Bastiaan Everink: wat ik ten diepste zoek in mezelf is oorlog en vrede.

Het interview is uit 2014

Bastiaan

“Schrijf het op”, zegt hij gedecideerd. “Pak je pen en schrijf. Wat ik je nu ga vertellen is voor mij heel erg belangrijk, het tekent mij, zo ben ik. Je kan zeggen dat het mijn credo is, mijn motto, mijn mantra… Wat ik ten diepste zoek in mezelf is oorlog en vrede. Gelukkig zijn betekent voor mij in oorlog zijn met je passies”

Oorlog, gevecht, passies …. Grote woorden. Heeft het met je verleden te maken?  Je was beroepsmilitair bij Korps Marinier en tijdens de eerste Golfoorlog werd je uitgezonden naar Irak. Komt daar je ‘oorlog/vrede’ tegenstelling vandaan?

“O nee…. Moeten wij het daar nu ook over hebben? Iedereen vraagt er naar en dat terwijl ik maar vijf jaar soldaat ben geweest en inmiddels al vijftien jaar op de bühne sta?”

Ja, zeg ik. Mensen vinden het spannend. Je levensloop maakt je bijzonder aantrekkelijk niet alleen voor de operahuizen, maar ook – en misschien juist voornamelijk – voor het publiek. Bovendien: je kan oorlogsheld van alles worden maar er lopen niet zo veel Nabucco’s rond die daadwerkelijk in Babylonië zijn geweest!

Bastiaan Nabucco

als Navbucco in Berlijn © Bastiaan Everink

Zuchtend, maar dan wel met een glimlach:  “Met mijn verleden? Nee, dat denk ik niet. Vechten moet in je zitten en ik denk dat ik een geboren vechter ben. Zeker voor mijn idealen. Ik ben ook een doorzetter. Of je het allemaal in het leger leert dat betwijfel ik, je bent het of je bent het niet. Ik wist wat ik deed toen ik mij aanmeldde en ik wist wat mij te doen stond, daar heb ik nooit aan getwijfeld. Ik deed gewoon mijn plicht, dat wat van mij verlangd en verwacht werd. En soms moet je je eigen moraliteit uitschakelen, anders kan je beter er meteen mee ophouden.”

Op mijn vraag of dat allemaal ook een rol speelt in zijn beroeps- maar ook in zijn gewone, dagelijkse leven, antwoordt hij heel serieus: ”O ja, juist in mijn leven. Van toen en van nu. Ik zoek altijd de grenzen op, grenzen zijn er niet alleen voor om ze te benaderen, maar ook om ze te overschrijden. Het klinkt misschien raar, maar het is niet alleen uitdagend, maar ook enigszins lekker. Het is fijn om de grenzen op te zoeken, maar het is nog fijner om er overheen te gaan. Eigenlijk is het veel meer dan een uitdaging…… Hoe kan ik het uitleggen? Noem het harmonie en disharmonie. Een soort overgang van donker naar licht. Of net andersom. Denk aan de film The Deer Hunter, alleen al de beginscène ….”

Bastiaan Avro Tros

“Ik was zeventien en net van school toen ik het leger inging. Pas toen ik terug thuiskwam ging ik mij afvragen, wat nu, hoe verder. De stem, die is er altijd geweest. Ik zong veel, voornamelijk popliedjes. En ik deed Freddie Mercury na. Maar klassiek?”

“Thuis hadden wij van alles. Veel Presley, maar er waren ook een paar platen met klassieke muziek. Mijn geliefde opname was Mozart met Murray Perahia. Ik was er behoorlijk verknocht aan, die plaat haalde ik altijd uit de kast als ik rust nodig had. Maar er was meer want ik werd er telkens diep door geraakt.”

“Ooit waren wij met het hele gezin op vakantie aan het Gardameer en mijn moeder wilde heel erg graag naar de arena in Verona. Nou … ons, de kinderen niet gezien, daar hadden wij absoluut geen zin in, wij wilden terug naar het meer. Zwemmen. Hoe oud was ik toen? Twaalf? Elf? Mij allereerste opera die ik zag was Tosca, door de Reisopera. Maar dat was veel en veel later.

Bastiaan soldaat

© Bastiaan Everink

Serieus: “Je hoort je plicht te doen. Als je een brandweerman bent kun je niet opeens zeggen dat je er geen zin in hebt. Dat is met een operazanger niet anders. Ik wil gewoon heel goed zijn dus ik doe er iets aan. Een goede schaatser schaatst tien kilometer dankzij zijn techniek. Die moet goed zijn anders lukt het hem niet, en dat geldt mij ook. In al mijn rollen. Als je grote rollen wilt zingen – en dat wil ik! – dan moet je er echt voor gaan. En, allerbelangrijkste, je moet er ook in geloven, je moet in jezelf geloven. Alleen dan kan je de druk wel aan.”

