live voorstellingen

Manon-Premiere Oper Zürich 7.4.2019: Man hat schon Schlimmeres gesehen

Manon Zurich

Text Mordechai Aranowicz

 

Die Premiere von Jules Massenets Oper Manon am Opernhaus Zürich geriet zu einer etwas zwiespältigen Angelegenheit, bei der der Funke nicht so recht überspringen wollte. Das lag zum einen sicherlich am Dirigat von Marco Armiliato, der Massenets Musik wenig französisch, weitgehend spannungsarm, sowie farb- und leidenschaftslos abspulte. Im Mittelpunkt der Aufführung stand dagegen Piotr Beczala als des Grieux, dessen Auftritte an seinem einstigen Züricher Stammhaus selten geworden sind.

Beczala, der die Rolle 2011 bereits an der Met an der Seite von Anna Netrebko gesungen hatte, überzeugte rundum mit seinem in allen Lagen perfekt geführtem Tenor und charmantem Spiel, besonders in der Kirchenszene des dritten Aktes. Er versuchte, dem insgesamt sehr trägen Bühnengeschehen etwas Leben einzuhauchen. Dass Beczala dem des Grieux stimmlich  eigentlich bereits entwachsen ist, war bei einem Sänger, der demnächst den Radames in sein Repertoire aufnehmen wird, nicht anders zu erwarten.

Elsa Dreisig brauchte in der Titelrolle einige Zeit um stimmlich warm zu werden, überzeugte dann allerdings im Cours de la Reine-Bild mit glockenhellen Koloraturen, Darstellerisch blieb die Sängerin allerdings leider über weite Strecken blass.

Blass und stimmlich wenig präsent waren auch Yuriy Yurchuk als Lescaut, Eric Huchet als Guillot de Morfontaine und Alastair Miles als Comte des Grieux. Letzterer sang seinen Part  mit den Resten, seines einst so imposanten Basses.  Die übrigen Rollen waren insgesamt solide bis sehr gut besetzt.

Das am Premierenabend so wenig Stimmung aufkam lag auch an der Inszenierung von Floris Visser. Anders als bei zahlreichen Neuinszenierungen tat Visser dem Werk keine Gewalt an und überliess der Musik den Vorrang. Warum man jedoch, das Werk aus dem 18. Jahundert in die Enstehungszeit der Oper verlegen musste blieb unklar und erschien insgesamt ein eher willkürlicher Einfall, der nichts zum tieferen Verständnis der Oper beitrug.

Manon Zurich 1

Das Bühnenbild von Dieuweke van Reij war insgesamt funktional und machte es Dank Deckelung den Sängern akustisch einfach. Leider blieb dieser Rahmen jedoch insgesamt ziemlich stimmungslos, wozu auch die eintönige Lichtregie von Alex Brook verantwortlich war. Die auch von der Bühnenbildnerin entworfenen Kostüme waren zwar ästhetisch, grenzten die einzelnen Charaktere aber untereinander zu wenig ab, sodass gerade die Nebenrollen in den Massenszenen teilweise untergingen und man in diesen Momenten die Sänger in der Masse kaum wahrnahm. Hier wäre eine geschicktere Personenregie von Chor und Statisten wünschenswert gewesen.

Am Ende gab es für alle Beteiligten freundlichen Applaus, der nur für Elsa Dreisig und Piotr Beczala deutlich zunahm, beim Erscheinen des Regieteams dagegen deutlich abnahm. Buhrufe gab es jedoch keine.

Fazit: Diese Inszenierung ist zwar kein Ärgernis, aber auch nicht wirklich gut. Immerhin erhalten die Sänger der Hauptrollen genug Freiraum ihre Rollen zu gestalten, wobei sich das ganze Ensemble noch einspielen muss.

Trailer:

https://www.facebook.com/opernhauszuerich/videos/1773444599422066/

Advertenties

Tannhäuser in Amsterdam: Wolfram wint

tannie-1

© Monika Rittershaus/DNO

Vergeet de middeleeuwen, de minnenzangers, de pelgrims… We zijn in negentiende-eeuwse Parijse theaterwereld beland en bevinden ons in een exclusieve herensociëteit Jockey Club, waar rijke heren in rookkostuums zich met ballerina’s vermaken. Die ballerina’s die lijken zo te zijn weggelopen van de schilderijen van Degas, maar algauw gaan de tutu’s, de rokjes en de smokings uit en men ‘vermaakt zich’.

tannie-3

© Monika Rittershaus/DNO

Nu is daar iets voor te zeggen. Wagner componeerde zijn opera voor Parijs en dat betekende dat het ballet er een grote rol in moest spelen. In die tijd was het ‘gebruikelijk’ dat de balletmeisjes na afloop van de voorstelling de heren van dienst moesten zijn. Maar, allerbelangrijkste: volgens het libretto bevinden we ons in de grot van Venus waar juist de bacchanalen plaatsvinden. Ik vond het een beetje gedoe en een beetje saai, maar ach..

Tannie4

Svetlana Aksenova (Elisabeth) en Daniel Kirch (Tannhäuser) © Monika Rittershaus/DNO

De tweede acte was beslist beter, spannender ook. Goed, logisch was het allerminst, maar er waren zeer goed geslaagde scénes (opkomst van Elisabeth!) en de zangwedstrijd zorgde voor minutenlang prachtige muziek en goede zang, en daar komen we toch voor naar de opera!

tannie-9

Daniel Kirch (Tannhäuser) en Ekaterina Gubanova (Venus) © Monika Rittershaus/DNO

 

In de derde acte vond een soort ‘symbiose’ tussen de zinnelijkheid en de verheven geestelijkheid plaats. Zo ging Elisabeth onder de bontmantel van Venus de oneindigheid van de heilige dood in, en boven haar lichaam verenigde Wolfram zich met de liefdesgodin in een eeuwigdurende omhelzing. Waarna iedereen het ‘goed vond’ met iedereen.

tannie-7

Svetlana Aksenova en Björg Bürger (Wolfram) © Monika Rittershaus/DNO

Ondanks de zware symboliek die ik niet altijd begreep (waarom moest één van de danseressen gewurgd worden?) vond ik de derde acte buitengewoon ontroerend. Het ligt voornamelijk aan de muziek, uiteraard, aan de hemels mooie Wolframs aria, aan het Pelgrimskoor, aan de opoffering scène van Elisabeth en aan de ‘Romerzählung‘, het monoloog van Tannhäuser. Allemaal muziek die ik niet met droge ogen kan aan horen.

De Nationale Opera 2019 Tannhäuser - credits Monika Rittershaus 322

Daniel Kirch (Tannhäuser) © Monika Rittershaus/DNO

Voor mij is Tannhäuser een echte Italiaanse opera, belcanto eigenlijk, met echte aria’s. Gegeven dat mijns inziens om ‘Italiaanse zangers’ vraagt, waarmee ik niet de nationaliteit bedoel. De italianitá, dat miste ik in de vertolking van de hoofdrol door Daniel Kirch. Zijn grote stem droeg prima, maar het ontbrak hem aan lyriek en subtiliteiten. Wat hij zong klonk minder als minnezanger en meer als Siegfried. Maar als acteur kon hij mij honderd procent overtuigen. En: hij heeft het volgehouden!

De Nationale Opera 2019 Tannhäuser - credits Monika Rittershaus 355

© Monika Rittershaus/DNO

Svetlana Aksenova was een prachtige Elisabeth. Zowel met haar verschijning, als met haar zang en haar acteren kon zij mij behoorlijk bekoren. Haar eerste aria zong zijn een beetje onzeker maar naarmate de opera vorderde werd zij sterker en ontroerender. Het is amper te geloven, maar het was haar eerste Elisabeth. Sterker: het was haar eerste Wagner. Brava!

https://www.facebook.com/DeNationaleOpera/videos/311568592815059/

tannie-8

Ekaterina Gubanova (Venus) © Monika Rittershaus/DNO

Ekaterina Gubanova was een prima Venus, aantrekkelijk en verleidelijk, maar een beetje onderkoeld. Haar zingen kon ook iets erotischer, maar ach… Het was een uitstekende prestatie.

Stephen Milling zette een imposante Langraf neer. Zijn ronde, ferme bas was welluidend en warm, met een niet gespeelde vaderlijke bezorgdheid naar zijn nicht toe. Maar daar waar nodig klonk hij afschrikwekkend. Fantastisch.

tannie-5

Svetlana Aksenova (Elisabeth) en Björg Bürger (Wolfram) © Monika Rittershaus/DNO

Maar allemaal verbleken ze bij de fenomenale Wofram van de jonge Björn Bürger. In jaren heb ik de rol niet beter, niet mooier, niet sensitiever horen zingen. Hij zag de rol, hij acteerde de rol en hij zong de rol. Zijn bariton is vederlicht maar met voldoende volume en een tenorale timbre. Van hem gaan we veel meer horen.

Helaas kon Kay Stieferman (Biterolf) mij niet echt bekoren, ik vond zijn stem schriel en weinig subtiel. Attilio Galser daarentegen zong een mooie Walther

Grote bravo’s voor de debuterende leden van De Nationale Opera Studio: Lucas van Lierop (Heinrich der Schreiber) en de zoetgevooisde Armeense sopraan Julietta Aleksanyan (Ein junger Hirt, hier vermomd als een serveerster). Wat een potentie!

Maar eerlijk is eerlijk, er kan maar één de winnaar zijn en dat is (naast Aksenova en Bürger) het Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu). Ik weet het, ik weet het, ze zijn altijd fantastisch, maar nu hebben ze zich ruimschots overtroffen. Hun lezing van de ‘Pelgrimskoor’ is voor altijd in mijn oren gegriefd. Bedankt!

Enorme bravo ook voor het fenomenaal spelende Nederlands Filharmonisch Orkest. Wagner is natuurlijk koren op de molen van Marc Albrecht, maar ook hij heeft zich ditmaal overtroffen. De zoete, zachte tonen in de inleiding tot Avondster, de ijzige spanning aan het begin van de ‘Romerzählung’….

Mensen: gaat dat zien! Probeer het niet te begrijpen (al moet ik zeggen dat de personenregie van Loy echt prima was en nergens tegen de muziek in) en laat je voeren door de muziek en de fenomenale vertolkers.

Bezocht op 6 april 2019
Voor meer informatie en speeldata: website DNO

Over Tannhäuser in de niet voor de hand liggende opnamen

Liefde zonder zinnelijkheid is geen liefde. Het een en ander over Tannhäuser

In gesprek met Svetlana Aksenova

La Juive at the Israeli Opera in Tel Aviv

juive-opera

Israeli Opera in Tel Aviv

Didn’t have time to eat before the opera? Don’t worry, at least not if you visit a performance at the Israeli Opera in Tel Aviv. In the huge foyer downstairs there are at least fifty food stands and each floor counts dozens more. You can enjoy everything the good earth (and the cook) has to offer: sushi, sashimi, pasta, pizzas, grilled salmon, sandwiches, salads, fruit, cakes, chocolate ….. As a Jewish proverb says: “They tried to killed us, we survived, let’s eat”.

Surviving at any cost, also (or perhaps mainly?) to be able to avenge your attackers afterwards – that’s what it’s all about, among other things, in Halévy’s La Juive. Especially in David Pountney’s production, which was first performed two years earlier in Zurich.

juive-halevy

Jacques Fromental Halevy

Eleazar is not an amiable man. Like Shakespeare’s Shylock, he is repulsive and pitiful at the same time. He is filled with resentment and is looking for retribution for which he is prepared to sacrifice anything, even that which he loves most. But has he always been like that, or are it circumstances that have made him like that? Moreover, he too knows his doubts – in his great aria he sincerely asks himself (and God) whether he has acted well.

Poutney has moved the action to nineteenth century France, at the time of the Dreyfuss affair, and he is very consistent in that. The production is very realistic, with overwhelming scenery and costumes. On stage there is a kind of rotating puppet theatre, with the cathedral, Eleazar’s workshop, Eudoxie’s sleeping quarters, the prison and the street with the mobs of people. If necessary, the scenes are enlarged, allowing more emphasis to be placed on details.

juive-scene

© Yossi Zwecker

Every scene starts behind a transparent curtain, which makes the image blurred like a kind of veil and therefore a bit unreal. After a few minutes the curtain is lifted and the image not only becomes clear, but it also hurts your eyes.  Well thought out.

The ballet (choreography Renato Zanella) is an essential part of the story. In a very realistic (and very logical) way a story of persecution and intolerance is told and a link is made between the devil and the Jew. Devil is Jewish, expelling the devil means destroying Jews. It is painful for the Israeli public, after all, they have experienced quite a lot here.

The fact that the premiere took place one day after Yom Hashoa (Holocaust Day) makes it all even more complicated. The emotions are not only tangible but also visible. Let’s say: it is an experience to see the opera right here.

There were no less than 10 performances, they worked with a double cast and for the role of Eleazar even three tenors were engaged.

The premiere on 13 April 2010 was sung by a cast one can only dream of.

juive

© Yossi Zwecker

Neil Shicoff is probably the best Eleazar in the world at the moment. He seems to have a patent on that role and has grown so much that you sometimes forget that he is not Eleazar. His voice – slightly nasal and with a cantoral timbre – may not be the most beautiful anymore, but what he does with it is extremely impressive. After his big aria he got (rightly so!) a quarter of an hour of applause and many a handkerchief was brought out.

Annick Massis was born to sing Eudoxie. She tosses of her coloratura with effortless brilliance and her height was pure and scarily beautiful.

Roberto Scandiuzzi (Cardinal Brogni) did not only impress with his deep, dark bass, his entire appearance was impressive and his actions deeply human.

Robert McPherson has a beautiful, light tenor with a ‘Flórez-timbre.’ He did beautiful things with it, but he was one size too small for Leopold’s role.

The star of the evening was the performer of the title role, Marina Poplavskaya. Her voice has grown considerably, and has also become darker. The way she shaped the role was unbelievable, and her entire appearance and acting skills are of an unprecedented quality. Her Rachel was brittle but also determined. Sad and proud at the same time. Not only the victim but also a real heroine. BRAVA!

juive-yossi-zwecker

© Yossi Zwecker

The orchestra, slightly messy at the start, was skilfully conducted by Daniel Oren. That he is a real singer conductor was clearly visible (and audible), he breathed (and sang) with them.

Oren cancelled the performance on 16 April and was replaced at the last moment by his assistant, also choral conductor, Yishai Steckler. He was certainly acceptable and inoffensive, but the performance lacked the tension of the Oren one.

Also the second, quite good cast did not reach the insanely high level of the premiere. Except for the Leopold – Mario Zeffiri had an even bigger and stronger voice, very agile as well. But as an actor he had to acknowledge his superior in McPherson.

John Uhlenhopp has a beautiful, dramatic tenor, but Eleazar came too soon for him, he still has to grow into the role. The same goes for Dmitry Ulyanov (Cardinal). He has a voice out of thousands, but is simply too young for that role. Moreover, between him and Rachel (a truly beautiful Karine Babajanyan, she can’t help Poplavskaya set the bar so high!) there was no chemistry at all, so one of the most moving scenes made little impression.

Neil Shicoff as Eleazar in Vienna 2013 (production of Günter Krämer):

JACQUES FROMENTAL HALÉVY
LA JUIVE
Neil Shicoff /Francisco Casanova/John Uhlenhopp, Marina Poplavskaya/Karine Babajanyan, Robert McPherson/Mario Zeffiri, Roberto Scandiuzzi/Dmitri Ulyanov, Annick Massis/Jessica Pratt and others.
The Israeli Opera Chorus and The Israel Symphony Orchestra Rishon LeZion conducted by Daniel Oren/Yishai Steckler
Directed by: David Pountney

Visited in Tel Aviv on 13 and 16 April 2010

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

La Juive, discography

Anathema over en weer in grootse La Juive

Tekst: Peter Franken

Juive-34a7317

© Annemie Augustijns

Peter Konwitschny regisseerde vier jaar geleden een nieuwe productie van Halevy’s meesterwerk La Juive voor Opera Vlaanderen. Dit seizoen wordt dat succesnummer hernomen met voorstellingen in Antwerpen en Gent. Op het toneel vindt een ‘clash of fundamentalisms’ plaats in een grootse muzikale setting.

Juive Gent7

© Annemie Augustijns

La Juive gaat over Rachel die als voor dood achtergelaten baby uit een uitgebrand pand is gered door de joodse goudsmid Éléazar nadat deze uit Rome was verbannen door de magistraat de Brogny. Het huis blijkt zijn buitenhuis te zijn, de baby is zijn dochter. Éléazar weet dat maar de Brogny denkt dat ze dood is, net als de rest van zijn gezin.

Behalve een verbanning heeft onze magistraat ook de executie van Éléazars twee zonen op zijn conto. Als beide heren elkaar veel later treffen in Konstanz aan de vooravond van het concilie, heeft Éléazar weinig reden om zijn oude vijand in de armen te sluiten. Deze is tot de clerus toegetreden en heeft het (connecties natuurlijk) in relatief korte tijd tot kardinaal geschopt en doet nu in vergeving in plaats van verbanning. Voor de goudsmid is dat een gepasseerd station.

Juive Gent5

© Annemie Augustijns

Konwitschny probeert nadrukkelijk dit joods christelijk familiedrama naar een algemener plan te tillen. Met het monotheïsme is het alleenrecht op het grote gelijk in de wereld gekomen, en het gelijk van de bovenliggende partij is de wet. Bij een botsing tussen fundamentalistische religies of ideologieën (wat is het verschil) kan van enig toegeven nooit sprake zijn. Het programmaboek illustreert dit met een toepasselijk citaat van Voltaire: ‘Fanatisme is een monster dat zichzelf kind van het geloof durft te noemen’.

Juive Gent3

© Annemie Augustijns

Het volk is in deze productie de verpersoonlijking van het fanatisme van de bovenliggende partij. Éléazar is een toonbeeld van oudtestamentische rechtlijnigheid, liever dood dan toegeven aan de vijand. Zijn adoptief dochter Rachel moet er ook aan geloven, weliswaar na een handenwringend ‘Rachel, quand du Seigneur’ maar door haar te verklappen dat ze de dochter van een christen is, had hij haar leven kunnen sparen. Nu verkiest ze de dood om haar vermeende geloof niet af te vallen.

Juive -34a7217

© Annemie Augustijns

In het werk is flink gecoupeerd waardoor uitsluitend datgene getoond wordt dat overeenkomt met de meest gangbare synopsis. Uitweidingen in de vorm van extra koormuziek en uiteraard een groot ballet in de derde akte ontbreken. Het komt de kracht van het verhaal zeer ten goede. De derde akte eindigt met een koor waarin ook de solisten participeren. Daarbij staat men aan een productieband voor bomgordels, het visitekaartje van het hedendaagse fundamentalistische fanatisme.

De boodschap is duidelijk, Konwitschny is niet zozeer geïnteresseerd in de dodelijke vijandschap tussen jodendom en christendom maar in het gemak waarmee de massa ertoe gebracht kan worden elke ratio uit te schakelen en te veranderen in een allesverslindend monster. In dat opzicht is hij volledig in zijn opzicht geslaagd, zijn lezing van La Juive is een oefening in zelfreflectie voor elke toeschouwer die nog in staat is enigszins zelfstandig te denken. Voor de personages die op het toneel worden uitgebeeld is dat al te laat.

Juive Gent2

© Annemie Augustijns

Prins Léopold is in de handeling tot een bijfiguur geworden, waardoor hij er nog slechter vanaf komt dan oorspronkelijk het geval was. Dit boegbeeld van het christendom, overwinnaar in een veldtocht tegen de ketterse Hussieten in Bohemen, heeft zich voorgedaan als jood om Rachel te verleiden. Daarbij is hij ook nog eens getrouwd met prinses Eudoxie, de nicht van de keizer. Dubbel bedrog zogezegd, daar kan de hertog van Mantua nog wat van leren. Maar Rachel is geen Gilda en ze bijt flink van zich af als haar geliefde toegeeft christen te zijn, dat hij getrouwd is bewaart hij voor later. In de grote scène tussen beiden zingt Rachel vanuit de zaal. Zo ontstaat er letterlijk een kloof tussen beiden.

Sopraan Corinne Winters benutte daarvoor parterrerij zes en stond geruime tijd pal voor mijn neus middenin dat paadje te zingen. Een betere indruk van haar prestaties is moeilijk te krijgen, groot volume, zeer beheerst, nooit ook maar enigszins geforceerd, prachtig timbre zonder een spoor van vibrato. Een Rachel om te zoenen, ook letterlijk overigens.

Juive Gent8

© Annemie Augustijns

Later stond haar vader korte tijd op dezelfde plek tijdens zijn ‘Quand du Seigneur’ maar dat pakte minder goed uit. Zo dichtbij kon ik duidelijk merken dat tenor Roy Cornelius Smith zichzelf wat overschreeuwde. Een krachtig stemgeluid paste overigens wel bij de wijze waarop hij door de regie was getypeerd. Geen onderdanige schichtige outcast maar een mannetjesputter die graag de confrontatie met de vijand opzocht: mijn gelijk is nog groter dan dat van jullie, so there.

Léopolds serenade in de eerste akte ‘Loin de son amie’ was geschrapt waardoor het feit dat hij oprecht verliefd is op Rachel buiten beeld blijft. Voor zijn personage is dat funest aangezien dat het enige is dat zijn handelen enigszins geloofwaardig maakt, dubbel bedrog en al. Tenor Enea Scala wist zijn optreden als bijfiguur, de katalysator in het drama, met verve gestalte te geven. Zijn duet met Rachel kwam uitstekend uit de verf, prima optreden. Winters was in de onthullingscène overigens ook acterend zeer sterk, ze probeerde als het ware het publiek mee te krijgen in haar blijk van ongeloof en ik kreeg de indruk dat ze bijna op het punt stond Léopold in rap Italiaans de les te lezen.

Juive Gent6

© Annemie Augustijns

Enig comic reliëf is de productie sowieso niet vreemd, vaak door de reacties van betrokkenen wat zwaar aan te zetten. Goed voorbeeld is de afloop van het Norma Aldagisa duetje tussen Rachel en haar rivale Eudoxie. Beide dames verzoenen zich om Léopolds leven te redden en vieren dat met een rondedansje.

Juive Gent

© Annemie Augustijns

Minder geslaagd was de scène waarin Eudoxie dronken bij Éléazar binnenwandelt om een sieraad te bestellen, zo nu en dan uit een fles drinkend. Gewoon opgetogen acteren, wat ze ook deed in de derde akte, was echt wel toereikend geweest. Laat die dronkenschap maar waar het verplicht is, in Russische opera’s. Sopraan Nicole Chevalier zong een fraaie Eudoxie, ze was de enige uit de cast van vier jaar geleden die ook nu weer was aangetrokken.

Le Cardinal de Brognie werd tot leven gebracht door de bas Riccardo Zanellato, mooi gezongen maar een beetje licht in de laagte. Het koor, ingestudeerd door Jan Schweiger vervulde een glansrol. Het is een van die schaarse keren dat je als toeschouwer de gehele opera een hekel hebt aan die lui, hoe goed ze ook zingen. En dat is een compliment.

De algehele muzikale leiding was in handen van Antonino Fogliani. Naast uitbundige bijval voor koor en solisten was er ook voor hem en zijn orkest afloop veel applaus.

Trailer van de productie:

Bezocht op 2 april 2019 in Gent

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Het seizoen 2009-2010 van De Nationale Opera (toen nog de Nederlandse Opera) in Amsterdam begon zeer sterk met La Juive van Jacques Fromental Halévy. Deze productie was al eerder te zien geweest in Parijs, waar het, ondanks de mislukte première (het operapersoneel ging weer eens staken en er was geen belichting) hoge ogen gooide.

De regie van Pierre Audi was bijzonder mooi en doeltreffend. Zoals het (bijna) altijd bij hem het geval is waren de beelden gestileerd, esthetisch en prachtig om te zien. De onderkoelde esthetiek werkte perfect bij de zeer emotionele muziek, om van het onderwerp niet te spreken.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

© Ruth Walz

De grandioze belichting van Jean Kalman vormde een belangrijk onderdeel van het regieconcept, waardoor de eindscène waarin Eléazar en Rachel hun dood rustig tegenmoet lopen tot de meest ontroerende momenten in de operageschiedenis maakte. Ik kon het niet droog houden en ik was niet alleen. Ook het decor van George Tsypin: een stalen kathedraal die ook dienst deed as de gevangenis was zeer indrukwekkend.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

John Osborn (Léopold) en Angeles Blancas Gulin (Rachel) © Ruth Walz

Muzikaal was het gewoon een droomvoorstelling. Dennis O’Neill was gewoon Eléazar. Niet zo jong meer, getormenteerd, vol wraakgevoelens, maar ook twijfelend – een waarlijk perfecte bezetting. Zijn grote aria zong hij vol gloed en passie, en met de nodige snik. En al was het her en der niet helemaal perfect, ontroerend was het wel.

De stem van Angeles Blancas Gulin (Rachel), met haar zeer herkenbaar timbre is niet echt alledaags. Bij vlagen metaalachtig en scherp en toch warm en rond. Haar portrettering van een jong meisje verscheurd tussen plicht en liefde was zeer geloofwaardig en haar angst fysiek voelbaar.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Angeles Blancas Gulin (Rachel) en Annick Massis (Eudocxie) © Ruth Walz

John Osborn (Léopold) en Annick Massis (Eudoxie) waren ook in Parijs van de partij. Beide zangers beschikken over een werkelijk fenomenale belcanto techniek en duizelingwekkende, soepele hoge noten.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Alastair Miles (Brogni), Dennils O’Neill (Eléazar) en Angeles Blancas Gulin (Rachel) © Ruth Walz

Alastair Miles (Brogni) had misschien niet de beste lage noten, maar zijn uitstraling was zeer imposant.

Carlo Rizzi dirigeerde het voortreffelijk spelende Nederlands Filharmonisch Orkest met de nodige vaart en het Nederlands Operakoor (instudering: Martin Wright) was zoals altijd onweerstaanbaar goed. Een grote BRAVO voor allemaal.

trailer van de productie:

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010

LA REINE DE CHYPRE

CLARI

Girls of the Golden West is rauw realistisch

Tekst: Peter Franken

denationaleope-thwalz-526

Scène uit Girls of the Golden West. (© DNO / Martin Walz)

De Nederlandse première van Girls of the Golden West werd donderdagavond met veel gejuich ontvangen in Nationale Opera & Ballet. De nieuwe opera van Peter Sellars en John Adams ontdoet het leven in het Wilde Westen van elke romantiek.

Het idee voor een nieuwe opera over de goldrush in Californië, midden negentiende eeuw, komt van librettist en regisseur Peter Sellars. Hij kreeg een paar jaar geleden het verzoek om voor de Scala La fanciulla del West van Puccini te ensceneren. Sellars verdiepte zich in de stof, deed historisch onderzoek en bedankte vervolgens voor de klus. Het toneelstuk waarop Puccini’s werk was gebaseerd, gaf een veel te rooskleurig, bijna suikerzoet beeld van de werkelijkheid, zo vond Sellars. Dat was het beginpunt voor een nieuw traject met John Adams, wat leidde tot Girls of the Golden West.

de nederlandse opera NewsAdamsSellarssfo616

Adams and Sellars
© Terrence McCarthy/San Francisco Opera

Het libretto leunt sterk op een reeks brieven die een vrouw uit New England naar een vriendin stuurde tijdens haar verblijf in een goudzoekersdorp rond 1851. Wat haar ertoe heeft gebracht daar met haar man naartoe te gaan, blijft onduidelijk. Maar als volledige buitenstaander weet ze wel een mooi beeld te schetsen van de omgeving, het harde leven van de goudzoekers en de frictie tussen de verschillende etniciteiten die de kolonie bevolken. Dame Shirley, zoals ze zichzelf noemt, schrijft met afstandelijke betrokkenheid, waardoor haar brieven een redelijk objectief beeld geven van de situatie ter plaatse. En dat staat ver af van Puccini’s Fanciulla.

De handeling speelt zich af in het fictieve dorpje Downieville, niet te verwarren met het naburige Hangtown. We krijgen zo al direct een idee van het leven aldaar. Een tweetal goudzoekers, echte rednecks, bepalen het verloop van de handeling. Het zijn Joe Cannon en zijn maat Clarence. Joe is een beetje een ‘loose cannon’ en Clarence zijn ‘keeper’. Aanvankelijk past Joe wel in het romantische plaatje van de arme sloeber die zijn vriendin heeft achtergelaten om rijk genoeg te worden om met haar te kunnen trouwen. Maar ze heeft niet op hem gewacht en per brief krijgt hij te horen dat ze inmiddels een kind heeft bij een ander, een baby met rood haar. Hij zingt erover in de plaatselijke saloon met commentaar van een koor van collega-goudzoekers.

denationaleope-thwalz-525

Scène uit Girls of the Golden West. (© DNO / Martin Walz)

Het muzikale idioom van deze scène had wel wat weg van C.W. McCall’s hit ‘Convoy’ uit 1975. Zo schildert Adams in dit nieuwe werk een beeld van de Amerikaanse muziekgeschiedenis, waarin onder anderen Gershwin, Ellington, Glass en natuurlijk Adams zelf goed herkenbaar zijn. De muziek is vooral eenvoudig gehouden, zo stelt de componist, omdat het gaat om simpele verhalen en gedachten, net zoals bij zijn eerdere opera Nixon in China het geval was. De zanglijnen van de protagonisten zijn ook tamelijk rechttoe rechtaan – ‘Sprechgesang’ voor gevorderden – met als enige uitzondering het hoertje Ah Sing, dat als coloratuursopraan op lyrische wijze de stratosfeer mag betreden.

Showstopper

denationaleope-inwalz-012

Scène uit Girls of the Golden West. (© DNO / Martin Walz)

Behalve de zelfkant van het leven – kenmerkend voor een omgeving die bepaald wordt door zuipen, gokken, vechten en bezoek aan de bordeeletage van het centrale hotel, hier Empire genaamd – speelt in Sellars’ libretto racistisch geïnstigeerd geweld tegen niet-yankees een belangrijke rol. Er vallen de nodige doden en de viering van de Fourth of July is aanleiding voor wat in een Russisch-Joodse context gewoon een pogrom zou worden genoemd.

denationaleope-thwalz-506

Scène uit Girls of the Golden West. (© DNO / Martin Walz)

Dame Shirley treedt op in een scène uit Macbeth als onderdeel van het gecultiveerde vermaak, maar een deel van de goudzoekers gaat vervolgens als een stel hooligans door het lint. Het tekent de wankele vrede in het dorp, waarin eerzame burgers leven naast licht ontvlambare, gefrustreerde rednecks, die hun hoop op snel fortuin hebben zien verdampen en de verzachtende invloed van een vrouw missen. Bezoek aan een hoer biedt geen oplossing.

Omgekeerd probeert Ah Sing haar klant Joe te bewegen tot een huwelijk. Hij wijst haar af omdat ze hem dan te veel zou inkapselen, ontmannen. De rol werd uitnemend vertolkt door de Koreaanse sopraan Hye Jung Lee en haar ‘Ballad of Ah Sing’ was het vocale hoogtepunt van de avond, als showstopper te vergelijken met ‘I am the wife of Mao Tse-tung’ in Adams’ Nixon in China, een rol die ze ook al eens heeft gezongen.

Behalve Dame Shirley, Ah Sing en de twee genoemde goudzoekers draait het verhaal om kroegbaas Ramón, die een geheime relatie heeft met de aantrekkelijke barmeisje Josefa Segovia en de weggelopen slaaf – ‘passenger of the underground train’ – Ned Peters, een prachtige rol van bas-bariton Davóne Tines.

Peters trekt sterk de aandacht als gecultiveerde zwarte man, die de Fourth of July ziet als de dag bij uitstek waarop slavernij en ongelijkheid in al hun barbaarsheid tot uiting komen. Voor de handeling is zijn rol echter overbodig is. Peters zit in het verhaal omdat hij kennelijk past in Sellars’ politiek-maatschappelijke visie, niet omdat hij iets met de goldrush uitstaande heeft. Gelet op het feit dat het werk aan de lange kant is en door de aaneenschakeling van losse scènes weinig vaart heeft, zou deze zijsprong beter geschrapt kunnen worden.

Dat geldt ook voor de vele tekstuele herhalingen in gezongen dialogen en monologen. Drie of vier keer een regel herhalen past goed bij het minimalistische karakter van de muziek waar Adams groot mee is geworden, maar in een werk dat veel meer leunt op tekst dan muziek, is het minder gewenst.

 

Appleby excelleert

denationaleope-inwalz-067

Scène uit Girls of the Golden West. (© DNO / Martin Walz)

Ah Sing was uiteindelijk de enige waarmee ik enig ‘rapport’ kon ontwikkelen: een personage met duidelijk herkenbare emoties, dat tijdens de avond enige ontwikkeling vertoont. Joe Cannon vertoont dat weliswaar ook, maar die gaat neerwaarts. Hij eindigt als een spitsboef die aan zijn einde komt als hij barmeisje Josefa probeert te verkrachten. Zij steekt hem neer; een Mexicaanse vrouw vermoordt een blanke man. Een volksgericht van rednecks veroordeelt haar ter dood. Het is een historische gebeurtenis, die nadrukkelijk een plaats verdient in dit relaas. Mezzo J’Nai Bridges oogde en zong bijna als een voorname dame, niet echt een kroegwerker. Het maakte haar verscheiden des te pregnanter, maar over Josefa zelf komen we weinig aan de weet.

Tenor Paul Appleby excelleerde als de onfortuinlijke Joe Cannon, mooi bijgestaan door bas-bariton Ryan McKinny, geen onbekende in Amterdam (Amfortas). Sopraan Julia Bullock was nadrukkelijk aanwezig als verteller (briefteksten) en als Lady Macbeth. Samen met Joe vormde ze de spil van de avond; goed geacteerd en uitstekend gezongen. Bariton Elliot Madore gaf adequaat gestalte aan de bijrol van Ramón.

Het decor was tamelijk basaal. Het bestond uit zetstukken die door toneelknechten werden verplaatst. De kostumering maakte veel goed: mooie periodekostuums, in het bijzonder bij de vrouwen.

denationaleope-thwalz-532

Scène uit Girls of the Golden West. (© DNO / Martin Walz)

De mannen van het Koor van DNO, zoals altijd ingestudeerd door Ching-Lien Wu, produceerden een krachtig geluid. Bij wijlen waren ze dusdanig stereotiep macho in hun gedrag dat ik onwillekeurig aan de Village People moest denken.

Grant Gershon stond voor het prima spelende Rotterdam Philharmonisch Orkest. De aanwezige componist kon slechts tevreden zijn met hun prestatie. Een mooie voorstelling van een wat uitgelopen werk, dat zeker na de pauze de nodige deprimerende momenten kent. Wie een tweede Puccini verwacht, komt bedrogen uit. Hier geen romantiek, maar rauw realisme. De opera draagt duidelijk het stempel van Peter Sellars – het is zijn schepping. Adams komt op de tweede plaats.

Trailer van de productie:

Girls of the Golden West is tot en met 17 maart te zien. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

Het artikel is al eerder verschenen op Place de l’Opera:
https://www.operamagazine.nl/headline/47327/girls-of-the-golden-west-is-rauw-realistisch/

Adams’ Nixon in China mooi uitgevoerd in Parijs

Marin Alsop dirigeert NIXON IN CHINA

 

 

Adams’ Nixon in China mooi uitgevoerd in Parijs

Tekst: Peter Franken

Nixon news

In februari 1972 bracht de Amerikaanse president Richard Nixon een staatsbezoek aan China. Vijftien jaar later maakten John Adams en Peter Sellars daar een opera van. De wereldpremière van Nixon in China vond plaats in Houston, oktober 1987, als opdrachtwerk van vier operahuizen waaronder ook DNO.

Hieronder een fragment uit de derde acte uit Houston:

De Europese première in het Muziektheater liet dan ook niet lang op zich wachten: juni 1988. De eerste intendant van DNO in de nieuwe behuizing, Jan van Vlijmen, was toen alweer vertrokken. Dat neemt niet weg dat Nixon op diens artistieke conto moet worden geschreven. Bij zijn aantreden had van Vlijmen gezegd: ‘Ik wil 25 nieuwe producties in vijf jaar maken, want je kunt niet met het verleden dat nieuwe Muziektheater binnen’. Het was hem niet vergund dat te realiseren maar dit nieuwe opdrachtwerk zat al hoog en breed in de pijpleiding toen hij het veld moest ruimen.

Aanvankelijk was er wereldwijd wel belangstelling voor Nixon, na 1990 echter niet meer. Na langere tijd was er een bescheiden revival, in gang gezet door een nieuwe productie van ENO in 2000, maar veel meer dan een enkele productie hier en daar zat er niet in. In 2011 beleefde het werk eindelijk zijn première in de MET. Op 11 februari 2017 werd een concertante uitvoering gegeven door het Nationaal Jeugd Orkest in de NTR ZaterdagMatinee.

In een artikel over Philip Glass’ Einstein on the beach beschreef Franz Straatman de oorsprong en verdere ontwikkeling van minimal music en stelde vervolgens: ‘de navolgende generatie Amerikaanse componisten met John Adams als meest spraakmakend, benutten de minimale techniek in maximale zin, getuige Adams’ orkestwerken en zijn opera’s Nixon in China en Doctor Atomic’. Echter Nixon is niet te vergelijken met Einstein maar eerder met later werk van Glass zoals Waiting for the barbarians, in 2006 in het Muziektheater te zien in een productie uit Erfurt.

Nixon in Châtelet

Nixon02

©Marie-Noëlle Robert

Het Théâtre du Châtelet is het muziektheater van de stad Parijs. Het heeft geen vaste bespelers maar werkt geheel op basis van gastprogrammering en ad hoc producties. Zo nu en dan leidt dat tot een spraakmakende opera op het affiche. Denk aan Les Troyens en Medée, beiden o.l.v Gardiner en met Antonacci in een hoofdrol, en Die Feen, de allereerste opera van Richard Wagner. In 2012  was daar ineens een nieuwe Nixon in China in een gloednieuwe eigen productie. Ik bezocht de première op 10 april.

nixon-in-china-chatelet-00

© Marie-Noëlle Robert

De opera begint met de aankomst van Nixon op het vliegveld van Beijing. Hij komt de vliegtuigtrap af en zwaait naar zijn gastheren. Daarna volgt een scène waarin hij wordt ontvangen door Mao. Dit deel is een conversatiestuk: Mao spreekt in propagandistische beelden, Nixon en Kissinger begrijpen hem nauwelijks en praten maar wat terug. Drie secretaresses schrijven alles nauwgezet op. Het geheel is wat statisch en doet de toeschouwer verlangen naar een werk als Capriccio. Ook daarin wordt aanhoudend gepraat maar het is wel een stuk levendiger.

Nixon in China16

© Marie-Noëlle Robert

Tijdens de scène in de Grote Hal van het Volk brengen Chou En-lai en Nixon wederzijdse toasts uit. Prominent in beeld is een woud aan televisieschermen waarop zowel de actuele gebeurtenis als archiefbeelden van het leven in de jaren ’70 in de VS en China te zien zijn. Impliciet worden de verschillen in politiek klimaat en levensstandaard beklemtoond.

Nixon09

©Marie-Noëlle Robert

De volgende dag bezoekt Pat Nixon een fabriek waar glazen olifanten worden gemaakt, een varkensboerderij, het Zomerpaleis en zo meer. Als ze een olifantje als aandenken meekrijgt vertelt ze opgetogen dat de olifant het symbool is van de Republikeinen, haar politieke partij.

Pat Nixon (June Anderson) bezoekt een olifanten farm ‘This is prophetic!’

Die avond staat een voorstelling met muziek en dans op het programma, getiteld ‘De rode vrouwenbrigade’, geheel in de stijl die gangbaar was tijdens de Culturele Revolutie.

Nixon07

©Marie-Noëlle Robert

Hierin wordt een actrice zozeer belaagd door een slechterik dat Pat vergeet waar ze is en het toneel opgaat om in te grijpen. Daarna zingt Madame Mao het bekende ‘I am the wife of Mao Tse-tung’.

Hieronder Sumi Jo zingt ‘I am the wife of Mao Tse-tung’ voorafgegaan door balletscène:

De laatste scène laat de verschillende koppels aan het woord, in toenemende mate in privé conversatie. De sfeer wordt intiem, de echtparen dansen wat met elkaar of om elkaar heen. Kissinger en Chou En-lai lopen er wat verloren bij. Aan het slot zingt Chou ‘I am old and I cannot sleep’.

De uitvoering

Nixon in China19

June Anderson als Pat Nixon © Marie-Noëlle Robert

De door mij bezochte voorstelling was een groot succes. Er werd uitstekend gezongen en gemusiceerd. Franco Pomponi wist te overtuigen als Nixon, dit ondanks de geringe fysieke gelijkenis met de echte Nixon. Dat was anders bij June Anderson, volledig opgemaakt als First Lady Pat en in deze rol geheel in haar element. Ook bij Alfred Kim (Mao), Kyung Chun Kim (Chou) en Peter Sidhom (Kissinger) was sprake van goede typecasting.

Nixon Sumi

© Marie-Noëlle Robert

De meeste aandacht ging echter uit naar Sumi Jo die de rol van Madame Mao vertolkte. Ze bracht haar coloratuuraria met daarin een hoge D met verve en zag er verder net zo angstaanjagend uit als het echte kopstuk van wat indertijd ‘De bende van Vier’ werd genoemd. Die laatste constatering brengt mij bij de volgende beschouwing.

Actualiteit in operalibretti

Hedendaagse gebeurtenissen moeten een flinke langdurende impact hebben om interessant te blijven voor latere generaties operabezoekers. Nixon in China is voor ouderen wel aardig maar voor de generatie vanaf geboortejaar 1970 nauwelijks interessant. Nixons bezoek aan China zorgde in 1972 voor een politieke aardverschuiving binnen de koude oorlog arena maar de impact daarvan is inmiddels sneeuw van eergisteren. En wie weet er nu nog iets van ‘De bende van Vier’? Hooguit wordt die aanduiding nog wel eens in overdrachtelijke zin gebruikt zoals ook ‘De drie musketiers’ maar over de oorsprong en achtergrond tast men al gauw in het duister.

Iets dergelijks zien we bij de volgende Adams-Sellars productie The death of Klinghofer. De meeste operabezoekers zullen nog maar een vaag idee hebben waar dat eigenlijk over gaat. Wat dat betreft is het Manhattan Project in Doctor Atomic een veel betere keuze. De impact van de ontwikkeling van de atoombom is enorm en van blijvende aard. Het heeft de wereld definitief veranderd. Daardoor is dit onderwerp ook voor latere generaties direct aansprekend. De tijd zal het moeten leren maar persoonlijk verwacht ik dat deze opera meer kans heeft repertoire te houden dan Nixon en Klinghofer.

Teaser van Doctor Atomic door De Nationale Opera in Amsterdam:

Marin Alsop dirigeert NIXON IN CHINA