kamermuziek/solorecitals

Iemand bezwaar voor nog meer Korngold?

Het Spectrum Concerts Berlin werd in 1988 opgericht door de cellist Frank Sumner Dodge met als doel om de hedendaagse, Amerikaanse kamermuziek te verbinden met werken uit de Europese traditie. Mooie woorden, dat wel. Maar kloppen ze wel?

Over Korngold kun je alles zeggen, behalve dat het hedendaags is: hij is in 1957 gestorven, nog geen zestig jaar oud en toen was zijn muziek al een beetje ‘ouderwets’. Begrijp mij goed: ik ben een enorme Korngold adept en liefhebber en ik kan eindeloos naar hem luisteren, maar bij ‘modern’ heb ik toch een andere klank in mijn hoofd. Ook dat ‘Amerikaanse’ klopt ook niet. Korngold woonde en werkte (noodgedwongen) in Hollywood, dat wel, maar zijn muziek was zo Weens als de bonbons en de Sachertarte.

Zijn pianokwintet componeerde hij rond 1921, hij was toen een jaar of 22. Het is een briljante compositie, waarin de emoties, de drama en expressie hand in hand samen gaan. De Suite stamt uit 1930 en daar hoor je de Korngold die, inderdaad, een beetje aan het experimenteren is geslagen. Dat komt ook een beetje door de keuze van de instrumenten: twee violen, cello en piano voor de linker hand. Hij componeerde het voor Paul Wittgenstein die  zijn rechterarm in 1914 verloor. De uitvoering van beide werken is zonder meer goed.


ERICH WOLFGAND KORNGOLD
Suite op. 23. Piano Quintet op. 15
Spectrum Concerts Berlin
Naxos 8574019

Trio Wanderer speelt kamermuziek van Schumann

De naam ‘Trio Wanderer’ hebben de Franse musici: Vincent Coq (piano), Jean-Marc Phillips-Varjabédian (viool) en Raphaël Pidoux (cello) niet zo maar gekozen. Op hun site las ik dat ze de wereld wilden benaderen “vol gevoel en introspectie, nieuwsgierigheid naar nieuwe omgevingen, en nostalgische liefde voor wat achter ligt”.

Dat geloof ik graag, want: wie wil dat niet? Ze bestaan al 30 jaar en zijn volkomen op elkaar ingespeeld. Wat ook een minpuntje oplevert omdat het verassingseffect kan worden ondergesneeuwd door de voorspelbaarheid.

En nu hebben ze een box uitgebracht met niet alleen de trio’s. Nee, zowat de hele Schumanns kamermuziek staat er op. Met medewerking van Chaterine Montier (viool) en Christophe Gaugué (altviool) hebben ze ook diens pianokwartet en kwintet opgenomen en al denk ik dat daar behoefte aan was, toch heb ik  mijn bedenkingen. Ze spelen waanzinnig goed, dat wel, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het enigszins onderkoeld klinkt.

Wellicht heeft het met de tijdgeest te maken, waarin elk schijn van sentimentaliteit vermeden moet worden? Ik weet het niet. Het klinkt allemaal niet alleen (voor mij té) introvert maar hun spaarzame vibrato doet mij aan de beginjaren van de ‘authentieke uitvoeringen’ denken. Maar wellicht was het de bedoeling?


ROBERT SCHUMANN
Pianokwartet op. 47, Pianokwintet op. 44, Pianotrio nr. 1, 2 en 3, Fantasiestücke op. 88
Trio Wanderer: Vincent Coq (piano), Jean-Marc Phillips-Varjabédian (viool), Raphaël Pidoux (cello), m.m.v. Chaterine Montier (viool), Christophe Gaugué (altviool)
Harmonia Mundi HMM 902344.46 (3 cd’s)

Strijkkwintetten van Georges Onslow: laat je verrassen!

Wat weten we tegenwoordig nog van Georges Onslow? Niet veel, vrees ik. Hij werd geboren in Clemont-Ferrand (Frankrijk) in 1784, zijn vader was een Engelsman, zijn moeder een Française. In zijn tijd was hij voornamelijk bekend (nou ja, bekend, bekend) als componist van kamermuziekwerken, voornamelijk strijkkwartetten en kwintetten. Na zijn dood in 1853 werd hij vrijwel geheel vergeten. Terecht? Nee. Zelf vind ik zijn muziek echt heerlijk. Het ligt lekker in het gehoor en het is buitengewoon fijn om er naar te luisteren, al is het op de achtergrond.

Het Spaanse Elan Quintet, in 2014 opgericht in Valencia is, in samenwerking met Naxos in 2015 begonnen met het opnemen van alle 34 strijkkwintetten van Onslow en inmiddels zijn ze bij deel 4 beland. De uitvoering is om door een ringetje te halen zo mooi, maar er is meer: hoe vaak hoor je een combinatie van een strijkkwartet met een contrabas? Door het ‘bulderende’ geluid van het instrument is de klank rijker dan bij een doorsnee strijkensemble en maakt het luisterplezier des te verrassender.

In een tijd van steeds meer hetzelfde is het fijn om iets nieuws te ontdekken en dat verdient Onslow zeer zeker. Koop de cd en geniet!


GEORGES ONSLOW
Strijkkwintetten deel 4; nr.31 en 23
Elan Quintet
Naxos 8.574187

Erwin Schulhoff: genres and music crossing borders

Schulhoff box

“Music should primarily bring physical pleasure, even ecstasy, to the listener. It is not philosophy, its origin lies in ecstatic situations and its expression in rhythm”  Erwin Schulhoff wrote in 1919.

From his earliest youth, Schulhoff was fascinated by everything new. His music transcended borders and genres – sometimes even those of ‘good decency’. He was a man of extremes, heartily embracing dada and jazz, and he also had a particular liking for the grotesque. No wonder that the synthesis of jazz and classical music, of everything in fact, became for him not only a challenge, but ultimately his artistic credo.

Schulhoff Lockenhaus


My first acquaintance with the composer and his music was thirty years ago, at the Lockenhaus chamber music festival, led by Gidon Kremer. It was mainly his string sextet, with its strong Janaček influences, that made me gasp for air. Since that day I was hooked. It took a long time, but in the meantime Schulhoff has found his way to the concert stages and recording studios. Especially the latter, because he is still too rarely programmed at concerts.

Schulhoff etersen


My very first record encounter with the composer was the recording of his complete string quartets by the Petersen Quartet, in 1992. To my delight, the string quartets are also in the six-CD box set recently released by the Capriccio label. These are recordings of many of his works (dear Capriccio: there is more!) made by Deutschlandfunk Kultur between 1992 and 2007. Most of these recordings have already appeared on Capriccio (but also on other, often no longer existing labels).

The 2007 recording of the Double Concerto for flute and piano, with Dutch flutist Jacques Zoon as soloist, is new to me. And it is so beautiful! Also new to me is the recording of the Second and Fifth Symphonies, in which the Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks is conducted by the greatest advocate of ‘entartete composers’, James Conlon.



ERWIN SCHULHOFF
Symphonies no. 2 & 5, Piano Concerto op. 34, Concerto Doppio, Concert for string quartet and winds, String quartets no. 1 & 2, String sextet, Sonata for violin solo, Duo for violin and cello, Piano sonatas no. 1 & 3, Piano works
Jacques Zoon (flute); Frank-Immo Zichner, Margarete Babinsky (piano); Petersen Quartet; Leipzicher Streichquartett; Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks conducted by James Conlon; Deutscher Symphonie-Orchester Berlin conducted by Roland Kluttig
Capriccio C7297

Onweerstaanbare uitvoering van Weinbergs pianokwintet

Op deze cd staat een selectie van Weinbergs vroege werken, allemaal composities die hij schreef tijdens de laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog.

Zelf ben ik meer dan dol op zijn pianokwintet, de compositie die behoort tot zijn beste (en de meest succesvolle, dat ook nog!)) werken. Weinberg componeerde het in 1944 en dat het zo’n een groot succes is geworden is niet verwonderlijk: het werk is wondermooi, makkelijk toegankelijk en zeer tot hart (en ziel) sprekend.

Het is niet de eerste keer dat Elisaveta Blumina zich over het kwintet ontfermt, zij heeft het werk al eerder opgenomen, zei het in de versie voor piano en strijkers in een arrangement van Matthias Bauer (Capriccio C5366).

Dat zij haar Weinberg ‘under the skin” heeft is nogal wiedes en dat bewijst zij ook met de selectie van diens ‘Children’s Notebooks’. De pianominiaturen zijn allesbehalve makkelijk om te spelen en het is werkelijk onvoorstelbaar wat zij met de stukjes doet, petje af!

Ook daar heeft zij al eerder een selectie van opgenomen, t.w. opp. 16 en 19, dus deze schijf is de ideale aanvulling! Ook haar ‘partnets in the crime’ doen niet voor haar onder. Mooie cd, warm aanbevolen

Mieczyslaw Weinberg
Piano Quintet, Op. 18;  Children’s Notebooks, Op. 23
Elisaveta Blumina, piano
Noah Bendix-Balgley, Shanshan Yao (viool), Máté Szücs (altviool), Bruno Delepelaire (cello)
Oehms OC 487

Karl Weigl: the glittering Viennese tradition

Weigl

Karl Ignaz Weigl was born into an assimilated Jewish family in 1881 in Vienna. In 1938 he fled to New York, where he died ten years later. The composer and his music were ‘forgotten for a while’, which was not only due to the Nazis.

In 1938 Arnold Schönberg wrote: ‘I have always regarded Dr. Weigl as one of the best composers of the old school; one of those who continued the glittering Viennese tradition’. No one could have put it better.

The ‘glittering Viennese tradition’ is Weigl’s main trademark. To put it irreverently, his music may be seen as sort of a gateway. A kind of corridor that runs from a classical Beethoven via a soul-stirring Schubert and an underground erotic Zemlinsky to finally end up in Weigl’s calm waters, and from there it finds its way to our hearts.

Weigl is not a composer I have heard much of (no, it’s not my fault) and apart from his, by the way, wonderful songs and a few of his chamber music compositions, I did not know him very well. So this CD is more than welcome, especially because the musicianship is so incredibly good.

I am most charmed by the violinist David Frühwirth. His tone is very sweet, as sweet as a Viennese Sachertarte. You can hear it best in the very Schubertian piano trio, but make no mistake! Just listen to the allegro molto, the third movement of the second violin sonata from1937 and you discover the complexity of the ‘Wiener-sound’.

And I feel free to use another quote, this time from Pablo Casals: “His music will not be lost, after the storm we will return to it, one day we will return to those who wrote real music.” It has taken a while and we are still far away, but a beginning has been made.




KARL WEIGL
Violin Sonata No.2, Two pieces for violin, Two pieces for cello, Piano Trio
David Frühwirth (violin), Benedict Kloeckner (cello), Florian Krumpöck (piano)
Capriccio C5318

Hats off to Martha Argerich

Martha! She is eighty now but is she thinking about retirement? No way! On the contrary, she is still making new recordings, and knowing her, I expect her to keep stealing the show with her performances all over the world. For example look at the DG-cd with her interpretation of Debussy’s ‘Fantasy for piano and orchestra’. She has never recorded this work before, so it is a first.

She plays it in her own unique and inimitable way: a bit boisterous, with many colour nuances and demanding all attention. Center stage all of the time! The Barenboim-led Staatskappele Berlin is no more than just a decent accompanist to the real star. Which I don’t mind.

In ‘La Mer’, Barenboim loses me a bit. Used as I am to more impressionistic ‘brush strokes’, I am frightened a bit by the sheer violence of the sea. But well: it is surely a matter of taste and interpretation.

As for the violin sonata, played by Barenboim’s son Michael, I have heard it better. Not that it is bad, but it lacks the mysticism that I appreciate so much in other recordings. Try Shlomo Mintz with Yefim Bronfman:

Kian Soltani also does not quite convince me in the cello sonata. And since it is Barenboim and not Argerich playing the piano in both works, the cover of the CD is a bit misleading

Claude Debussy
Fantaisie pour piano et orchestre L 73; Violin Sonata in G minor, L. 148; Cello Sonata in D Minor, L. 135; La Mer, L. 109
Martha Argerich and Daniel Barenboim (piano), Michael Barenboim (violin), Kian Soltani (cello)
DG 74797990

Petje af voor Martha Argerich

Die Martha toch! Tachtig inmiddels maar stoppen? Ho maar. Integendeel, nog steeds maakt zij nieuwe opnamen en haar kennende verwacht ik dat zij binnenkort overal in de wereld de show gaat stelen met haar optredens. Zoals ook op de DG-cd waarop zij de ‘Fantasie voor piano en orkest’ van Debussy speelt. Zij heeft het werk niet eerder opgenomen, een primeur aldus.

Zij speelt op haar Martha’s: een beetje onstuimig, met veel kleurnuances en alle aandacht opeisend. De door Barenboim geleide Staatskappele Berlin wordt hier gedegradeerd door niet meer dan een fatsoenlijke begeleider van een ster. Wat ik niet erg vind.

In ‘La Mer’ is Barenboim mij een beetje kwijt. Gewend zoals ik ben aan meer impressionistische ‘penseeltekeningen’ word ik hier een beetje bang gemaakt door het geweld van de zee. Maar goed: dat kan, kwestie van interpretatie.

Wat de vioolsonate, gespeeld door Barenboims zoon Michael betreft, ik heb het al beter gehoord. Niet dat het slecht is, maar het mist de mystiek die ik zo in andere opnamen zo waardeer. Probeer maar Shlomo Mintz met Yefim Bronfman:


Kian Soltani kan mij ook niet helemaal overtuigen in de cellosonate. En aangezien het Barenboim is en niet Argerich die in beide werken de pianopartij speelt is de cd cover een beetje misleidend.

Claude Debussy
Fantaisie pour piano et orchestre L 73; Violin Sonata in G minor, L. 148; Cello Sonata in D Minor, L. 135; La Mer, L. 109
Martha Argerich en Daniel Barenboim (piano), Michael Barenboim (viool), Kian Soltani (cello)
Staatskapelle Berlin olv Daniel Barenboi
DG 74797990

Jascha Nemtsov and Jewish Music

Jascha Nemtsov - Pianist
Jascha Nemtsov © Susanne Krauss

It was Rimsky-Korsakoff who, in St. Petersburg at the beginning of the last century, encouraged his Jewish students to show more interest in their national culture.
His advice did not fall on deaf ears: they started collecting synagogal and folk music, which they soon incorporated into their own compositions. Thus was born the Society for Jewish Music, which was banned by Stalin in 1929.

Some of the composers were exiled to the camps, a few managed to emigrate, but all were forgotten. The renewed interest in their music is mainly due to the pianist Jascha Nemtsov, one of the greatest ambassadors of Jewish music.

Jewish

On the CD with the title Jewish Chamber Music we find works by composers who belonged to this Jewish School, supplemented by one of the best compositions by Ernest Bloch: the ‘Suite for Viola and Piano’ from 1919.

Not all compositions are on the same high level. A real highlight for me is Alexander Weprik’s ‘Totenlieder’, but the whole CD is worthwhile, not least because of the excellent performance. The viola player Tabea Zimmerman has a beautiful tone on her instrument: low, warm and melodious but it is clearly the pianist, Jascha Nemtsov, who is at the helm.

Alexander Weprik, Alexander Krejn, Michail Gnesin,  Grigorij Gamburg, Ernest Bloch
Jewish Chamber Music
Tabea Zimmermann (viola), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler CD93008

Jewish songs

Have you ever heard of Abraham Krejn, a klezmer musician, and his seven children? They were called the Jewish Bachs and that makes sense, even if the comparison sounds a bit strange to you. Especially since there is a good chance that you have never heard the name before. You are not alone there.

