Daniil Trifonovs weergaloze Rachmaninoff: cd van het jaar?

Rachmaninov Trifonov

Daniil Trifonovs vertolking van het tweede en het vierde  pianoconcert van Rachmaninoff  is het allerbeste wat ik in jaren heb gehoord. Zijn energie is tomeloos, de spanning is om te snijden en de manier hoe hij de sentimentele passages met pure virtuositeitsvertoon weet te combineren is weergaloos.

Dat Trifonov, nog maar 27 jaar oud tot de meest opwindende pianisten van de laatste tijd behoort, dat wisten we wel. Ook zijn affiniteit met de muziek van Rachmaninoff was ons bekend. Maar soms ontstijgt iets je voorstellingsvermogen en dat is wat nu gebeurt. Geholpen door Yannick Nézet-Séguin laat Trifonov je alle (en dat zijn er heel erg wat!) uitvoeringen van nummer twee vergeten. Niks geen routine, niks geen klank om de klank alleen, niks geen spiervertoon. Hier gebeurt echt een wonder: het is alsof ik het concerto voor het eerst in mijn leven onderga. …

In nummer vier gaat hij nog een stapje verder en gebruikt al zijn techniek om het concert nog moeilijker te laten klinken dan het is. Of juist makkelijker, wat elkaar niet tegenspreekt. Ik heb nog nooit in mijn leven een betere uitvoering van dit concert gehoord.

Maar er is meer. Tussen de beide pianoconcerto’s zit ‘een mopje’ Bach: Rachmaninoffs eigen bewerking van de vioolsolopartita BWV 1006. Ik vind die transcriptie heel erg mooi, het voelt ook een beetje als een oase van zalige rust.

Vergeet trouwens het Philadelphia Orkestra niet, ooit Rachmaninoffs eigen ‘huisorkest’! Onder de waanzinnig energieke, inspirerende en opwindende leiding van Yannick Nézet-Séguin ontplooien ze zich als een meesterlijk virtuoos geheel. Voornamelijk de houtblazers klinken opmerkelijk goed.

De live opname maakt het genot nog groter en intenser. Laat je niet door de rare titel, de hoes en de foto’s misleiden, die slaan nergens op. Koop de cd en geniet van wat wellicht de beste opname van het jaar is.


Destination Rachmaninov. Departure.
SERGEI RACHMANINOV: pianoconerto’s 2 &4
J.S.BACH: Suite from the Partita for Violin in E major BWV 1006
Daniil Trifonov
The Philadelphia Orchestra olv Yannick Nézet-Séguin
DG 4835355

A Quiet Place door Opera Zuid: productie van het jaar?

Door Peter Franken

 

QuietJM--20181105-2212

© Joost Milde

Goed beschouwd is A Quiet Place een stuk over The American Dream in suburbia. De film Pleasantville uit 1998 geeft hiervan een heel integer beeld. Meestal overheerst echter de schone schijn zoals dat lekker zwaar aangezet wordt in een tv show als Happy Days. Dat het onder de oppervlakte meer weghad van een sociaal labyrint heeft John Updike later geschetst in zijn roman Couples.

QuietJM--20181105-2023

© Joost Milde

Het o zo fantastische leven in een slaapstad wordt in de opera bezongen door een jazztrio dat op de meest onverwachte momenten opduikt, vanonder het aanrecht, vanachter een zijmuur of vanuit de kelder in het kleine witte huisje waar de hoofdpersonen Sam en Dinah hun door Life Magazine vereeuwigde idylle beleven, compleet met chlorofyl tandpasta. Who wants more? Het zijn de naoorlogse jaren onder de presidenten Truman en Eisenhower, toen in Nederland ‘Geluk nog heel gewoon was’.

In werkelijkheid maken Sam en Dinah alleen maar ruzie en zijn na tien jaar huwelijk zozeer van elkaar vervreemd dat ze allebei veinzen een lunchafspraak met een ander te hebben als ze elkaar toevallig in de stad treffen. Zij komt van een bezoekje aan haar psychiater, hij is even weg van kantoor waar hij net weer geweldig bezig is geweest, een echte winnaar. Eigenlijk moeten ze allebei die middag naar een toneelstukje op de school van hun zoontje Junior die daarin een belangrijke rol speelt. Maar Sam geeft de voorkeur aan de finale van een handbaltoernooi en Dinah gaat naar een film.

TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns

Dit deel van de opera is overgenomen uit Bernsteins eenakter uit 1951 Trouble in Tahiti. Het brengt Sams herinneringen tot leven in de dagen die volgen op de begrafenis van Dinah die omgekomen is bij een auto ongeluk. De titel refereert aan de film die Dinah die middag van Juniors toneelstuk heeft gezien. Een escapistisch geheel dat door haar uitgebreid wordt verteld. De kernscène ‘Island Magic’ laat Bernstein klinken als een parodie op de populaire musical South Pacific.

Dinah’s begrafenis is de aanleiding voor het samenkomen van de leden van het volledig ontwrichte gezin. Sam en Dinah zijn ondanks alles zo’n veertig jaar bij elkaar gebleven. Junior is naar Canada geëmigreerd om de dienstplicht te ontlopen tijdens de Vietnam oorlog. Zijn jongere zus Dede is hem later nagereisd en getrouwd met Juniors homofiele partner Francois, zodat ze de aan een psychose lijdende Junior samen kunnen beschermen.

