TRISTAN UND ISOLDE in Amsterdam, januari 2018

tristan0033-1

Copyright (c) DNO 2018

En toen was iedereen dood. Dat kon Wagner’s bedoeling niet zijn, want door iedereen te laten killen werd het heengaan van je hoofdpersonen gemarginaliseerd. #Zijtoo, zoiets. Het is dat Isolde’s dood meer meta- dan daadwerkelijk fysisch was, dat haar sterven – waar iedereen zo naar uitkeek – toch de verlossing bracht waar iedereen zo naar snakte.

De entourage van het desolate, troosteloze landschap in de derde acte deed mij het meest aan zwart/wit beelden uit de eerste Wereld Oorlog denken. Zo deprimerend dat het daadwerkelijk om zelfmoord schreeuwde.

Die verstikkende uitzichtloosheid werd nog versterkt door het ongekend mooi spelende Nederlands Philharmonisch Orkest: de fluisterende klanken waarmee de acte begon waren van een onaardse schoonheid. Het geluid dat Marc Albrecht de musici wist te ontlokken klonk niet alleen als de aankondiging van de zuiverende dood, maar maakte ook de eerste voorboden van de eeuwigheid voelbaar.

De regie was typisch Pierre Audi. Mooi en zeer esthetisch verantwoord, maar ook zo verschrikkelijk saai! Nu gebeurt er in die opera betrekkelijk weinig, maar zoals het er nu uitzag verschilde het in (bijna) niets van een concertante uitvoering. O ja, men bewoog wel, maar het leek sterk op een masterclass in ‘hoe te bewegen om de ander zo weinig mogelijk aan te raken’.

 

 

tristan0089-1

©  DNO 2018

 

De afstand tussen Tristan en Isolde groeide averechts aan hun passie en na het nuttigen van de liefdesdrank namen ze hun posities aan beide uiteinden van de bühne. Verder beperkte de personen regie zich tot de standaard cliché gebaren: men greep naar zijn hoofd, zocht steun bij de muur, men liet zich vallen of ze gingen gewoon op de grond liggen.

Er werd voornamelijk met het gezicht naar het publiek toe gezongen wat een enorme plus was: iedereen was goed te verstaan. Gelukkig maar, want er werd mij toch mooi gezongen!

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © DNO 2018

Ik denk dat Stephen Gould tegenwoordig tot één van de weinige tenoren behoort die Tristan tot en met de laatste noot goed kan zingen, zonder echte problemen. Goed, je kon merken dat zijn stem een beetje vermoeid raakte, maar bij een dodelijk verwonde en stervende held is het niet echt problematisch. Zeker ook omdat hij verder heer en meester was zowel van zijn stem als van de bühne.

Ricarda Merbeth (Isolde) stelde mij lichtelijk teleur. Althans: in de eerste twee acten. Haar woede in de eerste acte vond ik niet verwoestend genoeg waardoor het plotselinge omslaan van gevoelens – van ziedende furie in een allesverzengende liefde – het grote verrassingselement verloor.

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © DNO 2018

Ik denk echter dat de premièrekoorts haar parten heeft gespeeld en ik verwacht dan ook dat zij ooit tot een Isolde uitgroeit waar men rekening mee gaat houden. Dat het zo is liet zij in haar ‘Liebestod’ horen. Geholpen door Audi’s mystieke mise-en-scène en de betoverend mooie belichting van Jean Kalman zwierf zij ergens tussen leven en dood; niet meer hier maar nog niet daar, losgekoppeld uit alle werkelijkheid. Zo ook klonk haar stem: buitenaards maar verre van engelachtig. Zeer ontroerend.

 

De jonge en zeer aantrekkelijke koning Marke van Günther Groissböck was voor mij de absolute ster van de avond. Zijn zeer charmante bas klonk gekwetst en boos waar nodig, maar verder was hij voornamelijk vaderlijk mild, wat bij de rol uitstekend past. Een stem om verliefd op te worden, wat mij de zucht ‘was ik maar een Isolde’ ontlokte ….

 

Ricarda Merbeth (Isolde), Michelle Breedt (Brangäne)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Michelle Breedt (Brangäne) © DNO 2018

Michelle Breeedt zong een zeer warme Brangäne. Haar stem liet een ware rijkdom aan gevoelens horen: liefde, vriendschap, angst, verdriet en spijt … alles wat van Brangäne de meest humane van alle Wagner-personages maakt. Haar optreden in de tweede acte was huiveringwekkend mooi en het is best spijtig dat ze in de derde acte door Kurwenal (zeer goed zingende en acterende Iain Paterson) gedood moest worden. Des te meer eigenlijk omdat ze min of meer dezelfde rol vervulden, die van een trouwe vriend, dienaar en beschermer.

 

Stephen Gould (Tristan), Ian Paterson (Kurwenal)

Stphen Gould (Tristan) en Iain Paterson (Kurwenal( © DNO 2018

Andrew Rees zong een goede Melot, maar waarom moest hij een kreupele, miserabele dwerg zijn met zijn rechter arm in mitella? Nergens voor nodig en behoorlijk lachwekkend.

In de kleine rol van de herder liet Morschi Franz weer eens horen wat een schitterende zanger hij toch is. Beste DNO: wordt het echt geen tijd om hem grotere rollen toe te kennen?

Roger Smeets (stuurman) en Martin Piskorski (de jonge zeeman) completeerden het voortreffelijke zangers-ensemble.

Over het Nederlands Philharmonisch Orkest onder de meer dan inspirerende leiding van hun chef-dirigent Marc Albrecht kan ik kort zijn. Subliem.

Trailer van de productie:

Richard Wagner
Tristan und Isolde
Stephen Gould, Ricarda Merbeth, Michelle Breedt, Günther Groissböck, Iain Paterson, Andrew Rees, Morschi Franz, Roger Smeets, Martin Piskorski
Koor van de Nationale Opera (instudering: Chin-Lien Wu), Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Bezocht op 18 januari 2018 in het Muziektheater in Amsterdam

Discografie:
TRISTAN UND ISOLDE. Discografie

 

Louis Lortie speelt CHOPIN Deel 5: Mazurkas, Polonaises, Allegro de concert

 

Chopin Lortie

Louis Lortie behoort tot de kleine schare meesterpianisten die ik het meest bewonder. Zijn spel is voornamelijk elegant en zijn techniek vanzelfsprekend. Hij moet het niet hebben van een louter uiterlijke vertoon waardoor zijn kunnen zowat grenzeloos lijkt. Helaas: met de vijfde deel van zijn Chopin-cyclus laat hij horen dat er ook grenzen zijn aan zijn grenzeloosheid.

Eerlijk gezegd verbaast het mij zeer: juist Lortie lijkt de pianist bij uitstek om de schijnbaar eenvoudige taal van Chopin goed te kunnen vertolken. De meeste pianisten vertillen zich er aan door te veel rubato, te veel pedaal te gebruiken en dat doet Lortie nu ook.

Mazurka is een zwierige dans. Je moet je voeten wel stevig op de grond zetten, maar de rest van je lichaam hoort sierlijk in beweging te blijven. Hier gaat Lortie de mist in: het staat te stevig vast, het mist de lichtheid, het beweegt niet.

Ook de Polonaises gaan er aan ten onder: in op.26 no. 2 slaat Lortie zo wild om zich heen dat het niet leuk meer is. Waarom? Zou hij hiermee willen bewijzen dat Chopin geen muziek is voor ‘mietjes”? Dat er meer in zit dat een slappe salongepingel?

Met dat laatste heeft hij ongetwijfeld gelijk, maar ik denk dat je Chopin het grootste eer bewijst om hem te spelen comme scrito: zoals het staat. Eenvoudig, zonder schmuck. Zoals Rubinstein het deed.


FRYDERYK CHOPIN
Mazurkas, Polonaises, Allegro de concert
Louis Lortie
Chandos 10943 • 71′

Meer Louis Lortie:
Louis Lortie speelt FAURÉ

 

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie

tristan August Spieß,

Tristan und Isolde. Wandschilderij van August Spieß, 1881

 

CD’S

CARLOS KLEIBER 1982

Tristan Kleiber

Een discografie van Tristan und Isolde schrijven voelt bijna als het componeren zelf. Niet alleen omdat er zo veel opnamen zijn (maar liefst vijftig, waarvan elf op dvd! En dan heb ik het alleen over de volledige commerciële uitgaven die nog steeds te koop zijn!. Tel daarbij de ettelijke uitgaven met hoogtepunten, de piraten, filmpjes op Youtube …. ), maar ook omdat het een opera is die je emotioneel volledig kan uitputten.

Maar ik deed mijn best. Urenlang luisterde ik naar de ettelijke Furtwänglers, Böhms en Karajans (en het zijn er nogal wat!), stofte Artur Bodanzky af… Ging toch nog even ‘verhaal halen’ bij Janowski en Barenboim…. om na een paar weken bijna onafgebroken honderden liefdesdoden te sterven tot de conclusie te komen dat, mocht ik nu naar een onbewoond eiland worden verbannen met maar één opname, het zonder twijfel de uitvoering onder Carlos Kleiber zal zijn (DG 4775355), uit 1982.

Margret Price is een onvergetelijke Isolde. Haar zilver getimbreerde lyrische sopraan klinkt zeer vrouwelijk en puur in zijn kwetsbaarheid. O, sterk is zij ook, en vastberaden, maar haar feminiene kant heeft de overhand. Een Isolde om verliefd op te worden.

René Kollo mist een beetje glans maar verder zingt hij een goede Tristan. Het is best jammer van Fischer-Dieskau, zijn Kurwenal is niet echt om over naar huis te schrijven, maar Kurt Moll is een fantastische Marke en Briggitte Fassbänder een dito Brangäne.

Maar de dirigent! Mensen, mensen, wat is dat mooi! Vanaf de allereerste verre klank tot het laatste akkoord kan ik niet anders dan mij, met mijn ogen dicht me aan de orkestklank te laven. Adembenemend. Nee, meer: hypnotiserend….



 

WILHELM FURTWÄNGLER: LIVE, 1941 – 1947

600168_FurtwŠngler_BOX_.indd

Een paar jaar geleden heeft de firma The Intense Media een Furtwängler-box uitgebracht, met live opgenomen opera’s op maar liefst 41 cd’s. Op één verdwaalde Verdi (Otello met Ramón Vinay uit Wenen 1951) na allemaal Duits: Mozart, Gluck, Beethoven en von Weber. En – het kan natuurlijk niet anders – veel, heel erg veel Wagner, zijn muziek staat op maar liefst 24 van de 41 cd’s.

Tristan und Isolde is niet minder dan drie keer te bewonderen, in fragmenten uit drie verschillende voorstellingen.

De onder de diehards beroemde opname uit Wenen in 1943 met Max Lorenz en Anny Konetzni bevat ook wat toegevoegde fragmenten met dezelfde bezetting uit 1941. Foute boel, uiteraard, maar voor velen een belangrijk document.

Zelf heb ik er veel moeite mee, vandaar dat ik er kennis van heb genomen en ben verder gegaan met de fragmenten in 1947 opgenomen in het Admiralspalast in Berlijn, met een werkelijk uitstekende Tristan van Ludwig Suthaus. Er zijn weinig bassen die zich met Gottlob Frick (Marke) kunnen meten, Erna Schlüter is een prima Isolde en Margarete Klose een dito Brangäne. Het geluid is helaas niet mooi, maar een beetje Wagneriaan neemt het allemaal voor lief.

WILHELM FURTWÄNGLER: STUDIO, LONDEN 1952

Tristan Furtwangler Naxos

Minder spannend wellicht, maar echt onnavolgbaar mooi wordt het pas in de studio-opname uit 1952 (Naxos 8110321-24). Ludwig Suthaus is ook hier van de partij, maar pas hier hoor je wat een fantastische Tristan hij was. Aan zijn zijde heeft hij nu ook een Isolde van zijn eigen formaat: Kirsten Flagstadt.

De jonge Fischer-Dieskau is een mooie Kurwenal, Josef Greindl een schitterende Marke en Blanche Thebom een zeer aantrekkelijke, lyrische Brangäne.

Maar het mooist is het orkest: in die opname hoor je pas wat een fantastische dirigent die Furtwängler toch was! Wat ook leuk is: in de kleine rolletjes van de matroos en de schaapherder hoor je Rudolf Schock.. Jaa…. dat waren nog eens tijden!



 

 

HERBERT VON KARAJAN BAYREUTH 1952

Tristan Karajan 1952

Ik ben niet zo’n fan van Martha Mödl als Isolde. Ooo… ik bewonder haar enorm, hoor! Haar uithoudingsvermogen zijn onuitputtelijk en haar krachtige stem kan zich alleen met een laserstraal meten die genadeloos door alle muren heen snijdt tot er niets meer overeind blijft. Daar is de orkaan Irma eigenlijk niets bij.

De in 1952 in Bayreuth live opgenomen voorstelling klinkt behoorlijk scherp, waardoor haar stem nog harder en groter lijkt dan normaal. Daar is veel voor te zeggen, hier hoefde niemand aan knopjes te draaien want wat je hoort is puur natuur. Daar kan zelfs Karajan er met zijn orkest niet tegenop! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor zo ontzettend weinig liefde in haar interpretatie! Dit in tegenstelling tot de misschien iets minder krachtige maar zeer warme en romantisch klinkende Tristan van Ramón Vinay.

De laatste is voor mij ook de voornaamste reden om de opname te koesteren, maar ook de rest van de cast bevalt mij zeer. Ida Malaniuk is een aantrekkelijke Brangäne, Ludwig Weber een goede Marke en Hans Hotter een beetje zware maar verder mooie Kurwenal.

 


(meer…)

EVOCACIÓN. Mengjie Han speelt Albéniz en Ravel

 

Evocaciom Mengije Han

De titel van het album,‘Evocación’, daar is goed over nagedacht. Het woord ‘evocatie’ betekent het  oproepen van beelden. Of gevoelens, en dat is precies wat deze cd met je doet. Het is tevens ook de titel van één van de stukken uit de pianosuite ‘Iberia‘ van Isaac Albéniz. De anderhalf uur durende cyclus is ontstaan als een hommage aan het geboorteland van de componist.

De – zeer impressionistische – compositie combineert Spaanse volksmuziek met het transcendentale idioom van Liszt. Koren op de molen van Mengjie Han, de jonge Nederlandse pianist die in 2014 één van de winnaars was van het Liszt-concours.

Hieronder het optreden van Mengjie Han tijdens het Finale-Gala van de Liszt Competitie op 8 november 2014:

Maar ook achter Ravels ‘Le tombeau de Couperin‘ staat een verhaal. Of eigenlijk: zes verhalen, want elk deel van dit werk is opgedragen aan een van de zes vrienden van de componist die tijdens de Eerste Wereldoorlog waren gesneuveld.

Han is een zeer tot de verbeelding sprekende pianist, iets wat zonder meer door zijn kleurrijke, fantasievolle spel komt. Doordat hij het technisch volkomen beheerst kan hij zich op de verhalen achter de noten concentreren en ze – ogenschijnlijk moeiteloos – naar de luisteraar overbrengen.

Zijn spel is zo uitermate boeiend dat ik er eindeloos naar zou kunnen luisteren. Iets, wat ik ook doe: de ‘reapeat-knop’ staat aan.


EVOCACIÓN
ISAAC ALBÉNIZ: Selection from Iberia
MAURICE RAVEL: Le Tombeau de Couperin
Mengjie Han
Cobra Records 0058 • 63′

THE PATH TO PARADISE

Path to Paradise

Ook de klassieke muziek-business is niet vies van de commercie. Niet echt een ramp, maar soms krijg ik het gevoel dat alles en iedereen, de grootste componisten incluis onder de uiterlijke vernislaag worden verstopt om maar beter te kunnen verkopen.

Ik weet niet waar u aan denkt als u naar de muziek van Thomas Tallis, William Byrd of Orlando di Lasso luistert maar ik denk niet dat het een lange, uitgestrekte en deprimerende sneeuw- (maar het kan ook een woestijn zijn, hoor!) vlakte is. Daar word ik behoorlijk neerslachtig van.

De titel van de cd: ‘The Path to Paradise’ is hoogstwaarschijnlijk overgenomen van een cultfilm uit 1997 over de aanslag op World Trade Center. Iets wat mijn unheimlische gevoel alleen maar versterkt.

De naam van countertenor Daniel Taylor staat prominent op de cover, meteen onder de titel van het album, maar eigenlijk is hij niet meer dan de dirigent van het koor. Goed: hij heeft The Trinity Choir opgericht en zingt met de alten mee, maar toch….

Maar de muziek zelf – en daar gaat het tenslotte om – is goddelijk mooi. Het is van die esoterische schoonheid die je inderdaad – dichter bij het paradijs kan brengen.

Er is ook niets mis met de uitvoering, al kunnen de Trinity-zangers mij de Tallis Scholars niet doen vergeten.


Path to Paradise
Werken van Thomas Tallis, John Sheppard, Orlando di Lassus, Arvo Pärt, Gregorio Allegri, William Byrd, Nicolas Gombert
Daniel Taylor
The Trinity Choir
Sony  19075801822

LOHENGRIN. Discografie

 

Lohengrin August von Heckel, Neuschwanstein

August von Heckel: Aankomst van Lohengrin; Neuschwanstein, woonkamer van de koning, 1882/83

 

Voor mij, absoluut geen Wagneriaan, staat Richard Wagners Lohengrin samen met zijn Tannhäuser op eenzame hoogte: ik krijg er nooit genoeg van. Geen wonder dat mijn Lohengrin-plank goed gevuld is. Een selectie van aanraders en afraders.

CD’S

GEORG SOLTI

Lohengrin solti

Mijn geliefde cd-opname is die onder leiding van Georg Solti (Decca 4210532), voornamelijk vanwege de dirigent. Het begint al met de ouverture: zeer mysterieus en toch met beide voeten in de aarde. Zeer gevoelig, maar ook nadrukkelijk echt zonder sektarisme; hier geen Hare Krishna, maar ook geen Halleluja.

Vóór hij Lohengrin ging opnemen, had Domingo zich al bijna twintig jaar op zijn rol voorbereid (hij zong hem al 1968 in Hamburg) en het resultaat is er ook naar. Zijn Lohengrin is voornamelijk liefhebbend en warmbloedig.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig met een stem waar je stil van werd. Fischer-Dieskau’s Heerrufer is een kwestie van smaak, maar Siegmund Nimsgern en Eva Randová zijn een perfect vilein paar.

Hieronder de ouverture uit deze opname:


 

MAREK JANOWSKI

 

lohengrin-Janowski

Marek Janowski wordt beschouwd als één van de beste Wagner-dirigenten van onze tijd, maar zijn Lohengrin, in november 2011 live opgenomen in Berlijn (PentaToneClassics PTC 5186403) valt mij een beetje tegen.

Janowski dirigeert zeer voorzichtig, voor mij te, waardoor de ouverture het meeste weg heeft van een uitgerekte brij. Gelukkig herstelt hij zich gauw en in de tweede akte laat hij de dreiging goed voelbaar worden. In de Bruiloftsmars laat hij de noten mooi in elkaar vloeien en maakt mij gelukkig met zijn keuze van tempi en het beteugelen van het orkest. Toch kan ik niet aan de indruk ontkomen dat hij zich verliest in details.

Ik ben geen fan van Annette Dasch, haar stem vind ik wat ‘gewoontjes’, maar wellicht past het bij het karakter van Elsa? Susanne Resmark is een fatsoenlijke Ortrud, met een grote stem en een mooi donker timbre. Maar haar ruime vibrato is soms hinderlijk.

De rest van de zangers is zonder meer prachtig, maar er is één probleem: ze mengen niet. Klaus Florian Vogts geluid is zeer ‘blank’,  zijn timbre behoorlijk zoetig en zijn benadering heel erg lyrisch. Mooi, dat wel, maar eerlijk gezegd heb ik het inmiddels gehad met steeds maar hetzelfde: hij ontwikkelt zich niet. Bovendien kan hij het niet opnemen tegen de diepe laagte van Günther Groisböck (Heinrich) en het werkelijk fenomenale volume van Gerd Grochowski (Telramund). In de ensembles valt hij gewoon weg.

Hieronder Günther Groissböck zingt het ‘Gebet des König Heinrich‘


BERTRAND DE BILLY

Lohengrin-oehms

Een van de nieuwste Lohengrin’s, althans op cd, werd gedirigeerd door Bertrand de Billy en in maart 2013 live opgenomen in de Frankfurter Opern (OEHMS classics OC946). Naar foto’s in het tekstboekje te oordelen mogen wij blij zijn dat de productie niet op dvd maar op cd is verschenen!

Camilla Nylund is een prachtige Elsa, voor mij misschien de beste Elsa van de laatste jaren. Michaela Schuster heeft inmiddels van Ortrud één van haar parade rollen gemaakt, al is er iets in haar vetolking wat mij een beetje tegen staat. Voor Falk Struckman (Koning Heinrich) ben ik bereid moord te doen, dus ik vergeef hem dat zijn stem een beetje onstabiel is geworden.

De Duits – Canadese tenor Michael König (Lohengrin) is nieuw voor mij. Van zijn stem en zijn interpretatie word ik echt stil, zo mooi en zo ontroerend! Alleen al vanwege hem en Nylund ga ik de opname koesteren!


ERICH LEINSDORF

 

Lohengrin Leinsdorf

Even terug in de tijd.

In 1943 dirigeerde Erich Leinsdorf bij de Metropolitan Opera in New York een Lohengrin om te zoenen (Sony 88765 42717 2). De ouverture is om verliefd op te worden, zo sprookjesachtig mooi. Daar kan ik niet genoeg van krijgen.

Lauritz Melchior is natuurlijk dé Lohengrin uit de tijd en Astrid Varnay klinkt verrassend lyrisch. Het is alleen jammer van haar manier om de medeklinkers zeer nadrukkelijk uit te spreken, iets wat ik niet mooi vind. Alexander Sved is een zeer autoritaire Telramund en Kerstin Thorborg een goede Ortrud.

Lauritz Melchior:

FRITZ STIEDRY

 

Lohengrin Stiedry

Tegenover Leinsdorfs opname staat een registratie uit 1950 onder Fritz Stiedry (Walhall WLCD 0146). Zijn aanpak is zeer nuchter, recht door zee, wat ook wel versterkt wordt door de povere geluidskwaliteit. Maar het is ontegenzeggelijk mooi en zeer verrassend.

Vergeet ook de zangers niet: Helen Traubel is een heerlijke Elsa en Astrid Varnay is na zeven jaar gepromoveerd van Elsa naar een zeer indrukwekkende Ortrud. En dan Herbert Janssens Telramund: wat een stem en wat een indrukwekkende vertolking


(meer…)

BARBARA HANNIGAN betovert in liederen van HENRI DUTILLEUX. Concertgebouw Amsterdam, oktober 2013

Dutilleux Hannigan

Barbara Hannigan met Henri Dutilleux © Jean-François Leclercq

Voor een vol Concertgebouw voerden Jaap van Zweden, Barbara Hannigan en het Radio Filharmonisch Orkest zaterdag 5 oktober 2013 een intrigerend programma op in de NTR ZaterdagMatinee. Met werken van Rimski-Korsakov, Dutilleux en Sjostakovitsj creëerden ze een onvergetelijke middag.

De zaal was vol. Echt vol. Er kon werkelijk niemand meer bij. Lag het aan het programma? Aan de dirigent? Of aan de soliste? Het feit: wie erbij was, mag zich gelukkig prijzen.

Henri Dutilleux behoort tot de componisten die je niet in een hokje kan plaatsen. Een twijfelaar die nooit precies wist of hij de juiste toon heeft gecreëerd en of hij er het juiste instrument voor heeft gebruikt. Hij sleutelde dan ook eindeloos aan zijn composities. Eén van de redenen dat zijn oeuvre zo klein is gebleven?

dutilleux--1024x768

Als één van de weinigen van zijn generatie heeft hij zich nooit aangetrokken gevoeld tot de ‘serialisme-mafia’ waardoor hij jarenlang genegeerd werd (tonaliteit was in de jaren vijftig en zestig taboe). Niet, dat zijn composities ouderwets klinken, want daar was hij te veel een innovateur voor. Hij ging uit van een klank, een melodie, een tune zo je wilt en daar borduurde hij op verder, gebruik makend van óók de atonaliteit. Waarom niet?

Zijn Correspondances componeerde hij in 2003 voor Dawn Upshaw en Simon Rattle. Sindsdien, twijfelaar als hij was, heeft hij het werk een paar keer gereviseerd en het een en ander aan de stem van Barbara Hannigan aangepast. Zij, op haar beurt, maakte er een beetje eigen versie van, maar dan niet zonder de volledige medewerking en instemming van de maestro zelf.

De cyclus bestaat uit zes liederen. ‘Gong’ en ‘Gong 2’ naar de gedichten van Rilke, ‘Kosmische dans’ op de tekst van Prithwindra Mukherjee en twee echte brieven: die van Solzjenitsyn aan zijn vrienden Rostropovitsj en Galina Vishnjevskaja en van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo.

Kan je een schilderij vertalen naar de taal van de muziek? Afgezien van de ideeën van Scriabin: kan je een ‘sterrennacht’ met behulp van alleen noten schilderen? Dutilleux deed het. Met ogen dicht zag je het voor je: ‘als ik de sterren en het oneindige voel, daarboven, helder, is het leven zelfs bijna betoverend.’ (Vincent van Gogh aan Theo)
Merkwaardig genoeg moest ik aan ‘Roxane’s Lied’ uit Krol Roger van Szymanowski denken. Toeval? Wellicht. Schoonheid kent geen grenzen.

“Timbre dat niet meer door het gehoor meetbaar is. Alsof het geluid dat ons van alle kanten overtreft de rijp wordende ruimte was” (Rilke, vertaald door Michel Khalifa). Heeft Rilke ooit Barbara Hannigan gehoord? Ik ken waarachtig geen één hedendaagse artiest die zich met haar kan meten.

Fragment uit de Correspondances van Dutilleux door Barbara Hannigan, hier begeleid door  het Berliner Philharmoniker olv Simon Rattle (opname uit juni 2013):

Het Dutilleux-gedeelte werd geprogrammeerd tussen de ouverture ‘Het Russische paasfeest’ van Rimski-Korsakov en de vijfde symfonie van Sjostakovitsj. Op het eerste gezicht leek dat een beetje op een ‘sandwich-formule’, maar dat was het in geen geval. Voor mij werkten de Dutilleux-liederen als een soort schakel tussen het romantische ‘Matjoeska Rassija’ en het grimmige Stalin-regime. En dat niet in de laatste plaats vanwege de brief van Solzjenitsyn.

Van Zweden weet als geen ander een eigen stempel op alles wat hij dirigeert te zetten. In combinatie met het Radio Filharmonisch Orkest wist hij een soort symbiose te bereiken die soms beangstigend werkte, zo nauw was het.

Ik vond het jammer dat hij in Rimski-Korsakovs ouverture iets te veel kracht gebruikte. Zijn tempo vond ik iets te snel, het duizelde mij een beetje, maar de vioolsolo aan het begin van de ouverture was meer dan adembenemend mooi, en ook de Russische sfeer wist hij goed te vatten.

Sjostakovitsj was niet minder dan perfect. Het Largo was zeer teer en de prachtige xylofoonsolo liet mij niet onberoerd.

Over de symfonie is het laatste woord nog niet gezegd. Sommigen zien er een knieval in voor het regime, anderen vinden er juist verwijzingen in dat het om satire gaat. Waar? Niet waar? Wie zal het zeggen? Het was in ieder geval mooi.

Alweer een Matinee om niet te vergeten!

Rimski-Korsakov, Dutilleux, Sjostakovitsj
Ouverture Russisch Paasfest opus 36, Correspondances, Vijfde symfonie
Barbara Hannigan (sopraan)
Radio Filharmonisch Orkest olv Jaap van Zweden

Bezocht op 5 oktober 2013 in Het Concertgebouw – Amsterdam.

Meer Barbara Hannigan:
PLI SELON PLI. Amsterdam 2011
LULU van Krzysztof Warlikowski. Brussel 2012
LET ME TELL YOU ZaterdagMatinee
Satie, Hannigan en de Leeuw