concerten & recitals

Shura Lipovsky: diva van het Yiddishe Lied

Shura Lipovsky concertfoto

Zij is zonder meer één van de belangrijkste personen achter de revival van de Joodse muziek en het Joodse lied: Shura Lipovsky. Woensdagavond 18 februari 2011 gaf ze een onvergetelijk concert in het Concertgebouw. Een diva die alleen met de grootsten is te vergelijken.

Na de oorlog had je in Amsterdam nog het cabaret ‘Li-La-Lo’ en in Rotterdam bezorgde Leo Fuld menig toeschouwer kippenvel en tranen in de ogen. Maar eind jaren zeventig was dat wel voorbij.

En toen verscheen zij op het toneel: Shura Lipovsky. Lang voordat de zak met klezmer openbarstte en de ‘Joodse muziek’ (de aanhalingstekens zijn zo bedoeld) hot en hype werd, begon ze te werken aan de revival van de vergeten liedjes van onder andere Mordechai Gebirtig.

Ze zong op het allereerste Joods Muziek Festival in Kraków, trad aanvankelijk op in het kleine circuit, maar maakte daarna naam én cd’s.

Shura Lipovsky en haar ensemble tijdens het 24ste Joodscultuur Festival in Kraków.

Een paar jaar was het een beetje stil rond haar, maar nu was zij er weer. En hoe! Haar stem is mooier dan ooit, haar voordracht zowat perfect en haar uitstraling meer dan charismatisch. Ze is een mooie vrouw met een weelderige bos krullen en ze beheerst de bühne vanaf haar eerste opkomst. Een diva die alleen met de grootsten is te vergelijken. Denk aan Callas of Oum Khaltoum.

Shura Novaya shira

Haar programma dat zij in 2011 naar het Concertgebouw bracht heette ‘Novaya Shira’. ‘Novaya’ betekent in het Russisch ‘het nieuwe’ en ‘Shira’ staat in het Hebreeuws voor ‘poëzie’, maar ook voor ‘gezang’.

Het meest verrast werd ik door het repertoire dat ze zong en waarvan ik dacht het door en door te kennen. Niet dus. Op een paar nummers na kende ik geen van de door haar gezongen liederen, allemaal uit Rusland afkomstig.

Of het over de oude ‘Matjoesjka Rassiya’ van de tsaren ging of de nieuwe orde van Stalin en de zijnen, één ding was duidelijk: gevaar lag op de loer. Als Jood mocht je je niet in grote steden vestigen, je liep de kans om voor 25 (of nog meer!) jaar het leger in te moeten en aan de horizon lagen de kampen van Siberië. Maar de mensen hadden elkaar lief, trouwden, kregen kinderen en… maakten revolutie.

Af en toe deed Lipovsky mij aan Esther Ofarim denken, wat mij betreft het grootste compliment mogelijk. Het mooiste kwam dat tot uiting in ‘Ikh un di velt’ (Ik en de wereld) van Reisen en Rauch.

Het is onmogelijk om al de liederen hier te bespreken, dus ik noem er maar een paar. Bijvoorbeeld het ontroerende ‘Di Varone’ (De Kraai), een traditionele melodie naar een tekst van E. Chrony, dat later door Sjostakovitsj in zijn cyclus ‘Uit de Joodse Poëzie’ werd gebruikt. Of ‘Shvartse kats’ (zwarte kat), een geestelijke satire op Stalin.

Lipovsky zong zeer ingetogen, a capella ‘Ikh hob gehert fun metschen’ (Ik heb gehoord van mensen), een anoniem lied uit het begin van het Sovjet-tijd. En ze raakte me zeer met ‘Aleyn in veg’ (Eenzaam op weg), naar een gedicht van Lermontov.

Het recital eindigde met een in perfect Russisch gezongen zigeunerliedje, ‘Sivodnya ya lyubyu’ (Vandaag heb ik lief). Hierbij moest ik aan Vertinski denken, de Russische bard uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Die van ‘Those were the days…’ Inderdaad.

Snel een traantje wegpinken, want het publiek wilde meer, en dus werden we getrakteerd op nog twee fantastische toegiften. En aangezien het Poerim was, een vrolijk Joods feest (zeg maar gerust het Joodse karnaval) ging de tweede over cadeautjes geven.

 

Shura VOS Bert (878h)

Lipovsky wist fantastische musici om haar heen te verzamelen, van wie één echt goed bekend was met het idioom: Bert Vos. Dat was te horen. Zijn solo’s waren duizelingwekkend in hun virtuositeit, dansant, vol humor, maar tegelijkertijd weemoedig. Precies zoals het Jiddische lied zelf is.

Op 23 december 2017 heeft Lipovsky, als eerste niet Amerikaanse/Canadese in New York de Adrienne Cooper ‘Dreaming in Yiddish’ Award ontvangen voor haar eigen composities en liedteksten en haar verdiensten voor de Jiddische cultuur.

