Plácido Domingo zingt Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

Trailer van de film:

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

En de complete opname uit La Scala in Milaan (7-12-1994) olv Riccardo Muti,

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

waxman zeissl

In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de (ooit zeer gerenommeerde) klassieke muziek label Decca een onvolprezen serie ‘Entartete Musik’ opgestart. Onder supervisie van de producer Michael Haas werden er werken opgenomen van de door nazi’s vervolgde componisten van wie velen in de concentratiekampen werden vermoord en daarna decennialang werden genegeerd en zelfs vergeten.

Lang heeft het niet geduurd. De verkoopcijfers vielen tegen, Haas werd ontslagen, en de meeste van die cd’s zijn inmiddels uit de catalogus.

waxmann zeisl waxman-resize-800x955

Franz Waxman

Elke oprechte liefhebber van filmklassiekers kent de muziek van Franz Waxman. Zijn composities voor o.a. Rebecca, Sunset Boulevard en A Place in the Sun hebben hem ettelijke Oscar nominaties bezorgd en twee keer mocht hij het beeldje ook daadwerkelijk in ontvangst nemen.

waxman zeisl humoresque

Voor Humoresque van Jean Negulesco, met in de hoofdrollen Joan Crawford en John Garfield componeerde hij een regelrechte kraker: ‘Carmen Fantasie’ (in de film gespeeld door Isaac Stern), een niet uit de concertzalen en opnamen weg te krijgen virtuoze stuk voor viool en orkest.

Weinig mensen weten echter dat hij ook ‘serieuze’ muziek heeft gecomponeerd. Het wordt gewoon genegeerd.

 

waxman zeisl zeisl

Eric Zeisl

Zeisls naam is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Ooit heeft Harmonia Mundi een paar van zijn kamermuziekwerken opgenomen, maar ook die opnamen is inmiddels uit de catalogus verdwenen. Beide componisten waren generatie- en lotgenoten, die op de vlucht voor de nazi’s in Hollywood belandden. Mochten hun beider lotgevallen op elkaar lijken, hun muziek doet het allerminst.

De liederencyclus Das Lied von Terezín bestaat uit acht gedichten, geschreven door Tsjechische kinderen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar tijdens hun verblijf in de concentratiekamp Theresienstadt.

Hevig aangedaan door het lot van deze kinderen componeerde Waxman in 1965 een zeer aangrijpende muziekstuk dat qua uitdrukkingskracht valt te vergelijken met Schönbergs Overlevende uit Warschau. Het gros is geschreven in twaalftoonstechniek, maar er valt ook een duidelijke invloed van Zemlinsky te bespeuren (‘Der Garten’) en in ‘Dachbodenkoncert in einer alten Schule’ wordt een motief uit de Mondscheinsonate van Beethoven geciteerd. Het geheel wordt zeer ontroerend vertolkt door de beide koren en de mezzosopraan Della Jones.

Het Requiem Ebraico van Eric Zeisl heeft als basis Psalm 92 en is opgedragen aan de vader van de componist en ‘alle slachtoffers van de Joodse tragedie in Europa’. Zeisls muziek is zeer melodieus en sterk beïnvloed door de Joodse en Hebreeuwse thema’s. Onvoorstelbaar, dat het niet vaker wordt uitgevoerd!


Franz Waxman: The Song of Terezín
Eric Zeisl: Requiem Ebraico
Deborah Riedel, Della Jones, Michael Kraus Rundfunk-kinderchor Berlin, Rundfunkchor Berlin, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Lawrence Foster (Decca 4602112)

TUSSEN TWEE WERELDEN

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

 

DNO scoort hit met Porgy and Bess

Tekst: Peter Franken

Een volledig uitverkochte reeks voorstellingen, en dat al maanden tevoren. Vervlogen tijden lijken te herleven met de nieuwe productie van Porgy and Bess. Voor een bomvolle zaal beleefde Gershwins succesnummer zijn première afgelopen woensdag. De voorstelling kon op veel bijval rekenen van het enthousiaste publiek.

95.porgyandbess-d-sbaus-7683

Foto: BAUS Copyright (c) DNO 2019

Porgy and Bess is een buitenbeentje in het operarepertoire, teveel een musical volgens velen. Het heeft mede daarom lang geduurd voordat het werk een geaccepteerde waarde werd in de grotere operahuizen. De productie van regisseur James Robinson en decorbouwer Michael Yeargan laat dit aspect duidelijk zien, het geheel oogt als een Broadway productie voor een extra groot toneel. De zwarte vissersgemeenschap van Catfish Row nabij Charleston South Carolina wordt getoond in opengewerkte huizen rondom een binnenplaats. Het geheel staat op een draaitoneel waardoor snelle scènewisseling mogelijk zijn. De meer ingrijpende wisselingen vinden plaats achter gesloten doek. De kostuums van Catherine Zuber zijn prachtig om te zien en suggereren dat ook armoedzaaiers trots genoeg kunnen zijn om er goed uit te zien. Er is alles aan gedaan om het werk goed over het voetlicht te krijgen.

11.porgyandbess-d-sbaus-7948

Foto: Mathias BAUS Copyright (c) DNO 2019

Het probleem zit hem in de opera zelf en dan met name in het libretto. Feitelijk is het een reeks succesnummers – het metier van de gebroeders Ira en George Gershwin – ingebed in een zedenschets. De plot is betrekkelijk eenvoudig en iemand als Mascagni zou er niet veel meer tijd voor nodig hebben gehad dan voor zijn Cavalleria. Maar de Gerswins hebben veel tijd uitgetrokken voor de context waarbinnen de primaire handeling zich voltrekt. Het lijkt erop alsof ze alles dat hun studie op locatie van de zeden en gewoonten van een vergelijkbare vissersgemeenschap in hun opera hebben willen betrekken. Er zijn gewoon te weinig keuzes gemaakt en dat leidt tot een trage voortgang.

03.porgyandbess-d-sbaus-8074

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Dat wordt direct duidelijk tijdens de eerste scène waarin wordt gedobbeld. Muzikaal begint het met een klapper: ‘Summertime’ fraai gezongen door Janai Brugger als Clara, maar daarna zakt het in. Even is er een opleving als Porgy binnenkomt na een dag hard bedelen en aankondigt zijn ‘witmannengeld’ te willen vergokken. Menens wordt het pas als het nogal proleterig aangezette personage Crown met vriendin Bess ten tonele verschijnt. Maar dan duurt het weer betrekkelijk lang voordat de scène eindigt met de moord op Robbins.

04.porgyandbess-d-sbaus-8124

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

De eigenaardigheden van de zwarte gemeenschap worden breed uitgemeten. Happy Dust oftewel cocaïne en whisky moeten helpen het bestaan te verlichten. En als alternatief is er de vlucht in het geloof, een karikatuur van het christendom culminerend in de genezing van de zieke Bess door het aanroepen van ‘Doctor Jesus’. Zuur verdiend geld is er om te vergokken en vrouwen mogen de problemen oplossen die hun mannen veroorzaken. Hoezeer die twee joodse immigrantenjongen uit New York zich bewust geweest moeten zijn van hun eigen problematische jeugd waarin ze er zelfs in hun eigen buurt maar nauwelijks bij mochten horen, toch bespeur ik hier een wat meewarige kijk van mannen die het gemaakt hebben in de muziekwereld van New York en hun publiek een inkijkje willen geven in het leven ‘at the bottom part of the food chain’. Wie zal het zeggen. Laten we het erop houden dat ze integer te werk zijn gegaan en de beste bedoelingen hadden.

08.porgyandbess-d-sbaus-9109

Foto: Copyright (c) DNO 2019

 

Een speciaal voor de productie, eerder te zien bij ENO Londen, samengesteld koor speelde de sterren van de hemel. De choreografie van Dianne McIntyre staat volledig in de Broadway traditie en doet wonderen. Hulde ook aan Aldert Vermeulen voor de koorinstudering. Het Nederlands Philharmonische Orkest onder leiding van James Gaffigan zorgde voor excellente ondersteuning en mocht bij tijd en wijle ook even de boventoon voeren. Wat moet het heerlijk zijn voor de klarinettisten in het orkest om dit werk te mogen spelen, bedacht ik mij. Dat krijg je als je zelf in een grijs verleden dat instrument zelf hebt bespeeld.

