Karol Rathaus herontdekt

IDENTITEIT

RathausJune041byPiano-1

Karol Rathaus, circa 1952 (from Rathaus’ family archive)

Zijn fascinerende muziek in zijn geheel vond weinig weerklank. Hij voelde zich miskend, was eigenlijk nergens thuis en ook in het landschap van muzikale stijlen raakte hij tussen wal en schip. Nu zijn pianowerken van Rathaus voor het eerst op cd verschenen

Rathaus cd

Wat weten we van Karol Rathaus (1895–1954)? Hij werd geboren in 1895 in Ternopol, een stad dat nu in West Oekraïne ligt maar toen een onderdeel was van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Bij hem thuis werd er Pools gesproken, maar zijn opleiding volgde hij in het Duits, een taal die hij beter beheerste dan de ‘native speakers’. Hij studeerde in Wenen, emigreerde in 1926 naar Berlijn, in 1932 naar Frankrijk en daarvandaan naar de Verenigde Staten. Geen wonder dat zijn eerste biograaf zich openlijk afvroeg of Karol Rathaus, een Poolse, Oostenrijkse of Amerikaanse componist was. Hij baseerde zich niet alleen op zijn levensloop maar ook op de brieven die Rathaus schreef aan zijn vrienden, waarin hij vertelde dat hij het moeilijk vond zich aan zijn nieuwe landen aan te passen en vaak in een identiteitscrisis belandde. Zijn composities werden amper opgevoerd, iets waar hij zeer verbitterd over was.

Rathaus

In 1950 schreef Rathaus aan dirigent Jascha Horestein: “Mijn probleem is dat van de genegeerde, eigengereide componist. Mijn naam is bekend, maar niemand voert mijn werken uit. Ik heb geen ambassades, geen consulaten die achter me staan, geen propagandamachine en in het land waar ik heel gelukkig leef, word ik beschouwd als een buitenlander. “

Jascha Horenstein dirigeert Rathaus. Deel 1:

Vierde deel:

ENTARTETE MUSIK

Dat Rathaus zo in vergetelheid is geraakt is niet alleen de schuld van de Nazi’s. Michael Haas, de voormalige producent van de ‘Entartete Musik’-serie van Decca, één van de eersten die een cd met werken van Rathaus heeft opgenomen, met o.a. zijn ballet Der Letzte Pierrot, had hiervoor een duidelijke verklaring: “De jonge generatie componisten bleef na de oorlog met schuldgevoelens zitten. Het mocht nooit meer gebeuren, dus hebben zij daar een remedie voor gevonden. Er moest gewerkt worden aan het bouwen van objectieve muziek, gespeend van ieder sentiment en onderworpen aan strenge regels. Muziek moest universeel worden. Het serialisme werd geboren. In Darmstadt werd afgerekend met het verleden, dus ook met componisten uit de jaren dertig”.

Dance from Uriel Acosta  from 1930, played by Orquesta Filarmonica Cuidad de Mexico conducted by Jascha Horenstein (live, Mexico City, 28 March 1951). The orchestra on this recording included Sally van den Berg (oboe) and Louis Salomons (bassoon), who played in the Concertgebouw before the war:

LIFE CHANGING EXPERIENCE

Rathaus Wnukowski

Daniel Wnukowski, photo by Claudia Zadory

Het is door Michael Haas dat de jonge Canadese pianist Daniel Wnukowski in aanraking kwam met de muziek van ‘Entartete componisten’ (Haas spreekt liever van ‘Forbidden composers’). Hoe het allemaal begon?

Wnukowski: “Haas bracht mij in contact met een zeer bijzondere man, de componist Walter Arlen. Arlen was op zoek naar een pianist die voor hem zijn piano- vocale en kamermuziekwerken kon opnemen. Het eerste deel van zijn project nam hij op met de Oostenrijkse pianist Danny Driver, die wegens andere verplichtingen niet meer beschikbaar was. In oktober namen we de cd op en ik kan alleen maar zeggen dat de ontmoeting met die fascinerende man voor mij een ‘levens veranderende ervaring’ was.”

Wnukowski speelt ‘Der Letzte Pierrot’:

“Ik ben Joods. Mijn familie van zowel mijn moeders als vaderskant komt oorspronkelijk uit Lublin (Polen). Het is de ouders van mijn vader gelukt om in 1945 naar Canada te vluchten. Tot hun negentigste wilden ze nooit over hun oorlogservaringen spreken, zij wilden mijn vader een ‘normale’ Noord-Amerikaanse opvoeding geven. Mijn andere grootouders bleven na de oorlog in Polen waar ze hun Joodse identiteit krampachtig verzwegen. Het was een taboe. Tot 1968, toen als gevolg van een antisemitische campagne de meeste nog in Polen levende Joden gedwongen werden om het land te verlaten. Mijn moeder was toen 17. Mijn Joodse identiteit speelt een grote rol in mijn leven. Het is een drijvende kracht achter mijn loopbaan van een concertpianist en ik doe mijn best om de verhalen over de overlevenden van de Holocaust levend te houden. “

Voor zo ver ik weet is deze cd de allereerste opname van pianowerken van Rathaus. Al deze composities werden geschreven tussen 1924 en 1931. Behalve de Fünf Klavierstücke, de tweede pianosonate en drie Mazurka’s staan er ook – door de componist zelf voor de piano gearrangeerde – twee fragmenten uit het ballet Der Letzte Pierrot en drie stukken uit de filmmuziek uit Der Mörder Dimitri Karamasoff. Het zijn fascinerende werken met zeer geprononceerde ritmes. Harmonisch, maar wel met nodige dissonanten. Oneerbiedig gezegd: Bartók meets Szymanowski. Nee, Rathaus is noch Pools, noch Oostenrijks, noch Amerikaans. Zijn muziek is uniek, anders, gewoon… Rathaus.


Karol Rathaus
5 Klavierstücke. Piano Sonata No. 2. 3 Mazurkas. 3 Stücke aus dem ballet “Der letzte Pierrot.” 3 Excerpts from the Film Music for “The Murderer Dimitri Karamazov”
Daniel Wnukowski, piano
Toccata Classics TOCC 0451

in English:

Discovering Karol Rathaus

Unknown, I live with you

Tekst: Neil van de Linden

DSC08848

De voorstelling begint met aanhoudende elektronische geluiden. Buiten de theaterzaal wordt een video geprojecteerd, opgenomen op een podium, waarop drie vrouwen in onderjurk door een man in smokingkostuum worden gedwongen gewaden aan te trekken. Eerst van blauw en van zwart textiel, waardoor je zou kunnen denken dat dit al gaat over de kleuren van boerka’s in Afghanistan, waar, zoals we hebben gelezen, de teksten van de opera die komen gaat vandaan komen. De derde krijgt echter een roze jurk aan, en dan blijken de twee andere gewaden ook lange jurken te zijn, dus geen boerka’s maar eerder concertjurken. Daarmee wordt aangegeven dat het vanavond toch ook echt over ons Westen zal gaan. Afwisselend gewillig en dan weer onder protest laten de vrouwen zich door de man aankleden.

DSC08657_2

Dan zet één van de drie het eerste lied van Robert Schumanns Frauenliebe und Leben in. Na enige tijd vallen de andere twee ook in, elk met een ander lied uit Schumanns cyclus. Deze voorstelling gaat over de traditioneel ondergeschikte positie van vrouwen. Ik moest er even aan denken dat ook één van de indringendste muziekwerken die daarover gaan door een man is geschreven, en dat we daarbij niet aan het oeuvre van zijn echtgenote Clara denken.

DSC08884-2

Met de stem van de derde zangeres, Lucia Lucas, is iets aan de hand; wat, dat ga je later binnen ontdekken, als je niet zoals in dit festival met voorbesprekingen al van tevoren alert bent gemaakt door de regisseur. Hij, Krystian Lada (onder meer oud-dramaturg van de Muntopera en Ivo van Hove), legde ook uit hoe de componiste zichzelf in de productie ziet. Zij treedt op vanaf een laptop waarop de ze elektronische muziek van de voorstelling produceert. Zij ervaart dat als een mogelijkheid om een creatieve ruimte voor zichzelf te scheppen en bovendien redeneert ze dat schrijven voor symfonisch orkest heden ten dage nog steeds voor het merendeel aan mannen wordt toevertrouwd.

DSC08722

Dat hieruit geen zelfoverschatting spreekt zal even later binnen blijken. Na de videovertoning, gaat het publiek naar binnen. Dat is in dit geval in de grote zaal van de Rotterdamse schouwburg, waar de stoelen zijn weggehaald, waardoor een gigantische industrieel aandoende ruimte is ontstaan. Er is een strijkkwartet, een danser, en achter de laptop componiste Katarzyna Glowicka. In het midden staat een operatietafel. Op de grond staan emmers. En er staan drie zangeressen. De vrouwen gebruiken de emmers om water te sprenkelen, over zichzelf, met een spons over de vloer (de ondergeschikte rol van de vrouw?), en over de operatietafel.

DSC08917-2

Ze zingen teksten van dichteressen uit Afghanistan, uit delen van het land die onder het bewind van de Taliban staan of stonden. Of het klopt of op dichtkunst door vrouwen de doodstraf staat vraag ik mij af, maar de Taliban verboden onderwijs voor vrouwen en vrouwen mochten nauwelijks de straat op, dus artistieke expressie door vrouwen was zwaar verdacht, en al helemaal in het openbaar. Raehann Bryce-Davis zingt Mother, Sister, Daughter, Where Are You? En I Thought it was a dream but when I woke, I couldn’t walk. Een van de betekenissen van het water in het toneelbeeld komt uit River Promise – Unknown, I Live With You, gezongen door Sara Jo Benoot.

DSC08891-2

 Als de derde zangeres, Lucia Lucas, begint te zingen in Whenever, Something horen we een bariton, de zangeres is een transgender, beschikt over een fraaie bariton én een mezzo en wisselt telkens af. Dat we hieraan moeten wennen, confronteert ons, de toeschouwers, met een taboe in onze maatschappij. Ook hier bewijzen de makers dat ze het ook over ‘ons’ willen hebben. Ook al staan er in het Nederland van nu geen jihadisten klaar om ons hardhandig de les te lezen of erger.

DSC08588

De volgende tekst gezongen door Lucia Lucas, A World of Luck – If I Were Not a Woman, gaat over de vrijheid die in het Talibaanse Afghanistan niet is weggelegd voor vrouwen, maar slaat op dubbelzinnige manier ook op de vertolkster. De positie van vrouwen komt nog schriller naar voren in Sexual Assault – I Can Not Live Without You, Dignity, allemaal nog steeds teksten van Afghaanse vrouwen, gezongen door Lucia Lucas en onderbroken door de schreeuwstem van de danseres Gala Moody, in een scene die seksueel geweld uitbeeldt. De hartverscheurende gedichten, geprojecteerd op de achterwand, gaan over vrijheid, de ziel en de rivier als weg naar verlossing, waardoor de associatie met zelfmoord uit wanhoop als oplossing voor de hand ligt. Deze beeldspraak verklaart het steeds uitbundiger gebruik van water in de enscenering.

In plaats van het gevreesde einde volgt er echter een prachtig etherisch terzet, I feel. Of misschien verwijst het hemelse wel naar het hiernamaals. Het terzet culmineert in een gedragen gospelachtig lied, voor vol ensemble, dat een Wagneriaanse catharsis brengt. Het antwoord op de vraag of we ons nu al in het hiernamaals bevinden wordt aan het publiek overgelaten.

In deze inventieve vermenging van stijlen betoont Katarzyna Głowicka zich een uitermate een originele componist, met gevoel voor dramatiek en tegelijkertijd intellectuele beheersing. De componiste heeft bij Louis Andriessen gestudeerd. Dat is te horen in de geregeld explosieve climaxen. Maar de muziek is vaak ook prachtig lyrisch. Cultureel profilerend zouden we misschien zeggen dat dit een erfenis van de tradities uit haar eigen land.

In deze slotbeelden brengen ook de regisseur Lada en de decor- en kostuumontwerpster Natalia Kitamikado de soms wat opgelegd aandoende symboliek in de personenregie en het toneelbeeld harmonieus samen.

DSC08893

Deze voorstelling was onderdeel van de Operadagen Rotterdam, tegenwoordig een publiekssucces, zelfs op deze avond waarop mensen anders thuis naar het Eurovisiesongfestival zouden hebben kunnen kijken.

