opera/operette/liederenrecitals

SABINE DEVIEILHE: Mirages

Mirages Devieilhe

In geen ander land was de Oriënt-obsessie zo sterk ontwikkeld als in Frankrijk, denk ik. Die aantrekkingskracht op de Franse kunstenaars in de jaren 1850-1920 was zo groot dat er in die tijd zowat geen gedicht, tekening of een lied werd gecreëerd dat er niet door was geïnspireerd. Daar hoorde een mysterieuze vrouw bij, die – lonkend vanachter haar voiles – niet alleen de mannen maar ook zichzelf de afgrond in hielp.

Om haar schoonheid te benadrukken schreven de componisten haar stratosferische hoge noten voor, waardoor ze, ongeacht of zij de hindoepriesteres Lakmé, de courtisane Thaïs of de übermysterieuse vondeling Melisande was, nog sterker de realiteit ontsteeg.

Sabine Devieilhe heeft een prachtige, onaards hoge stem waarmee ze veel suggereert maar nog meer aan je verbeelding overlaat. Klasse! Ik kan mij niet heugen wanneer ik voor het laatst zo ontzettend enthousiast was over zowel de zangeres als door de door haar opgenomen repertoire.

Trailer van de opname:

Het ‘Bloemenduet’  uit Lakmé – gezongen met de mezzo Marianne Crebassa – ontbreekt uiteraard niet, net zo min als ‘À vos yeaux, mes amis’ (Hamlet van Thomas) en ‘Chanson de Rossignol van Stravinsky.

In ‘La Romance d’Ariel’ van Debussy wordt Devieilhe prachtig begeleid door niemand minder dan Alexandre Tharaud, maar het is vanwege de ‘Quatre poèmes Hindous’ van Maurice Delage dat die cd een must is. Hierin wordt de zangeres begeleid door de musici van Les Siècle die met hun instrumentarium voor een onvervalst Indiaas geluid zorgen.


Mirages: Opera arias and songs
Messager, Debussy, Delibes, Delage, Stravinsky, Thomas, Berlioz, Massenet, Koechlin
Sabine Devieilhe (sopraan), Marianne Crebassa (mezzosopraan)
Alexandre Tharaud (piano)
Les Siècle olv François-Xavier Roth

THE SILVER AGE

 

Levental

Ekaterina Levental is niet zo maar een zangeres. Zij is ook harpiste, actrice, theaterperformer en … wat eigenlijk niet? De mezzosopraan ontvluchtte haar geboorteplaats Tashkent (Oezbekistan) toen ze nog maar een tiener was en sindsdien heeft zij een carrière opgebouwd in haar nieuwe vaderland, Nederland.

De titel van haar nieuwste cd slaat op de zogenaamde ‘Russischede Zilveren Tijd’ oftewel op de mooiste liederen uit de laat-romantische periode waarvan Tsjaikovski en Rachmaninoff zo niet de beste dan zeker de bekendste vertegenwoordigers waren.

Het juweeltje ‘Nye poy krassavitza pri mnye’ (Zing niet voor mij, mijn schoonheid) van Rachmaninoff behoort zonder twijfel tot één van zijn meest gezongen liederen, hier ontbreekt het dan ook niet. Maar Levental zingt het anders dan anderen. Minder verstild, minder ingehouden…

Daar waar de meeste vertolkers het lied als een timide fluisterverzoek inzetten, zet Levendal haar stembanden open in een soort pijnlijke schreeuw om aandacht. Daar voel je je ongemakkelijk bij en dat is denk ik ook de bedoeling. Mij laat het in ieder geval niet koud, ik krijg er dan ook tranen van in mijn ogen.

Dat ongemakkelijke gevoel blijf ik de hele recital houden: ik ken de liederen heel erg goed en toch is het alsof ik ze nu voor het eerst hoor. Dat noem ik werkelijk grote kunst.

Maurice Lammerts van Bueren weet dat gevoel niet alleen te ondersteunen maar ook te versterken, top. Het tekstboekje bevat alle liedteksten en een zeer goede toelichting, ook in het Nederlands. Niet te missen.

Trailer van de cd:

THE SILVER AGE
Sergei Rachmaninoff, Peter Tchaikovsky, Modest Moussorgsky
Liederen
Ekaterina Levental (mezzosopraan)
Maurice Lammerts van Bueren (piano)
Quintone Q1703

DUETS: Rolando Villazon & Ildar Abdrazakov

Duets Villazon Abdrazakov

Er is iets mis met de opname. Het ‘Parelvissers-duet’ begint heel erg zacht, zo zacht dat ik de volumeknop helemaal open moet gooien om dan ergens halverwege, van de schrik zowat van mijn stoel te vallen, zo hard wordt het.

Daarna is er niets meer aan de hand. Het duet zelf klinkt ook minder vertrouwd in mijn oren: gewoonlijk zijn het een tenor en een bariton die elkaar een eeuwige vriendschap bezweren, nu is de bariton door een diepe bas vervangen waardoor het duet een totaal andere sfeer ademt.

Het is wel mooi, dat wel, maar dat ligt voornamelijk aan Abdrazakov, Villazons bijdrage kan mij iets minder bekoren. Het is best pijnlijk maar ik kan er echt niet omheen: Villazon zingt niet mooi meer en dan druk ik mij voorzichtig uit.

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb best van de beide Donizetti-fragmenten genoten. Gounod klinkt ook prima en beide toegiften (‘Granada’ en ‘Ochi Chernyje’) zijn heerlijk om naar te luisteren.

Het orkest uit Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin speelt de sterren van de hemel en de door Abdrazakov gezongen aria’s zijn niet te versmaden. Al met al: het is een leuke cd met veel niet voor de hand liggende duetten, wat het tot een echt ‘hebbeding’ maakt..


BIZET, BOITO, DONIZETTI, VERDI, GOUNOD, LARA, HERMANN
Duets
Rolando Villazón (tenor), Ildar Abdrazakov (bas)
Orchestre Métropolitain de Montréal olv Yannick Nézet-Séguin
DG 002894796901 • 61’

 

Juan Diego Flórez: The Mozart Album

Mozart Florez

Na zijn – half mislukte – uitstapjes richting het iets zwaardere repertoire keerde Juan Diego Flórez terug naar lichte, wendbare en virtuoze Rossini’s en Donizetti’s. Zijn vertrouwd terrein waar hij zich als een vis in het water voelt en waarin hij zijn gelijke niet heeft. Toch. Een roep en drang om toch maar weer nieuwe wegen te verkennen en misschien zelfs inslaan is menselijk en aldus begrijpelijk.

Nu Flórez zich over Mozart heeft ontfermd en zich daarbij niet alleen tot de meer voor de hand liggende Ottavio en Tamino heeft beperkt maar ook Tito, Idomeneo en Ferrando onder handen heeft genomen, kan ik alleen maar juichen want het resultaat is werkelijk verbluffend. Niet alleen is hij er met glans in geslaagd om Mozart-mannen een fris kleurtje te geven, maar hij voorzag ze ook van die extra virtuositeit dat zo ontzettend Flórez-eigen is.

In de versieringen veroorlooft hij zich enige vrijheden waarmee hij mij kinderlijk blij maakt. Hij kan dat en doet het met zo’n vanzelfsprekend gemak dat je niet eens merkt dat hier een trapeze-virtuoos aan het woord is. Waarbij hij laat blijken dat hij niet alleen over een perfecte techniek maar ook een uitstekende smaak beschikt.

Het Orchestra La Scintilla onder leiding van Riccardo Minasi begeleidt licht en lichtvoetig. Deze cd ‘ist bezaubert schön’…..


WOLFGANG AMADEUS MOZART
Aria’s uit Idomeneo, Die Zauberflöte, Il re pastore, Don Giovanni, La Clemenza di Tito, Così fan tutte en Die Entführung aus dem Serail
Juan Diego Flórez (tenor)
Orchestra La Scintilla olv Riccardo Minasi
Sony 88985430862 • 52’

Hendrickje van Kerckhoven zingt liederen van EDVARD GRIEG

Grieg Hendrickje van Kerckhove

‘Jeg elsker Dig!’ (Ik houd van jou) met de tekst van Hans Christian Andersen is misschien het bekendste van alle 180 liederen die Grieg ooit heeft gecomponeerd en vroeger ontbrak het ook nooit op de liedrecitals.

Hendrickje van Kerckhoven zingt ‘Jeg elsker dig!’:

Vroeger, want tegenwoordig wordt zelfs dit pareltje nog maar zelden uitgevoerd: Grieg is, samen met zijn liederen, een beetje uit de gratie geraakt.

Hendrickje van Kerckhove zingt de wonderschone liefdesverklaring anders dan ik gewend ben: lichter dan licht en zeer teder. Dat vederlichte houdt zij de hele cd aan waardoor de recital zeer poëtisch en melancholisch aanvoelt. Luister meteen ook naar ‘En Svane’, naar de tekst van Ibsen… Zo mooi!

In die liederen past Nicolas Callot gelukkig zijn begeleiding aan de zangeres aan en speelt terughoudend mooi, iets wat hij helaas niet volhoudt. In veel andere liederen – maar ook in de pianosolostukken vind ik hem namelijk te nadrukkelijk aanwezig.

Dat hoor je goed in ‘Melankoli’, een betoverend miniatuurtje van drie minuten dat gebaat zou zijn bij meer ingetogenheid. De daarop volgende ‘Vals’ klinkt dan weer licht en speels maar in het Scherzo op. 54 pakt hij weer behoorlijk uit en dat vind ik storend. Het doet afbreuk aan de onbeschrijfelijk mooie, nachtegaal-achtige stem van Van Kerckhoven.


EDVARD GRIEG
Moderen Synger ‘A Mother Sings’
Liederen en pianosolostukken
Hendrickje Van Kerckhove (sopraan), Nicolas Callot (piano)
Phaedra PH 292038 •  52′

 

Gabriel Suovanen zingt liederen van LEEVI MADETOJA

Madetoja portret

Leevi Madetoja

De Finse componist Leevi Antti Madetoja (1887 – 1947) was een man van kleine gebaren. Al vermeldt zijn discografie twee opera’s en een paar symfonische werken, zijn roem dankt hij voornamelijk aan zijn liederen en koorwerken.

Alhoewel, roem…… Roem is een veel te groot woord, want buiten Scandinavië zijn zijn werken voornamelijk bekend bij een handjevol liefhebbers van het Scandinavische lied, waar ik mezelf toe reken. Zeer blij ben ik dan ook met de cd waarop Gabriel Suovanen bijna 80 minuten vult met Madetoja’s pareltjes.

Madetoja

Suovanen is een jonge en veelbelovende bariton met een zeer warme en aangename stem en een mooie, afgeronde hoogte. Af en toe had ik het gevoel naar een jonge Thomas Allen te luisteren, wat uit mijn mond een groot compliment betekent.

Tot nu toe kende ik alleen die paar liederen, die Jorma Hynninen ooit voor Ondine had opgenomen, waarvan ‘Itkisit joskus illoin’ (Sometimes weeping in the evening),  één van de mooiste melancholische liederen die ik ken, ook op de recital van Suovanen voorkomt.

Werd Hynninen begeleid door een groot symfonieorkest, Suovanen heeft alleen een pianist (zeer goede Gustav Djupsjöbacka, die ook verantwoordelijk is voor de zeer informatieve begeleidende tekst) tot zijn beschikking, wat de sfeer  ook meteen wat intiemer maakt.


Leevi Madetoja
Complete Lieder Vol.1
Gabriel Suovanen (bariton), Gustav Djupsjöbacka (piano)
Ondine ODE 996-2

DMITRI HVOROSTOVSKY in drie opnamen

Hvorostovsky

Dimitri Hvorostovsky als Eugene Onegin © Beth Bergman 2012

Liederen en dansen van de dood (VAI 4330)

Hvorostovsky Dutoit

Nadat Hvorostovsky in 1989 de Cardiff Competition had gewonnen, stonden platenmaatschappijen in de rij om een contract met hem te tekenen. Het werd Philips en prompt werden er een paar recitals en een paar complete opera’s met hem opgenomen.

Hvorostovsky in Cardiff:

Alles prematuur, Hvorostovsky was er nog niet klaar voor: hij sprak de talen niet, en zijn repertoire was te beperkt. Zijn contract werd niet verlengd, en sindsdien is het alleen maar bergopwaarts met hem gegaan.

Op 18 juli 1998 gaf hij een recital voor duizenden enthousiaste toehoorders tijdens het Festival de Lanaudière. Hij zong er de ‘Liederen en dansen van de dood’ van Moessorgsky, gevolgd door een aantal aria’s.

Ik moet nu eerlijk bekennen dat ik van plan was om er bij te gaan lezen, maar daar kwam niets van. Ademloos heb ik zitten luisteren naar zijn fluweelachtige stem, naar zijn weergaloze legato en zijn puntgave interpretatie, waarmee hij me tot tranen toe wist te ontroeren. Daar Hvorostovsky een zeer charismatische zanger is, is het een puur genot om naar hem te kijken.

Hvorostovsky en Charles Dutoit in Rossini’s ‘Largo al Factotum’ (Barbiere di Seviglia van Rossini):

Russian Songs from the war years (VAI 4318)

 

Hvorostovsky War years

Patriottisme is een ouderwets woord geworden. Alles moet internationaal, globaal, multiculti en kosmopolitisch, en dat is misschien ook beter zo. De Tweede Wereldoorlog is tweeënzeventig jaar geleden afgelopen, en het schijnt al zo lang weg….

Toch leven er nog mensen die ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’ meegemaakt hebben. Er zijn nog (persoonlijke) verhalen. En de liedjes. Groot ben ik er mee geworden, met de Russische liedjes uit die tijd. Mijn moeder, die de hele oorlog in het Rode Leger had meegevochten, zong ze in plaats van slaapliedjes, en dan droomde ik van de eenzame accordeonist op zoek naar zijn geliefde.

Niemand minder dan Dmitri Hvorostovsky bracht ze terug naar de concertzaal, en op 8 april 2003 trad hij hiermee op voor maar liefst 6500 toeschouwers in het Kremlin Palace op.

Hieronder zingt Hvorostovski ‘Журавли’ (Cranes) uit de film Als de kraanvogels overvliegen van Michail Kalatozov:

De arrangementen zijn ietwat aangepast, minder dik aangezet, klinken losser en voornamelijk nostalgisch. Er is geen sprake van een ‘hoera patriottisme’.

Hvorostovsky zingt duidelijk ontspannen, met een milde glimlach om zijn mond, zonder stemverheffing of een overduidelijke articulatie. Zoiets als een crooner, een Sinatra of een Bing Crosby.

Het publiek snottert en zingt geluidloos mee. Ook ik raak gefascineerd en voel een prikkelend gevoel in mijn ogen. Nostalgie? Mijn Nederlandse, op Curaçao geboren vriendin, was net zo ontroerd. Prachtig.

Il Trovatore (Opus Arte 0848 D)

 

Hvorostovski Trovatore plus

Sommige opera’s zouden herdoopt moeten worden. Il Trovatore van Verdi zou eigenlijk ‘Azucena’ moeten heten, want per slot van rekening is zij degene die de scènes beheerst, vanaf het eerste moment dat zij opkomt.

Het is Azucena die de touwtjes in handen heeft en alleen zij kan alle personages redden of breken. Door haar zucht naar wraak vernielt zij alles en iedereen, en daar is geen doorsnee bariton tegen opgewassen. Nou ja, doorsnee?

In zijn roldebuut als Luna heeft Dmitri Hvorostovsky me in deze productie van het Royal Opera House meer dan verrast. Begin jaren negentig had ik nog mijn twijfels over hem, maar ik herroep alles wat ik in die tijd over hem heb gezegd. Nooit gedacht dat er nog een bariton bestaat die zo ontroerend ‘In balen del suo sorriso’ kan zingen. En inderdaad, bij de ‘Sperda il sole d’un suo sguardo…’ moest ik zelfs een traantje wegpinken, zo mooi was het.

Was ik Leonora, dan had ik voor hem gekozen. Zeker boven José Cura als Manrico, die tot het einde toe niet kon beslissen wat hij zong: was het een Otello of een Turiddu?

Meer Hvorostovsky:
SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Dmitry Hvorostovsky
THE BELLS OF DOWN
JEVGENI ONEGIN. Discografie