Giacomo_Puccini

David Parry dirigeert spannende en zeer muzikale Tosca

Tosca_NRO071

© Marco Borggreve

Na al die slechte berichten over de regie van de nieuwe Tosca door de Nederlandse Reisopera viel de productie mij alleszins mee. Goed: de eerste en (voornamelijk) de derde acte waren behoorlijk verwarrend, maar wie de opera goed kent kon er mee uit te voeten. We waren in een willekeurig politiestaat anno niet nader te bepalen beland, wat in contradictie was met de gezongen tekst (Napoleon? Slag om Marengo?), maar daar zijn we inmiddels aan gewend.

Veel meer moeite had ik met de logica – of gebrek er aan. Harry Fehr, de regisseur van dienst liet de opera met gesproken woorden beginnen: Scarpia geeft zijn assistenten de opdracht om beelden van bewakingscamera’s terug te draaien om eerder die dag gemaakte opnamebeelden te kunnen bekijken. Maar dan moeten ze toch weten waar Angelotti zich schuil houdt? Het staat duidelijk op hun camera’s vastgelegd: ‘nel pozzo del giardino’.

Als geen ander componist wist Puccini zijn opera’s in een paar akkoorden samen te vatten zodat je meteen in de juiste stemming werd gebracht. Ook bij Tosca, ja. Ik ga hier niet in details treden, maar de drie beginakkoorden van de opera:  Bes, As en E, die moeten een ‘duivel’ in de muziek verbeelden en die duivel, die heeft een naam. Scarpia. Dat is ook verder in de opera ‘Scarpia’s muziek’, daar heeft Puccini goed over nagedacht. Door de opera met gesproken tekst te laten beginnen en pas daarna de akkoorden te laten klinken haal je de angel uit het verhaal.

Tosca_NRO022

© Marco Borggreve

Wat ik ook jammer vond was de aankleding. Tosca is een diva die zich toch wel een spannendere jurken kan permitteren, laat staan de kleurloze en onflatteuze mantelpakje in de derde acte. Cavaradossi is iets meer dan een hippie in een korte broek: hij bezit immers een villa? En Scarpia, de belangrijkste man van de geheime politie, die zal nooit en te nimmer een uniform aan hebben gehad.

Tosca_NRO014

© Marco Borggreve

Maar wat de productie echter zeer de moeite maakte waren de zangers en, laten we wel zijn: daar gaat het in een opera voornamelijk om, om de zangers. Ik heb de uitvoering eerst op de radio gehoord en daar was ik best blij mee want zo kon ik de stemmen beoordelen zonder gestoord worden door beelden. En die stemmen, die waren echt, echt, echt TOP, allemaal! Gelukkig werd mijn eerste indruk ook live bevestigd: er werd werkelijk fantastisch goed gezongen.

Tosca_NRO009

Philip Rhodes (Scarpia) © Marco Borggreve

Allereerst was er een fenomenale Scarpia van de jonge Nieuw-Zeelandse bariton Phillip Rhodes. Goed: hij oogde (en klonk) een beetje jong voor die rol maar hij wist ontzettend goed zijn perverse emoties over te brengen. Hij zong dat hij van gewelddadige seks houdt en dat hoorde je terug in zijn stem. Zijn sonore bariton is groot en hij beschikt over een scala van kleuren en nuancen. Zijn buitengewoon aantrekkelijke en erotische stem deed mij in de verte een beetje aan Sherrill Milnes denken.

Tosca_NRO069

Noah Steward (Cavaradossi) © Marco Borggreve

De Amerikaan Noah Stewart was een uitstekende Cavaradossi. Niet alle noten waren helemaal zuiver en ik merkte dat hij af en toe kneep in de hoogte, maar zijn ‘E lucevan de stelle’ was precies dat, wat het moest zijn: een liefdesverklaring. Liefdesverklaring aan zijn minnares. En aan zijn leven, waar hij over enkele minuten afscheid van ging nemen. Zeer ontroerend.

Tosca_NRO058

Kari Postma (Tosca) © Marco Borggreve

De Noorse Kari Postma was een excellente Tosca. Ik kon het zonder meer waarderen dat zij de rol op een totaal andere manier benaderde dan haar grote voorgangsters, zij heeft er een eigen ‘Postma-Tosca’ van gemaakt.

Tosca_NRO004

© Marco Borggreve

Roman Ialcic wist mij zeer te imponeren als een indrukwekkend gezongen Angelotti (wat een stem!) en Oleksandr Pushniak was een voortreffelijke koster.

Michael J. Scott (Spoletta) viel mij een beetje tegen, zijn vertolking van de gemene spion en rechterhand van Scarpia vond ik een beetje kleurloos.

Schitterend daarentegen was de bijdrage van Bernaddeta Astari, hier geen herder maar een poetsvrouw (hoe verzin je dat?), die na de ontdekking van de moord (wie poetst kantoren om drie uur s ’ochtends? De logica, hè?) het lijk liet liggen.

Tosca_NRO041

© Marco Borggreve

Er waren goede bijdragen van Simon Wilding (Sciarrone) en Alexander de Jong (kerkermeester) en het kinderkoortje en het Consensus Vocalis klonken zeer goed.

Het Orkest van het Osten ontbrak het een beetje aan italianitá, maar David Parry wist de musici de essentie van de muziek van Puccini bij te brengen. Het was spannend, zinderend, erotisch en toch behoorlijk belcantesk.

Trailer van de productie:

Bezocht op 6 november 2018 in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam

Mijmeringen over Tosca

Advertenties

Mijmeringen over Tosca

Tosca partituur

Ik ben een groot Puccini bewonderaar. Zijn muziek komt rechtstreeks mijn hart in om het nooit meer te verlaten. Ik houd van al zijn opera’s en al zijn heldinnen zijn mij even lief. Ik houd zielsveel van Angelica en Cio-Cio-San en na hun dood blijf ik urenlang janken. Maar geen één haalt het bij Tosca: het verhaal is zo ontzettend complex en zit zo vernuftig in elkaar dat ik er – ook al kan ik de opera werkelijk dromen! – keer op keer iets nieuws in weet te ontdekken.

Is het u opgevallen, dat bij Puccini geen rollen zijn weggelegd voor de mezzo’s? Voor het gemak laat ik Edgar niet meetellen. Per slot van rekening was het nog geen ‘echte Puccini’. Ik denk dat het komt dat zijn vrouwen alles behalve ééndimensionaal zijn. Ze zijn sterk en kwetsbaar tegelijk, noch goed noch slecht. Cio-Cio-San was een geisha, Suor Angelica had een buitenechtelijk kind, Mimi had losse verhoudingen. En toch houden wij van ze, allemaal, zelfs van de wispelturige Manon Lescaut en hun dood doet ons naar de zakdoek grijpen.

De ‘Puccini baritons’ zijn de vriendelijkheid zelve: de lieve en behulpzame Marcello, de meelevende consul Sharpless. Zelfs de sheriff Jack Rance speelt een eerlijk spel en na een verloren partijtje poker laat hij zijn rivaal gaan.

Tosca 1907

Er is één uitzondering: baron Scarpia. Vanaf het begin beheerst hij het toneel in de letterlijke en figuratieve zin. Hij is degene, die het hele scenario heeft uitgedokterd en uitgewerkt tot in de kleinste details. Hij is de jager, die om zijn prooi te vangen geen middelen zou schuwen. Hij is de duivel, voor niets en niemand bang; en om zijn zin te krijgen is hij bereid een vals spel te spelen. Maar: let op! hij is alleszins weerzinwekkend. Nee, baron Scarpia is een  aantrekkelijke, charmante, erudiete en intelligente man en daardoor een uiterst gevaarlijke tegenspeler.

Tosca Giraldoni+as+Scarpia

Eerste Scarpia: Eugenio Giraldoni

Floria Tosca is een gevierde zangeres, een diva. Mooi, verleidelijk, vrouwelijk en beroemd; begeerd door vele mannen. Zij heeft een verhouding met een jonge schilder, Mario Cavaradossi.

Tosca hericlee-darclee-din-arhiva-teatrului-solis

De eerste Tosca: Hariclée Darclée

Hun verhouding is gepassioneerd, maar of ze werkelijk van elkaar houden? Tosca is op het hoogtepunt van haar carrière, dus niet zo piep meer. Zij heeft al vele minnaars achter de rug en realiseert zich dat Mario wellicht de laatste kan zijn. Dat maakt haar extreem jaloers.

Tosca DeMarchiTosca

Voor Cavaradossi is een verhouding met een beroemde diva iets om trots op te zijn. Dat is hij ook, wat hem niet weerhoudt om ook naar andere dames te kijken en hun schoonheid te bewonderen. Hij flirt een beetje met de revolutie, denkt zichzelf belangrijk te maken door een schuilplaats aan een echte revolutionair aan te bieden. Wat een makkelijke prooi voor onze jager!

Tosca_Te_Deum_Act_1-1

The Te Deum scene which concludes act 1; Scarpia stands at left. Photograph of a pre-1914 production at the old Metropolitan Opera House

Scarpia is belast met het opsporen van republikeinen. Angelotti, ex consul van de Romeinse Republiek ontsnapt echter en alle sporen leiden naar een kerk, waar onze schilder aan het werk is. Er is echter noch Angelotti, noch Cavaradossi aanwezig: wel een lege broodtrommel en deuren, die open staan. Scarpia maakt dankbaar gebruik van Tosca’s jaloezie in de (terechte) veronderstelling, dat zij hem naar de schuilplaats van Angelotti zou kunnen leiden. Bovendien zit hij al een tijd achter de diva aan: hij wil dolgraag een nacht met haar doorbrengen. Hij laat Cavaradossi martelen en ondertussen is hij bezig Tosca te versieren.

Scotti_as_Scarpia_Kobbe

Antonio Scotti als Scarpia

De ruil, die hij haar biedt (het leven van Mario tegen een partijtje vrijen) verbaast ons niets. Dat hebben wij al vaker in de opera meegemaakt. Maar de ontknoping, het is zo anders! De meeste sopranen in dezelfde situatie plegen zelfmoord (Gioconda, Leonora ‘Trovatore’), of geven gelaten toe (Maddalena). Zo niet onze diva. Zij vecht, bidt, smeekt en vertoont een gedrag van een opgesloten tijger, om uitendelijk Scarpia met zijn eigen broodmes te vermoorden. Wat denkt zij hiermee te bereiken? De moord op de zo belangrijke man wordt gauw ontdekt en dan is zij, noch haar vriendje (die zij nog steeds denkt te kunnen bevrijden) veilig meer. Dat kan zelfs een niet bijster intelligente diva bedenken. Wat drijft haar? Welnu: Tosca is bang voor haar eigen emoties!

Tosca_Act_2_Victrola_Book_of_Opera

Tosca reverently lays a crucifix on Scarpia’s body. Photograph of a pre-1914 production at the old Metropolitan Opera House, New York

Weet u nog hoe aantrekkelijk Scarpia is? Ook Tosca blijft er niet ongevoelig voor en dat beangstigt haar in hoge mate. Om aan de erotische aantrekkingskracht van Scarpia te ontsnappen, moet zij hem doden. Dan pas kan zij werkelijk vrij zijn. Zij spoedt zich naar de Engelenburcht waar haar minnaar gevangen zit, vertelt hem wat zij gedaan had en dat zij vrij zijn. Er rest nog een kleinigheidje: een ‘schijnexecutie’.

Puccini_-_Tosca_-_The_execution_of_Cavaradossi_-_The_Victrola_book_of_the_opera

Helaas, Scarpia was nooit van plan geweest om Tosca voor de nacht te betalen en Mario wordt daadwerkelijk gedood. Dan pas beseft Tosca, dat Scarpia haar zelfs in het toneelspelen had overtroffen. En dat kan zij hem niet vergeven: “O Scarpia, avanti a Dio!” (“O Scarpia, tot voor God!”) zijn haar laatste woorden.

110924-diapo315

Er zijn duizenden ‘Tosca’s’ op de markt. Ik ga ze zeker niet bespreken, te veel, te veel echt goede. Ga luisteren naar Rosa Ponselle, Rosa Raisa, Mafalda Favero, Maria Caniglia, Magda Olivero, Renata Tebaldi, Maria Callas, Zinka Milanov, Eleanor Steber, Leyla Gencer, Leontyne Price, Montserrat Cabbalè, Renata Scotto, Raina Kabaivanska, Régine Crespin … Ze zijn allemaal voortreffelijk, elk op hun eigen manier, zoals het bij een echte diva hoort. Maar – voor mij – geen één haalt het bij Sara Scuderi:

De man die van vrouwen hield

donnePuccini

Puccini dandy

Zijn uiterlijk was voor hem zeer belangrijk. Hij was altijd elegant gekleed en hield van mooie hoeden, op en top een grand seigneur. Dankzij Giuseppe Adami weten wij hoe hij eruit zag op de dag van Premio del Commercio: hij droeg een elegante, donkergrijze ‘tight’, een bolhoed en een das in dezelfde kleur met een grote parel erop.

 

Puccini door Adami

Hij was een verwoed roker en “met de sigaret tussen zijn lippen, zijn deukhoed even schuin op het hoofd, met iets mannelijks en hartelijkst in zijn intelligent gezicht en in zijn krachtig postuur” (Adami) zag hij er beslist knap en aantrekkelijk uit.

 

puccini-de Dion-Bouton

Dat was ook de bedoeling. Hij hield van auto’s en autorijden en zijn eerste exemplaar kocht hij al in 1901: een De Dion Bouton. Een van de autoritjes werd hem bijna fataal: bij een ongeluk raakte hij bewusteloos en brak zijn been. Het weerhield hem niet van het kopen van steeds nieuwere exemplaren, nog mooier en nog sneller.

Jacht was zijn grootste liefhebberij. Niet, dat hij het zo goed kon – het schijnt, dat hij heel vaak miste en zo het plezier voor de anderen bedierf. Waarom deed hij het dan? “Het jagen had voor hem meer weg van een vertoon van viriliteit, en naarmate hij ouder werd, werd de behoefte zijn mannelijkheid te bewijzen steeds sterker” (van Leeuwen). Zijn mannelijkheid….. ja, hij hield van vrouwen.

Puccini Elvira

Puccini en Elvira Bonturi

Hij trouwde laat, pas in 1904, met de vrouw met wie hij al jarenlang samenwoonde en een zoon had. Van liefde was er geen sprake meer, maar het was fatsoenlijker. Zijn vrouw, Evira Bonturi was zeer jaloers en niet geheel zonder reden. Naast de zovele korte avontuurtjes en slippertjes had hij een jarenlange verhouding met een mysterieuze vrouw uit Turijn, een verhouding die dermate serieus was, dat hij al overwoog om te gaan scheiden.

PUccini Corinna

Maria Anna Coriasco, de mysterieuze ‘La Torinese’. Picture on the tombstome

Waarom en hoe hij de verhouding beëindigde is niet bekend. Wel bekend was een schandaal rond een dienstmeisje, die door de vrouw des huizes onterecht beschuldigd van een verhouding met haar werkgever, zelfmoord pleegde.

PUccini Doria Manfredi

Doria Manfredi

Zijn werken zijn zeer erotisch getint en zijn heldinnen krijgen de mooiste muziek te zingen. Ooit zei hij: “Il giorno in cui non sarò più innamorato fatemi il funerale”  (Op de dag wanneer ik niet meer verliefd ben, begraaf me).

‘Tu, che di gel sei cinta’ uit Turandot is de laatste aria die hij heeft gecomponeerd. Ook de tekst is van hemzelf:

Hij stierf toen hij bezig was met wat het mooiste en het grootste liefdesduet in zijn oeuvre had moeten worden. En tot het laatste moment was hij bezig met zijn uiterlijk: Puccini, de man die van vrouwen hield.

Hieronder de finale van Turandot, in de ‘originele versie’ van Franco Alfano die de opera na de dood van Puccini heeft afgemaakt:

Fiorenza Cedolins overtuigt als La Rondine

La Rondine Cedolins

Puccini was een man van Amore, met een hoofdletter ‘A’. Al het andere was er aan ondergeschikt, ook de revoluties en de (wereld)oorlogen.

De ‘piccole cose’ van het leven, daar draaide het bij hem om. En al deed hij werkelijk zijn best om ook cynische of komische elementen in zijn werk door te voeren, toch kwam hij altijd bij zijn uitgangspunt terug: de allesomvattende en verslindende liefde. Een liefde, waar zijn heldinnen ook aan onderdoor gingen. Was het niet door de ziekte of zelfmoord  dan wel door de zelfopoffering.

Daar is Magda, ‘de zwaluw’ uit zijn gelijknamige opera, geen uitzondering in. Met een verleden als de betere courtisane denkt zij geen toekomst te kunnen bieden aan een jonge student en – gelijk Violetta uit La Traviata – besluit zij hem te verlaten en terug te keren naar haar rijke, liefdeloze leven in de Parijse salons. Waarmee zij ook toegeeft aan de wensen van, in dit geval, la mamma.

De opera speelt zich af in 1850, maar Graham Vick verplaatste hem naar honderd jaar later. Ik ben geen Vick liefhebber maar in dit geval kan ik zijn productie zeker waarderen.

De sets en de kostuums doen aan de Hollywoodfilms uit die tijd denken en Magda (een voortreffelijke Fiorenza Cedolins, wat een verademing om in die rol een dramatische stem te horen) lijkt een vleesgeworden Marylin Monroe.

De rest van de cast is goed maar niet uitzonderlijk.

Giacomo Puccini
La Rondine
Fiorenza Cedolins, Fernardo Portari, Sandra Pastrana, Emanule Giannino, Stefano Antonucci; Orchestra and Chorus of the Teatro La Fenice olv Carlo Rizzi
Regie Graham Vick
Arthaus Musik 101329

TOSCA an der MET: Anna Netrebko erobert Puccinis ikonische Diva

Text: Mordechai Aranowicz

 

 

Tosca poster

 

Zum Ende ihrer laufenden Saison präsentierte die Metropolitan Opera in New York sechs Aufführungen von Tosca, in denen Anna Netrebko als tragische Titelheldin debütierte. Dabei hatte sie sich diese wunderschöne Neuinszenierung von Sir David McVicar, die am vergangenen Silvesterabend ihre Premiere erlebte, für ihr stürmisch gefeiertes Rollendebüt ausgesucht. Die grosse Sängerin erhielt bereits nach ihren aus dem Off gesungenen Mario-Rufen stürmischen Auftrittsapplaus, der keine Vorschusslorbeeren bleiben sollte.

 

Tosca Netrebko

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Die Netrebko präsentierte sich auf dem Zenit ihres Könnens und scheint mit der Tosca eine Rolle gefunden zu haben, die in jeder Hinsicht zu ihrer dunkel timbrierten Stimme passt. Sie sang die Rolle mit warmem, sinnlichen Sopran, der in allen Lagen ausgezeichnet ansprach und zeichnete musikalisch einen Charakter, wie man ihn selten erlebt. Da erhielt jede Note eine tiefere Bedeutung, das Spiel Anna Netrebkos glühte in Liebe, Angst, Leidenschaft und Verzweiflung. Das berühmte “Vissi d`arte” und das anschließende “Vedi, le man giunte io stendo a te!” wurden vom Publikum mit einer atemlosen Stille verfolgt.

 

Tosca Cvaradossi

Najmiddin Mavlyanov © internet

 

Toscas geliebter Mario Cavaradossi war mit dem usbekischen Tenor Najmiddin Mavlyanov besetzt worden, der zum ersten Mal überhaupt an der Met sang. Der sympathische Sänger beeindruckte vom ersten Moment an mit seinem klaren, technisch perfekt geführten Tenor italienischer Schule, der ausgezeichnet mit Anna Netrebko harmonierte und mit mächtigen Vittoria-Rufen im zweiten Akt austrumpfte. Diese wunderbare Gesangsleistung wurde mit einem ausgezeichneten “E lucevan le stelle” abgerundet.

 

Tosca Scarpia

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Als Baron Scarpia war von der Premierenbesetzung einzig noch Zeljko Lucic übriggeblieben, der zum Te Deum-Chor (Einstudierung: Donald Palumbo) im ersten Akt einen imposanten Auftritt auf einem Podest hatte und auch in der großen Szene mit Tosca bewies, warum er an allen führenden Häusern der Welt zu Hause ist. Allein darstellerisch wirkte Lucic für den sadistischen Charakter über weite Strecken etwas zu nobel – hier hätte der Sänger durchaus etwas mehr Brutalität darstellen können.

 

Tosca Te deum

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Der idealen Rahmen für diese vorzüglichen Sänger bildeten die gigantischen, an den Originalschauplätzen orientierten Bühnenbilder und zeitgerechten Kostüme von John Macfarlane. Da war einmal eine prächtige, in Goldtönen funkelnde Kirche Sant`Andrea della Valle, das stimmungsvoll von Kaminfeuer und Kerzen beleuchtete Palazzo Farnese und die monumentale Plattform des Castel Sant`Angelos mit ihrer gigantisch aufragenden Engelsstatue vor einem Himmelsprospekt, der mit seinen drohend gemalten Wolken das aufkommende Unheil vorwegnahm.

 

Tosca sprong

©Photo Ken Howard/Metropolitan Opera

Die geschmackvollen Kostüme im Stil des Empire betonten die Wirren des Umbruchs, in dem sich Europa im Juni des Jahres 1800 befand und waren im Falle der Titelheldin eine wahre Augenweide. Der Ausstatter hatte mit dem schwarzen (und nicht roten!) Kostüm des zweiten Aktes ausserdem berücksichtigt, dass Frauen erst ab dem Biedermeier die Farbe schwarz nur noch für Trauerzwecke trugen, damals diese Farbe jedoch zu festlichen Anlässen üblich war.

Die Personenregie von David McVicar beleuchtete zum einen viele kleine Details, die sonst in Tasca Aufführungen leicht untergehen, hielt sich jedoch insgesamt zugunsten der phantastischen Sänger wohltuend zurück., was auch künftigen Besetzungen entgegenkommen dürfte. Insgesamt stellt diese Regiearbeit eine deutliche Verbesserung gegenüber der wenig geliebten Vorgänger Version von Luc Bondy dar, ohne aber die berühmte Inszenierung von Franco Zeffirelli aus dem Jahr 1985 in irgendeiner Weise zu kopieren.

Am Pult des phantastischen Met-Orchesters sorgte Betrand de Billy für eine zupackende, spannende Interpretation, die jedoch hin und wieder etwas gefühlvoller hätte seien dürfen. Das Publikum zeigte sich am Ende begeistert und feierte alle Beteiligten mit stehenden Ovationen.

Deze recensie verscheen eerder op Place de l’Opera

LA BOHÈME Amsterdam december 2017

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Heel erg zachtjes klinkt nog: ‘Le mani.. al caldo…e…dormire’ (mijn handen…warm…en…slapen) … en dan is het stil. Mimi is dood. Haar vrienden hebben het nog niet in de gaten, maar wij, de toeschouwers, wij weten het wel want samen met de stem van Mimi is ook de muziek gestorven. Het is zo oorverdovend stil dat je je eigen tranen uit je ogen hoort vloeien. Het duurt niet langer dan een seconde, maar in die ene seconde is de hele essentie van Puccini’s muziek besloten. Een enkele noot, twee misschien, een klein akkoordje, een tweetakt…Stilte. Meer is er ook niet nodig.

Waarom is de laatste scène van La bohème zo ontroerend?

Het schijnt dat je je tegenwoordig er voor moet schamen dat die muziek iets met je doet, vandaar – denk ik – dat de ene na de andere regisseur de gekste fratsen verzint om maar niet voor sentimenteel te worden uitgescholden.

Zo niet de Australiër Benedict Andrews. In 2014 regisseerde hij bij De Nationale Opera in Amsterdam een La Bohème die niet meer (maar ook niet minder) deed dan het verhaal rechttoe-rechtaan te vertellen.

Koor van De Nationale Opera

Goed: hij permitteerde zich een paar vrijheden. Zo verplaatste hij de handeling naar de – zo schat ik – jaren vijftig van de vorige eeuw en liet hij de Bohemiens in een ruime studio gelijkvloers wonen in plaats van de voorgeschreven mansarde. Het leverde een paar contradicties (hoezo is Mimi buiten adem van het traplopen als er geen trap is?) en een enkel raar detail (met je pyjama op de koude kerstavond uit gaan eten? Really?) op, maar het zij hem vergeven want voor de rest heeft hij zich netjes aan het libretto gehouden. Er is zelfs een spiritusbrander waarop het versterkend drankje voor Mimi wordt voorbereid!

De cast was, op Thomas Oliemans (Schaunard), Gianluca Buratto (Colline) en de vertolkers van de kleine rollen na, geheel nieuw.

 

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Sergey Romanovsky (Rodolfo) en Eleonora Buratto (Mimi)

Eleonora Buratto (Mimi) heeft een mooie en ronde sopraan, zeer aangenaam om naar te luisteren. Ze begon een beetje aarzelend en haar eerste aria, ‘Sì. Mi chiamano Mimì’ klonk niet helemaal overtuigend, maar daar revancheerde zij zich later meer dan ruimschots voor. In ‘Donde lieta uscì’ bloeide haar stem op tot bijna Tebaldi-achtige proporties, maar bij haar opkomst in de derde acte (ach! De mist! En de sneeuwvlokjes!) al wist zij bij mij alle twijfels weg te nemen.

Rodolfo (Sergey Romanovsky), Marcello (Mattia Olivieri)

Sergey Romanovsky (Rodolfo) en Mattia Oliveri (Marcello)

Sergey Romanovsky heeft misschien een iets te kleine stem voor Rodolfo, maar zijn timbre is zeer fraai en wendbaar. Dat hij af en toe een klein beetje geknepen klonk in de hoogte schrijf ik toe aan première-zenuwen en ik ben er zeker van dat we met de Russische tenor een uitstekende Rodolfo in huis hebben.

la boheme musetta

Olga Kulchynska (Musetta) wachtend op haar opkomst in de gang van de DNO © Olga Kulchynska

Aan Olga Kulchynska (Musetta) viel een zeer zware – zo niet de onmogelijke – taak om ons Joyce El-Khoury van drie jaar geleden te doen vergeten. Iets waar zij uitstekend in slaagde, brava! Haar Musetta was aantrekkelijk, sexy, verleidend flirterig, maar ook meelevend en warm. Precies waar zij voor moest staan. Zie hier een perfecte casting.

 

La bohème - DNO046

Mattia Oliveri (Marcello) en Olga Kulchynska (Musetta)

Marcello werd gezongen door een jonge bariton Mattia Oliveri: ook een naam om te onthouden. Massimo Cavaletti, de Marcello van drie jaar geleden had een uitstraling van een zelfverzekerde kunstenaar; Mattia Oliveri heeft aan de rol ook de twijfel aan zichzelf en zijn  eigen kunst toegevoegd. Iets wat hem meteen niet alleen jonger maar ook sympathieker maakte.

Schaunard (Thomas Oliemans), Colline (Gianluca Buratto)

Gianluca Buratto (Colline) en Thomas Oliemans (Schaunard)

Gianluca Buratto wist op een zeer ontroerende manier afscheid van zijn mantel te nemen en Thomas Oliemans was een zeer koddige Schaunard.

 

laboheme-dno-vg003

Matteo Peirone (in het midden) als Benoit

Matteo Peirone was misschien niet helemaal overtuigend als de huisbaas Benoit, als Alcindoro deed hij het des te beter.

Morschi Franz herhaalde zijn uitstekende Parpignol en Peter Arink, Harry Teeuwen en Richard Prada leverden uitstekende prestaties in hun kleine rolletjes.

 

La boheme tutti

de cast van La Bohème met de dirigent Andrea Battistoni (derde van links) © FB

Het grootste verschil met de vorige editie lag aan het zangers-ensemble als een geheel. Hoe het ze gelukt was dat weet ik niet, maar hun innige vriendschap spatte van de bühne af, alsof zij daadwerkelijk ook ‘vrienden voor het leven’ waren. Maar misschien is het inderdaad ook zo?

La Boheme Battistoni

Andrea Battistoni © Andrea Battistoni

Maar de allergrootste ster van de avond stond in de bak. Mamma mia, wat een dirigent! De jonge Andrea Battistoni wist mij niet alleen te verrassen maar ook te overrompelen. Niet alleen was hij buitengewoon vakbekwaam maar in zijn directie straalde hij een groot respect en een immense liefde voor de muziek van Puccini uit. Hij respecteerde alle noten, ook die er niet waren. Zie hier (ook) de reden voor de immense ontroering na Mimi’s dood. Het Residentieorkest klonk onder zijn leiding buitengewoon warmbloedig en zeer liefdevol.

laboheme-dno022

Het Nieuw Amsterdams Kinderkoor met in het midden Eleonora Buratto (Mimi) en Sergey Romanovsky (Rodolfo)

Groot applaus ook voor het Koor van de Nationale Opera (instudering: Klaas-Jan de Groot) en het Nieuw Amsterdams Kinderkoor (Caro Kindt)

Trailer:

Giacomo Puccini
La Bohème
Eleonora Buratto, Sergey Romanovsky, Olga Kulchynska, Mattia Olivieri, Gianluca Buratto, Thomas Oliemans, Matteo Peirone, Morschi Franz e.a.
Koor van De Nationale Opera, Nieuw Amsterdams Kinderkoor, Residentie Orkest olv Andrea Battistoni
Regie: Benedict Andrews (instudering Astrid van den Akker)

Bezocht op 1 december 2017

Foto’s: © Marco Borggreve
http://www.marcoborggreve.com

Discografie:

LA BOHÈME. Discografie

Discografie LA BOHÈME deel twee

Discografie LA BOHÈME deel twee

La_Bohemeposter_l

NEW YORK LIVE

Allereerst aandacht voor twee live opnamen uit de New Yorkse Met: uit 1947 onder Giuseppe Antonicelli en uit1958 gedirigeerd door Thomas Schippers. Beiden zijn al een tijd terug op Sony uitgebracht en beiden zijn het beluisteren meer dan waard.

Bidú Sayão 1947

La Boheme sayao-bidu-as-mimi-n1790_w

De Braziliaanse Bidú Sayão gold als één van de mooiste sopranen aan de Met en dat bedoel ik niet alleen letterlijk. Haar stem is vederlicht en doet denken aan vrouwenstemmen in de oude films uit het begin van de ‘talking movies’, wat zonder meer bij de rol van Mimi past.

La Boheme opname met Sayao en Tucker

Persoonlijk prefereer ik rondere stemmen met licht dramatische ondertonen, maar hier word ik echt blij van. In combinatie met de jonge Richard Tucker klinkt zij zeer teer en hulpbehoevend. Giuseppe Antonicelli dirigeert met veel vaart (Sony 74646762)

 

La Boheme Sayao

Hieronder Richard Tucker, Bidu Sayao, Mimi Benzell en Frank Valentino in het kwartet ‘Dunque e proprio finita’  uit de derde akte:

 

Licia Albanese 1958

La Boheme Albanese

Een kleine waarschuwing is op zijn plaats: het geluid is niet mooi. Het is scherp en dof en af en toe willen de radiogolven even opstandig brommen, maar het heeft ook iets aandoenlijks. Alsof een tijdmachine je terugbrengt naar de middagen van weleer, toen de hele familie zich voor de radio nestelde om naar de nieuwste uitvinding, de live broadcast te luisteren.

Ook de uitvoering is ouderwets heerlijk. Niet dat de stemmen zo uitzonderlijk zijn, want behalve Carlo Bergonzi op zijn mooist heb ik de andere rollen wel eens beter bezet gehoord.

Licia Albanese (toen al bijna vijftig, wat absoluut niet te horen is) was een echte publiekslieveling, zeker in New York. Iets wat ik nooit zo goed heb kunnen begrijpen, want zelf had ik er echt niets mee. Thomas Schippers dirigeert zeer levendig (Sony 8697804632)

STUDIO

Victoria de los Angeles 1956

La Boheme de los angeles

Wilt u huilen, al vanaf het begin? Zo ja dan bent u hier aan het beste adres. Thomas Beecham doet werkelijk zijn best om het RCA-orkest een beetje afstandelijk te laten klinken maar de musici zijn net mensen en niet gediend van reserves in de echte liefde. Geheel onbeschaamd laten ze alle gevoelens, inclusief een gezonde dosis sentimentaliteit toe en het snotteren kan beginnen.

De eerste ontmoeting tussen Rodolfo en Mimi al… zijn ‘così’ bij het inschenken van ‘po’ di vino’ en dan haar ‘grazie, buona sera’…. Mensen, wie hier niet de hele wereld vergeet heeft geen hart!

Jussi Björling is een Rodolfo uit meisjes-dromen: gevoelig, sensibel, lief en zo verdomd aantrekkelijk! Dat Victoria de los Angeles (Mimi) voor hem valt kunnen we haar niet kwalijk nemen, doen wij immers ook. Maar we gunnen hem haar van harte want haar stem, die is zo verschrikkelijk mooi dat het bijna pijn doet. Alsof het Madonna zelf is die haar gedoofde kaars door haar buurman laat aansteken. Waarbij we het voor gemak vergeten dat zij de kaars waarschijnlijk zelf heeft uitgeblazen. Dat is dan ook het enige minpuntje van de opname: Mimi was geen Madonna.

Voor de rest: een must. Ook vanwege de onweerstaanbare Marcello van Robert Merrill (Naxos 8.111249/50)

Maria Callas 1956

.

Deze opname gaat niet mee naar een ‘onbewoond eiland’. Het ligt niet aan de dirigent noch aan de schitterend spelende orkest uit La Scala: Antonino Votto dirigeert vlot en spannend en zijn aandacht voor alle details is werkelijk briljant,

Rolando Panerai (Marcello) en Giuseppe di Stefano (Rodolfo) zijn aan elkaar gewaagd, hun stemmen passen uitstekend bij elkaar, al vind ik di Stefano soms een beetje aan de schreeuwerige kant. Ook de zeer sensuele Musetta van de jonge Anna Moffo kan mij bekoren. Het probleem – althans voor mij – ligt bij La Divina.

Mimi is geen rol waarmee wij Callas associëren en terecht. Zij heeft haar dan ook – wijs genoeg – nooit op de bühne gezongen. Hoe zij ook niet haar best doet (en dat doet zij echt!) nergens weet zij mij te overtuigen dat zij een arm naaistertje is, daarvoor is haar stem te koninklijk. Krampachtig probeert zij haar stem klein te houden waardoor zij behoorlijk gekunsteld klinkt. Maar ik ben er zeker van dat haar fans het niet met mij eens zijn.

De opname klinkt nog steeds verrassend goed (Warner Classics 0825646341078)

 

Renata Tebaldi 1958

 

La Boheme Tebaldi

Eigenlijk vind ik de stem van Tebaldi ook iets te zwaar voor Mimi, tikkeltje te dramatisch ook, maar het valt niet te ontkennen dat haar interpretatie zeer spannend is. Je blijft luisteren.

Carlo Bergonzi is een waanzinnig mooie Rodolfo, stiekem vind ik hem dan ook de ster van de opname. Ettore Bastianini is een zeer charmante Marcello, maar Gianna d’Angelo is geen mooie Musetta. Haar zingen heeft niets sensueels en is bij vlagen ordinair.

Tulio Serafin dirigeert meer dan voortreffelijk en het orkestklank is briljant. Merkwaardig eigenlijk hoe geweldig goed die opname nog klinkt! (Decca 4487252)

Montserrat Caballé 1974

la BOheme Domingo Caballe

Met haar fluweelzachte pianissimi, haar onwaarschijnlijk mooie legato, haar warmte en sensualiteit was Caballé een gedroomde Mimi. Met haar stem alleen kon ze alles waarmaken, ook dat ze een aan tering stervende klein meisje was.

In die tijd trad ze veel met haar landgenoot Plácido Domingo op, hun stemmen waren dan ook schitterend op elkaar ingespeeld. De stem van de jonge Domingo was niet minder dan hemels, zijn Rodolfo is dan ook om verliefd op te worden.

Ook Sherill Milnes hoorde er helemaal bij: luister naar het Rodolfo/Marcello duet aan het begin van de vierde acte!

Ruggero Raimondi is een mooie Colline en de directie van Solti is zeer levendig. (ooit RCA, tegenwoordig Sony 88697-57902-2)

 

Cesira Ferrani

 

La Boheme ferrani

 

 

Wilt u weten hoe de eerste Mimi klonk? Het kan. Cesira Ferrani die de rol in 1896 creëerde heeft twee minuten uit Mimi’ in 1903 opgenomen (Creators’ Records SRO 818-2).

 

La Boheme Ferani en Evan Gorga

Cesira Ferrani (Mimi) en Evan Gorga (Rodolfo) tijdens de premiére 1 februari 1896

Het klinkt nog verrassend goed, zodoende weten we dat Mimi’s sopraan heel erg licht was, maar verre van soubrette. Ferrani was ook de eerste Manon Lescaut, Micaela en Melisande, u kunt dus het een en ander onder het vernis van een ‘onschuldig’ meisje vermoeden. Zoals het hoort.

 

 

Ook op Spotify zijn een paar van haar opnamen te vinden, afkomstig van The Harold Wayne Collection en uitgebracht op Symposium. Hier vindt u behalve “Si mi chiamamo Mimi’ ook ‘Donde lieta usci’. En – een echte rariteit! – een in het Italiaans gezongen aria uit Lohengrin.

 

FILM

Zauber der Bohème 1936

La Boheme Eggert

Het begrip ‘traumpaar’ heeft sterk aan betekenis ingeboet. Want, zeg maar zelf: hoeveel van de ‘traumparen’ zag u komen en gaan zonder dat er iets van overbleef? Gheorghiu/Alagna gingen vechtscheidend uit elkaar, Netrebko/Villazon bestonden eigenlijk alleen op papier en – wie weet? – in de tenors dromen….

Maar het hoeft geen fabel te zijn want ooit bestond zo’n droompaar ook in het echt. De Poolse tenor Jan Kiepura en de Hongaarse sopraan Martha Eggerth wisten hun sprookjesachtige status van voor elkaar geschapen te zijn niet alleen te bereiken maar ook te behouden. En dat zowel op de bühne, op de filmdoek als in het echte leven.

La Boheme Kiepura

In de film Zauber der Bohème van Géza Von Bolváry maken we kennis met twee verliefde jonge zangers in spe wiens leven zich parallel afspeelt zowel in het echt als op de bühne. Hun lotgevallen lijken sterk op het leven van de fictieve personages die zij ook op de bühne vertolken, maar de dood is hier echt en onoverkomelijk: na haar laatste noten sterft Denise/Mimi (Eggerth) in de armen van René/Rodolfo (Kiepura). Doek!

Hier redt u het niet met één zakdoek, maar u moet wel tegen een zeer slechte beeld en geluidskwaliteit kunnen. Maar eerlijk gezegd: who cares?

De laatste scéne uit de film:

Moonstruck 1987

La Boheme moonstruck

En dan is er nog (vooruit maar, het is toch al bijna Kerst) één van allermooiste feelgood movies allertijden: Moonstruck. Het verhaal zelf heeft weinig met de echte opera te doen, behalve dat de hoofdpersonen een voorstelling van La Boheme in de Metropolitan bezoeken – het is de goede oude Zefirelli – waarna we in een versneld tempo naar het happy end afstevenen. Maar in die scéne mogen ook wij, samen met de beide hoofdpersonen een traantje wegpinken. Dat Puccini’s muziek niet alleen bij de credits maar ook door de hele film weerklinkt is lekker meegenomen.

Trivia: de ode oude man (Loretta’s grootvader) wordt gespeeld door Feodor Chaliapin junior, de zoon van de grote Russische bas.

Scène in de opera. De stemmen die u hoort zijn van Renata Tebaldi en Carlo Bergonzi:

Discografie La Bohème d.1:  LA BOHÈME. Discografie

La Bohème in Amsterdam: LA BOHÈME Amsterdam december 2017