Componist Katarzyna Głowicka
Raehann Bryce-Davis, Sara Jo Benoot, Lucia Lucas (zang)
Tomasz Aleksander Plusa,  Aleksandra Kwiatkowska (viool), Clara Sawada (altviool), Natania Hoffman (cello), Katarzyna Głowicka (electronics)
Regie: Krystian Lada

Gezien op 18 mei 2019 in de Rotterdamse Schouwburg

Fotocredits: @operadagenrotterdam, @theairportsociety

Offenbachs Fantasio door Opera Zuid doet het niet onder de Eurovisie Song Festival

JM--20190514-7903

Dat er vrijwel niemand is die Fantasio van Offenbach kent is zo gek nog niet: het manuscript is verloren gegaan bij de brand in de Opera Comique in 1887. Het is nog niet zo lang geleden dat het werk werd gereconstrueerd. Het was de Franse musicoloog Jean-Christophe Keck die in 1999 bij een monumentale editie van alle werken van Offenbach ze in hun oorspronkelijke versie begon uit te geven en hij was het die Fantasio, in zijn allereerste Parijse versie uit 1872 tot leven wist te wekken.

JM--20190514-7734

Het is een heerlijke ‘opera comique’, een begrip wat niet anders inhoudt dan opera met gesproken dialogen. Dat Opera Zuid er een komische opera van heeft gemaakt… het zij zo. Maar Fantasio is allesbehalve theater van de lach, laat staan onderbroekenlol (en dat bedoel ik letterlijk). Het is liefdevolle lyriek die de partituur van Offenbach iets anders maakt dan zijn grootste krakers. Hier gaat het voornamelijk om de echte liefde, om de melancholie, om het verlangen en om het durven dromen.

JM--20190514-7444

O ja, er zitten meer dan genoeg komische (en voornamelijk satirische) elementen in de opera! Offenbach zou Offenbach niet zijn als hij de maatschappij en de sociale verhoudingen niet op de korrel zout zou nemen. Maar: iets wat van zichzelf al leuk is verliest zijn zeggingskracht als het extra opgeleukt gaat worden. Iets wat ook ooit in Amsterdam gebeurde met L’Etoile van Chabrier.

JM--20190514-7348

Benjamin Prins heeft hij er een potje van gemaakt. In zijn toelichting gooit hij het op ‘fantasie”, op de onwerkelijkheid, om een mix… op … nu ja mishmash.. prima. Maar zijn regie gaat tegen het libretto in. Sterker: het haalt de belangrijkste boodschap onderuit. In het libretto staat dat de student Henri (Fantasio) in een melancholische bui een ode aan de maan zingt. Hier krijgen we te horen dat hij ‘stoned’ is (ja, de dialogen zijn door de regisseur bewerkt). Weg de betovering want we moesten lachen.

JM--20190514-7356

Erger nog vond ik de choreografie. Nu ja, choreografie… De bewegingen van de dansers vond ik nergens op slaan. In de derde acte werd het prachtige liefdesduet van Elsbeth en Fantasio zowat om zeep gebracht door de achtergrond ‘dansers’.

Maar…. Maar is altijd nog goed nieuws! Na de eerste, ondanks de grappen en grollen nogal saaie anderhalve acte (de eerste plus de helft van de tweede), werd het na de pauze iets spannender. Er werd wat meer gezongen en wat minder gesproken (de dialogen werden door de regisseur ‘aangepast’. Kon hij ze ook niet een beetje halveren?). En, allerbelangrijkste: de uitvoering was op wereldniveau!

De twee geliefden, Fantasio en de prinsen Elsbeth konden niet beter! Niet alleen zongen ze hun rollen meer dan voortreffelijk, ook hun uiterlijk speelde uiteraard mee (zouden zij ook daarop zijn uitgekozen?). Anna Emelianova was een Elsbeth uit duizenden. Haar verdriet was niet gespeeld, die zit ingebakken in haar waanzinnig mooie sopraanstem.

Romie Estèves heeft alles mee voor een perfecte Fantasio (én Cherubino, én Rosenkavalier): haar stem, mooi, lyrisch, romig en … ja… heel erg jeugdig is niet meer dan perfect voor het zingen van de adolescenten. En wat haar acteren (dansen, bewegen en meer) betreft… petje af.

JM--20190514-7805

Roger Smeets was absoluut onweerstaanbaar als de prins van Mantua. Voor mij was hij eigenlijk de absolute top. Zijn adjudant Marinoni (Thomas Morris) was eigenlijk ook niet te versmaden.

JM--20190514-7572

Huub Claessens was een ontzettend goede koning, heel erg waardig in zijn optreden. Een verademing. De studenten, die om de zo veel tijd punkers, FBI-agenten en wat dan ook nog waren kregen ook zowat de beste stemmen. Ivan Thirion  (Sparck) was voor mij een echte ontdekking. Jeroen da Vaal zong een goede Facio en Rick Zwartman was een prima Hartmann.

