opera/operette/oratorium/koorwerken

Hans Werner Henze: Die Bassariden

Henze Bassariden

Die Bassariden behoort tot Henze’s beste en belangrijkste composities. Het libretto, naar ‘De Bacchanten’ van Eurypides, werd geschreven door W.H.Auden (kan iemand zich nog de ‘Funeral Blues’ uit Four Weddings and a Funeral herinneren?) en Charles Kallman.

Het is een massieve, doorgecomponeerde partituur geworden, verankerd in de wagneriaanse traditie (er wordt gefluisterd dat de librettisten er op stonden, dat Henze, vóór hij zich op het componeren stortte, de ‘Götterdammerung’ ging bestuderen) en gebouwd als een vierdelige symfonie met stemmen.

Het verhaal over koning Pentheus, die door alle zinnelijkheid te willen verbannen in strijd raakt met Dionysus en zijn adepten en aan het eind door zijn eigen moeder wordt verscheurd dient als een metafoor voor het conflict tussen Eros en Ratio.

De opera is (in de Duitse vertaling) tijdens de Salzburger Festspiele in augustus 1966 in première gegaan. Het werd een enorm succes, wat één van de recensenten zelfs de kreet ontlokte dat Richard Strauss eindelijk een opvolger had gekregen. Hetgeen Henze lachend terecht van tafel veegde met een simpele “waar heeft de man zijn oren”?

Een jaar of vijftien geleden werd de live opgenomen premièrevoorstelling door Orfeo (C 605 032 1) uitgebracht. Het zeer emotioneel spelende Wiener Philharmoniker komt onder de bezielde leiding van Christoph von Dohnányi tot ongekende hoogtes.

Kostas Paskalis is zeer geloofwaardig in zijn rol van Pentheus en Kerstin Meyer ontroert als Agave.

Jammer alleen dat er geen libretto werd bijgeleverd, het is tenslotte geen alledaagse kost.

Das Urteil der Kalliope, intermezzo uit Die Bassariden :

Guillaume Tell van Rossini in twee cd-opnamen en één gemiste kans

Tell schiller

Voor de meeste mensen is Zwitserland een prachtig, maar een saai land. Alles is er perfect geregeld en zelfs uit de uiers van de koeien komt meteen een echte mekchocolade. De banken en juweliers kunnen er gedijen en er gebeurt nooit wat, tenminste als ze niet over de hoogte van een minaret redetwisten.

Maar zelfs de Zwitsers hebben iets van een opstand meegemaakt en ook zij hebben hun nationale held en trots, al is het niet helemaal zeker of hij ooit heeft bestaan (neem van mij aan: niet).

Willem Tell, de Zwitserse nationale trots en vrijheidsstrijder, dankt zijn bekendheid voornamelijk aan het toneelstuk van Friedrich Schiller, die, zoals wij het niet anders van een romantische dichter verwachten, het niet zo nauw met de waarheid nam.

Tell Rossini

Nog bekender werd hij door een opera van Rossini. Alhoewel…. Echt bekend was de opera tot voor kort niet echt maar: wie kent de ouverture niet? Zelfs mijn kat kan het nafluiten.

CD’s

Tell Pappano

De opname die Antonio Pappano in 2011 maakte met het Orchestra e Coro dell’ Accademia Nazionale di Santa Cecilia Roma is verre van compleet. Jammer en gemiste kans, zeker ook omdat de uitvoering echt goed is.

Gerald Finley is een zeer goede Tell (is er iets wat hij niet kan zingen?), maar toch mist hij iets in de rol. Voor mij althans. Ik kan het niet beschrijven, het is meer spitzengevoel, maar dat ‘iets’ krijg ik wel als ik naar Gabriel Baquier luister, op de oude EMI-opname uit 1973.

Tell Gardelli

De cast van die opname, onder leiding van de zeer bezielde Lamberto Gardelli, heeft nog meer ‘plussen’. De grootste is de Mathilde van Montserrat Caballé. Ik neem aan dat ik u niet hoef te vertellen hoe mooi en vloeiend haar noten zijn, hoe zij als het ware door de noten ‘golft’ en hoe fluisterzacht haar pianissimo is. Nee, daar kan de op zich goede Malin Byström (Pappano) echt niet tegen op! Haar coloraturen zijn dan wel zuiver, maar daar is ook alles mee gezegd.


Een ander groot pluspunt is de Jemmy van Mady Masplé, de echte ‘oudgediende’ in het ‘kanarievak’. Zo ontzettend mooi! En Nicolai Gedda natuurlijk, een zanger die ooit door één van mijn collega’s ‘een kameleon onder de zangers’ werd genoemd (kent u een andere tenor die zo veel verschillende rollen met zo veel talent wist te zingen?). En bij dat alles kunt u nog de speelduur van bijna 238 minuten tegenover de gammele 208 minuten van Pappano optellen

Maar als u denkt dat ik Pappano afwijs, dan heeft u het mis! Orkestraal is hij beslist superieur aan Gardelli. Zijn koor klinkt mooier en subtieler en daar komt nog eens de klankkwaliteit bij. Het allergrootste pluspunt van de Pappano-opname is echter John Osborn, een tenor die de allerhoogste noten eruit gooit alsof het kinderspel is. Hij was het die de ZaterdagMatinee-uitvoering mede onvergetelijk maakte. De (concertante) opname is live gemaakt en dat verhoogt de sfeer, zeker met al die ‘bravo’s’.


ZaterdagMatinee 2009

Teel Johnny

John Osborn © Zemsky/Green Artists Management

Wat nooit op cd is uitgekomen (schande!) is de absoluut complete uitvoering in de onvolprezen NTR ZaterdagMatinee. Zonder coupures. Een zit van bijna vijf uur, maar wát voor onvergetelijke uren. Het publiek was uitzinnig en brak zowat het Concertgebouw af.

De kracht van de uitvoering zat hem erin dat werkelijk iedere rol briljant bezet was, tot aan de kleinste toe. Paolo Olmi dirigeerde een cast van meer dan fantastische zangers: Michele Pertusi, Marina Poplavskaya, Ilse Eerens en John Osborn. Het Groot Omroepkoor vervulde met verve zijn hoofdrol in de opera. Geen cd dus (even zachtjes vloeken), maar wel dierbare herinneringen.

Rolando Villazon: reminders of a great promise

Villazon-DW-Kultur-Erfurt-jpg

© dpa/DPA/Martin Schutt

No one loved him as much as I did, when I heard him for the first time. His Don Carlo with Dutch National Opera in Amsterdam really had the WOW factor. No less. I interviewed him twice and both times he impressed by his intelligence and common sense.

Alas, it has not lasted long. The cause? Too much, too arduous, too fast? There was talk of ‘personal problems’. He had to undergo a procedure, a growth on his vocal cords. His career came to a halt a few times. He does still sing but I can no longer like it.

This interview dates from June 2004 and was made during the rehearsal of Don Carlo.

Villazon carlo

©foto Hans van den Bogaard

The jubilant press releases taught me that Rolando Villazon was a real discovery. Opera Magazines even spoke of a ‘second Domingo’ which a very critical friend of mine in London, whom had heard him sing in Les Contes d’Hoffmann, could confirm.

Villazon Erato

I was very enthousiast about his first cd with Italian opera-arias ( Erato 5456262), which explains why I felt honoured to meet him, even before his Amsterdam debut as Don Carlo.


I was allowed to talk to the tenor as the first of a long line of interviewers, a luxury, even allowing me to watch the last part of the rehearsal. Well, you should know that I’m quiet experienced opera goer, but this was truly sensational, even for me. I was awestruck, but fortunately Villazon turned out to be a great raconteur.

Rolando Villazón (Don Carlo) Dwayne Croft (Rodrigo) in Amsterdam:

It is hot that evening but that does not seem to bother him and even before the ordered water has arrived, he’s already told me about his life in Paris with his wife Lucia a psychotherapist (no she does not practice on me, ha, ha, ha), and his two sons: Dario and Matteo.

How does it feel to be a star? Were you expecting to be as successful as you are?

“Expecting…not really, you don’t expect it to happen but one hopes it does. My wife recently asked me how it feels to get all this attention all of a sudden. And I said: it feels like flying, it’s like wow but dizzying at the same time. I’m afraid to fall during my flight and thus failing  to fulfill my mission as an opera singer and an artist. She answered: don’t be scared, I’m here and I’ll catch you if you fall.”

His voice was discovered when he was 18 years old, but he was doubtful, there were so many things to do in life. Reading psychology for instance. The priesthood. He was still young and life was so confusing. He felt just like Stephen Dedalus from ‘A portret of an artist as a young man’, who thought of becoming a Jesuit priest, whilst all he wanted to do was write. And Villazon wanted to sing, that’s what he loved more than anything.

He would lock himself up in his room at the age of twelve to sing Mexican songs and musicals. When he’d bought Perhaps love, an LP with duets by Domingo and John Denver, he was sold. He bought all Domingo’s records, be it with cross-overs, because opera was unknown to him at that time. Domingo was his idol and master. they’ve become great friends meanwhile and Villazon considers it a great honour knowing that Domingo is keeping a close watch over his career.

“When I was in Berlin doing Lélisir dámore Domingo was there for Pique Dame. I went to all his rehearsals and could not have asked for a better education. His intensity, his involvement his whole being; teaches me.  I flew to Washington just to see him rehearse Le Cid.

Does he think his career will evolve like Domingo’s?

“Not for the moment. Domingo is a legend and I am me. I love to take risks, hence Hoffmann, Carlos and soon my first Don Jose. But other than that I’ll just sing lyric parts. It is too soon for me to go for the dramatic parts.”

Villazon cd

In 2007 Villazon recorded his first solo recital for DG. He did not take the easy route. He chose arias he had never sung before and will probably never sing again. Not only because they are too heavy for him but also because they are seldom performed, at least most of them. That adds great value to this cd, because be fair, did you ever hear of Maristella by Pietri?


English translation: Annelies Hes

Meer sprookjes van Rimsky-Korsakov

TSAAR SALTAN van Opera Zuid

tsaarsaltan01

De door mij op 26 maart 2009 in den Bosch bezochte voorstelling van Rimski-Korsakovs Tsaar Saltan (de opera werd in het Nederlands gezongen) was bijna niet doorgegaan. De tenor Harrie van der Plaas was zwaar verkouden.

Dapper worstelde hij zich door de eerste helft, maar toen moest hij het opgeven. Na de pauze mimede hij de rol verder, maar het zingen werd overgenomen door de vertolker van de een van de kleinere rollen, Mark Omvlee. Daar was ik zeer blij om want de productie (regie: Sybrand van der Werf, decor: Douwe Hibma, costumes: Marrit van der Burgt) was prachtig om te zien en ademde een echte sprookjessfeer.

tsaarsaltan16

De jonge, voornamelijk Nederlandse cast was voortreffelijk, met als uitschieters Marcel van Dieren (Saltan) en Wiard Witholt (Zeeman).

Het Limburgs Symfonie, met verve en schwung gedirigeerd door de jonge, energieke Nederlandse dirigent Antony Hermus speelde zeer geïnspireerd.

SADKO

rimsky-korsakov-sadko-dvd-0044007043998

Wilt u een Russische sprookje zien in al haar pracht en praal, met alles daarop en daaraan, dan kunt zich het beste tot Sadko wenden, in 1996 in Mariinski live voor dvd opgenomen (Philips 0704399).

Ik krijg er niet genoeg van, al heb ik de DVD al tig keren bekeken. Het is een lust voor het oog, maar ook het oor komt niets te kort. Vladimir Galutsin, Gegam Grigorian, Sergei Aleksashkin, Larissa Diadkova, Marianna Tarasova, Gennadi Bezzubenkov (als Bard te bewonderen in de Amsterdamse ‘Kitesj’), mooier en beter kan je het niet verzinnen.

Het verhaal, over een koopmaan die, ondanks dat hij getrouwd is verliefd wordt op de dochter van de zee-tsaar, is inderdaad een echt sprookje. De koopman wordt rijk, keert naar zijn echtgenote terug en de tsaar’s dochter verandert in een rivier, tot groot genoegen van de bewoners van Novgorod. Eind goed al goed..

Sadko is, denk ik, de bekendste opera van Rimski-Korsakov, niet in de laatste plaats vanwege de waanzinnig mooie tenoraria van de ‘Indian Soul’.

Een van de allermooiste versies van de aria werd volgens mij ooit gezongen door de legendarische tenor Sergei Lemeshov:

Over De Legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja, op muziek gezet door Rimsky-Korsakov

kitesj

Het is één van de mooiste Russische sprookjes, het verhaal over een meisje dat met haar gebeden een stad onzichtbaar weet te maken waardoor de vijand het niet kan innemen. Natuurlijk is er ook liefde in het spel en ook verraad, maar er is – hoe kan het anders in een sprookje? – ook een God die ingrijpt en er voor zorgt dat alles uiteindelijk goed komt, al is het ‘over the rainbow’. In dit geval onder het meer.

Het goddelijke zit hem niet alleen in het ‘ingrijpen’ van hogerhand, de muziek is het ook. Al bij de ouverture ga je je ogen dichtdoen en begint te dromen, zoals het er in sprookjes aan toe gaat. Hoort te gaan.

Ooit, heel wat jaren geleden heb ik de opera op de planken gezien. In Rotterdam. Het ensemble van het Mariinski Theater uit Petersburg, onder de toen jonge en beginnende dirigent Valeri Gergiev bracht het voor ons als een cadeau. En cadeau was het. Verankerd in de Russische traditie, met de bijbehorende decors en kostuums… Het zag er precies uit zoals de illustraties in de oude boeken met Russische sprookjes. Ik denk niet, dat wij het nog ooit zo te zien krijgen. De Tsjechen kunnen het zo mooi verwoorden: ‘to se ne vrati’ (het komt nooit wieder). We mogen al blij zijn als wij in Kitesj en niet in Srebrenica of Gaza belanden!

Kitesj Gergev

In 1994 werd ‘Kitesj’ in het Mariinski live opgenomen (Decca 4783055), met in de hoofdrollen de grootste Russische zangers uit die tijd: Galina Gorchakova, Nikolai Ochotnikov, Vladimir Galuzin, Nikolai Putilin en Youri Marusin. Een opname dat ik u van harte kan aanbevelen. Want: wat is er mooier dan je ogen dicht doen, luisteren en de rest aan uw verbeelding overlaten? Wedden dat het u, zeker met deze uitvoering, perfect lukt?

 

Umberto Giordano en zijn Fedora

Fedora manuscript

Hoeveel operaliefhebbers kennen Umberto Giordano en zijn opera’s? Verder dan Andrea Chénier (voor mij één van de beste en mooiste opera’s ooit) komt men niet. Tenzij je een verisme-liefhebber bent want dan is de kans groot dat je ook van Fedora hebt gehoord. En als je wel eens in andere landen dan Nederland in operahuizen komt dan heb je de opera wellicht zelfs ooit gezien. Anders blijft er niets anders voor je over dan de cd en dvd opnamen.

Toegegeven, Fedora haalt het niveau van Andrea Chénier niet, wat voornamelijk aan het libretto ligt. De eerste akte komt moeilijk op gang en de derde is een beetje drakerig. Maar de muziek! Die is zo ontzettend mooi!Fedora Sarah_Bernhardt_Fédora_Sardou_Renaissance_Solar

Het toneelstuk waar het libretto van Arturo Colautti op gebaseerd is komt uit de pen van Victorien Sardou en net als Tosca geschreven werd voor de grootste tragédienne van die tijd, Sarah Bernardt. De opera biedt dan ook waanzinnig veel mogelijkheden voor de beste actrices onder de zangeressen. Zoals Magda Olivero, bij voorbeeld, zonder twijfel één van de allergrootste vertolksters van de rol.

Hieronder Magda Olivero, Doro Antonioli en Aldo Prottiin de derde acte van Fedora, opgenomen in het Concertgebouw in Amsterdam 1967:

En met Mario del Monaco in Monte Carlo 1969:

Geen wonder dus dat in 1970, toen er serieus sprake was van een comeback van Maria Callas, men haar voorstelde Fedora te zingen met Domingo als Loris. Daar is helaas niets van gekomen: Callas wilde wel terugkomen, maar dan alleen als een Norma of een Violetta.

fedora freni

Op haar zestigste nam Mirella Freni Fedora op haar repertoire en gaf er een serie voorstellingen mee in Italië en Spanje, om er uiteindelijk in 1996 mee naar de Met te komen. Het werd een enorm succes. Geen wonder, want La Freni was buitengewoon goed bij stem. Nooit eerder heb ik haar ook zo intens zien acteren, het is een prestatie van het hoogste niveau.

Ook Domingo zet een perfecte Loris neer: gekweld en o zo charmant!

Ainhoa Arteta is werkelijk kostelijk als de flirtzuchtige, pittige Olga; haar optreden zorgt voor de nodige komische noot. Als de Poolse pianist, Boleslao Lazinski, treedt de echte pianovirtuoos op: Jean-Yves Thibaudet. Hij kan niet alleen heel erg goed piano spelen, maar overtuigt ook in zijn hele optreden als een echte primadonna, zeer vermakelijk om te zien.

De enscenering is conventioneel, met overdadige, larger then large decors en een heuse sneeuw achter de toneelgrote ramen. Mooi. (DG 0732329)

Giordano, U: Fedora - DG: 4778367 - download | Presto Classical

In 2008 heeft DG (4778367) de opera voor cd opgenomen. Alberto Veronesi is een mooie, lyrische dirigent. Hij dirigeert minder dramatisch dan zijn collega’s, waardoor de opera iets van zijn ‘verisme’ kwijtraakt. Vergelijk het met wel of niet een snik bij Pagliacci.

Domingo is nu een Loris op leeftijd maar hij zingt nog steeds vol overgave en in de derde akte is hij gewoon onweerstaanbaar. Angela Gheorghiu is een prima, een ietwat onderkoelde Fedora en Nino Machaidze een werkelijk fantastische Olga..


Zelmira van Rossini: ontroerend mooi, totaal vergeten

Opera Rara Zelmira

Halverwege de opera, als de door iedereen valselijk voor de moord op haar vader beschuldigde Zelmira haar zoon aan Emma toevertrouwt, krijgen beide dames een duet te zingen die in zijn schoonheid alleen maar te vergelijken is met ‘Ovi Songe’ uit ‘Bianca e Fernando’ van Bellini. Begeleid door een harp en een Engelse hoorn, laten ze hun stemmen versmelten in de droevige melodieën, die ze in lange lijnen tot de mooiste borduursels laten spinnen.

Van het libretto moet de opera het niet hebben, maar de muziek is er niet minder mooi om. ‘Zelmira’ was de laatste opera die Rossini voor Napels componeerde en de muzikale taal valt te vergelijken met zijn andere ‘Napolitaanse opera’s’: Otello, bij voorbeeld. Of  Maometto Secondo.

Deze opname werd in 2003 live vastgelegd in Edinburgh. Het publiek was duidelijk overenthousiast, volkomen terecht. Zelmira werd gezongen door Elizabeth Futral, een pracht van een zangeres met schitterende dramatische coloraturen. Af en toe klinkt zij een tikje (te) scherp, maar dat past bij de rol van de gekwelde prinses.

Prachtig mooi is ook de Antenore van Bruce Ford, een solide zanger in het belcanto repertoire. De meeste bravo’s echter gingen naar Manuela Custer (Emma) en Antonino Siragusa (Ilo). Daar had ik graag bij willen zijn!  (ORC27)


Ermione van Rossini in herhaling

Opera rara ermione

Ermione van Rossini verkeerde bijna 150 jaar lang in de vergetelheid. Pas in 1987 werd het werk echt in ere hersteld. Een uitstekende ‘prooi’ voor Opera Rara dus, dat onbekende opera’s op cd vereeuwigt.

Stof tot nadenken: men zegt ‘Rossini’, men denkt ‘lachen’. Terwijl meer dan de helft van zijn opera’s zogenaamde opera seria’s zijn!

Zo ook Ermione. Het werk werd voor het eerst in maart 1819 in Napels uitgevoerd en het is nog steeds niet bekend waarom het al in april dat jaar van het programma verdween.

Zijn (concertante) comeback maakte Ermione bijna 150 jaar later. Maar pas in 1987, na de eerste scenische uitvoering in Pesaro (met in de cast onder andere Montserrat Caballe als Ermione en Marylin Horne als Andromaca) werd het werk voor het eerst op zijn waarde geschat.

De (complete) opname uit Pesaro:

Het op Andromaque van Racine gebaseerde libretto van Andrea Leone Tottola is nogal verwarrend. Het is, althans voor mij, volstrekt onduidelijk wie van wie houdt en wie op wie wraak wil nemen. Maar aan het eind is zowat iedereen dood.

Het dramatische verhaal wordt muzikaal ondersteund door spannende aria’s en wondervolle duetten en nonetten, waar het sextet uit Lucia di Lammermoor peanuts bij is. En toch is het onmiskenbaar Rossini, met adembenemend vocaal trapezewerk en salto’s mortales in noten.

Daarvoor heb je zangers van formaat nodig en dat zijn ze ook. Allemaal. Het valt niet mee om tussen de mannelijke Pirro (Paul Nilon) en de lieflijke Oreste (Colin Lee) te kiezen. Laat staan tussen de dames: Carmen Giannattasio (Ermione) is één en al furie en Patricia Bardon een meelijwekkende tragédienne. (ORC42)


Gounods Roméo et Juliette: Nicolas Joel in Memoriam (6 februari 1953 – 18 juni 2020)

Romeo Vaduva LOnden

Wat is er toch met Leontina Vaduva gebeurd? Deze prachtige Roemeense sopraan begon in de jaren negentig aan een duizelingwekkende carrière, zong in alle grote operahuizen en kreeg een exclusief contract bij EMI, waar ze onder meer La Bohème met Roberto Alagna heeft opgenomen.

Met de spectaculaire opkomst van haar landgenote en collega Angela Gheorghiu, die ook haar plaats naast Alagna innam, is ze letterlijk en figuurlijk langzaamaan van het toneel verdwenen. Wat een zonde!

In 1994 zong Vaduva bij het Royal Opera House in Londen een adembenemende Juliette. Jeugdig, vol joie de vivre, levenslustig en nieuwsgierig. Met volledige overgave stortte ze zich in de liefde, het was menens en voor altijd. Haar Juliette was breekbaar maar vastberaden, en ze zong haar met een intensiteit en perfectie die amper te overtreffen valt.

Het Franse repertoire past Alagna als een handschoen, en Romeo is altijd zijn glansrol geweest.  Hij klinkt jeugdig, helder en op een natuurlijke manier heroïsch, een perfecte match voor de lyriek van Vaduva. Een ontegenzeglijk volmaakt liefdespaar.

Het orkest onder leiding van Charles Mackerras en de werkelijk prachtige enscenering van Nicolas Joel zijn een lust voor oor en oog, en François Le Roux verdient een speciale vermelding als een fenomenale Mercutio. Daar kunt u niet zonder leven! (Opus Arte, OA R3106D)

Dido and Aeneas kent duizenden uitvoeringen en opnamen. Ik kies er één

Dido and Aeneas

Er is geen barokopera die vaker werd vastgelegd dan Dido and Aeneas van Henri Purcell. Er is voor elk wat wils: met moderne instrumenten of met authentieke instrumenten, met meisjesachtige of met grote dramatische sopranen/mezzosopranen als Dido, met tenoren of baritons (en zelfs een enkele keer een countertenor) als Aeneas. Hoe moet je kiezen?

Dido Flagstadt

Zelf heb ik een enorme zwak voor de opname uit 1951 met Kirsten Flagstadt, Geraint Jones en Elisabeth Schwarzkopf, gedirigeerd door Wilhelm Fürtwangler (verkrijgbaar bij EMI, Naxos of Nimbus), maar dat was de eerste opname van het werk die ik hoorde.


Dido Norman

Zeer dierbaar is me ook de uitvoering met Jessye Norman en Thomas Allen (Philips 4162992) uit 1985.


Dido Connolly

In 2009 is er nog een opname van de opera op de markt verschenen en de eerste vraag die rees was: voegt deze nieuwe iets toe aan al die bestaande? Het antwoord is een volmondig ja.

Ik ga het hier niet over de verschillende versies van de opera zelf hebben, dat staat uitgebreid in het tekstboekje. De definitieve bestaat waarschijnlijk niet, daarvoor is er in de loop der jaren te veel verloren gegaan en te veel aan toegevoegd. Zelfs de juiste premièredatum staat niet echt vast.

Die opname is op speciaal verzoek van Sarah Connolly gemaakt, een begenadigde Engelse mezzo die zo met het karakter (zij zong ook de rol van Dido in Les Troyens van Berlioz) is vergroeid, dat ze zowat haar personificatie is geworden. Haar stem is groot, dramatisch, maar ook puur – een beetje in de lijn van Tatjana Troyanos. Zij zet een zeer getormenteerde Dido neer met wie men medelijden moet hebben.

Gerald Finley zingt Aeneas in de traditie van Thomas Allen: een in de war geraakte, vriendelijke, maar ook zeer verleidelijke macho. Ook de overige rollen (Connolly zelf heeft de cast samengesteld) zijn voortreffelijk. Maar het allermooiste is het orkest (Orchestra of the Age of Enlightenment): licht en transparant, daar kan je niet anders dan verliefd op worden (Chaconne CHAN 0757).