziek

Schulhoff box

“Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme” schreef Erwin Schulhoff in 1919.

Vanaf zijn prille jeugd werd Schulhoff gefascineerd door alles wat nieuw was. Zijn muziek was  genres en grenzen – soms zelfs die van een ‘goed fatsoen’ – overschrijdend. Hij was een man van uitersten, hartelijk omarmde hij dada en jazz, had ook een bijzondere voorkeur voor het groteske. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek, van alles eigenlijk voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo werd.

Schulhoff Lockenhaus

Mijn eerste kennismaking met de componist en zijn muziek was dertig jaar geleden, in het door Gidon Kremer geleide kamermuziekfestival in Lockenhaus. Het was voornamelijk zijn strijksextet, met zijn sterke Janaček-invloeden, dat mij naar adem deed happen. Sinds die dag was ik verslaafd.

Het heeft lang geduurd, maar inmiddels heeft Schulhoff zijn weg naar de concertpodia en opnamestudio’s gevonden. Voornamelijk dat laatste, want op concerten wordt hij nog steeds te weinig geprogrammeerd. Waar het aan ligt? Niet aan zijn muziek. Ik vind het buitengewoon pervers dat de vermoorde componisten nog steeds vaak doodgezwegen worden. Voor de tweede keer vermoord.

Schulhoff etersen

Mijn allereerste ‘platen-encounter’ met de componist betrof de opname van de complete strijkkwartetten door het Petersen Quartet, in 1992. Tot mijn vreugde zitten die strijkkwartetten ook in de box met zes cd’s die het label Capriccio onlangs op de markt gebracht. Het betreft opnamen van veel van zijn werken (beste Capriccio: er bestaat meer!) door Deutschlandfunk Kultur tussen 1992 en 2007 gemaakt. De meeste van die opnamen zijn al eerder op Capriccio (maar ook andere, vaak niet meer bestaande labels) verschenen.

De opname uit 2007 van het Dubbelconcert voor fluit en piano, met als solist de Nederlandse fluitist Jacques Zoon is voor mij nieuw. En mooi dat het is! Nieuw voor mij is ook de opname van de tweede en de vijfde symfonie, waarin de Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding staat van de grootste pleitbezorger voor de ‘entartete componisten’, James Conlon.


ERWIN SCHULHOFF
Symfonieën nr. 2 & 5, Pianoconcert op. 34, Concerto Doppio, Concert voor strijkkwartet en blazers, Strijkkwartetten nr. 1 & 2, Strijksextet, Sonate voor viool solo, Duo voor viool en cello, Pianosonates nr. 1 & 3, Pianowerken
Jacques Zoon (fluit); Frank-Immo Zichner, Margarete Babinsky (piano); Petersen Quartett; Leipzicher Streichquartett; Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv James Conlon; Deutscher Symphonie-Orchester Berlin olv Roland Kluttig
Capriccio C7297

Entartete Musik, Teresienstadt and Channel Classics

Spectrum Concerts Berlin speelt ERWIN SCHULHOFF

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Ouverturen van Lortzing meesterlijk gedirigeerd door Jun Märkl

Lortzing Ouvertures

Albert Lortzing (1801-1851) behoort tot de meest uitgevoerde componisten, althans in Duitsland. Geen wonder: zijn muziek is zeer Duits. Meeste muziekliefhebbers kennen hem als de schepper van romantische sprookjes, maar Lortzing was meer dan dat. In zijn opera’s behandelt hij een keur aan verschillenden onderwerpen wat zijn werken meer dan interessant maakt.

Hij was ook politiek betrokken, wat hem op een heus verbod kwam te staan. Neem zo’n Regina bij voorbeeld: het verhaal speelt zich af in een fabriek, waar, behalve de romantische verwikkelingen ook heuse stakingen plaatsvinden en waar arbeiders in opstand komen. Helaas kun je niets van dat alles in de ouvertures sec horen, waardoor de cd een niet meer dan een leuk niemendalletje is. Ergens las ik dat de werken onbekend zouden zijn, maar dat is niet zo. Vijf van de ouvertures zijn overbekend en zelf kende ik alleen de Andreas Hofer uit 1832 niet.

Maar de uitvoering is zonder meer goed. Alles klopt, de tempi, de noten, de betrokkenheid. En toch ontbreekt er iets. Het ligt aan de muziek zelf, denk ik. Het zijn noten, heel erg veel aangename noten die nergens iets te vertellen hebben. Mijn petje af dus voor Jun Märkl die de ouvertures behandelt als waren ze door Mozart, Wagner of God zelf gecomponeerd.


ALBERT LORTZING
Opera Ouvertures
Malmo Opera Orchestra olv Jun Märkl
Naxos 8573824

Fascinerende kennismaking met Yitzhak Yedid

YItzhak Yedid cd

Een kleine waarschuwing vooraf: het begint met een ‘boem!’. Als je dar niet op gedacht bent dan kun je behoorlijk schrikken. Mij deed het zowat uit mijn stoel schieten, maar de landing erna was gelukkig aan de zachte kant. Laat ik het zo zeggen: de ‘boem’ – ik neem aan dat het dus de ‘killul’ (de ‘vloek’) uit de titel is – was een voorbode van een interessant verhaal. Maar u bent al gewaarschuwd.

‘Chad Gadia’ (de kleine geit) voor klarinet, viool, cello en piano is anders. Laat ik het maar zo formuleren: de titel dekt precies de lading. Heerlijk. Mij toverde het de glimlach op mijn gezicht.

Het pianoconcerto is alweer anders. Ik weet niet of ik het mooi vind maar beoiend is het zeer zeker, voornamelijk door de geweldige uitvoering. De pianist Michael Kieran Harvey verdient meer dan een pluim voor zijn waanzinnig goede prestatie. Het beste hoor je het in de zeer classicistisch aandoende derde deel.

Yitzhak Yedid

Yitzhak Yedid ¢ Wikioedia

De Israëlische componist Yitzhak Yedid werd in 1971 geboren in Jeruzalem, zijn ouders waren Joodse vluchtelingen uit Syrië. In zijn muziek hoor je de invloeden van Arabische en Joodse ritmes, dat alles gecombineerd met free jazz. Het beste hoor je het in de (voor mij de beste en ook de meest interessante) titelcompositie, ‘Angels Revolt’, een chaconne voor piano.

Maar als ik heel erg eerlijk mag zijn: ik vond de kennismaking zonder meer fascinerend, maar of ik de cd ooit nog eens gewoon zo, voor mijn eigen plezier ga opzetten? Mijn advies: neem er de tijd voor, luister en … wie weet?


YITZHAK YEDID
Angels Revolt
Kiddushim ve´killulim, Chad Gadya, Concerto voor piano and strings, Angel´s Revolt
Rachael Shipard, Michael Kieran Harvey (piano); Christian Lindberg, Graeme Jenkins (dirigent) e.a.
Betweenthelines BTLCHR71246

Hans Gál en Mario Castelnuovo-Tedesco: hoe konden we ze vergeten?

Castelnuovo Tedesco en Gal

Regelmatig hoor ik de heren en dames cellisten klagen dat het repertoire voor hun instrument niet zo groot is, vandaar dat ze min of meer steeds dezelfde stukken (moeten) spelen en/of opnemen. Maar is het waar?

Wel, als je je alleen tot de min of meer bekende componisten beperkt. En zeker als je nog steeds ‘vergeet’ terug te kijken naar de zwarte periode in de geschiedenis, toen boeken in de vlammen op gingen en kunst, inclusief hun scheppers ‘entartet’ werd verklaard. Gelukkig hebben we nog voldoende musici die er alles aan doen om de ooit verboden werken aan de vergetelheid te onttrekken.

In 2016 heeft Raphael Wallfisch, één van de grootste pleiters van het ‘vergeten repertoire’, twee tot dan toe onbekende celloconcerten opgenomen: die van de van oorsprong Oostenrijk-Hongaarse Hans Gál en de Italiaanse Mario Castelnuovo–Tedesco. Beide componisten hebben de oorlog overleefd: Castelnuovo-Tedesco in Hollywood en Gál in Schotland. Beiden worden amper nog gespeeld, al kan een beetje gitarist niet om het oeuvre van de Italiaan heen.

Castelnuovo Gal

Hans Gál

Met de composities van Hans Gál is het droeviger gesteld, nog steeds kom je ze zelden tegen op de concertpodia. Zijn in 1944 gecomponeerde celloconcert laat zich niet makkelijk ontleden. Of, anders gezegd: je krijgt hem niet vanzelfsprekend ‘under your skin’. Ik moest er een paar keer naar luisteren voordat ik mij aan over gaf. Gáls taal lijkt stug en al is het werk nergens atonaal, je moet er werkelijk moeite voor doen. Maar misschien hoort het ook zo? Want gauw vergeten doe je het niet meer!

Castelnuovo Tedesco

Mario Castelnuovo-Tedesco

Geen groter contrast dan met de voornamelijk virtuoze compositie van Castelnuovo-Tedesco! Zijn celloconcerto schreef de componist voor de grote cellist Gregor Piatigorsky, de première vond plaats in 1935, Arturo Toscanini dirigeerde het New York Philharmonic. En dat was het dan. Sindsdien werd het concerto totaal vergeten, tachtig jaar lang. Totdat Raphael Wallfisch zich daarover ontfermde.

Raphael Wallfisch geeft beide concerten een uitstekende vertolking, met voldoende aandacht voor de diverse schrijfstijlen van de componisten. Het concerto van Gál klinkt onder zijn handen bijna classicistisch nuchter, voor Castelnuoco-Tedesco heeft hij voldoende virtuositeit en romantiek in huis om de luisteraar te enthousiasmeren.


Hans Gál: Celloconcert in b, op. 67
Mario Castelnuovo-Tedesco: Celloconcert in F
Raphael Wallfisch (cello), Konzerthausorchester Berlin o.l.v. Nicholas Milton
CPO 555 074-2

Muziek als redding. Voice in the Wilderness

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Voice in the Wilderness: music as salvation

Wallfisch BBC

Anita Lasker-Wallfisch ©BBC

Music can save your life. Literally. Anita Lasker-Wallfisch has survived Auschwitz. And also Bergen Belsen. She knows for sure that music was the cause of this. She was 16 when she was arrested. Her parents were already dead, but she didn’t know that yet.

wallfisch100_v-panorama

Young Anita played the cello and once in Auschwitz she was deployed in the Women’s Orchestra, which was conducted by Alma Rosé, Gustav Mahler’s niece. After the war she came to London, married pianist Peter Wallfisch and was a co-founder of the English Chamber Orchestra.

Her son, Raphael, is also a cellist. A famous one too, with many recordings to his name. And his son, Benjamin, is a conductor. Father and son Wallfisch made a recording together, which they dedicated to their relatives who were killed in the camps. The CD was released just before Holocaust Memorial Day on 27 January 2014.

wallfisch nimbus

It has become a surprising CD, because besides Bloch’s almost inevitable Schelomo also his rarely played Voice in the Wilderness is included and Ravel’s Kaddish follows André Caplet’s Epiphanie (d’après une légende éthiopienne). The latter escapes me a bit, it feels like the odd one out. I have to admit that I have no affinity with the work whatsoever. It just ripples on.

Instead I would have preferred to hear Baal-Shem by Bloch. Or something from Joseph Achron. Or Alexander Krein. Or the other two Mélodies hébraiques by Ravel. And even if I prefer the sung version of ‘Kaddish’ (can I make a recommendation? Gerard Souzay!) I have to admit that Raphael Wallfisch with his cello stole my heart. But the most beautiful thing is the orchestra. Soft. Dear. Loving.

Raphael Wallfisch discusses his Jewish music release:

ERNEST BLOCH

I am often asked if there is such a thing as Jewish music ….. Well, there certainly is! Just take Ernest Bloch. He was born in 1880 in Geneva in an assimilated family. Around the age of twentyfive he became interested in everything to do with Judaism and translated it into his language – music. “I’m interested in the Jewish soul” he wrote to Edmund Fleg, cantor and librettist of his opera Macbeth. “I want to translate all this into music.”

He developed a very personal style: his compositions reflect the atmosphere of Hebrew chant, without actually being a literal imitation of it. His intention was not to reconstruct old Hebrew music, but to write his own, good music, because, as he said, he was not an archaeologist. He succeeded.


Ernest Bloch – Voice in the Wilderness; Schelomo. Rhapsody hébraïque
André Caplet – Epiphany (d’après une légende éthiopienne)
Maurice Ravel – Mélodie hébraïque, Kaddish
Raphael Wallfisch, cello
BBC National Orchestra of Wales conducted by Benjamin Wallfisch
Nimbus NI 5913

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Muziek als redding. Voice in the Wilderness

‘Strogoii’ van Enescu: een verloren gewaand meesterwerk

Enesci Strigoii

Strigoii (Geesten) is een totaal onbekend oratorium van George Enescu, waar werkelijk niemand van wist. Enescu componeerde het in 1916 waarna het – onvoltooide – manuscript verloren raakte. In de jaren zeventig van de vorige eeuw dook het op in het Enescu-museum en werd het voltooid door Cornel Ţăranu. Een paar uitvoeringen door het Ars Nova Ensemble volgden maar het is nu pas dat het werk werd georkestreerd, door de componist Sabin Păuta.

Je kunt de Geesten beschouwen als de ontbrekende schakel tussen Enescu’s vroege liederen en zijn grote opera, Oedipe. De muzikale taal van de compositie komt in de buurt van Schönberg en zijn Gurre-Lieder, maar ook Bartóks Blauwbaards burcht is nergens ver weg. En toch is het werk eigenlijk nergens mee te vergelijken, het is zo ontzettend eigen en bijzonder!

Enescu Eminescu

Mihai Eminescu

Het driedelig oratorium is gebaseerd op een dramatisch gedicht van de bekendste Roemeense dichter Mihai Eminescu (1850-1889). Het is een zeer mysterieus poeme die vertelt over de voortijdige dood van de bruid van koning Arald van wie niet vaststaat of zij een onschuldige geest of een gevaarlijke vampier is geworden.

Strigoii doet mij het meest aan een ouderwets hoorspel denken. Dat komt niet alleen door de verteller maar ook door de manier hoe de muziek om het (moeilijk te volgen) verhaal heen is gebouwd. Het is ook vreselijk spannend en dat ligt voornamelijk aan de onheilspellende muziek. En opeens bedenk ik: wie heeft nog woorden nodig als muziek sec het allemaal zelf kan vertellen? Schitterend. En onweerstaanbaar.

De uitvoering is uitstekend. Het verhaal wordt zeer spannend verteld/gezongen door de bas Alin Arca en de sopraan Rodica Viva zingt een prachtige koningin. Ook de tenor Tiberius Simu (Arald) en de bariton Bogdan Baciu (Der Magus) zijn eersteklas.

De opname werd in december 2017 gemaakt in Berlijn. Het prachtig spelende Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin stond onder leiding van Gabriel Bebeselea, de dirigent van de Nationale Roemeense opera en het Transsylvaans staatsorkest.

Het ‘toegift’, een 10-minuten durende Pastorale fantaisie für kleines Orchester uit 1899 is niet minder dan een kostbaar cadeautje. Die leg ik dan onder mijn Sinterklaas/kerst/Chanoeka-boom.
Bedankt Capriccio!


George Enescu
Strigoii; Pastorale fantaisie für kleines orchester
Rodica Vica, Alin Anca, Tiberius Simu, Bogdan Baciu
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Gabriel Bebeselea
Capriccio C 5346