Renata_Scotto

De strijd om Lucia di Lammermoor is nog niet gestreden

lucia-di-lammermoor-by-gaetano-donizetti-score-cover-first-edition-KFRB72


MARIA CALLAS, JOAN SUTTHERLAND, BEVERLY SILLS

Lucia di Lammermoor is altijd, misschien meer nog dan Norma, een strijdpunt geweest tussen de aanhangers van Maria Callas en Joan Sutherland. De prestaties van beide dames zijn inderdaad fantastisch en bovendien totaal verschillend. Welke van de twee moet u hebben? Niet makkelijk. Kwestie van smaak, zal ik zeggen?

 

https://static.lafeltrinelli.it/static/images-3/xxl/106/1413106.jpg

Joan Sutherland is ongekend virtuoos en haar coloraturen zo perfect dat het pijn doet. En toch blijf ik er onaangeroerd bij. Waarom? Wellicht omdat het te perfect is? Ik weet het niet. Het kan ook aan mij liggen.

 

Lucia Callas

Waar u ook voor kiest: u kunt echt niet zonder minstens één Callas. Probeer Naxos (8110131-32) met Giuseppe di Stefano en Titto Gobbi, onder Tulio Serafin, want al is Francesco Tagliavini (Warner Classics 2564634081) een veel mooiere Edgar, de rest van de cast (inclusief Callas zelf!) is hier veel sterker.


 

Lucia Sills

Zelf kies ik voor Beverly Sills (Westminster 4712502), zeker als we het over studio-opnames hebben. Haar portrettering verenigt het beste van beide diva’s: de virtuositeit, stemschoonheid en zuivere intonatie van la Stupenda en het grote acteren van la Divina. Niet echt een grote tragédienne (maar dat is Lucia ook niet), meer een passief kindmeisje dat het allemaal over zich heen laat komen. Ook de rest van de cast (Carlo Bergonzi, Piero Cappuccilli, Justino Diaz) is van zeer hoog niveau en Thomas Schippers dirigeert zeer ferm. Maar wat die opname werkelijk bijzonder maakt, is het gebruik van een glasharmonica in de waanzinscène, precies zoals Donizetti het oorspronkelijk had voorgeschreven.


RENATA SCOTTO

Lucia Scotto

Mijn geliefde Lucia, Renata Scotto, heeft de rol nooit in de studio opgenomen. Er zijn wel verschillende piratenopnames met haar in omloop, met als Edgardo onder andere Luciano Pavaratti, Alfredo Kraus, Carlo Bergonzi en Gianni Raimondi.

Van die vier is de opname met Raimondi me het dierbaarst, niet in de laatste plaats vanwege de zeer energieke en dramatisch evenwichtige directie van Claudio Abbado. Het werd opgenomen in La Scala in december 1967 en is ooit op Nuova Era (013.6320/21) verschenen. Helaas is die opname zeer moeilijk verkrijgbaar, maar wie zoekt….

Hieronder Gianni Raimondi en Giangiacomo Guelfi (Enrico) in Orrida è questa notte..

Scotto’s interpretatie van de gekwelde heldin is wel op dvd beschikbaar (VAI 4418). De productie is in 1967 in Tokio opgenomen. Het circuleerde jarenlang op piratenvideo, maar aangezien de geluids- en beeldkwaliteit bijzonder matig was, zijn er met de commerciële uitgave heel veel operaliefhebbers bijzonder blij gemaakt. Het geluid is een beetje scherp, waardoor Scotto’s hoge noten nog metaliger klinken dan normaal, maar: who cares?

Haar interpretatie is zowel zangtechnisch als scenisch van een ongekend hoog niveau. Met een kinderlijk verbaasde uitdrukking (mijn broer doet het mij aan?) op haar gezicht stemt ze in, al is het niet zonder morren, met het gedwongen huwelijk met Arturo (een in alle opzichten afgrijselijke Angelo Marchiandi).

Hieronder Scotto zingt ‘Il dolce suono’. Doe het haar na!

Na haar waanzinaria krijg je de neiging de stekker eruit te trekken, want alles wat erna gaat komen, kan niet anders dan als een koude douche werken. Maar daar vergis je je in. De twee aria’s van Edgardo, gezongen door Carlo Bergonzi, brengen je regelrecht de (zangers)hemel in.

Na afloop kan je niet anders dan huilen, want: waar zijn ze gebleven, de zangers van toen? Klein, lang, dik, mager, met of zonder het acteertalent… Geen van hen was een ballerina, maar zingen konden ze! En enkel door middel van hun stem konden ze alle gevoelens overbrengen waar je nu een heel ‘artistiek team’ voor nodig hebt. Ondanks de toen gebruikelijke coupures een absolute must.

Hieronder zingt Bergonzi ‘Fra poco a me ricovero’

PATRICIA CIOFI IN HET FRANS

Lucia Ciofi

In 1839 bewerkte Donizetti zijn opera voor Parijs en Lucia werd Lucie. Het is niet de alleen de taal die de beide versies onderscheidt, want Donizetti heeft zowel aan het libretto als aan de muziek behoorlijk gesleuteld. Zo werd Alisa (Lucia’s hofdame) uit de opera geknipt en is onze heldin als enige vrouw in een verder louter mannengezelschap gebleven, wat haar nog eenzamer en nog kwetsbaarder maakt.

Normanno heet nu Gilbert en zijn rol werd behoorlijk uitgebreid. Zijn valse spel en manipulaties maken van hem zowat een sleutelfiguur en hij groeit uit tot bijna Iago-achtige proporties. Ook Arturo is als Henri driedimensionaler geworden. En al mis ik ‘Regnava nel silenzio’ en scènes tussen Lucia en Raimondo, ik moet toegeven dat de Franse versie dramatisch veel beter in elkaar steekt.

In deze opname (ooit TDK, hopelijk nog te bestellen) is Patrizia Ciofi niet minder dan fenomenaal als een behoorlijk neurotische Lucie, Ludovic Tézier prachtig als een vileine Henri en Roberto Alagna helemaal in zijn element als Edgar. Het was (toen) één van zijn beste rollen.

Het regisseursduo Patrick Courier/Moshe Leiser stelt zelden teleur. Hun producties zijn altijd realistisch, ingebed in historische perspectief, maar met genoeg ‘knipoog’ naar het heden. Bovendien doen ze wat regisseurs voornamelijk horen te doen: zorgen voor een goede mise-en-scène en zangers in hun spel goed begeleiden om ze overtuigend te laten overkomen.

OVER DRIE LUCIA’S VAN DE LAATSTE TIJD

ANNA NETREBKO

Lucia Netrebko
Deutsche Grammophon bracht de Live in HD-uitzending van Lucia di Lammermoor die in 2009 door de Metropolitan Opera in New York werd uitgezonden uit op dvd en Blu-Ray (DG 0734545). Anna Netrebko zong de hoofdrol. Lucia vond ik nooit echt bij haar passen. Bovendien was ze in die tijd meer bezig zichzelf te etaleren dan dat ze zich om de zielenroerselen van de door haar gespeelde tragische heldin bekommerde.

Piotr Beczala, toen nog geen grote ster, was de lastminutevervanger voor de ziek geworden Rolando Villazón en het moet gezegd worden: samen met zijn landgenoot Mariusz Kwiecien (Enrico) stal hij de show. De regie van Mary Zimmermann is mooi om te zien, maar voegt eigenlijk niet veel toe. Voer voor de vele Netrebko-fans, maar voor de rest?

NATALIE DESSAY

Lucia Dessay

Het Mariinski Theater van Valery Gergiev heeft een Lucia di Lammermoor uit eigen huis op cd gezet (MARO 512). Natalie Dessay is een begenadigd artieste. Ze beschikt over een pracht van een stem met een ongekende hoogte, waarmee ze de moeilijkste coloraturen en fiorituren zingt alsof het niets is. Mooi is zij ook en ze kan waanzinnig goed acteren; het is altijd een plezier om haar in actie zien.

Maar niet al te grote stem kent echter ook zijn beperkingen. Scenisch weet ze die achter haar acteren te verbergen, maar zonder beeld wil er weleens iets misgaan. Dat hoor je ook op deze live-opname uit 2010. Haar coloraturen zijn perfect maar leeg; het heeft geen inhoud. Deze Lucia wordt gek zonder dat je weet waarom. Maar als ze eenmaal gek is, doet ze je duizelen.

Piotr Beczala is, zoals altijd, een fantastische Edgardo, maar ook alle andere zangers zijn prima. Allemaal beschikken ze over een individueel timbre, waardoor je in het zeer homogeen gezongen sextet ook afzonderlijke stemmen kan herkennen.

Valery Gergiev dirigeert energiek en zwiept het orkest op, wat soms resulteert in halsbrekende tempi. De ‘waanzinscène’ (met glasharmonica, bravo!) rekt hij juist uit


 

DIANA DAMRAU

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/71cVsKQYuIL._SX522_.jpg

Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.

Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.

De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.

De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.

De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.


Na al die jaren is mijn top drie nog steeds ongewijzigd:

1. Renata Scotto met Carlo Bergonzi, VAI 4418.

2. Beverly Sills met Bergonzi Westminster 4712502

3. Maria Callas. Ongeacht welke, eigenlijk

 

The final word on Turandot has not yet been spoken

https://c8.alamy.com/comp/C5WMNB/turandot-poster-for-the-1926-production-of-puccinis-opera-at-la-scala-C5WMNB.jpg

VIENNA 1983

Turandot Carreras

Harold Prince, with no less than 21 Tony Awards to his name, one of the biggest (if not the biggest) musical producers/directors, tackled ‘Turandot’ (Arthaus Musik 107319) in 1983, with very impressive results. He created a world of illusion ruled by fear, where the inhabitants, dressed in dazzling costumes, hide themselves (and their true feelings) behind masks. Beautiful and terrifying at the same time.

Eva Marton sings a phenomenal Turandot and Katia Ricciarelli is a fragile, pitiful Liù. Her “Signore ascolta” spun out with the most beautiful pianissimi is heartbreaking.

And José Carreras… He makes me cry too, because at the age of 37 he had one of the most beautiful (lyrical) voices in the world. But Calaf was not his role. He sings it beautifully, but one hears him crossing his own boundaries. And yet …. His hopeless macho behaviour, which goes against all odds, not only fits the concept of the director, it also illustrates Calaf’s character perfectly. At least for me.

The orchestra from Vienna is conducted by Lorin Maazel. Not my favourite conductor, but in this case, I have no reason to complain.

NEW YORK 1987

Turandot Domingo

There was a period when I thought I’d had enough of the larger than live productions by Franco Zefirelli. I only thought so, because now I yearn to see them again. All the more so because it was not just pomp and circumstance: Zefirelli was undeniably a very good personal director, with him the interaction between the characters was always perfectly timed as well.

