Tristan und Isolde

Daniel Harding dirigeert de tweede akte van Tristan en Isolde: grote namen en weinig emotie

https://www.concertgebouw.nl/media/cache/cdp_header__landscape/media/productionimage/image/fritz-luckhardt-richard-en-cosima-wagner-9-mei-1872-wenen-1280x608.jpg

Wie het onnozele plan heeft bedacht om de zangers in de uitvoering van de tweede akte van Wagners Tristan und Isolde achter het orkest op te stellen die verdient gewoon straf. Vanaf mijn eersterangs plaats kon ik niet alleen bijna niets zien maar ook weinig horen. Althans de zangers niet. Alles verdween in het orkest. Of moet ik zeggen: in het koper, want daar stonden ze opgesteld, linksachter, achter de koperblazers.

Wagner Tristan-und-Isolde-01

Tristan und Isolde, Neuschwanstein, Schlafgemach des Königs, Gemälde von August Spieß, 1881

Het beroemde liefdesduet (‘Liebesnacht’) vormt het emotionele hart van de opera. De dodelijk verliefde mensen, ziek van verlangen vallen elkaar eindelijk in de armen. Wat volgt is je reinste erotiek, extase, pornografie bijna. Een nacht dat abrupt wordt onderbroken door de waarschuwingskreet van Brangäne: koning Marke en zijn mannen komen er aan. De verliefden zijn verraden door Melot, Tristans beste vriend en vertrouweling. Dat verraad: dat staat ook genoteerd in de noten, dat is het geniale van de muziek van Wagner.

Maar die noten, die moeten gezongen worden, zo heeft Wagner het bepaald, anders had hij er geen opera maar een symfonie van gemaakt. En dat is nou waar het aan de concertante uitvoering van 31 augustus 2019 aan ontbrak. Aan goede zang. Wellicht doe ik de zangers een groot onrecht aan, maar echt kapot van wat ik hoorde was ik niet.

Hoe kan dat nou? Dat waren nu juist de namen die u allemaal naar het Concertgebouw lieten snellen, want zijn Stuart Skelton (Tristan) en Christine Goerke (Isolde) niet zowat de grootste namen in de Wagner-fach? Worden hun optredens niet overal bejubeld? Worden hun grote stemmen niet bewonderd?

Wagner 20190831_213641

© Ron Jacobi

Ik moet eerlijk bekennen dat wat ik gisteren hoorde was van het niveau okay, meer niet. Goed, ze kwamen boven het orkest uit, maar zelfs dat vaak niet. Maar nogmaals: lag het niet aan de idiote opstelling? Ik wou dat ik er een antwoord op kon geven. Wat ik het meest miste was precies dat waar de tweede akte van Tristan und Isolde over gaat: erotiek. Seks. En orgasme, een uur langdurende orgasme waar geen eind aan zal komen mits….

Claudia Mahnke (Brangäne) heb ik amper kunnen horen, maar Matthias Goerne zong een zeer fatsoenlijke koning Marke. In dit gezelschap van grote internationale namen viel mij de bijdrage van Mark Omvlee (Melot) zeer positief op. In zijn interpretatie hoorde ik de jaloezie en de afgunst, petje af dus.

Van die twee woorden die het aanstormende talent, de jonge Duitse bariton Stefan Astakhov (Kurwenal) te zingen had kan ik natuurlijk niets vinden. Ik kan alleen maar hopen dat men hem volgende keer wat meer laat zingen.

Wagner daniel-harding-pilot-768x432

Ergens las ik dat de dirigent Daniel Harding zijn vliegbrevet heeft gehaald, zijn Parijse orkest vaarwel heeft gezegd, alle optredens heeft geannuleerd en van plan is om minstens een jaar te gaan vliegen. Hij is aangenomen als piloot voor de Air France. Geen slecht idee. Zijn Tristan und Isolde in het Concertgebouw voelde alsof het gemaakt werd voor en vanuit de pilootcabine: groots maar vluchtig en zonder aandacht voor de details. Zo jammer.

Slotapplaus (© Ron Jacobi):

Richard Wagner – Tweede akte (uit ‘Tristan und Isolde’, WWV 90)
Christe Goerke, Stuart Skelton, Matthias Goerne, Clauda Mahnke, Mark Omvlee, Stefan Astakhov
Koninklijk Concertgebouworkest olv Daniel Harding

Gehoord in het Concertgebouw in Amsterdam op 31 augustus 2019

Advertenties

TRISTAN UND ISOLDE in Amsterdam, januari 2018

tristan0033-1

Copyright (c) Ruth Walz

En toen was iedereen dood. Dat kon Wagner’s bedoeling niet zijn, want door iedereen te laten killen werd het heengaan van je hoofdpersonen gemarginaliseerd. #Zijtoo, zoiets. Het is dat Isolde’s dood meer meta- dan daadwerkelijk fysisch was, dat haar sterven – waar iedereen zo naar uitkeek – toch de verlossing bracht waar iedereen zo naar snakte.

De entourage van het desolate, troosteloze landschap in de derde acte deed mij het meest aan zwart/wit beelden uit de eerste Wereld Oorlog denken. Zo deprimerend dat het daadwerkelijk om zelfmoord schreeuwde.

Die verstikkende uitzichtloosheid werd nog versterkt door het ongekend mooi spelende Nederlands Philharmonisch Orkest: de fluisterende klanken waarmee de acte begon waren van een onaardse schoonheid. Het geluid dat Marc Albrecht de musici wist te ontlokken klonk niet alleen als de aankondiging van de zuiverende dood, maar maakte ook de eerste voorboden van de eeuwigheid voelbaar.

De regie was typisch Pierre Audi. Mooi en zeer esthetisch verantwoord, maar ook zo verschrikkelijk saai! Nu gebeurt er in die opera betrekkelijk weinig, maar zoals het er nu uitzag verschilde het in (bijna) niets van een concertante uitvoering. O ja, men bewoog wel, maar het leek sterk op een masterclass in ‘hoe te bewegen om de ander zo weinig mogelijk aan te raken’.

 

 

tristan0089-1

©  Ruth Walz

 

De afstand tussen Tristan en Isolde groeide averechts aan hun passie en na het nuttigen van de liefdesdrank namen ze hun posities aan beide uiteinden van de bühne. Verder beperkte de personen regie zich tot de standaard cliché gebaren: men greep naar zijn hoofd, zocht steun bij de muur, men liet zich vallen of ze gingen gewoon op de grond liggen.

Er werd voornamelijk met het gezicht naar het publiek toe gezongen wat een enorme plus was: iedereen was goed te verstaan. Gelukkig maar, want er werd mij toch mooi gezongen!

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk dat Stephen Gould tegenwoordig tot één van de weinige tenoren behoort die Tristan tot en met de laatste noot goed kan zingen, zonder echte problemen. Goed, je kon merken dat zijn stem een beetje vermoeid raakte, maar bij een dodelijk verwonde en stervende held is het niet echt problematisch. Zeker ook omdat hij verder heer en meester was zowel van zijn stem als van de bühne.

Ricarda Merbeth (Isolde) stelde mij lichtelijk teleur. Althans: in de eerste twee acten. Haar woede in de eerste acte vond ik niet verwoestend genoeg waardoor het plotselinge omslaan van gevoelens – van ziedende furie in een allesverzengende liefde – het grote verrassingselement verloor.

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk echter dat de premièrekoorts haar parten heeft gespeeld en ik verwacht dan ook dat zij ooit tot een Isolde uitgroeit waar men rekening mee gaat houden. Dat het zo is liet zij in haar ‘Liebestod’ horen. Geholpen door Audi’s mystieke mise-en-scène en de betoverend mooie belichting van Jean Kalman zwierf zij ergens tussen leven en dood; niet meer hier maar nog niet daar, losgekoppeld uit alle werkelijkheid. Zo ook klonk haar stem: buitenaards maar verre van engelachtig. Zeer ontroerend.

De jonge en zeer aantrekkelijke koning Marke van Günther Groissböck was voor mij de absolute ster van de avond. Zijn zeer charmante bas klonk gekwetst en boos waar nodig, maar verder was hij voornamelijk vaderlijk mild, wat bij de rol uitstekend past. Een stem om verliefd op te worden, wat mij de zucht ‘was ik maar een Isolde’ ontlokte ….

 

Ricarda Merbeth (Isolde), Michelle Breedt (Brangäne)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Michelle Breedt (Brangäne) © Ruth Walz

Michelle Breeedt zong een zeer warme Brangäne. Haar stem liet een ware rijkdom aan gevoelens horen: liefde, vriendschap, angst, verdriet en spijt … alles wat van Brangäne de meest humane van alle Wagner-personages maakt. Haar optreden in de tweede acte was huiveringwekkend mooi en het is best spijtig dat ze in de derde acte door Kurwenal (zeer goed zingende en acterende Iain Paterson) gedood moest worden. Des te meer eigenlijk omdat ze min of meer dezelfde rol vervulden, die van een trouwe vriend, dienaar en beschermer.

 

Stephen Gould (Tristan), Ian Paterson (Kurwenal)

Stphen Gould (Tristan) en Iain Paterson (Kurwenal( © DNO Ruth Walz

Andrew Rees zong een goede Melot, maar waarom moest hij een kreupele, miserabele dwerg zijn met zijn rechter arm in mitella? Nergens voor nodig en behoorlijk lachwekkend.

In de kleine rol van de herder liet Morschi Franz weer eens horen wat een schitterende zanger hij toch is. Beste DNO: wordt het echt geen tijd om hem grotere rollen toe te kennen?

Roger Smeets (stuurman) en Martin Piskorski (de jonge zeeman) completeerden het voortreffelijke zangers-ensemble.

Over het Nederlands Philharmonisch Orkest onder de meer dan inspirerende leiding van hun chef-dirigent Marc Albrecht kan ik kort zijn. Subliem.

Trailer van de productie:

Richard Wagner
Tristan und Isolde
Stephen Gould, Ricarda Merbeth, Michelle Breedt, Günther Groissböck, Iain Paterson, Andrew Rees, Morschi Franz, Roger Smeets, Martin Piskorski
Koor van de Nationale Opera (instudering: Chin-Lien Wu), Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Bezocht op 18 januari 2018 in het Muziektheater in Amsterdam

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie

 

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie

tristan August Spieß,

Tristan und Isolde. Wandschilderij van August Spieß, 1881

CD’S

CARLOS KLEIBER 1982

Tristan Kleiber

Een discografie van Tristan und Isolde schrijven voelt bijna als het componeren zelf. Niet alleen omdat er zo veel opnamen zijn (maar liefst vijftig, waarvan elf op dvd! En dan heb ik het alleen over de volledige commerciële uitgaven die nog steeds te koop zijn!. Tel daarbij de ettelijke uitgaven met hoogtepunten, de piraten, filmpjes op Youtube …. ), maar ook omdat het een opera is die je emotioneel volledig kan uitputten.

Maar ik deed mijn best. Urenlang luisterde ik naar de ettelijke Furtwänglers, Böhms en Karajans (en het zijn er nogal wat!), stofte Artur Bodanzky af… Ging toch nog even ‘verhaal halen’ bij Janowski en Barenboim…. om na een paar weken bijna onafgebroken honderden liefdesdoden te sterven tot de conclusie te komen dat, mocht ik nu naar een onbewoond eiland worden verbannen met maar één opname, het zonder twijfel de uitvoering onder Carlos Kleiber zal zijn (DG 4775355), uit 1982.

Margret Price is een onvergetelijke Isolde. Haar zilver getimbreerde lyrische sopraan klinkt zeer vrouwelijk en puur in zijn kwetsbaarheid. O, sterk is zij ook, en vastberaden, maar haar feminiene kant heeft de overhand. Een Isolde om verliefd op te worden.

René Kollo mist een beetje glans maar verder zingt hij een goede Tristan. Het is best jammer van Fischer-Dieskau, zijn Kurwenal is niet echt om over naar huis te schrijven, maar Kurt Moll is een fantastische Marke en Briggitte Fassbänder een dito Brangäne.

Maar de dirigent! Mensen, mensen, wat is dat mooi! Vanaf de allereerste verre klank tot het laatste akkoord kan ik niet anders dan mij, met mijn ogen dicht me aan de orkestklank te laven. Adembenemend. Nee, meer: hypnotiserend…



WILHELM FURTWÄNGLER: LIVE, 1941 – 1947

600168_FurtwŠngler_BOX_.indd

Een paar jaar geleden heeft de firma The Intense Media een Furtwängler-box uitgebracht, met live opgenomen opera’s op maar liefst 41 cd’s. Op één verdwaalde Verdi (Otello met Ramón Vinay uit Wenen 1951) na allemaal Duits: Mozart, Gluck, Beethoven en von Weber. En – het kan natuurlijk niet anders – veel, heel erg veel Wagner, zijn muziek staat op maar liefst 24 van de 41 cd’s.

Tristan und Isolde is niet minder dan drie keer te bewonderen, in fragmenten uit drie verschillende voorstellingen.

De onder de diehards beroemde opname uit Wenen in 1943 met Max Lorenz en Anny Konetzni bevat ook wat toegevoegde fragmenten met dezelfde bezetting uit 1941. Foute boel, uiteraard, maar voor velen een belangrijk document.

Zelf heb ik er veel moeite mee, vandaar dat ik er kennis van heb genomen en ben verder gegaan met de fragmenten in 1947 opgenomen in het Admiralspalast in Berlijn, met een werkelijk uitstekende Tristan van Ludwig Suthaus. Er zijn weinig bassen die zich met Gottlob Frick (Marke) kunnen meten, Erna Schlüter is een prima Isolde en Margarete Klose een dito Brangäne. Het geluid is helaas niet mooi, maar een beetje Wagneriaan neemt het allemaal voor lief.

WILHELM FURTWÄNGLER: STUDIO, LONDEN 1952

Tristan Furtwangler Naxos

Minder spannend wellicht, maar echt onnavolgbaar mooi wordt het pas in de studio-opname uit 1952 (Naxos 8110321-24). Ludwig Suthaus is ook hier van de partij, maar pas hier hoor je wat een fantastische Tristan hij was. Aan zijn zijde heeft hij nu ook een Isolde van zijn eigen formaat: Kirsten Flagstadt.

De jonge Fischer-Dieskau is een mooie Kurwenal, Josef Greindl een schitterende Marke en Blanche Thebom een zeer aantrekkelijke, lyrische Brangäne.

Maar het mooist is het orkest: in die opname hoor je pas wat een fantastische dirigent die Furtwängler toch was! Wat ook leuk is: in de kleine rolletjes van de matroos en de schaapherder hoor je Rudolf Schock.. Jaa…. dat waren nog eens tijden!



 

HERBERT VON KARAJAN BAYREUTH 1952

Tristan Karajan 1952

Ik ben niet zo’n fan van Martha Mödl als Isolde. Ooo… ik bewonder haar enorm, hoor! Haar uithoudingsvermogen zijn onuitputtelijk en haar krachtige stem kan zich alleen met een laserstraal meten die genadeloos door alle muren heen snijdt tot er niets meer overeind blijft. Daar is de orkaan Irma eigenlijk niets bij.

De in 1952 in Bayreuth live opgenomen voorstelling klinkt behoorlijk scherp, waardoor haar stem nog harder en groter lijkt dan normaal. Daar is veel voor te zeggen, hier hoefde niemand aan knopjes te draaien want wat je hoort is puur natuur. Daar kan zelfs Karajan er met zijn orkest niet tegenop! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor! Legendarisch, dat wel, maar ik hoor zo ontzettend weinig liefde in haar interpretatie! Dit in tegenstelling tot de misschien iets minder krachtige maar zeer warme en romantisch klinkende Tristan van Ramón Vinay.

De laatste is voor mij ook de voornaamste reden om de opname te koesteren, maar ook de rest van de cast bevalt mij zeer. Ida Malaniuk is een aantrekkelijke Brangäne, Ludwig Weber een goede Marke en Hans Hotter een beetje zware maar verder mooie Kurwenal.



DVD’s

NIKOLAUS LEHNHOFF GLYNDEBOURNE 2007

Tristan Lehnhoff Glyndebourne

De in augustus 2007 opgenomen voorstelling in de regie van Nikolaus Lehnhoff is voor mij in alle opzichten één van de mooiste Tristan und Isolde’s. Ik heb me, voor het eerst in mijn leven, aan die opera totaal overgeleverd. Zonder spijt, overigens.

Lehnhoff nam Isolde’s woorden: ‘Im dunkel du, im lichten ich’ als het uitgangspunt van zijn enscenering, en zijn spel met donker en licht (en met ruimte!) resulteert in een buitengewoon spannend en wonderschoon bühnebeeld. De kostuums zijn een soort mengsel van middeleeuwse eenvoud en hedendaagse glitter.

Nina Stemme is letterlijk en figuurlijk de mooiste Isolde die men zich kan voorstellen. Haar romige, sensuele sopraan met zijn vele kleurnuances klinkt als een balsem voor de ziel. Al haar noten klinken natuurlijk en moeiteloos, zo vanzelfsprekend en bitterzoet als de liefde zelf.

Robert Gambill voldoet qua stem wellicht niet helemaal aan de zware eisen van de partij, maar zet een zeer charismatische en betrokken Tristan neer. Ook Katarina Karnéus (Brangäne), René Pape (Marke) en Bo Skovhus (Kurvenal) zingen en acteren meer dan voortreffelijk.

De dirigent (een waanzinnig goede Jiří Bêlohlávek) ontlokt aan het orkest de mooiste kleuren en bouwt een thrillerachtige spanning op. De ruim vier uur durende opera is zo voorbij. Een kunst. Zeer aanbevolen. (Opus Arte 0988 D)

NIKOLAUS LEHNHOFF ORANGE 1973

Tristan Böhm Orange

In 1973 regisserde Lehnhoff een toen zeer spraakmakende voorstelling van Tristan in Orange. De productie is simpel en tijdloos en eerlijk gezegd een beetje saai.

Maar de hoofdrollen worden gezongen door de toen 55-jarige Birgit Nilsson en Jon Vickers en het wordt gedirigeerd door Karl Böhm, wat het geheel tot een document van formaat maakt. De beeld- en geluidskwaliteit is pover, maar een echte liefhebber laat zich daar niet door afschrikken (Hardy Classics HCD 4009)

„Als für ein fremdes Land der Freund sie einstens warb“:

 

BARENBOIM EN PONNELLE BAYREUTH 1981

Tristan Barenboim Ponnelle

De opvoering van ‘Tristan’ in 1981 markeerde het debuut van Barenboim en Ponnelle in Bayreuth. Hun samenwerking resulteerde in een immens succes, en zowel het publiek als de pers waren laaiend enthousiast. In oktober ’83 werd de voorstelling, ditmaal zonder publiek, op de video opgenomen (DG 0734321)

De prachtige enscenering van Ponnelle is magisch-realistisch, met veel symboliek, onderhuidse erotiek en dromen, waar de echte wereld eigenlijk een verbeelding blijkt te zijn. De laatste acte speelt zich af in het hoofd van de ijlende Tristan:  begeleid door Isolde’s Liebestod, wellicht de mooiste muziek ooit geschreven, sterft hij in de armen van Kurvenal.

Het is de eerste keer dat ik Johanna Meier zie, en de kennismaking verloopt niet geheel naar wens. Toegegeven – zij ziet er prachtig uit, acteert goed, en op haar zingen kan ik ook eigenlijk niets aanmerken, maar het klinkt allemaal zo gemaakt … Je hoort haar als het ware hard werken, en dat wil ik niet. Maar misschien vergis ik me, en is er tussen haar en mij geen chemie? Aan dat laatste geen gebrek tussen haar en Tristan: een beetje droog klinkende, maar verder prima zingende René Kollo. Matti Salminen is onweerstaanbaar als Marke en Hanna Schwarz is een werkelijk fenomenale Brangäne. Een magische voorstelling.

Hieronder de ‘Liebes Nacht’:

 

 

BARENBOIM EN CHÉRAU MILAAN 2007


BLURAY:BLURAY

De openingsnacht van La Scala met een door Daniel Barenboim gedirigeerde en Patrice Chéreau geregisseerde Tristan und Isolde, met Waltraud Meier in de hoofdrol… Ja, dat schept verwachtingen. De recensies waren niet onverdeeld positief, maar ik was er enthousiast over, en dat ben ik, nu ik de productie nogmaals heb gezien, nog steeds.

Allereerst is er de intelligente en zeer humane regie van Chéreau en het sobere maar zo ‘to the point’ bühnebeeld van Richard Peduzzi. De kostuums en spaarzame decors doen zeer middeleeuws aan en middels kleine details wordt een suggestie van realiteit gewekt. Voor mij het voorbeeld hoe je met het gebruik van traditie een echt modern toneel kan maken.

De personenregie is uitmuntend. Chéreau weet als geen ander van zijn toneelpersonages mensen van vlees en bloed te maken. Het is geen sprookje of legende, alles gebeurt daadwerkelijk en de ‘eeuwigdurende kus’ duurt inderdaad eeuwig.

Waltraud Meier zingt (en acteert!) een warmbloedige Isolde, Michelle de Young is een zeer overtuigende Brangäne, Gerd Grochowski een formidabele Kurwenal en Matti Salminen is als Marke inmiddels al een icoon. Maar het meest verrast werd ik door de toen mij onbekende Ian Storey als een solide Tristan (Warner Classics 0825646055005)

Hieronder fragment van de productie:

OLIVIER PY GENEVE 2005

Tristan Py

In een zeer geslaagde productie uit 2005 uit Geneve (Bel Air BAC014) gooit Jeanne-Michèle Charbonnet alle remmen los Haar emoties zijn levensecht, en haar woede, middels de toverdrank in een alles verzengende liefde omgeslagen, maakt de toeschouwer tot deelgenoot van haar lot. Dankzij de vele close-up’s zitten we letterlijk op haar (en haar minnaars) huid, wat niet altijd mooie plaatjes oplevert, maar alle emoties bloot legt.

De enscenering is een beetje high-tech. De eerste akte speelt zich af op een schip met veel (zwart) metaal, trappen en neonlichten en het begin, met Isolde aan een rail, doet een beetje aan Titanic denken.

De liefdesnacht wordt in verschillende slaapkamers doorgebracht en in de derde akte wordt het toneel letterlijk overspoeld door water. Het klinkt allemaal raar, maar logisch is het wel. En belangrijker: het werkt!

Ook de belichting, van de hand van de regisseur (Olivier Py) is fabelachtig mooi. Clifton Forbis als Tristan haalt het niveau van zijn Isolde niet, maar overtuigt wel.

Hieronder Jeanne-Michèle Charbonnet en Clifton Forbis in ‘Isolde! – Tristan! Geliebter!’:

CHRISTOPH MARTHALER 2008

Tristan Marthaler

 

Christoph Marthaler behoort ongetwijfeld tot de beste hedendaagse toneelregisseurs. Hij doet ook veel opera en muziektheater. Niet helemaal verwonderlijk: Marthaler heeft een gedegen muziekopleiding genoten en is zijn loopban begonnen als musicus en componist.

Zijn producties zijn vaak kaal en kil, in zijn concepten zijn mensen niet in staat om van elkaar te houden en in zijn (bijzonder sterke, dat wel) personenregie gaat hij met zijn personages aan de haal. Hij manipuleert. Niets op tegen als het werkt en als het niet tegen de muziek indruist, maar vaak is het buitengewoon irritant. En – wat erger is – saai

Dat is ook het geval met deze ‘Tristan und Isolde’. De productie, in 2008 voor de tweede keer in Bayreuth uitgeboeid, komt er dan ook niet meer terug.

Maar muzikaal is het dik in orde. Schneider is misschien niet de opwindendste dirigent ter wereld, maar wat hij aan het orkest ontlokt, is pure klankschoonheid. Alsof hij wilde zeggen: kijk, die muziek gaat toch echt over liefde.

Er wordt ook voortreffelijk gezongen. Iréne Theorin en Robert Dean Smith zijn een goed liefdespaar en Robert Holl zet een prachtige, zeer menselijke Marke neer. (Opus Arte OA 1033). Mocht u liefhebber zijn van modern toneel en van concepten, dan is deze productie echt iets voor u.

Hieronder fragment uit de productie: