Christopher_Purves

Drie redenen waarom u beslist naar ‘Oedipe’ in Amsterdam moet gaan

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 130

© Monika Rittershaus

Op 6 december 2018 is Oedipe van George Enescu in première in Asterdam gegaan. De productie van Àlex Ollé (La Fura dels Baus) en Valentina Carrasco is weliswaar voor Nederland nieuw maar het is al eerder te zien geweest, in Londen en Brussel. De reacties van zowel de pers als het publiek waren toen zeer positief en in het Amsterdamse Muziektheater werd de hele cast, inclusief regie-team op een echte jubel getrakteerd. Terecht zo. Ik kan minstens drie redenen bedenken waarom u de voorstelling  niet mag missen

1.DE OPERA ZELF

Enescu viool

George Enescu

George Enescu kennen we voornamelijk als één van de grootste violisten van de vorige eeuw en als de leraar van o.a. Jehudi Menuhin. Zijn vioolcomposities zijn alom geliefd, maar weinig mensen kennen zijn vocale werken. Zijn (enige) opera Oedipe beleefde zijn première in Parijs in 1936 en moest maar liefst zestig jaar wachten op zijn revival (voor het gemak tel ik de productie in het Roemeens in Boekarest 1958 niet mee). Waarom? Geen idee. Enescu schreef ooit dat de opera hem het meest na aan het hart lag, niet omdat hij dacht dat het zijn sterkste compositie was (het was niet aan hem om het beoordelen, voegde hij er aan toe), maar omdat hij er zeker van was dat het hem gelukt was van zijn hoofdpersonage een mens van vlees en bloed te maken. Een mens dat niet in staat is zijn lot te keren, maar door het accepteren ervan kan hij het lot overwinnen. Een mens is sterker dan zijn lot: dat is de antwoord op het raadsel van Sfinx en dat is tevens het hoofdthema van Enescu’s opera.

Edmond_Fleg

Edmond Fleg

Het werkelijk geniale libretto werd geschreven door de voorzanger, dichter, filosoof en toneelschrijver Edmund Fleg, dezelfde die ook Ernest Bloch van het libretto voor diens Macbeth voorzag. Fleg baseerde zich op twee toneelstukken van Sophocles: ‘Koning Oedipus’ en ‘Oedipus in Colonus’, waardoor we het leven van de titeldheld vanaf zijn geboorte tot zijn (mystieke) dood meemaken.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 138

© Monika Ritershaus

Dat de opera een meesterwerk is, dat staat buiten kijf. Het is niet makkelijk om de muziek te beschrijven, het staat namelijk op zichzelf. Je hoort wel dat Enescu ‘zijn Schönberg en het sprechgesang’ kende, maar het is nergens atonaal en is ook voor een niet geoefende oor makkelijk te volgen. Alle dissonanten klinken vanzelfsprekend en als u associaties krijgt met de Roemeense folklore dan heeft u gelijk. Nieuwsgierig geworden? Gaan en laat je onderdompelen.

2.DE ZANGERS. ALLEMAAL

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 167

Johan Reuter (Oedipe) en het Koor van de Nationale Opera © Monika Rittershaus

De bezetting van de opera kent geen één zwakke schakel. Geen één. Alle, maar dan ook alle rollen zijn met alleen maar sterren bezet. Ook het koor van de Nederlandse Opera. Voor de verandering mochten ze weer eens op de bühne staan en het leverde niet alleen een werkelijk overweldigende klank, maar het was visueel ook meer dan spectaculair. Wat een prestatie! Bravi!

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 202

Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Voor Johan Reuter was de rol van Oedipe niet nieuw, hij zong hem al in het Royal Opera House in Londen. Het is een hel van een rol, een echte tour de force. Oedipe is vrijwel constant aan het zingen, bovendien wordt hij in elke acte twintig jaar ouder. Iets wat je niet alleen met schmink maar ook met je zang moet over kunnen brengen en dat lukte Reuter perfect. Ik zou mij misschien wat meer persoonlijkheid in zijn bühneprésence willen wensen, peanuts eigenlijk.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 270

Eric Halfvarson (Tirésias) en Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Eric Halfvarson was een formidabele Tirésias. Zijn overweldigende bas: groot, donker en resonerend droeg tot alle hoeken in het huis. Daar stond iemand om wie je niet heen kon.

Christopher Purves’ (Créon) optreden was buitengewoon sterk. Hij was de echte schurk in het verhaal, het was iemand om rekening mee te houden. Een grote prestatie..

 

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 275

Sophie Koch (Jocaste) en Johan Reuter (Oedipe Monika Rittershaus

 

Het was de eerste keer dat ik Sophie Koch (Jocaste) live hoorde. Tot nu toe kende ik haar alleen van haar cd- en dvd-opnamen en ik moet zeggen dat ze live nóg beter is, nóg overtuigender. Haar mezzosopraan is licht getimbreerd, met mooie, warme tonen en een groot volume. Ook haar portrettering van de ongelukkige koningin/moeder/echtgenote was buitengewoon indrukwekkend.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 254

Violeta Urmana (Sfinks) © Monika Rittershaus

 

Sfinks is niet echt een grote rol, maar het biedt een zangeres veel mogelijkheden voor een soort ‘showstoper’. En dat deed Violeta Urmana meer dan uitstekend.

 

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 290

Heidi Stober (Antigone) en Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Heidi Stober was een mooie, meelijwekkende en tot tranen toe roerende Antigone, James Creswell was een imponerende Phorbas en Ante Jerkunica was een luxe bezetting van de kleine rol van Le Veilleur.

François Lis zette een uitstekende Le Grand-Prêtre neer, Alan Oke was een prima Le Berger en André Morsch een (ook letterlijk) mooie Thésée. Ook Catherine Wynn-Rogers (Mérope), Mark Omvlee (Laïos) en de uit de Natotionale Opera Studio afkomstige Polly Leech (Une Thébaine) mogen niet onvermeld worden.
Een echte sternstunde.

3.HET ORKEST

Onder de zeer inspirerende leiding van hun chefdirigent Marc Albrecht heeft het Nederlands Philharmonisch Orkest zichzelf overtroffen. U mag best weten dat ik mij op een enorme orkestklank voorbereidde met veel decibellen en best bang was dat de zangers overschaduwd zouden worden. Niet dus. de klank was inderdaad overweldigend maar niet overheersend en elke zanger was uitstekend te volgend. Petje af.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 247

Catherine Wynn-Rogers (Mérope) en Oedipus (Johan Reuter) op de couch © Monika Rittershaus

De productie zelf is een beetje onevenwichtig en dat is jammer, want het had een absolute top kunnen zijn. Zeker met het zeer sterke begin en het weergaloze einde, waarbij het niet alleen een lust was voor het oor maar ook voor het oog. Ook de scéne met Sfinx kon mij zeer bekoren. Maar de scéne waarin de jonge Oedipus achter de waarheid van zijn afkomst probeert te komen werd helaas totaal verpest doordat Ollé hem de plaats op de couch van een psychiater liet nemen en hem door zijn moeder (hier psychoanalytica) laat analyseren. Alsof we niet weten waar de Freudiaanse ‘oedipuscomplex’ vandaan komt.

Ook de moordscene sloeg nergens op. Het meest leek het op een uit de hand gelopen ‘gele hesjes’ vertoning die in een ordinaire doodslaan eindigde. Knudde. En waarom moest een felle lamp in de ogen van de toeschouwers schijnen? Moest dat wellicht het naderende blind worden (verblinden) symboliseren? Knudde.

De enscenering van de derde acte vond ik niet bij het verhaal passen: Ollé heeft hier zijn obsessie met de Eerste Wereldoorlog botgevierd. Maar eerlijk is eerlijk: echt er aan gestoord heb ik mij niet, al zou ik toch graag een algehele verbod op machinegeweren en gasmaskers in de opera willen invoeren.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 237

© Monika Rittershaus

Ondanks de kanttekeningen: mensen ga dat zien! Ik verzeker u van een onvergetelijke avond met een onvoorstelbaar geniale muziek uitgevoerd door de beste musici die u zich kunt wensen!

Voor mij dé voorstelling van het jaar

Trailer:

Oedipe is nog tot en met 25 december te zien in Nationale Opera & Ballet.
Zie voor meer informatie: /opera/2018-2019/voorstelling/oedipe

 

Falstaff van Verdi in zes opnamen

Falstaff

“Tutto nel mondo è burla… tutti gabbati!” Oftewel: “Alles in de wereld is een grap… we zijn allemaal bedrogen.” Het is een beetje een tegelspreuk, maar de oude Verdi en zijn librettist Boito wisten heel goed wat ze deden.

In Falstaff laten ze een wereld zien waarin iedereen iedereen bedriegt. Maar zo is het nu eenmaal; we hebben het maar te accepteren. Laten we er daarom maar om lachen… Zo eindigt één van de beste opera’s ooit: met een glimlach en een vette knipoog.

HERBERT VON KARAJAN

Falstaff Karajan

De opnamen van Falstaff zijn legio, zowel op cd als op dvd.

Waar u absoluut niet zonder kunt is de lezing van Herbert von Karajan uit 1956 (Warner 0190295935092). De onder de supervisie van Walter Legge gemaakte opname was meteen al een legende en legende is het gebleven. Karajan had de beschikking niet alleen over de allerbeste zangers die er toen waren, maar ook over een fantastische studio en een opnameleider zoals ze niet meer gemaakt worden. Titto Gobbi werd geboren om Falstaff te zingen en een mooiere Fenton dan Luigi Alva bestaat gewoon niet. Ik vind de maniertjes van Elisabeth Schwarzkopf niet altijd leuk, maar zij is een overtuigende Alice en als Ford is Rolando Panerai helemaal op zijn plaats. En dan nog Fedora Barbieri als Quickly…. Heerlijk.


 

COLIN DAVIS

falstaff-panerau-colin-davis

De opname die Colin Davis in 1991 voor RCA heeft gemaakt (tegenwoordig Sony 8869745801-2) kwam best dichtbij, al heeft hij de Karajan niet kunnen evenaren. Het ligt deels aan het orkest van Bayerischen Rundfunks, maar ook aan de opnamekwaliteit.

Davis’ zangersensemble is bijzonder sterk, zeker naar de huidige maatstaven, maar op Marylin Horne na, die zich zonder meer met Barbieri kan meten, is de cast toch een maatje kleiner. Rolando Panerai, bij Karajan een Ford uit duizenden, doet het als de ‘gezellige dikkerd’ minder goed, zeker als je hem vergelijkt met Gobbi

Fantastisch daarentegen zijn de bijrollen: met Piero de Palma (dr.Cajus) haalde Davis één van de beste comprimari ooit in huis. In de kleine rol van Pistola horen we niemand minder dan Francesco Ellero d’Artegna.


JAMES LEVINE

Falstaff Levine

Frank Lopardo, Marylin Horne en Piero de Palma zijn niet alleen van de partij bij Colin Davis, maar ook in de Zeffirelli-productie die in 1992 werd opgenomen bij de Metropolitan Opera in New York (DG 0734532). Een spetterend voorstelling!

Jonge Levine stuurt de muziek alle kanten uit, het is alsof er niet één, maar vier dirigenten voor het orkest staan. Zoveel energie doet je naar adem happen.

Paul Plishka is een kostelijke Falstaff en de rest van de bezetting doet je gewoon kraaien van plezier: Mirella Freni is Alice, als Meg horen wij de piepjonge Susan Graham en Marylin Horne is een Quickly uit duizenden. Tel daar de werkelijk heerlijk zingende jonge geliefden (Barbara Bonney en Frank Lopardo) bij op en vergeet de twee comprimari niet: de onnavolgbare Di Palma (Dr. Cajus) wordt hier bijgestaan door een andere grootheid, Anthony Laciurra (Bardolfo). En wat je ook van Zefirelli vindt: het is altijd een feest om naar zijn producties te kijken!

Hieronder finale van de opera:

TULIO SERAFIN

Falstaff Taddei vai

Eén blik op de bezetting is al voldoende om een opera liefhebber te doen watertanden. De cast is vrijwel identiek aan die van von Karajan, maar nu, met beeld erbij is het gewoon niet te versmaden.

Falstaff was Giuseppe Taddei’s glansrol, waarmee hij overal ter wereld de grootste successen boekte. Zijn krachtige, donkere bariton, zijn enorme inlevingsvermogen, een buitengewoon acteertalent en een geweldig gevoel voor humor maakten van hem een fantastische Falstaff, nog steeds onnavolgbaar en inmiddels legendarisch.

In de RAI productie uit 1956 (VAI 4333) werd hij omringd door de allerbeste collega’s uit het Italiaanse operavak. Rosanna Carteri was een mooie, warmbloedige Alice, Scipio Colombo een viriele Ford en Fedora Barbieri een imponerende Mrs. Quickly. Anna Moffo en Luigi Alva zorgden voor de mooiste lyrische momenten, en dat alles werd gedirigeerd door niemand minder dan Tulio Serafin.

Anna Moffo zingt ‘Sul fil d’un soffio etesio’:

BERNARD HAITINK

Falstaff Terfel

De productie van Graham Vick (Opus Arte OA 0812 D) luidde in 1999 de vernieuwde Covent Garden in en er werd noch geld noch moeite gespaard om het zo leuk mogelijk te maken. De kostuums zijn werkelijk oogverblindend, het decor geestig, en al lijkt het geheel een beetje op het theater van de lach (zo “draagt” Falstaff een geelgroen gestreepte penis onder zijn buik),  je vergeet de hele wereld om je heen.

Barbara Frittoli schittert in de rol van Alice Ford en ook de rest van de cast is zonder meer goed. De hoofdrol wordt gezongen door de toen 34-jarige (!) Bryn Terfel, die werkelijk alles doet om ons te overtuigen dat hij de perfecte Falstaff kan neer zetten. Is het hem gelukt? Ja en nee. Terfel is (en was toen al) zonder meer één van de beste zangers en acteurs van onze tijd. Zijn mimiek, zijn bewegingen, alles is tot in het uiterste geperfectioneerd. En met de hulp van de grime- en kostuumafdeling lukt het hem aardig om op een oude, dikke bok te lijken. Maar zijn jeugdige overmoed en oogopslag verraden zijn leeftijd en dat is jammer

Haitink is misschien niet mijn eerste keuze, voor mij dirigeert hij iets te statig, maar het klinkt allemaal toch echt fantastisch.

VLADIMIR JUROWSKI

Falstaff Glyndebourne

Oude adel versus nouveau riche, daar gaat Falstaff ook een beetje over. Nog voordat de eerste maten van de in Glyndebourne in  2009  opgenomen ‘Falstaff’ (Opus Arte OA 1021 D) hebben geklonken, weet je al welke richting de regisseur je gaat sturen. Er hangt een gigantisch wandtapijt, waar de nodige kruissteken nog op geborduurd moeten worden.

Richard Jones plaatst de handeling in de jaren veertig, direct na de oorlog. Er lopen nog soldaten rond (Fenton is een Amerikaanse GI), er zijn scouts en zich vervelende huisvrouwen. De Fords en hun buren zijn de nieuwe rijken. Hun huizen zijn keurig en in hun tuintjes groeien reusachtige groenten – netjes op een rij.

Falstaff wordt fantastisch gezongen door Christopher Purves. Hij imponeert niet alleen met zijn stem, zijn hele optreden is meer dan geweldig. Ook Marie-Nicole Lemieux (Mistress Quickly) is een feest. In haar gedaante als een plompe scoutleidster krijgt ze de lachers op haar hand.

De rest van de cast is wissellend. Adriana Kučerova is een mooie Nannetta en Bülent Bezdüz een lieve Fenton, maar Tassis Christoyannis is niet macho genoeg voor Ford. Als u van de Engelse humor (denk aan de series zoals ‘ Dad’s Army’  of ‘Keeping up the appearance’) houdt, dan is deze Falstaff zeker iets voor u.

Hieronder Christopher Purves en Marie-Nicole Lemieux:

En als uitsmijter ‘Quando ero paggio’  gezongen door zeven verschillende baritons:

 

THE SACRIFICE

macmillan

De Schotse componist James MacMillan (1959) is voornamelijk bekend van sterk religieus getinte vocale werken, maar hij heeft door de jaren heen een veel breder oeuvre opgebouwd. Zijn tweede opera, The Sacrifice, werd tijdens de première (Cardiff, 2007) live opgenomen en is in 2010 op Chandos uitgebracht.

De muziek van MacMillan lijkt nog het meest op die van Benjamin Britten, niet in de laatste plaats door de bijzonder dramatische ‘interludes’, die, net als bij zijn illustere Britse voorganger, hun eigen concertleven zijn gaan leiden.

MacMillan citeert ook uit de filmmuziek. Voornamelijk Bernard Herrmann, maar ook Max Steiner (Now, Voyager!) komt om de hoek kijken.

Het zeer aangrijpende verhaal speelt zich af in een niet nader omschreven land, verscheurd door oorlogen en gevechten met terroristen. De dochter van de generaal offert zichzelf (en haar grote liefde) op door met de gewezen vijand te gaan trouwen. De rust keert in het land, maar de oorlog wordt nu persoonlijk en na een tweetal doden wordt het tijd voor de generaal om zich op te offeren voor zijn dochter en haar gezin.

Christopher Purves imponeert in zijn rol als de generaal, Lisa Milne is een ontroerende Siam, en Sarah Tynan zet een voortreffelijke “onnozele’ Megan neer. Al met al: een enorme aanwinst. Van harte aanbevolen.

James MacMillan
The Sacrifice
Lisa Milne, Sarah Tynan, Peter Hoare, Leigh Melrose, Christopher Purves, e.a.
Orchestra and Chorus of Welsh National Opera olv Anthony Negus.
Chandos 10572