cd/dvd recensies

The voice of the Viola in Times of Opression: de altviool als stem voor de vervolgden

altviool voice of the viola

De altvioolsonate van Dick Kattenburg (1919-1944) bestaat uit maar één deel, allegro moderato. De reden is simpel: vóór Kattenburg het werk kon voltooien werd hij tijdens een razzia in een bioscoop opgepakt en op 5 mei 1944 naar Westerbork gestuurd. Twee weken later, op 19 mei 1944, werd hij naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij werd vermoord. Kattenburg is maar 24 jaar oud geworden.

 

Max Vredenburg (1904 -1976) is tegenwoordig voornamelijk bekend als medeoprichter van het Nationale Jeugd Orkest. In de jaren twintig vertrok hij naar Parijs waar hij met o.a. Paul Dukas en Albert Roussel studeerde, componisten die hem zeer hebben beïnvloed. In 1941 vluchtte hij naar Batavia en in 1942 belandde hij in de Jappenkamp. Hij heeft de oorlog overleefd maar een groot deel van zijn familie werd vermoord in Sobibor en Auschwitz. Het Lamento componeerde hij in 1953 ter nagedachtenis van zijn zus Elsa.

altvioool VredenburgMax1

Max Vredenburg © Maria Austria MAI

De sonate van Mieczysław Weinberg, oorspronkelijk gecomponeerd voor klarinet en piano is misschien de meest complexe van alle andere werken op deze cd, het is ook de enige compositie die niet alleen maar treurig is: je kunt er ook flarden klezmer en Joodse folklore in herkennen.

En als u denkt in ‘Adagio’ de beginmatten van de Mondscheinsonate van Beethoven te herkennen dan heeft u gelijk. Die noten staan er wel degelijk in. Net zo trouwens als in het adagio, het slotdeel van de sonate van Dmitri Sjostakovitsj. Het uit 1975 stammende werk was zijn laatste compositie, vlak na de voltooiing van de sonate overleed hij aan longkanker.

Over de uitvoering kan ik maar kort zijn: een absolute TOP! De klank die Ásdís Valdimarsdóttir haar altviool ontlokt is van een zeldzame schoonheid. Het is zo mooi dat het pijn doet. Luister even naar het Adagio van de sonate van Weinberg. Huiveringwekkend.

Marcel Worms, toch wel een van de grootste pianisten/begeleiders van onze tijd houdt zich een beetje schuil, zijn IJslandse collega alle eer gunnend om te brilleren. Maar ga maar goed luisteren en ervaar hoe ontzettend meevoelend zijn bijdrage is. Zoiets heet ‘partners in crime’, denk ik. Beter kan ik het niet omschrijven.


Mieczysław Weinberg, Dick Kattenburg, Max Vredenburg, Dmitri Shostakovich
The voice of the Viola in Times of Opression
Ásdís Valdimarsdóttir (altviool), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9657

Advertenties

‘Strogoii’ van Enescu: een verloren gewaand meesterwerk

Enesci Strigoii

Strigoii (Geesten) is een totaal onbekend oratorium van George Enescu, waar werkelijk niemand van wist. Enescu componeerde het in 1916 waarna het – onvoltooide – manuscript verloren raakte. In de jaren zeventig van de vorige eeuw dook het op in het Enescu-museum en werd het voltooid door Cornel Ţăranu. Een paar uitvoeringen door het Ars Nova Ensemble volgden maar het is nu pas dat het werk werd georkestreerd, door de componist Sabin Păuta.

Je kunt de Geesten beschouwen als de ontbrekende schakel tussen Enescu’s vroege liederen en zijn grote opera, Oedipe. De muzikale taal van de compositie komt in de buurt van Schönberg en zijn Gurre-Lieder, maar ook Bartóks Blauwbaards burcht is nergens ver weg. En toch is het werk eigenlijk nergens mee te vergelijken, het is zo ontzettend eigen en bijzonder!

Enescu Eminescu

Mihai Eminescu

Het driedelig oratorium is gebaseerd op een dramatisch gedicht van de bekendste Roemeense dichter Mihai Eminescu (1850-1889). Het is een zeer mysterieus poeme die vertelt over de voortijdige dood van de bruid van koning Arald van wie niet vaststaat of zij een onschuldige geest of een gevaarlijke vampier is geworden.

Strigoii doet mij het meest aan een ouderwets hoorspel denken. Dat komt niet alleen door de verteller maar ook door de manier hoe de muziek om het (moeilijk te volgen) verhaal heen is gebouwd. Het is ook vreselijk spannend en dat ligt voornamelijk aan de onheilspellende muziek. En opeens bedenk ik: wie heeft nog woorden nodig als muziek sec het allemaal zelf kan vertellen? Schitterend. En onweerstaanbaar.

De uitvoering is uitstekend. Het verhaal wordt zeer spannend verteld/gezongen door de bas Alin Arca en de sopraan Rodica Viva zingt een prachtige koningin. Ook de tenor Tiberius Simu (Arald) en de bariton Bogdan Baciu (Der Magus) zijn eersteklas.

De opname werd in december 2017 gemaakt in Berlijn. Het prachtig spelende Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin stond onder leiding van Gabriel Bebeselea, de dirigent van de Nationale Roemeense opera en het Transsylvaans staatsorkest.

Het ‘toegift’, een 10-minuten durende Pastorale fantaisie für kleines Orchester uit 1899 is niet minder dan een kostbaar cadeautje. Die leg ik dan onder mijn Sinterklaas/kerst/Chanoeka-boom.
Bedankt Capriccio!


George Enescu
Strigoii; Pastorale fantaisie für kleines orchester
Rodica Vica, Alin Anca, Tiberius Simu, Bogdan Baciu
Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Gabriel Bebeselea
Capriccio C 5346

Discovering Jerzy Fitelberg

Fitelberg-Arc-Esnsemble1

Is the music world finally waking up?

Not if it’s up to the big record companies. With them we are still condemned to Bachs, Beethovens and Wagners. Fortunately, smaller labels like Chandos still exist. A while ago they surprised us with a CD with chamber works by Paul Ben-Haim, now they know how to make me overjoyed with Jerzy Fitelberg.

While Ben-Haim’s name was still a little known here and there, Fitelberg’s name was not. At least not Jerzy’s,  because there are still enough old recordings of his father Grzegorz, who was a famous conductor.

FitelbergJerzy1expanded

Jerzy Fitelberg (1903 – 1951) was born in Warsaw and first studied with his father who had him play as a percussionist in the orchestra of the National Theatre in order to gain experience. From 1922 he studied composition with Franz Schreker in Berlin, among others. In 1927 he made a name for himself by re-orchestrating Sullivan’s Mikado for Erik Charell’s operetta-revue in the Grosses Schauspielhaus in Berlin. In 1933 he fled first to Paris and from there to New York.

Fitelberg was one of the favourite composers of Copland and Artur Rubinstein, among others. He himself described his compositional style as “full of the energy and high tension of Stravinski combined with the harmonic complexity of Hindemith and the colours of Milhaud’s French music. Plus the much-needed satire”.

Below an arrangement, made by Stefan Frenkel, of a Tango from Fitelberg’s opera ‘Der schlechgefesselte Prometheus’,played by Marleen Asberg (violophone) and Gerard Bouwhuis (piano) at a concert given by the Ebony Band, April 25, 2013 in Amsterdam,

 

His works were often performed until his death, after which they disappeared from the stage. Until more than sixty years later the ARC Ensemble (yes, the same ensemble that recorded the Ben-Haim CD) picked up the thread.

The first string quartet from 1926 starts with a resolute Presto, which reminds me a lot of Mendelssohn, but not for long. Soon Slavic themes pass by to make way for the melancholic Meno mosso. Beautiful.

The second string quartet , overloaded with prizes in 1928, sounds a bit like Janaček, but with Polish instead of Moravian dances in the background. The sonatine for two violins mixes all the contradictions of the late 1930s: entertainment, jazz and a (cautious) atonality.

Fisches Nachtgesang, a night music for clarinet, cello and celesta is so beautiful that it hurts. It reminds me of a night candle, which goes out carefully. Covered with the soothing words “go to sleep, but don’t worry about it”, but you’re not really reassured.

The members of the Canadian ARC Ensemble, who play contagiously well, all work at the Glenn Gould School at the Royal Conservatory of Music. What a CD! Ten out of ten!

Jerzy Fitelberg
Chamber Works
String Quartets Nos 1 and 2
Serenade; Sonatine; Night musik “Fisches Nachtgesang”.
ARC Ensemble
Chandos CHAN 10877

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Alexandru Agache zingt liederen van Nicolae Bretan

Bretan

De kans dat u ooit van Nicolae Bretan (1887 – 1968) hebt gehoord is niet zo groot. Dat ligt niet aan zijn muziek, want deze Roemeense componist/zanger (hij werd opgeleid als een bariton) heeft heel wat prachtige werken gecomponeerd.

Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij een korte tijd als de directeur van de Nationale Opera in Boekarest maar omdat hij weigerde lid te worden van de Communistische Partij werd hij uitgesloten van de componistenbond, wat betekende dat zijn werken niet meer uitgevoerd mochten worden. De kentering kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw: er werd toen (mede door het initiatief van zijn dochter) een Nicolae Bretan Muziekstichting opgericht, en de Engelse firma Nimbus nam gestaag zijn composities op.

Ik bezit drie van zijn vier opera’s: Horia (NI 5513/4), Golem’ en ‘Arald’ (NI 5424), daar heb ik altijd met veel plezier naar geluisterd, en die kan ik iedere operaliefhebber van harte aanbevelen.

Bretan album

Een paar jaar geleden is bij Nimbus (NI 5810) een cd met selectie van zijn liederen (hij heeft er meer dan 200 gecomponeerd!) uitgekomen, mooi gezongen door de bariton Alexandru Agache. Ze doen me een beetje aan liederen van Puccini denken, maar dan wel met een Roemeens-Hongaars sausje. Niet echt meesterwerken, maar zeer prettig om naar te luisteren.

Door hun weemoed stralen ze ook een zekere melancholie uit, en voor je het weet word je er een beetje droevig van. Daar Agache niet over al te veel kleurnuancen beschikt, kan het op den duur een beetje eentonig worden. Doseren met mate, zou ik zeggen.


‘Ascanio’ van Saint-Saëns is een ware ontdekking

Ascanio cd

We schrijven Parijs 1539. Benvenuto Cellini en zijn leerling Ascanio zijn beiden verliefd op de mooie Colombe. Maar het is ingewikkelder dan u denkt. Er is namelijk nog Scozzone en die is verliefd op Cellini. En La Duchesse d’Étampes ziet Ascanio helemaal zitten en wil van Colombe af. U snapt het meteen: foute boel!

Cellini vermoedt verraad en verbergt Colombe in een reliekschrijn. De Duchesse komt er achter en beveelt de bedienden de kist naar haar landgoed te brengen en zo Colombe te laten stikken. Scozzone die aanvankelijk aan het complot meedeed krijgt er spijt van en neemt Colombe’s plaats in de kist. Morta. Maar er is ook goed nieuws: Ascanio en Colombe mogen trouwen.

 Het libretto is gebaseerd op het toneelstuk ‘Benvenuto Cellini’ van Paul Meurice en Auguste Vacquerie maar de naam werd veranderd om verwarring te voorkomen met Benvenuto Cellini van Berlioz. De – mislukte -première vond plaats op 21 maart 1890 inde Académie Nationale de Musique in Parijs. Ik kan geen enkele reden bedenken voor de mislukking en nog minder voor het negeren van de opera voor lange tijd.

 De voorliggende opname is, voor zo ver ik weet de allereerste volledige registratie van het werk en het verbaast mij zeer dat we er zo lang op moesten wachten. De partituur is buitengewoon goed en verrassend,voornamelijk instrumentaal. De combinatie van belcanto en veristische dramatiek met de Franse slag is gewoon opwindend.

De uitvoering, in november 2017 live opgenomen in Geneve is onvoorstelbaar goed. Ik denk dat de verdienste voornamelijk op conto van de dirigent Guillaume Tourniaire moet worden geschreven: vanaf het begin tot het einde hield hij mij op mij stoel genageld.

Bernard Richter ontroert als Ascanio en Karina Gauvin is een gemene Duchesse. Eigenlijk zijn alle zangers meer dan voortreffelijk maar het meest werd ik ontroerd door Eve-Maud Hubeaux (Scozzone). Luister even naar haar ‘O coeur pur’ en probeer het droog te houden!

 

CAMILLE SAINT-SAËNS
Ascanio
Jean-Francois Lapointe, Bernard Richter, Eve-Maud Hubeaux, Jean Teitgen, Karina Gauvin
Clemence Tilquin Choeur de la Haute Ecole de Musique de Geneve, Choeur du Grand Theatre de Geneve
Orchestre de la Haute Ecole de Musique de Geneve olv Guillaume Tourniaire

LBM 013 

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

Franz Schreker: Vom Ewigen Leben

Ik denk niet dat het verstandig was om ‘Ekkehard’, een jeugdwerkje van Franz Schreker op te nemen. Überhaupt. En al zeker niet om het aan het begin van de cd te plaatsen. De symfonische ouverture heeft weinig om het lijf, klinkt onsamenhangend, is saai en werkt eerder afschrikwekkend dan uitnodigend tot luisteren. ‘Phantastische Ouvertüre’ op 15 is nauwelijks beter en zelfs ik, een keiharde Schreker-fan heb echt moeten doorzetten om het af te luisteren.

Gelukkig vind je op die cd ook twee op de gedichten van Hans Reisiger (naar Walt Whitman) gecomponeerde liederen met de titel ‘Vom Ewigen Leben’ en hier hoor je de echte Schreker. Sensueel en smachtend. Dat mijn eindoordeel niet negatief uitpakt ligt dan ook aan de liederen die prachtig, met veel sehnsucht gezongen worden door de Australische sopraan Valda Wilson.

 Maar het kan ook een beetje aan de jonge Engelse dirigent Christopher Ward liggen. Hij dirigeert zeer kundig maar het ontbreekt hem aan een echte drive. Ik kan mij ook niet aan de indruk onttrekken dat hij het ‘Schrekiaanse idioom’ niet helemaal begrijpt, want ergens tussen de alle zeer keurig gespeelde noten is hij de erotiek kwijtgeraakt. Het best hoor je het in het bekendste stuk van Schreker, zijn ‘Vorspiel zu einer grossen Oper’.

FRANZ SCHREKER
Ekkehard; Vom Ewigen Leben; Phantastische Ouvertüre; Vier kleine Stücke fürgrosses orchester; Vorspiel zu einer grossen Oper
Valda Wilson (sopraan)
Deutsche Staatsphilharmonie Reihnland-Pfalz olv Christopher Ward
Capriccio C5348

/2016/10/13/franz-schreker-door-lawrence-renes/

/2017/01/20/der-schatzgraber-amsterdam-september-2012/

/2017/01/22/schreker-irrelohe-der-schmied-von-gent-en-nog-meer/

/2016/12/17/der-ferne-klang/

/2017/01/21/die-gezeichneten-discografie/

‘A Streetcar named desire’ twenty years after its premiere

Streetcar affiche

I had been playing with the idea of writing about modern American operas, because nowhere in the world is opera as alive as it is there. Romantic, minimalistic, dodecaphonic: something for everyone.

But ask the average opera lover (the diehards know Heggie, Barber and Menotti) to name an American opera composer: bet that they will not get beyond Philip Glass and John Adams. Why is that? Because we, Europeans, have a nose for American culture and feel superior in everything. That’s why.

September 1998 it was exactly twenty years ago that an important American opera had its premiere in San Francisco: A Streetcar named desire by André Previn, after the play by Tennesee Williams. I was there.

Streetcar scene

Elisabeth Futral (Stella), Rodney Gilfrey (Stanley) and Renée Fleming (Blanche) © Larry Merkle

THE PREMIERE

Expectations were high. Tennesee Williams’ A Streetcar Named Desire is one of the best known and most important American plays. Its adaptation by Elia Kazan in 1951 not only earned the play worldwide recognition but also a real cult status; and the main characters – curiously enough except for Marlon Brando – were all rewarded with an Oscar.

Streetcar film

The play was made into a film twice more, without success.  Not surprisingly, there are few films – or dramas – so intensely linked to the actors’ names. Still, it was the ultimate dream of Lotfi Mansouri, the then boss of the San Francisco Opera, to turn ‘Streetcar’ into an opera. Leonard Bernstein was approached but showed no interest.

The choice eventually fell on André Previn, a choice that seemed a bit strange to some, after all he had never composed an opera before.

Philip Littel, an old hand in the trade, wrote the libretto. He was best known for The Dangerous Liaisons, an opera that premiered two years earlier with great success. Colin Graham was the director and for the leading roles, great singer-actors were cast.

The libretto closely follows the play  and does not shy away from even the most difficult details. Small cuts have been made and Littel allowed himself a small addition: the Mexican flower saleswoman with her sinister ‘Flores, flores para los muertos’ returns at the end of the third act, with a clear message for Blanche. To me this felt slightly superfluous.

The stage images resembled those from the film. The first scene already: mist, a little house with the stairs to the upstairs neighbours and Blanche, carrying her little suitcase, singing ‘They told me to take a streetcar named Desire…” A feast of recognition for the film lover.

You recognise fragments of Berg, Britten, Strauss and Puccini in the music, which is easy on the ears. The atmosphere is partly determined by strong jazz influences and you hear many trumpet and saxophone solos. Logical, after all, it takes place in New Orleans.

The opera is through-composed, but contains numerous arias: Stella and Mitch get one, there is a duet for Stella and Blanche, and Blanche herself is very richly endowed with solo’s.

All attendees speculated what notes Stanley would get to sing with his famous “Stelllllaaa!!!

None, as it turned out. Rodney Gilfrey (Stanley), just like Marlon Brando in the movie stood at the bottom of the stairs and shouted. And just like in the movie Stella came back. The next morning she woke up humming. And she responded to Blanche with a beautiful big aria “I can hardly stand it”.

Streetcar Stanley

Elisabeth Futral (Stella) and Rodney Gilfrey (Stanley) © Larry Merkle

Elisabeth Futral provided a true sensation in her role of Stella. Blessed with a brilliant, light, agile soprano, she sang the stars from the sky and was ovationally applauded by the press and the public.

Streetcar rode hemd

Stanley Kowalski’s role was Rodney Gilfrey’s own. He even did me, even if it had been forgotten Brando for a while. I don’t know how he did it, but he could sing and chew gum at the same time! He looked particularly attractive in both the torn white T-shirt and the “red silk pajamas”. Unfortunately Previn didn’t give him an aria to sing, which made him even more unsympathetic as a person.

Mitch was sung very sensitively by the then unknown tenor Anthony Dean Griffey, and Blanche…..  André Previn wrote the role especially for Renée Fleming and you could hear that. Sensational.

Meanwhile Fleming has added her large aria ‘I Want Magic’ to her repertoire and recorded it in the studio for the CD with the same name.

CD

Streetcar-Named-Desire-768x761cd

The opera was recorded live by DG and brought on the market in the series 20/21 (music of our time).


DVD

Streetar dvd

The opera has now become a classic and is performed in many opera houses in many countries, but the chance that you will ever see the opera in the Netherlands is virtually nil. Fortunately it was also recorded on DVD (Arthaus 100138). Not so long ago I have watched it again.

“Whoever you are – I have always depended on the kindness of strangers” sings Blanche Du Bois (Fleming), disappearing into the distance. She is led away by a psychiatrist, whom she sees as a worshipper.

Her words echo on, a trumpet plays in the distance, and strings take over the blues. The heat is palpable, the curtain falls and I look for a handkerchief. Before that I spent two and a half hours on the edge of my chair and even forgot the glass of whiskey I filled at the beginning of the opera.

People: buy the DVD and get carried away. It is without a doubt one of the best operas of the last twenty years.

Renée Fleming in conversation with André Previn about the opera:

THE KINDNESS OF STRANGERS

DVD WRAP.QXD (Page 1)

The kindness of Strangers’ is also the title of a film about André Previn:

 

Translated with https://www.deepl.com/Translator

In Dutch: André Previns ‘A Streetcar named desire’ twintig jaar na de première