01.porgyandbess-d-sbaus-7958

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Dat de focus van de godsbeleving binnen de gemeenschap vooral op Jezus ligt, de redder, Doctor en beschermer van allen die het op aarde niet zo goed hebben, komt aardig naar voren in het topnummer ‘It ain’t necessarily so’ gezongen door cocaïne dealer Sportin’Life (Frederick Ballentine). Daarin neemt hij een paar weinig gellofwaardige passages uit het Oude Testament op de hak, tot groot vermaak van alle Jezusaanhangers. Het is een fantastisch nummer maar tevens een goed voorbeeld van een totaal overbodige toevoeging die de toch al trage handeling weer eens onderbreekt. Natuurlijk geldt dat ook voor ‘Vissi d’arte’ maar die aria staat op zichzelf. In Porgy and Bess gebeurt dit echter bij herhaling.

09.porgyandbess-d-sbaus-9207

De problematische relatie van Crown met Bess, type heerser-slavin, zorgde voor wat ongemakkelijke momenten en dat kan worden opgevat als een compliment voor invaller Nmon Ford die de zieke Mark S. Doss verving. Ford was overigens volledig voor die taak berekend omdat hij de rol al eerder in Londen had vertolkt. Een dagje repeteren zal vooral besteed zijn geweest aan de interactie met zijn nieuwe tegenspelers, niet in de laatste plaats de gecompliceerde vechtpartij met Porgy. Net als bij Iago kreeg ik direct een hekel aan de man, en dan zit je goed.

99.porgyandbess-d-sbaus-7812

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Adina Aaron zette een heel mooie Bess neer met een uitgebreid palet aan emoties: uitdagend zolang ze Crowns woman was, onzeker, kwetsbaar in de scènes erna, ten prooi aan hormonale opwinding als ze tegen haar wil met Crown achterblijft na de groepspicknick. Ze wil wel een nette vrouw zijn te midden van de anderen en huisje spelen met de kreupele Porgy maar na vijf jaar met de flashy Crown, als parttime hoer en aan de drugs, kan ze de verleiding van Sportin’ Life en zijn cocaïne niet weerstaan en gaat met hem mee naar New York.

97.porgyandbess-d-sbaus-7724

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Porgy legt zich er niet bij neer en gaat op pad naar New York, per boot merkwaardig genoeg. Is dat de manier waarop joden nu eenmaal naar New York komen, las ik ergens. Eric Owens was een krachtige maar ook ontroerende Porgy. Zijn spel was voorbeeldig (voorwenden dat je kreupel bent, lijkt me niet eenvoudig, en dan ook nog een gevecht winnen) en zijn hitsongs kwamen er geweldig uit: ‘Oh, I got plenty o’nuttin’ en ‘Bess, you is my woman now’.

10.porgyandbess-d-sbaus-9397

Copyright (c) DNO 2019

De cast kent veel kleinere rollen en in deze perfect geoliede machine rolden hun vocale bijdragen en er met bijna achteloze soepelheid uit. Het tekent het totaalbeeld van deze Porgy and Bess: een authentieke complete voorstelling op topniveau van een toch wel enigszins problematisch werk. Mooi dat het eindelijk eens bij DNO te zien is.

00.porgyandbess-d-sbaus-7848

Foto: MATTHIAS BAUS Copyright (c) DNO 2019

Wie geen kaart heeft kunnen bemachtigen krijgt een nieuwe kans bij de Metropolitan Opera. Het moet toch wel vreemd lopen als deze publiekstrekker niet wordt opgenomen in de Live from the Met serie. Dus hopelijk over een jaartje een herkansing in de bioscoop.

Bezocht op 16 januari 2019

Een paar woorden over ‘Porgy en Bess’ door Simon Rattle

porgy cd warner

Dertig jaar oud en nu al een klassieker? Zeker. De Porgy and Bess die Simon Rattle in 1988 dirigeerde in Glyndebourne is zelfs legendarisch te noemen. De dirigent had een prachtig spelend en verrassend goed swingend orkest (London Philharmonic Orchestra op zijn best) tot zijn beschikking, én een cast om je vingers bij af te likken (Warner Classics 0190295900649)


De opname uit 1988 heeft ettelijke prijzen en onderscheidingen gewonnen. In 1992 werd de productie (in vrijwel dezelfde bezetting) in Covent Garden herhaald en daarna in een studio voor de video vastgelegd, waarbij gebruik werd gemaakt van de vier jaar oudere geluidsopname.

porgy dvd warner

Het levert af en toe een beetje discrepantie tussen beeld en geluid op, maar een kniesoor die daarover klaagt. (Warner 0724349249790)

Willard White is een sensitieve Porgy. Met zijn sonore bas straalt hij zowel autoriteit als kwetsbaarheid uit. Cynthia Haymon is een ontroerende en letterlijk zeer mooie Bess.

De door Harolyn Blackwell kinderlijk naïef, maar ook zeer sensueel gezongen ‘Summertime’ klinkt als een slaapliedje voor volwassenen en Trevor Nunns realistische regie zorgt voor prachtige, zeer tot het hart sprekende beelden.

 

THE GERSHWIN MOMENT

 

Decca’s Most Wanted Recitals. Part 2

Decca-s-Most-Wanted-Recitals 2

GIUSEPPE VALDENGO

Decca Valdengo

In May 2014 Giuseppe Valdengo would have turned 100 years old. A fact that has escaped everyone, because the baritone born in Turin is now almost completely forgotten. How sad! And then to think that he was one of the beloved singers of Arturo Toscanini! He can still be admired on live radio recordings of Aida, Otello and Falstaff, led by the great maestro.

Opera News wrote about Valdengo: “Although his timbre lacked the innate beauty of some of his baritone contemporaries, Valdengo’s performances were invariably satisfying – bold and assured in attack but scrupulously musical. How true!

Below is a tribute to the baritone, made on the occasion of his hundredth birthday:

I knew him from his performance in the film Great Caruso with Mario Lanza, but he really impressed  me with his role of Alfio in the RAI filmed Cavalleria rusticana, with the inimitable Carla Gavazzi as Santuzza.

Alfio is missing on the 1949 CD recorded for London, but his Tonio from Pagliacci, a role with which he celebrated unprecedented triumphs, is included. Furthermore, two very moving arias from Rigoletto, plus the Italian sung Hamlet and Valentin (Faust), sound very touching.

Most of his recital, however, is taken up by Italian songs by Tosti, Brogi, Denza and Leoncavallo. Repertoire that fits him like a glove.


MADO ROBIN

Decca Robin

The French coloratura soprano could actually be considered the eighth world wonder Her voice was of the soubrette type with a very pleasant girlish timbre and her coloratura technique more than sublime, but there was more: her high notes were extremely high. With her voice she not only reached the F4, but even had the C4 within her reach without any problems, one of the highest notes ever sung by a human voice.

All her high notes in a row, with the description:

In the fifties she was a very celebrated radio and TV star in France, but her fame reached far beyond her national borders. She celebrated her greatest triumphs as Lakmé and Leïla (Pearl Fishers), but her Lucia and Olympia were also proverbial.

Gounod’s Mireille is not really a role we would expect from her, but it fits wonderfully well with her childishly naive timbre. I enjoyed these fragments the most, much more than her Lucia and Bellinis.


GERARD SOUZAY

Decca-Souzay-Liederkreis-op.-39

The in all respects beautiful baritone Gérard Souzay has made the big mistake to sing on for far too long. His last Philips recordings are unlistenable and with his hair dyed pitch black he looked rather pathetic. A great pity, because if you listen to his earlier recordings, you can only fall in love with him and his voice.

Souzay was without a doubt one of the greatest performers of French song and his Faurés and Ravels are a delight. But don’t underestimate his German lieder either! Listening to his recording of Schumann’s Liederkreis from 1965, one cannot escape the thought that this music should go like this, and not otherwise. Just listen to his ‘In der Fremde’; I want to bet you cannot escape the feeling of being displaced yourself.

Below Liederkreis:

His Dichterliebe is just as beautiful: with his light baritone and his sweet, sweet sound he makes you actually fall in love. The recording dates from 1953 and in addition to the cycle we get three separate Schumann songs, including an interpretation of ‘Nussbaum’, which moves me to tears:

In these recordings Souzay’s then regular accompanist Jacqueline Bonneau accompanies him. After 1954 she gave way to Dalton Baldwin (Bonneau did not like travelling). Souzay had a kind of musical marriage with Baldwin. Their collaboration guarantees ultimate beauty.

Below is Dichterliebe:

VIRGINIA ZEANI

decca zeani

Born in 1925, Zeani made her debut at age 23 as Violetta in Bologna, a role that would become her trademark. She had no less than 69 roles on her repertoire, many of which were premieres – she created the role of Blanche in 1957 in Dialogues des Carmélites by Poulenc. Her repertoire ranged from Haendel, Bellini, Donizetti, Massenet and Gounod to Wagner. And of course the necessary Verdis and Puccinis.

Her Puccini arias, recorded in 1958 under the direction of Giuseppe Patané, have – together with a recital by Graziella Sciutti – been released earlier by Decca; but her Donizettis, Bellinis and Verdis from 1956 (conductor: Gianandrea Gavazzeni) have their CD premiere.


INGVAR WIXELL

Decca Wixell

The Swede Ingvar Wixell was and remains a more than phenomenal Verdi baritone, and his Rigoletto ranks among the best creations of the role.

Below Ingvar Wixell sings ‘Cortigiani, vil razza dannata’ in Jean-Pierre Ponnelle’s 1982 Rigoletto film:

He had a sonorous sound most reminiscent of a firm oak, at first sight unshakable and yet sensitive to wind and rain. You can hear it best in ‘Tregua è cogi’ from Attila:


HILDE GUEDEN

Decca Gueden

Together with Lisa Della Casa, Hilde Gueden was one of the best performers of Richard Strauss songs. On this CD, flanked by none other than pianist Friedrich Gulda, she makes my heart sing with pleasure. The mono recording was made in 1956 in the famous Sofiensaal in Vienna, under the supervision of the legendary John Culshaw.


As a bonus we hear Gueden’s delicious Zdenka, in duet with Lisa Della Casa as Arabella, from a less known recording of highlights from the Strauss opera under Rudolf Moralt (1953). There are also two scenes from one of the most beautiful Rosenkavalier recordings I know, the one under Silvio Varviso from 1964.

Below the final scene from that recording. Besides Gueden, we hear Régine Crespin and Elisabeth Söderström:

Decca’s Most Wanted. Part one

THE STEPSISTERS OF MARIA CALLAS

Gedenkwaardige Adriana Lecouvreur uit de Met

In de serie Live from the Met werd zaterdag 12 januari Cilea’s Adriana Lecouvreur uitgezonden. Met een topcast in een klassieke productie werd het een gedenkwaardige avond. Peter Franken doet verslag.

adriana_lecouvreur aleardo_villa_-_

Francesco Cilea is een van die operacomponisten die hun bekendheid danken aan een enkel werk, in zijn geval Adriana Lecouvreur. De opera ging op 26 november 1902 in Milaan in première. In 1904 was er een reeks opvoeringen in Londen. Na een onderbreking van een eeuw stond de opera aldaar in 2010 weer op het affiche met Angela Gheorghiu en Jonas Kaufmann. Het betrof een coproductie van ROH, Wenen, San Francisco, Liceu en Bastille. Later heeft de Met zich daar nog bijgevoegd waar de productie dit seizoen première heeft. Het wachten is nu uiteraard op DNO om deze rij compleet te maken.

Adriana is een mooi voorbeeld van een bijna vergeten opera die plotseling in de belangstelling komt te staan doordat meerdere huizen zich er over ontfermen. Uiteraard is dat geen artistiek altruïsme maar veeleer een tactiek om de kosten te drukken en het risico te spreiden.

adriana freni

Dat wil overigens niet zeggen dat het werk nooit eens ergens te zien was. La Scala heeft het al decennia op het repertoire en bij tijd en wijle wordt het weer eens ten tonele gevoerd. Zo ook in 2007 met Daniela Dessi en Fabio Armilliato in de hoofdrollen. Deze productie uit de jaren ’80 is op dvd verkrijgbaar met Mirella Freni in de titelrol. Het was mijn eerste bezoek aan La Scala en ik heb er mooie herinneringen aan.

Uiteraard was Adriana ook te horen in de ZaterdagMatinee. In 1965 vertolkte Magda Olivero de titelrol en zelfs op cd is te horen hoe prachtig ze kon acteren dat ze dood ging.

adriana magda

Magda Olivero als Adriana

En in 2006 stond Nelly Miricioiù als Adriana op het toneel, haar revanche na de mislukte Norma bij DNO het jaar daarvoor.

adriana nelly

DE OPERA

adriana schilderij

Charles Antoine Coypel: Adrienne Lecouvreur en Cornélie (1726)

Adriana Lecouvreur is een gevierd actrice aan de Comédie Francaise, zo rond 1700. Zij is verliefd op een officier uit het gevolg van de graaf van Saksen, die in werkelijkheid de graaf zelf is. Deze probeert zich tot koning van Polen te laten kronen en heeft daar Franse hulp bij nodig. Daartoe maakt hij de invloedrijke Prinses van Bouillon het hof.

De Prins van Bouillon heeft zo zijn eigen besognes, hij is regelmatig aan de Comédie vanwege zijn maîtraisse Duclos, een collega van Lecouvreur. Verder is hij een gevorderd amateur chemicus die een vluchtig poeder heeft weten te maken dat bij inademing delirium en een snelle dood tot gevolg heeft.

Gaandeweg komt Adriana achter de ware identiteit van haar officier en ontdekt de prinses dat ze haar aanbidder moet delen met een ander, en nog wel een actrice. Dat geeft uiteraard problemen en die leiden uiteindelijk tot Adriana’s dood. De gimmick in het verhaal is een bosje viooltjes. Adriana geeft het aan Maurizio, deze geeft het op zijn beurt aan de Prinses. In de laatste akte ontvangt Adriana een kistje met daarin de verlepte viooltjes. Deze zijn vergiftigd met het poeder dat de Prinses van haar echtgenoot heeft ‘geleend’. Als Adriana  deze aan haar lippen brengt, wordt ze onwel en sterft kort daarna.

Kort na het begin van de handeling zingt Adriana Io sono l’umile ancella waarin zij aangeeft slechts de nederige dienares van de kunst te zijn. De muzikale lijn van deze aria vormt zo ongeveer de enige pijler waarop de rest van het werk rust.

Cilea heeft zeer pakkende muziek gecomponeerd die de handeling uitstekend ondersteunt, maar melodisch is het niet zeer gevarieerd. Aan het einde zingt Adriana nog de tweede hit waar de opera om bekend staat, Poveri fiori als ze de verlepte viooltjes aanschouwt en zodoende wordt herinnerd aan het verlies van haar minnaar Maurizio. Adriana Lecouvreur staat daarom ook wel bekend als de opera met de twee hits.

 

DE UITVOERING

adriana-lecouvreur-43
De productie van David McVicar is uiterst conventioneel, een kostuumdrama geheel volgens het libretto. Dat lijkt de kant te zijn die McVicar meer en meer op gaat, zeker ook getuige zijn Anna Bolena en Maria Stuarda in de Met. Toch wel tamelijk verrassend als je terugdenkt aan zijn eerdere werk zoals Glyndebourne’s Giulio Cesare (de “Bollywood productie”) en ROH’s Salome. Nou kan Adriana het wel hebben, dat kostuumdrama, aangezien er sprake is van een toneel (Comédie Francaise) op het operatoneel en dat werkt beter als de acteurs niet van kostuum hoeven te wisselen als ze van het ene toneel op het andere stappen.

Het ballet in de derde akte is muzikaal niet echt een hoogtepunt en zou wat mij betreft wel geschrapt mogen worden. Het werd uitgevoerd als een parodie op klassiek ballet met een hoop gedoe met linten en draden. Voor de verhaallijn is het niet essentieel, de confrontatie van Adriana met de Prinses wordt er slechts door onderbroken zonder dat er iets aan wordt toegevoegd.

adriana-confrontation

Anna Netrebko looks on jealously at Piotr Beczała kissing Anita Rachvelishvili’s hand in Adriana Lecouvreur.
(© Ken Howard)

Piotr Beczala  gaf een uitstekende vertolking van Maurizio, gevangen in een conflict tussen zijn ambitieuze manipulerende publieke kant en zijn naar echte liefde verlangend private zijde.

adriana anna

© Ken Howard

Anna Netrebko overtuigde als Adriana, haar acteren was van grote klasse en haar twee hits voldeden geheel aan mijn verwachtingen. Anita Rachvelishvili is haar ideale tegenspeelster. Eerder dit seizoen stonden beide dames elkaar in Aida ook al naar het leven als rivalen in de liefde, als respectievelijk Aida en Amneris. Ook nu was het vuurwerk tijdens hun vocale en verbale uitwisselingen. De typering  catfight was hier zeker op zijn plaats.

Hieronder Anna Netrebko (Adriana) en Anita Rachvelishvili (Prinses van Bouillon) in een fragment uit de tweede acte, gefilmd tijdens de final dress rehearsal:

Rachvelishvili gaf zeer geloofwaardig gestalte aan de invloedrijke vrouw die behalve de obligate abt als cicibeo ook nog een serieuze aanbidder heeft en daarbij berekening verwart met liefde.

adriana2

Ambrogio Maestri (center) plays stage manager Michonnet, and Patrick Carfizzi (left) plays Quinault in Adriana Lecouvreur.
(© Ken Howard)

Nog niet genoemd is de figuur van Michonnet, de oudere regisseur die net als Hans Sachs voor Eva een “vaderlijke” belangstelling heeft voor zijn jonge protegée Adriana en tegen het einde zichzelf moet overtuigen van het feit dat hij toch echt te oud voor haar is. Ambrogio Maestri was een mooie typecast in deze rol.

Maurizio Murano als Prins van Bouillon en Carlo Bosi als de abbé zorgden voor comic relief in de eerste akte met hun optreden als duo List en Bedrog. In de derde akte vervulde de abbé meer de rol van het doorratelende speeltje van de Prinses culminerend in de scène waarin ze hem haar waaier in de mond propt om hem het zwijgen op te leggen. Mooi detail.

adriana-act-last

Anna Netrebko and Piotr Beczała, The final scene (© Ken Howard)

De muzikale leiding was in handen van Gianandrea Nosedo die kan terugkijken op een buitengewoon geslaagde voorstelling. Het moet een waar genoegen zijn om te kunnen werken onder deze omstandigheden: een uitstekend orkest en een gedroomde cast. Het is te hopen dat er een video opname beschikbaar komt volgende jaar. Deze Adriana verdient het om bewaard te worden voor komende generaties operaliefhebbers.

Beczala en Netrebko:

Tekst: Peter Franken

Daniela Dessì schittert als ADRIANA LECOUVREUR

Decca’s Most Wanted. Part one

Decca-s-Most-Wanted-Recitals

In April 2014 the series ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ was launched: fifty albums by legendary singers, often never released on CD before. It’s a true treasure chest and it’s to be hoped that it is still available.

It was all the ‘fault’ of Victor Suzan. This employee of Universal Mexico went through the old Decca archives and lovingly restored no less than fifty albums never released on CD before. She digitized and remastered them, adding bonuses where possible and utilising the artwork from the original LP issues. Nostalgia at its bests, and moreover of the highest quality…

Fortunately, all Universal branches responded more than enthusiastically to her initiative. EDC/Hannover picked it up and so the series ‘Decca’s Most Wanted Recitals’ was born. The first batch consisting of twenty titles appeared on the market in early April 2014. Fifteen more titles followed in June and the last fifteen in September of that year.

These are treasures. Real treasures. For many, certainly younger voice lovers there is plenty to (re)discover. Enough also to shake up their world view, because in the fifties and sixties the word “crossover” did not yet exist and musicals were just as much appreciated as Wagner and Verdi.

I have selected ten titles from the collection and divided them into two parts in random order.

GEORGE LONDON (4808163)

Decca London

Let’s start with George London. He was the very first American who sang Boris Godunov (in Russian!) at the Bolshoi in Moscow and was considered one of the best Wotans/Wanderers of his time. His Scarpia was also legendary during his lifetime.

Below is George London (in a perfect Russian!) as Boris, recording from a concert from 1962

He started his career in the early forties as a member of the ‘Bel-Canto Trio’, with soprano Frances Yeend and … Mario Lanza as the other two members.

On the CD On Broadway he gives a masterclass how to sing the music of musical composers Rogers, Kern and Loewe.

Below London sings ‘f I loved you’ by Rogers and Hammerstein.

You get Wagner as a bonus.


CESARE SIEPI: Easy to love (4808177)

Decca Siepi broadway

Not only Americans considered Broadway as something to take seriously. The Don Giovanni and one of the biggest Verdi-basses of the second half of the last century, Cesare Siepi, didn’t look down on the musical theatre either.

His CD on which he gives his vision on the songs of Cole Porter is called Easy to Love. It sounds ‘easy’ indeed, but it is not at all. Porter’s music benefits from simplicity, coupled with the best vocal chords in the world, and Siepi has it all.

His interpretation of ‘Night and Day’ is one of the most beautiful ones I’ve heard in my life. Not to mention ‘So in love’ or the delicious ‘Blow, Gabriel blow’ from Anything Goes.

As a bonus we get to hear some of his best Verdis: Nabucco, Philip II and a Boccanegra like you don’t hear anymore.


CESARE SIEPI: The romantic voice of Cesare Siepi (4808178)

Decca Siepi italiaans

This CD is entitled The romantic voice of Cesare Siepi and that is exactly what you get: a beauty of a voice that awakens all the romantic feelings in you!

No Broadway here anymore, but popular Italian songs that fit Siepi  like a glove: just delicious.

What really makes the CD special are the bonus tracks, with arias from Meyerbeers Robert le Diable and Les Huguenots, La Juive by Halévy and – for most people a real rarity – an aria from Salvator Rosa by Antônio Carlos Gomes. My goodness, what beautiful music! I ask (again): when do we get to see another opera by Gomes? After the performances of his Il Guarany in 1994 in Bonn it has remained silent for much too long around this Brazilian Verdi.

Below ‘Di Sposo Di Padre Le Gioie Serene’ from Salvator Rosa van Gomes, 1954:

The album was recorded in 1961 (songs) and in 1954 (arias) and the sound is excellent. In the arias Siepi is accompanied phenomenally well by the Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia and Alberto Erede. At that time Erede was considered a ‘decent’ conductor, but now he would be considered one of the greatest opera conductors of all. He gives his soloist all the space he needs and allows the orchestra to breathe with him.


ARNOLD VAN MILL (4808167)

Decca van Mill

The Dutch bass Arnold van Mill is almost completely forgotten nowadays. How unfair! His voice is a bit reminiscent of the young Kurt Moll, which of course is also due to the repertoire. Beautiful!

Below is the duet from Der Fliegende Holländer. Arnold Van Mill sings Daland and George London Der Holländer:

Van Mill was mainly famous for his Wagner roles. Unfortunately they are not on this CD. But his smooth bass was also very suitable for Singspiel and operetta. His Lortzing, Cornelius, Nicolai and Weber (all present on this CD) are a pure delight for the ear. All real collector items. Thank you, Decca!


The CD is complemented by Russian songs, sung by the Bulgarian bass Raphael Arié.

The combination is not really a happy one: not only does the repertoire differ like day and night, the voices are incomparable as well; which does not prevent me from enjoying him enormously! Hopefully Decca will have more of Arié on the shelf, because my wish list with his recordings is quite long!

Below Arié sings ‘Ella giammai m’amo’ from Don Carlo

 

Decca’s Most Wanted Recitals. Part 2