opera/operette/oratorium/koorwerken

Violeta Urmana als La Gioconda

Gioconda Domingo UrmanaEen vrouw verscheurd tussen de liefde voor haar moeder en haar minnaar: het is geen alledaags thema voor een opera. Dat zij uiteindelijk voor haar moeder kiest wordt haar fataal, maar heeft ons met ‘Suicidio!’, één van de mooiste aria’s uit de operageschiedenis verrijkt. Ondertussen krijgen we passie, bedrog, moord en zelfmoord, voor elk wat wils. Melodrama? Me dunkt, van het beste kaliber!

Hieronder: Violetta Urmana zingt ‘Suicidio’

Violetta Urmana zet een uitstekende straatzangeres neer, betrokken en doorleefd, al is zij minder dramatisch dan haar illustere voorgangsters: Callas, Cerquetti, Milanov, Tebaldi of Scotto…
Om maar een paar te noemen.

Hieronder: ‘Suicidio’ gezongen door Renata Scotto

Luciana D’Intino is een mooie, lyrische Laura en Lado Ataneli een goede Barnaba, al mist hij de vileine trekjes (kwestie van goed acteren?) van een Milnes of Mittelmann.

Dat Plácido Domingo de rol van Enzo altijd al wilde opnemen is evident. Hij zong hem voor het eerst in 1970 in Madrid, met Angeles Gulin als Gioconda, en vertolkte hem later ook in Berlijn, London, New York en Wenen.

Hieronder: Plácido Domingo zingt ‘Cielo e mar’ in Madrid 1970:

En nu dus – voor het eerst! – ook op de cd en  het resultaat is werkelijk verbluffend. Zijn vocale kracht is niet verminderd en zijn warme tenor, wonderlijk genoeg minder baritonal van timbre klinkt nog steeds als een klok.


Amilcare Ponchielli
La Gioconda
Violeta Urmana, Placido Domingo, Luciana D’Intino, Elisabetta Fiorillo, Lado Ataneli, Roberto Scandiuzzi
Chor des Bayerischen Rundfunk, Münchner Rundfunkorchester olv Marcello Viotti
Warner Classics 7359652

LA GIOCONDA uit Salerno 2012

 

Plácido Domingo zingt Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


 

ERIK

Fliegende Hollander Sinopoli

Voor de in 1998 opgenomen Der Fliegende Holländer (DG 4377782) heeft Domingo de rol van Erik aan zijn repertoire toegevoegd. Zijn Erik is aantrekkelijk en charmant, hij zingt die rol niet alleen zeer betrokken maar ook zeer idiomatisch.

Die opname is mij bijzonder dierbaar en dat niet alleen vanwege Domingo, maar ook vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend en Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman.

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


 

LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

Trailer van de film:

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

En de complete opname uit La Scala in Milaan (7-12-1994) olv Riccardo Muti,

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

waxman zeissl

In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de (ooit zeer gerenommeerde) klassieke muziek label Decca een onvolprezen serie ‘Entartete Musik’ opgestart. Onder supervisie van de producer Michael Haas werden er werken opgenomen van de door nazi’s vervolgde componisten van wie velen in de concentratiekampen werden vermoord en daarna decennialang werden genegeerd en zelfs vergeten.

Lang heeft het niet geduurd. De verkoopcijfers vielen tegen, Haas werd ontslagen, en de meeste van die cd’s zijn inmiddels uit de catalogus.

waxmann zeisl waxman-resize-800x955

Franz Waxman

Elke oprechte liefhebber van filmklassiekers kent de muziek van Franz Waxman. Zijn composities voor o.a. Rebecca, Sunset Boulevard en A Place in the Sun hebben hem ettelijke Oscar nominaties bezorgd en twee keer mocht hij het beeldje ook daadwerkelijk in ontvangst nemen.

waxman zeisl humoresque

Voor Humoresque van Jean Negulesco, met in de hoofdrollen Joan Crawford en John Garfield componeerde hij een regelrechte kraker: ‘Carmen Fantasie’ (in de film gespeeld door Isaac Stern), een niet uit de concertzalen en opnamen weg te krijgen virtuoze stuk voor viool en orkest.

