opera/operette/liederenrecitals

Perzische gedichten over de geneugten van de wijn, door een Tsjechische Jood op muziek gezet

Ulmaan Matuszek

De Perzische dichter Hafiz heeft ook behoorlijk veel westerlingen beïnvloed. Zijn ghazels (korte gedichten die voornamelijk over liefde en wijn gaan) waren de inspiratiebron voor Goethe’s  West-östlichen Divan. Maar ook veel componisten hebben zijn gedichten op muziek gezet, onder anderen Karol Szymanowski en Victor Ullmann.

Ullmann componeerde zijn Liederbuch des Hafis in 1940. De heerlijk lichtvoetige, humoristische en lyrische liederen zijn een lust voor het oor en zouden een zeer aangename uitbreiding van het liedrepertoire kunnen zijn. Het kan bij mij dan ook niet in waarom ze niet vaker gezongen worden. Ullmann is tenslotte één van de grootste componisten van de twintigste eeuw en zo onbekend is hij toch ook niet meer?

In 1942 werd Ullmann naar Terezín (Theresienstadt) gedeporteerd. Hij schreef er veel van zijn belangrijkste werken, o.a. zijn derde strijkkwartet en de opera Der Kaiser von Atlantis. Uit die tijd stammen ook de liederen Der Mensch und sein Tag op.47 en de Drei Chinesische Lieder.

De Tsjechische bariton Petr Matuszek beschikt over een zeer fraai en warm timbre, hij zingt verstaanbaar en met veel gevoel. Zijn repertoire is zeer gevarieerd: behalve Schubert, Schumann, Brahms en Zelenka (!) zingt hij ook veel hedendaagse composities. Bovendien heeft hij zowat alle liederen van de ‘Theresienstadt componisten’ opgenomen.

Hij wordt uitstekend begeleid door Aleš Kanka op de piano en in het lied ‘Herbst’ (hier onterecht aangeplakt bij de cyclus Der Mensch und sein Tag) wordt hij bijgestaan door een strijktrio.


Victor Ullmann
Songs
Petr Matuszek bariton
Aleš Kanka piano, Pavel Eret viool, Libor Kanka altviool, Vladan Kocí cello
Supraphon SU 3284-2 231

Advertenties

Lady Rattle in 2004, when she was called Magdalena Kožená…

kozena

It all starts rather unfortunately. First of all, I forget about the time difference with England and call too early. One hour later I am told that she is not at home, and that I should try her on her mobile. The time is not right, she says, she’s in a museum, and besides, she didn’t know anything about the interview. So we make a new appointment right away.

Three times is a charm. This time she is at home and extremely friendly. First of all she wants to apologize, something must have gone wrong. It doesn’t matter, I say. These things happen. Her speaking voice resembles her singing voice: silvery, warm and quiet. Dark too, which sounds very attractive with that touch of a Czech accent.

First of all I would like to talk about her latest CD.

– Who chose the program?

“I did. DG wanted to make a CD with more instruments than just a piano. They proposed Il Tramonto by Respighi, the rest I have chosen. Yes, it sounds a bit melancholic, but I think it also has to do with the period, most of those compositions were written between the two world wars. The saddest music is that of Schulhoff, but he was also a tragic figure. A Jew, who died in a concentration camp. For me, his songs also have something of the Slavic melancholy.”

– On that CD you sing songs in five different languages, do you also speak them?

“More or less, yes. I learned Russian at school, I speak English and French fluently. My Italian is also good and I learned German when I lived in Vienna for a few years”.

– On your recordings, and there are quite a few of them, you sing music from Bach to Martinů, and from Gluck to Verdi. Also on stage?

Laughing: “Well, no. Certainly not Verdi. But it’s completely different when you put together a recital with opera arias. It is extremely difficult to bring so many different characters to life within 5 minutes, you need an entire opera to do that. That’s why, or so I think, you have to make it as varied as possible, otherwise it will be boring. The idea of Verdi came from Marc Minkowski. At first we even argued about it, but in the end he managed to convince me. He explained that this aria (by Eboli from Don Carlos) sounds like a Spanish folk song, and I think he was right.”

“Minkowski was the first great conductor I met, about seven years ago. He means a lot to me, he’s my music buddy. Nowadays we don’t see each other very often anymore, but in the beginning, we did 4 to 5 projects a year together. I learned a lot from him. When you are a beginner you try to sing as beautifully as possible. He taught me that music is so much more than just beauty.”

For a long time we talk about her Zerlina in Salzburg, two years ago, in 2002. I was there and say that I loved her but hated that production. And again she has to laugh: “I loved that production! When I was offered that role, I only accepted it because it was Salzburg. And Harnoncourt. Zerlina was always synonymous with a stupid blonde for me, but here she got a little more character.”

– Actually, I think your voice is very suitable for the French repertoire, especially Massenet. Do you ever intend to sing it on stage?

“I would love to, especially Cendrillon, but it is so rarely performed, even in France. Most people still like to see me in operas by Mozart and Händel.”

She lives in Paris, but is very rarely at home, the last year only 40 days. She usually meets her husband, a French baritone, somewhere on the road.

Does she think about children?

“I like the idea, but then I have to give up a lot of my life, especially when the children have to go to school”.

For the time being, she is full of plans.

 

Kozena Schulhoff

This is an extremely interesting CD with an unusual program. Uncommon, because apart from Ravel’s Chansons Madécasses and, perhaps also Respighi’s Il Tramonto, the rest is unknown to most listeners. All songs were composed in the first half of the last century in five different European countries, and radiate a strong melancholy and nostalgia.

The accompagnement is also exceptional, the songs are not only accompanied by the piano, but also by violin, string quartet, flute, cello and piano. Each and every one of them special compositions, sung by Kožena with great understanding of the text. I myself have a bit of trouble with her Russian, for me it is a bit over-articulated, but this is actually nit-picking.

In Il Tramonto I prefer to hear a darker and slightly more dramatic voice, but as she performs it is also possible. In her interpretation the piece gets something girly, with a different colour of sadness.

I consider the three songs by Schulhoff to be the undisputed highlight, they are three small masterpieces and it is to be hoped that Kožena will keep them in her repertoire.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzo-soprano),
Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (flute), Christoph Henschel (violin), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartet (DG 4715812)

Kozena Martinu

This made me silent. The melancholy of Dvořák, the typical rhythm of Janáček’s language, the idiosyncrasy of Martinů, all of which makes it impossible to disengage from all this.

What I find most interesting is the cycle Songs for a friend of my country from Martinů, which is having its album premiere here. Martinů composed it in 1940 in Aix-en-Provence, during his flight from the Nazis that would bring him to America, and it is dedicated to Edmond Charles-Roux. The cycle was only discovered in 1996. It is an immense asset to the song repertoire, but: who else sings it? Very moving.

Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kožená mezzo-soprano, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Franz Xaver was ook een Mozart!

Mozart Bonney

Wat een leuke verrassing! Heeft u ooit de liederen van Franz Xaver,  Mozarts jongste zoon gehoord? Sterker nog: wist u überhaupt, dat hij iets meer dan een pianoconcert had gecomponeerd? Ik zeker niet, wat me heel nieuwsgierig naar deze cd deed grijpen.

Het werd een zeer aangename kennismaking. De liederen halen het niveau van de grote Mozart niet wat helemaal niet erg is. Ik vind ze leuker dan leuk en wat mij betreft horen ze in het standaardrepertoire thuis.

https://basiaconfuoco.files.wordpress.com/2019/08/a4d92-65815092_446922695858596_2354159870906262509_n.jpg

Franz Xaver was nog maar een baby toen zijn vader stierf. Zijn moeder was vastbesloten om een beroemde musicus van hem te gaan maken, zodoende kreeg hij zijn eerste muzieklessen toen hij nog maar twee jaar oud was. Een curiositeit: onder zijn leraren bevond zich ook … Salieri.

De ontdekking van Franz Xavers liederen is aan Barbara Bonney te danken. Haar intuïtie volgend, is ze in de archieven en op het internet op zoek gegaan naar nog meer getalenteerde Mozarts.

In de  jaren 1990 – 2000 werd Bonney beschouwd als één van de mooiste lyrische sopranen van haar generatie, en daar was – en ben ik –  het mee ens. Haar timbre is zeer aangenaam en haar vertolking van de liederen van Mozart junior buitengewoon fraai. En al is haar uitspraak van het Duits een beetje vreemd, ach … Ik heb enorm genoten.


Franz Xaver Mozart
The other Mozart
Barbara Bonney (sopraan), Malcolm Martineau (piano)
Decca 4756936

Peter Gijsbertsen en Liesbeth Devos laten de liederen van Duparc opbloeien als nooit tevoren

Duparc

Soms kun je je niet aan het soort ‘wat als’ spelletje te onttrekken. Stel je voor, dat Henri Duparc niet geestesziek was geworden? Stel je voor dat hij niet bijna al zijn werken had vernietigd? Naar de niet meer dan veertigtal stukken na die het hebben overleefd is de wereld heel wat moois armer geworden. Onder de stukken dat hij vernietigde was ook Roussalka, een (incomplete) opera naar het gedicht van Poesjkin.

In een brief aan zijn goede vriend, de componist Jean Cras schreef hij: (ik citeer de Wikipedia):
Na 25 jaar in een prachtige droom te hebben geleefd, komt het hele idee van muzikale conceptie me – ik herhaal het voor je – walgelijk voor. De andere reden van deze vernietiging, die ik niet betreur, is de gehele morele transformatie welke God op me heeft uitgeoefend sinds mijn 20ste en die in een enkele minuut mijn hele afgelopen leven verlaten heeft. Vandaar, dat Roussalka (de opera) geen enkele verbinding met mijn nieuwe leven meer heeft en derhalve niet dient te bestaan.

Op zijn 36te was het gedaan met de muziek: Duparc hield op met het componeren en werd vrijwel vergeten. Het was pas in de jaren zestig dat zijn liederen werden ‘herontdekt’, maar het heeft nog langer geduurd eer ze gemeengoed werden.

Drie jaar geleden werden al zijn liederen door de Italiaans bas, Andrea Mastroni opgenomen. De cd droeg de titel Lamento en lamento was het. Zwaar, zwaarmoedig en om te huilen. Wat een verschil met de prachtige, met een echte Franse zwier gezongen interpretatie van Peter Gijsbertsen! Deze cd heeft als titel Extase gekregen en dat dekt de lading veel beter.

De liederen van de hypersensitieve Duparc kun je het beste met lichte penseel geschilderde watertekeningen vergelijken. Niet eens zo gek als je bedenkt dat zijn laatste levensjaren in het teken stonden van het schilderen van aquarellen. Zo zingt Gijsbertsen ze ook.

Wat ik ook zo mooi in de interpretatie van Gijsbertsen vind is zijn voortreffelijke maar nergens overheersende dictie. Je verstaat alles wat hij zingt maar de woorden, die heb je niet eens nodig om te weten waar het over gaat.

Een van mijn geliefde liederen van Duparc is het ‘Romance de Mignon’ en die neemt Liesbeth Devos voor haar rekening. Haar lichte, meisjesachtige timbre voelt buitengewoon prettig en past het lied als de handschoen. Ontroerend.

In ‘La Fuite’, een zeer sensueel lied naar de tekst van Théophile Gautier worden de beide zangers met elkaar verenigd, hun beider stemmen met elkaar verstrengeld. Zoals het bij geliefden gaat. Jozef de Beenhouwer maakt de ménage à trois compleet.


Henri Duparc
Extase – Complete Songs
Peter Gijsbertsen (tenor), Liesbeth Devos (sopraan), Jozef de Beenhouwer (piano)
Phaedra PH 292040

Duparc en de ondraagelijke zwaarheid van het bestaan

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodloot: De kinderen der Zee van Lodewijk Mortelmans

Peter Gijsbertsen zingt liederen van RICHARD STRAUSS

Lady Rattle, toen zij nog Magdalena Kožená heette

Het begint ongelukkig. Allereerst vergeet ik het tijdsverschil met Engeland en bel ik te vroeg op. Één uur later krijg ik te horen dat ze niet thuis is, en dat ik het maar op haar mobiel moet proberen. Het komt niet gelegen zegt ze, ze is in een museum, bovendien wist ze niets van het interview af. Dan maar meteen een nieuwe afspraak maken.

Driemaal is scheepsrecht. Nu is zij thuis en buitengewoon lief. Vooraleerst wil ze zich verontschuldigen, er moest iets mis zijn gegaan. Het geeft niet, zeg ik. Die dingen gebeuren nu eenmaal. Haar spreekstem lijkt op haar zangstem: zilverkleurig, warm en zacht. Donker ook, wat met dat vleugje Tsjechische accent heel aantrekkelijk klinkt.

Allereerst wil ik het over haar laatst uitgekomen cd hebben

– Wie koos het programma?
“Ik. DG wilde een cd maken met meer instrumenten dan alleen maar een piano. Ze stelden Il Tramonto van Respighi voor, de rest heb ik uitgezocht. Ja, het klinkt ietwat melancholisch, maar ik denk dat het ook met de tijd te maken heeft, de meeste van die composities ontstonden tussen de twee wereldoorlogen. De droevigste muziek is die van Schulhoff, maar hij was ook een tragische figuur. Een Jood, overleden in een concentratiekamp. Voor mij hebben zijn liederen ook iets van de Slavische melancholie.”

– Op die cd zing je liederen in vijf verschillende talen, spreek je ze ook?
“Min of meer, ja. Russisch leerde ik nog op school, mijn Engels en Frans spreek ik vloeiend. Ook mijn Italiaans is goed en het Duits leerde ik toen ik een paar jaar in Wenen woonde”.

– Op je opnamen, en het zijn er behoorlijk veel, zing je muziek van Bach tot Martinů, en van Gluck tot Verdi. Ook op de bühne?
Lachend: “Nou, nee. Zeker geen Verdi. Maar het is helemaal anders als je een recital met opera-aria’s samenstelt. Het is ontzettend moeilijk om zoveel verschillende karakters binnen 5 minuten tot leven te wekken, daar heb je een hele opera voor nodig. Daarom, dat denk ik althans, moet je er zoveel mogelijk verscheidenheid in aanbrengen, anders wordt het saai. Het idee van Verdi kwam overigens van Marc Minkowski. In het begin hadden we zelfs ruzie daarover, maar uiteindelijk wist hij me te overtuigen. Hij zei dat die aria (van Eboli uit Don Carlos) klinkt als een Spaans volksliedje, en ik denk dat hij gelijk had.”

“Minkowski was de eerste grote dirigent die ik tegenkwam, zo’n zeven jaar geleden. Hij betekent heel erg veel voor mij, hij is mijn muzikaal maatje. Tegenwoordig zien we elkaar niet zo vaak meer, maar in het begin deden wij 4 à 5 projecten per jaar samen. Ik heb heel erg veel van hem geleerd. Als je een beginneling bent probeer je zo mooi mogelijk te zingen. Hij leerde me, dat muziek zoveel meer is dan alleen maar schoonheid.

Heel lang praten we over haar Zerlina in Salzburg, twee jaar geleden,  in 2002. Ik was er bij en zeg dat ik haar prachtig vond maar die productie haatte. En weer moet ze lachen: “Ik hield van die productie! Toen me die rol werd aangeboden nam ik het alleen maar aan omdat het Salzburg was. En Harnoncourt. Zerlina was voor mij altijd het synoniem van een dom blondje, maar hier heeft ze wat meer karakter gekregen.”

– Eigenlijk vind ik je stem bijzonder geschikt voor het Frans repertoire, voornamelijk Massenet. Ben je van plan het ooit op de planken te zingen?
“Ik zou het graag willen, voornamelijk Cendrillon, maar het wordt zo weinig gespeeld, zelfs in Frankrijk niet. Daarbij zien de meesten me nog steeds het liefst in opera’s van Mozart en Händel.

Ze woont in Parijs, maar is zeer zelden thuis, het laatste jaar maar 40 dagen. Haar man, een Franse bariton, ontmoet ze meestal ergens onderweg.

Denk ze aan kinderen?
“Het lijkt me leuk, maar dan zal ik veel van mijn leven moeten opgeven, zeker als de kinderen naar school moeten”.

Vooralsnog zit ze vol met plannen.

Kozena Schulhoff

Dit is een werkelijk buitengewoon interessante cd met een onalledaags programma. Onalledaags, want op de Chansons Madécasses van Ravel na en, wellicht ook Il Tramonto van Respighi, is de rest voor de meeste luisteraars onbekend. Alle liederen werden in de eerste helft van de vorige eeuw in vijf verschillende Europese landen gecomponeerd, en stralen een zware melancholie en nostalgie uit.

Ook het accompagnement is exceptioneel, de liederen worden niet alleen door de piano, maar ook door viool, strijkkwartet, fluit, cello en piano begeleid. Stuk voor stuk bijzondere composities, door Kožena met veel tekstbegrip gezongen. Zelf heb ik een klein beetje moeite met haar Russisch, voor mij is het een tikje overgearticuleerd, maar dit is eigenlijk muggenzifterij.

In Il Tramonto hoor ik liever een donkerdere en iets meer dramatische stem, maar zoals zij het doet kan het ook. In haar interpretatie krijgt het geheel iets meisjesachtigs, met een andere kleur van verdriet.

Als onbetwist hoogtepunt beschouw ik de drie liederen van Schulhoff, het zijn drie kleine meesterwerkjes en het is te hopen, dat Kožena ze in haar repertoire houdt.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (fluit), Christoph Henschel (viool), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartett (DG 4715812)

 

Kozena Martinu

Hier werd ik stil van. De melancholie van Dvořák, de typische ritmiek van de taal van Janáček, de eigenzinnigheid van Martinu, dat alles maakt, dat je je er niet meer los van kunt maken.

Het meest interessant vind ik de cyclus Liederen voor een vriend van mijn land van Martinů, die hier zijn plaatpremière beleeft. Martinu componeerde het in 1940 in Aix-en-Provence, tijdens zijn vlucht voor de nazi’s die hem naar Amerika zou brengen, en is opgedragen aan Edmond Charles-Roux. De cyclus werd pas in 1996 gevonden. Het is een enorme aanwinst voor het liedrepertoire maar: wie zingt het nog? Zeer ontroerend.


Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kozená mezzosopraan, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Sterven met Dame Janet Baker

Janet Baker

Ik geef het toe, ik háát Händel. En nu wil ik u een cd aanbevelen die voor bijna de helft gevuld is met zijn aria’s. Kan dat? Ja, dat kan, want ware schoonheid ontstijgt alle vooroordelen en preferenties.

De korte ‘O had I Jubal’s Lyre’(Joshua) is gauw vergeten bij de eerste noten van ‘C’. Zo mooi en zo smachtend gezongen dat je niet eens op de daaropvolgende ‘Care selve’ (Atalanta) let. En bij ‘Plaisir d’amour’ weet je al, dat je die cd nooit meer kwijt wilt, en je geeft je gewonnen.

Je valt in zwijm bij ‘Amarilli mia bella’, want niemand op aarde heeft het mooier gezongen. Bij ‘Che puro Ciel’ vullen je ogen zich met tranen en je bent er zeker van dat dit het hoogtepunt van de cd is. Want nog meer ontroering, nog meer schoonheid… nee, dat kan niet. En dan komt het: de klaagzang van Dido uit Dido & Aeneas van Purcell.

Janet Baker als Dido (opname uit 1966):

De jonge Baker (de opname is uit 1962) maakt van jou haar Belinda, haar vertrouwelinge. Je ziet hoe haar lippen trillen en wilt haar troosten en zeggen dat het allemaal goed komt, maar het komt niet meer goed en je sterft met haar samen.


The legendary dame Janet Baker
Händel, Gluck, Mozart, Purcell. Martini, Giordani
Philips4751562

L’Amour. Als het maar met Floréz is

https://www.freundederkuenste.de/uploads/pics/Juan_Diego_Florez-Album.jpg

“Een operazanger uit Peru is als een stierenvechter uit Noorwegen – eigenlijk onmogelijk.” Ik heb het niet verzonnen, de quote komt van Juan Diego Floréz, een Peruaan en een operazanger. Hij stond toen nog aan het begin van zijn carrière. Inmiddels behoort de tenor tot de grootste en belangrijkste zangers van onze tijd. Zijn stem, met zijn ietwat nasale timbre, doet een beetje aan Raoul Gimenez denken. Zijn techniek is fenomenaal en zijn hoogte stralend en loepzuiver.

In 2014 heeft hij, na vier jaar stilte, een nieuwe solo-cd uitgebracht: L’Amour. Het resultaat is het lange wachten meer dan waard. Naast het bekende repertoire staan er gelukkig ook minder bekende aria’s op, sommige zeer verrassend. Neem alleen al ‘À la voix d’un amant fidèle’ uit La Jolie fille du Perth van Bizet: de muziek is van zo’n ongekende schoonheid! Onvoorstelbaar dat de aria (laat staan de hele opera) nog maar zo zelden wordt uitgevoerd.

Hetzelfde geldt voor La Favorite van Donizetti. Samen met de mij onbekende bariton Sergey Artamanov zingt Floréz het schitterende duet ‘Un ange, une femme inconue’. Adembenemend mooi.

Alleen al voor deze twee nummers zou je de cd moeten kopen, maar er staat natuurlijk veel meer moois op. ‘Mes amis’ bijvoorbeeld, uit Le postillion de Lonjumeau van Adam. Het is een echt shownummer voor tenor, met vele hoge d’s om uit te pakken. Laat dat maar aan Floréz over, hij weet precies met ze om te gaan! Zo hoort dat. Zo en niet anders.

Het repertoire beslaat een periode van 1825 tot 1892. De aria’s variëren enorm en het is interessant om te horen wat een ontwikkeling de opera in nog geen 70 jaar heeft doorgemaakt. Een beetje moeite heb ik met Werther. Voor die rol ontbreekt het Flórez aan voldoende kracht en donkere tonen in zijn stem.

Trailer van de opname:

Het orkest uit Bologna onder Roberto Abbado (de neef van) toont zich een perfecte begeleider. Het is een cd om te koesteren!

Om Barbara Hannigan te citeren: “Ik zou best ooit La fille du Régiment van Donizetti willen zingen, als het maar met Floréz is!”


L’Amour
Aria’s van Boildieu, Donizetti, Gounod, Delibes, Offenbach, Massenet e.a.
Juan Diego Floréz (tenor)
Orchestra e coro del Teatro Comunale di Bologna olv Roberto Abbado
Decca 4785948

Juan Diego Flórez: The Mozart Album

Een onweerstaanbare La Fille du Régiment van Laurent Pelly

ITALIA. Juan Diego Flórez