opera/operette/liederenrecitals

Basia con fuoco’s Top tien 2020

Het blijft een hels karwei om de mooiste en de beste tien cd’s van het jaar te kiezen. Ten eerste: ook een recensent is maar een mens en gaat meestal subjectief te werk. Al doe ik werkelijk mijn best om objectief te blijven. Ook het aanbod is enorm, nog steeds, al moet je het nog maar zelden van ‘majors’, de grote labels hebben. En toch: dit jaar hebben ‘ze’ ook mij verrast met een paar gewaagde uitgaven.

Ik moet ook toegeven: niet alles heb ik beluisterd en dat speet mij zeer. Er liggen nog een heleboel cd’s die ik had moeten beluisteren en er niet aan toe kwam. Wie weet, waren ze ook op mijn lijst gekomen?Er zijn ook cd’s die ik al beluisterd had en ze schitterend bevonden maar door omstandigheden nog niet aan toe kwam om er over te schijven. Die titels hebben jullie nog te goed.

Het lijstje is opgesteld in alfabetische volgorde naar de componist, uitvoerende of de titel.

1. Thomas Àdes

Ades picos

De voorliggende opname werd in Boston in 2016 live gemaakt en ik kan mij niet voorstellen dat er een betere uitvoering mogelijk is.

https://basiaconfuoco.com/2020/03/21/thomas-ades-door-thomas-ades-beter-krijgt-u-het-niet/

In English:

https://basiaconfuoco.com/2020/11/26/thomas-ades-by-thomas-ades-you-cant-get-it-any-better/

2. Samuel Barber: Vanessa

Vanessa dvd

De productie die in Glyndebourne in 2018 voor dvd werd opgenomen kan ik niet anders dan als een absolute top beschouwen

https://basiaconfuoco.com/2020/01/20/barbers-vanessa-uit-glyndebourne-beter-bestaat-niet/

3. Frederic Chopin: piano concerto’s

Chopin Grosvenor

Waar hij het vandaan haalt weet ik niet, maar zijn spel maakt dat het voelt alsof ik de concerten voor het eerst hoor, terwijl ik ze eigenlijk kan dromen.

https://basiaconfuoco.com/2020/03/19/verfrissenede-chopin-door-benjamin-grosvenor/

4. Haydn: Scottish songs

CD

Ik moet eerlijk bekennen: toen ik die cd in mijn speler duwde hoopte ik dat ik het zou overleven. De verrassing – en dat plezier – kon niet groter zijn geweest. Wat een cd!

https://basiaconfuoco.com/2020/04/05/the-poker-club-band-zingt-haydn-wat-een-cd/

5. Walter Kaufmann: Chamberworks

Nee, het is niet zo dat je meteen aan Ravi Shankar moet denken, maar de Indiase invloed is onmiskenbaar. En dat, terwijl je overduidelijk met de westerse muziek uit de jaren twintig/dertig te maken hebt.

https://basiaconfuoco.com/2020/10/29/walter-kaufmann-bombay-meets-berlin/

In English:

https://basiaconfuoco.com/2020/11/08/discovering-walter-kaufmann-when-bombay-meets-berlin/

6. Nikolai Medtner: Incantation

Medtner zingen is niet makkelijk! Dat komt door de complexiteit van de muziek. De pianopartij is nadrukkelijk aanwezig en dat terwijl zanglijnen voornamelijk lyrisch en ingetogen zijn en dat is wat de muziek van Medtner aantrekkelijk én uitdagend maakt.

https://basiaconfuoco.com/2020/12/01/nikolai-medtner-een-malle-sentimentalist/

In English:

https://basiaconfuoco.com/2020/12/21/nikolai-medtner-a-silly-sentimentalist/

7. Poulenc en Français: kamermuziek

Neem alleen de fluitsonate van Poulenc, als je daar niet blij van wordt dan weet ik het niet. […] Dat ze ontzettend veel plezier hebben in hun spel is nogal wiedes en dat plezier geven ze door aan de luisteraars. Heerlijke cd!

https://basiaconfuoco.com/2020/11/02/kamermuziekwerken-van-francaix-en-poulenc-muziek-om-blij-van-te-worden/

8. Regards sur l’Infin

De Amerikaanse, in Nederland wonende Katharine Dain beschikt over een heldere sopraan en haar voordracht is niet alleen zeer expressief maar ook warm. In haar uitvoering zijn al de liederen niets minder dan kleine drama’s. Drama’s die passen in een afgesloten kamer die je voorlopig niet mag verlaten en waar geen buiten bestaat.

