opera/operette/liederenrecitals

Dietrich Fischer-Dieskau zingt liederen van Wolf en Reger

Wolf Reger fiDi

Liederen van Hugo Wolf behoren nog steeds niet tot de dagelijkse kost, en georkestreerd hoor je ze eigenlijk bijna nooit. De componist zelf heeft 24 van zijn liederen gearrangeerd, maar voor deze live opname is een selectie gemaakt van maar zeventien, waarvan er drie door resp. Günter Raphael, Max Reger en de Finse bas Kim Borg zijn georkestreerd. Ik vind het zonder meer mooi, maar gek genoeg wordt de angel, de bitterheid en de ernstige satire, de componist zo eigen, er iets minder voelbaar door.

Het ligt zeker niet aan de dirigent: Stefan Soltész heeft er duidelijk affiniteit mee. In 1990 was Dietrich Fischer-Dieskau al lang over zijn hoogtepunt heen en zijn – voor mij – hinderlijke manier om alles over te articuleren vind ik gewoon storend.

Op de tweede cd, met de orkestliederen van Max Reger (opname 1989) vind ik het minder hinderlijk, maar echt mooi? Reger behoorde niet tot Fischer-Dieskaus standaardrepertoire en ik denk niet dat hij erin geloofde. Op de een of andere manier komt het niet overtuigend over. Althans niet op mij.

Die liederen zijn eigenlijk geen liederen. Denk meer richting cantates, zeker ook omdat er in twee van de werken, ‘Der Einsiedler’ en ‘Het Requiem’ een groot aandeel is aan de – uitstekende, overigens – koren toebedeeld. Gerd Albrecht verricht wonderen met zijn Philharmonisches Staatsorchester uit Hamburg.

Beide cd’s zijn al eerder op de markt geweest, maar de combinatie van de twee componisten bij – en naast – elkaar biedt een verfrissende kijk op de manier hoe ze elkaar hebben beïnvloed.


HUGO WOLF
MAX REGER
Orkestliederen
Dietrich Fischer-Dieskau (bariton)
Münchner Rundfunkorchester olv Stefan Soltész
St. Michaelis-Chor en Monteverdi-Chor Hamburg
Philharmonisches Staatsorchester Hamburg olv Gerd Albrecht
Orfeo MP 1902

Advertenties

Michael Fabiano triumphs with his first CD recital

Tamara-cover-square

For me, the fact that Michael Fabiano was going to make it was indisputable. From the very first time I saw and heard him, in the highly recommended documentary The Audition, I knew for sure, the winner had arrived. That year (2007) the competition was extremely strong, with Jamie Barton, Angela Meade and Alek Shrader among the finalists. To stand out in that company you had to be really special and Fabiano certainly was.

The young tenor, then only 22, who so fiercely contended all his opponents, not only showed himself to be extremely talented, but in his self-confident attitude and urge to win also a fighter a stayer. I wasn’t mistaken and now, twelve years later, Fabiano is one of the biggest tenors in the world. He has now released his first solo CD, for the Dutch record label Pentatone.

It is a dream of a recital, not only for the gorgeous voice of Fabiano (and the beautiful accompaniment of the London Philharmonic Orchestra conducted by Enrique Mazzola), but also for his choice of repertoire.

Fabiano chose arias that link Donizetti’s gradually maturing and developing belcanto (from Lucia, via Poliuto to Maria di Rohan) directly to Verdi’s early operas. In doing so (hurrah, hurrah!) he has often opted for the original versions of the arias. For instance, he sings ‘Qual sangue sparsi,’ the tenor aria from the original Saint-Petersburg version of La Forza del Destino.

Already in the first aria from Luisa Miller he totally has me in his power: his diminuendo! My God! Enough to stop the heart of any opera lover. There is a single mishap: ‘La donna é mobile’ (Rigoletto). Not that he sings it badly, although I think he has outgrown the Duke already. It’s just that it’ s superfluous.


GIUSEPPE VERDI, GAETANO DONIZETTI
Opera Arias
Michael Fabiano
London Voices, London Philharmonic Orchestra conducted by Enrique Mazzola
Pentatone PTC5186750

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch: Michael Fabiano overrompelt met zijn eerste cd-recital

Interview with Fabiano: MICHAEL FABIANO: interview (English)

Michael Fabiano overrompelt met zijn eerste cd-recital

Tamara-cover-square

Dat Michael Fabiano het ging maken stond voor mij onomstotelijk vast. Al vanaf de allereerste keer dat ik hem zag en hoorde, in de zeer aan te bevelen documentaire The Audition, wist ik het zeker, daar stond de winnaar. De concurrentie was dat jaar (2007) buitengewoon sterk, met onder de finalisten (o.a.) Jamie Burton, Angela Meade en Alek Shrader. Om daar tussen op te vallen moest je echt bijzonder zijn en dat was Fabiano zeer zeker.

De, met een hemelse stem begenadigde jonge tenor, toen nog maar 22 die zo verbeten de strijd met al zijn concurrenten aanging, toonde zich niet alleen buitengewoon getalenteerd, maar in zijn zelfverzekerde houding en drang om te winnen ook een strijder een doorzetter. Ik heb mij niet vergist en nu, twaalf jaar later behoort Fabiano tot de grootste tenoren ter wereld. En nu heeft hij zijn eerste solo-cd uitgebracht, bij de Nederlandse platenlabel Pentatone.

Het is een droom van een recital geworden, wat niet alleen aan die prachtige stem van Fabiano (en de schitterende begeleiding van het London Philharmonic Orchestra onder leiding van Enrique Mazzola) ligt. Het is ook de keuze voor het repertoire.

Fabiano koos voor de aria’s die de parallelle lijn – en de ontwikkeling – van de Donizetti’s steeds ‘volwassenen’ worden belcanto (van Lucia, via Poliuto naar Maria di Rohan) rechtstreeks linkt aan de vroege Verdi’s. Waarbij (hulde, hulde!) hij vaak voor de originele versies van de door hem gezongen aria’s heeft gekozen. Zo zingt hij ook ‘Qual snague sparsi’, de tenoraria uit de oorspronkelijke, Sint-Petersburgs versie uit La Forza di Destino .

Al in de eerste aria uit Luisa Miller heeft hij mij totaal in zijn macht: zijn diminuendo! Mijn God! Daar gaat een hart van een operaliefhebber zowat dood aan. Er is ook een minpuntje: ‘La donna é mobile’ (Rigoletto). Niet dat hij het slecht zingt, al denk ik dat hij de Hertog al ontgroeid is. Het is gewoon overbodig.


GIUSEPPE VERDI, GAETANO DONIZETTI
Opera Arias
Michael Fabiano
London Voices, London Philharmonic Orchestra olv Enrique Mazzola
Pentatone PTC5186750

POLIUTO

MICHAEL FABIANO

LUCREZIA BORGIA Fleming

Sol Y Vida: Elīna Garanča goes south

Garanca sol y vida

Sol y vida (Zon en het leven) heet de nieuwste, zevende al soloalbum van Elīna Garanča voor DG. Een titel die de lading perfect dekt: de cd is een grote ode aan het goede leven en de lange, zonovergoten dagen.

Het is een verzameling van van alles wat een beetje op ‘Het Zuiden’ slaat, met een accent op Spanje. Vandaar dat we getrakteerd worden op de krakers als ‘Granada’ en  ‘No puede ser’. Maar ook de Italianen ontbreken niet: Torna a Surriento, Core ‘ngrato, Non ti scordar di me, Marechiare…

Ik moest er wel even aan wennen: de meeste door haar gezongen stukken behoren tot een tenoren-repertoire. Neem alleen maar ‘Non puede ser’ uit de zarzuela La tabernera del puerto van Pablo Sorrozábal, één van de bekendste Spanstallige tenoraria’s ooit. Het voelt alsof je de ‘Habanera’ door een Domingo hoort zingen. Niet dat het niet mag, integendeel, maar raar is het wel.

Garanča is een heerlijke zangeres, met een stem die ze bij vlagen lekker zwoel laat klinken. Op haar facebook schreef zij: ‘Sol y Vida’ is my musical tribute to the people who live under southern skies, and to the beauty and diversity of their ways of life. It’s the perfect music for hot summer nights with lots of sangria!”

En dat is precies wat het is. Heerlijk als achtergrond op uw zondagse barbecue met heel erg veel wijn.


Lara, Cardillo, Curtis, Tosti, Sorozábal e.a.
Elīna Garanča
Orquesta Filarmonica de Gran Canaria olv Karel Mark Chichon
DG 483621700289

Het leven is kort! Over La vida breve van Manuel de Falla

La Vida Breve

Hij heeft maar één opera geschreven, maar: wat voor één! La Vida Breve van Manuel de Falla verenigt alles waar een echte kunstliefhebber van kan dromen. Klassieke noten worden gecombineerd met rauwe gitaarklanken en flamenco gaat hand in hand met het Italiaanse verisme. Wat je krijgt is een Spaanse Cavalleria Rusticana, alleen de in de steek gelaten Santuzza heet nu Salud en zij is het die het verraad van haar geliefde met de dood moet bekopen.

Ik kende de opera van de oude opname onder Rafael Frühbeck de Burgos met Victoria de los Angeles als Salud. Een uitvoering de ik altijd als de ultieme vertolking van de opera heb beschouwd.


Daar brengt de nieuwe uitgave op Chandos niet echt verandering in mee. Toegegeven: geluidskwaliteit is waanzinnig goed, de gitarist (Vicente Coves) onnavolgbaar, de koren rauw en het orkest meer dan meeslepend. Maar …

Maar Salud is geen Santuzza. Salud zij is in feite een klein en broos meisje en de werkelijk fantastisch zingende Nancy Fabiola Herrera heeft te veel kracht in haar stem. Waardoor het kwetsbare naar de achtergrond verdwijnt.

Aquiles Machado is geen subtiele tenor, veel van wat hij zingt ontaardt in schreeuwerig ‘machismo’, maar in de rol van Paco is hij voortreffelijk op zijn plaats.


MANUEL DE FALLA
La Vida Breve
Nancy Fabiola Herrera, Aquiles Machado, Cristina Faus, José Antonio López, Raquel Lojendio, Josep Miquel Ramon
Vicente Coves (gitaar)
RTVE Symphony Chorus, BBC Philharmonic olv Juanjo Mena
Chandos CHAN 20032

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

Tekst: Peter Franken

.

Met een herneming van Halevy’s La Juive bij Opera Vlaanderen en twee concertante uitvoeringen van Meyerbeers Robert le Diable begin april in De Munt, staat de Grand Opéra weer even in de belangstelling in onze contreien. Een goede aanleiding om terug te kijken naar Laurent Pelly’s enscenering van Robert le Diable voor de Royal Opera, zes seizoenen geleden. Er is een BluRay van in de handel, voor zover ik heb kunnen nagaan de enige beeldopname van dit werk die momenteel verkrijgbaar is. (Opus Arte OA BD7121 D)

Bij Grand Opéra weet je nooit zeker in hoeverre een uitvoering compleet is maar deze opname heeft een looptijd van drie en een half uur en met inbegrip van een volledig ballet zal er niet al te veel gecoupeerd zijn. Pelly was verantwoordelijk voor de regie en de kostuums, het decor is van Chantal Thomas. De productie is er een met een knipoog, zeker waar het de aankleding betreft. Ridders in harnas, edelvrouwen met puntmutsen in primaire kleuren, namaakpaarden in geel, rood en blauw, decorstukken uit een vroege versie van de Efteling. De middeleeuwse uitmonstering komt karikaturaal over door de vaak felle kleuren. Soms lijkt het een beetje op een kinderspeelplaats voor volwassenen. Maar inhoudelijk klopt alles aan de productie, het is geheel libretto getrouw.

Robert

Ook de personenregie is niet steeds even serieus. De ridders vormen een jofel stel en de minstreel Raimbaut doet zijn komische rol eer aan. Maar Pelly laat Isabelle acteren als schooljuffrouw met overdreven belerende wat houterige gebaren, ze slaat nog net niet de maat. Het zal wel zijn om duidelijk te maken dat zij de prinses van Sicilië is en dus de enige echte autoriteit in het verhaal. Roberts pleegzuster Alice loopt er bij in een rode jurk met witte stippen, en daarover een groene cape. Opdat we wel beseffen dat ze een boerinnetje is. Zijn vader Bertrand, de gevallen engel en dus verpersoonlijking van het kwaad, is redelijk griezelig met een fraaie pruik die zijn kop bijna in tweeën lijkt te verdelen.

robert3

Met het ballet is het een beetje de omgekeerde wereld. Waar juist dit onderdeel vaak met ‘tongue in cheek’ wordt gebracht, is het hier een bloedserieuze aangelegenheid. De nonnen komen uit hun graven en ondanks hun robotachtige bewegingen geven ze duidelijk uiting aan de seksuele frustraties die ze tijdens hun leven hebben moeten doorstaan. Robert wordt van alle kanten belaagd, iedereen wil hem bestijgen. Santa Rosalia ligt er vredig en onbewogen tussen, een glimlach op haar gezicht en met een twijg in haar hand. Totdat Robert er in slaagt deze magische tak te roven en zich naar Isabelle spoedt om haar huwelijk met zijn concurrent te verhinderen. Richard Wagner bezocht die kapel natuurlijk ook tijdens zijn verblijf in Palermo waar hij zijn Parsifal voltooide. Zelf heb ik er ook een kijkje genomen, veel goud en sierraden en een kruis gezien, helaas geen twijg.

robert1

Overigens opvallend dat in 1831 het grote ballet een stel dode nonnen kon tonen die in het hiernamaals kennelijk aan de duivel waren vervallen. Dat zou zelfs in deze tijd nog wel tot commentaar kunnen leiden. Uiteraard past het goed in het verhaal, de middeleeuwse fascinatie met de strijd tussen goed en kwaad, god en de duivel, de permanente verzoekingen van het leven. In Die tote Stadt van Korngold komen die nonnen ook even voor, ten teken dat het verhaal een eeuw geleden nog gemeengoed moet zijn geweest voor het theaterpubliek.

Kort en goed, de voorstelling is mooi om naar te kijken. Wat deze opname echter vooral de moeite waard maakt is de zang. Deze Robert onder leiding van Daniel Oren staat als een huis en maakt duidelijk waarom het stuk in de jaren 1830 en later zo’n enorme populariteit heeft kunnen verwerven. Uiteraard sloot het goed aan bij de toen heersende mode van het Gothic repertoire, vaak met een ‘ondode’ die voor middernacht de sterveling moet corrumperen om niet terug te hoeven naar de hel. Hier heeft de gevallen engel, die zich voordoet als de duivel maar feitelijk slechts een onderknuppel is, een wat onduidelijke relatie met zijn zoon Robert maar het gebruikelijk voor middernacht ultimatum zorgt voor de noodzakelijke spanning.

Trailer van de productie:

Op de opname die is gemaakt op 15 december 2012 is een topcast te horen in de hoofdrollen. Bryan Hymel excelleert als Robert, krachtig en zonder zwakke momenten. Zijn nemesis Bertrand is in handen van John Relyea, ook zeer goed, akelig personage.

Marina Poplavskaya maakt als Alice een kenmerkend schichtige indruk. Maar ze is goed bij stem, haalt de hoge tonen gemakkelijk, oogt zeker niet als iemand die aan de rand van de vocale afgrond staat. Zij had aanvankelijk de rol teruggegeven wegens ziekte maar herstelde op tijd om alsnog Alice voor haar rekening te nemen.

Patrizia Ciofi als Isabelle klinkt aanvankelijk een beetje schril maar zingt wel gemakkelijk. Ze was kort voor de première ingevallen voor Jennifer Rowley die niet geheel tegen de hoge eisen van de rol bleek opgewassen. Ciofi was een van de zeer weinigen die de rol op haar repertoire heeft staan en bleek toevallig beschikbaar.

robert2

Marina Poplavskaya

Alice zou de laatste grote nieuwe rol worden die Poplavskaya op haar repertoire nam voor haar carrière een duikvlucht nam. In mei 2013 moest ze na de première de rol van Violetta bij DNO al aan Joyce El Khoury laten, het begin van het einde. Hier is ze nog goed in vorm, lijkt er weinig aan de hand. In die zin is de opname een mooi tribuut aan deze zangeres die korte tijd de zangershemel bestormde en thans werkzaam is als makelaar in Manhattan.

Fotomateriaal © ROH

ROBERT LE DIABLE

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

LES HUGUENOTS Brussel 2011

Venera Gimadieva steekt met kop en schouders boven haar leeftijd- en stemgenoten uit.

Venera Gimadieva

De ster van de jonge Russische sopraan Venera Gimadieva is rijzende. Haar vertolking van Violetta (La Traviata) in Glyndbourne 2014 was sensationeel te noemen en in de recensies sprak men over haar enorme charisma en een zeer individueel geluid, niet te verwarren met haar (coloratuur)sopraan-collega’s.

Gimadieva als Violetta in Glyndebourne:

Dat het zo is bewijst zij ook op haar eerste solo-cd dat zij onlangs voor Rubicon heeft opgenomen. Haar coloraturen zijn niet minder dan fenomenaal, waarbij zij ook eigen versieringen niet schuwt (luister naar ‘Ah! Tardai troppo’ uit Linda di Chamonix, wedden dat het u gaat duizelen?) en haar voordracht meer dan voorbeeldig.

En toch… Er wringt iets, want op den duur gaat de cd mij een beetje vervelen. Het ligt een beetje aan haar (morbidezza?), een beetje aan het repertoire (te veel van hetzelfde), maar de echte schuldige is de dirigent, want echt steunen doet hij haar niet en de tempi die hij kiest vind ik op zijn zachtst merkwaardig. Bovendien is de in een paar stukken mee zingende tenor Alberto Sousa niet echt geweldig (en ik druk mij zachtjes uit)..

Uitstekend daarentegen is de mezzo Natalia Brzezińska met wie Gimadieva ‘Dagli affanni appresso … Assisa a pie’ d’un salice’’ uit Rossini’s Otello zingt.

Afijn: onthoud haar naam want Venera Gimadieva gaat het helemaal maken. Nu al steekt zij met kop en schouders boven haar leeftijd- en stemgenoten uit.


BELLINI, DONIZETTI, ROSSINI
Momento Immobile
Venera Gimadieva (sopraan)
Natalia Brzezińska (mezzosopraan), Alberto Sousa (tenor)
The Hallé olv Gianluca Marciano
Rubicon RCD 1021