opera/operette/liederenrecitals

Alexandru Agache zingt liederen van Nicolae Bretan

Bretan

De kans dat u ooit van Nicolae Bretan (1887 – 1968) hebt gehoord is niet zo groot. Dat ligt niet aan zijn muziek, want deze Roemeense componist/zanger (hij werd opgeleid als een bariton) heeft heel wat prachtige werken gecomponeerd.

Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij een korte tijd als de directeur van de Nationale Opera in Boekarest maar omdat hij weigerde lid te worden van de Communistische Partij werd hij uitgesloten van de componistenbond, wat betekende dat zijn werken niet meer uitgevoerd mochten worden. De kentering kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw: er werd toen (mede door het initiatief van zijn dochter) een Nicolae Bretan Muziekstichting opgericht, en de Engelse firma Nimbus nam gestaag zijn composities op.

Ik bezit drie van zijn vier opera’s: Horia (NI 5513/4), Golem’ en ‘Arald’ (NI 5424), daar heb ik altijd met veel plezier naar geluisterd, en die kan ik iedere operaliefhebber van harte aanbevelen.

Bretan album

Een paar jaar geleden is bij Nimbus (NI 5810) een cd met selectie van zijn liederen (hij heeft er meer dan 200 gecomponeerd!) uitgekomen, mooi gezongen door de bariton Alexandru Agache. Ze doen me een beetje aan liederen van Puccini denken, maar dan wel met een Roemeens-Hongaars sausje. Niet echt meesterwerken, maar zeer prettig om naar te luisteren.

Door hun weemoed stralen ze ook een zekere melancholie uit, en voor je het weet word je er een beetje droevig van. Daar Agache niet over al te veel kleurnuancen beschikt, kan het op den duur een beetje eentonig worden. Doseren met mate, zou ik zeggen.


Advertenties

Franz Schreker: Vom Ewigen Leben

Ik denk niet dat het verstandig was om ‘Ekkehard’, een jeugdwerkje van Franz Schreker op te nemen. Überhaupt. En al zeker niet om het aan het begin van de cd te plaatsen. De symfonische ouverture heeft weinig om het lijf, klinkt onsamenhangend, is saai en werkt eerder afschrikwekkend dan uitnodigend tot luisteren. ‘Phantastische Ouvertüre’ op 15 is nauwelijks beter en zelfs ik, een keiharde Schreker-fan heb echt moeten doorzetten om het af te luisteren.

Gelukkig vind je op die cd ook twee op de gedichten van Hans Reisiger (naar Walt Whitman) gecomponeerde liederen met de titel ‘Vom Ewigen Leben’ en hier hoor je de echte Schreker. Sensueel en smachtend. Dat mijn eindoordeel niet negatief uitpakt ligt dan ook aan de liederen die prachtig, met veel sehnsucht gezongen worden door de Australische sopraan Valda Wilson.

 Maar het kan ook een beetje aan de jonge Engelse dirigent Christopher Ward liggen. Hij dirigeert zeer kundig maar het ontbreekt hem aan een echte drive. Ik kan mij ook niet aan de indruk onttrekken dat hij het ‘Schrekiaanse idioom’ niet helemaal begrijpt, want ergens tussen de alle zeer keurig gespeelde noten is hij de erotiek kwijtgeraakt. Het best hoor je het in het bekendste stuk van Schreker, zijn ‘Vorspiel zu einer grossen Oper’.

FRANZ SCHREKER
Ekkehard; Vom Ewigen Leben; Phantastische Ouvertüre; Vier kleine Stücke fürgrosses orchester; Vorspiel zu einer grossen Oper
Valda Wilson (sopraan)
Deutsche Staatsphilharmonie Reihnland-Pfalz olv Christopher Ward
Capriccio C5348

/2016/10/13/franz-schreker-door-lawrence-renes/

/2017/01/20/der-schatzgraber-amsterdam-september-2012/

/2017/01/22/schreker-irrelohe-der-schmied-von-gent-en-nog-meer/

/2016/12/17/der-ferne-klang/

/2017/01/21/die-gezeichneten-discografie/

Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer

Bloch Hivers

Ernest Bloch werd in 1880 in Genève geboren in een geassimileerd Joods gezin. Vóór de oorlog behoorde hij tot de meest gespeelde en gewaardeerde componisten. Men noemde hem zelfs de vierde grote ‘B’ na Bach, Beethoven en Brahms. Het is niet zo dat men zijn naam niet meer kent, maar verder dan zijn celloconcerto komt men meestal niet.

De symfonische gedichten Hiver-Printemps zijn zeer beeldend. Samen met de prachtige liederencyclus Poèmes d’Automne, gecomponeerd voor de teksten van Béatrix Rodès, Bloch’s toenmalige geliefde en zeer onroerend gezongen door Sophie Koch (Kleenex bij de hand?) vormen ze als het ware één geheel, een soort ‘Jaargetijden’, waaraan alleen de zomer ontbreekt.

De suite voor altviool behoort tot de beste composities van Bloch en men kan zich geen betere uitvoering voorstellen dan die van Tabea Zimmermann.

De titel van de cd, ‘20th Century Portraits’ is enigszins misleidend want de meeste werken zijn tussen 1905 en 1919 gecomponeerd en hun idioom is sterk in de late romantiek en de fin de Siècle verankerd. Alleen het overweldigende Proclamation voor trompet en orkest stamt uit 1950.

Het Deutches Symphonie-Orchester Berlin speelt onder leiding van Steven Sloane zeer bezield.


Ernest Bloch
Hiver-Printemps; Proclamation; Poèmes d’automne; Suite
Tabea Zimmermann (altviool), Reinhold Friedrich (trompet), Sophie Koch (mezzosopraan);
Deutches Symphonie-Orchester Berlin olv Steven Sloane
Capriccio 67076

BLOCH: Symphony in C; Poems of the sea
Ernest Bloch: MACBETH
Muziek als redding. Voice in the Wilderness
ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

“THEY COULD HAVE BEEN BIRDS” *

Burkhardt Söll:  Kinderdinge. A requiem for an old doctor and his orphans

Korczak met de kinderen

Korczak with the children

Korczak’s real name was Henryk Goldszmit. He first used his pen name Janusz Korczak in 1898 when he participated in a literary contest organised by Ignacy Paderewski, the famous pianist and future Prime Minister of Poland.

Korczak

Janusz Korczak

Korczak was born in Warsaw into an assimilated Jewish family.  After studying medicine he briefly practiced pediatrics until 1912 when he became director of Dom Sierot, an orphanage for Jewish children.  He carried out his utopian vision of a children’s republic there:  a community of children, with its own parliament, court and newspaper, all run by the children themselves. After World War I Korczak founded a second orphanage: Nasz Dom (Our House).

Korczak Krochmalna_Street_orphanage

Korczak Krochmalna_Street_orphanage

As well as being a doctor and director of an orphanage,  Korczak was also a pedagogue, teacher, writer and Bible scholar. He worked for the Polish radio and gave lectures. His fame was immense, and not confined to Poland. He was published abroad too, to great critical acclaim, and his pedagogical methods were used all over Europe.

Korczak en kinderen

Korczak and children.

In November 1940 the orphanage was forced to relocate to the Warsaw Ghetto. At the beginning of August 1942 the children, together with Korczak and his deputy Stefania Wilczynska, were put on a transport to Treblinka. Even the Nazis respected the famous pedagogue and offered Korczak the opportunity to save his own life. He refused and chose to die with his children instead of compromising his principles. They were all murdered in the gas chambers of Treblinka shortly after arriving there on August 7, 1942.

Korczak den de kindern Yad_Vashem_BW_2

Monument “Janusz Korczak and the children” in Yad Vashem

 

About Korczak:

In 1972 Korczak was posthumously awarded the prestigious Peace Prize of the German Book Trade. Books have been written about him, and his life story has been the subject of several biographical movies. In the 1990s the German-Dutch composer Burkhardt Söll composed a piece in memory of Korczak and his children: Kinderdinge. Manuela du Bois-Reymond, a sociologist and pedagogue who is also married to the composer, wrote the lyrics to the songs.

Korczak Kinderdinge

 

KOrczak KInderdinge

This stunningly beautiful composition consists of short pieces (children’s scenes) flowing into each other. The first scene Canto d’amore  is followed by the sound of clappers (The Only Instruments). There are quotes from Klezmer music and Yiddish songs. We hear train sounds, a grim March of Suitcase, shoes and coats and several songs.

Song I is about fear. Song II about children’s furniture that no longer inspires trust, and Song III about being locked in a dark closet. A closet so small there is only room for one leg. All three songs are filled with immense fear and darkness and death (“bei den Toten ist mein Haus und in der Finsternis is mein Bett gemacht”).

The fourth and final song (The End. What really happened) is based on the eyewitness report by Marek Rudnicki, which was published in the Polish Tygodnik Powszechny in 1988.

Kinderdinge is a concert version of Söll’s earlier piece of musical theatre Ach und Requiem from 1994/1995, which in turn was preceded by Little Requiem composed in 1991.

Korczak Söll

Burkhardt Söll

What interested me was why Söll wrote a piece of musical theatre on Korczak? Where did his interest in the fate of the old doctor and his children come from? Is it at all possible to tell his story in music? These questions were enough reason to visit the composer in Leiden where he has lived since 1977.

Burkhardt Söll was born in Marienberg in 1944. His mother was Jewish. During his first violin lessons, which he took from his aunts, he was allowed to play klezmer music by the one, but not by the other!

Söll studied viola with the famous Rudolf Kolisch. Already in school he composed for the school orchestra. He continued his training at the Hochschule der Künste in Berlin where he studied composition with Boris Blacher and Paul Dessau and painting with Horst Antes. Afterwards, he was the assistant of Bruno Maderna and later of Otmar Suitner at the Berlin Staatsoper Unter den Linden.

 

Korczak Söll zelfportret

Burhardt Söll self portrait

In the seventies Söll took part in a research project on children’s aesthetics. He developed a teaching strategy combining music composition with painting. In 1985 he was appointed as a teacher at the Utrecht School of the Arts. His paintings were exhibited in Berlin, Frankfurt, Paris, The Hague, and other places.

korczak king Matt

Söll has known Janusz Korczak and his books since his early childhood. Krol Macius I (King Matt the First) is still his favourite book. The life of the old doctor has always fascinated him: someone who put his life at the service of (orphan) children and remained faithful to his own ideals until death.

Reinhart Büttner’s designs for black and misshapen children furniture inspired Söll to write his piece of musical theatre. Ach und Requiem was performed only once in 1995, but luckily a recording exists. It is a shame the textbook, with a Jewish child playing the violin on its cover, is almost illegible. The letters are too small, and the colour combination (dark brown and light blue) makes it even harder to read.

Fragments can be listened to here:

https://www.muziekweb.nl/Link/AEX1367/Kinderdinge-music-for-Korczak-and-his-children

*Taken from the Dutch novella by Karlijn Stoffels We hadden vogels kunnen zijn,  inspired by a song by Itzhak Katzenelson Dos Kelbl written in the Warsaw Ghetto after the death of his wife and children.  The song became a global hit in the sixties under the tile Donna, donna.

English translation: Remko Jas

Original Dutch: “ZIJ HADDEN VOGELS KUNNEN ZIJN” *

Burkhardt Söll
Kinderdinge
Music for Korczak and his children
Djoke Winkler Prins (soprano),
Mary Oliver (viola), Alison McRae (cello), Huub van de Velde (double-bass), Jörgen van Rijen (trombone),Wilbert Grootenboer (percussion), Dil Engelhard (flute), Jan Jansen (clarinet), Henri Bok (saxophone)
Conductor: Peter Stamm
BVHAAST CD 9703

HINDEMITH: Das Marienleben

Hindemith Marienleben

Paul Hindemith is in juni 1922 begonnen met het componeren van Das Marienleben , een liederencyclus naar de gedichten van Rainer Maria Rilke. Makkelijk ging het niet. In 1923, toen hij er eenmaal mee klaar was verzuchtte hij: “Das war nicht leicht zu machen”.

Hij was dan ook alles behalve tevreden en reviseerde het werk maar liefst drie keer: in 1936/37, 1941/42 en in 1945. De derde versie werd in 1948 gepubliceerd, maar daarmee kwam nog geen einde aan bewerkingen: vier van de liederen heeft hij al in 1939 georkestreerd en in 1959 heeft hij er nog twee aan toegevoegd.

De georkestreerde versie hoor ik persoonlijk het liefst (kent u de opname door Karita Mattila op Finlandia?)


maar er valt ontegenzeggelijk niet te ontkennen dat de allereerste versie, zo moeizaam tot stand gekomen in 1923 de voorkeur verdient. Die is ongepolijst en klinkt alles behalve volmaakt waardoor de teksten van Rilke meer recht wordt gedaan. Denk ik. Het is ook de eerste versie die het vaakst wordt uitgevoerd. Als, überhaupt, want Hindemiths partituur stelt enorm hoge eisen aan de uitvoerenden.

Het is ook de 1923-versie die de sopraan Juliane Banse en de pianist Martin Helmchen in september 2017 voor Alpha classics hebben opgenomen.

En het moet het moet gezegd worden: zowel de sopraan als de pianist maken een onvergetelijke indruk op de luisteraar.

Juliane Banse met haar stralende, lyrische sopraan, een enorme tekstbegrip en een zowat volmaakte interpretatie. Martin Helmchen heeft de ‘taal’ van Hindemith in zijn vingers waardoor zelfs de dissonanten hier behoorlijk klassiek klinken.


PAUL HINDEMITH
Das Marienleben op. 27 (versie 1923)
Juliane Banse (sopraan), Martin Helmchen (piano)
Alpha 398

 

 

The Turn of the Screw

Turn of the screw

Het is niet makkelijk om een operaproductie goed over te laten komen op de televisie. Vaak heb je de indruk dat je iets mist want er is te ver weg gefilmd, te veel aandacht gaat naar de (overbodige) details, om van de eigenzinnigheden die de tv-regisseurs zich de laatste tijd veroorloven niet te spreken. Dat het ook goed kan bewijst Vincent Bataillon met de in 2001 in Aix-en-Provence opgenomen voorstelling van The Turn of the Screw.

De recensies waren niet echt enthousiast en dat kan ik mij goed voorstellen. Op de grote bühne kan het spaarzaam decor van Richard Peduzzi: een enkel stoel, een hobbelpaard, een maquette van het slot een nogal kale indruk maken.

Op het kleine scherm echter wordt alles uitvergroot en als in een (griezel)film tot de juiste proporties gebracht. Ook de mimiek en de kleine gebaren van de hoofdpersonen komen zeer filmisch over en men kan de personenregie en mise-en-scène van Luc Bondy alleen maar bewonderen.

Er wordt goed tot zeer goed gezongen. Mireille Delunsch is een zeer indrukwekkende gouvernante en Marlin Miller is zeer overtuigend als een beetje karikaturaal neergezette Quint.

Daniel Harding doet wonderen met het orkest waardoor het ‘aandraaien van de schroef’  niet alleen in de intermezzi duidelijk voelbaar is.

BenjaminBritten
The Turn of the Screw
Mireille Delunsch, Marlin Miller, Olivier Dumait, Gregory Monk, Marie McLaughlin, Hanna Schaer, Nazan Fikret
Mahler Chamber Orchestra olv Daniel Harding
Regie: Luc Bondy
Bel Air Classiques BAC008

ALTUS. From castrato to countertenor

Altus

Drie cd’s gevuld met alleen maar countertenoren (en één castraat), is dat niet iets te veel van het goede? Niet dus. Het is een prachtige bloemlezing, die laat zien hoezeer de techniek van falsetto zingen is veranderd.

Sommige van de zangers klinken erg gedateerd (James Bowman), sommige nog steeds verrassend fris (René Jacobs, Paul Esswood), maar met de hedendaagse sterren (David Daniels, Philippe Jaroussky of Lawrence Zazzo)  kunnen ze niet concurreren.

Ook de begeleiding heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van het valse, amateuristisch aandoende doorzagen, zuchten en steunen zijn ze tot sprankelende, muzikale en professioneel volmaakt spelende ensembles geworden.

Het gezongen repertoire is zeer verrassend, want naast de geijkte countertenorstof (oude muziek, Britten) valt ook een riedeltje van o.a. Schubert, Bellini en Berlioz te horen. Vooral ‘Sur les lagunes’ (Les nuits d’été) van de laatste, zeer sensitief gezongen door David Daniels, is een juweeltje.

Alfred Deller, de oudgediende en pionier in het stemvak ontroert met de gevoelig gezongen ‘Greenleaves’.

Maar ook de ‘Silent Night’ ontbreekt er niet, prachtig vertolkt door de in de jaren negentig immens populaire (en door mij zeer geliefde) Derek Lee Ragin.

De volgorde van de zangers en gezongen werken is volstrekt willekeurig, en met het voorkantje wordt duidelijk op een bepaalde bevolkingsgroep gemikt.


Altus. From castrato to countertenor
Brian Asawa, James Bowman, Max Emanuel Cencic, Michael Chance, David Daniels, Alfred Deller, René Jacobs, Philippe Jarousky, Andreas Scholl, Lawrence Zazzo e.a.
Erato 23547629 (3 cd’s)