interviews

Bastiaan Everink: wat ik ten diepste zoek in mezelf is oorlog en vrede.

Het interview is uit 2014

Bastiaan

“Schrijf het op”, zegt hij gedecideerd. “Pak je pen en schrijf. Wat ik je nu ga vertellen is voor mij heel erg belangrijk, het tekent mij, zo ben ik. Je kan zeggen dat het mijn credo is, mijn motto, mijn mantra… Wat ik ten diepste zoek in mezelf is oorlog en vrede. Gelukkig zijn betekent voor mij in oorlog zijn met je passies”

Oorlog, gevecht, passies …. Grote woorden. Heeft het met je verleden te maken?  Je was beroepsmilitair bij Korps Marinier en tijdens de eerste Golfoorlog werd je uitgezonden naar Irak. Komt daar je ‘oorlog/vrede’ tegenstelling vandaan?

“O nee…. Moeten wij het daar nu ook over hebben? Iedereen vraagt er naar en dat terwijl ik maar vijf jaar soldaat ben geweest en inmiddels al vijftien jaar op de bühne sta?”

Ja, zeg ik. Mensen vinden het spannend. Je levensloop maakt je bijzonder aantrekkelijk niet alleen voor de operahuizen, maar ook – en misschien juist voornamelijk – voor het publiek. Bovendien: je kan oorlogsheld van alles worden maar er lopen niet zo veel Nabucco’s rond die daadwerkelijk in Babylonië zijn geweest!

Bastiaan Nabucco

als Navbucco in Berlijn © Bastiaan Everink

Zuchtend, maar dan wel met een glimlach:  “Met mijn verleden? Nee, dat denk ik niet. Vechten moet in je zitten en ik denk dat ik een geboren vechter ben. Zeker voor mijn idealen. Ik ben ook een doorzetter. Of je het allemaal in het leger leert dat betwijfel ik, je bent het of je bent het niet. Ik wist wat ik deed toen ik mij aanmeldde en ik wist wat mij te doen stond, daar heb ik nooit aan getwijfeld. Ik deed gewoon mijn plicht, dat wat van mij verlangd en verwacht werd. En soms moet je je eigen moraliteit uitschakelen, anders kan je beter er meteen mee ophouden.”

Op mijn vraag of dat allemaal ook een rol speelt in zijn beroeps- maar ook in zijn gewone, dagelijkse leven, antwoordt hij heel serieus: ”O ja, juist in mijn leven. Van toen en van nu. Ik zoek altijd de grenzen op, grenzen zijn er niet alleen voor om ze te benaderen, maar ook om ze te overschrijden. Het klinkt misschien raar, maar het is niet alleen uitdagend, maar ook enigszins lekker. Het is fijn om de grenzen op te zoeken, maar het is nog fijner om er overheen te gaan. Eigenlijk is het veel meer dan een uitdaging…… Hoe kan ik het uitleggen? Noem het harmonie en disharmonie. Een soort overgang van donker naar licht. Of net andersom. Denk aan de film The Deer Hunter, alleen al de beginscène ….”

Bastiaan Avro Tros

“Ik was zeventien en net van school toen ik het leger inging. Pas toen ik terug thuiskwam ging ik mij afvragen, wat nu, hoe verder. De stem, die is er altijd geweest. Ik zong veel, voornamelijk popliedjes. En ik deed Freddie Mercury na. Maar klassiek?”

“Thuis hadden wij van alles. Veel Presley, maar er waren ook een paar platen met klassieke muziek. Mijn geliefde opname was Mozart met Murray Perahia. Ik was er behoorlijk verknocht aan, die plaat haalde ik altijd uit de kast als ik rust nodig had. Maar er was meer want ik werd er telkens diep door geraakt.”

“Ooit waren wij met het hele gezin op vakantie aan het Gardameer en mijn moeder wilde heel erg graag naar de arena in Verona. Nou … ons, de kinderen niet gezien, daar hadden wij absoluut geen zin in, wij wilden terug naar het meer. Zwemmen. Hoe oud was ik toen? Twaalf? Elf? Mij allereerste opera die ik zag was Tosca, door de Reisopera. Maar dat was veel en veel later.

Bastiaan soldaat

© Bastiaan Everink

Serieus: “Je hoort je plicht te doen. Als je een brandweerman bent kun je niet opeens zeggen dat je er geen zin in hebt. Dat is met een operazanger niet anders. Ik wil gewoon heel goed zijn dus ik doe er iets aan. Een goede schaatser schaatst tien kilometer dankzij zijn techniek. Die moet goed zijn anders lukt het hem niet, en dat geldt mij ook. In al mijn rollen. Als je grote rollen wilt zingen – en dat wil ik! – dan moet je er echt voor gaan. En, allerbelangrijkste, je moet er ook in geloven, je moet in jezelf geloven. Alleen dan kan je de druk wel aan.”

“Emoties, alle emoties, maar zeker de grootste emoties: liefde, dood, verraad en trouw liggen dicht bij elkaar, zijn met elkaar verbonden. Daarin verschilt opera echt niet van het echte leven. Natuurlijk worden ze uitvergroot, maar het zijn dezelfde emoties.”

https://www.operamagazine.nl/wp-content/uploads/2016/12/Parsifal-De-Nationale-Opera-2016-foto-Ruth-Walz-4.jpg

Bastiaan Everink als Klingsor, met Petra Lang als Kundry. (© Ruth Walz / De Nationale Opera)

Nadat hij de opera had ontdekt (het begon met Parsifal van Wagner die hij op de LP’s bij een vriend had gehoord) begon Everink in 1993 met de opleiding klassieke zang aan het conservatorium van Enschede. Over zijn conservatoriumtijd wil hij niet veel kwijt.

“Het is voorbije tijd. Maar ook daar moest ik vechten, onder andere tegen het imago als de slechtste student en toch is het allemaal goed gekomen. Vanaf het begin wist ik wat ik wilde: grote dramatische rollen (hier komt het grenzen opzoeken weer). Daar is mijn stem geschikt voor, daar ben ik altijd van overtuigd geweest. En ik wil mij niet kleiner maken dan ik ben.”

“Extra hard werken hoort bij mij, harde training, uithoudingsvermogen, daarin verschilt het opera vak amper van die van de marinier. Je gaat tot het uiterste, je wordt gedreven, je moet, je kan ook niet anders. Het is je mentaliteit. En de discipline. De wil. De overlevingsdrang. Alles samen. Veel heb ik te danken aan James McCray, bij wie ik in 1997 terechtkwam. Hij heeft mijn echte stem ontdekt en gestimuleerd. Ik had het bij het rechte eind en dat bevestigde hij.”

Als Klingsor in Berlijn:

“Ik houd zielsveel van Wagner, maar het meeste houd ik van Verdi. Denk ik. Voor mij is Otello de beste opera ooit gemaakt, nergens anders vallen tekst en muziek zo volledig samen. Ook de harmonie en disharmonie zijn hier met elkaar innig verstrengeld, geniaal gewoon. Je moet even naar de opname onder Carlos Kleiber luisteren, hoe hij de contrasten uitwerkt, ze uitvergroot, je bewust van ze maakt. En de overgang van licht naar donker…… Geniaal. Geen wonder dat Jago mijn ultieme droomrol is. Maar geef mij ook Macbeth. En Scarpia! En ik wil nog zo graag Barnaba in La Gioconda zingen. Meestal word ik gevraagd voor Wagner-rollen, fantastisch, maar toch denk ik dat mijn stem meer ‘Verdiaans’ van klank is.”

Bastiaan Everink in Nabucco at the Schlossfestspiele Schwerin 2014

“Operazanger is het beste en het mooiste beroep ter wereld omdat wij met zulke prachtige muziek en teksten te maken hebben. Maar de levenskunst is de hoogste kunst die er bestaat. Moraal, gerechtigheid, dat zit in je. Dat is altijd heel belangrijk voor mij geweest. Eerlijk zijn tegenover de mensen om je heen. Eerlijk tegenover jezelf. Dezelfde gevoelens heb ik nu met de opera: ik wil eerlijk zijn tegenover de componist en de librettist, ik wil hun boodschap zo eerlijk mogelijk overbrengen.”

Lucia di Lammermoor, Lucia – Diana Damrau, Enrico – Bastiaan Everink, Deutsche Oper Berlin:

NTR Podium heeft in 2013 een documentaire over Everink gemaakt:

https://www.npostart.nl/ntr-podium/15-09-2013/NPS_1231587

Advertenties

Marcel Beekman: as a character tenor I am able to conquer the world!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman flies around the world to perform, as far as the Middle East. The tenor cannot be praised enough. We knew (or should have known!) for a long time that he is an all-rounder in his profession. His voice seems to know no boundaries and sometimes climbs esoterically high, but with a spectrum of colours. He doesn’t only feel the music, he sometimes seems to be connected to it in a compelling way.

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

According to Calliope Tsoupaki, the new Composer Laureate of the Netherlands, he is the best Dutch tenor. And she should know, because he has sung in many of her compositions. She composed the 1-minute opera Vesuvius 1927 for him, based on the text of P.F. Thomése, which had its premiere on the Dutch TV show ‘De Wereld Draait Door’:

But he also sang in her famous St. Luke’s Passion and saved the performance of her Greek Love Songs, performed at the Holland Festival in 2010. In June 2014 he also appeared in her opera Oedipus

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

And now she is composing a big new work for him – and for the countertenor Maarten Engeltjes. In addition to the singers, an instrumental ensemble, PRJCT, Maarten Engeltjes’ own ensemble, is also taking part. This work will have its premiere at November Music 2019 and may be programmed in other cities as well.

Other Dutch composers such as Jeff Hamburg, Elmert Schönberger and Martijn Padding (to name but a few) have written compositions with his voice in mind as well.

THE BEGINNING

The first time we met five years ago in his beautiful house in the Blaeu Erf, a kind of courtyard in a side street of the exceedingly busy Gravenstraat, right behind the Nieuwe Kerk. It is an oasis of peace, where hardly any sounds penetrate. We had tea (his secret mixture, which tasted very good to me) and talked about his early years, the discovery of opera and his many foreign performances, which even brought him to countries in the Middle East.

“I come from a provincial town and studied at a small conservatory, which meant that I was actually destined to become an oratorio singer. Or a teacher. At that time, no one thought of opera, not even I did. That only came when I was asked to do the opera/musical Jona de Neezegger by Willem Breuker. It came as a bit of a shock and I started to develop a taste for it. I wanted more!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

You sing both old and new music. Did you consciously choose to do that or did it happen that way?

“I am indeed fluttering between the old and the modern. I’m pragmatic and communicative and I find it particularly exciting to work on a new score. The aspect of the new is like creating a new prism. You are not only a performing medium, but also a bit of a creative artist. It’s also nice to be able to talk to the composer, and yes – they also want to listen to you and change the notes. Sometimes I ask for extra high notes, they laugh about that, they like it.”

“I don’t mind being a kind of ‘tool’ in the hands of a composer, so if I’m required to be non-vibrato then I will. And I have to honestly say that sometimes I find it very beautiful, it has something pure, something natural.”

DIRECTORS

“Let me start with a cliché: rehearsals can be very different. The real eye-opener for me was Salome under Simon Rattle at the Salzburg Osterfestspiele. Rattle wanted us to come to Berlin first to read the score. That worked really well, because most of the time you hear the orchestral sound for the first time when the first ‘sitzprobe’ comes. A revelation.

I used to like Stuttgart, especially working with Jossi Wieler and Sergio Morabito. They are friendly, everything is done with mutual agreement and the atmosphere is pleasant. And – most important of all – they are so very respectful. Not only does that make things pleasant, but it also makes you open up. When you are treated like this, your heart opens and you want to do everything for them. The other way around, your door closes, and then you shut down. Of course you cooperate, you have to open up, otherwise you might as well sit behind the cash register at Lidl.”

Marcel Beekman WOZZECK

As Hauptmann in Wozzeck at DNO © Ruth Waltz

In the 2016/17 season we were able to admire Beekman in two major productions at the National Opera in Amsterdam: Wozzeck by Alban Berg and Salome by Richard Strauss. Especially Wozzeck, in which he sang both the Hauptmannn and the Narr, was very important for the tenor in that season, the recording of that production was recently released by Naxos (21110582).

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Today, Beekman is one of the most famous and sought-after character tenors in the world, with a busy schedule. His 2019/2020 season has just been revealed and it’s indeed full He mentions the most important productions:

“In 2019 I will sing Pluton (Orphée aux Enfers by Jacques Offenbach) in Salzburg, in the new production of Barrie Kosky, the Australian director who is best known for his work at the Comic Oper in Berlin. The premiere will be on August 14th during the Salzburger Festspiele. Enrique Mazzola conducts the Vienna Philharmonic and as colleagues I get a.o. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) and Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). I’m really looking forward to that. I’ve never worked with Kosky before but I really admire his work. And then the idea that there will be an operetta in Salzburg! And of course Pluton is a real role for me.”

Beekman Pluto

Lustspiel in Luxus-Ausstattung: Marcel Beekman als Pluto (links) mit Martin Winkler. © apa/Neumayr/Leo

“German composer Christian Jost is currently writing the opera Voyage vers l’Espoir in which I will perform several roles. The premiere will take place at the end of March 2020 at the Grand Théâtre de Genève”.

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Dutch Philharmonic Orchestra\\

In 2019, Les Arts Florissants celebrates its 40th anniversary: the reason for William Christie to program a grand international festive tour in December 2019. The programme includes works by Lully and Rameau, among others, and in addition to Beekman, several soloists, including Sandrine Piau and Christophe Dumaux, will be present.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman as Platée in Paris © Vincent Pontet

Rameau’s Platée, directed by Carsen, one of Beekman’s biggest roles, will be performed in three different countries in December 2020. Unfortunately, the Netherlands is not one of them. His other starring role, Nutrice (L’Incoronazione di Poppea by Monteverdi from Salzburg 2018) has fortunately been recorded for DVD and will be released by Harmonia Mundi in September 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman as Nutrice © Andreas Schaa

His schedule also mentions many separate projects, including a tour with Israel Camerata in June 2019 with the 1940 Cantata for Shabbath by the Israeli composer Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “I look forward to that. I love that country and every time I’m there, there’s a bit of recognition”. “I’m looking into my past. It is not for nothing that I feel so at home in Israel. The Jewish, that appeals to me. Is there anything in the past? There was once a Beckman, with a “c”… But does it matter? Not really. I feel involved with minorities”.

“I’ve refocused my accents and changed my priorities, adjusted them. That included selling Blaeu Erf. I don’t care about the money, I sold the house to live, to enjoy. I don’t have a partner and do I want one? I don’t know, but I am happy this way: my life is on the right track and it brings me what I love most: music, art, life! It took me a while to find my way, but as a character tenor I am able to conquer the world!

For the complete schedule of Marcel Beekman see his  website.

Translated with www.DeepL.com/Translator

Interview in Dutch: Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

A frank conversation with Pablo Heras-Casado

pablo-burkhard-scheibe

© Burkhard Scheibe

For some people different standards apply than for ordinary mortals and everything they touch turns into gold, and they don’t get caught up in it. Pablo Heras-Casado is such a homo universalis. The young Spaniard (Granada 1977) was voted the ‘2014 Conductor of the Year’ in December 2013 by the prestigious Musical America’s. Rightly so? Premature? Considered on potential growth?

pablo

Heras-Casado masters all genres of classical music: from baroque to modern and from chamber music to opera. He conducts the largest symphony orchestras of the world, but he is equally fond of the Freiburger Barochokester and the Ensemble Intercontemporain.

The conductor is therefore busy. Very busy. Today he is, so to speak, still in New York, tomorrow in Amsterdam and the day after in Freiburg. Or Madrid, Vienna, Barcelona, Brussels… If you look at his diary, you’ ll start to feel dizzy.

He doesn’t like Skype, hates e-mails and the telephone connection fails twice. But three times is a charm and that’s where we are now: me in Amsterdam and him in Neumarkt, where he is on a Schumann tour with his “Fabulous Freiburger BarockOrchester” and his “dream team” with Isabelle Faust, Alexander Melnikov and Jean-Guihen Queyras. Then comes Carmen in St. Petersburg, a concert with all modernists in New York and Die Zauberflöte (the successful Amsterdam production of Simon McBurney) at the Festival d’Aix-en-Provence.

He started his career as a singer and his roots lie in early music. What made him decide to conduct? And, since he’s an all-rounder, does he have a preference for a particular style? Period? Genre?

“Singing has always been prominent in my life, that’s how it started. It was (and still is) the most important factor in my life and in my career. Why did I start conducting? Because I wanted to share my ideas, my energy. Besides singing, I also play the piano and violin, but conducting gave me the opportunity to really open up to the outside world and to make my mark on a work. In this way I was able to make my voice be heard better, that was also what I insisted on. I made the decision when I was 14, 15, so I was a very curious boy.”

“I have no preferences. I am a musician, that’s how I feel and I want – and I hope, that I can do it – to embrace all music. I can’t say that Schumann, a composer who is now on my menu every day and whom I adore, is a bigger composer than, for example, de Victoria. Or Praetorius.”

“I love everything, I’m really an omnivore and I want to try everything. I don’t tell you anything new when I tell you that I love most what I’m doing right now. Right now it’s Shostakovich, I’ve come to love him sincerely and for the time being I can’t get enough of him.”

pablo-heras-casado-2014-01-11

© ZaterdagMatinee

You made your debut at the Met with Rigoletto, it was a revival and the orchestra and the choir had already rehearsed the work with someone else, perhaps at a completely different tempo. It strikes me as very difficult…

“I have very few rehearsals, yes. Actually only one orchestral rehearsal and then the two dress rehearsals. And a special rehearsal with the singers. But it wasn’t difficult at all. We are talking about a world class orchestra and Rigoletto is part of the standard repertoire: it has to be possible. And don’t forget that every performance is actually different! Even if we’ve already had the premiere, you can still control things, which is quite nice.”

Nowadays you hear many singers complain that because the orchestras play so loudly, they get into trouble if they want to sing softly. In an interview, Samir Pirgu, a young Albanian tenor, quoted a statement by Harnoncourt, in which the latter said that it is actually difficult for orchestras to play piano. Forte and fortessimo are much easier.

“It is indeed a problem, the orchestras often play too loudly. And many conductors have no idea at all about singers and their possibilities. I think it’s different for me, also because I started out as a singer myself.”

“You can’t escape a conflict that needs to be resolved, especially when you’re working on a large project, which is always the case with opera. Working with a director also requires diplomacy. Still, I think that you can solve all problems and disputes through dialogue, there must always be a way to get closer together. But you have to be open-minded and I am, I’m open to everything.”

pablo-domingo

As part of the Verdi year, you recorded a CD with Plácido Domingo’s baritone arias together with him. How did you get involved in that project?

“It was the maestro himself who asked me for the project. It was really amazing to be able to discover Verdi’s beautiful music that way. We had a lot of time for it and we took a lot of that time. It was the chance of my life to get to know Verdi through Domingo.”

Trailer of Making of:

“For Archiv, the label for which I have now become the ‘ambassador’, I am going to record a lot of early music, a lot of unknown works, also many premieres. Including a lot of music by of all the Praetoriuses.”

“I find it very exciting, it is also a huge challenge. As I said, I love to be challenged and to try everything. That’s how I felt about the very first project I did for Archiv, El Maestro Farinelli.

pablo-farinelli

 I actually find the title misleading. The CD is called Il Maestro Farinelli and there are only two vocal numbers on it, even though Farinelli was in fact a singer? You’ d expect some more vocal fireworks, wouldn’t you?

“It’s a little complicated. Of course Farinelli was the greatest singer of his time! But it’s all about connecting. Farinelli has sung everywhere: in several Italian cities (Milan, Florence, Venice), but also in Munich, Vienna, London. He had signed a contract with the London group of Nicola Porpora, at the time the most notorious rival of Handel, but his connection with Spain was of a different, and also very emotional, nature.”

“In 1737 he broke his London contract to come and sing at the personal request of Queen Elisabeth Farnese for her manic-depressive husband, Philip V. Every evening he serenaded the king (he sang ‘Alto Giovane’ by Porpora for him) and a miracle happened: the king was cured. Farinelli stayed in Spain and until his death in 1745 he continued to sing for the king.”

“But of course his merit was much greater. Not only did he cure the king of his melancholy, but he also established a connection between Italian and Spanish – and German – music. The enormous repertoire, the diversity of works and composers, the enormous musical boost, we all owe that to him. You could say that Farinelli was a factotum between Italian and Spanish music.”

“I wanted to put forgotten composers on the map, hence José de Nebra, after all he was the father of the Spanish opera and the zarzuela. It is unbelievable that this beautiful music is almost never performed any more! Or take the Armida overture by Tommaso Traetta: the music is infectiously beautiful! Of course, these are not all pure masterpieces, but: should they?”

trailer of his Farinelli CD:

In the NTR documentary that the Dutch TV has made on you, you come across as very energetic. Do you owe it to the countless double espressos that you knock back one after the other? Are they meant to keep you awake?

Laughing: “I really love espresso, I love the taste and the smell. And – yes, I need it too, it keeps me alert. It has also become a kind of routine, without which I don’t go on, I need my espresso. I do drink it a lot, but I don’t drink it all day! And certainly not in the evening, then I prefer something else”.

The NTR documentary about Pablo Heras-Casado can be found on the website of NTR Podium.

Interview in Dutch:
Een openhartig gesprek met PABLO HERAS-CASADO

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Lady Rattle in 2004, when she was called Magdalena Kožená…

kozena

It all starts rather unfortunately. First of all, I forget about the time difference with England and call too early. One hour later I am told that she is not at home, and that I should try her on her mobile. The time is not right, she says, she’s in a museum, and besides, she didn’t know anything about the interview. So we make a new appointment right away.

Three times is a charm. This time she is at home and extremely friendly. First of all she wants to apologize, something must have gone wrong. It doesn’t matter, I say. These things happen. Her speaking voice resembles her singing voice: silvery, warm and quiet. Dark too, which sounds very attractive with that touch of a Czech accent.

First of all I would like to talk about her latest CD.

– Who chose the program?

“I did. DG wanted to make a CD with more instruments than just a piano. They proposed Il Tramonto by Respighi, the rest I have chosen. Yes, it sounds a bit melancholic, but I think it also has to do with the period, most of those compositions were written between the two world wars. The saddest music is that of Schulhoff, but he was also a tragic figure. A Jew, who died in a concentration camp. For me, his songs also have something of the Slavic melancholy.”

– On that CD you sing songs in five different languages, do you also speak them?

“More or less, yes. I learned Russian at school, I speak English and French fluently. My Italian is also good and I learned German when I lived in Vienna for a few years”.

– On your recordings, and there are quite a few of them, you sing music from Bach to Martinů, and from Gluck to Verdi. Also on stage?

Laughing: “Well, no. Certainly not Verdi. But it’s completely different when you put together a recital with opera arias. It is extremely difficult to bring so many different characters to life within 5 minutes, you need an entire opera to do that. That’s why, or so I think, you have to make it as varied as possible, otherwise it will be boring. The idea of Verdi came from Marc Minkowski. At first we even argued about it, but in the end he managed to convince me. He explained that this aria (by Eboli from Don Carlos) sounds like a Spanish folk song, and I think he was right.”

“Minkowski was the first great conductor I met, about seven years ago. He means a lot to me, he’s my music buddy. Nowadays we don’t see each other very often anymore, but in the beginning, we did 4 to 5 projects a year together. I learned a lot from him. When you are a beginner you try to sing as beautifully as possible. He taught me that music is so much more than just beauty.”

For a long time we talk about her Zerlina in Salzburg, two years ago, in 2002. I was there and say that I loved her but hated that production. And again she has to laugh: “I loved that production! When I was offered that role, I only accepted it because it was Salzburg. And Harnoncourt. Zerlina was always synonymous with a stupid blonde for me, but here she got a little more character.”

– Actually, I think your voice is very suitable for the French repertoire, especially Massenet. Do you ever intend to sing it on stage?

“I would love to, especially Cendrillon, but it is so rarely performed, even in France. Most people still like to see me in operas by Mozart and Händel.”

She lives in Paris, but is very rarely at home, the last year only 40 days. She usually meets her husband, a French baritone, somewhere on the road.

Does she think about children?

“I like the idea, but then I have to give up a lot of my life, especially when the children have to go to school”.

For the time being, she is full of plans.

 

Kozena Schulhoff

This is an extremely interesting CD with an unusual program. Uncommon, because apart from Ravel’s Chansons Madécasses and, perhaps also Respighi’s Il Tramonto, the rest is unknown to most listeners. All songs were composed in the first half of the last century in five different European countries, and radiate a strong melancholy and nostalgia.

The accompagnement is also exceptional, the songs are not only accompanied by the piano, but also by violin, string quartet, flute, cello and piano. Each and every one of them special compositions, sung by Kožena with great understanding of the text. I myself have a bit of trouble with her Russian, for me it is a bit over-articulated, but this is actually nit-picking.

In Il Tramonto I prefer to hear a darker and slightly more dramatic voice, but as she performs it is also possible. In her interpretation the piece gets something girly, with a different colour of sadness.

I consider the three songs by Schulhoff to be the undisputed highlight, they are three small masterpieces and it is to be hoped that Kožena will keep them in her repertoire.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzo-soprano),
Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (flute), Christoph Henschel (violin), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartet (DG 4715812)

Kozena Martinu

This made me silent. The melancholy of Dvořák, the typical rhythm of Janáček’s language, the idiosyncrasy of Martinů, all of which makes it impossible to disengage from all this.

What I find most interesting is the cycle Songs for a friend of my country from Martinů, which is having its album premiere here. Martinů composed it in 1940 in Aix-en-Provence, during his flight from the Nazis that would bring him to America, and it is dedicated to Edmond Charles-Roux. The cycle was only discovered in 1996. It is an immense asset to the song repertoire, but: who else sings it? Very moving.

Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kožená mezzo-soprano, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Lady Rattle, toen zij nog Magdalena Kožená heette

Het begint ongelukkig. Allereerst vergeet ik het tijdsverschil met Engeland en bel ik te vroeg op. Één uur later krijg ik te horen dat ze niet thuis is, en dat ik het maar op haar mobiel moet proberen. Het komt niet gelegen zegt ze, ze is in een museum, bovendien wist ze niets van het interview af. Dan maar meteen een nieuwe afspraak maken.

Driemaal is scheepsrecht. Nu is zij thuis en buitengewoon lief. Vooraleerst wil ze zich verontschuldigen, er moest iets mis zijn gegaan. Het geeft niet, zeg ik. Die dingen gebeuren nu eenmaal. Haar spreekstem lijkt op haar zangstem: zilverkleurig, warm en zacht. Donker ook, wat met dat vleugje Tsjechische accent heel aantrekkelijk klinkt.

Allereerst wil ik het over haar laatst uitgekomen cd hebben

– Wie koos het programma?
“Ik. DG wilde een cd maken met meer instrumenten dan alleen maar een piano. Ze stelden Il Tramonto van Respighi voor, de rest heb ik uitgezocht. Ja, het klinkt ietwat melancholisch, maar ik denk dat het ook met de tijd te maken heeft, de meeste van die composities ontstonden tussen de twee wereldoorlogen. De droevigste muziek is die van Schulhoff, maar hij was ook een tragische figuur. Een Jood, overleden in een concentratiekamp. Voor mij hebben zijn liederen ook iets van de Slavische melancholie.”

– Op die cd zing je liederen in vijf verschillende talen, spreek je ze ook?
“Min of meer, ja. Russisch leerde ik nog op school, mijn Engels en Frans spreek ik vloeiend. Ook mijn Italiaans is goed en het Duits leerde ik toen ik een paar jaar in Wenen woonde”.

– Op je opnamen, en het zijn er behoorlijk veel, zing je muziek van Bach tot Martinů, en van Gluck tot Verdi. Ook op de bühne?
Lachend: “Nou, nee. Zeker geen Verdi. Maar het is helemaal anders als je een recital met opera-aria’s samenstelt. Het is ontzettend moeilijk om zoveel verschillende karakters binnen 5 minuten tot leven te wekken, daar heb je een hele opera voor nodig. Daarom, dat denk ik althans, moet je er zoveel mogelijk verscheidenheid in aanbrengen, anders wordt het saai. Het idee van Verdi kwam overigens van Marc Minkowski. In het begin hadden we zelfs ruzie daarover, maar uiteindelijk wist hij me te overtuigen. Hij zei dat die aria (van Eboli uit Don Carlos) klinkt als een Spaans volksliedje, en ik denk dat hij gelijk had.”

“Minkowski was de eerste grote dirigent die ik tegenkwam, zo’n zeven jaar geleden. Hij betekent heel erg veel voor mij, hij is mijn muzikaal maatje. Tegenwoordig zien we elkaar niet zo vaak meer, maar in het begin deden wij 4 à 5 projecten per jaar samen. Ik heb heel erg veel van hem geleerd. Als je een beginneling bent probeer je zo mooi mogelijk te zingen. Hij leerde me, dat muziek zoveel meer is dan alleen maar schoonheid.

Heel lang praten we over haar Zerlina in Salzburg, twee jaar geleden,  in 2002. Ik was er bij en zeg dat ik haar prachtig vond maar die productie haatte. En weer moet ze lachen: “Ik hield van die productie! Toen me die rol werd aangeboden nam ik het alleen maar aan omdat het Salzburg was. En Harnoncourt. Zerlina was voor mij altijd het synoniem van een dom blondje, maar hier heeft ze wat meer karakter gekregen.”

– Eigenlijk vind ik je stem bijzonder geschikt voor het Frans repertoire, voornamelijk Massenet. Ben je van plan het ooit op de planken te zingen?
“Ik zou het graag willen, voornamelijk Cendrillon, maar het wordt zo weinig gespeeld, zelfs in Frankrijk niet. Daarbij zien de meesten me nog steeds het liefst in opera’s van Mozart en Händel.

Ze woont in Parijs, maar is zeer zelden thuis, het laatste jaar maar 40 dagen. Haar man, een Franse bariton, ontmoet ze meestal ergens onderweg.

Denk ze aan kinderen?
“Het lijkt me leuk, maar dan zal ik veel van mijn leven moeten opgeven, zeker als de kinderen naar school moeten”.

Vooralsnog zit ze vol met plannen.

Kozena Schulhoff

Dit is een werkelijk buitengewoon interessante cd met een onalledaags programma. Onalledaags, want op de Chansons Madécasses van Ravel na en, wellicht ook Il Tramonto van Respighi, is de rest voor de meeste luisteraars onbekend. Alle liederen werden in de eerste helft van de vorige eeuw in vijf verschillende Europese landen gecomponeerd, en stralen een zware melancholie en nostalgie uit.

Ook het accompagnement is exceptioneel, de liederen worden niet alleen door de piano, maar ook door viool, strijkkwartet, fluit, cello en piano begeleid. Stuk voor stuk bijzondere composities, door Kožena met veel tekstbegrip gezongen. Zelf heb ik een klein beetje moeite met haar Russisch, voor mij is het een tikje overgearticuleerd, maar dit is eigenlijk muggenzifterij.

In Il Tramonto hoor ik liever een donkerdere en iets meer dramatische stem, maar zoals zij het doet kan het ook. In haar interpretatie krijgt het geheel iets meisjesachtigs, met een andere kleur van verdriet.

Als onbetwist hoogtepunt beschouw ik de drie liederen van Schulhoff, het zijn drie kleine meesterwerkjes en het is te hopen, dat Kožena ze in haar repertoire houdt.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (fluit), Christoph Henschel (viool), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartett (DG 4715812)

 

Kozena Martinu

Hier werd ik stil van. De melancholie van Dvořák, de typische ritmiek van de taal van Janáček, de eigenzinnigheid van Martinu, dat alles maakt, dat je je er niet meer los van kunt maken.

Het meest interessant vind ik de cyclus Liederen voor een vriend van mijn land van Martinů, die hier zijn plaatpremière beleeft. Martinu componeerde het in 1940 in Aix-en-Provence, tijdens zijn vlucht voor de nazi’s die hem naar Amerika zou brengen, en is opgedragen aan Edmond Charles-Roux. De cyclus werd pas in 1996 gevonden. Het is een enorme aanwinst voor het liedrepertoire maar: wie zingt het nog? Zeer ontroerend.


Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kozená mezzosopraan, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Over de Belcanto Zomerschool van 2011

belcantoIVC-Masterclass-Nelly-Miricioiu.-Fotografie-Hans-Hijmering-660x330

Nelly Miricioiu (foto: Hans Hijmering)

“ Van 3 tot en met 7 september biedt het IVC jonge zangers weer de kans om deel te nemen aan het IVC Belcanto Summer School. Wereldberoemde zangers Nelly Miricioiu en Jennifer Larmore dragen samen met dirigent Giuliano Carella hun kennis over aan twaalf deelnemende zangers. Op het programma staan drie erg belangrijke onderdelen van het zingen: techniek, interpretatie en rolpresentatie. Pianisten Hans Eijsackers, Somi Kim en Diego Mingolla ondersteunen daarbij. Dit jaar gaan de jonge zangers aan de slag met het repertoire van de Italiaanse grootheden Bellini, Rossini, Donizetti en de jonge Verdi.”

Het is niet de eerste keer dat het IVC een Summer School organiseert. In september 2015 verzorgden ze ‘zomerschool’ rond de Russische opera- en liedrepertoire en het Belcanto is ook al eerder aan de beurt geweest, in september 2011. Dat is wat ik er toen over heb geschreven.

belcanto IVC Matteuzzi-Hélène-van-Domburg-2

De vier masters in 2011, vlnr Luca Gorla, David Parry, Nelly Miricioiu en William Matteuzzi (foto: Hélène van Domburg).

Het Internationaal Vocalisten Concours (IVC) in Den Bosch is meer dan een concours. Veel meer. Veel wereldsterren hebben er hun eerste stappen gezet, denk alleen maar aan Elly Ameling, Robert Holl, Thomas Hampson, Ileana Cotrubas of Nelly Miricioiu, om een paar te noemen. Maar het is inmiddels veel meer dan een concours alleen.

Annett Andriessen wil werkelijk veel meer voor de jonge zangers betekenen dan het organiseren van de wedstrijd alleen. Zij doet alles om ze in hun carrière verder te helpen. Dit jaar heeft zij een Summer School in het leven geroepen: een week lang masterclassen in belcanto. Voor zangstudenten en jonge zangers, door de ‘belcanto-masters’: Luca Gorla, Nelly Miricioiu, David Perry en William Matteuzzi.

Afbeeldingsresultaat voor Gilbert den broeder

Gilbert den Broeder

Gilbert den Broeder (één van de twee pianisten die bij de masterclassen actief was en het slotconcert begeleidde): ,,Er waren 31 aanmeldingen voor de 16 plaatsen, dus er was een wachtlijst. Niet makkelijk, zeker ook omdat de selectie werd gemaakt door middel van het opsturen van beeld- en geluidsopnames. De leerlingen werden per vier ingedeeld en hadden dan elke ochtend les van een andere master. In de middag was er een groepsles.”

,,Het programma voor het slotconcert is twee dagen voor het concert samengesteld. Om het feestelijk te maken voor het publiek zijn er duetten, een kwartet en een sextet toegevoegd. De ene zanger had meer ervaring dan de andere en kon dus ook meer verantwoording dragen. De masters kwamen met de suggesties voor het repertoire en dat moest dan soms snel ingestudeerd worden, want het meeste was voor de zangers ook nieuw.”

belcanto Matteuzzi-Hélène-van-Domburg

Matteuzzi geeft les in Den Bosch (foto: Hélène van Domburg).

,,Het grote voordeel van Nelly Miricioiu en William Matteuzzi was dat ze veel konden voordoen en dat was een grote hulp. Zeker ook met bepaalde vocalen en consonanten die voor ons moeilijk zijn. Ook Luca Gorla en David Parry benadrukten het. Eerst de uitspraak en dan pas verder, daar werd echt op gehamerd. Zeer streng, maar liefdevol: de enkele medeklinker en de dubbele, doppioconsonante en dat de klank toch blijft stromen. En dat de ‘r’ tussen twee vocalen weer anders wordt uitgesproken, enzovoort. Zo belangrijk en ook zo onderschat”.

Ik was er niet bij, bij de masterclassen, dus vond ik het leuk en leerzaam om te weten hoe het in zijn werk ging. Maar ik was er wel zaterdagavond, bij het slotconcert. Voor mij was het ook een mooi weerzien met Luca Gorla, die van 1993 tot 2004 artistiek leider van het Belcanto Festival in Dordrecht is geweest.

Het concert vond plaats in het Sint-Jacobskerk, die na jaren leeg te hebben gestaan in 2007 omgetoverd werd tot het Jheronimus Bosch Art Center. De locatie was meer dan prachtig, al bezorgden de overal hangende ‘Bosch-figuren’ je af en toe een unheimlisch gevoel. Maar ik was er voor de muziek en de zang gekomen en ik werd niet teleurgesteld.

Het niveau was wisselend, maar in het algemeen toch wel echt hoog. Zeker als je in aanmerking nam dat er niet alleen maar – inmiddels – professionele zangers aan mee deden, maar ook de echte beginners en studenten. In dat kader was het optreden van de tweedejaars (!) Indonesische tenor, Farman Purnama, zeer opmerkelijk te noemen. Zijn stem was dan niet echt groot, maar zijn timbre bijzonder prettig.

 

Belcanto-Fiselier

Nicole Fiselier en Luca Gorla (foto: IVC).

De avond werd zeer sterk begonnen met een werkelijk fantastisch optreden van Nicole Fiselier (jaargang 1982). Haar ‘Saper vorreste’ uit Un Ballo in Maschera heeft mij onmiddellijk in feeststemming gebracht. Haar Oscar was precies wat hij moest zijn: een spring-in-het-veld opgewonden ventje. Daar zij er ook heel erg leuk uitzag in haar jongenspakje met de wapperende rode haren was natuurlijk een heerlijke bijkomstigheid.

Mijn hart werd gestolen door de zeer jonge (1985!) Letse bariton, Agris Hartmanis. Ik heb sterk het vermoeden dat hij richting bas-bariton kan gaan, maar dat moeten we natuurlijk nog afwachten. Vooralsnog: zijn ‘Come Paride Vezzoso’ (L’elisir d’amore) was meer dan alleen maar goed gezongen. Hij maakte ook contact met het publiek, iets wat absoluut niet onderschat mag worden.

Belcanto-Mitu

Sopraan Ioana Mitu in actie (foto: IVC).

Het contact met het publiek maken – daar win je de harten van je publiek mee. Daar weet de bloedmooie Roemeense sopraan Ioana Mitu (1985) alles van. Zij bespeelde ons waar bij zaten en wij gaven ons gewonnen. Ook operabusiness is een showbusiness.

De andere zanger die er alles van weet, is de Braziliaanse bariton Felipe Olivera. Geboren in 1977 was hij wellicht niet alleen de oudste deelnemer, maar wellicht ook iemand met de meeste bühne-ervaring. Met een ongekende charme sleepte hij ons door al zijn aria’s en duetten mee. Ook bij hem gaf ik mij gewonnen.

Bijzonder gecharmeerd werd ik ook door de Russische Elnara Shafigullina. Hoogzwanger wist zij ons (althans mij) te overtuigen, dat zij de onschuldige Mimi is. Haar oogopslag deed de helft van het werk.

Elnara Shafigullina:

’s Avonds laat, toen het bijna middernacht was, baadde de stad nog steeds in het felle licht. Er was volle maan (volgens de maankalender de helderste en meest schitterende dit jaar), de straten en cafés waren verlicht en om de paar minuten bliksemde het – de hemel leek door een flash van een fotograaf te zijn overgenomen. Gelukkig werd het donderen in ‘Keulen’ achterwege gelaten en viel er geen spatje regen.

Met de honderden mensen op straat en de statige Sint Jan op de achtergrond kreeg Den Bosch een grandeur en splendeur van een Italiaanse stad in de warme nazomerse avond. Een passende afsluiting voor een overheerlijke belcantoavond.

Gilbert den Broeder: ,,Ik vind deze cursus zeer belangrijk voor het doorgeven van de belcantokunst en kan Annet niet genoeg prijzen voor het initiatief. Ik hoop dat dit een vervolg krijgt. Geweldig dat er leerlingen van de verschillende conservatoria kwamen kijken, je zou ze allemaal er met hun leraren bij willen hebben, want het is zo inspirerend! Opera is een levende kunstvorm, en de passie waar hier mee werd gewerkt geeft hoop voor de toekomst”

Voor de informatie over de Zomerschool 2019:

https://www.ivc.nu/summer-school-belcanto

Het Internationaal Vocalisten Concours 2018: veel goede kandidaten, spannende halve finale en een teleurstellende finale

Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch 2014

IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015

ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S

 

 

Michael Tilson Thomas: in interpretation there is no absolute truth

MTT_bykristenloken-1903-660

Michael Tilson Thomas © Kristen Loke

The Amstel Hotel is totally unsuitable for a good conversation, especially with a musician. The ‘Muzak’ in the background is annoyingly present and the search for a decent space takes up a lot of time. Michael Tilson Thomas – tall, slim, dressed in black jeans and a checkered jacket – doesn’t seem to be bothered by it.

Two days earlier he conducted an extremely exciting concert in the Amsterdam Concertgebouw with music by Berg, Mahler and Brahms. Looking back at the concert I ask him if he did not feel the Brahms started a little too fast?
“Well, no.”

And was the order of the composers: Berg, Mahler, Brahms not a bit strange?
“Sometimes I do it the other way around”

https://basiaconfuoco.files.wordpress.com/2019/07/mtt-nbessie.jpg

Bessie Thomashefsky

So there I am! Fortunately, Tilson Thomas is able to laugh at my stupid questions and I decide to start with his ‘roots.’ Boris Thomashefsky, Michael’s grandfather was THE man behind the Jewish theatre. He wrote the lyrics, composed the music and performed it together with his wife Bessie, one of the greatest tragediennes of her time: she was the first Salome in America, in Yiddish!

Boris Tomashevsky & Yiddish Theatre – BBC Broadway Musicals: A Jewish Legacy (2013):

Der Yeshiva Bokher Kadisch ( Boris Thomashevsky – Louis Friedsell ):

Michael Tilson Thomas was born in Hollywood where his father found work in the film industry. Father Ted Thomashefsky worked a lot with Orson Welles and with Marc Blitzstein, Michael’s cousin. In order to avoid going through life as the ‘son of’ he changed his name to Thomas.

His theatrical background would have meant a certain predisposition for music theatre, but with the exception of a few concert performances he has not (yet) conducted an opera. And all this while he considers Puccini to be one of the greatest composers. Why?

Tilson Thomas explains this by the insufficient preparation time at most opera companies. To the six weeks of rehearsals in Amsterdam I mention, he has a rebuttal: they are rehearsals for the director who works with the ‘actors’, not for the conductor, singers and musicians.

It is really a pity, because he loves opera and he loves working with singers. This is how he works with musicians as well – looking for character, for expression, for colours. Breathing in music means nothing more than the music itself, and that is something you learn best from singers. Working with an orchestra is the same for a conductor as working with actors for a director.

MTT francisco-symphony-orchestra-michael-tilson-thomas-bill-swerbenski-1280-608

San Francisco Symphony Orchestra © Bill Swerbenski

For Tilson Thomas, communicating with the audience is the most important thing. In Davies Symphony Hall (THE house of the San Francisco Symphony Orchestra) he often rehearses from the hall. If the music is complicated, he calls in an assistant, but he himself, seated on a high chair, leads the orchestra from where the audience sits: only there can he hear what it will actually sound like.

He conducts a lot more than we can imagine, with the Russians, Mahler, modern Americans and the Impressionists as his guides. Is there something he doesn’t do?

“Bruckner. Of his symphonies only numbers 6, 8 and 9 are on my repertoire and for the time being I don’t feel like doing the other ones as well. Bach’s ‘Matthaeus Passion’? Why? It is music that I think should be performed like chamber music, in a small, intimate hall and I work with large orchestras.”

“What do I do if there is a difference of opinion between me and the soloist about tempi or interpretation? I listen to the other person. There are no absolute truths in interpretations. And (smiling): I can usually choose the soloist myself.”

Michael Tilson Thomas on music and emotions through the ages:

http://www.thomashefsky.org/

Translated with http://www.DeepL.com/Translator