kamermuziek/solorecitals

Igor Levit neemt alle pianosonates van Beethoven op: “ik voel me niet als een dienaar, maar ook niet als een meester van wie dan ook”

Levit

Op 17 december 2019 viert Ludwig van Beethoven zijn 250ste verjaardag. Als dat een groot feest niet waard is dan weet ik het niet. En feesten zullen we. Er staan ons heel wat concerten, recitals en opnamen te wachten. Tussen al die projecten waar wij onder bedolven gaan worden is er één die mij persoonlijk het meeste aanspreekt: de opname van al zijn pianosonates door Igor Levit.

Wat weten we van Igor Levit? Hij werd geboren in 1987 in Gorky (tegenwoordig Nizjni Novgorod) in Rusland. Hij is op zijn derde begonnen met de pianolessen en had als kind al enorme successen behaald. In 1995 vertrok de familie Levit naar Duitsland, waar hij in 2009 afstudeerde aan de Hochschule für Musik, Theater und Medien Hannover. Zelf hoorde ik hem voor het eerst in de opnamen van het Internationaal Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv in 2005. Hij was toen de jongste deelnemer ooit en hij won er de tweede prijs, de kamermuziekprijs, de publieksprijs én de prijs voor de beste uitvoering van een hedendaags werk. Hij oogde schuchter en verlegen maar als de toeschouwer werd je door hem niet alleen betoverd maar ook naar hem toe gezogen.

Levit speelt Beethoven in Tel Aviv

Ik besloot de jongeman te volgen, voor zo ver mogelijk dan, en toen Sony hem contracteerde en hem een album met de laatste pianosonates van Beethoven liet opnemen was ik er dan ook als de kippen bij. En reken maar dat ik niet werd teleurgesteld! Het was voor Sony een grote gok. Denk maar eens goed na: als twintiger voor je debuutalbum voor Beethovens vijf laatste pianosonates kiezen betekent dat je echt lef moet hebben. Maar het kan ook als chotspe beschouwd worden: hebben de meeste pianisten immers niet moeten wachten tot zij een fatsoenlijke leeftijd bereikten om zich aan de laatste sonates te wagen?

Het resultaat was overweldigend. Het album won in 2014 ettelijke prijzen, waaronder ook een ECHO Klassik, toen die prijs nog serieus werd genomen. En de prijzenregen ging maar door: in oktober 2015 werd zijn cd met werken van Bach, Beethoven en Rzewsky uitgekozen tot Recording of the Year tijdens de 2016 Gramophone Classical Music Awards. In 2018 ontving Levit de prestigieuze Gilmore Award en werd hij genoemd als Royal Philharmonic Society’s ‘Instrumentalist of the Year’.


Levits interpretaties van Beethoven zijn zeer eigenzinnig, dat wel, maar o zo spannend! Levit is dan ook zeer uitgesproken over wat de rol van de vertolker is. Uit het strijdlustige interview van de pianist met Neue Zürcher Zeitung:

“Dus u bent tegen het wijdverbreide ideaal dat de tolk in de eerste plaats de dienaar van de partituur is?

Ik voel me niet als een dienaar, maar ook niet als een meester van wie dan ook. Voor mij is de vraag niet: wat zouden wij zijn zonder de componisten, maar: wat zouden de componisten zonder ons zijn? De interpretatie is mijn persoonlijke reactie op de informatie die ik via de noten ontvang. Maar deze informatie zit soms zo vol onzekerheden dat ik er goed over moet nadenken. Een uitvoering werkt nooit een-op-een. Bij Beethoven komt er nog eens bij dat hij uit zijn tijd probeerde te ontsnappen om iets anders, iets nieuws te creëren.”

Igor Levit over ‘het project’:
“Voor mij is deze opname een afsluiting van mijn laatste vijftien jaar. Het begon met de ‘ontmoeting’ met de Diabelli-variaties toen ik zeventien jaar oud was, iets wat mijn leven in feite heeft veranderd. Iets, wat nog steeds aan de gang is, want hier ben ik dagelijks mee bezig. Met de sonates van Beethoven, met Beethoven zelf en met hoe dat allemaal de wereld waarin ik leef en mijzelf heeft beïnvloed. Dat alles heeft ook geleid tot deze opname. Wat ik in 2013 begon met het opnemen van Beethovens laatste vijf sonates, kan ik nu afsluiten. Het vervult me met groot geluk en voelt tegelijkertijd als een nieuw begin. “

Levit piano

© Sony

Zelf kan ik alleen maar toevoegen dat Igor Levits visie van Beethoven ook mijn wereld heeft veranderd. Grootgebracht met Gulda, Kempff, Schnabel en Barenboim – allemaal grootheden die nog steeds vooraan op mijn lijstje staan – heb ik opeens een totaal nieuwe visie ontdekt. Nee, in de interpretaties bestaan er geen absolute waarheden. Luister alleen maar even naar ‘Adagio sostenuto’ uit de Monscheinsonate. Zo lief, zo teder, maar ook tegelijk nergens ‘softy’ gespeeld hoor je het zelden. Voor mij voelde het alsof ik de sonate voor het eerst in mijn leven heb gehoord.


Op zondag 9 februari 2020 maakt Levit zijn langverwachte debuut in de serie Meesterpianisten. Het gaat een zeer bijzonder recital worden, want hij gaat er, uiteraard, niet alleen de twee laatste sonates van Beethoven spelen maar ook een pianobewerking van het Adagio uit Mahlers Tiende symfonie. Echt iets om naar uit te kijken!



Beethoven – Piano Sonatas (Complete)
Igor Levit – Piano
Sony Classical, CD 19075843182 (9cd’s)

Advertenties

The Yiddish Cabaret: Jerusalem Quartet’s tribute to their grandparents

Jiddish CabaretThe Jerusalem String Quartet never disappoints. Never. Whatever they play. It’s not just about perfection, but also, or perhaps mainly, about their attention to the story behind the notes. For their involvement in the pieces they play. And their search for the truth that may not even exist. But with this album they have gone far above themselves and their own standards. Something that might have to do with the fact that they were allowed to choose the works themselves, none of which are commonplace?

With their choice they have also made a statement. Something we all know but still don’t want to admit out loud because we feel uncomfortable about it? About the influence of Jews and their contribution to our Western culture?

These days, Schulhoff and certainly Korngold are no longer curiosities, although of the latter mostly his operas are performed these days. Yet his chamber music compositions are not to be sneezed at. Listen his second string quartet, for example! At the first notes you get the nostalgic feeling of an unattainable lover and an intense desire. Beautiful and painful at the same time. Not only are the notes divinely beautiful, it is also the performance. Yearning and full of desire.

The five pieces for Erwin Schulhoff’s string quartet are a  link to the title of the album: the Jewish Cabaret. Leonid Desyatnikov composed his ‘Yiddish’ in 2018. These five songs are based on the Yiddish songs from the Polish interbellum, the period between the two world wars, which were sung in the cabarets in Warsaw and Lódz. The soprano Hila Baggio manages to strike the right tone in the songs. Light-footed. Think of the very young Lotte Lenya.

The album is dedicated to the grandparents of the members of the quartet. I allow myself to include my own grandparents that I have never known.


The Yiddish Cabaret
Erich Wolfgang Korngold: String quartet no. 2 on. 26
Erwin Schulhoff: 5 Pieces for string quartet
Leonid Desyatnikov: Yiddish – 5 Lieder for Stem and Stem Quarter (2018)
Hila Baggio (soprano), Jerusalem Quartet
Harmonia Mundi HMM 902631

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

De altviool als de stem voor de vervolgden deel 2. Schitterende uitvoering, helaas is de titel misleidend

viola 2Dit album is een – soort van – vervolg op een cd met werken van Weinberg, Kattenburg, Vredenburg en Sjostakovitsj dat eind vorig jaar onder dezelfde naam uitkwam en waar ik meer dan enthousiast over was. Dat kwam niet alleen door de keuze van de stukken die ze speelden, veelal primeurs of op zijn minst amper bekend, maar ook door de fenomenale vertolking.

Helaas, deel twee heeft mij een beetje teleurgesteld. Nee, er is nog steeds niets mis met de vertolking, die is nog steeds voorbeeldig, maar de stukken (goed, nog steeds niet echt gangbaar) passen niet goed bij elkaar.

Mendelssohn steekt met zijn zoete romantiek schril af bij de nuchterheid van Hindemith en het bittere groteske van Sjostakovitsj. Het lijkt ook alsof het duo Valdimarsdottir en Worms hier de meeste moeite mee hebben, het boeit niet echt.

Maar met de sonate van Hans Gál nemen ze grandioos revanche: het o zo mooie werkje krijgt hier een topuitvoering, net als Hindemith trouwens. Wat had ik graag meer van dat soort stukken gehoord!

En nog iets: in tegenstelling tot deel één dekt de titel de lading niet, want zo kan alles, ook liefdesverdriet als symbool staan voor vervolging en/of onderdrukking. Met dat soort begrippen moeten we zuinig zijn.


THE VOICE OF THE VIOLA IN TIMES OF OPRESSION
Felix Mendelssohn Bartholdy: Sonata for viola and piano
Hans Gál: Sonata Op.101 for viola and piano
Dmitri Shostakovich: Impromptu for viola and piano
Paul Hindemith: Sonata for viola and piano
Asdis Valdimarsdottir (altviool), Marcel Worms (piano)
ZEF 9663

The voice of the Viola in Times of Opression: de altviool als stem voor de vervolgden

Hans Gál en Mario Castelnuovo-Tedesco: hoe konden we ze vergeten?

The Yiddish Cabaret: Jerusalem Quartet’s hommage aan hun grootouders

Jiddish Cabaret

Het Jerusalem Strijkkwartet stelt nooit teleur. Nooit. Wat ze ook spelen. Het gaat niet alleen om de perfectie maar ook, of misschien voornamelijk om hun aandacht voor het verhaal achter de noten. Voor hun betrokkenheid bij de stukken die ze spelen. En hun zoektocht naar de waarheid die wellicht niet eens bestaat. Maar met deze album zijn ze ver boven zichzelf en hun eigen norm gestegen. Wat wellicht te maken kan hebben dat ze de stukken zelf mochten kiezen, stukken die geen van allen alledaags zijn?

Met hun keuze hebben ze ook een statement gemaakt. Iets wat we eigenlijk allemaal weten maar nog steeds niet hardop willen toegeven want daar voelen we ons ongemakkelijk over? Over de invloed van Joden en hun aandeel in onze Westerse cultuur?

Nu zijn Schulhoff en zeker Korngold niet zo’n rariteit meer, al worden van de laatste tegenwoordig voornamelijk zijn opera’s uitgevoerd. En dat, terwijl zijn kamermuziekcomposities echt niet te versmaden zijn. Neem alleen zijn tweede strijkkwartet! Bij de eerste noten al krijg je het nostalgische gevoel van een onbereikbare geliefde en een intens verlangen. Mooi en pijnlijk tegelijk. Het zijn niet alleen de goddelijk mooie noten, het is ook de uitvoering. Smachtend en vol verlangen.

De vijf stukken voor het strijkkwartet van Erwin Schulhoff zijn een soort brug richting de titel van het album: het Joodse Cabaret. Leonid Desyatnikov componeerde zijn ‘Jiddisch’ in 2018. Die vijf liederen zijn gebaseerd op de Jiddische liedjes uit het Poolse interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen, die gezongen werden in de cabarets in Warschau en Lódz. De sopraan Hila Baggio weet in de liedjes de juiste toon te treffen. Lichtvoetig. Denk aan de zeer jonge Lotte Lenya.

Het album is opgedragen aan de grootouders van de leden van het kwartet. Ik permiteer mij om ook mijn eigen grootouders die ik nooit heb gekend erbij te betrekken.


The Yiddish Cabaret
Erich Wolfgang Korngold: Strijkkwartet nr. 2 op. 26
Erwin Schulhoff: 5 Stukken voor strijkkwartet
Leonid Desyatnikov: Jiddisch – 5 Lieder für Stimme und Streichquartett (2018)
Hila Baggio (sopraan), Jerusalem Quartet
Harmonia Mundi HMM 902631

Isata Kanneh-Mason eert Clara Schumann

Schumann Isata

Voor mij is ‘diversiteit’ gewoon een modewoord dat niets met de werkelijkheid te maken heeft. Omdat het moet en omdat de quota gehaald moeten worden, moet nu ook de klassieke muziek business er aan geloven. En dan bedoel ik niet de operafiguren zoals Aida of Otello, want die moeten nu juist ontkleurd worden. Vandaar ook dat de orkesten en platenmaatschappijen bijna krampachtig op zoek zijn naar mensen van kleur.

Nu moet u mij niet verkeerd begrijpen: ook ik denk dat het heel erg goed is en juich het van harte toe, maar dan wel met één voorwaarde: kwaliteit. En de kwaliteit is bij de Engelse pianiste Isata Kanneh-Mason hoog, zeer erg hoog. Zij is de oudste van de zeven Kanneh-Mason kinderen die allemaal muziek maken: vier van haar broers en zussen studeren aan The Royal Academy of Music, waar de 22-jarige Isata zelf nog steeds les heeft. Haar broer Sheku die cellist is, is haar in roem al vóór gegaan.

Clara Wieck-Schumann was een wonderkind dat uitgroeide tot een pianovirtuoos. Dat zij ook componeerde werd lange tijd genegeerd: als moeder van acht kinderen werd zij geacht voor haar beroemde man te zorgen.

Op haar eerste cd-opname speelt Isata Kanneh-Mason werken die zowat het hele leven van Clara beheersen. Zo begint zij met het pianoconcert dat Clara componeerde toen zij dertien jaar oud was en waar zij de première van speelde toen zij zestien was. Mendelssohn dirigeerde.

Isata Kanneh-Mason speelt het zeer virtuoos en haalt er alles van wat er uit te halen is: niet veel eigenlijk. Wat niet erg is, want zo gespeeld wordt het concerto naar hogere regionen opgetild en dat mag. Daarbij wordt zij uitstekend begeleid door het orkest van Liverpool. Het mooist vind ik echter de vioolromances, gecomponeerd voor Joseph Joachim. Samen met de violiste Elena Urioste zorgt Kanneh-Mason voor een onvergetelijk ervaring. Top!


CLARA SCHUMANN
ROMANCE
Pianoconcert; 3 Romances voor piano op. 11; Scherzo no.2 in c, op. 14; 3 Romances voor viool en piano, op. 22; Pianosonate in G minor, e.a.
Isatha Kanneh-Mason (piano), Elena Urioste (viool, op. 22), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Holly Mathieson
Decca 4850020

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

Benjamin Frankel: from watchmaker’s apprentice to the sound wizard

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London
In 1957 Benjamin Frankel moved to Switzerland. In England, his homeland, he was mainly known as a film composer. No wonder, because to his name is music for more than 100 films, including classics such as The Seventh Veil, The Night of the Iguana and Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Switzerland he finally found the peace to engage in serious(er) music. In 15 years (Frankel died in 1973) he composed eight symphonies and one opera.

Benjamin Frankel was born in London in 1906 into a Polish-Jewish family. At the age of fourteen he was apprenticed to a watchmaker. Luckily for him, his talent was soon discovered. For a while he played with the idea of becoming a Jewish composer alla Bloch. He considered himself an ‘English Jew’ or a ‘Jewish Englishman’, which did not prevent him from marrying a non-Jewish woman. An act that caused a break with his family.

His musical language is not easy to describe. In the fifties he studied serialism and regularly applied it in his own compositions, yet his works do not sound atonal anywhere. Perhaps the best example of this is the viola concerto, which is very melodic, romantic and yet uses the twelve-tone technique.

Frankel composed his violin concerto – at his request – for his friend Max Rostal. The premiere took place in 1951 at the Festival of Britain. The concert is entitled In Memory of Six Million and embodies Frankel’s personal commitment to the fate of the European Jews.

The beginning reminds me of Korngold’s violin concerto and in the fourth movement I encounter Mahlerian ‘tunes’: there is also a quote from ‘Verlorne Müh’ from his Wunderhorn songs.

Live recording by Max Rostal:

Ulf Hoelscher, who rehearsed the concerto with Max Rostal, plays it virtuoso and with an intense involvement.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (violin), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra conducted by Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw
Frankel’s first three string quartets were first performed by the Blech Quartet in 1947 and 1949 respectively, and the fourth was premiered in 1949 by the very young Amadeus Quartet (where were the recording engineers then?).

Frankel’s gift for a light-hearted approach to serialism can be heard in his fifth string quartet. The work, which dates from 1965, is an example of the composer’s unique ability to transform the atonal into a melody.

The unsurpassed company CPO, which revealed Frankel’s music to the world, deserves all praise; also for the splendid explanations with music examples written by Buxton Orr, Frankel’s pupil and friend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos Quartett
CPO 999420

In Dutch:
Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar