Richard_Wagner

Liefde zonder zinnelijkheid is geen liefde. Het een en ander over Tannhäuser

Tannhäuser_en_el_Venusberg,_por_John_Collier

In the Venusburg (Tannhauser), 1901 (oil on canvas) by John Collier

Tekst: Peter Franken

Wagners opera Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg beleefde zijn première op 19 oktober 1845 in Dresden. De componist had er vanaf 1842 aan gewerkt en eigenlijk heeft hij de opera nooit tot eigen tevredenheid kunnen voltooien. Kort voor zijn overlijden in 1883 uitte Wagner nog de verzuchting dat hij de wereld nog een Tannhäuser verschuldigd was.

Tannhauser premiere dreseden

In 1875 had hij zelf nog een opvoering in Wenen geleid maar die was niet geheel naar wens verlopen. Daar klonk overigens wel de virtuoze muziek voor de violen die eigenlijk voor Parijs was gecomponeerd, feitelijk was er dus sprake van een Weense versie.

Uitvoeringspraktijk

Tannhauser Paris

Dat Wagner een groot deel van zijn leven is blijven sleutelen aan de partituur werd vooral veroorzaakt door de uitvoeringspraktijk. Hij was hierover nooit echt tevreden, vooral doordat zangers hun rol niet aankonden maar ook door gebrek aan kwaliteit van de uitvoerende orkesten. In 1860 verscheen er een herziene druk van de partituur. Een jaar later vond de  mislukte reeks voorstellingen in Parijs plaats. Hier liet Wagner de ouverture direct overgaan in een stormachtige scène in de Venusberg, het bacchanaal. De opvoeringen in Parijs werden in het Frans gezongen. Wat nu bekend staat als de ‘Pariser Fassung’ is een terugvertaling in het Duits.

Doordat de voor de rol van Walther von der Vogelweide geëngageerde zanger over onvoldoende kwaliteiten bleek te beschikken, moest zijn bijdrage aan de zangwedstrijd worden geschrapt. Die coupure is bepalend geworden voor de latere uitvoeringspraktijk van de Parijse versie en dat is een ernstig gemis. Een ‘schwärmerisch’ type als Walther die zingt over de zuivere bronnen van de liefde waaraan men slechts mag nippen, voegt veel toe aan de tegenstelling tussen Tannhäuser en zijn collega zangers. Nu heeft hij alleen Wolfram als tegenspeler, de bijdrage van Biterolf is van een heel andere aard, die roept op tot geweld.

Al met al zijn er 36 varianten in de partituur aanwijsbaar die allemaal voortkomen uit de problemen die Wagner ondervond bij het ‘uitvoerbaar’ maken van deze opera. Blijven spreken van een Dresdener en een Parijse versie is feitelijk achterhaald, er zijn er veel meer. Toch blijft men in het algemeen vasthouden aan die twee hoofdversies vanwege de herkenbaarheid die vooral zit in de ouverture en het daarop volgende bacchanaal. Het is echter niet ongebruikelijk om een hybride van beide versies te spelen, bijvoorbeeld door Walther zijn aria te laten zingen in de voor het overige Parijse versie.

Het verhaal

tannhauser2-wishful thinking

Tannhauser’s time in a den of sensual pleasures sends him on a pilgrimage to redeem his soul.

Wikimedia Commons

Zoals gebruikelijk schreef Wagner zelf het libretto. Hierin combineerde hij de legende van de minnezanger Tannhaüser met de legendarische zangwedstrijd op de Wartburg. Het werk behandelt de ontregeling van een verstard in zichzelf gekeerd milieu door de komst van een ongeremde vrijbuiter.

In die sociale omgeving weet men niet goed om te gaan met seksualiteit en erotiek wat heeft geleid tot het verheerlijken van de geestelijke liefde. Minnezanger Tannhaüser heeft echter heel andere ervaringen, opgedaan bij de bron, de Venusgrot. Geestelijke liefde is als onvruchtbare aarde: daarin groeien geen bloemen. Liefde zonder zinnelijkheid is geen liefde.

 

Tannhaüser

Tannhäuser_1845

Joseph Tichatschek (Tannhäuser) and Wilhelmine Schröder-Devrient (Venus); premiere in 1845

Uit het verhaal kan worden opgemaakt dat Heinrich Tannhaüser een minnezanger is die voorheen aan het hof van de landgraaf van Thüringen heeft geleefd. Op een bepaald moment moet het keurslijf van dit hofleven teveel zijn gaan knellen en is hij vertrokken, zonder dat iemand weet waarheen.

Duidelijk is dat hij erg wordt gemist, met name door Elisabeth, de nicht van de landgraaf. En door zijn collega’s, die zijn weliswaar een concurrent kwijt maar kunnen daar geen voordeel uit halen omdat Elisabeth heeft besloten geen zangwedstrijden meer bij te wonen. Zodoende is de hele zaak doodgebloed.

Bij aanvang van de opera verblijft Tannhaüser al geruime tijd bij de liefdesgodin Venus en haar dienaressen. Op het punt van erotiek en seks komt onze held niets tekort, sterker nog, hij raakt ermee overvoerd. En teveel is natuurlijk ook weer niet goed: ‘all sex and no play makes Heinrich a dull boy’.

Tannhauser-et-Venus-par-Otto-Knille-1873-©-Nationalgalerie-der-Staatlichen-Museen-zu-Berlin

Tannhäuser et Vénus, par Otto Knille, 1873 © Nationalgalerie der Staatlichen Museen zu Berlin

Venus gaat door het lint als hij voorzichtig aangeeft weer eens de buitenlucht op te willen zoeken. Wat wil hij daar in vredesnaam, in die kille starre omgeving waarin mensen als robots permanent bezig zijn hun vermeende zielenheil te behoeden? Hij was dat alles toch niet voor niets ontvlucht, hij Heinrich, de vrije vogel? Maar het helpt niet, Tannhaüser verveelt zich niet alleen maar vreest voor zijn plaats in het hiernamaals. Venus bespot hem hierom maar kan hem niet vasthouden.

Eenmaal in het vrije veld ontmoet de minnezanger zijn voormalige collega’s die hem meetronen naar de Wartburg met als belangrijkste argument dat Elisabeth daar op hem wacht. Voor henzelf is hij een soort werkgelegenheidsgarantie.

Wolfram

Wolfram von Eschenbach is de zanger die Tannhaüser het meest na staat. Wolfram heeft duidelijk zijn zinnen op Elisabeth gezet, maar zij leeft met de geïdealiseerde herinnering aan Tannhaüser en heeft geen oog voor andere mannen. Door Elisabeth met zijn rivaal te confronteren en zodoende weer tot een doorsnee persoon te maken, hoopt hij zijn kansen bij haar te vergroten.

Hij brengt Tannhaüser naar Elisabeth toe als die staat te zwijmelen in de Grote Zangershal (‘Dich, teure Halle, grüß’ ich wieder’) en blijft op de achtergrond aanwezig om een oogje in het zeil te houden bij hun ontmoeting. Hoewel die twee vrijwel onmiddellijk de liefde in elkaars ogen herkennen, hoeft Wolfram zich geen zorgen te maken, Tannhaüser weet zichzelf voor de ogen van het gehele hof op spectaculaire wijze onmogelijk te maken. Maar tegen de verwachting in blijft Elisabeth hem koesteren en laat Wolfram slechts in haar nabijheid toe als ‘goede vriend’. Meer dan een ‘Will and Grace verhouding’ zit er voor hem niet in.

Hermann Prey als Wolfram:

Elisabeth

tannhauser-elisabeth-2011 Camilla Nylund

Camilla Nylund als Elisabeth in 2011

Deze op het oog zo kuise dame is aan het hof het boegbeeld van de geestelijke liefde, de hoofdprijs voor diegene die het beste kan voorwenden daarin oprecht te geloven. Wolfram en Walther von der Vogelweide beijveren zich om hun aanspraken zo goed mogelijk te verwoorden tijdens de zangwedstrijd. Maar zij heeft eigenlijk alleen maar oog voor haar geheime liefde Heinrich. Ze hoeft hem alleen nog maar even die wedstrijd te laten winnen en hij is van haar. Als hij nu maar niets doms doet….

Het is duidelijk dat Elisabeth onder haar verplicht stijve uiterlijk geen onvruchtbare aarde is. Zij wil wel degelijk bloemen laten bloeien: ‘all song and no sex makes Elisabeth a dull girl.

Maar er openlijk voor uitkomen kost haar moeite, eigenlijk is ze gewoon een beetje verlegen, meer niet.

Geïnspireerd door zijn verblijf bij Venus en uitgedaagd door Wolfram en Walther laat Tannhaüser zich helemaal gaan. Alles en iedereen valt over hem heen, zijn leven loopt gevaar. En het is Elisabeth die hem redt. Het is onnodig hierover te spreken in gewichtige termen als opoffering en Erlösung, ze houdt gewoon van hem en laat hem niet vallen.

Hieronder ‘Dich, teure Halle’, gezongen door Leonie Rysanek:

De pelgrims

Bayreuth, Festspiele, "Tannhäuser", Schluss

Final scene, Bayreuth Festival 1930

Het pelgrimskoor is een van de bekendste melodieën van de opera. Deze lieden spelen op de achtergrond een belangrijke rol. Ze passeren de Wartburg ten tijde van Heinrichs deconfiture en hij wordt geprest om met hen mee te gaan naar Rome om vergiffenis te vragen voor zijn zonden. En die zijn groot naar kerkelijke maatstaven gemeten: hij is zich te buiten gegaan aan buitenechtelijk geslachtsverkeer en gaat daar prat op. Dat staat gelijk aan het negeren van een maatschappelijke code en zijn aanwezigheid wordt dan ook ervaren als bedreigend voor de samenleving. In sociaal opzicht is hij een spookrijder, iemand die de regels aan zijn laars lapt en daarmee anderen in gevaar brengt.

Als de pelgrims terugkeren blijkt Tannhaüser er niet bij te zijn tot wanhoop van Elisabeth. Zijn ontbreken in de groep duidt erop dat hij geen absolutie heeft gekregen van de paus. En dat betekent dat hij een outcast aan het hof zal blijven. Dat laatste is voor Elisabeth de genadeklap, ze kan het niet meer aan en sterft.

Venus

Tannhäuser verschijnt en doet de verbijsterde Wolfram verhaal van zijn mislukte pelgrimstocht. Hij wil terug naar Venus aangezien het leven in deze vorm hem niets meer te bieden heeft en het weinig zin heeft nog op een hemels hiernamaals te hopen. Venus krijgt hier lucht van en ziet haar gelijk bevestigd. Ze had het hem nog zo gezegd. Wat moet een man nu met Maria als hij bij Venus kan zijn, forever? Ze zingt hem verleidelijk toe: ‘Willkommen ungetreuer Mann’.

Tannhaueser The_Redemption_of_Tannhauser_1890

The Redemption of Tannhauser, Sir Francis Dicksee 1890

Op het nippertje weet Wolfram hem nog voor de kerkelijke versie van het bestaan te behouden. Hij wijst hem op Elisabeth die in de hemel bidt voor zijn zielenheil. Daar kan Venus uiteindelijk niet tegenop. Haar Dionysische wereld legt het af tegen de Apollinische van het middeleeuwse christendom.

Het artikel is, in de ingekorte versie al eerder op operamagazine.nl verschenen

Plácido Domingo zingt Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


 

ERIK

Fliegende Hollander Sinopoli

Voor de in 1998 opgenomen Der Fliegende Holländer (DG 4377782) heeft Domingo de rol van Erik aan zijn repertoire toegevoegd. Zijn Erik is aantrekkelijk en charmant, hij zingt die rol niet alleen zeer betrokken maar ook zeer idiomatisch.

Die opname is mij bijzonder dierbaar en dat niet alleen vanwege Domingo, maar ook vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend en Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman.

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


 

LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

Trailer van de film:

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

En de complete opname uit La Scala in Milaan (7-12-1994) olv Riccardo Muti,

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

Uitstekende ‘Götterdämmerung’ van Jaap van Zweden

 

Gotterdammerung

 “Jaap van Zweden: Lord of the Hong Kong Ring” kopte het Australische online magazine Limelight en daar zit wat in. Met de op 18 en 21 januari 2018 live opgenomen Götterdämmerung kwam van Zwedens ‘Hong-Kong Ring’ tot een einde en het resultaat is inderdaad verbluffend. Van Zweden zweepte zijn orkest op tot ongekende hoogtes, wat een prestatie!

Op de drie Rhijn-meisjes en Michelle DeYoung (Fricka in Rheingold en Walküre) als een uitstekende Waltraute na was zijn cast geheel nieuw en ik moet eerlijk zeggen dat de nieuwe zangers mij veel meer wisten te overtuigen.

Dat geldt voornamelijk voor de bezetting van de hoofdrollen: Danny Brenna (Siegfried) en Gun-Brit Barkmin (Brünhilde). De jonge Amerikaanse tenor klonk jugendlich en dramatisch, zoals het hoort. Je hoorde wel dat het nog niet helemaal af is maar zijn verrassend lyrische geluid verraadde kracht en vastberadenheid. Gun-Brit Barkmins klaagzang bij Siegfrieds dood klonk intens en hartverscheurend. Kippenvel.

Het volume van de Chinese basbariton Shenyang is groot en zijn toon warm en vol. Zijn Gunther klonk monter en vol zelfvertrouwen. Prachtig ook Amanda Majeski als een zeer lyrische Gutrune. Ook de opname klinkt uitstekend: het is zonder meer een ‘Ring’ om (er bij?) te hebben.


DAS RHEINGOLD. Rattle? Van Zweden?

Richard Wagner
Götterdämmerung
Gun-Brit Barkmin, Daniel Brenna, Shenyang, Eric Halfvarson, Amanda Majeski, Michelle DeYoung e.a.
Bamberg Symphony Chorus, Latvian State Choir, Hong Kong Philharmonic Chorus; Hong Kong Philharmonic Orchestra olv Jaap van Zweden
Naxos 8660428-31 (4 cd’s)

Der tigernde Holländer am Opernhaus Zürich

Text: Mordechai Aranowicz

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Mit gemischten Gefühlen verliess man den fliegenden Holländer am Opernhaus Zürich. Die Inszenierung des Intendanten Andreas Homoki und der Ausstattung von Wolfgang Gussmann aus dem Dezember 2012 war dabei eine grosse Enttäuschung. Es handelt sich um ein völlig austauschbares beliebiges Arrangement, das fast den ganzen Abend über mit Wagners selbst verfasstem Libretto frontal kollidiert, Libretto und Partitur einerseits und die Inszenierung andererseits waren völlig zweierlei Sachen, die kaum etwas miteinander zu tun haben.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Statt der geforderten Schauplätze befinden wir uns in einem Seemanns-Kontor zu Beginn des 20. Jahrhunderts in dem es eben spukt. Dass im Libretto von Schiffen, Stürmen, Häfen, Spinnrädern die Rede ist schien dem Regisseur völlig egal, auch wer die Oper nicht kennt, dürfte beim Mitlesen der Übertitel das flaue Gefühl im Magen bekommen haben, dass hier inszenatorisch etwas völlig schiefläuft.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Die unfreiwillige Komik mit einem afrikanischen Krieger in der Spukszene während des Fests der Matrosen im dritten Aufzug, war trauriger Höhepunkt, dieser völlig verfehlten Regie-Arbeit! Das war umso bedauerlicher, da mit Bryn Terfel einer der gefragtesten Holländer-Interpreten unserer Zeit zur Verfügung stand. Sein herber, robuster Bariton sprach am besagten Abend in allen Lagen bestens an, fand im Verlauf des Abends zu Leidenschaft und Ausdruck.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Camilla Nylund war dabei eine ebenbürtige Partnerin, der man ihr leichtes Tremolo in der berühmten Ballade leicht nachsehen konnte, ihr wunderbarer dramatischer Sopran verlieh der Senta zahlreiche Farben und blühte im zentralen Duett des zweiten Aktes wunderbar in der Höhe auf.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Steven Humes war ein Stimmlich etwas zu leichtgewichtiger Daland, man vermisste das Volumen und die Tiefe, die diese Rolle braucht. Marco Jentsch gab einen geschmeidig Stimmigen Erik, während die respaktable Leistung von Omer Kabiljak als Steuermann durch die Abstrusitäten der Regie völlig zunichtegemacht wurde.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Der von Janko Kastelic präparierte Chor brachte sich klangstark mit ein, war jedoch optisch einfach grausam und unpassend kostümiert und musste sich wie bei so vielen Regiearbeiten von Andreas Homoki ohne Grund hyperaktiv betätigen ohne, dass dafür ein Grund erkennbar war.

Das Orchester und Markus Poschner spielte von der Ouvertüre an einen Wagner, der an Spannung und Farbreichtum kaum zu überbieten war. Viel Jubel am Ende dieses pausenlos gespielten Nachmittags für Sänger, Chor und Orchester, lange Gesichter auf der Treppe wegen einer weiteren ernüchternden und ärgerlichen Inszenierung.

Foto T+T Fotografie: Toni Suter + Tanja Dorendorf

Am 28.03.2018 im Opernhaus Zürich besucht

Reisopera brengt uitstekende Holländer

Door Peter Franken

Reisopera 7477 foto Nienke Elenbaas

© Nienke Elenbas

 

De Nederlandse Reisopera waagt zich sinds de herstart als een kleinschalig productiebedrijf voor de tweede keer aan een opera van Richard Wagner. Na de succesvolle productie van Tristan und Isolde, die overigens in 2020 hernomen zal worden, is nu Der fliegende Holländer aan de beurt. Afgelopen zaterdag was de première in Enschede, het werd een groot succes.

 

Reisopera 5547 Hans van den Bogaard

© Hans van den Boogard

De Reisopera moet het doen met beperkte middelen maar slaagt er steeds weer in dat prima te maskeren. Een goede vormgever kan hier natuurlijke wonderen doen en dat is Gary McCann wel toevertrouwd. Evenals bij de fenomenale productie van Ariadne auf Naxos uit 2016 wist McCann met een aansprekend decor en fraaie kostuums een zeer aantrekkelijk toneelbeeld te creëren. Een grote stellage met meerdere niveaus weet zonder moeite de suggestie van een zeilschip op te wekken. Een open ruimte met een groot raam op het achtertoneel doet dienst als atelier en huiskamer van Daland. Net als in die Ariadne zorgen ook hier goed gekozen filmbeelden van Silbersalz Film voor een levende achtergrond. Woeste golven waar de Holländer over zijn ruige tochten verhaalt. Een kalme zee als men met windstilte kampt. En mooi gefilmd ochtendgloren als Senta door het grote raam naar buiten staart in afwachting van haar vader en misschien ook wel die ene man, je weet wel. En dat terwijl Erik ondertussen zijn uiterste best doet om haar uit deze obsessieve dagdroom te wekken.

 

Reisopera 7298 foto Nienke Elenbaas.jpg

Aile Assonyi (Senta) © Nienke Elenbaas

Regisseur Paul Carr ziet Senta als een verwend meisje dat weinig meer te doen heeft dan dagdromen. Ze is in de ban geraakt van het schilderij van de Holländer, misschien is ze zelfs wel verliefd geworden op deze legendarische figuur. Ja, dat kan zomaar gebeuren. Hoeveel jongens zijn er niet verliefd geworden op prinses Leia? Zo dus. En zoals dat gaat bij een onbereikbare liefde spelen al gauw fantasieën een rol waarin het liefdesobject wordt gered uit een benauwde situatie, bijvoorbeeld bewusteloos geraakt in een brandend pand. In geval van Senta is dat zich voor hem opofferen zodat hij eindelijk zal kunnen sterven. Zodra haar vader haar aan deze schimmige verschijning die al honderden jaren op zee rondzwalkt heeft beloofd, aarzelt ze geen moment. Dit is haar kans op de vervulling van haar dagdromen, haar gefantaseerde liefdesmoment. En vader blijft die man maar aanprijzen totdat hij eindelijk tot de conclusie komt dat die twee hem niet meer nodig hebben: ‘Sollt ich hier lästig sein?’. What was your first clue Daland?

 

Reisopera 0060 Hans van den Bogaard

Darren Jeffery (Holländer) en Yorck Felix Speer (Daland) © Hans van den Boogaard

Mijn allereerste kennismaking met het romantische ‘Mögst du mein Kind?’ was een uitvoering door Kurt Moll. Ik ben er zeer aan gehecht geraakt en voor mij is deze scène een ijkpunt in elke uitvoering. Als dat er goed uitkomt, volgt de rest vanzelf. Onzin natuurlijk maar zo heeft elke operaliefhebber zijn eigenaardigheden. Yorck Felix Speer zong de tekst voorbeeldig en acteerde met veel humor. Hij was blij met de vangst van die rijke schoonzoon en vierde al vast een feestje. Ook in de eerdere ontmoeting met de Holländer stond Speer zijn mannetje, mooie invulling van deze rol.

 

Reisopera 5574 Hans van den Bogaard

Samuel Sakker (Erik) en Aile Assonyi (Senta) © Hans van de Boogaard

De rol van Erik was in handen van Samuel Sakker. Hij heeft twee grote scènes maar speelt feitelijk een bijrol. Sakker is geen echte Wagner tenor maar goed beschouwd vraagt dit vroege werk daar ook niet om. Ik kon er goed mee leven met wat hij wist te brengen op de premièreavond.

Dat was minder het geval met de bijdrage van Thorsten Büttner als Steuermann. Zijn monoloog ‘Mit Gewitter und Sturm aus fernem Meer – mein Mädel, bin dir nah!‘ werd met overdreven lange uithalen gezongen en ‘bij het streepje’ overdreven lang onderbroken. Daarbij liet de regie hem telkens een slokje uit een heupfles drinken, wat op zich een goede verklaring was voor het feit dat hij zijn wacht vervolgens versliep, maar muzikaal de zaak teveel stilzette. De man heeft een mooi timbre maar zijn grote bijdrage wekte bij mij eerder irritatie dan bijval.

Carr heeft in zijn productie alleen de Holländer een historisch kostuum gegeven, compleet met chimney hat. De overige spelers zijn uitgedost conform een algemene stijl medio 20e eeuw. In plaats van een spinnerij is gekozen voor een bruidsjurken atelier waarbij de modinettes wat draaiende passen maken met hun paspoppen als het spinlied wordt gezongen. Senta loopt rond in een bruidsjurk zodra haar langverwachte bruiloft aanstaande is. Een zestal dansers is vrijwel permanent op het toneel aanwezig als kennelijke uitbeelding van Senta’s gedachten en gevoelens. Hun bewegingen waren mij soms iets te slangenachtig of gewoon overdreven maar in het totaalbeeld hadden ze als groep een toegevoegde waarde. Sterke vondst was het inzetten van dit zestal als pseudogeraamtes die de crew van de Holländer moesten uitbeelden.

 

Reisopera 5587 Hans van den Bogaard

Darren Jeffery (Holländer) en Aile Assonyi (Senta) © Hans van den Boogaard

Darren Jeffery wist te overtuigen als de gekwelde titelheld. Zijn grote monoloog ‘Die Frist ist um’ klonk welluidend al had hij wat moeite met de klederdiepe noten. Gaandeweg ontwikkelde Jeffery zich tot een voortreffelijke Holländer die vooral tegen het einde grote indruk wist te maken toen hij zich aan Senta bekendmaakte. Verneem van mij aan welk een gruwelijk lot je bent ontsnapt. Zij wil daar niet van weten, heeft zich aan hem gecommitteerd en is vastbesloten zijn reddende engel te zijn. Groots tegenspel van Aile Asszonyi in de rol van Senta. Dat ik op weg naar Enschede de opname onder Sinopoli in de auto had beluisterd zal wel een rol hebben gespeeld, neemt niet weg dat ik bij deze Senta associaties kreeg van de vertolking van Cheryl Studer.

 

Reisopera 8098 foto Nienke Elenbaas

Aile Assonyi (Senta) © Nienke Elenbas

Asszonyi gaf een prima vertolking van ‘de ballade’ en wierp zich geheel in overeenstemming met de monomane fascinatie van haar personage in het navolgende gebeuren. Hoewel hier en daar wat schril op spannende momenten wist ze de moeilijkste passages tot een goed einde te brengen en haar slotuitroep was zonder meer hartverscheurend. Deze Senta springt niet in zee om zich bij de Holländer te voegen maar doorsteekt zich met een dolk. De achter haar staande Holländer omarmt haar en sterft met haar. Dit verstilde slotbeeld wist mij voor het eerst te ontroeren, in al die vele Holländers die ik tot nu toe in het theater heb gezien. Prachtig gedaan.

Wie verder nog? Ceri Williams was een aardige Mary en de leden van Consensus Vocalis brachten een voortreffelijk koor op het toneel. In wisselende samenstelling: zeelui en modinettes apart en met aanstekelijk enthousiasme de hele boel bij elkaar in het topstuk ‘Steuermann, laß die wacht’.

Het Noord Nederlands Orkest onder leiding van Benjamin Levy verdient een bijzondere vermelding. Levy hield deze uitstekend spelende musici goed in toom waardoor er echt sprake was van een ‘pit band’ en niet een symfonie orkest dat was aangetrokken om een opera te begeleiden. Steeds zorgvuldig de zangers ondersteunend, nooit op de voorgrond treden en slechts uitpakkend als het gebeuren op het toneel daar nadrukkelijk om vroeg. Was het maar altijd zo.

De Reisopera haalt met deze productie opnieuw het niveau van het topstuk Ariadne auf Naxos en is het levende bewijs voor het feit dat je ook met beperkte middelen een heel mooie Wagneravond kunt verzorgen. Ik hoop op volle zalen in het land, deze Holländer verdient het.

 

Paul Carr over de essentie van Der fliegende Holländer:

Bezocht op 20 april 2018 in het Wilminktheater in Enschede
Voor de speeldata zie hier.

Zie ook: DER FLIEGENDE HOLLÄNDER op twee cd’s en twee dvd’s

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER op twee cd’s en twee dvd’s

Fliegende Hollander Dresden

Schlußszene aus “Der fliegende Holländer” von Richard Wagner. Bühnenbild der Uraufführung 1843 in Dresden. Reproduktionsholzschnitt
SLUB/Deutsche Fotothek; Deutsche Fotothek

 

 

CD’S

GIUSEPPE SINOPOLI 1998

Fliegende Hollander Sinopoli

Deze cd-opname uit 1998 (DG 4377782) is mij bijzonder dierbaar. Allereerst vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend. Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman, en in de rol van Erik hoor je niemand minder dan Plácido Domingo, een luxe!

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


ANDRIS NELSONS 2013

Fliegende Hollandedr Nelsons KCO

Na de semiconcertante uitvoeringen van Der Fliegende Holländer in het Amsterdamse Concertgebouw (24 en 26 mei 2013) waren de meningen van zowel de recensenten als het publiek dermate verdeeld dat het tot felle discussies op de operaforums heeft geleid. Het leek net oorlog.

De opera-uitvoering werd door het eigen label van het Concertgebouworkest vastgelegd en is inmiddels op de markt gebracht. Iedereen kan nu dus zijn eigen oordeel vormen. Nu is een opname, zelfs als het live is gerealiseerd niet te vergelijken met wat je in de zaal hoort, maar het resultaat is voor mij meer dan bevredigend.

Echt moeite heb ik alleen met Anja Kampe (Senta). Het ligt aan haar manier van zingen, met te weinig legato en te veel uithalen. Haar klank kan bij luidere passages onaangenaam scherp worden, iets wat haar ballade bij vlagen ontsiert. Als Senta hoor ik toch liever een stem die lichter en lyrischer is, minder scherp.

Christopher Ventris vind ik een mooie Erik. Hij benadert zijn rol vanuit het belcanto, vanzelfsprekend eigenlijk, zeker voor de vroege Wagner.

Kwangchul Youn is een beetje onstabiel als Daland, maar zijn interpretatie staat als een huis, daarvoor wil ik een min of meer wankele noot voor lief nemen. Hetzelfde geldt ook de oudgediende Terje Stensvold als de Hollander

Over het orkest kan ik kort zijn: adembenemend. Nelsons schuwt het overweldigende geluid niet (de ouverture!), maar weet het, waar nodig tot de mooiste pianissimi te dimmen. (RCO 14004 )


DVD

WOLFGANG SAWALLISCH 1975

Fliegende Hollander Sawallisch dvd

Eind jaren zeventig en tachtig, toen de opera nog (een beetje) een main stream was, werden veel opera’s ook voor de bioscoop of de tv opgenomen, als film dan.

Ook de door de Tsjechische regisseur Václav Kašlík in 1975 gemaakte verfilming is eigenlijk een speelfilm met muziek. Niets op tegen, zeker als het resultaat zo verbluffend is. Er valt veel te genieten van de opzienbarende stormscènes en de goed opgebouwde spanning. De regisseur volgt de aanwijzingen van Wagner nauwkeurig op, waardoor het zonder meer _ook_ ‘een goede kennismaking met …’ kan zijn.

De Zweedse Catarina Ligendza was in de jaren zeventig één van de grootste Wagner-zangeressen. Behalve de meer lyrische rollen zoals Senta, zong zij ook Isolde en dat deed zij zeer overtuigend. Ook Donald McIntyre was gepokt en gemazeld in het ‘Wagner-fach’, en alleen al voor die twee hoofdrolvertolkers is de dvd meer dan moeite van het aanschaffen waard.

Wolfgang Sawallisch was meer dan 20 jaar de vaste dirigent van het Bayerischer Staatsorchester, en dat hoor je: ze zijn als het ware met elkaar vergroeid.

De complete opname staat op You Tube:

CHRISTIAN TIELEMANN 2013

Fliegende Hollander Glogger Bayreuth

Allemaal weten wij waar Der Fliegende Holländer over gaat. Toch? De legende over de door de woeste zeeën dolende ziel op zoek naar verlossing is alom bekend. Er zijn boeken over geschreven, schilderijen over gemaakt, muziek over gecomponeerd… Ook de psychiaters hebben zich er mee bemoeid, want alles moet verklaarbaar zijn, dus ook de drang naar zelfopoffering.

Mis. Allemaal hadden en hebben wij het verkeerd begrepen. De woeste zeeën staan symbool voor “business as usual”, dus speelt de door  Jan Philipp Gloger productie van de Hollander (Bayreuth, 2013) zich in een soort door stratosferische lichten verlichte Wall Street met heren in driedelig grijs, met een boekhouder aan het ‘stuur’.

Tegenwoordig mag alles, zeker in Bayreuth, dus echt verbaasd ben ik niet. Ik zet alleen het beeld uit en luister verder naar wat een meer dan een fatsoenlijke uitvoering is van de eerste ‘volwassene’ opera van Wagner.

Ricarda Merbeth is een formidabele Senta, met een kanon van een stem en een vleugje metaal in haar topnoten, wat ik als zeer plezierig ervaar. Samuel Youn is een prima, al een beetje lichtgewicht Holländer, Tomislav Mužek een zeer betrokken Erik en Franz-Josef Selig een imponerende Daland.

Maar het meest werd ik getroffen door de jonge Benjamin Bruns (Steuermann), van hem gaan wij nog zeer zeker horen! (Opus Arte OA 1140D)

Een kort fragment:

TRISTAN UND ISOLDE in Amsterdam, januari 2018

tristan0033-1

Copyright (c) Ruth Walz

En toen was iedereen dood. Dat kon Wagner’s bedoeling niet zijn, want door iedereen te laten killen werd het heengaan van je hoofdpersonen gemarginaliseerd. #Zijtoo, zoiets. Het is dat Isolde’s dood meer meta- dan daadwerkelijk fysisch was, dat haar sterven – waar iedereen zo naar uitkeek – toch de verlossing bracht waar iedereen zo naar snakte.

De entourage van het desolate, troosteloze landschap in de derde acte deed mij het meest aan zwart/wit beelden uit de eerste Wereld Oorlog denken. Zo deprimerend dat het daadwerkelijk om zelfmoord schreeuwde.

Die verstikkende uitzichtloosheid werd nog versterkt door het ongekend mooi spelende Nederlands Philharmonisch Orkest: de fluisterende klanken waarmee de acte begon waren van een onaardse schoonheid. Het geluid dat Marc Albrecht de musici wist te ontlokken klonk niet alleen als de aankondiging van de zuiverende dood, maar maakte ook de eerste voorboden van de eeuwigheid voelbaar.

De regie was typisch Pierre Audi. Mooi en zeer esthetisch verantwoord, maar ook zo verschrikkelijk saai! Nu gebeurt er in die opera betrekkelijk weinig, maar zoals het er nu uitzag verschilde het in (bijna) niets van een concertante uitvoering. O ja, men bewoog wel, maar het leek sterk op een masterclass in ‘hoe te bewegen om de ander zo weinig mogelijk aan te raken’.

 

 

tristan0089-1

©  Ruth Walz

 

De afstand tussen Tristan en Isolde groeide averechts aan hun passie en na het nuttigen van de liefdesdrank namen ze hun posities aan beide uiteinden van de bühne. Verder beperkte de personen regie zich tot de standaard cliché gebaren: men greep naar zijn hoofd, zocht steun bij de muur, men liet zich vallen of ze gingen gewoon op de grond liggen.

Er werd voornamelijk met het gezicht naar het publiek toe gezongen wat een enorme plus was: iedereen was goed te verstaan. Gelukkig maar, want er werd mij toch mooi gezongen!

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk dat Stephen Gould tegenwoordig tot één van de weinige tenoren behoort die Tristan tot en met de laatste noot goed kan zingen, zonder echte problemen. Goed, je kon merken dat zijn stem een beetje vermoeid raakte, maar bij een dodelijk verwonde en stervende held is het niet echt problematisch. Zeker ook omdat hij verder heer en meester was zowel van zijn stem als van de bühne.

Ricarda Merbeth (Isolde) stelde mij lichtelijk teleur. Althans: in de eerste twee acten. Haar woede in de eerste acte vond ik niet verwoestend genoeg waardoor het plotselinge omslaan van gevoelens – van ziedende furie in een allesverzengende liefde – het grote verrassingselement verloor.

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk echter dat de premièrekoorts haar parten heeft gespeeld en ik verwacht dan ook dat zij ooit tot een Isolde uitgroeit waar men rekening mee gaat houden. Dat het zo is liet zij in haar ‘Liebestod’ horen. Geholpen door Audi’s mystieke mise-en-scène en de betoverend mooie belichting van Jean Kalman zwierf zij ergens tussen leven en dood; niet meer hier maar nog niet daar, losgekoppeld uit alle werkelijkheid. Zo ook klonk haar stem: buitenaards maar verre van engelachtig. Zeer ontroerend.

De jonge en zeer aantrekkelijke koning Marke van Günther Groissböck was voor mij de absolute ster van de avond. Zijn zeer charmante bas klonk gekwetst en boos waar nodig, maar verder was hij voornamelijk vaderlijk mild, wat bij de rol uitstekend past. Een stem om verliefd op te worden, wat mij de zucht ‘was ik maar een Isolde’ ontlokte ….

 

Ricarda Merbeth (Isolde), Michelle Breedt (Brangäne)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Michelle Breedt (Brangäne) © Ruth Walz

Michelle Breeedt zong een zeer warme Brangäne. Haar stem liet een ware rijkdom aan gevoelens horen: liefde, vriendschap, angst, verdriet en spijt … alles wat van Brangäne de meest humane van alle Wagner-personages maakt. Haar optreden in de tweede acte was huiveringwekkend mooi en het is best spijtig dat ze in de derde acte door Kurwenal (zeer goed zingende en acterende Iain Paterson) gedood moest worden. Des te meer eigenlijk omdat ze min of meer dezelfde rol vervulden, die van een trouwe vriend, dienaar en beschermer.

 

Stephen Gould (Tristan), Ian Paterson (Kurwenal)

Stphen Gould (Tristan) en Iain Paterson (Kurwenal( © DNO Ruth Walz

Andrew Rees zong een goede Melot, maar waarom moest hij een kreupele, miserabele dwerg zijn met zijn rechter arm in mitella? Nergens voor nodig en behoorlijk lachwekkend.

In de kleine rol van de herder liet Morschi Franz weer eens horen wat een schitterende zanger hij toch is. Beste DNO: wordt het echt geen tijd om hem grotere rollen toe te kennen?

Roger Smeets (stuurman) en Martin Piskorski (de jonge zeeman) completeerden het voortreffelijke zangers-ensemble.

Over het Nederlands Philharmonisch Orkest onder de meer dan inspirerende leiding van hun chef-dirigent Marc Albrecht kan ik kort zijn. Subliem.

Trailer van de productie:

Richard Wagner
Tristan und Isolde
Stephen Gould, Ricarda Merbeth, Michelle Breedt, Günther Groissböck, Iain Paterson, Andrew Rees, Morschi Franz, Roger Smeets, Martin Piskorski
Koor van de Nationale Opera (instudering: Chin-Lien Wu), Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Bezocht op 18 januari 2018 in het Muziektheater in Amsterdam

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie