discografieën

‘Saint François d’Assis’ van Olivier Messiaen in drie audio-opnamen

Messiaen

Olivier Messiaen

Olivier Messiaen was een zeer religieuze man en de meeste van zijn werken staan in het teken van het christelijke geloof. Voor zijn enige opera, over de heilige Franciscus, heeft hij ook het libretto geschreven dat hij als zijn persoonlijke geloofsbelijdenis en een soort testament beschouwde en dat voor hem minstens net zo belangrijk was als de muziek. Daar heeft hij zeven jaar aan gewerkt, de première vond plaats in 1983, in Parijs.

 

Messiaen Ozawa

De uitvoering, met José van Dam in de hoofdrol en gedirigeerd door Seiji Ozawa werd ooit op cd uitgebracht, op het merk Cybélia, helaas is de opname tegenwoordig zeer moeilijk te krijgen. You Tube biedt soelaas, daar kunt u het een en ander (met beeld!) beluisteren.

Hieronder een fragment:

Messiaen Zagrosek

Twee jaar later, in 1985, werd de opera (zij het sterk ingekort) in Salzburg gepresenteerd, gedirigeerd door Lothar Zagrosek en met Dietrich Fischer-Dieskau als Franciscus, Rachel Yakar als de Engel en Kenneth Riegel als de melaatse. Het werd rechtstreeks op de ORF uitgezonden, en daarna op Orfeo (C485 982) uitgebracht.

In 1998 kwam ‘Franciscus’ in Salzburg terug, ditmaal compleet. Kent Nagano (hij heeft ooit, toen hij nog de assistent van Ozawa was, de opera onder Messiaen zelf ingestudeerd) dirigeerde en de hoofdrol werd vertolkt door de inmiddels zeer met de rol vergroeide José van Dam, gesecondeerd door Dawn Upshaw (de Engel) en Chris Merritt (de melaatse).

Messiaen Dg Nagano

De opera werd tijdens de voorstellingen live opgenomen en een jaar later op vier cd’s uitgebracht, waardoor we thans over de enige complete uitvoering van dit prachtige werk op cd kunnen beschikken. (DG 4451762).

Deze opname staat ook op You Tube:

 

De uitvoering staat als een huis. Chris Merritt beschikt niet over de mooiste stem ter wereld, maar dat hoeft ook niet. Hij hoort kwetsbaar en klagerig over te komen, en dat lukt hem voortreffelijk. Kenneth Riegel op Orfeo is wellicht iets indrukwekkender, maar je gaat de opera niet voor één scène aanschaffen, al vind ik het fijn om die opname ernaast te kunnen hebben.

Dawn Upshaw is een stralende, kwikzilverige Engel, esoterischer dan Rachel Yakar op Orfeo, en buitenaards mooi. Fiescher-Dieskau was in 1985 al met pensioen, maar stemde toe om de rol van Franciscus (nou ja, de helft ervan) in te studeren. Het resultaat is beslist niet slecht, maar voor mij zeer weinig idiomatisch, en hij komt niet eens in de schaduw van de prestatie van van Dam.

De muziek ligt zeer prettig in het gehoor en er straalt een zekere sereniteit van af, wat niet alleen aan de invloed van de gregoriaanse gezangen geweten kan worden. Af en toe doet zij aan Peleas en Melisande van Debussy denken, ook Poulenc komt om de hoek kijken.

En Messiaen zou Messiaen niet zijn zonder veelvuldig gebruik van ondes Martenot (op beide uitgaven bespeeld door zijn schoonzus, Jeanne Loriod), en zonder het getjilp van vogels.

Messiaen vogels

Saint Francois d’Assis is een opera die zich prachtig leent voor het beluisteren op cd. Het is een echte meesterwerk, toch kan je hem prima op de achtergrond hebben. Je leest de synopsis, kijkt af en toe naar de dialogen (die kunnen ook vooraf gelezen worden, zoveel gebeurt er heus niet) en dan weet je het wel. Je kan er prima bij was opvouwen. Of voor zich zitten staren. Je wordt er rustig van.

Advertenties

Discografie: Il Barbiere di Siviglia

barbiere_di_Siviglia_Gioacchino_Rossini

Ik kan mij natuurlijk vergissen maar ik kan het mij niet voorstellen dat er operaliefhebbers bestaan die nog geen opname van Il barbiere di Siviglia in de kast hebben liggen. Er zijn er ook zoveel verschenen, waarvan de allereerste al in 1929. Gek is dat niet: het gaat om één van de meest geliefde opera’s uit de geschiedenis

CD’S:

ROBERTO SERVILE

Barbiere Naxos

Mocht u toch nog Barbier-loos door het leven gaan, dan doet u er goed aan om de opname op Naxos (8660027-29) aan te schaffen. Niet dat deze de beste is, want op veel punten kun je je een beter alternatief voorstellen, om te beginnen met de dirigent (een beetje saaie, maar verder goede Humburg). Maar de zangers zijn werkelijk heel erg goed, met de haast ideale Almaviva van Ramon Vargas voorop, die me qua elegantie en zangcultuur een beetje aan Luigi Alva doet denken

Sonia Ganassi schittert met perfecte coloraturen en Roberto Servile is een geestige Figaro. Het straalt een echt Italiaanse sfeer uit en in zijn geheel is het voor mij de meest bevredigende opname van het werk. Op cd althans.