https://basiaconfuoco.com/2020/12/22/regards-sur-linfini-een-les-in-loslaten/

9. Vincerò!

Beczala Vincero

Beczala benadert zijn helden emotioneel en schuwt het sentiment niet, want niet inhoudt dat hij schmiert.

https://basiaconfuoco.com/2020/06/08/piotr-beczala-en-zijn-nieuwe-helden/

In English:

https://basiaconfuoco.com/2020/08/11/piotr-beczala-and-his-new-heroes/

10. Marcel Worms: Pianoworks by Jewish composers

Worms pianowerkem

Waar ik wel kapot van ben is het onweerstaanbare spel van de pianist. Marcel Worms speelt alsof zijn leven er van afhangt. Vol overtuiging en een echt pianistiek elan.

https://basiaconfuoco.com/2020/06/22/marcel-worms-ontfermt-zich-over-pianowerken-van-joodse-componisten/

In English:

https://basiaconfuoco.com/2020/07/12/marcel-worms-takes-care-of-piano-works-by-jewish-composers/

Een jongeling is een volwassen man geworden: Thomas Quasthoff en Die Schöne Müllerin

“1 meter 34 groot, korte armen, zeven vingers – vier rechts, drie links -, groot vrij goed gevormd hoofd, bruine ogen, prominente lippen. Beroep: zanger”. Zover Thomas Quasthoff over Thomas Quasthoff. Nee, gevoel voor humor kan je hem niet ontzeggen. Ook het vermogen om te relativeren, of een buitengewone intelligentie en een enorme muzikaliteit. Maar het allerbelangrijkste is zijn stem: donker, warm en fluwelig, waarmee hij met gemak de allergrootste zalen ter wereld kan vullen.

Nooit vergeet ik de eerste keer dat ik hem live hoorde, een jaar of 24 geleden. Ik kende zijn cd met liederen van Loewe dat net uit was (EMI, thans niet meer in de handel) en waar ik meer dan kapot van was. Ik wist, dat hij een softenonkind was en toch schrok ik toen hij waggelend het podium betrad. Hij klom op een stoeltje en toen gebeurde het. Zodra hij begon te zingen vergat ik alles en kon de hele wereld mij gestolen worden. Zijn stem was zeer groot, te groot voor de Kleine Zaal, en van een ongekende schoonheid. Ik wentelde mij in zijn geluid. Het voelde als een warm bad: vertrouwd en lekker.

Als toegift zong hij een aria uit….(?) en dat deed mij pijn. Want; welke rollen zou hij kunnen zingen, vooropgesteld dat hij überhaupt een operabühne zou kunnen betreden? Rigoletto was uiteraard te wrang. En ik mijmerde over een operazanger die ons ontnomen werd voordat hij überhaupt begon

Maar wat heb ik me toen vergist! Quasthoff bewees eens te meer dat zijn doorzettingsvermogen en zijn wilskracht groter dan groot zijn, en is inderdaad opera gaan zingen. In het theater. Ik denk nog steeds aan zijn Amfortas in de Wiener Staatsoper.

Maar hij bleef voornamelijk liederen zingen. In 2005 had hij zijn interpretatie van de Die Schöne Müllerin vastgelegd, een cyclus die hij al sinds het begin van zijn carrière op het repertoire had staan. Best jammer dat hij het niet eerder had opgenomen, het zou fascinerend kunnen zijn om te vergelijken in hoeverre zijn visie op Schuberts verklanking van Müllers gedichten is veranderd.

In 2005 was Quasthoff geen naïeve jongeling meer. Hij was toen al veertig en had en grote zangcarrière en daarmee gepaarde successen achter de rug. Zou hij nu anders kijken tegen de eerste verliefdheid? Jaloezie? Liefdesverdriet? Daar komen we niet achter.

In en interview met Thomas Voigt zei hij dat hij veel meer wilde dan alleen maar een mooi geluid maken. Hij wilde alle kleuren gebruiken die zijn stem ter beschikking had om de inhoud van gezongen teksten te kunnen duiden. Want: hoe kan je recht doen aan een tekst dat over helse jaloezie gaat als je alleen maar mooi zingt?

En opnieuw vraag ik me af of zijn zingen vroeger meer ingetogen was? Hoe hij ‘Der Müller und der Bach’ destijds had gezongen? Verstilder wellicht? Zo jammer dat ik het niet kan vergelijken met de, met zijn volle stem gezongen versie van nu.

