live voorstellingen

Reisopera boekt groot succes met ‘Die tote Stadt’

Door Peter Franken

DieToteStadt046

© Marco Borggreve

De Nederlandse Reisopera heeft het aangedurfd Korngolds grootste succes Die tote Stadt op het programma te nemen. Een klein waagstuk omdat het werk minder bekend is bij het grote publiek. Maar met deze productie kan men de tournee die in januari van start gaat met vertrouwen tegemoet zien.

Die tote Stadt stamt uit 1920 en is muzikaal op twee manieren te duiden. Enerzijds een terugblik op het laat romantische repertoire, anderzijds de voorbode van de filmmuziek waarmee Korngold later furore zou maken in Hollywood. Hoe het ook zij, het werk ligt gemakkelijk in het gehoor ook al komen er slechts twee geheel op zichzelf staande melodieën in voor. Het is wel een echt theaterstuk dat vraagt om een aansprekende enscenering.

Jakob Peters Messer 1.18bac1beedff90752ae9082e6d40a88b[1]

Daar is de Reisopera met deze productie volledig in geslaagd. Regisseur Jakob Peters-Messer heeft zich laten inspireren door Hitchcocks beroemde film Vertigo, waarin net als in Die tote Stadt de hoofdpersoon een levende vrouw zozeer vereenzelvigt met een betreurde dode, dat hij haar wil veranderen in haar voorgangster. Alles beter dan toegeven dat het verlies definitief is. Dat zoiets ook in werkelijkheid wel voorkomt zien we bij Agnes Luckemeyer die na haar huwelijk door het leven zou gaan als Mathilde Wesendonck. Op aandringen van echtgenoot Otto had ze de naam aangenomen van diens jong gestorven eerste vrouw.

DieToteStadt006

© Marco Borggreve

Voor Paul is Brugge na het overlijden van zijn vrouw Marie een dode stad. Voor de rest van de wereld was dat al langer zo, sinds het dichtslibben van de haven. Hij heeft de dood van zijn vrouw niet kunnen verwerken en houdt de herinnering aan haar in leven door middel van een klein tempeltje dat hij in een aparte kamer heeft ingericht. In deze productie is dat vervangen door een kabinet waarin diverse objecten zijn uitgestald die met Marie te maken hebben waaronder haar portret, een shawl, een luit en het pronkstuk: Marie’s haar.

Als Paul na jaren van rouw en vergeefse hoop op een wonder dat zijn vrouw weer tot leven zou wekken, iemand op straat ziet lopen die Marie’s evenbeeld is, spreekt hij haar aan en nodigt haar op dringende wijze uit naar zijn huis te komen. De ramen moeten open, er moeten rozen worden gehaald, Marie is gereïncarneerd in de vrouw die aanstonds op bezoek komt.

DieToteStadt021

© Marco Borggreve

Als deze Marietta binnenkomt, blijkt ze niet slechts het evenbeeld van Marie maar ook van Kim Novak uit Vertigo, type ‘Hitchcock Blonde’. Nieuwsgierig naar deze vreemde man die kennelijk zo onder de indruk was van haar verschijning, kijkt ze wat rond in het tempeltje. Hij hangt haar Marie’s shawl om en drukt haar de luit in handen: zing wat voor mij. Dan volgt het topstuk van de opera ‘Glück, das mir verblieb’, aanvankelijk door Marietta maar later in duet met Paul.

Deze raakt hierdoor verstrikt in zijn herinneringen waardoor bij Marietta, een gevierd danseres die aan elke vinger een aanbidder heeft, de verveling toeslaat. ‘Ein andrer wirkt stärker’ constateert ze en vertrekt. Niet nadat ze heeft verteld in de stad op te treden in Robert le Diable daarmee Paul onopvallend een lijntje toewerpend, je weet waar je me kan vinden.

DieToteStadt026

© Marco Borggreve

Vanaf dat moment volgen we Pauls fantasie, alle gebeurtenissen die de revue passeren blijken later zich slechts in zijn droomwereld te hebben afgespeeld. De confrontatie met zijn vriend Frank, het bezoek aan Marietta’s huis, de nagespeelde derde akte van Robert le Diable waarin nonnen uit hun graf opstaan om Robert en dus ook Paul te verleiden. De regie heeft er echter van afgezien deze droom te laten voortduren in de laatste akte.

Marietta heeft er mee ingestemd naar Pauls huis te komen en ze hebben hun eerste liefdesnacht beleefd. Routine voor haar, toch wel een beetje een hybride van Zerbinetta en Lulu. Paul verliest zich echter al snel weer in het verleden, in de hand gewerkt door een processie die bij hem kennelijk een trauma oproept. Een jongen die Paul als kind voorstelt blijkt door een groep zwartrokken van top tot teen te zijn bepoteld. Maar dan heeft Marietta er genoeg van en gaat de strijd aan met Marie.

Het is haar eer te na dat zij, aantrekkelijk, sensueel en in het volle leven staand, het zou moeten afleggen tegen een dode. Ze eist Pauls volledige aandacht op, niet als Marie’s dubbelganger maar als Marietta en als dat niet lukt treitert ze hem door een dans uit te voeren met Marie’s haar als trofee. Hij verdraagt dat niet en wurgt haar met die lange haren. Omdat dit in de benadering van Peters-Messer geen deel meer uitmaakt van Pauls droom, blijft de dode Marietta gewoon liggen. Dit tot ontzetting van de binnengekomen Frank en Pauls huishoudster Brigitta.

Op de achtergrond staan een Rijkswachter en drie mannen in witte jassen al gereed om zich over de patiënt te ontfermen. Door de ingreep van de regie wringt het hier wel een beetje met de tekst en de afsluitende handeling, maar de echte moord maakt het geheel wel geloofwaardiger. Daarmee gaat men overigens terug naar de afloop in de roman ‘Bruges la Morte’ van Georges Rodenbach waarop het libretto is gebaseerd.

Het toneelbeeld van deze nieuwe productie is ronduit schitterend met een fraai kabinet, een uit lamellen bestaande achterwand die dubbelt als venster en projectiescherm, fantasierijke kostuums die met name de scène met de herrezen nonnen een barok tintje geven. Mooi detail is Marietta’s kostuum in de derde akte. Ze draagt een overhemd van Paul, achteloos verkeerd dichtgeknoopt, over een zwarte maillot. Een duidelijke aanwijzing dat ze die nacht samen hebben doorgebracht.

DieToteStadt003

© Marco Borggreve

De dramatische sopraan Iordanka Derilova, Kammersängerin van de stad Dessau, was een werkelijk fantastische Marietta. De partij bleef geheel binnen haar niet geringe vocale mogelijkheden wat Derilova ruimschoots de gelegenheid gaf ook haar acteren de volle aandacht te geven. Haar Marietta vlinderde om Paul heen, bespotte hem ironisch, daagde hem al dansend zozeer uit dat ze het met de dood moest bekopen.

Daniël Frank bracht het volume en de stamina van een heldentenor mee voor de rol van de gekwelde Paul. Zijn vertolking was zeer overtuigend, vocaal uitstekend verzorgd en acterend steeds geloofwaardig. Paul staat bijna de gehele avond op het toneel en heeft zeer veel te zingen. Frank bracht dit tot een goed einde, had uiteindelijk nog genoeg over. Mooie tenor.

De uit Estland afkomstige bariton Modestas Sedlevičius gaf als Pierrot een welluidende vertolking van de tweede hit uit de opera ‘Mein sehnen, mein wähnen’. Mooie optredens ook van Rita Kapfhammer als de trouwe huishoudster Brigitta en Marian Pop als Pauls vriend Frank. De overige zang- en dansrollen, het koor Consensus Vocalis daarin begrepen, waren eveneens goed bezet.

Het Noord Nederlands Orkest stond onder de zeer bezielende leiding van Antony Hermus. Deze dirigent kan toveren zo lijkt het. Ongelooflijk wat hij allemaal uit zijn orkest weet te halen, fantastische wat er uit de bak opklonk. Na zijn jarenlang verblijf in Hagen en Dessau is Hermus sinds enige tijd regelmatig in eigen land te horen en dat is pure winst voor het Nederlandse muziekleven.

Die tote Stadt gaat op tournee vanaf 16 januari. Er volgen nog acht voorstellingen door het hele land zodat elke operaliefhebber van dit meesterwerk kan komen genieten zonder ver te hoeven reizen. Zeer warm aanbevolen.

Advertenties

Drie redenen waarom u beslist naar ‘Oedipe’ in Amsterdam moet gaan

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 130

© Monika Rittershaus

Op 6 december 2018 is Oedipe van George Enescu in première in Asterdam gegaan. De productie van Àlex Ollé (La Fura dels Baus) en Valentina Carrasco is weliswaar voor Nederland nieuw maar het is al eerder te zien geweest, in Londen en Brussel. De reacties van zowel de pers als het publiek waren toen zeer positief en in het Amsterdamse Muziektheater werd de hele cast, inclusief regie-team op een echte jubel getrakteerd. Terecht zo. Ik kan minstens drie redenen bedenken waarom u de voorstelling  niet mag missen

1.DE OPERA ZELF

Enescu viool

George Enescu

George Enescu kennen we voornamelijk als één van de grootste violisten van de vorige eeuw en als de leraar van o.a. Jehudi Menuhin. Zijn vioolcomposities zijn alom geliefd, maar weinig mensen kennen zijn vocale werken. Zijn (enige) opera Oedipe beleefde zijn première in Parijs in 1936 en moest maar liefst zestig jaar wachten op zijn revival (voor het gemak tel ik de productie in het Roemeens in Boekarest 1958 niet mee). Waarom? Geen idee. Enescu schreef ooit dat de opera hem het meest na aan het hart lag, niet omdat hij dacht dat het zijn sterkste compositie was (het was niet aan hem om het beoordelen, voegde hij er aan toe), maar omdat hij er zeker van was dat het hem gelukt was van zijn hoofdpersonage een mens van vlees en bloed te maken. Een mens dat niet in staat is zijn lot te keren, maar door het accepteren ervan kan hij het lot overwinnen. Een mens is sterker dan zijn lot: dat is de antwoord op het raadsel van Sfinx en dat is tevens het hoofdthema van Enescu’s opera.

Edmond_Fleg

Edmond Fleg

Het werkelijk geniale libretto werd geschreven door de voorzanger, dichter, filosoof en toneelschrijver Edmund Fleg, dezelfde die ook Ernest Bloch van het libretto voor diens Macbeth voorzag. Fleg baseerde zich op twee toneelstukken van Sophocles: ‘Koning Oedipus’ en ‘Oedipus in Colonus’, waardoor we het leven van de titeldheld vanaf zijn geboorte tot zijn (mystieke) dood meemaken.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 138

© Monika Ritershaus

Dat de opera een meesterwerk is, dat staat buiten kijf. Het is niet makkelijk om de muziek te beschrijven, het staat namelijk op zichzelf. Je hoort wel dat Enescu ‘zijn Schönberg en het sprechgesang’ kende, maar het is nergens atonaal en is ook voor een niet geoefende oor makkelijk te volgen. Alle dissonanten klinken vanzelfsprekend en als u associaties krijgt met de Roemeense folklore dan heeft u gelijk. Nieuwsgierig geworden? Gaan en laat je onderdompelen.

2.DE ZANGERS. ALLEMAAL

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 167

Johan Reuter (Oedipe) en het Koor van de Nationale Opera © Monika Rittershaus

De bezetting van de opera kent geen één zwakke schakel. Geen één. Alle, maar dan ook alle rollen zijn met alleen maar sterren bezet. Ook het koor van de Nederlandse Opera. Voor de verandering mochten ze weer eens op de bühne staan en het leverde niet alleen een werkelijk overweldigende klank, maar het was visueel ook meer dan spectaculair. Wat een prestatie! Bravi!

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 202

Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Voor Johan Reuter was de rol van Oedipe niet nieuw, hij zong hem al in het Royal Opera House in Londen. Het is een hel van een rol, een echte tour de force. Oedipe is vrijwel constant aan het zingen, bovendien wordt hij in elke acte twintig jaar ouder. Iets wat je niet alleen met schmink maar ook met je zang moet over kunnen brengen en dat lukte Reuter perfect. Ik zou mij misschien wat meer persoonlijkheid in zijn bühneprésence willen wensen, peanuts eigenlijk.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 270

Eric Halfvarson (Tirésias) en Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Eric Halfvarson was een formidabele Tirésias. Zijn overweldigende bas: groot, donker en resonerend droeg tot alle hoeken in het huis. Daar stond iemand om wie je niet heen kon.

Christopher Purves’ (Créon) optreden was buitengewoon sterk. Hij was de echte schurk in het verhaal, het was iemand om rekening mee te houden. Een grote prestatie..

 

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 275

Sophie Koch (Jocaste) en Johan Reuter (Oedipe Monika Rittershaus

 

Het was de eerste keer dat ik Sophie Koch (Jocaste) live hoorde. Tot nu toe kende ik haar alleen van haar cd- en dvd-opnamen en ik moet zeggen dat ze live nóg beter is, nóg overtuigender. Haar mezzosopraan is licht getimbreerd, met mooie, warme tonen en een groot volume. Ook haar portrettering van de ongelukkige koningin/moeder/echtgenote was buitengewoon indrukwekkend.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 254

Violeta Urmana (Sfinks) © Monika Rittershaus

 

Sfinks is niet echt een grote rol, maar het biedt een zangeres veel mogelijkheden voor een soort ‘showstoper’. En dat deed Violeta Urmana meer dan uitstekend.

 

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 290

Heidi Stober (Antigone) en Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Heidi Stober was een mooie, meelijwekkende en tot tranen toe roerende Antigone, James Creswell was een imponerende Phorbas en Ante Jerkunica was een luxe bezetting van de kleine rol van Le Veilleur.

François Lis zette een uitstekende Le Grand-Prêtre neer, Alan Oke was een prima Le Berger en André Morsch een (ook letterlijk) mooie Thésée. Ook Catherine Wynn-Rogers (Mérope), Mark Omvlee (Laïos) en de uit de Natotionale Opera Studio afkomstige Polly Leech (Une Thébaine) mogen niet onvermeld worden.
Een echte sternstunde.

3.HET ORKEST

Onder de zeer inspirerende leiding van hun chefdirigent Marc Albrecht heeft het Nederlands Philharmonisch Orkest zichzelf overtroffen. U mag best weten dat ik mij op een enorme orkestklank voorbereidde met veel decibellen en best bang was dat de zangers overschaduwd zouden worden. Niet dus. de klank was inderdaad overweldigend maar niet overheersend en elke zanger was uitstekend te volgend. Petje af.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 247

Catherine Wynn-Rogers (Mérope) en Oedipus (Johan Reuter) op de couch © Monika Rittershaus

De productie zelf is een beetje onevenwichtig en dat is jammer, want het had een absolute top kunnen zijn. Zeker met het zeer sterke begin en het weergaloze einde, waarbij het niet alleen een lust was voor het oor maar ook voor het oog. Ook de scéne met Sfinx kon mij zeer bekoren. Maar de scéne waarin de jonge Oedipus achter de waarheid van zijn afkomst probeert te komen werd helaas totaal verpest doordat Ollé hem de plaats op de couch van een psychiater liet nemen en hem door zijn moeder (hier psychoanalytica) laat analyseren. Alsof we niet weten waar de Freudiaanse ‘oedipuscomplex’ vandaan komt.

Ook de moordscene sloeg nergens op. Het meest leek het op een uit de hand gelopen ‘gele hesjes’ vertoning die in een ordinaire doodslaan eindigde. Knudde. En waarom moest een felle lamp in de ogen van de toeschouwers schijnen? Moest dat wellicht het naderende blind worden (verblinden) symboliseren? Knudde.

De enscenering van de derde acte vond ik niet bij het verhaal passen: Ollé heeft hier zijn obsessie met de Eerste Wereldoorlog botgevierd. Maar eerlijk is eerlijk: echt er aan gestoord heb ik mij niet, al zou ik toch graag een algehele verbod op machinegeweren en gasmaskers in de opera willen invoeren.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 237

© Monika Rittershaus

Ondanks de kanttekeningen: mensen ga dat zien! Ik verzeker u van een onvergetelijke avond met een onvoorstelbaar geniale muziek uitgevoerd door de beste musici die u zich kunt wensen!

Voor mij dé voorstelling van het jaar

Trailer:

Oedipe is nog tot en met 25 december te zien in Nationale Opera & Ballet.
Zie voor meer informatie: /opera/2018-2019/voorstelling/oedipe

 

A Quiet Place door Opera Zuid: productie van het jaar?

Door Peter Franken

 

QuietJM--20181105-2212

© Joost Milde

Goed beschouwd is A Quiet Place een stuk over The American Dream in suburbia. De film Pleasantville uit 1998 geeft hiervan een heel integer beeld. Meestal overheerst echter de schone schijn zoals dat lekker zwaar aangezet wordt in een tv show als Happy Days. Dat het onder de oppervlakte meer weghad van een sociaal labyrint heeft John Updike later geschetst in zijn roman Couples.

QuietJM--20181105-2023

© Joost Milde

Het o zo fantastische leven in een slaapstad wordt in de opera bezongen door een jazztrio dat op de meest onverwachte momenten opduikt, vanonder het aanrecht, vanachter een zijmuur of vanuit de kelder in het kleine witte huisje waar de hoofdpersonen Sam en Dinah hun door Life Magazine vereeuwigde idylle beleven, compleet met chlorofyl tandpasta. Who wants more? Het zijn de naoorlogse jaren onder de presidenten Truman en Eisenhower, toen in Nederland ‘Geluk nog heel gewoon was’.

In werkelijkheid maken Sam en Dinah alleen maar ruzie en zijn na tien jaar huwelijk zozeer van elkaar vervreemd dat ze allebei veinzen een lunchafspraak met een ander te hebben als ze elkaar toevallig in de stad treffen. Zij komt van een bezoekje aan haar psychiater, hij is even weg van kantoor waar hij net weer geweldig bezig is geweest, een echte winnaar. Eigenlijk moeten ze allebei die middag naar een toneelstukje op de school van hun zoontje Junior die daarin een belangrijke rol speelt. Maar Sam geeft de voorkeur aan de finale van een handbaltoernooi en Dinah gaat naar een film.

TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns

Dit deel van de opera is overgenomen uit Bernsteins eenakter uit 1951 Trouble in Tahiti. Het brengt Sams herinneringen tot leven in de dagen die volgen op de begrafenis van Dinah die omgekomen is bij een auto ongeluk. De titel refereert aan de film die Dinah die middag van Juniors toneelstuk heeft gezien. Een escapistisch geheel dat door haar uitgebreid wordt verteld. De kernscène ‘Island Magic’ laat Bernstein klinken als een parodie op de populaire musical South Pacific.

Dinah’s begrafenis is de aanleiding voor het samenkomen van de leden van het volledig ontwrichte gezin. Sam en Dinah zijn ondanks alles zo’n veertig jaar bij elkaar gebleven. Junior is naar Canada geëmigreerd om de dienstplicht te ontlopen tijdens de Vietnam oorlog. Zijn jongere zus Dede is hem later nagereisd en getrouwd met Juniors homofiele partner Francois, zodat ze de aan een psychose lijdende Junior samen kunnen beschermen.

QuietJM--20181105-1941

© Joost Milde

De emoties lopen hoog op, zijn vaak nogal rauw, het gaat er hard aan toe. Verwijten vliegen over en weer, trauma’s komen naar boven. Junior heeft een dwangneurose die hem voortdurend alles laat rijmen en in twee grote blues nummers, een soort rap avant la lettre, veegt hij de vloer aan met zijn vader en later ook met het beeld dat Francois heeft van de relatie die hij ooit met zijn jonge zusje had. De als Junior uitblinkende bariton Michael Wilmering gaf het alles wat hij had waardoor deze topnummers in volle glorie over het voetlicht kwamen.

QuietJM--20181106-3165

© Joost Milde

Het stuk komt wat traag op gang doordat de openingsscène in het uitvaartcentrum nogal veel bijfiguren kent die allemaal hun zegje moeten doen. Hier hadden Wadsworth en Bernstein zich nog wat meer mogen beperken. Zodra Sams gezin centraal komt te staan, krijgt de handeling veel vaart en die blijft er tot het einde in als na een kortstondige verzoening er door een kleinigheid toch weer een knetterende ruzie ontstaat, vooral door toedoen van Junior die in een vlaag van razernij het losbladige dagboek van zijn moeder de lucht ingooit. Vrij snel keert de rust echter terug omdat iedereen beseft dat het zo niet kan blijven gaan, men moet proberen tot elkaar te komen. Het is het einde van de opera: all is quiet in het witte huisje van Sam en Dinah, de ‘quiet place’ uit de titel.

Orpha Phelan (regie) en Madeleine Boyd (scenografie & kostuums) hebben gekozen voor een eenheidsdecor waarin door middel van minimale wijzigingen een wisseling van plaats en tijd aanschouwelijk wordt gemaakt. Het werkt wonderwel, een mooi voorbeeld van hoe je met relatief beperkte middelen heel effectief te werk kunt gaan. Alles ziet er doordacht uit, de toeschouwer kan zich probleemloos verplaatsen in elke scènewisseling. Matthew Haskins heeft gezorgd voor een uitgekiende belichting en Lauren Poulton voor een fraai uitgewerkte choreografie. Hoe iedereen beweegt mag gerust voorbeeldig worden genoemd.

Quiet jazzJM--20181105-2188

© Joost Milde

Het jazztrio bestaande uit Veerle Sanders, Jeroen de Vaal en Rick Zwart (mezzo, tenor, bariton) wordt ook ingezet ter ondersteuning van de handeling. Zo houden de mannen een handdoek voor Young Sam die zich uitkleedt terwijl hij in een opblaasbadje staat nadat hij met zijn team de finale van de handbalwedstijd heeft gewonnen. Terwijl hij zingt over mannen die geboren zijn als winnaars terwijl anderen gedoemd zijn hun hele leven verliezers te blijven, gebruikt hij beide mannen als kapstok terwijl Veerle hem een douchebad geeft met behulp van een tuingieter.

En om het tijdsbeeld nog eens extra kleur te geven mag Veerle zich helemaal uitleven in een dansnummer gestoken in een Playboy Bunny kostuum. Het trio vormde een geweldige ondersteuning voor de handeling, enerzijds zorgde het voor comic relief, anderzijds leverde het ironisch commentaar op het gebeuren. En steeds uitstekend gezongen en met perfect uitgevoerde bewegingen.

De ménage à trois bestaande uit Junior, Dede en hun beider partner Francois leverde een topprestatie. Zowel de moeilijk te zingen delen, meer praten, als de lyrische momenten kwamen uitstekend uit de verf. Tenor Enrico Casari gaf herkenbaar uitbeelding aan de relatieve buitenstaander die zijn schoonvader voor het eerst ziet en verzeild raakt in een situatie waarin hij Junior er niet van kan weerhouden Dinah’s begrafenis op stelten te zetten.

QuietJM--20181105-1662

© Joost Milde

Dede werd fraai geportretteerd door de sopraan Lisa Mostin, onzeker, kwetsbaar, maar ook blij haar vader eindelijk weer te zien, als was het dan bij de kist van haar moeder. ‘I’m so pleased we’ve met’ zingt zij haar vader toe, alsof hij nieuw voor haar is. In de tuin zingt ze aandoenlijk over de verwildering, alsof Dinah haar einde had zien aankomen en maar vast was gestopt met dat eindeloze onkruid wieden.

QuietJM--20181105-2043

© Joost Milde

Old Sam was in handen van de zeer ervaren bas-bariton Huub Claessens die zijn reputatie alle eer aandeed. Zijn jongere tegenhanger werd vertolkt door de bariton Sebastiàn Peris I Marco die deze rol dit jaar ook al zong in Trouble in Tahiti tijdens het Opera Forward festival van DNO. Goed gezongen en prima geacteerd: een onprettig persoon die Young Sam.

De sopraan Turiya Haudenhuyse gaf gestalte aan Dinah. Ze zong net als Peris die rol ook als bij DNO in Trouble in Tahiti. Haudenhuyse een mooie vertolking van een ‘desperate housewife’ jaren ’50 stijl, vaste klant bij een ‘shrink’ en haar frustraties wegschrijvend in een dagboek.

Mede doordat het stuk een gebroken ontstaansgeschiedenis heeft, treden er nogal wat verschillen in het muzikale idioom op. Wat terug gaat op Trouble in Tahiti is jazzy, vaak melodieus zoals in Candide en West Side Story. Ook de instrumentatie doet geregeld sterk aan Bernsteins grootste succesnummer denken. De mantel die eromheen is gelegd waardoor A Quiet Place is ontstaan, is dertig jaar later stand gekomen en dat is goed te horen. Toch ook hier herkenbaar idioom en jazzy momenten.

Dirigent Karel Deseure wist dit muzikale palet volop kleur te geven. Hij gaf uitstekend leiding aan de prachtig spelende philharmonie zuidnederland. Dat gezegd hebbend moet wel worden benadrukt dat het echte theatermuziek is. Het is minder geschikt om als op zichzelf staand stuk te beluisteren. Omgekeerd betekent dit dat hoge eisen worden gesteld aan de enscenering, die moet het tot een aansprekend geheel maken. Wel, dat is hier bijzonder goed gelukt. Deze Quiet Place is een fantastische productie, de voorstelling is er een met een gouden rand. Opera Zuid heeft hiermee een geweldige troefkaart in handen voor een succesvolle tournee langs de Nederlandse theaters met een uitstapje naar Luxemburg.

Bezocht op 9 november in Maastricht

Deze recensie verscheen eerder op https://www.operamagazine.nl/featured/46096/a-quiet-place-met-een-gouden-rand/

Voor Trouble in Tahiti zie:  TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns

 

David Parry dirigeert spannende en zeer muzikale Tosca

Tosca_NRO071

© Marco Borggreve

Na al die slechte berichten over de regie van de nieuwe Tosca door de Nederlandse Reisopera viel de productie mij alleszins mee. Goed: de eerste en (voornamelijk) de derde acte waren behoorlijk verwarrend, maar wie de opera goed kent kon er mee uit te voeten. We waren in een willekeurig politiestaat anno niet nader te bepalen beland, wat in contradictie was met de gezongen tekst (Napoleon? Slag om Marengo?), maar daar zijn we inmiddels aan gewend.

Veel meer moeite had ik met de logica – of gebrek er aan. Harry Fehr, de regisseur van dienst liet de opera met gesproken woorden beginnen: Scarpia geeft zijn assistenten de opdracht om beelden van bewakingscamera’s terug te draaien om eerder die dag gemaakte opnamebeelden te kunnen bekijken. Maar dan moeten ze toch weten waar Angelotti zich schuil houdt? Het staat duidelijk op hun camera’s vastgelegd: ‘nel pozzo del giardino’.

Als geen ander componist wist Puccini zijn opera’s in een paar akkoorden samen te vatten zodat je meteen in de juiste stemming werd gebracht. Ook bij Tosca, ja. Ik ga hier niet in details treden, maar de drie beginakkoorden van de opera:  Bes, As en E, die moeten een ‘duivel’ in de muziek verbeelden en die duivel, die heeft een naam. Scarpia. Dat is ook verder in de opera ‘Scarpia’s muziek’, daar heeft Puccini goed over nagedacht. Door de opera met gesproken tekst te laten beginnen en pas daarna de akkoorden te laten klinken haal je de angel uit het verhaal.

Tosca_NRO022

© Marco Borggreve

Wat ik ook jammer vond was de aankleding. Tosca is een diva die zich toch wel een spannendere jurken kan permitteren, laat staan de kleurloze en onflatteuze mantelpakje in de derde acte. Cavaradossi is iets meer dan een hippie in een korte broek: hij bezit immers een villa? En Scarpia, de belangrijkste man van de geheime politie, die zal nooit en te nimmer een uniform aan hebben gehad.

Tosca_NRO014

© Marco Borggreve

Maar wat de productie echter zeer de moeite maakte waren de zangers en, laten we wel zijn: daar gaat het in een opera voornamelijk om, om de zangers. Ik heb de uitvoering eerst op de radio gehoord en daar was ik best blij mee want zo kon ik de stemmen beoordelen zonder gestoord worden door beelden. En die stemmen, die waren echt, echt, echt TOP, allemaal! Gelukkig werd mijn eerste indruk ook live bevestigd: er werd werkelijk fantastisch goed gezongen.

Tosca_NRO009

Philip Rhodes (Scarpia) © Marco Borggreve

Allereerst was er een fenomenale Scarpia van de jonge Nieuw-Zeelandse bariton Phillip Rhodes. Goed: hij oogde (en klonk) een beetje jong voor die rol maar hij wist ontzettend goed zijn perverse emoties over te brengen. Hij zong dat hij van gewelddadige seks houdt en dat hoorde je terug in zijn stem. Zijn sonore bariton is groot en hij beschikt over een scala van kleuren en nuancen. Zijn buitengewoon aantrekkelijke en erotische stem deed mij in de verte een beetje aan Sherrill Milnes denken.

Tosca_NRO069

Noah Steward (Cavaradossi) © Marco Borggreve

De Amerikaan Noah Stewart was een uitstekende Cavaradossi. Niet alle noten waren helemaal zuiver en ik merkte dat hij af en toe kneep in de hoogte, maar zijn ‘E lucevan de stelle’ was precies dat, wat het moest zijn: een liefdesverklaring. Liefdesverklaring aan zijn minnares. En aan zijn leven, waar hij over enkele minuten afscheid van ging nemen. Zeer ontroerend.

Tosca_NRO058

Kari Postma (Tosca) © Marco Borggreve

De Noorse Kari Postma was een excellente Tosca. Ik kon het zonder meer waarderen dat zij de rol op een totaal andere manier benaderde dan haar grote voorgangsters, zij heeft er een eigen ‘Postma-Tosca’ van gemaakt.

Tosca_NRO004

© Marco Borggreve

Roman Ialcic wist mij zeer te imponeren als een indrukwekkend gezongen Angelotti (wat een stem!) en Oleksandr Pushniak was een voortreffelijke koster.

Michael J. Scott (Spoletta) viel mij een beetje tegen, zijn vertolking van de gemene spion en rechterhand van Scarpia vond ik een beetje kleurloos.

Schitterend daarentegen was de bijdrage van Bernaddeta Astari, hier geen herder maar een poetsvrouw (hoe verzin je dat?), die na de ontdekking van de moord (wie poetst kantoren om drie uur s ’ochtends? De logica, hè?) het lijk liet liggen.

Tosca_NRO041

© Marco Borggreve

Er waren goede bijdragen van Simon Wilding (Sciarrone) en Alexander de Jong (kerkermeester) en het kinderkoortje en het Consensus Vocalis klonken zeer goed.

Het Orkest van het Osten ontbrak het een beetje aan italianitá, maar David Parry wist de musici de essentie van de muziek van Puccini bij te brengen. Het was spannend, zinderend, erotisch en toch behoorlijk belcantesk.

Trailer van de productie:

Bezocht op 6 november 2018 in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam

Mijmeringen over Tosca

Als Gaza noch schön war – Samson et Dalila an der Met

Text: Mordechai Aranowicz

 

Samson et

© Ken Howard / Met Opera

Nach der Wiener Staatsoper, präsentierte nun die Metropolitan Opera eine Neuproduktion von Camille Saint-Saens Oper Samson et Dalila mit Roberto Alagna und Elina Garanca. Die geschmackvolle Neuproduktion des serbischen Musical-Regisseurs Darko Tresnjak eröffnete dieses Jahr die Met Saison und war optisch in jeder Hinsicht eine Freude.

Obwohl die Handlung im (antiken) Gaza spielt, erlag das Regieteam nicht der plumpen Versuchung, die Handlung mit dem Nahostkonflikt zu vermengen, sondern beliess das Werk schön, brav – und das meine ich als Kompliment –  in der Antike!

Samson garanca-alagna-saint-saens-ken-howard-met-opera

©Ken Howard / Met Opera

Bühnenbildner Alexander Dodge hatte dabei leicht abstrahierte Räume geschaffen, die die im Libretto geforderten Orte darstellten, und dabei orientalische Architektur mit futuristischen Elementen kombinierte, Linda Chos Kostüme beschworen die Zeit der Philister im biblischen Land Kanaan herauf.  Eine hochästhetische, geschmackvolle Produktion, die ein Werk respektiert und doch in ihrer Ausdrucksweise ganz im heute verhaftet ist.

Samson garanca

Elina Garanca, Roberto Alagna © Ken Howard / Met Opera

Musikalisch war man vor allem von Elina Garanca begeistert, deren sinnlicher Mezzo, nicht nur ihren Tenorpartner verführte, sondern das gesamte Opernhaus. Da stimmte jede Geste und Note, die berühmte Arie ‘Mon coeur s`ouvre à ta voix’ offenbarte die gesamte Ambivalenz des Charakters.

Samson

Roberto Alagna © Ken Howard / Met Opera

Roberto Alagna dagegen besitzt immer noch sein wunderbares kräftiges Timbre, zeigte jedoch in der Höhe deutliche Abnutzungserscheinungen, so klang insbesondere im dritten Akt und in der Schlussszene die Stimme oft verengt und fahl.

Samson Naouri

Laurent Naouri © Ken Howard / Met Opera

Rundum Grossartig dagegen der finstere Oberpriester des Dagons von Laurent Naouri und berührend die kurzen Auftritte Dimitry Beloselsky als altem Hebräer. Der Chor erbrachte eine rundum gelungene, beeindruckende Leistung. Die Tänze während des Bacchanale wirkten jedoch von Austin McCormick etwas einfallslos choreographiert.

Sir Mark Elder dirigierte das Met Orchester zwar genau und sängerfreundlich, hätte jedoch an manchen Stellen dramatischer zupackender dirigieren können. Darunter litt vor allem der Coup de Theatre der Schlussszene mit dem einstürzenden Tempel, zumal es auch die Inszenierung es an dieser Stelle bei Andeutungen beliess. Am Ende dieser insgesamt wunderbaren Aufführung gab es begeisterten Jubel für alle Beteiligten.

Trailer:

Amsterdamse Jenůfa ontroert. Wel met kanttekeningen.

Annette Dasch (Jenůfa)

Annett Dasch (Jenůfa) © Ruth Waltz

Er zijn van die opera’s die je beter ongemoeid kunt laten en ze in de eigenlijke tijd van de handeling moet laten afspelen. Zoals Jenůfa van Janáček. Tegenwoordig kijkt niemand meer neer op een ongehuwde moeder en het zal geen man meer afschrikken dat zijn geliefde al een kind van een ander heeft. Door Jenůfa naar de tegenwoordige tijd te verplaatsen doe je het libretto te kort want ‘mensen van nu’ zullen de moord (en het drama) volstrekt ongeloofwaardig vinden.

Jenufadenationaleope-thwalz0043

© Ruth Waltz

De Engelse regisseur Katie Mitchell heeft daar geen boodschap aan. Net zo min als aan de omgeving waarin de eerste acte van opera zich hoort af te spelen. Niet in een kantoor en niet in een fabriekshal, maar op de velden in een Moravisch dorp. Dat staat niet alleen in het libretto maar dat zit ook (of: voornamelijk?) in de muziek. Want als geen ander heeft Janáček de folklore (en de taal) van zijn vaderland zo prominent in zijn muziek verwerkt: hij was niet alleen een verwoed verzamelaar van Moravische volksliederen, maar ook de gesproken taal heeft hem buitengewoon geïnspireerd. Daarmee creëerde hij zijn beroemde “spraakmelodieën”.

jenufa0139-och-h.ruthwalz

© Ruth Waltz

In zijn muziek hoor je de wind door de velden ruisen, maar wat je te zien krijgt zijn keurige burelen, computers, schoonmakers en een prominent aanwezige toilet dat veelvuldig gebruikt wordt voor verschillende doeleinden. Ik vond het bevreemdend en bij vlagen onsmakelijk.

jenufa0142-och-h.ruthwalz

Pavel Černoch (Laca), Annette Dasch (Jenufa), Evelyn Herlitzius (Kostelnička) © Ruth Waltz

Gelukkig werd de balans in de tweede acte hersteld. Het speelt zich nog steeds af anno nu, maar de sfeer is nu goed voelbaar en de tragiek laat je niet onberoerd. Probeer maar tegen je tranen te vechten, dat lukt je niet.

In de derde acte is de spanning om te snijden, de weg naar de climax maakt dat je op het puntje van je stoel belandt. Jammer genoeg weet Mitchell het teniet te doen door een totaal overbodige vrijage in te lassen, zo ontzettend tegen de muziek in die voornamelijk lyrisch en geruststellend is.

Wat het allemaal tot een echt onvergetelijke avond maakte waren de zangers. Tot in de kleinste rollen waren de rollen voortreffelijk bezet, wat de in het theater aanwezige regisseur Christof Loy de kreet ontlokte: “en nu wil ik die hele cast in mijn eigen productie hebben”.

De oorspronkelijke titel van de opera was  Její pastorkyňa (Haar pleegdochter) en in feite gaat het over de pleegmoeder, Kostelnička. En over haar meisjesdromen die eindigden in een liefdeloos leven met een zuipende nietsnut van een echtgenot, het lot waar zij haar geliefde stiefdochter voor wil behoeden. En over de grenzeloze liefde van een moeder die alle grenzen overschrijdt.

Kostelnička werd vertolkt door Evelyn Herlitzius. De Duitse dramatische sopraan met de stem van een door alles snijdende orkaan hebben we al eerder in Amsterdam gehoord, onder andere als de onvergetelijke Elektra. Met haar fenomenale techniek en stembeheersing wist zij de beweegredenen van haar verscheurde personage goed over te brengen. Men kon alleen maar medelijden met haar voelen. Wat een zangeres! Wat een actrice!

jenufa0121-och-h.ruthwalz

Evelyn Herlitzius  en Annette Dasch © Ruth Waltz

Ik ben geen grote fan van Annette Dasch (Jenůfa). Zij is een goede zangeres en zij acteert uitstekend, maar haar stem vond ik niet echt bij Jenůfa passen. In haar stem miste ik de zachte tonen en de wiegende klanken (Gabriela Beňačková: ik mis u!), haar Jenůfa was voor mij te sterk. Maar al met al was haar vertolking zeker indrukwekkend.

jenufa denationaleope-thwalz0084

Henry Waddington (Stárek), Hanna Schwarz (Stařenka Buryjovka), Annette Dasch (Jenůfa), Pavel Cernoch (Laca Klemeň), The Chorus of Dutch National Opera

De veterane Hanna Schwarz wist mij te imponeren in haar rol van Stařenka Buryjovka. De Duitse mezzosopraan kan het  nog steeds, ondanks haar 75 jaar! Haar vertolking van de grootmoeder was beslist indrukwekkend, ik betreurde alleen haar outfit, zeker in de eerste acte.

De Amerikaanse tenor Norman Reinhardt was een goede Števa. Zijn stem is mooi, lyrisch en aangenaam klinkend. Ik had er mij misschien wat meer onnozelheid en erotiek in gewenst, maar het komt wel, denk ik. Het was de première.

 

Jenufa denationaleope-thwalz0080

Hanna Schwarz (Stařenka Buryjovka), Pavel Cernoch (Laca Klemeň), Annette Dasch (Jenůfa)

De held van de avond was voor mij Pavel Černoch (Laca). Nu is de rol wellicht één van de meest interessante, maar de manier hoe hij van de driftige, jaloerse kikker in een warme, liefhebbende en troostende man veranderde… wel nu… dat moet je kunnen! Hij imponeerde niet alleen met zijn welluidende tenorstem die overal goed hoorbaar was en zijn enorme acteursprestaties, hij was ook de enige die goed verstaanbaar was. Een groot bravo!

jenufa0149-och-h.ruthwalz

In het midden Francis van Broekhuizen (Rychtárka) © Ruth Waltz

Het Nederlandse aandeel in de productie was klein maar op een zeer hoog niveau. Karin Strobos wist van Karolka een echte vrouw van vlees en bloed te maken en Francis van Broekhuizen maakte een zeer imponerend debuut bij DNO als Rychtárka. Haar korte optreden kon voor niemand onopgemerkt blijven.

Het koor van De Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu) was zoals altijd op een top niveau en het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Tomáš Netopil speelde prachtig. Waarbij een kleine opmerking: van een Tsjechische maestro had ik toch wat meer ‘Moravische’ accenten verwacht.

Ondanks de rare eerste acte (maar die is dan gauw vergeten) en de totaal overbodige vrijage aan het eind (hoe verzin je zoiets????) is het een zeer ontroerende en overtuigende voorstelling.

Trailer van de productie:

Bezocht op 6 oktober 2018 bij de Nationale Opera en Ballet in Amsterdam

Meer Jenůfa:
JENŮFA. Alvis Hermanis, Brussel 2014
JENŮFA van Christoph Loy

André Previns ‘A Streetcar named desire’ twintig jaar na de première

0002581783.jpg

Ik liep al een tijd rond met het idee om over de moderne Amerikaanse opera’s te schrijven, want nergens ter wereld is opera zo levend als daar. Romantisch, minimalistisch, dodecafonisch: voor elk wat wils.

Maar vraag de eerste de beste doorsnee operaliefhebber (de diehards kennen kun Heggies, Barbers en Menotti’s wel) een Amerikaanse operacomponist te noemen: wedden dat ze niet verder dan Philip Glass en John Adams komen? Hoe dat komt? Omdat wij, Europeanen, onze neus ophalen voor de Amerikaanse cultuur en ons in alles superieur voelen. Daarom.

Deze maand is het precies twintig jaar geleden dat in San Francisco een belangrijke Amerikaanse opera ten doop werd gehouden: A Streetcar named desire van André Previn, naar het toneelstuk van Tennesee Williams. Ik was er bij.

Streetcar scene

Elisabeth Futral (Stella), Rodney Gilfrey (Stanley) en Renée Fleming (Blanche) © Larry Merkle

DE PREMIÈRE

De verwachtingen waren hooggespannen. A Streetcar Named Desire van Tennesee Williams behoort tot de bekendste én de belangrijkste Amerikaanse toneelstukken. De verfilming ervan door Elia Kazan in 1951 heeft niet alleen voor wereldwijde erkenning gezorgd maar heeft het stuk ook een echte cultstatus bezorgd; en de hoofrolspelers – merkwaardig genoeg op Marlon Brando na – werden allemaal met een Oscar beloond.

Streetcar film

Het toneelstuk werd nog tweemaal verfilmd, zonder succes.  Niet zo vreemd: er zijn weinig films – of  drama’s – die zo intens met de naam van de acteurs zijn verbonden. Toch, het was de ultieme droom van Lotfi Mansouri, de toenmalige baas van de San Francisco Opera om van ‘Streetcar’ een opera te maken. Leonard Bernstein werd benaderd maar toonde geen interesse.

De keuze viel uiteindelijk op André Previn, een keuze die voor sommigen een beetje raar leek, tenslotte had hij nog nooit een opera gecomponeerd.

Voor het libretto tekende Philip Littel, een oude rot in het vak, op zijn naam staat o.a. The Dangerous Liaisons, een opera die twee jaar eerder met groot succes in première is gegaan. Colin Graham deed de regie en voor de hoofdrollen werden grote zangers-acteurs gecast.

Libretto volgt het toneelstuk vrijwel op de voet en gaat zelfs de moeilijkste details niet uit de weg. Er zijn wel kleine cuts gemaakt en Littel permitteerde zich een kleine toevoeging: de Mexicaanse bloemen verkoopster met haar sinistere ‘Flores, flores para los muertos’ komt aan het einde van de derde akte terug, met een duidelijke boodschap voor  Blanche. Voor mij lichtelijk overbodig.

Het toneelbeeld leek sprekend op de filmbeelden. De eerste scène al: mist, een huisje met de trap naar de bovenburen en Blanche, met het koffertje in haar hand  ’They told me to take a streetcar named Desire…” zingend bezorgde de filmliefhebber een feest van herkenning.

In de muziek zijn flarden Berg, Britten, Strauss en Puccini waarneembaar en het ligt makkelijk in het gehoor. De sfeer wordt mede bepaald door sterke jazzinvloeden en je hoort veel trompet- en saxofoon solo’s. Logisch, het speelt zich tenslotte af in New Orleans.

De opera is doorgecomponeerd, maar bevat talrijke aria’s:  Stella en Mitch krijgen er één, er is een duet voor Stella en Blanche, en Blanche zelf wordt zeer rijkelijk bedeeld.

Alle aanwezigen speculeerden welke noten Stanley te zingen zal krijgen bij zijn beroemde ”Stelllllaaa!!!”

Geen, dus. Rodney Gilfrey (Stanley) ging, net als Marlon Brando in de film onder aan de trap staan en schreeuwde. En net als in de film kwam Stella terug. De volgende ochtend werd zij neuriënd wakker. En op Blanche’s reageerde ze met een prachtige grote aria “I can hardly stand it”

Streetcar Stanley

Elisabeth Futral (Stella) en Rodney Gilfrey (Stanley) © Larry Merkle

Elisabeth Futral zorgde voor een ware sensatie in haar rol van Stella. Gezegend met een schitterende, lichte, wendbare sopraan zong zij de sterren van de hemel en werd door pers en het publiek ovationeel bejubeld.

Streetcar rode hemd

De rol van Stanley Kowalski was Rodney Gilfrey op het lijf geschreven. Mij deed hij zelfs, al was het voor even Brando vergeten. Hoe hij het deed, weet ik niet, maar hij kon zingen en kauwgum kauwen tegelijk! Hij zag er bijzonder aantrekkelijk uit in zowel het gescheurde witte T-shirt als in de “red silk pajamas”. Jammer genoeg kreeg hij van Previn geen aria te zingen, wat hem als persoon nog onsympathieker maakte.

Mitch werd zeer gevoelig gezongen door de toen mij nog onbekende tenor Anthony Dean Griffey, en Blanche….  André Previn heeft de rol speciaal voor Renée Fleming geschreven en dat kon je horen. Sensationeel.

Inmiddels heeft Fleming haar grote aria ‘I Want Magic’ aan haar repertoire toegevoegd en in de studio voor de gelijknamige recital-cd vastgelegd.

 

CD

Streetcar-Named-Desire-768x761cd

De opera werd live door DG opgenomen en in de serie 20/21 (muziek van onze tijd) op de markt gebracht.


DVD

Streetar dvd

De opera is inmiddels een klassieker geworden en wordt ook in vele operahuizen in vele landen op de planken gebracht maar de kans dat u de opera ooit in Nederland te zien krijgt is vrijwel nihil. Gelukkig werd het ook op dvd opgenomen (Arthaus 100138) . Daar heb ik niet zo lang geleden weer eens naar gekeken.

“Whoever you are – I have always depended on the kindness of strangers” zingt Blanche Du Bois (Fleming) en verdwijnt in de verte. Zij wordt afgevoerd aan de hand van een psychiater, die ze voor een aanbidder aanziet.

Haar woorden echoën noch na, in de verte speelt een trompet, en de strijkers nemen de blues over. De hitte is voelbaar, het doek valt en ik zoek naar een zakdoek. Daarvóór heb ik tweeëneenhalf uur op het puntje van mijn stoel gezeten en vergat zelfs het glas whisky, dat ik vulde aan het begin van de opera.

Mensen: koop de dvd en laat je meesleuren. Het is zonder meer één van de beste opera’s van de laatste twintig jaar.

Renée Fleming in gesprek met André Previn over de opera:

 

THE KINDNESS OF STRANGERS

DVD WRAP.QXD (Page 1)

‘The kindness of Strangers’ is ook de titel van een film over André Previn: