kamermuziek/solorecitals

The Yiddish Cabaret: Jerusalem Quartet’s hommage aan hun grootouders

Jiddish Cabaret

Het Jerusalem Strijkkwartet stelt nooit teleur. Nooit. Wat ze ook spelen. Het gaat niet alleen om de perfectie maar ook, of misschien voornamelijk om hun aandacht voor het verhaal achter de noten. Voor hun betrokkenheid bij de stukken die ze spelen. En hun zoektocht naar de waarheid die wellicht niet eens bestaat. Maar met deze album zijn ze ver boven zichzelf en hun eigen norm gestegen. Wat wellicht te maken kan hebben dat ze de stukken zelf mochten kiezen, stukken die geen van allen alledaags zijn?

Met hun keuze hebben ze ook een statement gemaakt. Iets wat we eigenlijk allemaal weten maar nog steeds niet hardop willen toegeven want daar voelen we ons ongemakkelijk over? Over de invloed van Joden en hun aandeel in onze Westerse cultuur?

Nu zijn Schulhoff en zeker Korngold niet zo’n rariteit meer, al worden van de laatste tegenwoordig voornamelijk zijn opera’s uitgevoerd. En dat, terwijl zijn kamermuziekcomposities echt niet te versmaden zijn. Neem alleen zijn tweede strijkkwartet! Bij de eerste noten al krijg je het nostalgische gevoel van een onbereikbare geliefde en een intens verlangen. Mooi en pijnlijk tegelijk. Het zijn niet alleen de goddelijk mooie noten, het is ook de uitvoering. Smachtend en vol verlangen.

De vijf stukken voor het strijkkwartet van Erwin Schulhoff zijn een soort brug richting de titel van het album: het Joodse Cabaret. Leonid Desyatnikov componeerde zijn ‘Jiddisch’ in 2018. Die vijf liederen zijn gebaseerd op de Jiddische liedjes uit het Poolse interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen, die gezongen werden in de cabarets in Warschau en Lódz. De sopraan Hila Baggio weet in de liedjes de juiste toon te treffen. Lichtvoetig. Denk aan de zeer jonge Lotte Lenya.

Het album is opgedragen aan de grootouders van de leden van het kwartet. Ik permiteer mij om ook mijn eigen grootouders die ik nooit heb gekend erbij te betrekken.


The Yiddish Cabaret
Erich Wolfgang Korngold: Strijkkwartet nr. 2 op. 26
Erwin Schulhoff: 5 Stukken voor strijkkwartet
Leonid Desyatnikov: Jiddisch – 5 Lieder für Stimme und Streichquartett (2018)
Hila Baggio (sopraan), Jerusalem Quartet
Harmonia Mundi HMM 902631

Advertenties

Isata Kanneh-Mason eert Clara Schumann

Schumann Isata

Voor mij is ‘diversiteit’ gewoon een modewoord dat niets met de werkelijkheid te maken heeft. Omdat het moet en omdat de quota gehaald moeten worden, moet nu ook de klassieke muziek business er aan geloven. En dan bedoel ik niet de operafiguren zoals Aida of Otello, want die moeten nu juist ontkleurd worden. Vandaar ook dat de orkesten en platenmaatschappijen bijna krampachtig op zoek zijn naar mensen van kleur.

Nu moet u mij niet verkeerd begrijpen: ook ik denk dat het heel erg goed is en juich het van harte toe, maar dan wel met één voorwaarde: kwaliteit. En de kwaliteit is bij de Engelse pianiste Isata Kanneh-Mason hoog, zeer erg hoog. Zij is de oudste van de zeven Kanneh-Mason kinderen die allemaal muziek maken: vier van haar broers en zussen studeren aan The Royal Academy of Music, waar de 22-jarige Isata zelf nog steeds les heeft. Haar broer Sheku die cellist is, is haar in roem al vóór gegaan.

Clara Wieck-Schumann was een wonderkind dat uitgroeide tot een pianovirtuoos. Dat zij ook componeerde werd lange tijd genegeerd: als moeder van acht kinderen werd zij geacht voor haar beroemde man te zorgen.

Op haar eerste cd-opname speelt Isata Kanneh-Mason werken die zowat het hele leven van Clara beheersen. Zo begint zij met het pianoconcert dat Clara componeerde toen zij dertien jaar oud was en waar zij de première van speelde toen zij zestien was. Mendelssohn dirigeerde.

Isata Kanneh-Mason speelt het zeer virtuoos en haalt er alles van wat er uit te halen is: niet veel eigenlijk. Wat niet erg is, want zo gespeeld wordt het concerto naar hogere regionen opgetild en dat mag. Daarbij wordt zij uitstekend begeleid door het orkest van Liverpool. Het mooist vind ik echter de vioolromances, gecomponeerd voor Joseph Joachim. Samen met de violiste Elena Urioste zorgt Kanneh-Mason voor een onvergetelijk ervaring. Top!


CLARA SCHUMANN
ROMANCE
Pianoconcert; 3 Romances voor piano op. 11; Scherzo no.2 in c, op. 14; 3 Romances voor viool en piano, op. 22; Pianosonate in G minor, e.a.
Isatha Kanneh-Mason (piano), Elena Urioste (viool, op. 22), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Holly Mathieson
Decca 4850020

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

Benjamin Frankel: from watchmaker’s apprentice to the sound wizard

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London
In 1957 Benjamin Frankel moved to Switzerland. In England, his homeland, he was mainly known as a film composer. No wonder, because to his name is music for more than 100 films, including classics such as The Seventh Veil, The Night of the Iguana and Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Switzerland he finally found the peace to engage in serious(er) music. In 15 years (Frankel died in 1973) he composed eight symphonies and one opera.

Benjamin Frankel was born in London in 1906 into a Polish-Jewish family. At the age of fourteen he was apprenticed to a watchmaker. Luckily for him, his talent was soon discovered. For a while he played with the idea of becoming a Jewish composer alla Bloch. He considered himself an ‘English Jew’ or a ‘Jewish Englishman’, which did not prevent him from marrying a non-Jewish woman. An act that caused a break with his family.

His musical language is not easy to describe. In the fifties he studied serialism and regularly applied it in his own compositions, yet his works do not sound atonal anywhere. Perhaps the best example of this is the viola concerto, which is very melodic, romantic and yet uses the twelve-tone technique.

Frankel composed his violin concerto – at his request – for his friend Max Rostal. The premiere took place in 1951 at the Festival of Britain. The concert is entitled In Memory of Six Million and embodies Frankel’s personal commitment to the fate of the European Jews.

The beginning reminds me of Korngold’s violin concerto and in the fourth movement I encounter Mahlerian ‘tunes’: there is also a quote from ‘Verlorne Müh’ from his Wunderhorn songs.

Live recording by Max Rostal:

Ulf Hoelscher, who rehearsed the concerto with Max Rostal, plays it virtuoso and with an intense involvement.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (violin), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra conducted by Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw
Frankel’s first three string quartets were first performed by the Blech Quartet in 1947 and 1949 respectively, and the fourth was premiered in 1949 by the very young Amadeus Quartet (where were the recording engineers then?).

Frankel’s gift for a light-hearted approach to serialism can be heard in his fifth string quartet. The work, which dates from 1965, is an example of the composer’s unique ability to transform the atonal into a melody.

The unsurpassed company CPO, which revealed Frankel’s music to the world, deserves all praise; also for the splendid explanations with music examples written by Buxton Orr, Frankel’s pupil and friend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos Quartett
CPO 999420

In Dutch:
Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

‘Prehistorische’ Ligeti geniaal uitgevoerd

Belcea Ligeti

Voor mij zijn de strijkkwartetten van Leoš Janáček het absolute opus magnus in het genre. Noem mij maar een jerk, maar al bij de eerste maten van nummer twee vullen mijn ogen zich met tranen en je kunt mij gewoon opvegen. In de loop der jaren zijn er best veel uitstekende uitvoeringen op de markt verschenen, waarvan mij de DG-opname van het toen nog piepjonge Hagen Quartet het dierbaarst is.

Het is niet de eerste keer dat Belcea’s zich over de strijkkwartetten ontfermen: al in 2001 hebben ze de werken voor Zig Zag Territoires (ZZT 010701) opgenomen. Ik was er niet echt kapot van, op de een of andere manier vond ik ze niet tot de kern van de muziek geraken.  Toch blijf ik de opname koesteren: ik ben nu eenmaal een echte ‘Belcea-fan’.

De nieuwe opname vind ik verfrissend. De tempi zijn een beetje snel maar het deert niet. De spelers houden hun emoties een beetje in bedwang, waardoor er juist veel ondergrondse spanning voelbaar is. Mooi.

Maar wat de cd tot een echte must have maakt is de uitvoering van het eerste strijkkwartet van Ligeti. De Hongaarse meester componeerde het in 1954, twee jaar later zou hij het land ontvluchten, waarna hij zijn compositie als een ‘prehistorische Ligeti’ ging noemen.

 Prehistorisch of niet: ik vind het geniaal. Het nagelt je aan je stoel en je kunt niet anders dan luisteren: het liefst met alle deuren en ramen dicht opdat je niet gestoord zou kunnen worden.

Het strijkkwartet dat niet voor niets de naam Métamorphoses nocturnes draagt (ja, noem het maar programmatisch) wordt niet zo vaak uitgevoerd, maar van alle uitvoeringen die ik tot nu toe heb gehoord staat die van de Belcea’s zonder meer op de top.

Leoš Janáček
String Quartets No. 1 (Kreutzer Sonata), No. 2 (Intimate Letters)

György Ligeti
String Quartet No. 1 (Métamorphoses nocturnes)

Belcea Quartet
Alpha Classics, CD ALPHA 454

Belcea Quartet en Piotr Anderszewski nemen hun eerste Sjostakovitsj op

Paul Ben-Haim’s Evocation: what a discovery

Ben Haim Evocation

Paul Ben -Haim, who was born in Munich in 1897 as Paul Frankenburger and died almost 90 years later in Tel Aviv, remains a great unknown to many music lovers. This is a great pity, because the oeuvre of this sadly forgotten composer is very diverse and most exciting. At one time he was totally immersed in the German Romantic tradition before he almost radically broke with it when he left his native country in 1933.

Afbeeldingsresultaat voor Paul Ben-Haim

He began his new life composers life in what was then known as the British Mandate of Palestine by changing his name, after which he also adapted his compositions to his new homeland. Starting in 1933, most of his works were influenced and inspired by Jewish, Israeli and Arabic melodies.

Between 1939 and 1949 Ben-Haim accompanied the at that time extremely famous folk singer Bracha Zefira. Zefira, who was of Yemeni origin, had a great influence on the musical life in what was then Palestine. It was for her that he composed the Berceuse Sfaradite, a song which had become one of her greatest successes.

Bracha Zefira:

The Violin Concerto, which dates from 1950, is probably Ben-Haim’s best-known composition, in no small part as a result of the great recording by Itzhak Perlman. The CD is still on the market, I believe, but as far as I know the Concerto is only rarely performed. Why?

Three Studies for Solo Violin is Ben-Haim’s last violin composition, dedicated to Yehudi Menuhin in 1981. Splendid. But I was most struck by the completely unknown Evocation from 1942, a work which has its premiere here and which really gave me goose bumps. Wow.

Evocation live:

Itamar Zorman, the young Israeli violinist who won the 2011 prize in the Tchaikovsky competition, has immersed himself in the composer and his work. Thanks to him, this album was compiled and released. He plays these works as if his life depends on them. He believes in them and he communicates that belief more than convincingly.

Zorman about Ben-Haim:

The accompaniment by Amy Yang (piano) and the BBC National Orchestra of Wales conducted by Philippe Bach is first-rate as well


Paul Ben-Haim
Evocation. Poem for violin and orchestra, op. 32, Three Songs without Words, Violin Concerto, Three studies, Berceuse sfaradite, Toccata from Five Pieces for Piano.
Itamar Zorman (violin), Amy Yang (piano), BBC National Orchestra of Wales conducted by Philippe Bach.
BIS-239

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch: Evocation van Paul Ben-Haim is een ware ontdekking

More Ben-Haim: PAUL BEN-HAIM

Evocation van Paul Ben-Haim is een ware ontdekking

Ben Haim Evocation

Paul Ben -Haim, de in 1897 in München als Paul Frankenburger geboren en bijna 90 jaar later in Tel Aviv gestorven componist is nog steeds een grote onbekende voor veel muziekliefhebbers. Zo ontzettend jammer, want het oeuvre van de jammerlijk vergeten componist is zeer divers en meer dan spannend. Ooit totaal ondergedompeld in de Duitse romantische traditie brak hij er vrijwel radicaal mee toen hij in 1933 zijn geboorteland verliet.

Zijn nieuwe componistenleven in wat toen het Britsmandaat Palestina heette begon hij met het veranderen van zijn naam, waarna hij ook zijn composities aan zijn nieuwe vaderland aanpaste. Vanaf 1933 werden de meeste van zijn werken beïnvloed en geïnspireerd door Joodse, Israëlische en Arabische melodieën.

Tussen 1939 en 1949 begeleidde Ben-Haim de toen zeer beroemde volkszangeres Bracha Zefira. Zefira, die van Jemenitische oorsprong was had een grote invloed op het muziekleven in het toenmalige Palestina. Het was voor haar dat hij de Berceuse Sfaradite componeerde, een lid dat één van haar grootste successen was geworden.

Bracha Zefira:

Het uit 1950 stammende vioolconcert is wellicht Ben-Haims bekendste compositie, niet in de laatste plaats door de geweldige opname van Itzhak Perlman. De cd is nog steeds in de handel, denk ik, maar het concerto wordt bij mijn weten maar amper uitgevoerd. Waarom?

De Three Studies for Solo Violin is Ben-Haims laatste vioolcompositie, in 1981 opgedragen aan Yehudi Menuhin. Schitterend. Maar het meest getroffen werd ik door de totaal onbekende  Evocation uit 1942, een werk dat hier zijn primeur beleeft en mij echt kippenvel bezorgde. Wow.

Evocation live:

Itamar Zorman, de jonge Israëlische violist die in 2011 de prijswinnaar was van de Tsjaikovski-competitie heeft zich in de componist en zijn werk ‘ingegraven’. Het is aan hem te danken dat dit album werd samengesteld en uitgebracht. Hij speelt de werken alsof zijn leven ervan afhangt. Hij gelooft er in en dat geloof geeft hij meer dan geloofwaardig door.

 

Zorman over Ben-Haim:

Ook de begeleiding door Amy Yang (piano) en het BBC National Orchestra of Wales o.l.v. Philippe Bach is van een grote klasse.


Paul Ben-Haim
Evocation voor viool en orkest, op. 32, Three Songs without words voor viool en piano,  Vioolconcert, Three studies voor vioolsolo, Berceuse sfaradite voor viool en piano, Toccata uit Five Pieces for piano
Itamar Zorman (viool), Amy Yang (piano), BBC National Orchestra of Wales o.l.v. Philippe Bach
BIS-2398