Mathilde Wantenaar betoont zich opnieuw een meester, maar de enscenering van Lied voor de Maan blijft daarbij achter.

Tekst: Neil van der Linden

Mathilde Wantenaar is onderhand de jeugdheld van de ‘nieuwe nieuwe’ muziek, dat wil zeggen muziek die is teruggekeerd naar de tonaliteit maar verre blijft van het repetitieve van de minimal. Haar orkestwerken zijn neo-impressionistisch, eigenlijk treedt ze in de voetsporen van Rudolf Escher. Misschien mede door de keuze van instrumenten voor het kleine ensemble in deze opera, met naast vier strijkers een klarinet/basklarinettist en gitarist, neigt de klank nu meer naar bijvoorbeeld de Kammersinfonieën van Schreker en Schönberg of bijvoorbeeld Hans Eislers ‘Vierzehn Arten den Reigen zu beschreiben’.

Het verhaal gaat over een eenzame mol die hoopt een zielsverwant te vinden in de maan, die nooit lijkt te lachen, en besluit een lied te schrijven om de maan op te vrolijken. Een sprinkhaan studeert het lied in met zijn orkest, tot ze het helemaal onder de knie hebben, en op een nacht geven ze een concert. Maar waarom kijkt de maan daarna juist heel triest? De oplossing wordt gevonden door in het lied van mollen (woordspeling op de mol) kruisen te maken. De mol lijkt daar niet helemaal gelukkig mee te zijn, maar als het orkest het lied in de nieuwe versie speelt lacht te maan en is ook de mol blij, iedereen blij.

Een lied voor de maan is gebaseerd op een boek van Toon Tellegen, een fabel over de kracht van muziek. Componiste Mathilde Wantenaar bewerkte het verhaal tot een “my first opera voor jonge bezoekers en hun ouders”,  met aansprekende personages en melodieën en tal van verwijzingen naar de muziekgeschiedenis, zoals trio’s en kwartetten die pastiches vormen op Verdi en Puccini, terwijl een virtuoos gezongen Koningin van de Nacht niet ontbrak,  en pop-hits, zoals ‘Tea for Two’.

Tellegen is een gewaardeerd kinderboekenschrijver. Toch vroeg ik mij af of de kwintessens in de plot zich niet boven de hoofden van het jongste publiek afspeelt. Dat van die mollen en kruisen – en ik neem aan dat dat ook aan Tellegens boek is ontleend – vergt enig begrip en bovendien gaan de ontwikkelingen in de plot juist op het moment dat dit wordt uitgelegd erg snel. Rond deze momenten er bij het jeugdige deel van het publiek flink wat geroezemoes, ook al bevonden zich onder dit premierepubliek vermoedelijk heel wat kinderen van ‘ingevoerde’ ouders. Maar misschien gaat dat straks bij schoolvoorstellingen anders.

Wat ook niet helpt is de aankleding, het decor en de dierenkostuums, inclusief poppen, die beide ogen als ouderwets kindertheater. De wijlen (net overleden) grote theaterideoloog Jan Ritsema stelde ooit dat je kinderen niet ‘kinderlijk’ moet benaderen, zoals het ook niet pedagogisch is om met peuters in peutertaal te praten. We zijn in Nederland al veel verder in jeugd- en poppentheater. Niet boven hun hoofd praten, maar je moet je ook niet ‘neerbuigend’ naar hun vermeende niveau.

Ok, mijn blik werd misschien verpest door de poppentheater-voorstelling Vrouw en Vos van Ulrike Quade, op tekst van Judith Herzberg naar het boek ‘Lady into Fox’ van David Garnett, die ik een paar dagen tevoren had gezien. Niet een jeugdtheatervoorstelling, maar wel jeugdig, mede dankij het directe taalgebruik van Judith Herzberg, maar ook dankzij het prachtige vossenmasker en hi-tech en toch aandoenlijk vos-pop, naast ingenieus, overweldigend mooi, maar simpel gebruik van licht en projecties.

Dus is het jammer dat de regie en het decorontwerp, waarvoor een Franse regisseur en een Duitse scènograaf waren ingeschakeld, achterbleven bij het niveau van het beste jeugdtheater en poppentheater dat we hier hebben. En die vos van Quade zou ook de kleinsten blijvend hebben beziggehouden.

Blijft over de fraaie muziek, al hoeft de ‘Tea for Two’-lolbroekerigheid voor de happy end-scene voor mij niet zo (bij Shostakovich kan ik er ook niet tegen), naast de enthousiaste zang van de jonge cast, met name van mol Vera Fiselier, en het uitstekende instrumentale ensemble, waarbij fluit- en piccolo-iste Mirna Ackers zich ook een ras-comédienne betoonde.

Libretto  Mathilde Wantenaar en Willen Willem Bruls naar het boek van Toon Tellegen
Regie  Béatrice Lachaussée
Decor en kostuums  Nele Ellegiers
Video  Coen Bouman
Licht  Cor van den Brink
Dramaturgie  Willem Bruls

De mol  Vera Fiselier
De veldmuis / de maan  C
De relmuis / de krekel  Eline Welle
De kikker  Jan-Willem Schaafsma
De sprinkhaan / de aardworm  Berend Eijkhout
De spitsmuis  Mirna Ackers 

Foto’s Kim Krijnen

Gezien 20 oktober in de Boekmanzaal van de Stopera.

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2021-2022

Gruberova schitterde in Roberto Devereux

Tekst: Peter Franken

Op 18 oktober kwam plotseling het bericht dat Edita Gruberova was overleden. De meeste operaliefhebbers zullen wel een bepaalde herinnering hebben aan deze fantastische belcanto sopraan en ik vorm daarop geen uitzondering.

Tegen het einde van de vorige eeuw voegde Gruberova de rol van Elisabeth I toe aan haar repertoire, aanvankelijk in concertante uitvoeringen maar in december 2000 vond in Staatsoper Wien de première plaats van een nieuwe productie van Roberto Devereux in de regie van Silviu Purcarete met de stersopraan als Elisabetta. Ik had een kaartje voor een voorstelling in de eerste week van 2001 maar moest de reis annuleren wegens ziekte. Zodoende duurde het tot najaar 2006 voor ik Gruberova alsnog in Wenen kon meemaken, de enige keer dat mij dat vergund is gebleven. Het was een gedenkwaardige avond, mede door mooi weerwerk van Joseph Calleja in de titelrol.

Inmiddels had ook München dit werk geprogrammeerd, een productie van Christof Loy en ook daar was Gruberova natuurlijk van de partij. Van een voorstelling in 2005 is een opname gemaakt die door DG is uitgebracht op dvd zodat deze glansrol uit het latere gedeelte van de carrière van de belcantoster voor het nageslacht bewaard is gebleven.

Gruberova liep toen al tegen de zestig wat haar als vanzelf een mooie typecast maakte voor de Engelse vorstin op leeftijd die in Roberto Devereux centraal staat. Het libretto maakt losjes gebruik van de historische gebeurtenissen rond het einde van de zestiende eeuw, toen Devereux, Earl of Essex, een staatsgreep ondernam nadat hij bij Elisabeth in ongenade was gevallen. Aangezien Essex een van haar jonge favorieten was geweest, ontstond ruimte voor een liefdesgeschiedenis.

De inmiddels al bijna zeventig jaar oude Elisabeth wordt in de opera neergezet als een jaloerse verliefde vrouw die onbeantwoorde liefde verwart met landverraad. Doordat Roberto niet zwicht voor haar emotionele chantage tekent hij zijn eigen doodvonnis.

De historische Elisabeth was naar verluidt een wispelturige vrouw die permanent jongleerde met de mannen om haar heen om zodoende de touwtjes in handen te houden. Ook stond ze bekend om een bijna pathologische jaloezie jegens iedereen die ze als rivale beschouwde. Met die gedachte in het achterhoofd is het gedrag van de vorstin in deze opera beter te duiden.

Loy brengt het werk als kameropera in een moderne setting. Vrouwen in mantelpak, mannen in office suits, exemplaren van tabloid The Sun met paginagroot ‘The seducer returns’. Alleen in de laatste scène verschijnt Elisabeth in een lange zwarte jurk, alsof ze al in rouw is. Hoewel Roberto zeer veel jonger is dan zijzelf, in werkelijkheid scheelden die twee meer dan 30 jaar, gedraagt Elisabeth zich als een vrouw die na jaren haar minnaar weer terug ziet.

Het komt wat ongeloofwaardig over maar wellicht had de Earl of Essex haar ook wel een beetje in de waan gelaten dat de liefde wederzijds was om zodoende in de gunst te blijven. Inmiddels is deze jongeman ziek van het feit dat zijn geliefde Sara in zijn afwezigheid is uitgehuwelijkt aan de hertog van Nottingham, nota bene zijn vriend, maar onwetend van de reeds bestaande liefde tussen Roberto en Sara die in alles de tegenpool van Elisabeth is, een jonge vrouw in de kracht van haar leven.

Gruberova maakt er een adembenemend optreden van waarbij ook de uitstapjes naar de vocale stratosfeer met volledige beheersing worden volbracht. Naar verluidt was dit in die jaren haar lievelingsrol en ze legt er heel haar ziel en zaligheid in.

Wat meewerkt is het realistische karakter van het verhaal, geen waanzinscène, tijdelijk geheugenverlies, spoken en geesten maar gewoon een eenzame verliefde vrouw die in haar leven nooit een gelijkwaardige liefdesrelatie heeft gekend. Tot op het laatst leef je met haar mee, met name in de derde akte als ze haar koninklijke waardigheid heeft afgelegd en zich realiseert dat ze haar geliefde daadwerkelijk de dood in heeft gejaagd.

Roberto Aronica overtuigt als de eigenzinnige Essex die erop rekent dat Elisabetta hem ook deze keer wel in bescherming zal nemen tegenover het parlement. Dat zijn vroegere geliefde Sara zo onhandig is hem een shawl te geven die door haar echtgenoot kan worden herkend moeten we haar maar niet aanrekenen. Dat hijzelf zo kortzichtig is om haar die levensreddende ring te geven getuigt van weinig inzicht in zijn wankele positie. Als hij beseft dat zijn poging alsnog gratie te krijgen is mislukt gaat hij op meeslepende wijze van hoop over in berusting en trekt daarbij alle registers open. Heel romantisch wordt benadrukt dat hij niet zozeer de dood vreest – die heeft hij al zo vaak in de ogen gezien – maar dat de mogelijkheid om Sara’s reputatie te redden hem ontnomen wordt.

Het tweede koppel komt voor rekening van Jeanne Piland als Sara en Albert Schagidulin als haar echtgenoot de Duke of Nottingham. Elisabetta heeft Sara tegen haar zin aan hem uitgehuwelijkt en ze heeft zich in haar lot geschikt. Maar Roberto’s terugkeer aan het hof haalt alles overhoop met alle gevolgen van dien. Hun enorme ruzie in de derde akte geeft hen de gelegenheid tijdelijk alle aandacht op zich te vestigen. Beiden halen royaal het niveau van de twee hoofdrolspelers, mooi gecast.

Behalve deze paraderol wil ik als Strauss liefhebber natuurlijk Gruberova’s Zerbinetta niet ongenoemd laten. Ik koester de opname uit 1988 van Ariadne auf Naxos  onder Kurt Masur al meer dan 30 jaar, natuurlijk ook vanwege Jessye Norman als Ariadne.  Het is een vertolking van dit vaudeville type waar ik niet snel op uitgeluisterd raak.

RIP Edita.

Donizetti’s Lucrezia Borgia, Edita Gruberova in memoriam

Edita Gruberová - Hilbert Artists Management

Lucrezia Borgia, once a seldom-performed opera, is being performed more and more often today. The leading role has been a showpiece for the greatest bel canto singers of history: Caballe, Gencer, Sutherland …

lucrezia-grub


In 2009, Edita Gruberova, at 63!, added this role to her repertoire. Her particularly dramatic portrayal of the poisoner with the maternal heart was recorded in Munich. Her voice sounds crystal clear on the recording and her ornamentation is impeccable. She really has no equal! Just listen to ‘Comé è bello’, if that is not bel canto singing, I don’t know what is.

The young Slovakian tenor Pavol Breslik is ideally cast as Gennaro. He is a good-looking, charismatic singer, with an expressive and supple voice. He sounds and acts like an adolescent, exactly as the role is meant to be.


Alice Coote is a very impressive Orsini and Franco Vassallo is imposing as the vicious Don Alfonso. His very intense singing of ‘Vieni! La mia vendetta’, rightly earns him an open curtain call.

I love the modern production directed by Christof Loy. It is simple and effective, and very moving too.

Included as a bonus there is an extremely interesting documentary about the diva, The Art of Bel Canto.

Vrouw of Vos: The hunter gets captured by the game?

Tekst Neil van der Linden

Alsof het bijna een prequel was voor Michel van der Aa’s Upload, zo ervoer ik Vrouw of Vos, een fantasierijke ontroerende voorstelling, op een tekst van Judith Herzberg, door het ensemble van Ulrike Quade. Er zijn parallellen en spiegelingen, in de uitvoering en in het verhaal.

Upload (onlangs bij de Nederlandse opera) ging over een toekomst waarin twee mensen, een vader en een dochter, elkaar zoeken en vinden. De vader is getransformeerd in een digitale file, de dochter is van menselijk vlees en bloed. Absurdistisch misschien, maar het kan in de toekomst een realiteit worden.

Vrouw en Vos gaat ook over twee mensen, een pasgetrouwd stel. En ook hier is er een transformatie: tijdens een wandeling in het bos verandert de vrouw in een vos. Nadat ze van de schrik zijn bekomen vinden ze een manier om voort te leven als mens en dier. Lastig is wel dat de man van beroep jager is.

Vrouw en Vos is niet een afschrikwekkend toekomstbeeld, als in Upload, maar, hoe absurdistisch ook, gaat het over het hier en nu, over vervreemding, toenadering, het onmogelijk en het toch wel mogelijke. Dit alles verwoord in de mooie dichterlijke en tegelijk nuchtere taal van Judith Herzberg, die het boek Lady into fox van David Garnett uit 1922 bewerkte tot toneeltekst. Vrouw en Vos gaat ook over afscheid, de eerste keer vanwege het besef van de onherroepelijkheid van de metamorfose, al wordt dit eerste verlies opgevangen doordat de man als een vos leert te leven, en we zien aandoenlijke scenes als de twee het huis waar ze aanvankelijk woonden ombouwen te vossenhol.

Ik trek de vergelijking met Upload nog wat verder door. In plaats van in digitale files als alter ego van personages zoals in Upload, zien we in Vrouw en Vos poppen, het metier van regisseur Ulrike Quade. En inderdaad zijn het niet zomaar poppen. De pop die de jager ‘speelt’ is een realistische dubbelganger van de man die de jager speelt (Marijn Klaver), maar in kleine jongens-formaat.

