opera/operette/oratorium/koorwerken

Vesper Psalms van Donizetti herontdekt

Donizetti Vespers

Hier heb ik dus nog nooit van gehoord en ik vermoed dat ik de enige niet ben. Toen Donizetti nog aan het studeren was bij Simon Mayr heeft hij de psalmteksten voor Vespers – toen een zeer populair genre – op muziek gezet. Hij schreef het werk in de jaren 1819/1820, maar uitgevoerd werd het nooit. Waarom? Daar komen we nooit achter. Denk ik. Alhoewel?

De partituur is, na zowat 200 jaar onbekend te zijn gebleven nog maar pas geleden ontdekt en dat is natuurlijk fantastisch dat we er kennis mee mogen maken. Buitengewoon belangrijk voor de musicologen en Donizetti die-heards. Zelf vind ik het ongekend goed dat het werk niet alleen werd uitgevoerd maar ook opgenomen en daar ben ik Naxos er eeuwig dankbaar voor. En toch..

En toch… Tot mijn spijt vind ik het werk buitengewoon zwak en ik denk niet dat ik er nog ooit weer naar zal luisteren. Gelukkig is de uitvoering meer dan redelijk en Franz Hauk doet werkelijk zijn best om ons te overtuigen dat het om een vergeten meesterwerk gaat.


GAETANO DONIZETTI
Vesper Psalms
Andrea Lauren Brown, Anna Feith, Johanna Krodel, Veronika Sammer, Markus Schafer, Christoph Rosenbaum, Daniel Ochoa, Niklas Mallmann
Simon Mayr Chorus
Concerto de Bassus olv Franz Hauk
Naxos 8573910

Advertenties

Saint Ludmila van Dvořak profiteert van een uitstekende uitvoering

Dvorak Ludmila

De beginjaren (en het martelaarschap van de heiligen) van het Christendom zijn al eeuwenlang een meer dan belangrijke inspiratiebron van de Westerse kunstwereld. Ook De heilige Ludmila, een weinig bekend oratorium van Antonin Dvořak gaat daar over. Het libretto van Jaroslav Vrchlický is gebaseerd op een historisch waar verhaal over de bekering van de vorstin Ludmila en haar geliefde Bořivoj, hertog van Bohemen. Het was Dvořaks derde oratorium, hij componeerde het in 1886. De première was een fiasco, waarna de componist zijn werk een paar keer heeft bewerkt.

Dat de compositie niet zo vaak wordt uitgevoerd, dat snap ik wel. Ik zelf vind het behoorlijk onevenwichtig, nergens wil het maar één geheel worden. Niet dat het niet mooi is, integendeel. En met een goede uitvoering kan men best veel bereiken, iets wat hier zeer zeker het geval is.

Adriana Kohútková is een pracht van een Ludmila en de tenor Tomáš Černý een meer dan een overtuigende Bořivoj. Karla Bytnarová zingt een fraaie Svatana, de vertrouwde dienares en vriendin van Ludmilla en ook de bas Peter Mikuláś (Ivan) kan mij goed bekoren.

Maar het mooist vind ik de bijdragen van het werkelijk sublieme koor en de mooier dan mooi spelende Slovak Philharmonic Orchestra onder leiding van Leoš Svarovský.


ANTONIN DVOŘAK
Saint Ludmila
Adriana Kohútková, Karla Bytnarová, Tomáš Černý, Peter Mikuláś
Slovak Philharmonic Orchestra and Choir o.l.v. Leoš Svarovský
Naxos 8.574023/4

La Sirène van Auber: een gemiste kans

AuberHier heb ik dus helemaal niets mee. Echt niets. De muziek an sich is ongelooflijk leuk, dat wel, maar eerlijk gezegd denk ik dat er veel meer er uit te halen was. Het wil nergens sprankelen. La Sirène is een opéra comique in drie acten en aangezien de opname van Naxos nog geen 70 minuten lang is, is het een en ander gesneuveld, dialogen voornamelijk. Niet dat ik er rouwig om ben: mijn Frans is ontoereikend en er is geen libretto bijgeleverd.

Maar ook de uitvoering kan mij niet echt bekoren. Jeanne Crousand (de sirene) zingt uitstekend, zij haalt ook moeiteloos haar hoge noten, maar echt verleidelijk kan ik haar nergens vinden. Nog meer moeite heb ik met de beide tenoren, af en toe klinken ze gewoon geknepen. Eerlijk gezegd heb ik de cd alleen maar afgeluisterd omdat het moest.

Doodzonde, want het is de allereerste opname van het werk. Auber is sowieso niet een componist die we vaak tegenkomen en dat verdient hij niet. Vooralsnog is zijn naam voornamelijk bekend van La Muette de Portici uit 1820 en dat ook nog eens omdat de opera een revolutie heeft ontketend. Het wachten is op een nieuwe Richard Bonynge die Auber weer op de rails kan brengen.


DANIEL FRANÇOIS ESPRIT AUBER
La Sirène
Jean-Fernand Setti, Xavier Flabat, Jean-Noël Teyssier, Jacques Calatayud, Jeanne Crousaud, Dorothée Lorthiois
Les Métaboles Choir
Orchestre des Frivolities Parisiennes olv David Reiland
Naxos 8660436

Why don’t we see Martinů’s Greek Passion more often?

Greek Passion martinu-600 Universal Edition Magazine

Once, years ago I begged the gods (and the staff of DNO) to put by Bohuslav Martinů’s The Greek Passion on the repertoire list. In vain. It doesn’t even have to be a new production, on the contrary! There is a beautiful staging made by David Pountney. It was first performed in 1999 in Bregenz (this was the first version of the opera), and a few years later at the Royal Opera House in London.

I saw the production in London and was very moved by it. In the performance I attended, the main parts were played by Christopher Ventris as Manolios (Christ) and Douglas Nasrawi as Panait (Judas), and since then I have hoped that one day a DVD will be released. In vain, so it seems …

‘Christ was crucified again’

Greek Passion Kazantzakis

Nikos Kazantzakis © Universal Edition Magazine

The subject: refugees, corruption, religious fanaticism, humanism and the search for identification was, is and will always remain topical. Bitter, tragic, but also beautiful and very humane. Martinů himself wrote the libretto for it, based on the novel ‘Ο Χριστός ξανασταυρώνεται’ (Christ was crucified again) by Nikos Kazantzakis. The book (and the opera) tells a story of the survivors of a Turkish massacre who seek shelter in a Greek village where the local population is preparing for their annual ‘Passion performances’.

FILM

Greek Passion film

There are two versions of the opera. The original version was rejected by the then management of the Royal Opera House in 1957. The score, which was drastically adapted by Martinů, was not performed until 1961 in Zurich, after the composer’s death. This ‘revision’ was recorded by Supraphon in 1981 and filmed for television in 1999 (Supraphon SU 7014-9).

For the time being, we should be satisfied with that, at least as far as the image is concerned. Not that it’s bad, on the contrary, because there’s a lot to enjoy, but it’s a film and the roles are played by professional actors who really do their best to make us believe that they’re singing too.

The film is strongly reminiscent of Zeffirelli. If you have seen his Cavalleria Rusticana, you know what I mean. There are beautiful images of the arid landscape and the heat and drought are almost palpable.

The soundtrack comes from the recording by the Brno Philharmonic Orchestra conducted by Charles Mackerras (need I say more?) with a cast including John Tomlinson as the priest Grigoris, John Mitchinson as Manolios, Helen Field as Katerina and the soloists of the Welsh National Opera.

CD

Greek Pasion Kaftan

Recently, the first, original version of the opera was published on Oehms (OC 967), recorded live in Graz in March 2016. The performance is definitely good. The Swiss tenor Rolf Romei is a very moving Manolios and Dshamilja Kaiser a convincing Katerina. The Grazer Philharmonisches Orchester is conducted very idiomatically and very appealingly by Dirk Kaftan.


Judging by the pictures in the textbooklet (and the fragments on You Tube) the production was also beautiful to see. Why is this not on DVD?

In Dutch: BOHUSLAV MARTINŮ: The Greek Passion

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Walk like Egyptian: Verdi’s Aida door Robert Wilson

Aida Wilson

Verwacht geen olifanten in deze Aida uit Brussel. Ook geen grote massa scènes en – voornamelijk – verwacht geen emoties. Bij Robert Wilson moet alles minimalistisch en esthetisch verantwoord, wat ontegenzeggelijk leuke plaatjes oplevert maar in discrepantie blijft met de muziek. De zangers bewegen zeer langzaam, bijna in slow motion en hun (spaarzame) gebaren zijn gestileerd naar de oud-Egyptische tekeningen.

Niemand raakt niemand aan, sterker: er wordt niet eens naar elkaar gekeken. Alle personages zijn voornamelijk met zichzelf en hun eigen leed bezig, wat volgens de regisseur wellicht de sleutel is tot het drama. Voor mij te ver gezocht.

De enscenering wordt gedomineerd door de kleuren zwart en blauw, er zijn amper decors en/of rekwisieten. Dodelijk saai.

De, werkelijk geweldige zangers lijken gevangen te zitten in een keurslijf van emotieloos acteren, al lukt het Ildiko Komosi (Amneris) af en toe een gebaar te smokkelen. Samen met Norma Fantini (Aida) zorgt zij voor de meeste spanning en ontroering, en hun duet in de eerste acte is vocaal een hoogtepunt.

Marco Berti is een prima Radames met een prachtige hoogte en een vleugje ‘Pavarotti’ in zijn timbre, en ook de rest van de bezetting is eersteklas. Kazushi Ono dirigeert bedaard, met alle aandacht voor de details.

Terugkerend naar de regisseur: Robert Wilson lijkt zich keer op keer te herhalen. Heb je ooit een enscenering van hem gezien, dan heb je ze allemaal gezien. Hoezo ‘opera is geen museum’?

Giuseppe Verdi
Aida
Norma Fantini, Marco Berti, Ildiko Komlosi e.a.
Symphony Orchestra&Choire of La Monnaie-De Munt olv Kazushi Ono
Opus Arte OA 0954 D

Madama Butterfly: drie (cd) opnamen waar ik niet zonder kan

Butterfly

Female Attendant Helps Madama Butterfly to Dress Giclee Print by C.d. Weldon | Art.com

Het leven van een operaliefhebber is incompleet zonder minstens één Madama Butterfly op de plank – tenzij u natuurlijk een Puccini-hater bent (ze bestaan echt!), maar in dit geval leest u het toch niet….

RENATA SCOTTO

Butterfly Scotto

Voor mij een absolute ‘numero uno’ is de in 1966 bij EMI (tegenwoordig Warner 0190295735913) verschenen opname onder Sir John Barbirolli. Renata Scotto bewonder ik niet alleen vanwege haar prachtige stem, maar ook (en misschien voornamelijk) vanwege haar totale identificatie met iedere rol die ze ooit gezongen heeft.

Begonnen als een lyrische coloratuursopraan, schitterde ze voornamelijk in opera’s van Bellini en Donizetti, om in de jaren zestig langzamerhand ook zwaardere rollen op haar repertoire te zetten. Madama Butterfly was er één van, en daarmee zette ze een standaard die nog steeds niet is geëvenaard.

Hieronder: privé opname van het liefdesduet met Renata Scotto en Giacomo Giacomini

Je kan je een lyrischer of juist een meer dramatische Cio Cio San indenken; eentje met minder metaal in haar stem of eentje met kinderlijker stem. Maar geen andere zangeres wist zo het complexe wezen van het meisje te doorgronden en haar verandering van een naïef kind in een volwassen, door immens verdriet gebroken vrouw zo te karakteriseren.

Hieronder: Scotto zing ‘Con onor muero’ in Arena di Verona in 1987

Vijftien is Cio Cio San als de opera begint en nog maar achttien bij haar tragische einde, maar in die drie jaar heeft zij een ontwikkeling doorgemaakt, waar een gewoon iemand een heel leven voor nodig heeft. En dat alles hoor ik in Scotto’s interpretatie.

Carlo Bergonzi is een prachtig gezongen, een ietwat afstandelijke Pinkerton en Rolando Panerai een zeer warme Sharpless.


CLARA PETRELLA

Butterfly Petralla

Op nummer twee op mijn lijstje staat een Italiaanse Rai-opname uit 1953 (Urania URN22.311) met in de hoofdrol Clara Petrella. Deze verschrikkelijk ondergewaardeerde sopraan is een zeer dramatische Butterfly, met een intensiteit die je bij het beluisteren gewoon pijn doet.

Feruccio Tagliavini roept met zijn zoete, lyrische stem een sfeer van liederen van Tosti op: dit is een Pinkerton om verliefd op te worden.


VICTORIA DE LOS ANGELES

Butterfly de los Angels

Op nummer drie ook een oudje: een in 1954 door EMI opgenomen en inmiddels op Regis (RRC 2070) heruitgebrachte opname met Victoria de los Angeles en Giuseppe di Stefano. De los Angeles is een Butterfly met een kinderlijke warmte, broos, breekbaar. Haar te kwetsen voelt alsof je de Madonna zelf gekwetst hebt. Daar past Giuseppe di Stefano met zijn zeer macho tenor wonderwel bij.


Het geheim van Susanna

Il Segreto di Susanna

Susanna heeft een geheim. Heeft zij een minnaar? Dat is precies wat haar jaloerse echtgenoot Gil denkt. In het huis hangt een rookgeur, dus..? Nou, nee. Susanna heeft geen minnaar en de sigaretten, die rookt zij zelf. Dat is dus haar geheim. Het is een gegeven van niets, maar Ermanno Wolf-Ferrari wist van het niemendalletje één van de leukste komische opera’s ooit te maken.

Zijn muziek is goddelijk mooi. Meer, eigenlijk. In zijn noten wist hij alle gemoedstoestanden te vangen. Boos, blij, verontrustend, kwaad, gelukkig… Je hoort het. Geniaal. Dat de opera nog maar zelden wordt uitgevoerd heeft alles te maken met onze verachting van alles wat naar verisme ruikt. Voor de gemoedsrust van de verisme-haters: nee, Il Segreto di Susanna is geen veristische opera, het is meer een commedia dell arte. Of, plat gezegd, een heerlijk tussendoortje.

De – live – opname uit 2006 is uitstekend. Ángel Ódena is een meer dan de overtuigende echtgenoot en Judith Howarth een zoetgevooisde Susanna. Dat laatste is voor mij meteen (het enige) minpunt van de opname: Susanna mag toch best wat meer uitgesproken zijn! Wie de opname met Renata Scotto kent weet wat ik bedoel.

Als bonus krijgen we Wolf-Ferrari’s jeugd werk, een Serenade voor strijkers. En mooi dat het is! Het  uitstekend spelende Oviedo Filarmonia staat onder de zeer enthousiasmerende leiding van Friedrich Haider.


ERMANNO WOLF-FERRARI
Il Segreto di Susanna
Serenade voor strijkers
Judith Howarth, Àngel Òdena
Oviedo Filarmonia o.l.v. Friedrich Haider
Naxos 8.660385

Ermanno Wolf-Ferrari: TALITHA KUMI