Daniel_Barenboim

Ivan van Kalmthout: muziek heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld

Ivan London

Ivan van Kalmthout

De 52ste editie van het Internationale Vocalisten in 2018 was het laatste concours voor directeur Annett Andriesen. Na twaalf jaar van een ongelooflijke inzet en fantastisch leiderschap (iets waarvoor zij met speeches, staande ovatie, bloemenweelde en een ‘bescheiden’ bouquet van symbolische twaalf rozen werd gehuldigd) het stokje heeft overgedragen aan Ivan van Kalmthout.

Ivan Opening - Annett en Ivan

Ivan van Kalmthout en Annett Andriessen

Van Kalmthout werkte eerder als interim-directeur van het Liceu Opera House in Barcelona en als directeur van de Berliner Staatsoper in Berlijn en in 2017 trad hij toe tot de directie van het IVC. Tijd voor een gesprek.

Van Kalmhout is een echte Brabander. Hij werd in 1968 geboren in Etten. De familie van zijn vader komt uit Zegge en zijn moeder die uit een Moluks KNIL-gezin stamt, is opgegroeid in Zundert.

Ivan met moeder

Ivan an Kalmthout met zijn moeder

“Over mijn familie… Mij oma was Molukse. Aan mij zie je dat niet, maar mijn oma was heel donker. Mijn opa kwam uit Tilburg. Hij was in Tjimahi gelegerd en daar hebben ze elkaar ontmoet. Mijn moeder en mijn zus zijn exotisch om te zien. Toen ik voor de eerste keer in het Rijksmuseum alle regentenportretten zag was het me duidelijk dat mijn uiterlijk helemaal niks met Indonesië te maken heeft. Ik had zo in de 17e eeuw in Nederland geboren kunnen zijn! ‘

Ivan India

En hoe zat het met de muziek?

Van Kalmhout: “Muziek heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Mijn opa speelde piston in de plaatselijke harmonie en kon heel goed van blad zingen. Mijn moeder was waarschijnlijk een succesvolle sopraan geworden als ze de kans had gehad. Ze heeft er in ieder geval de stem en het temperament voor! Ik was als kind gefascineerd door de viool en heb dat een behoorlijke tijd gestudeerd.”

“Via een langspeelplaat met een stuk van Wieniawski gespeeld door Emmy Verhey hoorde ik voor het eerst een solo-aria, gezongen door Hebe Dijkstra. ‘Mon coeur s’ouvre à ta voix’ uit Samson et Dalila. Ik kende al wel wat symfonische muziek met zang en de ‘Walkürerit’ maar dit was een nieuwe ervaring. Ik weet nog dat ik het niet thuis kon brengen. Maar fascinerend vond ik het wel. En na een aantal keren luisteren was ik ‘om’ voor het genre. Ik denk dat het daarom ook zo belangrijk is dat kinderen/ jongeren de mogelijkheid hebben om met klassieke vocale muziek in aanraking te komen. Dat onderdeel proberen we ook te benadrukken in de nieuwe Opera3Daagse.”

“Wat later ontdekte ik Maria Callas en dat was voor mij een donderslag. Wat ik van die passie heb overgehouden is een grote voorliefde voor de combinatie van tekst en muziek. Als een zanger de diepere waarheid van een tekst weet te vertolken raakt me dat zeer. Opera is natuurlijk geen literair genre maar als de poëtische waarheid door een vertolker wordt opgepakt komt het makkelijker aan dan welke theatertekst van het hoogste niveau ook. Als een zanger technisch perfect zingt maar duidelijk alleen naar de noten heeft gekeken kan ik er vaak weinig mee. Maar het aanvoelen van datgene wat met soms heel banale teksten wordt vertoond en een driemaal herhaald woord driemaal een andere betekenis weet te geven (“amour” in Carmen bijvoorbeeld) is voor mij één van de grootste gaves die een interpreet mee kan nemen.”

Ivan met Eva

Ivan van Kamlthout met Eva-Maria Westbroek

Na zijn middelbare school heeft van Kalmhout bedrijfskunde en management gestudeerd aan de Business University Nyenrode in Breukelen waarna hij bij Pieter Alferink en zijn impresariaat terechtkwam. In 1991 werd hij door Marc Clémeur gevraagd om naar de Vlaamse Opera in Antwerpen (en Gent) te komen. Hij werkte er als assistent artistieke planning samen met Hein Mulders.

De volgende stap was de Staatsoper van Hamburg en het Liceu in Barcelona. In 2011 werd van Kalmthout benoemd tot operndirektor en artistiek directeur van de Deutsche Staatsoper in Berlijn. Hij werkte er samen met de dirigent Daniel Barenboim en de intendant Jürgen Flimm.

Van Kalmthout: “Het was een privilege om in Berlijn in de Staatsoper im Schillertheater te mogen werken. Gedurende drie jaar was ik terug in het repertoiretheatersysteem met een enorme hoeveelheid producties, een zeer interessante operastudio die ik mee vorm mocht geven met nieuwe jonge talenten in het eerste jaar. Het concertprogramma van de Staatskapelle was daarnaast ook een parade van muzikale hoogtepunten met eersteklas instrumentalisten. De onuitputtelijke nieuwsgierigheid en werklust van Daniel Barenboim doet iedereen in zijn nabijheid versteld staan.”

“Toen de mogelijkheid kwam om tijdelijk in te vallen voor Joan Matabosch in Barcelona nadat Gerard Mortier voortijdig door ziekte Madrid moest verlaten, ben ik graag naar het theater en de stad waar ik zo’n goede tijd had, teruggegaan. Ik heb succesvol een zeer moeilijk jaar (zowel organisatorisch als artistiek) voor het Liceu vorm kunnen geven. Het was een privilege om er nog een jaar te zijn maar het was ook duidelijk dat de richting van het Liceu volledig anders was geworden in vergelijking met de tien gouden jaren van voor mijn Berlijnse tijd.”

Ivan sWikels

© Swinkels en van Hees

Toen het bekend werd dat Annett Andriessen er mee ging ophouden heeft van Kalmthout meteen gesolliciteerd. Hij kende de competitie en de sfeer goed, tenslotte heeft hij zelf twee keer als lid van de jury meegedaan. Hij is er dan ook zeker van dat hij de lijn goed kan doortrekken. Dat denk ik ook. TTT Ivan van Kalmthout!

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

Il Matrimonio segreto, een enigszins in de vergetelheid geraakt heerlijk niemendalletje

Matrimonio Cimarosa

Domenico Cimarosa

Il matrimonio segreto van Domenico Cimarosa is enigszins in de vergetelheid geraakt. Jammer, want het is een heerlijk niemendalletje.

Vaak wordt het de componist verweten dat zijn opera een slap aftreksel van de komische werken van Mozart zou zijn, maar dat is mijns inziens gewoon lariekoek. Natuurlijk zijn er Mozarts invloeden waarneembaar, maar zijn stijl is onmiskenbaar Italiaans en vergelijkbaar met die van een Galuppi, Paisiello of Piccinini. Daarbij wijst Cimarosa al richting Rossini vooruit.

Wist u trouwens dat Il Matrimonio Segreto wellicht de enige opera in de geschiedenis is, die ná de première in zijn geheel gebisseerd moest worden, maar niet vóór de componist en de hele cast op een copieuze maaltijd werden onthaald?

DANIEL BARENBOIMMatrimonio Barenboim
Barenboim gaat terug naar af en – of je het wilt of niet – brengt je terug bij Mozart. De ouverture klinkt al alsof het een voorspel tot een bewerkte Cosi fan tutte is. Ik weet niet of ik het mooi vind. Prachtig gespeeld, dat wel, maar ook een beetje zwaar.

Arleen Auger is een heerlijke Carolina, maar haar zuster en tante (resp. Julia Varady en Julia Hamari) vind ik iets te nadrukkelijk aanwezig. Wat ook aan de tempi van Barenboim kan liggen. Dietrich Fischer-Dieskau doet het verrassend goed als Geronimo. Weliswaar meer een ‘conte’ dan een ‘buffone’, maar toch.

Hieronder zingt Fischer-Dieskau ‘Udite, tutti udite’:

Ryland Davies is een fatsoenlijke Paolino, maar ik mis de zon in zijn stem. De opera werd in 1975 opgenomen en is oorspronkelijk op DG uitgebracht. Mijn exemplaar komt van Briljant Opera Collection (93962)


GABRIELE BELLINI

matrimonio bellini

Toen de Reisopera nog Opera Forum heette werd er veel aandacht aan belcanto besteed. In 1991 bracht het gezelschap een zeer genietbare uitvoering van Il matrimonio segreto op de planken. Dankzij het label Arts (hopelijk nog verkrijgbaar) werd de opname wereldwijd uitgebracht.

Het Orkest van het Oosten onder leiding van Gabriele Bellini speelt zeer lichtvoetig en sprankelend. Hun lezing bevalt mij meer dan die van Barenboim.

William Matteuzzi (Paolino) was in die tijd één van de pioniers in het herontdekken van de belcantostijl. Toen zeer verrassend, nu al een beetje gedateerd, maar alleszins het beluisteren waard.

Susan Patterson is een beetje schreeuwerige Carolina, maar Gloria Banditelli is een verrukkelijke Fidalma. Het geluid is niet geweldig, maar hé: het is een echt Nederlands product! (Arts 471172)

Hieronder een fragmentje:

GIOVANNI ANTONINI

Matrimonio Luik

De Opéra Royal de Wallonie in Luik is zeer geliefd bij liefhebbers van traditionele opera-uitvoeringen. De productie van Il matrimonio segreto uit 2008 is dan ook een voorbeeld van ouderwetse pracht. Alle ingrediënten zijn er en je hebt geen ondertitels nodig om te snappen waar het over gaat. Bij vlagen is het voor mij net iets te karikaturaal (de uitdossing van Elisetta gaat echt te ver!), maar het is ontegenzeggelijk leuk!

De oudgediende Alberto Rinaldi is een grappige Geronimo en Mario Casi is een (letterlijk) zeer aantrekkelijke graaf. Aldo Caputo (Paolino) klinkt zeer aangenaam, maar de ster van de voorstelling is de zeer sprankelende Carolina van Cinzia Forte. Zeer te spreken ben ik ook over de directie van Giovanni Antonini. Misschien niet echt een top, maar wel mooi. (Dynamic 33631)

Hieronder een interview (in het Italiaans, zonder ondertitels) met de regisseur van de productie, Stefano Mazzonis di Pralafera:

 

LORIN MAAZEL

Matrimonio maazel 

Deze productie van Die heimliche Ehe (ja, het is in het Duits) werd in 1967 opgenomen bij de Deutsche Oper Berlin. Tegenwoordig zou je de uitvoering ‘historisch verantwoord’ kunnen noemen. Althans wat de decors en kostuums betreft, want het Berlijnse orkest speelt natuurlijk op moderne instrumenten. De decors zijn enigszins in ‘bordkartonstijl’, maar de eenvoudige regie is zeer speels en zonder meer plezierig om naar te kijken.

Over de stemmen ben ik niet zo enthousiast, op Josef Greindl (Geronimo) na. Erika Köth vind ik te schel en te volwassen voor Carolina. De Elisetta van Lisa Otto is veel leuker. Donald Grobe is geen goede Paolino – zo kun je tegenwoordig muziek uit het tijdperk Mozart-Rossini niet meer zingen.

Bijzonder gecharmeerd ben ik wel van de jonge Lorin Maazel op de bok. In tegenstelling tot Barenboim houdt hij het orkest licht en sprankelend. (Arthaus Musik 101625)

Hieronder de trailer:

DANIEL BARENBOIM: The First Steps To Glory

Barenboim first steps

Toen ik in 1968 het communistische paradijs achter mij liet kwam ik in een walhalla terecht waarvan ik de verleidingen amper kon weerstaan. Zo heb ik mijn studiebeurs de eerste dag al in een muziekwinkel aan LP’s uitgegeven. Daartussen zaten ook de complete pianosonates van Beethoven, gespeeld door Daniel Barenboim.

De platen heb ik niet meer, ik weet dus niet of het om dezelfde opnamen uit 1959 gaat als die ik nu aan het beluisteren ben, maar dat denk ik niet. In 1959 was Barenboim slechts 17 jaar oud en ik betwijfel of hij toen al in het bezit was van een platencontract.

Wat het meeste opvalt in zijn spel is het jeugdige elan en een soort vanzelfsprekendheid die alleen maar zeer jonge genieën bij zich dragen. In zijn interpretaties valt nergens een twijfel te bespeuren en zijn aanslag is groots.

Ongewild moet ik aan de eerste opnamen van Pogorelic denken, ook Barenboim zoekt de grenzen op, alleen overschrijdt hij ze nergens. Al zijn zijn tempi soms duizelingwekkend zoals in het Rondo Allegro in ‘Patetique’. Over pathetisch gesproken! Maar ook de ‘Apassionata’ doet bij Barenboim zijn naam eer aan. Zelden hoor je de sonate zo meeslepend gespeeld, roekeloos bijna.


Nog interessanter is de vierde cd met van alles en nog wat, beginnend met J.Ch.Bach en eindigend met Sjostakovitsj, waarbij de pianosonatine van Dmitri Kabalevsky een nog grotere rariteit is dan de twee kleine niemendalletjes van Pergolesi. Het mijmerende tweede deel, Andantino had zo uit de pen van Satie kunnen komen maar vergis je niet: met het presto belanden we in een (een beetje dan) ‘Prokofjeff-land’.

Deze cd is in 1955 opgenomen wat betekent dat het kind Barenboim toen nog geen dertien jaar oud was. Waanzinnig. Het is echt jammer dat het tekstboekje amper tekst bevat, er staat niet eens bij waar de opnamen plaatsvonden en en waar ze al eerder werden uitgebracht.

Barenboim speelt de sonate van J.Ch.Bach:

Beethoven: Piano Sonatas Nos. 8, 14, 21, 23, 29, 32
JC Bach: Piano Sonata in B flat major op. 17 No. 6
Pergolesi: Piano Sonatas in B flat major & in G major
Mozart: Variations KV 265
Mendelssohn: Capriccio in F sharp minor op. 5
Brahms: Intermezzo in C major op. 119 No. 3
Kabalevsky: Sonatine for Piano op. 13 No. 1
Shostakovich: Preludes Op. 34 No. 2
Profil PH18038

ON MY NEW PIANO

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie

tristan August Spieß,

Tristan und Isolde. Wandschilderij van August Spieß, 1881

CD’S

CARLOS KLEIBER 1982

Tristan Kleiber

Een discografie van Tristan und Isolde schrijven voelt bijna als het componeren zelf. Niet alleen omdat er zo veel opnamen zijn (maar liefst vijftig, waarvan elf op dvd! En dan heb ik het alleen over de volledige commerciële uitgaven die nog steeds te koop zijn!. Tel daarbij de ettelijke uitgaven met hoogtepunten, de piraten, filmpjes op Youtube …. ), maar ook omdat het een opera is die je emotioneel volledig kan uitputten.

Maar ik deed mijn best. Urenlang luisterde ik naar de ettelijke Furtwänglers, Böhms en Karajans (en het zijn er nogal wat!), stofte Artur Bodanzky af… Ging toch nog even ‘verhaal halen’ bij Janowski en Barenboim…. om na een paar weken bijna onafgebroken honderden liefdesdoden te sterven tot de conclusie te komen dat, mocht ik nu naar een onbewoond eiland worden verbannen met maar één opname, het zonder twijfel de uitvoering onder Carlos Kleiber zal zijn (DG 4775355), uit 1982.

Margret Price is een onvergetelijke Isolde. Haar zilver getimbreerde lyrische sopraan klinkt zeer vrouwelijk en puur in zijn kwetsbaarheid. O, sterk is zij ook, en vastberaden, maar haar feminiene kant heeft de overhand. Een Isolde om verliefd op te worden.

René Kollo mist een beetje glans maar verder zingt hij een goede Tristan. Het is best jammer van Fischer-Dieskau, zijn Kurwenal is niet echt om over naar huis te schrijven, maar Kurt Moll is een fantastische Marke en Briggitte Fassbänder een dito Brangäne.

Maar de dirigent! Mensen, mensen, wat is dat mooi! Vanaf de allereerste verre klank tot het laatste akkoord kan ik niet anders dan mij, met mijn ogen dicht me aan de orkestklank te laven. Adembenemend. Nee, meer: hypnotiserend…



WILHELM FURTWÄNGLER: LIVE, 1941 – 1947

600168_FurtwŠngler_BOX_.indd

Een paar jaar geleden heeft de firma The Intense Media een Furtwängler-box uitgebracht, met live opgenomen opera’s op maar liefst 41 cd’s. Op één verdwaalde Verdi (Otello met Ramón Vinay uit Wenen 1951) na allemaal Duits: Mozart, Gluck, Beethoven en von Weber. En – het kan natuurlijk niet anders – veel, heel erg veel Wagner, zijn muziek staat op maar liefst 24 van de 41 cd’s.

Tristan und Isolde is niet minder dan drie keer te bewonderen, in fragmenten uit drie verschillende voorstellingen.

De onder de diehards beroemde opname uit Wenen in 1943 met Max Lorenz en Anny Konetzni bevat ook wat toegevoegde fragmenten met dezelfde bezetting uit 1941. Foute boel, uiteraard, maar voor velen een belangrijk document.

Zelf heb ik er veel moeite mee, vandaar dat ik er kennis van heb genomen en ben verder gegaan met de fragmenten in 1947 opgenomen in het Admiralspalast in Berlijn, met een werkelijk uitstekende Tristan van Ludwig Suthaus. Er zijn weinig bassen die zich met Gottlob Frick (Marke) kunnen meten, Erna Schlüter is een prima Isolde en Margarete Klose een dito Brangäne. Het geluid is helaas niet mooi, maar een beetje Wagneriaan neemt het allemaal voor lief.

WILHELM FURTWÄNGLER: STUDIO, LONDEN 1952

Tristan Furtwangler Naxos

Minder spannend wellicht, maar echt onnavolgbaar mooi wordt het pas in de studio-opname uit 1952 (Naxos 8110321-24). Ludwig Suthaus is ook hier van de partij, maar pas hier hoor je wat een fantastische Tristan hij was. Aan zijn zijde heeft hij nu ook een Isolde van zijn eigen formaat: Kirsten Flagstadt.

De jonge Fischer-Dieskau is een mooie Kurwenal, Josef Greindl een schitterende Marke en Blanche Thebom een zeer aantrekkelijke, lyrische Brangäne.

Maar het mooist is het orkest: in die opname hoor je pas wat een fantastische dirigent die Furtwängler toch was! Wat ook leuk is: in de kleine rolletjes van de matroos en de schaapherder hoor je Rudolf Schock.. Jaa…. dat waren nog eens tijden!



 

HERBERT VON KARAJAN BAYREUTH 1952

Tristan Karajan 1952

Ik ben niet zo’n fan van Martha Mödl als Isolde. Ooo… ik bewonder haar enorm, hoor! Haar uithoudingsvermogen zijn onuitputtelijk en haar krachtige stem kan zich alleen met een laserstraal meten die genadeloos door alle muren heen snijdt tot er niets meer overeind blijft. Daar is de orkaan Irma eigenlijk niets bij.

De in 1952 in Bayreuth live opgenomen voorstelling klinkt behoorlijk scherp, waardoor haar stem nog harder en groter lijkt dan normaal. Daar is veel voor te zeggen, hier hoefde niemand aan knopjes te draaien want wat je hoort is puur natuur. Daar kan zelfs Karajan er met zijn orkest niet tegenop! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor zo ontzettend weinig liefde in haar interpretatie! Dit in tegenstelling tot de misschien iets minder krachtige maar zeer warme en romantisch klinkende Tristan van Ramón Vinay.

De laatste is voor mij ook de voornaamste reden om de opname te koesteren, maar ook de rest van de cast bevalt mij zeer. Ida Malaniuk is een aantrekkelijke Brangäne, Ludwig Weber een goede Marke en Hans Hotter een beetje zware maar verder mooie Kurwenal.



DVD’s

NIKOLAUS LEHNHOFF GLYNDEBOURNE 2007

Tristan Lehnhoff Glyndebourne

De in augustus 2007 opgenomen voorstelling in de regie van Nikolaus Lehnhoff is voor mij in alle opzichten één van de mooiste Tristan und Isolde’s. Ik heb me, voor het eerst in mijn leven, aan die opera totaal overgeleverd. Zonder spijt, overigens.

Lehnhoff nam Isolde’s woorden: ‘Im dunkel du, im lichten ich’ als het uitgangspunt van zijn enscenering, en zijn spel met donker en licht (en met ruimte!) resulteert in een buitengewoon spannend en wonderschoon bühnebeeld. De kostuums zijn een soort mengsel van middeleeuwse eenvoud en hedendaagse glitter.

Nina Stemme is letterlijk en figuurlijk de mooiste Isolde die men zich kan voorstellen. Haar romige, sensuele sopraan met zijn vele kleurnuances klinkt als een balsem voor de ziel. Al haar noten klinken natuurlijk en moeiteloos, zo vanzelfsprekend en bitterzoet als de liefde zelf.

Robert Gambill voldoet qua stem wellicht niet helemaal aan de zware eisen van de partij, maar zet een zeer charismatische en betrokken Tristan neer. Ook Katarina Karnéus (Brangäne), René Pape (Marke) en Bo Skovhus (Kurvenal) zingen en acteren meer dan voortreffelijk.

De dirigent (een waanzinnig goede Jiří Bêlohlávek) ontlokt aan het orkest de mooiste kleuren en bouwt een thrillerachtige spanning op. De ruim vier uur durende opera is zo voorbij. Een kunst. Zeer aanbevolen. (Opus Arte 0988 D)

NIKOLAUS LEHNHOFF ORANGE 1973

Tristan Böhm Orange

In 1973 regisserde Lehnhoff een toen zeer spraakmakende voorstelling van Tristan in Orange. De productie is simpel en tijdloos en eerlijk gezegd een beetje saai.

Maar de hoofdrollen worden gezongen door de toen 55-jarige Birgit Nilsson en Jon Vickers en het wordt gedirigeerd door Karl Böhm, wat het geheel tot een document van formaat maakt. De beeld- en geluidskwaliteit is pover, maar een echte liefhebber laat zich daar niet door afschrikken (Hardy Classics HCD 4009)

„Als für ein fremdes Land der Freund sie einstens warb“:

 

BARENBOIM EN PONNELLE BAYREUTH 1981

Tristan Barenboim Ponnelle

De opvoering van ‘Tristan’ in 1981 markeerde het debuut van Barenboim en Ponnelle in Bayreuth. Hun samenwerking resulteerde in een immens succes, en zowel het publiek als de pers waren laaiend enthousiast. In oktober ’83 werd de voorstelling, ditmaal zonder publiek, op de video opgenomen (DG 0734321)

De prachtige enscenering van Ponnelle is magisch-realistisch, met veel symboliek, onderhuidse erotiek en dromen, waar de echte wereld eigenlijk een verbeelding blijkt te zijn. De laatste acte speelt zich af in het hoofd van de ijlende Tristan:  begeleid door Isolde’s Liebestod, wellicht de mooiste muziek ooit geschreven, sterft hij in de armen van Kurvenal.

Het is de eerste keer dat ik Johanna Meier zie, en de kennismaking verloopt niet geheel naar wens. Toegegeven – zij ziet er prachtig uit, acteert goed, en op haar zingen kan ik ook eigenlijk niets aanmerken, maar het klinkt allemaal zo gemaakt … Je hoort haar als het ware hard werken, en dat wil ik niet. Maar misschien vergis ik me, en is er tussen haar en mij geen chemie? Aan dat laatste geen gebrek tussen haar en Tristan: een beetje droog klinkende, maar verder prima zingende René Kollo. Matti Salminen is onweerstaanbaar als Marke en Hanna Schwarz is een werkelijk fenomenale Brangäne. Een magische voorstelling.

Hieronder de ‘Liebes Nacht’:

 

 

BARENBOIM EN CHÉRAU MILAAN 2007


BLURAY:BLURAY

De openingsnacht van La Scala met een door Daniel Barenboim gedirigeerde en Patrice Chéreau geregisseerde Tristan und Isolde, met Waltraud Meier in de hoofdrol… Ja, dat schept verwachtingen. De recensies waren niet onverdeeld positief, maar ik was er enthousiast over, en dat ben ik, nu ik de productie nogmaals heb gezien, nog steeds.

Allereerst is er de intelligente en zeer humane regie van Chéreau en het sobere maar zo ‘to the point’ bühnebeeld van Richard Peduzzi. De kostuums en spaarzame decors doen zeer middeleeuws aan en middels kleine details wordt een suggestie van realiteit gewekt. Voor mij het voorbeeld hoe je met het gebruik van traditie een echt modern toneel kan maken.

De personenregie is uitmuntend. Chéreau weet als geen ander van zijn toneelpersonages mensen van vlees en bloed te maken. Het is geen sprookje of legende, alles gebeurt daadwerkelijk en de ‘eeuwigdurende kus’ duurt inderdaad eeuwig.

Waltraud Meier zingt (en acteert!) een warmbloedige Isolde, Michelle de Young is een zeer overtuigende Brangäne, Gerd Grochowski een formidabele Kurwenal en Matti Salminen is als Marke inmiddels al een icoon. Maar het meest verrast werd ik door de toen mij onbekende Ian Storey als een solide Tristan (Warner Classics 0825646055005)

Hieronder fragment van de productie:

OLIVIER PY GENEVE 2005

Tristan Py

In een zeer geslaagde productie uit 2005 uit Geneve (Bel Air BAC014) gooit Jeanne-Michèle Charbonnet alle remmen los Haar emoties zijn levensecht, en haar woede, middels de toverdrank in een alles verzengende liefde omgeslagen, maakt de toeschouwer tot deelgenoot van haar lot. Dankzij de vele close-up’s zitten we letterlijk op haar (en haar minnaars) huid, wat niet altijd mooie plaatjes oplevert, maar alle emoties bloot legt.

De enscenering is een beetje high-tech. De eerste akte speelt zich af op een schip met veel (zwart) metaal, trappen en neonlichten en het begin, met Isolde aan een rail, doet een beetje aan Titanic denken.

De liefdesnacht wordt in verschillende slaapkamers doorgebracht en in de derde akte wordt het toneel letterlijk overspoeld door water. Het klinkt allemaal raar, maar logisch is het wel. En belangrijker: het werkt!

Ook de belichting, van de hand van de regisseur (Olivier Py) is fabelachtig mooi. Clifton Forbis als Tristan haalt het niveau van zijn Isolde niet, maar overtuigt wel.

Hieronder Jeanne-Michèle Charbonnet en Clifton Forbis in ‘Isolde! – Tristan! Geliebter!’:

CHRISTOPH MARTHALER 2008

Tristan Marthaler

 

Christoph Marthaler behoort ongetwijfeld tot de beste hedendaagse toneelregisseurs. Hij doet ook veel opera en muziektheater. Niet helemaal verwonderlijk: Marthaler heeft een gedegen muziekopleiding genoten en is zijn loopban begonnen als musicus en componist.

Zijn producties zijn vaak kaal en kil, in zijn concepten zijn mensen niet in staat om van elkaar te houden en in zijn (bijzonder sterke, dat wel) personenregie gaat hij met zijn personages aan de haal. Hij manipuleert. Niets op tegen als het werkt en als het niet tegen de muziek indruist, maar vaak is het buitengewoon irritant. En – wat erger is – saai

Dat is ook het geval met deze ‘Tristan und Isolde’. De productie, in 2008 voor de tweede keer in Bayreuth uitgeboeid, komt er dan ook niet meer terug.

Maar muzikaal is het dik in orde. Schneider is misschien niet de opwindendste dirigent ter wereld, maar wat hij aan het orkest ontlokt, is pure klankschoonheid. Alsof hij wilde zeggen: kijk, die muziek gaat toch echt over liefde.

Er wordt ook voortreffelijk gezongen. Iréne Theorin en Robert Dean Smith zijn een goed liefdespaar en Robert Holl zet een prachtige, zeer menselijke Marke neer. (Opus Arte OA 1033). Mocht u liefhebber zijn van modern toneel en van concepten, dan is deze productie echt iets voor u.

Hieronder fragment uit de productie:

 

 

 

Barenboim dirigeert povere The dream of Gerontius

Elgar Barenboim

Toegegeven, de omstandigheden waren alles behalve optimaal. Het begon met de afzegging van de stertenor Jonas Kaufmann. Op zich niet echt een ramp, zijn stem is niet echt geschikt voor Gerontius.

Kaufmann werd vervangen door Toby Spence, een zowat ideale vertolker van die rol. Helaas, ook Spence zegde af en Andrew Staples stapte in. Prima tenor, zonder meer, maar zijn stem past beter bij werken van Mozart en Bach. Op het laatste moment liet ook Sarah Connoly het afweten en de rol van Angel werd overgenomen door Catherine Wyn-Rogers.

Geen van de twee nieuwe solisten voldeed aan de hoge eisen van het werk. Wyn-Rogers intoneert niet zuiver en haar ruime vibrato is een marteling om naar te luisteren. Van de oorspronkelijk voorgestelde bezetting bleef alleen Thomas Hampson over, maar in zijn eentje kon hij de uitvoering echt niet dragen.

Daniel Barenboim heeft altijd veel affiniteit met de muziek van Elgar gehad, het is ook niet de eerste keer dat hij het mystieke meesterwerk dirigeert. Helaas is het resultaat nu gewoon knudde. Het orkest is te zwaar en het koor klinkt te Duits. Ik snap best dat je de geplande voorstellingen en radio-uitzendingen niet zo maar kunt cancelen, maar moest het povere resultaat dan ook op cd’s uitgebracht worden?


EDWARD ELGAR
The Dream of Gerontius
Catherine Wyn-Rogers, Andrew Staples, Thomas Hampson
Staatsopernchor Berlin, RIAS Kammerchor; Staatskapelle Berlin olv Daniel Barenboim

SIR JOHN BARBIROLLI AND SIR ADRIAN BOULT

Afbeeldingsresultaat voor Gerontius Barbirolli Warner

Gelukkig: aan goede uitvoeringen geen gebrek. Het mooist vind ik de opname onder John Barbirolli uit 1964 (Warner 0724357357920) , niet in de laatste plaats vanwege de onnavolgbare bijdrage van Janet Baker:

Maar ook Sir Adrian Boult (Warner 0724356654020 ) uit 1975 is niet te versmaden!
Alleen al vanwege Nicolai Gedda’s meer dan ontroerende ‘I went to sleep’:

 

 

 

 

Daniel Barenboim on his new piano

barenboim

‘On my new piano’ heet de nieuwste solo-recital van de meester pianist Daniel Barenboim. De coverfoto toont een superblije musicus en zo klinkt de cd ook. Zo trots als een pauw presenteert Barenboim zijn nieuw instrument, een soort “kruising” tussen een oude vleugel en een moderne Steinway.

Tijdens zijn tournee in Sienna maakte Barenboim voor het eerst kennis met een oude gerestaureerde vleugel van Franz Liszt. De transparante klank vond hij meer dan prachtig, dat wilde hij ook; maar wat hij nodig had was een instrument die ook in de grote zalen zijn klank zou behouden. In de Belgische pianobouwer Chris Maene vond hij iemand die niet alleen oren had naar zijn wensen, maar ze ook wist te realiseren.

Het resultaat is in alle opzichten verbluffend. Allereest is het dus de klank, die zelfs via mijn gewone speakers buitengewoon transparant en warm overkomt, zonder dat ik de volumeregelaar moet aanspreken.

Maar er is meer en dat is eigenlijk waar het – voor mij althans – om draait: de interpretatie.

Het eerste, wat al in de sonatas van Scarlatti (toch niet echt het repertoire waar je Barenboim mee vereenzelvigt) opvalt, is de warmte en een onbeschrijfelijk mooie lyriek. Luister maar even naar de Sonate in E major K 380 en als u dan niet verliefd wordt dan weet ik het niet.

Of neem de eerste Ballade van Chopin: het is lang geleden dat ik het werk met zo veel begripvolle nuancen uitgevoerd heb gehoord! Het parelt en het glinstert, zonder dat het – zoals bij veel pianisten tegenwoordig – in loze virtuositeit ontaardt.

Maar het mooist vind ik Barenboim (en zijn vleugel!) in de Solemn March to the Holy Grail van Wagner/Liszt. Waarachtig schitterende cd.


On my new piano
Scarlatti, Beethoven, Chopin, Wagner, Liszt
Daniel Barenboim
DG 4796724 • 67’

DANIEL BARENBOIM: The First Steps To Glory