GINO BECHI

Barbiere de los Angeles Bechi

Een paar jaar geleden werd de oude (1952) EMI-opname met Victoria de los Angeles, Nicola Monti, Gino Becchi en Nicola Rossi-Lemeni op het budgetlabel Regis  (RRC 2069) heruitgebracht. Het geluid is zeer genietbaar en het is een must voor de liefhebbers van De los Angeles en Gino Bechi.

Dezelfde opname staat ook op Naxos. Hieronder de tweede acte:

PLÁCIDO DOMINGO

Barbiere Domingo

In 1992 kwam Deutsche Grammophon (4357632) met een wel heel bijzondere opname van het werk: de rol van Figaro werd namelijk door niemand minder dan Plácido Domingo gezongen. Hij doet het zeer overtuigend en bewijst dat hij niet alleen over een prachtige stem, maar ook over een komisch talent beschikt.

Jammer alleen van de rest van de cast: Frank Lopardo is een matige Almaviva en Kathleen Battle (kan iemand zich haar nog herinneren?) een ronduit afschuwelijke, mauwende Rosina. Jammer des te meer daar het sprankelende Chamber Orchestra of Europe onder Claudio Abbado werkelijk de sterren van de hemel speelt.


DVD’S:

SIMONE ALAIMO

Barbiere Dario Fo

De Amsterdamse productie van Dario Fo met Jennifer Larmore, Richard Croft en Simone Alaimo werd in 1992 voor Arthous (100412) opgenomen. Zelf ben ik er niet zo kapot van, er gebeurt teveel, er zijn teveel grappen en grollen, en dat hele gedoe leidt alleen van de muziek af. Maar er zijn mensen die het allemaal prachtig vinden, een kwestie van smaak, zal ik zeggen.

MANUEL LANZA

Barbiere Zurich Kassarova

Veel leuker vind ik de productie uit Zürich (Euroarts 2051248) met Vesselina Kasarova, Manuel Lanza en Reinaldo Macias, voornamelijk vanwege de regie van Grischa Asagaroff.

Dat hij ooit een assistent van Jean-Pierre Ponnelle is geweest, is meer dan evident. De decors zijn overdadig, en absoluut ‘to the point’. De handelingen onderstrepen het libretto en alles loopt parallel met de muziek. Het huis van Bartolo is opgebouwd uit waaiers, wat niet alleen de plaats van handeling verraadt (Sevilla), maar ook de vrouwelijke overheersing suggereert. Al gebeurt het met zachte hand.

Er wordt ook zeer goed gezongen: Manuel Lanza is een geestige Figaro, Kasarova een brilliante Rosina, Macias een lyrische Almaviva,  en de oude, niet zo lang geleden overleden Ghiaurov (Basilio) liet zien, dat de tijd geen grip op zijn stem heeft gehad.

Trailer van de productie:

HERMANN PREY

Barbiere Abbado Prey

Mijn allerliefste opname is een film uit 1972 van Jean-Pierre Ponnelle. Ik heb hem voor het eerst gezien in een bioscoop, op een zonnige zondagmiddag in 1988 en nog dagen erna was ik in opperbeste stemming. De film is (als film) lichtelijk gedateerd, maar het zingen en acteren niet en de decors zijn nog steeds een lust voor het oog.

Teresa Berganza is een prachtig koninklijke Rosina en Luigi Alva schittert als Almaviva. Maar de erepalm, voor mij althans, gaat naar Hermann Prey, die voor mij zowat een synoniem is geworden van Figaro. Ook het orkest uit La Scala, gedirigeerd door Claudio Abbado, is werkelijk fenomenaal (DG 0734039).

 

Barbiere Prey Wunderlich

De rol van Figaro was Hermann Prey werkelijk op het lijf geschreven. In 1959 zong hij hem in München en van de voorstelling op de eerste kerstdag werd een tv-opname gemaakt. Het was de allereerste live-opera-uitzending op de Duitse tv ooit en de spanning bij de zangers, maar ook bij het publiek is duidelijk voelbaar.

Lange tijd circuleerde het her en der op een video, waarvan de kwaliteit net zo obscuur was als de namen van de labels. De liefhebbers en verzamelaars namen het voor lief, het betrof namelijk één van de zeer weinige beeldopnamen van Fritz Wunderlich. Op 26 september 2005 zou de jong en tragisch gestorven tenor 75 jaar zijn geworden en naar aanleiding daarvan heeft Deutsche Grammophon (0734116) de opera op dvd uitgebracht.

De voorstelling zelf is legendarisch. Niet alleen waren alle zangers op elkaar ingespeeld (een teamgeest, tegenwoordig nog zelden te evenaren), maar ook hun individuele prestaties waren duizelingwekkend. Want waar vind je nog een coloratuurzangeres met de techniek van Erika Köth? Waar is er nog een Basilio met de autoriteit en (wie had dat nou gedacht?) het komische talent van Hans Hotter?

En waar ter wereld zijn er nog twee jonge zangers van nog geen 30 jaar, die zo een eenheid vormen (in het dagelijkse leven waren ze ook de beste vrienden) zoals Fritz Wunderlich en Hermann Prey?

Toegegeven: het orkest klinkt Duits en de dirigent is een beetje stijf. Maar de decors zijn heel erg leuk en de regie zeer bekwaam. Ook de opnamekwaliteit (het is zwart-wit) is prima. Het is geen kwestie meer van aanbeveling, deze dvd moet u kopen. En oh ja, er wordt in het Duits gezongen. So what?

Il Matrimonio segreto, een enigszins in de vergetelheid geraakt niemendalletje

Matrimonio Cimarosa

Domenico Cimarosa

Il matrimonio segreto van Domenico Cimarosa is enigszins in de vergetelheid geraakt. Jammer, want het is een heerlijk niemendalletje.

Vaak wordt het de componist verweten dat zijn opera een slap aftreksel van de komische werken van Mozart zou zijn, maar dat is mijns inziens gewoon lariekoek. Natuurlijk zijn er Mozarts invloeden waarneembaar, maar zijn stijl is onmiskenbaar Italiaans en vergelijkbaar met die van een Galuppi, Paisiello of Piccinini. Daarbij wijst Cimarosa al richting Rossini vooruit.

Wist u trouwens dat Il Matrimonio Segreto wellicht de enige opera in de geschiedenis is, die ná de première in zijn geheel gebisseerd moest worden, maar niet vóór de componist en de hele cast op een copieuze maaltijd werden onthaald?

DANIEL BARENBOIMMatrimonio Barenboim
Barenboim gaat terug naar af en – of je het wilt of niet – brengt je terug bij Mozart. De ouverture klinkt al alsof het een voorspel tot een bewerkte Cosi fan tutte is. Ik weet niet of ik het mooi vind. Prachtig gespeeld, dat wel, maar ook een beetje zwaar.

Arleen Auger is een heerlijke Carolina, maar haar zuster en tante (resp. Julia Varady en Julia Hamari) vind ik iets te nadrukkelijk aanwezig. Wat ook aan de tempi van Barenboim kan liggen. Dietrich Fischer-Dieskau doet het verrassend goed als Geronimo. Weliswaar meer een ‘conte’ dan een ‘buffone’, maar toch.

Hieronder zingt Fischer-Dieskau ‘Udite, tutti udite’:

Ryland Davies is een fatsoenlijke Paolino, maar ik mis de zon in zijn stem. De opera werd in 1975 opgenomen en is oorspronkelijk op DG uitgebracht. Mijn exemplaar komt van Briljant Opera Collection (93962)


GABRIELE BELLINI

matrimonio bellini

Toen de Reisopera nog Opera Forum heette werd er veel aandacht aan belcanto besteed. In 1991 bracht het gezelschap een zeer genietbare uitvoering van Il matrimonio segreto op de planken. Dankzij het label Arts (hopelijk nog verkrijgbaar) werd de opname wereldwijd uitgebracht.

Het Orkest van het Oosten onder leiding van Gabriele Bellini speelt zeer lichtvoetig en sprankelend. Hun lezing bevalt mij meer dan die van Barenboim.

William Matteuzzi (Paolino) was in die tijd één van de pioniers in het herontdekken van de belcantostijl. Toen zeer verrassend, nu al een beetje gedateerd, maar alleszins het beluisteren waard.

Susan Patterson is een beetje schreeuwerige Carolina, maar Gloria Banditelli is een verrukkelijke Fidalma. Het geluid is niet geweldig, maar hé: het is een echt Nederlands product! (Arts 471172)

Hieronder een fragmentje:

GIOVANNI ANTONINI

Matrimonio Luik

De Opéra Royal de Wallonie in Luik is zeer geliefd bij liefhebbers van traditionele opera-uitvoeringen. De productie van Il matrimonio segreto uit 2008 is dan ook een voorbeeld van ouderwetse pracht. Alle ingrediënten zijn er en je hebt geen ondertitels nodig om te snappen waar het over gaat. Bij vlagen is het voor mij net iets te karikaturaal (de uitdossing van Elisetta gaat echt te ver!), maar het is ontegenzeggelijk leuk!

De oudgediende Alberto Rinaldi is een grappige Geronimo en Mario Casi is een (letterlijk) zeer aantrekkelijke graaf. Aldo Caputo (Paolino) klinkt zeer aangenaam, maar de ster van de voorstelling is de zeer sprankelende Carolina van Cinzia Forte. Zeer te spreken ben ik ook over de directie van Giovanni Antonini. Misschien niet echt een top, maar wel mooi. (Dynamic 33631)

Hieronder een interview (in het Italiaans, zonder ondertitels) met de regisseur van de productie, Stefano Mazzonis di Pralafera:

 

LORIN MAAZEL

Matrimonio maazel 

Deze productie van Die heimliche Ehe (ja, het is in het Duits) werd in 1967 opgenomen bij de Deutsche Oper Berlin. Tegenwoordig zou je de uitvoering ‘historisch verantwoord’ kunnen noemen. Althans wat de decors en kostuums betreft, want het Berlijnse orkest speelt natuurlijk op moderne instrumenten. De decors zijn enigszins in ‘bordkartonstijl’, maar de eenvoudige regie is zeer speels en zonder meer plezierig om naar te kijken.

Over de stemmen ben ik niet zo enthousiast, op Josef Greindl (Geronimo) na. Erika Köth vind ik te schel en te volwassen voor Carolina. De Elisetta van Lisa Otto is veel leuker. Donald Grobe is geen goede Paolino – zo kun je tegenwoordig muziek uit het tijdperk Mozart-Rossini niet meer zingen.

Bijzonder gecharmeerd ben ik wel van de jonge Lorin Maazel op de bok. In tegenstelling tot Barenboim houdt hij het orkest licht en sprankelend. (Arthaus Musik 101625)

Hieronder de trailer:

Alcina van Händel: it’s about sex, isn’t it? Discografie

ANJA HARTEROS

Alcina Harteros

 

“Well, it’s about sex, isn’t it?” In haar inleiding voor de in 2011 door Arthaus Musik in Wenen opgenomen Alcina stelt de Amerikaanse thrillerschrijfster Donna Leon dat het (dat wisten wij natuurlijk niet) in vrijwel alle opera’s draait om seks, om het even of het Der Rosenkavalier, Madama Butterfly of Dido and Aeneas is. Waarbij Alcina, het door Händel op muziek gezette verhaal uit Orlando Furioso van Ariosto, de kroon spant.

Alcina Dosso Dossi

Dosso Dossi (1479-1542): Alcina

De naar (jonge) mannenvlees snakkende tovenares, eenmaal verveeld, tovert zij haar slachtoffers om in wilde dieren en gaat op zoek naar de nieuwe voedsel voor … nee… niet voor de ziel. Tot zij zelf eenmaal verliefd word, want dat wordt haar ondergang. Men zou bijna medeleven met haar hebben!

De dvd-opname uit Wenen is buitengewoon fraai, wat onder meer te danken is aan regisseur Adrian Noble. In tegenstelling tot andere opera’s van Händel bevat Alcina veel balletmuziek, iets wat in de mooie en sfeervolle enscenering naadloos is geïntegreerd.

Anja Harteros is een voortreffelijke Alcina. Na haar ‘Regina sei tradita’ volgt een zeer verdiend opendoekje. Kassarova is helemaal in haar element als Ruggiero, Adam Plachetka is een heerlijke Melisso en de jonge Duitse tenor Benjamin Bruns overtuigd als de heetgebakerde Oronte.

Maar mijn hart wordt gestolen door de jongenssopraan Alois Mühlbacher. De jongen is absoluut weergaloos in de rol van de naar zijn vermiste vader zoekende Oberto. Een aanrader!

Hieronder ‘Ah! Mio cor’ door Anja Harteros:

ARLEEN AUGÉR

AlcinaAuger1

Veel Händel liefhebbers beweren dat er niets boven de EMI (tegenwoordig Warner 50999 0880212) opname uit 1986 onder Hickox gaat, met in de hoofdrol de onvergetelijke Arleen Augér. Daar kan ik een eind in meekomen, want de stem van de veel te jong gestorven sopraan is onaards mooi.


Ook Della Jones (Ruggiero) en Kathleen Kuhlmann (Bradamante) zijn absoluut onweerstaanbaar, maar de rest van de stemmen kunnen mij niet echt bekoren. Jammer, want ik vind de tempi echt mooi. Al moet ik toegeven dat vrijwel dezelfde bezetting in 1990 onder William Christie veel spannender klinkt.

Hieronder Arleen Auger en haar versie van ‘Ah! Mio cor’:

RENÉE FLEMING

Alcina Fleming

In 1999 heeft William Christie Alcina live opgenomen voor Erato. Renée Fleming is een kwestie van smaak, zeker in de rol van Alcina. Aan mij is het in ieder geval niet besteed. Maar Susan Graham is een prachtige Ruggiero en Natalie Dessay wellicht de beste Morgana ooit. En Kathleen Kuhlmann mag weer eens laten horen waarom zij één van de mooiste mezzo’s uit de geschiedenis is.


JOAN SUTHERLAND

Alcina Sutherland

Dat de opera zo ontzettend populair is geworden en de laatste decennia zeer frequent wordt opgevoerd, dat hebben wij voornamelijk aan Joan Sutherland te danken. In 1957 al bracht zij Alcina in Londen tot leven, in de regie van Zefirelli. Jammer genoeg hebben we geen video-opname van, maar de rol heeft La Stupenda daarna ettelijke keren gezongen en opgenomen en er zijn veel zowel officiële als piratenopnamen van in de omloop.

Zelf heb ik een zwak voor de live-opname uit 1959 (DG, gemaakt naar aanleiding van de 200e sterfdag van Händel), niet in de laatste plaats vanwege Fritz Wunderlich, die de rol van Ruggiero zingt. Ook niet onbelangrijk: in de rol van Morgana zingt de Nederlandse sopraan Jeannette van Dijck. En geloof het of niet, maar de Cappella Coloniensis speelt onder leiding van Ferdinand Leitner al op authentieke instrumenten. In 1959!


De partituur is behoorlijk ingekort. Zo is zowat de hele rol van Obert gesneuveld. En toch… opera gaat voornamelijk over stemmen, nietwaar? En Sutherlands ‘Tornami a vagheggiar’ en Wunderlichs ‘Mi lusinga il dolce affetto’ zijn gewoon ongeëvenaard. (DG 4778017)

Hieronder Joan Sutherland:

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

Africaine_1865_-_settings_-_Gallica

Settings for the 1865 premiere of a L’Africaine (press illustrations). The stage designs for Act I (Council Scene) and Act II (Dungeon Scene) were created by Auguste-Alfred Rubé and Philippe Chaperon; for Act III (Sea Scene and Shipwreck) and Act IV (Hindu Temple), by Charles-Antoine Cambon and Joseph-François-Désiré Thierry; for Scene 1 of Act V (Queen’s Garden, not shown), by Jean Baptiste Lavastre; and for Scene 2 of Act V (The Machineel Tree), by Edouard-Désiré-Joseph

SHIRLEY VERRETT

Africaine Verrett

Shrirley Verrett  (Selika) en Plácido Domingo (Vasco da Gama) in San Francisco

Vasco da Gama (ja, de Vasco da Gama) houdt van Inès, maar als er een gevaar voor zijn eigen leven dreigt gaat hij zich achter de Afrikaanse koningin, Sélika, schuilen. Arme Sélika! Zij houdt oprecht van hem, maar op het moment dat Inès weer ten tonele verschijnt, moet zij opzij gaan. Dat doet zij ook letterlijk, door aan een van de giftige bloemen te ruiken.

Natuurlijk gebeurt er in de opera veel meer, voornamelijk muzikaal. Ik vraag mij dan ook af hoe het komt, dat de opera nog maar zo weinig wordt uitgevoerd.

Ligt het aan de zwakke mannelijke hoofdrol, die voornamelijk de roem nastreeft? Hij heeft in ieder geval een pracht van een aria van Meyerbeer gekregen, wellicht één van de mooiste ooit: ‘Pays merveilleux/Oh paradis’:

Domingo heeft altijd vertrouwen in de opera gehad en heeft da Gama meerdere keren gezongen. Het is ook dankzij hem dat de opera in de jaren zeventig een kleine revival beleefde.

 

Afrivaine Domingo cd

Er bestaat een piratenopname op cd (Legato Classics LCD-116-3), met in de hoofdrol Shirley Verrett en de werkelijk geniale Norman Mittlemann als Nelusco. Het is uit 1972, maar er wordt nergens vermeld waar het opgenomen is. Maar aangezien dat jaar een serie voorstellingen in San Francisco hebben plaatsgevonden, met Verrett, is het eigenlijk volkomen duidelijk.

 

Africaine Verrett SF dvd

De geluidskwaliteit is slecht, maar niet getreurd: de opera werd later ook voor tv opgenomen, zodat we er nu met volle teugen van kunnen genieten op dvd (Arthaus Music 100217).

De werkelijk prachtige productie werd gemaakt door Lotfi Mansouri (regie) en Wolfram en Amrei Skalicki (bühnebeeld en kostuums). Inès wordt gezongen door een (letterlijk) mooie, lichte coloratuursopraan Ruth Ann Swenson en Justino Díaz doet zijn best om ons te overtuigen dat hij eng is. Dat moet u echt gezien hebben!

MONTSERRAT CABALLÉ

Africane Cabelle

In 1977 werd de opera in het Teatre Liceu in Barcelona opgenomen, wederom met Plácido Domingo als Vasco da Gama. Maar of ik deze opname kan aanbevelen? Niet echt. Montserrat Caballé is een mooie maar weinig overtuigende Sélika en Juan Pons heeft betere dagen gehad en Christine Weidinger is een niet meer dan een fatsoenlijke Inez. (Legato Classics LCD 208-2).

 

MARTINA ARROYO

Africaine Myto

In november 1977 werd L’Africaine live in Monaco opgenomen met een prima Martina Arroyo in de hoofdrol. In het tekstboekje staat dat het waarschijnlijk de meest complete uitvoering van de partituur is die ooit is geregistreerd. Helaas is Giorgio Casellato-Lamberti een zwakke Vasco da Gama maar de prachtige Nélusco van Sherrill Milnes maakt veel goed (Myto 3MCD 011.235)

 

Meer Meyerbeer:
DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER
MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017
LES HUGUENOTS Brussel 2011
ROBERT LE DIABLE

 

 

BORIS GODOENOV

Boris portret

Ik ga u niet met een uitgebreide uitleg over de verschillende versies van Boris Godoenov – waarvan twee van Moesorgski zelf – vermoeien. Er is al voldoende over geschreven en mocht u meer willen weten dan kunt u het een en ander op het internet vinden. Trouwens: echt helemaal uitkomen lukt niet, vrees ik. Vandaar dat ik die paar selectief gekozen opnamen louter op de uitvoering (en de regie) beoordeel.

 

DVD’S

ANDREJ TARKOVSKI

Boris Tarkovski

 

In 1983 ensceneerde Andrej Tarkovski ‘Boris Godunov’ voor de Covent Garden. Het was zijn eerste operaregie en tevens de laatste. Iets wat zeer spijtig is want zijn visie op het opus magnum van Moesorgski  is werkelijk adembenemend.

De enscenering ademt dezelfde stijl die zo kenmerkend is voor al zijn films: visionair en poëtisch. Het geheel laat zich zien als een kleurrijke film met veel (christelijke) symboliek, beelden in slow motion en een enorme aandacht voor alle details. In 1990 werd de productie overgenomen door het Mariinsky theater en rechtstreeks op de Engelse televisie uitgezonden, toen een primeur.

De hoofdrol werd eveneens in Londen vertolkt door de Engelse bas, Robert Lloyd, en zijn interpretatie behoort tot de meest indrukwekkende die ik ooit in mijn leven heb gezien. Zijn stem was toen nog werkelijk groots, zowel in volume als in timbre en in zijn acteerprestaties deed hij voor de beste toneelspeler niet onder. Daarbij wist hij zich uitstekend stand te houden tussen de verder uitsluitend Russische cast.

Over de cast trouwens, met naast Lloyd (o.a.) Olga Borodina, Alexei Steblianko en Sergei Leiferkus niets dan lof. Valery Gergiev heeft de opera in zijn vingers. Een absolute must. (Philips 0750899)

WILLY DECKER

Boris Decker

De in 2004 in Bracelona opgenomen productie van Willy Decker werd in 2001 al in Amsterdam gepresenteerd. De regie is sterk geconcentreerd rond de hoofdpersoon: voor Decker is het drama eerder psychologisch dan historisch. De aankleding verraadt Rusland van het begin van de twintigste eeuw, net voor de revolutie, en het decor is zeer minimalistisch.

De stoelen en de kleine huisjes, Decker’s handelsmerk zijn uiteraard aanwezig, een reusachtige zetel domineert het beeld vanaf het begin. Het levert een paar zeer fraaie scènes op. De bestijging van de troon, bijvoorbeeld.

Eric Halfvarson is een beetje een zwakke Pimen, maar de rest van de cast, met Matti Salminen (Boris), Anatoli Kotscherga (Varlaam) en Philip Langridge (Shuisky) voorop is werkelijk voortreffelijk.

En dan is er nog Fyodor van de onvergetelijke Brian Asawa die ons veel te vroeg is ontvallen.

Alex Grigoriev verdient een bijzondere vermelding voor zijn fantastische prestatie in de rol van Joerodivij. (Arthaus Musik 107 237)

CALIXTO BIEITO

Boris Bieito

Soms verdenk ik de operaregisseurs ervan dat zij zich een soort hedendaagse dictator wanen en ons hun eigen mening door de strot willen duwen. En als we het niet willen slikken dan worden we voor dom versleten.

Dat het machtsmisbruik van alle tijden is, dat weten tegenwoordig zelfs de kleuters. Het nieuws, of wij het willen of niet, valt onze huishoudens binnen en aan beelden – op Youtube of anders – is geen gebrek. Ik denk dan ook niet dat wij een regisseur nodig hebben die ons nog fijntjes gaat vertellen dat Poetin of Blair (?) de nieuwe Godunov is. Met de bloederige beelden erbij, anders doet de opera niet meer mee.

Maar als ik naar Boris Godunov van Moesorgski wil kijken dan verwacht ik geen Poetin en geen Pussy Riot. Ik verwacht de boyaren, de monniken en de oudgelovigen. En de kerkklokken van Sint Petersburg. De link naar het heden kan ik zelf ook maken.

U begrijpt het wel: de Boris Godoenov van Calixto Bieito (Munchen 2013) kan mij maar niet bekoren en daar druk ik mij eufemistisch uit.

Geef mij maar de productie van Willy Decker, die ook bij ons in Amsterdam te zien is geweest. Er werd er ook beter in gezongen.(BelAir BAC102)

FILM

Boris film Pirogov

In 1954 werd ‘Boris’ in de Russische studio’s verfilmd. De regie was in handen van Vera Stroyeva, een grand lady van de Sovjet-cinema, die de opera in de beste soc-realistische (denk aan Eisenstein!) tradities heeft vastgelegd.

Het is een mix van alle versies met veel coupures maar het maakt niets uit: u moet het minstens een keer gezien hebben. Alleen al voor de sfeer die de film ademt en die je werkelijk angstig dicht bij het verhaal brengt.

En er wordt waanzinnig goed in gezongen door o.a. Alexander Pirogov, Georgi Nelepp en Ivan Kozlovsky, de toenmalige sterren van het Bolsjoi. Legendarisch. (VAI 4253)

De sterfscène van Boris:

CD’S

Martti Talvela

5099973970422_god_bl_cdq301e CD Booklet - Printers Pairs

De allereerste opname van Moesorgski’s eigen partituur, de gereviseerde versie uit 1872 dan, werd in 1976 gemaakt. Wie gewend was aan de gepolijste bewerking(en) van Rimski-Korsakov (en dat waren we toen bijna allemaal), moest gewoon schrikken van het ruwe geluid. Maar eenmaal van de schrik bekomen kon je niet anders dan toegeven: het was weliswaar minder mooi, maar het paste veel beter bij het verhaal.

De, op Martti Talvela (Boris), Aage Haugland (Varlaam) en Nicolai Gedda (Grigori/Dimitri) na geheel Poolse cast is meer dan uitstekend, maar het is niet echt spannend gedirigeerd door Jerzy Semkow. (Warner Classics 5099973970422)


Boris Christoff

Boris Christoff EMI

 

We kunnen niet om Boris Christoff heen, één van de allergrootste Borissen uit de geschiedenis. Hij heeft de rol meerdere malen opgenomen, waarvan die onder André Cluytens mij het dierbaarst is.

Hier zingt hij, behalve Boris, ook Pimen en Varlaam, wat af en toe een beetje verwarrend werkt, maar hem de gelegenheid biedt om verschillende mogelijkheden van zijn fantastische bas te laten horen. De versie is uiteraard van Rimski-Korsakov, en de opname uit 1962 klinkt nog steeds prima. (ooit EMI 5678772)


 

 

Boris Christoff liederen

Nu we het toch over Boris Christoff hebben: bij het budget label Andromeda is er niet zo lang geleden een 3-cd box heruitgegeven met alle door hem gezongen liederen van Moesorgski. De opnamen, met zowel piano- als orkestbegeleiding zijn in resp. 1951, 1955, 1957 gemaakt. Helaas geen liedteksten, en ook geen info. (ANDRCD 5098)


Meer Moesorgski: CHOVANSJTSJINA: discografie

LES CONTES D’HOFFMANN van Offenbach door de ogen van Carsen, Py en Pelly

Hoffmann affiche

Scenes from the Paris premiere 10 februari 1881 © Wikipedia

ROBERT CARSEN

Hoffmann Carsen

Die Carsen toch! Iedere keer als ik denk, dat hij zichzelf heeft overtroffen, komt hij met weer een nieuwe productie die de vorige in de schaduw stelt.

Waar hij het vandaan haalt weet ik niet, maar het is allemaal zo verschrikkelijk geniaal. Logisch voornamelijk, en altijd consequent doorgevoerd. Ook bij de enscenering van Les Contes d’Hoffmann opgenomen bij Paris National Opera in 2002  (Arthaus Musik 107027).

Het geheel is opgebouwd als de repetities en de voorstelling van Don Giovanni, waarin alle dramatis personae een dubbele rol spelen: die van zichzelf en van de participanten van de opera in de opera. Alles ligt in de handen van de regisseur (de zeer kordate en imposant overheersende Bryn Terfel), die alle touwtjes in handen heeft en behendig alles en iedereen manipuleert – zowel op de bühne als achter de coulissen.

Carsen heeft iets met glamour en pracht en praal, geen wonder dat alle vrouwenfiguren, inclusief de Barbie-achtige Olympia (schitterende Désirée Rancatore) het meest op de oude filmdiva’s lijken. Alles is doorspekt met vele opera- en filmcitaten, inclusief het kitscherige einde.

Het zingen is fenomenaal. Neil Schicoff (Hoffmann) is geweldig goed bij stem, Zijn Hoffmann stijgt die van Domingo naar de kroon. Maar ook Ruth Ann Swenson (Antonia), Suzanne Mentzer  (Muse) en Béatrice Uria-Monzon (Giulietta) zijn fantastisch en eigenlijk iedereen maakt grote indruk met zijn/haar optreden.

Het Orchestre et Choers de l’Opera National de Paris stijgt onder leiding van Jesus Lopez-Cobos tot ongekende hoogten.

OLIVIER PY

Hoffmann Py

Kunst, seks en dood, daar gaat Les Contes d’Hoffmann over volgens de Franse regisseur Olivier Py. Dat voert hij zeer consequent door in zijn productie uit 2008, die met veel beroering in Genève in première ging en een jaar later op dvd verscheen bij BelAir (BAC 049).

De drie begrippen zijn met elkaar verstrengeld in de belichaming van het verlangen. Zo vormen ze een soort drie-eenheid die verscholen gaat achter het masker van een ‘vrouw’.

Daar is Py zeer consequent in. Vandaar dat alle vrouwen op de bühne er precies hetzelfde uitzien. Met hun zwarte pruik en overdreven make-up lijken ze sprekend op Liza Minelli in Cabaret.

Er zijn doodsmaskers, begrafenisondernemers en skeletten, er is veel (frontaal, m/v) naakt en echte orgiën, en Olympia lijkt net een opblaaspop uit de sekswinkels. Ik vind het fantastisch. Het klopt, het is logisch en bovendien ongemeen spannend.

Het zeer futuristisch aandoende decor van steeds wisselende stellages van staal, spiegels, glas en (voornamelijk) aan- en uitgaande lichtjes is zeer suggestief. Het werkt.

Daarbij is de cast zeer sterk. De Belgische tenor Marc Laho is een prachtige Hoffmann. Zijn stem heeft iets weg van Alfredo Kraus – een echte ‘leggiero’ maar dan met meer kracht. En met een perfecte uitspraak van het Frans.

De schurken zijn in goede handen van Nicolas Cavallier en dames Stella Doufexis, Patricia Petibon, Rachel Harnish en Maria Riccarda Wesseling zijn allen meer dan overtuigend. Een aanwinst.

 

LAURENT PELLY

HoffmannDVD Pelly

Laurent Pelly stelt zelden teleur. Zijn enscenering van Les Contes d’Hoffmann, op dvd uitgebracht door Erato (hope;ijk nog steeds verkrijgbaar), is daar weer bewijs van. En ook de zangers laten het niet afweten, met glansrollen voor Michael Spyres en Natalie Dessay.

Niet alle hedendaagse producties kun je ‘eurotrash’ noemen. Ik denk dat de meeste regisseurs zeer integer te werk gaan en de reden dat wij er niet zo veel over horen is heel simpel: zij veroorzaken geen schandalen en dat is voor de pers niet interessant genoeg.

Neem nou Laurent Pelly: wat hij ook onder handen neemt, het verandert in goud. Toegegeven, soms is het een beetje ‘namaakgoud’, maar toch. Zijn ensceneringen zijn intelligent en altijd trouw aan de muziek.

Zijn Les Contes d’Hoffmann  uit Barcelona, 2013, is een beetje surrealistisch en voelt als een boze droom. Iets waar ik mij zonder meer in kan vinden. Alleen al hoe hij de incarnatie van Muse in Niclausse verbeeldt is een opera-oscar waard.

Michael Spyres behoort tot de steeds groeiende groep jonge tenoren, die nu nog in het lyrische vak zitten, maar die al een belofte voor ‘dramatico’ in zich hebben. De rol van Hoffmann vereist kracht, maar moet zeer lyrisch gezongen worden, denk aan Domingo in zijn jonge jaren. Daar voldoet Spyers ruimschots aan.

Zijn interpretatie van ‘Kleinzach’ is wellicht de beste die ik in jaren heb gehoord: perfecte hoge noten, allemaal al punto en dat ook nog met begrip voor de tekst. En zijn Frans is niet minder dan perfect.

‘Légende de Kleinzack’ gezongen door Michael Spyres:

Ook Natalie Dessay, één van de favoriete zangeressen van Pelly is van de partij. Nu niet meer als Olympia, de rol waar zij een stempel op heeft gedrukt, maar als de zieke Antonia. Een creatie om nooit te vergeten.

De jonge Kathleen Kim is een overtuigende Olympia en Tatiana Pavlovskaya een zeer sensuele Giulietta.

Ik ben een groot bewonderaar van Laurent Naouri en ook hier stelt hij mij niet teleur. Met zijn paars gelakte nagels en een “gedegen” make-up zingt hij een duivel uit duizenden. Simpelweg geniaal.

Over Pelly en Offenbach gesproken: u kunt absoluut niet om zijn regies van de operettes van Offenbach heen. Virgin (51930196) heeft een paar jaar geleden een werkelijk briljante La Vie Parisienne (daar is Die Fledermaus losjes op gebaseerd, wist u?) uit Lyon uitgebracht:

En mocht u het nog niet in uw bezit hebben: La Belle Hèléne (met de werkelijk onweerstaanbare Felicity Lott in de hoofdrol), lange tijd niet verkrijgbaar, is eindelijk weer op de markt teruggebracht (Arthaus Musik 107000).