“Emoties, alle emoties, maar zeker de grootste emoties: liefde, dood, verraad en trouw liggen dicht bij elkaar, zijn met elkaar verbonden. Daarin verschilt opera echt niet van het echte leven. Natuurlijk worden ze uitvergroot, maar het zijn dezelfde emoties.”

https://www.operamagazine.nl/wp-content/uploads/2016/12/Parsifal-De-Nationale-Opera-2016-foto-Ruth-Walz-4.jpg

Bastiaan Everink als Klingsor, met Petra Lang als Kundry. (© Ruth Walz / De Nationale Opera)

Nadat hij de opera had ontdekt (het begon met Parsifal van Wagner die hij op de LP’s bij een vriend had gehoord) begon Everink in 1993 met de opleiding klassieke zang aan het conservatorium van Enschede. Over zijn conservatoriumtijd wil hij niet veel kwijt.

“Het is voorbije tijd. Maar ook daar moest ik vechten, onder andere tegen het imago als de slechtste student en toch is het allemaal goed gekomen. Vanaf het begin wist ik wat ik wilde: grote dramatische rollen (hier komt het grenzen opzoeken weer). Daar is mijn stem geschikt voor, daar ben ik altijd van overtuigd geweest. En ik wil mij niet kleiner maken dan ik ben.”

“Extra hard werken hoort bij mij, harde training, uithoudingsvermogen, daarin verschilt het opera vak amper van die van de marinier. Je gaat tot het uiterste, je wordt gedreven, je moet, je kan ook niet anders. Het is je mentaliteit. En de discipline. De wil. De overlevingsdrang. Alles samen. Veel heb ik te danken aan James McCray, bij wie ik in 1997 terechtkwam. Hij heeft mijn echte stem ontdekt en gestimuleerd. Ik had het bij het rechte eind en dat bevestigde hij.”

Als Klingsor in Berlijn:

“Ik houd zielsveel van Wagner, maar het meeste houd ik van Verdi. Denk ik. Voor mij is Otello de beste opera ooit gemaakt, nergens anders vallen tekst en muziek zo volledig samen. Ook de harmonie en disharmonie zijn hier met elkaar innig verstrengeld, geniaal gewoon. Je moet even naar de opname onder Carlos Kleiber luisteren, hoe hij de contrasten uitwerkt, ze uitvergroot, je bewust van ze maakt. En de overgang van licht naar donker…… Geniaal. Geen wonder dat Jago mijn ultieme droomrol is. Maar geef mij ook Macbeth. En Scarpia! En ik wil nog zo graag Barnaba in La Gioconda zingen. Meestal word ik gevraagd voor Wagner-rollen, fantastisch, maar toch denk ik dat mijn stem meer ‘Verdiaans’ van klank is.”

Bastiaan Everink in Nabucco at the Schlossfestspiele Schwerin 2014

“Operazanger is het beste en het mooiste beroep ter wereld omdat wij met zulke prachtige muziek en teksten te maken hebben. Maar de levenskunst is de hoogste kunst die er bestaat. Moraal, gerechtigheid, dat zit in je. Dat is altijd heel belangrijk voor mij geweest. Eerlijk zijn tegenover de mensen om je heen. Eerlijk tegenover jezelf. Dezelfde gevoelens heb ik nu met de opera: ik wil eerlijk zijn tegenover de componist en de librettist, ik wil hun boodschap zo eerlijk mogelijk overbrengen.”

Lucia di Lammermoor, Lucia – Diana Damrau, Enrico – Bastiaan Everink, Deutsche Oper Berlin:

NTR Podium heeft in 2013 een documentaire over Everink gemaakt:

https://www.npostart.nl/ntr-podium/15-09-2013/NPS_1231587

Libertà! Een herontdekte opera van Mozart?

Liberta Mozart

Nee, nee, schrik niet, Mozart heeft nooit een opera gecomponeerd die Libertà! heet. Er zijn ook geen onbekende stukken van zijn hand in de kelders in Salzburg gevonden. Wat we hier krijgen is niet meer (maar ook niet minder) dan een medley van Mozarts onvoltooide werken, die allemaal gecomponeerd werden tussen 1782 tot 1786. In die tijd maakte Mozart zich los van de aartsbisschoppelijke censuur: hij ging naar Wenen! Je kunt zeggen dat die stukken een soort pentekeningen waren op zijn weg naar genialiteit.

Het is trouwens niet alleen Mozart wat we hier te horen krijgen, want het geheel is gelardeerd met stukken van Paisiello, Salieri en Soler. En het gekke is: zo bij elkaar gerangschikt maken ze een hecht geheel. Een geheel dat de titel volkomen dekt, want ja, de (artistieke) vrijheid, daar gaat het hier voornamelijk om. Best belangrijk nu we met de nieuwe preutsheid en verregaande beperkingen te maken krijgen.

De zangers zijn allemaal om door een ringetje te halen en wat de dirigent betreft: ooit een zanger, altijd een zanger. Raphaël Pichon, de oprichter van het ensemble Pygmalion ademt met zijn solisten mee waardoor ze niet alleen gesteund maar ook voortgestuwd worden. Schitterend.


Wolfgang Amadeus Mozart
Libertà!
Mozart et l’Opera
Drama gioccoso imaginaire en trois scènes
Sabine Devieilhe, Siobhan Stagg (sopraan); Serena Malfi (mezzosopraan), Linard Vrielink (tenor), John Chest (bariton), Nehuel di Pierro (bas)
Pygmalion olv Raphaël Pichon
Harmonia Mundi HMM 902638.39

Fritz Wunderlich zoals we hem nog niet kenden

Wunderlich 20 eeuw

Fritz Wunderlich, tenor. Geboren in september 1930. Gestorven in september 1966, zesendertig jaar oud. Wat is er gebeurd? Daar komen we nooit achter. Hij was, samen met zijn beste vriend, de bariton Hermann Prey aan het jagen. Ze hebben gedronken. Officieel struikelde hij over zijn veters en viel van de trap af. Kan, al zijn de geruchten en de roddels rond zijn dood niet mals. Maar: doet het er eigenlijk toe? Eén van de beste tenors ter wereld was, zo maar, op zijn zesendertigste dood.

Fritz Wunderlich en Hermann Prey zingen het duet uit de Parelvissers van Bizet. In het Duits:

Wij, de ‘nabestaanden’, wij mogen ons gelukkig prijzen, want hij heeft behoorlijk wat opnames voor ons nagelaten. Heel veel liederen (zijn Dichterliebe is om te huilen zo mooi!), maar ook opera’s. Veel opera’s. Meer dan je zou kunnen vermoeden.

Het eerste wat je opvalt als je naar Wunderlich luistert, is zijn grote natuurlijkheid en totale gebrek aan gekunsteldheid. Zijn dictie is helder maar nergens nadrukkelijk – een euvel waar de meeste liedzangers van zijn generatie zich schuldig aan maakten. Hij weet een perfecte balans tussen woord en muziek te vinden en iedere vorm van maniërisme is hem vreemd. In menig opzicht blijft hij de ideale vertolker van  ….van alles eigenlijk. Schubert, Schumann, Mahler …..Maar ook Rossini, Tsjaikovski en Puccini.

Fritz Wunderlich zingt de aria van Lensky uit  Evegeny Onegin. De opname is uit 1962

En dan opeens, zo maar out of the blue worden we verrast met een box met drie cd’s gevuld met de niet eerder uitgebrachte opnames. Althans niet officieel. Daar gaat een beetje verzamelaarshart sneller van kloppen. En alsof het niet genoeg is: op de cd’s hoor je fragmenten van zelden uitgevoerde muziekstukken, allemaal gecomponeerd in de twintigste eeuw. Ik zelf waande mij in een echte snoepwinkel want van veel van de componisten heb ik niet eens gehoord.

Hieronder zingt Wunderlich de Palmström-Sonate van Günter Raphael:

Nee, het is niet zo dat het om de vergeten meesterwerken gaat. Denk ik, want hoe kun je beoordelen nadat je maar één aria hebt gehoord? De eerste cd, met Raphael, Neumayer, Bausznern en Helm is eigenlijk niet meer dan een rariteitenkabinet, maar de Pfitzner- (en Reutter) fragmenten op de tweede cd doen mij rechtop zitten en mijn oren spitzen. Geniaal

Hieronder zingt Wunderlich ‘Der Abend’ uit de Triptychon van Hermann Reutter:

Bij de derde cd aangekomen vraag ik mij af hoe het komt dat wij de opnamen niet eerder hebben mogen horen. Zou de levensloop van sommige componisten hier iets met de vergetelheid te maken kunnen hebben? Pfitzner was een nazi. En dat waren Egk en Orff, twee van vier componisten op de derde cd ook. Daar wil ik eigenlijk niet te lang over nadenken want de fragmenten uit Bergs Wozzeck, opgenomen in 1956 in Württenburg maken mij meer dan gelukkig. Zeker ook vanwege één van de grootste Wozzecks in de geschiedenis, de nu vrijwel geheel vergeten bariton Toni Blankenheim.

FRITZ WUNDERLICH
Musik des 20.Jahrhunderts
Werken van Günter Raphael, Fritz Neumeyer, Dietrich von Bausznern, Everett Helm, Heinrich Fleischner, Hans Pfitzner, Hermann Reutter, Igor Stravinsky, Carl Orff, Werner Egk, Alban Berg
SWR Classic SWR19075CD (3cd’s)

.

