achtergrondartikelen

Plácido Domingo en Puccini: een match made in heaven?

Puccini DomingoSoms denk ik wel eens dat Plácido Domingo de reïncarnatie is van Puccini. Niet omdat ze zo op elkaar lijken (al hebben ze op de foto’s wel dezelfde uitstraling), maar vanwege de muziek. Die lijkt geschapen te zijn voor Domingo’s timbre. Het is alsof Puccini componeerde met Domingo’s stem in het hoofd.

En toch (of misschien juist daarom): in geen ander repertoire kan je zo goed horen of een rol hem wel of niet ligt. Hij is nooit een memorabele Rodolfo geweest en zijn Pinkerton mocht geen naam hebben. Zelfs als Calaf was hij, ondanks de geweldige prestaties, niet echt roldekkend. Hij was te vriendelijk, te aardig, te menselijk.

TOSCA

Afbeeldingsresultaat voor Domingo Puccini"

Zijn allereerste Cavaradossi zong Domingo op 30 september 1961 en sindsdien heeft hij van Tosca meer uitvoeringen gezongen dan van welke andere opera ook. Over geen andere rol heeft hij zo diep nagedacht. Hij heeft de schilder zelfs meer eigenschappen toegedicht dan er, mijns inziens, in zitten.

Zelf vind ik Cavarodossi’s flirt met de revolutie niet meer dan een gril, maar Domingo neemt het bloedserieus en ziet zichzelf niet alleen als de minnaar maar ook als vrijheidsstrijder. Vanaf het begin weet hij dat de executie daadwerkelijk plaats gaat vinden, waardoor hij ook nog eens toneelstuk voor zijn geliefde Floria opvoert. Zeer humaan en zeer ontroerend.

tosca Nilsson

Zijn eerste Tosca in de Metropolitan Opera zong hij in 1969. Het was niet gepland: hij viel op het laatste moment in voor de zieke Sándor Kónya. Birgit Nilsson was Tosca. In haar memoires heeft ze opgeschreven dat ze zijn acteren ‘superb’ vond en zijn zingen ‘gorgeous’.

Het was inderdaad een memorabele voorstelling, niet in de laatste plaats vanwege de ‘schreeuw’ van Nilsson.

Tosca Scotto

Van de studio-opnamen zijn mij twee zeer dierbaar. Op Warner Classics (5665042) zingt Renata Scotto alle door Puccini voorgeschreven noten (daar nemen haar collega’s het niet altijd zo nauw mee) en Renato Bruson is zeer ‘hoffelijk gevaarlijk’ als Scarpia.


 

Tosca Price

RCA (88697448122) heeft één van de beste Scarpia’s ooit geregistreerd: Sherrill Milnes. Ik heb hem ooit live in de rol gehoord, dat was een belevenis! Leontyne Price is een zwoele Tosca.


Tosca Kabaivanska

Op dvd vind ik de Decca-verfilming (0434909) verreweg de meest indrukkwekkende. Het werd in 1976 gedraaid op locatie, wat toen nog niet echt gebruikelijk was. Nou ja, locatie… In het Palazzo Farnese was toen de Franse Ambassade gevestigd, waardoor er niet in gefilmd mocht worden.

Milnes was wederom van de partij en de hoofdrol werd zeer gekweld gezongen door Raina Kabaivanska.

Domingo is om te huilen zo mooi, maar wat de film nog dat beetje extra geeft, is de piepkleine rol van het herdertje. Die wordt namelijk gezongen door Plácido junior, toen 10 jaar oud.

MANON LESCAUT

Manon Domingo

Een andere Puccini-rol die voor mij helemaal des Domingo’s is, is Des Grieux in Manon Lescaut. Van deze opera met Domingo bestaan dan ook waanzinnig veel opnamen, zowel studio als live. Niet allemaal zijn ze de moeite waard en in de meeste gevallen ligt het aan vertolkster van de titelrol. Het is niets nieuws: had een platenmaatschappij een nieuwe ‘ster’, dan moest hij/zij alles opnemen wat op te nemen viel. Met veelal desastreuze gevolgen.

 

Manon Domingo Olivero

In 1970 heeft Domingo Manon Lescaut in Verona gezongen, met Magda Olivero in de titelrol. Best bizar als je bedenkt dat Olivero haar professionele debuut acht jaar voordat Domingo geboren werd maakte. En toch: haar uitbeelding van de jonge heldin is volkomen overtuigend. Sterker nog, daar kunnen de meeste van haar collega’s nog steeds niet aan tippen! Mijn exemplaar werd uitgebracht op Foyer, maar inmiddels bestaan er uitgaven in betere geluidskwaliteit.


Manpn Domingo Scotto

In 1980 werd de opera op tv uitgezonden. Die opname is nu ook op dvd beschikbaar. Geloof mij: beter bestaat niet. Scotto zingt en acteert Manon zoals geen ander eerder heeft gedaan en met Domingo samen zorgt zij voor een avondje ouderwets huilen. De zeer realistische, natuurgetrouwe en zeer spannende regie van Menotti kan gewoon niet mooier. Een MUST (DG 0734241).

IL TABARRO

Tabarro-Melodram-Crader

Luigi in De Mantel was ook een rol naar Domingo’s hart. Prachtig is zijn opname uit 1968 bij de New York City Opera, gedirigeerd door Julius Rudel (Melodram 17048) met als Giorgietta Jeannine Crader, een geweldige zangeres die nooit in Europa is doorgebroken.

Il Tabarro

Op dvd bestaat een mooie Zefirelli-productie uit New York, opgenomen in 1994. Giorgietta wordt gezongen door Teresa Stratas. Jammer genoeg is het gekoppeld aan Pagliacci met Pavarotti, met wederom Stratas in de hoofdrollen. Niet echt mijn ‘kopje thee’ (DG0734024).

Hieronder een curiosum: een duet uit Il Tabarro met Domingo en Beverly Sills uit 1967

EDGAR

Puccini Edgar

Er zijn op zijn minst twee goede redenen om de in 2006 opgenomen Edgar (DG 4776102) een warm welkom te heten: het is de allereerste studio-opname van het werk en het is voor het eerst dat Domingo die rol, de enige die nog ontbrak in zijn Puccini-discografie, heeft gezongen..

Nooit heb ik begrepen waarom de opera zo ongeliefd was. Muzikaal ligt het in het verlengde van Verdi, maar men hoort al flarden van de ‘echte’ Puccini: een vage belofte van Manon Lescaut, een studie op La Bohème en vingeroefeningen voor Turandot.

In Adriana Damato en Marianne Cornetti mogen wij een nieuwe generatie fenomenale zangeressen verwelkomen en Domingo is zoals altijd zeer muzikaal en betrokken.


LA FANCIULLA DEL WEST

La Faciulla Dominfgo Neblett cd

De allerbeste is voor mij een DG-registratie (4748402) uit 1978, met een ondergewaardeerde Carol Neblett als een zeer felle Minnie. Domingo is een smachtende en verrassend lyrische Johnson en Sherrill Milnes klinkt alsof hij in een echte western was beland.


 

La Fanciulla Domingo Zam[ieri dvd

Op dvd zijn er twee opnamen verschenen die de moeite waard zijn. Eén met Mara Zampieri en Juan Pons (Opus Arte OA LS3004 D) uit La Scala, 1991, in een prachtige, kleurrijke regie van Jonathan Miller.

La Fanciulla Domingo Neblett dvd

De ander is met Carol Neblett en Silvano Carroli (Kultur Video 2038) uit het Royal Opera House, 1982. Deze is echter moeilijk in Nederland verkrijgbaar.

LIEDEREN

Dommingo Puccini

Ooit waren er plannen om een speelfilm over Puccini te maken, waarin de zanger de componist ging spelen. Het ging niet door. In aanloop naar het project heeft Domingo in 1989 alle liederen van Puccini opgenomen, onder de titel Unknown Puccini (Sony 44981).

Voor de cover werd hij naar Puccini gemodelleerd en daar zit hij dan: gestoken in het wit, hoed op zijn hoofd en de snor prominent op zijn gezicht. Sprekend Puccini!

Maar goed, het gaat om de muziek en dat is verplichtte kost voor een ieder die in Puccini is geïnteresseerd. Het betreft veelal primeurs en je leert de weg die de componist aflegde naar zijn Manon’s, Tosca’s en andere ‘meisjes’. De vermaarde dirigent Julius Rudel begeleidt Domingo op piano en orgel.


Over Victoria de los Angeles, madonna onder operazangeressen.

de los Angeles

Victoria de los Angeles was zonder twijfel één van de mooiste lyrische sopranen van haar generatie. Zij debuteerde in 1945 in het Liceu in Barcelona als de Grafin in Le Nozze di Figaro. Haar internationale doorbraak kwam toen zij in 1948 voor de BBC optrad als Salud in La vida breve van Manuel de Falla, een rol die ze voor het eerst scenisch vertolkte tijdens het Holland Festival in 1953.

de los angeles Salud

Eén jaar later zong zij Marguerite in Faust van Gounod in Parijs en daarna kwamen alle grote podia in de hele wereld

Haar echte naam was Victoria Lopez Garcia. Waarom ze ‘de los Angeles’ als haar toneelnaam had gekozen? Ach, zo belangrijk is het ook weer niet, maar het paste haar als een handschoen. Niet alleen zag ze eruit als een Spaanse Madonna, ook haar stem was engelachtig: bloedmooi en van een onschuldige schoonheid. Iets wat haar minder geschikt maakte voor sommige rollen, zoals bij voorbeeld Violetta. Niet dat het slecht was, maar het klonk wel heel erg kuis.

En toch was zij één van de beste Manons (Massenet), ook niet het voorbeeld van een ‘fatsoenlijke’ vrouw:

Ook haar vertolking van Carmen is waanzinnig goed. Niet hoerig en niet zo zelfverzekerd, maar o zo aantrekkelijk!

Haar stem was niet alleen lyrisch, warm en delicaat maar ook zeer aristocratisch, waardoor haar Mimi en Cio Cio San behalve broos en hulpeloos iets koninklijks kregen en zelfs Santuzza verrijkt werd met een beetje nobiliteit.

Maar de los Angeles was meer dan alleen een operadiva. Behalve in opera’s trad zij veelvuldig op als concertzangeres op en was een zeer begenadigd liedzangeres. Er wordt over haar verteld, dat zij aan het begin van haar carrière, vóór ze in een opera ging optreden, erop stond om eerst een liedrecital te geven. Zo kon zij zich eerst aan het publiek voorstellen als de echte Victoria en niet als een operapersonage.

Haar repertoire was onvoorstelbaar groot. Zij zong Italiaanse, Spaanse, Franse en Duitse liederen en wist als geen ander op alles wat zij zong een eigen stempel te drukken. Haar Brahms en Mendelssohn zijn onweerstaanbaar, en bij haar ‘Ich Liebe Dich’ van Grieg wordt men vanzelf verliefd.

Haar liefdevolle, ietwat zoetige timbre, haar souplesse en haar vermogen om woorden te kleuren maakten haar bijzonder geschikt voor het Franse repertoire. Haar Debussy, haar Ravel, haar Delibes (luister maar even naar ‘Les filles de Cadiz’!) zijn werkelijk ongeëvenaard.

Voor het Spaanse lied had ze net zoveel betekend als Fischer-Dieskau voor het Duitse of  Peter Pears voor het Engelse. Zij zong werkelijk alles, wat in haar vaderland werd gecomponeerd: beginnend met de middeleeuwse liederen en sefardische romanceros en eindigend in zarzuelas en hedendaagse composities.

Hopelijk is deze album nog steeds te koop.


Victoria de los Angeles
The very best of
Warner Classics 5758882 (2 cd’s)

SINGING COMPETITIONS: PROS AND CONS

concoursen Moritz-Schwind-Saengerstreit-ohne-Rahmen

Moritz von Schwind:  Der Sängerkrieg

As a young singer you could, so to speak, take part in a singing competition every week. Everywhere there are opportunities to sing yourself into the spotlights. Great news for the many talents that are around. But not everything is necessarily positive.

It is claimed that ‘the public’ is fond of competitions and I believe that. Already in antiquity people were able to keep their minds at rest with bread and games; and all kinds of competitions were organised, for poets and philosophers, but also for singers. The tradition lived on, and singing competitions also found their way into operas. Just think of Die Meistersinger or Tannhaüser. You were always rewarded for your singing skills. Once you were allowed to take the beautiful bride home, nowadays your price has become more tangible. A sum of money, a contract with an opera house and secret hopes of fame and a great career. No wonder, then, that there are so many competitions.

But: aren’t there too many now? Shouldn’t there be an age limit? Can you compare a singer who already sings at big houses with a starting colleague? Do competitions bring what the often very young participants have hoped for? Does it help them in their careers? You win and then? And how do you deal with your loss?

All these questions made me decide to take a closer look at the phenomenon of ‘singing competitions’ and to talk to some directly involved.

Mary Rammeloo (soprano):

Concoursen Maartje

Een bijschrift invoeren

In 2008 Maartje Rammelo was one of the semi-finalists of the IVC, where she eventually won the Staetshuijs Fund Prize. At the Belvedere Competition in 2013 she reached the semi-finals. She also won an engagement in Essen. Rammeloo was a finalist at the Montserrat Caballé Competition in Zaragosa and at the Wilhelm Stennhammer Competition in Sweden.

 “Taking part in competitions gives a double feeling. It inspires and is exciting, but results are either terribly predictable or completely bizarre.

You always participate with the aim to show the best of yourself and hope that this is sufficient to convince a jury of your quality: but how can you judge the skill and artistry of a musician in a competition? In an audition for a production, an artistic team has a concept and an idea about who should play a role. But in such a contest, several judges, each with their own taste, compare apples with pears: a Figaro with a Tosca, a Handel countertenor with a Wagner soprano.

Not to mention the intrigues and the hidden agendas of some judges, the chauvinism in regional competitions and the exoticism/commercialism of sometimes choosing singers who don’t necessarily give the best performance, but who are very interesting because of their origin or appearance.

So why participate? It gives you a chance to try out new repertoire and get feedback. It’s a chance to sing for the most important people in the profession, for whom you’ll never get an audition arranged in real life without a brilliant agent who guides you in.

I haven’t yet participated in a competition that didn’t either involve me in work or contacts, or gave me some useful feedback. And that is ultimately what we want: to work! Sing! To stand in front of an audience!

The prizes make it easier to practise your profession. From a financial point of view, because our profession doesn’t make us rich in the first few years, and also in terms of fame, which in turn can create more work. But just as well there are plenty of prize winners of whom we will never hear from again and singers who have never won a competition that now have a world career. At the end of the day it’s all about the long haul, not about the quick success…

What is always very difficult with competitions, is choosing your repertoire. First of all, few singers are 100% sure of their ‘fach’. Most of them doubt again and again what judges would like to hear them in.

Each competition has its own requirements. So many arias in total, so many of them from the list of compulsory works, of which your first round may only last for so many minutes and the jury detirmines the number of arias for the next round, and so on. Terribly difficult. Because you want to be heard as much as possible. Different languages, different styles, different techniques and topics.

There are also a number of competitions that offer more than just the competition element. I now also encourage my own students to look out for those. Contests like the IVC that use things like a youth jury, master classes, concerts and lectures to make it a real singing festival. And these are often the competitions that keep in touch with you in the years that follow. Who are committed to the further development of the singers. But unfortunately there are very few of them…

I have learned that if you sing what you feel comfortable with and what you are really good at, then at least one person will be happy after your performance. Namely you.

Maartje Rammeloo sings ‘I want magic!’ from The Streetcar named Desire by André Previn:

Piotr Barański (countertenor):

concoursen Piotr-Baranski-Cornelia-Helfricht

© Cornelia Helfricht

In 2012, Piotr Barański was a semi-finalist at the IVC in Den Bosch.

 “For a long time I didn’t want to know anything about competitions, I didn’t think I was the type for them. You not only have to prepare yourself well, but also be sure of yourself and show the best of yourself to the jury, you have to perform while under stress. You have to be able to handle that very well and not everyone can.

And yet – competitions are very important. You get the chance to present yourself to a wider audience, to get to know new, important people – and in our profession we have to rely on connections and networks. And of course it’s very important that you can show yourself to conductors, agents, planners and casting directors who are looking for new talents.

Unfortunately, there are competitions where the eliminations and the first preliminaries take place behind closed doors and only the finals are open to the public. The chances of learning something from such competitions are then minimal.

The criteria of the jury are not always clear and the results can be very controversial. I know singers who, singing at the same level, win the highest prizes at one competition, while at the other they do not get any further than the preliminaries.

What is very important to me is the feedback. It is of the utmost importance for the further development of a singer to at least exchange a few words with the jury members, something that indeed happened at IVC and that has helped me enormously. A healthy, positive critique is indispensable and constructive.”

Piotr Barański (countertenor) and Hans Eijsackers (piano) in “Lullaby” from ‘Songs and Dances of Death’ by Modest Mussorgsky.

Reinild Mees (pianist):

concoursen reinild-0210d_hoogres

© Janica Draisma

“The results of singing competitions are already quite unpredictable – how a career goes after that is even more like gazing into a crystal ball! A performance (because that is what singing at a competition in fact is) is and remains a snapshot, even for those who listen and/or judge. There are so many factors involved: age, experience, musicality, voice, repertoire, language skills, etc. that it is sometimes difficult to determine which aspect is decisive.

The preparations for a competition, selecting and working on the repertoire with a singing teacher and a coach are invaluable. This requires great concentration and discipline – the pieces you have to learn will not be forgotten for the rest of your life – and in addition you have to make yourself strong to present yourself, you have to find the courage to do so, and you have to be able to cope with nervousness.

My experience is that a competition is always good for the development of a singer, even if in the worst case you are sent home. After all, the next day you have the choice: either you stop, or you decide to continue and develop yourself further in order to find new opportunities. Almost always you choose the second option and then it has been a good experience! Competitions are very valuable, even if you don’t win a prize…”

Reinild Mees accompanies Tania Kross in ‘Der Kaiser’ by Henriëtte Bosman±.

Reinild Mees and all Szymanowski songs, sang by (a.o.) Piotr Beczala and Iwona Sobotka.

Mauricio Fernández (from 1983 to 2016 casting director NTR Saturday Matinee):

concoursen Mauricio

“As casting director of one of the most ambitious and internationally recognised concert series in the world, I have attended several singing competitions over the past thirty years – as a juror and as an ‘observer’.

If you ask me who the real star singers were that I have heard, I have to dig deep into my memory to give you an honest answer. It is a fact, at least for me, that the really interesting singers, who have an international career by now, often didn’t even reach the semi-finals or even won a prize at all.

It’s a waste of time to pain yourself with the question why the singers who didn’t deserve it in your ears/eyes go home with the biggest prizes. There’s no point in understanding the thoughts of those who have rewarded them: artistic directors, casting directors, directors, singers or teachers.

We should think about why we need all these competitions. Are they primarily intended to broaden the judges’ network or are they supposed to serve the interests of the young talented singers in order to help them build a decent career? A long lasting career that can pay for everything they have invested in it – money and often personal sacrifices.

Don’t forget that singers, like all sincere musicians and artists, have an important mission: to warm the hearts of the audience, in the theatre or in your living room. They are in favour of treating the legacy of the composer with respect and of ensuring that opera, as a living art form, does not become extinct”.

Annett Andriesen (director of the IVC in Bosch from 2006 till 2018):

Concoursen Annet-Andriesen_web-728x485 (1) foto Annett Anne Frankplein

In the past, Andriesen herself has participated in several competitions. Now that she is leading a competition, she knows what a singer needs: care and respect.

 “The IVC is a tough competition, but with a human face. I don’t want to make wimps out of the participants, they have to be able to cope in the big bad world. A competition is a place where opinions are formed, where singers meet and can see where they stand, they can learn to sing under high pressure, they can build a network. Above all, they have to feel safe.

The IVC places much higher demands on the composition of the repertoire, the longer list consists of three periods and requires three works from after 1915. In addition, the candidates must learn a new work by a Dutch composer.

We use the “Triple D” method: “Discover”, “Develop” (master classes, training session, feedback by jury members in personal conversations) and “Deal” (making contact with impresarios, concert directors and casting directors).

Let me make it clear that I don’t believe in hidden agendas or cheating jurors. I have no experience with that. I have now led three competitions and I have a lot of respect for jury members who really care about the singers and have conversations about the profession and the possible place the singer can take in it. There are singers who still have contact with jury members and on their advice have found a coach.

The jury at the IVC consists of singers/musicians who at the end of their career share their knowledge and often their network and want to share it with the young generation. In addition, casting directors or agents and intendants who you know want to help young people at the beginning of their careers. And not only because a young soloist would be ‘cheap’.

I think that the usefulness of a competition lies in meeting like-minded people, the conversations, listening to colleagues, learning repertoire from the other voice types, making friendships, making contacts and mirroring yourself to the other. There are so many singers on offer that it is good to be seen and heard in certain places and a competition could be that place. Top talent always comes to the fore.

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S

De kunst van het verleiden oftewel Don Giovanni. Een kleine selectie uit de honderden dvd-opnamen

Giovanni film

Errol Flynn als Don Juan in ‘The adventures of Don Juan’ uit 1948. Beeld Hollandse Hoogte / REX features

Kan denken door verleiden worden vervangen? Kunnen we ‘ik (word) verleid dus ik ben’ als een soort variatie op ‘cogito ergo sum’ gebruiken? Is ons leven minder waard zonder verleiding? En zou dat een verklaring kunnen zijn voor het onmetelijke aantal uitvoeringen en opnamen van de ultieme verleidingsopera? Geen dag zonder Don Giovanni?

Giovanni

Toegegeven: de opera is gewoon volmaakt. Wat niet alleen de verdienste is van de muziek van Mozart, maar ook (of misschien zelfs voornamelijk?) het geniale libretto van Da Ponte. Daar staat al alles in wat je hoort te weten en voor de rest gebruik je eigen fantasie, want alleen zo kom de mythische verleider je verlangens tegenmoet.

Salzburg, 1954

Giovanni Fyrtwangler

In 1954 werd in Salzburg een jaar oude productie van Don Giovanni verfilmd (DG 0730199). Het was geen registratie met publiek, maar een heuse film, gedraaid tijdens vele, meestal nachtelijke, uren in een nagebouwde studio.

Historisch document of niet – het valt mij tegen. De tempi van dirigent Wilhelm Furtwängler zijn tergend langzaam, van een regie is amper sprake en het resultaat is hopeloos statisch en saai.

Ook de zangers zijn – op de werkelijk fenomenale Cesare Siepi (Giovanni), Lisa Della Casa (Elvira) en wellicht Anton Dermota (zijn ‘Dalla sua pace’ is geschrapt!) na – weinig idiomatisch en niet echt overtuigend.

Milaan, 1987 / Koln, 1991

Giovanni Allen La scala

Thomas Allen was beslist één van de beste Don’s van de laatste 25 jaar van de vorige eeuw. Zijn interpretatie is twee maal op dvd vastgelegd: in de Scala-productie uit 1987 (regie: Giorgio Strehler; Opus Arte OA LS3001) en in 1991 in Köln (regie: Michael Hampe; Arthaus Musik 100020).

Giovanni Allen Koln

Hieronder Thomas Allen en Susanne Mentzer (Zerlina) in ‘La ci darem la mano’ uit La Scala:

Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de Keulse versie, niet in de laatste plaats vanwege de intelligente regie van Hampe, de magistrale Elvira van Carol Vaness en de werkelijk onweerstaanbare Leporello van Feruccio Furlanetto.

Hieronder de complete tweede acte uit Keulen:

Aix-en-Provence, 2001

https://i.ndcd.net/1/Item/500/1444.jpg
In de productie uit Aix-en-Provence (Bel Air BAC010) wordt veel aan de verbeelding overgelaten. De decors bestaan uit fel blauwe en rode houten bankjes, stoeltjes en tafeltjes, waaraan veel te sleutelen valt, en die zich voor van alles en nog wat lenen. Ook de rekwisieten zijn schaars; eigenlijk alleen maar stokjes, die naar gelang de situatie als dolken, zwaarden of pistolen dienen. Spannend om naar te kijken.

Peter Brook is een intelligente regisseur, hij ‘herïntepreteert’ niet, hij schept een eigen wereld, waarin Don Giovanni meer is dan alleen maar een gewetenloze verleider en Donna Anna niet zo onschuldig als ze beweert te zijn.

Peter Mattei is een volmaakte Giovanni: in zijn op maat gesneden pakken ziet hij er buitengewoon aantrekkelijk uit. Hij verleidt met zijn stem en zijn hele lichaam. Geen wonder dat niemand hem kan weerstaan.

Fantastisch is ook Masetto (Nathan Berg). Iedereen is eigenlijk goed, misschien op een iets te zwakke Elvira (Mireille Delunsch) en een mij maar matig overtuigende Ottavio (Mark Padmore) na.

Zürich, 2001

Giovanni Zurich Flimm

Ondanks de een beetje klungelig aandoende enscenering van Erich Wonder, is de Züricher productie uit 2001 (Arthaus Musik 100328) één van de spannendste die ik ooit heb gezien. Jürgen Flimm beschikte over de beste zangeracteurs van dit moment, en met een zeer adequate personenregie is het hem gelukt een spektakel van formaat neer te zetten.

Rodney Gilfry is de personificatie van Don Giovanni. Zijn aangenaam warme bariton is licht van timbre, zeer wendbaar en willig. Daar doet hij werkelijk wonderen mee. Zo kan hij naar gelang de situatie verleidelijk of beangstigend klinken. Zijn knappe verschijning is mooi meegenomen.

Cecilia Bartoli is zeer charismatisch als Donna Elvira. Lekker hysterisch, maar ook breekbaar en ontroerend.

Op papier had ik zo mijn twijfels over de bezetting van Donna Anna door Isabel Rey, maar in dit ensemble van kleine stemmen past zij wonderwel, al komt ze in ‘Non mi dir’ duidelijk aan haar grenzen.

Barcelona, 2002

Giovanni Bieito

De Catalaanse regisseur Calixto Bieito zorgde voor menig schandaal in de operawereld. Zijn producties – veelal geïnspireerd door de films van Almódovar, Bunuel en Kubrick – zijn alles behalve conventioneel.

Zo ook de in december 2002 in het Liceu in Barcelona verfilmde Don Giovanni (Opus Arte OA 0921). De voorstelling baarde veel opzien met de vele seks-, drugs- en geweldsscènes, wat in de Britse pers zorgde voor koppen als ‘coke-fuelled fellatio feas’.

Toch klopt het allemaal wel en het geheel laat zich als een bijzonder spannende film volgen. Des te meer daar alle zangers ook voortreffelijke acteurs zijn.

Voor de productie werd de oerversie van de partituur gebruikt. Verder is het zeer verheugend om in de rol van Don Ottavio de Nederlandse tenor Marcel Reijans te horen.

Londen, 2008

Giovanni Keenlyside Zambello
Een uitmuntende Don Giovanni werd in 2008 gemaakt door regisseur Francesca Zambello en dirigent Sir Charles Mackerras voor het Royal Opera House in Londen (Opus Arte OA 1009).

Dat kwam niet alleen door de prachtige Simon Keenlyside in de titelrol, maar ook door de sterke bezetting van de andere rollen. Iedere rol was bezet alsof het een titelrol was en heel karakteristiek uitgedacht door Zambello.

Naast Keenlyside schitterden ook Kyle Ketelsen als Leporello en Joyce DiDonato als Donna Elvira. En dan zijn Ramon Vargas, Marina Poplavskaya, Miah Persson, Robert Gleadow en Eric Halfvarson nog niet eens genoemd.

Een Don Giovanni dus om volop van te genieten. Geen vocale onvolkomenheden, wel fantastische aria’s en ensemblestukken, een indringende regie en fantastisch acteerwerk.

SALZBURG 2008

Giovanni Guth

Eerlijk is eerlijk: de zich in een weelderig en donker bos afspelende productie van Claus Guth (Salzburg 2008) is best spannend. Verder vind ik het één van de domste en slechtste Don Giovanni’s ooit. Zo erg als de Amsterdamse beddenpaleis wordt het niet, maar wat we krijgen is een totaal andere opera. Waar ook nog eens alle logica ontbreekt: heeft u ooit een bus (dus ook een bushokje) midden in een bos gezien?

Dacht u dat Giovanni continu achter de vrouwtjes aan zit? U hebt het mis. Het is juist andersom. De arme Anna moet hem zelfs verkrachten als hij aan haar probeert te ontsnappen. Giovanni zelf denkt voornamelijk aan zijn volgende shot heroïne en aan zijn dodelijke schotwond, opgelopen tijdens het gevecht met de Commendatore, die overigens helemaal niet dood is (waarom weet Anna dat niet?).

Vanwege het hoge flowerpowergehalte doet de productie mij sterk aan Easy Rider denken. Het verbaast me dan ook niet dat de Don gezellig met Zerlina en Masetto een stickie zit te roken.

Erwin Schrott (Leporello) lijkt sprekend op Sylvester Stallone en verrek: hij kan ook in de bomen klimmen! Maar op Schrott en de werkelijk prachtig zingende en acterende Christopher Maltman (Giovanni) na kan geen van de zangers me echt overtuigen. Iets wat grotendeels de regisseur te verwijten valt. Want hoe kunnen ze overtuigen als alles wat ze doen zo belachelijk is? En zo tegen de muziek ingaat?

Voor de productie werd de Weense versie van de partituur gebruikt, wat onder meer inhoudt dat ‘Il mio tesoro’ is geschrapt. En dat we het onbenullige en totaal onlogische duet van Zerlina en Masetto erbij krijgen.

Voor de muzikale directie van Bertrand de Billy kan ik niet warm lopen. De ouverture begint behoorlijk hakkelend, met vreemde accenten. Er wordt zelfs vals geïntoneerd, iets wat je je bij Weners niet echt kunt voorstellen. (EuroArts 2072548)

Salzburg, 2014

Giovanni SalzburgBechtolf

In 2014 mocht Salzburg weer een nieuwe productie van ’s werelds meest geliefde opera bewonderen. Nu ja, bewonderen… Was de rare Guth tenminste nog spannend, de voor het oog best aantrekkelijke enscenering van Eric Bechtolf is gewoon dodelijk saai. Daar kan zelfs de perfect gecaste latin lover Giovanni (een zeer aantrekkelijke Ildebrando D’Arcangelo) niets aan doen.

De actie speelt zich in de lobby van een hotel (nieuwe trend?) af en er is een komen en gaan van gasten, bruiloften, crime passionels en wat ook niet. Gedoe.

Luca Pisaroni (Leporello) stelt me een beetje teleur, zijn stem klinkt vaak vlak. Bovendien doet hij aan overacting. Donna Anna wordt gezongen door onze eigen Lenneke Ruiten, wat de opname meteen aantrekkelijker maakt. Anett Fritsch is een mooie, licht getimbreerde Elvira.

Helaas: ook in deze opname kan het orkest uit Wenen me niet echt bekoren. Eschenbach dirigeert nogal nogal sloom. (Unitel Classica 2072738)

Milaan, 2011

Giovanni MatteiGelukkig hebben we Robert Carsen nog. Eén van de weinige hedendaagse regisseurs die het verhaal intact weet te laten. Natuurlijk heeft ook hij zijn eigen ‘handtekening’: bij hem is het zijn liefde voor de (geschiedenis van) cinema en de grote sterren van weleer. Vaak past hij ook het concept ‘theater in het theater’ toe. Zo ook in deze Don Giovanni uit de Scala (2011).

De voorstelling ziet er prachtig, kleurig en weelderig uit en de kostuums zijn oogstrelend. Middels eindeloze doeken, die naar believen opzij schuiven en open- en dichtgaan, creëert hij een wereld die tussen verbeelding en werkelijkheid balanceert.

Anna Netrebko overtreft zichzelf als Donna Anna, die zich de liefdeskunsten van Giovanni laat welgevallen. Met haar looks à la Claudia Cardinale past ze zo in een maffiadrama uit de jaren vijftig. Haar ‘Chi mi dice mai’ is gewoonweg perfect.

Peter Mattei is een heerlijke Don: een echte dandy, die af en toe meer geeft om zijn garderobe (ach, die verkleedpartijen!) dan om de dames. Barbara Frittoli is – voornamelijk scenisch – een zeer overtuigende Elvira en Bryn Terfel een kostelijke Leporello. Het bruidspaar Zerlina en Massetto wordt zeer geloofwaardig gezongen en gespeeld door Anna Prohaska en Štefan Kocán: voor mij het beste ‘boerenkoppel’ sinds jaren.

Daniel Barenboim dirigeert bedeesd. Zijn trage tempi vallen het meest op bij ‘La ci darem la mano’. Geen nood: zo kun je er nog meer van genieten. Zeer aanbevolen! (DG 0735218)

George London

Giovanni London

Bij mijn weten bestaat er geen complete beeldopname van Don Giovanni met George London, één van de grootste bas-baritons uit de twintigste eeuw. Des te meer kan ik iedereen het portret van de zanger aanbevelen dat een paar jaar geleden bij Arthaus Musik (101473) verscheen. De documentaire draagt de alleszeggende titel Between Gods and Demons.

Behalve van zijn Don Giovanni was London voornamelijk beroemd van zijn Scarpia en zijn Boris Godoenov. Maar hij was ook een echte entertainer, die de populaire muziek serieus nam: voor hem waren het allemaal ‘artificial art songs’. Over zijn Giovanni was iedereen het eens: als je zo veel seks uitstraalt, dan kan het demonisch worden. Iets om over na te denken.


Igor Levit and his Beethoven-project: “I do not feel like a servant, but I do not feel like anybody’s master either.”

Levit

On 17 December 2019 Ludwig van Beethoven will celebrate his 250th birthday. An occasion this big calls for a big party, so that is what we will get. There will be an abundance of concerts, recitals and recordings to choose from. Of all the projects we are about to be inundated with, there is one that appeals to me personally the most: the recording of all of his piano sonatas by Igor Levit.

What do we know about Igor Levit? He was born in 1987 in Gorky (now Nizhny Novgorod) in Russia. He started piano lessons at the age of three and had already achieved enormous successes as a child. In 1995 the Levit family left for Germany, where he graduated from the Hochschule für Musik, Theater und Medien Hannover in 2009. I heard him for the first time on recordings from the Arthur Rubinstein International Piano Master Competition in Tel Aviv in 2005. At that time he was the youngest participant ever and he won the second prize, the chamber music prize, the audience prize and the prize for the best performance of a contemporary work. He looked timid and shy, but as an audience member you were not only enchanted by him but also drawn to him.

Levit plays Beethoven in Tel Aviv:

I decided to follow this young artist as much as possible. When Sony contracted him and they brought out an album with Beethoven’s late piano sonatas, I was extremely pleased! It was a huge gamble for Sony. Imagine: when you’re in your twenties choosing Beethoven’s last five piano sonatas for your debut album! You really need to have guts to do that. But it could also be conceived as arrogant. Didn’t most pianists have to wait until they reached a certain age to try their hand at the last sonatas?

The result was overwhelming. The album won several prizes in 2014, including an ECHO Klassik, when that prize was still taken seriously. And the prizes continued: in October 2015 his CD with works by Bach, Beethoven and Rzewsky was chosen as Recording of the Year at the 2016 Gramophone Classical Music Awards. In 2018 Levit received the prestigious Gilmore Award and was named the Royal Philharmonic Society’s ‘Instrumentalist of the Year’.

Levit’s interpretations of Beethoven are quite idiosyncratic, that’s true, but also greatly exciting! That is why Levit is so outspoken about the role of the interpreter. A quote from the pianist’s passionate interview with the Neue Zürcher Zeitung:

“So you are against the widespread ideal that the interpreter is first and foremost the servant of the score?

I do not feel like a servant, but I do not feel like anybody’s master either. For me, the question is not: what would we be without the composers, but instead: what would the composers be without us? The interpretation is my personal reaction to the information I receive through the notes. But this information is sometimes so full of uncertainties that I have to think about it carefully. A performance never works one-on-one. Beethoven’s case is extra complicated because he tried to escape from his time in order to create something different, something new.”

Igor Levit about ‘the project’:

“For me, this recording is the conclusion of the past fifteen years. It started with my ‘encounter’ with the Diabelli Variations when I was seventeen years old, something that changed my life and that actually continues until now, because I live with his music every day. With Beethoven’s sonatas, but also with Beethoven himself and with how all this has influenced the world in which I live and myself. Everything together led to this recording. What began in 2013 with the recording of Beethoven’s last five sonatas, I can now conclude. It fills me with great happiness and at the same time it feels like a new beginning. “

Levit piano

© Sony

I can only add that Igor Levits’ vision of Beethoven has also changed my world. Raised with Gulda, Kempff, Schnabel and Barenboim – all greats that are still at the top of my list – I have suddenly discovered a totally new vision. No, in interpretation there are no absolute truths. Just listen to the ‘Adagio sostenuto’ from the Monscheinsonate. You rarely hear it so sweet, so tender, but at the same time not ‘weak.’ For me it felt like hearing the sonata for the first time in my life.

On Sunday 9 February 2020 Levit will make his long-awaited debut in the Master Pianists series at the Concertgebouw. It will be a very special recital, because he will, of course, not only play Beethoven’s last two sonatas, but also an arrangement for piano of the Adagio from Mahler’s Symphony No. 10. Something to really look forward to!


Beethoven – Piano Sonatas (Complete)
Igor Levit – Piano
Sony Classical, CD 19075843182 (9cd’s)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

The Songs Of Reynaldo Hahn On Palazzetto Bru Zane

The Palazzetto Bru Zane edition of Reynaldo Hahn's complete songs, with baritone Tassis Christoyannis and pianist Jeff Cohen.

For many, he’s just another famous representative of the Belle Époque, but there are few people that really know much about him, let alone about his music. He went down in history as the lover of Marcel Proust, but Reynaldo Hahn (1874-1947) was much more than that. And here is a 4 CD set of his melodies that allows you to rediscover the man and his music afresh

Born in Caracas, Venezuela, Hahn was the son of a German-Jewish father and a Venezuelan mother of Spanish-Basque origin. Apart from being a pianist and composer, Hahn was a highly esteemed conductor; know among other things for his Mozart interpretations. He was also a critic, writing for the newspaper Le Figaro; he wrote books on music, and in 1945 he was appointed director of the Paris Opéra.

When he arrived in Paris – on his own – he was but four years old. He was sent there because his father was threatened by the politics of president Antonio Guzmán Blanco. At the age of 11 Hahn began to study music at the Paris conservatory and became a student of Jules Massenet.

The young Reynaldo Hahn (l.) and his lover Marcel Proust

The young Reynaldo Hahn (l.) and his lover Marcel Proust

Hahn’s career florished mostly in Paris and in aristocratic circles, he was a welcomed guest in the world of salons, most notably that of the eccentric Princess Mathilde (Napoleon’s niece),accompanying himself on the piano as he sang arias by Jacques Offenbach. At the age of eight, Hahn composed his first songs. And of course he sang it, too. As he did his many other songs that followed over the years.

Marcel Proust famously wrote about Hahn and his singing: “His head a little thrown back, his mouth mournful and slightly indignant, from where flowed, rhythmically, the most beautiful, the saddest and warmest voice that never existed.”

Reynaldo Hahn sitting at the piano, painted by Lucie Lambert in 1907.

Reynaldo Hahn sitting at the piano, painted by Lucie Lambert in 1907.

Jean Cocteau added: “He sang with a cigarette positioned in the corner of his mouth, delivering his delightful voice from the other part, the eyes painting towards the sky.”

Hahn composed more than 100 songs that are rarely performed today. Why?

Don’t ask me, because I find them wonderful. All of them. And that is something everyone can now experience thanks to Palazzetto Bru Zane who have issued them in a box set, many of them in world premiere recordings.

Just listen to the song cycle Chansons grises based on poems by Paul Verlaine. What a discovery it is to hear these for the first time!

In the beginning I was worried that the songs might become a little monotonous with just one singer all the way through. But I was surprised and easily convinced of the opposite. Greek baritone Tassis Christoyannis has precicely the right timbre to do justice to these songs: light, elegant, and very sensual in a way that made me think of Gerard Souzay, again and again.

Christoyannis’ interpretation is polished and perfect, and for every song he finds a different shading, a new tone. And my God – it is beautiful. For me, this is the CD of the year.

A caricature of Reynaldo Hahn as Beau Brummell by Rip (Georges Gabriel Thenon), 1931.

A caricature of Reynaldo Hahn as Beau Brummell by Rip (Georges Gabriel Thenon), 1931.

 

I recently read somewhere that we may expect more Hahn on disc soon. His operas L’Ile du Reve and La Carmelite are on the to-do list of Palazzetto Bru Zane, the be recorded live. All I can say about that is: please don’t forget to include his operettas Ciboulette (1923) or Brummell (1931) about the infamous British dandy Beau Brummel (1778-1840).

Not to mention Hahn’s other musical comedies, such as Mozart (1925) or O mon bel inconnu (1933), Une Revue (1925) and Malvina (1935). Some of them are available in historic French recordings, but a fresh and new interpretation would be very welcome.

English translation: Kevin Clarke

http://operetta-research-center.org/melodies-reynaldo-hahn/?fbclid=IwAR1kbpjk3refYMhiIorfhuPInm7t-Zo7c9dS6tyR9K1tKB4BAUqDLV05k7s

In Dutch:
Weergaloze liederen van Reynaldo Hahn weergaloos uitgevoerd door Tassis Christoyannis en Jeff Cohen

Death in Venice: een autobiografisch testament?

Death Pears Britten

Het vocale oeuvre van Britten is vrijwel onlosmakelijk verbonden met één zanger, Peter Pears. Jarenlang waren ze partners zowel in de kunst als in het dagelijks leven. Voor Pears componeerde Britten zijn liederen en opera’s, en met diens stem in zijn hoofd maakte hij arrangementen van de Engelse volksliedjes.

Death in Venice, de laatste opera van de toen al zeer zieke Britten, werd ook voor zijn partner gecomponeerd. Zeker weten doe ik het uiteraard niet, maar ik denk dat Britten er iets meer van zijn eigen leven in gestopt heeft dan in zijn eerdere opera’s. En dat het sterk autobiografisch is.

Death all opera's

Wat hebben we zoal om te vergelijken? Naast mijn speler liggen twee dvd’s en een cd. Nou ja, cd… Zeg maar gerust cd’s, want Decca heeft één van de grootse Britse componisten geëerd met een box met al zijn opera’s (4756029). In het acht schijfjes tellende tweede deel vindt u ook Gloriana, A Midsummer Night’s Dream, The Rape of Lucretia en The Turn of the Screw. Op Death in Venice en Gloriana na allemaal gedirigeerd door de componist zelf.

Death in Venice decca

Om te zeggen dat de uit 1974 stammende opname zowat de beste is wat je je kan voorstellen, is natuurlijk een open deur intrappen. Het is niet alleen de meest voorbeeldige uitvoering (Peter Pears als Aschenbach en John Shirley-Quirk in al die baritonrollen) denkbaar, de opname zelf is ook waanzinnig goed: direct, helder en zo authentiek aandoend dat je de indruk krijgt dat het live is opgenomen. Steuart Badford dirigeert het English Chamber Orchestra.


TONY PALMER

Death Palmer

Dezelfde dirigent, het orkest en de bariton komen we ook tegen in de film van Tony Palmer (TPDVD176), gefilmd op locatie in 1980. De rol van Gustav von Aschenbach werd overgenomen door Robert Gard, een mij onbekende tenor, die het werkelijk voortreffelijk doet. Al doet hij mij Pears niet vergeten.

De film is zeer realistisch en al doet het een beetje gedateerd aan (de typische jaren zeventig sfeer is alom aanwezig), het valt niet te ontkennen dat je als genageld op je stoel blijft zitten! De beelden ven Venetië zijn mooier dan mooi, de sfeer is beklemmend en de zanger-acteurs zijn meer dan voortreffelijk. Naast Gard en Shirley-Quirk viel mijn oog (en oor!) op een niet met name genoemde zanger in de rol van de Engelse klerk.

Op het doosje staat vermeld dat ook Pears eraan meedoet. Ik kon hem niet ontdekken, al meende ik zijn stem bij één van de figuranten bij de hallucinerende Von Aschenbach te horen.

PIER LUIGI PIZZI

Death Pizzi

Venetië hoort bij deze opera, natuurlijk. Vandaar dat een in die stad opgenomen voorstelling meer tot verbeelding spreekt dan één uit … (vul maar in). De in juni 2008 in La Fenice opgenomen productie (Dynamic 33608) is zonder meer bijzonder.

Pier Luigi Pizzi staat altijd garant voor mooie beelden en zijn ensceneringen zijn bijna altijd semirealistisch, maar dan met een twist naar zowel surrealisme als symbolisme.

In zijn voorliefde voor ballet kan hij soms te ver gaan, wat ook hier een beetje het geval is. Het koor en alle figuranten, zeeleden en gasten van het hotel bestaan uit prachtig geklede (of, zo je wilt, prachtig ontklede) bloedmooie dansers. Als er niet gedanst wordt, dan wordt er stilistisch gelopen en esthetisch gestaan.

Het is net een film en Visconti is niet ver te zoeken – zelfs de beroemde hoed die Silvana Mangano als Tadzio’s moeder droeg in die film is hier nagemaakt. Maar de sfeer is zeer beklemmend, de hitte voelbaar en het uiteindelijke resultaat zeer ontroerend.

Marlin Miller verdient een Oscar voor zijn rol van de gekwelde Von Aschenbach. Met zijn zakdoek zwaaiend en zweet afvegend probeert hij fatsoen te houden, om zich uiteindelijk aan de totale waanzin en het ijlen te moeten overgeven. Bravissimo!
Zijn stem is anders dan die van Pears. Ronder en meer gefocust, zeker naar de zaal toe, wat zijn verstaanbaarheid alleen maar ten goede komt.

Scott Hendricks is meer dan fenomenaal in al zijn ‘duivelse’ personages. Met een sardonische glimlach en zichtbaar veel plezier helpt hij Von Aschenbach zijn ondergang tegemoet.

Bruno Bartoletti weet van het orkest uit La Fenice de mooiste klanken te ontlokken.

Mijn kleine bezwaar: Tadzio (een bloedmooie, het valt niet te ontkennen, Alessandro Riga) is optisch te oud en te zeker van zichzelf. Toch – zeer, zeer aanbevolen.

MEER BRITTEN

Death benjamin-britten-britten-100-birthday-collection-073492162

Bij Intens Media (nooit van gehoord, er staat ook geen enkele informatie bij) is een box met 10 cd’s van Britten verschenen (bestelnummer 60047). Veel bekend materiaal, maar ook een paar (voor mij) nieuwe dingen, zoals de opname van Serenade for Tenor, Horn and Strings uit 1953 of het ballet The Prince of the Pagodas. Dat behoort zeker niet tot Brittens bekendste werken; het is dan ook fijn om het in de box tegen te komen.

De box is niet echt iets voor een doorgewinterde Britten-verzamelaar, maar voor een beginner en/of een geïnteresseerde liefhebber zonder meer een ‘hebbeding’. Zeker voor de prijs: rond de 15 euro.

Afbeeldingsresultaat voor poster

Vergeet ook niet de prachtige documentaire Benjamin Britten & his Festival van Tony Palmer (TPDVD174). Het zeer korrelige beeld moet je voor lief nemen, maar alleen al de optredens van Julian Bream en Peter Pears die Schubert zingt maken het aanschaffen van de dvd meer dan waard!

IMMO KARAMAN regisseert BRITTEN in Düsseldorf. Deel 3: DEATH IN VENICE