achtergrondartikelen

JOSEPH ACHRON. Muziek om verliefd op te worden

 

Achron in Petersburg

Joseph Achron in St. Petersburg.  © Courtesy of the Departement of Music, Jewish National & University Library, Jerusalem, Achron Collection

Arnold Schoenberg was er van overtuigd dat Joseph Achron de meest onderschatte onder de hedendaagse componisten was. Schönberg roemde zijn originaliteit, hij was er dan ook zeker van dat Achrons muziek een absolute eeuwigheidswaarde had. Toch is Joseph Achron niet echt beroemd geworden.

Achron Hebrew melody

De doorgewinterde vioolliefhebber kent ongetwijfeld  zijn ‘Hebrew Melody’,  een zeer geliefde toegift uit het repertoire van menig violist, te beginnen met Heifetz.

Het werk is geïnspireerd op een thema die Achron ooit in een synagoge in Warschau hoorde toen hij nog maar een kleine jongen was. Hij schreef het in 1911, het was één van zijn eerste composities en tevens zijn ‘kleur – bekennen’: Achron werd lid van de Vereniging voor de Joodse Muziek.

 

Achroon kind

Joseph Achron als kind in Warschau

Maar laten wij bij het begin beginnen.  Joseph Achron werd geboren in 1886 in Polen en stierf zevenenvijftig jaar later in Los Angeles. Zijn moeder was een verdienstelijke zangeres en zijn vader voorzanger die ook viool speelde. Van hem kreeg Joseph zijn eerste vioollessen maar spoedig werd zijn vader vervangen door echte leraren. Op zijn achtste trad hij voor het eerst op en op zijn achttiende had hij al enkele composities op zij naam staan.

Zijn loopbaan als componist begon echter pas in de jaren twintig van de twintigste eeuw. In St. Petersburg sloot Achron zich aan bij de componisten die verenigd waren in de ‘Nieuwe Joodse School’. Een paar jaar later verhuisde hij naar Berlijn waar hij kennis maakte met de werken van de Franse impressionisten. Én met de Tweede Weense School.

In 1924 maakte hij reis van enkele maanden naar Palestina waar hij niet alleen optrad maar ook alle volksmuziek verzamelde die hij tegenkwam. De aantekeningen die hij toen maakte werden later in zijn composities gebruikt: zo zijn in zijn vioolconcert op. 30 enkele Jemenitische thema’s te bespeuren.

In 1925 vestigde hij zich in New York, waar hij kennis maakte met het Yiddisch Theater en waar hij  toneelmuziek voor verschillende producties componeerde. Onder ander voor Stempenyu, toneelstuk van Sholem Alejchem over een Joodse violist.

Stempenyu-Suite, hier gespeeld door Karen Bentley Pollick en Jascha Nemtsov:

 

In de jaren dertig verhuisde hij naar Hollywood waar hij in 1943 overleed.

Achron metKlemperer

Joseph Achron with Otto Klemperer (right). Klemperer conducted the premiers of Achron’s second and third violin concertos with the Los Angeles Philharmonic. © Courtesy of the Departement of Music, Jewish National & University Library, Jerusalem, Achron Collection

De muziek van Achron wacht nog steeds op haar revival al zijn er al ettelijke pogingen gedaan om haar aan de vergetelheid te onttrekken. Zo zijn er eind jaren negentig van de vorige eeuw twee cd’s uitgebracht met zijn compositie voor viool en piano. Hoe verschillend ook de interpretaties, beide zijn de moeite waard, al was het alleen maar vanwege de buitengewone kans om zijn composities te leren kennen. En waarderen.

 

Achron Miriam Kramer ASV

Op het label ASV horen wij Miriam Kramer, een jonge Engelse violiste, ooit uitgeroepen tot de ‘United Kingdom’s Performer of the Year’.  Haar cd begint met een ietwat aarzelende vertolking van de ‘Première Suite en Style Ancien’ uit 1906 (het betreft de wereldpremière), maar bij de vioolsonate op.29 wordt haar toon vaster en in ‘Children’s Suite’ kunnen wij al ongestoord genieten. Haar pianist, de Nederlander Simon Over, begeleidt haar uitstekend, en dat ik niet helemaal enthousiast kan worden ligt niet zozeer aan haar, als aan Hagai Shaham, de solist op de tweede cd (Joseph Achron: Music for Violin & Piano; Miriam Kramer, Simon Over; ASV CD QS 6235)

 

Achron Shaham Biddulph

Hagai Shaham (geen familie van Gil) is een Israëliër en stamt uit de school van de befaamde pedagoge, Ilona Feher. Zijn toon is warm en donker, hij speelt met bravoure en souplesse en – waar nodig – met een gezonde dosis schmalz. Het is schaamteloos genieten geblazen, van het begin tot het eind. Als je hier niet verliefd op wordt dan weet ik het niet..

De (vaste) begeleider van Shaham heet Arnon Erez en komt eveneens uit Israël. Het tekstboekje is tweetalig: Engels en Jiddisch (Stempenyu. The violin music of Joseph Achron; Hagai Shaham, Arnon Erez; Biddulph LAW 021)

Achron Shaham Hyperion

Vijftien jaar na hun Biddulph-opname hebben Hagai Shaham en Arnon Erez zich nog een keer over de muziek van Achron ontfermd. In 2012 hebben ze voor Hyperion Complete Suites voor viool en piano opgenomen, waaronder ook het Stempeny-Suite en uiteraard de Hebrew Melody  (Hyperion CDA67841)

 

 

Heftige vrouwen in heftige opera: 3 x Elektra van Richard Strauss

elektraheink

Ernestine Schumann-Heink as Klytämnestra at the January 25, 1909 Dresden premiere of Elektra, looking down on Annie Krull as Elektra

Met Elektra van Hugo von Hofmannsthal komen we de mythologische wereld binnen, maar dan wel gezien door de ogen van Sigmund Freud. Een wereld vol complexen, fobieën, angsten en dromen, die bovendien bevolkt is door hysterische vrouwen.

‘Studien über Hysterie’, een in 1895 verschenen boek van Siegmund Freud en Josef Bauer, had een bijzonder groot effect op veel artiesten en intellectuelen. Ook von Hofmannsthal werd er sterk door beïnvloed, en in zijn toneelstuk, dat zes jaar later in première ging, wordt Elektra’s zucht naar wraak een hysterische obsessie.

Richard Strauss, die net zijn Salome (gebaseerd op het toneelstuk van Oscar Wilde) had voltooid, zag in 1905 een voorstelling van Elektra in Berlijn. Net als bij Salome werd het stuk geregisseerd door Max Reinhardt, de meest voorname en vooruitstrevende theaterman in die tijd.

Strauss was zeer onder de indruk, en besloot van het stuk een opera te maken. In 1906 hebben de componist en de toneelschrijver elkaar ontmoet en verdere plannen gemaakt. Een historisch moment, dat tevens het begin van een zeer succesvolle samenwerking tussen beiden betekende.

 

Elektra strausshoffmansthal

Hugo von Hofmannsthal and Richard Strauss, c. 1915

Von Hofmannsthal vervaardigde een libretto zonder weerga, wellicht het beste in de hele operageschiedenis, waar Strauss een (con)geniale muziek bij componeerde. Door het gebruik van verschillende toonsoorten heeft hij een polytonale eenheid gecreëerd, waarin plaats is voor zowel de romantische als de dissonante klankwereld, en waarin hij duidelijk de grenzen van de tonaliteit aftast. Een mijlpaal aldus, waarna de componist in zijn latere werken naar de ‘beschaafde wereld’ van aangename klanken terugkeerde. De opera begint met vier fortissimo gespeelde noten, welke duidelijk staan voor “A-ga-mem-non” en welke een steeds terugkerend motief in de opera vormen.

Elektra is eigenlijk een vrouwenopera. De drie vrouwenfiguren – Elektra, Klytämnestra en Chrysothemis – zijn het middelpunt van de tragedie, waarin de mannen niets anders zijn dan een wraakwerktuig (Orest) of een passief subject van wraak (Aegisth).

Elektra beheerst het toneel letterlijk en figuurlijk – zij staat ook daadwerkelijk op het toneel vanaf het begin tot het eind. Zij ziet er totaal verwaarloosd uit – om wraak te kunnen nemen heeft zij haar vrouwelijkheid en seksualiteit opgeofferd. Zij voelt zich alleen, en door iedereen in de steek gelaten, het meeste nog door haar vermoorde vader.

Elektra Agamemnon_motif

Haar eerste woorden in de opera zijn dan ook: “Allein! Weh, ganz allein. Der Vater fort, hinabgescheucht in seine kalten Klüfte…Agamemnon! Agamemnon!” en dan komt de herkenningsmelodie (de vier beginnoten) weer terug.

Chrysothemis is Elektra’s tegenpool, zij wil gelukkig zijn, trouwen en kinderen krijgen, al die ‘vrouwelijke dingen’. Maar ook zij is een gevangene van de omstandigheden en ook zij kan er niet aan ontsnappen.

Op zoek naar een remedie durft zij zich zelfs zwak op te stellen en Elektra om hulp te vragen. De confrontatie tussen moeder en dochter vormt dan ook het hoogtepunt in de opera.

Alle drie de hoofdrollen zijn buitengewoon zwaar, ze vereisen van hun vertolksters de grootst mogelijke stemmen met een enorme kracht en doorzettingsvermogen. Daarbij moeten ze over een meer dan gemiddeld acteertalent en een formidabele bühne-presence beschikken.

Waar Salome een meisje van zestien met een stem van Isolde is, vraagt Elektra om een jong meisje met een stem van Brünhilde. En toch zijn er heel wat goede Elektra’s in de loop der jaren geweest en zelf ken ik geen slechte opname van het werk.

 

GÖTZ FRIEDERICH

Elektra Rysanek

Toen de film  van Götz Friederich in 1981 uitkwam (DG 0734095), veroorzaakte hij een ware sensatie en sloeg in als een bom. Zelf was ik toen ook geweldig onder de indruk, en de beelden van plassen bloed in de stromende regen projecteerden zich scherp op mijn netvlies.

Nu, 37 jaar later, doet de film behoorlijk gedateerd aan. Natuurlijk, het is nog steeds bijzonder spannend, en er wordt fenomenaal in gezongen en geacteerd, maar jammer genoeg wordt er niets aan de verbeelding overgelaten.

Friedrich onderschat zijn publiek en beeldt alles uit, ook scènes en handelingen die zich alleen in de hoofden van de protagonisten afspelen. Zo kunnen wij in retrospectief de moord op Agamemnon zien, waarna hij, met zijn bloedend hoofd pontificaal in beeld verschijnt zodra Elektra zijn naam noemt. Ook de moord op Klytämnestra en Aegisth wordt ons niet bespaard, en het bloed vloeit meer dan rijkelijk vanaf de muren.

In de beginscène wordt de arme vijfde maagd voor onze ogen doodgeslagen, en een paar naakte dames wassen zich met bloed van een offerdier, allemaal overbodige details, die heel wat plezier in het kijken ontnemen. Jammer, want er is niets mooier dan dankzij beelden, tekst en muziek een wereld op zich te scheppen die zowel gemeenschappelijk als individueel kan worden ervaren.

De bezetting van Orest door Dietrich Fischer-Dieskau kan me niet echt bekoren, zijn manier van zingen is te beschaafd en zijn witte kostuum ronduit bespottelijk.

Maar genoeg geklaagd, want eigenlijk is het een fabelachtige uitvoering. Leonie Rysanek (toen al behoorlijk over de vijftig) is een fantastische Elektra, een rol die zij nooit op toneel had uitgevoerd. Jarenlang zong zij Chrysothemis, om daarna, in de jaren negentig Klytämnestra op haar repertoire te nemen. Zij is niet alleen maar wraakzuchtig, maar ook zeer zichtbaar eenzaam.

Astrid Varnay, ooit zelf een Elektra van formaat, zet een gekwelde Klytämnestra neer en in de scène met haar dochter laat zij een heel gamma aan gevoelens voorbijgaan. Ligendza is, ook optisch, een mooie meisjesachtige Chrysotemis.

Böhm dirigeert langzamer dan op zijn eerdere opnamen, breder ook, wat ook te maken kan hebben met zijn hoge leeftijd. Ten tijde van de verfilming was hij bijna 87 jaar oud en hij overleed voordat de film klaar was.

Er hoort nog een tweede dvd bij, met een ruim 90 minuten durende documentaire over ‘the making of’.

 

HARRY KUPFER

Elektra Marton

De toneelproductie uit Wenen (Arthaus Musik 100 048) 1989 is meer dan bijzonder. De regie van Harry Kupfer is zeer aangrijpend en angstaanjagend, en al is hij zeer realistisch te werk gegaan, toch beperkt hij zich tot de aanwijzingen in het libretto.

Het geheel wordt gedomineerd door grijs in al zijn schakeringen en is bijzonder donker. De enige kleur in de voorstelling doemt op als Chrysotemis, bij haar hartenkreet dat zij wil leven en kinderen baren,  haar blouse openscheurt en een rood onderhemdje zichtbaar maakt.

Eva Marton is fysiek de mindere van Rysanek maar vocaal doet zij voor haar niet onder. Ook als actrice is zij buitengewoon overtuigend: ontroerend in haar verlangen naar haar vader, weerzinwekkend in haar minachting voor haar zus en angstaanjagend tijdens de confrontatie met haar moeder.

Cheryl Studer is een pracht van een Chrysothemis. Met haar ietwat zoetige, lyrische, maar toch nog bijzonder krachtige sopraan kan zij model staan voor een sterke karaktertekening: haar Chrysotemis is een in het leven teleurgesteld meisje met een sterk verlangen aan ontsnappen, maar zonder de daadkracht om het ook te bewerkstelligen.

Fenomenaal is ook Brigitte Fassbänder in haar portrettering van de geesteszieke, door nachtmerries en schuldgevoelens geplaagde koningin. Zowel de moeder als haar beide dochters kunnen zo op de bank bij Freud – over hysterische vrouwen gesproken!

Franz Grundheber is een voorbeeldige Orest en Claudio Abbado dirigeert met een intensiteit die grenst aan het onmogelijke.

SIR GEORG SOLTI

Elektra Solti

Van alle Elektra’s die op cd zijn verschenen, is de Decca-opname onder Sir Georg Solti (4173452) mij het dierbaarst. Solti zweept het orkest op en de nerveuze partituur groeit onder zijn handen uit tot een klankgordijn waar geen ontkomen aan is.

Birgit Nilsson’s vertolking van de titelrol is voorbeeldgevend en Regina Resnik is een overweldigende Klytämnestra. Ook geweldig zijn Marie Collier (Chrysothemis) en Tom Krause als Orest.


 

 

zie ook:
ELEKTRA aan de Amstel: afscheid van de productie van Willy Decker 

ORESTEIA. A music Trilogy

CHRISTOPH WILLIBALD GLUCK EN ZIJN IPHIGENIEËN

 

TUSSEN TWEE WERELDEN

Entartete Musik swing

 

WALTER BRAUNFELS

Entertet Braunfels

In 1933 werd Walter Braunfels ontslagen van zijn post als directeur van de Muziekacademie in Keulen. Tot die tijd behoorde hij, samen met Richard Strauss én Franz Schreker, tot de meest uitgevoerde hedendaagse  componisten. Hij trok zich terug in de omgeving van de Bodensee (in zijn biografie wordt het mooi omschreven als ‘innerlijke emigratie’). Na de oorlog ging hij – op speciaal verzoek van de toenmalige kanselier Adenauer – naar Keulen terug. De aandacht die hij kreeg bleef bij een paar uitvoeringen van zijn werken. Gedesillusioneerd keerde hij terug naar de Bodensee.

 

 

BERTHOLD GOLDSCHMIDT

Entartet Beatrice Cenci

In 1936 verliet Berthold Goldschmidt Duitsland. Zijn weg voerde hem naar Londen. Tegen beter weten in bleef hij componeren – zijn werken werden niet uitgevoerd. In 1951 won hij een compositiewedstrijd voor de opera met Beatrice Cenci.  De premiére vond plaats in 1987.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw, gesteund door de plotselinge belangstelling, ging Goldschmidt weer componeren. Zijn ‘Rondeau’ uit ’95, geschreven voor en uitgevoerd door Chantal Juilliet werd door Decca opgenomen, samen met zijn prachtige Ciaccona sinfonica uit 1936. De cd is al lang uit de handel en de componist  (in 1996 overleden) is uit de concertprogramma’s verdwenen.


Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Hollaender, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… een litanie van namen. Door de Nazi’s bestempeld als Entartet en verboden, verguisd, verdreven, vermoord. Diegenen, die het overleefden, werden net zo goed vergeten als de vermoorden. Is dat allemaal de schuld van de Nazi’s?

Entartet Goldschmidt en haas

Michael Haas en Berthold Goldschmidt

Michael Haas, de producent van de ‘Entartete Musik’-serie van Decca, had hiervoor een duidelijke verklaring: “De jonge generatie componisten bleef na de oorlog met schuldgevoelens zitten. Het mocht nooit meer gebeuren, dus hebben zij daar een remedie voor gevonden. Er moest samengewerkt worden aan het bouwen van objectieve muziek, gespeend van ieder sentiment en onderworpen aan strenge regels. Muziek moest universeel worden. Het serialisme werd geboren. In Darmstadt werd afgerekend met het verleden, dus ook met componisten uit de jaren ’30. Zij waren of te romantisch en sentimenteel  of flirtten te veel met jazz en populaire muziek. De Darmstadters kregen het voor het zeggen. Daardoor ging een hele belangrijke schakel verloren. De muziek tussen Mahler en Berio, de brug tussen de jaren twintig en vijftig, de generatie van na Schoenberg.”

“Mijn zoektocht begon met een ‘Weill-project’, dat helaas niet door is gegaan. In de archieven ben ik toen op het spoor gekomen van opera’s, geschreven en met enorm veel succes uitgevoerd in de jaren twintig en dertig. Ik ging op zoek naar de partituren en het bleek, dat mijn voorgevoel mij niet had misleid. Het waren stuk voor stuk geweldige composities die het meer dan waard waren om uitgevoerd en opgenomen te worden. En de muziekgeschiedenis kreeg zijn logisch gevolg.”

WILHELM GROSZ

Enetartet Grosz

In de jaren twintig van de vorige eeuw werden alle waarden aan het wankelen gebracht. De Grote Oorlog was afgelopen, landen werden onafhankelijk of verloren juist hun zelfstandigheid. Nieuwe invloeden deden van zich spreken: jazz, blues, exotische folklore. De grens tussen de klassieke en populaire muziek vervaagde.

Van alle componisten uit die tijd, was Wilhelm Grosz misschien de meest veelzijdige. Hij werd geboren in Wenen in 1894 in een welgestelde Joodse familie. In 1919 studeerde hij af aan de Weense muziekacademie, waar hij onder andere les had van Franz Schreker en in 1920 rondde hij zijn studie musicologie aan de Weense Universiteit af.

Grosz componeerde liederen, opera’s, operette’s, ballet, kamermuziek en was zeer beroemd als pianist. In.1928 werd hij in Berlijn aangesteld als artistiek directeur van de platenmaatschappij Ultraphon.

In 1929 componeerde hij (in opdracht van de toen prestigieuze radio Breslau) de liederencyclus Afrika Songs. De teksten die hij daarvoor gebruikte waren afkomstig van zwarte Amerikaanse dichters. De première op 4 februari 1930 werd zeer enthousiast ontvangen. ‘Jugendstil Spirituals’, werd de cyclus genoemd en wellicht is dat de beste omschrijving, want behalve jazz en blues zijn de liederen zwaar beïnvloed door de muziek van Zemlinsky, Mahler en …. Puccini (vergelijk ‘Tante Sues Geschichten’ met ‘Ho una casa nell’ Honan’ uit de tweede acte van ‘Turandot’!).

Toen de nazi’s aan de macht kwamen, keerde Grosz naar Wenen terug om in 1934 ook daarvandaan te moeten vluchten. Hij vestigde zich in London. Daar werd voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen zijn serieuze en populaire composities. Zijn naam werd onlosmakelijk verbonden aan een paar wereldhits, zo was ‘The Isle of Capri’ dé grootste hit van 1934.

 

 ALONG THE SANTA FE TRAIL

Entartet Gosz Santa Fe

In 1938 vertrok Grosz naar Hollywood. Daar componeerde hij muziek voor ‘Along the Santa Fé Trail’, een film met in de hoofdrollen Errol Flynn, Olivia de Havilland en Ronald Reagan. In 1939 werd hij getroffen door een hartinfarct en stierf, nog maar 45 jaar oud.

 

AFRIKA SONGS EN MEER

Entartete Gosz Africa

Na bijna zestig jaar werd Grosz herontdekt, al duurde het maar heel even. Het is haast niet te geloven maar de ‘Afrika Songs’ beleefden in 1996 hun plaat première! Het Matrix Ensemble heeft ze voor het eerst uitgevoerd op de Proms in 1993. Op de cd verder de liederencycli ‘Rondels’ en ‘Bänkel und Balladen’ en de hits ‘Isle of Capri’, ‘When Budapest was young’ en ‘Red sails in the sunset’- liedjes die we allemaal kennen en waarvan we nooit wisten wie de componist was.

Vera Lynn zingt ‘Red Sails in the Sunset’ in 1935

Mezzo Cynthia Clarey en bariton Jake Gardner  zijn subliem in de ‘Afrika Songs’ en Andrew Shore maakt een feest van ‘Bänkel und Balladen’. Ook over het Matrix Ensemble niets dan lof.

UTE LEMPER

 Entartet Lemper

Hetzelfde Matrix Ensemble treffen wij aan als begeleiders van Ute Lemper bij haar opname van Berlijnse cabaretliedjes. Cabaret in Berlijn in de jaren ’20-’30, boeken zijn erover geschreven, films over gemaakt. Het was een wereld apart. De oudgediende Rudolf Nelson was er de onbetwiste koning, maar de jonge generatie deed algauw van zich spreken: Mischa Spoliansky en Friedrich Holländer. De teksten (voornamelijk Marcellus Schiffer, maar ook Tucholsky) namen de tijdgeest onder een vergrootglas. Er werd met alles gespot, maar ook de serieuze onderwerpen werden niet geschuwd.

Ute Lemper zingt ‘Der Verflossene’ van Berthold Goldschmidt

De keuze van de liedjes laat niets te wensen over. Op een paar overbekende schlagers na (‘Peter’, ‘Wenn die beste Freundin’, ‘Raus mit den Männern’) zingt zij wat minder bekende nummers) waaronder ook een compositie van Berthold Goldschmidt ,‘Der Verf‌lossene’. Goldschmidt zelf was aanwezig bij de opnamen, evenals de dochters van Spoliansky en Holländer.

Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Hollaender, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… een litanie van namen. Met het noemen van de namen begon de in de jaren negentig gemaakte documentaire over de ‘Entartete Musik’. Of de dvd nog ergens te koop betwijfel ik…

 

Waarschijnlijk is het, samen met de hele prestigieuze Decca-project op de vuilnisbelt beland. Daar viel niets aan te verdienen. Zoals Michael Haas toe al opmerkte: “De serie is zeer succesvol, wij krijgen prijzen, wij worden geroemd. Maar verkopen doen wij niet”.

BETWEEN TWO WORLDS

Entartete Betwee two worlds

In 1944 schreef Korngold muziek voor de film Between two worlds. Het zou een van zijn laatste filmmuziekcomposities worden. De hoofdpersoon, een concertpianist, doet tevergeefs zijn best om uit het door oorlog geteisterde Engeland naar Amerika te vluchten. Een visum wordt hem geweigerd en hij pleegt zelfmoord. Zijn vrouw volgt hem in de dood.

Aangezien de zelfmoordenaars de toegang tot de hemel wordt geweigerd zijn de pianist en zijn vrouw gedoemd om eindeloos tussen twee werelden te pendelen.

Na bijna dertig jaar sinds het herontdekken van de ooit verboden en zelden uitgevoerde componisten bevinden wij ons nog steeds tussen twee werelden. Die van de grote roem en die van vergetelheid.

Toen vroeg ik mij oprecht af of we het nog konden meemaken dat die muziek ooit weer gewaardeerd ging worden puur om de kwaliteit ervan. Toen was ik nog optimistisch. Nu eigenlijk niet meer.

Meer over Entertete Musik en de verboden componisten (selectie):
Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Braunfels:
VERKÜNDIGUNG

Zemlinsky:
EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Korngold:
KORNGOLD: complete songs

Schreker:
DER FERNE KLANG

 

JOHNNY & JONES

Johnny and Jones artiestenfoto

Artiestenfoto Johnny and Jones. Foto: PR © Achterhoek Nieuws b.v

In het echt heetten zij Nol van Wesel en Max Kannewasser. Max had een gitaar en Nol een goede stem en allebei hielden zij van jazz. Vóór ze ontdekt werden  – tijdens een personeelsfeestje in 1934 – werkten ze voor de Bijenkorf. Twee jaar later traden zij voor het eerst professioneel op en gaven ze definitief hun banen op. Nol (Johnny) was toen 18 en Max (Jones) 20 jaar oud.

Johnny & Jones waren de eerste echte Nederlandse tieneridolen, ze werden dan ook door hun achterban op handen gedragen. Zij traden in de beste clubs op, ook in het buitenland.

Johnny en Jones Antwerpen

Johnny and Jones in de Dierentuin Antwerpen, fotograaf onbekend, 1932

Hun laatste optreden dateert van 24 augustus 1941. Op 9 oktober 1943 werden ze naar Westerbork gedeporteerd, waar zij bleven optreden. In augustus 1944, tijdens een kort uitstapje naar Amsterdam hebben ze een zestal nummers – allen geschreven in kamp Westerbork – voor de plaat opgenomen. Toen werd hen een onderduikadres aangeboden, maar zij weigerden. In het kamp waren hun families achtergebleven bovendien waren zij immers Johnny &Jones?!

 

Johnny en Jones Leo Kok

Van Wesel en Kannewasser tijdens sloopwerkzaamheden in Westerbork,tekening van Leo Kok uit 1944

Op 4 september 1944 werden ze naar Theresienstadt gedeporteerd, vanwaar ze via Auschwitz uiteindelijk in Bergen Belsen terecht kwamen. Max stierf er op 20 maart 1945, Nol op de dag van de bevrijding van de kamp op 18 april 1945.

In 2001 werd hun grootste hit ‘Meneer Dinges weet niet wat swing is’ samen met nog een paar van hun populairste nummers op cd gezet (Two kids and a guitar Panachord DH 2051)

en enkele maanden later kwam een tweede cd uit met nooit eerder uitgebrachte materiaal, waaronder ook liedjes, die zij op een huwelijksfeest in maart 1942 zongen alsook de verloren gewaande opnamen van die bewuste dag in 1944 (Maak het donker in het donker NJA 0101)

Daar zit ook de Westerbork Serenade bij, een loflied op het kamp. Werden zij ertoe gedwongen? Niemand zal het ooit weten.

 

 

 

BOHUSLAV MARTINŮ: The Greek Passion

Greek Passion martinu-600 Universal Edition Magazine

Ooit, jaren geleden al heb ik de goden (en de staf van DNO) gesmeekt om The Greek Passion van Bohuslav Martinů op de repertoirelijst te zetten. Tevergeefs. Terwijl het  geen nieuwe productie hoeft te zijn, integendeel zelfs! Er bestaat een prachtige enscenering gemaakt door David Pountney:

Het werd in 1999 in Bregenz oeruitgevoerd (het betrof hier de eerste versie van de opera), en ik raakte er een paar jaar later in Covent Garden erg door ontroerd.

In de door mij bezochte voorstelling werden de hoofdrollen vertolkt door Christopher Ventris als Manolios (Christus) en Douglas Nasrawi als Panait (Judas), en sindsdien hoop ik dat er ooit een DVD van wordt uitgebracht. Zo te zien tevergeefs…

 

Greek Passion Kazantzakis

Nikos Kazantzakis © Universal Edition Magazine

Het onderwerp: vluchtelingen, corruptie, religieuze fanatisme, humanisme en de zoektocht naar identificatie was, is en zal altijd actueel blijven. Bitter, tragisch, maar ook mooi en zeer humaan. Martinů schreef er zelf het libretto voor, naar de roman ‘Ο Χριστός ξανασταυρώνεται‘ (Christus werd weer gekruisigd) van Nikos Kazantzakis. Het boek (en de opera) vertelt een verhaal van de overlevenden van een Turks bloedbad die onderdak zoeken in een Grieks dorp waar de lokale bevolking bezig is met de voorbereidingen voor hun jaarlijkse ‘Passie-voorstellingen’.

Greek Passion film

Er bestaan twee versies van de opera. De oorspronkelijke versie werd in 1957 door de toenmalige directie van het Royal Opera Huis afgewezen. De door Martinů drastisch bewerkte partituur werd pas in 1961 in Zurich uitgevoerd, na de dood van de componist. Deze ‘herziening’ werd in 1981 door Supraphon opgenomen en in 1999 voor televisie verfilmd (Supraphon SU 7014-9).

Vooralsnog moeten we daar genoegen mee nemen, althans wat beeld betreft. Niet dat het slecht is, integendeel, want er valt waanzinnig veel te genieten, maar het is een film en de rollen worden gespeeld door professionele acteurs die werkelijk hun best doen om ons te doen geloven dat ze ook zingen.

De verfilming doet sterk aan Zeffirelli denken. Als u zijn Cavalleria Rusticana hebt gezien, dan weet u wat ik bedoel. Er zijn prachtige beelden van het dorre landschap en de hitte en droogte zijn haast voelbaar. De soundtrack komt van de opname door het Brno Philharmonic Orchestra onder leiding van Charles Mackerras (need I say more?) met o.a. John Tomlinson als de priester Grigoris, John Mitchinson als Manolios, Helen Field als Katerina en de solisten van het Welsh National Opera.

 

Greek Pasion Kaftan

Onlangs is er op Oehms (OC 967) de eerste, oorspronkelijke versie van de opera verschenen, live opgenomen in Graz in maart 2016. De uitvoering is zonder meer goed. De Zwitserse tenor Rolf Romei is een zeer ontroerende Manolios en Dshamilja Kaiser een overtuigende Katerina. Het Grazer Philharmonisches Orchester wordt zeer idiomatisch en zeer aansprekend gedirigeerd door Dirk Kaftan.


Naar de foto’s in het tekstboekje (en de fragmenten op You Tube) te oordelen was de productie ook prachtig om te zien. Waarom geen DVD?


spotify:album:4SlrWIoI0C20dOWHEA9Jis

Meer Martinů:
BOHUSLAV MARTINŮ: Madrigals
BOHUSLAV MARTINŮ: The Epic of Gilgamesh

HANS WERNER HENZE: esthetisch -theatrale wereldverbeteraar in drie opera’s en een biografie

Henze Zeit online

Hans Werner Henze © Zeit Online

 

Merkwaardige man, die Henze. Ooit flirtte hij met het communisme en droomde van een wereldrevolutie, maar hij was ook een estheet en een erudiet wat hem in 1953 – mede – deed besluiten om Duitsland vaarwel te zeggen en naar Italië te verhuizen.

Zijn muziek is altijd zeer theatraal geweest: hij heeft het nooit zo gehad met de strenge regels van het serialisme en voelde zich nauw verbonden met de opera, die hij, in tegenstelling tot de toenmalige hardliners van de avant-garde, nooit als verouderd had bestempeld. Zijn discografie vermeldt dan ook meer dan twintig muziektheaterwerken, die met grote regelmaat worden opgevoerd.

DIE BASSARIDEN

Henze Bassariden

Die Bassariden behoort tot Henze’s beste en belangrijkste composities. Het libretto, naar ‘De Bacchanten’ van Eurypides, werd geschreven door W.H.Auden (kan iemand zich nog de ‘Funeral Blues’ uit Four Weddings and a Funeral herinneren?) en Charles Kallman.

Het is een massieve, doorgecomponeerde partituur geworden, verankerd in de wagneriaanse traditie (er wordt gefluisterd dat de librettisten er op stonden, dat Henze, vóór hij zich op het componeren stortte, de ‘Götterdammerung’ ging bestuderen) en gebouwd als een vierdelige symfonie met stemmen.

Het verhaal over koning Pentheus, die door alle zinnelijkheid te willen verbannen in strijd raakt met Dionysus en zijn adepten en aan het eind door zijn eigen moeder wordt verscheurd dient als een  metafoor voor het conflict tussen Eros en Ratio.

De opera is (in de Duitse vertaling) tijdens de Salzburger Festspiele in augustus 1966 in première gegaan. Het werd een enorm succes, wat één van de recensenten zelfs de kreet ontlokte dat Richard Strauss eindelijk een opvolger had gekregen. Hetgeen Henze lachend terecht van tafel veegde met een simpele “waar heeft de man zijn oren”?

Een paar jaar geleden werd de live opgenomen premièrevoorstelling door Orfeo (C 605 032 1) uitgebracht. Het zeer emotioneel spelende Wiener Philharmoniker komt onder de bezielde leiding van Christoph von Dohnányi tot ongekende hoogtes.

Kostas Paskalis is zeer geloofwaardig in zijn rol van Pentheus en Kerstin Meyer ontroert als Agave.

Jammer alleen dat er geen libretto werd bijgeleverd, het is tenslotte geen alledaagse kost.

Das Urteil der Kalliope, intermezzo uit Die Bassariden :

 

L’UPUPA

Henze L'Upupa

Bijna veertig jaar later werd er in Salzburg een nieuwe (en tevens de laatste, zo beweerde de toen bijna 80-jarige componist) opera van Henze opgevoerd: L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe. Het was een opdrachtwerk van de Salzburger Festspiele, en de première in het Kleines Festspielhaus in augustus 2003 werd live opgenomen voor de dvd (EuroArts 2053929).

Het libretto, een op Syrisch-Persische verhalen gebaseerd sprookje, werd door Henze zelf geschreven. De drie zonen van De Oude Man gaan op zoek naar L’Upupa (een hop), een door de man verloren vogel met de gouden veren. De twee oudsten laten het meteen afweten en vermaken zich met drinken en kaartspelen. De jongste, Kasim (een voortreffelijke rol van Mattias Goerne), bijgestaan door een Papageno-achtige ‘Demon’ doorstaat allerlei avonturen, waaronder ook een aanslag op zijn leven door zijn broers. Maar hij vindt de vogel en terloops ook nog een geliefde in de gedaante van een Joodse Prinses (Laura Aikin) en keert naar zijn oude vader terug. Om meteen weer te vertrekken, deze keer om een gedane belofte na te komen. Een open eind dus, dat ook een prachtig beeld en een ontroerende muziek oplevert.

De tekst is bij vlagen zeer komisch, maar ook zeer poëtisch. De decors en kostuums van Jürgen Rose zijn werkelijk oogverblindend, en de regie van Dieter Dorn zeer intelligent. Er wordt ook meer dan voortreffelijk gezongen en geacteerd, met name door de werkelijk onnavolgbare John Mark Ainsley als de Demon.

 

DER PRINZ VON HOMBURG

 Henze Prins

Op Arthaus Musik (100164) vindt u een andere schitterende opera van Henze: Der Prinz von Homburg. Het werd in 1994 in Bayerischer Staatsoper in München opgenomen en de regie van Nikolaus Lehnhoff is werkelijk onnavolgbaar goed.

Het verhaal van een dagdromende prins, die tijdens de oorlog de bevelen niet goed weet op te volgen en tot de doodstraf wordt veroordeeld maar wordt vrijgepleit zodra hij zijn straft aanvaardt, is gebaseerd op een toneelstuk van Heinrich von Kleist.

François Le Roux lijkt geknipt voor de hoofdrol, maar ook de rest van de cast: William Cochran, Helga Dernesch, en Marianne Häggander is bijzonder sterk.

 

MEMOIRS OF AN OUTSIDER

 Henze Memoirs

Van harte kan ik u ook de, door Barrie Gavin in 1994 gemaakte documentaire over Henze aanbevelen (Arthaus Musik 100360). Aan het woord komen –  behalve de componist zelf en zijn Italiaanse vriend – ook Simon Rattle en Oliver Knussen, die openhartig bekent dat zijn eigen muziek nooit iets was geworden zonder de invloed van Henze. Dat alles is doorspekt met muziekfragmenten en met prachtige archiefbeelden. Als toegift krijgt u een schitterende uitvoering van Henze’s absolute meesterwerk, zijn Requiem.

Meer Henze:

HANS WERNER HENZE en zijn L’UPUPA
DAS FLOSS DER MEDUSA

Seizoen 2018/19 van de Nederlandse Reisopera

 

Nederlandse-Reisopera

N.B. for English translation  scroll down

Het seizoen van de Nederlandse Reisopera is dan wel klein maar zeer fijn. Met Puccini, Korngold en Sondheim zijn ze niet alleen publiekvriendelijk maar ook zeer verrassend. Twee eigenschappen die een nieuw operaseizoen – bij voorbaat, al is het op papier – tot een succes maken. Zeker voor mij, met twee titels die tot mijn absolute top drie allertijden horen.

Het seizoen wordt op 13 oktober 2018 geopend met Tosca van Puccini. De hoofdrol wordt gezongen door de Noorse sopraan Kari Postma; Noah Stewart zingt Cavaradossi en de baron Scarpia wordt vertolkt door Philip Rhodes. Harry Fehr regisseert en het Orkest van het Oosten staat onder leiding van de Engelse belcanto-specialist David Perry.

Hieronder Kari Postma als Kat’a Kabanova van Janáček in Oslo. Het is de – ons ook bekende – productie van Willy Decker:

 

Op 8 december gaat Die Tote Stadt van Erich Wolfgang Korngold in première in Enschede. Het is een coproductie met Theater Magdeburg in Duitsland, geregisseerd door Jakob Peters-Messer, dezelfde die ook Siroe, re di Persia bij de gezelschap heeft geënsceneerd.
Die Deutsche Bühne schreef over deze productie: “Die Melange aus Psychologie und Atmosphäre, die Peters-Messer und sein Team (Bühne: Guido Petzold, Kostüme: Sven Bindseil) finden, passt alles in allem maßgeschneidert zu dieser Musik.”

Antony Hermus dirigeert het Noord Nederlands Orkest en de hoofdrollen worden gezongen door Daniel Frank (Paul), Iordanka Derilova (Marie/Marietta) en Marian Pop (Frank).

Trailer van de productie in Maagdenburg:

 

Het seizoen wordt afgesloten met de musical A Little Night Music van Stephen Sondheim. De regie is in handen van Zack Winokur en het Gelders Orkest komt onder de leiding van Ryan Bancroft.

 

Reisopera Zack Winokur

Zack Winokur

De rol van Frederik Egerman wordt gezongen door Paul Groot en Susan Rigvava-Dumas zingt Desiree Armfeldt. In de cast verder een keur aan Nederlandse zangers, met (o.a.) Laetitia Gerards, Alexander de Jong, Nikki Treurniet en Esther Kuiper

Hieronder een opwarmertje: dame Judi Dench zingt ‘Send in the Clowns’ uit de musical

 

In december 2018 organiseert het gezelschap wederom een MeezingMessiah in Carré.

Ook in de zomer van 2018 blijft de Reisopera actief. Op 1 juli maakt het gezelschap deel uit van de Robeco Summer Night ‘A Night at the Opera’ en op 11 en 12 augustus verzorgen ze een aantal concerten tijdens het Grachtenfestival Amsterdam.

Meer plannen:

Voor april 2018 staat een operaconferentie gepland met alle operagezelschappen in Nederland. De bedoeling is om plannen te maken voor de onderlinge coöperatie.

Op 1 september 2018 gaat de startsein voor de Nationale Opera Studio: een samenwerking met De Nationale Opera en Opera Zuid.

Beide initiatieven zijn zeer toe te juichen. Er is ook iets om naar uit te kijken: in 2020 herneemt de Nederlandse Reisopera hun zeer bejubelde productie van Tristan und Isolde.

Teaser (uit 2013) van de productie:

Het wordt gedirigeerd door Antony Hermus en de rol van Isolde gaat gezongen worden door de Nederlandse sopraan Kelly God.

Reiopera Kelly God

Kelly God

Zie voor meer informatie de website van de Nederlandse Reisopera.

 

The Dutch National Touring Opera’s 2018-2019 season

The Dutch National Touring Opera’s season might be small but it is of exceptionally high quality. With Puccini, Korngold and Sondheim the season manages to be  both audience-friendly and original. Two qualities to make it a success in advance – at least on paper. To me, personally, it is even more successful, as it includes two operas that firmly belong in my top three of greatest operas of all time.

The season opens on 13 October 2018 with Puccini’s Tosca. The title role is sung by Norwegian soprano Kari Postma. Noah Stewart sings Cavaradossi and Baron Scarpia is played by Philip Rhodes. Harry Fehr directs and the Orchestra of the East is led by British belcanto specialist David Perry.

On 8 December Die Tote Stadt by Erich Wolfgang Korngold opens in Enschede. It is a co-production with the Theater Magdeburg in Germany, directed by Jakob Peters-Messer who also directed Siroe, re di Persia for the company.

Die Deutsche Bühne wrote about this production: “Die Melange aus Psychologie und Atmosphäre, die Peters-Messer und sein Team (Bühne: Guido Petzold, Kostüme: Sven Bindseil) finden, passt alles in allem maßgeschneidert zu dieser Musik.”

Antony Hermus conducts the North Netherlands Symphony Orchestra. The main roles will be sung by Daniel Frank (Paul), Iordanka Derilova (Marie/Marietta) and Marian Pop (Frank).

The 2018-19 season closer is Stephen Sondheims musical A Little Night Music. Zack Winokur directs and the Arnhem Philharmonic Orchestra will be led by Ryan Bancroft.

Frederik Egerman is sung by Paul Groot and Susan Rigvava-Dumas sings Desiree Armfeldt. A prime selection of Dutch singers completes the ensemble, with (amongst others) Laetitia Gerards, Alexander de Jong, Nikki Treurniet and Esther Kuiper.

In December 2018 the company will organise another Sing-Along Messiah in the Carré Theater in Amsterdam.

The Touring Opera remains active during the summer of 2018 as well. On 1 July the company participates in the Robeco Summer Night concert ‘A Night at the Opera’ and on 11 and 12 August several productions can be seen during  the Canal Festival in Amsterdam.

More plans:

In April 2018 an opera meeting is planned with all Dutch opera companies. The aim of the meeting is to make plans for further collaboration.

On 1 September 2018 the National Opera Studio will be launched: a collaboration between the  Dutch National Touring Opera, the Dutch National Opera and Opera South.

Both initiatives are much to be applauded. Something else to look forward to: in 2020 the Dutch National Touring Opera will reprise their much praised production of Tristan und Isolde.

Anthony Hermus will conduct and Dutch soprano Kelly God will sing Isolde.

English translation: Remko Jas

For more information see the website of the Dutch National Touring Company.