Weinig mensen weten echter dat hij ook ‘serieuze’ muziek heeft gecomponeerd. Het wordt gewoon genegeerd.

 

waxman zeisl zeisl

Eric Zeisl

Zeisls naam is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Ooit heeft Harmonia Mundi een paar van zijn kamermuziekwerken opgenomen, maar ook die opnamen is inmiddels uit de catalogus verdwenen. Beide componisten waren generatie- en lotgenoten, die op de vlucht voor de nazi’s in Hollywood belandden. Mochten hun beider lotgevallen op elkaar lijken, hun muziek doet het allerminst.

De liederencyclus Das Lied von Terezín bestaat uit acht gedichten, geschreven door Tsjechische kinderen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar tijdens hun verblijf in de concentratiekamp Theresienstadt.

Hevig aangedaan door het lot van deze kinderen componeerde Waxman in 1965 een zeer aangrijpende muziekstuk dat qua uitdrukkingskracht valt te vergelijken met Schönbergs Overlevende uit Warschau. Het gros is geschreven in twaalftoonstechniek, maar er valt ook een duidelijke invloed van Zemlinsky te bespeuren (‘Der Garten’) en in ‘Dachbodenkoncert in einer alten Schule’ wordt een motief uit de Mondscheinsonate van Beethoven geciteerd. Het geheel wordt zeer ontroerend vertolkt door de beide koren en de mezzosopraan Della Jones.

Het Requiem Ebraico van Eric Zeisl heeft als basis Psalm 92 en is opgedragen aan de vader van de componist en ‘alle slachtoffers van de Joodse tragedie in Europa’. Zeisls muziek is zeer melodieus en sterk beïnvloed door de Joodse en Hebreeuwse thema’s. Onvoorstelbaar, dat het niet vaker wordt uitgevoerd!


Franz Waxman: The Song of Terezín
Eric Zeisl: Requiem Ebraico
Deborah Riedel, Della Jones, Michael Kraus Rundfunk-kinderchor Berlin, Rundfunkchor Berlin, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Lawrence Foster (Decca 4602112)

TUSSEN TWEE WERELDEN

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

 

Een paar woorden over ‘Porgy en Bess’ door Simon Rattle

porgy cd warner

Dertig jaar oud en nu al een klassieker? Zeker. De Porgy and Bess die Simon Rattle in 1988 dirigeerde in Glyndebourne is zelfs legendarisch te noemen. De dirigent had een prachtig spelend en verrassend goed swingend orkest (London Philharmonic Orchestra op zijn best) tot zijn beschikking, én een cast om je vingers bij af te likken (Warner Classics 0190295900649)


De opname uit 1988 heeft ettelijke prijzen en onderscheidingen gewonnen. In 1992 werd de productie (in vrijwel dezelfde bezetting) in Covent Garden herhaald en daarna in een studio voor de video vastgelegd, waarbij gebruik werd gemaakt van de vier jaar oudere geluidsopname.

porgy dvd warner

Het levert af en toe een beetje discrepantie tussen beeld en geluid op, maar een kniesoor die daarover klaagt. (Warner 0724349249790)

Willard White is een sensitieve Porgy. Met zijn sonore bas straalt hij zowel autoriteit als kwetsbaarheid uit. Cynthia Haymon is een ontroerende en letterlijk zeer mooie Bess.

De door Harolyn Blackwell kinderlijk naïef, maar ook zeer sensueel gezongen ‘Summertime’ klinkt als een slaapliedje voor volwassenen en Trevor Nunns realistische regie zorgt voor prachtige, zeer tot het hart sprekende beelden.

 

THE GERSHWIN MOMENT

 

It all started with Paganini: DYNAMIC celebrates its fortieth birthday

DynamicThe genesis of Dynamic can be read as a real fairy tale. The label was founded  forty years ago by Pietro Mosetti Casaretto (1925-2012), a violin-playing surgeon with an enormous passion for classical music. Initially, only chamber music works were recorded, all performed by the many friends (including Salvatore Accardo and Bruno Cannino) of the founder.

Mosetti Casaretto, a sincere admirer of violin music in general and of Paganini in particular, set himself the goal of recording Paganini’s complete oeuvre, which he more or less succeeded in doing. The catalogue mentions 35 Paganini titles, many of them performed on the famous violin of the composer/virtuoso.

In 1996, however, there was a turnaround: Dynamic signed a cooperation contract with the opera festival in Martina Franca. With live recordings of weird and unknown operas and of lesser known versions of Macbeth and Lucia di Lammermoor, for example, Dynamic quickly became popular among opera lovers.

Nowadays they also work with other (small) Italian opera houses, such as Teatro La Fenice (Venice), Teatro Lirico di Cagliari and Teatro Regio di Parma. The company initially focused mainly on DVDs, nowadays all titles are offered on both DVD and CD.

With a few different titles, chosen by myself mainly for their high rarity, I settled down on the couch: the party could begin. What struck me immediately was that most of the operas were directed by Pier Luigi Pizzi. Coincidence?

Dynamic Pizzi

Pier Luigi Pizzi © Studio Amati Bacciardi

According to Stefano Olcese (production supervisor), it had indeed been pure coincidence at first. “But”, he adds, “Pizzi was so enthusiastic about what we were doing that he wanted us to join him when he directed another opera”. And so it happened.

I’ll start right away with two Pizzi operas – productions for which he also designed the costumes and sets.

 

Les Pêcheurs de Perles (Bizet)

Dynamic parelvissers

A production with a lot of ballet, and that bothers me a lot. When yet another dancer floats through the famous duet and thus hides the singing gentlemen from my eyes, I want to give up and read a book.

Yet it won’t let me go, so I watch again. I don’t regret it, although it is still hard for me to persevere. The blame lies mainly (except for the ballet) with the tenor: Yasu Nakajima is mainly meaningless and superficial. Too bad.

But Annick Massis is a truly enchanting Léïla. Only in her place I had chosen the baritone (good Luca Grassi). All in all: provided you do not hate ballet, it is a reasonable recording of that opera on DVD.

Below Annick Massis and Yasu Nakajima in ‘O Dieu Brama!

 

Hans Heiling (Marschner)

Dynamic Hans Heiling

Somewhat hesitantly I started Hans Heiling. Never before did I hear it, let alone see it. From Marschner I only knew Les Vampyrs. Besides: after all the hassle with the ballet in Les Pêcheurs de Perles I fear the worst. Well, that was a surprise! I immediately recognized Pizzi: his predilection for colour (mainly red in all its shades), excesses and physicality is evident here too, but it really works here.

Hans Heiling (Jan Svatos in Czech) was a legendary king of spirits, his name is often found in Czech and German legends. He falls in love with an earthly girl and swears off his magic power to marry her.

However, she is in love with an ordinary boy and rejects him. Disillusioned (only a man can try his luck on earth) Heiling returns to his underground kingdom. A male equivalent of Rusalka, but without the tragic end.

There is insanely good singing and acting, there is not a single weak role. I already knew how formidable Anna Caterina Antonacci can be, but the (also to the eye) very attractive Markus Werba is a true discovery. Very exciting and dazzling. Recommended.

Below a fragment of the production:

 

Alfonso und Estrella (Schubert)

Dynamic Schubert

Another surprise! I love it: a romantic fairy tale about an old king, who is thrown off the throne by his rival, and about his son who falls in love with the daughter of his father’s rival.

After some complications (there is also a real bad guy) everything goes well: Alfonso and Estrella get married and the old king gets his throne back, which he then promptly hands over in favour of the young couple. And there is also a moral: a really big man forgives his enemies.

The music is very beautiful. No, it’s not a masterpiece, but still … it’s unmistakably Schubert. There are a few incredibly beautiful ballads: a song by Froila about the cloud girl, for example. Or a touching ‘Wo ist sie’ by Mauregato, who thinks he has lost his daughter.

Eva Mei, Rainer Trost, Alfred Muff, Markus Werba and Jochen Schmeckenbacher play and sing exceptionally well, and I also think the staging (directed by Luca Ronconi) is a great success. In a setting of string instruments only, the opera is played out two-dimensionally: on stage and on the platform behind it, where puppets play the scenes.

In the first act the singers are dressed in evening dress (suggesting a song recital?), in the second and third act they wear period costumes from the region  (Spain in the eighteenth century).

Like Hans Heiling, the piece was performed in 2004 in Cagliari, an opera house that is not afraid of unknown repertoire.

More Dynamic (a selection):
Il Matrimonio segreto, a somewhat forgotten niemendalletje
LALO: LE ROIS D’YS
GIOVANNI BOTTESINI: Requiem

In Dutch:
Het begon met Paganini… Dynamic viert zijn veertigste verjaardag

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

otello domingootello

Voor mij is er geen twijfel mogelijk: Plácido Domingo is de grootste vertolker van Otello, zeker in de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw.

Niet alleen als zanger, maar ook als acteur weet Domingo zich fantastisch aan zijn partners aan te passen, waardoor zijn interpretatie altijd boeiend en nooit hetzelfde is.

Sir Laurence Olivier, één van de allergrootste Britse acteurs, heeft ooit gezegd: ‘Domingo plays Othello as well as I do, and he has that voice!’

Domingo’s fascinatie met Otello is al vroeg begonnen. In 1960 maakte hij zijn debuut in de opera, maar dan als Cassio. In 1962 – het was tevens de laatste keer dat hij de rol zong – stond hij tegenover de Otello van Mario del Monaco. In zijn memoires schrijft hij dat hij toen al wist dat Otello zijn ‘droomrol’ ging worden.

 

otello-placido-domingo-katia_1_8e94452a005bdde991cf21943c48cdb0

Zijn allereerste ‘Moor uit Venetië’ zong hij in Hamburg, op 28 september 1975. Hijzelf noemt het één van de belangrijkste data in zijn carrière. Desdemona werd toen gezongen door de piepjonge Katia Ricciarelli en het werd gedirigeerd door James Levine. De complete opera is tegenwoordig op You Tube beschikbaar:

Een jaar later kwam de opera in de Milanese Scala. Het was de eerste samenwerking tussen Domingo en Carlos Kleiber (buiten de studio). Mirella Freni zong Desdemona en Piero Cappuccilli Jago. Het werd live op de Italiaanse tv uitgezonden en inmiddels staat ook op You Tube

Er bestaat ook een geluidsopname van. Het is inmiddels op verschillende piratenlabels uitgebracht en is ook op Spotify te vinden. Het is eigenlijk verplichte kost, en dat ondanks de povere geluidskwaliteit en het ontbreken van een paar maten uit de derde akte (er was iets in het publiek voorgevallen).


otello domingo en price
Een andere fantastische live-Otello komt uit Londen, opgenomen op 19 februari 1978. Carlos Kleiber was weer van de partij, maar Desdemona werd nu gezongen door Margaret Price en Silvano Carroli was Jago. Zeer spannend.

 

otello rca
Van al zijn studio-opnamen van Otello is die – ooit RCA, tegenwoordig Sony – uit 1978 mij het meest dierbaar. Desdemona werd gezongen door Renata Scotto en zij gaf de rol een extra dimensie. Zij was niet alleen maar onschuldig, maar ook hoorbaar boos, verdrietig en bang. Sherrill Milnes was een duivelse Jago en het geheel stond onder leiding van James Levine.


 

otello kiri

Opus Arte (OA R3102) heeft een ouderwets mooie voorstelling uit Covent Garden uitgebracht (regie: Elijah Moshinsky). Het werd in oktober 1992 opgenomen. Met haar mooie, lyrische sopraan is Kiri Te Kanawa een droom van een Desdemona. Haar passiviteit past goed bij de rol, zeker in het concept van de regisseur. Sergei Leiferkus (Jago) is niet echt idiomatisch, maar hij zingt en acteert goed en het orkest onder de ferme leiding van Georg Solti speelt de sterren van de hemel.

 

otello fleming

Dezelfde productie werd in 1996 in de Metropolitan Opera in New York uitgevoerd en door Deutsche Grammophon opgenomen (0730929). Het was een mijlpaal in de operageschiedenis, want met Desdemona maakte Renée Fleming haar ongeëvenaarde debuut in die rol.

Ze deed mijn hart sneller kloppen van smart en ontroering. Haar ‘Wilgenlied’ met de sterk geaccentueerde herhalingen van ‘cantiamo’, haar engelachtige ‘Ave Maria’, haar o zo menselijk gespeelde wanhoop, ongeloof en verdriet – dat kon niemand onberoerd laten.

De lyrische tenor Richard Croft was ook visueel goed gecast als Cassio, en het geheel stond onder de zinderende leiding van maestro Levine

Hieronder een fragment:

 

ALEKSANDRS ANTONENKO (CSO-resound CSOR 901 1301)

otello antonenkoNu moet u mij eerlijk vertellen: hoeveel goede Otello’s kent u, zeker als u zich tot de laatste 40 jaar beperkt (na Vickers en zeker Domingo, die zich de rol eigen heeft gemaakt)?

Het is niet dat er geen pogingen werden ondernomen. De meest geslaagde vond ik nog die van José Cura, maar ook zijn invulling van de rol vond ik niet meer dan goed. De rol vereist namelijk een kanon van een stem, een enorm uithoudingsvermogen, een solide laagte en een buitengewoon ontwikkeld middenregister. En dan heb ik het niet eens over de terecht beruchte ‘Esultate’, met de op volle sterkte gezongen hoge noten, die je paraat moet hebben zonder enige opwarming vooraf. En je moet kunnen acteren, echt goed acteren, al is het alleen maar met je stem.

Aleksandrs Antonenko had dat allemaal. Toen de in 2011 in Chicago opgenomen cd werd uitgebracht     was ik oprecht heel erg blij en vond hem de eerste na Domingo die de rol geloofwaardig neerzette. Zijn krachtige tenor is (Of moet ik zeggen ‘was’?) gezegend met een zeer aangenaam vleugje metaal, zonder dat er aan warmte wordt ingeboet. In alle registers, die ook nog eens soepel overlopen, klinkt hij zuiver en nergens forceert hij. Daarbij verliest hij de humane kant van zijn held niet uit het oog: de opkomst en de ondergang van de ‘Leeuw uit Cyprus’ weet hij zeer overtuigend over te brengen.

Hieronder Antonenko in ‘Dio mi potevi’, opgenomen in Salzburg 2008.

Krassimira Stoyanova is, naar mijn mening, de beste Desdemona van vandaag. Haar interpretatie stijgt boven het gemiddelde uit. Ze is meer dan een onschuldig meisje, ze is een liefhebbende vrouw, die ook begaan is met het lot van anderen en die niet tegen onrecht kan. Haar verdriet om een ander in ‘Salce’ gaat perfect over in het verdriet om haar eigen lot in ‘Ave Maria’. Angstig? Ja, maar nergens berustend. Daar ben ik stil van geworden.

Een beetje moeite heb ik met Carlo Guelfi. Voor mij klinkt hij niet gemeen genoeg, wellicht omdat zijn Jago niet slim genoeg is? Hij is een schurk, maar dan één van een laag allooi. Meer een doener dan een denker. Een gewone schurk, geen ‘brein erachter’. Het ligt een beetje aan zijn stem. Zijn op zich prachtige bariton mist verleidelijke noten – een eigenschap die een Milnes of Diaz juist zo afstotend en gevaarlijk maakte.

Juan Francisco Gatell is een goede Cassio met een (voor mij) iets te feminine klank – iets meer machismo zou de rol wat meer sieren. Wellicht had Michael Spyres (Roderigo) die rol moeten zingen?

Het orkest onder de voortreffelijke leiding van Riccardo Muti speelt alsof hun leven ervan afhangt en de spanning is werkelijk om te snijden.


 

SIMON O’NEILL (LSO Live LS 00700 (2SACD)

otello davisOp papier zag het er niet echt idiomatisch uit. Een Nieuw-Zeelandse tenor als Otello, een Duitse sopraan als Desdemona, een Canadese bariton als Iago en een Engels orkest onder leiding van een Engelse dirigent. Mijn verwachtingen waren dan ook niet hooggespannen toen ik de, in december 2009 in het Londense Barbican live opgenomen Otello ging beluisteren.

Deels kwamen mijn verwachtingen uit. Simon O’Neill (Otello) heeft een iel, dun geluid. Nergens klinkt hij als een veldheer en in zijn liefdesduetten klinkt hij eerder monotoon dan lyrisch. Maar hij was een ‘last minute’-vervanger voor Torsten Kerl en dan wil je veel door de vingers zien.

Anne Schwanewilms (Desdemona) is voor mij een regelrechte misbezetting. O ja, zij heeft een prachtige, romige sopraan, maar ik mis de onschuld, de angst, de liefde, de oprechtheid. Zij intoneert niet helemaal zuiver en heeft bovendien een nare gewoonte om de tonen naar boven te trekken.

Maar Gerald Finley maakt als Iago erg veel goed. Wat een verrassing! Zijn bariton klinkt echt Verdiaans en hij kleurt en speelt met zijn stem dat het een lieve lust is. Alleen al voor hem zou ik de opname niet meer willen missen.

Het London Symphony Orchestra zet Verdi’s partituur onder leiding van Sir Colin Davis ferm neer. Wat een tempo voor 82-jarige dirigent!


Rolf Liebermann In Memoriam

Liebermann

Rolf Liebermann © Claude Truong-Ngoc (1980)

De Zwitserse componist Rolf Liebermann (14 september 1910 – 2 januari 1999) wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme waarin de grens tussen het toelaatbare en belachelijke opgezocht en vaak overschreden wordt.

Onder zijn leiding groeide de Hamburgse Staatsopera, waar hij tussen 1959 en 1973 veertien  jaar de scepter zwaaide tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken, bouwde een fantastisch artiestenensemble op en trok buitenlandse sterren en would-be sterren (in Hamburg begon de wereldcarrière van Plácido Domingo) aan. Arlene Saunders, William Workman, Raymond Wolansky, Franz Grundhebber, Tom Krause, Hans Sotin, Toni Blankenheim – allemaal vormden ze een vast en hecht ensemble, waar af en toe een grotere (lees: voor het grote publiek bekendere) naam aan werd toegevoegd: Lucia Popp in Fidelio en Zar und Zimmerman, Cristina Deutekom, Dietrich Fischer-Dieskau en Nicolai Gedda in Die Zauberflöte, Sena Jurinac in Wozzeck.

 

Liebermann boek

En hij gaf compositie opdrachten. In de jaren van zijn managent beleefden maar liefst 28 opera’s en balletten hun wereldpremière, een score waar menig operahuis jaloers op zou moeten zijn. Zijn tijd aan de Hamburgse Staatopera beschreef Liebermann later in zijn autobiografische boek ‘Opernjahre’ als de gelukkigste tijd van zijn leven. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als je zoveel moois op zo’n hoog niveau wist te realiseren kan je niet anders dan intens gelukkig zijn.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet regisseur Joachim Hess dertien producties voor de tv vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio. Met de toen beschikbare middelen was het onmogelijk om geluid en beeld tegelijk op te nemen, dus werd eerst de soundtrack gemaakt, waardoor de zangers het in de studio zeer precies konden na-mimen, zodat alles synchroon liep.

Liebermann box

Een jaar of tien geleden werden de opera’s door Arthaus Musik op dvd’s uitgebracht. Naar de hedendaagse technische maatstaven is het allemaal uiteraard verre van perfect. Het geluid is mono en de cameravoering nogal statisch maar voor de liefhebber valt er waanzinnig veel te genieten, niet in de laatste plaats vanwege het repertoire.

PENDERECKI: DIE TEUFEL VON LOUDON

Liebermann Penderski

In 1967 benaderde Liebermann Krzysztof Penderecki met het verzoek een opera voor Hamburg te componeren. Het werd Die Teufel von Loudun, waarvoor de componist zelf het libretto had geschreven. Het verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis: door het toedoen van een priores van de Ursulinenorde werd in het Franse Loudun in 1634 een priester van duivelse praktijken beschuldigd en tot de brandstapel veroordeeld.

De opera beleefde zijn wereldpremière op 20 juni 1969 en kort erna werd hij verfilmd. De hoofdrol van moeder Jeanne werd op een zeer indrukwekkende manier vertolkt door Tatiana Troyanos, een andere grote ster wiens carrière in Hamburg was begonnen (toen ze een beurs van de Rockefeller Foundation had gekregen om zich in Europa verder te bekwamen, deed ze auditie in Hamburg waar Liebermann haar meteen een contract aanbood). Haar portrettering van de door duivels geplaagde gebochelde non met seksuele visioenen is duizelingwekkend. Alles aan haar, van top tot teen, acteert. Haar gezichtsuitdrukking verandert met elke gezongen frase en haar stem gaat door merg en been.

De horrorachtige muziek met haar vele glissandi en octavensprongen roept een gevoel van onbehagen op en maakt dat je, ondanks de immense spanning, toch wel ongemakkelijk in je stoel blijft zitten. De enscenering, met veel bloot en expliciete seksscènes is voor die tijd zeer vooruitstrevend en ik kan me voorstellen dat het toentertijd als shockerend werd ervaren.

Trailer van de productie:

Over muziek gesproken: wist u dat William Friedkin muziek van Penderecki gebruikte voor zijn film The Exorcist?

GIAN CARLO MENOTTI: HILFE, HILFE DIE GLOBOLINKS!

Liebramann Globolinks

Speciaal voor Hamburg heeft de Italiaans-Amerikaanse componist en regisseur Gian CarloMenotti  Hilfe, Hilfe Die Globolinks!, een opera ‘voor kinderen en voor hen die van kinderen houden’ gemaakt. De première vond plaats in 1968 en een jaar later werd het in de studio verfilmd.

Ik moet u bekennen dat ik niet zo’n liefhebber van kinderopera’s ben maar hier heb ik toch schaamteloos van zitten genieten. Het is een onweerstaanbaar sprookje over aliens (Globolinks) die allergisch zijn voor muziek en alleen door middel van muziek bestreden kunnen worden.

De beelden zijn voor die tijd zeer sensationeel, vol kleur en beweging en het bos waar de kleine Emily (onweerstaanbare Edith Mathis) met haar viooltje doorheen moet om hulp te gaan halen is werkelijk beangstigend. De aliens zijn volgens de hedendaagse begrippen een beetje knudde, maar het geeft niet,  het geeft het geheel een aaibare glans. Het werk zit barstensvol humor en ironie, er wordt naar de muziekbarbaren uitgehaald: de schooldirecteur die muziek niks vindt verandert zelf in een alien.

Er wordt ook rijkelijk met oneliners gestrooid (“muziek leidt je naar de juiste weg” of “als de muziek sterft is het eind van de wereld nabij”). Onbegrijpelijk dat zoiets niet standaard voor alle scholen (en ik bedoel hiermee niet alleen de kinderen) wordt opgevoerd, het onderwerp is (en blijft) zeer actueel.

De bezetting van alle rollen, inclusief de kinderen, kan gewoon niet beter, en bewijst nog eens de hoge standaard van het Hamburgse ensemble, want waar vind je nog zoveel geweldige zangers/acteurs bij elkaar, die zoveel verschillende rollen op zo’n hoog niveau kunnen brengen?

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

LE NOZZE DI FIGARO deel 2