 

Vocaal in de Kleine Zaal (in het kader van Rusland Festival)
Programma “Novaya Shira”- Shura Lipovsky and Friends

Bezocht op 16 februari 2011 in Het Concertgebouw in Amsterdam

Website van Shura Lipovsky:
http://www.shuralipovsky.com/

Advertenties

Camerata RCO en Nino Gvetadze zorgen voor een fantastische zomeravond

 

Gvetadze Camerata_RCO_HansvanderWoerd-01

Camerata RCO © Hans van der Woerd

 

Gustav Mahler associeert men niet met kamermuziek. Zijn pianokwartet is dan ook een jeugdig werkje (Mahler componeerde het toen hij nog geen zestien was, het was zijn afstudeerproject na zijn conservatoriumopleiding). Helaas is het complete werk verloren gegaan en is er maar het eerste deel bewaard gebleven.

Onnodig te zeggen dat het kwartet nog steeds diep geankerd is in de werken van Schubert en Brahms. Voornamelijk de laatste dan, iets dat je overduidelijk hoort in de melodische overgangen en het ‘aanreiken’ van het thema door de musici.

In al mij bekende opnamen speelt de piano er een ondergeschikte rol in, het zijn de strijkers die de melodie en de toon aangeven. Dat was nu niet het geval. Nino Gvetadze, de geweldige pianiste aan wie we het programma te danken hadden nam vanaf het begin het stuur in eigen handen en liet het niet meer los, waardoor het werkje opeens heel anders klonk. Steviger, nuchterder en voornamelijk minder zoet. Daar is zonder meer veel voor te zeggen, maar soms wil je je gewoon in de klanken verliezen en nu lukte het niet.

 

Gvetadze

Nino Gvetadze  © Concertgebouw

Bij Brahms werden de verhoudingen hersteld. Dat Nino Gvetadze verliefd is op Brahms was behoorlijk voel- en hoorbaar. In een interview in Pianowereld vertelde ze ooit dat in al zijn werken “zulke grote gevoelens in worden uitgedrukt”. Klopt.  Iets wat zonder meer ook geldt voor het Trio in Es, waarin Brahms instrumenten die hij in zijn jeugd bespeelde combineert: hoorn, viool en piano.

 

Gvetaze Fons-Verspaandonk-1024x778

Fons Verspaandonk © KKCO

Fons Verspaandonk bespeelde de natuurhoorn zeer liefdevol, het was alsof hij het publiek de boodschap van Brahms wilde duidelijk maken, want die boodschap, die zat er duidelijk in. Hoorn was het geliefde instrument van Brahms’ moeder en hij componeerde het werk in feite in haar nagedachtenis. Die boodschap overbrengen, dat lukte Verspaandonk meer dan uitstekend. De prachtige melancholieke derde deel, het Adagio Mesto raakte de luisteraar rechtstreeks in zijn hart.

 

Gvetadze hoorntrio Brahms

Maar denk niet dat het een al treurnis was! Het Adagio is dan wel zeer melancholiek, maar van de rest van het werk spatte de levenslust af! En zo was de uitvoering ook. Levenslustig en met veel aandacht voor de dingen die voorbijgaan. En voor het eindige.

 

Gvetadze Erno-Dohnanyi

Ernő Dohnányi

Dat Ernő Dohnányi ooit pianist is geworden hebben we (ook) aan Brahms te danken. Hij was het namelijk die de jonge Hongaar aanspoorde om pianospelen als zijn beroep te kiezen. Daar werd hij zo gedreven en goed in dat hij één van de beroemdste pianopedagogen werd.  Van zijn hand is ook het studieboek: “Die wichtigsten Übungen zur Erlangung einer sicheren Klaviertechnik”.

Maar ook in zijn loopbaan als componist werd Dohnányi door Brahms niet alleen geïnspireerd maar ook gestimuleerd. Zijn composities hebben – meestal – een klassieke vorm, bovendien klinken ze zeer (laat)romantisch.

Zo ook zijn Sextet in C voor een niet alledaagse bezetting: strijktrio, piano, hoorn en klarinet. Het is een beetje moeilijk – zo niet onmogelijk – om goed te kunnen duiden wat het stuk eigenlijk is, want de weemoed en de levenslust gaan hier met elkaar hand in hand. Vergeet ook de Hongaarse folklore niet en dan heb je een hybride van een compositie die eigenlijk geen andere doel lijkt te hebben dan de luisteraar te vermaken.  Iets wat wonderwel lukte.

In dit stuk was de violist Marc Daniel van Biemen de ‘leider’ van het ensemble. Visueel dan, want het gebeurt zelden dat alle leden van een (toch wel een beetje ad hoc) ensemble zo fantastisch unisono kunnen spelen. Of ligt het aan hun ervaring als Concertgebouworkest-collega’s?

Wat het prachtige concert – onder andere – meer dan duidelijk heeft gemaakt is hoe groot de invloed van Brahms op andere componisten was geweest. Dat was uiteraard de bedoeling, maar het kan niet vaak genoeg herhaald worden. Bedankt!

