Giacomo_Puccini

LA BOHÈME Amsterdam december 2017

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Heel erg zachtjes klinkt nog: ‘Le mani.. al caldo…e…dormire’ (mijn handen…warm…en…slapen) … en dan is het stil. Mimi is dood. Haar vrienden hebben het nog niet in de gaten, maar wij, de toeschouwers, wij weten het wel want samen met de stem van Mimi is ook de muziek gestorven. Het is zo oorverdovend stil dat je je eigen tranen uit je ogen hoort vloeien. Het duurt niet langer dan een seconde, maar in die ene seconde is de hele essentie van Puccini’s muziek besloten. Een enkele noot, twee misschien, een klein akkoordje, een tweetakt…Stilte. Meer is er ook niet nodig.

Waarom is de laatste scène van La bohème zo ontroerend?

Het schijnt dat je je tegenwoordig er voor moet schamen dat die muziek iets met je doet, vandaar – denk ik – dat de ene na de andere regisseur de gekste fratsen verzint om maar niet voor sentimenteel te worden uitgescholden.

Zo niet de Australiër Benedict Andrews. In 2014 regisseerde hij bij De Nationale Opera in Amsterdam een La Bohème die niet meer (maar ook niet minder) deed dan het verhaal rechttoe-rechtaan te vertellen.

Koor van De Nationale Opera

Goed: hij permitteerde zich een paar vrijheden. Zo verplaatste hij de handeling naar de – zo schat ik – jaren vijftig van de vorige eeuw en liet hij de Bohemiens in een ruime studio gelijkvloers wonen in plaats van de voorgeschreven mansarde. Het leverde een paar contradicties (hoezo is Mimi buiten adem van het traplopen als er geen trap is?) en een enkel raar detail (met je pyjama op de koude kerstavond uit gaan eten? Really?) op, maar het zij hem vergeven want voor de rest heeft hij zich netjes aan het libretto gehouden. Er is zelfs een spiritusbrander waarop het versterkend drankje voor Mimi wordt voorbereid!

De cast was, op Thomas Oliemans (Schaunard), Gianluca Buratto (Colline) en de vertolkers van de kleine rollen na, geheel nieuw.

 

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Sergey Romanovsky (Rodolfo) en Eleonora Buratto (Mimi)

Eleonora Buratto (Mimi) heeft een mooie en ronde sopraan, zeer aangenaam om naar te luisteren. Ze begon een beetje aarzelend en haar eerste aria, ‘Sì. Mi chiamano Mimì’ klonk niet helemaal overtuigend, maar daar revancheerde zij zich later meer dan ruimschots voor. In ‘Donde lieta uscì’ bloeide haar stem op tot bijna Tebaldi-achtige proporties, maar bij haar opkomst in de derde acte (ach! De mist! En de sneeuwvlokjes!) al wist zij bij mij alle twijfels weg te nemen.

Rodolfo (Sergey Romanovsky), Marcello (Mattia Olivieri)

Sergey Romanovsky (Rodolfo) en Mattia Oliveri (Marcello)

Sergey Romanovsky heeft misschien een iets te kleine stem voor Rodolfo, maar zijn timbre is zeer fraai en wendbaar. Dat hij af en toe een klein beetje geknepen klonk in de hoogte schrijf ik toe aan première-zenuwen en ik ben er zeker van dat we met de Russische tenor een uitstekende Rodolfo in huis hebben.

la boheme musetta

Olga Kulchynska (Musetta) wachtend op haar opkomst in de gang van de DNO © Olga Kulchynska

Aan Olga Kulchynska (Musetta) viel een zeer zware – zo niet de onmogelijke – taak om ons Joyce El-Khoury van drie jaar geleden te doen vergeten. Iets waar zij uitstekend in slaagde, brava! Haar Musetta was aantrekkelijk, sexy, verleidend flirterig, maar ook meelevend en warm. Precies waar zij voor moest staan. Zie hier een perfecte casting.

 

La bohème - DNO046

Mattia Oliveri (Marcello) en Olga Kulchynska (Musetta)

Marcello werd gezongen door een jonge bariton Mattia Oliveri: ook een naam om te onthouden. Massimo Cavaletti, de Marcello van drie jaar geleden had een uitstraling van een zelfverzekerde kunstenaar; Mattia Oliveri heeft aan de rol ook de twijfel aan zichzelf en zijn  eigen kunst toegevoegd. Iets wat hem meteen niet alleen jonger maar ook sympathieker maakte.

Schaunard (Thomas Oliemans), Colline (Gianluca Buratto)

Gianluca Buratto (Colline) en Thomas Oliemans (Schaunard)

Gianluca Buratto wist op een zeer ontroerende manier afscheid van zijn mantel te nemen en Thomas Oliemans was een zeer koddige Schaunard.

 

laboheme-dno-vg003

Matteo Peirone (in het midden) als Benoit

Matteo Peirone was misschien niet helemaal overtuigend als de huisbaas Benoit, als Alcindoro deed hij het des te beter.

Morschi Franz herhaalde zijn uitstekende Parpignol en Peter Arink, Harry Teeuwen en Richard Prada leverden uitstekende prestaties in hun kleine rolletjes.

 

La boheme tutti

de cast van La Bohème met de dirigent Andrea Battistoni (derde van links) © FB

Het grootste verschil met de vorige editie lag aan het zangers-ensemble als een geheel. Hoe het ze gelukt was dat weet ik niet, maar hun innige vriendschap spatte van de bühne af, alsof zij daadwerkelijk ook ‘vrienden voor het leven’ waren. Maar misschien is het inderdaad ook zo?

La Boheme Battistoni

Andrea Battistoni © Andrea Battistoni

Maar de allergrootste ster van de avond stond in de bak. Mamma mia, wat een dirigent! De jonge Andrea Battistoni wist mij niet alleen te verrassen maar ook te overrompelen. Niet alleen was hij buitengewoon vakbekwaam maar in zijn directie straalde hij een groot respect en een immense liefde voor de muziek van Puccini uit. Hij respecteerde alle noten, ook die er niet waren. Zie hier (ook) de reden voor de immense ontroering na Mimi’s dood. Het Residentieorkest klonk onder zijn leiding buitengewoon warmbloedig en zeer liefdevol.

laboheme-dno022

Het Nieuw Amsterdams Kinderkoor met in het midden Eleonora Buratto (Mimi) en Sergey Romanovsky (Rodolfo)

Groot applaus ook voor het Koor van de Nationale Opera (instudering: Klaas-Jan de Groot) en het Nieuw Amsterdams Kinderkoor (Caro Kindt)

Trailer:

Giacomo Puccini
La Bohème
Eleonora Buratto, Sergey Romanovsky, Olga Kulchynska, Mattia Olivieri, Gianluca Buratto, Thomas Oliemans, Matteo Peirone, Morschi Franz e.a.
Koor van De Nationale Opera, Nieuw Amsterdams Kinderkoor, Residentie Orkest olv Andrea Battistoni
Regie: Benedict Andrews (instudering Astrid van den Akker)

Bezocht op 1 december 2017

Foto’s: © Marco Borggreve
http://www.marcoborggreve.com

Discografie:

LA BOHÈME. Discografie

Discografie LA BOHÈME deel twee

Discografie LA BOHÈME deel twee

La_Bohemeposter_l

NEW YORK LIVE

Allereerst aandacht voor twee live opnamen uit de New Yorkse Met: uit 1947 onder Giuseppe Antonicelli en uit1958 gedirigeerd door Thomas Schippers. Beiden zijn al een tijd terug op Sony uitgebracht en beiden zijn het beluisteren meer dan waard.

Bidú Sayão 1947

La Boheme sayao-bidu-as-mimi-n1790_w

De Braziliaanse Bidú Sayão gold als één van de mooiste sopranen aan de Met en dat bedoel ik niet alleen letterlijk. Haar stem is vederlicht en doet denken aan vrouwenstemmen in de oude films uit het begin van de ‘talking movies’, wat zonder meer bij de rol van Mimi past.

La Boheme opname met Sayao en Tucker

Persoonlijk prefereer ik rondere stemmen met licht dramatische ondertonen, maar hier word ik echt blij van. In combinatie met de jonge Richard Tucker klinkt zij zeer teer en hulpbehoevend. Giuseppe Antonicelli dirigeert met veel vaart (Sony 74646762)

 

La Boheme Sayao

Hieronder Richard Tucker, Bidu Sayao, Mimi Benzell en Frank Valentino in het kwartet ‘Dunque e proprio finita’  uit de derde akte:

 

Licia Albanese 1958

La Boheme Albanese

Een kleine waarschuwing is op zijn plaats: het geluid is niet mooi. Het is scherp en dof en af en toe willen de radiogolven even opstandig brommen, maar het heeft ook iets aandoenlijks. Alsof een tijdmachine je terugbrengt naar de middagen van weleer, toen de hele familie zich voor de radio nestelde om naar de nieuwste uitvinding, de live broadcast te luisteren.

Ook de uitvoering is ouderwets heerlijk. Niet dat de stemmen zo uitzonderlijk zijn, want behalve Carlo Bergonzi op zijn mooist heb ik de andere rollen wel eens beter bezet gehoord.

Licia Albanese (toen al bijna vijftig, wat absoluut niet te horen is) was een echte publiekslieveling, zeker in New York. Iets wat ik nooit zo goed heb kunnen begrijpen, want zelf had ik er echt niets mee. Thomas Schippers dirigeert zeer levendig (Sony 8697804632)


STUDIO

Victoria de los Angeles 1956

La Boheme de los angeles

Wilt u huilen, al vanaf het begin? Zo ja dan bent u hier aan het beste adres. Thomas Beecham doet werkelijk zijn best om het RCA-orkest een beetje afstandelijk te laten klinken maar de musici zijn net mensen en niet gediend van reserves in de echte liefde. Geheel onbeschaamd laten ze alle gevoelens, inclusief een gezonde dosis sentimentaliteit toe en het snotteren kan beginnen.

De eerste ontmoeting tussen Rodolfo en Mimi al… zijn ‘così’ bij het inschenken van ‘po’ di vino’ en dan haar ‘grazie, buona sera’…. Mensen, wie hier niet de hele wereld vergeet heeft geen hart!

Jussi Björling is een Rodolfo uit meisjes-dromen: gevoelig, sensibel, lief en zo verdomd aantrekkelijk! Dat Victoria de los Angeles (Mimi) voor hem valt kunnen we haar niet kwalijk nemen, doen wij immers ook. Maar we gunnen hem haar van harte want haar stem, die is zo verschrikkelijk mooi dat het bijna pijn doet. Alsof het Madonna zelf is die haar gedoofde kaars door haar buurman laat aansteken. Waarbij we het voor gemak vergeten dat zij de kaars waarschijnlijk zelf heeft uitgeblazen. Dat is dan ook het enige minpuntje van de opname: Mimi was geen Madonna.

Voor de rest: een must. Ook vanwege de onweerstaanbare Marcello van Robert Merrill (Naxos 8.111249/50)


Maria Callas 1956

.

Deze opname gaat niet mee naar een ‘onbewoond eiland’. Het ligt niet aan de dirigent noch aan de schitterend spelende orkest uit La Scala: Antonino Votto dirigeert vlot en spannend en zijn aandacht voor alle details is werkelijk briljant,

Rolando Panerai (Marcello) en Giuseppe di Stefano (Rodolfo) zijn aan elkaar gewaagd, hun stemmen passen uitstekend bij elkaar, al vind ik di Stefano soms een beetje aan de schreeuwerige kant. Ook de zeer sensuele Musetta van de jonge Anna Moffo kan mij bekoren. Het probleem – althans voor mij – ligt bij La Divina.

Mimi is geen rol waarmee wij Callas associëren en terecht. Zij heeft haar dan ook – wijs genoeg – nooit op de bühne gezongen. Hoe zij ook niet haar best doet (en dat doet zij echt!) nergens weet zij mij te overtuigen dat zij een arm naaistertje is, daarvoor is haar stem te koninklijk. Krampachtig probeert zij haar stem klein te houden waardoor zij behoorlijk gekunsteld klinkt. Maar ik ben er zeker van dat haar fans het niet met mij eens zijn.

De opname klinkt nog steeds verrassend goed (Warner Classics 0825646341078)


 

Renata Tebaldi 1958

 

La Boheme Tebaldi

Eigenlijk vind ik de stem van Tebaldi ook iets te zwaar voor Mimi, tikkeltje te dramatisch ook, maar het valt niet te ontkennen dat haar interpretatie zeer spannend is. Je blijft luisteren.

Carlo Bergonzi is een waanzinnig mooie Rodolfo, stiekem vind ik hem dan ook de ster van de opname. Ettore Bastianini is een zeer charmante Marcello, maar Gianna d’Angelo is geen mooie Musetta. Haar zingen heeft niets sensueels en is bij vlagen ordinair.

Tulio Serafin dirigeert meer dan voortreffelijk en het orkestklank is briljant. Merkwaardig eigenlijk hoe geweldig goed die opname nog klinkt! (Decca 4487252)


Montserrat Caballé 1974

la BOheme Domingo Caballe

Met haar fluweelzachte pianissimi, haar onwaarschijnlijk mooie legato, haar warmte en sensualiteit was Caballé een gedroomde Mimi. Met haar stem alleen kon ze alles waarmaken, ook dat ze een aan tering stervende klein meisje was.

In die tijd trad ze veel met haar landgenoot Plácido Domingo op, hun stemmen waren dan ook schitterend op elkaar ingespeeld. De stem van de jonge Domingo was niet minder dan hemels, zijn Rodolfo is dan ook om verliefd op te worden.

Ook Sherill Milnes hoorde er helemaal bij: luister naar het Rodolfo/Marcello duet aan het begin van de vierde acte!

Ruggero Raimondi is een mooie Colline en de directie van Solti is zeer levendig. (ooit RCA, tegenwoordig Sony 88697-57902-2)


 

Cesira Ferrani

 

La Boheme ferrani

 

 

Wilt u weten hoe de eerste Mimi klonk? Het kan. Cesira Ferrani die de rol in 1896 creëerde heeft twee minuten uit Mimi’ in 1903 opgenomen (Creators’ Records SRO 818-2).

 

La Boheme Ferani en Evan Gorga

Cesira Ferrani (Mimi) en Evan Gorga (Rodolfo) tijdens de premiére 1 februari 1896

Het klinkt nog verrassend goed, zodoende weten we dat Mimi’s sopraan heel erg licht was, maar verre van soubrette. Ferrani was ook de eerste Manon Lescaut, Micaela en Melisande, u kunt dus het een en ander onder het vernis van een ‘onschuldig’ meisje vermoeden. Zoals het hoort.

 

 

Ook op Spotify zijn een paar van haar opnamen te vinden, afkomstig van The Harold Wayne Collection en uitgebracht op Symposium. Hier vindt u behalve “Si mi chiamamo Mimi’ ook ‘Donde lieta usci’. En – een echte rariteit! – een in het Italiaans gezongen aria uit Lohengrin.


 

FILM

Zauber der Bohème 1936

La Boheme Eggert

Het begrip ‘traumpaar’ heeft sterk aan betekenis ingeboet. Want, zeg maar zelf: hoeveel van de ‘traumparen’ zag u komen en gaan zonder dat er iets van overbleef? Gheorghiu/Alagna gingen vechtscheidend uit elkaar, Netrebko/Villazon bestonden eigenlijk alleen op papier en – wie weet? – in de tenors dromen….

Maar het hoeft geen fabel te zijn want ooit bestond zo’n droompaar ook in het echt. De Poolse tenor Jan Kiepura en de Hongaarse sopraan Martha Eggerth wisten hun sprookjesachtige status van voor elkaar geschapen te zijn niet alleen te bereiken maar ook te behouden. En dat zowel op de bühne, op de filmdoek als in het echte leven.

La Boheme Kiepura

In de film Zauber der Bohème van Géza Von Bolváry maken we kennis met twee verliefde jonge zangers in spe wiens leven zich parallel afspeelt zowel in het echt als op de bühne. Hun lotgevallen lijken sterk op het leven van de fictieve personages die zij ook op de bühne vertolken, maar de dood is hier echt en onoverkomelijk: na haar laatste noten sterft Denise/Mimi (Eggerth) in de armen van René/Rodolfo (Kiepura). Doek!

Hier redt u het niet met één zakdoek, maar u moet wel tegen een zeer slechte beeld en geluidskwaliteit kunnen. Maar eerlijk gezegd: who cares?

De laatste scéne uit de film:

Moonstruck 1987

La Boheme moonstruck

En dan is er nog (vooruit maar, het is toch al bijna Kerst) één van allermooiste feelgood movies allertijden: Moonstruck. Het verhaal zelf heeft weinig met de echte opera te doen, behalve dat de hoofdpersonen een voorstelling van La Boheme in de Metropolitan bezoeken – het is de goede oude Zefirelli – waarna we in een versneld tempo naar het happy end afstevenen. Maar in die scéne mogen ook wij, samen met de beide hoofdpersonen een traantje wegpinken. Dat Puccini’s muziek niet alleen bij de credits maar ook door de hele film weerklinkt is lekker meegenomen.

Trivia: de ode oude man (Loretta’s grootvader) wordt gespeeld door Feodor Chaliapin junior, de zoon van de grote Russische bas.

Scène in de opera. De stemmen die u hoort zijn van Renata Tebaldi en Carlo Bergonzi:

Discografie La Bohème d.1:  LA BOHÈME. Discografie

La Bohème in Amsterdam: LA BOHÈME Amsterdam december 2017

 

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

 

Puccini Zemlinsky Florence Dante

Domenico di Michelino (1417–1491) Dante Illuminating Florence with his Poem. Museo dell’Opera del Duomo, Florence

Weet u wat het verband is tussen Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky en Gianni Schicchi van Puccini? Nee? Ik ook niet.

Toegegeven: beide eenakters zijn kort, nog geen uur muziek en beiden spelen zich af in Florence. Maar verder? Zodoende heeft de regisseur – of de (m/v/o) wanhopige bedenker van niet bestaande verbanden – een overkoepelend thema bedacht: geld.

Geld? Really? In Gianni Schicchi is de geldgeilheid inderdaad prominent aanwezig maar de opera neemt veel meer zaken op de korrel en verstopt ze onder een vernislaag van de ‘theater van de lach’. Alle personages (ja, ook het jonge koppel!) zijn corrupt en allemaal zijn ze uit op hun eigen gewin, waarbij geen middel – inclusief chantage en dreigen met zelfmoord – wordt geschuwd.

Daarentegen speelt geld amper een rol in de Florentinische Tragödie of het slaat op het feit dat één van de drie hoofdpersonen een koopman is. Weliswaar biedt hij zijn handelswaar te koop aan, maar niet heus: het ‘verkopen’ maakt namelijk deel uit van zijn psychologische kat en muis spelletje. Een spel dat naarmate de actie vordert steeds grimmiger wordt en uitgroeit tot zulke thrillerachtige dimensies dat het niet anders dan in een moord kan eindigen.

Puccini Zemlinski 91._1mb5786

Ausrine Stundyte (Bianca), John Lundgren (Simone) en  Nikolai Schukoff (Guido) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Nee, meneer (m/v/o) de bedenker van de ‘overkoepelende thema’: Eine Florentinische Tragödie gaat over de aantrekkingskracht der seksen, overspel en macht van de sterkste die niet noodzakelijk de rijkste is. De (on)aantrekkelijkheid van en de obsessie met het menselijke lichaam is namelijk hét thema in (bijna) alle werken van Zemlinsky.

 

Gianni Schicchi

THE END: Massimo Cavaletti (Schicchi) en de personages van beide opera’s © MATTHIAS BAUS

Vergeet het thema dus, vergeet ook het met de haren er bij gesleepte einde van de voorstelling die de twee opera’s krampachtig aan elkaar moet koppelen. Vergeet ook de gouden ketting, het is leuk bedacht maar niet nodig, bovendien in het Zemlinsky-deel lichtelijk storend: in het libretto staat dat Simone de minnaar van zijn vrouw met zijn blote handen wurgt, dé clou van het verhaal.

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE

Verder heb ik geen klachten. De jonge Duitse regisseur Jan Philipp Gloger hield zich netjes aan het libretto en de muziek, op zich al een prestatie! Goed, het draaiende plateau voegde niet echt iets toe maar storend was het ook niet. Het opende zelfs nieuwe perspectieven, want als toeschouwer kon je zo de hele handeling goed volgen, ongeacht de plaats waar je zat.

Ik had wel medelijden met de zangers, want nu moesten ze zich voornamelijk op hun evenwicht concentreren, wat ze in hun bewegingen kón belemmeren. Ik schrijf nadrukkelijk: kon, want daar merkte je niets van. Hun acteren was onberispelijk: ze vrijden, ze duelleerden en daagden elkaar uit en dat alles voortreffelijk zingend. Chapeau!

Eine Florentinische Tragödie

John Lundgren (Simone) en Ausrine Stundyte (Bianca)  © MATTHIAS BAUS

John Lundgren (Simone) imponeerde met zijn strak gevoerde bariton, met deze man viel niet te spotten! Dat hoorde je meteen bij zijn opkomst al, zijn ingehouden woede was voor ons, de toeschouwers van meet af aan voelbaar. Iets wat de minnaars moest zijn ontgaan waardoor ze niet op hun hoede waren.

Bianca werd onvoorstelbaar goed gestalte gegeven door de Litouwse Ausrine Stundyte. De sopraan is een geboren actrice. Haar stem is niet alleen maar mooi maar ook – misschien voornamelijk – zeer expressief en uitdrukkingsvol. Wat een zangeres!

 

EFT

Nikolai Schukoff (Guido), John Lundgren (Simone en Ausrine Stundyte (Bianca) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Nikolai Schukoff was een voortreffelijke Guido. Goed getypcast, zowel wat zijn uiterlijk als zijn stem betreft. In zijn zingen kon je zowel de uiterlijke schoonheid als de verwijfde zwakte van de dommige verwendheid bespeuren.

Het orkest mocht van mij iets zachter. Het is niet de eerste keer dat ik Marc Albrecht op te veel ‘wagnerisme’ betrap. Het is zonder meer schitterend wat hij doet, maar Zemlinsky’s idioom is gelijk een ‘ferne klank’: vol en krachtig maar voornamelijk zwoel en erotisch.

In ‘Behind the scenes’ het toneel dat onophoudelijk beweegt::

 

 

GIANNI SCHICCHI

Gianni Schicchi

© BAUS

Bij Puccini viel het orkestrale geweld gelukkig mee, al was de klank niet echt Pucciniaans te noemen. Maar – in tegenstelling tot Zemlinsky – ligt de nadruk bij Puccini veel meer bij de stemmen en hier werden ze niet overstemd.

 

GS

Massimo Cavaletti (Schicchi) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Massimo Cavaletti maakte zijn debuut als Gianni Schicchi. Voor mij oogde hij een beetje te jong, maar als je bedenkt dat de ‘echte’ Schicchi ook nog maar veertig was… Cavaletti moet in de rol nog een beetje groeien, maar hij zong en acteerde meer dan voortreffelijk. Zijn mooie, warme bariton associeer je dan meer met jonge minnaars, zijn portrettering was ontegenzeggelijk kostelijk.

Mariangela Sicilia was een heerlijk jonge Lauretta. Haar zilverkleurige sopraan klonk niet alleen zeer aantrekkelijk maar ook aanstekelijk. Haar show-stopper ‘O mio babbino caro’ was precies wat het moest zijn: een met de juiste knipoog gezongen show-stopper.

Alessandro Scotto di Luzio was een mooie Rinuccio en Enkelajda Shkosa een karaktervolle Zita. Alle kleine rollen waren zonder meer goed bezet maar waren er echt geen Nederlanders voor te vinden?

Puccini Zemlinski 10.gsdsc_0268press

Copyright (c) DNO 2017

Speciale vermelding verdient Peter Arink als de zeer grappig neergezette Pinellino.

Bezocht op 11 november 2017 in het Muziektheater in Amsterdam

Er zijn nog voorstellingen op 14, 16, 19, 21, 24, 26 en 28 november 2017..
Zie voor meer informatie: http://www.operaballet.nl/nl/doublebill/2017-2018/voorstelling/florentinische-tragodie

Discografie Zemlinsky EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Discografie Puccini: GIANNI SCHICCHI. Een mini discografie.

 

 

GIANNI SCHICCHI. Een mini discografie.

 

Schicchi_original_cover

De op een episode uit de Inferno uit Dante`s La divina comedia gebaseerde schurkenkomedie is een heerlijk niemendalletje waarin de personages niet voor elkaar onderdoen in hun – best aandoenlijke – semiverdorvenheid.

De opera voelt als een ontspannende ademhaling na de voorafgaande twee donkere uren gevuld met passie en moord. Het valt mij dus niet mee om Gianni Schicchi los te weken van de Trilogie waar hij bij hoort. De komische éénakter zit bijna altijd vast aan Il Tabarro en Suor Angelica, want was het Puccini’s bedoeling niet om die drie, totaal verschillende korte opera’s tot een schijnbaar onmogelijke drie-eenheid samen te smelten? Iets, wat hem ook waanzinnig goed is gelukt, maar waar menig operabaas anders over denkt?

Vladimir Jurowski/Annabel Arden/Glyndebourne 2004

Schicchi Glyndebourne

Maar mocht u het werkje alleen willen hebben, dan kan het. En dan bent u het beste uit met de registratie uit Glyndebourne 2004 (Opus Arte OA 918 D). Ik kan u dan ook meteen geruststellen: ook in vergelijking met andere producties is deze zonder meer aan te bevelen, want:
a) onvoorstelbaar leuk en slim geregisseerd en
b) goed geacteerd en gezongen.

Felicity Palmer is misschien de beste Zita ooit. Hoe zij het woordje ‘ladro’ (dief) uitspreekt, kostelijk en onnavolgbaar! Marie McLaughlin is een weergaloze La Ciesca, vrouw van Marco, Buoso’s zoon. Voor die twee dames alleen al is het de moeite waard om de dvd aan te schaffen.

Maar er is natuurlijk meer: Sally Matthews is een zeer prettig zingende Lauretta en Alessandro Corbelli is de vleesgeworden Schicchi. De enige die een beetje uit de toon valt is Massimo Giordani: zijn Rinuccio had jeugdiger en onnozeler gekund.

De kostuums en het decor zijn prachtig, de slimme regie van Annabel Arden librettogetrouw en de directie van de jonge Vladimir Jurowski sprankelend en opwindend. Dat het eind sterk doet denken aan ‘Room with a view’ is lekker meegenomen.

Alessandro Corbelli als Schicchi uit de opname:

James Conlon/Woody Allen/San Francisco 2015

Schicchi Woody Allen

In 2008 was het niemand minder dan Woody Allen die Gianni Schicchi onder handen heeft genomen, het was zijn eerste (en meteen ook de laatste) operaregie. De recensies waren wisselend, maar men was vol lof over de directie van James Conlon en de vertolkers van de hoofdrollen (o.a. Thomas Allen en Saimir Pirgu). Pas bij de herneming in 2015 werd de productie door Sony (88985 315089) voor dvd opgenomen, met een geheel nieuwe cast.

Nu ben ik een echte Domingo-fanaat, maar de komische rol van de sympathieke schurk Schicchi ligt hem gewoon niet. Hij ziet er best leuk uit in zijn maffioso-outfit, maar voor die rol mist hij een paar lage noten. Nergens kan hij mij ook overtuigen als een volkse schavuit, hij zingt gewoon te serieus.

Andriana Chuchman is een aardige Lauretta, maar Arturo Chacón-Cruz is een behoorlijk ondermaatse Rinuccio. Zijn ‘Avete torto’ doet pijn aan mijn oren. Ook Meredith Arwady (Zita) is niet om over naar huis te schrijven. Jammer.

Woody Allen zelf was niet aanwezig was bij de herneming en dat is misschien de verklaring waarom ik het alles behalve grappig en/of leuk vindt.

 

 

Lorin Maazel 1977

Schicchi Sony

Voor hen die toch echt alle drie de opera’s willen hebben en nog niets op de plank hebben liggen: koop de Sony (88697-527292) opname onder Lorin Maazel en dan bent u voor de rest van uw leven klaar.

De in 1977 opgenomen Il Trittico heeft een cast om te zoenen, met een prominente plaats voor Renata Scotto, die Giorgetta en Angelica (the best ever!) voor haar rekening neemt.

De opname van Gianni Schicchi wordt -zoals het hoort – gedomineerd door Gianni Schicchi, hier vertolkt door de ongeëvenaarde Titto Gobbi. Hij zingt de rol met de restanten van zijn stem, maar die restanten zijn nog steeds onweerstaanbaar en wat hij er mee doet..  Daar wordt je stil van.

Tito Gobbi als Gianni Schicchi:

Ileana Cotrubas is een verrukkelijke Lauretta en de jonge Domingo een jeugdige en stralende Rinuccio.


Paolo Gorin
Schicchi-[Scheveningen-Live]-cover

En tot slot iets bijzonders. Geen idee of het nog op de markt is, maar wie zoekt …
In 1979 werd Gianni Schicchi in het Scheveningen opgevoerd, met in de titelrol in Nederland zeer geliefde bariton: Renato Capecchi. Hans Vonk dirigeerde het Rotterdams Filharmonisch en er deden een keur aan de Nederlandse zangers mee: Meinard Kraak, Lieuwe Visse en Tom Haenen.

Bella Voce heeft de eenakter op  cd uitgebracht gekoppeld aan de opnamen van Il Tabarro (met Renato Bruson, Marilyn Zchau en Vladimir Atlantov) en Suor Angelica met Pilar Lorengar en Kerstin Meijer uit Wenen

Als bonus krijgt u fragmenten van de uitvoering door de Nederlandse Operastichting, opgenomen tijdens het Holland Festival in het Stadsschouwburg in Amsterdam op 12 juli 1959. De titelrol werd ongeëvenaard gezongen door Paolo Gorin, verder horen we nog Guus Hoekman als Simone en Jo van de Meent als Zita. (BLV 107.406)

Gianni Schicchi met Paolo Gorin, daar bestaat ook een zeer bijzondere opname van op de dvd. De opera werd op 21-05-1959 in het Koninklijke Schouwburg in Den Haag gepresenteerd met in het publiek koningin Juliana, prins Bernhard, prinsessen Beatrix en Irene en als speciale gast de sjah van Perzië, Mohammed Reza Pahlawi.

Schicchi Perzie

Het geheel werd rechtstreeks live op de televisie uitgezonden en door de ‘piraten’ op video  (nu dvd) uitgebracht.

Naast Paolo Gorin ziet u Edith Martelli als Lauretta, Lidy van de Veen als Zita, Ettore Babbini als Rinuccio en Guus Hoekman als Simone. Het Orkest van de Nederlandse Opera staat onder leiding van Arrigo Guarnieri.

DE VROUWELIJKE FAUST: Rapsodia satanica

 

Mascagni Rapsodia affiche

Rond 1900 maakte een geheel nieuwe kunstvorm zijn entree: de film. Tot die tijd was opera het hoogste wat men dacht te kunnen bereiken door muziek en toneel met elkaar te verbinden; nu kwam er nog een belangrijk aspect er bij: de ‘bewegende fotografie’. Veel kunstenaars voelden zich tot het nieuwe medium aangetrokken: het prikkelde de fantasie en het was een echte uitdaging om de grenzen van het (on)mogelijke te tarten en te verleggen.

In die beginjaren van wat de filmindustrie ooit zou gaan worden waren opera en film nog sterk met elkaar verbonden, zeker in Italië. Veel van de vroegste films waren dan ook niets anders dan verfilmde opera’s, zonder ‘ingeblikt’ geluid weliswaar, maar waar had men de orkesten dan voor?

Nino Oxilia (1899 – 1917), een in die tijd beroemde schrijver en dichter droomde er van om een film te maken die met een operavoorstelling zou kunnen wedijveren. Het geschikte verhaal vond hij in de gedichten van Fausto Maria Martini en voor zijn hoofdrolspeelster klopte hij aan bij de toenmalige diva der diva’s Lyda Borelli (wist u dat de actrice zo ontzettend werd bewonderd dat er zelfs een woord voor haar manier van spelen werd ontwikkeld, ‘borellismo’?).

 

Rome Rapsodia Satanica Lydia Borelli

Voor de kostuums werd Mariano Fortuny aangesteld, een in die tijd beroemde modeontwerper die zijn hoofdpersoon aankleedde in vrijelijk wapperende sjaals en sluiers.

Marcagni Borelli

Men vergat uiteraard de muziek niet: bij de toen zeer gevierde operacomponist Pietro Mascagni werd een partituur voor een symfonisch orkest besteld, compleet met ouverture.

De Italiaanse première van Rapsodia Satanica vond plaats in 1915 en men beschouwde het als een echte wonder: de film was, in tegenstelling tot wat men gewend was, niet zwart-wit maar in kleur! In die tijd! De hele film werd namelijk – beeld voor beeld – met de hand ingekleurd. Probeert u zich het voor te stellen wat een impact het toen op het publiek had!

De film is een soort ‘Faust-verhaal’ maar dan met een vrouw in de hoofdrol. Deze gravin Alba d’Oltrevita kwijnt eenzaam weg in haar Kasteel der Illusies. Om haar jeugd en schoonheid terug te kunnen krijgen sluit ze een pact met de duivel. Daarvoor moet ze de liefde opgeven, iets wat haar makkelijker lijkt dan het is want uiteindelijk wordt ze toch verliefd. Einde.

 

Mascagni

Pietro Mascagni

 

De muziek die Mascagni voor de film componeerde bestaat uit drie delen. In de proloog is de komst van Mefisto al voelbaar, deel twee spiegelt liefelijke ‘verliefde’ taferelen voor, maar naarmate het verhaal vordert wordt de muziek steeds grimmiger met als hoogtepunt de zelfmoord van de op Alba verliefde Sergio. In deel drie komt het Mefisto-thema terug, maar je kunt er ook de parafrase van Wagner’s ‘Isoldes liebestod’ in horen. Met duidelijke Debussy-invloeden. Prachtig.

Over de film schreef de groot (stomme)film-kenner Peter Delpeut in zijn boek Diva Dolorosa: ‘Borelli danste op de klanken van het orkest, haar zorgvuldig uitgebeelde emoties golfden de zaal in. Wagner en Puccini waren de referenties, Mascagni de tovenaar.’

De complete film – in 2006 door het Duitse Arte geheel gerestaureerd – werd op een (niet al te grote, jammer) doek vertoond, waarbij Mascagni’s muziek live werd gespeeld door het Radio Filharmonisch Orkest, zeer spectaculair en meeslepend gedirigeerd door Valerio Galli.

 

Mascagni 4-valerio-galli-NC

Valerio Galli © nc

Maar dat was ná de pauze. Voor het zo ver was mochten we ons letterlijk laven aan de onstuimige klanken van het Capriccio sinfonico van Giacomo Puccini. De vijfentwintigjarige componist componeerde het werk in 1883 als meesterproef aan het conservatorium van Milaan.

Het is een zeer eenvoudige en ongecompliceerde werk, niet echt iets om over naar huis te schrijven, ware het niet dat het toen al onmiskenbaar Puccini was! Bovendien valt er voor de liefhebber heel wat te ontdekken want de jonge componist heeft veel van de in het werk voorkomende thema’s later hergebruikt in zijn opera’s. Zodoende kon je er al flarden uit Le Villi en Edgar in horen. Plus een paar minuten beginmaten uit La Bohème.

Het werk was koren op de molen van de jonge Italiaanse maestro, want dat hij zijn Puccini niet alleen goed kent maar ook diep koestert was duidelijk hoorbaar. Van deze Valerio Galli gaan we nog zeker horen!

Mascagni busonigiovane

Geen wonder dat het daarop volgende vioolconcert van Ferruccio Busoni zeer Pucciniaans aandeed. Of het terecht was? Dat weet ik niet, maar zelf vond ik het prachtig. Het concert balanceert op de grens tussen romantiek en neoclassicisme en het is duidelijk dat de componist zijn weg nog moest vinden.

Het concerto wordt merkwaardig genoeg maar zelden uitgevoerd, zelf kende ik het alleen van een oude opname met Alfred Busch. De reden ontgaat mij, want wat kunnen mensen tegen schitterende hybride hebben? Het is te hopen dat Rosanne Philippens het gauw gaat opnemen, want haar vertolking was op zijn minst subliem te noemen.

 

Mascagni philippens-merlijn-doomernik

Rosanne Philippens © Merlijn Doomernik

Philippens beschikt over een zeer mooie en sensuele klank, misschien een tikkeltje te zacht voor een op een Puccini-sterkte spelend orkest, maar dat is haar niet aan te rekenen. Zelf was ik verbaasd hoe ontzettend eigen haar toon is, absoluut niet te verwarren met andere violisten van haar generatie.

Wat een middag! Bedankt ZaterdagMatinee!

Giacomo Puccini: Capriccio sinfonico
Ferruccio Busoni: Vioolconcert in D, op. 35a
Mascagni: Rapsodia satanica (met film)
Rosanne Philippens, viool
Radio Filharmonisch Orkest olv Valerio Galli

Gehoord op 4 november 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam.

Het programma is terug te beluisteren op Radio 4:

http://www.radio4.nl/ntrzaterdagmatinee/concert/664/de-vrouwelijke-faustDe-vrouwelijke-Faust

De film Rapsodia Satanica staat op You Tube:

Een hele mooie opname van de muziek van Mascagni staat op Capriccio (C5246).

Mascagni Rapsodia cd

De fantastisch spelende Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz staat onder leiding van Frank Strobel. Rapsodia Satanica is hier gekoppeld aan de score uit Il Gattopardo van Nino Rota:


TURANDOT in de regie van Andrei Serban 2013

Turandot

De Turandot-productie van regisseur Andrei Serban voor het Royal Opera House in Londen dateert van 1984, maar heeft allerminst aan pracht en kracht ingeboet. In 2013 heeft Opus Arte de voorstelling op dvd vastgelegd.

Heeft u ook zo’n hekel aan Calaf? Voor mij behoort hij tot de meest onsympathieke operahelden: egoïstisch, egocentrisch en belust op geld en macht, in staat om alleen maar van zichzelf te houden. Of denkt u werkelijk dat hij verliefd is op Turandot?

Soms verdenk ik Puccini ervan dat hij met opzet zijn opera niet had afgemaakt, want: hoe brouw je een happy end aan een sprookje dat een aaneenschakeling is van martelingen, moorden en zelfmoorden?

Wellicht ben ik de enige niet. Regisseur Andrei Serban laat de opera na de dood van Liu één lange minuut stoppen, waarin alle handelingen bevriezen. Daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor, want de hartenkreet van Timur (“word wakker Liu, het is al ochtend”) echoot zo na in je hoofd.

De dertig jaar oude productie – die, na de halve wereld te zijn afgereisd, in 2013 weer eens terugkeerde naar Covent Garden – heeft niets aan pracht verloren en boeit nog steeds van het begin tot het eind. De voorstelling is met zijn prachtige choreografie een lust voor het oog: wervelend en kleurrijk, met een zeer dominante kleur rood.

Marco Berti is een prima hoewel wat statige Calaf en Lise Lindstrom zingt een zonder meer overtuigende Turandot. Iets wat ik helaas niet kan zeggen van Eri Nakamura (Liu).

De jonge Henrik Nánási heeft zo te horen nog een lange weg te gaan voordat hij zich een ‘Puccini-dirigent’ mag noemen. Nu ontbreekt het hem (nog?) aan een dosis gezond sentiment. Maar kundig is hij wel.

Dit is niet de beste uitvoering van Turandot die er is, maar wellicht, voor mij althans, wel één van de mooiste om te zien.

Hieronder trailer van de productie:

Giacomo Puccini
Turandot
Lise Lindstrom, Marco Berti, Eri Nakamura, Raymond Aceto e.a
Royal Opera Chorus, Orchestra of the Royal Opera House olv Henrik Nánási
Regie: Andrei Serban
Opus Arte OA 1132 A

PUCCINI door Stoyanova

PUccini Stoyanova

Krassimira Stoyanova en Puccini … zou het ooit goed kunnen komen ?

Op haar vorige album met veristische aria’s ontbrak het haar aan durf om de grenzen op te zoeken, met de liederen van Puccini kan zij geen goede balans vinden en pakt te groot uit.

Puccini was dan wel een man van grote emoties, maar zelfs zijn heftigste liedjes zijn net zo teder en lief als de bloemetjes van Mimi. Geen meesterwerken, wel leuke meezingers; geen aria’s maar met de penseel getekende schetsen. Om ze goed recht te kunnen doen moet je je stem gebruiken zoals de volkszangers het doen, en daar is het instrument van Stoyanova te edel voor.

Geef haar een Verdi of, nog beter, iets Frans en ben je van een ultieme schoonheid verzekerd. Nu lijkt zij zichzelf te forceren waardoor alles schreeuwerig en soms zelfs schel klinkt. Zoals bij voorbeeld in het echt lelijk gezongen ‘Canto d’anime’.

‘Sole e amore’ gaat haar iets beter af, maar de twee duetten die zij met zichzelf had opgenomen had zij beter kunnen laten. Je hoort geen kleurverschil in de ‘twee stemmen’ en dat maakt de liedjes saai.

Maria Prinz is een adequate begeleidster, met wat meer bevlogenheid was wellicht ook de sopraan geholpen.


GIACOMO PUCCINI
Complete Songs for Soprano and Piano
Krassimira Stoyanova (sopraan)
Maria Prinz (piano)
Naxos 8573501 • 47’

Zie ook: KRASSIMIRA STOYANOVA: Verismo