interviews

Frank Van Laecke: The Wizzard van Gent

van Laecke

Laat ik het maar voorzichtig formuleren: je hebt regisseurs en je hebt regisseurs. Het is niet noodzakelijk hetzelfde beroep, al zijn de meningen verdeeld. Film, theater, opera, musical, circus, revue, ballet: het zijn allemaal genres die elkaar wellicht kunnen ondersteunen, maar ook dodelijk kunnen bijten. Toneelwetten gelden meestal niet voor de cinema; opera heeft ook zijn eigen taal, muziek en zingen. Voornamelijk.

Na de ‘revolutie’ in de toneelwereld, pakweg 50 jaar geleden, moest ook de opera op de schop en de term regietheater werd geïntroduceerd. Er kwam een hele nieuwe generatie operaregisseurs met wortels in de toneelwereld die aan het ‘vernieuwen’ sloegen, vaak met dubieuze resultaten. Want: alles moest anders en alles mocht, als het maar choquerend genoeg was.

Maar ze bestaan nog steeds, de echte regisseurs die hun beroep serieus nemen en doen, wat van ze verwacht wordt: regisseren. Niet alleen zijn ze intelligent en bekwaam, maar ze dragen het genre een warm hart toe. Zij houden oprecht van de opera. Dat doet Frank Van Laecke, voor mij één van de beste operaregisseurs van nu.

Het eerste wat ik van hem zag was Die Entführung aus dem Serail (Robeco 2009). Niet mijn geliefde opera, toch heb ik schaamteloos genoten. Het was zowat de mooiste, leukste, spectaculairste, intelligentste (verzin ter plekke nog een paar superlatieven) ‘Entführung’ dat ik ooit in mijn leven heb meegemaakt.

van laecke faust

Faust © Opera Zuid

Zijn Faust bij Opera Zuid vond ik adembenemend. Van Laecke heeft het een en ander ingekort, waardoor de voorstelling aan vaart heeft gewonnen. En het met veel symboliek overladen einde zorgde voor kippenvel en brok in de keel.

Ook zijn Manon Lescaut (Robeco 2011) heeft mij niet onberoerd gelaten en zijn Madama Butterfly voor Opera Zuid werd door het Operamagazine uitverkoren als de opera van het jaar 2012. Terecht: met een zeer sfeervolle set en een uitstekend uitgewerkte personenregie wist Van Laecke een hartverscheurend drama te creëren, met een finale om niet meer te vergeten.

van Laecken Madama-Butterfly-Opera-Zuid-2

Soojin Moon als Madama Butterfly (foto: Opera Zuid).

Maar Van Laecke beperkt zich niet tot de opera alleen, hij regisseert eigenlijk alles. Toneel, musicals, circus, ballet….. En alsof het nog niet genoeg is, schrijft hij ook boeken.

van Laecke boek

© Kristof Ghyselinck

– Je wordt ‘The Wizzard’ genoemd. Ben je een tovenaar? Een duivelskunstenaar? Beide?

Lachend: “Dat wordt inderdaad vaak over mij geschreven, en daar voel ik mij vereerd door. Dat komt natuurlijk omdat ik met zo veel dingen bezig ben, ik ben niet in één la te stoppen, dat wil ik ook niet. Ik ontsnap aan het hokjes denken, wellicht is dat de reden?”

– Heb je dan wel een geliefd genre? Componist?

“Genre? Opera!!!!!!!! Zonder meer. Componist? Moeilijk. Puccini raakt mij meteen, ook Verdi. Maar ik raak altijd verliefd op waar ik op dat moment mee bezig ben. Onlangs, toen ik Peter Grimes deed, werd ik tot over mijn oren verliefd op de muziek van Britten”

– Hoe kom je bij de opera?

“Ik kom uit een eenvoudig milieu, ben geboren in een arbeiderswijk van Gent en mijn ouders waren gewone werkmensen. Maar zij hadden twee abonnementen, één op het toneel en één op de opera, de goedkoopste plaatsen, helemaal boven. Ik was vier toen zij mij voor het eerst meenamen. Het allereerste wat ik zag was Der Zarewitsch, dan La Boheme.

– Soms maak je radicale kortingen in de opera: Walpurgisnacht in Faust, Madrigalen in Manon  …. Doe je het omwille van de dramatiek?

“Ja. Als ik denk dat het dramaturgisch stil blijft staan dan durf ik er in te knippen, maar je moet natuurlijk niet bang zijn voor stiltes. Ik bereid mij altijd goed voor, anders zou het niet van respect getuigen. Ik heb mijn boek altijd bij mij, maar ik ken elke noot, elke woord en ook zonder het boek kan ik de hele voorstelling maken. En ik laat de dingen ook gewoon gebeuren, ik moet de zangers los kunnen laten. “

“Wat ik altijd meteen vertel: deze zaal, de repetitiezaal is vanaf nu voor ons de veiligste plek ter wereld, hier mogen wij ook fouten maken. Ik draag de zangers een warm hart toe, vanaf nu zijn ze mijn familie. Zij vinden dat er altijd een goede sfeer heerst tijdens de repetities, maar dat is ook wederzijds. Het is mijn job om geduld te hebben en om ze te helpen waar mogelijk. Dat beroep kan je niet voor 50 % doen.”

“Leugen, liegen, dat is wat wij, kunstenaars doen. We moeten de schijn oproepen en de mensen laten geloven in wat zij meemaken. Ik probeer het verhaal te vertellen van mijn ziel en ik ga altijd van de muziek uit, waarbij het respect voor de componist de vereiste is! Ik vraag mij dan ook altijd af: wat doet het laatste akkoord in de zaal, hoe komt het over, daarvandaan bouw ik mijn einde. Het is mij niet om het effect te doen. Ik lees de laatste akkoorden en dan weet ik wat mij te doen staat. Ik haat onrechtvaardigheid en leegheid.”

– Hoe is de samenwerking met Opera Zuid ontstaan?

“Ik heb Miranda van Kralingen leren kennen toen iSk een musical was aan het regisseren. Zij heeft mij voor een drietal producties gevraagd. De eerste zou Tsaar Saltan zijn, maar toen kon ik niet, dus het werd Faust, daarna Butterfly en nu La Traviata.”

“La Traviata is een bijzondere opera, ik heb het al vaker gedaan, maar nog steeds doet het iets met mij, met mijn emoties. Het is tijdloos, zo wil ik het dan ook houden. Het speelt zich tussen leven en dood af, in een soort schemerzone. En het gaat om de schone schijn. Je krijgt een parketvloer van de oude danszaal, het wordt een soort ‘danse macabre’. “

– Je zei ooit: “Stilstaan is achteruitgaan”. En: “Hoe ouder ik word hoe gulziger ik ben. Ik wil alles gegeten en gedronken hebben in mijn leven”

“ Dat heeft natuurlijk met het ouder worden te maken. Hoe ouder je wordt hoe bewuster je bent van je eindigheid. Als je jong bent besef je het nog niet, althans niet ten volle. Vandaar dat ik er nog alles uit wil halen! Na twee dagen vakantie begint het mij te jeuken, te kribbelen. Ik schrijf altijd, maar dan wil ik ook echt aan de slag!”

 

Rolando Villazon: reminders of a great promise

Villazon-DW-Kultur-Erfurt-jpg

© dpa/DPA/Martin Schutt

No one loved him as much as I did, when I heard him for the first time. His Don Carlo with Dutch National Opera in Amsterdam really had the WOW factor. No less. I interviewed him twice and both times he impressed by his intelligence and common sense.

Alas, it has not lasted long. The cause? Too much, too arduous, too fast? There was talk of ‘personal problems’. He had to undergo a procedure, a growth on his vocal cords. His career came to a halt a few times. He does still sing but I can no longer like it.

This interview dates from June 2004 and was made during the rehearsal of Don Carlo.

Villazon carlo

©foto Hans van den Bogaard

The jubilant press releases taught me that Rolando Villazon was a real discovery. Opera Magazines even spoke of a ‘second Domingo’ which a very critical friend of mine in London, whom had heard him sing in Les Contes d’Hoffmann, could confirm.

Villazon Erato

I was very enthousiast about his first cd with Italian opera-arias ( Erato 5456262), which explains why I felt honoured to meet him, even before his Amsterdam debut as Don Carlo.


I was allowed to talk to the tenor as the first of a long line of interviewers, a luxury, even allowing me to watch the last part of the rehearsal. Well, you should know that I’m quiet experienced opera goer, but this was truly sensational, even for me. I was awestruck, but fortunately Villazon turned out to be a great raconteur.

Rolando Villazón (Don Carlo) Dwayne Croft (Rodrigo) in Amsterdam:

It is hot that evening but that does not seem to bother him and even before the ordered water has arrived, he’s already told me about his life in Paris with his wife Lucia a psychotherapist (no she does not practice on me, ha, ha, ha), and his two sons: Dario and Matteo.

How does it feel to be a star? Were you expecting to be as successful as you are?

“Expecting…not really, you don’t expect it to happen but one hopes it does. My wife recently asked me how it feels to get all this attention all of a sudden. And I said: it feels like flying, it’s like wow but dizzying at the same time. I’m afraid to fall during my flight and thus failing  to fulfill my mission as an opera singer and an artist. She answered: don’t be scared, I’m here and I’ll catch you if you fall.”

His voice was discovered when he was 18 years old, but he was doubtful, there were so many things to do in life. Reading psychology for instance. The priesthood. He was still young and life was so confusing. He felt just like Stephen Dedalus from ‘A portret of an artist as a young man’, who thought of becoming a Jesuit priest, whilst all he wanted to do was write. And Villazon wanted to sing, that’s what he loved more than anything.

He would lock himself up in his room at the age of twelve to sing Mexican songs and musicals. When he’d bought Perhaps love, an LP with duets by Domingo and John Denver, he was sold. He bought all Domingo’s records, be it with cross-overs, because opera was unknown to him at that time. Domingo was his idol and master. they’ve become great friends meanwhile and Villazon considers it a great honour knowing that Domingo is keeping a close watch over his career.

“When I was in Berlin doing Lélisir dámore Domingo was there for Pique Dame. I went to all his rehearsals and could not have asked for a better education. His intensity, his involvement his whole being; teaches me.  I flew to Washington just to see him rehearse Le Cid.

Does he think his career will evolve like Domingo’s?

“Not for the moment. Domingo is a legend and I am me. I love to take risks, hence Hoffmann, Carlos and soon my first Don Jose. But other than that I’ll just sing lyric parts. It is too soon for me to go for the dramatic parts.”

Villazon cd

In 2007 Villazon recorded his first solo recital for DG. He did not take the easy route. He chose arias he had never sung before and will probably never sing again. Not only because they are too heavy for him but also because they are seldom performed, at least most of them. That adds great value to this cd, because be fair, did you ever hear of Maristella by Pietri?


English translation: Annelies Hes

Drie maal Jonathan Lemalu

Interview 2003

Lemalu

Er is niets leuks aan om iemand telefonisch te interviewen. Je mist de lichaamstaal, je hebt geen oogcontact, je kan je grapje niet met een glimlach versterken. Wat blijft is de stem. Nou, in het geval van Jonathan Lemalu kun je rustig van dé stem spreken. Donker gekleurd, warm en diep, met een sprankelende vonk en een jeugdig elan.

Pas 27 jaar jong, en nu al ‘hot’. Onlangs tekende hij een exclusief contract met EMI, de firma waar voor hij zijn eerste cd met de liederen van o.a. Brahms en Schubert had opgenomen.

Ik complimenteer hem met zijn Duitse uitspraak, en tot mijn verbazing hoor ik, dat hij de taal niet kent:

“Ik spreek maar twee talen: Engels en Samoaans. Ik hou van het Duits en het Italiaans. Frans is voor mij heel moeilijk, maar er zit zoveel muziek in! En onlangs ben ik begonnen met het instuderen van een paar Russische liederen. Ik heb een Duitse coach, we bespreken samen ook de inhoud van de liederen. Het is hard werken, maar ik wil ook werkelijk muziek tot leven brengen”.

Begin oktober 2003 maakte Lemalu zijn debuut bij de Royal Opera Huis in Orlando van Händel. De productie werd met de grond gelijk gemaakt maar Andrew Clements de recensent van the Guardian wist te melden dat “Jonathan Lemalu’s Zoroastro sounds out of his depth, a hugely promising young singer”.

Hoe was het?
“Ik was heel erg zenuwachtig. Het was voor mij een mijlpaal in mijn carrière. Bovendien was ik degene die de opera opende. Maar het ging fantastisch, en bovendien had ik het genoegen om met de grootste zangers samen te werken.”

Lemalu is geboren in Dunedin, New Zeeland, maar zijn familie komt uit Samoa.

Samoa? Wat kan ik me erbij voorstellen? Is het te vergelijken met de Maori’s?
“O ja, beslist. Het is een oude cultuur met een zeer muzikale traditie: kerkkoren, veel religieuze muziek. Ik vond het fantastisch om op te groeien met twee culturele achtergronden, de Engelse en de Samoaanse. Ik beheers beide talen goed, al is mijn Engels de laatste tijd iets beter geworden”

Maar hoe komt hij aan de klassieke muziek? Aan Schubert?
“Bij ons thuis is altijd veel muziek geweest. Mijn vader speelde gitaar en zong in een koor, ook mijn zus die nu in Londen woont zingt in een koor. In het koor begon ook mijn opvoeding met de klassieke muziek, we zongen de missen van Bach, van Mozart, van Schubert. Schubert is absoluut mijn favoriet. Hij schreef geniaal voor de stem en voor de piano. Hij is ook zo eerlijk met de teksten omgegaan”.

Lemalu is bezig met een internationale carrière. Dit betekent werken, werken, en nogmaals werken. Heeft hij tijd voor iets anders? Hobby’s bijvoorbeeld?
“O ja! Ik ben gek op sport, rondhangen met vrienden, ik hou van films en reizen. En van mijn familie.”

En koken? Doet hij dat voor zichzelf?
“Beslist. Ik ben er zelfs heel erg goed in. Ik hou van salades, pasta, rijst, soepen. De laatste tijd probeer ik vlees te vermijden en zo gezond mogelijk te leven. Ik zorg goed voor mezelf”

English and American Songs: 2003

Lemalu cd

Ik zou het niet weten waarom, maar liederen van Barber doen mij altijd aan schilderijen van Hopper denken. Ook het cyclus Dover Beach, al heeft Hopper bij mijn weten nooit zeegezichten geschilderd. Een kwestie van sfeer, misschien? Het verlangen, de eenzaamheid en het gevoel verlaten te zijn, het zit er allemaal in. Jonathan Lemalu brengt het allemaal goed over: zijn donkere stem lijkt schatten aan emoties te verbergen, die door de strijkkwartetbegeleiding nog extra versterkt worden.

In de Engelse liedjes is de sfeer wat losser, want al zijn ze droef, nog steeds klinkt er een ondertoon van zelfspot in door, en dat is iets wat ik een beetje in de uitvoering van Lemalu mis. In de cabaretsongs van Bolcom daarentegen werkt zijn ietwat droge interpretatie verfrissend. Kleine juweeltjes zijn dat, grenzend aan smartlappen, en je kun ze makkelijk beschadigen door te overdrijven. Gelukkig blijft Lemalu goed in balans.

Eerlijk gezegd had ik wat meer Barber en Bolcom willen horen, maar wellicht is het een idee voor de volgende cd? Voor de complete cabaretsongs van Bolcom teken ik alvast in. Zowel Malcolm Martineau als het Belcea Quartet begeleiden congeniaal. Een mooie cd.

Quilter, Barber, Britten, Rodney Bennett, Ireland, Butterworth, Finzi, Bolcom (EMI5580502)

Opera aria’s: 2005

Lemalu opera

Jonathan Lemalu heeft een buitengewoon mooie stem. Warm en donker, met een ondertoon van goudkleurig fluweel, krachtig en soepel tegelijk, kernachtig en viriel. Een beetje zoals Bryn Terfel.

Hij is ook enorm getalenteerd en hij leert snel : nog maar twee jaar geleden sprak hij alleen Engels en Samoaans, nu zingt hij perfect in een paar talen, waaronder Russisch. In 2003 debuteerde hij met een prachtig liederenrecital, dat overal ter wereld bejubeld werd ontvangen. En nu ligt er een cd met opera-aria’s, waarop hij zowel Figaro (Rosssini en Mozart) als de graaf zingt, en Papageno met Gremin (Onegin) en de Vliegende Hollander afwisselt.

En, om heel eerlijk te zijn, de laatste twee had hij nog niet mogen doen. Niet, dat hij het niet kan, want hij doet het prachtig, maar het is nog te vroeg. Te vroeg in zijn carrière en te vroeg in zijn leven: mooi zingen kan hij als geen ander, maar op je 29ste weet je nog niet hoe het is om oud te zijn, en voor de laatste keer in je leven krankzinnig veel van iemand te houden.

Mozart, Tsjaikovsky, Rossini, Gounod, Boito, Verdi, Wagner (Warner 5576052)

Twee Maagden over Willy Deckers Elektra

elektraheink

Ernestine Schumann-Heink as Klytämnestra at the January 25, 1909 Dresden premiere of Elektra, looking down on Annie Krull as Elektra

Elektra van Richard Strauss behoort ontegenzeggelijk tot de geniaalste opera’s ooit. Door de symbiotische samenwerking van de librettist en de componist ontstond een werk dat zijn weerga in de geschiedenis niet kent. Met het libretto van von Hofmannsthal komen we de mythologische wereld binnen, maar dan wel gezien door de ogen van Sigmund Freud. Een wereld vol complexen, fobieën, angsten en dromen, die bovendien bevolkt is door hysterische vrouwen.

Elektra Decjker

Willi Decker © Alchetron

Willy Decker behoort tot de beste operaregisseurs ter wereld en zijn vermaardheid dankt hij niet aan ‘concepten’ of het wel/niet functionele bloot. Hij kent zijn pappenheimers en hoeft niet zo nodig te choqueren.

In september 1996 ging zijn visie op Elektra in première bij De Nederlandse Opera (DNO). Hartmut Haenchen stond toen op de bok en de hoofdrollen werden vertolkt door Eva-Maria Bundshuh (Elektra), Anne Gjevang (Klytamnästra) en Inga Nielsen (Chrysotemis). Met vrijwel dezelfde bezetting, maar dan wel onder leiding van Hans Vonk, werd de productie in april 2000 herhaald.

Bij de derde speelreeks, in 2006, werd alles anders. Hans Vonk was dood, Inge Nielsen was dood, Hartmut Haenchen naar andere oorden verbannen en bij ons was het (gelukkig zeer korte!) tijdperk van Ingo Metzmacher aangebroken. Nou ja, in dit repertoire kon hij gelukkig weinig schade aanrichten en ook de hoofdrollen werden prima vervuld door Felicity Palmer, Nadine Secunde en Gabrielle Fontana.

De productie stond in oktober 2011 voor de vierde (en laatste) keer op het toneel (voor de recensie klik hier)

Ellen van Haaren, die de Vierde Maagd in alle drie de producties zong:

© Jan Swinkels

,,Ik heb het vanaf het begin meegemaakt hoe deze Elektra zich ontwikkelde onder het baton van Hartmut Haenchen en de superregie van Willy Decker. Huiveringwekkend goed!!! En zo to the point!

Decker is een geweldig goede regisseur en daarbij nog eens zo’n aardige man, van wie je veel vrijheid kreeg. Zijn geliefde spreekwoord was: ‘passie is het motto van het zingen’. En zijn credo: ‘met waardigheid onwaardige situaties regisseren’. Dus de vernederende situaties waarin de personages van de opera terechtkwamen, wist hij op een waardige wijze in scène om te zetten.

Tevens werd er veel over het werk gepraat en als je als zanger iets anders aanvoelde dan wat Decker van je in een bepaalde scène verlangde, dan werd er daar ook op ingegaan. Zeker ook als hij het ermee eens was dat het beter bij de zanger in kwestie paste. Daarom is hij als persoon heel fijn om mee te werken, omdat hij iedereen zo veel aandacht geeft.

Altijd vroeg hij: voelt dit goed, gaat dit goed? Het was een samenwerking die je maar zelden aantreft en mede daardoor heeft het z’n vruchten in de totale samenhang afgeworpen.

Elektra 1996 Ellen

Yvonne Schiffelers, Rebecca de Pont Davies, Nadine Secunde, Abbie Furmansky (onder de arm van Elektra), Claire Powell (met jas), Ellen van Haaren © Marco Borggreve

Een voorbeeld. Hij vond dat twee Maagden zwanger moesten zijn. Toen opperde ik de gedachte: we moeten dan een soort schort met een buik hebben, want je beweegt je heel anders als je zwanger bent en gaat daardoor niet op de voorgrond staan zoals die andere Maagden. Je hebt nieuw leven bij je, dus je gedraagt je wat angstiger en blijft als persoon meer op de achtergrond. De volgende dag waren er twee schorten met een dikke buik en konden we daarmee oefenen.

De twee dames letten ook een beetje meer op elkaar en als Klytemnestra dan die vreselijke uitbarsting heeft, dan beschermden wij eigenlijk elkaar. Allemaal heel subtiel, maar toch!

Zo krijg je een mooie productie die nooit ordinair of oppervlakkig is, want het komt recht bij je binnen en dringt diep door. De personenregie is daar van groot belang, vooral omdat het drama dat zich voor je ogen ontwikkelt eigenlijk van alle tijden is. Oorlog, wanhoop, strijd om het behouden van de waarden en normen, opportunisme, meelopers, angst, principiële opofferingsgezindheid en dictatoriale macht.

Over Hans Vonk zou ik willen toevoegen dat hij in die tijd al zo vermoeid en ziek was en toch zo goed was, dat hij toch op die productie zijn stempel kon drukken. Hij was heel vriendelijk en hielp waar hij kon.

Het is een extreem zware productie met zeer turbulente uitbarstingen in de muziek, alles zit in de orkestpartijen: dreiging, liefde, weemoed, wraakgevoelens, broeder/zusterliefde, haat… Dat vergt heel veel van een dirigent.”

ellen ballo

Ellen van Haaren (Amelia) met Henk Poort (Renato) in Ballo in Maschera

Corinne Romijn, die de tweede Maagd in twee DNO-producties zong:

Elektra Corinne

,,Ik heb Elektra in totaal drie keer gezongen, één keer bij de Vlaamse Opera en twee keer bij DNO. Ik vond en vind Willy Decker een uiterst inspirerende man. Ook bij de herhalingen kwam hij zelf en bleef hij zoeken naar nieuwe facetten. Hij stuurde geen assistent om herinstudering te doen en de zangers te vertellen waar ze opkomen en weer afgaan en alles ertussen.

Wat ik behalve zijn enorme talent en vaardigheid ook zo mooi aan hem vind, is dat hij iedereen met hetzelfde respect en belangrijkheid behandelt, ook al heb je maar een ‘kleine rol’. Bij hem heb je het gevoel echt iets belangrijks te doen en ook voor de kleine rollen bedenkt hij verhaaltjes en diept het karakter uit.

Elektra Haenchen

Hartmut Haenchen © Riccardo Musacchio

Mijn geliefde dirigent was Hartmut Haenchen. Zijn opmerking ‘es gibt keine kleine rollen’ sloot perfect aan bij de visie van Willy Decker.

Een leuke anekdote. Ik zong de tweede maagd en die zingt aan het begin: ‘Ist doch ihre stunde die stunde das sie um den vater heult das alle wande schallen!’ Ik (geen idee waarom) zong tijdens de repetitie: ‘Ist doch ihre stunde die stunde das sie um den vater LACHT das alle wande schallen!!!’

Hartmut hoorde dit, sloeg af, nam zijn partituur van de pepiter en kwam het toneel op, recht op mij af. Ik dacht nog: oei oei… Maar het enige dat hij glimlachend zei, was: ‘Wenn sie das singen, brauchen wir die ganze oper nicht zu machen!’

Elektra Corinne Jenny

Corinne Romijn als Jenny in de Driegroschenoper van KurtWeill

Claron McFadden en haar sterke vrouwen

Lilith-Claron-McFadden-foto-Hanneke-Kuijpers

©  Hanneke Kuijpers

Lilith en Operadagen Rotterdam 2012

Lilith met tekst

Wist u dat Eva niet de allereerste vrouw was die er bestond? Voordat zij uit de rib van Adam geschapen werd, had Eva al een voorgangster. Zij heette Lilith en encyclopedieën duiden haar aan als een vrouwelijke duivel. Volgens de Kabbala was zij de godin van het Kwaad en een symbool van seksuele begeerte. Er werd van haar gezegd dat zij de drager was van ziekte en dood.

-Lilith-696x802

Lilith door Dante Gabriel Rosetti (Delaware Museum in Wellington)

Tijdens de Operadagen Rotterdam in 2012 ging er een voorstelling in première waarin Lilith centraal staat. Het hele concept werd bedacht door de allround zangeres/actrice, Claron McFadden.

McFadden, die als klassiek geschoolde zangeres een voorliefde heeft voor verschillende muziekstijlen plaatste de geschiedenis van Adam en Lilith in de hedendaagse tijd en mengde bewust verschillende media tot een muziektheaterstuk met sterk emotionele lading. We komen Lilith dan ook in een ‘real time’ tegen in de bar van een vijfsterren hotel en het verleden wordt aan ons door middel van projecties verteld. Adam zien we alleen als projectie.

Veel aandacht werd besteed aan het multimediale en er werd ons een mix van stijlen beloofd: jazz, soundscape, klassiek, pop, rap-achtig Sprächgesang, gesampelde zangstemmen. Er was ook plaats voor improvisaties, waardoor iedere uitvoering iets anders kon uitvallen.

De regie was in handen van Frans Weisz; muziek, pianospel en elektronica kwamen van Dimitar Bodurov, een Bulgaarse jazzpianist en ‘alles-eter’. De rol van Adam werd gespeeld door Jeroen Willems.

Claron McFadden aan het woord:

Lilith Claron-McFadden-Sacha-de-Boer

© Sacha de Boer

,,Ik beschouw mijzelf als een vrij sterke, onafhankelijke vrouw en ik ben altijd gefascineerd geweest door vrouwen die niet passen in het traditionele sjabloon van wat een vrouw hoort te zijn in de patriarchale samenleving. De vrouwen die mij het meest fascineren laten hun vrouwelijkheid niet in de steek om erbij te horen in de ‘mannenwereld’. Ze luisteren naar hun eigen innerlijke stem hoe ze mogen/moeten zijn als een mens, als ze maar alle kansen krijgen om te groeien en zich te ontwikkelen.

Toen ik voor het eerst hoorde van de Lilith-mythe, raakte ik onmiddellijk door haar geïntrigeerd. Ik beschouw haar ook als de eerste feministe. Zij wilde, samen met haar partner Adam, blijven zijn hoe zij was. Toen het onmogelijk bleek, liet zij liever alles wat haar dierbaar was in de steek en accepteerde alle consequenties van haar keuze. Alles liever dan de essentie van wat zij was – als vrouw, als mens – te verloochenen.

Ik vind dit zeer diepgaand. Het gaat over de man-vrouwverhouding, maar ook over de gelijkheid van mensen en het accepteren van onderlinge verschillen.

Ik ben een klassiek geschoolde zangeres, maar mijn achtergrond ligt in gospel, popmuziek en soul – muziek waar improvisatie een belangrijke rol in speelt. Mijn eerste serieuze kennismaking met de westerse klassieke muziek was de zestiende-eeuwse polyfonie en de zeventiende-eeuwse madrigalen, motetten en cantata’s. Daarbinnen was er ook plaats voor improvisatie

Vrijheid binnen een structuur vormt voor mij een rode draad in eigenlijk alles wat ik doe, ook in de muziek waar de noten echt vaststaan. Spontaniteit houdt de muziek levend, niets is twee keer hetzelfde.

Voor Lilith heb ik Dimitar Bodurov uitgenodigd. Hij is een zeer getalenteerde duizendpoot, wij zijn dus aan elkaar gewaagd. We bespraken een gevoel of een bepaalde scène, hij maakte de muziek en we begonnen te zingen en te spelen.

Omdat ook hij uit een improvisatiehoek komt, hebben we besloten dat sommige scènes aan drama zouden winnen als wij ons vrij in de vaststaande structuur bewogen. Maar het is beslist niet zo vrij als ‘work in progress’, zoals veel mensen denken als ze het woord improvisatie horen. Geen chaos hier!

Toen ik Frans Weiss voor het eerst ontmoette werd ik door hem gefascineerd en bedacht hoe fijn het zou zijn om samen met hem iets te kunnen doen. Lilith is onze eerste samenwerking. Hij is een meester in het creëren van een dramatische sfeer en zijn voorstellingsvermogen kent, net als de mijne, geen grenzen.

Het is niet makkelijk om iemand anders werk te regisseren en wij voerden een paar pittige discussies. Mijn origineel concept vormt het skelet en hij heeft alle vrijheid om Lilith een uiterlijk te geven die hij wil.

Lilith willems

© © Pief Weyman

Met Jeroen Willems werkte ik voor het eerst samen in La Commedia van Louis Andriessen. Hij heeft mij zeer ontroerd en geïnspireerd, sindsdien heb ik altijd gehoopt om nog eens samen hem te mogen werken. Zodra ik aan het karakter van Adam begon te denken, zag ik onmiddellijk zijn gezicht voor ogen. Voor mij is hij de enige acteur die Adam de nuances kan geven die het karakter nodig heeft om hem sterk, kwetsbaar, sexy en humaan te maken. En hij is een goede zanger!

Ik droom van een serie theatrale monodrama’s over interessante en sterke vrouwen uit de geschiedenis en literatuur: Anne Askew, Veronica Franca, Harriet Tubman and Wilma Flintstone…

En ik zou graag ‘Iron Maiden Lounges’ organiseren, in de vorm van nagesprekken na de voorstellingen, waarbij we rustig kunnen zitten en van gedachten kunnen wisselen. Ik denk dat ik nu op een belangrijk punt in mijn leven ben beland en ik hoop dat ik inmiddels genoeg goede en slechte bagage heb om te kunnen vaststellen wie ik ben. Als vrouw en als ‘human being’. Ik ben er zeker van dat het mij niet lukt, maar ik houd van uitdagingen!”

Ivan van Kalmthout: muziek heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld

Ivan London

Ivan van Kalmthout

De 52ste editie van het Internationale Vocalisten in 2018 was het laatste concours voor directeur Annett Andriesen. Na twaalf jaar van een ongelooflijke inzet en fantastisch leiderschap (iets waarvoor zij met speeches, staande ovatie, bloemenweelde en een ‘bescheiden’ bouquet van symbolische twaalf rozen werd gehuldigd) het stokje heeft overgedragen aan Ivan van Kalmthout.

Ivan Opening - Annett en Ivan

Ivan van Kalmthout en Annett Andriessen

Van Kalmthout werkte eerder als interim-directeur van het Liceu Opera House in Barcelona en als directeur van de Berliner Staatsoper in Berlijn en in 2017 trad hij toe tot de directie van het IVC. Tijd voor een gesprek.

Van Kalmhout is een echte Brabander. Hij werd in 1968 geboren in Etten. De familie van zijn vader komt uit Zegge en zijn moeder die uit een Moluks KNIL-gezin stamt, is opgegroeid in Zundert.

Ivan met moeder

Ivan an Kalmthout met zijn moeder

“Over mijn familie… Mij oma was Molukse. Aan mij zie je dat niet, maar mijn oma was heel donker. Mijn opa kwam uit Tilburg. Hij was in Tjimahi gelegerd en daar hebben ze elkaar ontmoet. Mijn moeder en mijn zus zijn exotisch om te zien. Toen ik voor de eerste keer in het Rijksmuseum alle regentenportretten zag was het me duidelijk dat mijn uiterlijk helemaal niks met Indonesië te maken heeft. Ik had zo in de 17e eeuw in Nederland geboren kunnen zijn! ‘

Ivan India

En hoe zat het met de muziek?

Van Kalmhout: “Muziek heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Mijn opa speelde piston in de plaatselijke harmonie en kon heel goed van blad zingen. Mijn moeder was waarschijnlijk een succesvolle sopraan geworden als ze de kans had gehad. Ze heeft er in ieder geval de stem en het temperament voor! Ik was als kind gefascineerd door de viool en heb dat een behoorlijke tijd gestudeerd.”

“Via een langspeelplaat met een stuk van Wieniawski gespeeld door Emmy Verhey hoorde ik voor het eerst een solo-aria, gezongen door Hebe Dijkstra. ‘Mon coeur s’ouvre à ta voix’ uit Samson et Dalila. Ik kende al wel wat symfonische muziek met zang en de ‘Walkürerit’ maar dit was een nieuwe ervaring. Ik weet nog dat ik het niet thuis kon brengen. Maar fascinerend vond ik het wel. En na een aantal keren luisteren was ik ‘om’ voor het genre. Ik denk dat het daarom ook zo belangrijk is dat kinderen/ jongeren de mogelijkheid hebben om met klassieke vocale muziek in aanraking te komen. Dat onderdeel proberen we ook te benadrukken in de nieuwe Opera3Daagse.”

“Wat later ontdekte ik Maria Callas en dat was voor mij een donderslag. Wat ik van die passie heb overgehouden is een grote voorliefde voor de combinatie van tekst en muziek. Als een zanger de diepere waarheid van een tekst weet te vertolken raakt me dat zeer. Opera is natuurlijk geen literair genre maar als de poëtische waarheid door een vertolker wordt opgepakt komt het makkelijker aan dan welke theatertekst van het hoogste niveau ook. Als een zanger technisch perfect zingt maar duidelijk alleen naar de noten heeft gekeken kan ik er vaak weinig mee. Maar het aanvoelen van datgene wat met soms heel banale teksten wordt vertoond en een driemaal herhaald woord driemaal een andere betekenis weet te geven (“amour” in Carmen bijvoorbeeld) is voor mij één van de grootste gaves die een interpreet mee kan nemen.”

Ivan met Eva

Ivan van Kamlthout met Eva-Maria Westbroek

Na zijn middelbare school heeft van Kalmhout bedrijfskunde en management gestudeerd aan de Business University Nyenrode in Breukelen waarna hij bij Pieter Alferink en zijn impresariaat terechtkwam. In 1991 werd hij door Marc Clémeur gevraagd om naar de Vlaamse Opera in Antwerpen (en Gent) te komen. Hij werkte er als assistent artistieke planning samen met Hein Mulders.

De volgende stap was de Staatsoper van Hamburg en het Liceu in Barcelona. In 2011 werd van Kalmthout benoemd tot operndirektor en artistiek directeur van de Deutsche Staatsoper in Berlijn. Hij werkte er samen met de dirigent Daniel Barenboim en de intendant Jürgen Flimm.

Van Kalmthout: “Het was een privilege om in Berlijn in de Staatsoper im Schillertheater te mogen werken. Gedurende drie jaar was ik terug in het repertoiretheatersysteem met een enorme hoeveelheid producties, een zeer interessante operastudio die ik mee vorm mocht geven met nieuwe jonge talenten in het eerste jaar. Het concertprogramma van de Staatskapelle was daarnaast ook een parade van muzikale hoogtepunten met eersteklas instrumentalisten. De onuitputtelijke nieuwsgierigheid en werklust van Daniel Barenboim doet iedereen in zijn nabijheid versteld staan.”

“Toen de mogelijkheid kwam om tijdelijk in te vallen voor Joan Matabosch in Barcelona nadat Gerard Mortier voortijdig door ziekte Madrid moest verlaten, ben ik graag naar het theater en de stad waar ik zo’n goede tijd had, teruggegaan. Ik heb succesvol een zeer moeilijk jaar (zowel organisatorisch als artistiek) voor het Liceu vorm kunnen geven. Het was een privilege om er nog een jaar te zijn maar het was ook duidelijk dat de richting van het Liceu volledig anders was geworden in vergelijking met de tien gouden jaren van voor mijn Berlijnse tijd.”

Ivan sWikels

© Swinkels en van Hees

Toen het bekend werd dat Annett Andriessen er mee ging ophouden heeft van Kalmthout meteen gesolliciteerd. Hij kende de competitie en de sfeer goed, tenslotte heeft hij zelf twee keer als lid van de jury meegedaan. Hij is er dan ook zeker van dat hij de lijn goed kan doortrekken. Dat denk ik ook. TTT Ivan van Kalmthout!

Bastiaan Everink: wat ik ten diepste zoek in mezelf is oorlog en vrede.

Het interview is uit 2014

Bastiaan

“Schrijf het op”, zegt hij gedecideerd. “Pak je pen en schrijf. Wat ik je nu ga vertellen is voor mij heel erg belangrijk, het tekent mij, zo ben ik. Je kan zeggen dat het mijn credo is, mijn motto, mijn mantra… Wat ik ten diepste zoek in mezelf is oorlog en vrede. Gelukkig zijn betekent voor mij in oorlog zijn met je passies”

Oorlog, gevecht, passies …. Grote woorden. Heeft het met je verleden te maken?  Je was beroepsmilitair bij Korps Marinier en tijdens de eerste Golfoorlog werd je uitgezonden naar Irak. Komt daar je ‘oorlog/vrede’ tegenstelling vandaan?

“O nee…. Moeten wij het daar nu ook over hebben? Iedereen vraagt er naar en dat terwijl ik maar vijf jaar soldaat ben geweest en inmiddels al vijftien jaar op de bühne sta?”

Ja, zeg ik. Mensen vinden het spannend. Je levensloop maakt je bijzonder aantrekkelijk niet alleen voor de operahuizen, maar ook – en misschien juist voornamelijk – voor het publiek. Bovendien: je kan oorlogsheld van alles worden maar er lopen niet zo veel Nabucco’s rond die daadwerkelijk in Babylonië zijn geweest!

Bastiaan Nabucco

als Navbucco in Berlijn © Bastiaan Everink

Zuchtend, maar dan wel met een glimlach:  “Met mijn verleden? Nee, dat denk ik niet. Vechten moet in je zitten en ik denk dat ik een geboren vechter ben. Zeker voor mijn idealen. Ik ben ook een doorzetter. Of je het allemaal in het leger leert dat betwijfel ik, je bent het of je bent het niet. Ik wist wat ik deed toen ik mij aanmeldde en ik wist wat mij te doen stond, daar heb ik nooit aan getwijfeld. Ik deed gewoon mijn plicht, dat wat van mij verlangd en verwacht werd. En soms moet je je eigen moraliteit uitschakelen, anders kan je beter er meteen mee ophouden.”

Op mijn vraag of dat allemaal ook een rol speelt in zijn beroeps- maar ook in zijn gewone, dagelijkse leven, antwoordt hij heel serieus: ”O ja, juist in mijn leven. Van toen en van nu. Ik zoek altijd de grenzen op, grenzen zijn er niet alleen voor om ze te benaderen, maar ook om ze te overschrijden. Het klinkt misschien raar, maar het is niet alleen uitdagend, maar ook enigszins lekker. Het is fijn om de grenzen op te zoeken, maar het is nog fijner om er overheen te gaan. Eigenlijk is het veel meer dan een uitdaging…… Hoe kan ik het uitleggen? Noem het harmonie en disharmonie. Een soort overgang van donker naar licht. Of net andersom. Denk aan de film The Deer Hunter, alleen al de beginscène ….”

Bastiaan Avro Tros

“Ik was zeventien en net van school toen ik het leger inging. Pas toen ik terug thuiskwam ging ik mij afvragen, wat nu, hoe verder. De stem, die is er altijd geweest. Ik zong veel, voornamelijk popliedjes. En ik deed Freddie Mercury na. Maar klassiek?”

“Thuis hadden wij van alles. Veel Presley, maar er waren ook een paar platen met klassieke muziek. Mijn geliefde opname was Mozart met Murray Perahia. Ik was er behoorlijk verknocht aan, die plaat haalde ik altijd uit de kast als ik rust nodig had. Maar er was meer want ik werd er telkens diep door geraakt.”

“Ooit waren wij met het hele gezin op vakantie aan het Gardameer en mijn moeder wilde heel erg graag naar de arena in Verona. Nou … ons, de kinderen niet gezien, daar hadden wij absoluut geen zin in, wij wilden terug naar het meer. Zwemmen. Hoe oud was ik toen? Twaalf? Elf? Mij allereerste opera die ik zag was Tosca, door de Reisopera. Maar dat was veel en veel later.

Bastiaan soldaat

© Bastiaan Everink

Serieus: “Je hoort je plicht te doen. Als je een brandweerman bent kun je niet opeens zeggen dat je er geen zin in hebt. Dat is met een operazanger niet anders. Ik wil gewoon heel goed zijn dus ik doe er iets aan. Een goede schaatser schaatst tien kilometer dankzij zijn techniek. Die moet goed zijn anders lukt het hem niet, en dat geldt mij ook. In al mijn rollen. Als je grote rollen wilt zingen – en dat wil ik! – dan moet je er echt voor gaan. En, allerbelangrijkste, je moet er ook in geloven, je moet in jezelf geloven. Alleen dan kan je de druk wel aan.”

“Emoties, alle emoties, maar zeker de grootste emoties: liefde, dood, verraad en trouw liggen dicht bij elkaar, zijn met elkaar verbonden. Daarin verschilt opera echt niet van het echte leven. Natuurlijk worden ze uitvergroot, maar het zijn dezelfde emoties.”

https://www.operamagazine.nl/wp-content/uploads/2016/12/Parsifal-De-Nationale-Opera-2016-foto-Ruth-Walz-4.jpg

Bastiaan Everink als Klingsor, met Petra Lang als Kundry. (© Ruth Walz / De Nationale Opera)

Nadat hij de opera had ontdekt (het begon met Parsifal van Wagner die hij op de LP’s bij een vriend had gehoord) begon Everink in 1993 met de opleiding klassieke zang aan het conservatorium van Enschede. Over zijn conservatoriumtijd wil hij niet veel kwijt.

“Het is voorbije tijd. Maar ook daar moest ik vechten, onder andere tegen het imago als de slechtste student en toch is het allemaal goed gekomen. Vanaf het begin wist ik wat ik wilde: grote dramatische rollen (hier komt het grenzen opzoeken weer). Daar is mijn stem geschikt voor, daar ben ik altijd van overtuigd geweest. En ik wil mij niet kleiner maken dan ik ben.”

“Extra hard werken hoort bij mij, harde training, uithoudingsvermogen, daarin verschilt het opera vak amper van die van de marinier. Je gaat tot het uiterste, je wordt gedreven, je moet, je kan ook niet anders. Het is je mentaliteit. En de discipline. De wil. De overlevingsdrang. Alles samen. Veel heb ik te danken aan James McCray, bij wie ik in 1997 terechtkwam. Hij heeft mijn echte stem ontdekt en gestimuleerd. Ik had het bij het rechte eind en dat bevestigde hij.”

Als Klingsor in Berlijn:

“Ik houd zielsveel van Wagner, maar het meeste houd ik van Verdi. Denk ik. Voor mij is Otello de beste opera ooit gemaakt, nergens anders vallen tekst en muziek zo volledig samen. Ook de harmonie en disharmonie zijn hier met elkaar innig verstrengeld, geniaal gewoon. Je moet even naar de opname onder Carlos Kleiber luisteren, hoe hij de contrasten uitwerkt, ze uitvergroot, je bewust van ze maakt. En de overgang van licht naar donker…… Geniaal. Geen wonder dat Jago mijn ultieme droomrol is. Maar geef mij ook Macbeth. En Scarpia! En ik wil nog zo graag Barnaba in La Gioconda zingen. Meestal word ik gevraagd voor Wagner-rollen, fantastisch, maar toch denk ik dat mijn stem meer ‘Verdiaans’ van klank is.”

Bastiaan Everink in Nabucco at the Schlossfestspiele Schwerin 2014

“Operazanger is het beste en het mooiste beroep ter wereld omdat wij met zulke prachtige muziek en teksten te maken hebben. Maar de levenskunst is de hoogste kunst die er bestaat. Moraal, gerechtigheid, dat zit in je. Dat is altijd heel belangrijk voor mij geweest. Eerlijk zijn tegenover de mensen om je heen. Eerlijk tegenover jezelf. Dezelfde gevoelens heb ik nu met de opera: ik wil eerlijk zijn tegenover de componist en de librettist, ik wil hun boodschap zo eerlijk mogelijk overbrengen.”

Lucia di Lammermoor, Lucia – Diana Damrau, Enrico – Bastiaan Everink, Deutsche Oper Berlin:

NTR Podium heeft in 2013 een documentaire over Everink gemaakt:

https://www.npostart.nl/ntr-podium/15-09-2013/NPS_1231587

Marcel Beekman: as a character tenor I am able to conquer the world!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman flies around the world to perform, as far as the Middle East. The tenor cannot be praised enough. We knew (or should have known!) for a long time that he is an all-rounder in his profession. His voice seems to know no boundaries and sometimes climbs esoterically high, but with a spectrum of colours. He doesn’t only feel the music, he sometimes seems to be connected to it in a compelling way.

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

According to Calliope Tsoupaki, the new Composer Laureate of the Netherlands, he is the best Dutch tenor. And she should know, because he has sung in many of her compositions. She composed the 1-minute opera Vesuvius 1927 for him, based on the text of P.F. Thomése, which had its premiere on the Dutch TV show ‘De Wereld Draait Door’:

But he also sang in her famous St. Luke’s Passion and saved the performance of her Greek Love Songs, performed at the Holland Festival in 2010. In June 2014 he also appeared in her opera Oedipus

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

And now she is composing a big new work for him – and for the countertenor Maarten Engeltjes. In addition to the singers, an instrumental ensemble, PRJCT, Maarten Engeltjes’ own ensemble, is also taking part. This work will have its premiere at November Music 2019 and may be programmed in other cities as well.

Other Dutch composers such as Jeff Hamburg, Elmert Schönberger and Martijn Padding (to name but a few) have written compositions with his voice in mind as well.

THE BEGINNING

The first time we met five years ago in his beautiful house in the Blaeu Erf, a kind of courtyard in a side street of the exceedingly busy Gravenstraat, right behind the Nieuwe Kerk. It is an oasis of peace, where hardly any sounds penetrate. We had tea (his secret mixture, which tasted very good to me) and talked about his early years, the discovery of opera and his many foreign performances, which even brought him to countries in the Middle East.

“I come from a provincial town and studied at a small conservatory, which meant that I was actually destined to become an oratorio singer. Or a teacher. At that time, no one thought of opera, not even I did. That only came when I was asked to do the opera/musical Jona de Neezegger by Willem Breuker. It came as a bit of a shock and I started to develop a taste for it. I wanted more!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

You sing both old and new music. Did you consciously choose to do that or did it happen that way?

“I am indeed fluttering between the old and the modern. I’m pragmatic and communicative and I find it particularly exciting to work on a new score. The aspect of the new is like creating a new prism. You are not only a performing medium, but also a bit of a creative artist. It’s also nice to be able to talk to the composer, and yes – they also want to listen to you and change the notes. Sometimes I ask for extra high notes, they laugh about that, they like it.”

“I don’t mind being a kind of ‘tool’ in the hands of a composer, so if I’m required to be non-vibrato then I will. And I have to honestly say that sometimes I find it very beautiful, it has something pure, something natural.”

DIRECTORS

“Let me start with a cliché: rehearsals can be very different. The real eye-opener for me was Salome under Simon Rattle at the Salzburg Osterfestspiele. Rattle wanted us to come to Berlin first to read the score. That worked really well, because most of the time you hear the orchestral sound for the first time when the first ‘sitzprobe’ comes. A revelation.

I used to like Stuttgart, especially working with Jossi Wieler and Sergio Morabito. They are friendly, everything is done with mutual agreement and the atmosphere is pleasant. And – most important of all – they are so very respectful. Not only does that make things pleasant, but it also makes you open up. When you are treated like this, your heart opens and you want to do everything for them. The other way around, your door closes, and then you shut down. Of course you cooperate, you have to open up, otherwise you might as well sit behind the cash register at Lidl.”

Marcel Beekman WOZZECK

As Hauptmann in Wozzeck at DNO © Ruth Waltz

In the 2016/17 season we were able to admire Beekman in two major productions at the National Opera in Amsterdam: Wozzeck by Alban Berg and Salome by Richard Strauss. Especially Wozzeck, in which he sang both the Hauptmannn and the Narr, was very important for the tenor in that season, the recording of that production was recently released by Naxos (21110582).

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Today, Beekman is one of the most famous and sought-after character tenors in the world, with a busy schedule. His 2019/2020 season has just been revealed and it’s indeed full He mentions the most important productions:

“In 2019 I will sing Pluton (Orphée aux Enfers by Jacques Offenbach) in Salzburg, in the new production of Barrie Kosky, the Australian director who is best known for his work at the Comic Oper in Berlin. The premiere will be on August 14th during the Salzburger Festspiele. Enrique Mazzola conducts the Vienna Philharmonic and as colleagues I get a.o. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) and Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). I’m really looking forward to that. I’ve never worked with Kosky before but I really admire his work. And then the idea that there will be an operetta in Salzburg! And of course Pluton is a real role for me.”

Beekman Pluto

Lustspiel in Luxus-Ausstattung: Marcel Beekman als Pluto (links) mit Martin Winkler. © apa/Neumayr/Leo

“German composer Christian Jost is currently writing the opera Voyage vers l’Espoir in which I will perform several roles. The premiere will take place at the end of March 2020 at the Grand Théâtre de Genève”.

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Dutch Philharmonic Orchestra\\

In 2019, Les Arts Florissants celebrates its 40th anniversary: the reason for William Christie to program a grand international festive tour in December 2019. The programme includes works by Lully and Rameau, among others, and in addition to Beekman, several soloists, including Sandrine Piau and Christophe Dumaux, will be present.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman as Platée in Paris © Vincent Pontet

Rameau’s Platée, directed by Carsen, one of Beekman’s biggest roles, will be performed in three different countries in December 2020. Unfortunately, the Netherlands is not one of them. His other starring role, Nutrice (L’Incoronazione di Poppea by Monteverdi from Salzburg 2018) has fortunately been recorded for DVD and will be released by Harmonia Mundi in September 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman as Nutrice © Andreas Schaa

His schedule also mentions many separate projects, including a tour with Israel Camerata in June 2019 with the 1940 Cantata for Shabbath by the Israeli composer Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “I look forward to that. I love that country and every time I’m there, there’s a bit of recognition”. “I’m looking into my past. It is not for nothing that I feel so at home in Israel. The Jewish, that appeals to me. Is there anything in the past? There was once a Beckman, with a “c”… But does it matter? Not really. I feel involved with minorities”.

“I’ve refocused my accents and changed my priorities, adjusted them. That included selling Blaeu Erf. I don’t care about the money, I sold the house to live, to enjoy. I don’t have a partner and do I want one? I don’t know, but I am happy this way: my life is on the right track and it brings me what I love most: music, art, life! It took me a while to find my way, but as a character tenor I am able to conquer the world!

For the complete schedule of Marcel Beekman see his  website.

Translated with www.DeepL.com/Translator

Interview in Dutch: Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

A frank conversation with Pablo Heras-Casado

pablo-burkhard-scheibe

© Burkhard Scheibe

For some people different standards apply than for ordinary mortals and everything they touch turns into gold, and they don’t get caught up in it. Pablo Heras-Casado is such a homo universalis. The young Spaniard (Granada 1977) was voted the ‘2014 Conductor of the Year’ in December 2013 by the prestigious Musical America’s. Rightly so? Premature? Considered on potential growth?

pablo

Heras-Casado masters all genres of classical music: from baroque to modern and from chamber music to opera. He conducts the largest symphony orchestras of the world, but he is equally fond of the Freiburger Barochokester and the Ensemble Intercontemporain.

The conductor is therefore busy. Very busy. Today he is, so to speak, still in New York, tomorrow in Amsterdam and the day after in Freiburg. Or Madrid, Vienna, Barcelona, Brussels… If you look at his diary, you’ ll start to feel dizzy.

He doesn’t like Skype, hates e-mails and the telephone connection fails twice. But three times is a charm and that’s where we are now: me in Amsterdam and him in Neumarkt, where he is on a Schumann tour with his “Fabulous Freiburger BarockOrchester” and his “dream team” with Isabelle Faust, Alexander Melnikov and Jean-Guihen Queyras. Then comes Carmen in St. Petersburg, a concert with all modernists in New York and Die Zauberflöte (the successful Amsterdam production of Simon McBurney) at the Festival d’Aix-en-Provence.

He started his career as a singer and his roots lie in early music. What made him decide to conduct? And, since he’s an all-rounder, does he have a preference for a particular style? Period? Genre?

“Singing has always been prominent in my life, that’s how it started. It was (and still is) the most important factor in my life and in my career. Why did I start conducting? Because I wanted to share my ideas, my energy. Besides singing, I also play the piano and violin, but conducting gave me the opportunity to really open up to the outside world and to make my mark on a work. In this way I was able to make my voice be heard better, that was also what I insisted on. I made the decision when I was 14, 15, so I was a very curious boy.”

“I have no preferences. I am a musician, that’s how I feel and I want – and I hope, that I can do it – to embrace all music. I can’t say that Schumann, a composer who is now on my menu every day and whom I adore, is a bigger composer than, for example, de Victoria. Or Praetorius.”

“I love everything, I’m really an omnivore and I want to try everything. I don’t tell you anything new when I tell you that I love most what I’m doing right now. Right now it’s Shostakovich, I’ve come to love him sincerely and for the time being I can’t get enough of him.”

pablo-heras-casado-2014-01-11

© ZaterdagMatinee

You made your debut at the Met with Rigoletto, it was a revival and the orchestra and the choir had already rehearsed the work with someone else, perhaps at a completely different tempo. It strikes me as very difficult…

“I have very few rehearsals, yes. Actually only one orchestral rehearsal and then the two dress rehearsals. And a special rehearsal with the singers. But it wasn’t difficult at all. We are talking about a world class orchestra and Rigoletto is part of the standard repertoire: it has to be possible. And don’t forget that every performance is actually different! Even if we’ve already had the premiere, you can still control things, which is quite nice.”

Nowadays you hear many singers complain that because the orchestras play so loudly, they get into trouble if they want to sing softly. In an interview, Samir Pirgu, a young Albanian tenor, quoted a statement by Harnoncourt, in which the latter said that it is actually difficult for orchestras to play piano. Forte and fortessimo are much easier.

“It is indeed a problem, the orchestras often play too loudly. And many conductors have no idea at all about singers and their possibilities. I think it’s different for me, also because I started out as a singer myself.”

“You can’t escape a conflict that needs to be resolved, especially when you’re working on a large project, which is always the case with opera. Working with a director also requires diplomacy. Still, I think that you can solve all problems and disputes through dialogue, there must always be a way to get closer together. But you have to be open-minded and I am, I’m open to everything.”

pablo-domingo

As part of the Verdi year, you recorded a CD with Plácido Domingo’s baritone arias together with him. How did you get involved in that project?

“It was the maestro himself who asked me for the project. It was really amazing to be able to discover Verdi’s beautiful music that way. We had a lot of time for it and we took a lot of that time. It was the chance of my life to get to know Verdi through Domingo.”

Trailer of Making of:

“For Archiv, the label for which I have now become the ‘ambassador’, I am going to record a lot of early music, a lot of unknown works, also many premieres. Including a lot of music by of all the Praetoriuses.”

“I find it very exciting, it is also a huge challenge. As I said, I love to be challenged and to try everything. That’s how I felt about the very first project I did for Archiv, El Maestro Farinelli.

pablo-farinelli

 I actually find the title misleading. The CD is called Il Maestro Farinelli and there are only two vocal numbers on it, even though Farinelli was in fact a singer? You’ d expect some more vocal fireworks, wouldn’t you?

“It’s a little complicated. Of course Farinelli was the greatest singer of his time! But it’s all about connecting. Farinelli has sung everywhere: in several Italian cities (Milan, Florence, Venice), but also in Munich, Vienna, London. He had signed a contract with the London group of Nicola Porpora, at the time the most notorious rival of Handel, but his connection with Spain was of a different, and also very emotional, nature.”

“In 1737 he broke his London contract to come and sing at the personal request of Queen Elisabeth Farnese for her manic-depressive husband, Philip V. Every evening he serenaded the king (he sang ‘Alto Giovane’ by Porpora for him) and a miracle happened: the king was cured. Farinelli stayed in Spain and until his death in 1745 he continued to sing for the king.”

“But of course his merit was much greater. Not only did he cure the king of his melancholy, but he also established a connection between Italian and Spanish – and German – music. The enormous repertoire, the diversity of works and composers, the enormous musical boost, we all owe that to him. You could say that Farinelli was a factotum between Italian and Spanish music.”

“I wanted to put forgotten composers on the map, hence José de Nebra, after all he was the father of the Spanish opera and the zarzuela. It is unbelievable that this beautiful music is almost never performed any more! Or take the Armida overture by Tommaso Traetta: the music is infectiously beautiful! Of course, these are not all pure masterpieces, but: should they?”

trailer of his Farinelli CD:

In the NTR documentary that the Dutch TV has made on you, you come across as very energetic. Do you owe it to the countless double espressos that you knock back one after the other? Are they meant to keep you awake?

Laughing: “I really love espresso, I love the taste and the smell. And – yes, I need it too, it keeps me alert. It has also become a kind of routine, without which I don’t go on, I need my espresso. I do drink it a lot, but I don’t drink it all day! And certainly not in the evening, then I prefer something else”.

The NTR documentary about Pablo Heras-Casado can be found on the website of NTR Podium.

Interview in Dutch:
Een openhartig gesprek met PABLO HERAS-CASADO

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Lady Rattle in 2004, when she was called Magdalena Kožená…

kozena

It all starts rather unfortunately. First of all, I forget about the time difference with England and call too early. One hour later I am told that she is not at home, and that I should try her on her mobile. The time is not right, she says, she’s in a museum, and besides, she didn’t know anything about the interview. So we make a new appointment right away.

Three times is a charm. This time she is at home and extremely friendly. First of all she wants to apologize, something must have gone wrong. It doesn’t matter, I say. These things happen. Her speaking voice resembles her singing voice: silvery, warm and quiet. Dark too, which sounds very attractive with that touch of a Czech accent.

First of all I would like to talk about her latest CD.

– Who chose the program?

“I did. DG wanted to make a CD with more instruments than just a piano. They proposed Il Tramonto by Respighi, the rest I have chosen. Yes, it sounds a bit melancholic, but I think it also has to do with the period, most of those compositions were written between the two world wars. The saddest music is that of Schulhoff, but he was also a tragic figure. A Jew, who died in a concentration camp. For me, his songs also have something of the Slavic melancholy.”

– On that CD you sing songs in five different languages, do you also speak them?

“More or less, yes. I learned Russian at school, I speak English and French fluently. My Italian is also good and I learned German when I lived in Vienna for a few years”.

– On your recordings, and there are quite a few of them, you sing music from Bach to Martinů, and from Gluck to Verdi. Also on stage?

Laughing: “Well, no. Certainly not Verdi. But it’s completely different when you put together a recital with opera arias. It is extremely difficult to bring so many different characters to life within 5 minutes, you need an entire opera to do that. That’s why, or so I think, you have to make it as varied as possible, otherwise it will be boring. The idea of Verdi came from Marc Minkowski. At first we even argued about it, but in the end he managed to convince me. He explained that this aria (by Eboli from Don Carlos) sounds like a Spanish folk song, and I think he was right.”

“Minkowski was the first great conductor I met, about seven years ago. He means a lot to me, he’s my music buddy. Nowadays we don’t see each other very often anymore, but in the beginning, we did 4 to 5 projects a year together. I learned a lot from him. When you are a beginner you try to sing as beautifully as possible. He taught me that music is so much more than just beauty.”

For a long time we talk about her Zerlina in Salzburg, two years ago, in 2002. I was there and say that I loved her but hated that production. And again she has to laugh: “I loved that production! When I was offered that role, I only accepted it because it was Salzburg. And Harnoncourt. Zerlina was always synonymous with a stupid blonde for me, but here she got a little more character.”

– Actually, I think your voice is very suitable for the French repertoire, especially Massenet. Do you ever intend to sing it on stage?

“I would love to, especially Cendrillon, but it is so rarely performed, even in France. Most people still like to see me in operas by Mozart and Händel.”

She lives in Paris, but is very rarely at home, the last year only 40 days. She usually meets her husband, a French baritone, somewhere on the road.

Does she think about children?

“I like the idea, but then I have to give up a lot of my life, especially when the children have to go to school”.

For the time being, she is full of plans.

 

Kozena Schulhoff

This is an extremely interesting CD with an unusual program. Uncommon, because apart from Ravel’s Chansons Madécasses and, perhaps also Respighi’s Il Tramonto, the rest is unknown to most listeners. All songs were composed in the first half of the last century in five different European countries, and radiate a strong melancholy and nostalgia.

The accompagnement is also exceptional, the songs are not only accompanied by the piano, but also by violin, string quartet, flute, cello and piano. Each and every one of them special compositions, sung by Kožena with great understanding of the text. I myself have a bit of trouble with her Russian, for me it is a bit over-articulated, but this is actually nit-picking.

In Il Tramonto I prefer to hear a darker and slightly more dramatic voice, but as she performs it is also possible. In her interpretation the piece gets something girly, with a different colour of sadness.

I consider the three songs by Schulhoff to be the undisputed highlight, they are three small masterpieces and it is to be hoped that Kožena will keep them in her repertoire.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzo-soprano),
Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (flute), Christoph Henschel (violin), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartet (DG 4715812)

Kozena Martinu

This made me silent. The melancholy of Dvořák, the typical rhythm of Janáček’s language, the idiosyncrasy of Martinů, all of which makes it impossible to disengage from all this.

What I find most interesting is the cycle Songs for a friend of my country from Martinů, which is having its album premiere here. Martinů composed it in 1940 in Aix-en-Provence, during his flight from the Nazis that would bring him to America, and it is dedicated to Edmond Charles-Roux. The cycle was only discovered in 1996. It is an immense asset to the song repertoire, but: who else sings it? Very moving.

Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kožená mezzo-soprano, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator