cd/dvd recensies

Die Teufel von Loudun

penderecki-krrzysztof-1

Krzysztof Penderecki

In 1967 Rolf Liebermann approached Krzysztof Penderecki with the request to compose an opera for Hamburg. The result was Die Teufel von Loudun, for which the composer himself had written the libretto. The story is based on a true event: in Loudun (France) in 1634, a Prioress of the Ursuline Order accused a priest of diabolical practices for which he was sentenced to be burned at the stake.

The opera had its world premiere on 20 June 1969 and shortly afterwards it was filmed. The leading role of mother Jeanne was performed in a very impressive way by the great Tatiana Troyanos, whose career began in Hamburg. Her portrait of the hunchbacked demonically possessed nun with sexual visions is breathtaking. Everything about her, from head to toe, acts. Her facial expression changes with every phrase she sings and her voice chills you to the bone.

Liebermann Penderski

The horror-like music with its many glissandi and octave leaps evokes a feeling of unease and makes the opera, despite the immense tension, rather uncomfortable to watch. The staging, with a lot of nudity and explicit sex scenes, is very progressive for that time and I can imagine it was experienced as shocking. By the way: did you know that William Friedkin used music by Penderecki for his film The Exorcist?

In het Nederlands

In 1967 benaderde Rolf Liebermann Krzysztof Penderecki met het verzoek een opera voor Hamburg te componeren. Het werd Die Teufel von Loudun, waarvoor de componist zelf het libretto had geschreven. Het verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis: door het toedoen van een priores van de Ursulinenorde werd in het Franse Loudun in 1634 een priester van duivelse praktijken beschuldigd en tot de brandstapel veroordeeld.

De opera beleefde zijn wereldpremière op 20 juni 1969 en kort erna werd hij verfilmd. De hoofdrol van moeder Jeanne werd op een zeer indrukwekkende manier vertolkt door de grote Tatiana Troyanos, wier carrière in Hamburg was begonnen. Haar portrettering van de door duivels geplaagde gebochelde non met seksuele visioenen is duizelingwekkend. Alles aan haar, van top tot teen, acteert. Haar gezichtsuitdrukking verandert met elke gezongen frase en haar stem gaat door merg en been.

De horrorachtige muziek met haar vele glissandi en octavensprongen roept een gevoel van onbehagen op en maakt dat je, ondanks de immense spanning, toch wel ongemakkelijk in je stoel blijft zitten. De enscenering, met veel bloot en expliciete seksscènes is voor die tijd zeer vooruitstrevend en ik kan me voorstellen dat het toentertijd als shockerend werd ervaren.

Over muziek gesproken: wist u dat William Friedkin muziek van Penderecki gebruikte voor zijn film The Exorcist?

Transparante La Clemenza di Tito uit Edinburgh

mozart-la-clemenza-di-tito-0028947757924

La Clemenza di Tito is in veel opzichten zeer opvallend. Lange tijd werd Mozarts zwanenzang als tijdgebonden en verouderd beschouwd, en als zodanig nergens meer opgevoerd. De omwenteling kwam in de jaren tachtig toen de moderne regisseurs er interessant materiaal voor een spannend muziektheater in zagen. Tegenwoordig kun je (bij wijze van spreken) je kont niet keren zonder die opera ergens tegen te komen. Waar zou het aan liggen?

Op muzikaal gebied is het vooral de orkestratie die opvalt. De blazers (voornamelijk bassethoorns en klarinetten) krijgen een prominente rol, met name in de aria’s van Vitellia en Sesto. Mozart componeerde het speciaal voor de klarinettist Anton Stadler die het instrument wist te verrijken met vier extra lage tonen.

In augustus 2005 werd de opera tijdens het festival in Edinburgh concertante uitgevoerd en daarna voor DG (4775792) opgenomen. De instrumenten van het Scottish Chamber Orchestra zijn modern, maar Sir Charles Mackerras houdt alles, geheel volgens de verwachtingen, licht en strak, waardoor het geheel voornamelijk een transparante indruk maakt.

De opera valt of staat met de bezetting van Sesto, die, met zijn gamma aan emoties, eigenlijk de hoofdrol vervult. Magdalena Kožená kwijt zich voorbeeldig aan haar rol, maar het is duidelijk dat zij daar nog in zal gaan groeien.

Hillevi Martinpelto is een lekker hysterische Vitellia: zinnend op wraak, maar bij vlagen ook verliefd en schuldbewust. Rainer Trost, die op het laatste moment voor Ian Bostridge was ingesprongen, zet een fantastische Titus neer.


De Gierige Ridder van Rachmaninoff: wat een opera! En wat een uitvoering!

the-miserly-knight-0095115154427_0

Rachmaninoff associeer je niet gauw met de opera. En toch heeft hij er vier gecomponeerd. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik tot een jaar of tien geleden niet eerder van de korte opera De Gierige Ridder heb gehoord. Raar eigenlijk want het werk is wonderschoon.

De muziek die Rachmaninoff bij de tekst van Poesjkin heeft gecomponeerd doet zeer Wagneriaans aan en als je niet beter wist zou je denken dat je hier met een onbekend deel van de Ring te maken hebt. In het Russisch, dat dan weer wel.

De rol van de gierige ridder is zeer veeleisend. In de tweede akte krijgt hij maar liefst een twintig minuten durende monoloog te zingen, waarin hij een scala aan emoties moet tonen. Het was bedoeld voor Fyodor Sjaljapin, zowat de beste bas van zijn tijd, maar om onbekende redenen heeft hij de rol (op de monoloog na) nooit vertolkt.

Op de Chandos-opname uit 2009 (CHAN 10544) wordt de Baron gezongen door de – inmiddels wereldberoemde maar toen nog beginnende en zeer jonge – bas Ildar  Abdrazakov. Zijn soepele stem lijkt van fluweel en hij weet er overtuigend mee te acteren, petje af!

Ook de Oekraïense tenor Misha Didyk (Albert) was toen nog maar een naam om in de gaten te houden. In de confrontatiescène tussen vader en zoon hoor je de vonken overspringen, zowaar een echt duel.

Gianandrea Nosado dirigeert fantastisch, met veel gevoel voor drama. Wat een opera! En wat een uitvoering!


 

 

Thomas Adès door Thomas Adès: beter krijgt u het niet

Ades picos

Thomas Àdes (1971) behoort tot mijn geliefde hedendaagse componisten. In tegenstelling tot veel van zijn (oudere, dat geef ik toe) collega’s schrijft hij muziek dat niet te ingewikkeld is, zonder dat het tot klanktapijt verwordt. Zijn muziek is spannend, prikkelend, vooruitstrevend en toch toegankelijk. In één zin: hij heeft het ’klassieke’ en het ‘vernieuwende’ naar elkaar toegebracht en ze in elkaar laten smelten. Daarbij schuwt hij horror-achtige uithalen en zelfs de dodecafonie niet waardoor zijn muziek uiterst beeldend en vaak angstaanjagend is.

Zo ook Totentanz, een compositie voor mezzosopraan, bariton en orkest die gebaseerd is op een anonieme tekst uit de vijftiende eeuw, een verhaal over de strijd tussen Leven en Dood. Waarbij de laatste het altijd wint. Adès droeg het werk op aan Witold Lustoslawski en zijn vrouw. Het werd op de Proms in 2013 voor het eerst uitgevoerd, met Christianne Stotijn en Simon Keenlyside.

De voorliggende opname werd in Boston in 2016 live gemaakt en ik kan mij niet voorstellen dat er een betere uitvoering mogelijk is. Mark Stone (de Dood) en Christianne Stotijn zingen hun rollen ijzingwekkend, melancholiek, uitdagend en berustend. Luister even naar de laatste twee delen: het is alsof Schubert en Mahler elkaar tegenkomen en elkaar vinden in een dodelijke omhelzing. Met de stervende koperklank als het uitblazen van de laatste adem.

Zijn pianoconcert componeerde Adès voor de Russische meesterpianist Kirill Gerstein, een ongekende virtuoos die zijn romantische slag combineert met een enorme improvisatiegave. Ik moest er een paar keer naar luisteren want het concert laat zich niet snel kennen. Voornamelijk vanwege de vele kleuren en ‘tussenkleuren’, wat meer inhoudt dan alleen maar nuancen.

De overgangen tussen de delen zijn groot, waardoor de spanning je naar adem doet happen. Dat de componist zelf voor het, werkelijk imponerend spelend orkest uit Boston staat kan alleen maar als een enorme pre worden beschouwd. Wat een cd!


THOMAS ADÈS
Concerto for Piano and Orchestra; Totentanz
Kirill Gerstein (piano)
Christianne Stotijn (mezzosopraan)
Mark Stone (bariton)
Boston Symphony Orchestra olv Thomas Adès
DG 48379989

Verfrissenede Chopin door Benjamin Grosvenor

Chopin Grosvenor

Benjamin Grosvenor: “Het vervelende van de huidige tijd is dat musici blootstaan aan te veel vastgeroeste tradities en zienswijzen. Ik moet me de geschiedenis eigen maken, maar die moet dan wel naar het nu worden vertaald”. Dat het kan bewijst hij met de opname van de pianoconcerto’s van Chopin.

De concerto’s zijn razend populair: de catalogus vermeldt tientallen (zo niet meer) goede en zelfs voortreffelijke uitvoeringen. Valt er nog iets aan toe voegen? Blijkbaar. De jonge Brit die in 2004 op 11-jarige leeftijd de BBC Young Musician Competition won laat zien dat het hem niet zo zeer om de techniek gaat – daar is trouwens ook niets mis mee – als wel om het verhaal achter de noten.

Waar hij het vandaan haalt weet ik niet, maar zijn spel maakt dat het voelt alsof ik de concerten voor het eerst hoor, terwijl ik ze eigenlijk kan dromen. Hij schuwt de grote gebaren niet, gelukkig maar, en toch doet zijn spel kamermuziekachtig aan. Het is alsof hij – intuïtief? – aanvoelt dat ook de meest romantische muziek gebaat kan zijn door je, al is het af en toe, in te houden.

Ergens las ik dat hij jarenlang zijn slaapkamer deelde met zijn broertje die het syndroom van Down heeft: zou zoiets hem extra gevoelig kunnen maken? Pure speculatie, uiteraard.

Het Royal Scottish National Orchestra onder leiding van Elim Chan voelt de interpretatie van de pianist congeniaal aan: samen zijn ze een eenheid waar geen speld tussen te krijgen is. De opname klinkt uitstekend.


FRYDERYK CHOPIN
Pianoconcerto’s
Benjamin Grosvenor (piano)
Royal Scottish National Orchestra olv Elim Chan
Decca 4850365

A few words about Bohuslav Martinů’s Epic of Gilgamesh

Gilgamesh

The Epic of Gilgamesh is one of Martinů’s best, but also one of his most complicated works. He composed it in 1955, shortly after his absolute masterpiece, the three ‘Frescoes of Piero della Francesca’.

Martinu Gilgamesh tablet

Tablet V of the Epic of Gilgamesh. The Sulaymaniyah Museum, Iraq.

The ancient epic, created around 2100 BC, is one of the oldest literary works and is often compared by connoisseurs to the Bible and the story of creation. It tells the story of the king of Uruk, Gilgamesh, who – in a nutshell – is in search of immortality.

Martinu Gilgamesh

Gilgamesh battling the Bull of Heaven; terracotta relief preserved in the Royal Museums of Art and History, Brussels.

Martinů’s oratorio is a magnificent work, which can be compared to Honegger’s ‘Le Roi David’ because of its highly imaginative atmosphere and the use of spoken text – except for the choir and the soloists.

The booklet states that the work has now been recorded for the first time in the original language in which it was composed, English, but that is not entirely true. As early as 1995, the BBC Symphony Orchestra conducted by Jiří Bělohlávek made a brilliant recording of ‘Gilgamesh’ in which the singers sang in Czech, but the spoken text was recited in English by Jack Shepherd.

This new recording does not quite reach the orchestral level of the BBC recording, but the difference is actually minimal. In any case, all four soloists are second to none and Simon Callow’s recitation is irresistible.

BOHUSLAV MARTINŮ
The Epic of Gilgamesh
Lucy Crowe (soprano), Andrew Staples (tenor), Derek Welton (baritone), Jan Martiník (bass), Simon Callow (speaker)
Prague Philharmonic Choir, Czech Philharmonic olv Manfred Honeck
Supraphon SU 4225-2 – 51′

Translated with http://www.DeepL.com/Tran

Music as ecstasy: Kathryn Stott plays Erwin Schulhoff

Schulhoff hot

In 1919 Erwin Schulhoff wrote: “Music should bring primarily physical pleasure, even ecstasy, to the listener. It is not philosophy: its roots lie in ecstatic situations and its expression lies in rhythm.”  No wonder the synthesis of jazz and classical music was not only a challenge for him, but eventually became his artistic credo.

In his time, Schulhoff (1894-1942) was highly appreciated as a composer and a virtuoso pianist. One review even speaks of an ‘absolutely perfect technique’ and a remarkable gift for improvisation.

The latter was particularly appreciated during his (live) radio performances, in which, of course, he also promoted his own jazz compositions. In 1928 he recorded several of his compositions for Polydor, including three from his Cinq Études de Jazz. These are particularly difficult works, which demand almost the impossible from the performer.

That Kathryn Stott has the required technique is obvious. Her recordings of piano music by Fauré, among others, earned her world fame and numerous prizes. She also deserves the greatest praise for her performance of Schulhoff’s jazz compositions. She plays the Etudes much slower than the composer, yet very rhythmical and extremely virtuosic. And yes: the pleasure of listening is indeed physical.

Ervín Schulhoff
Hot Music
Katryn Stott (piano)
BIS 1249

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)