Peter Franken

Claus Guth houdt Rodelinda interessant

Tekst: Peter Franken

Rodelinda

 Als enige barokopera brengt DNO dit seizoen Rodelinda, een werk uit Händels middenperiode. Het vertoont alle kenmerken van diens oeuvre: meerdere aria’s voor alle solisten, veel herhalingen en zodoende een enorme lengte. Zonder een pakkende enscenering wordt het al gauw langdradig en op dat punt schiet regisseur Claus Guth de componist te hulp met alle middelen die hem ten dienste staan, waaronder fraaie kostuums en een uitgekiend decor, beiden van de hand van Christian Schmidt.

Rodelinda Guth

Claus Guth © Opera online

Het verhaal begint met de broedermoord van Bertarido op Gundeberto om zodoende koning der Longobarden te worden. Hij wordt echter verdreven door een van zijn vazallen, Grimoaldo, die daarbij hulp kreeg van Bertarido’s zuster Eduige. Bertarido heeft zijn toevlucht genomen tot het rijk der Hunnen en van daar komt een bericht dat hij is overleden.

rodelinda-dena-s_2020_119

©  Monika Rittershaus/DNO

Grimoaldo maakt vervolgens Bertarido’s weduwe Rodelinda het hof maar zij wijst hem af. Pas nadat de intrigant Garibaldo zogenaamd namens zijn meester dreigt haar zoon Flavio te zullen ombrengen stemt Rodelinda toe. Ze ontpopt zich echter als een horror bruid door van haar aanstaande te eisen dat hij eigenhandig haar zoontje wurgt als voorwaarde voor een huwelijk. Op die wijze verliest hij zijn eer en toont hij zich aan de wereld als een nietsontziende tiran.

Rodelinda speelt hoog spel maar ze gokt erop dat Grimoaldo teerhartiger is dan hij zich doet voorkomen. Het is echter moeilijk voorstelbaar dat Flavio dit doorziet. Inmiddels is de doodgewaande Bertarido terug van weggeweest en beginnen de verwikkelingen pas goed. Uiteindelijk valt er maar een enkele dode, de laaghartige Garibaldo. Verder is het eind goed, al goed. Behalve voor Flavio want die zit de rest van zijn leven bij de psychiater.

rodelinda-dena-s_2020_043

©  Monika Rittershaus/DNO

Guth heeft de rol van de jonge Flavio enorm opgewaardeerd. Gespeeld door de ‘vertically challenged’ acteur Fabián Augusto Gómez is hij vrijwel permanent op het toneel aanwezig met stil spel, fysiek reagerend op de gebeurtenissen, zich uitend in de vorm van tekeningen die her en der worden geprojecteerd. Bij de psychiater zal hij wel poppen aangereikt krijgen om scènes na te spelen, slechts een wonder krijgt dat kind nog aan het praten. Net als de gehele opera wordt Flavio’s optreden van verloop van tijd nogal herhalend, maar hij brengt wel leven in de brouwerij.

Rodelinda psych

©  Monika Rittershaus/DNO

Gespeeld werd in een opengewerkte villa op een draaitoneel. De slaapkamer van Rodelinda bleek bij voortduring een belangrijke bestemming en ensemblescènes speelden zich veelal af in de eetkamer. Bij wijlen deed dit denken aan het disfunctionerende gezelschap uit Luis Buñuel’s Le charme discret de la bourgeoisie. Het meest pakkende moment kwam toen Rodelinda haar absurde eis op tafel legde en haar aanstaande toevoegde: ‘als jij mijn man bent en ik jouw vrouw, dan trouw ik met de wraak en jij met de dood’. Tegelijkertijd zorgde haar aria voor enig comic relief door de wijze waarop ze haar tegenstanders te lijf ging met delen van een eigenhandig in stukken gescheurde kreeft.

Rodelinda - De Nationale Opera © Monika Rittershaus_2020_002

©  Monika Rittershaus/DNO

Tot mijn grote opluchting bleek Händel de rol van Grimoaldo te hebben geschreven voor tenor. Ook de slechterik Garibaldo is een echte man, een volwaardige rol voor bas met meerdere aria’s. Zodoende waren er slechts twee countertenoren in de cast, Bertarido en zijn helper Unulfo. De Zwitserse tenor Bernard Richter zette zowel in zijn spel als zang een goed verzorgde Grimoaldo neer. Van meet af aan weet hij door zijn gedrag twijfels te wekken of hij wel erg geschikt is voor een leven als tiran, en hij eindigt dan ook met een verzuchting dat hij maar liever een herder was geweest. Uiteraard is dat ook weer een lange aria.

De Italiaanse bas Luca Tittoto gaf fraai gestalte aan de gewetenloze Garibaldo, mooi gezongen en met verholen humor geacteerd. De Amerikaanse counter Lawrence Zazzo nam Unolfo voor zijn rekening en wist deze bijfiguur redelijk onder de aandacht te brengen.

De grote ster was natuurlijk Bejun Mehta als Bertarido. Zijn personage is een schwankend type waar je als toeschouwer maar weinig sympathie voor kan opbrengen. Dat maakt het voor zijn vertolker extra lastig maar Mehta wist die hindernis prima te overwinnen. Ik ben niet gek op dit stemtype maar als alle countertenoren zouden zingen als Bejun Mehta ligt er in de toekomst wellicht een herwaardering in het verschiet.

rodelinda-dena-s_2020_050

©  Monika Rittershaus/DNO

De rol van Rodelinda’s schoonzus Eduige werd uitstekend vertolkt door de Servische mezzo Katarina Bradić. Aanvankelijk klonk ze wat dunnetjes maar dat werd allengs beter. Acterend was ze zeer overtuigend, duidelijk de bitch van dienst.

Rodelinda Flavio

©  Monika Rittershaus/DNO

Daar kon Rodelinda niet gemakkelijk tegenop zoals in het ‘zwarte zwaan tegen witte zwaan duet’ duidelijk werd. Maar allengs wist de arme weduwe zich op te werken tot bovenliggende partij. De Britse sopraan Lucy Crowe bleek een uitstekende keuze voor de titelheldin. Bij aanvang meende ik een heel lichte rasp in haar stem te bespeuren, denk aan Hildegard Behrens maar dan veel minder, die echter spoedig verdween. Kennelijk een stem om eerst even mee vertrouwd te raken.

rodelinda-dena-s_2020_074

©  Monika Rittershaus/DNO

In dit werk beperkt het orkest zich hoofdzakelijk tot bijna onopvallend begeleiden, pas tegen het einde mogen de blazers zich eens even uitleven, en in die situatie is een pitband als Concerto Köln natuurlijk een uitgesproken luxe bezetting. De algehele muzikale leiding was in handen van Riccardo Minasi.

Al met al een goede voorstelling van een werk waar wel een uurtje in geknipt had mogen worden. Na afloop mocht ik die constatering zelfs van verklaarde Händel adepten vernemen. De lengte is voor mij als ervaren Wagneriaan geen probleem, wel het gemis aan variatie. Maar uiteraard is dat een persoonlijke voorkeur.

Trailer van de productie:

Boeiende Akhnaten in de serie Live from the Met

Tekst: Peter Franken

akhnaten3

© Karen Almond / Met Opera

In 2016 ging bij ENO een nieuwe productie van Akhnaten in première in een enscenering van Phelim McDermott, die na enige omzwervingen in 2019 de Metropolitan Opera wist te bereiken en recent in de bioscoop te zien was in de serie Live from The Met.

Akhnaten is Glass’ derde opera na Einstein on the beach en Satyagraha. Met dit werk is Glass  geëvolueerd tot postminimalist. Harmonie en melodie spelen in vergelijking met die eerdere werken een grotere rol, wat Akhnaten een meer herkenbaar operakarakter geeft. Daar komt bij dat hij een compleet symfonisch orkest gebruikt – weliswaar zonder violen, maar wel met alle andere strijkers – waardoor een vol klinkende begeleiding mogelijk wordt.

Akhnaten is gebaseerd op een historische figuur, de Egyptische farao die beter bekend is onder de naam Echnaton. Van deze heerser bestond tot voor kort een betrekkelijk romantisch beeld. Hij zou een utopist zijn geweest die in de veertiende eeuw voor onze jaartelling een geheel nieuw begin had proberen te maken op politiek, cultureel, maatschappelijk en religieus gebied. Echnaton verplaatste de hoofdstad van Thebe (aan de Nijl) naar een enige honderden kilometers noordelijk daarvan gelegen plek (nabij het huidige Minia) waar in korte tijd een compleet nieuwe stad uit de grond werd gestampt.

De overblijfselen van dit Tell el Amarna spreken zeer tot de verbeelding, maar zijn objectief gezien een bezoek nauwelijks waard. Echnatons opvolgers hebben er alles aan gedaan om zijn herinnering uit te wissen.

Glass schreef zijn opera in een tijd dat dit romantische beeld nog opgeld deed. Vandaag de dag ziet men Echnaton meer als een farao die een politieke strijd voerde met de heersende priesterklasse rond de god Amon. Door daar de zonnegod Aton tegenover te stellen probeerde hij dit blok aan zijn politieke been kwijt te raken. Neveneffect was het begin van een cultus rond Aton, die later op last van de farao tot de enig ware god geproclameerd werd. Hiermee deed religieuze onderdrukking vermoedelijk voor het eerst in de geschiedenis van de mens zijn intrede.

Akhnaten-foto-Karen-Almond-Met-Opera-768x580

© Karen Almond / Met Opera

Akhnaten laat de regeerperiode van Echnaton zien in een aantal losse scènes, beginnend met de begrafenis van zijn voorganger Amenhotep III. In een volgende scène kondigt de nieuwe farao in aanwezigheid van zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, en zijn moeder Tye het begin van een nieuw tijdperk aan. Vervolgens wordt de sluiting van de tempel van Amon uitgebeeld en daarna de inhuldiging van de nieuwe stad. We maken een sprongetje in de tijd (de totale regeerperiode van Echnaton bedroeg slechts zeventien jaar) en zien de koninklijke familie in isolement, vervreemd van de onderdanen. Na een opstand wordt de farao gedood en zijn familie verdreven.

Om de gang van zaken een beetje begrijpelijk te maken, is het personage Amenhotep als verteller ingezet. Deze draagt in het Engels teksten voor die zijn ontleend aan originele documenten uit de betreffende periode. Voor het overige gebruikt het werk de oude talen Egyptisch, Akkadisch en bijbels-Hebreeuws.

akhnaten-break-1600x685_

© Karen Almond / Met Opera

McDermott’s productie bleek een groot opgezet geheel met talloze figuranten waaronder een twaalftal jongleurs die eindeloos met ballen in de weer waren. Alleen in de tweede akte hadden ze een functie in de handeling toen ze jonglerend met kegels als het ware betrokken werden bij de implementatie van Akhnatens revolutie. Zeer veel aandacht voor de kostuums, veel Egyptische accenten zonder in etnografische flauwekul te belanden.

Counter tenor Anthony Roth Costanzo gaf een prachtige vertolking van de gedoemde Akhnaten, de farao die door zijn opvolgers als het ware uit de geschiedenis is gewist maar via een omweg middels de ontdekking van het graf van zijn zoon Toetanchamon een revival beleefde. Zijn belangrijkste moment kwam in de vierde scène van de tweede akte, waar hij de hymne aan de god Aton ten gehore bracht. Anders dan de overige zangteksten was de taal hier die van het publiek: Engels. Deze originele tekst van Echnaton is het kernpunt van de gehele geschiedenis en het hoogtepunt van de opera.

Akhnateng-jnai-bridges-slide-5PND-mobileMasterAt3x

In her dressing room at the Metropolitan Opera, the mezzo-soprano J’Nai Bridges adds the finishing touch to her first costume for her role as Nefertiti in Philip Glass’s 1983 opera “Akhnaten.”Credit…Matthew Novak

Zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, was in handen van J’Nai Bridges. Feitelijk komen alleen de farao en de verteller solo aan het woord, de rest zingt in kleine koortjes. Individuele prestaties zijn daardoor lastig te beoordelen.

Akhnaten James

© Karen Almond / Met Opera

Het personage Amenhotep kwam voor rekening van de acteur Zachary James, een boomlange man die behalve opera ook de spreekrol van Lurch in The Adams Family op zijn cv heeft staan. Na de moord op zijn zoon nam hij diens lichaam in zijn armen bij het uitspreken van zijn afsluitende tekst, een mooi moment.

De muzikale leiding was in de zekere handen van Karen Kamensek, een Glass specialist.

Die Walküre is een tijdloos monument voor Audi

Tekst: Peter Franken

De Nationale Opera herhaalt voor de laatste keer Pierre Audi’s bijna legendarische productie van Die Walküre. Voor een uitverkocht huis vierde de voorstelling zaterdag zijn première. Jubel alom voor de sterke cast, het NedPho o.l.v. Marc Albrecht en de zeer bijzondere enscenering.

diewalkure-den-thwalz0087

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Deze Walküre ging oorspronkelijk in het seizoen 1997-98 in première en wel op 31 januari. Hierna was de productie nog in vijf volgende seizoenen te zien. Nu gaat Die Walküre voor de zevende en tevens allerlaatste keer. De decors worden na afloop van de geheel uitverkochte reeks vernietigd. Bijna 22 jaar is een lange levensduur maar eigenlijk kan Audi’s meesterstuk nog jaren mee. Niet alleen dat, Wagner trekt bijna als enige componist volle zalen in Amsterdam. Tannhäuser was vorig seizoen ook gewoon uitverkocht, dat lukt zelfs niet met Cav-Pal.

Ik heb al heel wat verschillende Ringproducties gezien en zodoende ook de nodige Walküres. De enige die een beetje in de buurt komt van het werk van Audi en decorontwerper George Tsypin is die uit de Karajan Ring voor Salzburg in 1967. Een reconstructie ervan is in 2017 uitgebracht op BluRay en daarop is een halfrond toneel met een brede catwalk te zien dat wellicht als inspiratiebron heeft gediend. Verder is ook die enscenering ontdaan van elke maatschappelijke of politieke connotatie waardoor het er allesbehalve gedateerd uitziet.

diewalkure-den-thwalz0028

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De volstrekt tijdloze Audi Ring, en dus specifiek ook Die Walküre, zou wellicht ook vijftig jaar na dato gereconstrueerd kunnen worden, in 2048. Zal ik wel niet meer meemaken.

De opera wordt gebracht als Wagners werk ontdaan van etnografische flauwekul en onnodige rekwisieten. Het mythische verhaal is in alle opzichten leidend, van een eigen interpretatie is geen sprake en dat maakt het zo verfrissend na bijvoorbeeld een wangedrocht als dat van Frank Castorf in Bayreuth doorstaan te hebben.

Marc Albrecht gaf uitstekend leiding aan zijn orkest en een topcast. Het was voor het eerst dat er bij Die Walküre een andere dirigent voor het NedPho stond nadat Hartmut Haenchen alle voorgaande voorstellingen voor zijn rekening had genomen. Weliswaar geen Ring voor Albrecht maar tenminste nog een Walküre voor hij vertrekt. Hij had er duidelijk plezier in, het was dan ook een topavond.

DIE WALKÜRE

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De acht Walküren die de derde akte zo prachtig komen opluisteren weerden zich voortreffelijk. Een mooi ensemble, prima samenspel en met schijnbaar gemak gezongen.

diewalkure-den-thwalz0002

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Stephen Milling zette een zeer opvallende Hunding neer. Ditmaal geen barse overheersende potentaat maar een man die zijn ongenode gast met superieure arrogantie tegemoet treedt. Hij intimideert niet maar kleineert. In het vervolg laat hij duidelijk blijken de ‘moral highground’ te bezetten, immers hij respecteert het gastrecht terwijl hij die ongewapende man ook gelijk om had kunnen leggen. Ik vond het moeilijk deze keer partij tegen Hunding te kiezen, meestal bijna een automatisme. Milling zong een enkele passage fluisterend, ja, een Hunding die fluistert! Uiteraard gaf hij op andere momenten zijn stem veel volume, maar alles perfect gedoseerd. Met zijn verzorgde mimiek en prachtige bas presenteerde Milling zich als de ideale bad guy in de handeling.

diewalkure-den-hwalz0033

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Ook een beetje een bad ‘guy’ is Fricka die alles voor Wotan verstehrt. Okka von der Damerau pakte haar gemaal op overtuigende wijze aan, toen ze met hem klaar was had hij meer weg van een leeggelopen ballon dan van een oppergod. ‘Nur eines will ich noch, das Ende’ zal hij kort daarna verzuchten als hij in conclaaf is met Brünnhilde. Von der Damerau gaf een fraaie interpretatie van de verwaarloosde vrouw die zogenaamd opkomt voor een hoger doel maar feitelijk haar man gewoon een hak wil zetten: ‘Wider deine Kraft führt’ ich wohl Krieg, doch Siegmund verfiel mir als Knecht!‘ Een zoon verwekken bij een mens, dat was voor Fricka de limit. Siegmund moet sterven om haar eer te wreken. Prachtig gezongen hoewel iets meer variatie in het stemvolume op zijn plaats was geweest.

diewalkure-den-thwalz0095

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De Siegmund van Michael König was een aangename verrassing. König heeft een grote staat van dienst met onder meer de titelrol in Tannhäuser en Lohengrin. Hij zong Siegmund al eens eerder in Toulouse. Tegen het einde van de eerste akte moest hij een beetje gaan doseren om het einde ongeschonden te halen maar over het geheel genomen leverde hij een mooie prestatie. Goed gezongen en prima geacteerd.

diewalkure-den-hwalz0060
Foto: Copyright (c) DNO 2019

Ian Paterson had eveneens wat kleine stemproblemen. Tegen het einde van de derde akte had hij te kampen met een lichte schorheid maar daar wist hij soepel doorheen te zingen. Paterson is inmiddels een ervaren Wotan die met zijn personage kan lezen en schrijven. Een uitstekende keuze voor deze cast. Jammer dat hij bij de laatste herneming van de complete Ring in 2014 nog niet zo ver was.

DIE WALKÜRE
Foto: Copyright (c) DNO 2019

Martina Serafin debuteerde in de titelrol. Met Die Walküre wordt immers Brünnhilde bedoeld? Op mij maakte ze geen enkel moment de indruk deze veeleisende rol voor het eerst te zingen. Het is zoals Paterson in een interview opmerkte: ‘je repeteert niet tot je het goed doet, je repeteert net zo lang tot je het niet meer fout kunt doen.’ En dat traject had Serafin duidelijk doorlopen. De lastige opkomst met de hojotoho’s doorstond ze met speels gemak en daarna leek alles vanzelf te gaan. Heel mooi haar samenspel met vader Wotan die ondanks haar smeken en pleiten haar uiteindelijk toch verstoot. In Götterdämmerung zal ze het hem betaald zetten!

diewalkure-Eva

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Natuurlijk ging de meeste aandacht uit naar de Sieglinde van homegirl Eva-Maria Westbroek. Sieglinde kwam eindelijk thuis na haar glansrol over de hele wereld te hebben gezongen. En het was het wachten waard geweest, zo bleek direct. Westbroek deed exact wat we van haar verwachtten, ze gaf ons een ideale Sieglinde. In die rol zit zoveel, het is nauwelijks bij te houden. Sieglinde is de archetypische gekochte bruid, na haar huwelijk een stuk huisraad, opgesloten in haar eigen woonomgeving. Verweesd en verhandeld, en dan plotseling ligt er iemand bij de haard die iets in haar oproept, herkenning? In elk geval de vage hoop dat ze met hem een middel in handen heeft van Hunding los te komen.

Na een kort moment van extatisch geluk slaat de schaamte en vertwijfeling toe. De dood lonkt maar moet het afleggen tegen de vreugde van een zwangerschap. Siegmund leeft in haar voort. Deze rollercoaster moet zowel zingend als acterend over het voetlicht worden gebracht en Westbroek slaagde daar buitengewoon in. Sieglinde lijkt haar lijfstuk te zijn geworden en we mogen ons gelukkig prijzen haar in deze rol in eigen land te kunnen beleven.

Al met al een geweldige Wagneravond, en dat zo kort na die fantastische Tannhäuser. Gaan we de rij af dan voorspel ik dat hierna Der fliegende Holländer wel eens aan de beurt zou kunnen komen.

Wagner: Die Walküre
Michael König (Siegmund), Stephen Milling (Hunding), Iain Paterson (Wotan), Eva-Maria Westbroek (Sieglinde), Martina Serafin (Brünnhilde), Okka von der Damerau (Fricka), Dorothea Herbert (Gerhilde), An de Ridder (Ortlinde), Kai Rüütel (Waltraute), Julia Faylenbogen (Schwertleite), Christiane Kohl (Helmwige), Bettina Ranch (Siegrune), Eva Kroon (Grimgerde), Iris van Wijnen (Rossweise)
Nederlands Philharmonisch Orkest
Dirigent: Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Gezien: 16 november 2019

Foto’s: © Ruth Walz/DNO

 www.operaballet.nl

Eva-Maria Westbroek en haar Sieglinde’s

Over drie vrij nieuwe ‘Ringen’ en een Walküre uit de archieven

 

Opera Odessa brengt klassieke Trovatore

Tekst: Peter Franken

 

SAG_2998-1

Inmiddels geen nieuwkomer meer op de Nederlandse podia, Opera Odessa. Na korte tournees met Turandot, Pique Dame en Madame Butterfly treedt het gezelschap dezer dagen op in Nederland met een klassiek vormgegeven productie van Il Trovatore.

Il trovatore is in muzikaal opzicht een van Verdi’s populairste werken maar op het toneel wil het werk wel eens wat ongeloofwaardig overkomen. Ik ben een verklaard tegenstander van opera in concertvorm maar ben bijna geneigd voor dit werk een uitzondering te maken. Gewoon het verhaal volgen betekent onwaarschijnlijke wendingen zonder commentaar voor lief nemen.

In dat opzicht is Il trovatore toch wel een vreemde eend in de bijt als we kijken naar Verdi’s werken uit de periode 1849 – 1853. Hij schreef daarin vijf opera’s in evenzo vele jaren: Luisa Miller, Stiffelio, Rigoletto, Il trovatore en La traviata. Zowel muzikaal als inhoudelijk zie ik Il trovatore in deze reeks als een stap terug, een rommelig libretto dat nauwelijks enige betrokkenheid bij de bordkartonnen personages weet te genereren en daar overheen vooral spectaculaire muziek die naar mijn smaak te veel op effectbejag is gericht.

Een team onder leiding van regisseur Thilo Reinhardt brengt het werk in een naturalistische setting waarbij omwille van de eenvoud het verschil tussen binnen- en buitenruimte zo min mogelijk wordt benadrukt. Soldaten zijn voorzien van uniformen, degens en kurassen. Zigeuners lopen in kleurrijke kledij, slapende mannen maken snurkende geluiden. In het zigeunerkoor ‘Chi del gitano i giorni abbella’ waarin ze blèren dat er altijd troost is in de vorm van een zigeunerinnetje zijn het twee vrouwen die een zwaard smeden op een heus aambeeld terwijl de mannen hun ochtendkater aan het verwerken zijn. Na elke scène gaat het doek even dicht voor een decorwisseling, bewerkelijk doordat er relatief veel rekwisieten worden gebruikt.

In de kleinere rollen viel de bijdrage van Kateryna Lian op. Zij zette een mooie Ines neer, de vertrouweling van Leonora. Ook de Ferrando van Viktor Schevchenko kwam goed uit de verf. Zijn grote aria ‘Di due figli vivea padre beato’ waarin hij de voorgeschiedenis van het verhaal samenvat, werd met veel overtuiging gebracht, zozeer dat zijn mannen zich vervolgens schrik lieten aanjagen door een onverwacht geluid.

SAG_3298

Roman Strachov nam de rol van de spreekwoordelijke bariton voor zijn rekening die tussen de tenor en de sopraan in staat. Zijn Conte di Luna is een personage dat afwisselend ten prooi valt aan jaloezie, woede, wraakgevoelens en verbittering. Luna is geen moment gelukkig en dat liet Strachov zowel zingend als acterend redelijk tot uiting komen.

De lage mezzo Tatiana Spasskaya wist overtuigend in de huid te kruipen van de zigeunerin Azucena. Stimmlich kon ze me aanvankelijk niet erg bekoren. Haar grote vertelling ‘Condotta ell’era in ceppi’ klonk erg ongepolijst. In haar latere bijdragen was Spasskaya veel prettiger om naar te luisteren. Haar bereik bleek groot genoeg om ook de hoogste passages aan te kunnen en acterend stal ze de show. Ondanks haar onwaarschijnlijke verleden (wie gooit nu zijn eigen kind per abuis in het vuur?) wist ze zich te presenteren als het meest geloofwaardige personage.

Leonora was toevertrouwd aan Julia Tereshuk. Vocaal kan ze de rol prima aan maar toch vertoonde ze onnodig veel risicomijdend gedrag, met name bij het attaqueren van sommige hoge passages. Daarbij zette ze een keel op, om vervolgens in een volgende, vergelijkbare passage, mezzo forte te zingen. En bij de hoogste noten koos ze wat erg snel voor een lager alternatief. Verder niets dan lof voor deze Julia, ze was van begin tot einde een vast baken in deze roller coaster met als hoogtepunt een fraaie vertolking van Leonora’s topnummer ‘D’amor sull’ali rosee’.

Eduard Martyniuk nam de titelrol voor zijn rekening. Manrico heeft de bravoure van een man die in ‘alles’ uitblinkt, van minstreel tot vechtersbaas. Logisch dat Leonora voor hèm valt en niet voor zijn veel saaiere broer. Martinyuk wist dit vrij aardig over het voetlicht te brengen, al nam hij opvallend weinig risico in de lastige passages. Hij ging zoals verwacht direct los in ‘Di quella pira’ maar bleef bewust hangen onder de hoge C. Goede tenor maar niet de ster van de show.

SAG_3107

Il trovatore speelt zich af tijdens een burgeroorlog en Reinhardt laat dat zien zonder die context tot de kern van het stuk te verheffen. We zien een groepje nonnen die gewonden mannen verplegen en de suggestie wordt gewekt dat op de achtergrond een operatie wordt uitgevoerd. Gevechtshandelingen, plundering en wangedrag blijven buiten beeld. Des te meer valt de vrij expliciete suggestie van marteling op die Azucena ten deel valt als ze door Luna’s mannen is gevangen genomen.

Al met al is deze productie een vrij goed gelukte poging om dit rommelige werk dat het vooral van de muziek moet hebben librettogetrouw ten tonele te voeren. Dat op zich is een compliment waard. Ik kijk uit naar de volgende bijdrage van dit sympathiek gezelschap uit de fraaie stad Odessa, met zijn prachtige theater.

Bezocht op 14 oktober 2019

IL TROVATORE. Discografie

Il trovatore van Dmitri Tcherniakov, naar de opera van Verdi

IL TROVATORE in Amsterdam 2015

‘O tu, Palermo, terra adorata, De’ miei verdi anni – riso d’amor’. Ter nagedachtenis van Marcello Giordani

DNO herneemt bijna vergeten Cosi fan tutte

Tekst: Peter Franken

92.cosifantuttecd-ogaard1079

© Hans van den Bogaard

Temptation Island avant la lettre, zo probeert DNO Mozarts liefdesexperiment onder de aandacht van een jong publiek te brengen. Op zich goed gevonden, zo lijkt het, maar de oude productie uit 2006 oogt te gedateerd om die claim geloofwaardig te maken. Muzikaal was de première een succes maar het duurde allemaal wat lang.

In 2006 stond er een complete Da Ponte cyclus op het programma bij DNO in de regie van het duo Jossi Wieler en Sergio Morabito. De kritiek was niet van de lucht, met name het Beddenpaleis (Don Giovanni) moest het ontgelden, maar ook de Autosalon (Le nozze di Figaro) kon op veel commentaar rekenen. Inmiddels zijn beide werken al eens geprogrammeerd in nieuwe producties, voor hun herneming hoefde niet langer gevreesd te worden. De Jeugdherberg (Cosi fan tutte) kwam er nog het beste vanaf en deze productie uit 2006, eerder hernomen in 2009, staat nu weer op het programma.

82.cosifantutte-d-ogaard1165

© Hans van den Bogaard

Het decor van Barbara Ehnes suggereert een jeugdherberg, met tieners en adolescenten die duidelijk tot een bepaalde groep horen, gelet op hun padvinderachtige uniformen. We zijn aan het strand, er ligt wat zand rondom het draaitoneel en jongelui in weinig eigentijdse kleding draaien wat om elkaar heen. Het doet onwillekeurig denken aan Sommerferien aan de Oost Zee kust onder auspiciën van de Freie Deutsche Jugend. Dat Ferrando blauwe sokken draagt is wellicht een hint in de richting van deze FdJ, ook wel Blauwhemden genaamd.

81.cosifantutte-d-ogaard0974

©Hans van den Bogaard

Met Don Alfonso als een jeugdleider en Despina plotseling even in de rol van keukenprinses die de geüniformeerde jongelui van soep voorziet, is een pseudo eigentijdse setting gecreëerd. De rest van de ongerijmde handeling krijgt daarin zonder veel frictie een plaats, zolang je de gezongen teksten grotendeels voor kennisgeving aanneemt. Waar het om draait is het thema trouw in de liefde en de kern van Cosi – ‘zo doen zij allen’ – wordt veelal opgevat als een wel erg generaliserende negatieve kijk op vrouwen in het algemeen. Maar op die manier over mannen praten is bijna een cliché, getuige Despina’s ‘van mannen trouw verwachten, laat me niet lachen’. Er is veeleer sprake van een repliek op die gemeenplaats, vrouwen zijn heus niet zoveel anders dan mannen als het om de liefde gaat.

De natuur maakt voor de twee overmoedige jongens Ferrando en Guglielmo geen uitzondering en mede dank zij intensieve brainwashing door Alfonso en Despina gaan beide tienermeisjes voor de bijl. Goed, een dag is wel erg ongeloofwaardig, maar met een week was de uitkomst van de strijd (in liefde en oorlog….) tamelijk voorspelbaar geweest. Die meiden hebben zich kranig geweerd maar waren niet bestand tegen een lawine van list, bedrog en hormonale opwinding.

95.cosifantuttecd-ogaard0996

© Hans van den Bogaard

De productie als geheel kan er mee door, maar een topper zal het nooit worden. Ook de personenregie van de figurerende koorleden draagt niet echt bij aan het succes. Verder zijn er te vaak dode momenten waarin iemand zich omkleedt, nadenkt of stilletjes zit te flirten. Zoiets is dodelijk voor de vaart en dat kan deze uitgesponnen voorstelling niet hebben. Een Cosi met een zuivere speelduur van 200 minuten is te lang. Het is ironisch dat een Wagneriaan zich daarover beklaagt, maar punt is dat er gewoon te weinig gebeurt om het zo te rekken.

De langste opname onder Böhm duurt 165 minuten en dat verschil komt niet alleen voor rekening van de daarin gecoupeerde tweede aria van Ferrando. Dirigent Ivor Bolton neemt gewoon overal ruim de tijd. Onder zijn leiding laat het Nederlands Kamerorkest mooie klanken horen al vielen er wel de nodige missers in de hoornsoli te noteren. Wat de voorstelling ondanks alle gebreken tot een succes maakt is de zang.

Thomas Oliemans is als Don Alfonso een wat jonge ‘levenswijze’ vriend, iets te baritonaal wellicht maar uitstekend vertolkt. Zijn compagnon in de ad hoc firma list en bedrog is in handen van de sopraan Sophia Burgos die een sexy Despina neerzet, met passend bijdehand gedrag.

Het geplaagde viertal dat aan een experiment wordt onderworpen was uitstekend gecast. De bariton Davide Luciano als Guglielmo was voor mij de beste man van het veld, hij beviel me net iets meer dan zijn vriend Ferrando, de tenor Sebastian Kohlhep. Al heb ik na afloop geluiden gehoord die precies het tegenovergestelde suggereerden. Opvallend was dat Ferrando twee arias’s te zingen kreeg, zijn ‘Ah, lo veggio’ kwam mij in het geheel niet bekend voor, wordt kennelijk vrijwel altijd gecoupeeerd.

De mezzo Angela Brower, bijna een sopraan, zette een leuke Dorabella neer, goed gezongen en uitstekend geacteerd. Zij is minder naïef dan haar zuster, neigt in de richting van Despina waardoor ze in de handeling meer en meer een tussenpositie gaat innemen naarmate ‘the plot thickens’. Anet Fritsch tenslotte was een ideale Fiordiligi, zowel qua voorkomen als qua stem. Haar vertolking van de twee grote aria’s, de muzikale hoogtepunten van dit werk, was uitstekend verzorgd.

93.cosifantuttecd-ogaard1085

© Hans van den Bogaard

Terugkomend op de poging van DNO om deze productie te slijten als een leuke binnenkomer voor een jeugdig publiek: een in totaal vier uur durende voorstelling met schier eindeloze aria’s, tenenkrommende teksten en een plot die vandaag de dag in minder dan een uur verteld zou worden, is geen geschikt uithangbord voor deze doelgroep. En een gitaar spelende hippie op het toneel helpt ook echt niet, das war einmal.

Thomas Oliemans over zijn rol als Don Alfonso:

Bezocht op 3 oktober 2019

Cosi fan tutte: zo doen ze het allemaal (maar sommigen doen het gewoon beter)

Johan Simons brengt een goed doordachte Don Carlos

Tekst Peter Franken

Carlos

Opera Vlaanderen opent het seizoen met een nieuwe productie van Don Carlos. Het is al de derde sinds de heroprichting van het instituut dertig jaar geleden. Gekozen is voor de Franse versie, de Grand Opéra die Verdi schreef voor de Parijse Opéra.

Het genre Grand Opéra heeft als inhoudelijk kenmerk dat de handeling losjes wordt bepaald door historische figuren tegen de achtergrond van grote gebeurtenissen die pogingen van de protagonisten om het leven naar hun hand te zetten bijna op voorhand doen mislukken. Zo ook Don Carlos waarin de titelheld een onmogelijke strijd voert om erkenning en liefde en wordt vermorzeld door een totalitaire christelijk politieke maatschappij.

Carlos Schille

Dat tijdsbeeld is vermoedelijk voor Schiller de aanleiding geweest de Infante tot de held van zijn toneelstuk Don Karlos, Infant von Spanien te maken. Het stuk dateert van 1787 en het strenge oordeel dat erin wordt geveld over de rol van de Kerk en de Inquisitie, in al zijn afstotelijkheid ten tonele gevoerd door de Grootinquisiteur, moet de latere Franse revolutionairen hebben aangesproken. Zozeer dat Schiller in 1792 het ereburgerschap van de Franse Republiek kreeg toegekend. Met enige fantasie kan in het personage Posa, de enige niet historische figuur in het drama, het alter ego van Schiller worden gezien.

https://mariaberini.files.wordpress.com/2018/03/siglo-xvi-5.jpg?w=1140

Een kleine eeuw later pakt Verdi de door Schiller geromantiseerde geschiedenis op en zijn librettisten werken het stuk om tot een klassieke Grand Opéra, in vijf aktes en een groot ballet. Verdi benadrukt dat er niets historisch is aan de inhoud van het werk, maar dat is toch te gemakkelijk. Zeker voor een Nederlander die van jongs af aan vertrouwd is met de figuur van Philips II, de grote boeman uit de Tachtigjarige Oorlog, blijft het moeilijk om in Verdi’s opera in het geheel geen ‘echte geschiedenis’ te willen zien.

Johan Simons komt ons in dit opzicht volledig tegemoet door een zeer goed doordachte poging te wagen de frictie tussen feiten en fantasie te verminderen. Hiertoe plaatst hij Carlos nog nadrukkelijker in het centrum dan het libretto aangeeft. We zien de 23-jarige Carlos in zijn stervensuur, opgesloten in een kamer in het paleis, waar hij verbannen uit de wereld mag leven of sterven, feitelijk doet dat er voor zijn vader Philips niet meer toe. De Infante was te gevaarlijk geworden en moest onschadelijk worden gemaakt.

Het cliché wil dat iemand in zijn laatste ogenblikken zijn leven aan zich voorbij ziet trekken. Hier gebeurt iets dergelijks met dien verstande dat we de voorbije gebeurtenissen te zien krijgen zoals ze door Carlos zijn gefantaseerd. Het is onduidelijk wat er mis was met deze jongeman maar hij functioneerde aan het hof op geen enkele wijze, zo wil men. Misschien was hij wel een fysiek gehandicapte borderliner met ADHD die er verder niet uitzag. Bedenk maar wat. Ongeschikt voor het hofleven, niet uit te huwelijken, een potentiële ramp als troonopvolger.

Carlos Elisabeth

Mary Elizabeth Willems (Elisabeth) en Leonardo Capalbo (Carlos)  (c) Opera Ballet Vlaanderen / Annemie Augustijns

Niettemin was er een match voor hem geregeld met de dochter van de Franse koning, Elisabeth van Valois. Dat was iets om naar uit te kijken voor deze 14-jarige puber. Maar dan gaat dit niet door en komt de eveneens 14-jarige Elisabeth naar het Spaanse hof als de nieuwe echtgenote van zijn 32-jarige vader Philips. Goed beschouwd was dit een royaal gebaar van de Spaanse koning naar zijn Franse collega. Voor Carlos is het een streep door de rekening en hij begint te fantaseren hoe het zou zijn geweest als Elisabeth en hij elkaar in Frankrijk hadden ontmoet. Het is te vergelijken met de jongensdroom over een onbereikbare liefde die veroverd kan worden door haar uit een brandend pand te redden.

De voorstelling begint in het klooster van San Yuste met de verschijning van Karel V. We beleven dit in de gefantaseerde herinnering van Carlos, gelegen op een bed. Alles wat volgt vindt plaats in diezelfde ruimte, feitelijk is het een Kammerstück. Na het bezoek van Posa volgt in de tweede scène een flashback naar Fontainebleau, de ontmoeting met Elisabeth en het moment dat de twee jonge tieners ter plekke verliefd werden. Dat dit korte moment van geluk nooit heeft bestaan, is voor Carlos niet aan de orde. Denk aan de ‘brandend pand’ metafoor. Zij hield van hem en is altijd van hem blijven houden, vandaar al die latere verwikkelingen.

In zijn op maat geslepen herinnering offert Carlos zich op en vertrekt om het volk van Vlaanderen te bevrijden van het juk van zijn vader en de Inquisitie. Maar hij, de held van het moment, wordt ook daarin de voet dwars gezet. Philips eist een dubbel offer, zowel Carlos als Elisabeth zullen moeten sterven. Dat is de prijs voor hun liefde. Gesproken als een echte puber, toch? Zo brengt Simons de twee werelden heel dicht bij elkaar en krijgt de toeschouwer iets mee van wat vermoedelijk de ware tragiek van de Infante is geweest.

Carlos Antwerpen

Auto da fe  (c) Opera Ballet Vlaanderen / Annemie Augustijns

The chorus puts the ‘grand’ in the Grand Opéra, las ik ergens. En de decors en het ballet vormen de visuele component. Simons’s productie voldoet zodoende niet aan de formele eisen om bestempeld te kunnen worden als een Grand Opéra. De decors van Hans Op de Beeck zijn grotendeels zeer ingenieuze videoprojecties. Het koor bevindt zich meestentijds achter het projectiedoek en is in de handeling gereduceerd tot statisch element dat de handeling becommentarieert. Het is een keuze die mede wordt bepaald door de situering van alle gebeurtenissen in de ruimte waarin Carlos is opgesloten. Hij regisseert daarin letterlijk alles, sleept bijvoorbeeld een voor een de op de grond liggende Vlaamse smekelingen het toneel op voorafgaand aan de Auto da fe.

Voor een ballet is in dit Kammerstück sowieso geen rol weggelegd. De beelden op het doek zijn gestileerd en doen vagelijk denken aan het werk van Giorgio de Chirico. De kostumering van Greta Goiris is fantasierijk met middeleeuwse accenten gekoppeld aan modieuze jaren ’50 stijlfiguren. Met name bij de aankleding van het koor heeft ze zich helemaal uitgeleefd. Bij de protagonisten gaat het er veel ingetogener aan toe. Zo loopt Elisabeth de hele voorstelling in een turquoise broekpak, op zich heel geschikt voor de scène in Fontainebleau maar weinig koninklijk. Anderzijds kan het natuurlijk duiden op de wijze waarop Carlos haar in zijn fantasie in dat liefdesmoment heeft gefixeerd.

Overigens is er zeer weinig gecoupeerd, de speeltijd van 210 minuten spreekt in dit opzicht duidelijke taal. Wat Simons brengt is een uitstekende lezing van dit grootse werk, een van Verdi’s meest aansprekende opera’s. Muzikaal was het zeer goed verzorgd. Alejo Pérez, de nieuwe chefdirigent van Opera Vlaanderen, had de zaken goed in de hand en liet het orkest tonen wat het waard is. Verder hield hij goed rekening met de zangers, ze hoefden niet tegen het geluid vanuit de bak op te boksen.

Niettemin waren de twee heren Carlos en Posa in de eerste scène onnodig luid, bijna schreeuwerig bezig, alsof het een wedstrijd was. In hun andere duetten hielden ze zich veel meer in. Leonardo Capalbo gaf overigens een uitstekende invulling aan de titelrol. Er werd een heleboel van hem gevergd doordat hij naast veel zingen ook zijn eigen fantasieën moest regisseren. Bariton Kartal Karagedik, eerder in Vlaanderen te gast in de titelrol van Le Duc d’Albe, was een prettig klinkende Posa.

Carlos drie

Leonardo Capalbo (Carlos), Andreas Bauer Kanabas (Philips), Kartal Karagedik (Posa)

Andreas Bauer Kanabas wist mij geheel te overtuigen als Philips II. Met name zijn topstuk, de monoloog ‘Elle ne m’aime pas’, was van grote klasse. Het verbale gevecht met Grootinquisiteur Roberto Scandiuzzi was een hoogtepunt in de voorstelling. Hier kijken we in de beerput van de samenleving ten tijde van de godsdienstterreur, feitelijk het historisch hart van de opera. Werner van Mechelen nam de rol van Karel V voor zijn rekening, goed gezongen.

Carlos Eboli

Raehann Bryce-Davis (Eboli)  (c) Opera Ballet Vlaanderen / Annemie Augustijns  (c) Opera Ballet Vlaanderen / Annemie Augustijns

En dan de beide dames. Eboli werd door de flamboyante mezzo Raehann Bryce-Davis neergezet als een hete bliksem met ‘maniertjes’. Acterend goed geslaagd en uitstekend gezongen. Mary Elizabeth Willems was een heel mooie Elisabeth. Technisch zeer goed verzorgd optreden, mooie klank hoewel hier en daar een tikje schel. Al met al een prima keuze voor deze rol.

Trailer van de productie:

Deze Don Carlos is een absolute aanrader. Weliswaar niet de originele Grand Opéra maar wel een hele grote opera. Er volgen nog 11 voorstellingen in Antwerpen en Gent.

Bezocht op 22 september 2019

DON CARLO(S). Een poging tot discografie

DON CARLOS in Antwerpen 2010

Castellucci’s Salome from Salzburg released on DVD and Blu-ray

Salome Asmik coverBy Peter Franken

Romeo Castelluci’s production of Salome was a remarkable success at the Salzburg Festival in 2018. Not least because of the phenomenal interpretation of the title role by Asmik Grigorian. The premiere was broadcast live on TV and, supplemented with material recorded during two subsequent performances, recently released on DVD and Blu-ray. Last summer, the production was repeated three times, again with great success, after which the visitors could have their previously purchased copies signed by Frau Grigorian.

A production by Romeo Castelluci is in fact a Gesamtkunstwerk. He directs and designs the costumes and the scenery. Only for the choreography does he allow someone else into his world. Castellucci is said to be not so much a director of persons as one who stages the entire space. His Salome therefore does not lend itself very well to wide-ranging interpretations, but can best be experienced as it is.

The broad, shallow stage of the Felsenreitschule is used in its entirety. The arches in the back wall have been closed, so that the audience is looking at a closed, greyish back wall, which contributes to the oppressive atmosphere. The stage is empty, with the exception of a number of gold-coloured objects, which sometimes play a role in the action, sometimes not.

The floor is shiny gold, making the light reflect in such a way that the players seem to be standing behind a transparent curtain. This is a small disadvantage of a recording in HD, the public in the auditorium did not notice it, as I know from my own experience. A large opening in the floor gives access to the cistern where Jochanaan is kept prisoner.

The costumes are fairly uniform: men in dark suits with faces partially painted in red. It is difficult to distinguish between the different characters; all of them are merely secondary figures in the drama that takes place between the three protagonists. Herodias, with green makeup, is also emphatically kept in the background.

Salome appears in a white dress holding a royal white cloak with a crown in her hand.  A red spot suggests that she is menstruating, emphasizing that although she is unmarried, she has more than reached the age of marriage. Moreover, this makes her extra untouchable for the prophet; she is in all respects an impure woman. When Narroboth gives in and has the Prophet brought up, he remains largely shrouded in darkness. We only see a black shadow. Salome speaks to him, he answers and curses her.

So far, the libretto is followed fairly closely. But after Jochanaan has retreated to his dungeon, the action takes a remarkable turn. During the overwhelming musical interlude, Salome lies on her back and performs a complex, erotically tinted ballet with her legs. Cindy van Acker’s choreography is sublime and the mastery with which Grigorian performs this ballet is phenomenal. The eroticism of course relates to the excitement generated by the encounter with the prophet. He grossly rejected her and even cursed her, an entirely new experience for this luxurious creature. At the same time, a horse wanders around the cistern, a reference to the fascination of young girls with large animals. A bit of a cliché, but very effective.

Sallome asmik-grigorian-r-castellucci-rezisuotoje-salomejoje-5b6078eedf35d

Salzburgerfestspiele © ruth waltz

On the front curtain the text “Te Saxo Loquuator” was written, meaning “what the stones may say to you”. Castellucci uses this reference to the supposed strenghth and power of stones to give a different meaning to Salome’s dance. At the beginning she is hidden from view by a group of extras and suddenly appears lying almost naked in a fetal position on a golden block, on which SAXO is written in large letters.

During the musical intermezzo, a large block slowly descends from above and threatens to crush her. Instead, however, Salome is enveloped by the descending block, hidden from view. She has turned to stone, a gem, but still. The enormity of what she intends to do has made her an undead in advance.

Dramaturge Piesandra di Matteo gives the following explanation:  „In ihrer Eigenschaft als Objekt verweigert sich die Figur“, so erlischt der Trieb, wodurch sich neues Potenzial erschließt.“  Be that as it may, the above mentioned ‘ballet’ clearly ends with the suggestion of an orgasm, so ‘Trieb’ will play less of a role by now. There is no longer any question of revenge sex with the head, it is now about the revenge of ‘a woman scorned’.

Opera singer Grigorian performs during a dress rehearsal of Richard Strauss' opera "Salome" in Salzburg

Opera singer Asmik Grigorian performs as Salome during a dress rehearsal of Richard Strauss’ opera “Salome” in Salzburg, Austria July 24, 2018. Picture taken July 24, 2018. REUTERS/Leonhard Foeger

While Herod wringing his hands tries to get Salome to change her mind, she bathes in a large puddle of milk. He gives in, but instead of Jochanaan’s head Salome does not unexpectedly first receive a horse’s head and only later the body of the dead prophet. Salome’s final monologue is directed at Jochanaan’s torso. She also briefly puts the horse’s head on it. Finally she goes down into a second cistern and we only see her head when Herod gives the order to kill her.

Salome really is an orgy of sound and visuals, an overwhelming theatre play. And it only really comes into its own when there is a Salome on stage who is in charge of everything and everyone, including the huge orchestra, no matter how loud they play. This makes Asmik Grigorian the ideal Salome. She has a large voice, with which she is able to cut through the orchestra at any moment, without forcing it for a single moment. A Salome should have everything: an Isolde, but also a Chrysothemis and a Zdenka. With her clear, agile voice, Grigorian can convincingly perform these different types. What makes her a unique interpreter of the famous title character, however, is her ability to make singing and acting an organic whole.

John Daszak is vocally a strong Herod, but cannot make much of an impression: it’s all about Salome here. Even Jochanaan remains, literally, in her shadow. Bass-baritone Gabor Bretz is above all a strongly singing shadow. The only time he appears is when he is sprayed clean with a garden hose by a couple of helpers.

The Vienna Philharmonic Orchestra, the house orchestra of the Salzburger Festspiele, under the direction of Franz Welser-Möst, provides a hugely successful musical support, claiming the leading role here and there during the interludes.

This recording by (C-major 801704) is an absolute must for lovers of this masterpiece by Richard Strauss.

Trailer of the production:

Asmik Grigorian, John Daszak, Anna Maria Chiuri, Gábor Bretz, Julian Prégardien
Vienna Philharmonic Orchestra conducted by Franz Welser-Möst
Directed by: Romeo Castelluci

In Dutch:
Castellucci’s Salome op dvd en Bluray uitgebracht

Translated with http://www.DeepL.com/Translator