orkestraal/concerten

John Wilson puts Korngold’s symphony in the spotlight

Korngold Wilson

For five years, from 1947 to 1952, Korngold worked on what he thought would be his greatest work, his symphony ‘Dedicated to the memory of Franklin Delano Roosevelt’. He offered the work to Bruno Walter, perhaps in the hope that he would conduct it. Walter was honoured and called the composition “the best modern symphony I know,” but he never conducted it. Why not? We’ll most likely never find out.

The premiere in 1954 was a failure and it was not until 1972 that the work was given a proper performance by the Munich Philharmonic Orchestra conducted by Rudolf Kempe. We had to live with that recording until 1997, when André Previn gave the composition a new boost – for which I am still very grateful. Or rather was, as the new recording John Wilson made with his newly founded Sinfonia of London makes me forget all the other recordings (there’s also Marc Albrecht with whom I’m not so happy).

I don’t know why, but Wilson shows a strong affinity for Korngold’s idiom. He raises the tension so cruelly you think you’re in the middle of a Hitchcock movie. Cinematic, expressive, but also a little melodramatic, as it should be. But he does not forget the Korngoldian ‘sweet tones’. The result is breathtaking.

Theme and Variations and Straussiana are not really works to write home about, but when they are performed like this… What an accomplishment!


ERICH WOLFGANG KORNGOLD
Symphony in F-sharp, Op.40; Theme and Variations, Op.42; Straussiana
Sinfonia of London under John Wilson
Chandos CHSA 5220

In Dutch:
John Wilson zet de symfonie van Korngold in de spotlights

Translated with www.DeepL.com/Translator

John Wilson zet de symfonie van Korngold in de spotlights

Korngold Wilson

Vijf jaar, van 1947 tot 1952, heeft Korngold er aan gewerkt, aan wat hij dacht dat het zijn grootste werk zou worden, zijn symfonie ‘Dedicated tot he memory of Franklin Delano Roosevelt’. Het werk heeft hij aan Bruno Walter opgedragen, wellicht in de hoop dat hij het zou gaan dirigeren. Walter was vereerd en noemde de compositie “de beste moderne symfonie die ik ken”, maar het dirigeren deed hij niet. Waarom? Daar komen we waarschijnlijk nooit meer achter.

De première in 1954 was een mislukking en het duurde tot 1972 eer het werk een fatsoenlijke uitvoering kreeg door het Philharmonisch orkest van München onder leiding van Rudolf Kempe. En daar moesten we het mee doen tot 1997, toen André Previn de compositie wat meer schwung bezorgde en waar ik nog steeds heel erg gelukkig mee ben. Was, eigenlijk, want de nieuwe opname die John Wilson met zijn pas opgerichte Sinfonia of London doet mij al die andere opnamen (er is ook nog Marc Albrecht waar ik niet zo gelukkig mee ben) eenvoudigweg vergeten.

Ik weet niet waar het aan ligt maar Wilson schijnt Korngolds idioom bijna congeniaal aan te voelen. Hij laat de spanning zo gemeen opvoeren dat je denkt midden in een ‘Hitchcock film’ te zijn beland. Filmisch, expressief, maar ook een beetje melodramatisch, zoals het hoort. Daarbij vergeet hij de Korngoldiaanse ‘zoete tonen’ niet. Het resultaat is adembenemend.

Theme and Variations en Straussiana zijn niet echt werken om over naar huis te schrijven, maar als het zo uitgevoerd wordt… Wat een aanwinst!


ERICH WOLFGANG KORNGOLD
Symphony in F-sharp, Op.40; Theme and Variations, Op.42; Straussiana
Sinfonia of London olv John Wilson
Chandos CHSA 5220

Hans Gál and Mario Castelnuovo-Tedesco: How could we forget them?

Castelnuovo Tedesco en Gal

I regularly hear cellists complain that the repertoire for their instrument is not that large, which is why they (have to) play and/or record more or less the same pieces over and over again. But is this really true?

Well, only if you limit yourself to the more or less well-known composers. And certainly if you still ‘forget’ to look back at the black period in history, when books went up in flames and art, including their creators, was declared ‘entartet’. Fortunately, we still have enough musicians who do everything in their power to ensure that the once forbidden works are not forgotten.

In 2016, Raphael Wallfisch, one of the greatest advocates of the ‘forgotten repertoire’, recorded two previously unknown cello concertos: those by Hans Gál, originally from Austria-Hungary, and the Italian Mario Castelnuovo-Tedesco. Both composers survived the war: Castelnuovo-Tedesco in Hollywood and Gál in Scotland. Both are barely being played, although it is impossible for a serious guitarist to ignore the Italian’s oeuvre.

Castelnuovo Gal

Hans Gál

Things are worse with Hans Gál’s compositions, which are still rare on concert stages. His cello concerto, composed in 1944, is not easy to dissect. Or, in other words: you don’t get it automatically ‘under your skin’. I had to listen to it a few times before I surrendered to it. Gál’s language seems rigid and even though the work is not atonal anywhere, you really have to make an effort. But maybe that’s the way it should be? Because you don’t forget it easily!

https://www.milkenarchive.org/assets/Photos/Composer-Mario-Castelnuovo-Tedesco-814.jpg

Mario Castelnuovo-Tedesco

No greater contrast than with Castelnuovo-Tedesco’s predominantly virtuoso composition! The composer wrote his cello concerto for the great cellist Gregor Piatigorsky, the premiere took place in 1935, Arturo Toscanini conducted the New York Philharmonic. And that was it. Since then, the concerto has been totally forgotten for eighty years. Until Raphael Wallfisch took care of it.

Raphael Wallfisch gives an excellent interpretation of both concertos, with sufficient attention to the various writing styles of the composers. Gál’s concerto sounds almost classicistic in his hands; for Castelnuoco-Tedesco he has enough virtuosity and romance to enthuse the listener.

Hans Gál: Cello concerto in b, op. 67
Mario Castelnuovo-Tedesco: Cello concerto in F
Raphael Wallfisch (cello), Konzerthausorchester Berlin conducted by Nicholas Milton
CPO 555 074-2

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Voice in the Wilderness: music as salvation

Channa Malkin and Izhar Elias in ‘Songs of Love and Exile, a Sephardic Journey’

Isata Kanneh-Mason eert Clara Schumann

Schumann Isata

Voor mij is ‘diversiteit’ gewoon een modewoord dat niets met de werkelijkheid te maken heeft. Omdat het moet en omdat de quota gehaald moeten worden, moet nu ook de klassieke muziek business er aan geloven. En dan bedoel ik niet de operafiguren zoals Aida of Otello, want die moeten nu juist ontkleurd worden. Vandaar ook dat de orkesten en platenmaatschappijen bijna krampachtig op zoek zijn naar mensen van kleur.

Nu moet u mij niet verkeerd begrijpen: ook ik denk dat het heel erg goed is en juich het van harte toe, maar dan wel met één voorwaarde: kwaliteit. En de kwaliteit is bij de Engelse pianiste Isata Kanneh-Mason hoog, zeer erg hoog. Zij is de oudste van de zeven Kanneh-Mason kinderen die allemaal muziek maken: vier van haar broers en zussen studeren aan The Royal Academy of Music, waar de 22-jarige Isata zelf nog steeds les heeft. Haar broer Sheku die cellist is, is haar in roem al vóór gegaan.

Clara Wieck-Schumann was een wonderkind dat uitgroeide tot een pianovirtuoos. Dat zij ook componeerde werd lange tijd genegeerd: als moeder van acht kinderen werd zij geacht voor haar beroemde man te zorgen.

Op haar eerste cd-opname speelt Isata Kanneh-Mason werken die zowat het hele leven van Clara beheersen. Zo begint zij met het pianoconcert dat Clara componeerde toen zij dertien jaar oud was en waar zij de première van speelde toen zij zestien was. Mendelssohn dirigeerde.

Isata Kanneh-Mason speelt het zeer virtuoos en haalt er alles van wat er uit te halen is: niet veel eigenlijk. Wat niet erg is, want zo gespeeld wordt het concerto naar hogere regionen opgetild en dat mag. Daarbij wordt zij uitstekend begeleid door het orkest van Liverpool. Het mooist vind ik echter de vioolromances, gecomponeerd voor Joseph Joachim. Samen met de violiste Elena Urioste zorgt Kanneh-Mason voor een onvergetelijk ervaring. Top!


CLARA SCHUMANN
ROMANCE
Pianoconcert; 3 Romances voor piano op. 11; Scherzo no.2 in c, op. 14; 3 Romances voor viool en piano, op. 22; Pianosonate in G minor, e.a.
Isatha Kanneh-Mason (piano), Elena Urioste (viool, op. 22), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Holly Mathieson
Decca 4850020

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

Muziek die als ketting in elkaar overgaat

Witold-Lutoslawski-Partita-Chain-2-Piano-Concerto-Mutter-Zimerman-coverWitold Lutosławski kan ongetwijfeld gerekend worden tot één van de allergrootste componisten van de twintigste eeuw. Zijn oeuvre is niet bijster groot maar des te indrukwekkender en het pianoconcerto neemt daarin een prominente plaats in. Lutosławski componeerde het in 1987 in opdracht van de Salzburger Festspiele en droeg het op aan Krystian Zimerman, die daar een jaar later daar inderdaad de première van heeft gegeven, onder leiding van de componist zelf.

Het is een zeer lyrische, maar ook een zeer expressieve compositie dat je werkelijk aan je stoel nagelt. De vier delen ervan lopen als een ketting in elkaar over, zonder onderbreking.  Buitengewoon indrukwekkend en ongekend spannend, maar ook, en dat vind ik zeer zeker belangrijk, het concerto is ook zeer toegankelijk voor de onervaren luisteraar.

Muziek die als ketting in elkaar overgaat… Nee het is niet echt iets nieuws, zeker niet voor Lutosławski. Al in 1986 componeerde hij drie werken onder de titel Chain.

Eén deel ervan, Chain 2 voor viool en orkest werd toen door Anne-Sophie Mutter dermate indrukwekkend uitgevoerd dat de componist besloot zijn Partita voor viool en piano (ooit gecomponeerd voor Pinchas Zuckerman) voor haar om te werken en aan haar op te dragen.

Het zijn geen nieuwe opnamen, maar wat maakt het uit? De muziek is schitterend en uitvoeringen niet minder dan fenomenaal.


Witold Lutoslawski
Partita; Chain 2; Piano Concerto
Anne-Sophie Mutter (viool), Krystian Zimerman (piano)
BBC Symphony Orchestra olv Witold Lutoslawski
DG 4715882

WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

David Oistrakh en de vioolconcerten van Sjostakovitsj

Afbeeldingsresultaat voor oistrakh shostakovich bbc

Er bestaan van die composities die in één adem worden genoemd met één bepaald vertolker: celloconcert van Elgar en Jacqueline du Pré bijvoorbeeld. Of de vioolconcerten van Dmitri Sjostakovitsj en David Oistrakh.

Beide concerten heeft Sjostakovitsj aan de violist opgedragen (de tweede kreeg hij cadeau voor zijn zestigste verjaardag) en het was Oistrakh die hun wereldpremière verzorgde. De eerste, geschreven in 1947 maar pas twee jaar na de dood van Stalin voor het eerst uitgevoerd, is een zeer persoonlijk werk en draagt het ‘stempel’ van de componist. In het eerste deel gebruikte hij zijn eigen initialen DSCH, iets wat hij overigens vaker deed, bijvoorbeeld in het zevende strijkkwartet of de tiende symfonie.

Sjostakovitsj Oistrach en meer

Rostropovich, Oistrakh, Britten en Shostakovitch

Zowel de violist als de componist die innig bevriend was met Benjamin Britten waren graag geziene gasten in Engeland, waar ook de muziek van Sjostakovitsj zeer geliefd was. Het is dus niet zo vreemd dat de live opnamen van beide concerten uit respectievelijk 1962 en 1968 en opgedragen aan Oistrakh op de label BBC Legends is verschenen. Het publiek is duidelijk aanwezig, het kucht en het zucht, maar echt storend is het niet en hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Wel waarschuw ik voor het geluidskwaliteit, die is namelijk niet zo best.

Als toegift krijgen we een schitterend, weinig bekend werk van Eugene Ysaÿe voor twee violen en orkest: Amitié. Hierin wordt David door zijn zoon Igor bijgestaan. Prachtig!


Dmitri Shostakovich
Violinconcerto No.1
Philharmonia Orchestra olv Gennady Rozhdestvensky

Violinconcerto No.2
USSR State Symphony Orchestra olv Egeny Svetlanov
Viool: David Oistrakh

Eugene Ysaÿe
Amitié op. 26 for 2 violins
London Philharmonia Orchestra olv Sir Malcolm Sargent
Viool: David & Igor Oistrakh
BBCL 4060-2