Sally_Matthews

Glyndebourne’s Rusalka is een fraai schouwspel

Tekst: Peter Franken

 

Van de herneming van Glyndebourne’s productie van Rusalka in 2019 heeft Opus Arte een opname uitgebracht op Blu Ray. Het sprookje wordt inventief verbeeld en muzikaal is alles uitstekend verzorgd. Sally Matthews vertolkt de titelrol en krijgt overtuigend weerwerk van Evan Leroy Johnson als de Prins.

In een begeleidend schrijven vraagt Jan Smaczny zich af wat een reden kan zijn geweest om in een tijd dat Verismo de nieuwe trend was met een sprookje te komen over een waternimf. Het loopt natuurlijk niet goed af zoals in een echt sprookje behoort, maar toch. Librettist Jaroslav Kvapil zou wellicht geïnspireerd kunnen zijn door het lot van vele Moravische plattelandsmeisjes die dienst namen in Wenen. Omdat ze de taal niet spraken werd hen als het ware hun stem ontnomen, ze konden zich niet uiten. Eenmaal verleid door iemand uit de familie van hun werkgever werden ze dan zwanger terug naar huis gestuurd, het begin van een uitzichtloos bestaan. In die zin kan Rusalka worden begrepen als iemand die bezwijkt voor de verlokkingen van een leven onder beter gesitueerden en van een koude kermis thuis komt. Een sociaal drama verpakt als sprookje, herkenbaar voor het toenmalige publiek.

Regisseur Melly Still wil hier niets van weten, haar Rusalka is gewoon een sprookje met waternimfen, bosgeesten en een heks. En omdat waternimfen in het water rondzwemmen moet dat op het toneel worden getoond, geen concessies op dit punt.

Een stel van top tot teen in het zwart gestoken dansers creëert de suggestie van een vrij bewegende Rusalka door als het ware met haar te jongleren. Het toneel is hier bewust donker gehouden zodat deze bewegingsassistenten nauwelijks zichtbaar zijn. Aanvankelijk hebben Rusalka en haar zusters meterslange groene staarten waarbij die van de op de grond zittende Rusalka leuk kan zwiepen, dankzij zo’n onzichtbare helper. Overigens is hiervoor een double ingezet, Sally Matthews neemt de feitelijke vertolking voor haar rekening. Behalve een decorontwerper (Rae Smith) moest er natuurlijk ook een bewegingsregisseur aan te pas komen (Rick Nodine). De belichting van Paul Constable zorgt voor de kers op de taart.

In de tweede akte wordt het wat lichter, we zijn in het kasteel. De jachtopziener en de koksjongen roddelen wat over die vreemde vrouw die de prins heeft meegebracht. Overigens wordt hier als koksjongen gewoon een keukenmeisje opgevoerd, het nichtje van de jachtopziener. Rusalka draagt een eenvoudige jurk en probeert met haar ogen de Prins naar zich toe te trekken. Hij zingt hoezeer hij naar haar verlangt en zij geeft de enige respons die de zaak in haar voordeel kan beslissen: ze trekt haar slipje uit en laat hem de daad bij het woord voegen. Maar net op tijd verschijnt de Vreemde Prinses en direct gaat al zijn aandacht naar haar uit, als gastheer maar ook als vroegere lover in spé. Rusalka wordt weggestuurd om haar baljurk aan te trekken.

De gasten tijdens de balscène zijn exuberant gekleed, uitzinnige creaties in alle kleuren van de regenboog. Rusalka staat er tussen, onwennig in een asymmetrische jurk en op rode pumps. Ze weet zich niet te gedragen en evenmin kan ze zich gemakkelijk bewegen door die lastige jurk en die hoge hakken. In paniek vlucht ze weg nadat haar vader, onzichtbaar voor de mensen, haar heeft toegesproken. Het voorgenomen huwelijk is op het nippertje verijdeld door subtiele manipulatie van de kant van de Vreemde Prinses, de Prins blijft met lege handen achter.

De figuur van Jezibaba, zeer goed tot leven gebracht door Patricia Bardon, is minder venijnig dan te doen gebruikelijk. Rusalka wist waar ze aan begon, Jezibaba had haar voldoende gewaarschuwd, nu was er niets meer aan te doen. In de marge kan men denken aan die Moravische meisjes die zwanger terug naar huis werden gestuurd, ook dat was onomkeerbaar.

Colin Judson als de jachtopziener en Alix le Saux als keukenmeisje zorgen voor een komische noot als ze bibberend van angst op zoek zijn naar Jezibaba. Leuke vertolkingen van beiden.

De bosgeesten krijgen versterking van een stel figuranten die vrolijk mee hupsen als Dvorak er even de vaart inzet. Vuvu Mfopu zag ik in februari in Antwerpen als de zwarte duivelin Astarte in Der Schmied von Gent, overigens de laatste live voorstelling die ik dit kalenderjaar mocht meemaken. Ze krijgt hier gezelschap van Anna Pennisi en Alyona Abramova, een prima bezetting van dit drietal.

Alexander Roslavets maakt indruk als Vodnik, Rusalka’s vader die moet toezien hoe zijn dochter haar eigen ondergang over zich afroept en Zoya Tsererina haalt met gemak alle aandacht naar zich toe op de momenten dat ze op het toneel staat. Haar vertolking van de vreemde prinses, minder manipulatief dan ik gewend ben, is van grote klasse.

Sally Matthews is een geweldige Rusalka, haar zang is ontroerend mooi en haar acteren maakt het personage Rusalka zeer goed invoelbaar. De regie geeft haar alle mogelijkheden om te excelleren en Matthews grijpt die met beide handen aan. Evan Leroy Johnson is de mooiste Prins die ik tot op heden heb gezien, met name zijn zang in de slotscène zou een hart van steen kunnen doen smelten.

Het London Philharmonic Orchestra doet Dvoraks orkestpartij alle eer aan. De muzikale leiding is in handen van Robin Ticciati.

Uitgebracht door Opus Arte  2020

3 x RUSALKA: Kristine Opolais, Gabriela Beňačková en Ana María Martinéz

Alles over Dialogues des Carmélites.

Carmelites Albert van der Zeijden

© Albert van der Zeijden

Er zijn van die opera’s die je gewoon niet kunt verpesten en Dialogues des Carmelités is er één van. Bij Poulenc staat de melodie in het centrum van zijn universum. Zijn muziek is zo schrijnend mooi en hij componeert zo beeldend dat je er eigenlijk geen regisseur voor nodig hebt.

De opera heeft opoffering, martelaarschap, revoluties en ideologieën als thema, maar dat zijn slechts de zijlijnen, want het hoofdthema is een alles vernietigende angst, waardoor je leven noch sterven kan: “Angst is een afschuwelijke ziekte. Ik ben uit angst geboren, in angst leef  ik en in angst zal ik sterven. Iedereen veracht angst, zodoende ben ik veroordeeld om veracht te zijn”.

MILAAN 1957

Carmelites la scala premiere

Gencer, Cossotto, Zeani, Raatti, Frazzoni en Sanzogno

De wereldpremière van Dialogues des Carmélites vond plaats op 26 januari 1957 in de Scala in Milaan, in een Italiaanse vertaling. De bezetting leest als een ‘who is who’ in de operawereld, want zeg zelf: waren er grotere namen in die tijd te vinden?

Blanche werd gezongen door Virginia Zeani, een zangeres met een volle, grote en dramatische stem, die geschikt was voor zowel Violetta als Tosca. Marie werd vertolkt door Gigliola Frazzoni, één van de beste Minnies (La fanciulla del West) in de geschiedenis. En Madame Lidoine werd toebedeeld aan Leyla Gencer.

Met Fiorenza Cossotto, Gianna Pederzini, Eugenia Ratti en Scipio Colombo in de kleinere rollen klonk de opera minder lyrisch dan we tegenwoordig gewend zijn, bijna veristisch zelfs. Maar daardoor was het dramatische effect nog schrijnender.

Carmelites Rehearsals with Francis Poulenc-Milano Scala-1957

Virginia Zeani en Francis Poulenc, Milaan 1957

In The Operatic PastCast vertelt Virginia Zeani over Poulenc, de invloed die de opera op haar leven heeft gehad, haar collega’s en de productie in Milaan.

De hele uitvoering uit Milaan, fantastisch gedirigeerd door Nino Sanzogno, staat gewoon op YouTube. Niet te missen!

PARIJS 1957

Carmelites Dervaux premiere

De Parijse première van Dialogues des Carmélites volgde een half jaar later. Op 21 juni 1957 werd de opera, nu in het Frans, gepresenteerd in het Théâtre National de l’Opéra.

Blanche werd gezongen door de geliefde sopraan van Poulenc, Denise Duval. Duvals stem (meisjesachtig naïef, licht, etherisch bijna) paste Blanche als handschoen.

Ook de rest van de cast, met onder anderen Régine Crespin als Madame Lidoine en Rita Gorr als wellicht de beste Mère Marie ooit, werd door Poulenc zelf uitgekozen.

Régine Crespin (Madame Lidoine) in “Mes chères filles”:

Het orkest stond onder leiding van Pierre Dervaux en daar kan ik heel kort over zijn: beter bestaat niet. Punt. (Warner 0825646483211)


WENEN, 2008 EN 2011

Carmelites-Wenen-Breedt de Billy Oehms

In 2011 werd door Oehms een ‘Zusamennschnitt’ uitgebracht van in januari 2008 en april 2011 live in het Theater an der Wien opgenomen voorstellingen van Dialogues des Carmélites.

Sally Matthews is een zeer ontroerende Blanche, meisjesachtig maar met net voldoende karakter om haar personage body te geven. Af en toe zeurderig ook – Blanche ten voeten uit.

Deborah Polaski is onweerstaanbaar als Madame de Croissy en Michelle Breedt een meer dan een indrukwekkende Mère Marie. Alleen al vanwege haar fantastische prestatie vind ik het jammer dat de voorstelling (de prachtige Carsen productie!) niet op DVD is uitgebracht!

Het ORF orkest onder leiding van Bertrand de Billy speelt de sterren van de hemel. Ferm, waar nodig, en fluisterzacht als het niet anders kan. (Oehms OC 931)


 

MILAAN 2004

Carmelites Carsen Mutti

Over Robert Carsen gesproken: voor mij is zijn productie van Dialogues des Carmélites één van de absolute hoogtepunten in de geschiedenis van De Nationale Opera in Amsterdam.

In februari 2004 werd de productie in La Scala verfilmd en daar ben ik niet onverdeeld gelukkig mee. Mijn verdeeldheid slaat voornamelijk op de vertolking van de hoofdrol door Dagmar Schellenberger.

Nu is het niet makkelijk om de onvergetelijke Susan Chilcott (ze stierf in 2003 aan de gevolgen van borstkanker, nog maar 40 jaar oud) na te evenaren, en dat doet Schellenberger dan ook niet. In het begin irriteert ze me zelfs met haar sterke tremolo en de niet altijd zuivere noten. Maar naarmate de opera vordert wint ze sterk aan geloofwaardigheid, en door haar schitterende spel en de volledige overgave maakt ze de ontwikkeling van haar karakter zeer voelbaar. En alsof het vanzelfsprekend is, wordt ook haar zingen mooier en zachter.

Voor de rol van Madame de Croissy tekent één van de beste zingende actrices van onze tijd, Anja Silja. Haar optreden is werkelijk adembenemend, en al is haar stem niet echt zo vast meer – het past uitstekend bij de personage van een oude en doodzieke priores. Haar doodstrijd levert een ongekend spannend theater op, het is dan ook een groot verdienste van Carsen (en de rest van de cast), dat de scènes erna ons aandacht niet doen verslappen.

Muti dirigeert met verve en weet precies de juiste toon te treffen om het schrikbeeld van de revolutie en haar uitwassen in klanken te schilderen. Op zijn mooist is hij echter in de lyrische, beschouwende scènes, en het ijzingwekkende einde bereikt onder zijn handen een werkelijk bloedstollend climax. Zorg er wel voor dat u een grote zak Kleenex binnen de handbereik hebt, want u houdt het echt niet droog (Arthaus 107315).

HAMBURG, 2008

Carmelites Lehnhoff dvd

Hamburg zag de opera in 2008 in de regie van Nikolaus Lehnhoff. Zijn Blanche, Alexia Voulgaridou heeft veel weg van Liu: lief, bang maar standvastig en daarin zeer indrukwekkend.

Kathryn Harries is als Madame de Croissy nog indrukwekkender dan Anja Silja. Het acteren doet zij niet alleen met haar hele lichaam maar ook met haar perfect gevoerde stem. Haar angst is fysiek voelbaar en haar sterfscène kan niemand koud laten.

Jammer genoeg is Mère Marie van Gabrielle Schnaut niet van hetzelfde kaliber. Met de restanten van de ooit zo imponerende stem wekt zij alleen maar irritatie: geen één noot is zuiver en haar verschrikkelijke wobbel voelt als marteling voor je oren. Wat een verschil met de warme Madame Lidoine, hier onvoorstelbaar mooi en liefelijk gezongen door Anne Schwanewilms!

De enscenering is zeer simpel en er zijn amper decors, wat absoluut niet storend is. En de eindscène steekt Carsen naar de kroon. (Arthouse Musik 101494)

Meer heeft You Tube niet te bieden, helaas:

MÜNCHEN 2010Carmelites-Tcherniakov

München zou München niet zijn zonder ‘spraakmakede’ nieuwe ensceneringen die keer op keer een schandaal veroorzaken. De Dialogues des Carmélites van Dmitri Tcherniakov uit 2010 werd dan ook niet door iedereen met open armen ontvangen. Zelf vind ik de productie zeer spannend, al gaat zijn visie mij soms iets te ver.

Allereerst: vergeet de nonnen, die zijn er niet. Wel een vrouwengemeenschap, opgesloten in een glazen huis. De wereld hebben ze buiten gelaten, maar de wereld kan ze nog steeds zien en zich met hen bemoeien. Claustrofobisch.

Blanche, fenomenaal gezongen en geacteerd door Susan Gritton, heeft duidelijk psychische problemen. Haar heldendaad aan het einde vloeit voort uit dezelfde emoties als haar angst. Twee uitersten van hetzelfde probleem.

De tegenstelling tussen een kordate, hier nogal karikaturaal als een potachtige kapo neergezette Mère Marie (fantastische Susanne Resmark) en de lieve, duidelijk een andere koers ambiërende Madame Lidoine (Soile Isokoski op haar best) kan gewoon niet groter.

En o ja: vergeet de guillotine, want die is er ook niet. Tcherniakov heeft ook het einde veranderd.

Overigens: de kans dat de dvd nog te koop is, is klein. De erven Poulenc vonden de vrijheden die Tcherniakov zich heeft gepermitteerd te ver gaan en zijn naar de rechter gestapt (BelAir BAC061).

Hieronder de trailer:

PARIJS, 2013

Carmelites Py

Met Olivier Py weet je het nooit, al moet ik zeggen dat ik, op de afschuwelijke Romeo et Juliette in Amsterdam na, zijn meeste producties meestal uitstekend vind. Zo ook zijn Dialogues des Carmélites, in 2013 opgenomen in Parijs.

Patricia Petibon is een zangeres met een neiging tot chargeren, maar hier is zij volkomen op haar plaats. Kijkend naar haar krijg ik ongewild visioenen van Edith Piaf. Wat natuurlijk ontzettend goed bij de rol past: een klein, mager, verschrikt vogeltje.

Haar timbre ligt dicht bij die van Denise Duval, maar zij mist haar draagkracht en – voornamelijk – haar lyriek. Toch valt er niet te ontkennen dat de rol van Blanche haar zowat op het lijf is geschreven.

Sophie Koch vind ik een vreemde keuze voor Marie. Zij oogt veel te jong en mist het zekere overwicht en de overredingskracht, zo tekenend voor de rol. Waardoor ook het contrast met Lidoine (een prachtige Veronique Gens) niet groot genoeg is.

Rosalind Plowright is een uitstekende Croissy en Sandrine Piau een heerlijke Constance.

Py gebruikt de orkestrale tussenspelen om religieuze scènes te tonen, inclusief de evocatie van het Laatste Avondmaal en de Kruisiging. Soms een beetje “too much”, maar bij de laatste scène, met de donkere sterrenhemel krijg ik een brok in mijn keel. (Erato 0825646219537)

Hieronder de trailer:

FILM

Carmelites film

Wist u trouwens dat het verhaal van Dialogues des Carmélites in 1960 is verfilmd? In de film zijn onder anderen Jeanne Moreau als Mère Marie en Pascal Audret als Blanche te zien.

Hieronder de laatste scène:

Jenůfa door Alvis Hermanis in Brussel: alleen al vanwege Jeanne-Michèle Charbonnet (Kostelnička) een must

JENUFA

Sally Matthews als Jenufa

Men zegt Janáček, men denkt Moravië. Geen componist die de folklore van zijn vaderland zo prominent in zijn werken heeft uitgebuit zoals hij. Hij was niet alleen een verwoede verzamelaar van Moravische volksliederen, maar ook de gesproken taal heeft hem buitengewoon geïnspireerd. Daarmee creëerde hij zijn beroemde “spraakmelodieën” – een klank was voor hem synoniem niet met een noot, maar met expressie.

Dat is een wetenswaardigheid waarzonder je niet aan Janáček moet beginnen, en al helemaal niet aan Jenůfa. In zijn derde opera, gecomponeerd tussen 1894 en 1903, hoort je als het ware de Moravische bossen wuiven en de vogels tjirpen. En dat alles in een bepaald ritme, met sterk geprononceerde accenten.

De Letse regisseur Alvis Hermanis heeft het goed begrepen en het zich, wellicht iets te, ter harte genomen. De Moravische folklore vormt dan ook zijn inspiratiebron en het levert prachtige, kleurrijke beelden op. Helaas worden ze verstoord door de gebaren waarmee de personages zich bedienen: Hermanis ging uit van een soort “Moravische kabuki”.

JENUFA

Persoonlijk vond ik het storend, zeker in het begin. De gebaren (maar ook de danspassen van het “corps de ballet” en de manier waarop men liep) hadden voor mij iets dwingends, waardoor de nadruk meer op de “spelers” zelf werd gelegd dan op de intrige. En het kwam het ritme van de taal ook niet ten goede.

JENUFA

Toch, achteraf gezien snapte ik het concept wel. De eerste en de derde akte vormden een omlijsting voor het eigenlijke drama dat zich in de tweede akte afspeelde. Geen danspasjes en geen kleurrijke kostuums meer, maar een troosteloze woning in een communistische heilstaat begin jaren zestig. Geen kunstmatige Japanse gebaren, maar een overtrokken hyperrealistische ‘socrealism’ gezien door de ogen van Milos Forman, nog uit zijn Tsjechische periode. Zeer deprimerend en zeer, zeer ontroerend.

Sally Matthews zou niet mijn eerste keuze zijn voor de rol van Jenůfa. Althans, niet op papier, want in het theater heeft de keuze goed gewerkt. Nog steeds had ik moeite met haar beslist niet Slavisch klinkende, ‘blanke’ sopraan en nog steeds klonk ze te Mozartiaans voor mij, maar de intensiteit waarmee ze de rol vertolkte, ontroerde mij zeer. Het was haar roldebuut en ik weet zeker dat ze nog verder zal groeien in haar rol. Ze zou zich alleen wat meer op de uitspraak moeten concentreren, want ik kon geen woord verstaan van wat zij zong.

jenufa

Jeanne-Michèle Charbonnet (ook een roldebuut) was een fenomenale Kostelnička. De rol wordt (te) vaak gezongen door de dramatische zangeressen op leeftijd die zich noodgedwongen van veel geschreeuw bedienen, maar Charbonnet heeft ons laten zien hoe het moet. Haar stem vloeide samen met de ritmische lijnen van Janáček, maar zij schuwde het drama niet.In haar aria “Co chvíla” heeft zij mij tot tranen toe geroerd.

JENUFA

Jean_Mihelle Charbonnet (Kostelnicka) en Andrea Dankova (tweede bezetting Jenufa)

Fantastisch ook was Laca van Charles Workman. Iedere keer als ik hem hoor blijkt hij alweer beter te zijn dan ik dacht. Zo ook nu. Zijn Laca klonk precies zoals het moest: terughoudend, maar dan met een niet gespeelde innerlijke woede. Met zijn wendbare, soepele tenor met heroïsche ondertonen maakte hij alle gevoelens voelbaar. Zijn gevoel voor taal was evident: ieder woord was makkelijk te verstaan. Een grote  prestatie.

JENUFA

Števa werd gezongen door een jonge Schotse tenor, Nicky Spence. Ik vond zijn mooie, lyrische stem meer dan aantrekkelijk, maar voor mij was hij te weinig Števa. Hij was te lief, te aardig, te “teddybeer-achtig” om hem als een losbol en vrouwenversierder te kunnen geloven. Maar wat een stem!

jenufa

Nicky Spence (Steva), Sally Matthews (Jenufa), Carole Wilson (Starenka)

Carole Wilson (Stařenka Buryjovka) liet, zoals altijd trouwens, zien wat men zoal van een kleine rol kan maken!

Het orkest speelde zonder meer fantastisch (ach, die vioolsolo bij het gebed van Jenůfa!), jammer genoeg hoorde ik er te veel Stravinski in. Een beetje meer lyriek zou de uitvoering geen kwaad doen.

copyright foto’s © Forster / De Munt La Monnaie

Een fragment:

Leoš Janáček
Jenůfa
Sally Matthews, Charles Workman, Nicky Spence, Jeanne-Michéle Charbonnet, Carole Wilson e.a.
Symfonieorkest en koor van de Munt onder leiding van Ludovic Morlot
Regie: Alvis Hermanis

Bezocht 21 januari 2014 in de Munt in Brussel