Auteur: basiaconfuoco

muziek journalist

Asmik Grigorian als Fedora: verismo op zijn best.

Tekst: Peter Franken

 

Aan de Koninklijke Opera in Stockholm ging op 10 december 2016 jaar een nieuwe productie van Fedora in première. Asmik Grigorian triomfeerde in de titelrol.

 

2 Fedora

Umberto Giordano componeerde Fedora in 1898, ruim een jaar na zijn grote succes Andrea Chenier. Van de ruim tien opera’s die Giordano schreef zijn dit de twee die repertoire hebben gehouden, al moet gezegd dat Fedora lange tijd een marginaal bestaan heeft geleid. Maar de voorbije 25 jaar mag het werk zich weer in de belangstelling van grote operahuizen verheugen met voorstellingen in onder meer Milaan, Wenen en New York.

MEV-11679926 - © - © The Michael Diamond Collection / Mary Evans Pict

Het libretto van de hand van Arturo Colautti is gebaseerd op het toneelstuk Fédora van Victorien Sardou, de toneelschrijver die in 1887 al eens succes had met La Tosca, in 1900 op het operatoneel gebracht door Puccini. Beide stukken draaien om een verliefde vrouw die ongewild haar geliefde in levensgevaar brengt.

Prinses Fedora is een rijke Russische weduwe die op het punt staat in het huwelijk te treden met graaf Vladimir Andrejevich, een losbol die haar bedriegt met een andere vrouw. Als zij hem de avond voor het huwelijk komt opzoeken in zijn woning, is hij afwezig. Kort daarna wordt hij echter zwaargewond binnengebracht en overlijdt nog diezelfde nacht. Zij zweert hem te zullen wreken.

Hieronder een opname uit 1903: Gemma Bellincioni, de allereerste  Fedora zingt ‘O grandi occhi lucenti’

Graaf Loris Ipanov wordt direct verdacht van de moord op Fedora’s aanstaande en hij vlucht naar Parijs. Fedora betrekt daar een woning en als belangrijk persoon binnen de Russische expat community kost het haar weinig moeite hem in te palmen. Voor ze de Russische geheime politie op hem afstuurt wil ze echter zekerheid hebben of hij werkelijk de gezochte moordenaar is.

Caruso

In een emotioneel gesprek verklaart Loris haar zijn liefde, die zij afwijst. Zijn repliek is dat de liefde zelf haar verbiedt om te weigeren: ‘Amor ti vieta’. Deze korte aria is het enige gedeelte van de opera dat grote bekendheid geniet. Caruso zong het bij de première op 17 november 1898:

Omdat Loris niet ontkent Andrejevich te hebben gedood geeft Fedora hem aan bij de autoriteiten in Rusland. Haar brief gaat nog dezelfde avond mee met een gereedliggend schip. Als Loris haar de volgende dag confronteert met bewijzen dat Andrejevich haar bedroog, en wel met Loris’ eigen geliefde, krijgt Fedora direct spijt van haar poging tot wraakneming. Loris had Andrejevich betrapt, deze had op hem geschoten waarop Loris het vuur had beantwoord. Complicatie is verder dat Fedora inmiddels verliefd is geworden op Loris en hem uit handen van de politie wil houden.

Het verliefde stel vlucht naar Zwitserland en alles gaat goed tot Fedora te horen krijgt dat de broer van Loris is opgepakt op verdenking van medeplichtigheid aan wat men voor een politieke moord houdt. Hij is in zijn cel overleden waarop zijn moeder is gestorven aan een hartaanval. Daarmee is Fedora indirect verantwoordelijk voor twee doden in Loris’ familie.

Als deze bericht krijgt dat de brief van een vrouw deze gebeurtenissen heeft veroorzaakt, zweert hij zich op haar te zullen wreken. Fedora maakt zich na enige aarzeling bekend als degene die hij zoekt maar ondanks haar smeekbeden weigert hij haar te vergeven. Ze pleegt zelfmoord door gif in te nemen, Loris vertwijfeld achterlatend.

Gepantserde prinses

Regisseur Cristof Loy is er met zijn team in geslaagd een goed ogende voorstelling te maken die het verhaal volledig recht doet. Met uitzondering van Fedora loopt iedereen in min of meer eigentijdse kledij rond, maar voor het overige is de gehele enscenering trouw aan het tijdsbeeld: prerevolutionair Rusland, een Russische expat salon met Poolse pianovirtuoos, fietsen als nouveauté etc.

1 Fedora

Fedora is in de eerste akte gekleed in chique lange jurk met bontstola en draagt een blonde pruik. In de tweede akte is dat een cocktail dress en draagt ze aanvankelijk een rossige pruik. Daarna zien we de zwartharige Asmik Grigorian zonder pruik. Zodoende wordt het personage als het ware afgepeld van een gepantserde prinses tot een gewone vrouw.

3 Fedora

Een grote lijst achter op het toneel toont videobeelden van de handeling. Als iemand even het toneel verlaat krijgt de toeschouwer te zien wat die persoon daar aantreft. Zo kijken we met Fedora naar de stervende Vladimir. Later verandert het raamwerk in een grote opening waardoor op het achtertoneel de party in Fedora’s Parijse salon te zien is. Zodoende wordt de alles bepalende discussie tussen Fedora en Loris op het voortoneel mooi uitgelicht.

Asmik Grigorian

Deze uit Litouwen afkomstige sopraan speelde Fedora bij wijlen als een tijgerin met klinkende stem, maar wisselde dat af met een prachtig portret van een onzekere vertwijfelde vrouw. Met hoog oplopende emoties zette ze een ware veristische heldin neer. Haar sterfscène was van een heftigheid die deed denken aan Magda Olivero’s vertolking van de rol. Schitterend gespeeld en zo mogelijk nog beter gezongen. Zij die haar gehoord hebben als Rachel in La Juive weten wat voor een geluid uit deze fantastische sopraan kan komen, zo ook hier als Fedora. Brava, brava, brava!

Loris Ipanov werd uitstekend vertolkt door de Italiaanse tenor Andrea Carè. Carè was goed opgewassen tegen het zang- en acteergeweld van Grigorian en oogste het eerste open doekje van de voorstelling met zijn ‘Amor ti vieta’.

Andrea Caré en Asmik Grigorian:

Grote bijrollen waren er voor de Franse diplomaat De Siriex, mooi neergezet door Ola Eliasson, en voor gravin Olga Sukarev. Sofie Asplund maakte met prima zang maar vooral met fantastisch lenig acteerwerk een echte party animal van Olga. Vlinderend van de ene man naar de ander eiste ze alle aandacht op en zodra dat even niet lukte, bijvoorbeeld na het Russische folksong intermezzo van De Siriex, kreeg ze de pest in en zette dan onmiddellijk alle zeilen bij om de aandacht weer op zich gevestigd te krijgen: ‘It’s about ME, ME, ME!’

4 Fedora

De overige rollen en de bijdrage van het koor waren goed verzorgd. De Koninklijke Hofkapel stond onder de leiding van Tobias Ringborg, die met dit orkest een bijna perfecte weergave van het werk wist te brengen. Groot compliment.

Ik was er speciaal voor naar Stockholm gereisd – Fedora en Asmik op één avond, dat wil je niet missen. Het was alleszins de moeite waarde, een fantastische avond en na afloop was ik ‘très ému’. Dat is verismo op zijn best.

Trailer van de productie:

Deze recensie is (met kleine aanpassingen) eerder verschenen op Place de l’Opera:

https://www.operamagazine.nl/featured/38841/fedora-in-stockholm-verismo-op-zijn-best/

Foto’s: © Monika Rittershaus en Matthias Horn

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg

Asmik Grigorian steelt de show als Marie in uitmuntende WOZZECK

Venera Gimadieva steekt met kop en schouders boven haar leeftijd- en stemgenoten uit.

Venera Gimadieva

De ster van de jonge Russische sopraan Venera Gimadieva is rijzende. Haar vertolking van Violetta (La Traviata) in Glyndbourne 2014 was sensationeel te noemen en in de recensies sprak men over haar enorme charisma en een zeer individueel geluid, niet te verwarren met haar (coloratuur)sopraan-collega’s.

Gimadieva als Violetta in Glyndebourne:

Dat het zo is bewijst zij ook op haar eerste solo-cd dat zij onlangs voor Rubicon heeft opgenomen. Haar coloraturen zijn niet minder dan fenomenaal, waarbij zij ook eigen versieringen niet schuwt (luister naar ‘Ah! Tardai troppo’ uit Linda di Chamonix, wedden dat het u gaat duizelen?) en haar voordracht meer dan voorbeeldig.

En toch… Er wringt iets, want op den duur gaat de cd mij een beetje vervelen. Het ligt een beetje aan haar (morbidezza?), een beetje aan het repertoire (te veel van hetzelfde), maar de echte schuldige is de dirigent, want echt steunen doet hij haar niet en de tempi die hij kiest vind ik op zijn zachtst merkwaardig. Bovendien is de in een paar stukken mee zingende tenor Alberto Sousa niet echt geweldig (en ik druk mij zachtjes uit)..

Uitstekend daarentegen is de mezzo Natalia Brzezińska met wie Gimadieva ‘Dagli affanni appresso … Assisa a pie’ d’un salice’’ uit Rossini’s Otello zingt.

Afijn: onthoud haar naam want Venera Gimadieva gaat het helemaal maken. Nu al steekt zij met kop en schouders boven haar leeftijd- en stemgenoten uit.


BELLINI, DONIZETTI, ROSSINI
Momento Immobile
Venera Gimadieva (sopraan)
Natalia Brzezińska (mezzosopraan), Alberto Sousa (tenor)
The Hallé olv Gianluca Marciano
Rubicon RCD 1021

 

 

 

Zeer geslaagde Cardillac in Antwerpen

Tekst: Peter Franken

 

Cardillac componist premiere

Wereldpremière in Dresden 1926: Hindemith, Fritz Busch, Issai Dobrowen

Opera Vlaanderen brengt momenteel een nieuwe productie van Hindemiths vroege opera Cardillac. Guy Joosten voert de regie en heeft er een pakkend werk van gemaakt. Na mijn twee eerdere bezoeken aan Cardillac, in Parijs (2005) en Dresden (2009), was dit de eerste die daadwerkelijk indruk wist te maken.

Parijs, Dresden, Antwerpen, die steden geven het al aan: voor een Cardillac moet je het land uit. Het werk is inmiddels wel definitief uit de mottenballen gehaald waar het als ‘Entartet’ lange tijd heeft liggen zieltogen, maar echt populair is het nog niet. Hetzelfde geldt overigens voor Hindemiths grote werk Mathis der Maler, vorig seizoen te zien in Gelsenkirchen. Wat natuurlijk ook een belangrijke rol speelt is het muzikale idioom dat de componist hanteert. Alles in Cardillac klinkt strak en zakelijk, bijna constructivistisch. Alsof de Neue Sachlichkeit ook in de muziek is doorgedrongen. Melodische lijnen zijn niet of nauwelijks waarneembaar, strijkers zijn verwezen naar het tweede plan, veel te sentimenteel. Blaasinstrumenten voeren de boventoon, veelal solistisch of in kleine groepen. Slagwerk is minder prominent aanwezig en violen voornamelijk in een solistische rol. Als je perceptieniveau even indommelt klinkt het al gauw als een heleboel lawaai. Bij de les blijven, dan is het uitstekende muziek, zeer nadrukkelijk aanwezig maar bijna steeds vrijwel autonoom naast de handeling op het toneel. Tegen het einde zijn er zowaar jazzy accenten waarneembaar en de laatste scène klinkt bijna religieus, een soort requiem voor de beroemde goudsmid die nu helaas gelyncht moest worden.

Hindemith kiest voor Musizieroper, de muziek staat voorop, het drama volgt op eerbiedige afstand. Het is wel geduid als een terug gang naar de barok waar een solist eindeloos bezig is met langgerekte syllaben de muziek te volgen, denk aan Händel. Musizieroper is de absolute tegenpool van het Musikdrama van Wagner en dat was ook nadrukkelijk de bedoeling van Hindemith en een aantal van zijn tijdgenoten.

 


Cardillac
had première op 9 november 1926 in de Semper Oper in Dresden. Het waren de hoogtijjaren van de Weimar Republiek en de Nieuwe Zakelijkheid. Joosten heeft zijn productie in deze tijd geplaatst, hoewel de handeling zich afspeelt gedurende de regering van Louis XIV. Alleen de hoofdpersoon, de goudsmid Cardillac, loopt er bij in 17e eeuwse kledij, is zelfs uitgemonsterd alsof hij de koning zelve is. Het tekent hem direct als volledige buitenstaander. Zijn wereld en vooral zijn moraal staan geheel los van zijn omgeving waardoor zijn handelingen ook niet volgens de waarden en normen van diezelfde omgeving beoordeeld kunnen worden. Wat hij doet, staat op zichzelf en er wordt in het werk uiteindelijk ook geen moreel oordeel over hem geveld. Later kwam Hindemith daar overigens op terug en schreef een nieuwe versie van het werk die beschouwend en sterk moraliserend is. Allerwegen wordt dit niet al verbetering gezien en geeft men de voorkeur aan Cardillac I.

cardillac koning

© Annemie Augustijns / Opera Ballet Vlaanderen

Cardillac is een groot vooraanstaand handwerksman, feitelijk meer dan dat, hij is een artiest en staat in hoog aanzien, ook bij het hof. Hij legt zijn ziel en zaligheid in al zijn scheppingen en parasiteert daar vervolgens noodgedwongen op. Zijn voltooide sierraden hebben een deel van zijn persoon in zich opgenomen en als hij ze ziet vertrekken naar een koper voor wie ze slechts handelswaar zijn in een spel van macht en erotiek, sterft hij een beetje. Met een kleine twist: ‘partir c’est mourir un peu’. Er is maar één oplossing, het sieraad moet terug naar zijn schepper zodat deze er nieuwe levenskracht aan kan ontlenen. Dat gaat met grof geweld.

Als een moorddadige versie van Zorro gaat Cardillac na een verkoop nog dezelfde nacht op pad, gemaskerd en met cape en dolk, en brengt de koper om. Terugstelen is niet genoeg, de koper die hem in zijn levenskracht heeft bedreigd, moet daarvoor de ultieme prijs betalen.

 

cardillac1

De menigte in opgewonden toestand over de vele moorden © Annemie Augustijns / Opera Ballet Vlaanderen

Het volk is op de been en klaagt over de vele moorden. Daar zou nu eindelijk eens iets aan gedaan moeten worden. Cardillac verschijnt in vol ornaat en wordt bewonderend nagekeken, ook door een chique dame en haar begeleider, oorspronkelijk een ‘Kavalier’. Zij vraagt hem om een sieraad van Cardillac voor haar te kopen, dan zal zij hem een nacht volledig toebehoren. En zo geschiedt.

cardillac2

Die dame ziet Cardillac voorbijkomen, bewonderd door de menigte © Annemie Augustijns / Opera Ballet Vlaanderen

Sopraan Theresa Kronthaler wist haar rol glans te geven door niet slechts vocaal mooi uit de hoek te komen, maar door ook haar begeerte en bewuste acceptatie van het risico vermoord te worden tot uitdrukking te brengen. Haar tekst is ongekend erotisch en ze voerde zelfs zeer schaars gekleed een eenvoudige paaldans uit. Als haar Kavalier eenmaal is gearriveerd is er nog slechts stil spel, een langdurige pantomime die wordt begeleid door twee in elkaar verslingerde fluiten, een subtiele weergave van wat er tussen die twee aan de hand is. Operazangeressen worden steeds meer all round artiesten, net als in de musicalwereld. Mooi tegenspel van de tenor Sam Furness. Samen maakten ze de eerste akte tot een voltreffer.

cardillac

Die Dame met de Kavalier (© Annemie Augustijns / Opera Ballet Vlaanderen

Minder geslaagd was het opvoeren van een joodse goudhandelaar ( de bas Donald Thomson) die nadrukkelijk een kruisje slaat bij het betreden van Cardillacs woning en daarover tekst en uitleg moet geven. In de derde akte wordt hij gemakshalve van alle moorden beschuldigd en onmiddellijk weggevoerd om te ‘bekennen’. Volledig onnodig deze afwijking van het libretto, antisemitistisch cliché.

Sopraan Betsy Horne verraste als ‘Die Tochter’. Haar opkomst was direct raak met de fraaie aria ‘Mein Geliebter kommt’, een concertstuk voor zangstem en een aantal solerende instrumenten. Horne hoorde ik eerder dit seizoen als een zeer geslaagde Eva in Wagners Der Meistersinger von Nürnberg in Wiesbaden: ‘Bayreuth material’. Ook als Cardillacs dochter wist ze me volledig in te pakken. Mooie sopraan met veel mogelijkheden.

Cardillac dochter

Der Offizier, Cardillac en Die Tochter © Annemie Augustijns / Opera Ballet Vlaanderen

Haar geliefde, ‘Der offizier’ werd nogal martiaal neergezet door tenor Ferdinand von Bothmer. Deze ziet in Cardillac een waardig tegenspeler, ook nadat deze geprobeerd heeft hem te vermoorden. Net als in een oorlog heeft de vijand zijn eigen beweegredenen en daarover velt men geen oordeel. Het is een kwestie van doden of gedood worden, en in die zin verdedigt hij zijn schoonvader dan ook tegenover de op moord beluste menigte. Goed optreden.

cardilla

Cardillac in ondergoed tegenover de menigte © Annemie Augustijns / Opera Ballet Vlaanderen

Simon Neal was recent te horen als een uiterst verdienstelijke Wotan in Düsseldorf. Deze bariton kwam ook uitstekend uit de verf in de rol van de in een eigen wereld levende goudsmid. Helaas had Joosten er geen vertrouwen in dat zijn publiek zelfstandig tot die conclusie zou kunnen komen. Zodoende werd Cardillac tegen het einde opgevoerd in zijn ondergoed, nog wel met koninklijke mantel en kroon, maar verder nadrukkelijk als iemand die van het pad af was. Het is jammer dat het perceptieniveau van de toeschouwers zo laag wordt ingeschat en dat lijkt hand over hand toe nemen.

Het koor leverde een schitterende prestatie en het orkest onder leiding van maestro Dmitri Jurowski liet horen hoe interessant en mooi een Hindemith partituur kan zijn. Een uitgelezen mogelijkheid om dit typische jaren ’20 werk eens te beleven. Na Antwerpen komen er nog een paar voorstellingen in Gent, zeer aanbevolen.

HINDEMITH: Das Marienleben

 

 

Violeta Urmana als La Gioconda

Gioconda Domingo UrmanaEen vrouw verscheurd tussen de liefde voor haar moeder en haar minnaar: het is geen alledaags thema voor een opera. Dat zij uiteindelijk voor haar moeder kiest wordt haar fataal, maar heeft ons met ‘Suicidio!’, één van de mooiste aria’s uit de operageschiedenis verrijkt. Ondertussen krijgen we passie, bedrog, moord en zelfmoord, voor elk wat wils. Melodrama? Me dunkt, van het beste kaliber!

Hieronder: Violetta Urmana zingt ‘Suicidio’

Violetta Urmana zet een uitstekende straatzangeres neer, betrokken en doorleefd, al is zij minder dramatisch dan haar illustere voorgangsters: Callas, Cerquetti, Milanov, Tebaldi of Scotto…
Om maar een paar te noemen.

Hieronder: ‘Suicidio’ gezongen door Renata Scotto

Luciana D’Intino is een mooie, lyrische Laura en Lado Ataneli een goede Barnaba, al mist hij de vileine trekjes (kwestie van goed acteren?) van een Milnes of Mittelmann.

Dat Plácido Domingo de rol van Enzo altijd al wilde opnemen is evident. Hij zong hem voor het eerst in 1970 in Madrid, met Angeles Gulin als Gioconda, en vertolkte hem later ook in Berlijn, London, New York en Wenen.

Hieronder: Plácido Domingo zingt ‘Cielo e mar’ in Madrid 1970:

En nu dus – voor het eerst! – ook op de cd en  het resultaat is werkelijk verbluffend. Zijn vocale kracht is niet verminderd en zijn warme tenor, wonderlijk genoeg minder baritonal van timbre klinkt nog steeds als een klok.


Amilcare Ponchielli
La Gioconda
Violeta Urmana, Placido Domingo, Luciana D’Intino, Elisabetta Fiorillo, Lado Ataneli, Roberto Scandiuzzi
Chor des Bayerischen Rundfunk, Münchner Rundfunkorchester olv Marcello Viotti
Warner Classics 7359652

LA GIOCONDA uit Salerno 2012

 

Hans Gál en Mario Castelnuovo-Tedesco: hoe konden we ze vergeten?

Castelnuovo Tedesco en Gal

Regelmatig hoor ik de heren en dames cellisten klagen dat het repertoire voor hun instrument niet zo groot is, vandaar dat ze min of meer steeds dezelfde stukken (moeten) spelen en/of opnemen. Maar is het waar?

Wel, als je je alleen tot de min of meer bekende componisten beperkt. En zeker als je nog steeds ‘vergeet’ terug te kijken naar de zwarte periode in de geschiedenis, toen boeken in de vlammen op gingen en kunst, inclusief hun scheppers ‘entartet’ werd verklaard. Gelukkig hebben we nog voldoende musici die er alles aan doen om de ooit verboden werken aan de vergetelheid te onttrekken.

In 2016 heeft Raphael Wallfisch, één van de grootste pleiters van het ‘vergeten repertoire’, twee tot dan toe onbekende celloconcerten opgenomen: die van de van oorsprong Oostenrijk-Hongaarse Hans Gál en de Italiaanse Mario Castelnuovo–Tedesco. Beide componisten hebben de oorlog overleefd: Castelnuovo-Tedesco in Hollywood en Gál in Schotland. Beiden worden amper nog gespeeld, al kan een beetje gitarist niet om het oeuvre van de Italiaan heen.

Castelnuovo Gal

Hans Gál

Met de composities van Hans Gál is het droeviger gesteld, nog steeds kom je ze zelden tegen op de concertpodia. Zijn in 1944 gecomponeerde celloconcert laat zich niet makkelijk ontleden. Of, anders gezegd: je krijgt hem niet vanzelfsprekend ‘under your skin’. Ik moest er een paar keer naar luisteren voordat ik mij aan over gaf. Gáls taal lijkt stug en al is het werk nergens atonaal, je moet er werkelijk moeite voor doen. Maar misschien hoort het ook zo? Want gauw vergeten doe je het niet meer!

Castelnuovo Tedesco

Mario Castelnuovo-Tedesco

Geen groter contrast dan met de voornamelijk virtuoze compositie van Castelnuovo-Tedesco! Zijn celloconcerto schreef de componist voor de grote cellist Gregor Piatigorsky, de première vond plaats in 1935, Arturo Toscanini dirigeerde het New York Philharmonic. En dat was het dan. Sindsdien werd het concerto totaal vergeten, tachtig jaar lang. Totdat Raphael Wallfisch zich daarover ontfermde.

Raphael Wallfisch geeft beide concerten een uitstekende vertolking, met voldoende aandacht voor de diverse schrijfstijlen van de componisten. Het concerto van Gál klinkt onder zijn handen bijna classicistisch nuchter, voor Castelnuoco-Tedesco heeft hij voldoende virtuositeit en romantiek in huis om de luisteraar te enthousiasmeren.


Hans Gál: Celloconcert in b, op. 67
Mario Castelnuovo-Tedesco: Celloconcert in F
Raphael Wallfisch (cello), Konzerthausorchester Berlin o.l.v. Nicholas Milton
CPO 555 074-2

Muziek als redding. Voice in the Wilderness

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Pianotrio’s uit Armenië: balsem voor de ziel

armenian piano trios

Wat weten we van de Armeense klassieke muziek? Hoeveel Armeense componisten kent een doorsnee liefhebber? Weinig, vrees ik. Op Aram Khachatourian en zijn Gayaneh na, dan. Maar ook deze componist dankt zijn betrekkelijke bekendheid aan de ‘sabeldans’ en de openingstune van de ooit zo populaire TV-serie Onedinline. Droevig. Des te meer als je bedenkt dat de Armeense cultuur met haar eigen alfabet en haar eigen muzieknotatie tot de oudste in Europa behoort.

Armenian Mnsurian

Tigran Mansurian

Gelukkig wordt er de laatste tijd wat meer aandacht aan besteed, wat voornamelijk te danken is aan de (van oorsprong) Armeense musici. Zo heeft de altvioliste Kim Kashkashian al in 2003 een cd opgenomen met de muziek van Komitas en Tigran Mansurian.

Hieronder: Kim Kashkashian, Jan Garbarek en Ivan Avaizovsky spelen het Lachrymae van Mansurian

De laatste treffen we ook op de cd met Armeense pianotrio’s, door Et’Cetera in 2004 opgenomen,  met behalve Mansurians ‘Vijf Bagatellen’ ook composities van Arno Babadjanian, Gayaneh Tchebodarian en Krikor Hakhinian.

Hieronder het piano trio van Arno Babadjanian:

Alle stukken op deze cd werden tussen 1945 en 1985 gecomponeerd en zijn alle bijzonder ritmisch en buitengewoon prettig om naar te luisteren. Persoonlijk heb ik wat moeite met het trio van Hakhinian, wellicht door zijn ‘barokke’ karakter, maar daar kwam ik gauw overeen.

Levon Chillingirian, de als zoon van Armeense ouders op Cyprus geboren violist kennen we als aanvoerder van het Chillingirian Quartet. Hier wordt hij bijgestaan door Viviane Spanoghe (cello) en André De Groote (piano).

Ik kan die cd aan een ieder van harte aanbevelen. De hier gespeelde stukken zijn niet alleen interessant, ze zijn ook buitengewoon mooi en de uitvoeringen zijn meer dan voortreffelijk.

Hieronder ‘Moderato’ uit de Five Bagatelles van Mansurian:

Arno Babadjanian, Tigran Mansurian, Gayaneh Tchebodarian, Krikor Hakhinian
Armenian Piano Trios
Levon Chilingirian (viool), Viviane Spanoghe (cello), André De Groote (piano)
ET’CETERA KTC 1262

De ontembare strijkstok van Mstislav Rostropovich

Rostropovich filmHet jaar 2000 (en de nieuwe eeuw) was net begonnen toen de Franse documentairemaker Bruno Monsaignon uitgenodigd werd door Mistislav Rostropovitsj om bij hem thuis te komen: de beroemde cellist wilde hem al het materiaal aan films en opnamen dat hij bezat, containers vol, overhandigen. En al ontbrak er veel aan data’s en informatie, het was Monsaignon onmiddellijk duidelijk wat een waardevolle schat hij in zijn handen kreeg. Na ettelijke wodka’s later durfde Monsaignon het aan om de grote maestro toestemming te vragen om een film over zijn leven te maken.

Het is een fascinerend document vol historische beelden en muziekfragmenten geworden: Rostropovitsj was niet alleen één van allergrootste cellisten van de zijn tijd die onnoembare aantal componisten inspireerde om werken voor hem te schrijven, hij was ook een uitstekende pianist en dirigent. Én politiek activist én voorvechter van mensenrechten. In 1972 werd hij verbannen en van zijn nationaliteit gestript omdat hij zijn vriend, de schrijver Aleksander Sozjenitsyn verdedigde. Na de val van het communisme werd hij gerehabiliteerd en als held welkom geheten in het ‘nieuwe’ Rusland.

De film begint met een feest in de Barbican Centre in Londen. Op de bühne verzamelen zich de grootsten van de grootsten en daar staan ze, allemaal op een rij: Kremer, Argerich, Vengerov, Jansons, Kissin, Penderecki, Ozawa.. Wie eigenlijk niet? Zelfs Margareth Thatcher ontbreekt niet! Het ‘feestvarken’ snijdt de taart (in de vorm van een cello) aan, waarna hij gebaart dat het nu tijd is om aan de drank te gaan. Kostelijk.

Er is ook een bonus. Of twee eigenlijk. Na de Rococo Variaties van Tsjaikovski uit 1986 krijgen we een unieke beeldopname van de in 1977 geregistreerde ‘Archduke – trio’ van Beethoven, met naast Rostropovitsj Wilhelm Kempff en Yehudi Menuhin; gevolgd door de in 1969 opgenomen ‘Sarabande’ uit Bachs tweede cellosolosuite. Wow.

Bonus twee trakteert ons op tafelgesprekken met de kinderen Rostropovitsj en Solzjenitsyn. Hoe waardevoller wilt u het nog hebben?

MSTISLAV ROSTROPOVICH: L’ARCHET INDOMPTABLE
A film by Bruno Monsaignon
Naxos 2.110583