opera/operette/oratorium/koorwerken

De Neus: bittere satire van het allerhoogste niveau

De Neus

De Neus, de eerste opera van Dmitri Sjostakovitsj is gebaseerd op de gelijknamige novelle van Nikolaj Gogol. Voornamelijk dan, want hij gebruikte ook Gogols andere verhalen en van Fjodor Dostojevski heeft hij een volksliedje uit zijn Gebroeders Karamazov ‘geleend’

Het volstrekt absurde libretto verhaalt over de verdwijning, een desperate zoektocht en de wonderlijke terugkomst van de neus van majoor Kovaljov. Is het een droom? Een werkelijkheid? Het doet er eigenlijk niet toe. De opera is een bittere satire op een kleinburgerlijk milieu en de communistische maatschappij. Onder de groteske bovenlaag ligt heel wat leed verscholen: corruptie, onnozelheid en onbekwaamheid.

Er zijn maar liefst zeventig personages en de opera speelt zich op verschillende locaties af. Soms krijg je het gevoel midden in een film te zijn beland, zeker ook doordat de gebeurtenissen elkaar in een rap tempo opvolgen. De hoofdpersonen krijgen allemaal een persoonlijke begeleiding van een bepaald instrument, waardoor er een soort leidmotief wordt gecreëerd.

Het orkest speelt niet minder dan briljant, al legt Valery Gergiev voor mijn gevoel te veel nadruk op het groteske, waardoor de ernst van het verhaal het onderspit moet delven. Maar het klinkt werkelijk fantastisch.

De solisten zijn van het allerhoogst niveau, met Vladislav Sulimsky (Kovaljov) en Sergei Semishkur (de Neus) voorop.


Vladislav Sulimski, Alexei Tanovitski, Sergei Semishkur,Tatiana Kravtsova e.a.
Mariinski Soloists, Orchestra, and Chorus olv Valery Gergiev
Mariinsky MAR0501

 

Advertenties

Tintinnabuli van Arvo Pärt

Part PassioOoit eens gehoord van een compositiestijl genaamd ‘tintinnabuli’? Nee? Ik ook niet. Het werd bedacht door Arvo Pärt en is gebaseerd (ik citeer) op een ‘relatie tussen harmonie en melodie’. Zoiets als in de polyfonie van de vroege renaissance zeg maar, maar dan vermengd met de oude gezangen van de Russisch orthodoxe kerk. En met de associaties van de klank van de kerkklokken (tintinnabuli = klokjes, belletjes).

Volgens Pärt zijn eigen woorden: “de melodie en haar begeleiding zijn één. Eén plus één is één, en niet twee. En dit is het geheim achter deze techniek”…. Hmmm… het zal wel. Arvo Pärt is immers immens populair en zijn werken vliegen de concertzalen in en de winkels uit. Het verwondert mij niet want de moderne mens is moe en toe aan het onthaasten, en daar leent zich deze tonale en spirituele muziek bijzonder goed voor.

De Johannes Passie werd al eerder opgenomen door o.a het Hilliard Ensemble, een bijzonder fraaie opname die volkomen terecht in 1989 een Edison kreeg. Om je met de Hilliards te kunnen meten moet je heel wat in je mars hebben en daar komt Tonus Peregrinus dicht in de buurt. Onder de leiding van Antony Pitt toont het ensemble zich de Engelse tradities waard. En dan zeuren we niet over de (te?) snelle tempi.


Arvo Pärt
Passio
Robert Macdonald (tenor), Marc Anderson (bariton)
Tonus Peregrinus olv Antony Pitts
Naxos 8555860

Requiem voor Krzysztof Kieśłowski

Preiner Requiem

Wat doet een componist bij het overlijden van een dierbare vriend? Juist, hij schrijft een Requiem. Zbigniew Preisner behoort tot de één van de beste filmcomponisten van onze tijd. Zijn muziek is, ook in Nederland, zeer geliefd. Voornamelijk zijn samenwerking met de regisseur Krzysztof Kieśłowski (La Double Vie de Veronique, Troi Couleurs, Decalogue) heeft tot grote successen geleid en het is soms moeilijk de filmbeelden van de muziek te scheiden.

Op zijn vijftigste verjaardag besloot Kieśłowski te stoppen met filmen, een besluit dat de vele filmliefhebbers diep betreurden. Hij had echter nog heel erg veel plannen voor de toekomst, waaronder een creatie van een mysterie-spel/opera over ‘het leven’, uiteraard in samenwerking met Preisner en zijn vaste scenarist Krzysztof Piesiewicz. De première zou in de Acropolis plaats vinden. Helaas, in maart 1996 overleed Kieśłowski aan een hartinfarct, nog maar 55 jaar oud. Of de plannen al vergevorderd waren vermeldt het (overigens zeer summiere) tekstboekje niet.

Preisner Kieslowski

Krzysztof Kieśłowski 

 De muziek is zeer weemoedig en beeldend. Het ‘Ascende huc’ in Apocalypse zou een Theodorakis niet hebben misstaan (het bevat ook letterlijke citaten uit ‘Z’). De teksten zijn in het Latijn (in Life ook in het Grieks) en in het Pools.

Afbeeldingsresultaat voor Zbigniew Preisner

Zbigniew Preisner

Liefhebbers van de muziek van Preisner zullen beslist niet teleurgesteld worden. Het Sinfonia Varsovia onder leiding van Jacek Kaspszyk speelt heel erg goed en er wordt mooi gezongen. Het geheel heeft een hoge hit potentieel en dat bedoel ik niet neerbuigend. Zelf vind ik het prachtig. Wel waarschuw ik voor het hoge ‘Górecki 3’ gehalte.


Zbigniew Preisner
Requiem for my friend
Elzbieta Towarnicka (sopraan)
Varsov Chamber Choir/ Ryszard Zimak
Sinfonia Varsovia olv Jacek Kaspszyk
Erato 3984-24146-2

 

Il trovatore van Dmitri Tcherniakov, naar de opera van Verdi

https://exlibris.azureedge.net/covers/3760/1153/0408/6/3760115304086xxl.jpg

De Munt in Brussel baarde in de zomer van 2012 opzien met een nieuwe Il trovatore, geregisseerd door de toen ‘rising star’ Dmitri Tcherniakov. Ik was er niet bij en daar heb ik nooit spijt van gehad.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus ik ben in juni 2012 niet naar Brussel gegaan om daar de in álle opzichten nieuwe Il trovatore – naar de opera van Verdi – te gaan aanschouwen. De waarschuwing kwam van Marina Poplavskaya, de sopraan die Leonora zong. Op haar Facebook-pagina zei ze: “Je wilt niet zien wat wij het publiek hier gaan voorschotelen.”

Nu ligt de opera in mijn dvd-speler en nog voordat ik eraan begin, krijg ik een tweede waarschuwing. Deze keer van het operahuis zelf. “Om te beantwoorden aan het dramaturgische concept van de regisseur zijn de rollen van Ines en Ruiz, alsook bepaalde tussenkomsten van het koor toegewezen aan andere zangers van de productie.”

Het nieuwe verhaal: er is ooit iets gebeurd, jaren geleden. Om het verhaal erachter te ontrafelen en de ware toedracht te leren kennen, brengt Azucena alle betrokkenen bij elkaar en sluit ze op in een flat. Zo beginnen we aan een nachtmerrieachtige reis, waarin het verleden en het heden door elkaar lopen.

Trovatore Brussel scenefoto


© Bernd Uhlig 2012

Regisseur Dmitri Tcherniakov is een meester in het creëren van spanning en zijn personenregie is weergaloos. Ik zit ademloos te kijken. Alleen heeft het allemaal niets maar dan ook niets met Il trovatore van Verdi te maken.

Er wordt ontegenzeggelijk goed gezongen in de voorstelling. Misha Didyk is een perfecte Manrico. Groots en stralend en gezegend met een perfecte hoogte. Ook Marina Poplavskaya kan mij bekoren, al gaat er iets duidelijk mis in ‘D’amor sull’ali rosee’ (aanwijzingen van de regisseur?).

Scott Hendricks is een zeer betrouwbare bariton, die je in alle mogelijke rollen kunt inzetten. Zeker ook omdat hij zo’n voortreffelijke acteur is. Ook als Luna stelt hij niet teleur en op zijn ‘Il balen del suo sorriso’ valt weinig aan te merken, al had ik er meer ‘morbidezza’ in willen horen.

Sylvie Brunet-Grupposo is een zeer indrukwekkende Azucena. Ze heeft een grote, diepe stem en een sterke présence. Een beetje moeite heb ik met haar registerovergangen; in mijn oren klinkt het alsof ze met twee stemmen tegelijk zingt.

Ook Giovanni Furlanetto levert goed werk in de rol van Ferrando (hier onherkenbaar toegetakeld als een boekhouder op leeftijd). Met zijn mooie, diepe bas en dito voordracht completeert hij het vijftal protagonisten.

Het orkest speelt onder leiding van Marc Minkowski zonder meer goed. Ik zou alleen wat meer passie willen horen. Het uitmuntend zingende koor is naar de orkestbak gedelegeerd, dus eigenlijk bestaan ze niet. Of alleen in de verbeelding, of zo.

Mijn meeste collega’s waren zeer enthousiast over de productie. Ze roemden de spanning en de deconstructie, en ik ben het helemaal met ze eens. Alleen: waarom werd de opera niet omgedoopt tot Vijf slachtoffers van misverstanden van Tscherniakov, in plaats van door te gaan als Il trovatore van Giuseppe Verdi?

Hieronder de eerste tien minuten van de opera:

<iframe width=”560″ height=”315″ src=”//www.youtube.com/embed/7E0gt4hkTWU” frameborder=”0″ allowfullscreen></iframe

Giuseppe Verdi
Il Trovatore
Misha Didyk, Marina Poplavskaya, Scott Hendricks, Sylvie Brunet-Grupposo, Giovanni Furlanetto
Choirs de la Monnaie (Chorus master Martino Faggiani) en Orchestre symphonique de la Monnaie onder leiding van Marc Minkowski
Regie: Dmitri Tcherniakov
BelAir Classiques BAC 108

IL TROVATORE. Discografie

IL TROVATORE in Amsterdam 2015

Authentieke Ruslan en Ludmila uit het Bolshoi

Ruslan en Ludmmila

Voor zijn eerste grote werk, een ‘novelle in strofen’, bewerkte Poesjkin één van de meest geliefde Russische sprookjes, Ruslan en Ludmila. Het gedicht op zijn beurt inspireerde Mikhail Glinka voor het componeren van zijn succesvolste opera, al was de ontvangst bij de première nogal matig.

Glinka, nog steeds beschouwd als de ‘vader van de Russische muziek’, combineerde nationale volksdansen en liederen met het Italiaanse belcanto: de invloeden van Donizetti en Bellini zijn in de zeer aanstekelijke ouverture duidelijk hoorbaar.

In april 2003 werd in het Bolshoi-theater in Moskou de eerste ‘authentieke’ uitvoering van Ruslan en Ludmila gepresenteerd. De meest oorspronkelijke en verloren gewaande partituur werd opgespoord (daarover staat een uitgebreid verslag in het tekstboekje) en nauwkeurig opgevolgd. De moderne blaasinstrumenten werden vervangen door exemplaren zonder ventielen en de concertvleugel door een Érard-piano, en in de vierde acte gaf zelfs een heuse glasharmonica act de presence.

Voor de hoofdrollen werden jonge zangers geëngageerd en het geheel stond onder de bezielde leiding van Alexander Vedernikov, sinds 2001 chef van het Bolshoi. Gelukkig voor ons zagen de bazen van Penta Tone hoe belangrijk de gebeurtenis was, en de voorstelling werd live in super-audio opgenomen. Een feest, niet alleen voor de operaliefhebbers. Een bijzondere uitgave.


Mikhail Glinka
Ruslan and Lyudmila
Taras Shtonda, Etakerina Morozova, Vadim Lynkovsky, Aleksandra Durseneva e.a.
Chorus and Orchestra of the Bolshoi Theatre, Moscow olv Alexander Vedernikov
PentaTone PTC 5186 043

 

 

 

 

 

 

Vesper Psalms van Donizetti herontdekt

Donizetti Vespers

Hier heb ik dus nog nooit van gehoord en ik vermoed dat ik de enige niet ben. Toen Donizetti nog aan het studeren was bij Simon Mayr heeft hij de psalmteksten voor Vespers – toen een zeer populair genre – op muziek gezet. Hij schreef het werk in de jaren 1819/1820, maar uitgevoerd werd het nooit. Waarom? Daar komen we nooit achter. Denk ik. Alhoewel?

De partituur is, na zowat 200 jaar onbekend te zijn gebleven nog maar pas geleden ontdekt en dat is natuurlijk fantastisch dat we er kennis mee mogen maken. Buitengewoon belangrijk voor de musicologen en Donizetti die-heards. Zelf vind ik het ongekend goed dat het werk niet alleen werd uitgevoerd maar ook opgenomen en daar ben ik Naxos er eeuwig dankbaar voor. En toch..

En toch… Tot mijn spijt vind ik het werk buitengewoon zwak en ik denk niet dat ik er nog ooit weer naar zal luisteren. Gelukkig is de uitvoering meer dan redelijk en Franz Hauk doet werkelijk zijn best om ons te overtuigen dat het om een vergeten meesterwerk gaat.


GAETANO DONIZETTI
Vesper Psalms
Andrea Lauren Brown, Anna Feith, Johanna Krodel, Veronika Sammer, Markus Schafer, Christoph Rosenbaum, Daniel Ochoa, Niklas Mallmann
Simon Mayr Chorus
Concerto de Bassus olv Franz Hauk
Naxos 8573910

Saint Ludmila van Dvořak profiteert van een uitstekende uitvoering

Dvorak Ludmila

De beginjaren (en het martelaarschap van de heiligen) van het Christendom zijn al eeuwenlang een meer dan belangrijke inspiratiebron van de Westerse kunstwereld. Ook De heilige Ludmila, een weinig bekend oratorium van Antonin Dvořak gaat daar over. Het libretto van Jaroslav Vrchlický is gebaseerd op een historisch waar verhaal over de bekering van de vorstin Ludmila en haar geliefde Bořivoj, hertog van Bohemen. Het was Dvořaks derde oratorium, hij componeerde het in 1886. De première was een fiasco, waarna de componist zijn werk een paar keer heeft bewerkt.

Dat de compositie niet zo vaak wordt uitgevoerd, dat snap ik wel. Ik zelf vind het behoorlijk onevenwichtig, nergens wil het maar één geheel worden. Niet dat het niet mooi is, integendeel. En met een goede uitvoering kan men best veel bereiken, iets wat hier zeer zeker het geval is.

Adriana Kohútková is een pracht van een Ludmila en de tenor Tomáš Černý een meer dan een overtuigende Bořivoj. Karla Bytnarová zingt een fraaie Svatana, de vertrouwde dienares en vriendin van Ludmilla en ook de bas Peter Mikuláś (Ivan) kan mij goed bekoren.

Maar het mooist vind ik de bijdragen van het werkelijk sublieme koor en de mooier dan mooi spelende Slovak Philharmonic Orchestra onder leiding van Leoš Svarovský.


ANTONIN DVOŘAK
Saint Ludmila
Adriana Kohútková, Karla Bytnarová, Tomáš Černý, Peter Mikuláś
Slovak Philharmonic Orchestra and Choir o.l.v. Leoš Svarovský
Naxos 8.574023/4