De andere pop, het alter ego van de vrouw (Annelinde Bruijs), is een vossenpop, zij het dat alleen de kop en de staart van de pop realistisch zijn. In plaats van het lijf en de ledematen zien we een metalen skelet met wervelkolom en poten.  Die echter uitermate realistisch bewegen, als een vos. Ik denk dat dit nog mooier werkt dan als men een complete vos had ‘nagebouwd’. Het geeft de jager in de tekst gelegenheid om ook nog iets liefs te zeggen over haar naaktheid en kwetsbaarheid, en op de een of andere manier is de pop op deze manier heel aandoenlijk. Naast de vossenpop gebruiken de acteurs ook een vossenmasker om het verhaal van de vos geworden vrouw uit te drukken.

Waar in Upload de twee personages elkaar uiteindelijk wél vinden in een, zoals ik onlangs schreef, Wagneriaanse finale droomscene, waarin de vader en dochter één worden, eindigt Vrouw en Vos zonder zo’n Wagneriaanse Verlossing. Heel ontroerend, wordt de man, die inmiddels bijna perfect als vos voortleeft, door andere jagers pardoes doodgeschoten als ze hem inderdaad voor een vos aanzien. Of is er toch een Verlossing: aan het eind van de voorstelling verschijnen drie robotwelpjes ten tonele. Daar had Michel van der Aa niet aan gedacht, om de vergelijking inderdaad ook helemaal tot het eind door te trekken.

Ook zoals bij Upload, zien we ook in Vrouw en Vos ingenieuze projecties op schuivende decorelementen, die prachtig het huis, het vossenhol, het bos en de schuilplaatsen van de twee verbeelden.

Net als bij Upload bestaat een deel van de muziek uit fraaie elektronische soundscapes, afgewisseld met lieflijke lichtelijk absurdistische liedjes, gecomponeerd door Rutger Zuydervelt, gezongen door Annelinde Bruijs, die in sfeer geweldig aansluiten bij Judith Herzberg lieflijke en licht absurdistische taalgebruik.

Trailer:

Ulrike Quade had eerder in een vergelijkbare opzet met twee spelers en twee poppen een prachtige voorstelling over (Alma) Mahler en Kokochka gemaakt en bij de Brusselse opera Madame Butterfly geregisseerd. Komende maart maakt het gezelschap Frank Martins Le Vin Herbé, zijn Tristan und Isolde interpretatie, samen met Capella Amsterdam.

Vrouw of Vos door de Ulrike Quade Company
Regie: Ulrike Quade
Tekst: Judith Herzberg naar de roman van David Garnett in de vertaling van Irwan Droog
Acteurs/poppenspeler: Annelinde Bruijs en Marijn Klaver
Decor en videomateriaal: Alexa Meyerman
Poppen gemaakt door: Gabriël Casanova Miralda, Sanne Visscher
Muziek: Rutger Zuydervelt
Foto’s Bas de Brouwer.

Gezien Amsterdam, Theater Bellevue, 17 oktober.

Er zijn nog voorstellingen in het land, 21/10 Hoofddorp, 24/10 Rotterdam, 04/11 Arnhem, 12/11 Enschede, 18/11 Oss, 24/11 Haarlem, 11/12 Roermond.

Nieuwe uitgave Don Quixote door Harmonia Mundi

Tekst: Peter Franken

François-Xavier Roth dirigeert het Gürzenich Orchester Köln in twee werken van Richard Strauss die nadrukkelijk deel uitmaken van het erfgoed van dit orkest. Don Quixote beleefde hier in 1898 zijn Uraufführung, evenals een paar jaar eerder die van Till Eulenspiegels lustige Streiche. Roth sluit hiermee een trip down memory lane af. Eerder nam hij al de Derde en de Vijfde van Mahler op die onder leiding van de componist in 1902 respectievelijk 1904 hun premières beleefden bij dit orkest.

Beide stukken hebben de grillige avonturen van denkbeeldige helden als onderwerp, legendarische personages die in veel opzichten tot het genre van de schelmenroman gerekend kunnen worden.

Don Quixote is wel beschouwd een orkestsuite in 13 delen voor cello en altviool. Hiervoor zijn cellist Jean-Guihen Queyras en altvioliste Tabea Zimmermann aangetrokken. De cello vertegenwoordigt hierin bijna vanzelfsprekend de rol van de meester terwijl zijn knecht Sancho Panza tot leven wordt gebracht door de altviool, bijgestaan door een tuba en basklarinet om het onbeholpen karakter van deze sukkelige figuur te benadrukken.

Na de introductie passeren de belangrijkste episodes uit Cervantes’ roman de revue om te eindigen met de dood van de titelheld. Of was het misschien toch maar een kwade droom?

Till Eulenspiegel is een kort concertstuk zonder solist in de vorm van een rondo. Till wordt gekarakteriseerd door twee motieven. Het eerste bij wijze van introductie is een wat gehaast klinkende hoornsolo. Het tweede komt voor rekening van een ondeugend klinkende klarinet.

Ter aanvulling is nog de Romanze voor cello en orkest (TrV 118) uit 1883 toegevoegd waarmee de totale speelduur op 64 minuten wordt gebracht. Voor liefhebbers van Strauss een aanrader.

Richard Strauss: Don Quixote & Till Eulenspiegel
Tabea Zimmermann (viola), Jean-Guihen Queyras (cello),
Gürzenich-Orchester Köln olv François-Xavier Roth
Harmonia Mundi HMM902370

Dame Joan Sutherland says goodbye to the operatic stage with Meyerbeer’s Les Huguenots

Hugenoten Sutherland


 Les Huguenots, once one of the most successful operas in the history of the Paris Opera, had the misfortune, along with its creator, to be labelled ‘Entartet’ (degenerate) by the Nazis. One of the reasons why the work was ignored for decades and was only sporadically performed.

Marguerite de Valois has always been one of Joan Sutherland’s favourite roles, she sang her in 1962 at La Scala, and she chose to sing her in her last opera production on stage, on  October 2, 1990 in Sydney.

The voice of the over 60-year old La Stupenda is not so solid anymore, but her height and her coloratura are still very much present, and apart from Amanda Thane (Valentine) and the really splendid Suzanne Johnston (Page), none of the singers manage to perform at her level. The acting is very good and the inevitable ballet is anything but irritating.SusSuzanne_Johnston



The costumes and the scenery are true-to-life and evocatively beautiful, and the entire stage most resembles a large, seventeenth-century painting. The very traditional production is not only beautiful to look at, but also insanely exciting: this is proof that a good director (Lotfi Mansuri) does not need concepts.

Prachtige zang in Der Schauspieldirektor

Tekst: Peter Franken

Het Orkest van de Achttiende Eeuw is momenteel op tournee met een pastiche van twee Mozart opera’s: de korte eenakter Der Schauspieldirektor en Die Zauberflöte. Aangezien het plannen van een volledige Toverfluit in deze tijd teveel risico inhield, heeft men zich beperkt tot de meest aansprekende aria’s uit Mozarts zwanenzang, aangevuld met het vaudeville niemendalletje over een theaterdirecteur die audities laat doen voor zijn gezelschap. Die opzet is tevens als aanleiding gebruikt om een reeks zangers die andere aria’s te laten zingen.

Roberta Alexander treedt op als Schauspieldirektorin en laat een reeks kandidaten opdraven om hun kunnen te tonen. Het geheel wordt aan elkaar gepraat om er een beetje eenheid in te krijgen. Ik woonde de voorstelling in De Doelen bij en was voorin de zaal gaan zitten. Naar verluidt was de verstaanbaarheid van de gesproken teksten, ondanks de versterking, nogal matig in andere theaters. Zelf heb ik zodoende in elk geval alles kunnen volgen en het moet me van het hart dat die anderen weinig hebben gemist. Het gesproken deel is van een niveau dat niet uitstijgt boven dat van een zelfgeschreven middelbare school voorstelling uit de jaren zestig, ik spreek uit ervaring. Maar lichaamstaal en stil spel van de zangers maakt zoveel goed dat je die teksten prima kan missen.

Jeroen de Vaal is als eerste aan de beurt en zingt Tamino’s aria ‘Dies Bildnis’. Of hij misschien ook iets in het Italiaans kan zingen? Zeker, dat kan hij en dan volgt de concertaria ‘Con osequio, con rispetto’. Jeroen is nerveus en heeft zijn vriendin meegebracht, die overigens nog nerveuzer lijkt dan hijzelf. Ze blijkt zelf ook aardig te kunnen zingen, wat een geluk. Ilse Eerens vertolkt vervolgens Pamina’s ‘Ach ich fühl’s’ en natuurlijk in het Italiaans ‘Chi sa, chi sa, qual sia’. Beide Italiaanse aria’s geven een mooi contrast met die gedragen Zauberflöte topstukken.

Zo gaat het spel verder. Henk Neven komt met ‘Der Vogelfänger bin ich ja’ en wordt in de wacht gezet, eerst Monostatos. Zodra Jan-Willem Schaafsma de gewraakte passage begint te zingen over de ‘zwarte man’ die in een ‘blanke omgeving’ niet aan de vrouw kan komen, natuurlijk ook nog eens omdat hij onderaan de sociale ladder staat in Sarastro’s paradijselijke maatschappij, tikt Alexander af. Schaafsma heeft echter een alternatieve tekst in het Nederlands achter de hand waarin het de buffo is die die nooit aan zijn trekken komt. Gelukkig heeft hij het off stage beter getroffen.

Berend Eijkhout komt op om te auditeren voor Sarastro maar in die vrouwonvriendelijke babbelaar heeft Alexander geen belangstelling. In plaats daarvan klinkt ‘Per questa bella mano’, een curieuze aria waarin de bas wordt begeleid door een contrabas, voorbeeldig gespeeld door Margaret Urquhart. Dat valt in de smaak en als dank mag Berend ook nog een meezinger ‘Ich möchte wohl der Kaiser sein’ ten gehore brengen, beetje alla turca waar alle zangers zich uiteindelijk in mengen en ook het orkest zich van zijn jolige kant laat zien.

Neven wurmt zich er tussen met ‘Ein Mädchen oder Weibchen’ en mag daarna nog samen met Eerens het duet ‘Bei Männern’ ten gehore brengen, waarbij de Vaal duidelijk jaloers is (stil spel!). Tenslotte komt Anne Sophie Petit met opgestoken zeil haar woede uiten omdat die hele Zauberflöte plotseling gecanceld blijkt te zijn, ja corona hè. ‘Der Holle Rache’ is hier wel op zijn plaats natuurlijk.

Na de pauze volgt de Duitse dans nr. 6, voluit alla turca ditmaal. En Katharine Dain die te laat is gekomen voor de audities zingt moederziel alleen dan maar de wonderschone aria ‘L’amero’ uit Il re pastore. Na weer wat amateurtoneel volgt tenslotte de complete Schauspieldirektor waarin Dain en Petit elkaar vocaal naar het leven staan. In ‘Ich bin die erste Sangerin’ probeert Jan-Willem Schaafsma de kijvende sopranen uit elkaar te houden. Dat lukt hem zowaar zonder gekrabd te worden.

Muzikaal is de pastiche een zeer geslaagde voorstelling. Je moet er vooral naar toe omdat er uitstekend wordt gezongen over de gehele linie. Door zangers er uit te lichten zou ik anderen te kort doen. Het orkest onder leiding van Kenneth Montgomery speelt als vanouds en gaat goed mee in de kleine muzikale grapjes die er zo nu en dan worden gemaakt. Al met al een vermakelijke avond.

Alle fotomateriaal : © Hans Heijmering

Het Nederlands Kamerkoor treedt op in het Amsterdam Dance Event.

Tekst Neil van der Linden

Ester, door het Nederlands Kamerkoor, muziek van David Lang en Shiva Feshareki,

Het Bijbelse verhaal van Ester was opgehangen aan een voorstelling die ging over vrouwen die, zoals het programmaboek een aantal malen verwoordt, ‘in hun kracht’ staan of stonden. In je kracht staan is moderne taal voor krachtig zelfbewust zijn en zelfvertrouwen hebben.

Componist David Langs vocale cyclus ‘the writings, met vooral veel virtuoze vrouwenstemmen, was gelardeerd met een Iraanse vrouwelijke elektronisch musicus/deejay, een Afro-Nederlandse actrice/dichteres, die een gemoderniseerde versie van het Ester verhaal voordroeg, en een videoprojectie met een Afro-Amerikaanse danseres. Het geheel vond plaats als onderdeel van het jaarlijkse ‘Amsterdam Dance Event 2021’, het grootste EDM-(Electronic Dance Music)-evenement ter wereld.

Toch was  ‘Dance Event’-publiek in de zaal; het grootste deel van het publiek leek de dansbare levensfases voorbij. Om mij heen hoorde ik mensen praten over een concert in het Orgelpark en niet over het nieuws dat die dag als onderdeel van het Amsterdam Dance Event een andere David, de Frans-Marokkaanse (Marokkaans-Sephardische) DJ David Guetta, voor de tweede keer op rij was verkozen tot beste deejay van de wereld, met op nummer twee en drie de Nederlanders Martin Garrix en Armin van Buuren.

Als het erom ging om nieuw publiek te winnen voor bepaalde genres was, slaagde het evenement andersom dan misschien beoogd, middels de introductie bij bepaalde publieksgroepen van moderne deejay-klanken waarmee men anders niet vaak in aanraking komt, dan een introductie bij regulier Dance Event-publiek van onberispelijke koormuziek, waarin het Nederlands Kamerkoor natuurlijk excelleert.

Normaliter houd ik niet zo van het moderne meerstemmige koor-genre, dat soms gevaarlijk dicht tegen new age en neo-spiritualiteit aanschuurt. De teksten van David Lang, ‘nuchtere’ dialoogfragmenten aan een Bergman film over relaties kunnen zijn ontleend, duwen de muziek echter in een andere richting. Het bijna speels over elkaar heen vlechten van de gezongen tekstflarden bracht ook een ritmisch effect met zich mee, en daarmee bleef de componist voldoende ver verwijderd van John Tavener of Arvo Pärt, of al Angelsaksische ‘religieus’ schrijvende componisten van nu die muziek maken die er in weerwil van het kitsch-gehalte helaas als koek ingaat.

David Lang was gelukkig toch net iets andere koek.Het Kamerkoor, strak gedirigeerd door Martina Batič, kon Langs complexe polyfone lijnen natuurlijk met virtuoos gemak aan. Maar zonder op de stoel van de bedenkers te willen gaan zitten, snakte ik af en toe naar een stuk oorspronkelijke polyfonie tussendoor uit de Renaissance, met ook lekkere scherpe complexe dissonanten, bijvoorbeeld iets van Isaac, Gombert of Morales en de ‘echte’, zestiende-eeuwse, John Taverner.

De muziek van Lang, die vaak blijft draaien om bepaalde akkoordblokken, wordt soms wel erg repetitief. Op zeker moment komen daar de elektronica van Shiva Feshareki bij, en dan ontstaat er evolutie.

De elektronica zijn erg fraai. Als men aan een deejay denkt, moest men in dit geval geen pompende bassen of zelfs maar ritmes verwachten. De metrum- en ritme-loze soundscapes bestaan uit zich opstapelende klankflarden, gedeeltelijk ‘samples’ (korte stukjes opname) of elektronische imitaties van koorgeluiden, misschien wel ontleend aan een opname van het Kamerkoor.

Terwijl behalve alle zangers en de dirigent keurig maar wel theatraal opgesteld zwart-witte kleding droegen had Shiva Feshareki een schitterende tot op de grond vallende kleurige jurk aan, waarmee je haar inclusief haar weelderige loshangende zwarte krullen zo op een oud-Perzisch bas-reliëf kunt indenken. Misschien verbeeldde zij een beetje de Ester in het verhaal van de voorstelling. Op zeker moment loopt zij rond en instrueert de zangers één voor éen om met een arm gekruist over de borst naar de schouder te gaan staan, misschien ook een beetje zoals personages op oud-Perzisch bas-reliëfs te zien zijn.

Hoe dan ook oogt dit scenisch concert fraai. De video met danseres BOSSLADY, verfilmd door filmmaker en visual artist Miriam Kruishoop, was op een scherm boven het koor te zien. BOSSLADY is de artiestennaam van Niaya Jones, en met haar dans verbeeldt zij hoe het is om op te groeien als jonge zwarte vrouw in een van de armste buurten van Los Angeles. Krachtige bewegingen, half een body-builder act, een beeld waaraan haar perfect gespierde lichaam bijdroeg.

Wel vroeg kon je je afvragen of dat niet uitdraagt dat dan vooral vrouwen die er volgens de normen des tijds goed uitzien meer privilege hebben dan anderen om conform de boodschap van de voorstelling ‘in hun kracht’ te staan. Maar mooi was de video wel, mooie danseres, mooi gedanst, mooi gefilmd, mooi geprojecteerd. En tussen de dansscenes door kon met een paar beweegbare projectoren het lichtbeeld per scene worden veranderd van strak licht op de zangers naar knipperende lichtstralen gericht op het plafond tijdens de elektronische passages.

Een andere ontdekking in deze context was dichter Lisette Ma Neza, die in fraaie poëtische strofen het Ester verhaal vertelde als introductie over vrouwen die zelfbewust zijn/waren. De voorgedragen versie van het Ester verhaal was voorzien van verwijzingen naar de moderne tijd. Dat ging overigens misschien niet altijd even goed. De figuur Haman uit het De Bijbelverhaal, die de Joodse gemeenschap in het Perzische rijk wilde uitroeien, was weggelaten – het plan werd nu aan de Perzische koning Ahasverus (Xerxes) zelf toegeschreven.

De Joodse Ester was diens tweede echtgenote, nadat hij aan haar voorgesteld door toedoen van haar neef Mordechai; Mordechai stond in hoog aanzien omdat die een aanslag op Ahasverus had helpen voorkomen. Desalniettemin riskeerde Mordechai de onmin van de koning door hem niet als god te erkennen, waarna Haman voorstelde alle Joden in Perzië uit te roeien. Koningin Ester redt dan de situatie door voor haar de Joodse gemeenschap op te komen.

Kennelijk om het verhaal voor beoogde publiek van nu begrijpelijker te maken werd deze aanvankelijke poging tot genocide vergeleken met het idee om bijvoorbeeld alle Groningers of alle mensen met groene ogen uit te moorden. Maar genocide is helaas minder absurd. Ook helpt een vergelijking tussen Ahasverus en Hitler een hedendaags publiek niet op de juiste manier om het verhaal beter te begrijpen. De historische Xerxes is trouwens de geschiedenis ingegaan als een relatief milde en verder wijze heerser.

Overigens vroeg ik mij af of het nou wel zo netjes was geweest van de Ester in het Bijbelverhaal om de tweede echtgenote van Ahasverus te willen worden nadat hij zijn eerste echtgenote de laan had uitgestuurd, en dan nog wel wegens een vergrijp vergelijkbaar met Mordechai’s ongehoorzaamheid; haar voorgangster had namelijk, toen de koning tijdens een staatsbanket dronken was geworden en haar aan het volk wilde laten zien, geweigerd ‘voor het aangezicht des konings, met de koninklijke kroon, om den volken en den vorsten haar schoonheid te tonen’, aldus de Statenbijbel.

Maar ja, ook Bijbelse figuren waren niet volmaakt. En de fraaie stem en voordracht van Lisette Ma Neza maken alles goed.

Ook al zal het ook tijdens de tournee verder door het land misschien moeilijk blijken de beoogde doelgroep van jongeren werkelijk te bereiken, als theatraal experiment is Ester in elk geval interessant.

Ester door het Nederland Kamerkoor.

David Lang the writings 
Shiva Feshareki DJ, electronics Nieuw werk
Miriam Kruishoop Living in America (video-installatie met danseres BOSSLADY)
Martina Batič dirigent
Lisette Ma Neza dichter

Gezien 13 oktober, Muziekgebouw aan t’ IJ.

Promotieclip:

Shiva Feshareki  op Youtube:

Op Soundcloud:

Lisette Ma Neza:

Nog concerten in Utrecht, Enschede, Rotterdam en Den Haag.

Foto Shiva Feshareki 

Fact Magazine (de blauwe)

Vinyl Factory (de witte)

Voorstellingsfoto’s Melle Meivogel.

Bernstein’s Mass:Theatre piece for singers, players and dancers.

Bernstein Mass

Did you know that the FBI shadowed Leonard Bernstein for decades? He was suspected of having communist sympathies. One of the reasons was – at least according to
The New Yorker – the planned premiere in 1971 of his Mass, an eleven-part ‘Theatre piece for singers, actors and dancers’, based on the Latin mass, with English texts by Stephen Schwartz (and Bernstein himself) and dedicated to the assassinated President J.F. Kennedy. According to the FBI, Bernstein “concocted a left-wing plot to embarrass the, then-President, Nixon, with an ‘anti-war’ composition.”

Berstein Schwartz
L) L-R Gordon Davidson, Leonard Bernstein, Stephen Schwartz (R) Leonard Bernstein, Stephen Schwartz; Opening Night; Kennedy Center for the Performing Arts – 1971
©2018 Stephen Schwartz.

It is a story – briefly put – about a boy who is forced by his friends to become a priest while he prefers to honour God with his guitar and his songs: ‘Sing God a simple song…. for God is the simplest of all’. At the end, he desecrates the altar and regains his trust in God.


To me, the work with its strong reminiscences of ‘Hair’ and ‘The Age of Aquarius’ feels quite dated, and the rock-solid performance under Yannick Nézet-Séguin can’t do anything to change that.

Yannick Nézet-Séguin on Bernstein and his Mass:


I am very surprised that the Mass has not been released on DVD. For although the composition is really strong and the purely vocal/instrumental part may be called grandiose: the whole still lacks an essential part of what Bernstein had in mind.



LEONARD BERNSTEIN
Mass
A Theatre piece for singers, players and dancers
Diverse solisten en koren
The Philadelphia Orchestra olv Yannick Nézet-Séguin
DG 4835009 (2cd’s)

Robert Wilson ensceneerde Turandot in Madrid

Tekst Peter Franken

De zeer specifieke stijl van Wilson is algemeen bekend onder operaliefhebbers. Dat betekent overigens wel dat al zijn producties nogal sterk op elkaar lijken, zoiets als bij Giancarlo del Monaco en Otto Schenk, maar dan precies tegenovergesteld. Wilson schuwt elke vorm van naturalisme, houdt zijn producties abstract en ingetogen waardoor ze doen denken aan aan het Japanse Noh theater, ook een kunstvorm met gestileerde gebaren waarin veel aan de verbeelding van de toeschouwer wordt overgelaten.

De productie van Turandot die in 2018 in première ging in Teatro Real Madrid is in alle opzichten een echte Wilson. Het toneelbeeld is sober en wordt vooral bepaald door de belichting en kostumering. Grote schuivende panelen voeren op de achtergrond een ballet uit waardoor steeds een ander beeld ontstaat. Het licht is vooral vele tinten blauw met alleen rood als Turandot verschijnt. Uitgerekend de ijsprinses die zichzelf niet menselijk noemt maar een dochter van de hemel krijgt de kleur van liefde. Zo weten we al direct hoe het gaat aflopen.

In de tweede akte lijken de spelers zich in een rechthoekig blauw vlak te bevinden. Het vergroot het effect van een reusachtige poppenkast dat aansluit bij de wijze waarop Wilson de drie ministers Ping, Pang en Pong ten tonele voert. Dat houdt het midden tussen mime en poppenspel met koddige gebaartjes, sprongetjes, draaien in de rondte en overdreven gelaatsuitdrukkingen.

Goed beschouwd heeft Wilson deze Turandot geënsceneerd als een oratorium. De zangers staat steeds naast elkaar met hun gezicht naar het publiek. Van interactie is geen sprake en men beperkt zich tot wat houterige gebaren, liefst synchroon.Toch is het fascinerend om naar te kijken dankzij de spanning die van de tekst uitgaat en het schitterende lichtpaleis waarin alles in vervat.

De kostuums zijn fantasie oosters chinees en een stel geharnaste figuranten lijkt zo te zijn weggelopen uit het terracottaleger in Xian. De leden van het koor zijn donker gekleed en zingen steeds in een weinig verlicht deel van het toneel. Alleen hun zang mag op de voorgrond treden, overigens Puccini’s enige opera waarin dat nadrukkelijk het geval is.

Yolanda Auyanet mag zich in de sympathie van het publiek verheugen als Liù, een geslaagd optreden. Andrea Mastroni is een adequate Timur. Raúl Giménez als Imperatore Altoum klinkt wat moeizaam.

Verrassend is de casting van de zestiger Gregory Kunde als een onherkenbare Calaf. Dat geldt overigens alle zangers, iedereen is wit geschminkt en helemaal ‘ingepakt’. Kunde is zonder meer voortreffelijk in deze veeleisende rol, echt een genoegen om hem weer eens te horen.

De titelrol is weggelegd voor Irene Theorin. Op zich kan ze de partij goed aan maar het klinkt mij wat te geknepen allemaal. Natuurlijk is het ook onmogelijke muziek, nergens eens een prettige melodische lijn, steeds maar die uithalen.

De overige rollen zijn adequaat bezet, met name de drie ministers die als enigen ook acterend het nodige te doen krijgen.

De instudering van het uitstekende zingende koor komt voor rekening van Andrés Maspero. Nicola Luisotti heeft de muzikale leiding.

Van twee voorstellingen in december 2018 is een opname gemaakt die door BelAir op Blu-ray is uitgebracht, zeer aanbevolen.

Mini disc