cd/dvd recensies

James Rutherfords Schwanengesang is gewoon niet goed

Schubert Rutgherford

Soms denk ik dat er een, al was het maar tijdelijk, verbod zou moeten komen op het opnemen van bepaalde muziekstukken. Om te beginnen met de drie liedcycli van Schubert. Wij verzuipen in de hoeveelheid – veelal fantastische, dat dan weer wel – uitvoeringen en het einde is nog steeds niet in zicht.

Ik snap best wel dat een elk zichzelf respecterende zanger zijn stempel op de liederen wil drukken, maar wie nú nog de Schwanengesang meent te moeten opnemen, moet verrekt veel te vertellen hebben.

Bariton James Rutherford heeft veel te vertellen. Alleen: wat hij ons wil vertellen, klopt voor geen meter. De Brit beschikt over een grote, dramatische stem, die hem bijzonder geschikt maakt voor Wagner-rollen. Maar daarin schuilt direct een gevaar als je de intimiteit van Schuberts laatste opus gaat opzoeken.

Rutherford en zijn begeleider Eugene Asti hebben vijftien jaar lang aan deze liederen gewerkt en ze in verschillende volgordes uitgevoerd (er moest uitgeprobeerd worden). Voor hun definitieve (?) versie hebben ze ‘Herbst’ aan het Rellstab-gedeelte toegevoegd. En omdat Rutherfords stem zo laag en zwaar is, zijn de liederen een terts naar beneden getransponeerd..

Het resultaat vind ik zeer onbevredigend: onbeholpen en amateuristisch. Ik heb de cd een paar keer de kans gegeven, maar merkte dat mijn afkeer alsmaar groeide. Sorry.


Franz Schubert
Schwanengesang D.957, Die Forelle, Auf der Bruck, Gruppe aus Tartarus, An die Musik
James Rutherford (bariton), Eugene Asti (piano)
BIS 2180

Florian Boesch en Schwanengesang: een match made in heaven

Advertenties

Sigismondo van Rossini: ruim twee uur aanstekelijke muziek

Sigismondo

Het zijn gouden tijden voor de Rossini liefhebbers: de ene na de andere vergeten opera van hun idool wordt vanonder de mottenballen gehaald en afgestoft. Sterker: ze worden ook daadwerkelijk uitgevoerd al was het maar tijdens een festival.

En nu, niet voor de eerste keer trouwens worden we getrakteerd op Sigismondo. Niet echt een hoogvlieger, maar de opera biedt ruim twee uur aanstekelijke muziek. Met af en toe ook een heerlijke ‘aha – moment’ van herkenning, want: hey, hoor ik nu niet een stukje Barbiere di Sevilla? Jazeker. Maar ook Elisabetta, regina d’Inghilterra komt om de hoek kijken. Ik hoor de liefhebbers al knorren van plezier en gelijk hebben ze.

Dus, Rossiniannen, let op! Hier komt de Poolse koning Sigismondo! Opgejut door zijn vriend Ladislao (denk aan Jago!) laat hij zijn vrouw Aldimira wegens een vermeend overspel ter dood veroordelen. Daar wordt hij zelf letterlijk gek van, maar – o wonder der wonderen! – Aldimira blijkt levend en wel te zijn en zij vergeeft het hem ook nog eens. Eind goed al goed.

Keri-Lynn Wilson dirigeert ferm en met veel begrip voor de partituur. Marianna Pizzolato is een goede (maar niet meer dan dat) Sigismondo, Hera Hyesang Park een mooie, lyrische Aldimira en Kenneth Tarker een uitstekende Ladislao. De opera werd in oktober 2018 in München live opgenomen en het geluid is voortreffelijk.


GIOACHINO ROSSINI
Sigismondo
Hera Hyesang Park, Marianna Pizzolato, Rachel Kelly, Kenneth Tarver, Gavan Ring, Guido Loconsolo, Il Hong, Olga Watts
Chor des Bayerischen Rundfunks; Münchner Rundfunkorchester olv Keri-Lynn Wilson
BR Klassiek 900327Keri-Lynn_Wilson

Hans Gál and Mario Castelnuovo-Tedesco: How could we forget them?

Castelnuovo Tedesco en Gal

I regularly hear cellists complain that the repertoire for their instrument is not that large, which is why they (have to) play and/or record more or less the same pieces over and over again. But is this really true?

Well, only if you limit yourself to the more or less well-known composers. And certainly if you still ‘forget’ to look back at the black period in history, when books went up in flames and art, including their creators, was declared ‘entartet’. Fortunately, we still have enough musicians who do everything in their power to ensure that the once forbidden works are not forgotten.

In 2016, Raphael Wallfisch, one of the greatest advocates of the ‘forgotten repertoire’, recorded two previously unknown cello concertos: those by Hans Gál, originally from Austria-Hungary, and the Italian Mario Castelnuovo-Tedesco. Both composers survived the war: Castelnuovo-Tedesco in Hollywood and Gál in Scotland. Both are barely being played, although it is impossible for a serious guitarist to ignore the Italian’s oeuvre.

Castelnuovo Gal

Hans Gál

Things are worse with Hans Gál’s compositions, which are still rare on concert stages. His cello concerto, composed in 1944, is not easy to dissect. Or, in other words: you don’t get it automatically ‘under your skin’. I had to listen to it a few times before I surrendered to it. Gál’s language seems rigid and even though the work is not atonal anywhere, you really have to make an effort. But maybe that’s the way it should be? Because you don’t forget it easily!

https://www.milkenarchive.org/assets/Photos/Composer-Mario-Castelnuovo-Tedesco-814.jpg

Mario Castelnuovo-Tedesco

No greater contrast than with Castelnuovo-Tedesco’s predominantly virtuoso composition! The composer wrote his cello concerto for the great cellist Gregor Piatigorsky, the premiere took place in 1935, Arturo Toscanini conducted the New York Philharmonic. And that was it. Since then, the concerto has been totally forgotten for eighty years. Until Raphael Wallfisch took care of it.

Raphael Wallfisch gives an excellent interpretation of both concertos, with sufficient attention to the various writing styles of the composers. Gál’s concerto sounds almost classicistic in his hands; for Castelnuoco-Tedesco he has enough virtuosity and romance to enthuse the listener.

Hans Gál: Cello concerto in b, op. 67
Mario Castelnuovo-Tedesco: Cello concerto in F
Raphael Wallfisch (cello), Konzerthausorchester Berlin conducted by Nicholas Milton
CPO 555 074-2

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Voice in the Wilderness: music as salvation

Channa Malkin and Izhar Elias in ‘Songs of Love and Exile, a Sephardic Journey’

Channa Malkin and Izhar Elias in ‘Songs of Love and Exile, a Sephardic Journey’

Channa.jpg

Mario Castelnuovo-Tedesco (Florence, 3 April 1895 – Beverly Hills, 16 March 1968) was born into a Jewish family of Sephardic origin (Jews who were expelled from Spain in 1492). He was extraordinarily creative, and has numerous compositions to his name: piano works, concerts, opera’s…. His compositions were played by the greatest: Gieseking, Piatigorski, Heifetz, Casella. Nowadays we mainly know him from his guitar works, almost a hundred in total, mostly written for Andres Segovia.

In the early 1930s, the composer began to discover his ‘Jewish roots’, something that was reinforced by the rise of fascism and racial laws. His music was no longer performed. With the help of Arturo Toscanini, Castelnuovo-Tedesco and his family managed to leave Italy just before the outbreak of the Second World War.

Like most of the Jewish composers who fled Europe, Castelnuovo-Tedesco ended up in Hollywood. Thanks to Jascha Heifetz he was hired by Metro-Goldwyn-Mayer as a composer of film music. At that time he also composed new opera’s and vocal works inspired by American poetry, Jewish liturgy and the Bible.

Castelnuovo-Tedesco: “In my life I have written many melodies for the voice and published 150 of them (many remained in my drawer) on texts in all the languages I know: Italian, French, English, German, Spanish and Latin. My ambition and indeed, my deep motivation has always been to unite my music with poetic texts that stimulated my interest and feelings, to express their lyricism”.

In 1966 he composed The Divan of Moses Ibn Ezra. It is a setting of nineteen poems by, Rabbi Moses ben Jacob ibn Ezra also known as Ha-Sallaḥ (‘writer of penitential prayers’). Ibn Ezra was born in Granada around 1055 – 1060, and died after 1138 and is considered one of the greatest poets in Spain. He also had an enormous influence on Arabic literature. Castelnuovo-Tedesco composed the ‘divan’ (poems) on the modern English translation.

I very much regret that the duo Channa Malkin (soprano) and Izhar Elias only recorded six songs of the cycle. Not only because they have almost no competition (I only know two complete recordings of the songs myself), but also because their performance is really beautiful. Malkin’s lyrical soprano: girlish yet very focused fits the songs like a glove. She was born in Amsterdam, but her Jewish roots lie in Moldova, Russia and the Ukraine.

The guitarist Izhar Elias was also born in the Netherlands, but his roots lie in Iraq and India. And in Israel. What they have in common is the restlessness and the strong urge to do something with their own past. And you can hear that. You can hear that in the thirteen Sephardic folk songs that are presented here in arrangements by Joaquin Rodrigo and Daniel Akiva, among others.

What makes the CD stand out is the really excellent booklet with lots of information and all the lyrics.

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey
Channa Malkin (soprano), Izhar Elias (guitar)
Brilliant Classics 95652

https://www.channamalkin.com

In Dutch: Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Dame Joan Sutherland neemt afscheid van het operatoneel met Les Huguenots van Meyerbeer

Hugenoten Sutherland

Les Huguenots, ooit één van de meest succesvolle opera’s in de geschiedenis van de Parijse Opera, had het ongeluk om, samen met haar schepper, door de Nazi’s als ‘Entartet’ (ontaard) bestempelt te worden. Een van de redenen waarom het werk decennialang werd genegeerd en maar sporadisch uitgevoerd.

Marguerite de Valois is altijd één van de favoriete rollen van Dame Joan Sutherland geweest. Zij zong haar al in 1962 in La Scala en ze koos ervoor om haar te zingen in haar laatste operaproductie op het toneel, op 2 oktober 1990 in Sydney.

De stem van de ruim 60-jarige La Stupenda is niet zo vast meer, maar haar hoogte en haar coloraturen mogen er nog steeds wezen en op Amanda Thane (Valentine) en de werkelijk schitterende Suzanne Johnston (Page) na haalt geen van de zangers haar niveau. Er wordt wel heel erg goed geacteerd en ook het onvermijdelijke ballet is allesbehalve irritant.

De kostuums en het decor zijn natuurgetrouw en beeldend mooi, en het hele toneel lijkt het meest op een groot, zeventiende-eeuws schilderij. De zeer traditionele productie is niet alleen prachtig om te zien om ook waanzinnig spannend: zie hier het bewijs dat een goede regisseur (Lotfi Mansuri) geen concepten nodig heeft om een boeiend theater te maken.

Giacomo Meyerbeer
Les Huguenots
Joan Sutherland, Amanda Thane, Anson Austin, Suzanne Johnston; The Elisabethan Sydney Orchestra olv Richard Bonynge
Regie: Lotfi Mansuri
Opus Arte OA F4024 D

Overtuigende Les Huguenots in Brussel

Voortreffelijke Euryanthe uit Wenen

Euryanthe

Ik ben geen echte liefhebber van de Duitse romantische opera’s wat niet zegt dat ik er niet van kan genieten. Maar dan moet de uitvoering echt goed zijn. En dat is deze Euryanthe zeer zeker. De opera werd in december 2018 in Wenen live opgenomen, wat de sfeer alleen maar ten goede komt: je proeft als het ware het theater.

Het ORF Radio Symphony Orchestra is een streling voor het oor. De jonge Duitse dirigent Constantin Trinks heeft duidelijk affiniteit met het genre: alleen voor hem en zijn orkest is de aanschaf van deze cd een must. Maar onderschat het Arnold Schoenberg Chor niet! Ook zij dragen aan het slagen van deze productie bij en niet een beetje ook!

En dan zijn er nog de solisten. Jacquelyn Wagner is een zeer goede Euryanthe: haar romige sopraan en haar souplesse doen je echt geloven dat zij de onschuldige maagd is. Norman Reinhardt zingt een zeer overtuigende Adolar maar de erepalm gaat naar het schurkenpaar: Andrew Foster-Williams( Lysiart) en Theresa Kronthaler (Eglantine).

Robert Schumann vond de opera “Een ketting van glinsterende juwelen van begin tot het eind. Allemaal geestig en ingenieus”. Zo ver wil ik niet gaan, maar eerlijk is eerlijk: hier heb ik intens van genoten.


CARL MARIA VON WEBER
Euryanthe
Stefan Cerny, Norman Reinhardt, Jacquelyn Wagner, Andrew Foster-Williams;
Arnold Schoenberg Chor, ORF Vienna Radio Symphony Orchestra olv Constantin Trinks
Capriccio C5373

Rossini’s Eduardo en Cristina: voer voor Rossiniannen

Eduardo en Cristina

Ooit van Eduardo e Cristina van Rossini gehoord? Nee? Bijna niemand en toch was de opera ooit buitengewoon succesvol. De première vond plaats in Venetië op 24 April 1819 en was een zo groot succes dat er niet minder dan 24 opvoeringen volgden. Edoch: na 1840 verdween de opera van de affiches.

Heel erg wonderlijk is het niet. Succes of geen succes: voor Rossini was het een haastig ‘tussenwerkje’ waarvoor hij het een en ander van zijn andere opera’s heeft hergebruikt. Zijn partituur is voornamelijk opgebouwd uit delen uit Adelaide di Borgogna, Ricciaro e Zoraide en, voornamelijk Ermione. Daarbij schroomde hij niet om ook bij collega’s leentjebuur te spelen: niet echt ongebruikelijk in de tijd. Het resultaat is een alleraardigst pastiche waar je veel plezier aan kunt beleven om het daarna gewoon weer te gaan vergeten.

De opera werd in 2017 in Bad Wildbad live opgenomen en ik denk, nee ik weet zeker dat de Rossiniannen onder ons daar buitengewoon blij mee zullen zijn. Zeker ook omdat de uitvoering zonder meer goed is.

De Amerikaanse tenor Kenneth Tarver (Carlo) steelt de show als de Zweedse koning Carlo, zijn hoge noten zijn loepzuiver en zijn coloraturen onberispelijk. Een beetje moeite had ik met Silvia Dalla Benetta (Cristina), maar Laura Polverelli zingt een onberispelijke Eduardo en de bas Baurzhan Anderzhanov imponeert als Giacomo. Gianluigi Gelmetti dirigeert alsof zijn leven er van afhangt.


GIOACHINO ROSSINI
Eduardo e Cristina
Kenneth Tarver, Silvia Dalla Benetta, Laura Polverelli, Baurzhan Anderzhanov, Xiang Xu
Camerata Bach Choir Poznan, Virtuosi Brunensis olv Gianluigi Gelmetti
Naxos 8660466-67