Elements of freestyle: wonderschoon wervelend hiphop, breakdance, skating, skateboard en baljongleer show voor viool, cello, elektronica en dansers.

Tekst: Neil van der Linden

Elements-of-Freestyle-11-c-Alex-Brenner-1200x800

© Alex Brenner

Breakdance, in-line skating (rolschaatsen), skateboarding, freestyle basketball (jongleren met tot wel vijf basketball ballen), BMX (‘Bike MotoCross’, jongleren op een terreinfiets) en freerunning (‘apenrotsen’ heette dat vroeger bij gym, aan de ‘rekken’ en op de ‘bok’), allemaal erkende specialismen in de jongeren- ‘urban’ ‘street’ cultuur. Urban en street zijn letterlijk goed in het Nederlands te vertalen, maar, net als ooit bijvoorbeeld met ‘pop art’ of ‘rock’ geeft het soms slang-Engels beter weer wat wordt bedoeld. Deze stijlen zijn in het algemeen afkomstig uit de VS, met name uit grote steden met deels Afro-Amerikaanse gemeenschappen. Intussen zijn ze wereldwijd verbreid, van Tokyo tot en met Gaza, en van Ghana tot Amsterdam; ja, Nederland excelleert er ook in.

elemenst (c) Studio Breed, no usage without credit, ISH - Elements of Freestyle - 4

© Alex Brenner

Al jaren verzamelt regisseur/choreograaf Marco Gerris, zelf van oorsprong een virtuoze rolschaatser, enkele van de besten in Nederland om zich heen, en bouwt met hen theatervoorstellingen die niet alleen spectaculair zijn wat betreft acrobatisch vertoon maar ook heel goed in elkaar zitten als theatervoorstellingen. Vandaar dat ISH telkens ook weer in grote reguliere theaters te zien is. Daar was Marco Gerris geen vreemde. Al lang geleden begaf hij zich in andere disciplines, zoals in een prachtige dansvoorstelling van Krisztina de Châtel en in zijn eigen productie van Monteverdi’s L’Incoronazione di Poppeia in samenwerking met muziektheatergroep Vocaal Lab van Romain Bischoff.

Maar associaties met deze ‘serieuze’ vormen van theater heeft ISH niet eens nodig, ook geheel nieuw uit de grond gestampte voorstellingen staan als een – theatraal – huis. En deze voorstelling stond bijvoorbeeld een paar wekenlang in de reusachtige Pleasance zaal in het theaterfestival van Edinburgh, wat ook in het VK leidde tot laaiende recensies.

Afgelopen winter waren er twee films die tegelijkertijd in de Amsterdamse Filmhallen draaiden, en die ik drie keer in combinatie met elkaar heb gezien. Spiderman into the Spiderverse, een cartoonversie in de ‘Spiderman serie’, en meteen de beste die ik ken. Vol personages die acrobatisch en met gebruikmaking van alle animatietrucs door de ruimte zweven en zich zoals animatie toelaat maar ook realistisch op het laatste moment aan van alles vastklampen. Dat doen de dansers van Ish live voor je ogen. En de film Climax van Gaspar Noé, een navrante, uitermate pessimistische kijk op de samenleving gezien vanuit een collectief jonge virtuoze hiphopdansers, waarin tijdens een feest alles uit de hand loopt, met doden tot gevolg. Ish combineert het idee van het collectief en de virtuositeit, maar tovert gelukkig een wereldbeeld voor waarin samenwerking essentieel en productief is.

elements (c) Alex Brenner, no usage without credit, ISH - Elements of Freestyle (_DSC9222)

© Alex Brenner

Gerris heeft in Elements of Freestyle de grenzen van het mogelijke in verschillende disciplines opgezocht. De voorstelling duurt net een uur, maar je vergeet de tijd en waar je bent als je al die lichamen door de lucht of over balken of langs torenhoge stellages ziet zwieren, waarbij het ook de bedoeling lijkt dat je je afvraagt of al die acrobatische trucs (‘tricks’ in het eigen jargon) wel gaan lukken, of in elk geval is dat de bedoeling.

elements Neil

© Neil van der Linden

Nou ja, die schaatsers en skateboarders komen ook echt tot vijf, zes meter in de lucht terecht als ze een ‘halfpipe’ doen, en er is geen andere weg terug dan terugvallen, en als dat niet gecontroleerd gebeurt zou het fout kunnen gaan. Uit het jargon van de ‘extreme sports’: ‘Een halfpipe of halfpijp is (vooral in het skateboarden, skaten, snowboarden en skiën) letterlijk een halve pijp waarin oefeningen gedaan kunnen worden. In een hoge halfpipe is het mogelijk heel hoog te springen’ (bron: Wikipedia). En die Motocross-fietser, die qua uiterlijk eigenlijk zo uit Amsterdam-Zuid zou kunnen komen (de deelnemers zijn qua afkomst zeer divers), die zijn fiets achterstevoren, ondersteboven en ongeveer binnenstebuiten gebruikt zou eigenlijk heel hard kunnen vallen, als hij de kunst niet heel erg goed onder de knie zou hebben gehad.

elemen(c) Alex Brenner, no usage without credit, ISH - Elements of Freestyle (_DSC9072)

© Alex Brenner

Maar anders dan bij Cirque du Soleil vergeet je ook heel vaak dat het om ijselijke toeren gaat, zo gaan alle elementen in elkaar op. Daar draagt ook de muziek van de voorstelling aan bij. Een celliste, die naast lyrische noten ook metalmuziek-klanken uit haar instrument tovert, een violist, tevens mede-componist van de hele score, die naast ook lyrische klanken af en toe het wah-wah pedaal openzet waardoor er een geluid ontstaat dat herinnert aan de meester van het wah-wah pedaal Jimi Hendrix, en een reeks computer-gegenereerde klanken die soms sereen zijn, en vaak ook uit opzwepende, snoeiharde beats, of gewoon vrolijk opborrelende blurp-geluiden.

Elements

© Alex Brenner

Zoals ISH in de toelichting schrijft, worden vaak aparte skatewedstrijden gehouden in die halfpipe, waarbij wordt gekeken naar de hoogte van de sprong, de moeilijkheid van de trick en hoe de wedstrijddeelnemer landt. Gezonde rivaliteit en collegialiteit zijn ook een onderdeel van het verhaal van deze voorstelling, die in combinatie met wat we in de muziek horen ook leiden tot momenten van rust en verbroedering.

En soms gaat het heel even ook over de eenzaamheid van de virtuoos, die ondanks alle aanmoedingen vanuit te de groep daar ergens boven in zo’n stellage een paar seconden in zijn eentje de zwaartekracht zal moeten tarten. En dan is er even de celliste die een gevoelige melodielijn speelt. Dit alles levert ook ontroerende momenten op temidden van de voor het overige als een waterval voortrazende stroom tricks.

Elements of freestyle door theatercollectief ISH.

Regie: Marco Gerris | Cast: Luis Alkmim (freerunning), Michael van Beek (freestyle basketball), Sven Boekhorst (inline skate), Jelle Briggeman (inline skate), Annie Tangberg (cello), Denden Karadeniz (breakdance), Thomas Krikken (breakdance), Bart van der Linden (freerunning
), Dez Maarsen (BMX Flatland), Ben Mathot (viool), Arnold Put (breakdance), Pim Wouters (skateboard)| Compositie: Rik Ronner, Jörg Brinkmann en Ben Mathot |

Gezien in Theater De Vest Alkmaar 11 september 2019

Volgende voorstellingen

18.09.19 | Zuiderstrand Theater | Den Haag

19.09.19 | Stadsschouwburg Utrecht

En voor wie in België woont:

27.09.19 | De Spil | Roeselare

Francesca da Rimini: Italiaanse liefdesdrama, maar dan op zijn Russisch

Paton, Joseph Noel, 1821-1901; Dante Meditating the Episode of Francesca da Rimini and Paolo Malatesta

Paton, Joseph Noel; Dante Meditating the Episode of Francesca da Rimini and Paolo Malatesta; Bury Art Museum; http://www.artuk.org/artworks/dante-meditating-the-episode-of-francesca-da-rimini-and-paolo-malatesta-164312

Francesca da Polenta (1255 –1285), beter bekend als Francesca da Rimini was een tijdgenote van Dante Alighieri, die haar een plaats in zijn La Divina Commedia heeft ‘gegund’, maar dan in de vijfde cirkel. Droevig, want dat verdiende ze niet en, als God bestaat dan had hij haar al lang gratie verlengd.

Het verhaal in het kort: om de vrede tussen de huizen da Polenta en Malatesta te bezegelen moet Francesca met de oudste van de Malatesta broers, Lanciotto trouwen. Hij is echter zo afzichtelijk dat de kans dat ze ‘nee’ zegt buitengewoon groot is. Om haar om de tuin te leiden wordt zij aan zijn jongere broer, Paolo il Bello voorgesteld. Francesca valt als een blok voor de mooie Paolo en ook hij vat de allesomvattende liefde.

De werkelijkheid is gruwelijk: Francesca wordt wakker als de vrouw van Lanciotto. Zij doet haar best om in haar lot te berusten, want wat voor keuze heeft zij?  Lanciotto echter is dermate jaloers dat hij een list verzint: hij gaat een oorlog uitvechten en weet niet wanneer hij terugkomt. Niks geen oorlog: hij post zich achter een gesloten deur en wacht. Lang duurt het niet: Paolo leest Francesca voor uit de legende over koning Arthur en de liefde die zijn vrouw Guinevere en Lancelot voor elkaar hebben opgevat. De scène eindigt met een alleszeggende zin van Francesca: ‘en toen lazen we niet meer’. Dat is waar Lanaciotto op wachtte: hij stormt naar binnen en steekt beiden dood.

Romantiek ten top, geen wonder dat het een inspiratiebron voor een menig schilder, schrijver en een toondichter was. Het bekendste is, denk ik de opera van Zandonai. Niet dat het zo vaak wordt opgevoerd, maar daar hebben de klassieke muziekliefhebbers tenminste van gehoord. Hoop ik.

Maar ook het symfonische gedicht van Tsjaikovsky is niet algeheel onbekend, het wordt het en der opgevoerd. Persoonlijk vind ik het niet zijn sterkste werk. Waarom? Omdat er in de compositie weinig plaats is voor lyriek. Wat je (ik althans) erin hoort zijn voornamelijk woede-uitbarstingen. O ja, dat hoort er in, zeker, maar ik mis de liefde. De allesomvattende n verzengende liefde. En ik vraag mij af waarom hij er geen opera van heeft gemaakt?

De vraag wordt versterkt doordat een andere Russische componist, Sergei Rachmaninoff  het wel deed en dat nota bene op het libretto van Tsjaikovsky’s eigen broer, Modest. En het gekke is: Rachmaninoff associeer je niet gauw met de opera. Toch heeft hij er drie (plus drie onafgemaakte) gecomponeerd. De première van Francesca vond plaats in 1906 in het Bolshoi Theater in Moskou met op de bok de componist zelf.

 

Francesca poster

Het was een onvoorstelbaar goede zet van de ZaterdagMatinee om beide werken samen op het programma te zetten. Twee hartstochtelijke Russen die hun blik lieten vallen op één van de meest hartstochtelijke verhalen. Mooi bedacht. Maar heftig was het wel: veel forte en fortissimo, wat met de temperatuur in de zaal niet bevorderlijk was voor de concentratie.

https://i.ytimg.com/vi/bOUslVF-B14/maxresdefault.jpg

© Mrco Borggreve

Toch hoort u mij niet klagen. Het was de eerste keer dat ik de jonge dirigent Stanislav Kochanovsky live hoorde en de kennismaking beviel mij zeer. Ik werd buitengewoon gefascineerd door zijn manier van dirigeren. Met sierlijke gebaren leidde hij het orkest door alle valkuilen (en dat zijn er een paar!) in de partituur van Tsjaikovsky heen. En het middendeel, het liefdesduet, dat was zo mooi dat het pijn deed. Hij liet het Radio Filharmonisch Orkest werkelijk fluweelzacht spelen.

Rachmaninoff was natuurlijk een verhaal apart, want hier kregen we de stemmen. En die waren allemaal, stuk voor stuk goed, al had ik… Goed, om met een minpunt te beginnen: Paolo van Oleg Dolgov. Schitterende stem, prachtige tenor, maar hij stond daar als een ambtenaar bij, ik kon geen sprankje liefde, laat staan erotiek in ontdekken. En ik snap wel dat je bij concertante de partituur voor je neus hebt, maar: ze lazen toch een boek? Kon hij de partituur in zijn hand nemen en doen alsof hij Francesca voorlas?

©Lieneke Effern

Maria Bayankina was de laatst minuut invalster voor Venera Gimadieva. Mooie vrouw, mooie stem en zij deed het voortreffelijk. Dat er iets ontbrak schrijf op de conto van het laatst minute.

Dmitry Golovnin was een zeer betrokken en ontroerende Dante en Mikhail Kolelishvili een zeer imponerende geest van Vergilius.

©Lieneke Effern

Maar er kan maar één winnaar zijn en dat was gisteren de bariton Vladislav Sulimsky die de slechterik zong. Zijn monoloog waarin hij zijn lot betreurt was van een ongekende intensiteit, adembenemend. Daar werd hij terecht met een opendoekje voor bedankt.

Het Groot Omroepkoor was zoals altijd gewoon heel erg goed. Nu ja, gewoon….
Bravi!

Francesca Koch stage

 (c) Shizuo Kuwahara on mobile phone.

Maria Bayankina, Oleg Dolgov, Dmitriy Golovnin, Vladislav Sulimsky, Mikhail Kolelishvili
Groot Omroepkoor (koordirigent Benjamin Goodson), Radio Filharmonisch Orkest olv Stanislav Kochanovsky

Gehoord op 14 september 2019 in het Concertgebouw in Amsterdam

Igor Levit neemt alle pianosonates van Beethoven op: “ik voel me niet als een dienaar, maar ook niet als een meester van wie dan ook”

Levit

Op 17 december 2019 viert Ludwig van Beethoven zijn 250ste verjaardag. Als dat een groot feest niet waard is dan weet ik het niet. En feesten zullen we. Er staan ons heel wat concerten, recitals en opnamen te wachten. Tussen al die projecten waar wij onder bedolven gaan worden is er één die mij persoonlijk het meeste aanspreekt: de opname van al zijn pianosonates door Igor Levit.

Wat weten we van Igor Levit? Hij werd geboren in 1987 in Gorky (tegenwoordig Nizjni Novgorod) in Rusland. Hij is op zijn derde begonnen met de pianolessen en had als kind al enorme successen behaald. In 1995 vertrok de familie Levit naar Duitsland, waar hij in 2009 afstudeerde aan de Hochschule für Musik, Theater und Medien Hannover. Zelf hoorde ik hem voor het eerst in de opnamen van het Internationaal Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv in 2005. Hij was toen de jongste deelnemer ooit en hij won er de tweede prijs, de kamermuziekprijs, de publieksprijs én de prijs voor de beste uitvoering van een hedendaags werk. Hij oogde schuchter en verlegen maar als de toeschouwer werd je door hem niet alleen betoverd maar ook naar hem toe gezogen.

Levit speelt Beethoven in Tel Aviv

Ik besloot de jongeman te volgen, voor zo ver mogelijk dan, en toen Sony hem contracteerde en hem een album met de laatste pianosonates van Beethoven liet opnemen was ik er dan ook als de kippen bij. En reken maar dat ik niet werd teleurgesteld! Het was voor Sony een grote gok. Denk maar eens goed na: als twintiger voor je debuutalbum voor Beethovens vijf laatste pianosonates kiezen betekent dat je echt lef moet hebben. Maar het kan ook als chotspe beschouwd worden: hebben de meeste pianisten immers niet moeten wachten tot zij een fatsoenlijke leeftijd bereikten om zich aan de laatste sonates te wagen?

Het resultaat was overweldigend. Het album won in 2014 ettelijke prijzen, waaronder ook een ECHO Klassik, toen die prijs nog serieus werd genomen. En de prijzenregen ging maar door: in oktober 2015 werd zijn cd met werken van Bach, Beethoven en Rzewsky uitgekozen tot Recording of the Year tijdens de 2016 Gramophone Classical Music Awards. In 2018 ontving Levit de prestigieuze Gilmore Award en werd hij genoemd als Royal Philharmonic Society’s ‘Instrumentalist of the Year’.


Levits interpretaties van Beethoven zijn zeer eigenzinnig, dat wel, maar o zo spannend! Levit is dan ook zeer uitgesproken over wat de rol van de vertolker is. Uit het strijdlustige interview van de pianist met Neue Zürcher Zeitung:

“Dus u bent tegen het wijdverbreide ideaal dat de tolk in de eerste plaats de dienaar van de partituur is?

Ik voel me niet als een dienaar, maar ook niet als een meester van wie dan ook. Voor mij is de vraag niet: wat zouden wij zijn zonder de componisten, maar: wat zouden de componisten zonder ons zijn? De interpretatie is mijn persoonlijke reactie op de informatie die ik via de noten ontvang. Maar deze informatie zit soms zo vol onzekerheden dat ik er goed over moet nadenken. Een uitvoering werkt nooit een-op-een. Bij Beethoven komt er nog eens bij dat hij uit zijn tijd probeerde te ontsnappen om iets anders, iets nieuws te creëren.”

Igor Levit over ‘het project’:
“Voor mij is deze opname een afsluiting van mijn laatste vijftien jaar. Het begon met de ‘ontmoeting’ met de Diabelli-variaties toen ik zeventien jaar oud was, iets wat mijn leven in feite heeft veranderd. Iets, wat nog steeds aan de gang is, want hier ben ik dagelijks mee bezig. Met de sonates van Beethoven, met Beethoven zelf en met hoe dat allemaal de wereld waarin ik leef en mijzelf heeft beïnvloed. Dat alles heeft ook geleid tot deze opname. Wat ik in 2013 begon met het opnemen van Beethovens laatste vijf sonates, kan ik nu afsluiten. Het vervult me met groot geluk en voelt tegelijkertijd als een nieuw begin. “

Levit piano

© Sony

Zelf kan ik alleen maar toevoegen dat Igor Levits visie van Beethoven ook mijn wereld heeft veranderd. Grootgebracht met Gulda, Kempff, Schnabel en Barenboim – allemaal grootheden die nog steeds vooraan op mijn lijstje staan – heb ik opeens een totaal nieuwe visie ontdekt. Nee, in de interpretaties bestaan er geen absolute waarheden. Luister alleen maar even naar ‘Adagio sostenuto’ uit de Monscheinsonate. Zo lief, zo teder, maar ook tegelijk nergens ‘softy’ gespeeld hoor je het zelden. Voor mij voelde het alsof ik de sonate voor het eerst in mijn leven heb gehoord.


Op zondag 9 februari 2020 maakt Levit zijn langverwachte debuut in de serie Meesterpianisten. Het gaat een zeer bijzonder recital worden, want hij gaat er, uiteraard, niet alleen de twee laatste sonates van Beethoven spelen maar ook een pianobewerking van het Adagio uit Mahlers Tiende symfonie. Echt iets om naar uit te kijken!



Beethoven – Piano Sonatas (Complete)
Igor Levit – Piano
Sony Classical, CD 19075843182 (9cd’s)

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey

Channa.jpgMario Castelnuovo–Tedesco (Florence, 3 april 1895 – Beverly Hills, 16 maart 1968) werd geboren in de Joodse familie van Sefardische afkomst (Joden die in 1492 werden verdreven uit Spanje). Hij was buitengewoon creatief, op zijn naam staat van alles: pianowerken, concerten, opera’s…. Zijn composities werden gespeeld door de grootsten: Gieseking, Piatigorski, Heifetz, Casella. Tegenwoordig kennen we hem voornamelijk van zijn gitaarwerken, bijna honderd in totaal, veelal geschreven voor Andres Segovia.

Begin jaren dertig is de componist zijn ‘Joodse roots’ gaan ontdekken, iets wat versterkt werd door het opkomend fascisme en de rassenwetten. Zijn muziek werd niet meer uitgevoerd. Geholpen door Arturo Toscanini heeft Castelnuovo-Tedesco, samen met zijn gezin vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog Italië weten te verlaten

Zoals de meeste Joodse componisten die Europa ontvluchtten belandde ook Castelnuovo-Tedesco in Hollywood. Waar hij dankzij Jascha Heifetz door Metro-Goldwyn-Mayer werd aangesteld als componist van filmmuziek. In die tijd componeerde hij ook nieuwe opera’s en vocale werken geïnspireerd door Amerikaanse poëzie, Joodse liturgie en de Bijbel.

Castelnuovo-Tedesco: “Ik heb in mijn leven veel melodieën voor zangstem geschreven en er 150 van uitgegeven (in mijn la bleef veel liggen) op teksten in alle talen die ik ken: Italiaans, Frans, Engels, Duits, Spaans en Latijn. Mijn ambitie en sterker nog, mijn diepe drijfveer is altijd geweest om mijn muziek te verenigen met poëtische teksten die mijn belangstelling en gevoel prikkelden, om de lyriek ervan tot uitdrukking te brengen”.

In 1966 componeerde hij The Divan of Moses Ibn Ezra. Het is een setting van negentien gedichten van Rabbi Moses ben Jacob Jacob ibn Ezra, ook bekend als Ha-Sallaḥ (‘schrijver van boetvaardige gebeden’). Ibn Ezra werd geboren in Granada rond 1055 – 1060, en overleed na 1138 en hij wordt beschouwd als één van de grootste dichters van Spanje. Die ook nog eens een enorme invloed op de Arabische literatuur heeft gehad. Castelnuovo-Tedesco componeerde de ‘divans’ (gedichten) op de moderne Engelse vertaling.

Ik betreur het zeer dat het duo Channa Malkin (sopraan) en Izhar Elias maar zes liederen van de cyclus hebben opgenomen. Want niet alleen dat ze bijna geen concurrentie hebben (zelf ken ik maar twee complete opnamen van de liederen), maar ook omdat hun uitvoering werkelijk prachtig is. Malkins lyrische sopraan: meisjesachtig maar toch zeer kernachtig past de liederen als een handschoen. Zij is in Amsterdam geboren maar haar Joodse roots liggen in Moldavië, Rusland en Oekraïne.

Ook de gitarist Izhar Elias is in Nederland geboren maar zijn roots liggen in Irak en in India. En in Israël. Wat ze gemeen hebben is de rusteloosheid en de sterke drang om iets met hun eigen verleden te doen. En dat hoor je. Dat hoor je ook in de dertien Sefardische volksliedjes die hier gepresenteerd worden in bewerkingen van o.a. Joaquin Rodrigo en Daniel Akiva.

Wat de cd dat ene extra geeft is de werkelijk voortreffelijke booklet met veel informatie en alle liedteksten


https://www.channamalkin.com

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey
Channa Malkin (sopraan), Izhar Elias (gitaar)
Brilliant Classics 95652