cd/dvd recensies

Stiffelio in Parma: Graham Vick stelt niet ‘teleur’

Stiffelio Vick

Ik vermoed dat Stiffelio één van de meest problematische opera’s van Verdi is. Een protestantse dominee die zijn overspelige vrouw vergeeft met een citaat uit het Johannes-evangelie, ‘Laat hij die is zonder zonde de eerste steen werpt’ is niet een thema waar Italiaanse publiek op zat te wachten. ‘Een Italiaan vergeeft zijn overspelige echtgenote niet, hij steekt haar neer’. La Vendetta!

Het is pas de laatste tijd dat Stiffelio wat vaker wordt uitgevoerd, al is het voornamelijk concertante. Daar is zonder meer iets voor te zeggen, zeker met in het vooruitzicht een moderne conceptuele regisseur die het libretto naar zijn eigen concepten en (waan)ideeën ombuigt.

Graham Vick behoort tot die categorie regisseurs, en ook nu werd ik niet ‘teleurgesteld’. In Vicks visie is Stiffelio een conservatieve sekteleider die geconfronteerd wordt met vrouwen- en gayright’s activisten en verder klopt er ook niets van. Het begint al met de ouverture die gespeeld wordt als de toeschouwers binnenlopen en … blijven staan, er zijn namelijk geen stoelen. In Vickers visie figureren ze letterlijk in de actie die zich op een soort mobiele platformen afspeelt.

Gelukkig kunnen wij (ik deed het wel) ogen dichtdoen, waarna we onbeschaamd kunnen genieten van de fantastische zangers en hun prestaties (bedenk hoeveel moeite ze moesten doen om de dirigent op al die monitors te kunnen volgen!).

Lucio Ganci is een fantastische Stiffelio, met de juiste uitstraling en een stem uit duizenden. Maria Katzareva zingt een zeer dramatische Lina en Francesco Landolfi is een zeer overtuigende Stankar.

Guillermo Garcia Calvo dirigeert het orkest uit Bologna met veel elan. Waarom hebben ze de opname niet op gewoon op cd uitgebracht?

GIUSEPPE VERDI
Stiffelio
Luciano Ganci, Maria Katzarova, Francesco Landolfi, Emanuele Cordaro, Blagoj Nacoski, Cecilia Bernini
Coro del Teatro Comunale di Bologna (Andera Faidutti), Orchestra del Teatro Comunale di Bologna olv Guilermo Garcia Calvo
Regie: Graham Vick
Naxos 2110590

Weergaloze Liszt-recital door Boris Giltburg

Liszt Giltburg

Allemachtig wat is die cd geweldig! Viel Giltburgs uitvoering van het Derde Concerto van Rachmaninoff mij een beetje tegen (ik vond het te krachtpatserig en te gejaagd), nu moet ik gewoon toegeven dat ik mij wellicht had vergist.

Neem alleen de ‘Rigoletto parafrases’ waarmee hij zijn recital opent: mamma mia! Bij de eerste maat al veer ik op want zo moet dat, zo en niet anders. Het spettert de boxen uit, maar wat nog belangrijker is: Giltburg neemt ruimschoots de tijd om de poëtische, salon-achtige zo je wilt, kant van Liszt naar boven te brengen. Hier word ik echt stil van.

Maar het draait uiteraard om de twaalf Études d’exécution transcendante, werken die vroeger onspeelbaar werden geacht en waar alleen de aller-allergrootste meesterpianisten zich waagden. Giltburg speelt ze – allemaal – vanzelfsprekend, gedecideerd, alsof het niets is. Goed: zijn attaque kan nog steeds fel uitpakken, maar hij kan ook adembenemende, betoverende pianissimo uit de toetsen toveren. En die glissandi!

Boris Giltburg spelt Bach -Busoni ‘Chaconne in D minor op de Arthur Rubinstein Piano Master Competition:

De Israëlische, in 1984 in Moskou geboren pianist Boris Giltburg (1984) studeerde in Tel Aviv bij de legendarische Arie Vardi. In 2011 won hij de tweede prijs op de Arthur Rubinstein Piano Master Competition en in 2013 was hij de winnaar van het Koningin Elisabethwedstrijd. Met deze cd heeft Giltburg bevestigd dat hij tot de allergrootsten behoort.


FRANZ LISZT
Paraphrase de concert au Rigoletto; 12 Études d’exécution transcendante S 139/R 2b – 3; Études de concert S 144/R 5 (nr. 2 La leggierezza)
Boris Giltburg
Naxos 8.573981

International Arthur Rubinstein Piano Master Competition. Wedstrijd met menselijk gezicht

Boris Giltburg speelt Rachmaninoff

Merel Vercammen en Dina Ivanova: sprookjesachtig cd-debuut

Symbiosis cover

Hier word ik heel blij van. Een fantastische jonge violiste die niet zit te wachten tot een platenmaatschappij zich aandient en het heft in eigen handen neemt. Wat, behalve het (grote, geef ik toe) gemis aan reclame en ondersteuning eigenlijk alleen maar voordelen oplevert. Althans voor ons, luisteraars, want nu worden we niet getrakteerd op de zoveelste Bach of Mozart. Ook niet op Wieniawski (al horen we van hem de laatste tijd niet zo veel meer) maar wel op zijn dochter, Irene Régine (1879-1932).

Symbiosis Irena-Wieniawska-P

Poldowski (Irene Régine Wieniawska)

De weinig bekende dochter van de grote Pools-Joodse virtuoos Henryk Wieniawski werd geboren in Brussel maar al gauw na zijn dood (hij stierf toen Irene tien maanden oud was) verhuisde zij met haar Britse moeder naar Londen. Zij studeerde in Brussel, woonde in Parijs en was getrouwd met Sir Aubrey Dean Paul, 5th Baronet. Zij wilde noch de naam van haar echtgenoot noch van haar vader willen gebruiken, zij wilde louter op haar muziek worden beoordeeld. Vandaar dat ze het pseudoniem Poldowski heeft aangenomen.

Ik kende een paar vaan haar liederen (chansons, eigenlijk), maar de Vioolsonate betekende voor mij de eerste kennismaking met de componiste in een wat ‘klassieker’ genre. En mensen, mensen, wat is het mooi! Waarom wordt het nooit gespeeld?

Symbiosis Mathilde Wantenaar

Mathilde Wantenaar © Karen van Gilst

De naam van Mathilde Wantenaar is helemaal nieuw voor mij. De in 1993 geboren componiste schrijft in een zeer romantische stijl, wat niet alleen zeer prettig is voor mijn oren maar mij ook een beetje doet verzuchten: hèhè, eindelijk weer eens iets waar ik voor het slapen gaan naar kan luisteren. De drie Sprookjes voor viool en piano doen hun titel eer aan. Ook de uitvoering is betoverend.

Merel Vercammens stokvoering is zacht en liefdevol en haar toon zoet. Toverachtig, eigenlijk. En zo passend bij die prachtige werkjes! Als ook bij de net zo toverachtige Vioolsonate van César Franck, het enige bekende werk op het recital. In de toelichting schreef Vercammen dat zij al sinds haar vijftiende verliefd is op die sonate en dat is te horen. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik het werk zo mooi uitgevoerd heb gehoord, niet sinds mijn geliefde opname van het duo Mintz/Bronfman. Daarin (en niet alleen daar in!) wordt ze fenomenaal bijgestaan door Dina Ivanova, één van de prijswinnaars op het laatste Liszt-Concours. Over symbiose gesproken!

De opname klinkt helder en de toelichting – van de hand van Merel Vercammen zelf – is zeer lezenswaardig. En nu: naar de winkels en kopen! Dat moet van mij!

Trailer van de album:

Symbiosis
Poldowski: Vioolsonate in d
Mathilde Wantenaar: Sprookjes voor viool en piano
César Franck: Vioolsonate in A
Merel Vercammen (viool), Dina Ivanova (piano)
Gutman Records CD 191

 

Jan Lisiecki gelooft in Mendelssohn

Lisiecki Mendelssohn

Jan Lisiecki is nog maar 23 jaar oud, maar de cd met pianoconcerto´s van Mendelssohn is al zijn vijfde opname voor de Deutsche Grammophon. Toeval of niet: ook Mendelssohn was 23 toen hij zijn eerste pianoconcerto heeft gecomponeerd. Zo ongeveer.

Mendelssohn-Horace_Vernet-1831-464

Felix Mendelssohn in 1831 door Horace Vernet

Dat de componist ook een geweldige pianist is geweest weten we uit de overleveringen van zijn tijdgenoten. Onder andere van Robert Schumann die behoorlijk onder de indruk was van zowel het concerto als ook de uitvoering. Lisiecki: “Ik geloof in Mendelssohn. De concerten zitten vol emotie, virtuositeit, schoonheid, drama, maar ze vragen om een delicate benadering en een ongelooflijke precisie’.

Dat hij erin gelooft, dat hoor je. Zijn uitvoering is dan ook verbluffend en toch heb ik iets te mekkeren! Het is mij te virtuoos, te snel, te energiek, te gespierd. Mendelssohn wist als geen ander om op het randje tussen het nieuwe van de romantiek en het ietwat conservatieve van het classicisme te balanceren. Dat mis ik. Wat er ontbreekt zijn de lichtere tinten, de pastellen, de zachtheid.

Hieronder speelt Lisiecki ‘Venetian Gondola Song’:

Gelukkig speelt Lisiecki nog de Variations sérieuses en het Rondo capriccioso en daar weet hij mij voor honderd procent te overtuigen. Net als in ‘het toetje’, het ‘Venetiaanse gondellied’ uit Lieder ohne Worte. Daarin toont hij zich een echte klavierleeuw die zijn poëtische kant mee laat prevaleren.


FELIX MENDELSSOHN
Pianoconcerto’s; Variations sérieuses in d, op. 54; Rondo Capriccioso in E, op.14; Lieder ohne Worte op. 19b nr. 6 (Venetian Gondola Song)
Jan Lisiecki (piano), Orpheus Chamber Orchestra
DG 00028948364718

 

Fascinerende kennismaking met Yitzhak Yedid

YItzhak Yedid cd

Een kleine waarschuwing vooraf: het begint met een ‘boem!’. Als je dar niet op gedacht bent dan kun je behoorlijk schrikken. Mij deed het zowat uit mijn stoel schieten, maar de landing erna was gelukkig aan de zachte kant. Laat ik het zo zeggen: de ‘boem’ – ik neem aan dat het dus de ‘killul’ (de ‘vloek’) uit de titel is – was een voorbode van een interessant verhaal. Maar u bent al gewaarschuwd.

‘Chad Gadia’ (de kleine geit) voor klarinet, viool, cello en piano is anders. Laat ik het maar zo formuleren: de titel dekt precies de lading. Heerlijk. Mij toverde het de glimlach op mijn gezicht.

Het pianoconcerto is alweer anders. Ik weet niet of ik het mooi vind maar beoiend is het zeer zeker, voornamelijk door de geweldige uitvoering. De pianist Michael Kieran Harvey verdient meer dan een pluim voor zijn waanzinnig goede prestatie. Het beste hoor je het in de zeer classicistisch aandoende derde deel.

Yitzhak Yedid

Yitzhak Yedid ¢ Wikioedia

De Israëlische componist Yitzhak Yedid werd in 1971 geboren in Jeruzalem, zijn ouders waren Joodse vluchtelingen uit Syrië. In zijn muziek hoor je de invloeden van Arabische en Joodse ritmes, dat alles gecombineerd met free jazz. Het beste hoor je het in de (voor mij de beste en ook de meest interessante) titelcompositie, ‘Angels Revolt’, een chaconne voor piano.

Maar als ik heel erg eerlijk mag zijn: ik vond de kennismaking zonder meer fascinerend, maar of ik de cd ooit nog eens gewoon zo, voor mijn eigen plezier ga opzetten? Mijn advies: neem er de tijd voor, luister en … wie weet?


YITZHAK YEDID
Angels Revolt
Kiddushim ve´killulim, Chad Gadya, Concerto voor piano and strings, Angel´s Revolt
Rachael Shipard, Michael Kieran Harvey (piano); Christian Lindberg, Graeme Jenkins (dirigent) e.a.
Betweenthelines BTLCHR71246

Karl Weigl: de glinsterende Weense traditie

Weigl

Karl Ignaz Weigl werd in 1881in Wenen geboren in een geassimileerd Joods gezin. In 1938 vluchtte hij naar New York waar hij tien jaar later overleed. De componist én zijn muziek werden ‘even vergeten’, iets wat we echt niet alleen aan de nazi’s te danken hebben. In 1938 schreef Arnold Schönberg; ‘Ik heb Dr. Weigl altijd als één van de beste componisten van de oude school beschouwd; één van degenen die de glinsterende Weense traditie hebben voortgezet ‘. Beter zou niemand het kunnen formuleren.

De ‘glinsterende Weense tradities’ zijn Weigls voornaamste handelsmerk. Oneerbiedig gezegd kun je zijn muziek als een soort doorgeefluik beschouwen. Een soort corridor, die van een klassieke Beethoven via een zielknijpende Schubert en onderaards erotische Zemlinsky loopt om uiteindelijk in een rustig vaarwater van Weigl te belanden, en vandaar uit zijn weg naar onze harten te vinden.

Weigl foto

Karl Weigl © Wikipedia

Weigl is niet een componist van wie ik veel heb gehoord (nee, het ligt niet aan mij) en behalve zijn, overigens prachtige liederen en een paar van zijn kamermuziekcomposities kende ik hem niet zo goed. Deze cd is dus meer dan welkom, zeker ook omdat er zo waanzinnig goed wordt gemusiceerd.

Het meest ben ik gecharmeerd van de violist David Frühwirth. Zijn toon is zeer zoet, net zo zoet als de Weense Sachertarte. Het best hoor je het in het zeer Schubertiaans pianotrio, maar vergis je niet! Luister even naar het allegro molto, het derde deel van de tweede vioolsonate uit1937 en ontdek het complexe van het ‘Weens-geluid’.

En ik voel mij vrij om nog een citaat te gebruiken, nu van Pablo Casals: “Zijn muziek zal niet verloren gaan, na de storm komen we er weer op terug. Ooit komen we terug naar degenen die echte muziek hebben geschreven.” Het heeft even geduurd en we zijn er nog lang niet, maar het begin is al gemaakt.


KARL WEIGL
Violin Sonata No.2, Two pieces for violin, Two pieces for cello, Piano Trio
David Frühwirth (viool), Benedict Kloeckner (cello), Florian Krumpöck (piano)
Capriccio C5318

Legendarische Attila uit Wenen

AttilaEr zijn van die voorstellingen waar alles perfect op elkaar afgestemd is en waarbij je het gevoel krijgt dat het niet beter kan. Er wordt nog lang over nagepraat en ze verworden tot een legende.

Zo’n voorstelling was Verdi’s Attila in de Weense Staatsoper op 21 december 1980.Het was Giuseppe Sinopoli’s debuut in het huis, zijn naam was nog vrijwel onbekend, maar de aanvankelijke terughoudendheid bij het publiek veranderde in een uitzinnig enthousiasme al bij de eerste maten. Zo warmbloedig, vurig en teder tegelijk heeft men de – toch niet sterkste – score van Verdi niet eerder gehoord.

Nicolai Ghiaurov was een grootse Attila. Met zijn sonore bas gaf hij zijn personage niet alleen de allure van een veldheer maar ook de zachtheid van een liefhebbend man.

In haar rol als Odabella bewees Mara Zampieri dat ze niet alleen een fantastische zangeres is met een stralende hoogte en een dramatisch attaque, maar ook een actrice van formaat

De stretta ‘E gettata la mia sorte’ in de tweede acte verlangt van de bariton de hoge bes. Piero Cappuccilli haalde die met gemak en souplesse, en werd door het uitzinnige publiek gedwongen tot bisseren, iets wat je maar zelden meemaakt in de opera. Een zeldzame ervaring.


Giuseppe Verdi
Attila
Nicolai Ghiaurov, Piero Cappuccilli, Mara Zampieri, Piero Visconti
Chor und Orchester der Wiener Staatsoper olv Giuseppe Sinopoli
Orfeo C 601 0321