achtergrondartikelen

Ever heard of Wilhelm Grosz?

Enetartet Grosz

In the 1920s old values were shaken. The Great War had just ended. Countries had become independent, or had just lost their independency. Powerful new influences like jazz, blues, and exotic folklore appeared. Boundaries between classical and popular music were fading.

Of all the composers from that period, Wilhelm Grosz was perhaps the most versatile. He was born in Vienna in 1894 into a wealthy Jewish family. In 1919 he graduated from the Viennese Music Academy, where he was taught by, amongst others, Franz Schreker. In 1920 he finished his musicological studies at the Vienna University.

Grosz composed songs, operas, operettas, ballet music and  chamber music, and was a famous pianist as well. In 1928 he was appointed the artistic director of the Ultraphon record company in Berlin.

In 1929, commissioned by the prestigious Radio Breslau, he composed the song cycle Afrika Songs on lyrics by African-American poets.

Afrika Songs was premiered on 4 February 1930 and enthusiastically received. The cycle also became known as the  Jugendstil Spirituals, which probably is the most fitting description for it. There are jazz and blues influences, but the songs were also quite heavily influenced by the music of Zemlinsky, Mahler and … Puccini (compare Tante Sues Geschichten with Ho una casa nell’ Honan from the second act of Turandot!).

When he Nazis came to power, Grosz returned to Vienna. In 1934 he was forced to flee again, this time to London. There his popular works grew more distinct from his serious ones. His name became forever attached to a series of world wide hits. The Isle of Capri, for example, was the big hit of 1934.

ALONG THE SANTA FE TRAIL

Entartet Gosz Santa Fe

In 1938 Grosz left for Hollywood but didn’t get further then New York. He had a heart attack in 1939 and died, aged only 45. He composed the famous song for Along the Santa Fe Trail, a movie with Errol Flynn, Olivia de Havilland and Ronald Reagan in the leads. The song was not sung in the film and only used only instrumentally as background music.

AFRIKA SONGS AND MORE

Entartete Gosz Africa

After almost sixty years Grosz was rediscovered, although only briefly. It is hard to believe, but the Afrika Songs were not recorded until 1996! The Matrix Ensemble performed them for the firs time at the Proms in 1993. The CD also includes the song cycle Rondels, Bänkel und Balladen and the hits Isle of Capri, When Budapest Was Young and Red Sails in the Sunset, songs we all know but never knew who composed them.

Vera Lynn sings Red Sails in the Sunset in 1935

Mezzo Cynthia Clarey and baritone Jake Gardner are splendid in the Afrika Songs and Andrew Shore makes a party of Bänkel und Balladen. Nothing but praise for the  Matrix Ensemble.

English translation: Remko Jas

With many thanks for Brendan Carroll

Ooit van Wilhelm Grosz gehoord?

Enetartet Grosz

In de jaren twintig van de vorige eeuw werden alle waarden aan het wankelen gebracht. De Grote Oorlog was afgelopen, landen werden onafhankelijk of verloren juist hun zelfstandigheid. Nieuwe invloeden deden van zich spreken: jazz, blues, exotische folklore. De grens tussen de klassieke en populaire muziek vervaagde.

Van alle componisten uit die tijd, was Wilhelm Grosz misschien de meest veelzijdige. Hij werd geboren in Wenen in 1894 in een welgestelde Joodse familie. In 1919 studeerde hij af aan de Weense muziekacademie, waar hij onder andere les had van Franz Schreker en in 1920 rondde hij zijn studie musicologie aan de Weense Universiteit af.

Grosz schreef liederen, opera’s, operette’s, ballet, kamermuziek en was zeer beroemd als pianist. In.1928 werd hij in Berlijn aangesteld als artistiek directeur van de platenmaatschappij Ultraphon.

In 1929 componeerde hij (in opdracht van de toen prestigieuze radio Breslau) de liederencyclus Afrika Songs. De teksten die hij daarvoor gebruikte waren afkomstig van zwarte Amerikaanse dichters. De premiére op 4 februari 1930 werd zeer enthousiast ontvangen. ‘Jugendstil Spirituals’, werd de cyclus genoemd en wellicht is dat de beste omschrijving, want behalve

jazz en blues zijn de liederen zwaar beïnvloed door de muziek van Zemlinsky, Mahler en …. Puccini (vergelijk ‘Tante Sues Geschichten’ met ‘Ho una casa nell’ Honan’ uit de tweede acte van ‘Turandot’!).

Toen de nazi’s aan de macht kwamen, keerde Grosz naar Wenen terug om in 1934 ook daarvandaan te moeten vluchten. Hij vestigde zich in London. Daar werd voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen zijn serieuze en populaire composities.

Zijn naam werd onlosmakelijk verbonden aan een paar wereldhits, zo was ‘The Isle of Capri’ dé grootste hit van 1934.

ALONG THE SANTA FE TRAIL

Entartet Gosz Santa Fe

In 1938 vertrok Grosz naar Hollywood. Daar componeerde hij muziek voor ‘Along the Santa Fé Trail’, een film met in de hoofdrollen Errol Flynn, Olivia de Havilland en Ronald Reagan. In 1939 werd hij getroffen door een hartinfarct en stierf, nog maar 45 jaar oud.

AFRIKA SONGS EN MEER

Entartete Gosz Africa

Na bijna zestig jaar werd Grosz herontdekt, al duurde het maar heel even. Het is haast niet te geloven maar de ‘Afrika Songs’ beleefden in 1996 hun plaat première! Het Matrix Ensemble heeft ze voor het eerst uitgevoerd op de Proms in 1993. Op de cd verder de liederencycli ‘Rondels’ en ‘Bänkel und Balladen’ en de hits ‘Isle of Capri’, ‘When Budapest was young’ en ‘Red sails in the sunset’- liedjes die we allemaal kennen en waarvan we nooit wisten wie de componist was.

Vera Lynn zingt ‘Red Sails in the Sunset’ in 1935

Mezzo Cynthia Clarey en bariton Jake Gardner  zijn subliem in de ‘Afrika Songs’ en Andrew Shore maakt een feest van ‘Bänkel und Balladen’.

 

Simone de Bonefont: ooit van gehoord?

Tekst: Neil van der Linden

Bonefont cover

Simone de Bonefont, nooit van gehoord. Paul van Nevel van het Huelgas Ensemble had ook nooit van hem gehoord, tot hij in een bibliotheek in Wenen in een koorboek een Missa pro Mortuis ontdekte, een Requiem-mis uit 1556. Dat is ook ongeveer het enige dat over Bonefont bekend is, behalve dat hij kanunnik was in Clermont-Ferrand, en dat er nog drie korte liederen van hem zijn overgeleverd.

Bonafonte

Uit het feit dat het commercieel uitgegeven koorboek rijkelijk geïllustreerd was kunnen we afleiden dat dit werk hogelijk werd gewaardeerd, en de maker ook. Van Nevel acht het gezien de kwaliteit vrijwel onmogelijk dat dit de enige werken van de componist zijn. De Bonefont is vermoedelijk rond 1500 geboren en is daarmee een generatiegenoot van de vierde Vlaamse school met grootheden als Gombert, De Rore, Willaert en Clemens non Papa en de Spanjaard Cristóbal de Morales. Een gouden tijd van de Renaissance. De muziek is dan echt helemaal losgekomen van een zekere laat-Middeleeuwse cerebraliteit, componisten experimenteren er lustig op los en de maniërismen die de Barok steeds meer zou opleggen hebben hun intree nog niet gedaan.

Dit requiem heeft de vloeiende motoriek van bijvoorbeeld het Requiem van De Richafort uit ongeveer dezelfde tijd, waaraan Van Nevel en het Huelgas eerder al een magnifieke CD wijdden. Het succes van De Richaforts Requiem door het Huelgas Ensemble, tot dan toe een onbekend werk, leidden binnen de kortste keren tot meer opnamen en maakten van een obscure componist een ster, die nu zelfs door de King’s Singers wordt gezongen.

Soms sluit De Bonefont af met een grillige akkoord-sequens vol onverwachte modulaties en dissonanten die bijna pijn aan de oren doen. Kan dat een restant van laat-Middeleeuwse polyfonie zijn? De Bonefont zat daar in de Auvergne een beetje geïsoleerd, terwijl de rauwere vormen van polyfonie zoals die heden ten dage nog Corsica en Sardinië leeft toen op veel meer plaatsen werd gepraktiseerd. Of was het juist een uiting van avant-gardistische experimenteerlust?

Bonnefond_Huelgas-Ensemble-PVDS-c-Alidoor-Dellafaille

Requiem-Simon-de-Bonnefond_Huelgas-Ensemble-PVDS- ©Alidoor-Dellafaille

Het Huelgas Ensemble lost het vocaal allemaal overtuigend op. Een van hun handelsmerken is stemkleuring. Door veel ruimte te geven aan individuele stemkarakteristieken is het mogelijk complexe polyfone weefsels helder uit te diepen, maar worden diepe onderliggende lagen grondig geëxploreerd. Desnoods past Van Nevel het tempo aan om een tekstuele of melodische frase extra duidelijk te laten uitkomen. En dat allemaal live, deze CD is live opgenomen.

De CD combineert De Bonefonts dodenmis met vier motetten uit dezelfde tijd op een andere veel gebruikte tekst over dood en sterfelijkheid, Media Vita in Morte Sumus. “Midden in het leven zijn wij door de dood omvangen’, aldus de oeroude antifoon, die ooit zo populair was dat het concilie van Keulen van 1316 het verbood: het lied zou magisch geladen zijn waardoor men er anderen mee kon vervloeken. Het lied bleef echter populair: zelfs de vermaledijde ketter Luther maakte een bewerking in het Duits.” (ik citeer hier muziekweb.nl)

Ja, het was een tijd van pestepidemieën, van sociale revoluties en godsdienstoorlogen. De versie van de Brugse componist Arnold von Bruck gebruikt die vertaling door Luther, ‘Mytten wir ym leben synd’. De andere drie versies zijn in het Latijn en van keurig katholiek gebleven Vlaamse grootheden, Jacobus de Kerle, Orlandus Lassus en Nicolas Gombert. De laatste twee kent iedereen natuurlijk.

Bonafonte HUELGAS-ENSEMBLE-8

Het Huelgas Ensemble © Huelgas Ensemble

Het Huelgas Ensemble had Gomberts motet al eens opgenomen en er is ook een mooi dramatische uitvoering van het Hilliard Ensemble. “Bij dit alles denk je onwillekeurig aan Gomberts eigen Media Vita-ervaring: volgens de arts Jerome Cardan werd Gombert naar de galeien verbannen omdat hij zich aan het hof van Karel V aan een knaap had vergrepen (Gombert was belast met het rekruteren van de indertijd alom gezochte Vlaamse koorknapen voor de hofkapel in Madrid van Karel V – NvdL). De componist kreeg echter gratie nadat hij de keizer wist te ontroeren met twee zogenaamde ‘zwanenzangen’. (Misschien onder meer dit In Media Vita? – NvdL)” Aldus muziekweb.nl.

Cappella Amsterdam heeft net ook Lassus’ versie op CD uitgebracht, schoolser vind ik; de stemkleuringstechniek van het Huelgas Ensemble maakt muziek telkens toch wel heel direct invoelbaar.

De Kerle uit Ieper is minder bekend. Maar naar verluidt heeft hij meer nog dan Palestrina de polyfone kerkmuziek gered door een motet te componeren voor de hereniging van de Christelijke Kerk het succesvolle verloop van het Concilie van Trente, terwijl Palestrina met de eer is gaan strijken (en het aldus ook tot protagonist van een laat-romantische opera heeft gebracht, Pfitzners Palestrina, die dus eigenlijk De Kerle had moeten heten).

Aan hem had het Huelgas Ensemble al eerder een CD gewijd, ook met dit adembenemende In Media Vita (en het intrigerende Cantio octo vocum de sacro foedere contra Turcas, ‘Achtstemmig zang over een heilig bondgenootschap tegen de Turken’, een tijd waarin hemel en aarde dicht bij elkaar kwamen).

Bonefort Bosch

Detail uit het rechter paneel, Op Weg naar de Hemel, uit Visioenen van het Hiernamaals – Jeroen Bosch

De voorkant van de CD is mooi geïllustreerd met een detail uit de Opstijging ten Hemel, met een naakte figuur die begeleid door een engel door een tunnel van licht beweegt, een andere mensfiguur in het gezelschap van een duivel die het misschien probeert, en aan het eind van de tunnel bijna verzwolgen door het licht nog twee figuren, uit Visioenen van het Hiernamaals van Jeroen Bosch.


Simone de Bonefont (ca. 1500): Missa pro mortuis cum quinque vocibus
Arnold von Bruck (1500-1554), Jacobus de Kerle (1531-1591), Orlandus Lassus (1532-1594), Nicolas Gombert (1495-1560).
Huelgas Ensemble onder leiding van Pal van Nevel.
Cypres Records-CYP168

https://klara.be/music-matters-op-30-april-met-paul-van-nevel

https://www.crescendo-magazine.be/paul-van-nevel-nous-fait-decouvrir-simone-de-bonefont/

 

 

Pijnlijk mooie Tenebrae van Gesualdo door Graindelavoix

Tekst: Neil van der Linden

Gesualdo

De Tenebrae, ‘duisternis’, is een Rooms-Katholiek kerkelijk ritueel voor de laatste dagen van de Lijdensweek: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Gedurende die drie dagen worden één voor één kaarsen van een kandelaar gedoofd, totdat de kerk aan het eind van de derde nacht in totaal verduisterd is. De teksten voor de drie nachtelijke rituelen omvatten natuurlijk het lijdensverhaal uit de Evangeliën. Verder vonden de kerkvaderen die de teksten samenstelden de Klaagzangen van Jeremia passend, over de vernietiging van Jeruzalem door de Babyloniërs.

Psalm 51, het Miserere, kreeg een prominente plek, een zogeheten Boetepsalm van David, over een wat profaan onderwerp, Koning David’s buitenechtelijke verhouding met Bathseba, echtgenote van één van zijn commandanten, maar de tekst wordt blijkbaar opgevat als een algemeen gebed om vergeving van zonden. En er is een optimistischer gestemde tekst uit de Lofzangen van Zacharia, ‘Benedictus’, over de besnijdenis van Johannes de Doper, vooruitlopend op de geboorte van Christus, in zekere zin dus terug naar AF.

Vele componisten hebben zich ook op deze passages uit de liturgie gestort, waaronder Lassus, Byrd, Palestrina, Couperin en Haydn tot en met Poulenc, Strawinksy en Boulez, waarbij met name de Klaagzangen, als Lamentationes, populair waren. Gesualdo heeft die Klaagzangen niet gebruikt, maar Graindelavoix heeft zettingen in het Gregoriaans toegevoegd.

Gesualdo Christus

Christus in het Hof van Ghetsemaneh, Gerard Honthorst

In het Festival Oude Muziek in Utrecht waar de Tenebrae werden uitgevoerd, moest het wat optimistischer Benedictus, dat de driedubbel-CD-opname besluit, het veld ruimen en werd het Miserere, dat nu aan het eind van CD-1 komt, tot slotstuk gepromoveerd.  Het is het enige stuk waarin Gesualdo het ‘responsoria’ idee intact heeft gelaten, solozang afgewisseld met ensemblezang, en de harmonieën zijn minder grillig, waardoor het een fraai berustende finale werd. En ook al is het Miserere somber gestemd, de boetedoening in de tekst kreeg daarmee een algemenere betekenis.

Gesualdo Honthorst

Zoals bekend schiep de edelman Carlo Gesualdo, prins van Venosa (1566 –1613), een eigen muzikaal universum, waarin hij, zo’n beetje met wat Bach aan het eind van de barok deed, strikt en aartsconservatief vasthield aan de muzikale beginselen van de tijd waarin hij was opgegroeid, de Renaissance, maar tegelijkertijd dat zo radicaal deed, met harmonieën vol dissonanten en steeds grilliger modulaties, dat zijn muziek ook ver vooruitkeek.

Gesualdo was muzikaal overigens van niemands waardering afhankelijk, hij schiep zijn muziek voor eigen gebruik. Dat kon hij zich permitteren. Zijn moeder was een Borromeo, van één van de invloedrijkste families van Italië, en een nicht van de Paus. Zijn eerste echtgenote was een prinses en een volle nicht. En terwijl we van enige mevrouw Monteverdi of mevrouw Palestrina zelden iets horen, zijn het de lotgevallen van die eerste echtgenote die het beeld van Carlo Gesualdo hebben bepaald.

Ik weet niet of Wagner bekend was met Gesualdo. Maar de plot van de opening van de tweede acte van Tristan und Isolde lijkt op het verhaal van de ontdekking van een buitenechtelijke relatie van zijn echtgenote. Op zekere avond deed Gesualdo alsof hij op jacht ging. Hij keerde vroegtijdig terug en trof echtgenote en haar minnaar in bed aan. Beiden reeg hij aan de degen. Het hooggerechtshof concludeerde echter: geen misdaad. Had die conclusie misschien iets te maken met zijn hoge positie? Neef van de Paus?

Hij hertrouwde, in een huwelijk dat ook weinig geluk zou brengen. Dat was met iemand uit de d’Este familie, van de Villa d’Este waaraan Liszt later een stuk zou opdragen in de Années de Pélerinage. Misschien is de plot voor de tweede acte van Tristan, waarin iets vergelijkbaars gebeurt, via Liszt bij Wagner terecht gekomen? Al met al genoeg reden voor latere boete en devotie. En die spreken uit deze muziek, de componist dan bovendien privé in een duistere kapel liet opvoeren.

Gesualdo graindelavoix-1084

Graindelavoix, een vroege voorjaarsdag © Koen Broos

Toen ik Graindelavoix voor het eerst hoorde, op hun CD met de Missa Caput van Ockeghem, kreeg ik visioenen van zingende Vlaamse boeren, met zand aan hun schoenen in een kathedraal. Lange slepende noten, en de boeren maar tegen elkaar opzingen. En ze dachten tijdens het zingen niet alleen aan de Goddelijke devotie, maar ook het bier die klaar zou staan na de mis, en het feest dat plaats zou vinden als op een schilderij van Brueghel.

Vandaar dat de lange slepende noten, die uit volle borst gezongen gezamenlijke crescendos en glijdende uithalen. Let wel, er waren kathedraalscholen, en de regio was welvarend, dus men kon zich riante zangopleidingen permitteren. Maar het is zeker dat men daar geen zangtechnieken onderwees zoals we die kennen sinds de opkomst van het belcanto.

Dat slepen en glijden in de intonaties klinkt als de traditionele zangtechnieken die heden ten dage nog steeds worden toegepast in de Oosters-Orthodoxe kerken, de zang van Corsica en Sardinië, en ook in de Arabische en Turkse muziek. Maar was het niet de kerkvader Sint-Augustinus, zelf Berbers, die de muziek in de Roomse kerk maar saai vond, en elementen van de muziek van thuis in de eredienst introduceerde?

Om te horen hoe dat zou hebben kunnen klinken, hadden Marcel Pérès en zijn ensemble Organum al met zangers uit Mediterrane tradities geëxperimenteerd, in vroege kerkmuziek van Rome tot aan Vlaamse polyfonie van Josquin de Prez. Graindelavoix bouwt hier min of meer op voort, stortte zich naast Vlaamse polyfonie zelfs op Engelse Renaissance, muziek waarvan je dacht dat die voorbehouden was aan Engelse ensembles met strakgetrokken intonaties. En nu is Graindelavoix aangeland bij min of meer het sluitstuk van de Renaissancemuziek, Gesualdo’s Tenebrae.

De passages uit de Klaagzangen van Jeremia worden afwisselend gezongen door de Est Marius Peterson, in de Rooms-Katholieke Gregoriaanse traditie van zijn land, en de Roemeen Adrian Sirbu, doorkneed in de Balkan-Orthodoxe zangstijl. Voor de madrigalen omvat het ensemble daarnaast ook de mannelijke alt Razek-François Bitar, met een Syrisch-Orthodoxe achtergrond, en een Italiaan, een Spanjaard en een Schots/Maltese, verder een Amerikaans/Zweedse, en tenslotte twee Vlamingen, waaronder oprichter en dirigent Björn Schmelzer zelf.

Al die Mediterrane intonaties toegepast op Gesualdo’s chromatiek, dissonanten en toonsoortveranderingen grijpen je bij de maag. Is dit een aanbeveling? Ja……. Pijn kan een gevoel van welbehagen achterlaten. Het is verslavend.

Dit is de eerste complete opname sinds jaren, andere relevante ensembles hebben afzonderlijk delen op CD gezet, zoals de Tallis Scholars, sereen, maar afstandelijk, en het Hilliard Ensemble, intiem en menselijk, maar ook wat monotoon. Bij Graindelavoix wordt het drama, het passieverhaal is drama.


Carlo Gesualdo
Tenebrae
Graindelavoix olv Björn Schmelzer
Glossa GCD P32116 3CDs

Twee Maagden over Willy Deckers Elektra

elektraheink

Ernestine Schumann-Heink as Klytämnestra at the January 25, 1909 Dresden premiere of Elektra, looking down on Annie Krull as Elektra

Elektra van Richard Strauss behoort ontegenzeggelijk tot de geniaalste opera’s ooit. Door de symbiotische samenwerking van de librettist en de componist ontstond een werk dat zijn weerga in de geschiedenis niet kent. Met het libretto van von Hofmannsthal komen we de mythologische wereld binnen, maar dan wel gezien door de ogen van Sigmund Freud. Een wereld vol complexen, fobieën, angsten en dromen, die bovendien bevolkt is door hysterische vrouwen.

Elektra Decjker

Willi Decker © Alchetron

Willy Decker behoort tot de beste operaregisseurs ter wereld en zijn vermaardheid dankt hij niet aan ‘concepten’ of het wel/niet functionele bloot. Hij kent zijn pappenheimers en hoeft niet zo nodig te choqueren.

In september 1996 ging zijn visie op Elektra in première bij De Nederlandse Opera (DNO). Hartmut Haenchen stond toen op de bok en de hoofdrollen werden vertolkt door Eva-Maria Bundshuh (Elektra), Anne Gjevang (Klytamnästra) en Inga Nielsen (Chrysotemis). Met vrijwel dezelfde bezetting, maar dan wel onder leiding van Hans Vonk, werd de productie in april 2000 herhaald.

Bij de derde speelreeks, in 2006, werd alles anders. Hans Vonk was dood, Inge Nielsen was dood, Hartmut Haenchen naar andere oorden verbannen en bij ons was het (gelukkig zeer korte!) tijdperk van Ingo Metzmacher aangebroken. Nou ja, in dit repertoire kon hij gelukkig weinig schade aanrichten en ook de hoofdrollen werden prima vervuld door Felicity Palmer, Nadine Secunde en Gabrielle Fontana.

De productie stond in oktober 2011 voor de vierde (en laatste) keer op het toneel (voor de recensie klik hier)

Ellen van Haaren, die de Vierde Maagd in alle drie de producties zong:

© Jan Swinkels

,,Ik heb het vanaf het begin meegemaakt hoe deze Elektra zich ontwikkelde onder het baton van Hartmut Haenchen en de superregie van Willy Decker. Huiveringwekkend goed!!! En zo to the point!

Decker is een geweldig goede regisseur en daarbij nog eens zo’n aardige man, van wie je veel vrijheid kreeg. Zijn geliefde spreekwoord was: ‘passie is het motto van het zingen’. En zijn credo: ‘met waardigheid onwaardige situaties regisseren’. Dus de vernederende situaties waarin de personages van de opera terechtkwamen, wist hij op een waardige wijze in scène om te zetten.

Tevens werd er veel over het werk gepraat en als je als zanger iets anders aanvoelde dan wat Decker van je in een bepaalde scène verlangde, dan werd er daar ook op ingegaan. Zeker ook als hij het ermee eens was dat het beter bij de zanger in kwestie paste. Daarom is hij als persoon heel fijn om mee te werken, omdat hij iedereen zo veel aandacht geeft.

Altijd vroeg hij: voelt dit goed, gaat dit goed? Het was een samenwerking die je maar zelden aantreft en mede daardoor heeft het z’n vruchten in de totale samenhang afgeworpen.

Elektra 1996 Ellen

Yvonne Schiffelers, Rebecca de Pont Davies, Nadine Secunde, Abbie Furmansky (onder de arm van Elektra), Claire Powell (met jas), Ellen van Haaren © Marco Borggreve

Een voorbeeld. Hij vond dat twee Maagden zwanger moesten zijn. Toen opperde ik de gedachte: we moeten dan een soort schort met een buik hebben, want je beweegt je heel anders als je zwanger bent en gaat daardoor niet op de voorgrond staan zoals die andere Maagden. Je hebt nieuw leven bij je, dus je gedraagt je wat angstiger en blijft als persoon meer op de achtergrond. De volgende dag waren er twee schorten met een dikke buik en konden we daarmee oefenen.

De twee dames letten ook een beetje meer op elkaar en als Klytemnestra dan die vreselijke uitbarsting heeft, dan beschermden wij eigenlijk elkaar. Allemaal heel subtiel, maar toch!

Zo krijg je een mooie productie die nooit ordinair of oppervlakkig is, want het komt recht bij je binnen en dringt diep door. De personenregie is daar van groot belang, vooral omdat het drama dat zich voor je ogen ontwikkelt eigenlijk van alle tijden is. Oorlog, wanhoop, strijd om het behouden van de waarden en normen, opportunisme, meelopers, angst, principiële opofferingsgezindheid en dictatoriale macht.

Over Hans Vonk zou ik willen toevoegen dat hij in die tijd al zo vermoeid en ziek was en toch zo goed was, dat hij toch op die productie zijn stempel kon drukken. Hij was heel vriendelijk en hielp waar hij kon.

Het is een extreem zware productie met zeer turbulente uitbarstingen in de muziek, alles zit in de orkestpartijen: dreiging, liefde, weemoed, wraakgevoelens, broeder/zusterliefde, haat… Dat vergt heel veel van een dirigent.”

ellen ballo

Ellen van Haaren (Amelia) met Henk Poort (Renato) in Ballo in Maschera

Corinne Romijn, die de tweede Maagd in twee DNO-producties zong:

Elektra Corinne

,,Ik heb Elektra in totaal drie keer gezongen, één keer bij de Vlaamse Opera en twee keer bij DNO. Ik vond en vind Willy Decker een uiterst inspirerende man. Ook bij de herhalingen kwam hij zelf en bleef hij zoeken naar nieuwe facetten. Hij stuurde geen assistent om herinstudering te doen en de zangers te vertellen waar ze opkomen en weer afgaan en alles ertussen.

Wat ik behalve zijn enorme talent en vaardigheid ook zo mooi aan hem vind, is dat hij iedereen met hetzelfde respect en belangrijkheid behandelt, ook al heb je maar een ‘kleine rol’. Bij hem heb je het gevoel echt iets belangrijks te doen en ook voor de kleine rollen bedenkt hij verhaaltjes en diept het karakter uit.

Elektra Haenchen

Hartmut Haenchen © Riccardo Musacchio

Mijn geliefde dirigent was Hartmut Haenchen. Zijn opmerking ‘es gibt keine kleine rollen’ sloot perfect aan bij de visie van Willy Decker.

Een leuke anekdote. Ik zong de tweede maagd en die zingt aan het begin: ‘Ist doch ihre stunde die stunde das sie um den vater heult das alle wande schallen!’ Ik (geen idee waarom) zong tijdens de repetitie: ‘Ist doch ihre stunde die stunde das sie um den vater LACHT das alle wande schallen!!!’

Hartmut hoorde dit, sloeg af, nam zijn partituur van de pepiter en kwam het toneel op, recht op mij af. Ik dacht nog: oei oei… Maar het enige dat hij glimlachend zei, was: ‘Wenn sie das singen, brauchen wir die ganze oper nicht zu machen!’

Elektra Corinne Jenny

Corinne Romijn als Jenny in de Driegroschenoper van KurtWeill

Claron McFadden en haar sterke vrouwen

Lilith-Claron-McFadden-foto-Hanneke-Kuijpers

©  Hanneke Kuijpers

Lilith en Operadagen Rotterdam 2012

Lilith met tekst

Wist u dat Eva niet de allereerste vrouw was die er bestond? Voordat zij uit de rib van Adam geschapen werd, had Eva al een voorgangster. Zij heette Lilith en encyclopedieën duiden haar aan als een vrouwelijke duivel. Volgens de Kabbala was zij de godin van het Kwaad en een symbool van seksuele begeerte. Er werd van haar gezegd dat zij de drager was van ziekte en dood.

-Lilith-696x802

Lilith door Dante Gabriel Rosetti (Delaware Museum in Wellington)

Tijdens de Operadagen Rotterdam in 2012 ging er een voorstelling in première waarin Lilith centraal staat. Het hele concept werd bedacht door de allround zangeres/actrice, Claron McFadden.

McFadden, die als klassiek geschoolde zangeres een voorliefde heeft voor verschillende muziekstijlen plaatste de geschiedenis van Adam en Lilith in de hedendaagse tijd en mengde bewust verschillende media tot een muziektheaterstuk met sterk emotionele lading. We komen Lilith dan ook in een ‘real time’ tegen in de bar van een vijfsterren hotel en het verleden wordt aan ons door middel van projecties verteld. Adam zien we alleen als projectie.

Veel aandacht werd besteed aan het multimediale en er werd ons een mix van stijlen beloofd: jazz, soundscape, klassiek, pop, rap-achtig Sprächgesang, gesampelde zangstemmen. Er was ook plaats voor improvisaties, waardoor iedere uitvoering iets anders kon uitvallen.

De regie was in handen van Frans Weisz; muziek, pianospel en elektronica kwamen van Dimitar Bodurov, een Bulgaarse jazzpianist en ‘alles-eter’. De rol van Adam werd gespeeld door Jeroen Willems.

Claron McFadden aan het woord:

Lilith Claron-McFadden-Sacha-de-Boer

© Sacha de Boer

,,Ik beschouw mijzelf als een vrij sterke, onafhankelijke vrouw en ik ben altijd gefascineerd geweest door vrouwen die niet passen in het traditionele sjabloon van wat een vrouw hoort te zijn in de patriarchale samenleving. De vrouwen die mij het meest fascineren laten hun vrouwelijkheid niet in de steek om erbij te horen in de ‘mannenwereld’. Ze luisteren naar hun eigen innerlijke stem hoe ze mogen/moeten zijn als een mens, als ze maar alle kansen krijgen om te groeien en zich te ontwikkelen.

Toen ik voor het eerst hoorde van de Lilith-mythe, raakte ik onmiddellijk door haar geïntrigeerd. Ik beschouw haar ook als de eerste feministe. Zij wilde, samen met haar partner Adam, blijven zijn hoe zij was. Toen het onmogelijk bleek, liet zij liever alles wat haar dierbaar was in de steek en accepteerde alle consequenties van haar keuze. Alles liever dan de essentie van wat zij was – als vrouw, als mens – te verloochenen.

Ik vind dit zeer diepgaand. Het gaat over de man-vrouwverhouding, maar ook over de gelijkheid van mensen en het accepteren van onderlinge verschillen.

Ik ben een klassiek geschoolde zangeres, maar mijn achtergrond ligt in gospel, popmuziek en soul – muziek waar improvisatie een belangrijke rol in speelt. Mijn eerste serieuze kennismaking met de westerse klassieke muziek was de zestiende-eeuwse polyfonie en de zeventiende-eeuwse madrigalen, motetten en cantata’s. Daarbinnen was er ook plaats voor improvisatie

Vrijheid binnen een structuur vormt voor mij een rode draad in eigenlijk alles wat ik doe, ook in de muziek waar de noten echt vaststaan. Spontaniteit houdt de muziek levend, niets is twee keer hetzelfde.

Voor Lilith heb ik Dimitar Bodurov uitgenodigd. Hij is een zeer getalenteerde duizendpoot, wij zijn dus aan elkaar gewaagd. We bespraken een gevoel of een bepaalde scène, hij maakte de muziek en we begonnen te zingen en te spelen.

Omdat ook hij uit een improvisatiehoek komt, hebben we besloten dat sommige scènes aan drama zouden winnen als wij ons vrij in de vaststaande structuur bewogen. Maar het is beslist niet zo vrij als ‘work in progress’, zoals veel mensen denken als ze het woord improvisatie horen. Geen chaos hier!

Toen ik Frans Weiss voor het eerst ontmoette werd ik door hem gefascineerd en bedacht hoe fijn het zou zijn om samen met hem iets te kunnen doen. Lilith is onze eerste samenwerking. Hij is een meester in het creëren van een dramatische sfeer en zijn voorstellingsvermogen kent, net als de mijne, geen grenzen.

Het is niet makkelijk om iemand anders werk te regisseren en wij voerden een paar pittige discussies. Mijn origineel concept vormt het skelet en hij heeft alle vrijheid om Lilith een uiterlijk te geven die hij wil.

Lilith willems

© © Pief Weyman

Met Jeroen Willems werkte ik voor het eerst samen in La Commedia van Louis Andriessen. Hij heeft mij zeer ontroerd en geïnspireerd, sindsdien heb ik altijd gehoopt om nog eens samen hem te mogen werken. Zodra ik aan het karakter van Adam begon te denken, zag ik onmiddellijk zijn gezicht voor ogen. Voor mij is hij de enige acteur die Adam de nuances kan geven die het karakter nodig heeft om hem sterk, kwetsbaar, sexy en humaan te maken. En hij is een goede zanger!

Ik droom van een serie theatrale monodrama’s over interessante en sterke vrouwen uit de geschiedenis en literatuur: Anne Askew, Veronica Franca, Harriet Tubman and Wilma Flintstone…

En ik zou graag ‘Iron Maiden Lounges’ organiseren, in de vorm van nagesprekken na de voorstellingen, waarbij we rustig kunnen zitten en van gedachten kunnen wisselen. Ik denk dat ik nu op een belangrijk punt in mijn leven ben beland en ik hoop dat ik inmiddels genoeg goede en slechte bagage heb om te kunnen vaststellen wie ik ben. Als vrouw en als ‘human being’. Ik ben er zeker van dat het mij niet lukt, maar ik houd van uitdagingen!”

Jacqueline du Pré. Because no reason is necessary.

Ever since the truly brilliant and now legendary movie Amadeus shattered Mozart’s reputation (or, on the contrary, boosted it), nobody is holy anymore.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In Anand Tucker’s extremely bad – in contrast to the masterful Amadeus –  Hilary and Jackie it was the turn of star cellist Jacqueline du Pré.

Trailer of the film:

It was all over with her image of a cute girl: the darling of so many fans turned out to be a nymphomaniac, who was also jealous of her sister and went to bed with her brother-in-law. The film is based on the book of du Pré’s sister and brother, so I’m sure it’s all true, but: what does it matter to a serious music lover? Will he now listen to Edward Elgar’s cello concerto in any other way? I certainly won’t.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar and Jaqueline du Pré belong together, just like Chopin and Rubinstein or Vincent van Gogh and the sunflowers. Du Pré began to study the Elgar Concerto at the age of thirteen, under the inspired guidance of her teacher and ‘cello daddy’ Wiliam Pleeth, and in 1965 she made a recording of it, conducted by John Barbirolli.  This performance was already declared legendary at the time of its appearance, and when in 1970 a live recording with her husband Daniel Barenboim came out, opinions were clearly divided.

Du Pré, Elgar and Barbirolli:


du pre barenboim

Du Pré, Elgar and Barenboim:

Even today it remains difficult to choose between the two. The recording with Barbirolli is almost perfect, but the one with Barenboim sparkles and twinkles more. It is clearly audible that two perfect soul mates are at work here. This recording was also used in ‘Hilary and Jackie’ and can be found, next to Pheloung’s music on the soundtrack from that movie (Sony 60394).

Du Pré and Barenboim performed a lot together, but made few studio recordings together. The plans were there but her illness struck and that was that. Luckily there are a lot of live recordings of their performances. Beethoven’s cello sonatas, for example. They were recorded during the Edinburgh Festival in 1970 (EMI 5733322).

In 1999 EMI collected all the recordings the BBC ever made of du Pré (now available as Warner 2435733775). Maréchal’s arrangements of the Falla from 1961 are a bit dubious, and her Couperin (1963) and Händel (1961) are a bit dated, but the joy that radiates from them compensates a lot, or perhaps everything.

Du Pré was a natural talent, her playing was inspired and characterised by great intensity, and the liberties she took are not disturbing, partly because of that. As Barenboim once said “she had a gift for making the listener feel that the music she played was being composed at that moment”.

 

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Minnie’s from Gigliola Frazzoni and Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) at the premiere of La Fanciulla del West

Puccini’s women are never one-dimensional. That is expressed in his music, but who still understands the intentions behind the notes? Good Minnies are scarce these days, and to find the best, one has to go back to the nineteen fifties/sixties.

Like Salome, Minnie is loved and desired by men. Well, you say, she is the only woman in a rough world of miners inhabited only by guys. But it’s not that simple. She lives all alone in a remote hut and a few minutes after meeting a strange man, she invites him to her house. She smokes, and drinks whiskey. And she loves a game of cards, cheating if necessary.

In the scene leading up to the poker game, she says to the sheriff, “Who are you, Jack Rance? The owner of a gambling joint. And Johnson? A bandit. And me? The owner of a saloon and a gambling joint, I live off whiskey and gold, dancing and faro. We’re all the same! We’re all bandits and cheats!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi as Minnie

And I choose not to talk to you about Renata Tebaldi, even though she was one of the greatest (if not the greatest!) Minnie’s ever. She was lucky to have an exclusive contract with a leading record company (Decca), something her colleagues could only dream of.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni as Minnie with Franco Corelli (Johnson)

That explains why few people, apart from a few opera-diehards, have ever heard of Gigliola Frazzoni or Eleanor Steber (to name but two). Believe me: neither soprano is inferior to Tebaldi. Just pay attention to the range of emotions they have at their disposal. They cry, sob, scream, roar, beg, suffer and love. Verismo at its best. You don’t need a libretto to understand what’s going on here.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

They sing as well, and how! All the notes are there. There’s no cheating. Well, something may go wrong during a live performance, but it is live, that’s drama, that’s opera. And let’s face it, when you play poker and your lover’s life is at stake, you don’t think about belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

The recording with the American Eleanor Steber was made in 1954 at the Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s soprano is very warm and despite the hysterical undertones of an almost perfect beauty.

Gian Giacomo Guelfi makes a devastating impression as Rance and the two together… well, forget Tosca and Scarpia! I don’t like Mario del Monaco, but Johnson was a role in which he truly shone. Mitropoulos conducts very dramatically with theatrical effects.

The recording can also be found on Spotify:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

The registration with Gigliola Frazzoni was made at La Scala in April 1956 (a.o. Opera d’Oro1318). Frazzoni sings very movingly: it is not always beautiful, but what drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is probably the most attractive bandit in history and Tito Gobbi as Jack Rance is a luxury. He is, what you call, a vocal actor. In his performance you can hear a lust for power and horniness, but also a kind of sentimental love.

fanciulla-corelli

Franco Corelli as Johnson

Gigliola Frazzoni and Franco Corelli in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’.

The whole recording on Spotify:


Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

In Dutch:Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

Nog meer Korngold: van alles wat

korngold 1929 Franz Loewy

Korngold in 1929 © Franz Loewy

VIOLANTA

KOrngold Violanta

Zeventien jaar oud was Korngold toen hij in 1914 aan zijn tweede opera begon, waarvoor hij ook het libretto schreef. Het verhaal speelt zich af in de vijftiende eeuw in Venetië. Violanta wil wraak nemen op Alfonso, een prins die haar zuster heeft verleid. Helaas wordt zij zelf op hem verliefd en net als Gilda offert ze zichzelf voor hem op.

De muziek, met rijke orkestraties en mooie melodieën, doet zeer veristisch aan en de uitvoering onder leiding van Marek Janowski is schitterend. Het wordt tijd om de opera aan de vergetelheid te onttrekken. Wie wil de handtekeningenactie starten?

Walter Berry, Eva Marton, Siegfried Jerusalem;
Bavarian Radio Chorus&Munich Radio Orchestra/Marek Janowski
Sony 79229


KORNGOLD DIRIGEERT

Korngold in Vienna

Deze opname is gemaakt tijdens het korte verblijf van de componist in zijn geliefde stad Wenen en is dus van een onschatbare waarde. Het bevat aria’s uit al zijn opera’s, met een grote selectie uit Die Kathrin.

Ze worden gezongen door onder andere Anton Dermota, Ilona Steingruber en Gundula Janowitz, en al is de klank niet geweldig, toch prefereer ik het boven veel modernere uitvoeringen. Het idee alleen al dat hij zelf voor het orkest staat! Ik hoop dat het nog ergens te koop is, anders biedt Spotify de oplossing.

From the operas of Erich Wolfgang Korngold
The Austrian State Radio Orchestra olv Erich Wolfgang Korngold
Cambria CD 1032


VIOOLCONCERT

Korngold Shaham

Korngold schreef zijn vioolconcert in 1945 voor Bronislaw Hubermann, maar het was uiteindelijk Heifetz die de première in 1947 verzorgde. Alle drie de delen van het concert waren al eerder gebruikt als filmmuziek, in respectievelijk Another Dawn, Anthony Adverse en The Prince and the Pauper.

Het is een zeer romantisch vioolconcert geworden, prachtig in zijn eenvoud en rijk aan gevoelens. Er bestaan veel opnamen van, ook van Heifetz, maar zelf vind ik de uitvoering van Gil Shaham beslist de mooiste. Het is sentimenteel en terughoudend tegelijk en overtuigend betrokken.

André Previn dirigeert congeniaal, zijn affiniteit met muziek van Korngold is verbazingwekkend.


Gil Shaham; London Symphony Orchestra/André Previn
DG 4398862

EEN DVD OVER KORNGOLD

KOrngold dvd

Dit is een leuke dvd voor de beginners. Het voegt niets nieuws toe, maar is aardig gemaakt en bevat, behalve filmfragmenten en interviews, ook de complete uitvoeringen van veel van zijn werken, inclusief het viool- en het celloconcert. Dat laatste gespeeld door Quirine Viersen:

Erich Wolfgang Korngold. The Adventures of a Wunderkind. A portrait and Concert
Arthausmuziek 100 362

Korngold boek

Mocht u geïnteresseerd zijn geraakt, dan kan ik u het boek van Brendan G. Carroll, The Last Prodigy van harte aanbevelen.

Korngold boek

En als u wat meer over Korngold in Nederland wilt weten dan kunt u niet om Een jongen van brutale zwier van Caspar Wintermans heen.

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Wonderlijke productie van Das wunder der Heliane uit Berlijn

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

TUSSEN TWEE WERELDEN

KORNGOLD: complete songs

About Victoria de los Angeles, a Madonna among opera singers.

de los Angeles

Victoria de los Angeles was without a doubt one of the most beautiful lyrical sopranos of her generation. She made her debut in 1945 at the Liceu in Barcelona as the Gräfin in Le Nozze di Figaro. Her international breakthrough came when she sang Salud in La vida breve by Manuel de Falla in 1948 for the BBC, a role she first performed in a staged performance at the Holland Festival in 1953.

de los angeles Salud

One year later she sang Marguerite in Gounod’s Faust in Paris and after that all the major stages in the world followed.

Her real name was Victoria Lopez Garcia. Why did she choose ‘de los Angeles’ as her stage name? It is not that important, but it fitted her like a glove. Not only did she look like a Spanish Madonna, but her voice was angelic too: gorgeous and of an innocent beauty. Something that made her less suitable for certain roles, such as Violetta. Not that she was bad, but she sounded very chaste.

And yet she was one of the best Manons (Massenet), also not exactly an example of a ‘decent’ woman:

Her interpretation of Carmen is also incredibly good. Not slutty and not too confident, but oh so attractive!

Her voice was not just lyrical, warm and delicate but also very aristocratic, so her Mimi and Cio Cio San were not only fragile and helpless but also got something royal and even Santuzza was enriched with a bit of nobility.

But the Los Angeles was more than just an opera diva. In addition to performing in operas, she frequently performed as a concert singer and was a very gifted song singer. It is said that at the beginning of her career, before performing in an opera, she insisted on giving a song recital first. In this way she could first introduce herself to the public as the real Victoria and not as an opera character.

For Spanish songs she has meant as much as Fischer-Dieskau for German songs or Peter Pears for English. She sang everything which was composed in her native country: starting with the medieval songs and the Sephardic romanceros and ending with zarzuelas and contemporary compositions.

Her repertoire was incredibly large. She sang Italian, Spanish, French and German songs and knew better than anyone how to make her own mark on everything she sang. Her Brahms and Mendelssohn are irresistible, and one cannot help falling in love with her ‘Ich Liebe Dich’ by Grieg.

Her loving, somewhat sweet timbre, her suppleness and her ability to colour words made her particularly suitable for the French repertoire. Her Debussy, her Ravel, her Delibes (just listen to ‘Les filles de Cadiz’!) are truly unrivalled.

Hopefully this album is still for sale.

Victoria de los Angeles
The very best of
Warner Classics 5758882 (2 CDs)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)