Die Walküre is een tijdloos monument voor Audi

Tekst: Peter Franken

De Nationale Opera herhaalt voor de laatste keer Pierre Audi’s bijna legendarische productie van Die Walküre. Voor een uitverkocht huis vierde de voorstelling zaterdag zijn première. Jubel alom voor de sterke cast, het NedPho o.l.v. Marc Albrecht en de zeer bijzondere enscenering.

diewalkure-den-thwalz0087

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Deze Walküre ging oorspronkelijk in het seizoen 1997-98 in première en wel op 31 januari. Hierna was de productie nog in vijf volgende seizoenen te zien. Nu gaat Die Walküre voor de zevende en tevens allerlaatste keer. De decors worden na afloop van de geheel uitverkochte reeks vernietigd. Bijna 22 jaar is een lange levensduur maar eigenlijk kan Audi’s meesterstuk nog jaren mee. Niet alleen dat, Wagner trekt bijna als enige componist volle zalen in Amsterdam. Tannhäuser was vorig seizoen ook gewoon uitverkocht, dat lukt zelfs niet met Cav-Pal.

Ik heb al heel wat verschillende Ringproducties gezien en zodoende ook de nodige Walküres. De enige die een beetje in de buurt komt van het werk van Audi en decorontwerper George Tsypin is die uit de Karajan Ring voor Salzburg in 1967. Een reconstructie ervan is in 2017 uitgebracht op BluRay en daarop is een halfrond toneel met een brede catwalk te zien dat wellicht als inspiratiebron heeft gediend. Verder is ook die enscenering ontdaan van elke maatschappelijke of politieke connotatie waardoor het er allesbehalve gedateerd uitziet.

diewalkure-den-thwalz0028

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De volstrekt tijdloze Audi Ring, en dus specifiek ook Die Walküre, zou wellicht ook vijftig jaar na dato gereconstrueerd kunnen worden, in 2048. Zal ik wel niet meer meemaken.

De opera wordt gebracht als Wagners werk ontdaan van etnografische flauwekul en onnodige rekwisieten. Het mythische verhaal is in alle opzichten leidend, van een eigen interpretatie is geen sprake en dat maakt het zo verfrissend na bijvoorbeeld een wangedrocht als dat van Frank Castorf in Bayreuth doorstaan te hebben.

Marc Albrecht gaf uitstekend leiding aan zijn orkest en een topcast. Het was voor het eerst dat er bij Die Walküre een andere dirigent voor het NedPho stond nadat Hartmut Haenchen alle voorgaande voorstellingen voor zijn rekening had genomen. Weliswaar geen Ring voor Albrecht maar tenminste nog een Walküre voor hij vertrekt. Hij had er duidelijk plezier in, het was dan ook een topavond.

DIE WALKÜRE

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De acht Walküren die de derde akte zo prachtig komen opluisteren weerden zich voortreffelijk. Een mooi ensemble, prima samenspel en met schijnbaar gemak gezongen.

diewalkure-den-thwalz0002

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Stephen Milling zette een zeer opvallende Hunding neer. Ditmaal geen barse overheersende potentaat maar een man die zijn ongenode gast met superieure arrogantie tegemoet treedt. Hij intimideert niet maar kleineert. In het vervolg laat hij duidelijk blijken de ‘moral highground’ te bezetten, immers hij respecteert het gastrecht terwijl hij die ongewapende man ook gelijk om had kunnen leggen. Ik vond het moeilijk deze keer partij tegen Hunding te kiezen, meestal bijna een automatisme. Milling zong een enkele passage fluisterend, ja, een Hunding die fluistert! Uiteraard gaf hij op andere momenten zijn stem veel volume, maar alles perfect gedoseerd. Met zijn verzorgde mimiek en prachtige bas presenteerde Milling zich als de ideale bad guy in de handeling.

diewalkure-den-hwalz0033

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Ook een beetje een bad ‘guy’ is Fricka die alles voor Wotan verstehrt. Okka von der Damerau pakte haar gemaal op overtuigende wijze aan, toen ze met hem klaar was had hij meer weg van een leeggelopen ballon dan van een oppergod. ‘Nur eines will ich noch, das Ende’ zal hij kort daarna verzuchten als hij in conclaaf is met Brünnhilde. Von der Damerau gaf een fraaie interpretatie van de verwaarloosde vrouw die zogenaamd opkomt voor een hoger doel maar feitelijk haar man gewoon een hak wil zetten: ‘Wider deine Kraft führt’ ich wohl Krieg, doch Siegmund verfiel mir als Knecht!‘ Een zoon verwekken bij een mens, dat was voor Fricka de limit. Siegmund moet sterven om haar eer te wreken. Prachtig gezongen hoewel iets meer variatie in het stemvolume op zijn plaats was geweest.

diewalkure-den-thwalz0095

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De Siegmund van Michael König was een aangename verrassing. König heeft een grote staat van dienst met onder meer de titelrol in Tannhäuser en Lohengrin. Hij zong Siegmund al eens eerder in Toulouse. Tegen het einde van de eerste akte moest hij een beetje gaan doseren om het einde ongeschonden te halen maar over het geheel genomen leverde hij een mooie prestatie. Goed gezongen en prima geacteerd.

diewalkure-den-hwalz0060
Foto: Copyright (c) DNO 2019

Ian Paterson had eveneens wat kleine stemproblemen. Tegen het einde van de derde akte had hij te kampen met een lichte schorheid maar daar wist hij soepel doorheen te zingen. Paterson is inmiddels een ervaren Wotan die met zijn personage kan lezen en schrijven. Een uitstekende keuze voor deze cast. Jammer dat hij bij de laatste herneming van de complete Ring in 2014 nog niet zo ver was.

DIE WALKÜRE
Foto: Copyright (c) DNO 2019

Martina Serafin debuteerde in de titelrol. Met Die Walküre wordt immers Brünnhilde bedoeld? Op mij maakte ze geen enkel moment de indruk deze veeleisende rol voor het eerst te zingen. Het is zoals Paterson in een interview opmerkte: ‘je repeteert niet tot je het goed doet, je repeteert net zo lang tot je het niet meer fout kunt doen.’ En dat traject had Serafin duidelijk doorlopen. De lastige opkomst met de hojotoho’s doorstond ze met speels gemak en daarna leek alles vanzelf te gaan. Heel mooi haar samenspel met vader Wotan die ondanks haar smeken en pleiten haar uiteindelijk toch verstoot. In Götterdämmerung zal ze het hem betaald zetten!

diewalkure-Eva

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Natuurlijk ging de meeste aandacht uit naar de Sieglinde van homegirl Eva-Maria Westbroek. Sieglinde kwam eindelijk thuis na haar glansrol over de hele wereld te hebben gezongen. En het was het wachten waard geweest, zo bleek direct. Westbroek deed exact wat we van haar verwachtten, ze gaf ons een ideale Sieglinde. In die rol zit zoveel, het is nauwelijks bij te houden. Sieglinde is de archetypische gekochte bruid, na haar huwelijk een stuk huisraad, opgesloten in haar eigen woonomgeving. Verweesd en verhandeld, en dan plotseling ligt er iemand bij de haard die iets in haar oproept, herkenning? In elk geval de vage hoop dat ze met hem een middel in handen heeft van Hunding los te komen.

Na een kort moment van extatisch geluk slaat de schaamte en vertwijfeling toe. De dood lonkt maar moet het afleggen tegen de vreugde van een zwangerschap. Siegmund leeft in haar voort. Deze rollercoaster moet zowel zingend als acterend over het voetlicht worden gebracht en Westbroek slaagde daar buitengewoon in. Sieglinde lijkt haar lijfstuk te zijn geworden en we mogen ons gelukkig prijzen haar in deze rol in eigen land te kunnen beleven.

Al met al een geweldige Wagneravond, en dat zo kort na die fantastische Tannhäuser. Gaan we de rij af dan voorspel ik dat hierna Der fliegende Holländer wel eens aan de beurt zou kunnen komen.

Wagner: Die Walküre
Michael König (Siegmund), Stephen Milling (Hunding), Iain Paterson (Wotan), Eva-Maria Westbroek (Sieglinde), Martina Serafin (Brünnhilde), Okka von der Damerau (Fricka), Dorothea Herbert (Gerhilde), An de Ridder (Ortlinde), Kai Rüütel (Waltraute), Julia Faylenbogen (Schwertleite), Christiane Kohl (Helmwige), Bettina Ranch (Siegrune), Eva Kroon (Grimgerde), Iris van Wijnen (Rossweise)
Nederlands Philharmonisch Orkest
Dirigent: Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Gezien: 16 november 2019

Foto’s: © Ruth Walz/DNO

 www.operaballet.nl

Eva-Maria Westbroek en haar Sieglinde’s

Over drie vrij nieuwe ‘Ringen’ en een Walküre uit de archieven

 

De kunst van het verleiden oftewel Don Giovanni. Een kleine selectie uit de honderden dvd-opnamen

Giovanni film

Errol Flynn als Don Juan in ‘The adventures of Don Juan’ uit 1948. Beeld Hollandse Hoogte / REX features

Kan denken door verleiden worden vervangen? Kunnen we ‘ik (word) verleid dus ik ben’ als een soort variatie op ‘cogito ergo sum’ gebruiken? Is ons leven minder waard zonder verleiding? En zou dat een verklaring kunnen zijn voor het onmetelijke aantal uitvoeringen en opnamen van de ultieme verleidingsopera? Geen dag zonder Don Giovanni?

Giovanni

Toegegeven: de opera is gewoon volmaakt. Wat niet alleen de verdienste is van de muziek van Mozart, maar ook (of misschien zelfs voornamelijk?) het geniale libretto van Da Ponte. Daar staat al alles in wat je hoort te weten en voor de rest gebruik je eigen fantasie, want alleen zo kom de mythische verleider je verlangens tegenmoet.

Salzburg, 1954

Giovanni Fyrtwangler

In 1954 werd in Salzburg een jaar oude productie van Don Giovanni verfilmd (DG 0730199). Het was geen registratie met publiek, maar een heuse film, gedraaid tijdens vele, meestal nachtelijke, uren in een nagebouwde studio.

Historisch document of niet – het valt mij tegen. De tempi van dirigent Wilhelm Furtwängler zijn tergend langzaam, van een regie is amper sprake en het resultaat is hopeloos statisch en saai.

Ook de zangers zijn – op de werkelijk fenomenale Cesare Siepi (Giovanni), Lisa Della Casa (Elvira) en wellicht Anton Dermota (zijn ‘Dalla sua pace’ is geschrapt!) na – weinig idiomatisch en niet echt overtuigend.

Milaan, 1987 / Koln, 1991

Giovanni Allen La scala

Thomas Allen was beslist één van de beste Don’s van de laatste 25 jaar van de vorige eeuw. Zijn interpretatie is twee maal op dvd vastgelegd: in de Scala-productie uit 1987 (regie: Giorgio Strehler; Opus Arte OA LS3001) en in 1991 in Köln (regie: Michael Hampe; Arthaus Musik 100020).

Giovanni Allen Koln

Hieronder Thomas Allen en Susanne Mentzer (Zerlina) in ‘La ci darem la mano’ uit La Scala:

Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de Keulse versie, niet in de laatste plaats vanwege de intelligente regie van Hampe, de magistrale Elvira van Carol Vaness en de werkelijk onweerstaanbare Leporello van Feruccio Furlanetto.

Hieronder de complete tweede acte uit Keulen:

Aix-en-Provence, 2001

https://i.ndcd.net/1/Item/500/1444.jpg
In de productie uit Aix-en-Provence (Bel Air BAC010) wordt veel aan de verbeelding overgelaten. De decors bestaan uit fel blauwe en rode houten bankjes, stoeltjes en tafeltjes, waaraan veel te sleutelen valt, en die zich voor van alles en nog wat lenen. Ook de rekwisieten zijn schaars; eigenlijk alleen maar stokjes, die naar gelang de situatie als dolken, zwaarden of pistolen dienen. Spannend om naar te kijken.

Peter Brook is een intelligente regisseur, hij ‘herïntepreteert’ niet, hij schept een eigen wereld, waarin Don Giovanni meer is dan alleen maar een gewetenloze verleider en Donna Anna niet zo onschuldig als ze beweert te zijn.

Peter Mattei is een volmaakte Giovanni: in zijn op maat gesneden pakken ziet hij er buitengewoon aantrekkelijk uit. Hij verleidt met zijn stem en zijn hele lichaam. Geen wonder dat niemand hem kan weerstaan.

Fantastisch is ook Masetto (Nathan Berg). Iedereen is eigenlijk goed, misschien op een iets te zwakke Elvira (Mireille Delunsch) en een mij maar matig overtuigende Ottavio (Mark Padmore) na.

Zürich, 2001

Giovanni Zurich Flimm

Ondanks de een beetje klungelig aandoende enscenering van Erich Wonder, is de Züricher productie uit 2001 (Arthaus Musik 100328) één van de spannendste die ik ooit heb gezien. Jürgen Flimm beschikte over de beste zangeracteurs van dit moment, en met een zeer adequate personenregie is het hem gelukt een spektakel van formaat neer te zetten.

Rodney Gilfry is de personificatie van Don Giovanni. Zijn aangenaam warme bariton is licht van timbre, zeer wendbaar en willig. Daar doet hij werkelijk wonderen mee. Zo kan hij naar gelang de situatie verleidelijk of beangstigend klinken. Zijn knappe verschijning is mooi meegenomen.

Cecilia Bartoli is zeer charismatisch als Donna Elvira. Lekker hysterisch, maar ook breekbaar en ontroerend.

Op papier had ik zo mijn twijfels over de bezetting van Donna Anna door Isabel Rey, maar in dit ensemble van kleine stemmen past zij wonderwel, al komt ze in ‘Non mi dir’ duidelijk aan haar grenzen.

Barcelona, 2002

Giovanni Bieito

De Catalaanse regisseur Calixto Bieito zorgde voor menig schandaal in de operawereld. Zijn producties – veelal geïnspireerd door de films van Almódovar, Bunuel en Kubrick – zijn alles behalve conventioneel.

Zo ook de in december 2002 in het Liceu in Barcelona verfilmde Don Giovanni (Opus Arte OA 0921). De voorstelling baarde veel opzien met de vele seks-, drugs- en geweldsscènes, wat in de Britse pers zorgde voor koppen als ‘coke-fuelled fellatio feas’.

Toch klopt het allemaal wel en het geheel laat zich als een bijzonder spannende film volgen. Des te meer daar alle zangers ook voortreffelijke acteurs zijn.

Voor de productie werd de oerversie van de partituur gebruikt. Verder is het zeer verheugend om in de rol van Don Ottavio de Nederlandse tenor Marcel Reijans te horen.

Londen, 2008

Giovanni Keenlyside Zambello
Een uitmuntende Don Giovanni werd in 2008 gemaakt door regisseur Francesca Zambello en dirigent Sir Charles Mackerras voor het Royal Opera House in Londen (Opus Arte OA 1009).

Dat kwam niet alleen door de prachtige Simon Keenlyside in de titelrol, maar ook door de sterke bezetting van de andere rollen. Iedere rol was bezet alsof het een titelrol was en heel karakteristiek uitgedacht door Zambello.

Naast Keenlyside schitterden ook Kyle Ketelsen als Leporello en Joyce DiDonato als Donna Elvira. En dan zijn Ramon Vargas, Marina Poplavskaya, Miah Persson, Robert Gleadow en Eric Halfvarson nog niet eens genoemd.

Een Don Giovanni dus om volop van te genieten. Geen vocale onvolkomenheden, wel fantastische aria’s en ensemblestukken, een indringende regie en fantastisch acteerwerk.

SALZBURG 2008

Giovanni Guth

Eerlijk is eerlijk: de zich in een weelderig en donker bos afspelende productie van Claus Guth (Salzburg 2008) is best spannend. Verder vind ik het één van de domste en slechtste Don Giovanni’s ooit. Zo erg als de Amsterdamse beddenpaleis wordt het niet, maar wat we krijgen is een totaal andere opera. Waar ook nog eens alle logica ontbreekt: heeft u ooit een bus (dus ook een bushokje) midden in een bos gezien?

Dacht u dat Giovanni continu achter de vrouwtjes aan zit? U hebt het mis. Het is juist andersom. De arme Anna moet hem zelfs verkrachten als hij aan haar probeert te ontsnappen. Giovanni zelf denkt voornamelijk aan zijn volgende shot heroïne en aan zijn dodelijke schotwond, opgelopen tijdens het gevecht met de Commendatore, die overigens helemaal niet dood is (waarom weet Anna dat niet?).

Vanwege het hoge flowerpowergehalte doet de productie mij sterk aan Easy Rider denken. Het verbaast me dan ook niet dat de Don gezellig met Zerlina en Masetto een stickie zit te roken.

Erwin Schrott (Leporello) lijkt sprekend op Sylvester Stallone en verrek: hij kan ook in de bomen klimmen! Maar op Schrott en de werkelijk prachtig zingende en acterende Christopher Maltman (Giovanni) na kan geen van de zangers me echt overtuigen. Iets wat grotendeels de regisseur te verwijten valt. Want hoe kunnen ze overtuigen als alles wat ze doen zo belachelijk is? En zo tegen de muziek ingaat?

Voor de productie werd de Weense versie van de partituur gebruikt, wat onder meer inhoudt dat ‘Il mio tesoro’ is geschrapt. En dat we het onbenullige en totaal onlogische duet van Zerlina en Masetto erbij krijgen.

Voor de muzikale directie van Bertrand de Billy kan ik niet warm lopen. De ouverture begint behoorlijk hakkelend, met vreemde accenten. Er wordt zelfs vals geïntoneerd, iets wat je je bij Weners niet echt kunt voorstellen. (EuroArts 2072548)

Salzburg, 2014

Giovanni SalzburgBechtolf

In 2014 mocht Salzburg weer een nieuwe productie van ’s werelds meest geliefde opera bewonderen. Nu ja, bewonderen… Was de rare Guth tenminste nog spannend, de voor het oog best aantrekkelijke enscenering van Eric Bechtolf is gewoon dodelijk saai. Daar kan zelfs de perfect gecaste latin lover Giovanni (een zeer aantrekkelijke Ildebrando D’Arcangelo) niets aan doen.

De actie speelt zich in de lobby van een hotel (nieuwe trend?) af en er is een komen en gaan van gasten, bruiloften, crime passionels en wat ook niet. Gedoe.

Luca Pisaroni (Leporello) stelt me een beetje teleur, zijn stem klinkt vaak vlak. Bovendien doet hij aan overacting. Donna Anna wordt gezongen door onze eigen Lenneke Ruiten, wat de opname meteen aantrekkelijker maakt. Anett Fritsch is een mooie, licht getimbreerde Elvira.

Helaas: ook in deze opname kan het orkest uit Wenen me niet echt bekoren. Eschenbach dirigeert nogal nogal sloom. (Unitel Classica 2072738)

Milaan, 2011

Giovanni MatteiGelukkig hebben we Robert Carsen nog. Eén van de weinige hedendaagse regisseurs die het verhaal intact weet te laten. Natuurlijk heeft ook hij zijn eigen ‘handtekening’: bij hem is het zijn liefde voor de (geschiedenis van) cinema en de grote sterren van weleer. Vaak past hij ook het concept ‘theater in het theater’ toe. Zo ook in deze Don Giovanni uit de Scala (2011).

De voorstelling ziet er prachtig, kleurig en weelderig uit en de kostuums zijn oogstrelend. Middels eindeloze doeken, die naar believen opzij schuiven en open- en dichtgaan, creëert hij een wereld die tussen verbeelding en werkelijkheid balanceert.

Anna Netrebko overtreft zichzelf als Donna Anna, die zich de liefdeskunsten van Giovanni laat welgevallen. Met haar looks à la Claudia Cardinale past ze zo in een maffiadrama uit de jaren vijftig. Haar ‘Chi mi dice mai’ is gewoonweg perfect.

Peter Mattei is een heerlijke Don: een echte dandy, die af en toe meer geeft om zijn garderobe (ach, die verkleedpartijen!) dan om de dames. Barbara Frittoli is – voornamelijk scenisch – een zeer overtuigende Elvira en Bryn Terfel een kostelijke Leporello. Het bruidspaar Zerlina en Massetto wordt zeer geloofwaardig gezongen en gespeeld door Anna Prohaska en Štefan Kocán: voor mij het beste ‘boerenkoppel’ sinds jaren.

Daniel Barenboim dirigeert bedeesd. Zijn trage tempi vallen het meest op bij ‘La ci darem la mano’. Geen nood: zo kun je er nog meer van genieten. Zeer aanbevolen! (DG 0735218)

George London

Giovanni London

Bij mijn weten bestaat er geen complete beeldopname van Don Giovanni met George London, één van de grootste bas-baritons uit de twintigste eeuw. Des te meer kan ik iedereen het portret van de zanger aanbevelen dat een paar jaar geleden bij Arthaus Musik (101473) verscheen. De documentaire draagt de alleszeggende titel Between Gods and Demons.

Behalve van zijn Don Giovanni was London voornamelijk beroemd van zijn Scarpia en zijn Boris Godoenov. Maar hij was ook een echte entertainer, die de populaire muziek serieus nam: voor hem waren het allemaal ‘artificial art songs’. Over zijn Giovanni was iedereen het eens: als je zo veel seks uitstraalt, dan kan het demonisch worden. Iets om over na te denken.


Igor Levit and his Beethoven-project: “I do not feel like a servant, but I do not feel like anybody’s master either.”

Levit

On 17 December 2019 Ludwig van Beethoven will celebrate his 250th birthday. An occasion this big calls for a big party, so that is what we will get. There will be an abundance of concerts, recitals and recordings to choose from. Of all the projects we are about to be inundated with, there is one that appeals to me personally the most: the recording of all of his piano sonatas by Igor Levit.

What do we know about Igor Levit? He was born in 1987 in Gorky (now Nizhny Novgorod) in Russia. He started piano lessons at the age of three and had already achieved enormous successes as a child. In 1995 the Levit family left for Germany, where he graduated from the Hochschule für Musik, Theater und Medien Hannover in 2009. I heard him for the first time on recordings from the Arthur Rubinstein International Piano Master Competition in Tel Aviv in 2005. At that time he was the youngest participant ever and he won the second prize, the chamber music prize, the audience prize and the prize for the best performance of a contemporary work. He looked timid and shy, but as an audience member you were not only enchanted by him but also drawn to him.

Levit plays Beethoven in Tel Aviv:

I decided to follow this young artist as much as possible. When Sony contracted him and they brought out an album with Beethoven’s late piano sonatas, I was extremely pleased! It was a huge gamble for Sony. Imagine: when you’re in your twenties choosing Beethoven’s last five piano sonatas for your debut album! You really need to have guts to do that. But it could also be conceived as arrogant. Didn’t most pianists have to wait until they reached a certain age to try their hand at the last sonatas?

The result was overwhelming. The album won several prizes in 2014, including an ECHO Klassik, when that prize was still taken seriously. And the prizes continued: in October 2015 his CD with works by Bach, Beethoven and Rzewsky was chosen as Recording of the Year at the 2016 Gramophone Classical Music Awards. In 2018 Levit received the prestigious Gilmore Award and was named the Royal Philharmonic Society’s ‘Instrumentalist of the Year’.

Levit’s interpretations of Beethoven are quite idiosyncratic, that’s true, but also greatly exciting! That is why Levit is so outspoken about the role of the interpreter. A quote from the pianist’s passionate interview with the Neue Zürcher Zeitung:

“So you are against the widespread ideal that the interpreter is first and foremost the servant of the score?

I do not feel like a servant, but I do not feel like anybody’s master either. For me, the question is not: what would we be without the composers, but instead: what would the composers be without us? The interpretation is my personal reaction to the information I receive through the notes. But this information is sometimes so full of uncertainties that I have to think about it carefully. A performance never works one-on-one. Beethoven’s case is extra complicated because he tried to escape from his time in order to create something different, something new.”

Igor Levit about ‘the project’:

“For me, this recording is the conclusion of the past fifteen years. It started with my ‘encounter’ with the Diabelli Variations when I was seventeen years old, something that changed my life and that actually continues until now, because I live with his music every day. With Beethoven’s sonatas, but also with Beethoven himself and with how all this has influenced the world in which I live and myself. Everything together led to this recording. What began in 2013 with the recording of Beethoven’s last five sonatas, I can now conclude. It fills me with great happiness and at the same time it feels like a new beginning. “

Levit piano

© Sony

I can only add that Igor Levits’ vision of Beethoven has also changed my world. Raised with Gulda, Kempff, Schnabel and Barenboim – all greats that are still at the top of my list – I have suddenly discovered a totally new vision. No, in interpretation there are no absolute truths. Just listen to the ‘Adagio sostenuto’ from the Monscheinsonate. You rarely hear it so sweet, so tender, but at the same time not ‘weak.’ For me it felt like hearing the sonata for the first time in my life.

On Sunday 9 February 2020 Levit will make his long-awaited debut in the Master Pianists series at the Concertgebouw. It will be a very special recital, because he will, of course, not only play Beethoven’s last two sonatas, but also an arrangement for piano of the Adagio from Mahler’s Symphony No. 10. Something to really look forward to!


Beethoven – Piano Sonatas (Complete)
Igor Levit – Piano
Sony Classical, CD 19075843182 (9cd’s)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Die Zauberflöte door Opera Zuid: te ver van het origineel vandaan

Tekst: Sander Boonstra

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_9_Joost Milde

© Joost Milde

Even afgezien van het feit, dat de Stadsschouwburg van Groningen een prachtig, statig gebouw is, deze entourage zorgde gisteravond (zondag 10 november) voor een schril contrast met de uitvoering van Mozart’s klassieker Die Zauberflöte. Regisseuse Jorinde Keesmaat zet voor een nagenoeg uitverkochte zaal een moderne versie neer, maar wat mij betreft neemt ze teveel afstand van het originele verhaal.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_5_Joost Milde

© Joost Milde

Het plot wordt bekeken door de ogen van Pamina (Lilian Farahani), die de ouverture onaangenaam onderbreekt met een monoloog over het ‘vrouw-zijn in een masculiene maatschappij’. Daaronder (wat vaker terugkomt onder de dialogen) een nog onaangenamere soundscape. Het onderbreekt de concentratie in en voor de muziek, het is geen geheel meer. Dat deze scène in het Nederlands is, vergeet ik dan maar voor het gemak.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_1_Joost Milde

©Joost Milde

Wat me nog het meeste verbaast, is dat het essentiële rekwisiet volledig ontbreekt in de enscenering: de toverfluit. Tijdens de beproevingen klinkt het instrument uit de orkestbak, maar is in zijn geheel niet aanwezig op het toneel om Tamino (Peter Gijsbertsen) en Pamina te beschermen. Het alternatief voor fluit en klokkenspel echter, werkt vermakelijk: op afstand bestuurbare autootjes met een beeltenis van de eigenaren als inzittende. Vooral Michael Wilmering als Papageno is zichtbaar als een kind zo blij met het kleinood.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_7_Joost Milde

© Joost Milde

Toch is het bij Mozart altijd weer: “gelukkig is er de muziek nog”. Is er vooral een gemis in diepgang bij de karakters, die is terug te vinden in de fantastische partituur. De philharmonie zuidnederland speelt onder leiding van Benjamin Bayle zonder overbodige opsmuk, maar gewoon zoals Mozart het bedoeld heeft. Bayle heeft alles onder controle en dat straalt uit de orkestbak.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_4_Joost Milde

© Joost Milde

Op solistengebied blinkt niemand echt uit, iedereen doet wat van hem of haar verwacht wordt. De Papageno van Wilmering (waarbij zijn humor en speelsheid bijna een verademing is binnen het geheel) en de Koningin door Morgane Heyse (die haar première-avond speelde) wil ik toch graag even apart benoemen. Vooral de tweede aria van Heyse klinkt als een klok en staat als een huis. Brava!

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_2_Joost Milde

© Joost Milde

Opvallend is, dat vooral de kleinere rollen meer dan prima werk leveren: Papagena (Ginette Puylart), de Drei Knaben (op rolschoenen en in vrolijkstemmende kledij) en de Spreker van Huub Claessens verdienen wat mij betreft een dikke pluim!

Die Zauberflöte door Opera Zuid, de moeite waard voor degenen die een moderne kijk op het origineel waarderen. Voor hen die daar niet heel gek op zijn: Mozart’s muziek blijft ongeëvenaard!

toverfluit Sander

© Sander Boonstra

Die Zauberflöte is tot en met 8 december te zien. Zie voor meer informatie de website van Opera Zuid.

 

The Songs Of Reynaldo Hahn On Palazzetto Bru Zane

The Palazzetto Bru Zane edition of Reynaldo Hahn's complete songs, with baritone Tassis Christoyannis and pianist Jeff Cohen.

For many, he’s just another famous representative of the Belle Époque, but there are few people that really know much about him, let alone about his music. He went down in history as the lover of Marcel Proust, but Reynaldo Hahn (1874-1947) was much more than that. And here is a 4 CD set of his melodies that allows you to rediscover the man and his music afresh

Born in Caracas, Venezuela, Hahn was the son of a German-Jewish father and a Venezuelan mother of Spanish-Basque origin. Apart from being a pianist and composer, Hahn was a highly esteemed conductor; know among other things for his Mozart interpretations. He was also a critic, writing for the newspaper Le Figaro; he wrote books on music, and in 1945 he was appointed director of the Paris Opéra.

When he arrived in Paris – on his own – he was but four years old. He was sent there because his father was threatened by the politics of president Antonio Guzmán Blanco. At the age of 11 Hahn began to study music at the Paris conservatory and became a student of Jules Massenet.

The young Reynaldo Hahn (l.) and his lover Marcel Proust

The young Reynaldo Hahn (l.) and his lover Marcel Proust

Hahn’s career florished mostly in Paris and in aristocratic circles, he was a welcomed guest in the world of salons, most notably that of the eccentric Princess Mathilde (Napoleon’s niece),accompanying himself on the piano as he sang arias by Jacques Offenbach. At the age of eight, Hahn composed his first songs. And of course he sang it, too. As he did his many other songs that followed over the years.

Marcel Proust famously wrote about Hahn and his singing: “His head a little thrown back, his mouth mournful and slightly indignant, from where flowed, rhythmically, the most beautiful, the saddest and warmest voice that never existed.”

Reynaldo Hahn sitting at the piano, painted by Lucie Lambert in 1907.

Reynaldo Hahn sitting at the piano, painted by Lucie Lambert in 1907.

Jean Cocteau added: “He sang with a cigarette positioned in the corner of his mouth, delivering his delightful voice from the other part, the eyes painting towards the sky.”

Hahn composed more than 100 songs that are rarely performed today. Why?

Don’t ask me, because I find them wonderful. All of them. And that is something everyone can now experience thanks to Palazzetto Bru Zane who have issued them in a box set, many of them in world premiere recordings.

Just listen to the song cycle Chansons grises based on poems by Paul Verlaine. What a discovery it is to hear these for the first time!

In the beginning I was worried that the songs might become a little monotonous with just one singer all the way through. But I was surprised and easily convinced of the opposite. Greek baritone Tassis Christoyannis has precicely the right timbre to do justice to these songs: light, elegant, and very sensual in a way that made me think of Gerard Souzay, again and again.

Christoyannis’ interpretation is polished and perfect, and for every song he finds a different shading, a new tone. And my God – it is beautiful. For me, this is the CD of the year.

A caricature of Reynaldo Hahn as Beau Brummell by Rip (Georges Gabriel Thenon), 1931.

A caricature of Reynaldo Hahn as Beau Brummell by Rip (Georges Gabriel Thenon), 1931.

 

I recently read somewhere that we may expect more Hahn on disc soon. His operas L’Ile du Reve and La Carmelite are on the to-do list of Palazzetto Bru Zane, the be recorded live. All I can say about that is: please don’t forget to include his operettas Ciboulette (1923) or Brummell (1931) about the infamous British dandy Beau Brummel (1778-1840).

Not to mention Hahn’s other musical comedies, such as Mozart (1925) or O mon bel inconnu (1933), Une Revue (1925) and Malvina (1935). Some of them are available in historic French recordings, but a fresh and new interpretation would be very welcome.

English translation: Kevin Clarke

http://operetta-research-center.org/melodies-reynaldo-hahn/?fbclid=IwAR1kbpjk3refYMhiIorfhuPInm7t-Zo7c9dS6tyR9K1tKB4BAUqDLV05k7s

In Dutch:
Weergaloze liederen van Reynaldo Hahn weergaloos uitgevoerd door Tassis Christoyannis en Jeff Cohen

Verdi’s Oberto: waarom horen we die opera nooit meer?

Oberto

Daar heb ik werkelijk enorm veel plezier aan beleefd! Nog nooit eerder heb ik Verdi’s eersteling (première 1839 in Milaan) op de planken gezien, en de opera van Bilbao is (was) voor mij terra incognita. Het begon meteen feestelijk. Het orkest onder de bezielende leiding van Yves Abel zette ferm in, en de ene na de andere meezinger kwam voorbij: hier een stukje Rigoletto, daar een snufje Luisa Miller, een aanzet tot Macbeth … Heerlijk.

Ook het bühnebeeld was betoverend mooi, geheel in stijl met de muziek (die toch het meeste aan Lucia di Lamermoor doet denken) en het verhaal. Het was alsof een schilderij van één van de Pre-Rafaëliten tot leven was gewekt. Een pijnlijk moment beleefde ik met de opkomst van Riccardo, de macho verleider die voor al die toestanden heeft gezorgd: de Uruguayaanse tenor Carlo Ventre beschikt weliswaar over een soepele stem, maar zijn metaalachtig timbre en geforceerde hoogte zijn niet mijn cup of tea.

De rest van de cast vond ik werkelijk adembenemend. Marianne Cornetti (Cuniza) en Evelyn Herlitius (Leonora) zongen en acteerden op een hoogst mogelijk niveau. Ildar Abdrazakov zette een fenomenale Oberto neer, alleen al voor zijn vertolking is deze DVD een must.

Giuseppe Verdi
Oberto
Ildar Abdrazakov, Evelyn Herlitzius, Carlo Ventre, Marianne Cornetti; Orquesta Sinfónica del Principado de Asturias olv Yves Abel
Regie: Ignacio Garcia
Opus Arte OA 0982 D

 

Death in Venice: een autobiografisch testament?

Death Pears Britten

Het vocale oeuvre van Britten is vrijwel onlosmakelijk verbonden met één zanger, Peter Pears. Jarenlang waren ze partners zowel in de kunst als in het dagelijks leven. Voor Pears componeerde Britten zijn liederen en opera’s, en met diens stem in zijn hoofd maakte hij arrangementen van de Engelse volksliedjes.

Death in Venice, de laatste opera van de toen al zeer zieke Britten, werd ook voor zijn partner gecomponeerd. Zeker weten doe ik het uiteraard niet, maar ik denk dat Britten er iets meer van zijn eigen leven in gestopt heeft dan in zijn eerdere opera’s. En dat het sterk autobiografisch is.

Death all opera's

Wat hebben we zoal om te vergelijken? Naast mijn speler liggen twee dvd’s en een cd. Nou ja, cd… Zeg maar gerust cd’s, want Decca heeft één van de grootse Britse componisten geëerd met een box met al zijn opera’s (4756029). In het acht schijfjes tellende tweede deel vindt u ook Gloriana, A Midsummer Night’s Dream, The Rape of Lucretia en The Turn of the Screw. Op Death in Venice en Gloriana na allemaal gedirigeerd door de componist zelf.

Death in Venice decca

Om te zeggen dat de uit 1974 stammende opname zowat de beste is wat je je kan voorstellen, is natuurlijk een open deur intrappen. Het is niet alleen de meest voorbeeldige uitvoering (Peter Pears als Aschenbach en John Shirley-Quirk in al die baritonrollen) denkbaar, de opname zelf is ook waanzinnig goed: direct, helder en zo authentiek aandoend dat je de indruk krijgt dat het live is opgenomen. Steuart Badford dirigeert het English Chamber Orchestra.


TONY PALMER

Death Palmer

Dezelfde dirigent, het orkest en de bariton komen we ook tegen in de film van Tony Palmer (TPDVD176), gefilmd op locatie in 1980. De rol van Gustav von Aschenbach werd overgenomen door Robert Gard, een mij onbekende tenor, die het werkelijk voortreffelijk doet. Al doet hij mij Pears niet vergeten.

De film is zeer realistisch en al doet het een beetje gedateerd aan (de typische jaren zeventig sfeer is alom aanwezig), het valt niet te ontkennen dat je als genageld op je stoel blijft zitten! De beelden ven Venetië zijn mooier dan mooi, de sfeer is beklemmend en de zanger-acteurs zijn meer dan voortreffelijk. Naast Gard en Shirley-Quirk viel mijn oog (en oor!) op een niet met name genoemde zanger in de rol van de Engelse klerk.

Op het doosje staat vermeld dat ook Pears eraan meedoet. Ik kon hem niet ontdekken, al meende ik zijn stem bij één van de figuranten bij de hallucinerende Von Aschenbach te horen.

PIER LUIGI PIZZI

Death Pizzi

Venetië hoort bij deze opera, natuurlijk. Vandaar dat een in die stad opgenomen voorstelling meer tot verbeelding spreekt dan één uit … (vul maar in). De in juni 2008 in La Fenice opgenomen productie (Dynamic 33608) is zonder meer bijzonder.

Pier Luigi Pizzi staat altijd garant voor mooie beelden en zijn ensceneringen zijn bijna altijd semirealistisch, maar dan met een twist naar zowel surrealisme als symbolisme.

In zijn voorliefde voor ballet kan hij soms te ver gaan, wat ook hier een beetje het geval is. Het koor en alle figuranten, zeeleden en gasten van het hotel bestaan uit prachtig geklede (of, zo je wilt, prachtig ontklede) bloedmooie dansers. Als er niet gedanst wordt, dan wordt er stilistisch gelopen en esthetisch gestaan.

Het is net een film en Visconti is niet ver te zoeken – zelfs de beroemde hoed die Silvana Mangano als Tadzio’s moeder droeg in die film is hier nagemaakt. Maar de sfeer is zeer beklemmend, de hitte voelbaar en het uiteindelijke resultaat zeer ontroerend.

Marlin Miller verdient een Oscar voor zijn rol van de gekwelde Von Aschenbach. Met zijn zakdoek zwaaiend en zweet afvegend probeert hij fatsoen te houden, om zich uiteindelijk aan de totale waanzin en het ijlen te moeten overgeven. Bravissimo!
Zijn stem is anders dan die van Pears. Ronder en meer gefocust, zeker naar de zaal toe, wat zijn verstaanbaarheid alleen maar ten goede komt.

Scott Hendricks is meer dan fenomenaal in al zijn ‘duivelse’ personages. Met een sardonische glimlach en zichtbaar veel plezier helpt hij Von Aschenbach zijn ondergang tegemoet.

Bruno Bartoletti weet van het orkest uit La Fenice de mooiste klanken te ontlokken.

Mijn kleine bezwaar: Tadzio (een bloedmooie, het valt niet te ontkennen, Alessandro Riga) is optisch te oud en te zeker van zichzelf. Toch – zeer, zeer aanbevolen.

MEER BRITTEN

Death benjamin-britten-britten-100-birthday-collection-073492162

Bij Intens Media (nooit van gehoord, er staat ook geen enkele informatie bij) is een box met 10 cd’s van Britten verschenen (bestelnummer 60047). Veel bekend materiaal, maar ook een paar (voor mij) nieuwe dingen, zoals de opname van Serenade for Tenor, Horn and Strings uit 1953 of het ballet The Prince of the Pagodas. Dat behoort zeker niet tot Brittens bekendste werken; het is dan ook fijn om het in de box tegen te komen.

De box is niet echt iets voor een doorgewinterde Britten-verzamelaar, maar voor een beginner en/of een geïnteresseerde liefhebber zonder meer een ‘hebbeding’. Zeker voor de prijs: rond de 15 euro.

Afbeeldingsresultaat voor poster

Vergeet ook niet de prachtige documentaire Benjamin Britten & his Festival van Tony Palmer (TPDVD174). Het zeer korrelige beeld moet je voor lief nemen, maar alleen al de optredens van Julian Bream en Peter Pears die Schubert zingt maken het aanschaffen van de dvd meer dan waard!

IMMO KARAMAN regisseert BRITTEN in Düsseldorf. Deel 3: DEATH IN VENICE