Het concert is nog terug te beluisteren op radio 4 : https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-07-4

Mahler, Pianokwartet in a
Brahms, Trio in Es, op. 40
Dohnányi, Sextet in C, op. 37

Camerata RCO:
Marc Daniel van Biemen, Annebeth Webb (viool), Saeko Oguma (altviool), Johan van Iersel (cello), Hein Wiedijk (klarinet), Fons Verspaandonk (hoorn), Nino Gvetadze (piano)

Gehoord op 4 juli 2018 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam

Meer Camerata RCO:  MAHLER 4 FOR ENSEMBLE

 

Edo de Waart dirigeert Requiem van Verdi

Requiem libera

Het is één van de werken die je live moet hebben gehoord, al is het een keer in je leven, maar de kans daartoe ligt niet voor het oprapen. Althans, de kans om een echt goede uitvoering live mee te maken, want zowat alle oratoriaverenigingen en amateurkoren tot in Lutjesbroek zetten het wel eens op hun repertoire. En geef ze maar ongelijk!

De muziek is zo ongekend schitterend, zo overweldigend, zo complex in zijn eenvoud (of juist zo eenvoudig in zijn complexiteit), zo een enorme gamma aan emoties oproepend dat je willens en wetens een onderdeel van wil zijn. Wat zeg ik: moet zijn, want als er een muziekstuk bestaat dat echt dwingend is dan is deze Requiem het wel.

Maar zelfs met het beste koor alleen red je het niet, want Verdi heeft in zijn werk ook vier kanonnen van stemmen bedacht, stemmen die – hoe kan het anders – ook in zijn heftigste en zwaarste opera’s niet zouden misstaan. Zangers op wiens schouders het leed van alle Aida’s, Azucena’s, Otello’s en Philipsen – maar ook die van Desdemona’s en Alfredo’s – zal kunnen rusten.

De uitvoering in het Concertgebouw tijdens de ZaterdagMatinee was zonder meer goed. Het was niet echt optimaal, maar denkend aan het “materiaal” wat we heden ten dage ter beschikking hebben werd het ideaal dicht benaderd.

 

Requiem edo-de-waart-jesse-willems-1-

Edo de Waart © Jesse Willems

 

 

 

Ik had een beetje moeite met de door de Waart gekozen tempi, zeker aan het begin. Ik vond het een beetje sloom, voor mij kwam het ook iets te traag aan de gang. Maar waar ik werkelijk bang voor was, een oorverdovend lawaai werd ons bespaard. Voor de verandering (mildheid komt met de leeftijd?) heeft Edo de Waart alle ruimte aan de solisten en het koor gegeven.

O, jazeker, hij heeft het orkest (werkelijk goddelijk spelend Radio Filharmonisch Orkest) opgezweept tot max waar nodig, maar zonder over de pijngrens van het gehoor te gaan. De Waart gaf voldoende ruimte aan elk afzonderlijk instrument, liet hij de tutti hun wiegende tonen te laten horen en gaf hij de koren (Groot Omroepkoor voor de gelegenheid versterkt met hun Vlaams zusje, het Vlaams Radio Koor) én de solisten genoeg ondersteuning. Alles en iedereen was goed hoorbaar en zelfs in de meest forte passages hielden de zangers zich goed staande.

 

Veronica Simeoni

Veronica Simeoni © ANSA

Natuurlijk lag het ook aan hun kelen, maar er was meer. Uit ervaring weet ik dat de stem van de mezzosopraan Veronica Simeoni niet heel erg groot is. Simeoni was mij in Verdi’s bij DNO behoorlijk tegengevallen, ik vond haar Preziosilla gewoon ondermaats, maar gisteren klonk zij zeker mooi. Goed, haar borsttonen waren nog steeds niet om over naar huis te schrijven, maar haar voordracht en haar interpretatie mochten er zijn. Dat noem ik een revanche!

 

Requiem Releya

John Relyea © Shirley Suarez

John Relyea viel mij helaas tegen. Het kan zeer zeker aan mij liggen, wellicht waren mijn verwachtingen iets te groot? Ik kende de zanger alleen uit de live uitzendingen uit de Metropolitan Opera in New York en heb mij zijn stem anders voorgesteld dan het de facto is. Zijn geluid is romig, afgerond en buitengewoon aangenaam, voor mij het prototype van basso cantante. Zijn laagte is uitstekend maar zijn stem kleurde voor mij niet donker genoeg. Het klonk niet charismatisch genoeg, maar mooi was het wel.

Requiem Leah Crocetto

Leah Crocetto © Leah Crocetto

De Amerikaanse sopraan Leah Crocetto deed mij aan Alessandra Marc denken. Haar stem klonk onverwoestbaar, bovendien leek het daadwerkelijk uit haar ‘ onderregionen’ te komen, waardoor haar geluid erotiserend werkte. In de hoogte werd zij, gelijk een stiletto genadeloos scherp. Ze torende boven alles en iedereen en zelfs in de meest heftige passages wist zij haar medesolisten, het koor en het fortissimo spelend orkest te overtroeven. Haar stralende hoge C in ‘Libera me, Domine’ was de perfectie nabij. Mijn God, wat een geluid! En wat een mogelijkheden voor de toekomst!

 

Requiem Brian Jagde

Brian Jagde © Simon Pauly

Mijn hart werd echter gestolen door de tenor Brian Jagde. Niet alleen wist hij zich naast het sopraan-geweld uitstekend staande te houden maar liet zich ook nergens door haar uit het veld slaan. Wellicht kwam het doordat het niet de eerste keer was dat ze samen zongen, het was nogal wiedes dat ze op elkaar waren ingespeeld. Twee echte partners, echt bij elkaar horend. Ook zijn geluid is aan de grote kant, zij het dat het (nog steeds?) overwegend lyrisch is. Zijn ‘Ingemisco’ was een toonbeeld van een ingehouden schoonheid.

Ergens las ik dat het niet de laatste keer was dat we Jagde in Amsterdam gingen horen: mijn vingers zijn gekruist!

Het concert is nog terug te beluisteren op Radio 4:

http://www.radio4.nl/ntrzaterdagmatinee/uitzendingen

Giuseppe Verdi
Requiem
Leah Crocetto (sopraan), Veronica Simeoni (mezzosopraan), Brian Jagde (tenor), John Relyea (bas)
Groot Omroepkoor en Vlaams Radio Koor olv Klaas Sok
Radio Filharmonisch Orkest olv Edo de Waart

Gehoord op 2 februari 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

 

 

SPELEN MET DE NESHOME: Martha Argerich, Janine Jansen en Mischa Maisky in het Concertgebouw in Amsterdam

 

Argerich trio

© Eduardus Lee

Bestaan er concerten die bij voorbaat al prachtig worden bevonden zonder dan men nog maar een noot gehoord had? Ja. Die bestaan echt en dit was er één van. Het programma werd kort van tevoren gewijzigd, maar ik denk niet dat het iemand iets kon schelen: men kwam niet voor de muziek, niet voornamelijk althans. Men kwam voor de uitvoerenden.

Argerich Maisky_mischa_sjabloon5____Hideki_Shiozawa

Mischa Maisky © Hideki Shiozawa

Het concert was een cadeau voor de zeventigste verjaardag van de cellist Mischa Maisky, maar de ontvanger was niet zozeer de jarige als wel het publiek.

Mischa Maisky en Martha Argerich zijn geen echt duo maar ze spelen al zo lang samen dat je kunt stellen dat ze zelfs hun adem op elkaar hebben afgestemd. Een soort ‘zielstweeling’, maar dan één die ruimte open houdt voor gelijkgestemden. Zie alleen al hun optredens op kamermuziekfestivals zoals in Lockenhaus of Verbier.

Vroeger hadden ze vaak de violist Gideon Kremer als de derde ‘partner in crime’. Met zijn felheid paste hij wel bij de temperamenten van de cellist en de pianiste maar wat hij vaak miste was de romantische kant, ik noem het de ‘neshome’.

Argerich janine-jansen-simon-van-boxtel

Janine Jansen © Simon van Boxtel

Laat dat nou wel ruimschoots aanwezig te zijn bij de jonge Nederlandse violiste Janine Jansen! Jansens spel is milder, minder uitgesproken, frisser van opvattingen en barstensvol nieuwe ideeën, wat het trio een extra dimensie geeft die ze met Kremer niet hadden. Je kunt stellen dat hun gezamenlijk spel nu veel evenwichtiger is geworden.

Het best hoorde je het in het tweede pianotrio van Sjostakovitsj, een werk dat het voornamelijk moet hebben van zijn emoties en woede-uitbarstingen. Vaak wordt het dan ook te ‘krasserig’ gespeeld, te ruw – iets waar best veel voor te zeggen valt. Maar met ingetogenheid kun je ook veel bereiken, mildheid hoeft geen berusting te betekenen. Wellicht kan het zelfs je nog beter tot nadenken stimuleren en er valt in het stuk genoeg om over na te denken! En herdenken….

Sjostakovitsj componeerde zijn trio aanvankelijk als een aandenken aan zijn overleden vriend, de musicoloog Ivan Sollertinski, maar gaandeweg verwerkte hij er ook de gruwelen van de Holocaust in die her en der al bekend waren geworden.

“Joodse muziek lijkt vaak opgewekt, maar is in feite tragisch: het is bijna altijd lachen door je tranen heen”, zei hij eens. Het was zijn manier om de eerste berichten over de Shoah wereldkundig te maken, door de Joodse thema’s in zijn trio te verwerken. De uitvoerenden hebben de boodschap perfect overgebracht en de zaal werd er stil van. Om daarna in een euforisch applaus uit te barsten.

Maar eerst hoorden we de cellosonate Op. 5 No. 2 van Beethoven uit 1796. Men kan het zich nog amper voorstellen, maar die sonate werd ooit als revolutionair beschouwd. Tot die tijd was het altijd de piano die de hoofdrol vertolkte en had de cello meestal niet meer dan een begeleidende rol, nu werd de hoofdrol aan beide instrumenten toebedeeld.

 

Argerich Maisky Jansen

Martha Argerich © Adriano Heitman

Schumanns vioolsonate is een verhaal apart. Het is, zoals bijna alles wat de vaak ‘verwarde’ componist aanraakte over-emotioneel en niet echt evenwichtig. Somberheid troef…. Niet voor niets staat er de aanduiding ‘Mit leidenschaftlichem Ausdruck’!

 

Argerich Jansen

Janine Jansen & Martha Argerich © Eduardus Lee

Daar wist Janine Jansen goed raad mee. Onder haar handen werd het ‘lijden’ dragelijker en kreeg het Allegro zelfs iets van een sprankje vrolijkheid mee. Overbodig te vertellen dat zij en Argerich op dezelfde lijn zaten. Het klonk als een klein wonder. Schitterend!

Met de eerste pianotrio van Mendelssohn werd de balans – en de innerlijke rust – hersteld. Het voelde alsof je na een duizelingwekkende reis door de verwoestende gevoelens een oase van evenwicht had bereikt. Opeens heerste er de sereniteit en de – bijna – sprookjesachtige sfeer (zij het een met melancholieke ondertoon) voelde zeer ontspannen,.

En net als bij een kinderverjaardag kregen de gasten nog een cadeautje toe, er was nog een toegift: het derde deel van het Fantasiestücke op. 88 van Schumann. Iets om mee naar huis te nemen, al was het alleen in onze hoofden. En harten.

 

Argerich applaus

Het slotapplaus © Ron Jacobi

Ludwig van Beethoven: cello sonate No. 2 in G minor, Op. 5 No. 2
Dmitri Sjostakovitsj: Tweede pianotrio in e kl.t., op. 67 (1944)
Robert Schumann: Eerste sonate in a kl.t., op. 105
Felix Mendelssohn: Eerste pianotrio in d kl.t., op. 49

Martha Argerich piano
Janine Jansen viool
Mischa Maisky cello

 

Gehoord op 29 januari 2018 in de Grote Zaal van het Koninklijkconcertgebouw in Amsterdam

BARBARA HANNIGAN betovert in liederen van HENRI DUTILLEUX.

Dutilleux Hannigan

Barbara Hannigan met Henri Dutilleux © Jean-François Leclercq

Voor een vol Concertgebouw voerden Jaap van Zweden, Barbara Hannigan en het Radio Filharmonisch Orkest zaterdag 5 oktober 2013 een intrigerend programma op in de NTR ZaterdagMatinee. Met werken van Rimski-Korsakov, Dutilleux en Sjostakovitsj creëerden ze een onvergetelijke middag.

De zaal was vol. Echt vol. Er kon werkelijk niemand meer bij. Lag het aan het programma? Aan de dirigent? Of aan de soliste? Het feit: wie erbij was, mag zich gelukkig prijzen.

Henri Dutilleux behoort tot de componisten die je niet in een hokje kan plaatsen. Een twijfelaar die nooit precies wist of hij de juiste toon heeft gecreëerd en of hij er het juiste instrument voor heeft gebruikt. Hij sleutelde dan ook eindeloos aan zijn composities. Eén van de redenen dat zijn oeuvre zo klein is gebleven?

dutilleux--1024x768

Als één van de weinigen van zijn generatie heeft hij zich nooit aangetrokken gevoeld tot de ‘serialisme-mafia’ waardoor hij jarenlang genegeerd werd (tonaliteit was in de jaren vijftig en zestig taboe). Niet, dat zijn composities ouderwets klinken, want daar was hij te veel een innovateur voor. Hij ging uit van een klank, een melodie, een tune zo je wilt en daar borduurde hij op verder, gebruik makend van óók de atonaliteit. Waarom niet?

Zijn Correspondances componeerde hij in 2003 voor Dawn Upshaw en Simon Rattle. Sindsdien, twijfelaar als hij was, heeft hij het werk een paar keer gereviseerd en het een en ander aan de stem van Barbara Hannigan aangepast. Zij, op haar beurt, maakte er een beetje eigen versie van, maar dan niet zonder de volledige medewerking en instemming van de maestro zelf.

De cyclus bestaat uit zes liederen. ‘Gong’ en ‘Gong 2’ naar de gedichten van Rilke, ‘Kosmische dans’ op de tekst van Prithwindra Mukherjee en twee echte brieven: die van Solzjenitsyn aan zijn vrienden Rostropovitsj en Galina Vishnjevskaja en van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo.

Kan je een schilderij vertalen naar de taal van de muziek? Afgezien van de ideeën van Scriabin: kan je een ‘sterrennacht’ met behulp van alleen noten schilderen? Dutilleux deed het. Met ogen dicht zag je het voor je: ‘als ik de sterren en het oneindige voel, daarboven, helder, is het leven zelfs bijna betoverend.’ (Vincent van Gogh aan Theo)
Merkwaardig genoeg moest ik aan ‘Roxane’s Lied’ uit Krol Roger van Szymanowski denken. Toeval? Wellicht. Schoonheid kent geen grenzen.

“Timbre dat niet meer door het gehoor meetbaar is. Alsof het geluid dat ons van alle kanten overtreft de rijp wordende ruimte was” (Rilke, vertaald door Michel Khalifa). Heeft Rilke ooit Barbara Hannigan gehoord? Ik ken waarachtig geen één hedendaagse artiest die zich met haar kan meten.

Fragment uit de Correspondances van Dutilleux door Barbara Hannigan, hier begeleid door  het Berliner Philharmoniker olv Simon Rattle (opname uit juni 2013):

Het Dutilleux-gedeelte werd geprogrammeerd tussen de ouverture ‘Het Russische paasfeest’ van Rimski-Korsakov en de vijfde symfonie van Sjostakovitsj. Op het eerste gezicht leek dat een beetje op een ‘sandwich-formule’, maar dat was het in geen geval. Voor mij werkten de Dutilleux-liederen als een soort schakel tussen het romantische ‘Matjoeska Rassija’ en het grimmige Stalin-regime. En dat niet in de laatste plaats vanwege de brief van Solzjenitsyn.

Van Zweden weet als geen ander een eigen stempel op alles wat hij dirigeert te zetten. In combinatie met het Radio Filharmonisch Orkest wist hij een soort symbiose te bereiken die soms beangstigend werkte, zo nauw was het.

Ik vond het jammer dat hij in Rimski-Korsakovs ouverture iets te veel kracht gebruikte. Zijn tempo vond ik iets te snel, het duizelde mij een beetje, maar de vioolsolo aan het begin van de ouverture was meer dan adembenemend mooi, en ook de Russische sfeer wist hij goed te vatten.

Sjostakovitsj was niet minder dan perfect. Het Largo was zeer teer en de prachtige xylofoonsolo liet mij niet onberoerd.

Over de symfonie is het laatste woord nog niet gezegd. Sommigen zien er een knieval in voor het regime, anderen vinden er juist verwijzingen in dat het om satire gaat. Waar? Niet waar? Wie zal het zeggen? Het was in ieder geval mooi.

Alweer een Matinee om niet te vergeten!

Rimski-Korsakov, Dutilleux, Sjostakovitsj
Ouverture Russisch Paasfest opus 36, Correspondances, Vijfde symfonie
Barbara Hannigan (sopraan)
Radio Filharmonisch Orkest olv Jaap van Zweden

Bezocht op 5 oktober 2013 in Het Concertgebouw – Amsterdam.

Meer Barbara Hannigan:
PLI SELON PLI. Amsterdam 2011
LULU van Krzysztof Warlikowski. Brussel 2012
LET ME TELL YOU ZaterdagMatinee
Satie, Hannigan en de Leeuw

 

 

Jules van Hessen dirigeert ‘SYMPHONIE DER TAUSEND’ van MAHLER

Mahler zaal Maurits Haenen

Mahler 8 in Amsterdam © Maurits Haenen

De achtste symfonie van Mahler heet onuitvoerbaar te zijn. Je hebt er een immens orkest voor nodig dat ook nog eens versterkt is met extra koperblazers en slagwerk. Tel daar nog een orgel bij, drie gemengde koren, twee jongens (kinder)koren, drie sopranen, twee alten, tenor, bariton en bas! Alles bij elkaar zowat duizend musici (vandaar de bijnaam ‘Symphonie der Tausend’), maar echt zo veel lukt natuurlijk (bijna?) nooit.

Bij de – door veel beroemde dirigenten en componisten bezochte en zeer enthousiast ontvangen – première op 12 september 1910 in München had Mahler niet “meer” dan vierhonderd musici en (koor)zangers bij elkaar verzameld. Aanzienlijk minder dus dan de 500+ die ‘losgelaten werden’ op de bijna 2000 bezoekers van het concert op 30 november 2017.

 

Mahler julesbraz5

Jules van Hessen © René Knoop

Het concert had een inmiddels zeer vertrouwde en bij velen zeer geliefde formule ‘Maestro Jules onthult’.  Het begon met een superieure toelichting van het werk door de dirigent Jules van Hessen die alle door hem uit(en toe)gelichte voorbeelden liet ‘illustreren’ door de musici en zangers, allemaal uiteraard live. De tot de nok gevulde en tot de allerlaatste plaats uitverkochte zaal juichte het toe. En terecht, want: hoeveel mensen, de zogenaamde ‘kenners’ incluis, kennen hun Mahler 8 echt goed?

De toelichting duurde een half uur en mocht je daar geen zin in hebben dan kwam je gewoon na de pauze binnen: het concert zelf werd niet verstoord.

De eerste deel, het ‘Veni Creator Spiritus’ die een middeleeuws pinksterhymne als uitgangspunt heeft kan mij eerlijk gezegd gestolen worden. Het is verschrikkelijk imposant en imponerend, dat wel, maar echt mooi kan ik het niet vinden.

Het tweede deel is gebaseerd op de slotscène uit Goethe’s ‘Faust’. Het mysterieuze begin hoort fluisterzacht en zeer liefdevol te klinken: Mahler schreef het als een soort liefdesverklaring aan zijn vrouw Alma. Zo klonk het ook. Mooi.

Na het voorzichtige instrumentale begin namen de koren en de solisten het over en zo werd er een verhaal verteld dat zowel van een allesomvattende liefde als van een spirituele verlossing getuigde. Om dan, aan het eind met het monumentale Chorus Mysticus  die ‘Alles Vergängliche’ inzette, waardoor het hele Concertgebouw zowat uit zijn voegen barstte. Want, zeg maar zelf, zoveel muzikaal geweld hoor je echt niet iedere dag.

Met een werkelijk grandioze uitvoering van wat ‘onuitvoerbaar’ heet te zijn heeft Jules van Hessen een dikke vinger naar alle sceptici en betweters opgestoken.

 

Mahler 8 philips-symfonie-orkest-rob-beltjens-2

Jules van Hessen en ‘zijn’ Philips Symphony Orchest © Rob Beltjens

Naar een ieder die beweert dat Mahler 8 uitsluitend voorbestemd is voor de allerbeste orkesten ter wereld, bij voorbeeld. Van Hessen wist het door hem geleide Philips Symfonie Orkest dat voor een groot deel uit (zeer gevorderden, dat wel, maar toch….) amateurs bestaat een echt onvervalste Mahler-sound te ontlokken. Iets wat je heel goed kon horen in de zachte passages en in de duidelijk ‘onderstreepte’ en daardoor zeer herkenbare Mahler-deuntjes.

Dikke vinger ook naar alle castingdirectors die nooit eens naar het talent kijken dat ons land rijk is en al die geweldige Nederlandse zangers meestal links laat liggen. Alle – en daarmee bedoel ik ook alle – solisten bleken niet alleen tegen hun zware taak opgewassen, maar lieten ook een grote affiniteit met het Mahlers-idioom te hebben.

Mahler dames Nicole

slotapplaus: van links naar rechts Maartje Rammeloo, Carina Vinke, Leonie van Rheden, Lisette Bolle en Laetitia Gerards © Nicole van Eijck

Het kan aan de plaats waar ik zat liggen dat ik mij sterk gefocust had op de prachtige alt Carina Vinke. Bij haar had ik het gevoel dat zij haar Mahler niet alleen de goede noten en mooie klanken, maar ook heel veel liefde gunde. Wat het ook was: ik hing aan haar lippen.

Maar ook haar mezzo – collega, Leonie van Rheden kon mij meer dan bekoren. Haar buitengewoon fraaie, zeer warme en ronde geluid klonk als balsem in mijn oren.

Maartje Rammeloo’s stem is heel erg groot waardoor haar hoge sopraan zeer dominant klonk, wat bij Magna Peccatrix eigenlijk vanzelfsprekend is.

 

Mahler Maartje Lisette

Maartje Rammeloo en Lisette Bolle

Als Una poenitentium (en daarna Gretchen) wist Lisette Bolle mijn hart te stelen. Wat een fraaie stem toch! Met haar korte optreden op het balkon klonk Laetitia Gerards als een echte Mater Gloriosa die even voorbij ‘zweefde’.

Frank van Aken is een echte heldentenor en met zijn lange staat van dienst was het niet meer dan logisch dat de rol van Doctor Marianus hem zowat op de huid is geschreven.

Jaco Huipen behoort al jaren tot mijn geliefde bassen en ook met zijn optreden als Pater Profundus wist hij mij zeer te overtuigen en Martijn Sanders zong een fraaie Pater Ecstaticus.

Na afloop van het concert stond ons allemaal nog een verrassing te wachten. De dirigent viert dit jaar zijn dertigjarig jubileum als chef-dirigent van het Philips Symfonie Orkest en zijn verdiensten zijn groots. Daarvoor, maar ook voor alles wat hij het muziekminnende publiek heeft geschonken werd hij donderdag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

 

Mahler ondescheiding

© Rob Beltjens

Locoburgemeester Simone Kukenheim overhandigde hem het speldje met de woorden: “Door de unieke combinatie van zijn muzikale gave, zijn presentatiekunde en cultureel ondernemerschap is Jules van Hessen een dirigent die een groot publiek weet te bereiken en inspireren” .

Daar konden we het niet anders dan helemaal mee eens zijn.

Teaser:

Gustav Mahler
Achtste symfonie in Es (Symphonie der Tausend)
Maartje Rammeloo, Lisette Bolle, Laetitia Gerards (sopraan); Leonie van Rheden (mezzosopraan);  Carina Vinke (alt);  Frank van Aken (tenor);  Martijn Sanders,  Jaco Huijpen (bas)
Philips’ Philharmonisch Koor, Nederlands Concertkoor, Toonkunstkoor Utrecht, Vocaal Talent Nederland;  Philips Symfonie Orkest olv Jules van Hessen

Gehoord donderdag 30 november 2017 in de Grote Zaal van het Concertgebouw

Eva-Maria Westbroek en Bernard Haitink: Mozart en Wagner

haitink-chamber-orchestra-of-europe-ronald-knapp-1

Haitink dirigeert Chamber Orchestra of Europe © Ronald Knapp

“Het zijn de beste musici die je kunt krijgen”.  Aan het woord is maestro Bernard Haitink en de – volgens hem  – ‘beste musici’, die zitten in het Chamber Orchestra of Europe. Waar? Niet waar? Een ieder die het concert van 16 november in het Amsterdamse Concertgebouw heeft bijgewoond kan niet anders dan toestemmend ‘ja’ knikken. Want wat was het geweldig!

Hieronder: Bernard Haitink vertelt over zijn liefde voor muziek en zijn band met het Chamber Orchestra of Europe

Maar ligt het niet ook een beetje aan de bejaarde maestro zelf? Het was voor het eerst sinds jaren dat ik Haitink weer eens live hoorde en het moet gezegd: zo’n fantastisch concert hoor je nog maar zelden.

 

Haitink

 © anp

Haitink is misschien de eerlijkste onder de dirigenten. Voor hem geen uiterlijk vertoon, geen klanken puur om de schoonheid ervan en ook geen lege noten. Hij respecteert de partituur en speelt precies dat wat de componist heeft neergepend. Geen eindeloos durende vertragingen om aan het orkest die ‘ferne klank’ te ontlokken waar menig dirigent van droomt. Geen exquise cuisine maar een fatsoenlijke maaltijd voor de ziel. Voedzaam en lekker tegelijk.

Zijn Mozart klonk precies zo als toen ik hem voor het eerst hoorde en hopeloos verliefd op hem werd. Speels, lichtvoetig en zo hemeltergend mooi! De ‘Haffner symfonie’, oftewel nummer 35 was al prachtig genoeg, maar na de pauze, toen een derde van het publiek al was vertrokken, toen gebeurde het echt. Het tweede wonder.

Haitink hief zijn stokje op en wat volgde was de zowat de mooiste uitvoering van de ‘Praagse symfonie’ die ik ooit live meemaakte. De sensatie kan ik alleen maar met het plezier vergelijken waarmee ik naar de oude opname onder Klemperer luister. Rustige, bedachtzame tempi zonder dat je er in slaap bij valt of ongemakkelijk op je stoel gaat schuiven. Met dien verschil dat Haitinks orkest gisteren nog lichter en luchtiger klonk dan Klemperers RIAS.

En toen was er tijd voor de toegift en die was MOOI! Door de schoonheid van de uitvoering bevangen kon ik niet meteen er op komen wat ik hoorde. En dat terwijl ik het zo goed kende! Mendelssohn, ja, maar verder? Gelukkig wist een collega het wel: het was het Scherzo uit ‘Midsummer Nights Dream’. Alle zaal-verlaters mogen nu spijt als van hier tot Tokyo hebben: ze hebben iets gemist wat wellicht nooit meer terugkomt.

 

Haitink Westbroek

© Concertgebouw

Dat was het tweede wonder van de avond, want het eerste gebeurde voor de pauze, toen Eva-Maria Westbroek ons trakteerde op één van de allermooiste uitvoeringen van de ‘Wessendonck-Lieder’ van Wagner.

Dit repertoire ligt haar meer dan uitstekend. Het grote gebaar van de oneindige en alles verterende liefde, half verscholen onder een dikke laag mystiek en zware symboliek …. Geef het aan Westbroek en daar weet zij raad mee! Haar vertolking was vlammend. Het kwam rechtstreeks vanuit haar hart en ziel en bloeide in de hoogte als een bloem dat alleen ’s nachts open gaat. Eenmalig.

Hier heeft Haitink zich op de tweede plan gepost. Zonder dat de volle klank van het orkest er onder leed heeft hij de musici – terecht – tot een dienstbaar instrument van de zangeres gemaand. Waardoor niets en niemand haar in de weg stond om haar liefde voor de liederen te laten verklanken.

Hieronder vertelt Eva-Maria Westbroek over haar liefde voor de liederen:

Voor zo ver ik weet werd het concert – waarom? – niet opgenomen. Gelukkig kan niemand mij de herinnering aan de zowat perfecte avond wegnemen.

Mozart – Symfonie nr. 35 in D, KV 385 ‘Haffner’
Wagner – Wesendonck-Lieder, WWV 91
Mozart – Symfonie nr. 38 in D, KV 504 ‘Praagse’
Eva-Maria Westbroek – sopraan
Chamber Orchestra of Europe olv Bernard Haitink

Gehoord op 17 november 2017 in de grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam