Auteur: basiaconfuoco

muziek journalist

Trio Khnopff speelt Weinberg

Weinberg 1945

De titel: Weinberg 1945 verwijst naar het jaartal waarin alle op deze cd opgenomen composities zijn ontstaan. De eerste uitvoering van het pianotrio vond plaats op 9 juni 1947, door Weinberg zelf en de twee leden van het Beethovenkwartet: Dmitri Tsyganov (viool) en Sergei Shrinsky (cello).

Van het trio bestaan er bij mijn weten al minstens negen uitvoeringen, allemaal goed tot uitstekend. Denk alleen maar aan Gidon Kremer (de grootste pleitbezorger van Weinbergs muziek, Yulianna Avdeeva en Giedrė Dirvanauskaitė (DG).


Of, mijn absolute favoriet met Dmitry Sitkovetsky, David Geringas en Jascha Nemtsov (Hänssler).


Hiermee vergelijken valt deze uitvoering mij een beetje tegen. Voornamelijk vanwege de pianiste: Stéphanie Salmin is te dominant en de pianoklank overheerst de strijkers, iets wat ook aan de opname kan liggen.

Maar de cellosonate en de Rhapsodie op Moravische thema’s (vervang het ‘Moravische’ door het ‘Joodse’, wat eigenlijk de bedoeling was) maken alles goed. Hier krijgen de cellist (Romain Dhainaut) en Sadie Fields (viool) alle ruimte om te schitteren en dat doen zij.

Het is dan ook Sadie Fields die mijn hart volledig heeft gestolen in de Two songs without words die hier hun allereerste uitvoering ooit beleven. Tot voor kort dacht men namelijk dat die twee prachtige miniatuurtjes verloren zijn gegaan.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Weinberg 1945
Pianotrio op. 24, Cellosonate nr. 1 in C, op. 21, Two songs without words voor viool en piano, Rhapsody on a Moldavian Theme voor viool en piano op. 47 nr. 3
Trio Khnopff: Sadie Fields (viool), Stéphanie Salmin (piano), Romain Dhainaut (cello)
Pavane ADW 7590

Fiorenza Cedolins schittert als Madama Butterfly in de opname uit de Arena di Verona

Butterfly Cedolins

Er zijn van die opera’s die nooit verouderen, en daar is Madama Butterfly er één van. Het droeve lot van een Japans meisje blijft al generaties lang ontroeren, wat niet alleen aan het (nog steeds zeer actuele) libretto ligt.

Met Franco Zeffirelli weet je van tevoren wat je te wachten staat: een wereld vol schitterende beelden, die nog het beste aan een film doen denken. Zijn regie is zeer realistisch, met veel aandacht voor de kleinste details en de psychologische ontwikkeling van zijn personages..

Wat hij in deze productie, in de Arena di Verona, voor onze ogen tovert, zou wellicht de bedoeling van componist Puccini kunnen zijn: een exotische wereld in de vertrouwde decors, een klein Japan in Italiaanse sferen..

De voortreffelijke solisten versterken door niet al te groots te acteren en door aandachtig op al hun gebaren te letten de filmische indruk die de voorstelling maakt.

Als Cio-Cio-San schittert de Italiaanse sopraan Fiorenza Cedolins. Haar manier van zingen roept herinneringen op aan Raina Kabaivanska, ooit zelf één van de beste Butterfy’s in de arena.

Juan Pons is een ontroerende, vaderlijke Sharpless, en Marcello Giordani een mooie lyrische Pinkerton. Een dvd om aan de grijze werkelijkheid te ontsnappen.

Giacomo Puccini
Madama Butterfly
Fiorenza Cedolins, Marcello Giordani, Juan Pons, Francesca Franci, Mina Blum
Orchestra and chorus of the Arena di Verona olv Daniel Oren
Regie: FRanco Zeffirelli
Opgenomen in Arena di Verona in 2004
Arthaus Musik 109197

Barbers Vanessa uit Glyndebourne: beter bestaat niet

Vanessa dvd

Wij, Europese snobs, we halen de neus op voor de Amerikaanse muziek. Wij vinden het allemaal kitsch zonder het echt te kennen. Wat weten wij van Samuel Barber en zijn partner, ook een begenadigde componist en regisseur- en librettist Menotti? Weinig, vrees ik. Maar hoe ‘Amerikaans’ waren ze?  En wat houdt dat eigenlijk in?

Vanessa, de eerste opera van Samuel Barber sloeg in als een bom. De première in de Met op 15 januari 1958 was een groot succes. Newsweek meldde dat Barbers optreden werd begroet met “het volslagen gebrul dat gewoonlijk is voorbehouden aan prima donna’s”. Dimitri Mitropoulos die de voorstelling dirigeerde liet zich enthousiast ontvallen: “Eindelijk, een Amerikaanse grootse opera!”

Maar niet zo lang erna werd de opera als ‘on-Amerikaans’ bestempeld. En daar zit wat in, want het libretto van de hand van Menotti, lichtelijk gebaseerd op de verhalen van Isak Denisen (Karen Blixen) is universeel en van alle tijden; en het meeste doet denken aan ‘The great expectations’ van Charles Dickens.

Na de première in 1958 (en de opname op RCA) werd Vanessa in de schuilkelders opgesloten. De reden? Vraag het aan de programmeurs, intendanten en musicologen want ik weet het niet. Dat de opera nu, al is het mondjesmaat nog ergens vertoond wordt hebben we aan te danken Kiri te Kanawa die de rol van Vanessa in 2001 in Monte Carlo heeft gezongen en het nog twee keer herhaalde: in Washington en Los Angeles. Men werd wakker.

De productie die in Glyndebourne in 2018 voor dvd werd opgenomen kan ik niet anders dan als een absolute top beschouwen. De enscenering van Keith Warner is zeer filmisch en doet de opera alle recht toe. Je voelt de kou en de vorst en er zijn zelfs sneeuwvlokjes. Denk aan winter in Scandinavië. Aan Strindberg. En aan die emoties die onder de ijslaag verborgen blijven…

Barber componeerde de rol van Anatol voor Nikolai Gedda. Daar komt Edgaras Montvidas niet echt in de buurt. Zijn mooie, lichte tenor mist eenmaal de sensualiteit waardoor het niet echt aannemelijk is dat hij de harten van maar liefst twee vrouwen zo maar kan breken. Alhoewel… Vanessa zit al zo lang te wachten dat zij alles voor waar kan aannemen en Erika heeft nog niet eerder een man ontmoet. Een ding is zeker: deze Anatol gaat voor nog veel meer brokken zorgen. Een ding is zeker: deze Anatol gaat u haten.

Erika is officieel een nicht van Vanessa, maar de goede luisteraar weet beter en deze productie laat het onbeschaamd zien. Erika is Vanessa’s dochter. Dat maakt alle verhoudingen nog ingewikkelder – zij is nu dus ook Anatols zus! – maar tegelijk ook helderder. De Franse lichte mezzo Virginie Verrez is in die rol onweerstaanbaar. Haar stem klinkt jeugdig, nieuwsgierig en verlangend. Al bij haar ‘Must the winter come so soon’ zorgt zij voor tranen in mijn ogen. Aan het eind wordt haar stem zowat Vanessa-achtig van timbre. Zij sluit de gordijnen, laat de spiegels bedekken en de deuren op slot. Het is nu haar tijd om te wachten. Ontroerend.

Vanessa wordt fenomenaal vertolkt door Emma Bell. Van de ene kant overemotioneel en toch behoorlijk koel en berekenend. Daar klopt iets niet, dat voel je, nee, dat weet je. Dat borderline-achtige, dat weet Bell voortreffelijk te verwoorden. Zowel in haar zingen als in het acteren.

Rosalind Plowright is weergaloos als de oude barones. Ook zij, net als haar dochter en kleindochter zit emotioneel in de knoop. Meevoelend maar tot op bepaalde hoogte: haar principes winnen het van het gevoel.

Donnie Ray Albert is onweerstaanbaar als de oude dokter. Zijn ‘Under the linden tree’ is een echte showstopper.

Het London Philharmonic Orchestra speelt onder leiding van Jakub Hrusa sterren van de hemelMijn God, wat een dirigent!

Barber: “Art is international, and if an opera is inspired, it needs no boundaries.” En zo is dat.

Emma Bell, Virginie Verrez , Edgaras Montvidas, Rosalind Plowright, Donnie Ray Albert, William Thomas, Romanas Kudriasovas
The Glyndebourne Chorus;  London Philharmonic Orchestra olv Jakub Hrusa
Regie: Keith Warner
Opus Arte OABD725

 

Overbodige Mahler 9 door Valery Gergiev

Mahler 9 Gergiev

Vaak verlang ik naar de tijd, nog niet eens zo lang geleden, toen elke nieuwe opname van een symfonie van Mahler een feest was. Je had toen dan ook echte kanonnen die zich met de Oostenrijkse Meester der Meesters bezighielden, type Haitink of Bernstein. Nu gaat er geen dag voorbij zonder dat er ergens zijn muziek wordt uitgevoerd, tot in de diepste provincies toe.

Nou is het London Symphony Orchestra alles behalve provinciaals en behoort Valery Gergiev tot de grootste dirigenten ter wereld, maar toch…..
Gergiev is in 2008 met zijn Mahler-project begonnen. Alle symfonieën werden in Barbican live opgenomen en door de eigen label van het LSO op cd uitgebracht. Een jaar later was hij zowat klaar (doe het hem na!), alleen de negende ontbrak nog. Zaten we daar werkelijk op te wachten?

Begrijp mij goed: de uitvoering is zonder meer goed en het orkest, met zijn volle klank speelt de sterren naar beneden, maar het mist meer dan alleen dat kleine ‘etwas’. Ik vind Gergiev’s lezing onevenwichtig en hij raast er doorheen (hij doet er 10 minuten sneller over dan Bernstein!), waardoor veel kleuren en nuancen verloren gaan. Mahlers negende is, samen met de zevende, zijn wellicht meest vooruitstrevende compositie en dat blijft bij Gergiev onderbelicht.


Gustav Mahler
Symfonie nr.9
London Symphony Orchestra o.l.v. Valery Gergiev
LSO0668 • SACD-79’

Silenced Voices

Silenced voices

Do you know the Black Oak Ensemble? There is a good chance you don’t, even though this American string trio, which barely anyone knows in the Netherlands, is rated as absolute top class. Its recent CD called Silenced Voices features pieces by six Jewish composers,  Géza Frid, Paul Hermann, Dick Kattenburg, Gideon Klein, Hans Krása and Sándor Kuti.

silnced ermann_1

Paul Hermann

They originally came from Hungary, Czechoslovakia and the Netherlands and with the exception of Géza Frid, who was active in the Dutch Resistance, they were all murdered. Hans Krása, Gideon Klein and Dick Kattenburg at Auschwitz. Sándor Kuti at a concentration camp in the Ukraine, probably in 1945 (!). But we don’t even know when or where the almost Dutch Paul Hermann was murdered.

Silenceed Kuti_Sándor

Sándor Kuti

Sándor Kuti studied at the Franz Liszt Academy with Georg Solti, who had a great deal of respect for him and once said that if he had not been murdered, Kuti would have become one of the greatest composers of Hungary. I read that he continued to compose up until his death somewhere in the Ukraine.

His Serenade for String Trio (1934) was what touched me the most on this CD. Of course the fact that I had never heard this composition before could have influenced how it affected me, but even when I listened to it again, it intrigued and moved me. Despite the numerous quotes straight from Hungarian folk music, the trio got under my skin. Just listen to the mesmerizing Scherzando that turns into an ominous Adagio ma non troppo. Real goosebumps.

Silenced Géza Frid lowres

Géza Frid

Géza Frid taught chamber music at the Utrecht Conservatory from 1964 to 1970, and his trio also had its world premiere here. Frid survived the war but died a horrifying death. The staff at his nursing home failed to check the temperature in his bathtub and he died at the Beverwijk Burn Centre.

Silenced Krasa

Hans Krása

Like Gideon Klein’s string trio, Hans Krása’s Passacaglia & Fugue for String Trio had already been recorded a couple of times, though still not often enough. Certainly not if you bear in mind that neither of the compositions are anything short of true masterpieces.

Silenced gideon-klein-bababa2d-8316-404b-bef4-7146a240c53-resize-750

Gideon Klein

There is also an earlier recording – one recording! – of Dick Kattenburg’s Trio à cordes. It had its world première on the incredible CD of The Hague String Trio. The composition only takes five minutes but what a five minutes they are!

silenced -Zelfportret_op_partituur,_door_Dick_Kattenburg

Dick Kattenburg: self portrait

The performance by the Black Oak Ensemble is simply sublime. I think you should all buy this CD!.


Kattenburg: Trio à cordes
Kuti: Serenade for String Trio 
Krása: Passacaglia & Fuga for String Trio
Klein: Trio for violin, viola, and cello
Hermann: Strijktrio
Frid: Trio à cordes, Op. 1
Black Oak Ensemble
Cedile Records CDR 90000 189

English translation: Sheila Gogol

 

 

 

Claus Guth houdt Rodelinda interessant

Tekst: Peter Franken

Rodelinda

 Als enige barokopera brengt DNO dit seizoen Rodelinda, een werk uit Händels middenperiode. Het vertoont alle kenmerken van diens oeuvre: meerdere aria’s voor alle solisten, veel herhalingen en zodoende een enorme lengte. Zonder een pakkende enscenering wordt het al gauw langdradig en op dat punt schiet regisseur Claus Guth de componist te hulp met alle middelen die hem ten dienste staan, waaronder fraaie kostuums en een uitgekiend decor, beiden van de hand van Christian Schmidt.

Rodelinda Guth

Claus Guth © Opera online

Het verhaal begint met de broedermoord van Bertarido op Gundeberto om zodoende koning der Longobarden te worden. Hij wordt echter verdreven door een van zijn vazallen, Grimoaldo, die daarbij hulp kreeg van Bertarido’s zuster Eduige. Bertarido heeft zijn toevlucht genomen tot het rijk der Hunnen en van daar komt een bericht dat hij is overleden.

rodelinda-dena-s_2020_119

©  Monika Rittershaus/DNO

Grimoaldo maakt vervolgens Bertarido’s weduwe Rodelinda het hof maar zij wijst hem af. Pas nadat de intrigant Garibaldo zogenaamd namens zijn meester dreigt haar zoon Flavio te zullen ombrengen stemt Rodelinda toe. Ze ontpopt zich echter als een horror bruid door van haar aanstaande te eisen dat hij eigenhandig haar zoontje wurgt als voorwaarde voor een huwelijk. Op die wijze verliest hij zijn eer en toont hij zich aan de wereld als een nietsontziende tiran.

Rodelinda speelt hoog spel maar ze gokt erop dat Grimoaldo teerhartiger is dan hij zich doet voorkomen. Het is echter moeilijk voorstelbaar dat Flavio dit doorziet. Inmiddels is de doodgewaande Bertarido terug van weggeweest en beginnen de verwikkelingen pas goed. Uiteindelijk valt er maar een enkele dode, de laaghartige Garibaldo. Verder is het eind goed, al goed. Behalve voor Flavio want die zit de rest van zijn leven bij de psychiater.

rodelinda-dena-s_2020_043

©  Monika Rittershaus/DNO

Guth heeft de rol van de jonge Flavio enorm opgewaardeerd. Gespeeld door de ‘vertically challenged’ acteur Fabián Augusto Gómez is hij vrijwel permanent op het toneel aanwezig met stil spel, fysiek reagerend op de gebeurtenissen, zich uitend in de vorm van tekeningen die her en der worden geprojecteerd. Bij de psychiater zal hij wel poppen aangereikt krijgen om scènes na te spelen, slechts een wonder krijgt dat kind nog aan het praten. Net als de gehele opera wordt Flavio’s optreden van verloop van tijd nogal herhalend, maar hij brengt wel leven in de brouwerij.

Rodelinda psych

©  Monika Rittershaus/DNO

Gespeeld werd in een opengewerkte villa op een draaitoneel. De slaapkamer van Rodelinda bleek bij voortduring een belangrijke bestemming en ensemblescènes speelden zich veelal af in de eetkamer. Bij wijlen deed dit denken aan het disfunctionerende gezelschap uit Luis Buñuel’s Le charme discret de la bourgeoisie. Het meest pakkende moment kwam toen Rodelinda haar absurde eis op tafel legde en haar aanstaande toevoegde: ‘als jij mijn man bent en ik jouw vrouw, dan trouw ik met de wraak en jij met de dood’. Tegelijkertijd zorgde haar aria voor enig comic relief door de wijze waarop ze haar tegenstanders te lijf ging met delen van een eigenhandig in stukken gescheurde kreeft.

Rodelinda - De Nationale Opera © Monika Rittershaus_2020_002

©  Monika Rittershaus/DNO

Tot mijn grote opluchting bleek Händel de rol van Grimoaldo te hebben geschreven voor tenor. Ook de slechterik Garibaldo is een echte man, een volwaardige rol voor bas met meerdere aria’s. Zodoende waren er slechts twee countertenoren in de cast, Bertarido en zijn helper Unulfo. De Zwitserse tenor Bernard Richter zette zowel in zijn spel als zang een goed verzorgde Grimoaldo neer. Van meet af aan weet hij door zijn gedrag twijfels te wekken of hij wel erg geschikt is voor een leven als tiran, en hij eindigt dan ook met een verzuchting dat hij maar liever een herder was geweest. Uiteraard is dat ook weer een lange aria.

De Italiaanse bas Luca Tittoto gaf fraai gestalte aan de gewetenloze Garibaldo, mooi gezongen en met verholen humor geacteerd. De Amerikaanse counter Lawrence Zazzo nam Unolfo voor zijn rekening en wist deze bijfiguur redelijk onder de aandacht te brengen.

De grote ster was natuurlijk Bejun Mehta als Bertarido. Zijn personage is een schwankend type waar je als toeschouwer maar weinig sympathie voor kan opbrengen. Dat maakt het voor zijn vertolker extra lastig maar Mehta wist die hindernis prima te overwinnen. Ik ben niet gek op dit stemtype maar als alle countertenoren zouden zingen als Bejun Mehta ligt er in de toekomst wellicht een herwaardering in het verschiet.

rodelinda-dena-s_2020_050

©  Monika Rittershaus/DNO

De rol van Rodelinda’s schoonzus Eduige werd uitstekend vertolkt door de Servische mezzo Katarina Bradić. Aanvankelijk klonk ze wat dunnetjes maar dat werd allengs beter. Acterend was ze zeer overtuigend, duidelijk de bitch van dienst.

Rodelinda Flavio

©  Monika Rittershaus/DNO

Daar kon Rodelinda niet gemakkelijk tegenop zoals in het ‘zwarte zwaan tegen witte zwaan duet’ duidelijk werd. Maar allengs wist de arme weduwe zich op te werken tot bovenliggende partij. De Britse sopraan Lucy Crowe bleek een uitstekende keuze voor de titelheldin. Bij aanvang meende ik een heel lichte rasp in haar stem te bespeuren, denk aan Hildegard Behrens maar dan veel minder, die echter spoedig verdween. Kennelijk een stem om eerst even mee vertrouwd te raken.

rodelinda-dena-s_2020_074

©  Monika Rittershaus/DNO

In dit werk beperkt het orkest zich hoofdzakelijk tot bijna onopvallend begeleiden, pas tegen het einde mogen de blazers zich eens even uitleven, en in die situatie is een pitband als Concerto Köln natuurlijk een uitgesproken luxe bezetting. De algehele muzikale leiding was in handen van Riccardo Minasi.

Al met al een goede voorstelling van een werk waar wel een uurtje in geknipt had mogen worden. Na afloop mocht ik die constatering zelfs van verklaarde Händel adepten vernemen. De lengte is voor mij als ervaren Wagneriaan geen probleem, wel het gemis aan variatie. Maar uiteraard is dat een persoonlijke voorkeur.

Trailer van de productie:

Insomnia van Yuiji Takahashi: balanceren tussen dromen en ontwaken

Kremer Insomnia

Gidon Kremer kun je denken wat je wilt, maar lef kan je hem niet ontzeggen. Met net zoveel vuur houdt hij een pleidooi voor het onbekende als voor het overbekende, al ligt het eerste hem het meest. Twintig jaar geleden kwamen er tegelijkertijd twee nieuwe opnamen van Kremer bij Universal op de markt. Op de ene romantisch-virtuoze vioolmuziek van Dvorak, Strauss en Kreisler, op de andere een avontuurlijke ontdekkingsreis door landen en stijlen.

Kremer romantisch


De vioolsonate van Strauss is niet echt alledaagse kost en ook de lieflijke vioolwerkjes van Dvorak behoren niet tot het dagelijks repertoire: welkom dus. Maar eerlijk is eerlijk, de tweede cd met o.a. Insomnia van Takahashi (tevens de titel van de disk) is verreweg interessanter

Yuji Takahashi (leerling van Xenakis) schreef het werk voor Kremer en Naoko Joshino, die hier de harp verruilde voor het Japanse equivalent, de kugo. Insomnia betekent slapeloosheid en de titel dekt de lading want de meeste werken op deze cd balanceren op een dunne draad tussen het niet kunnen slapen, dromen en het ontwaken. Fascinerend.

Insomnia behoort, samen met de Six Melodies van John Cage en Kaija Saariaho’s Nocturne tot de hoogtepunten van deze cd maar ook de rest, op één enkel stuk na, is buitengewoon interessant. Ik heb de cd net een paar keer teruggedraaid en nog steeds ben ik zeer onder de indruk


Romantic echoes
Richard Strauss, Antonin Dvorak, Kreisler
Gidon  Kremer viool, Oleg Maisenberg piano
DG 4534402

Insomnia
Michio Miyagi , Erik Satie, Jean Françaix, Arvo Pärt , Nino Rota, Alfred Schnittke, Kaija Saariaho, Toru Takemitsu, Yuji Takahashi, John Cage
Gidon Kremer viool, Naoko Joshino harp
Philips 4560162