Ik zet die cd nogmaals op en luister naar het verhaal dat hij mij wil vertellen. In zijn interpretatie bestaat de cyclus uit minidrama’s, in een keurslijf van een liedcyclus gegoten. Geen kamermuziek meer, maar een opera. Weliswaar één in een miniatuurformaat, maar toch. Een jongeling is een volwassen man geworden. En die zelfmoord aan het eind, ach, misschien komt hij tot bezinning en doet hij het niet? Als je ouder wordt weet je dat alles ooit overgaat. Ook het allergrootste liefdesverdriet.

 

Nikolai Medtner: een ‘malle sentimentalist’?

 

Nikolai Medtner. Voor veel muziekliefhebbers niet meer dan een naam in de muziekgeschiedenisboeken. Op de pianisten wellicht na, want Medtner kunnen ze niet negeren. Alleen al omdat hij zulke mooie stukken voor het instrument heeft geschreven, die je meteen aan Rachmaninoff doen denken en die willen ze graag op hun repertoire zetten. En daar is dus de hond begraven. Want Rachmaninoff, daar kan toch niemand aan tippen?

Medtner wel. Zijn stukken zijn niet minder virtuoos. En vergeet zijn onvervalste sentiment die ik zelf liever nostalgie noem. Al noemde Medtner zichzelf een ‘malle sentimentalist’. Maar hij had veel meer in zijn mars. Denk alleen aan zijn liederen, hij heeft er maar liefst 107 gecomponeerd! Honderd en zeven! Waarom horen we ze niet? En waarom niet? Omdat we eenkennig zijn?

Gelukkig bestaan er nog artiesten die verder (willen) gaan dan de gebruikelijke Schuberts, Straussen en Schumanns. Daar is Ekaterina Levental is er één van. Prachtige zangeres, harpiste, actrice en performer die verder gaat. Niet dat zij het geijkte repertoire schuwt, maar zij laat haar vleugels uitslaan en kijkt voorbij de horizon. Samen met de pianist Frank Peters ontfermde zij zich over de liederen van Medtner: het is de bedoeling dat ze al zijn liederen op de cd gaan zetten. Hulde!

De eerste, getiteld Incantation, is net verschenen. De liederen, naar de teksten van Lermontov, Poesjkin, Tjoettsjev en Fet zijn gecomponeerd in het eerste decennium van de vorige eeuw en, hoe kan het anders, ze gaan over de liefde. De onbeantwoorde liefde, de liefde die voorbij is, de pijn die de liefde kan doen.. Noem mij maar een jerk, maar daar kan ik dus echt om janken. Niet alleen om die prachtige liederen maar voornamelijk om die tijd die voorbij is. Al zijn er sprankjes aan de horizon dat het weer wel mag. Het sentiment. Het gevoel.

Maar vergis je niet: Medtner zingen is niet makkelijk! Dat komt door de complexiteit van de muziek. Pianopartij is nadrukkelijk aanwezig en dat terwijl zanglijnen voornamelijk lyrisch en ingetogen zijn en dat is wat de muziek van Medtner aantrekkelijk én uitdagend maakt. Beide artiesten kweten zich voortreffelijk van hun taak.

Met spanning wacht ik het vervolg af. En zo lang het duurt blijft deze cd in mijn cd-speler.


Medtner: Incantation – Complete Songs Volume 1
Ekaterina Levental (mezzosopraan), Frank Peters (piano)
Brilliant Classics 96056

 

Roberta Alexander op haar ontroerendst

In 1998 was Roberta Alexander vijftien jaar exclusief verbonden aan het Nederlandse label Et’cetera en dat moest uitbundig gevierd worden. Daar hoorde, uiteraard, ook een mooi cadeau ebij. Een cadeau voor Roberta, maar ook (of voornamelijk) voor ons, de muziekliefhebbers en haar grote fans.

Het idee achter de cd kwam van Alexander zelf. Zij verzamelde liederen die haar moeder, ook Roberta Alexander en zelf een gevierde zangeres op haar recitals placht te zingen. De dochter stond voor een onmogelijke taak: welke liederen wel en welke niet? Nee, niet makkelijk.

De meeste liederen behoren tot het ‘lichtere genre’: encores, spirituals en arrangementen van folksongs en de meeste componisten, op een enkele na, waren toen vrijwel onbekend. De grootste verrassing voor mij was Richard Hageman. Een Leeuwarder van geboorte, die in Amerika een groot succes boekte als componist (zijn opera Caponsacchi werd in 1937 in de Metropolitan Opera in New York uitgevoerd), dirigent en begeleider. De door hem gecomponeerde ‘Do not go, my love’ op gedicht van Rabindrath Tagore behoort tot de allermooiste liederen op deze cd en dat terwijl ze allemaal prachtig zijn!

Eigenlijk hoor je deze cd in je eentje (of alleen met je geliefde) te beluisteren, met een kaars aan, een glas rode wijn in de hand en de ogen dicht. Roberta Alexander creëert een zeer intieme sfeer, zij zingt met ingehouden emoties. Ontroerend.

Brian Masuda, haar partner op de piano, doet er aan mee waardoor de luisteraar gewoon betoverd wordt. Deze cd gaat mee naar een onbewoond eiland.

Omdat het een jubileum was, heeft Et’cetera nog een cadeautje eraan toegevoegd: een cd met de hoogtepunten van de samenwerking tussen de zangeres en haar label: Roberta Alexander … a retrospective.

Ik hoop echt dat deze cd nog in de handel is!

https://music.youtube.com/playlist?list=OLAK5uy_nyQxO_l_M1lHQnhjpTNh3DLYhaFVWBulQ

Songs my mother taught me
Roberta Aleksander (sopraan), Brian Masuda (piano)

Roberta Alexander zingt Leonard Bernstein

Aantrekkelijke Königskinder uit Zürich op Bluray

Tekst Peter Franken

In 2010 was in Zürich een uitstekende productie van Humperdincks grote sprookjesopera Köningskinder te zien. Deze werd door Decca in 2012 op Bluray uitgebracht, tijd voor een terugblik.

Sprookjes zijn het schoolvoorbeeld van verhalen met een happy ending: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Meestal gaat er wel het verscheiden van een slechterik aan vooraf maar voor de hoofdpersonen loopt alles goed af, en zo hoort het natuurlijk ook.

Anders is het gesteld met het verhaal dat Ernst Rosmer (pseudoniem voor Elsa Bernstein) rond 1890 schreef over een koningszoon die de wijde wereld intrekt en in een ganzenhoedstertje zijn gedroomde koningin gevonden meent te hebben. Zij is een weeskind dat is geadopteerd door een heks die haar door een toverspreuk gebonden houdt aan haar omgeving en de tijd verdrijft met het hoeden van een troep ganzen. De ronddolende koningszoon is het dwingende hofleven beu en op zoek naar zijn eigen identiteit.

Er zit veel van Siegfried in deze figuur, denk aan zijn ‘monologue intérieur’ tijdens de tweede akte van de gelijknamige opera, maar ook van Walther in Die Meistersinger von Nürnberg. Beiden vervullen op hun eigen wijze de rol van buitenbeentje in de handeling.

Opvallend is echter dat die associatie met genoemde opera’s ook muzikaal vorm heeft gekregen. Het gaat te ver om te zeggen dat Humperdinck op zijn beroemde voorganger heeft geleund, maar door hem geïnspireerd is hij zeker. Het meest opvallende aan de muziek van dit doorgecomponeerde werk is echter de vloeiende stijl. De opening doet denken aan het begin van een avonturenfilm met iemand als Errol Flynn en dat filmische karakter blijkt een kenmerk van het gehele werk. Humperdinck had het helemaal kunnen maken in het Hollywood van de jaren ’30.

 

                              Isabel Rey en Jonas Kaufmann © Susanne Schwiertz

De jonge koningszoon en het prille tienermeisje voelen zich direct sterk tot elkaar aangetrokken. Hij wil haar een gouden kroontje opzetten, zij heeft liever haar eigen bladerenkrans. Er volgt een stoeipartijtje waarbij de krans scheurt; we hoeven niet op Freud te wachten voordat de seksuele symboliek zijn intrede doet binnen de gevestigde orde. Als ze met hem mee wil gaan, houdt de toverspreuk haar tegen. Hij ziet dat als het verbreken van een belofte en loopt boos weg.

In het stadje met de symbolische naam Hellabrunn probeert de koningszoon zich door de bevolking herkend te laten worden als de nieuwe koning. Zij zien in hem echter slechts een charlatan. Als de in het kielzog van de Spielmann opgedoken ganzenhoedster met zijn achtergelaten kroon komt aanzetten, als bewijs dat hij echt de zoon van de inmiddels overleden koning is, worden ze beiden door een woedende menigte verdreven.

Vervolgens gaat het bergafwaarts in Hellabrunn. De heks wordt verbrand maar dat helpt niet. De kinderen verwijten hun ouders die jongelui weggejaagd te hebben. Het waren volgens hen de echte Königskinder. We treffen die twee later in een scène die doet denken aan Siegmund en de uitgeputte Sieglinde einde tweede akte Walküre. Ze kopen een brood dat nog uit het huis van de heks afkomstig is. Het is vergiftigd waardoor beiden sterven.

Regisseur Jens Daniel Herzog heeft gekozen voor een toneelbeeld dat enerzijds vrij modern aandoet maar anderzijds met name door de kostumering een beeld van vroeger oproept. Het decor bestaat uit een grote hal die in de eerste akte dienstdoet als broeikas waarin de heks haar bijzondere planten kweekt. Tegelijkertijd is het de besloten ruimte die de ganzenhoedster niet kan verlaten. Diezelfde hal fungeert in de tweede akte als fastfood restaurant en dorpsplein. In de derde akte toont het als een desolate gevandaliseerde Turnhalle annex besneeuwde buitenruimte.

Mezzosopraan Liliana Nikiteanu is een genot als de spreekwoordelijke boze heks, die om onbekende redenen een giftig brood bakt dat altijd vers en knapperig zal blijven, een soort MacGuffin al duurt het tot aan het einde voor het weer opduikt en de dood van de Königskinder veroorzaakt. De tweede mezzo Anja Schlosser haalt alles uit haar rol als hedonistische herbergiersdochter die de koningszoon probeert te versieren. Hiermee wordt vermoedelijk getoond waartoe het koningsloze rijk in moreel opzicht is vervallen.

Bariton Oliver Widmer excelleert als Der Spielmann. Van alle bijrollen heeft hij de mooiste muziek en die weet Widmer uitstekend over het voetlicht te brengen. De bijrollen van houthakker en bezembinder zijn in goede handen bij respectievelijk Reinhard Mayr en Boguslaw Bidzinski. Koor en kinderkoor leveren goede vocale prestaties met een opvallend zeker solo optreden van Marie-Thérèse Albert als het dochtertje van de bezembinder.

Isabel Rey kan ik me nog herinneren als Susanna in de Nozze di Figaro uit 1994 bij DNO. Ze weet zich goed te verplaatsen in de rol van het jonge meisje dat nog maar kort geleden vrouw is geworden en daar uiting aan wil geven door op zoek te gaan naar andere mensen. Vocaal is ze uitstekend opgewassen tegen de lange en bij vlagen veeleisende partij. Een goede casting al had Herzog haar een fractie meisjesachtiger kunnen doen lijken. Een afdeling kap en grime heb je niet voor niets.

De grote ster van deze opname is Jonas Kaufmann, in absolute Hochform. Alleen al om hem is deze Bluray een aanbeveling waard, overigens de eerste video opname van dit werk. Hij oogt voldoende jongensachtig om een weggelopen tiener neer te zetten die aan zijn gouden kooi is ontsnapt. En als hij dat kan, waarom kan dat ganzenhoedstertje dan niet ook gewoon weglopen met hem? Toverij is flauwekul, dat vindt de Spielmann overigens ook. Je moet het zelf willen en durven, dan lukt het vanzelf.

Het koor en orkest van Opernhaus Zürich staan onder leiding van Ingo Metzmacher die zich de partituur zeer goed eigen gemaakt lijkt te hebben. Zijn Humperdinck is een waar pleidooi voor dit onderbelichte werk. Het is geen potentiële kindervoorstelling zoals het zeer veel gespeelde Hänsel und Gretel maar voor liefhebbers van het laat romantische Duitse operarepertoire een absolute must.

 

 

Tussen goden en demonen: George London

En nu wil ik het even over George London hebben.  Geboren als George Burnstein in mei 1920 in Montreal in de familie van Russisch-Joodse emigranten. Hij groeide op in Los Angeles en zijn carrière begon hij begin jaren veertig als lid van het ‘Bel-Canto Trio’, met als de andere twee leden de sopraan Frances Yeend en … Mario Lanza.

    met Mario Lanza

London was de allereerste Amerikaan die Boris Godunov (in het Russisch!) in het Bolshoi in Moskou heeft gezongen en werd beschouwd als één van de beste Wotans/Wanderers van zijn tijd. Ook zijn Scarpia was al bij zijn leven legendarisch.

George London (in een perfecte Russisch!) als Boris, opname uit een concert uit 1962

Behalve voor zijn Boris Godunov en Scarpia was London voornamelijk beroemd voor zijn Don Giovanni. Over zijn ‘Don Juan’ was iedereen het eens: als je zo veel seks uitstraalt, dan kan het demonisch worden. Iets om over na te denken. Bij mijn weten bestaat er geen complete beeldopname van die opera met hem. Des te meer kan ik iedereen het portret van de zanger aanbevelen dat een paar jaar geleden bij Arthaus Musik (101473) verscheen. De documentaire draagt de alleszeggende titel Between Gods and Demons.

Een jaar of tien geleden heeft het budgetlabel Walhall twee historische opnamen van Tannhäuser op cd’s heruitgebracht. Het betreft resp. de door Leopold Ludwig in 1949 in Berlijn geleide voorstelling (WLCD 0145) met Ludwig Suthaus (Tannhäuser), Martha Musial (Elisabeth) en een piepjonge Fischer-Dieskau (Wolfram); en een voorstelling uit de MET (WLCD 0095), in 1955 gedirigeerd door Rudolf Kempe, met op de weinig idiomatische Astrid Varnay als Elisabeth na, een keur aan de grootste zangers uit die tijd: Blanche Thebom, George London, Jerome Hines en Ramon Vinay.

George London zingt ‘O du mein holder Abendstern’:

Decca London

Maar hij was ook een echte entertainer, die de populaire muziek serieus nam: voor hem waren het allemaal ‘artificial art songs’. Op de cd On Broadway  (Decca 4808163) geeft hij ons een les in hoe je de muziek van musicalcomponisten Rogers, Kern en Loewe moet zingen.

Hieronder zingt London ‘f I loved you’ van Rogers and Hammerstein’s

Wagner krijgt u als bonus.

A few words about Andrzej Dobber

dobber

It’s not as if a big bag of Polish singers has been emptied above the world’s opera houses, but sometimes it seems like it. More and more Polish names are appearing on the world’s biggest stages. One of them, Andrzej Dobber, has now released his first (and perhaps last) solo CD.

There have always been many high-quality Polish performers in opera. Just think of the Reszke brothers, Rosa Raisa or Jan Kiepura. The dictatorship of the proletariat and the Iron Curtain after the Second World War, however, made it difficult (if not impossible) for them to perform and record outside the country’s borders. Only a few (Teresa Żylis-Gara, Teresa Kubiak, Wiesław Ochman, Barnard Ładysz) managed to make it abroad as well. Most, however, remained unknown.

Times change. Without difficulty, we can now list the names of Ewa Podleś, Piotr Beczała, Mariusz Kwiecień, Tomasz Konieczny, Artur Rucinski, Agnes Zwierko and Aleksandra Kurzak. And in addition to these international stars, one might almost forget that there are many other great Polish singers. Andrzej Dobber for example, is one of the most popular Verdi baritones of the moment and a welcome guest in Amsterdam.

Why is Dobber less of a star than his more famous compatriots? Maybe he is not being promoted enough or the record companies don’t market him well enough. What may also play a role is that he does not come across as a charismatic ‘teddy bear’ nor does the term ‘barihunk’ apply to Dobber.

But what Dobber does have is a very solid and reliable lyrical-dramatic voice, with a warm timbre with “squillo” and carefully dosed emotional outbursts. That is no small thing, especially when you add his above average acting ability.

A few years ago, the Polish label DUX released Dobber’s very first solo CD, with no less than 10 different arias. The result is good, but it could have been better.

Dobber’s messa di voce is certainly admirable and his legato arches just couldn’t be prettier. The way he knows how to connect all the notes together is simply exemplary, so it is very pleasant to listen to him. But, is it just me, or does his voice often seem a bit tired? I find his Posa (Don Carlo) a bit flat and uninspired. All the notes are there, certainly, but I miss the nuance and certainly the drama and sometimes his accentuation in ‘Di provenza il mar’ (La Traviata) frankly sounds weird to me.

It may also be the fault of conductor Antoni Wit. His tempi are sometimes exasperatingly slow, literally pulling the music apart. Very unfortunate, because many of Dobber’s interpretations are certainly there. His ‘Cortigiani, vil razza dannata’ from Rigoletto, for instance, is touchingly beautiful despite the fact that Wit is entirely adrift causing Dobber to run out of breath. It is no wonder that Dobber is considered one of the greatest Rigoletto interpreters!

Place de l’Opera once wrote about his Antoni in Berlin:

Rigoletto is Andrzej Dobber’s role. He must be famous, because he is so good. His ‘Pari siamo’ was super and his ‘Cortigiani’ astonishing, and in the closing scenes he managed to win me over completely. A great performance”.

Veelbesproken Rigoletto valt alleszins mee

Andrzej Dobber, Olesya Golovneva and Bastiaan Everink (Monterone) in ‘Sì, vendetta, tremtremenda vendetta’ from Rigoletto from Deutsche Oper in Berlin.

His interpretation of ‘Perfidi! All’anglo’ (Macbeth) is almost perfect. Here his voice sounds threatening and compelling, worthy of a tyrant, but one not void of weakness.  Boris’s death scene, (Boris Godunov) is in good hands with him.

Dobber is at his very best in Moniuszko, which in this case may also be due to the conductor. Here Wit is completely in place and he shows himself to be a true advocate of the music of one of his most famous compatriots. So, he can do it.

In a conversation on Polish TV, Dobber talked about the laborious process of creating the recording. Because it was his first CD, he wanted it to be his calling card. That’s why he chose a range of different arias, starting with Verdi and the Slavic repertoire and ending with Wagner.

It is his first but also his last, he says, because he found the process of preparing and recording too tiring. I sincerely hope he will change his mind and treat us to a sequel. Preferably with a different conductor and with a different producer!

Andrzej Dobber with Aleksandra Kurzak in ‘Or imponete…Morro’! la mia memoria… from La Traviata :

Translation: Douglas Nasrawi

Andrzej Dobber
Arias of Verdi, Borodin, Moniuszko, Tschaikovsky, Mussorgsky and Wagner
Warsaw Philharmonic Orchestra conducted by Antoni Wit
Dux 0959

Beentjes’ Infinity klinkt als uit een vorig tijdperk

https://www.voordekunst.nl/images/project-story/media/9w/Gi/9wGipxG1n3fAj4Dp.png

Recent werd ik gewezen op het album Infinity dat George Beentjes drie jaar geleden in eigen beheer uitbracht. Het omvat een negental liederen en gedichten uit de romantiek, getoonzet door componist Beentjes die sopraan Christy Luth zelf begeleidt op de piano.

Ik heb de cd meerdere malen afgespeeld en in eerste aanleg vond ik het een wat merkwaardige ervaring, muziek die zo vertrouwd klinkt maar kennelijk pas kort geleden is geschreven. Je zou het eigenlijk aan een blinde test moeten onderwerpen en dan gissen welke componist ervoor verantwoordelijk is.

Aanvankelijk meende ik er wel wat Strauss in te herkennen maar gaandeweg moest ik vaststellen dat dit toch vooral bepaalde wendingen in de zanglijnen betreft. De pianobegeleiding heeft beslist een ander karakter, met name in ‘Abendlied’ van Matthias Claudius uit 1777 waarin de pianist met akkoorden strooit terwijl de melodie juist de meest Straussiaanse van de gehele cd is. Overigens is ‘Sehnsucht’ van Schiller mijn favoriete track op deze 25 minuten durende opname.

Beentjes heeft duidelijk een eigen stijl gevonden en bij elke keer afluisteren begon ik die steeds meer te waarderen. Naar aanleiding van een interview in Luister ben ik ook eens op zoek gegaan naar eerder materieel van deze mij onbekende componist. Op zijn eerste album Gobelin speelt hij solostukken voor piano die onbekommerd klinken als werk van Rachmaninov, uiteraard met de nodige luide passages. Voor Infinity heeft Beentjes gekozen voor de rol van de begeleider die bijna verstilde muziek ten gehore brengt. Alsof hij op kousenvoeten door de muzikale tuin loopt om zo min mogelijk inbreuk te maken op de sfeer die de door hem gekozen gedichten oproepen.

Door de trage tempi en de vaak hoge ligging maakt hij het zijn sopraan niet steeds even gemakkelijk. Ook hier een vergelijking met Strauss: die had er een handje van zijn tenoren op de proef te stellen. Luth moet geregeld uit haar comfort zone, zo meen ik te horen. Lang aangehouden zeer hoge passages liggen haar duidelijk minder dan het middenregister. Op een paar momenten klinkt de stem dun en geknepen, iets dat ik eerder de componist aanreken dan de zangeres. Dat blijkt duidelijk als we haar horen in ‘Nachts im Wald’, een lied dat met iets meer tempo wordt gebracht en een voor haar vriendelijker ligging heeft.

Deze cd is beslist de moeite van het beluisteren waard, vergeet de recente ontstaansdatum en onderga de muziek als een product van eind 19e eeuw. Dan komt alles het beste tot zijn recht.

De cd is te bestellen via www.georgebeentjes.com

Fritz Wunderlich as we did not know him yet

Wunderlich 20 eeuw

Fritz Wunderlich, tenor. Born September 1930. Died September 1966, thirty-six years old. What happened? We will never really find out. He was hunting with his best friend, the baritone Hermann Prey. They’ve been drinking. Officially he tripped over his shoelaces and fell down the stairs. That may be true, although the rumors and gossip about his death are very harsh. But: does it really matter? One of the best tenors in the world was, just like that, dead at the age of thirty-six.

Fritz Wunderlich and Hermann Prey sing Bizet’s Pearl Fishers duet, in German:

We, the ‘surviving relatives’, we can consider ourselves lucky, because he left us quite a few recordings. Lots of songs (his Dichterliebe is to cry, so beautiful!), but also operas. Lots of operas. More than you could imagine.

The first thing you notice when you listen to Wunderlich is its great naturalness and total lack of artificiality. His diction was clear but nowhere too emphatic – a flaw that most lieder singers of his generation were guilty of. He knew how to find a perfect balance between word and music and any form of mannerism is foreign to him. In many ways he remains the ideal interpreter of… of everything actually. Schubert, Schumann, Mahler… But also Rossini, Tchaikovsky and Puccini.

Fritz Wunderlich sings Lensky’s aria from Evegeny Onegin. The recording is from 1962

And then suddenly, just out of the blue we are surprised with a box with three CDs filled with previously unreleased recordings. At least not officially. That makes a little collector’s heart beat faster. And if it’s not enough: the CDs contain fragments of rarely performed pieces of music, all composed in the twentieth century. I imagined myself in a real candy store because I had not even heard of many of the composers.

Below, Wunderlich sings Günter Raphael’s Palmström Sonate:

No, it is not about forgotten masterpieces. I think so, because how can you judge a composer after hearing just one aria? The first CD, with Raphael, Neumayer, Bausznern and Helm, is actually nothing more than a cabinet of curiosities, but the Pfitzner (and Reutter) fragments on the second CD make me sit up straight and prick up my ears. Genius!

Below, Wunderlich sings ‘Der Abend’ from Hermann Reutter’s Triptychon:

When I arrive at the third CD I wonder why we were not allowed to hear the recordings before. Could the life course of some composers here have something to do with oblivion? Pfitzner was a Nazi. And so were Egk and Orff, two of four composers on the third CD as well. I don’t really want to think about that too long, because the fragments from Berg’s Wozzeck, recorded in 1956 in Württenburg, make me more than happy. Certainly also because of one of the greatest Wozzecks in history, the now almost completely forgotten baritone Toni Blankenheim.


FRITZ WUNDERLICH

Musik des 20.Jahrhunderts
Works by Günter Raphael, Fritz Neumeyer, Dietrich von Bausznern, Everett Helm, Heinrich Fleischner, Hans Pfitzner, Hermann Reutter, Igor Stravinsky, Carl Orff, Werner Egk, Alban Berg
SWR Classic SWR19075CD (3CDs)

English translation Frans Wentholt

Gerard Souzay. So we don’t forget him

Decca-Souzay-Liederkreis-op.-39

The in all respects beautiful baritone Gérard Souzay has made the big mistake to sing on for far too long. His last Philips recordings are unlistenable and with his hair dyed pitch black he looked rather pathetic. A great pity, because if you listen to his earlier recordings, you can only fall in love with him and his voice.

Souzay was without a doubt one of the greatest performers of French song and his Faurés and Ravels are a delight. But don’t underestimate his German lieder either! Listening to his recording of Schumann’s Liederkreis from 1965, one cannot escape the thought that this music should go like this, and not otherwise. Just listen to his ‘In der Fremde’; I want to bet you cannot escape the feeling of being displaced yourself.

Below Liederkreis:

His Dichterliebe is just as beautiful: with his light baritone and his sweet, sweet sound he makes you actually fall in love. The recording dates from 1953 and in addition to the cycle we get three separate Schumann songs, including an interpretation of ‘Nussbaum’, which moves me to tears:

In these recordings Souzay’s then regular accompanist Jacqueline Bonneau accompanies him. After 1954 she gave way to Dalton Baldwin (Bonneau did not like travelling). Souzay had a kind of musical marriage with Baldwin. Their collaboration guarantees ultimate beauty

Below is Dichterliebe: