opera/operette/liederenrecitals

Renée Fleming sings Berg, Wellesz and Zeisl. A must buy!

Fleming Berg Zeisl

There is no shortage of recordings of Berg’s Lyric Suite. Both in the version for string quartet and in the version for chamber orchestra: the choices are many. Whether it was Berg’s intention we cannot really know for certain, but we assume it was: the last movement, the Largo Desolato,  may also be sung.

Theodor Adorno, Berg’s pupil and confidant, considered the work to be an almost latent opera and that makes sense. Adorno was one of the few who knew about Berg’s affair with the married Hanna Fuchs, for whom he composed the work. For Berg, Fuchs was not only his lover and muse, but also his Isolde and his Lulu.

Hanna Fuchs

It is not the first time, by the way, that the poem by Baudelauire, the source of inspiration for the last part of the quartet, is actually sung. The Kronos Quartet and Dawn Upshaw had already recorded the version in 2003, there is also a recording by Quator Diotima with Sandrine Piau. The “Emersons”, however, offer us both versions: with and without vocals.

The decision to link Berg’s Lyric Suite to the songs of Egon Wellesz is nothing less than genius. Both composers had received their training from Schönberg, who had taught them not only the twelve-tone technique, but also to use a large dose of expressionism. Something you hear very clearly in the cycle Sonette der Elisabeth Barrett Browning.

Fleming Wellesz door Kokoschka
Egon Wellesz painted by Oskar Kokoschka

That the songs are not performed more often is not only strange, but also a great shame. Of course, this has everything to do with the “once forbidden and then forgotten” attitude, which has also been fatal for Eric Zeisl. His short song Komm Süsser Tod makes us long for more: couldn’t there be some Zeisl added to the CD? It’s not the lack of space: at just 56 minutes, the CD is very short.

Fleming Zeisl
Eric Zeisl pfoto made by Gertrud Zeisl © Dr. Barbara Zeisl-Schoenberg

Renée Fleming’s creamy, cultured soprano and her mannerism fit the songs like a glove. The result is a beautiful cross between Gustav Klimmt and Max Beckmann. The very imaginative and expressive performance by the Emerson String Quartet adds to the overall experience. A must!

Alban Berg, Egon Wellesz, Eric Zeisl
Lyric Suite; Sonette der Ellisabeth Barrett Browning; Komm Süsser Tod
Renée Fleming, soprano; Emerson String Quartet
Decca 4788399

Folk Stories: teleurstellende eerste solo cd van Cora Burggraaf

In 2013 heeft Cora Burggraaf haar debuut-cd uitgebracht bij Challenge Classics: volksliedjes van zeven verschillende componisten, in vijf verschillende talen. Het is een interessante selectie, maar met de uitvoering ben ik minder gelukkig.

Wie Cora Burggraf in haar beginjaren, toch echt niet zo lang geleden heeft gehoord die vergeet haar niet zo gauw. Een sprankelende jonge vrouw met dito stem en vol joie de vivre. Goed thuis zowel in liederen als in opera en begenadigd met meer dan gemiddelde acteervermogen. Ooit wilde zij zich meer op het acteren toeleggen, wat resulteerde in een onvergetelijke Ophelia tijdens de Rotterdam Operadagen 2009.

Mijn impressie van toen:

“De voorstelling met de titel Ophelia was buitengewoon interessant. Het was een onewomanshow, met en door de Nederlandse mezzo Cora Burggraaf. De productie – eigenlijk een toneelstuk gelardeerd met liederen, van o.a Strauss, Brahms, Berlioz en Chausson, maar ook Nick Cave’s ‘Wild rose’ – kwam op de initiatief van de zangeres tot stand en het eindresultaat was fascinerend.

Persoonlijk had ik meer muziek en minder tekst gewild, maar het concept van de avond was boeiend, wat we aan de veelzijdige zangeres hadden te danken. Het einde, waarin zij ‘La Mort d’Ophelie’ van Berlioz zong in de pose van de beroemde schilderij van John Everett Millais was van een ontroerende schoonheid. “

Voor haar eerste solo cd, ‘Volksvertellingen’, heeft ze bij zeven verschillende componisten ‘geshopt’ en van hun zettingen van volksliedjes een spannende collectie samengesteld, die ze in vijf verschillende talen zingt.

Burggraaf heeft een heel erg prettige stem, wat je al in de gesproken intro hoort. Maar in de liederen klinkt ze soms hinderlijk kinderlijk. Af en toe zingt ze ook tegen de toon aan, wat ik eigenlijk minder erg vind dan de naïeve benadering van de door haar gezongen liederen.

In de ‘Ierse Volksliedjes’ van Beethoven pakt haar benadering goed uit, maar Respighi overtuigt mij maar matig, bij Bartók mis ik het ritme en bij Mahler de sardonische humor. Echt mis gaat het echter bij ‘The bonny Earl o’ Moray’ van Britten. Het is geen kinderliedje.

Ik had het niet erg gevonden als het gezongen werd door een volksliedzangeres, maar aan een klassiek geschoold iemand stel ik hogere eisen. Begrijp mij goed: het is niet zo dat het resultaat echt slecht is – ik denk dat ik diep onder de indruk zou komen als ik in het theater of bij een houtvuur hoorde. Maar thuis, op mijn bank en met de centrale verwarming aan, verlang ik naar iemand die mij toezingt in plaats van mij dingen te vertellen.

De begeleiding is absoluut superieur. Simon Lepper volgt haar zonder morren, de klank van zijn piano is mild en toegestemd op haar wensen. En Liza Ferschtman en Floris Meijnders (Beethoven) doen precies dat wat van ze verwacht wordt: goed spelen.

Folk Stories: liederen van  Bartók, Beethoven, Brahms, Britten, Mahler, Respighi, Sibelius en J.Vogel (Ketelbinkie)
Cora Burggraf (mezzosopraan), Simon Lepper (piano), Lisa Ferschtman (viool), Floris Meijnders (cello)
Challenge Classics CC72346

Anne Schwanewilms en Wagner

Anne Schwanewilms geldt als één van de grootste sopranen van haar tijd, zeker in het Duitse Fach. Strauss, voornamelijk, maar ook Wagner is aan haar besteed.

Ooit heeft Orfeo Schwanewilms’ lezing van de Vier letzte Lieder opgenomen, gekoppeld aan fragmenten uit Arabella, Capriccio en Der Rosenkavalier. Het was een mooie cd, die echter niet de aandacht kreeg die het verdiende.

Een encore zou daarom niet misstaan. Of een opname van liederen van Franz Schreker, om in dezelfde sfeer te blijven. Daar is Schwanewilms namelijk ook goed in thuis.

Dat zij juist (in de Strauss-jaar nota bene) voor Wagner heeft gekozen vond ik een beetje vreemd. Natuurlijk kan zij ook Wagner zingen (wat eigenlijk niet?) en er is weinig op haar cd aan te merken, maar toch… Ik vind haar Elisabeth in Tannhäuser een beetje schreeuwerig, alsof de partij boven haar macht ligt, al is dat beslist niet zo. Misschien klinkt zij voor mij niet naïef genoeg?

De Wesendonck-Lieder liggen haar beter, maar het mooist vind ik haar in Isoldes Liebestod. Hier komt haar sensuele stem het beste tot zijn recht.

Het ORF Vienna Radio Symphony Orchestra speelt heel erg mooi. Wellicht iets minder mysterieus dan gebruikelijk, maar die ‘down to earth’-lezing bevalt mij zeer. De jonge Cornelius Meister, toen nog maar 34, haalt klanken en kleuren uit de partituur die ik er niet eerder in hoorde.

Hieronder de trailer van de opname:

ORF Vienna Radio Symphony Orchestra olv Cornelius Meister
Capriccio C 5174

Requiem van Verdi met lange adem

Het Requiem van Verdi geldt onbetwist als een van de mooiste muziekstukken ooit geschreven. Een open deur? Beslist, en toch valt je dat telkens weer op, zeker als je het een poos niet hebt gehoord.

Op de een of andere manier was Semyon Bychkov, broer van ooit onze chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerorkest, Jakov Kreizberg, was hier vroeger zelden gevraagd. Verbazingwekkend eigenlijk als je weet hoe hij in andere landen werd gewaardeerd.

Vanaf 1998 was hij een vaste chef-dirigent van het WDR orkest in Keulen, waarmee hij ettelijke cd’s heeft opgenomen. In 2007 kwam er, live opgenomen Verdi’s Requiem er bij.

Semyon Bychkov is een man van de lange adem: hij articuleert breed en neem rustig de tijd voor. Toch doet hij er ruim acht minuten korter over dan mijn ‘ijkpunten’, Claudio Abbado en Carlo Maria Giulini. Op zijn mooist is hij als hij de noten vloeiend in elkaar laat overlopen, zoals in ‘Lacrimosa’, in een waarlijk belcanteske stijl. Ontroerend.

Van het solistenkwartet, allen zeer ervaren Verdi vertolkers, bevallen de mannen mij het best. Ferrucio Furlanetto beschikt over een sonore, zeer warme bas, waarmee hij acteert alsof zijn leven er van afhangt.

Met zijn gave om pure lyriek met gevoel voor drama te combineren weet Ramón Vargas ‘Ingemisco’ naar de bijzondere hoogten te tillen.

Violeta Urmana, Olga Borodina, Ramón Vargas, Ferrucio Furlanetto
WDR Sinfonieorchester, WDR Rundfunchor olv Semyon Bychkov
Hänssler SACD PH08036

La bellezza del canto: over Olga Peretyatko’s eerste cd, tien jaar na de verschijning

Olga Peretyatko is meer dan de zoveelste ‘rising star’ uit één van die landen die vroeger eufemistisch ‘het Oostblok’ heette. Niet alleen ziet zij er werkelijk prachtig uit en kan ze goed acteren, zij kan eveneens – en dat is natuurlijk het allerbelangrijkste – zingen. En hoe!

Zij heeft een lichte, zeer wendbare stem met een stralende hoogte en haar coloraturen zijn gewoon perfect. En denk niet dat zij de zoveelste ‘kanariepiet’ is! Olga Peretyatko is een echte nachtegaal.

Op donderdag twaalf januari 2012 zong ze bij de Nationale Opera de première van (hoe toepasselijk!) De Nachtegaal van Igor Strawinsky en in april dat jaar kwam ze terug voor Il Turco in Italia van Rossini.

Trailer van Nachtegaal:

Trailer van Il Turco in Italia:

Op haar debuut-cd bij Sony, met een zeer toepasselijke titel La bellezza di canto, ontbreekt ook de aria van Fiorilla niet. Voor de rest veel Donizetti en nog een Rossini: ‘Canzone del salice’, de aria van Desdemona uit Otello. Dat je daar van moet huilen, ligt uiteraard voornamelijk aan de muziek, maar zo mooi en zo ontroerend gezongen heb ik het zelden gehoord.

Verder staat er van alles en nog wat. Gilda, Manon (Massenet), Adele (Die Fledermuis)  … Ook “Het lied aan de maan” uit Rusalka ontbreekt er niet.

Eerlijk gezegd is het een beetje ratjetoe, maar als het zo gezongen wordt dan mag het van mij ook een telefoonboek zijn. Ik ben zeer onder de indruk.

Olga Peretyatko
La belezza del canto
Aria’s van Rossini, Donizetti, Massenet, Offenbach, Dvořák, Puccini en Johann Strauss
Münchner Rundfunkorchester olv Miguel Gómez-Martínez
Sony 88697785442

Rita Streich: Queen of the coloraturas

Streich.jpg

High coloratura soprano is one of the most admired voice types. It’s only logical, because what these ladies do falls a bit into the category of “nightingale on a trapeze”. Sometimes it really is a bit like a circus; there are those ladies who have made it their profession to perform tricks, forgetting that their high notes should also be music.

Not so Rita Streich, for me the very best and most beautiful coloratura soprano ever. Of course, her voice is light as a feather and her embellishments impeccable, but in contrast to many of her colleagues, her repertoire is actually unlimited: opera, operetta, songs, oratorios…

She is not equally good at everything. I find her Schubert a little too light-hearted, so that much of the text is lost. But in the opera genre she is much more in her element. I am referring, of course, to her unearthly Queen of the Night (Die Zauberflöte, Mozart) and to her other showpiece: Zerbinetta (Ariadne auf Naxos, Strauss).

Streich sings the role of Zerbinetta in such a superior way that you do not even notice its virtuosity; it sounds so natural. Just listen to her performance of  ‘Großmächtige Prinzessin’. Where many of her colleagues in that aria remind you of someone juggling notes, Streich manages to add the most important element: feeling. Note also the warm glow of her singing, which does not lose its lustre even at the highest notes.

<



Have you ever heard her performance of the Moon Song from Dvořak’s Rusalka? As volatile and elusive as sea foam, but filled with the desires of an adolescent girl in love:


I find Streich at her very best in light songs by Saint-Saëns, Delibes and Eva Dell’Acqua, among others. With the light golden sheen to her voice, she reminds me of an old-fashioned porcelain dancer.


Below, as an example, is ‘The Nightingale’ by Alabiev. She sings it in perfect Russian, a language that she, as a Russian-born daughter of a Russian mother and a German father, has mastered well.



Various composers
Rita Streich
Königin der Koloratur: Das Beste aus Oper und Konzert
The Intense Media 600

Basia con fuoco’s top tien 2021

En alweer is een jaar voorbij. Alweer een jaar met amper concerten en live voorstellingen. Gelukkig hadden we livestreams en er werd best veel opgenomen. Veel mooie dingen ook. Het was dan ook een echt karwei om 10 mooiste opnamen, althans voor mij, van het jaar te kiezen. Zeker ook omdat ik dan wel veel heb beluisterd maar niet alles gerecenseerd. Zodoende hebben jullie de strijkkwartetten van Korngold door het Alma Quartet nog te goed. Ook de prachtige cd met kamermuziek van vrouwelijke componisten door het The Hague String Trio is nog niet besproken en dat, terwijl het eigenlijk een must is! Die (en nog meer) hebben jullie van mij nog te goed.

Maar er moest keuze gemaakt worden en na veel wikken en wegen…. hier zijn ze dan, in de alfabetische orde, naar de componist, titel of uitvoerende

1. Decades deel 4

Het programma is zeer gevarieerd en kent grenzen noch genres, en de emoties wisselen elkaar in rap tempo af. Zweden, Rusland, Frankrijk, Duitsland en Italië staan broederlijk naast elkaar, een soort EU avant la lettre waarin elk land zijn individuele karaktereigenschappen behoudt.

in English:

https://basiaconfuoco.com/2021/12/08/a-century-of-songwriting-like-an-eu-avant-la-lettre/

2, Feinberg

Geen makkelijke muziek, je moet er echt moeite voor doen, maar de moeite, die loont zich

In English:

https://basiaconfuoco.com/2021/12/28/feinberg-to-appreciate-this-music-a-little-effort-is-needed/

3. Kozena

Wat de cd zeer interessant maakt zijn de liederen van Béla Bartók, want die hoor je niet vaak.

4. Liszt

Grosvenors lezing van de sonate is volkomen eigen. Virtuoos, voornamelijk. Zo virtuoos dat ik in ademnood kwam door het luisteren alleen. Zijn techniek is fabelachtig. Wat ik nog meer bewonder is zijn, hoe moet ik het zeggen, acteervermogen? Acteren op de piano en spanning opbouwen met toetsen alleen tot je beschikking

https://basiaconfuoco.com/2021/03/16/liszt-door-grosvenor-fabelachtig-en-virtuoos/

5. Onslow

In een tijd van steeds meer hetzelfde is het fijn om iets nieuws te ontdekken en dat verdient

6.  Polish violin deel 1

deze cd is eigenlijk een must voor alle viool-, kamermuziek of gewoon muziekliefhebbers. Alles is er mooi aan. Echt alles

In English:
https://basiaconfuoco.com/2021/12/19/polish-or-not-polish-this-cd-is-a-must/

7.  Polish violin deel 2

Alleen al vanwege Poldowski’s heerlijke Tango, die ooit door niemand minder dan  Jascha Heifetz werd opgenomen. Én de zeer virtuoze uitvoering van Bacewicz’ Kaprys polski voor viool solo. Vergeet trouwens niet de schitterende pianobegeleiding door Peter Limonov!

In English:
https://basiaconfuoco.com/2021/12/20/in-support-of-poldowski-polish-violin-2/

8. Rözycki

De uitvoering door Janusz Wawrowski en het Royal Philharmonic Orchestra olv Grzegorz Nowak is net als de concerten zelf: goddelijk mooi

In English:
https://basiaconfuoco.com/2021/05/17/rising-like-a-phoenix-from-the-ashes-rozyckis-violin-concerto/

9. Solo Nuala McKenna

zelden zat ik zo aan mijn stoel gekluisterd als nu, bij het beluisteren van deze cd. Ongelooflijk spannend vanaf het eerste moment. En de spanning vervaagde niet en was tot de laatste noot ijzingwekkend, bijna thrillerachtig voelbaar.

https://basiaconfuoco.com/2021/03/01/knock-out-geslagen-door-het-eerste-solo-album-van-nuala-mckenna/

10. Weinberg pianokwintet

Het is niet de eerste keer dat Elisaveta Blumina zich over het kwintet ontfermt […}Dat zij haar Weinberg ‘under the skin” heeft is nogal wiedes

10 + . Weinberg strijkkwartetten

Ik kan gewoon niet wachten op het vervolg. Bravo Arcadiërs! En Chapeau alweer Chandos!

In English

https://basiaconfuoco.com/2021/03/12/string-quartets-by-weinberg-played-by-the-arcadia-quartet-perfection-at-hand/

A century of songwriting, like an EU avant la lettre


In part four of what is to become ‘A Century of Song Art 1810-1910’, divided into decades, we find songs composed between 1840 and 1850. The fact that the best singers of the present day are involved, makes this project one of the best publications of recent years in this field.

The programme is very varied and knows no borders or genres, and the emotions alternate rapidly. Sweden, Russia, France, Germany and Italy stand brotherly side by side, a kind of EU avant la lettre in which each country retains its individual characteristics.

This very exciting and surprising ‘journey’ starts in 1840, which means that we begin with Liederkreis op. 24 by Schumann. The bittersweet cycle based on Heine’s poems is still one of the most beautiful and best composed in the art of song.



The performance by Florian Boesch is exactly what I expected. Less lyrical perhaps than many of his fellow singers, but with so much empathy that it hurts. In his interpretation you can hear the bitter and the sweet: it hurts but it is also poetic and therefore very impressive.

Anush Hovhannisyan and Alexey Gusev enchant us with the songs that Dargomyzsky wrote for his students, and Ida Eveline Ränzlöv is convincing in Lindblad’s light and trivial songs.

Malcolm Martineau, to whom we owe the project, has for years been one of the best singer-pianists in the world. He effortlessly conveys the various emotions and it is undoubtedly to his credit that the publication is extremely captivating from the first to the last note.

All texts are printed in the original language and in English translation, and the introduction by Professor Susan Youens is very interesting to read. Buy the CD and be surprised!

Decades. A Century of Song volume 4
Liederen van Schumann, Dargomyzsky, Donizetti, Franck, Geijer, Josephson, Lindblad, Mendelssohn
Anush Hovhannisyan (soprano), Ida Eveline Ränzlöv (mezzo-soprano), Nick Pritchard (tenor); Oliver Johnston (tenor), Florian Boesch (baritone), Alexey Gusev (baritone), Samuel Hasselhorn (baritone); Malcolm Martineau (piano); Vivat 119

part 2:
DECADES: A CENTURY OF SONGS, vol.2

Jenufa Gleich impresses with Wagner arias

TEKST: PETER FRANKEN


The American soprano Jenufa Gleich has recorded a CD with arias and songs by Richard Wagner. And they are the ones closest to the bel canto profession in which she was trained. Accompanied by the BBC National Orchestra of Wales, conducted by Fabrice Bollon, she here presents her calling card; the result is a beautiful album.

Not entirely unexpectedly, she opens with a great aria from Wagner’s first opera, Die Feen. In many ways, this work is an embryonic Wagner, a recognisable prelude to his later work, much more than Das Liebesverbot and Rienzi. But the composer made the same high demands on his protagonists that would characterise his later works. The prima donna in Die Feen, the fairy queen Ada, needs to be a dramatic soprano of the calibre of a Brünnhilde.

This has not stopped Gleich from including the very long ‘Weh’mir, so nah’ die fürchterliche Stunde’ in her programme and the result is astonishing. I have not often had the opportunity to listen to this spectacular piece; twice in the theatre and only once on CD, but her apparent ease and certainty in the difficult passages with often very high altitude, suggest that this soprano certainly does not have to shy away from parts like Brünnhilde.



And later we hear her in this role again. But first she performs the aria of Elisabeth who, after years of waiting for her beloved Tannhäuser, finds out that he is not among the group of pilgrims returning from Rome. Hope has turned to despair, the will to live is fading away. She prays to the Holy Virgin to accept her into heaven as an angel so that she can pray for Tannhäuser’s salvation: ‘Allmächt’ge Jungfrau’. It sounds touchingly beautiful and in fact I think Gleich is here at her best, of course this aria is also relatively close to her bel canto craft.

Earlier, Elisabeth was still full of hope, when she entered the singing hall after so many years: ‘Dich teure Halle’. This is a favourite of many sopranos who cautiously venture into the Wagnerian repertoire without wanting to go further than the romantic operas. Excellently sung, but perhaps a slightly too obvious choice. I would have preferred an aria by Isabella from Das Liebesverbot.

Via ‘Traf ihr, das Schiff’ or Senta’s Ballade from Der fliegende Holländer we arrive at the big surprise I mentioned earlier: Brünnhildes’ ultimate attempt to (just a little longer) keep the testosterone-fuelled Siegfried off her back. She is overcome by melancholy and fear of the unknown: the definitive break with her existence as a divine being. In ‘Ewig war ich, ewig bin ich’, the part that many also know as the instrumental ‘Siegfried Idyl’, Gleich frees herself from any last shred of doubt that the listener might have regarding her possibilities as a Wagnerian soprano in the great opera houses. The very high notes form a stumbling block for many aspiring sopranos but she takes them with such an apparent ease that,especially through repeated listening, you will be able to experience the performance in peace and quiet without any undue stress.

Up to now, Gleich’s experience with Wagner is rather limited with, among others, a performance as Dritte Norn under Jaap van Zweden in Hong Kong, also on CD. But Gleich is authentic Wagnerian material’, someone to look out for in the near future.



Last on the programme are the Wesendonck Lieder. A very refined interpretation, but one can hardly distinguish oneself with them. But with those earlier pieces one certainly can! This album is very worthy of a heartfelt commendation.



Britten, zijn liederen en Ian Bostridge

JAMES GILCHRIST

Het vocale oeuvre van Britten is vrijwel onlosmakelijk verbonden met één zanger, Peter Pears. Jarenlang waren ze partners zowel in de kunst als in het dagelijks leven. Voor Pears componeerde Britten zijn liederen en opera’s, en met diens stem in zijn hoofd  maakte hij arrangementen van Engelse volksliedjes. Het valt dus niet mee, zeker voor een Engelse tenor, om hier iets nieuws en eigens aan toe te voegen zonder in extremen te vervallen. Daar is Robert Tear kampioen in geweest, maar ook Philip Langridge, Anthony Rolfe-Johnson en John Mark Ainsley konden er wat van.

Ook James Gilchrist is het prototype van een Engelse tenor. Zijn stem is zoetig en een beetje droog, net op de grens tussen een karaktertenor en een lyrico. De medeklinkers worden door hem sterk geprononceerd zonder dat het opdringerig wordt en hij speelt mooi met de tekst. Het past ook bij de liederen. Dat in onverdeeld enthousiast ben over de uitvoering de uitvoering ligt aan Gilchrists lage noten, die klinken iets te baritonaal. Op zich niet erg, maar er ik merk een breuk tussen de twee registers.

Anna Tilbrook is een ‘afwezige’ begeleidster – zij geeft alle ruimte aan de tenor over, maar misschien ligt het aan de opname.

De liederen die LINN (CKD 404) in 2012 heeft opgenomen behelzen tien van Brittens componistenjaren: van 1937 tot 1947. Britten was 24 toen hij de cyclus On this Island componeerde. In 1947 was hij nog steeds een jonge man, maar door wat er in die jaren gebeurde, werd hij ‘vroegoud volwassen’.

THE CANTICLES

The Canticles ontstonden in een periode van meer dan dertig jaar en vormen geen echt geheel, al hebben ze een paar dingen gemeen: het geloof en de (homoseksuele) liefde. Het zijn wondermooie liederen, kleine operaatjes eigenlijk. Of Ian Bostridge het allemaal waar weet te maken? Ooit vond ik van wel. Toen hij pas begon met zingen vond ik zijn stem mooi en zijn dictie en tekstbegrip buitengewoon goed. Daar ben ik nu van teruggekomen. Zijn nadrukkelijke articuleren is meer dan hinderlijk geworden en zijn duidelijk hoorbare genot van eigen stem is buitengewoon irritant. Jammer.

Ook heb ik moeite met de als toegift bedoelde volksliedjes en ook dat ligt aan de zangers. Christopher Maltman is, ondanks zijn mooie stem, te netjes en weinig opwindend, en David Daniels weet niet wat hij zingt.

Ian Bostridge, David Daniels, Christopher Maltman
Timothy Brown (horn), Aline Brewer (harp), Julius Drake (piano)
Virgin Classics 5455252

BOSTRIDGE EN DEATH IN VENICE


En nu ik het toch over Bostridge heb… Op 3 februari 2009 gaf de Brusselse De Munt in het KCG een semi-concertante uitvoering van Brittens Death in Venice. De opera bestaat eigenlijk uit een groot monoloog en de rol van Gustav von Aschenbach is een echte tour de force voor een tenor.

Niet voor Ian Bostridge, want hij zong en speelde voornamelijk … Ian Bostridge. Nergens was er iets van die tweestrijd in zijn hoofd voelbaar. Verward door de hem plotseling overkomen verliefdheid? Welnee, als hij al verliefd mocht zijn dan was het op zichzelf. En daar stond hij dan, een lichtelijk verveelde en blasé ijdeltuit, die maar geïnteresseerd was in zijn eigen mooie zingerij. Hij bestudeerde uitgebreid zijn nagels (beet zelfs er één af, ik zweer het), voor de rest liep hij wat rond met de handen in zijn zakken. Zou hij hebben geweten waar Brittens messcherpe en hartverscheurende zwanenzang over gaat?

Maar de rest van de cast was fantastisch, met de Engelse bariton Andrew Shore voorop. Het was werkelijk fenomenaal hoe hij, met kleine pasjes en gebaartjes, de gestalte kon geven aan zeven verschillende personages en ze bovendien individueel wist te kleuren, knap hoor! Ook het orkest en het koor (dirigent Paul Daniel) waren fabelachtig mooi.