Geen categorie

Deidamia: een terecht vergeten opera van Händel?

Deisamia Èlisabeth_Duparc,_detta_La_Francesina

Élisabeth Duparc, who created the role of Deidamia

Deidamia… Heeft iemand ooit van de opera gehoord? Buiten Händel-liefhebbers en -verzamelaars? De echte ‘diehards’ kennen uiteraard elke noot ooit door het Engels-Duitse barokgenie op papier gezet, maar een doorsnee operaliefhebber? Blijkbaar toch wel, want anders was de opera niet op het repertoire van De Nationale Opera gezet. Denk ik.

De opera beleefde haar première op 10 januari 1741 en haalde maar drie voorstellingen. Het publiek vond het niet leuk. Händel zelf vond het een mislukking.

Het verhaal: Achilles verkleedt zich als een meisje om aan de Trojaanse oorlog te ontkomen. Het werd hem immers voorspeld dat hij er niet levend uit zou komen. Hij heet nu Pyrrha en heeft een verhouding met Deidamia (hmm… was de lesbische liefde toen al toegestaan?).

Ulisses weet hem uit zijn tent te lokken en zo komt zijn ware identiteit aan het licht. Niet echt een verhaal waar je warm voor loopt, maar wij, operaliefhebbers, wij kijken niet op een absurditeit meer of minder neer. Zelfs Il Trovatore en La Forza del Destino slikken wij zonder morren, nietwaar? Zolang de muziek maar mooi is. En daar is de hond begraven. Zelf vind ik er niets aan (SORRY!).

Deidamia-box

Een lange zoektocht heeft zegge en schrijve één opname opgeleverd. Hij is al tien jaar oud en werd ooit op Virgin Classics uitgebracht. Lang heeft het niet geduurd voor de opname van de markt verdween. Maar hij kwam terug, in een 15cd-box met allemaal onbekende en minder bekende Händels: Rodrigo, Radamisto, Admeto, Fernando en Arminio (Virgin Classics 6958622).

Voor een Händel-verzamelaar is zo’n box natuurlijk een must. De opnamen zijn gemaakt tussen 1977 (Admeto) en 2005 en onder de uitvoerenden treffen we veel grote namen aan: Sandrine Piau, Patricia Ciofi, Joyce diDonato, René Jacobs, Lawrence Zazzo… Om er maar een paar te noemen.

Jammer genoeg zijn er geen libretto’s bijgeleverd, althans niet in een gedrukte vorm. Het is een ‘budget-uitgave’, dus dat kan ik nog begrijpen. Maar zonder synopsis kan je geen kant op, zeker met al dat onbekende. En daar helpt een apart geleverde cd met de teksten niet echt bij, want: hoe moet je het doen?

Deidamia singel

Maar net op de valreep voor de Amsterdamse première in 2012, heeft Virgin Classics de opera alweer los uitgebracht, en nu wel met een bijgeleverde synopsis. Ik besloot om Deidamia nog een kans te geven en vol moed heb ik de cd’s in mijn speler gestopt.

Het is niet gelukt en daar kan de – zonder meer goede – uitvoering niets aan doen. De dirigent is goed, de zangers zijn goed, maar de muziek vind ik dodelijk saai. Maar laat u niet ontmoedigen, het ligt ongetwijfeld aan mij!


Over Victoria de los Angeles, madonna onder operazangeressen.

de los Angeles

Victoria de los Angeles was zonder twijfel één van de mooiste lyrische sopranen van haar generatie. Zij debuteerde in 1945 in het Liceu in Barcelona als de Grafin in Le Nozze di Figaro. Haar internationale doorbraak kwam toen zij in 1948 voor de BBC optrad als Salud in La vida breve van Manuel de Falla, een rol die ze voor het eerst scenisch vertolkte tijdens het Holland Festival in 1953.

de los angeles Salud

Eén jaar later zong zij Marguerite in Faust van Gounod in Parijs en daarna kwamen alle grote podia in de hele wereld

Haar echte naam was Victoria Lopez Garcia. Waarom ze ‘de los Angeles’ als haar toneelnaam had gekozen? Ach, zo belangrijk is het ook weer niet, maar het paste haar als een handschoen. Niet alleen zag ze eruit als een Spaanse Madonna, ook haar stem was engelachtig: bloedmooi en van een onschuldige schoonheid. Iets wat haar minder geschikt maakte voor sommige rollen, zoals bij voorbeeld Violetta. Niet dat het slecht was, maar het klonk wel heel erg kuis.

En toch was zij één van de beste Manons (Massenet), ook niet het voorbeeld van een ‘fatsoenlijke’ vrouw:

Ook haar vertolking van Carmen is waanzinnig goed. Niet hoerig en niet zo zelfverzekerd, maar o zo aantrekkelijk!

Haar stem was niet alleen lyrisch, warm en delicaat maar ook zeer aristocratisch, waardoor haar Mimi en Cio Cio San behalve broos en hulpeloos iets koninklijks kregen en zelfs Santuzza verrijkt werd met een beetje nobiliteit.

Maar de los Angeles was meer dan alleen een operadiva. Behalve in opera’s trad zij veelvuldig op als concertzangeres op en was een zeer begenadigd liedzangeres. Er wordt over haar verteld, dat zij aan het begin van haar carrière, vóór ze in een opera ging optreden, erop stond om eerst een liedrecital te geven. Zo kon zij zich eerst aan het publiek voorstellen als de echte Victoria en niet als een operapersonage.

Haar repertoire was onvoorstelbaar groot. Zij zong Italiaanse, Spaanse, Franse en Duitse liederen en wist als geen ander op alles wat zij zong een eigen stempel te drukken. Haar Brahms en Mendelssohn zijn onweerstaanbaar, en bij haar ‘Ich Liebe Dich’ van Grieg wordt men vanzelf verliefd.

Haar liefdevolle, ietwat zoetige timbre, haar souplesse en haar vermogen om woorden te kleuren maakten haar bijzonder geschikt voor het Franse repertoire. Haar Debussy, haar Ravel, haar Delibes (luister maar even naar ‘Les filles de Cadiz’!) zijn werkelijk ongeëvenaard.

Voor het Spaanse lied had ze net zoveel betekend als Fischer-Dieskau voor het Duitse of  Peter Pears voor het Engelse. Zij zong werkelijk alles, wat in haar vaderland werd gecomponeerd: beginnend met de middeleeuwse liederen en sefardische romanceros en eindigend in zarzuelas en hedendaagse composities.

Hopelijk is deze album nog steeds te koop.


Victoria de los Angeles
The very best of
Warner Classics 5758882 (2 cd’s)

Wat is het verschil tussen terrorist en een diva? ‘Caballé, de muziek voorbij’

Caballe docu

“Allemaal hebben wij buitengewoon veel aan muziek te danken (…) Het is een vorm van expressie die niet zo zeer van het denken als van het voelen komt”. Die woorden komen van één van de grootste zangeressen van de twintigste eeuw, Montserrat Cabballé.

In zijn film Caballé Beyond Music portretteert Antonio Farré de diva*, haar leven en haar carrière, hij spreekt met haar, haar intimi en haar collega’s. In de documentaire zijn er ook veel (archief)beelden te zien en te bewonderen, beginnend met Caballé’s debuut in Il Pirata in 1966 in Parijs.

De film is gelardeerd met leuke anekdotes zoals die, hoe ze een deur kapot smeet omdat men haar niet toestond om vrij te nemen (Caballé wilde de voorstelling van Norma met Maria Callas bezoeken). Hoe ze een generale repetitie in La Scala had stopgezet omdat ze merkte dat het orkest niet goed was gestemd. Over haar debuut in de Metropolitan Opera in New York, de ontdekking van José Carreras (wat was hij mooi!), haar vriendschap met Freddy Mercury ….

Over haar Tosca in het ROH in Londen in de productie die voor Callas was gemaakt. Daar was zij niet gelukkig mee, het voelde niet goed, maar niemand die er iets aan wilde veranderen. Caballé belde Callas op, het was precies acht dagen voor haar dood, en beklaagde haar lot. “Maar natuurlijk voelt het niet goed”, zei Callas. “Ik ben lang en jij niet, ik ben slank en jij niet, ik heb lange armen en jij niet. Zeg tegen ze, dat ze me bellen, ik zal ze overtuigen dat je mij niet bent”.

En zo werd de productie voor Caballé aangepast. “Kopieën zijn nooit goed”, zegt Caballé, en ik ben het met haar eens. Dit is een fascinerend portret van een fascinerende zangeres. Zeer, zeer de moeite waard.

* Londense taxichauffeur: “wat is het verschil tussen terrorist en een diva? Met terrorist kun je onderhandelen”.

Caballé beyond music
Met José Carreras, Plácido Domingo, Joan Sutherland, Cheryl Studer, Giuseppe di Stefano, Freddie Mercury, Claudio Abbado e.a.
Regie Antonio A. Farré
EuroArts 2053198

Roberto Alagna doet Caruso na

Alagna Caruso

Wat is de zin van deze album? Alagna fans zullen er ongetwijfeld van smullen maar verder? Het is een ratjetoe van van alles, zonder enige logica bij elkaar geraapt. De ‘reden’: al die stukken werden ooit door de legendarische Caruso gezongen.

Maar zelfs dat klopt niet echt want het openingsnummer, ‘Caruso’ werd in 1986 gecomponeerd door Lucio Dalla en, gezongen door Luciano Pavarotti een wereldhit geworden.

Toen had ik een beetje zwak voor, maar nu vind ik het niks. Het ligt aan Alagna en zijn voordracht: dat lekkere schmieren, dat lukt hem niet. Bovendien zingt hij alles op dezelfde manier, met voornamelijk veel forte en fortissimo, waardoor het geheel gewoon saai is. En dat is best jammer want op de cd zijn aria’s opgenomen die je zelden of nooit hoort.

In ‘Sento una forta indomita’ uit Il Guarany van Carlos Gomez wordt Alagna bijgestaan door zijn vrouw, de sopraan Aleksandra Kurzak en in ‘Il qualuttà trascorere’ (I Lombardi van Verdi) doet ook de bas Rafal Siwek mee. De begeleiding van het Orchestre National D’ile-de-France onder leiding van Yvan Cassar is zonder meer goed, al had ik meer nuancen willen horen.

Er zit ook nog een echte rariteit bij: ‘Vecchia zimarra’ uit La Bohème van Puccini. In de opera wordt de aria gezongen door Colline, een bas, maar het schijnt dat Caruso het ooit heeft gezongen toen hij inviel voor een zieke collega.

En de titel? Ooo… maar dat is simpel verklaard: Caruso werd in 1873 geboren. Logisch, toch?


Caruso 1873
Dalla, Rossini, Händel, Pergolesi, Verdi, Puccini, Rubinstein, Gomes, Tchaikovsky, Massenet. Leoncavallo, Cilea, Rhodes, Bizet e.a.
Roberto Alagna (tenor), Aleksandra Kurzak (sopraan), Rafal Siwek (bas)
Orchestre National D’ile-de-France olv Yvan Cassar
Sony 005048219075

De Neus: bittere satire van het allerhoogste niveau

De Neus

De Neus, de eerste opera van Dmitri Sjostakovitsj is gebaseerd op de gelijknamige novelle van Nikolaj Gogol. Voornamelijk dan, want hij gebruikte ook Gogols andere verhalen en van Fjodor Dostojevski heeft hij een volksliedje uit zijn Gebroeders Karamazov ‘geleend’

Het volstrekt absurde libretto verhaalt over de verdwijning, een desperate zoektocht en de wonderlijke terugkomst van de neus van majoor Kovaljov. Is het een droom? Een werkelijkheid? Het doet er eigenlijk niet toe. De opera is een bittere satire op een kleinburgerlijk milieu en de communistische maatschappij. Onder de groteske bovenlaag ligt heel wat leed verscholen: corruptie, onnozelheid en onbekwaamheid.

Er zijn maar liefst zeventig personages en de opera speelt zich op verschillende locaties af. Soms krijg je het gevoel midden in een film te zijn beland, zeker ook doordat de gebeurtenissen elkaar in een rap tempo opvolgen. De hoofdpersonen krijgen allemaal een persoonlijke begeleiding van een bepaald instrument, waardoor er een soort leidmotief wordt gecreëerd.

Het orkest speelt niet minder dan briljant, al legt Valery Gergiev voor mijn gevoel te veel nadruk op het groteske, waardoor de ernst van het verhaal het onderspit moet delven. Maar het klinkt werkelijk fantastisch.

De solisten zijn van het allerhoogst niveau, met Vladislav Sulimsky (Kovaljov) en Sergei Semishkur (de Neus) voorop.


Vladislav Sulimski, Alexei Tanovitski, Sergei Semishkur,Tatiana Kravtsova e.a.
Mariinski Soloists, Orchestra, and Chorus olv Valery Gergiev
Mariinsky MAR0501

 

The final word on Turandot has not yet been spoken

https://c8.alamy.com/comp/C5WMNB/turandot-poster-for-the-1926-production-of-puccinis-opera-at-la-scala-C5WMNB.jpg

VIENNA 1983

Turandot Carreras

Harold Prince, with no less than 21 Tony Awards to his name, one of the biggest (if not the biggest) musical producers/directors, tackled ‘Turandot’ (Arthaus Musik 107319) in 1983, with very impressive results. He created a world of illusion ruled by fear, where the inhabitants, dressed in dazzling costumes, hide themselves (and their true feelings) behind masks. Beautiful and terrifying at the same time.

Eva Marton sings a phenomenal Turandot and Katia Ricciarelli is a fragile, pitiful Liù. Her “Signore ascolta” spun out with the most beautiful pianissimi is heartbreaking.

And José Carreras… He makes me cry too, because at the age of 37 he had one of the most beautiful (lyrical) voices in the world. But Calaf was not his role. He sings it beautifully, but one hears him crossing his own boundaries. And yet …. His hopeless macho behaviour, which goes against all odds, not only fits the concept of the director, it also illustrates Calaf’s character perfectly. At least for me.

The orchestra from Vienna is conducted by Lorin Maazel. Not my favourite conductor, but in this case, I have no reason to complain.

NEW YORK 1987

Turandot Domingo

There was a period when I thought I’d had enough of the larger than live productions by Franco Zefirelli. I only thought so, because now I yearn to see them again. All the more so because it was not just pomp and circumstance: Zefirelli was undeniably a very good personal director, with him the interaction between the characters was always perfectly timed as well.

Plácido Domingo is a different story. As many of you know (if not, you know it now) he is my absolute hero and idol, but he is so kind! And sweet! He sings the role better than Carreras (incidentally – neither gentlemen was a champion of high notes). His voice is bigger and stronger, but in terms of drawing a character Carreras wins.

Leona Mitchell (what happened to her?) is a very moving Liù. And her skin colour means you can feel for her as a slave (so not good enough for Calaf).

VALENCIA 2008

For lovers of fairy tales, stunningly beautiful and colourful costumes, overwhelming sets, and opera ‘as opera is supposed to be’: the production from Valencia, recorded in May 2008, will make your heart beat faster and even with your ears closed, you will enjoy it immensely.

The famous Chinese film director Chen Kaige (a.o. ‘Farewell to my Concubine’) pulls out all the stops and lets you gasp for breath from the very first moment. There is no lack of visual pleasure, which does not mean that it is musically not good.

Maria Guleghina is not the most subtle of contemporary sopranos. She always remains a bit unapproachable and cold, but she has a huge voice and her high notes are as solid as a rock: here we have the perfect interpreter of the title role. Marco Berti is the prototype of an ‘old-fashioned Italian tenor’: straightforward, little movement. However, his sound is also unmistakably ‘old-fashioned Italian’: grand, ringing, with a touch of Bergonzi in his timbre and a beautiful height.

Alexia Voulgaridou is a very moving Liù and the three ministers are extremely convincing.

The orchestra (Orquestra de la Comunitat Valenciana) under maestro Mehta does its best to sound as Chinese as possible, which they do wonderfully well (C Major BD 700404/DVD 700308).

ARENA DI VERONA 2010

Turandot Licitra dvd

I’m having a hard time with this. I watch and listen to Salvatore Licitra and cannot control my tears. He has never been my favourite tenor, but knowing  that you are watching and listening to what was probably his very last recording (in September 2011 he had a fatal accident on his native island, Sicily), makes judging, let alone ‘enjoying’ this very difficult.

Turandot Licitra

Salvatore Licitra courtesy of San Diego Opera

And what can I say about the production itself? It’s a good old Zefirelli, with all the frills, although he does change things a little here and there. But the atmosphere in Verona is to be jealous of, so beautiful.

The moon is lit and you imagine yourself in the middle of a fairy tale. The images are undeniably beautiful and it remains a fascinating spectacle, especially if you are sensitive to it.

And the execution? Maria Guleghina was the reigning Turandot at the time and she is doing very well, but she has also grown older and a certain routine has crept into her voice and her portrayal. I also hear a frayed edge in her heights.

Luiz-Ottavio Faria is a very moving Timur and Tamar Iveri a beautiful, if not really memorable Liu. Difficult (BelAir BAC066).

ROYAL OPERA HOUSE LONDON 2013

turandot Serban

Do you hate Calaf as much as I do? He has to be one of the most unsympathetic opera heroes: selfish, egocentric and keen on money and power, capable only of loving himself. Once started he can’t be stopped by anything or anyone: neither by the supplications of Liu and his father, nor by the wise words of Ping, Pang and Pong. The world to which he wants to belong is one of glitter and false appearances, where only the outside counts.

Or do you really think he is in love with Turandot?

Sometimes I suspect Puccini deliberately didn’t finish his opera. How do you create a happy ending to a fairy tale that is a series of tortures, murders and suicides?

Maybe I’m not the only one. Director Andrei Serban stops the opera for one long minute after Liu’s death, in which all actions freeze. I am very grateful to him for this, because Timur’s cry for help (“wake up Liu, it’s morning already”) resonates so strongly in your head.

The thirty-five year old production – which, after travelling half the world, returned to Covent Garden in 2013 – has lost none of its beauty and still fascinates from start to finish. The performance, with its beautiful choreography, is a feast for the eyes: dazzling and colourful, with a very dominant colour red.

Marco Berti is a fine although somewhat stately Calaf and Lise Lindstrom sings an absolutely convincing Turandot. Something I unfortunately can not say of Eri Nakamura (Liu).

The young Henrik Nánási has a long way to go before he can call himself a ‘Puccini conductor’. He still lacks a dose of healthy sentiment. But he is capable.

This is not the best performance of Turandot, but perhaps, at least to me, it is one of the most beautiful to watch.

Below is a trailer of the production:

AND ON CD

Turandot Cigna

For years the recording with Birgit Nilsson, led by Francesco Molinari-Pradelli (once EMI 7693272) was my absolute favorite. It couldn’t and can’t be better, basta. Until a while ago I re-listened an old CD with Gina Cigna (Naxos 8.110193-94) I had not heard in ages and now I am not so certain any longer.


Both Nilsson and Cigna have great voices with which they can easily handle the role, but Cigna has much more ‘italianitá’. On the other hand there is the icy chill in Nilsson’s timbre, which makes her a personification of the ice princess.

Franco Corelli and Francesco Merli are equally matched: macho and powerful. But Merli sounds a little more distant than the warmer and very seductive Corelli.

Turandot Scotto
Renata Scotto is a very fragile and moving Liu, but so is the young Magda Olivero. Difficult. The choice is yours. Although: who says you should choose?


ALFANO

Turandot Alfano en Puccini

Franco Alfano with Puccini

Finally, a few words about the ‘Alfano ending’. Twenty-five years ago (does time go so fast!?) it was performed at the Vlaamse Opera in Antwerp and since then I’ve become a real fan of it. It’s such a shame that it was never officially recorded!

The CD on which Josephine Barstow sings the original Alfano ending with Lando Bartolini (Decca 4302032) has unfortunately been out of print for years. It really deserves to be re-issued.

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Het laatste woord over Turandot is nog niet gezegd

Rosa Raisa: from the Bialystok ghetto to La Scala in Milan

Turan Dokht toch, of toch Turandot?

Tekst: Neil van der Linden

turan-dokht-rodrick-estimada-2

De Iraanse componiste Aftab Darvishi en de Nederlandse regisseuse en in dit geval ook librettiste Miranda Lakerveld hebben een muziektheaterstuk geschreven, op kameroperaformaat, gebaseerd op het oerverhaal achter Turandot, in de operawereld vooral bekend van Puccini, maar ook van een opera en een suite van Busoni, en een ouverture van Von Weber.

Als toneelstuk is Turandot bekend van de 18e-eeuwse Italiaanse theatervernieuwer Gozzi, van Schiller en van Brecht. Gozzi liet het verhaal spelen in Perzië, conform vertalingen van Nizami’s teksten uit het Perzisch. Schiller transformeerde het verhaal naar China, en zo kwam het bij Puccini, Busoni en Brecht terecht, hoewel zelfs in Schillers tijd iemand Schiller’s chinoiserie weer terug transponeerde naar Perzië.

De eerste opgeschreven vorm van het verhaal komt uit Haft Pekar, ‘Zeven Kleuren’, van Nizami 1141–1209, die werd geboren in wat nu Azerbeidzjan heet. Die geboorteplaats leidde er toe dat ook Azerbeidzjan de auteur als nationale dichter opeist, ook al spreekt men er een andere taal, en dat Azerbeidzjan een eigen traditie heeft van muziek gebaseerd of Nizami’s Haft Pekar. Uzeyir Hajibeyov schiep een nationale opera-stijl, gebaseerd op een mengvorm van symfonische en lokale traditionele muziek, met onder meer werken gebaseerd op Nizami. Die opera’s worden nog voortdurend uitgevoerd. Een andere Azerbeidzjaanse componit, Gara Garayev, protégé van Shostakovitsj, schreef een geregeld uitgevoerd ballet op Haft Pekar.

Regisseuse Miranda Lakerveld heeft eerder Iraans ritueel theater onderzocht. Ze werkte ook eerder met componiste Aftab Darvishi samen, in de ‘Afro-Arabische barokopera’ Het Offer, een bewerking van het oratorium Jephte van Carissimi, met toevoegingen uit muziek uit gemeenschappen met verschillende migratieachtergronden in Amsterdam, die werd uitgevoerd in theaters in De Baarsjes en Bos en Lommer in Amsterdam.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

Turan Dokht betekent dochter van Turan, een algemene benaming in het Perzisch voor een prinses; Turan is een half-mythische Centraal-Aziatische rijk direct noordelijk van Iran, wat nu Kazachstan, Oezbekistan, Turkmenistan en Tadzjikistan is. Ik vraag me af of je kunt zeggen dat dat dit werk een ‘interculturele herschrijving’ van Puccini’s Turandot is, zoals het programmaboek vermeldt. Of als de makers dat inderdaad wilden, of dat nodig is. Deze Perzische of eigenlijk deels Centraal-Aziatische Turan Dokht heeft een eigen bestaansrecht, zij het met een knipoog naar Puccini’s opera, waarvan fragmenten worden gebruikt in de muziek, vooral tijdens de hoogtepunten van de amoureuze verwikkelingen.

Aftab Darvishi heeft aan het Haags conservatorium gestudeerd, onder meer bij Yannis Kyriakides, en in Amsterdam is ze afgestudeerd op filmmuziek. De muziek werkt vaak filmisch. Darvishi brengt ook elementen van de Iraanse eigentijdse klassieke muziek, die we in de buurt van eigentijdse Kaukasische en Russische muziek kunnen plaatsen. Dat is allemaal te horen en de muziek zou ook geschikt zijn voor een film. Naast de strijkers, blazers en piano worden voor een soort recitatieven een kemenche (Iraanse staande viool) en slagwerk gebruikt, en de kemenche speler zingt een deel van het verhaal, een rol die tussen die van een epische dichter-zanger uit de Perzische traditie en die van een recitatiefzanger uit een barok-oratorium inligt.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

De handeling wordt begeleid en vaak geleid door een drietal zingende actrices, Sarah Akbari, Niloofar Nedaei en Tahere Hezave (dezelfde die twee weken geleden in de Operadagen Rotterdam het fraaie Promethe/The Plague uitvoerden met muziek van de dirigent van deze voorstelling Navid Gohardi). Ze leiden de verhaallijn en zingen poëtische teksten over de zeven kleuren en de zeven planeten, in complexe polyfonieën die soms zijn ontleend aan Westerse klassieke harmonieën, soms aan Iraanse folklore.

Dit meerstemmig zingen is in Iran overigens soms een bittere noodzaak. Vrouwen mogen officieel niet solo zingen voor gemengd publiek. (Al wordt daar vaak de hand mee gelicht; Puccini’s Gianni Schicchi tot en met My Fair Lady zijn er onlangs uitgevoerd en ook Humperdincks Hänsel und Gretel. Truc was om in elk geval bij de première af en toe iemand mee te laten neuriën, dan kon zelfs de censuurcommissie, zelf bestaande uit bevriende musici, zeggen dat er niet solo werd gezongen; wel kostte dit op zeker moment toch de Minister van Cultuur – en ‘Islamic Guidance’ – zijn baan. Ook deze Turan Dokht is in Teheran opgevoerd.)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

©Nichon Glerun

De drie actrices fungeren als een koor uit een Griekse tragedie, maar ze hebben ook iets van schikgodinnen, of misschien wat dichter bij huis djinns. En ze zijn hofdames, vrouwelijke evenknieën van Ping, Pang en Pong, de drie ceremoniemeesters uit de opera van Puccini.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

Deze Turan Dokht is niet de ijsprinses van Puccini. Wel stelt ze ook hoge eisen aan wie haar benadert, en er wordt gerept van wat voor bloedigs kan gebeuren als huwelijkskandidaten een fout maken. De prinses werd in de Nederlandse première vertolkt door Ekaterina Leventhal, een imposante verschijning, in een soort Oezbeeks gewaad; wel, ze is van Oezbeekse afkomst is, en dus eigenlijk ‘Turaans’.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

De prins is Arash Roozbehi, een jonge Iraanse bariton die aan de Artez hogeschool heeft gestudeerd, en die er overtuigend uitziet als prins. Een beetje een onhandige prins, maar dat wekt juist de vertedering van de drie ‘schikgodinnen’ annex ‘hofdames’, die hem onmiddellijk onder hun hoede nemen en hem zelfs nog voordat hij Turan Dokht heeft gezien de antwoorden op de vragen die zij altijd stelt verklappen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

©Nichon Glerun

Als de ontmoeting met de prinses dan plaats vindt dreunt hij meteen alle antwoorden op voordat zij nog maar iets heeft kunnen vragen. Hij moet echter nog één raadsel oplossen, haar naam, en wel nadat ze de nacht samen hebben doorgebracht op twee meter van elkaar. Tijdens die nacht besluit zij dat zij hem zelf haar naam zal vertellen door middel van een kus die zij hem bij het krieken van de dag zal geven. Een interessante feministische interpretatie dus. De schikgodinnen/hofdames helpen de prins, en Turan Dokht besluit zelf het heft in handen te nemen en een eind te maken aan al het geheimzinnige gedoe. Goed en wel ontwaakt zingen ze samen nog een stukje Puccini. In het hele land is het feest, de musici op de Iraanse instrumenten spelen folkloristische dansmuziek en dan eindigt de opera.

Er mag nog apart iets worden gezegd over de bijzondere video-animaties, gemaakt door Siavash Naghshbandi, gebaseerd op zeven kleuren, waarin ook de zeven planeten worden verbeeld door middel van fraaie lichtprojecties, op de vloer en tegen de achterwand. Ook fragmenten van Perzische miniaturen worden gebruikt, vermoedelijk afkomstig uit geïllustreerde uitgaven van Nizami’s werk, en geometrische patronen zoals we die van de Perzische tapijtkunst kennen.

Compositie: Aftab Darvishi
libretto, regie: Miranda Lakerveld

zang:
Ekaterina Levental (Turan Dokht),
Arash Roozbehi (De onbekende prins),
Sarah Akbari, Niloofar Nedaei,Tahere Hezave

dirigent: Navid Gohari
video: Siavash Naghshbandi

Gezien 5 juni Muziekgebouw aan t IJ.