Plácido Domingo is a different story. As many of you know (if not, you know it now) he is my absolute hero and idol, but he is so kind! And sweet! He sings the role better than Carreras (incidentally – neither gentlemen was a champion of high notes). His voice is bigger and stronger, but in terms of drawing a character Carreras wins.

Leona Mitchell (what happened to her?) is a very moving Liù. And her skin colour means you can feel for her as a slave (so not good enough for Calaf).

VALENCIA 2008

For lovers of fairy tales, stunningly beautiful and colourful costumes, overwhelming sets, and opera ‘as opera is supposed to be’: the production from Valencia, recorded in May 2008, will make your heart beat faster and even with your ears closed, you will enjoy it immensely.

The famous Chinese film director Chen Kaige (a.o. ‘Farewell to my Concubine’) pulls out all the stops and lets you gasp for breath from the very first moment. There is no lack of visual pleasure, which does not mean that it is musically not good.

Maria Guleghina is not the most subtle of contemporary sopranos. She always remains a bit unapproachable and cold, but she has a huge voice and her high notes are as solid as a rock: here we have the perfect interpreter of the title role. Marco Berti is the prototype of an ‘old-fashioned Italian tenor’: straightforward, little movement. However, his sound is also unmistakably ‘old-fashioned Italian’: grand, ringing, with a touch of Bergonzi in his timbre and a beautiful height.

Alexia Voulgaridou is a very moving Liù and the three ministers are extremely convincing.

The orchestra (Orquestra de la Comunitat Valenciana) under maestro Mehta does its best to sound as Chinese as possible, which they do wonderfully well (C Major BD 700404/DVD 700308).

ARENA DI VERONA 2010

Turandot Licitra dvd

I’m having a hard time with this. I watch and listen to Salvatore Licitra and cannot control my tears. He has never been my favourite tenor, but knowing  that you are watching and listening to what was probably his very last recording (in September 2011 he had a fatal accident on his native island, Sicily), makes judging, let alone ‘enjoying’ this very difficult.

Turandot Licitra

Salvatore Licitra courtesy of San Diego Opera

And what can I say about the production itself? It’s a good old Zefirelli, with all the frills, although he does change things a little here and there. But the atmosphere in Verona is to be jealous of, so beautiful.

The moon is lit and you imagine yourself in the middle of a fairy tale. The images are undeniably beautiful and it remains a fascinating spectacle, especially if you are sensitive to it.

And the execution? Maria Guleghina was the reigning Turandot at the time and she is doing very well, but she has also grown older and a certain routine has crept into her voice and her portrayal. I also hear a frayed edge in her heights.

Luiz-Ottavio Faria is a very moving Timur and Tamar Iveri a beautiful, if not really memorable Liu. Difficult (BelAir BAC066).

ROYAL OPERA HOUSE LONDON 2013

turandot Serban

Do you hate Calaf as much as I do? He has to be one of the most unsympathetic opera heroes: selfish, egocentric and keen on money and power, capable only of loving himself. Once started he can’t be stopped by anything or anyone: neither by the supplications of Liu and his father, nor by the wise words of Ping, Pang and Pong. The world to which he wants to belong is one of glitter and false appearances, where only the outside counts.

Or do you really think he is in love with Turandot?

Sometimes I suspect Puccini deliberately didn’t finish his opera. How do you create a happy ending to a fairy tale that is a series of tortures, murders and suicides?

Maybe I’m not the only one. Director Andrei Serban stops the opera for one long minute after Liu’s death, in which all actions freeze. I am very grateful to him for this, because Timur’s cry for help (“wake up Liu, it’s morning already”) resonates so strongly in your head.

The thirty-five year old production – which, after travelling half the world, returned to Covent Garden in 2013 – has lost none of its beauty and still fascinates from start to finish. The performance, with its beautiful choreography, is a feast for the eyes: dazzling and colourful, with a very dominant colour red.

Marco Berti is a fine although somewhat stately Calaf and Lise Lindstrom sings an absolutely convincing Turandot. Something I unfortunately can not say of Eri Nakamura (Liu).

The young Henrik Nánási has a long way to go before he can call himself a ‘Puccini conductor’. He still lacks a dose of healthy sentiment. But he is capable.

This is not the best performance of Turandot, but perhaps, at least to me, it is one of the most beautiful to watch.

Below is a trailer of the production:

AND ON CD

Turandot Cigna

For years the recording with Birgit Nilsson, led by Francesco Molinari-Pradelli (once EMI 7693272) was my absolute favorite. It couldn’t and can’t be better, basta. Until a while ago I re-listened an old CD with Gina Cigna (Naxos 8.110193-94) I had not heard in ages and now I am not so certain any longer.


Both Nilsson and Cigna have great voices with which they can easily handle the role, but Cigna has much more ‘italianitá’. On the other hand there is the icy chill in Nilsson’s timbre, which makes her a personification of the ice princess.

Franco Corelli and Francesco Merli are equally matched: macho and powerful. But Merli sounds a little more distant than the warmer and very seductive Corelli.

Turandot Scotto
Renata Scotto is a very fragile and moving Liu, but so is the young Magda Olivero. Difficult. The choice is yours. Although: who says you should choose?


ALFANO

Turandot Alfano en Puccini

Franco Alfano with Puccini

Finally, a few words about the ‘Alfano ending’. Twenty-five years ago (does time go so fast!?) it was performed at the Vlaamse Opera in Antwerp and since then I’ve become a real fan of it. It’s such a shame that it was never officially recorded!

The CD on which Josephine Barstow sings the original Alfano ending with Lando Bartolini (Decca 4302032) has unfortunately been out of print for years. It really deserves to be re-issued.

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Het laatste woord over Turandot is nog niet gezegd

Rosa Raisa: from the Bialystok ghetto to La Scala in Milan

Het laatste woord over Turandot is nog niet gezegd

https://c8.alamy.com/comp/C5WMNB/turandot-poster-for-the-1926-production-of-puccinis-opera-at-la-scala-C5WMNB.jpg

WENEN 1983

Turandot Carreras

Harold Prince, met maar liefst 21 Tony Awards op zijn naam één van de grootste (zo niet de grootste) producers/regisseurs van musicals, nam in 1983 ‘Turandot’ (Arthaus Musik 107319) onder handen, met een zeer indrukwekkend resultaat. Hij creëerde een door angst geregeerde schijnwereld, waar de in spetterende kostuums gestoken bewoners zich (en hun ware gevoelens) achter de maskers verschuilen. Schitterend en angstaanjagend tegelijk.

Eva Marton zingt een fenomenale Turandot en Katia Ricciarelli is een broze, meelijwekkende Liù. haar met de mooiste pianissimi uitgesponnen “Signore ascolta” is hartbrekend.

En José Carreras… Ook om hem moet ik huilen, want toen, op zijn 37e, beschikte hij over één van de mooiste (lyrische) stemmen ter wereld. Maar Calaf was zijn rol niet. Hij zingt hem werkelijk prachtig, maar men hoort hem zijn eigen grenzen overschrijden. En toch …. Zijn hopeloze machogedrag, dat tegen elk beter weten ingaat, klopt niet alleen met het regieconcept, het illustreert ook het best Calafs karakter. Althans voor mij

Het orkest uit Wenen staat onder leiding van Lorin Maazel. Niet mijn geliefde dirigent, maar hier heb ik geen reden om te klagen

NEW YORK 1987

Turandot Domingo

Er was een periode dat ik dacht, dat ik het helemaal heb gehad met de larger than live producties van Franco Zefirelli. Dacht ik, want nu kan ik er alleen maar smachtend naar terugverlangen. Des te meer dat het niet alleen maar pracht en praal was: Zefirelli was ontegenzegelijk een zeer goede personenregisseur de interactie was bij hem ook altijd perfect getimed.

Plácido Domingo is een verhaal apart. Zoals velen van u weten (zo niet, dan weet u het nu) is hij mijn absolute hero en idool, maar hij is zo vriendelijk! En lief! Hij zingt de rol beter dan Carreras (overigens – geen van beide heren was een kampioen van de hoge noten). Zijn stem is groter en sterker, maar qua karaktertekening wint Carreras het van hem.

Leona Mitchell (wat is er toch met haar gebeurd?) is een zeer ontroerende Liù. En haar huidskleur maakt dat je haar inderdaad als de slavin (dus niet goed genoeg voor Calaf) kan meebeleven.

VALENCIA 2008

Voor de liefhebbers van sprookjes, bedwelmend mooie en kleurrijke kostuums, overweldigende decors, en van opera ‘zoals opera hoort te zijn’: van de in mei 2008 opgenomen productie uit Valencia gaat je hart sneller kloppen en zelfs met je oren dicht ga je immens genieten.

De beroemde Chinese filmregisseur Chen Kaige (o.a. ‘Farewell to my Concubine’) trekt alle registers open en laat je, al vanaf het allereerste moment, naar adem happen. Aan visuele weldaad geen gebrek aldus, wat niet betekent dat het muzikaal niet goed is.

Maria Guleghina is niet de subtielste van de hedendaagse sopranen. Ze blijft altijd een beetje ongenaakbaar en onderkoeld, maar ze heeft een dijk van een stem en haar hoge noten staan als een huis: ziehier de perfecte vertolkster van de titelrol.

Marco Berti is het prototype van een ‘ouderwets Italiaanse tenor’: rechttoe rechtaan, weinig beweging. Zijn geluid is echter ook onmiskenbaar ‘ouderwets Italiaans’: groots, rinkelend, met een vleugje Bergonzi in zijn timbre en een prachtige hoogte.

Alexia Voulgaridou is een zeer ontroerende Liù en de drie ministers zijn buitengewoon overtuigend.

Het orkest (Orquestra de la Comunitat Valenciana) onder maestro Mehta doet zijn best om zo Chinees mogelijk te klinken, wat ze wonderwel lukt (C Major BD 700404/DVD 700308).

ARENA DI VERONA 2010

Turandot Licitra dvd

Hier heb ik het moeilijk mee. Ik kijk en luister naar Salvatore Licitra en kan mijn tranen niet bedwingen. Hij is nooit mijn geliefde tenor geweest, maar, met de wetenschap dat je kijkt en luistert naar wat waarschijnlijk zijn allerlaatste opname is geweest (in september 2011 kreeg hij een dodelijk ongeluk op zijn geboorte eiland, Sicilië), maakt het beoordelen, laat staan ‘genieten’ zeer lastig.

Turandot Licitra

Salvatore Licitra courtesy of San Diego Opera

En wat moet ik over de productie zelf vertellen? Het is een goede oude Zefirelli, met alles erop en eraan, al verandert hij her en der wat. Maar de sfeer in Verona is om jaloers op te zijn, zo mooi.

De maan is verlicht en je waant je midden in een sprookje. De beelden zijn ontegenzeggelijk prachtig en het blijft een fascinerend spektakel, zeker als je daar gevoelig voor bent.

En de uitvoering? Maria Guleghina was toen de allerheersende Turandot en zij doet het zonder meer goed, maar ook zij is een dagje ouder geworden en er is een soort routine in haar stem en voordracht geslopen. Ik hoor ook een rafelig randje in haar hoogte.

Luiz-Ottavio Faria is een zeer ontroerende Timur en Tamar Iveri een mooie, maar niet een echt memorabele Liu. Moeilijk (BelAir BAC066).

ROYAL OPERA HOUSE LONDON 2013

turandot Serban

Heeft u ook zo’n hekel aan Calaf? Voor mij behoort hij tot de meest onsympathieke operahelden: egoïstisch, egocentrisch en belust op geld en macht, in staat om alleen maar van zichzelf te houden. Eenmaal op drift kan hij door niets en niemand worden tegengehouden: noch door de smeekbeden van Liu en zijn vader, noch door de wijze woorden van Ping, Pang en Pong. De wereld waartoe hij wil behoren is er een van glitter en valse schijn, waar alleen maar de buitenkant telt.

Of denkt u werkelijk dat hij verliefd is op Turandot?

Soms verdenk ik Puccini ervan dat hij met opzet zijn opera niet had afgemaakt, want: hoe brouw je een happy end aan een sprookje dat een aaneenschakeling is van martelingen, moorden en zelfmoorden?

Wellicht ben ik de enige niet. Regisseur Andrei Serban laat de opera na de dood van Liu één lange minuut stoppen, waarin alle handelingen bevriezen. Daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor, want de hartenkreet van Timur (“word wakker Liu, het is al ochtend”) echoot zo na in je hoofd.

De vijfendertig jaar oude productie – die, na de halve wereld te zijn afgereisd, in 2013 weer eens terugkeerde naar Covent Garden – heeft niets aan pracht verloren en boeit nog steeds van het begin tot het eind. De voorstelling is met zijn prachtige choreografie een lust voor het oog: wervelend en kleurrijk, met een zeer dominante kleur rood.

Marco Berti is een prima hoewel wat statige Calaf en Lise Lindstrom zingt een zonder meer overtuigende Turandot. Iets wat ik helaas niet kan zeggen van Eri Nakamura (Liu).

De jonge Henrik Nánási heeft zo te horen nog een lange weg te gaan voordat hij zich een ‘Puccini-dirigent’ mag noemen. Nu ontbreekt het hem (nog?) aan een dosis gezond sentiment. Maar kundig is hij wel.

Dit is niet de beste uitvoering van Turandot die er is, maar wellicht, voor mij althans, wel één van de mooiste om te zien.

Hieronder trailer van de productie:

EN OP CD

Turandot Cigna

Jarenlang was de opname met Birgit Nilsson, onder leiding van Francesco Molinari-Pradelli (ooit EMI 7693272) mijn absolute favoriet. Beter kon en kan niet, basta. Tot ik een poos geleden een heel erg lang niet meer beluisterde cd met Gina Cigna uit de kast trok (Naxos 8.110193-94) en nu weet ik het niet meer.


Zowel Nilsson als Cigna hebben een dijk van een stem waarmee ze makkelijk de rol aankunnen, maar Cigna beschikt over veel meer ‘italianitá’. Daartegenover staat de ijzige kilte in Nilssons timbre, waardoor ze een personificatie van de ijsprinses lijkt te zijn.

Franco Corelli en Francesco Merli zijn aan elkaar gewaagd: macho en krachtig. Maar Merli klinkt iets afstandelijker dan de warmere en zeer verleidelijke Corelli.

Turandot Scotto

Renata Scotto is een zeer broze en ontroerende Liu, maar dat is de jonge Magda Olivero ook. Moeilijk. Aan u de keuze. Hoewel: wie zegt dat u moet kiezen?


FRANCO ALFANO

Turandot Alfano en Puccini

Franco Alfano met Puccini

Tot slot nog een paar woorden over het ‘Alfano einde’. Een jaar of vijfentwintig geleden (gaat de tijd zo snel!?) werd het in de Vlaamse Opera in Antwerpen opgevoerd en sindsdien ben ik er een echte fan van geworden. Het is zo ontzettend jammer dat het nooit officieel is opgenomen!

Turandot Barstow

Ook de cd met Josephine Barstow, waarop zij met Lando Bartolini de originele Alfano-finale heeft opgenomen (Decca 4302032) is al jaren uit de handel. Het wordt tijd dat het hersteld gaat worden!

Turan Dokht toch, of toch Turandot?

Rosa Raisa: van het getto in Bialystok naar La Scala in Milaan

Madama Butterfly: drie (cd) opnamen waar ik niet zonder kan

Butterfly

Female Attendant Helps Madama Butterfly to Dress Giclee Print by C.d. Weldon | Art.com

Het leven van een operaliefhebber is incompleet zonder minstens één Madama Butterfly op de plank – tenzij u natuurlijk een Puccini-hater bent (ze bestaan echt!), maar in dit geval leest u het toch niet….

RENATA SCOTTO

Butterfly Scotto

Voor mij een absolute ‘numero uno’ is de in 1966 bij EMI (tegenwoordig Warner 0190295735913) verschenen opname onder Sir John Barbirolli. Renata Scotto bewonder ik niet alleen vanwege haar prachtige stem, maar ook (en misschien voornamelijk) vanwege haar totale identificatie met iedere rol die ze ooit gezongen heeft.

Begonnen als een lyrische coloratuursopraan, schitterde ze voornamelijk in opera’s van Bellini en Donizetti, om in de jaren zestig langzamerhand ook zwaardere rollen op haar repertoire te zetten. Madama Butterfly was er één van, en daarmee zette ze een standaard die nog steeds niet is geëvenaard.

Hieronder: privé opname van het liefdesduet met Renata Scotto en Giacomo Giacomini

Je kan je een lyrischer of juist een meer dramatische Cio Cio San indenken; eentje met minder metaal in haar stem of eentje met kinderlijker stem. Maar geen andere zangeres wist zo het complexe wezen van het meisje te doorgronden en haar verandering van een naïef kind in een volwassen, door immens verdriet gebroken vrouw zo te karakteriseren.

Hieronder: Scotto zing ‘Con onor muero’ in Arena di Verona in 1987

Vijftien is Cio Cio San als de opera begint en nog maar achttien bij haar tragische einde, maar in die drie jaar heeft zij een ontwikkeling doorgemaakt, waar een gewoon iemand een heel leven voor nodig heeft. En dat alles hoor ik in Scotto’s interpretatie.

Carlo Bergonzi is een prachtig gezongen, een ietwat afstandelijke Pinkerton en Rolando Panerai een zeer warme Sharpless.


CLARA PETRELLA

Butterfly Petralla

Op nummer twee op mijn lijstje staat een Italiaanse Rai-opname uit 1953 (Urania URN22.311) met in de hoofdrol Clara Petrella. Deze verschrikkelijk ondergewaardeerde sopraan is een zeer dramatische Butterfly, met een intensiteit die je bij het beluisteren gewoon pijn doet.

Feruccio Tagliavini roept met zijn zoete, lyrische stem een sfeer van liederen van Tosti op: dit is een Pinkerton om verliefd op te worden.


VICTORIA DE LOS ANGELES

Butterfly de los Angels

Op nummer drie ook een oudje: een in 1954 door EMI opgenomen en inmiddels op Regis (RRC 2070) heruitgebrachte opname met Victoria de los Angeles en Giuseppe di Stefano. De los Angeles is een Butterfly met een kinderlijke warmte, broos, breekbaar. Haar te kwetsen voelt alsof je de Madonna zelf gekwetst hebt. Daar past Giuseppe di Stefano met zijn zeer macho tenor wonderwel bij.


Violeta Urmana als La Gioconda

Gioconda Domingo UrmanaEen vrouw verscheurd tussen de liefde voor haar moeder en haar minnaar: het is geen alledaags thema voor een opera. Dat zij uiteindelijk voor haar moeder kiest wordt haar fataal, maar heeft ons met ‘Suicidio!’, één van de mooiste aria’s uit de operageschiedenis verrijkt. Ondertussen krijgen we passie, bedrog, moord en zelfmoord, voor elk wat wils. Melodrama? Me dunkt, van het beste kaliber!

Hieronder: Violetta Urmana zingt ‘Suicidio’

Violetta Urmana zet een uitstekende straatzangeres neer, betrokken en doorleefd, al is zij minder dramatisch dan haar illustere voorgangsters: Callas, Cerquetti, Milanov, Tebaldi of Scotto…
Om maar een paar te noemen.

Hieronder: ‘Suicidio’ gezongen door Renata Scotto

Luciana D’Intino is een mooie, lyrische Laura en Lado Ataneli een goede Barnaba, al mist hij de vileine trekjes (kwestie van goed acteren?) van een Milnes of Mittelmann.

Dat Plácido Domingo de rol van Enzo altijd al wilde opnemen is evident. Hij zong hem voor het eerst in 1970 in Madrid, met Angeles Gulin als Gioconda, en vertolkte hem later ook in Berlijn, London, New York en Wenen.

Hieronder: Plácido Domingo zingt ‘Cielo e mar’ in Madrid 1970:

En nu dus – voor het eerst! – ook op de cd en  het resultaat is werkelijk verbluffend. Zijn vocale kracht is niet verminderd en zijn warme tenor, wonderlijk genoeg minder baritonal van timbre klinkt nog steeds als een klok.


Amilcare Ponchielli
La Gioconda
Violeta Urmana, Placido Domingo, Luciana D’Intino, Elisabetta Fiorillo, Lado Ataneli, Roberto Scandiuzzi
Chor des Bayerischen Rundfunk, Münchner Rundfunkorchester olv Marcello Viotti
Warner Classics 7359652

LA GIOCONDA uit Salerno 2012

 

Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

otello domingootello

Voor mij is er geen twijfel mogelijk: Plácido Domingo is de grootste vertolker van Otello, zeker in de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw.

Niet alleen als zanger, maar ook als acteur weet Domingo zich fantastisch aan zijn partners aan te passen, waardoor zijn interpretatie altijd boeiend en nooit hetzelfde is.

Sir Laurence Olivier, één van de allergrootste Britse acteurs, heeft ooit gezegd: ‘Domingo plays Othello as well as I do, and he has that voice!’

Domingo’s fascinatie met Otello is al vroeg begonnen. In 1960 maakte hij zijn debuut in de opera, maar dan als Cassio. In 1962 – het was tevens de laatste keer dat hij de rol zong – stond hij tegenover de Otello van Mario del Monaco. In zijn memoires schrijft hij dat hij toen al wist dat Otello zijn ‘droomrol’ ging worden.

 

otello-placido-domingo-katia_1_8e94452a005bdde991cf21943c48cdb0

Zijn allereerste ‘Moor uit Venetië’ zong hij in Hamburg, op 28 september 1975. Hijzelf noemt het één van de belangrijkste data in zijn carrière. Desdemona werd toen gezongen door de piepjonge Katia Ricciarelli en het werd gedirigeerd door James Levine. De complete opera is tegenwoordig op You Tube beschikbaar:

Een jaar later kwam de opera in de Milanese Scala. Het was de eerste samenwerking tussen Domingo en Carlos Kleiber (buiten de studio). Mirella Freni zong Desdemona en Piero Cappuccilli Jago. Het werd live op de Italiaanse tv uitgezonden en inmiddels staat ook op You Tube

Er bestaat ook een geluidsopname van. Het is inmiddels op verschillende piratenlabels uitgebracht en is ook op Spotify te vinden. Het is eigenlijk verplichte kost, en dat ondanks de povere geluidskwaliteit en het ontbreken van een paar maten uit de derde akte (er was iets in het publiek voorgevallen).


otello domingo en price
Een andere fantastische live-Otello komt uit Londen, opgenomen op 19 februari 1978. Carlos Kleiber was weer van de partij, maar Desdemona werd nu gezongen door Margaret Price en Silvano Carroli was Jago. Zeer spannend.

 

otello rca
Van al zijn studio-opnamen van Otello is die – ooit RCA, tegenwoordig Sony – uit 1978 mij het meest dierbaar. Desdemona werd gezongen door Renata Scotto en zij gaf de rol een extra dimensie. Zij was niet alleen maar onschuldig, maar ook hoorbaar boos, verdrietig en bang. Sherrill Milnes was een duivelse Jago en het geheel stond onder leiding van James Levine.


 

otello kiri

Opus Arte (OA R3102) heeft een ouderwets mooie voorstelling uit Covent Garden uitgebracht (regie: Elijah Moshinsky). Het werd in oktober 1992 opgenomen. Met haar mooie, lyrische sopraan is Kiri Te Kanawa een droom van een Desdemona. Haar passiviteit past goed bij de rol, zeker in het concept van de regisseur. Sergei Leiferkus (Jago) is niet echt idiomatisch, maar hij zingt en acteert goed en het orkest onder de ferme leiding van Georg Solti speelt de sterren van de hemel.

 

otello fleming

Dezelfde productie werd in 1996 in de Metropolitan Opera in New York uitgevoerd en door Deutsche Grammophon opgenomen (0730929). Het was een mijlpaal in de operageschiedenis, want met Desdemona maakte Renée Fleming haar ongeëvenaarde debuut in die rol.

Ze deed mijn hart sneller kloppen van smart en ontroering. Haar ‘Wilgenlied’ met de sterk geaccentueerde herhalingen van ‘cantiamo’, haar engelachtige ‘Ave Maria’, haar o zo menselijk gespeelde wanhoop, ongeloof en verdriet – dat kon niemand onberoerd laten.

De lyrische tenor Richard Croft was ook visueel goed gecast als Cassio, en het geheel stond onder de zinderende leiding van maestro Levine

Hieronder een fragment:

 

ALEKSANDRS ANTONENKO (CSO-resound CSOR 901 1301)

otello antonenkoNu moet u mij eerlijk vertellen: hoeveel goede Otello’s kent u, zeker als u zich tot de laatste 40 jaar beperkt (na Vickers en zeker Domingo, die zich de rol eigen heeft gemaakt)?

Het is niet dat er geen pogingen werden ondernomen. De meest geslaagde vond ik nog die van José Cura, maar ook zijn invulling van de rol vond ik niet meer dan goed. De rol vereist namelijk een kanon van een stem, een enorm uithoudingsvermogen, een solide laagte en een buitengewoon ontwikkeld middenregister. En dan heb ik het niet eens over de terecht beruchte ‘Esultate’, met de op volle sterkte gezongen hoge noten, die je paraat moet hebben zonder enige opwarming vooraf. En je moet kunnen acteren, echt goed acteren, al is het alleen maar met je stem.

Aleksandrs Antonenko had dat allemaal. Toen de in 2011 in Chicago opgenomen cd werd uitgebracht     was ik oprecht heel erg blij en vond hem de eerste na Domingo die de rol geloofwaardig neerzette. Zijn krachtige tenor is (Of moet ik zeggen ‘was’?) gezegend met een zeer aangenaam vleugje metaal, zonder dat er aan warmte wordt ingeboet. In alle registers, die ook nog eens soepel overlopen, klinkt hij zuiver en nergens forceert hij. Daarbij verliest hij de humane kant van zijn held niet uit het oog: de opkomst en de ondergang van de ‘Leeuw uit Cyprus’ weet hij zeer overtuigend over te brengen.

Hieronder Antonenko in ‘Dio mi potevi’, opgenomen in Salzburg 2008.

Krassimira Stoyanova is, naar mijn mening, de beste Desdemona van vandaag. Haar interpretatie stijgt boven het gemiddelde uit. Ze is meer dan een onschuldig meisje, ze is een liefhebbende vrouw, die ook begaan is met het lot van anderen en die niet tegen onrecht kan. Haar verdriet om een ander in ‘Salce’ gaat perfect over in het verdriet om haar eigen lot in ‘Ave Maria’. Angstig? Ja, maar nergens berustend. Daar ben ik stil van geworden.

Een beetje moeite heb ik met Carlo Guelfi. Voor mij klinkt hij niet gemeen genoeg, wellicht omdat zijn Jago niet slim genoeg is? Hij is een schurk, maar dan één van een laag allooi. Meer een doener dan een denker. Een gewone schurk, geen ‘brein erachter’. Het ligt een beetje aan zijn stem. Zijn op zich prachtige bariton mist verleidelijke noten – een eigenschap die een Milnes of Diaz juist zo afstotend en gevaarlijk maakte.

Juan Francisco Gatell is een goede Cassio met een (voor mij) iets te feminine klank – iets meer machismo zou de rol wat meer sieren. Wellicht had Michael Spyres (Roderigo) die rol moeten zingen?

Het orkest onder de voortreffelijke leiding van Riccardo Muti speelt alsof hun leven ervan afhangt en de spanning is werkelijk om te snijden.


 

SIMON O’NEILL (LSO Live LS 00700 (2SACD)

otello davisOp papier zag het er niet echt idiomatisch uit. Een Nieuw-Zeelandse tenor als Otello, een Duitse sopraan als Desdemona, een Canadese bariton als Iago en een Engels orkest onder leiding van een Engelse dirigent. Mijn verwachtingen waren dan ook niet hooggespannen toen ik de, in december 2009 in het Londense Barbican live opgenomen Otello ging beluisteren.

Deels kwamen mijn verwachtingen uit. Simon O’Neill (Otello) heeft een iel, dun geluid. Nergens klinkt hij als een veldheer en in zijn liefdesduetten klinkt hij eerder monotoon dan lyrisch. Maar hij was een ‘last minute’-vervanger voor Torsten Kerl en dan wil je veel door de vingers zien.

Anne Schwanewilms (Desdemona) is voor mij een regelrechte misbezetting. O ja, zij heeft een prachtige, romige sopraan, maar ik mis de onschuld, de angst, de liefde, de oprechtheid. Zij intoneert niet helemaal zuiver en heeft bovendien een nare gewoonte om de tonen naar boven te trekken.

Maar Gerald Finley maakt als Iago erg veel goed. Wat een verrassing! Zijn bariton klinkt echt Verdiaans en hij kleurt en speelt met zijn stem dat het een lieve lust is. Alleen al voor hem zou ik de opname niet meer willen missen.

Het London Symphony Orchestra zet Verdi’s partituur onder leiding van Sir Colin Davis ferm neer. Wat een tempo voor 82-jarige dirigent!


Twee maal LUISA MILLER op dvd

 

Luisa Miller Verdi

RENATA SCOTTO

Luisa Miller Scotto

In 1979 zong Renata Scotto bij de Metropolitan Opera haar eerste Luisa Miller en ze deed dat met de voor haar gebruikelijke toewijding. Maar voordat ze aan haar eerste grote aria kon beginnen, zorgde een ‘grapjas’ voor een schandaal door keihard ‘brava Maria Callas’ te roepen.

Sherrill Milnes, hier in de gedaante van Luisa’s vader, nam de door emoties bevangen Scotto in zijn armen en redde zo haar concentratie. En de voorstelling

Dat alles was live op tv uitgezonden en zo kwam het op de in omloop zijnde piratenvideo’s terecht. De mijne koesterde ik al jaren, want van die prachtige opera zijn er bitter weinig beeldopnamen. Bovendien ben ik een echte Scotto (en Domingo, en Milnes) fan.

Inmiddels is de voorstelling door Deutsche Grammophon op dvd uitgebracht, met de nodige cuts, waaronder dat beroemde incident. Jammer, maar het gaat tenslotte niet om de incidenten maar om de opera en de uitvoering. En daar is dus helemaal niets mis mee. Integendeel.

De enscenering van Nathaniel Merrill is behoorlijk oubollig en Domingo ziet er niet uit met zijn geblondeerde haren, maar dat ga je gauw vergeten want er wordt op een absoluut topniveau gezongen en geacteerd en maestro James Levine dirigeert meesterlijk (DG 0734027).

In het filmpje hieronder bespreken de hoofdrolspelers (Scotto, Domingo, Milnes en Levine) de opera van Verdi en de productie van 1979.

 

 

DARINA TAKOVA

Luisa Miller Naxos

Voor zijn productie van Luisa Miller (oorspronkelijk uitgevoerd bij de Nationale Reisopera in 2004, voor deze dvd opgenomen in Venetië in 2006) liet regisseur Arnaud Bernard zich inspireren door Novocento van Bertolucci. Maar de invloed van de Italiaanse neorealisten is ook onmiskenbaar aanwezig.

Bernard situeert de actie op het Italiaanse platteland in de jaren twintig van de vorige eeuw, waardoor niet alleen de klassentegenstellingen, maar ook het opkomende fascisme ruimschoots aan bod komt. Het bühnebeeld is abstract en op een paar realistische rekwisieten en metershoge foto’s van vrouwen na is het toneel vrijwel kaal.

Luisa Miller was de derde van de vier opera’s die Verdi op een toneelstuk van Schiller baseerde. Zoals al zijn opera’s uit zijn ‘middenperiode’ zit het werk barstensvol wonderschone aria’s en ensembles en het bezit wellicht de mooiste ouverture ooit geschreven – een uitdaging voor de dirigenten.

Mauricio Bennini is goed op dreef met het orkest van het Teatro La Fenice, al vind ik zijn tempi soms wat aan de langzame kant.

De – overwegend jonge – cast is prima, alleen Ursula Ferri vind ik een irritante Frederica. Haar stem is vlak en wapperend en van acteren heeft ze geen kaas gegeten.

Giuseppe Sabbatini (Rodolfo) beschikt over een ouderwets mooie, slanke tenor met goede topnoten en Darina Takova is een ontroerende, zeer tot de verbeelding sprekende Luisa  (Naxos 2110225-26).