QuietJM--20181105-1941

© Joost Milde

De emoties lopen hoog op, zijn vaak nogal rauw, het gaat er hard aan toe. Verwijten vliegen over en weer, trauma’s komen naar boven. Junior heeft een dwangneurose die hem voortdurend alles laat rijmen en in twee grote blues nummers, een soort rap avant la lettre, veegt hij de vloer aan met zijn vader en later ook met het beeld dat Francois heeft van de relatie die hij ooit met zijn jonge zusje had. De als Junior uitblinkende bariton Michael Wilmering gaf het alles wat hij had waardoor deze topnummers in volle glorie over het voetlicht kwamen.

QuietJM--20181106-3165

© Joost Milde

Het stuk komt wat traag op gang doordat de openingsscène in het uitvaartcentrum nogal veel bijfiguren kent die allemaal hun zegje moeten doen. Hier hadden Wadsworth en Bernstein zich nog wat meer mogen beperken. Zodra Sams gezin centraal komt te staan, krijgt de handeling veel vaart en die blijft er tot het einde in als na een kortstondige verzoening er door een kleinigheid toch weer een knetterende ruzie ontstaat, vooral door toedoen van Junior die in een vlaag van razernij het losbladige dagboek van zijn moeder de lucht ingooit. Vrij snel keert de rust echter terug omdat iedereen beseft dat het zo niet kan blijven gaan, men moet proberen tot elkaar te komen. Het is het einde van de opera: all is quiet in het witte huisje van Sam en Dinah, de ‘quiet place’ uit de titel.

Orpha Phelan (regie) en Madeleine Boyd (scenografie & kostuums) hebben gekozen voor een eenheidsdecor waarin door middel van minimale wijzigingen een wisseling van plaats en tijd aanschouwelijk wordt gemaakt. Het werkt wonderwel, een mooi voorbeeld van hoe je met relatief beperkte middelen heel effectief te werk kunt gaan. Alles ziet er doordacht uit, de toeschouwer kan zich probleemloos verplaatsen in elke scènewisseling. Matthew Haskins heeft gezorgd voor een uitgekiende belichting en Lauren Poulton voor een fraai uitgewerkte choreografie. Hoe iedereen beweegt mag gerust voorbeeldig worden genoemd.

Quiet jazzJM--20181105-2188

© Joost Milde

Het jazztrio bestaande uit Veerle Sanders, Jeroen de Vaal en Rick Zwart (mezzo, tenor, bariton) wordt ook ingezet ter ondersteuning van de handeling. Zo houden de mannen een handdoek voor Young Sam die zich uitkleedt terwijl hij in een opblaasbadje staat nadat hij met zijn team de finale van de handbalwedstijd heeft gewonnen. Terwijl hij zingt over mannen die geboren zijn als winnaars terwijl anderen gedoemd zijn hun hele leven verliezers te blijven, gebruikt hij beide mannen als kapstok terwijl Veerle hem een douchebad geeft met behulp van een tuingieter.

En om het tijdsbeeld nog eens extra kleur te geven mag Veerle zich helemaal uitleven in een dansnummer gestoken in een Playboy Bunny kostuum. Het trio vormde een geweldige ondersteuning voor de handeling, enerzijds zorgde het voor comic relief, anderzijds leverde het ironisch commentaar op het gebeuren. En steeds uitstekend gezongen en met perfect uitgevoerde bewegingen.

De ménage à trois bestaande uit Junior, Dede en hun beider partner Francois leverde een topprestatie. Zowel de moeilijk te zingen delen, meer praten, als de lyrische momenten kwamen uitstekend uit de verf. Tenor Enrico Casari gaf herkenbaar uitbeelding aan de relatieve buitenstaander die zijn schoonvader voor het eerst ziet en verzeild raakt in een situatie waarin hij Junior er niet van kan weerhouden Dinah’s begrafenis op stelten te zetten.

QuietJM--20181105-1662

© Joost Milde

Dede werd fraai geportretteerd door de sopraan Lisa Mostin, onzeker, kwetsbaar, maar ook blij haar vader eindelijk weer te zien, als was het dan bij de kist van haar moeder. ‘I’m so pleased we’ve met’ zingt zij haar vader toe, alsof hij nieuw voor haar is. In de tuin zingt ze aandoenlijk over de verwildering, alsof Dinah haar einde had zien aankomen en maar vast was gestopt met dat eindeloze onkruid wieden.

QuietJM--20181105-2043

© Joost Milde

Old Sam was in handen van de zeer ervaren bas-bariton Huub Claessens die zijn reputatie alle eer aandeed. Zijn jongere tegenhanger werd vertolkt door de bariton Sebastiàn Peris I Marco die deze rol dit jaar ook al zong in Trouble in Tahiti tijdens het Opera Forward festival van DNO. Goed gezongen en prima geacteerd: een onprettig persoon die Young Sam.

De sopraan Turiya Haudenhuyse gaf gestalte aan Dinah. Ze zong net als Peris die rol ook als bij DNO in Trouble in Tahiti. Haudenhuyse een mooie vertolking van een ‘desperate housewife’ jaren ’50 stijl, vaste klant bij een ‘shrink’ en haar frustraties wegschrijvend in een dagboek.

Mede doordat het stuk een gebroken ontstaansgeschiedenis heeft, treden er nogal wat verschillen in het muzikale idioom op. Wat terug gaat op Trouble in Tahiti is jazzy, vaak melodieus zoals in Candide en West Side Story. Ook de instrumentatie doet geregeld sterk aan Bernsteins grootste succesnummer denken. De mantel die eromheen is gelegd waardoor A Quiet Place is ontstaan, is dertig jaar later stand gekomen en dat is goed te horen. Toch ook hier herkenbaar idioom en jazzy momenten.

Dirigent Karel Deseure wist dit muzikale palet volop kleur te geven. Hij gaf uitstekend leiding aan de prachtig spelende philharmonie zuidnederland. Dat gezegd hebbend moet wel worden benadrukt dat het echte theatermuziek is. Het is minder geschikt om als op zichzelf staand stuk te beluisteren. Omgekeerd betekent dit dat hoge eisen worden gesteld aan de enscenering, die moet het tot een aansprekend geheel maken. Wel, dat is hier bijzonder goed gelukt. Deze Quiet Place is een fantastische productie, de voorstelling is er een met een gouden rand. Opera Zuid heeft hiermee een geweldige troefkaart in handen voor een succesvolle tournee langs de Nederlandse theaters met een uitstapje naar Luxemburg.

Bezocht op 9 november in Maastricht

Deze recensie verscheen eerder op https://www.operamagazine.nl/featured/46096/a-quiet-place-met-een-gouden-rand/

Voor Trouble in Tahiti zie:  TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns

 

Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer

Bloch Hivers

Ernest Bloch werd in 1880 in Genève geboren in een geassimileerd Joods gezin. Vóór de oorlog behoorde hij tot de meest gespeelde en gewaardeerde componisten. Men noemde hem zelfs de vierde grote ‘B’ na Bach, Beethoven en Brahms. Het is niet zo dat men zijn naam niet meer kent, maar verder dan zijn celloconcerto komt men meestal niet.

De symfonische gedichten Hiver-Printemps zijn zeer beeldend. Samen met de prachtige liederencyclus Poèmes d’Automne, gecomponeerd voor de teksten van Béatrix Rodès, Bloch’s toenmalige geliefde en zeer onroerend gezongen door Sophie Koch (Kleenex bij de hand?) vormen ze als het ware één geheel, een soort ‘Jaargetijden’, waaraan alleen de zomer ontbreekt.

De suite voor altviool behoort tot de beste composities van Bloch en men kan zich geen betere uitvoering voorstellen dan die van Tabea Zimmermann.

De titel van de cd, ‘20th Century Portraits’ is enigszins misleidend want de meeste werken zijn tussen 1905 en 1919 gecomponeerd en hun idioom is sterk in de late romantiek en de fin de Siècle verankerd. Alleen het overweldigende Proclamation voor trompet en orkest stamt uit 1950.

Het Deutches Symphonie-Orchester Berlin speelt onder leiding van Steven Sloane zeer bezield.


Ernest Bloch
Hiver-Printemps; Proclamation; Poèmes d’automne; Suite
Tabea Zimmermann (altviool), Reinhold Friedrich (trompet), Sophie Koch (mezzosopraan);
Deutches Symphonie-Orchester Berlin olv Steven Sloane
Capriccio 67076

BLOCH: Symphony in C; Poems of the sea
Ernest Bloch: MACBETH
Muziek als redding. Voice in the Wilderness
ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman vliegt de hele wereld rond om op te treden, tot aan het Midden-Oosten toe. De tenor kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in zijn vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden.

 

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

Volgens Calliope Tsoupaki, onze nieuwe Componist des Vaderlands is hij de beste Nederlandse tenor. En zij kan het weten, want hij heeft in veel van haar composities gezongen. Voor hem componeerde zij de 1-minuutopera Vesuvius 1927, naar de tekst van P.F. Tomése die zijn première beleefde in De Wereld Draait Door:

Maar hij zong ook in haar befaamde St. Luke’s Passion en redde de voorstelling van haar Greek Love Songs, uitgevoerd tijdens het Holland Festival in 2010. In juni 2014 was hij ook van de partij in haar opera Oidípous

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

En nu componeert zij voor hem – en voor de countertenor Maarten Engeltjes – een groot nieuw werk. Behalve de zangers doet ook een instrumentaal ensemble mee, PRJCT, het eigen ensemble van Maarten Engeltjes. Dit werk zal in première gaan tijdens de November Music 2019 en wellicht gaat het ook in andere steden geprogrammeerd worden.

We mogen ook andere Nederlandse componisten: Jeff Hamburg, Elmert Schönberger en Martijn Padding (om maar een paar namen te noemen) niet vergeten, ook zij schreven composities met zijn stem in hun achterhoofd.

HET BEGIN

De eerste keer ontmoetten we elkaar vijf jaar geleden in zijn prachtige woning in de Blaeu Erf, een soort hofje in een zijstraat van de drukker dan drukke Gravenstraat, pal achter de Nieuwe Kerk. Het is een oase van rust, waar nauwelijks nog geluiden doordringen. We dronken thee (zijn geheime mengsel, dat mij bijzonder smaakte) en praatten over zijn beginjaren, de ontdekking van de opera en zijn vele buitenlandse optredens, die hem zelfs naar landen in het Midden-Oosten brachten.

“Ik kom uit een provinciestad en heb gestudeerd aan een klein conservatorium, wat inhield dat ik eigenlijk voorbestemd was om een oratoriumzanger te worden. Of een leraar. Aan opera dacht toen niemand, ikzelf allerminst. Dat kwam pas toen ik gevraagd werd voor de opera/musical Jona de Neezegger van Willem Breuker. Het was een kleine schokervaring en ik kreeg de smaak te pakken. Dat wilde ik meer doen!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

Je zingt voornamelijk oude en nieuwe muziek. Heb je daar bewust voor gekozen of is het zo gekomen?
“Ik fladder inderdaad tussen het oude en het moderne in. Ik ben pragmatisch en communicatief ingesteld en ik vind het bijzonder opwindend om aan een nieuwe partituur te werken. Het aspect van het nieuwe is alsof je een nieuwe prisma creëert. Je bent niet alleen een uitvoerend medium, maar ook een beetje een scheppend kunstenaar. Het is ook fijn om met de componist te kunnen overleggen, en ja – ze willen ook naar je luisteren en de noten veranderen. Soms vraag ik om extra hoge noten, daar moeten ze om lachen, vinden ze leuk.”

“Ik vind het niet erg een soort ‘gereedschap’ te zijn in handen van een componist, dus als van mij non vibrato wordt geëist dan doe ik dat. En ik moet eerlijk zeggen dat ik het soms juist heel erg mooi vind, het heeft iets puurs, iets natuurlijks.”

REGISSEURS

“Laat ik met een cliché beginnen: de repetities kunnen enorm verschillend zijn. De echte eye-opener was voor mij Salome onder Simon Rattle tijdens de Osterfestspiele in Salzburg. Rattle wilde dat wij eerst naar Berlijn kwamen om de partituur rustig door te nemen. Dat werkte echt fantastisch, want meestal hoor je de orkestklank voor het eerst als de eerste ‘sitzprobe’ komt. Een openbaring.

Stuttgart vond ik vroeger leuk, zeker het werken met het team Jossi Wieler en Sergio Morabito. Ze zijn vriendelijk, alles gebeurt in overleg en de sfeer is aangenaam. En – het allerbelangrijkste – ze zijn zo ontzettend respectvol. Dat werkt niet alleen prettig, maar dat maakt ook dat je je overgeeft. Als je zo behandeld wordt, gaat je hart open en wil je alles voor ze doen. Andersom gaat je luikje dicht, dan klap je dicht. Natuurlijk werk je mee, je moet je openstellen, anders kan je net zo goed achter de kassa in Lidl ziten.”

Marcel Beekman WOZZECK

Als Hauptmann in Wozzeck bij DNO © Ruth Waltz

In het seizoen 2016/17 mochten we Beekman in twee grote producties bij De Nationale Opera in Amsterdam bewonderen: Wozzeck van Alban Berg en Salome van Richard Strauss. Voornamelijk Wozzeck waarin hij zowel de Hauptmannn als de Narr zong was in dat seizoen voor de tenor erg belangrijk, de opname van die productie is onlangs bij Naxos (21110582) uitgekomen.

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Tegenwoordig is Beekman één van de beroemdste en de meest gevraagde karaktertenoren ter wereld, met een druk bezette agenda. Zijn seizoen 2019/2020 werd net geopenbaard en het liegt er niet om! Hij noemt de paar belangrijkste:

“In 2019 ga ik Pluton (Orphée aux Enfers van Jacques Offenbach) zingen in Salzburg, in de nieuwe productie van Barrie Kosky, de Australische regisseur die vooral bekend is van zijn werk bij de Komische Oper in Berlijn. De première is 14 augustus tijdens de Salzburger Festspiele 2019. Enrique Mazzola dirigeert het Wiener Philharmoniker en als collega’s krijg ik o.a. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) en Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). Daar kijk ik er echt naar uit. Ik heb nog nooit samen met Kosky gewerkt maar bewonder zijn werk zeer. En dan het idee alleen dat er een operette in Salzburg komt! En Pluton is natuurlijk een echte rol voor mij.”

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Nederlands Philharmonisch Orkest

Duitse componist Christian Jost  schrijft momenteel de opera Voyage vers l’Espoir waarin ik meerdere rollen ga vertolken. De première zal eind maart 2020 plaatsvinden in het Grand Théâtre de Genève”

In 2019 bestaat het Les Arts Florissants veertig jaar: de reden voor William Christie om een grootse internationale feesttournee te programmeren in december 2019. Op het programma staan werken van o.a. Lully en Rameau en, naast Beekman zullen meerdere solisten, onder wie Sandrine Piau, Christophe Dumaux er acte de présence geven.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman als Platée in Parijs © Vincent Pontet

Rameau’s  Platée in de regie van Carsen, één van Beekmans grootste rollen, wordt in december 2020 hernomen in drie verschillende landen. Helaas zit Nederland er niet bij. Zijn andere glansrol, de Nutrice (L’Incoronazione di Poppea van Monteverdi uit Salzburg 2018) is gelukkig voor dvd opgenomen en verschijnt bij Harmonia Mundi in september 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman als de Nutrice © Andreas Schaad

Verder vermeldt zijn agenda  veel losse projecten, waaronder een tournee met Israel Camerata in juni 2019 met de Cantata for Shabbath uit 1940 van de Israëlische componist Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “Daar kijk ik naar uit. Ik houd van dat land en iedere keer als ik er ben komt er iets van herkenning bij”. “Ik ben mijn verleden aan het uitzoeken. Het is niet voor niets dat ik mij zo thuis voel in Israël. Het Joodse, dat spreekt mij aan. Of er iets in het verleden zit?
Er was ooit een Beckman, met een “c”.. Maar of het er toe doet? Niet echt. Ik voel mij betrokken bij minderheden”.

“Ik heb mijn accenten verlegd en mijn prioriteiten veranderd, aangepast. Daar hoorde het verkopen van Blaeu Erf bij. Het geld interesseert mij niet, ik heb het huis verkocht om te kunnen leven, te kunnen genieten. Ik heb geen partner en of ik er een wil? Dat weet ik niet, maar ik ben wel gelukkig zo: mijn leven is op de juiste rail gekomen en het brengt mij wat ik het liefste wil: muziek, kunst, leven! Het duurde even voordat ik mijn draai vond, maar als karaktertenor kan ik de wereld veroveren!”

Voor de complete agenda van Marcel Beekman zie zijn  website.

Zie ook:
CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

LOOKING EAST
SALOME IN AMSTERDAM

Ik ben Nino Machaidze!

Nino MACHAIDZE-Nino-Wilson-Santinelli1-886x1030

© Wilson-Santinelli. Courtesy Zemsky/Green Artists Management

Vergelijken doen we graag. En dan niet met de eerste de beste: nee, we gaan meteen Olympus bestormen. Elk voetbaltalent heet de volgende Johan Cruijff en een beetje verdienstelijke sopraan is al snel de Maria Callas van de toekomst. Die vergelijking wordt haar gelukkig bespaard, maar ook de nog maar 35 jaar oude Nino Machaidze kan niet gewoon Nino zijn.

“Mensen zeggen altijd dat ik een nieuwe Anna Netrebko ben. Dat ben ik niet. Anna is een fantastische zangeres en ik bewonder haar en haar stem zeer, maar ik ben haar niet! Ik ben Nino Machaidze. En ik blijf het eindeloos herhalen: ik ben Nino Machaidze!”

Nino koud

Haar buitengewoon fraaie uiterlijk, met haar afgetrainde lijf en haar sensuele mond, heeft haar ook de bijnaam ‘Angelina Jolie van de opera’ bezorgd. Daar kan ze hartelijk om lachen. “Het is natuurlijk een groot compliment, want Angelina Jolie is een zeer aantrekkelijke vrouw. Dus: bedankt!”

Zij is er zich volledig van bewust dat haar uiterlijk een niet onbelangrijke rol speelt in haar carrière, want met een mooie stem alleen red je het tegenwoordig niet meer.

 

GEORGIË

Nino Machaidze, in 1983 in Tbilisi geboren, is een trotse Georgische. “Mijn moeder was een grote opera liefhebber. Ik herinner mij dat zelfs in de slechte tijden, wanneer er problemen waren met de elektriciteit of als er weer eens niet voldoende te eten was, wij altijd naar het theater gingen. En daar was het altijd vol!”

“Zo lang ik het mij kan herinneren ben ik aan het zingen. Ik denk dat ik acht jaar oud was toen ik aria’s begon te zingen. In tegenstelling tot wat er in het Westen gewoon is, is het in Georgië vanzelfsprekend dat de kinderen al heel erg vroeg beginnen met het volgen van zanglessen. Iets, waar ik het mee eens ben.”

“Ik was acht toen ik met mijn zanglessen begon in de muziekschool van Tbilisi. Op mijn zeventiende begon ik aan de opleiding aan het conservatorium. Mijn opleiding heb ik in Georgië gedaan en mijn techniek is Georgisch. Mijn debuut, op mijn zeventiende (Norina in Don Pasquale), was in Tbilisi. Zelfs nu, nu ik de hele wereld rond- en doorreis, is en blijft mijn hele zangverleden Georgisch. Dus: ja, je kan stellen dat alles in en voor mij gelinkt blijft aan Georgië.”

Zij was 21 toen zij bij La Scala werd aangenomen voor hun opleiding voor de jonge zangers. Na het winnen van het Leyla Gencer Vocal Competition in 2006 heeft zij er de hoofdrol in La fille du régiment aangeboden gekregen.

 

Hieronder Nino Machaidze en Antonio Gandia in La Fille du Regiment:

 

JULIETTE

Nino Juliette

Haar carrière schoot als een komeet omhoog toen zij halsoverkop de rol van Juliette in Romeo et Juliette van Gounod in Salzburg overnam van de zwangere Netrebko.

“Ik was in La Scala, toen het aanbod kwam. Ik zong Lauretta in Gianni Schicchi van Puccini en opeens was er veel “buzz”: zij wilden mij in Salzburg hebben. Het gekke is: daar wist ik zelf niets van, het besluit werd gewoon genomen. Ik werd er door overrompeld, want ik kende de rol niet en ik sprak geen Frans. Ik moest alles in één maand tijd leren en mijn allereerste stap was om een leraar Frans te zoeken”

Hieronder Machaidze als Juliette in Salzburg:

Nino Machaidze, nog maar een paar jaar geleden één van de meest belovende jonge sopranen is inmiddels tot een echte diva uitgegroeid. Juliette, een rol die haar van de ene op de andere dag tot ‘the talk of the town’ heeft gemaakt is haar paradepaardje geworden. Na haar onverwachte debuut in Salzburg heeft zij de rol ook in Amsterdam bij de ZaterdagMatinee gezongen als een last minute vervangster voor Patrizia Ciofi.

Na de voorstelling schreef ik: “Dat de afzeggingen allerminst een ramp hoeven te betekenen werd op 8 november 2008 bewezen bij de uitvoering van Romeo & Juliette van Gounod. Na de afzeggingen van eerst Patrizia Ciofi en dan Matthew Polenzano, is het de casting directeur gelukt om op korte termijn twee fantastische vervangers te engageren: Nino Machaidze, die de rol van Juliette al in Salzburg (als vervangster van Netrebko) heeft gezongen, en Sèbastien Guéze. Hun verliefdheid spatte de bühne af, en aangezien niet alleen de beide hoofdrolvertolkers maar ook de rest van de cast zeer jong (en zeer goed) was, was de realiteitsgehalte van het verhaal gewaarborgd. Stelletje opgewonden teenagers op een rij.”.

LUCIA

Nino Lucia

In 2009 zong Machaidze een weergaloze Lucia di Lammermoor in Brussel, een opvoering die tot mijn grote spijt nooit op dvd is uitgebracht. De regie van Guy Joosten was zeer innoverend en toch in de traditie verankerd. Hij creëerde een wereld waarin niemand houdt van niemand, en waarin Lucia niet alleen het slachtoffer, maar ook de aanstichtster is.

In zijn opvatting was zij een puberaal ‘gothic meisje’ die intens van gruwelverhalen kan genieten, en waar een steekje aan los is nog voordat  ze “echt” gek gaat worden. De waanzinscène zelf was adembenemend: begeleid door de iele klanken van glasharmonica wreef Lucia met haar vingers over een glas die op de feesttafel stond, zo de illusie wekkend dat het geluid van onder haar handen kwam. Nino Machaidze was een formidabele Lucia: een hysterische puber die met een sardonisch lachje op haar gezicht zowat de meest perfecte ‘Regnava nel silenzio’ heeft gezongen.

Hoe bereidt Machaidze zich voor op haar voorstellingen? Vooraf praat ze zo weinig mogelijk. Eigenlijk alleen met haar man (bariton Guido Loconsolo) of haar vader, die haar zo vaak mogelijk begeleidt op haar trips. “Mijn vader is werkelijk de beste vader in de hele wereld! Hij kan niet altijd bij ons zijn – hij woont nog steeds in Georgië – maar als we in Europa zijn, dan komt hij en blijft bij ons. Hij en mijn kleine jongen zijn de beste vrienden!”

Ook wat het eten betreft heeft de sopraan haar voorkeuren voordat ze de bühne op moet, zo vertrouwde ze onlangs aan het Duitse magazine Concerti toe. “Voor de voorstelling eet ik graag pasta. Het liefst met olijfolie en parmezaan. Het is goed voor mijn maag en het geeft mij veel energie. Soms neem ik nog wat extra Vitamine C. En ik zing nooit zonder een degelijke warm-up. Ik moet altijd minstens twee uur voor de voorstelling in het theater zijn, dan begin ik met vocaliseren, zo warm ik mijn stem het beste op. Ik probeer ook om twee, drie dagen vóór een voorstelling zo veel mogelijk rust te hebben en geen parallelle producties te maken. Het is te gevaarlijk om tussen de repetities en voorstellingen door heen en weer te reizen”.

Zenuwachtig is Machaidze nooit, zei ze in hetzelfde interview. “Het heeft geen zin om zenuwachtig te zijn. Het wordt pas gevaarlijk als je je zorgen gaat maken om alles wat er mis kan gaan. Maar ik denk dat dat ook met je persoonlijke aanleg te maken heeft. Je bent nu eenmaal zus of zo…”

Wat Machaidze soms wel parten speelt, is het eeuwige gereis dat onlosmakelijk met het leven als operazangeres verbonden is. Maar het zingen verschaft haar zo veel geluk dat ze met dat ongemak kan leven.

“Nu ik moeder ben, is mijn geluk alleen maar groter geworden. Mama zijn is het mooiste wat er bestaat! En het valt best mee om het moederschap en mijn carrière te combineren, althans, voor mij. Er bestaat niets mooiers dan eerst te mogen zingen en dan terug naar huis te gaan om met je kindje te knuffelen. Dat gevoel is onbeschrijfelijk.”

Nino sony

In 2011, op haar 27-ste signeerde zij een exclusief contract met Sony, wat – tot nu toe – in twee solo albums resulteerde: “Romantic Arias” met voornamelijk Donizetti en Bellini, opgenomen met het orkest en het koor van het Teatro Communale di Bologna, dat geleid werd door de jonge dirigent Michele Mariotti en “Arias et Scenes”, waarin zij al een voorzichtige stap richting Puccini en Verdi deed. Op de tweede cd, gedirigeerd door Daniele Gatti werd zij bijgestaan door de jonge Braziliaanse tenor Atalla Ayan (Rodolfo in de Amsterdamse La Bohème).

SOCIALE MEDIA

Nino rosina“Here is my gorgeous dress 💖 I feel pretty, super cool and I’m in love”

Machaidze is zeer actief op Facebook, waar ze veel foto’s van haarzelf en haar twee grote ‘amores’ – haar man en haar zoontje – deelt met haar fans. Dat alles gaat gepaard met veel hartjes en kushandjes.

Nino in Amsterdam

Ja, Nino Machaidze is zeer aimabel! En ze draagt Amsterdam een warm hart toe. “Het is een geweldige stad. Toen ik hier laatst was, heb ik mij fantastisch vermaakt. Het maakt mij dan ook oprecht gelukkig dat ik hier weer kan zijn en dat ik in deze schitterende opera in jullie mooie operahuis mag optreden. Het publiek hier is ook zo warm! Can’t wait!”

Discografie: Il Barbiere di Siviglia

barbiere_di_Siviglia_Gioacchino_Rossini

Ik kan mij natuurlijk vergissen maar ik kan het mij niet voorstellen dat er operaliefhebbers bestaan die nog geen opname van Il barbiere di Siviglia in de kast hebben liggen. Er zijn er ook zoveel verschenen, waarvan de allereerste al in 1929. Gek is dat niet: het gaat om één van de meest geliefde opera’s uit de geschiedenis

CD’S:

ROBERTO SERVILE

Barbiere Naxos

Mocht u toch nog Barbier-loos door het leven gaan, dan doet u er goed aan om de opname op Naxos (8660027-29) aan te schaffen. Niet dat deze de beste is, want op veel punten kun je je een beter alternatief voorstellen, om te beginnen met de dirigent (een beetje saaie, maar verder goede Humburg). Maar de zangers zijn werkelijk heel erg goed, met de haast ideale Almaviva van Ramon Vargas voorop, die me qua elegantie en zangcultuur een beetje aan Luigi Alva doet denken

Sonia Ganassi schittert met perfecte coloraturen en Roberto Servile is een geestige Figaro. Het straalt een echt Italiaanse sfeer uit en in zijn geheel is het voor mij de meest bevredigende opname van het werk. Op cd althans.


GINO BECHI

Barbiere de los Angeles Bechi

Een paar jaar geleden werd de oude (1952) EMI-opname met Victoria de los Angeles, Nicola Monti, Gino Becchi en Nicola Rossi-Lemeni op het budgetlabel Regis  (RRC 2069) heruitgebracht. Het geluid is zeer genietbaar en het is een must voor de liefhebbers van De los Angeles en Gino Bechi.

Dezelfde opname staat ook op Naxos. Hieronder de tweede acte:

PLÁCIDO DOMINGO

Barbiere Domingo

In 1992 kwam Deutsche Grammophon (4357632) met een wel heel bijzondere opname van het werk: de rol van Figaro werd namelijk door niemand minder dan Plácido Domingo gezongen. Hij doet het zeer overtuigend en bewijst dat hij niet alleen over een prachtige stem, maar ook over een komisch talent beschikt.

Jammer alleen van de rest van de cast: Frank Lopardo is een matige Almaviva en Kathleen Battle (kan iemand zich haar nog herinneren?) een ronduit afschuwelijke, mauwende Rosina. Jammer des te meer daar het sprankelende Chamber Orchestra of Europe onder Claudio Abbado werkelijk de sterren van de hemel speelt.


DVD’S:

SIMONE ALAIMO

Barbiere Dario Fo

De Amsterdamse productie van Dario Fo met Jennifer Larmore, Richard Croft en Simone Alaimo werd in 1992 voor Arthous (100412) opgenomen. Zelf ben ik er niet zo kapot van, er gebeurt teveel, er zijn teveel grappen en grollen, en dat hele gedoe leidt alleen van de muziek af. Maar er zijn mensen die het allemaal prachtig vinden, een kwestie van smaak, zal ik zeggen.

MANUEL LANZA

Barbiere Zurich Kassarova

Veel leuker vind ik de productie uit Zürich (Euroarts 2051248) met Vesselina Kasarova, Manuel Lanza en Reinaldo Macias, voornamelijk vanwege de regie van Grischa Asagaroff.

Dat hij ooit een assistent van Jean-Pierre Ponnelle is geweest, is meer dan evident. De decors zijn overdadig, en absoluut ‘to the point’. De handelingen onderstrepen het libretto en alles loopt parallel met de muziek. Het huis van Bartolo is opgebouwd uit waaiers, wat niet alleen de plaats van handeling verraadt (Sevilla), maar ook de vrouwelijke overheersing suggereert. Al gebeurt het met zachte hand.

Er wordt ook zeer goed gezongen: Manuel Lanza is een geestige Figaro, Kasarova een brilliante Rosina, Macias een lyrische Almaviva,  en de oude, niet zo lang geleden overleden Ghiaurov (Basilio) liet zien, dat de tijd geen grip op zijn stem heeft gehad.

Trailer van de productie:

HERMANN PREY

Barbiere Abbado Prey

Mijn allerliefste opname is een film uit 1972 van Jean-Pierre Ponnelle. Ik heb hem voor het eerst gezien in een bioscoop, op een zonnige zondagmiddag in 1988 en nog dagen erna was ik in opperbeste stemming. De film is (als film) lichtelijk gedateerd, maar het zingen en acteren niet en de decors zijn nog steeds een lust voor het oog.

Teresa Berganza is een prachtig koninklijke Rosina en Luigi Alva schittert als Almaviva. Maar de erepalm, voor mij althans, gaat naar Hermann Prey, die voor mij zowat een synoniem is geworden van Figaro. Ook het orkest uit La Scala, gedirigeerd door Claudio Abbado, is werkelijk fenomenaal (DG 0734039).

 

Barbiere Prey Wunderlich

De rol van Figaro was Hermann Prey werkelijk op het lijf geschreven. In 1959 zong hij hem in München en van de voorstelling op de eerste kerstdag werd een tv-opname gemaakt. Het was de allereerste live-opera-uitzending op de Duitse tv ooit en de spanning bij de zangers, maar ook bij het publiek is duidelijk voelbaar.

Lange tijd circuleerde het her en der op een video, waarvan de kwaliteit net zo obscuur was als de namen van de labels. De liefhebbers en verzamelaars namen het voor lief, het betrof namelijk één van de zeer weinige beeldopnamen van Fritz Wunderlich. Op 26 september 2005 zou de jong en tragisch gestorven tenor 75 jaar zijn geworden en naar aanleiding daarvan heeft Deutsche Grammophon (0734116) de opera op dvd uitgebracht.

De voorstelling zelf is legendarisch. Niet alleen waren alle zangers op elkaar ingespeeld (een teamgeest, tegenwoordig nog zelden te evenaren), maar ook hun individuele prestaties waren duizelingwekkend. Want waar vind je nog een coloratuurzangeres met de techniek van Erika Köth? Waar is er nog een Basilio met de autoriteit en (wie had dat nou gedacht?) het komische talent van Hans Hotter?

En waar ter wereld zijn er nog twee jonge zangers van nog geen 30 jaar, die zo een eenheid vormen (in het dagelijkse leven waren ze ook de beste vrienden) zoals Fritz Wunderlich en Hermann Prey?

Toegegeven: het orkest klinkt Duits en de dirigent is een beetje stijf. Maar de decors zijn heel erg leuk en de regie zeer bekwaam. Ook de opnamekwaliteit (het is zwart-wit) is prima. Het is geen kwestie meer van aanbeveling, deze dvd moet u kopen. En oh ja, er wordt in het Duits gezongen. So what?

David Parry dirigeert spannende en zeer muzikale Tosca

Tosca_NRO071

© Marco Borggreve

Na al die slechte berichten over de regie van de nieuwe Tosca door de Nederlandse Reisopera viel de productie mij alleszins mee. Goed: de eerste en (voornamelijk) de derde acte waren behoorlijk verwarrend, maar wie de opera goed kent kon er mee uit te voeten. We waren in een willekeurig politiestaat anno niet nader te bepalen beland, wat in contradictie was met de gezongen tekst (Napoleon? Slag om Marengo?), maar daar zijn we inmiddels aan gewend.

Veel meer moeite had ik met de logica – of gebrek er aan. Harry Fehr, de regisseur van dienst liet de opera met gesproken woorden beginnen: Scarpia geeft zijn assistenten de opdracht om beelden van bewakingscamera’s terug te draaien om eerder die dag gemaakte opnamebeelden te kunnen bekijken. Maar dan moeten ze toch weten waar Angelotti zich schuil houdt? Het staat duidelijk op hun camera’s vastgelegd: ‘nel pozzo del giardino’.

Als geen ander componist wist Puccini zijn opera’s in een paar akkoorden samen te vatten zodat je meteen in de juiste stemming werd gebracht. Ook bij Tosca, ja. Ik ga hier niet in details treden, maar de drie beginakkoorden van de opera:  Bes, As en E, die moeten een ‘duivel’ in de muziek verbeelden en die duivel, die heeft een naam. Scarpia. Dat is ook verder in de opera ‘Scarpia’s muziek’, daar heeft Puccini goed over nagedacht. Door de opera met gesproken tekst te laten beginnen en pas daarna de akkoorden te laten klinken haal je de angel uit het verhaal.

Tosca_NRO022

© Marco Borggreve

Wat ik ook jammer vond was de aankleding. Tosca is een diva die zich toch wel een spannendere jurken kan permitteren, laat staan de kleurloze en onflatteuze mantelpakje in de derde acte. Cavaradossi is iets meer dan een hippie in een korte broek: hij bezit immers een villa? En Scarpia, de belangrijkste man van de geheime politie, die zal nooit en te nimmer een uniform aan hebben gehad.

Tosca_NRO014

© Marco Borggreve

Maar wat de productie echter zeer de moeite maakte waren de zangers en, laten we wel zijn: daar gaat het in een opera voornamelijk om, om de zangers. Ik heb de uitvoering eerst op de radio gehoord en daar was ik best blij mee want zo kon ik de stemmen beoordelen zonder gestoord worden door beelden. En die stemmen, die waren echt, echt, echt TOP, allemaal! Gelukkig werd mijn eerste indruk ook live bevestigd: er werd werkelijk fantastisch goed gezongen.

Tosca_NRO009

Philip Rhodes (Scarpia) © Marco Borggreve

Allereerst was er een fenomenale Scarpia van de jonge Nieuw-Zeelandse bariton Phillip Rhodes. Goed: hij oogde (en klonk) een beetje jong voor die rol maar hij wist ontzettend goed zijn perverse emoties over te brengen. Hij zong dat hij van gewelddadige seks houdt en dat hoorde je terug in zijn stem. Zijn sonore bariton is groot en hij beschikt over een scala van kleuren en nuancen. Zijn buitengewoon aantrekkelijke en erotische stem deed mij in de verte een beetje aan Sherrill Milnes denken.

Tosca_NRO069

Noah Steward (Cavaradossi) © Marco Borggreve

De Amerikaan Noah Stewart was een uitstekende Cavaradossi. Niet alle noten waren helemaal zuiver en ik merkte dat hij af en toe kneep in de hoogte, maar zijn ‘E lucevan de stelle’ was precies dat, wat het moest zijn: een liefdesverklaring. Liefdesverklaring aan zijn minnares. En aan zijn leven, waar hij over enkele minuten afscheid van ging nemen. Zeer ontroerend.

Tosca_NRO058

Kari Postma (Tosca) © Marco Borggreve

De Noorse Kari Postma was een excellente Tosca. Ik kon het zonder meer waarderen dat zij de rol op een totaal andere manier benaderde dan haar grote voorgangsters, zij heeft er een eigen ‘Postma-Tosca’ van gemaakt.

Tosca_NRO004

© Marco Borggreve

Roman Ialcic wist mij zeer te imponeren als een indrukwekkend gezongen Angelotti (wat een stem!) en Oleksandr Pushniak was een voortreffelijke koster.

Michael J. Scott (Spoletta) viel mij een beetje tegen, zijn vertolking van de gemene spion en rechterhand van Scarpia vond ik een beetje kleurloos.

Schitterend daarentegen was de bijdrage van Bernaddeta Astari, hier geen herder maar een poetsvrouw (hoe verzin je dat?), die na de ontdekking van de moord (wie poetst kantoren om drie uur s ’ochtends? De logica, hè?) het lijk liet liggen.

Tosca_NRO041

© Marco Borggreve

Er waren goede bijdragen van Simon Wilding (Sciarrone) en Alexander de Jong (kerkermeester) en het kinderkoortje en het Consensus Vocalis klonken zeer goed.

Het Orkest van het Osten ontbrak het een beetje aan italianitá, maar David Parry wist de musici de essentie van de muziek van Puccini bij te brengen. Het was spannend, zinderend, erotisch en toch behoorlijk belcantesk.

Trailer van de productie:

Bezocht op 6 november 2018 in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam

Mijmeringen over Tosca