achtergrondartikelen

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

Advertenties

Over de Belcanto Zomerschool van 2011

belcantoIVC-Masterclass-Nelly-Miricioiu.-Fotografie-Hans-Hijmering-660x330

Nelly Miricioiu (foto: Hans Hijmering)

“ Van 3 tot en met 7 september biedt het IVC jonge zangers weer de kans om deel te nemen aan het IVC Belcanto Summer School. Wereldberoemde zangers Nelly Miricioiu en Jennifer Larmore dragen samen met dirigent Giuliano Carella hun kennis over aan twaalf deelnemende zangers. Op het programma staan drie erg belangrijke onderdelen van het zingen: techniek, interpretatie en rolpresentatie. Pianisten Hans Eijsackers, Somi Kim en Diego Mingolla ondersteunen daarbij. Dit jaar gaan de jonge zangers aan de slag met het repertoire van de Italiaanse grootheden Bellini, Rossini, Donizetti en de jonge Verdi.”

Het is niet de eerste keer dat het IVC een Summer School organiseert. In september 2015 verzorgden ze ‘zomerschool’ rond de Russische opera- en liedrepertoire en het Belcanto is ook al eerder aan de beurt geweest, in september 2011. Dat is wat ik er toen over heb geschreven.

belcanto IVC Matteuzzi-Hélène-van-Domburg-2

De vier masters in 2011, vlnr Luca Gorla, David Parry, Nelly Miricioiu en William Matteuzzi (foto: Hélène van Domburg).

Het Internationaal Vocalisten Concours (IVC) in Den Bosch is meer dan een concours. Veel meer. Veel wereldsterren hebben er hun eerste stappen gezet, denk alleen maar aan Elly Ameling, Robert Holl, Thomas Hampson, Ileana Cotrubas of Nelly Miricioiu, om een paar te noemen. Maar het is inmiddels veel meer dan een concours alleen.

Annett Andriessen wil werkelijk veel meer voor de jonge zangers betekenen dan het organiseren van de wedstrijd alleen. Zij doet alles om ze in hun carrière verder te helpen. Dit jaar heeft zij een Summer School in het leven geroepen: een week lang masterclassen in belcanto. Voor zangstudenten en jonge zangers, door de ‘belcanto-masters’: Luca Gorla, Nelly Miricioiu, David Perry en William Matteuzzi.

Afbeeldingsresultaat voor Gilbert den broeder

Gilbert den Broeder

Gilbert den Broeder (één van de twee pianisten die bij de masterclassen actief was en het slotconcert begeleidde): ,,Er waren 31 aanmeldingen voor de 16 plaatsen, dus er was een wachtlijst. Niet makkelijk, zeker ook omdat de selectie werd gemaakt door middel van het opsturen van beeld- en geluidsopnames. De leerlingen werden per vier ingedeeld en hadden dan elke ochtend les van een andere master. In de middag was er een groepsles.”

,,Het programma voor het slotconcert is twee dagen voor het concert samengesteld. Om het feestelijk te maken voor het publiek zijn er duetten, een kwartet en een sextet toegevoegd. De ene zanger had meer ervaring dan de andere en kon dus ook meer verantwoording dragen. De masters kwamen met de suggesties voor het repertoire en dat moest dan soms snel ingestudeerd worden, want het meeste was voor de zangers ook nieuw.”

belcanto Matteuzzi-Hélène-van-Domburg

Matteuzzi geeft les in Den Bosch (foto: Hélène van Domburg).

,,Het grote voordeel van Nelly Miricioiu en William Matteuzzi was dat ze veel konden voordoen en dat was een grote hulp. Zeker ook met bepaalde vocalen en consonanten die voor ons moeilijk zijn. Ook Luca Gorla en David Parry benadrukten het. Eerst de uitspraak en dan pas verder, daar werd echt op gehamerd. Zeer streng, maar liefdevol: de enkele medeklinker en de dubbele, doppioconsonante en dat de klank toch blijft stromen. En dat de ‘r’ tussen twee vocalen weer anders wordt uitgesproken, enzovoort. Zo belangrijk en ook zo onderschat”.

Ik was er niet bij, bij de masterclassen, dus vond ik het leuk en leerzaam om te weten hoe het in zijn werk ging. Maar ik was er wel zaterdagavond, bij het slotconcert. Voor mij was het ook een mooi weerzien met Luca Gorla, die van 1993 tot 2004 artistiek leider van het Belcanto Festival in Dordrecht is geweest.

Het concert vond plaats in het Sint-Jacobskerk, die na jaren leeg te hebben gestaan in 2007 omgetoverd werd tot het Jheronimus Bosch Art Center. De locatie was meer dan prachtig, al bezorgden de overal hangende ‘Bosch-figuren’ je af en toe een unheimlisch gevoel. Maar ik was er voor de muziek en de zang gekomen en ik werd niet teleurgesteld.

Het niveau was wisselend, maar in het algemeen toch wel echt hoog. Zeker als je in aanmerking nam dat er niet alleen maar – inmiddels – professionele zangers aan mee deden, maar ook de echte beginners en studenten. In dat kader was het optreden van de tweedejaars (!) Indonesische tenor, Farman Purnama, zeer opmerkelijk te noemen. Zijn stem was dan niet echt groot, maar zijn timbre bijzonder prettig.

 

Belcanto-Fiselier

Nicole Fiselier en Luca Gorla (foto: IVC).

De avond werd zeer sterk begonnen met een werkelijk fantastisch optreden van Nicole Fiselier (jaargang 1982). Haar ‘Saper vorreste’ uit Un Ballo in Maschera heeft mij onmiddellijk in feeststemming gebracht. Haar Oscar was precies wat hij moest zijn: een spring-in-het-veld opgewonden ventje. Daar zij er ook heel erg leuk uitzag in haar jongenspakje met de wapperende rode haren was natuurlijk een heerlijke bijkomstigheid.

Mijn hart werd gestolen door de zeer jonge (1985!) Letse bariton, Agris Hartmanis. Ik heb sterk het vermoeden dat hij richting bas-bariton kan gaan, maar dat moeten we natuurlijk nog afwachten. Vooralsnog: zijn ‘Come Paride Vezzoso’ (L’elisir d’amore) was meer dan alleen maar goed gezongen. Hij maakte ook contact met het publiek, iets wat absoluut niet onderschat mag worden.

Belcanto-Mitu

Sopraan Ioana Mitu in actie (foto: IVC).

Het contact met het publiek maken – daar win je de harten van je publiek mee. Daar weet de bloedmooie Roemeense sopraan Ioana Mitu (1985) alles van. Zij bespeelde ons waar bij zaten en wij gaven ons gewonnen. Ook operabusiness is een showbusiness.

De andere zanger die er alles van weet, is de Braziliaanse bariton Felipe Olivera. Geboren in 1977 was hij wellicht niet alleen de oudste deelnemer, maar wellicht ook iemand met de meeste bühne-ervaring. Met een ongekende charme sleepte hij ons door al zijn aria’s en duetten mee. Ook bij hem gaf ik mij gewonnen.

Bijzonder gecharmeerd werd ik ook door de Russische Elnara Shafigullina. Hoogzwanger wist zij ons (althans mij) te overtuigen, dat zij de onschuldige Mimi is. Haar oogopslag deed de helft van het werk.

Elnara Shafigullina:

’s Avonds laat, toen het bijna middernacht was, baadde de stad nog steeds in het felle licht. Er was volle maan (volgens de maankalender de helderste en meest schitterende dit jaar), de straten en cafés waren verlicht en om de paar minuten bliksemde het – de hemel leek door een flash van een fotograaf te zijn overgenomen. Gelukkig werd het donderen in ‘Keulen’ achterwege gelaten en viel er geen spatje regen.

Met de honderden mensen op straat en de statige Sint Jan op de achtergrond kreeg Den Bosch een grandeur en splendeur van een Italiaanse stad in de warme nazomerse avond. Een passende afsluiting voor een overheerlijke belcantoavond.

Gilbert den Broeder: ,,Ik vind deze cursus zeer belangrijk voor het doorgeven van de belcantokunst en kan Annet niet genoeg prijzen voor het initiatief. Ik hoop dat dit een vervolg krijgt. Geweldig dat er leerlingen van de verschillende conservatoria kwamen kijken, je zou ze allemaal er met hun leraren bij willen hebben, want het is zo inspirerend! Opera is een levende kunstvorm, en de passie waar hier mee werd gewerkt geeft hoop voor de toekomst”

Voor de informatie over de Zomerschool 2019:

https://www.ivc.nu/summer-school-belcanto

Het Internationaal Vocalisten Concours 2018: veel goede kandidaten, spannende halve finale en een teleurstellende finale

Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch 2014

IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015

ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S

 

 

Michael Tilson Thomas: in interpretation there is no absolute truth

MTT_bykristenloken-1903-660

Michael Tilson Thomas © Kristen Loke

The Amstel Hotel is totally unsuitable for a good conversation, especially with a musician. The ‘Muzak’ in the background is annoyingly present and the search for a decent space takes up a lot of time. Michael Tilson Thomas – tall, slim, dressed in black jeans and a checkered jacket – doesn’t seem to be bothered by it.

Two days earlier he conducted an extremely exciting concert in the Amsterdam Concertgebouw with music by Berg, Mahler and Brahms. Looking back at the concert I ask him if he did not feel the Brahms started a little too fast?
“Well, no.”

And was the order of the composers: Berg, Mahler, Brahms not a bit strange?
“Sometimes I do it the other way around”

https://basiaconfuoco.files.wordpress.com/2019/07/mtt-nbessie.jpg

Bessie Thomashefsky

So there I am! Fortunately, Tilson Thomas is able to laugh at my stupid questions and I decide to start with his ‘roots.’ Boris Thomashefsky, Michael’s grandfather was THE man behind the Jewish theatre. He wrote the lyrics, composed the music and performed it together with his wife Bessie, one of the greatest tragediennes of her time: she was the first Salome in America, in Yiddish!

Boris Tomashevsky & Yiddish Theatre – BBC Broadway Musicals: A Jewish Legacy (2013):

Der Yeshiva Bokher Kadisch ( Boris Thomashevsky – Louis Friedsell ):

Michael Tilson Thomas was born in Hollywood where his father found work in the film industry. Father Ted Thomashefsky worked a lot with Orson Welles and with Marc Blitzstein, Michael’s cousin. In order to avoid going through life as the ‘son of’ he changed his name to Thomas.

His theatrical background would have meant a certain predisposition for music theatre, but with the exception of a few concert performances he has not (yet) conducted an opera. And all this while he considers Puccini to be one of the greatest composers. Why?

Tilson Thomas explains this by the insufficient preparation time at most opera companies. To the six weeks of rehearsals in Amsterdam I mention, he has a rebuttal: they are rehearsals for the director who works with the ‘actors’, not for the conductor, singers and musicians.

It is really a pity, because he loves opera and he loves working with singers. This is how he works with musicians as well – looking for character, for expression, for colours. Breathing in music means nothing more than the music itself, and that is something you learn best from singers. Working with an orchestra is the same for a conductor as working with actors for a director.

MTT francisco-symphony-orchestra-michael-tilson-thomas-bill-swerbenski-1280-608

San Francisco Symphony Orchestra © Bill Swerbenski

For Tilson Thomas, communicating with the audience is the most important thing. In Davies Symphony Hall (THE house of the San Francisco Symphony Orchestra) he often rehearses from the hall. If the music is complicated, he calls in an assistant, but he himself, seated on a high chair, leads the orchestra from where the audience sits: only there can he hear what it will actually sound like.

He conducts a lot more than we can imagine, with the Russians, Mahler, modern Americans and the Impressionists as his guides. Is there something he doesn’t do?

“Bruckner. Of his symphonies only numbers 6, 8 and 9 are on my repertoire and for the time being I don’t feel like doing the other ones as well. Bach’s ‘Matthaeus Passion’? Why? It is music that I think should be performed like chamber music, in a small, intimate hall and I work with large orchestras.”

“What do I do if there is a difference of opinion between me and the soloist about tempi or interpretation? I listen to the other person. There are no absolute truths in interpretations. And (smiling): I can usually choose the soloist myself.”

Michael Tilson Thomas on music and emotions through the ages:

http://www.thomashefsky.org/

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Michael Tilson Thomas: in de interpretaties bestaan er geen absolute waarheden

MTT_bykristenloken-1903-660

Michael Tilson Thomas © Kristen Loke

Het Amstel Hotel is totaal ongeschikt voor een goed gesprek, zeker niet met een musicus. De ‘muzak’ op de achtergrond is zeer irritant aanwezig en het zoeken naar een beetje fatsoenlijke ruimte neemt veel tijd in beslag. Michael Tilson Thomas – lang, slank, gekleed in een zwarte spijkerbroek en een geruit jasje – lijkt zich er niet aan te storen.

Twee dagen eerder dirigeerde hij in het Amsterdamse Concertgebouw een buitengewoon spannend concert met op de lessenaar muziek van Berg, Mahler en Brahms. Terugblikkend op het concert vraag ik hem of hij niet bang was dat Brahms iets te snel begon?

“Nou, nee.”

En was de volgorde van de componisten: Berg, Mahler, Brahms niet een beetje vreemd?

“Soms doe ik het andersom”

MTT NBessie

Bessie Thomashefsky

Daar zit ik dan. Gelukkig kan Tilson Thomas om mijn stomme vragen lachen en ik besluit om dan met zijn ‘roots’ te beginnen. Boris Thomashefsky, Michaels grootvader was dé man achter het Joodse theater. Hij schreef de teksten, componeerde de muziek en acteerde er samen met zijn vrouw Bessie, één van de grootste tragédiennes van haar tijd: zij was de eerste Salomé in Amerika, in het Jiddisch!

Boris Tomashevsky & Yiddish Theatre – BBC Broadway Musicals: A Jewish Legacy (2013)

Der Yeshiva Bokher Kadisch ( Boris Thomashevsky – Louis Friedsell )

Michael Tilson Thomas werd geboren in Hollywood waar zijn vader werk vond in de filmindustrie. Vader Ted Thomashefsky werkte veel met Orson Welles en met Marc Blitzstein, Michaels neef. Om niet als de ‘zoon van’ door het leven te gaan veranderde hij zijn naam in Thomas.

De theatrale achtergrond zou een zekere predispositie voor het muziektheater betekenen, maar op een paar concertuitvoeringen na dirigeerde hij (nog) geen opera. En dat, terwijl hij Puccini tot één van de grootste componisten rekent. Waarom?

Tilson Thomas verklaart het door onvoldoende voorbereidingstijd bij de meeste operagezelschappen en op de door mij genoemde zes weken repetities in Amsterdam heeft hij een weerwoord: het zijn repetities voor de regisseur die met de ‘acteurs’ werkt, niet voor de dirigent, zangers en musici.

En het is echt jammer, want hij houdt van de opera en hij is dol op het werken met de zangers. Zo werkt hij ook met de musici – op zoek naar het karakter, naar de uitdrukking, naar de kleuren. Het ademen in de muziek betekent niets anders, dan de muziek zelf en dat leer je het beste van de zangers. Werken met een orkest is voor een dirigent hetzelfde als het werken met de acteurs voor de regisseur.

MTT francisco-symphony-orchestra-michael-tilson-thomas-bill-swerbenski-1280-608

San Francisco Symphony Orchestra © Bill Swerbenski

Voor Tilson Thomas is de communicatie met het publiek het belangrijkste. In Davies Symphony Hall (dé plek van het San Francisco Symphony Orchestra) repeteert hij vaak vanuit de zaal. Mocht de muziek ingewikkeld zijn, dan schakelt hij een assistent in, maar zelf, gezeten op een hoge stoel, leidt hij het orkest vanaf de plaats van het publiek: alleen daar kan hij horen hoe het in werkelijkheid zal klinken.

Hij dirigeert veel, meer dan wij ons kunnen voorstellen, met als leidraad de Russen, Mahler, moderne Amerikanen, de impressionisten. Is er iets, wat hij niet doet?

“Bruckner. Van zijn symfonieën heb ik alleen nummers 6, 8 en 9 op het repertoire en voorlopig voel ik er niets voor om ook de andere te doen. Bachs ‘Matthaeus Passion’? Waarom? Het is muziek, die volgens mij kameraal uitgevoerd moet worden, in een kleine, intieme zaal en ik werk met grote orkesten.”

“Wat doe ik als er een meningsverschil is tussen mij en de solist over de tempi of de interpretatie? Ik luister naar de ander. Er bestaan geen absolute waarheden in de interpretaties. En (glimlachend): ik kan meestal zelf de solist bepalen.”

Michael Tilson Thomas over muziek en emoties door de eeuwen heen:

http://www.thomashefsky.org/

Een voortreffelijke West Side Story door Michael Tilson Thomas

Benjamin Frankel: from watchmaker’s apprentice to the sound wizard

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London
In 1957 Benjamin Frankel moved to Switzerland. In England, his homeland, he was mainly known as a film composer. No wonder, because to his name is music for more than 100 films, including classics such as The Seventh Veil, The Night of the Iguana and Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Switzerland he finally found the peace to engage in serious(er) music. In 15 years (Frankel died in 1973) he composed eight symphonies and one opera.

Benjamin Frankel was born in London in 1906 into a Polish-Jewish family. At the age of fourteen he was apprenticed to a watchmaker. Luckily for him, his talent was soon discovered. For a while he played with the idea of becoming a Jewish composer alla Bloch. He considered himself an ‘English Jew’ or a ‘Jewish Englishman’, which did not prevent him from marrying a non-Jewish woman. An act that caused a break with his family.

His musical language is not easy to describe. In the fifties he studied serialism and regularly applied it in his own compositions, yet his works do not sound atonal anywhere. Perhaps the best example of this is the viola concerto, which is very melodic, romantic and yet uses the twelve-tone technique.

Frankel composed his violin concerto – at his request – for his friend Max Rostal. The premiere took place in 1951 at the Festival of Britain. The concert is entitled In Memory of Six Million and embodies Frankel’s personal commitment to the fate of the European Jews.

The beginning reminds me of Korngold’s violin concerto and in the fourth movement I encounter Mahlerian ‘tunes’: there is also a quote from ‘Verlorne Müh’ from his Wunderhorn songs.

Live recording by Max Rostal:

Ulf Hoelscher, who rehearsed the concerto with Max Rostal, plays it virtuoso and with an intense involvement.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (violin), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra conducted by Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw
Frankel’s first three string quartets were first performed by the Blech Quartet in 1947 and 1949 respectively, and the fourth was premiered in 1949 by the very young Amadeus Quartet (where were the recording engineers then?).

Frankel’s gift for a light-hearted approach to serialism can be heard in his fifth string quartet. The work, which dates from 1965, is an example of the composer’s unique ability to transform the atonal into a melody.

The unsurpassed company CPO, which revealed Frankel’s music to the world, deserves all praise; also for the splendid explanations with music examples written by Buxton Orr, Frankel’s pupil and friend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos Quartett
CPO 999420

In Dutch:
Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

Rosa Raisa: from the Bialystok ghetto to La Scala in Milan

rosa-raisa-francesca-da-rimini-copy

Rosa Raisa as Francesca da Rimini

It is now quite some time ago that I visited a very dear (and very sick) friend, who was once a celebrated opera singer. When she asked me what I was working on at the moment, I started to hum ‘L’altra notte’ from Boito’s Mefistofele. She joined me and sang the whole aria out loud, with her – still intact, beautiful, voice. She said: “Yes, that is a great aria to sing. You can put all your emotions into it”.

It is indeed a very emotional aria, so it is no wonder that almost every soprano has it in her repertoire. Callas, Tebaldi, Price, Miricioiu, Gheorghiu …… all of them have sung or recorded it at some point.

But I would like to dwell for a moment on the singer who was once world-famous but who is now almost forgotten and whose interpretation of that aria always reminds me of my – now deceased – friend: Rosa Raisa.

Raisa recorded the aria in 1923 and it has been released on several labels in the meantime. Her singing is intense, according to the best veristic traditions, but still light. Her coloratura and high notes are exemplary, and yet they do not degenerate into ‘beautiful singing’ in itself. No wonder she was the best Norma of her generation.

Raisa sings ‘Casta Diva’ in a 1920 recording:

TURANDOT

Rosa_Raisa_as_Turandot,_1926

I think even the biggest opera novice knows Puccini’s Turandot. If not the entire opera then at least ‘Nessun Dorma’ one of the best known tenor arias ever. The premiere took place on 25 April 1926 at La Scala in Milan and the demanding role of the ice-cold Chinese princess whose heart thaws after a warm kiss from an unknown prince was created by the famous Italian soprano Rosa Raisa.

Raisa Turandot poster

Below: Rosa Raisa teaches the announcer how to pronounce the name ‘Turandot’:

Well, Italian…  Raisa (Raitza Burchstein), daughter of Herschel and Frieda Leia Krasnatawska) was born on 30 May 1893 in Bialystok. After the great pogrom in 1906 (when Raisa was not yet fourteen) she managed to escape from Poland with her cousin and his family and ended up on the island of Capri. There she met Dario Ascarelli and his wife Esther, who not only discovered her talent but also paid for her studies at the Conservatory of Naples.

At the age of twenty she was hired by the opera house in Parma where she had great successes in Verdi’s Oberto and Ballo in Maschera, among others. The same year she was engaged by the Chicago-Philadelphia Opera Company and with them she made her North American debut as Mimi (La Bohème) in Baltimore. Her partner was Giovanni Martinelli of the Metropolitan Opera.

Rosa_Raisa_as_Aida_(1914)

Rosa Raisa as Aida

In 1914 she made her debut as Aida at the Royal Opera House in London, with Enrico Caruso at her side. Her next role there was Helen of Troy  (Boito’s Mefistofele), with Claudia Muzio, John McCormack and Adamo Didur.

REPERTOIRE

Rosa Raisa Rachel

Rosa Raisa as Rachel (La Juive)

Her repertoire was immense, just think of such diverse operas (I will only mention a few) as Il Trovatore, La Juive, La Fanciulla del West, Suor Angelica, La Battaglia di Legnano, Francesca da Rimini, Falstaff, Don Giovanni, Lohengrin, Tannhäuser, Les Huguenots, Isabeau, Die Fledermaus and La Fiamma. She also sang art songs.

Below Raisa sings ‘None but the Lonely Heart’ by Tchaikovsky in a recording from 1920:

In 1915 she met the Italian baritone of Sephardic Jewish descent Giacomo Rimini, whom she married five years later. Together they sang hundreds of concerts, mainly in the USA. They always concluded their performance with ‘La ci darem la mano’ (Don Giovanni). She invariably ended her solo concerts with the Yiddish ‘Eili, Eili’.

Below ‘Eili Eili’ and ‘Oyfn pripetshik’. Both recordings were made in 1918:

In 1936 in Detroit she sang the role of Leah in Il Dibuk by Lodovico Rocca. It was one of her last performances. Raisa died of bone cancer in 1963. It is difficult to judge her voice purely from her recordings: one misses the visuals and the magic of her charisma. Her contemporaries described her stage presence as nothing less than thrilling.

Anyone who wants to know more about her should read ‘Rosa Raisa. A Biography of a Diva’ written by Charles Mintzer.

Raisa boek

Below is Rosa Raisa in an interview with her biographer:

Rosa Raisa on Spotify:


 

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Rosa Raisa: van het getto in Bialystok naar La Scala in Milaan

rosa-raisa-francesca-da-rimini-copy

Rosa Raisa als Francesca da Rimini

Het is inmiddels best lang geleden dat ik een bezoek bracht aan een zeer dierbare (en zeer zieke) vriendin, die ooit een gevierde operazangeres is geweest. Op haar vraag waar ik nu aan werk, begon ik ‘L’altra notte’ uit Mefistofele van Boito te neuriën. Zij viel mij bij en zong de hele aria voluit, met haar – nog steeds intacte, prachtige, stem. Zij zei: “ja, dat is een fijne aria om te zingen. Je kunt er al je emoties in kwijt”.

Het is inderdaad een zeer emotionele aria, geen wonder dus dat zowat iedere sopraan het op haar repertoire had en heeft staan. Callas, Tebaldi, Price, Miricioiu, Gheorghiu ….. allemaal hebben ze het ooit gezongen en of opgenomen. Maar nu wil ik even stilstaan bij de zangeres die ooit wereldvermaard was en nu vrijwel vergeten en wier interpretatie van die aria mij altijd aan mijn – inmiddels overleden – vriendin doet denken: Rosa Raisa.

Raisa nam de aria in 1923 op en het is inmiddels op verschillende labels op de markt verschenen. Haar zingen is intens, volgens de beste veristische tradities, en toch licht. Haar coloraturen en hoge noten zijn voorbeeldig, en toch ontaarden ze nergens in het ‘mooie zingen’ an sich. Geen wonder, dat ze de beste Norma was van haar generatie.

Raisa zingt ‘Casta Diva’  in een opname uit 1920:

TURANDOT

Rosa_Raisa_as_Turandot,_1926

Ik denk dat zelfs de grootste opera-leek Puccini’s Turandot kent. Zo niet de hele opera dan minstens de tenorale wereldhit ‘Nessun Dorma’. De première vond plaats op 25 april 1926 in La Scala in Milaan en de veeleisende rol van de ijskoude Chinese prinses die ontdooit na een warme kus van een onbekende prins werd gecreëerd door de beroemde Italiaanse sopraan Rosa Raisa.

Raisa Turandot poster

Hieronder: Rosa Raisa leert de omroeper hoe je de naam ‘Turandot’ moet uitspreken

Nu ja, Italiaanse …..  Raisa (Raitza Burchstein), dochter van Herschel en Frieda Leia Krasnatawska) werd geboren op 30 mei 1893 in Bialystok. Na de grote pogrom in 1906 (Raisa was toen nog geen veertien jaar oud) lukte het haar om samen met haar neef en zijn familie Polen te ontvluchten en kwam op het eiland Capri terecht. Daar ontmoette zij Dario Ascarelli en zijn vrouw Esther, die niet alleen haar talent hadden ontdekt maar ook haar studie aan het Conservatorium van Napels betaalden.

Op haar twintigste werd zij aangenomen in het operahuis in Parma, waar zij o. in Verdi’sbij de opera in Parma, waar ze grote successen vierde in o.a. Verdi’s Oberto en Ballo in Maschera. Datzelfde jaar werd zij geëngageerd in Chicago-Philadelphia Opera en met dat gezelschap maakte zij haar debuut als Mimi (La Bohéme) in Philadelphia. Haar partner was de startenor van de Metropolitan Opera in New York, Giovanni Martinelli.

Rosa_Raisa_as_Aida_(1914)

Rosa Raisa als Aida

In 1914 debuteerde zij als Aida in het Royal Opera House in Londen, met aan haar zijde Enrico Caruso. Haar volgende rol daar was Helena van Troje (Boito’s Mefistofele), met Claudia Muzio, John McCormack en Adamo Didur.

REPERTOIRE

Rosa Raisa Rachel

Rosa Raisa als Rachel (La Juive)

Haar repertoire was immens, denk alleen maar aan zulke uiteenlopende opera’s (ik noem maar een paar) als Il Trovatore, La Juive, La Fanciulla del West, Suor Angelica, La Battaglia di Legnano, Francesca da Rimini, Falstaff, Don Giovanni, Lohengrin, Tannhäuser, Les Huguenots, Isabeau, Die Fledermaus en La Fiamma. En zij zong liederen.

Hieronder zingt Raisa ‘None by the only heart’ van Tsjaikovsky in een opname uit 1920:

In 1915 ontmoette zij de van oorsprong Joods-Sefardische Italiaanse bariton Giacomo Rimini, met wie zij vijf jaar later trouwde. Samen zongen ze honderden concerten, voornamelijk in de USA. Hun optreden sloten ze altijd af met ‘La ci darem la mano’ (Don Giovanni). Haar soloconcerten eindigde ze steevast met het Jiddische ‘Eili, Eili’.

Hieronder ‘Eili Eili’ en ‘Oyfn pripetshik. Beide opnamen zijn gemaakt in 1918:

 In 1936 zong zij in Detroit de rol van Leah in Il Dibuk van Lodovico Rocca, het was één van haar laatste optredens. Raisa stierf in 1963 aan botkanker. Het is moeilijk om haar stem te beoordelen louter van haar opnamen: men mist het visuele en de magie van haar charisma. Haar tijdgenoten beschreven haar podiumprésence als niet minder dan opwindend.

Raisa boek

Wie meer over haar wil weten kan terecht bij ‘Rosa Raisa. A biography of a Diva’ geschreven door Charles Mintzer.

Hieronder Rosa Raisa in een interview met haar biografer:

Rosa Raisa op Spotify: