discografieën

Welke Carmen moet ik hebben? HELP!

Carmen domingo-carmen-wiener-staatsoper-kleiber

In de prehistorische tijden, toen de kijkcijfers alleen niet zaligmakend waren en er rekening werd gehouden met het cultuurminnende publiek, kwamen ook televisiekijkende operaliefhebbers aan hun trekken. Op een avond in 1982 werd er op de Nederlandse televisie Carmen uitgezonden.

Waarom ik toen ben gaan kijken? Geen idee, ik hield immers niet van de opera. Of het moest vanwege een toenmalig vriendje zijn geweest die een groot liefhebber was van alles wat met Spanje te maken had. Nou, ik heb het geweten. Vanaf die avond was de wereld dezelfde niet meer, en mijn leven een grote liefde rijker.

U begrijpt natuurlijk wel dat deze Carmen (opname uit 1978 van de Wiener Staatsoper) voor mij de ultieme is geworden. En al moet ik toegeven dat Escamillo (een povere Yuri Mazurok) in niets lijkt op een toreador, en dat Carmen (Elena Obraztsova) een zwaar Russisch accent heeft – het is allemaal onbelangrijk. Al bij de eerste maat van de ouverture slaat je hart over. Je gaat op het puntje van je stoel zitten tot de laatste noot is uitgeklonken en je erachter komt dat het al heel laat is geworden, en je kat gevoerd moet worden.

Het is voornamelijk de schuld van Carlos Kleiber. Hij komt op, een jonge Rutger Hauer-achtige verschijning, heft de armen op, en… beng! Zijn armen zwieren door de lucht als lichtvoetige danseressen en worden één met het orkest. Nooit eerder hoorde ik de melodische lijnen zo in elkaar overvloeien, nooit eerder maakte ik een duizelingwekkender begin van de tweede acte mee, zo in contrast met de overgang naar III.

De enscenering is superrealistisch, met bijzonder veel oog voor de kleinste details. Het lijkt meer een film dan een opera in het theater, maar ja, de regisseur heet dan ook Franco Zefirelli.

Deze Carmen betekende voor mij ook de eerste kennismaking met het fenomeen Plácido Domingo: een tenor met een gouden keel en een stem van fluweel. Dat hij ook nog eens een aantrekkelijke man was en goed kon acteren, maakte dat ik tot over mijn oren verliefd werd. Dat ik niet alleen was, dat werd me meteen duidelijk: na ‘La fleur que tu m’avais jetée’ kreeg hij een eeuwigdurend applaus. (Arthaus Musik 10909)

 

Afbeeldingsresultaat voor Carmen Kaufmann

Iets vergelijkbaars gebeurde mij in 2011, toen de BBC een saaie Kerstmiddag opvrolijkte met een operatransmissie uit de Londense Covent Garden. Orkestraal is deze Carmen iets minder spectaculair dan bij Kleiber. Antonio Pappano is een gepassioneerde dirigent en zweept het orkest van het Royal Opera House tot ongekende hoogtes, maar mijn gevoel van knock-out werd deze keer veroorzaakt door de ongemeen spannende regie en fenomenale hoofdrolvertolkers.

Francesca Zambello schuwt sentimenten niet en zorgt voor een schaamteloos, realistisch spektakel, zonder updaten en concepten. De actie speelt zich daadwerkelijk in Sevilla af en het oog wordt getrakteerd op prachtige choreografieën en schitterende kostuums. Anna Caterina Antonacci is een zeer pittige en sexy Carmen, zeer uitdagend maar ook zelfbewust en trots. Haar prachtige zwarte ogen spuwen vuur, en haar mooie verschijning en een groot acteertalent verbloemen niet dat ze ook zingen kan: haar krachtige stem kent een scala aan emoties. Al met al: een echte tragédienne. Een echte Carmen.

Ildebrando D’Arcangelo is een fantastische, viriele Escamillo. Zijn opkomst op het grote zwarte paard is werkelijk spectaculair. Jonas Kaufmann is zonder meer de beste José die ik ooit in mijn leven heb meegemaakt. Zijn spinto tenor klinkt fenomenaal in alle registers, nergens gechargeerd en waar nodig lyrisch en fluisterzacht. Ook als acteur is hij niet te overtreffen, en zijn meer dan aantrekkelijk uiterlijk nemen we als bonus mee. U begreep het al: deze Carmen moet u hebben! (Decca 0743312)

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/81FurpsuPCL._SL1219_.jpg

Ook de in 2003 in Glyndebourne opgenomen voorstelling in de regie van David McVickar ziet er schitterend uit. Het toneelbeeld in de eerste twee aktes is zeer bedrijvig. De derde acte begint mistig, met spaarzame belichting (de belichting is überhaupt zeer vernuftig), zeer filmisch, en zeer ontroerend. In IV heb je alles wat nodig is om Sevilla te bevolken: de torero’s, de matadoren, de prachtig geklede Spaanse Doña’s en Donnen. Adembenemend.

De dood van Carmen (haar keel wordt zeer bloedig doorgesneden) is thrillerachtig spannend. Jammer genoeg wordt de hoofdrol vertolkt door Anne Sofie von Otter. Want laten we eerlijk zijn: Carmen is haar ding niet. In haar dappere pogingen om nog iets van het Spaanse temperament over te laten komen, verwordt ze tot een ordinaire del. Zonde. (OPUS ARTE OA 0867)

CD’S

Domingo Camen berganza

Wat de cd’s betreft is de keuze zo verschrikkelijk groot dat het bijna onmogelijk is om er één (of twee) uit te pikken. Vooropgesteld dat u nog helemaal geen één opname thuis hebt, zou ik voor de Deutsche Grammophon-registratie (4196362) uit 1978 gaan. Claudio Abbado dirigeert meesterlijk en spannend, zeer lyrisch ook. De hoofdrollen mogen er ook allemaal wezen: Berganza, Domingo, Milnes en Cotrubas.


https://http2.mlstatic.com/bizet-carmen-solti-domingo-troyanos-3-cd-box-set-D_NQ_NP_396505-MLA25049663221_092016-F.webp

Ook goed is de twee jaar oudere Solti (4144892), voornamelijk vanwege beide zangeressen: een onvergetelijke Tatiana Troyanos en een jonge Kiri te Kanawa. Domingo is hier minder goed op dreef dan bij Abbado, en Van Dam vind ik geen spannende Escamillo.


Zonder meer interessant zijn de vertolkingen van de hoofdrol door Victoria de los Angeles en natuurlijk Maria Callas. En voor de liefhebbers (en verzamelaars) van historische opnamen: Urania (URN 22.378) heeft niet zo lang geleden de live in Parijs in 1959 opgenomen voorstelling uitgebracht, met een verleidelijke Carmen van Consuelo Rubio en een elegante Don José van Leopold Simoneau.


Waar u ook niet omheen kunt is de vertolking van de rol door de legendarische Conchita Supervia (verschillende labels).


Carmen Broadway-Cast-1943-Bizet-Hammerstein---Carmen-Jones

In 1943 heeft Oscar Hammerstein II de opera tot een Broadway-musical bewerkt, Carmen Jones. Hij verplaatste de actie naar het heden (we hebben het over de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog) in het zuiden van Amerika. De première, op 2 december 1943 was een groot succes, en dan te bedenken dat de hele (zwarte!) cast zijn debuut maakte op de planken.

Een paar jaar geleden heeft Naxos (81208750) de highlights (opgenomen in 1944) van de musical uitgebracht, met als bonus een viertal nummers uit de gelijknamige film van Otto Preminger, uit 1954. De rol van Carmen werd daar gespeeld door Dorothy Daindridge, maar ingezongen door de piepjonge (20!) Marilyn Horne, toen nog sopraan. Adembenemend

 

Overigens: wist u dat de beroemdste hit van de opera helemaal niet van Bizet was? Het heet El Arreglito  en werd gecomponeerd dor Sebastián Yradier. Bizet was er van overtuigd dat de een volkslied was en toen hij er achter kwam dat het geschreven was door een componist die pas tien jaar eerder was overleden, heeft hij een voetnoot aan de partituur toegevoegd, met de bronvermelding

Minnie’s from Gigliola Frazzoni and Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) at the premiere of La Fanciulla del West

Puccini’s women are never one-dimensional. That is expressed in his music, but who still understands the intentions behind the notes? Good Minnies are scarce these days, and to find the best, one has to go back to the nineteen fifties/sixties.

Like Salome, Minnie is loved and desired by men. Well, you say, she is the only woman in a rough world of miners inhabited only by guys. But it’s not that simple. She lives all alone in a remote hut and a few minutes after meeting a strange man, she invites him to her house. She smokes, and drinks whiskey. And she loves a game of cards, cheating if necessary.

In the scene leading up to the poker game, she says to the sheriff, “Who are you, Jack Rance? The owner of a gambling joint. And Johnson? A bandit. And me? The owner of a saloon and a gambling joint, I live off whiskey and gold, dancing and faro. We’re all the same! We’re all bandits and cheats!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi as Minnie

And I choose not to talk to you about Renata Tebaldi, even though she was one of the greatest (if not the greatest!) Minnie’s ever. She was lucky to have an exclusive contract with a leading record company (Decca), something her colleagues could only dream of.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni as Minnie with Franco Corelli (Johnson)

That explains why few people, apart from a few opera-diehards, have ever heard of Gigliola Frazzoni or Eleanor Steber (to name but two). Believe me: neither soprano is inferior to Tebaldi. Just pay attention to the range of emotions they have at their disposal. They cry, sob, scream, roar, beg, suffer and love. Verismo at its best. You don’t need a libretto to understand what’s going on here.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

They sing as well, and how! All the notes are there. There’s no cheating. Well, something may go wrong during a live performance, but it is live, that’s drama, that’s opera. And let’s face it, when you play poker and your lover’s life is at stake, you don’t think about belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

The recording with the American Eleanor Steber was made in 1954 at the Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s soprano is very warm and despite the hysterical undertones of an almost perfect beauty.

Gian Giacomo Guelfi makes a devastating impression as Rance and the two together… well, forget Tosca and Scarpia! I don’t like Mario del Monaco, but Johnson was a role in which he truly shone. Mitropoulos conducts very dramatically with theatrical effects.

The recording can also be found on Spotify:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

The registration with Gigliola Frazzoni was made at La Scala in April 1956 (a.o. Opera d’Oro1318). Frazzoni sings very movingly: it is not always beautiful, but what drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is probably the most attractive bandit in history and Tito Gobbi as Jack Rance is a luxury. He is, what you call, a vocal actor. In his performance you can hear a lust for power and horniness, but also a kind of sentimental love.

fanciulla-corelli

Franco Corelli as Johnson

Gigliola Frazzoni and Franco Corelli in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’.

The whole recording on Spotify:


Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

In Dutch:Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

Armide. Christoph Willibald Gluck vond het zelf zijn beste werk. U ook?

Armida Agostino_Carracci,_Frontespizio_della_prima_edizione_illustrata_della_Gerusalemme_Liberata,_1590


Agostino Carracci (su disegno di Bernardo Castello), Frontespizio della prima edizione illustrata della Gerusalemme Liberata, Genova, 1590Agostino Carracci (su disegno di Bernardo Castello), Frontespizio della prima edizione illustrata della Gerusalemme Liberata, Genova, 1590

Men kan zich afvragen waar het aan ligt dat juist Gerusalemme liberata van Torquato Tasso zo veel verschillende componisten uit zo veel eeuwen heeft geïnspireerd. En dan niet het hele epos, maar specifiek de Armida-episode. Ligt het aan het magisch-realistische verhaal vol onverholen haat, wraak, woede en passie? Met personages (mens of heks) die verscheurd worden door hun tegenstrijdige gevoelens, hun innerlijke strijd tussen liefde en plicht? Ik zou het niet durven zeggen. U?

Armida 7dd1839cd61799f99af3d9a583eaa105

Francesco Hayez, “Rinaldo en Armida”

De eerste bij het grote publiek bekend gebleven Armida werd gecomponeerd door Jean-Baptiste Lully, op het libretto van Philippe Quinault. Hetzelfde libretto heeft Gluck een kleine honderd jaar later gebruikt voor zijn vijfde ‘Franse opera’ Hijzelf beschouwde Armide als zijn allerbeste werk, maar het publiek (en de geschiedenis) dachten er iets anders over.

Zelf ben ik er ook nooit zo van gecharmeerd geweest. Maar hoe langer ik mij met de opera heb beziggehouden, hoe meer ik hem heb leren te waarderen.  De opera kent een paar schitterende aria’s en ensembles, met als een absoluut hoogtepunt het hartverscheurende ‘Enfin, il est en ma puissance’, een hysterische hartenkreet van de verliefd geworden furieuze tovenares Armide.

Armide-EMI

Ik ken maar twee complete opnamen van Glucks werk: onder Richard Hickox op EMI (6407282) en onder Marc Minkowski op Archiv (4596162). Merkwaardig eigenlijk als je bedenkt dat de opera tegenwoordig best vaker wordt uitgevoerd.

De opname van Hicox (3 cd’s) duurt ruim 26 minuten langer dan Minkowski. Ik ken de opera niet zo goed om te kunnen constateren of er bij Minkowski coupures zijn aangebracht, maar dat denk ik eerlijk gezegd niet. Zijn tempi zijn simpelweg behoorlijk aan de snelle kant – behalve de ouverture dan, daar is hij behoedzaam in.

Armide-Minkowski

Dat slepende van Hickox is op den duur behoorlijk irritant en ik ben een paar keer gewoon ingedut. De dertig jaar oude opname klinkt wel nog steeds mooi, al haalt de klank het heldere en transparante van Minkowski niet.

Ook wat de zangers betreft wint de Fransman het ruimschoots van zijn Engelse collega. Nou ben niet zo’n fan van Mireille Delunsch en ik vind haar ‘Enfin il est en ma puissance’ op Minkowski’s opname behoorlijk achterblijven bij de interpretaties van bijvoorbeeld Véronique Gens of Anna Catarina Antonacci (waarom is de voorstelling met Antonacci nooit officieel opgenomen?) Niettemin is Felicity Palmer (Hickox’ opname) ondanks haar perfecte dictie en onberispelijk tekstbegrip geen match voor haar.

Charles Workman (Renaut) weet een perfecte balans tussen de heldhaftige en de meer lyrische vinden – daar kan zelfs mijn geliefde Anthony Rolfe Johnson niet tegen op.

Laurent Naouri is een zeer macho Hidraot, maar wat de opname van Minkowski dat ‘superplus’ geeft, is het optreden van Ewa Podles in de kleine rol van La Haine (de Haat). Van haar stem en voordracht gaat het u duizelen. Vind maar eens een alt met een diepere klank, één die ook nog eens alle hoge noten paraat heeft en je met haar interpretatie sprakeloos achterlaat!

Hickox:


Minkowski:


En hieronder een curiositeit: een complete Armide uit Madrid, 1985, met Montserrat Caballé:

 

 

 

 

Love is in the air: een hartverwarmende ontmoeting met John Osborn en Lynette Tapia

Osborn Tapia

Gelooft u niet meer in de echte liefde? Bent u cynisch geworden doordat uw hart te vaak was gebroken of u gewoon te veel huwelijken hebt zien eindigen in een scheiding? Sprookjesjaren zijn voor u al lang verleden tijd en snikken doet u alleen bij La Bohème?

Ik ken een remedie: ontmoet John Osborn en zijn grootste liefde, Lynette Tapia. Hun liefde bloeit en gloeit alsof ze elkaar pas hebben ontmoet en toch zijn ze al heel wat jaren bij elkaar! Ze hebben ook een dochter, een inmiddels achttienjarige multitalent Anna.

Osborn-en-Lynette-Tapia-2

Ik ontmoette beiden op een gruwelijk koude februari dag in 2013 met buiten ijs, sneeuw en wind, maar in het café Puccini waar wij hebben afgesproken werden mijn hart en ziel gauw opgewarmd.

Capriccio, DNO 2006

Lynette Tapia (Eine italienischer Sängerin), John Osborn (Ein italienischer Tenor)  © Foto: Hans Hijmerin

De mooie Lynette Tapia met haar prachtige groene ogen en glanzend zwart haar is ook een gevierde zangeres en soms lukt het haar om ook met haar man samen te zingen. In september 2006 hebben ze samen hun Amsterdamse debuut gehad in Capricio van Richard Strauss, als de Italiaanse zanger/Italiaanse zangeres.

OPERA CLASSICA

In oktober 2012 zongen zij samen in Rigoletto van Verdi  in Schloss Braunfels, een productie van Opera Classica Europa, een organisatie die opera’s op de mooiste historische locaties in Europa presenteert.

Osborn:
‘Ik houd er van wat Opera Classica Europa doet en van de manier waarop zij het doen. De locatie was betoverend mooi, we hadden echte, historische kostuums aan. Ouderwets? Ja, zeker. Ouderwets mooi. Wij hadden niet zo veel repetitietijd, maar dat hoefde ook niet. Er was niets wat je zo nodig bij moest leren, alles staat toch al in de muziek.’

‘De rol van Duca is bijzonder geschikt voor een hoge tenor. Ik ben al 22 jaar zanger. Ik ben geen baritonale tenor maar ik kan steeds zwaardere rollen zingen. Het hangt natuurlijk van de locatie af en het scheelt ook wie je dirigent is, en of hij het orkest in toom weet te houden. De stemming is omhooggegaan, de orkesten spelen luider, maar je moet wel boven het orkest uit zien te komen en je moet overal, ook in de achterste rijen goed hoorbaar zijn. Tel daarbij dat wij, tenoren, niet meer in falsetto zingen, dat zal het publiek van nu niet meer accepteren.”

“Ik ben van de generatie die groot is gebracht met de drie tenoren, maar er is sindsdien veel veranderd. Je kan het je niet permitteren om er niet goed uit te zien. Of niet fit te zijn. Toen ik nog jonger was deed ik er niet aan mee, aan het sporten en fitnessen, ik vond het tijdverspilling. Maar enigszins vind ik het rechtvaardig en goed dat wij er voor zorgen om een beetje aannemelijk uit te zien voor het publiek. Al gaat het nog steeds voornamelijk (hoop ik?!) over zingen!”

REGISSEURS

‘Regisseurs? Zijn ze echt belangrijk? Wie heeft er ooit van een regisseur gehoord, pakweg 50, 60 jaar geleden? We wisten wie de zangers waren en daar ging het om. De dirigent, het orkest, ja, maar een regisseur? Wij spreken nog steeds van Tosca van Callas of Don Carlo van Corelli, maar tegenwoordig staat de naam van de regisseur met de grote en vette letters boven aan het affiche, nog vóór de componist! Veel van de regisseurs hebben ook een zowat perverse manier van manipulatie van menselijke gevoelens ontwikkeld, dat stuit mij tegen de borst. Soms denk ik: wil je iets nieuws maken? Maak dan iets nieuws! Schrijf je eigen opera!’

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Een bijschrift invoeren

‘Ik bewonder Pierre Audi zeer en ik werk heel erg graag met hem samen. Goed, na een paar keer ken je het concept al en weet je dat het zeer esthetisch gaat worden, statisch ook. Maar hij heeft respect voor de zangers, wij zijn voor hem meer dan alleen maar pionnen in een schaakspel.

Afbeeldingsresultaat voor Clari osborn"

Ik heb ook bijzonder veel affiniteit met het werk van Moshe Leiser and Patrice Caurier. Ik heb met hen Clari van Halévy en Otello van Rossini gedaan, beide in Zürich en we hebben veel plezier samen gehad. Ze gaan heel erg logisch te werk en hun producties zitten bijzonder goed in elkaar. Clari is dan wel ge-updated, maar alles klopt als een bus. Die regisseurs hebben een soort zesde zintuig voor wat er bij de muziek past: hun producties zijn dan ook nooit hetzelfde.’

DIRIGENTEN

‘Wie zijn de echt goede dirigenten? De generatie, die al bijna uitgestorven is: Nello Santi, Claudio Abbado. Maar dat betekent niet dat het voorbij is, de goede oude tijd! Ik houd immens veel van Yannick Nézet-Séguin, hij begrijpt de Franse stijl als geen ander. Jammer genoeg heb ik maar één keer met hem gewerkt, in 2008 in Salzburg. Wij hebben er Romeo et Juliette samen gedaan en de voorstelling was onvergetelijk! Hij vond mijn ‘Franse manier’ van zingen zo ontzettend goed, dat hij zelfs zijn ouders voor de voorstelling heeft uitgenodigd. Het was voor mij één van de grootst mogelijke complimenten ooit!’

Pierre Audi (director), Paolo Carignani (conductor), George Tsypin (sets), Andrea Schmidt-Futterer (costumes), Jean Kalman (lighting), Kim Brandstrup (choreography), Klaus Bertisch (dramaturgy)

© Ruth Waltz

Ten tijde van ons gesprek staat Osborn als Arnold in de DNO-productie van Guillaume Tell. Deze rol vertolkte hij voor het eerst in het seizoen 2007 – 2008 bij de Accademia di Santa Cecilia Orchestra in Rome. Daarna konden we hem in deze rol bewonderen in de ZaterdagMatinee (december 2012) en de algehele pers bestempelde de uitvoering als een ‘historische gebeurtenis’.

En nu dan eindelijk op de planken. Het verschil?

“Ik heb de opera inderdaad al een paar keer concertante uitgevoerd, met meer of minder coupures, het was dus iedere keer best spannend welke versie wij nu gaan doen. Bij de Matinee was de score vrijwel compleet. Als zanger heb ik geleerd om met mijn stem te acteren, maar als ik daadwerkelijk mijn gevoelens ook op de bühne kan laten zien, door niet alleen te zingen maar ook te bewegen, dan voegt dat er nog een extra dimensie aan toe.

Is er iets wat je aan je Nederlandse publiek nog wilt zeggen?

‘This is my sixth time to work in Amsterdam. I always love coming back to visit this beautiful city. The people are so kind and welcoming. All of the friends I’ve made from De Nederlandse Opera, the members of the chorus, the musical staff, and the production staff have all been so supportive of me and the talents I’ve been given. I am so grateful for the opportunities to perform here, and I truly feel like Amsterdam has become a second home for me. I very much look forward to returning to this unique and wonderful place again in the near future. Sincerely, John Osborn’.

Lynette Tapia en John Osborn in ‘Parigi o cara’ (La Traviata Live at Schloss Braunfels August 12, 2018)

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

LES CONTES D’HOFFMANN in Amsterdam

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

Overtuigende Les Huguenots in Brussel

I vespri siciliani/Les vêpres siciliennes. Een beetje een discografie maar niet heus

Vespri schilderij

Siciliaanse Vespers (1846), door Francesco Hayez

Les vêpres siciliennes was Verdi’s eerste Franse ‘grande opéra’, die hij, na lang aandringen door de Parijse Opera, componeerde op een libretto van Eugene Scribe en Charles Duyverier. Het is één van zijn langste opera geworden, wat onder meer te danken is aan het, voor het Parijs van toen, verplichte lange ballet in de derde akte (maar liefst een half uur!).

Het verhaal speelt zich af in Palermo in 1282, tijdens de Franse bezetting van Sicilië. De jonge Siciliaan Henri is verliefd op Hélène, een jonge Oostenrijkse hertogin, gevangen gehouden door Guy de Montfort, de Franse gouverneur van Sicilië. Als blijkt dat Montfort de vader van Henri is, zijn de verwikkelingen niet te overzien, en aan het eind is zowat iedereen dood.

De première in 1855 was een fiasco en een paar jaar later bewerkte Verdi het werk tot het Italiaanse I vespri Siciliani, waarmee hij veel meer succes boekte. Een echte kaskraker werd de opera echter nooit.

IN HET FRANS

Vespri Frans

Les vêpres siciliennes was de derde uitgave in de serie ‘originele versies’ van Opera Rara, na eerdere uitgaven van Macbeth en Simon Boccanegra. Het werd al in mei 1969 live opgenomen in The Camden Theatre in Londen en in februari 1970 door de BBC uitgezonden, maar de cd-uitgave kwam pas in 2004 op de markt.

De uitvoering, met in de hoofdrollen Jacqueline Brumaire, Jean Bonhomme en Neilson Taylor, is redelijk tot goed, maar als document is het van een buitengewoon belang. (ORCV303).

In juni 2002 heeft onze onvolprezen ZaterdagMatinee op Vrije Zaterdag Les vêpres siciliennes concertante op de planken gebracht. Het is bijzonder spijtig dat de opname ervan nooit op cd’s is verschenen, want de uitvoering (met onder andere Nelly Miricioiu, Francisco Casanova en Zeljko Lucic) was niet te versmaden.

IN HET ITALIAANS

Vespri Domingo Arroyo

Als u de Italiaanse versie van de opera wilt hebben, dan is de keuze iets groter, maar om te zeggen dat de markt er mee is overvoerd?

Eerlijk gezegd ken maar één _goede_ studio-opname van het werk (ooit RCA RD 80370). De cast bestaat uit onder andere Martina Arroyo, Plácido Domingo, Sherill Milnes en Ruggiero Raimondi. Het is zeer de moeite waard, zeker ook omdat de muziek vrijwel compleet is.


 

Vespri Cabbale Domingo

Voor de rest moeten we het (toegegeven, in de meeste gevallen op zijn minst zeer interessante) piratenopnames hebben. Zeer aan te bevelen is een opname met Montserrat Caballé en Plácido Domingo uit Barcelona 1974 (SRO 837-2).

Vespri Callas

Vergeet ook La Divina (met onder andere Boris Christoff) niet, opgenomen in 1951 tijdens het Maggio Musicale Fiorentino (Testament SBT 21416).


 

Vespri Scotto

Fantastisch is ook de versie met Renata Scotto, Gianni en Ruggiero Raimondi uit La Scala 1970 (Myto MCD.905.24). En dan zijn er nog een paar opnamen met Cristina Deutekom en Leyla Gencer.

Let op: de meeste opnames zijn (sterk) ingekort. Check ook voor alle zekerheid het internet, want piratenlabels komen en gaan en het verschil in prijs kan enorm zijn.

EN OP DVD

Vespri Dunn

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was de Amerikaanse Susan Dunn immens populair. Men zag in haar de ultieme Verdi-sopraan. In haar ‘Bologna-jaren’ werd ze de lievelingszangeres en protégee van Riccardo Chailly, destijds de chef-dirigent aldaar. Met hem maakte zij heel wat cd-opnamen. Behalve Verdi ook Mahler, Schönberg en Beethoven, en er werden ook operavoorstellingen voor de video opgenomen.

Elena in I vespri Siciliani was één van haar glansrollen. Zij zong haar, met enorm succes, voor het eerst in 1986 (Warner Music Vision 504678029-2). De productie van Luca Ronconi is behoorlijk traditioneel en de decors zijn natuurgetrouw. Men waant zich als het ware tussen de cactussen op het broeierige Sicilië. Ook de kostuums laten niets te wensen over, maar de hele voorstelling is behoorlijk statisch.

Het publiek vindt het enig, en dat laten ze weten ook. Het ene open doekje volgt het andere en de zangers nemen ze dankbaar aan. Ook al zijn de protagonisten geen van allen echt grote acteurs – wat wellicht ook op het conto van de regisseur geschreven kan worden – gezongen wordt er op zeer hoog niveau. En er is ook een verrassing: Anna Caterina Antonacci in de kleine rol van Ninetta.

Hieronder zingtSusan Dunn sings “Arrigo! Ah, parli a un core”

 

Plácido Domingo en Puccini: een match made in heaven?

Puccini DomingoSoms denk ik wel eens dat Plácido Domingo de reïncarnatie is van Puccini. Niet omdat ze zo op elkaar lijken (al hebben ze op de foto’s wel dezelfde uitstraling), maar vanwege de muziek. Die lijkt geschapen te zijn voor Domingo’s timbre. Het is alsof Puccini componeerde met Domingo’s stem in het hoofd.

En toch (of misschien juist daarom): in geen ander repertoire kan je zo goed horen of een rol hem wel of niet ligt. Hij is nooit een memorabele Rodolfo geweest en zijn Pinkerton mocht geen naam hebben. Zelfs als Calaf was hij, ondanks de geweldige prestaties, niet echt roldekkend. Hij was te vriendelijk, te aardig, te menselijk.

TOSCA

Afbeeldingsresultaat voor Domingo Puccini"

Zijn allereerste Cavaradossi zong Domingo op 30 september 1961 en sindsdien heeft hij van Tosca meer uitvoeringen gezongen dan van welke andere opera ook. Over geen andere rol heeft hij zo diep nagedacht. Hij heeft de schilder zelfs meer eigenschappen toegedicht dan er, mijns inziens, in zitten.

Zelf vind ik Cavarodossi’s flirt met de revolutie niet meer dan een gril, maar Domingo neemt het bloedserieus en ziet zichzelf niet alleen als de minnaar maar ook als vrijheidsstrijder. Vanaf het begin weet hij dat de executie daadwerkelijk plaats gaat vinden, waardoor hij ook nog eens toneelstuk voor zijn geliefde Floria opvoert. Zeer humaan en zeer ontroerend.

tosca Nilsson

Zijn eerste Tosca in de Metropolitan Opera zong hij in 1969. Het was niet gepland: hij viel op het laatste moment in voor de zieke Sándor Kónya. Birgit Nilsson was Tosca. In haar memoires heeft ze opgeschreven dat ze zijn acteren ‘superb’ vond en zijn zingen ‘gorgeous’.

Het was inderdaad een memorabele voorstelling, niet in de laatste plaats vanwege de ‘schreeuw’ van Nilsson.

Tosca Scotto

Van de studio-opnamen zijn mij twee zeer dierbaar. Op Warner Classics (5665042) zingt Renata Scotto alle door Puccini voorgeschreven noten (daar nemen haar collega’s het niet altijd zo nauw mee) en Renato Bruson is zeer ‘hoffelijk gevaarlijk’ als Scarpia.


 

Tosca Price

RCA (88697448122) heeft één van de beste Scarpia’s ooit geregistreerd: Sherrill Milnes. Ik heb hem ooit live in de rol gehoord, dat was een belevenis! Leontyne Price is een zwoele Tosca.


Tosca Kabaivanska

Op dvd vind ik de Decca-verfilming (0434909) verreweg de meest indrukkwekkende. Het werd in 1976 gedraaid op locatie, wat toen nog niet echt gebruikelijk was. Nou ja, locatie… In het Palazzo Farnese was toen de Franse Ambassade gevestigd, waardoor er niet in gefilmd mocht worden.

Milnes was wederom van de partij en de hoofdrol werd zeer gekweld gezongen door Raina Kabaivanska.

Domingo is om te huilen zo mooi, maar wat de film nog dat beetje extra geeft, is de piepkleine rol van het herdertje. Die wordt namelijk gezongen door Plácido junior, toen 10 jaar oud.

MANON LESCAUT

Manon Domingo

Een andere Puccini-rol die voor mij helemaal des Domingo’s is, is Des Grieux in Manon Lescaut. Van deze opera met Domingo bestaan dan ook waanzinnig veel opnamen, zowel studio als live. Niet allemaal zijn ze de moeite waard en in de meeste gevallen ligt het aan vertolkster van de titelrol. Het is niets nieuws: had een platenmaatschappij een nieuwe ‘ster’, dan moest hij/zij alles opnemen wat op te nemen viel. Met veelal desastreuze gevolgen.

 

Manon Domingo Olivero

In 1970 heeft Domingo Manon Lescaut in Verona gezongen, met Magda Olivero in de titelrol. Best bizar als je bedenkt dat Olivero haar professionele debuut acht jaar voordat Domingo geboren werd maakte. En toch: haar uitbeelding van de jonge heldin is volkomen overtuigend. Sterker nog, daar kunnen de meeste van haar collega’s nog steeds niet aan tippen! Mijn exemplaar werd uitgebracht op Foyer, maar inmiddels bestaan er uitgaven in betere geluidskwaliteit.


Manpn Domingo Scotto

In 1980 werd de opera op tv uitgezonden. Die opname is nu ook op dvd beschikbaar. Geloof mij: beter bestaat niet. Scotto zingt en acteert Manon zoals geen ander eerder heeft gedaan en met Domingo samen zorgt zij voor een avondje ouderwets huilen. De zeer realistische, natuurgetrouwe en zeer spannende regie van Menotti kan gewoon niet mooier. Een MUST (DG 0734241).

IL TABARRO

Tabarro-Melodram-Crader

Luigi in De Mantel was ook een rol naar Domingo’s hart. Prachtig is zijn opname uit 1968 bij de New York City Opera, gedirigeerd door Julius Rudel (Melodram 17048) met als Giorgietta Jeannine Crader, een geweldige zangeres die nooit in Europa is doorgebroken.

Il Tabarro

Op dvd bestaat een mooie Zefirelli-productie uit New York, opgenomen in 1994. Giorgietta wordt gezongen door Teresa Stratas. Jammer genoeg is het gekoppeld aan Pagliacci met Pavarotti, met wederom Stratas in de hoofdrollen. Niet echt mijn ‘kopje thee’ (DG0734024).

Hieronder een curiosum: een duet uit Il Tabarro met Domingo en Beverly Sills uit 1967

EDGAR

Puccini Edgar

Er zijn op zijn minst twee goede redenen om de in 2006 opgenomen Edgar (DG 4776102) een warm welkom te heten: het is de allereerste studio-opname van het werk en het is voor het eerst dat Domingo die rol, de enige die nog ontbrak in zijn Puccini-discografie, heeft gezongen..

Nooit heb ik begrepen waarom de opera zo ongeliefd was. Muzikaal ligt het in het verlengde van Verdi, maar men hoort al flarden van de ‘echte’ Puccini: een vage belofte van Manon Lescaut, een studie op La Bohème en vingeroefeningen voor Turandot.

In Adriana Damato en Marianne Cornetti mogen wij een nieuwe generatie fenomenale zangeressen verwelkomen en Domingo is zoals altijd zeer muzikaal en betrokken.


LA FANCIULLA DEL WEST

La Faciulla Dominfgo Neblett cd

De allerbeste is voor mij een DG-registratie (4748402) uit 1978, met een ondergewaardeerde Carol Neblett als een zeer felle Minnie. Domingo is een smachtende en verrassend lyrische Johnson en Sherrill Milnes klinkt alsof hij in een echte western was beland.


 

La Fanciulla Domingo Zam[ieri dvd

Op dvd zijn er twee opnamen verschenen die de moeite waard zijn. Eén met Mara Zampieri en Juan Pons (Opus Arte OA LS3004 D) uit La Scala, 1991, in een prachtige, kleurrijke regie van Jonathan Miller.

La Fanciulla Domingo Neblett dvd

De ander is met Carol Neblett en Silvano Carroli (Kultur Video 2038) uit het Royal Opera House, 1982. Deze is echter moeilijk in Nederland verkrijgbaar.

LIEDEREN

Dommingo Puccini

Ooit waren er plannen om een speelfilm over Puccini te maken, waarin de zanger de componist ging spelen. Het ging niet door. In aanloop naar het project heeft Domingo in 1989 alle liederen van Puccini opgenomen, onder de titel Unknown Puccini (Sony 44981).

Voor de cover werd hij naar Puccini gemodelleerd en daar zit hij dan: gestoken in het wit, hoed op zijn hoofd en de snor prominent op zijn gezicht. Sprekend Puccini!

Maar goed, het gaat om de muziek en dat is verplichtte kost voor een ieder die in Puccini is geïnteresseerd. Het betreft veelal primeurs en je leert de weg die de componist aflegde naar zijn Manon’s, Tosca’s en andere ‘meisjes’. De vermaarde dirigent Julius Rudel begeleidt Domingo op piano en orgel.


De kunst van het verleiden oftewel Don Giovanni. Een kleine selectie uit de honderden dvd-opnamen

Giovanni film

Errol Flynn als Don Juan in ‘The adventures of Don Juan’ uit 1948. Beeld Hollandse Hoogte / REX features

Kan denken door verleiden worden vervangen? Kunnen we ‘ik (word) verleid dus ik ben’ als een soort variatie op ‘cogito ergo sum’ gebruiken? Is ons leven minder waard zonder verleiding? En zou dat een verklaring kunnen zijn voor het onmetelijke aantal uitvoeringen en opnamen van de ultieme verleidingsopera? Geen dag zonder Don Giovanni?

Giovanni

Toegegeven: de opera is gewoon volmaakt. Wat niet alleen de verdienste is van de muziek van Mozart, maar ook (of misschien zelfs voornamelijk?) het geniale libretto van Da Ponte. Daar staat al alles in wat je hoort te weten en voor de rest gebruik je eigen fantasie, want alleen zo kom de mythische verleider je verlangens tegenmoet.

Salzburg, 1954

Giovanni Fyrtwangler

In 1954 werd in Salzburg een jaar oude productie van Don Giovanni verfilmd (DG 0730199). Het was geen registratie met publiek, maar een heuse film, gedraaid tijdens vele, meestal nachtelijke, uren in een nagebouwde studio.

Historisch document of niet – het valt mij tegen. De tempi van dirigent Wilhelm Furtwängler zijn tergend langzaam, van een regie is amper sprake en het resultaat is hopeloos statisch en saai.

Ook de zangers zijn – op de werkelijk fenomenale Cesare Siepi (Giovanni), Lisa Della Casa (Elvira) en wellicht Anton Dermota (zijn ‘Dalla sua pace’ is geschrapt!) na – weinig idiomatisch en niet echt overtuigend.

Milaan, 1987 / Koln, 1991

Giovanni Allen La scala

Thomas Allen was beslist één van de beste Don’s van de laatste 25 jaar van de vorige eeuw. Zijn interpretatie is twee maal op dvd vastgelegd: in de Scala-productie uit 1987 (regie: Giorgio Strehler; Opus Arte OA LS3001) en in 1991 in Köln (regie: Michael Hampe; Arthaus Musik 100020).

Giovanni Allen Koln

Hieronder Thomas Allen en Susanne Mentzer (Zerlina) in ‘La ci darem la mano’ uit La Scala:

Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de Keulse versie, niet in de laatste plaats vanwege de intelligente regie van Hampe, de magistrale Elvira van Carol Vaness en de werkelijk onweerstaanbare Leporello van Feruccio Furlanetto.

Hieronder de complete tweede acte uit Keulen:

Aix-en-Provence, 2001

https://i.ndcd.net/1/Item/500/1444.jpg
In de productie uit Aix-en-Provence (Bel Air BAC010) wordt veel aan de verbeelding overgelaten. De decors bestaan uit fel blauwe en rode houten bankjes, stoeltjes en tafeltjes, waaraan veel te sleutelen valt, en die zich voor van alles en nog wat lenen. Ook de rekwisieten zijn schaars; eigenlijk alleen maar stokjes, die naar gelang de situatie als dolken, zwaarden of pistolen dienen. Spannend om naar te kijken.

Peter Brook is een intelligente regisseur, hij ‘herïntepreteert’ niet, hij schept een eigen wereld, waarin Don Giovanni meer is dan alleen maar een gewetenloze verleider en Donna Anna niet zo onschuldig als ze beweert te zijn.

Peter Mattei is een volmaakte Giovanni: in zijn op maat gesneden pakken ziet hij er buitengewoon aantrekkelijk uit. Hij verleidt met zijn stem en zijn hele lichaam. Geen wonder dat niemand hem kan weerstaan.

Fantastisch is ook Masetto (Nathan Berg). Iedereen is eigenlijk goed, misschien op een iets te zwakke Elvira (Mireille Delunsch) en een mij maar matig overtuigende Ottavio (Mark Padmore) na.

Zürich, 2001

Giovanni Zurich Flimm

Ondanks de een beetje klungelig aandoende enscenering van Erich Wonder, is de Züricher productie uit 2001 (Arthaus Musik 100328) één van de spannendste die ik ooit heb gezien. Jürgen Flimm beschikte over de beste zangeracteurs van dit moment, en met een zeer adequate personenregie is het hem gelukt een spektakel van formaat neer te zetten.

Rodney Gilfry is de personificatie van Don Giovanni. Zijn aangenaam warme bariton is licht van timbre, zeer wendbaar en willig. Daar doet hij werkelijk wonderen mee. Zo kan hij naar gelang de situatie verleidelijk of beangstigend klinken. Zijn knappe verschijning is mooi meegenomen.

Cecilia Bartoli is zeer charismatisch als Donna Elvira. Lekker hysterisch, maar ook breekbaar en ontroerend.

Op papier had ik zo mijn twijfels over de bezetting van Donna Anna door Isabel Rey, maar in dit ensemble van kleine stemmen past zij wonderwel, al komt ze in ‘Non mi dir’ duidelijk aan haar grenzen.

Barcelona, 2002

Giovanni Bieito

De Catalaanse regisseur Calixto Bieito zorgde voor menig schandaal in de operawereld. Zijn producties – veelal geïnspireerd door de films van Almódovar, Bunuel en Kubrick – zijn alles behalve conventioneel.

Zo ook de in december 2002 in het Liceu in Barcelona verfilmde Don Giovanni (Opus Arte OA 0921). De voorstelling baarde veel opzien met de vele seks-, drugs- en geweldsscènes, wat in de Britse pers zorgde voor koppen als ‘coke-fuelled fellatio feas’.

Toch klopt het allemaal wel en het geheel laat zich als een bijzonder spannende film volgen. Des te meer daar alle zangers ook voortreffelijke acteurs zijn.

Voor de productie werd de oerversie van de partituur gebruikt. Verder is het zeer verheugend om in de rol van Don Ottavio de Nederlandse tenor Marcel Reijans te horen.

Londen, 2008

Giovanni Keenlyside Zambello
Een uitmuntende Don Giovanni werd in 2008 gemaakt door regisseur Francesca Zambello en dirigent Sir Charles Mackerras voor het Royal Opera House in Londen (Opus Arte OA 1009).

Dat kwam niet alleen door de prachtige Simon Keenlyside in de titelrol, maar ook door de sterke bezetting van de andere rollen. Iedere rol was bezet alsof het een titelrol was en heel karakteristiek uitgedacht door Zambello.

Naast Keenlyside schitterden ook Kyle Ketelsen als Leporello en Joyce DiDonato als Donna Elvira. En dan zijn Ramon Vargas, Marina Poplavskaya, Miah Persson, Robert Gleadow en Eric Halfvarson nog niet eens genoemd.

Een Don Giovanni dus om volop van te genieten. Geen vocale onvolkomenheden, wel fantastische aria’s en ensemblestukken, een indringende regie en fantastisch acteerwerk.

SALZBURG 2008

Giovanni Guth

Eerlijk is eerlijk: de zich in een weelderig en donker bos afspelende productie van Claus Guth (Salzburg 2008) is best spannend. Verder vind ik het één van de domste en slechtste Don Giovanni’s ooit. Zo erg als de Amsterdamse beddenpaleis wordt het niet, maar wat we krijgen is een totaal andere opera. Waar ook nog eens alle logica ontbreekt: heeft u ooit een bus (dus ook een bushokje) midden in een bos gezien?

Dacht u dat Giovanni continu achter de vrouwtjes aan zit? U hebt het mis. Het is juist andersom. De arme Anna moet hem zelfs verkrachten als hij aan haar probeert te ontsnappen. Giovanni zelf denkt voornamelijk aan zijn volgende shot heroïne en aan zijn dodelijke schotwond, opgelopen tijdens het gevecht met de Commendatore, die overigens helemaal niet dood is (waarom weet Anna dat niet?).

Vanwege het hoge flowerpowergehalte doet de productie mij sterk aan Easy Rider denken. Het verbaast me dan ook niet dat de Don gezellig met Zerlina en Masetto een stickie zit te roken.

Erwin Schrott (Leporello) lijkt sprekend op Sylvester Stallone en verrek: hij kan ook in de bomen klimmen! Maar op Schrott en de werkelijk prachtig zingende en acterende Christopher Maltman (Giovanni) na kan geen van de zangers me echt overtuigen. Iets wat grotendeels de regisseur te verwijten valt. Want hoe kunnen ze overtuigen als alles wat ze doen zo belachelijk is? En zo tegen de muziek ingaat?

Voor de productie werd de Weense versie van de partituur gebruikt, wat onder meer inhoudt dat ‘Il mio tesoro’ is geschrapt. En dat we het onbenullige en totaal onlogische duet van Zerlina en Masetto erbij krijgen.

Voor de muzikale directie van Bertrand de Billy kan ik niet warm lopen. De ouverture begint behoorlijk hakkelend, met vreemde accenten. Er wordt zelfs vals geïntoneerd, iets wat je je bij Weners niet echt kunt voorstellen. (EuroArts 2072548)

Salzburg, 2014

Giovanni SalzburgBechtolf

In 2014 mocht Salzburg weer een nieuwe productie van ’s werelds meest geliefde opera bewonderen. Nu ja, bewonderen… Was de rare Guth tenminste nog spannend, de voor het oog best aantrekkelijke enscenering van Eric Bechtolf is gewoon dodelijk saai. Daar kan zelfs de perfect gecaste latin lover Giovanni (een zeer aantrekkelijke Ildebrando D’Arcangelo) niets aan doen.

De actie speelt zich in de lobby van een hotel (nieuwe trend?) af en er is een komen en gaan van gasten, bruiloften, crime passionels en wat ook niet. Gedoe.

Luca Pisaroni (Leporello) stelt me een beetje teleur, zijn stem klinkt vaak vlak. Bovendien doet hij aan overacting. Donna Anna wordt gezongen door onze eigen Lenneke Ruiten, wat de opname meteen aantrekkelijker maakt. Anett Fritsch is een mooie, licht getimbreerde Elvira.

Helaas: ook in deze opname kan het orkest uit Wenen me niet echt bekoren. Eschenbach dirigeert nogal nogal sloom. (Unitel Classica 2072738)

Milaan, 2011

Giovanni MatteiGelukkig hebben we Robert Carsen nog. Eén van de weinige hedendaagse regisseurs die het verhaal intact weet te laten. Natuurlijk heeft ook hij zijn eigen ‘handtekening’: bij hem is het zijn liefde voor de (geschiedenis van) cinema en de grote sterren van weleer. Vaak past hij ook het concept ‘theater in het theater’ toe. Zo ook in deze Don Giovanni uit de Scala (2011).

De voorstelling ziet er prachtig, kleurig en weelderig uit en de kostuums zijn oogstrelend. Middels eindeloze doeken, die naar believen opzij schuiven en open- en dichtgaan, creëert hij een wereld die tussen verbeelding en werkelijkheid balanceert.

Anna Netrebko overtreft zichzelf als Donna Anna, die zich de liefdeskunsten van Giovanni laat welgevallen. Met haar looks à la Claudia Cardinale past ze zo in een maffiadrama uit de jaren vijftig. Haar ‘Chi mi dice mai’ is gewoonweg perfect.

Peter Mattei is een heerlijke Don: een echte dandy, die af en toe meer geeft om zijn garderobe (ach, die verkleedpartijen!) dan om de dames. Barbara Frittoli is – voornamelijk scenisch – een zeer overtuigende Elvira en Bryn Terfel een kostelijke Leporello. Het bruidspaar Zerlina en Massetto wordt zeer geloofwaardig gezongen en gespeeld door Anna Prohaska en Štefan Kocán: voor mij het beste ‘boerenkoppel’ sinds jaren.

Daniel Barenboim dirigeert bedeesd. Zijn trage tempi vallen het meest op bij ‘La ci darem la mano’. Geen nood: zo kun je er nog meer van genieten. Zeer aanbevolen! (DG 0735218)

George London

Giovanni London

Bij mijn weten bestaat er geen complete beeldopname van Don Giovanni met George London, één van de grootste bas-baritons uit de twintigste eeuw. Des te meer kan ik iedereen het portret van de zanger aanbevelen dat een paar jaar geleden bij Arthaus Musik (101473) verscheen. De documentaire draagt de alleszeggende titel Between Gods and Demons.

Behalve van zijn Don Giovanni was London voornamelijk beroemd van zijn Scarpia en zijn Boris Godoenov. Maar hij was ook een echte entertainer, die de populaire muziek serieus nam: voor hem waren het allemaal ‘artificial art songs’. Over zijn Giovanni was iedereen het eens: als je zo veel seks uitstraalt, dan kan het demonisch worden. Iets om over na te denken.