En dan was er nog Francis van Broekhuizen als de page Flamel…Mensen: geef Francis nou eens een echt grote rol! Zij verdient het!

Al met al…. Vocaal top, visueel best bizar. Betrof het een ESF-uitzending dan hadden ze van mij 12 punten gehad. Zeker omdat er zo geweldig in werd gezongen

Trailer van de productie:

Bezocht op 19 mei 2019

Fotomateriaal ©Joost Milde

FANTASIO

De bedwelmende klank van Franz Schreker

Schreker


DE KLANK

Afbeeldingsresultaat voor gustav klimt THE SOUND

Sight & Sound Experience of Gustav Klimt – Atelier des lumières Paris

Op de drempel van de twintigste eeuw lieten veel kunstenaars zich in hun werk leiden door het verlangen – en het zoeken – naar een volmaakte wereld. Het had, onder anderen met de tijdgeest te maken en heeft veel schilders, schrijvers, dichters en componisten in hun werk beïnvloed. Maar bij niemand was dat zo prominent aanwezig als bij Franz Schreker (1878-1934). De zoektocht naar ‘de’ klank beheerste zijn hele leven, daar was hij door gefascineerd en geobsedeerd. Een klank die vanzelf afstierf, maar dan niet heus, want die moest nog na blijven klinken – al was het alleen maar in je gedachten. Het moest een pure klank zijn, maar dan één met orgastisch verlangen en vervlochten met visioenen. Narcotiserend. In zijn muziek hoor ik de zo door hem verlangde volmaakte klank echt en dat maakt mij intens gelukkig.

Voor Schreker kan je mij midden in de nacht wakker maken. De samensmelting van de onbeschaamde emoties met de onverholen erotiek en intense schoonheid maakt van mij een ‘Alice in wonderland’. Daar wil ik steeds meer en meer van. Noem mij maar een junkie. Zijn opera’s vind ik, naast die van Puccini en Korngold het mooiste wat er bestaat.

 

DIE GEZEICHNETEN

Schreket noten

Het idee kwam van Zemlinsky: hij wilde graag een opera componeren over – zijn obsessie -een lelijke man en het libretto bestelde hij bij Schreker. Eenmaal klaar met zijn werk viel het Schreker zwaar om afstand te doen van zijn tekst. Gelukkig zag Zemlinsky van de opera af en zo sloeg Schreker zelf aan het componeren.

Schreker _zemlinsky_schc3b6nberg_schreker1

Zemlinsky, Schoenberg and Schreker in Prague 1912

Net als Der Ferne Klang, wellicht zijn bekendste werk, gaat ook De Gezeichneten over de zoektocht naar onbereikbare idealen. Alviano, een mismaakte rijke edelman uit Genua droomt van schoonheid en volmaaktheid. Op een eiland laat hij ‘Elysium’ bouwen, een plek waar hij zijn idealen hoopt te verwezenlijken. Wat hij niet weet, is dat de edelen zijn eiland misbruiken: zij houden er zich bezig met orgieën, verkrachtingen en zelfs met moorden.

Schreker affiche

De titel van de opera is dubbelzinnig. Niet alleen zijn de hoofdpersonen ‘getekend’ (Alviano door zijn monsterlijke uiterlijk en Carlotta door een dodelijke ziekte), ook maakt Carlotta een tekening van Alviano, waarin zij zijn ziel probeert te vangen

schreker-1918

Alviano: foto uit de première in Frankfurt 1918

Deze prachtige opera, rijk aan duizenden kleuren en zwoele klanken (luister alleen maar naar de ouverture, kippenvel!) wordt de laatste tijd steeds vaker op de planken gebracht.

ENTARTETE MUSIK

Afbeeldingsresultaat voor forbidden music michael haas

Toen de nazi’s aan de macht kwamen werd Schreker bestempeld als ‘entartet’. Zijn werken werden verboden en nergens meer uitgevoerd. In 1933 werd hij van al zijn betrekkingen ontslagen en op non-actief gesteld. Schreker was gebroken. In december dat jaar kreeg hij een hartaanval dat hem fataal werd. Maar ook na de oorlog werd Schreker nog amper gespeeld. Hem wachtte hetzelfde lot als (o.a.) Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Waxman…. Een onnoemelijk aantal componistennamen. Ooit door de Nazi’s als ‘Entartet’ bestempeld en verboden, verguisd, verdreven, vermoord. Vergeten. En dat was niet alleen de schuld van de Nazi’s.

Na de oorlog wilde de jonge generatie componisten niet meer van emoties weten. Muziek moest gespeend zijn van ieder sentiment en aan strenge regels worden onderworpen. Muziek moest universeel worden: het serialisme werd geboren. Er werd afgerekend met het verleden, dus ook met componisten uit de jaren dertig.

Het is pas de laatste twintig jaar dat de ooit verboden componisten hun stem hebben teruggekregen. Daar heeft ZaterdagMatinee een grote rol in gespeeld en daar dank ik ze op mijn blote knieën voor.

DIE GEZEICHNETEN. Discografie

SCHREKER: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

SCHREKER: DER SCHATZGRÄBER. Amsterdam september 2012

DER FERNE KLANG

 

 

Mooie Butterfly van Opera Odessa in het Zuiderstrandtheater

Tekst: Peter Franken

SAG_4141 butterfly

In de schaduw van de reeks voorstellingen in Amsterdam maakt Opera Odessa een mini tournee met Madame Butterfly langs drie Nederlandse theaters. De reeks werd afgesloten met een geslaagde uitvoering in Scheveningen.

De Opera van Odessa is inmiddels geen onbekende meer in het circuit van rondreizende buitenlandse gezelschappen. De afgelopen seizoenen vielen er al geslaagde uitvoeringen te noteren van Turandot en Pique Dame. De getoonde ensceneringen houden het midden tussen kostuumdrama en eigentijds theater, zo ook deze Butterfly.

Regisseur Anatol Preissler en zijn belichter David Albert hadden zich duidelijk laten inspireren door de klassieke productie van Robert Wilson, zij het dat de belichting hier zo nu en dan een beetje zwaar werd aangezet. Dan weer baadde het toneel in paars licht om een ogenblik later groen of blauw te zijn. Het lichtontwerp was inventief maar trad als theatraal middel teveel op de voorgrond in mijn beleving.

SAG_4085 - butterfly

Op het toneel een eenvoudige balkenconstructie die effectief een huisje wist te suggereren. Door middel van goed uitgevoerde bewegingen met schuifwanden werd een geloofwaardig Japans onderkomen gecreëerd. Kostuums waren daarmee in overeenstemming met een speciale vermelding voor de boze oom Bonzo die bij opkomst een schrikeffect teweeg wist te brengen.

Het libretto werd keurig gevolgd. Toeschouwers die vroeg waren gearriveerd konden het van scène tot scène als het ware meelezen in het zeer uitgebreide programmablad. Een service die zeer welkom is voor diegenen die minder goed thuis zijn in het repertoire en daarom zeker navolging verdient.

Wat me ook al in Londen overkwam enige tijd geleden gebeurde nu weer. Een deel van het publiek had zich zozeer met het droeve lot van de arme Cio-Cio-San vereenzelvigd dat de zanger die Pinkerton vertolkte na afloop behalve applaus ook enig boegeroep in ontvangst mocht nemen. Aan zijn zang heeft het niet gelegen, Eduard Martyniuk had een prima avond. Hij heeft een mooie slanke stem die goed samenging met die van zijn tegenspeelster. Wel vond ik dat de regie hem wat minder langdurig naar het publiek had mogen laten zingen, gefixeerd met de benen enigszins gespreid, nog net niet in de houding.

Victor Mitiushkin was zeer geloofwaardig als de Amerikaanse consul die het naderend onheil al van verre ziet aankomen maar niet in staat is het tijdig af te wenden. Pinkertons uit jeugdig bravoure voortkomend bedrog straalt in negatieve zin af op zijn oudere landgenoot en met zijn vertolking wist deze Sharpless dat goed over het voetlicht te brengen.

SAG_4108 - butterfly

Pavlo Smyrnov slaagde er in zijn huwelijksmakelaar Goro de vereiste kruiperige gladheid mee te geven en Bogdan Panchenko was heel aardig als de rijke sukkel Yamadori. De overige bijrollen waren adequaat bezet, ook van Kate Pinkerton (Taisia Safranskaya).

Zeker in de tweede en derde akte gaat de aandacht vooral uit naar de vrouwen. Het lawaai en gekijf, de vervloeking en de loze beloften van Pinkerton, het is allemaal verstomd. De focus ligt geheel en al op het persoonlijke drama van Cio-Cio-San dat zijn onvermijdelijke einde zal krijgen in haar zelfmoord. De voorstelling bereikte na de pauze een hoog niveau doordat de titelhelding volledig opgewassen bleek tegen haar taak de dramatiek die dit werk tot zo’n ongekend fenomeen maakt, tot uitdrukking te brengen.

SAG_4211 butterfky

Ondersteund door een prachtige Suzuki, een fraaie rol van de uitstekend zingende Kateryna Lian, wist Hanna Litvinova een zeer aanraakbare Butterfly neer te zetten. Dus niet afstandelijk, gestileerd met geabstraheerde gevoelens, maar een levensechte jonge vrouw die zich vastklampt aan de illusie dat haar geliefde zal terugkeren. Het is het kleine vlot dat haar moet redden van de emotionele verdrinkingsdood. Litvinova klonk bij opkomst niet geheel zoals ik zou wensen maar zeer snel werd dat beter. In haar duet met Pinkerton was ze al goed op dreef maar zeker na de pauze was ze absoluut top. Een schitterende Butterfly.

De muzikale leiding was in handen van Igor Chernetski. Hij liet het overigens goed spelende orkest van de Opera Odessa aanvankelijk wat gejaagd klinken, bijna schichtig. Dat zit hem ook wel een beetje in de partituur natuurlijk, maar het had toch wel iets welluidender gekund. Dat werd snel beter en zeker tijdens het tussenspel dat de overgang van de tweede naar de derde akte markeert was duidelijk te horen hoeveel kwaliteit er in de orkestbak zat.

De tournees van dit gezelschap zijn kort doordat men vooral in België optreedt maar Opera Odessa is zeker de moeite waard om de komende seizoen goed in de gaten te houden.

Bezocht op 15 mei in het Zuiderstrandtheater.

Madama Butterfly: drie (cd) opnamen waar ik niet zonder kan

In gesprek met Marilyn Horne

Horne

Het is zo simpel: je draait een telefoonnummer. Er wordt opgenomen en een donkere, warme, lieve stem zegt: “hallo, met Marilyn”. En weg zijn de zenuwen. We praten veel langer dan het toegestane half uur. En er wordt veel gelachen.

Op 16 januari 2003 werd zij zeventig en tegelijkertijd vierde ze haar officiële debuut, vijftig jaar geleden. Om het te vieren kwam er een cd uit, die zij zelf heeft samengesteld. “Had je het al gehoord?” vraagt ze. “Want ik ben er best trots op. Er staan zowel studio als live opnamen op. Allemaal zelf gekozen”.

Horne cd 70

“Zeventig, mijn god, waar is de tijd gebleven? Mijn debuut in de opera maakte ik toen ik twintig jaar oud was, maar ik heb mijn hele leven gezongen. En in feite debuteerde ik toen ik twee jaar oud was, dus ik zing al bijna 70 jaar. Mijn vader was een semiprofessionele zanger, een tenor met een prachtige stem. Hij was mijn eerste leraar, mijn mentor. Ik begon met de zanglessen toen ik 5 jaar oud was, iets, wat ik overigens niemand zal aanbevelen. Te vroeg.”

Toen ze twintig was stierf haar vader. En zij vertrok naar Europa. Was er enig verband?

“Puur toeval. Mijn Europese plannen stonden al een tijd vast. Hij kreeg een acute vorm van leukemie, en in die tijd stierf je er snel aan. Zondag kreeg hij de diagnose en woensdag was hij al dood. Maar ja, ik was al onderweg naar Europa. Met een Nederlands schip overigens, dat ‘Maasdam’ heette”.

HorneNorma

Marylin Horne is als sopraan begonnen om daarna één van de grootste mezzo’s uit de geschiedenis te worden.
“Jonge meisjes hebben geen lage noten, en ik was een jong meisje. Toen ik ouder werd, werd me steeds vaker gevraagd of ik er zeker van ben, dat ik een sopraan ben, Nou, daar was ik dus zeker van. In de opera van Gelsenkirchen zong ik zware sopraanrollen, zoals Minnie in La Fanciulla del West. En Marie in Wozzeck, een rol die mij roem en geluk heeft gebracht. Ik zong het in de Covent Garden, en daarna in Los Angeles. Gelukkig bestaan er piratenopnamen van en zo kan ik er weer naar luisteren. Ik ben de ‘piraten’ dus bijzonder dankbaar want zelf nam ik mijn optredens nooit op. En het is live en als je een operazanger bent dan doe je de opera live, op de bühne.”

Marilyn Horne zingt Marie in Wozzeck in een piratenopname uit1966:

Haar repertoire is immens: van Gesualdo tot de modernen, opera, liederen, musicals.
“En film” voegt ze eraan toe. “In feite zong ik alles wat mogelijk was. Ik was een soort kameleon, was in staat de benodigde kleuren te veranderen. Nu ik terugkijk naar mijn carrière vraag ik me af: waarom was ik zo gehaast? Dat raad ik mijn studenten absoluut af.”

Meer goede adviezen?
“Werk aan je techniek, dat is het allerbelangrijkste”.

Had ze een voorbeeld? Een idool?
“In mijn kinderjaren Lily Pons. En dan voornamelijk in haar aria uit Lakmé. En in mijn puberteit Renata Tebaldi. Nog steeds trouwens.”

Heeft ze een verklaring voor de immense populariteit van de opera in de laatste jaren?
“Ja zeker! De boventitels!”

De boventitels?
“Absoluut! Luister, een paar dagen geleden was ik in de MET, naar La Bohéme. Zelf heb ik ooit zowel Mimi als Musetta gezongen en nu kon ik voor het eerst volgen wat de anderen te zeggen hadden”.

Marilyn Horne zingt Musetta in 1962:

Ze lacht en begin te hoesten. Ze is toch niet verkouden geworden?
“Een beetje wel. Maar ik let wel goed op mezelf. En zo meteen stap ik in de taxi en rijd naar het zwembad, want ik ben verslaafd aan aquarobics”.

Komt ze ooit nog naar Nederland?
“Zou ik best willen, want het is al zolang geleden! Ik weet niet eens meer wanneer het voor het laatst was! Maar ja, daar moet je eerst voor gevraagd worden, nietwaar?”

Marilyn Horne zingt ‘Somewhere’ uit Bernsteins West Side Story

De verbroederende hartstocht van de muziek

Tsjaikovski Dvorak Shani

Men neme een Israëli, een Fransman en een in Oostenrijk geboren Iraniër, men zet ze samen op een podium in Aix-en-Provence met de partituren van de Russische en Tsjechische meesters voor hun neus. Men neemt het live op en het resultaat is een zowat de beste cd van het jaar 2019. Nu al.

De op 5 april 2018 opgenomen pianotrio’s van Tsjaikovski en Dvorák zijn natuurlijk het ‘gefundenes fressen’ voor een liefhebber van kamermuziek. Want zeg maar zelf, alleen al de beginmaten van Tsjakovski’s op. 50, die krijg je je hoofd niet meer uit.

Tsjaikovsky Dorak Shani samen

Of de uitvoering beter is dan die van het Beaux Arts Trio of het drietal Perlman/Ashkenazy/Harrell (om er maar twee te noemen)? Nee, dat denk ik niet. Maar het is zonder meer spannender. Ik wil het woord verfrissend niet in mijn mond nemen, maar dat is het natuurlijk wel. Wat je hoort is een ongepolijste klank van een echte live uitvoering. Je hoort de hartstocht.

De drie protagonisten, Laham Shani (piano), Renaud Capuçon (viool) en Kian Soltani (cello) weten niet alleen de droevige verhalen achter de noten tot leven te wekken maar ze ook voelbaar te maken. Intens. Nee, die uitvoeringen laten je niet los.

Als we de aanhangers van BDS (Boycot, Desinvesteringen en Sancties) hun zin moesten geven dan was deze cd nooit opgenomen kunnen worden. De reden is simpel: Lahav Shani, in het dagelijkse leven chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en ook nog eens een begenadigd pianist is een Israëli. En daar willen de goedbedoelende pseudo wereldverbeteraars niets van weten. Gelukkig bestaat er nog steeds zoiets als muziek, waar alle mensen daadwerkelijk ‘broeders kunnen worden’ en waar samenspelen tot het grootste goed is verheven.


Tsjaikovski: Pianotrio in a, op. 50
Dvorák: Pianotrio nr. 3 in f, op. 65
Lahav Shani (piano), Renaud Capuçon (viool), Kian Soltani (cello)
Warner 0190295525415