All seven Krejn children were musicians. Most famous were brothers Alexander and Grigori, both active members of the Society for Jewish Music.

The most original compositions on the CD Jewish Songs Without Words were written by Grigori Krejn. On the basis of synagogal songs, he created his own world, full of melancholic desires.

The ‘Three Hebrew songs without words’ by Grigori’s thirteen-year-old son Julian reveal not only a special talent, but also show influences of Berg and Debussy.

Simeon Bellinson, one of the most famous clarinettists of his time, also worked as a composer and arranger. For his Suite, he arranged original compositions by Grzegorz Fitelberg, Jacob Weinberg and Boris Levenson.

Almost all the compositions on this CD are world premieres. They are fascinating works, a reminiscence of a world that has been irrevocably lost.

The clarinettist Wolfgang Meyer is an excellent musician, but for me his tone could have been a bit warmer.
Jewish Songs Without Words is the fourth CD in a series that Jascha Nemtsov made for Hånssler and, as always, his performance is not only impeccable but also heart-warming.



Grigori Krejn, Julian Krejn, Israel Brandman, Simeon Bellinson
Jewish Songs Without Words
Wolfgang Meyer (clarinet), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler Classic CD 93.094

Tabea Zimmermann and Jascha Nemtsov in ‘Ornaments – 3 Songs without Words, op. 42 by Alexander Krein:

Pools of niet Pools: deze cd is een must

Nee, er bestaat niet zoiets als een ‘Poolse viool’. De Britse violiste Jennifer Pike bespeelt een Guarneri del Gesù uit 1733 en daar is niets Pools aan. Maar de vier componisten op haar album zijn het wel. Althans wat nationaliteit betreft want ook hun werken, op de Polonaise de concert van Wieniawski na (die nota bene Joods was) is er niets van ‘Pools eigen’ te bespeuren.

Niet dat het iets uitmaakt. Een cd moet verkopen en een pakkende titel is altijd meegenomen. Maar als niet alleen het repertoire maar ook de uitvoering werkelijk fenomenaal zijn dan ga ik mijn mond daar verder over dichthouden.   

Voor eenieder die van vioolconcerten houdt is Henryk Wieniawski een bekende naam, al wordt hij tegenwoordig niet zo vaak meer uitgevoerd. Szymanowski is na jaren verzwegen en beschimpt tegenwoordig één van de meest bespeelde componisten geworden. Ook zijn Mythes, voor mij één van zijn mooiste composities komen steeds vaker voor bij de recitals. En zelfs de bewerking van Roxane’s lied uit Król Roger is ook al eerder opgenomen.

Morits Moszkowski is wellicht nog her en der bekend van zijn pianoconcerto, maar Mieczysław Karłowicz hoor je gewoon nooit. Waarom? Wie het weet mag het zeggen. De in december 1876 en in februari 1909 verongelukte componist (tijdens een skitocht in de hoge Tatra gebergte werd hij door een lawine overvallen) heeft een grote oeuvre van schitterende werken nagelaten: symfonieën, concerten, kamermuziek en onweerstaanbare liederen. Best jammer dus dat het duo Jennifer Pike en Petr Limonov maar één stuk van Karłowicz hebben opgenomen. Zeker omdat ze er hoorbaar infiniteit mee hebben. Iets voor de toekomst?

Maar hoe dan ook: deze cd is eigenlijk een must voor alle viool-, kamermuziek of gewoon muziekliefhebbers. Alles is er mooi aan. Echt alles. Pike’s frasering is sensueel, bijna erotisch zelfs, iets wat de muziek als een handschoen past. Petr Limonov is haar beste ‘partner in crime’ en samen zorgen ze voor een ‘once in the time’ beleving. Mis de cd niet!

Szymanowski, Moszkowski, Karłowicz, Wieniawski
Jennifer Pike (viool), Petr Limonov (piano)
Chandos CHAN 20082