Gastcolumns

‘Lessons in Love and Violence’ zit vol ingehouden spanning

Text: Peter Franken

Embargo on image use until 9.45pm on 10-05-18.LESSONS IN LOVE AND VIOLENCE Ð Image restrictions 

Dear All

The production of Lessons in Love and Violence features four reproductions of paintings by Francis Bacon.  

Use of photography that include Bacon works will need to be approved by the Estate of Francis Bacon except for editorial use by press photographers, however, all photographers need to be aware that the set includes the Bacon reproductions and they can only use images (or footage) in accordance with the fair dealing exceptions in the Copyright, Designs and Patents Act 1988, Section 30.

Images can therefore be used in news items and reviews relating to this production, but for no other purpose. No photographs containing any of the reproductions of Francis Bacon images are allowed to be lodged with any photo library.

Lessons in Love and Violence. Photo: Tristram Kenton © The Stage

George Benjamin en zijn librettist Martin Crimp laten zien dat ze in staat zijn het enorme succes van Written in Skin te evenaren. Hun nieuwe opera is een compact werk vol ingehouden spanning, bijna te vergelijken met een psychologische thriller à la Hitchcock.

Psycho is een van Benjamins favoriete Hitchcock films en dat is te merken aan de wijze waarop hij met zijn muziek spanning weet te creëren en vooral ook te doseren. Het orkest is tijdens de scènes niet zeer prominent aanwezig maar des te meer tijdens de tussenspelen. Melodie speelt geen rol in Benjamins muziek, niettemin is het heel toegankelijk voor luisteraars die minder affiniteit met het moderne idioom hebben. Dat is vooral te danken aan de perfecte verbinding van de tekst van Martin Crimp met Benjamins muziek. Het is een gouden duo die twee.

Evenals Written on Skin is ook dit werk gebaseerd op een middeleeuws gegeven te weten de regering van de Engelse koning Edward II die regeerde aan het begin van de 14e eeuw. Crimp is uitgegaan van een toneelstuk van Christopher Marlowe uit 1594 dat handelt over de relatie van de koning met zijn favoriet Piers Gaveston en de gevolgen die dit voor hem en zijn omgeving heeft gehad. Hoewel is uitgegaan van een historisch gegeven, is de enscenering volledig eigentijds. Martin Crimp ziet het verleden als een mythologische speeltuin voor de librettist waarin hij zich naar hartenlust kan uitleven. Het product is slechts een nieuwe versie van een al vaak verteld verhaal waarin eigen accenten worden geplaatst.

Lessons

Barbara Hannigan (Isabel), Stéphane Degout (King), Gyula Orendt (Gaveston)
© ROH | Stephen Cummiskey

Centraal staat de vierhoeksverhouding van Koning, koningin Isabel, Gaveston en Mortimer. Mortimer neemt wraak op Gaveston die heeft hem feitelijk heeft geruïneerd en van het hof heeft doen verdwijnen. Dit ten aanschouwe van de zoon en dochter van het koninklijk echtpaar. Met name de zoon is hierin van belang, aangezien hij ‘voor koning moet leren’.

Een eerste les is dat alles overheersende liefde met uitsluiting van de rest van de wereld haaks staat op de uitoefening van het koningschap. Een tweede les is dat aan een dergelijke ongewenste situatie slechts een einde gemaakt kan worden door middel van geweld, in dit geval de dood van Gaveston. Een derde les is dat een potentiële usurpator als de Madman moet worden gedood ook al is hij slechts een verwarde geest die zich beroept op wat zijn kat hem heeft verteld. Hieruit trekt de jongen zelf de ultieme les dat een heerser nooit losse eindjes kan tolereren en dat dus de moordenaar van zijn vader moet worden gedood, vergelijk Orestes en Aegisthus. Het koningschap moet worden bevochten door Mortimer te doden.

Als het voorbij is zit de zoon op de troon en heeft hij vooral veel geleerd over geweld. Weinig over liefde, dat is slechts vergif dat de goede verhoudingen verstoort en mensen tot grensoverschrijdend gedrag aanzet. Zo ook zijn moeder die haar loyaliteit laat overgaan van de echtgenoot die haar heeft verstoten naar de raadsheer Mortimer, die samen met haar een greep naar de macht doet. Isabel in de rol van Clytaemnestra.

Het duo Katie Mitchell en Vicki Mortimer zorgt voor een herkenbare enscenering: een kamer met veel figuranten in stemmige kledij gewapend met clipboards. Verder hier en daar bewegingen in slow motion. Het wordt nogal voorspelbaar zo langzamerhand. De kamer wordt getoond vanuit verschillende hoeken met steeds andere decorstukken. Hiertoe wordt na elk van de in totaal zeven scènes het doek neergelaten wat de spanning niet echt ten goed komt.

 

Lessons in

Samuel Boden (Boy), Stéphane Degout (King), Gyula Orendt (Gaveston), Ocean Barrington-Cook (Girl)
© ROH | Stephen Cummiskey

Stéphane Degout als Koning en Gyula Orendt als Gaveston maakten indruk met hun uitbeelding van het liefdeskoppel dat door uitsluiting van de omringende wereld zijn eigen doodvonnis tekent. Echt gezongen werd er niet, het was meer vocaliseren op Benjamins noten maar het klonk zeer authentiek en geloofwaardig. Orendt kwam later terug als doodsengel in een huiveringwekkende scène waarin hij de koning komt vertellen dat hij al dood is. Daarmee is de cirkel gesloten, Gaveston vertegenwoordigde van meet af aan de dood voor beiden. Het naar binnen gekeerde karakter van hun grote liefde deed in de verte denken aan Tristan und Isolde.

 

Lessons Hoare

 Peter Hoare as Mortimer in Lessons in Love and Violence, The Royal Opera © 2018

Mortimer was in handen van Peter Hoare die zijn personage gestalte wist te geven met ingehouden afkeer van de twee lovers, verkerend in openlijke woede wanneer hij zijn positie verliest. Samuel Boden was de zoon die de lessen moet leren die hierboven werden besproken. Lastige rol om iets moois van te maken maar hij hield zich goed staande in de enige scène met een uitgesproken gewelddadig karakter waarin Mortimer hem dwingt te bevestigen dat de Madman de doodstraf verdient.

 

ROYAL OPERA - LESSONS IN LOVE AND VIOLENCE 2018

 Barbara Hannigan  (© Royal Opera House / foto Stephen Cummiskey)

Barbara Hannigan was vocaal weinig opvallend in de ensembles maar trad des te meer op de voorgrond tijdens de meer intieme momenten. Benjamins muziek is haar letterlijk op het lijf geschreven en je kan je nauwelijks voorstellen dat de rol van Isabel door iemand anders wordt vertolkt. Haar personage – de vernederde ter zijde geschoven koningin – zou gemakkelijk de sympathie van het publiek kunnen winnen ware het niet dat Crimp haar laat zien als iemand die zich nauwelijks onderscheidt van de twee mannelijke protagonisten.

Als een groep vertegenwoordigers van het noodlijdende volk zich komt beklagen over de verspilling van geld aan het hof laat ze een kopje azijn aanrukken waarin ze een parel oplost. ‘De schoonheid van de parel staat op zichzelf, die heeft geen prijs, net zomin als dat muziek een prijs heeft. Kijk, huizen voor elk van jullie lossen op en genoeg voorraden om de winter door te komen.’ De klagende burgers worden weggestuurd, krijgen nog wel wat geld mee maar verder is hun lot Isabel om het even.

Ze blijft uiteindelijk met lege handen achter, haar geliefde echtgenoot is mede door haar toedoen vermoord toen ze hem niet kon terugwinnen nadat Gaveston was geëlimineerd, haar nieuwe liefde Mortimer is omgebracht door haar zoon, ze is geen koningin meer. Voor haar is uitgekomen wat Mortimer aan het begin stelde: ‘liefde is vergif’.

 

Embargo on image use until 9.45pm on 10-05-18.LESSONS IN LOVE AND VIOLENCE Ð Image restrictions 

Dear All

The production of Lessons in Love and Violence features four reproductions of paintings by Francis Bacon.  

Use of photography that include Bacon works will need to be approved by the Estate of Francis Bacon except for editorial use by press photographers, however, all photographers need to be aware that the set includes the Bacon reproductions and they can only use images (or footage) in accordance with the fair dealing exceptions in the Copyright, Designs and Patents Act 1988, Section 30.

Images can therefore be used in news items and reviews relating to this production, but for no other purpose. No photographs containing any of the reproductions of Francis Bacon images are allowed to be lodged with any photo library.

Lessons in Love and Violence. Photo: Tristram Kenton © The Stage

De verschillende bijrollen kwamen op naam van Jennifer France (ooit Zerbinetta bij de Reisopera), Krisztina Szabó en Andri Björn Róbertsson, van uitstekend niveau waarbij laatstgenoemde zich wist te profileren als Madman. Ocean Barrington-Cook gaf gestalte aan de zwijgende rol van de dochter en wist daarbij veel aandacht op zich te vestigen.

Schitterende prestatie van het orkest van de Royal Opera. In een gesprek toonde Sir George Benjamin zich uitermate tevreden over de inzet en het niveau van de artistieke prestaties van de orkestleden en daar had hij alle reden toe. Veel bijval van het publiek voor alle betrokkenen. We kijken uit naar de reeks voorstellingen in Het Muziektheater.

Lessons in Love and Violence trailer (The Royal Opera):

Bezocht op 18 mei in The Royal Opera Covent Garden

Deze recensie verscheen al eerder op Place de l’Opera

Zie voor meer informatie over de Nederlandse speelreeks van Lessons in Love and Violence de website van het Holland Festival.

Aantrekkelijke Ballo in maschera van Opera Zuid

DOOR PETER FRANKEN

 

Ballo affiche

© Opera Zuid

Hoewel de tournee er bijna opzit op de valreep nog een bericht over de productie van Un ballo in Maschera die de afgelopen maand door ons land reisde. Een eerder bezoek bleek niet mogelijk maar beter laat dan nooit, zegt men wel eens.

Regisseur Wout Koeken heeft gekozen voor de originele versie die zich afspeelt aan het hof van de Zweedse koning Gustavo III einde 18e eeuw. Dat komt een stuk overtuigender over dan de versie die Verdi door de censuur werd opgelegd en waarbij de hoofdrol wordt vertolkt door de Engelse gouverneur van Boston. Daar klinkt overigens nog wel iets van door als Gustavo tegen het einde zijn vriend en rivaal in de liefde voor Amelia ‘terug naar zijn vaderland wil sturen, zodat een oceaan hem van diens echtgenote zal scheiden’. Voor iemand die Anckarström heet, kan is er toch nauwelijks een ander vaderland denkbaar zijn dan Zweden, en daar is hij al.

 

Ballo JM--20180515-7951

Opera Zuid beschikt over zeer beperkte financiële middelen en dus is het zaak samen te werken met andere operagezelschappen, die liefst wat minder krap bij kas zitten. Dat is deze keer zeer goed gelukt, Un ballo is een coproductie met maar liefst drie andere operahuizen en dat blijkt direct uit de aankleding: decor en kostuums zien er prachtig uit.

Gespeeld wordt in een fantasierijke setting die een goed beeld geeft van de tijd waarin een en ander zich afspeelt. Uiteraard is er een klein theater op het toneel, een knipoog naar de hobby van Gustavo en het bal aan het slot heeft een complete theaterzaal als decor, compleet met plafondschildering en loges rondom. Het staat echter op zijn kant, zodat de toeschouwer recht tegen het plafond aankijkt, leuk gevonden.  De kostuums zijn een lust voor het oog, zeer gevarieerd en stuk voor stuk periode getrouw.

 

BalloJM--20180516-8845

Die keuze voor klassiek operatheater wordt echter wel een beetje overdreven door zangers nogal nadrukkelijk naar de zaal te laten zingen, zoveel ‘vroeger’ was nu ook weer niet nodig. Maar er wordt goed geacteerd en in zijn algemeenheid ook vrij goed gezongen.

Dirigent Karel Deseure gaf leiding aan een uitstekend spelende philharmonie zuidnederland. Prachtig moment de inzet van de tweede akte met die drie harde klappen die het optreden van Ulrica inleiden. Je zit direct rechtop in je stoel, er gaat wat gebeuren.

Ulrica heeft hier zelfs een achternaam, ze heet mevrouw Arvedson en dat is wel erg Zweeds voor een geheimzinnig type dat in contact staat met de duivel. Melanie Forgeron maakte als Ulrica evenmin de indruk van een medium maar meer van iemand die aardig een waarzegster weet te spelen. Op zich goed gezongen maar de stem was niet zwaar genoeg om voor enige onbehaaglijkheid te zorgen.

 

BalloJM--20180516-8852

Bij de Oscar van Kristina Bitenc was dat net andersom, die stem had iets lichter mogen zijn. De rol vraagt eigenlijk om een soubrette, althans zo hoor je het meestal. Bitenc zette een  alleraardigste androgyne Oscar neer, een knappe jongen in de eerste akte en een mooi meisje in de derde. Uitstekend gezongen en geacteerd, knap gedaan.

 

Ballo

Jannelieke Schmidt gaf zich helemaal in haar vertolking van de tot ongeluk gedoemde Amelia maar kon niet verhullen dat deze rol eigenlijk nog wat boven haar kunnen lag. Het was goed maar nog niet goed genoeg, een casting waar een vraagteken bij kan worden geplaatst. Uiteraard kan ze in het dramatische vak nog groeien, en dat zal zeker gebeuren, maar zoiets kost tijd en veel podiumervaring.

Jason Howard als Renato Anckarström heeft die ervaring al wel en bracht een redelijk geslaagde vertolking van de trouwe vriend die niet alleen bedrogen wordt maar ook nog eens voor gek wordt gezet tegenover zijn medehovelingen. We hebben er 17 opera’s op moeten wachten maar aan het einde van de tweede akte van Un ballo mag er voor het eerst sinds Un giorno di regno weer eens gelachen worden van Verdi. De heren van het Theaterkoor Opera Zuid hadden er duidelijk schik in.

Gustavo was in handen van de tenor Adriano Graziani. Hij kwam moeilijk uit de startblokken – aanvankelijk had ik ernstige twijfels over het verdere verloop – maar groeide gaandeweg in zijn rol om in de derde akte alle registers open te zetten in zijn aria ‘Ma se m’è forza perdiri’. Daarmee verwierf hij na een lange avond duidelijk de gunst van het publiek.

Een mooie Verdi avond, niet slechts visueel maar zeker ook muzikaal al blijkt wel degelijk dat coproduceren weliswaar de productiekosten kan drukken maar geen invloed heeft op de financiële beperkingen waaraan de casting is gebonden. Over het geheel genomen was het goed maar eigenlijk verdient deze Ballo toch iets betere zangers.

Trailer van de productie:

Adriano Graziani, Jason Howard, Jannelieke Schmidt, Kristina Bitenc, Melanie Forgeron,  Huub Claessens, Rick Zwart, Kazuma Goto  e.a.
Theaterkoor Opera Zuid (koordirigent: Klaas-Jan de Groot); orkestphilharmonie zuidnederland olv Karel Deseure
Regie: Waut Koeken

Fotomateriaal © Joost Milde

Meer Ballo in maschera: 2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

Ein halbes Jahrhundert Aida: Zeffirelli forever

Text: Mordechai Aranowicz

 

Aida

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Wenn eine Opern-Inszenierung auch nach Jahrzehnten immer wieder aufgenommen wird, dabei vier Neu-Inszenierungen (darunter eine durch den selben Regisseur) überlebt, und sich beim Publikum nach wie vor grösster Beliebtheit erfreut, muss es etwas ganz Besonderes sein. Dies kann man von Franco Zeffirellis Aida-Inszenierung an der Mailänder Scala aus dem Jahr 1963 wirklich behaupten.

 

Aida scene

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Seit ihrer Premiere mit Leontyne Price, Carlo Bergonzi, Fiorenza Cossotto und Nikolai Ghiaurov in den Hauptrollen hat sie über mehr als ein halbes Jahrhundert die Menschen erfreut und bezaubert. So auch bei ihrer jüngsten Wiederaufnehme anlässlich des 95. Geburtstag von Franco Zeffirelli. Dabei sind es insbesondere die opulenten, aber auch ungemein poetischen Bühnenbilder und Kostüme von Lila de Nobili (1916-2002), welche von Beginn an für sich gefangen nehmen.

 

Aida La Scala

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Die schweizerische Künstlerin mit ungarisch-jüdischen Wurzeln – bekannt vor allem für das Bühnenbild zu Luchino Viscontis legendärer La Traviata Inszenierung mit Maria Callas – erzählt Giuseppe Verdis Oper im Stil der Uraufführungs-Ästhetik – und entwickelt dabei mit ihren gemalten Prospekten einen Zauber, wie man ihn heute nur noch bei wenigen Aufführungen erlebt. Egal ob der Königspalast in Memphis, das Gemach der Amneris, die von Sphinxen gesäumte Pracht-Alle zum Triumph-Marsch oder die von Mondlicht beschienene Szenerie am nächtlichen Nil – man staunt durchgehend über die fast unerschöpflichen Ausdrucksmöglichkeiten dieses Kulissenzaubers und lässt sich von der Magie der Bilder von Beginn angefangen nehmen.

Auch musikalisch hatte die Aufführung am 31. Mai viel zu bieten: Unter dem extrem spannenden, dramatischen, aber auch sängerfreundlichen Dirigat von Daniel Oren entwickelt Verdis unvergängliche Musik einen unvergleichlichen Sog, der zwischen den zartesten Piani und den martialischen Klängen des Triumphmarsches stets die richtige Balance fand.

 

Aida ballet

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Krassimira Stoyanova singt die Aida mit kräftigem, warmem Sopran, dem auch die extrem anspruchsvollen Registerwechsel der Nilarie keine Probleme bereiten, all die Verzweiflung die Verdi in Aidas Musik zum Ausdruck brachte, wird in dieser Interpretation spürbar.

 

Aida Aida

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Violeta Urmana stattet die Amneris mit sattem Mezzosopran mit extrem klanglicher Tiefe aus, könnte aber bei aller stimmgewalt gelegentlich etwas kultivierter singen.

Fabio Satori hat sich leider zu ‚Celeste Aida‘ noch nicht freigesungen, steigerte sich aber im Laufe des Abends deutlich und fand in dritten und vierten Akt mit seinem baritonal gefärbten Tenor zu berührender Innigkeit.

Vitali Kowaljows voluminösem Bass fehlt leider viel von der Schwärze, die den Ramphis charakterisiert, während Carlo Colombara als Pharao mit warmer voller Stimme, das Volk zu den «heiligen Ufern» des Nils rief.

Georg Gagnize war ein dramatischer, schönstimmiger Amonasro, der das Beste aus dieser etwas undankbaren Rolle machte.

Am Ende langanhaltender begeisterter Jubel für alle Sänger und eine Inszenierung mit absolutem Kult-Status!

 

TOSCA an der MET: Anna Netrebko erobert Puccinis ikonische Diva

Text: Mordechai Aranowicz

 

 

Tosca poster

 

Zum Ende ihrer laufenden Saison präsentierte die Metropolitan Opera in New York sechs Aufführungen von Tosca, in denen Anna Netrebko als tragische Titelheldin debütierte. Dabei hatte sie sich diese wunderschöne Neuinszenierung von Sir David McVicar, die am vergangenen Silvesterabend ihre Premiere erlebte, für ihr stürmisch gefeiertes Rollendebüt ausgesucht. Die grosse Sängerin erhielt bereits nach ihren aus dem Off gesungenen Mario-Rufen stürmischen Auftrittsapplaus, der keine Vorschusslorbeeren bleiben sollte.

 

Tosca Netrebko

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Die Netrebko präsentierte sich auf dem Zenit ihres Könnens und scheint mit der Tosca eine Rolle gefunden zu haben, die in jeder Hinsicht zu ihrer dunkel timbrierten Stimme passt. Sie sang die Rolle mit warmem, sinnlichen Sopran, der in allen Lagen ausgezeichnet ansprach und zeichnete musikalisch einen Charakter, wie man ihn selten erlebt. Da erhielt jede Note eine tiefere Bedeutung, das Spiel Anna Netrebkos glühte in Liebe, Angst, Leidenschaft und Verzweiflung. Das berühmte “Vissi d`arte” und das anschließende “Vedi, le man giunte io stendo a te!” wurden vom Publikum mit einer atemlosen Stille verfolgt.

 

Tosca Cvaradossi

Najmiddin Mavlyanov © internet

 

Toscas geliebter Mario Cavaradossi war mit dem usbekischen Tenor Najmiddin Mavlyanov besetzt worden, der zum ersten Mal überhaupt an der Met sang. Der sympathische Sänger beeindruckte vom ersten Moment an mit seinem klaren, technisch perfekt geführten Tenor italienischer Schule, der ausgezeichnet mit Anna Netrebko harmonierte und mit mächtigen Vittoria-Rufen im zweiten Akt austrumpfte. Diese wunderbare Gesangsleistung wurde mit einem ausgezeichneten “E lucevan le stelle” abgerundet.

 

Tosca Scarpia

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Als Baron Scarpia war von der Premierenbesetzung einzig noch Zeljko Lucic übriggeblieben, der zum Te Deum-Chor (Einstudierung: Donald Palumbo) im ersten Akt einen imposanten Auftritt auf einem Podest hatte und auch in der großen Szene mit Tosca bewies, warum er an allen führenden Häusern der Welt zu Hause ist. Allein darstellerisch wirkte Lucic für den sadistischen Charakter über weite Strecken etwas zu nobel – hier hätte der Sänger durchaus etwas mehr Brutalität darstellen können.

 

Tosca Te deum

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Der idealen Rahmen für diese vorzüglichen Sänger bildeten die gigantischen, an den Originalschauplätzen orientierten Bühnenbilder und zeitgerechten Kostüme von John Macfarlane. Da war einmal eine prächtige, in Goldtönen funkelnde Kirche Sant`Andrea della Valle, das stimmungsvoll von Kaminfeuer und Kerzen beleuchtete Palazzo Farnese und die monumentale Plattform des Castel Sant`Angelos mit ihrer gigantisch aufragenden Engelsstatue vor einem Himmelsprospekt, der mit seinen drohend gemalten Wolken das aufkommende Unheil vorwegnahm.

 

Tosca sprong

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Die geschmackvollen Kostüme im Stil des Empire betonten die Wirren des Umbruchs, in dem sich Europa im Juni des Jahres 1800 befand und waren im Falle der Titelheldin eine wahre Augenweide. Der Ausstatter hatte mit dem schwarzen (und nicht roten!) Kostüm des zweiten Aktes ausserdem berücksichtigt, dass Frauen erst ab dem Biedermeier die Farbe schwarz nur noch für Trauerzwecke trugen, damals diese Farbe jedoch zu festlichen Anlässen üblich war.

Die Personenregie von David McVicar beleuchtete zum einen viele kleine Details, die sonst in Tasca Aufführungen leicht untergehen, hielt sich jedoch insgesamt zugunsten der phantastischen Sänger wohltuend zurück., was auch künftigen Besetzungen entgegenkommen dürfte. Insgesamt stellt diese Regiearbeit eine deutliche Verbesserung gegenüber der wenig geliebten Vorgänger Version von Luc Bondy dar, ohne aber die berühmte Inszenierung von Franco Zeffirelli aus dem Jahr 1985 in irgendeiner Weise zu kopieren.

Am Pult des phantastischen Met-Orchesters sorgte Betrand de Billy für eine zupackende, spannende Interpretation, die jedoch hin und wieder etwas gefühlvoller hätte seien dürfen. Das Publikum zeigte sich am Ende begeistert und feierte alle Beteiligten mit stehenden Ovationen.

Deze recensie verscheen eerder op Place de l’Opera

Geslaagde productie van La Donna del Lago in Luik

Door Peter Franken

La Donna del Lago Luik affiche

 

Op het toneel een vredig ouder echtpaar. Zij loopt weg om een bos bloemen te halen en plaatst deze zwijmelend in een vaas naast het portret van een jonge man. Dat valt verkeerd, de oude man smijt de bloemen weg en giet het water uit over de tafel met daarop het portret, als om deze plek van devotie te ontheiligen.

G. Merli - @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

@ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Regisseur Damiano Michieletto, in Amsterdam bekend van zijn Viaggio a Reims, geeft een eigen draai aan La Donna del Lago. In deze coproductie met het Rossini Festival in Pesaro stelt hij de vraag of Elena ooit de juiste beslissing heeft genomen toen ze vasthield aan haar keus voor Malcolm als echtgenoot. Immers zonder het te weten had ze de koning afgewezen. Hij was dan wel incognito aan haar verschenen als Uberto maar was wel degelijk in staat geweest haar innerlijke vrede te verstoren.

 

G. Merli - S. Jicia - M. Mironov - @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

@ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Niet dat Elena een carrière als koningin heeft gemist, hooguit als een van de vele maîtresses van koning James V en moeder van een van zijn bastaarden. Maar toch, het blijft aan haar knagen en echtgenoot Malcolm heeft het er moeilijk mee.

De twee oudere acteurs brengen Michieletto’s idee glashelder over maar was het nodig om ze bijna permanent op het toneel te houden? Van begin tot einde is met name de oudere Elena voortdurend bezig zichzelf in de handeling in te voegen, soms wat geforceerd en na verloop van tijd nogal voorspelbaar. Ze beleeft de fase in haar leven waarin ze de verkeerde afslag heeft genomen en gaat daar geheel in op. Zozeer dat ik wenste dat ze even ergens een kopje koffie zou gaan drinken.

Het toneelbeeld bevestigt het droeve lot van Elena en haar Malcolm. We zien de binnenplaats van een landhuis in vergaande staat van verval, die tevens dienstdoet als huiskamer en slaapkamer. Er staat een bed, een bank en een paar stoelen. De jonge Elena leeft hier met haar vader, de clanleider Douglas die tegen de koning rebelleert. Het verval is duidelijk symbolisch, Douglas is van het hof verstoten en de toekomstige Elena leeft voor haar gevoel in een bouwval terwijl ze zoveel beter had kunnen krijgen.

De handeling van de opera is eenvoudig: drie mannen strijden om Elena’s gunst. Ze heeft trouw beloofd aan Malcolm maar die is al langere tijd weg, ergens aan het rebelleren tegen de koning. Haar vader heeft haar beloofd aan Rodrigo, leidend krijgsman in de opstand. En plotseling staat een vriendelijke jonge man op de stoep die zich Uberto noemt.

 

S. Romanovsky - @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Sergey Romanovsky @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Voor Rossini een uitgelezen gelegenheid om een tenorenduel te schrijven waarin Rodrigo en Uberto elkaar naar het leven staan, overigens zonder echt te beseffen dat ze concurrenten in de liefde zijn.Voorspelbaar gaat het hierbij flink de hoogte in waarbij beide heren niet voor elkaar onderdoen. Sergey Romanovsky was goed op dreef als de alfa male Rodrigo, mooie vertolking met passend assertieve voordracht.

Zijn tegenstrever Uberto krijgt hem vocaal er niet onder maar buiten beeld kennelijk wel. In de apotheose waarin Uberto zich bekend maakt als James en iedereen vergiffenis schenkt, zien we Rodrigo niet meer terug.

 

M. Mironov - @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Maxim Mironov @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Maxim Mironov wist het publiek op zijn hand te krijgen met een uitstekende vertolking van Uberto alias James V. Hij wordt op slag verliefd op Elena die hij aanvankelijk aanziet voor een bosnimf. Het is een licht ontvlambaar type, die Uberto. Voor de bevrediging van zijn amoureuze gevoelens is hij bereid grote risico’s te nemen. Dat aspect van zijn personage wist Mironov goed tot uitdrukking te brengen. Zijn vertolking van Rossini’s vocale capriolen ontaardde nergens in een circusact maar bleef voortdurend geloofwaardig. Uiteraard met hoge goed getroffen noten.

 

S. Orfila - S. Jicia - @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Simón Orfila en Salome Jicia @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Vader Douglas kwam voor rekening van de bas Simón Orfila, geheel in de stijl van de oudere patriarch die geen tegenspraak duldt. Mooie bijrollen verder voor Julie Bailly als Albina Stefan Cifolelli als Serano en Bertram. Goede bijdrage van het koor van de Waalse Opera ingestudeerd door Pierre Iodice.

 

G. Merli - M. Pizzolato - @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Marianna Pizolato @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Malcolm is een Hosenrolle, en de broek was aangetrokken door de mezzo Marianna Pizzolato. Haar bijdrage bleek uiteindelijk de meest succesvolle van de voorstelling te zijn, veel bijval van het publiek en terecht. Malcolm is maar weinig op het toneel maar neemt dat geheel in bezit als hij verschijnt. Het is een zware rol, zang technisch maar ook in de zin dat Malcolm de zwaargewicht achter de schermen is. Hij bepaalt de afloop in emotioneel opzicht.

 

S. Jicia - @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Salome Jicia @ Opéra Royal de Wallonie-Liège

Salome Jicia, de feitelijke titelrolvertolkster, kon zich niet aan de schaduw van haar mezzo collega ontworstelen. Haar presentatie was wat vlak, niet erg sprankelend wat je toch van een Rossini sopraan verwacht. Nu zat het haar ook niet mee, aangezien Elena eigenlijk pas echt een vrij veld krijgt aan het einde en daarin wist ze zich goed te manifesteren. Elena is dan wel veel op het toneel, veelal is ze niet agerend maar reagerend en participeert ze in dialogen en duetten waarin de tegenspeler het voortouw neemt. In de laagte vond ik haar stem wat dof, in het middenregister wel mooi maar zodra er een hoogstandje moest worden verricht was ze nogal schreeuwerig. Eindoordeel: adequaat maar niet bijzonder.

Gesprek met Michelle Mariotti over de opera:

Michelle Mariotti gaf enthousiast leiding aan het orkest, goed tempo, veel zorg voor de balans tussen orkest en zangers. Verder mooie soli van de houtblazers en fraai ensemblespel van de strijkers in de snelle passages. Al met al een mooie Rossini middag daar in Luik.

La Donna del lago – Teaser:

Gioacchino Rossini
La Donna del lago
Salome Jicia, Marianna Pizzolato, Maxim Mironov, Sergey Romanovsky, Simón Orfila, Stefan Cifolelli, Julie Bailly
Acteurs: Giusi Merli en Alessandro Baldinotti
Orchestre et Choeurs Opéra Royal de Wallonie-Liège olv Michele Mariotti
Regie: Damiano Michieletto

Bezocht op 13 mei 2018

Sellars en Currentzis completeren Mozarts ‘Titus’

Door Peter Franken

Russell Thomas als Tito Vespasiano, Paula Murrihy als SestoCredits: Ruth Walz

Russell Thomas als Tito Vespasiano, Paula Murrihy als Sesto © Ruth Walz

Achter op het vrijwel lege toneel van de Nationale Opera is een groepje zelfmoordterroristen bezig een aanslag voor te bereiden. Men is in de weer met bomgordels en rugzakjes gevuld met explosieven. Uit de orkestbak klinkt licht unheimische muziek, die de beklemmende sfeer verhoogt als ware het een film van Hitchcock. We kijken naar Mozarts La Clemenza di Tito, of op z’n Duits ‘Titus’.

Adagio und Fuge KV 546:

 

Genoemde muziek is Mozarts Adagio und Fuge KV 546, geschreven in 1788, 3 jaar voor de compositie van Tito. Het is een idee van regisseur Peter Sellars, zo zegt hij zelf. Maar er is meer muziek toegevoegd aan de Clemenza di Tito die op 7 mei bij DNO in première ging. Dirigent Teodor Currentzis putte rijkelijk uit Mozarts Mis KV 427 waardoor alles bijeen zo’n drie kwartier muziek aan de opera werd toegevoegd, allemaal van Mozart natuurlijk.

Currentzis en Sellars gaan uit van de gedachte dat Tito niet de opera is die Mozart had willen schrijven of liever, had moeten schrijven. De argumenten zijn duidelijk: het was een opdrachtwerk ter gelegenheid van de kroning van Leopold tot koning van Bohemen, het moest een opera seria zijn – een genre dat Mozart was ontgroeid – en het was een haastklus die werd uitgevoerd toen Mozart al zo ziek was dat hij kon vermoeden het niet lang meer te zullen maken.

Daar kunnen wel een paar kanttekeningen bij worden geplaatst. Mozart en zijn librettist Caterino Mazzolà namen voldoende tijd om het oorspronkelijke libretto van Metastasio uit 1734 grondig te bewerken en er een boodschap in te leggen die het koninklijk gezelschap op zijn minst ervan zou moeten overtuigen dat er sinds de Franse Revolutie een andere wind door Europa woei en dat restauratie van de absolute monarchie een gepasseerd station was.

Verder was Mozart natuurlijk op de hoogte van zijn eigen werk en het zou hem hoegenaamd geen moeite hebben gekost om de uitbreidingen die met name Currentzis heeft ingevoegd voor eigen rekening te nemen. Of om desnoods Süssmayer dat even voor hem te laten doen.

 

clemenza1

© Ruth Waltz

Ziek of niet, ontgroeid aan het genre, beklemmende randvoorwaarden, dit alles heeft de compositie van een werk op ‘Mozart niveau’ niet in de weg gestaan. In de productie van Sellars en Currentzis zijn de aanpassingen dan ook niet bedoeld als verbetering of completering maar als middel om bepaalde emoties wat sterker uit te lichten. En dat is goed gelukt, hoewel het ook wel wat minder had gekund allemaal.

De recitatieven zijn teruggebracht tot een absoluut minimum maar dat is nog steeds voldoende om de voortgang van de handeling te kunnen volgen. Wel komt hierdoor minder uit de verf hoe Vitellia zo’n enorme invloed op Sesto kan uitoefenen, maar die liefdesgeschiedenis is sowieso sterk naar de achtergrond gedrongen.

Sellars stelt dat de recitatieven weinig meer doen dan Tito ophemelen en dat zal bedoeld zijn om koning Leopold onder de kin te kietelen, dus inmiddels achterhaald. Echter als Tito zijn eerste goede daad verricht – hij schenkt het geld bestemd voor een aan hem gewijde tempel aan de slachtoffers van de recente uitbarsting van de Vesuvius – voegt Currentzis het Benedictus & Hosanna uit Mozarts Mis in. Servilia, Annio en het koor zingen ‘Gezegend hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge’. Dus de lovende recitatieven worden vervangen door een prachtig stuk muziek waarvan het effect is dat Tito niet alleen wordt geprezen maar ook nog eens vergoddelijkt.

 

Koor: musicAeterna Credits: Ruth Walz

musicAeterna  © Ruth Waltz

Hier heeft in mijn perceptie de keuze van het betreffende stuk meer te maken met de mogelijkheid om Currentzis’ koor op de voorgrond te laten treden dan met een kritische blik op de inhoud.

Iets dergelijks gebeurt als Servilia de keizer komt uitleggen dat ze liever niet zijn keizerin wil worden omdat ze al van Annio houdt. Hij maakt een ruim gebaar, geeft aan dat het fantastisch is dat tenminste iemand nog tegen hem durft te zeggen wat hij of zij denkt. En Servilia plus koor zingen vervolgens het Laudamus uit de Mis: ‘Wij prijzen U, wij zegenen U, wij aanbiddden U, wij verheerlijken U’. Zoiets vind ik over the top.

Sellars heeft duidelijk een punt bij de ‘matter of fact’ reactie waarmee in de opera de mislukte aanslag van Sesto op Tito wordt afgedaan. De keizer leeft nog, er is per ongeluk iemand anders neergestoken, niets aan de hand. Sellars benadrukt dat er wel degelijk een heleboel aan de hand is. Er is een poging gedaan Tito te vermoorden door het Capitool in brand te steken en in de bijkomende verwarring toe te slaan.

Florian Schüle, Ekaterina Scherbachenko als Vitellia.Credits: Ruth Walz

©  Ruth Waltz

Sellars legt hier het verband met een hedendaagse terreuraanslag. Daarbij komen veel mensen om en het publiek reageert daarop met een wake en de inrichting van tijdelijke herdenkingsplekken waar lichtjes branden. Reflectie, verslagenheid, boosheid, onbegrip, het leven staat even stil. Dit wordt prachtig in beeld gebracht door het koor bij aanvang van de tweede akte onder het zingen van het Kyrie uit de Mis met een sublieme solo van Annio: ‘Heer, ontferm U’.

Een terreurdaad is iets vreselijks, maar heeft altijd een oorzaak, een beginpunt. Sellars maakt duidelijk dat kennis van de tegenstander kan leiden tot begrip en uiteindelijk vergeving. Eigenlijk had hij het liefst een opera over Nelson Mandela willen maken die erin slaagde zijn voormalige doodsvijanden zover te krijgen dat ze toetraden tot zijn regering en met hem samenwerkten. Zijn Tito is net als Mandela geen watje maar een krachtig leider die boven zichzelf uit kan stijgen en zodoende in staat is af te zien van wraak op degenen die hem naar het leven stonden.

 

Paula Murrihy als Sesto, Russell Thomas als Tito VespasianoCredits: Ruth Walz

© Ruth Waltz

Als Tito moet inzien dat hij niet alleen door Sesto is bedrogen maar ook door zijn nieuwe aanstaande keizerin Vitellia, heeft hij er genoeg van en maakt hij een einde aan zijn leven. Sellars doet zijn reputatie eer aan door Tito na de mislukte aanslag als zwaargewonde patiënt in een ziekenhuisbed op te voeren, intensive care met een woud aan slangen en monitors. Of hij deze stijlfiguur heeft uitgevonden weet ik niet, maar in Amsterdam kwam hij er al mee in zijn Pelléas et Mélisande uit 1993.

Inmiddels is het al weer een cliché natuurlijk, net als een rolstoel, maar hier kwam het wel te pas. Tito rukt alle slangetjes en draden los en sterft. Vervolgens klinkt de Mauerische Trauermusik KV 477 op tekst uit de klaagliederen van Jeremia: ‘Hij heeft mij met bittere kruiden verzadigd’. Het was een aangrijpend slot van een muzikale topavond, maar door een paar onnodige toevoegingen iets te lang om voortdurend te blijven boeien.

Waar ik kritiek heb op een deel van Currentzis’ ingrepen in de partituur, ben ik zeer te spreken over zijn wijze van musiceren. Hij laat zijn orkest bijna ‘vrij’ spelen, niet alles strak op de tel, hier en daar bijna ingehouden swingend. Ja, dat krijg je met een dirigent die gek is op Pop en Rock. Zijn orkest MusicAeterna is een instrument dat door Currentzis bespeeld wordt als een verlengstuk van zijn eigen persoon. Hij is ermee vergroeid en het resultaat is verbluffend.

Ekaterina Scherbachenko als VitelliaCredits: Ruth Walz

© Ruth Waltz

Verder zijn Currentzis en Sellars erin geslaagd ook samen tot een eenheid te komen. Orkest en zangers acteren mee door goed gekozen tempowisselingen, inhouden, pauzeren, waardoor bepaalde sleutelscènes het karakter krijgen van muzikaal totaaltheater. Met name was dit het geval bij de twee aria’s met klarinet, feitelijk duetten voor zanger en klarinettist. Florian Schüle blonk uit in zijn solo op Basset Klarinet in de aria ‘Parto, ma tu ben mio’ waarin hij als een klimopplant om Sesto heen draaide. En hij deed dat nog eens dunnetjes over op Basset Hoorn in Vitellia’s aria ‘Non più di fiori’. Absolute perfectie en volledige benutten van alle mogelijkheden die deze samenspraak biedt.

Bij de première in 1791 speelde Anton Stadler deze partij al zal hij wel gewoon in de orkestbak hebben gezeten. Met name deze twee aria’s hebben ertoe bijgedragen dat Mozarts Tito na zijn aanvankelijk succes niet volledig in vergetelheid is geraakt. Voor Stadler componeerde Mozart hierna ook nog het Klarinetconcert, ook een topstuk uit zijn laatste levensjaar.

Het toneelbeeld was sober met een stel doorzichtige zuilen die af en toe uit de vloer omhoog kwamen. Dankzij de goede belichting door James F. Ingalls leek het meer dan het was. Hier werd de natuurlijke achtergrond van de Felsenreitschule in Salzburg wel een beetje gemist, de Bühne waarvoor George Tsypin zijn decor oorspronkelijk had ontworpen. De kleding ontworpen door Robby Duiveman was mooi in overeenstemming met de sfeer die Sellars probeerde te creëren.

Een hoofdrol was weggelegd voor het koor van musicAeterna, subliem gezongen met dank aan koordirigent Vitaly Polonsky. En dan de solisten. Een uitblinkende Sesto in de persoon van Paula Murrihy die royaal het niveau haalde dat ze eerder dit seizoen liet horen in de serie voorstellingen met het Orkest van de Achttiende eeuw. Servilia en Annio, normaal gesproken twee bijrollen, kwamen hier op de voorgrond door hun partijen in de toegevoegde Mis. Beide van uitstekend niveau, Janai Brugger als een aandoenlijke Servilia en Annio als vriendelijke man met een hemelse vrouwenstem.

laclemenzaditi-8_ruthwalz

Jeanine De Bique als Annio, Janai Brugger als Servilia, Paula Murrihy als Sesto ©: Ruth Walz

De Vitellia van Ekaterina Scherbachenko bleef hier weliswaar iets bij achter maar haar optreden was toch zonder meer bevredigend.

Russell Thomas in de titelrol zette een goede Tito neer maar leek vocaal wel wat problemen met zijn rol te hebben. Zeker in de eerste akte zong hij in de dialogen dicht tegen zijn falsetstem aan en in zijn aria’s leek hij wat te forceren. Niettemin een mooie Tito en, wat Sellars natuurlijk ook graag zag, een zwarte man in de rol van zijn para-Mandela.

Tenslotte een speciale vermelding voor Willard White in de kleine rol van Publio. Prachtig toch om deze mastodont daar te zien waar hij al meer dan een halve eeuw thuishoort in Amsterdam, op het toneel van de opera. Bravo.

Een wat lange avond met bij wijlen overweldigend mooie muziek, een bijna nieuwe Mozart opera, een goed doordacht concept wat nergens teveel op de voorgrond treedt. Het was een groot succes in Salzburg afgelopen zomer, het verdient dat ook in Amsterdam te worden.

Trailer van de productie:

Wolfgang Amadeus Mozart
La Clemenza di Tito
Russell Thomas, Ekaterina Scherbachenko, Janai Brugger, Paula Murrihy, Jeanine De Bique, Sir Willard White e.a.
Orkest en koor musicAeterna olv Teodor Currentzis
Regie: Peter Sellars

Bezocht op 7 mei 2018 in het Muziektheater in Amsterdam

 

Der tigernde Holländer am Opernhaus Zürich

Text: Mordechai Aranowicz

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Mit gemischten Gefühlen verliess man den fliegenden Holländer am Opernhaus Zürich. Die Inszenierung des Intendanten Andreas Homoki und der Ausstattung von Wolfgang Gussmann aus dem Dezember 2012 war dabei eine grosse Enttäuschung. Es handelt sich um ein völlig austauschbares beliebiges Arrangement, das fast den ganzen Abend über mit Wagners selbst verfasstem Libretto frontal kollidiert, Libretto und Partitur einerseits und die Inszenierung andererseits waren völlig zweierlei Sachen, die kaum etwas miteinander zu tun haben.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Statt der geforderten Schauplätze befinden wir uns in einem Seemanns-Kontor zu Beginn des 20. Jahrhunderts in dem es eben spukt. Dass im Libretto von Schiffen, Stürmen, Häfen, Spinnrädern die Rede ist schien dem Regisseur völlig egal, auch wer die Oper nicht kennt, dürfte beim Mitlesen der Übertitel das flaue Gefühl im Magen bekommen haben, dass hier inszenatorisch etwas völlig schiefläuft.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Die unfreiwillige Komik mit einem afrikanischen Krieger in der Spukszene während des Fests der Matrosen im dritten Aufzug, war trauriger Höhepunkt, dieser völlig verfehlten Regie-Arbeit! Das war umso bedauerlicher, da mit Bryn Terfel einer der gefragtesten Holländer-Interpreten unserer Zeit zur Verfügung stand. Sein herber, robuster Bariton sprach am besagten Abend in allen Lagen bestens an, fand im Verlauf des Abends zu Leidenschaft und Ausdruck.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Camilla Nylund war dabei eine ebenbürtige Partnerin, der man ihr leichtes Tremolo in der berühmten Ballade leicht nachsehen konnte, ihr wunderbarer dramatischer Sopran verlieh der Senta zahlreiche Farben und blühte im zentralen Duett des zweiten Aktes wunderbar in der Höhe auf.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Steven Humes war ein Stimmlich etwas zu leichtgewichtiger Daland, man vermisste das Volumen und die Tiefe, die diese Rolle braucht. Marco Jentsch gab einen geschmeidig Stimmigen Erik, während die respaktable Leistung von Omer Kabiljak als Steuermann durch die Abstrusitäten der Regie völlig zunichtegemacht wurde.

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

Der von Janko Kastelic präparierte Chor brachte sich klangstark mit ein, war jedoch optisch einfach grausam und unpassend kostümiert und musste sich wie bei so vielen Regiearbeiten von Andreas Homoki ohne Grund hyperaktiv betätigen ohne, dass dafür ein Grund erkennbar war.

Das Orchester und Markus Poschner spielte von der Ouvertüre an einen Wagner, der an Spannung und Farbreichtum kaum zu überbieten war. Viel Jubel am Ende dieses pausenlos gespielten Nachmittags für Sänger, Chor und Orchester, lange Gesichter auf der Treppe wegen einer weiteren ernüchternden und ärgerlichen Inszenierung.

Foto T+T Fotografie: Toni Suter + Tanja Dorendorf

Am 28.03.2018 im Opernhaus Zürich besucht