Waltraud_Meier

Heimwee naar Waltraud Meier. Deel drie: Tannhäuser

Tekst: Peter Franken

Alweer een zomer zonder ‘Bayreuth‘ is voor mij aanleiding geweest wat oude opnames af te spelen. Na de Parsifal uit de Metropolitan Opera en de Tristan und Isolde uit de Bayerische Staatsoper is nu de beurt aan David Aldens spraakmakende Tannhäuser die in 1994 tijdens het jaarlijkse operafestival in München in première ging.

Aldens benadering is geheel conform het libretto maar daar lijkt het bij een eerste kennismaking niet echt op. De beeldtaal die wordt gebruikt doet sterk denken aan ‘De tuin der lusten’ van Jeroen Bosch en op zich past dat natuurlijk goed bij de middeleeuwse setting van het verhaal. Gevolg is dat er twee werelden door elkaar lopen, een wat eigentijdse doorspekt met een beelden die spreken van ongecontroleerde emoties, hel en verdoemenis. Met name uit het bacchanaal spreekt een fascinerende lome geilheid.

Voor mij is het al direct raak: Venus komt op om de vertrekkende Heinrich Tannhäuser tot de orde te roepen. Er ontspint zich een fantastische dialoog tussen die twee, de wat sjofel ogende René Kollo met een koffertje en gehuld in een potloodventersjas, en de overweldigend mooie Waltraud Meier, in oogstrelend kostuum. Het gaat vooral om haar natuurlijk, zij zet alle zeilen bij om haar minnaar bij zich te houden. Meier acteert geweldig en zingt zo mogelijk nog beter. Het is het hoogtepunt van de voorstelling en ik vraag me af of dit nu niet eens een mooie gelegenheid was geweest om Venus en Elisabeth door dezelfde zangeres te laten vertolken. In elk geval had ik dan langer van Frau Meier kunnen genieten.

Dit alles Nadine Secunde niet te na gesproken die een voorbeeldige Elisabeth neerzet. Haar ‘dodelijk gewond zijn’ door wat haar Heinrich heeft gezongen is in deze productie zonder meer geloofwaardig. Daaruit blijkt hoe nauwgezet Alden hier Wagner volgt. De zangwedstrijd brengt een uitblinkende Bernd Weikl als Wolfram en een charmante bijdrage van de Zweedse tenor Claes Ahnsjö als de schwärmerische Walther. Als hij begint te zingen ’Den Bronnen den uns Wolfram nannte, ihn schaut auch meines Geistes Licht, doch der in Durst für ihn entbrannte, du, Heinrich, kennst ihn wahrlich nicht‘ kijkt Kollo geamuseerd en maakt een spottend handgebaar. Jan-Hendrik Rootering is een nogal barse Landgraf, met name als hij Tannhäuser diens verbanning aanzegt.

Het decor van de tweede akte toont op de achterwand in grote letters de tekst ‘Germania Nostra’. Maar hier en daar zie je scheuren en barsten in de feestzaal en om duidelijk te maken dat er een zeker verval is ingetreden staat een grote zuil nadrukkelijk scheef, zonder enige functie. Het symboliseert de culturele neergang die is ingezet door Tannhäusers vertrek van het hof. En als hij in de derde akte ten tweede male terugkeert is het nog erger geworden, een paar letters van die tekst zijn van de muur afgevallen en overal zitten gaten en scheuren. De spelers komen ‘binnen’ door een grote opening in de muur.

Aan de kostumering is veel aandacht besteed. Ook hier weer de nodige middeleeuwse elementen maar bij de vrouwen haute couture. De zangers hebben elk een specifiek kenmerk, als een fashion statement. Een muts van berenvel, een zonnebril, een bosje witte bloemen (Walther) of een stapeltje papieren met teksten (Heinrich). Eigenlijk kom je ogen tekort om alles in één keer in je op te nemen.

Kollo houdt zich redelijk staande maar is hier al duidelijk over zijn hoogtepunt heen getuige zijn flinke vibrato. De eer voor de beste zanger moet hij aan Weikl laten. Elisabeth en Venus zijn beiden in topvorm maar het was toch vooral Waltraud Meier die me ertoe bracht deze dvd nog eens te bekijken.

Heimwee naar Waltraud Meier en Kurt Moll: Tristan und Isolde

Tekst: Peter Franken

Alweer een zomer zonder ‘Bayreuth‘ is voor mij aanleiding geweest wat oude opnames af te spelen. Na de Parsifal uit de Metropolitan Opera, de productie van Otto Schenk, is nu de beurt aan Tristan und Isolde.

Ik bekeek een dvd met een opname uit 1998 van de productie die Peter Konwitschny in 1996 maakte voor de Bayerische Staatsoper in München. Het oogt verrassend klassiek allemaal, vooral ook door de decors en kostuums van Johannes Leiacker. Verder is er geen sprake van een ‘concept’ al plaatst Kontwitschny wel de nodige opmerkelijke accenten.

Hieronder Waltraud Meier als Isolde en Marjana Lipovsek als Brangäne:

Bij aanvang zien we Isolde en Brangäne op het dek van een groot jacht, Isolde leunt over de reling en Brangäne ligt in een van de twee getoonde ‘deckchairs’. De zeeman die het liedje zingt over het Ierse meisje doet dat terwijl hij beide dames een cocktail komt serveren.

Tristan staat zich te scheren en loopt nog geruime tijd met scheerschuim op zijn gezicht rond.

Konwitschny benadrukt de gemoedstoestand van het liefdespaar in wording. Isolde voelt zich verraden, is hevig verliefd maar ook razend op Tristan. Nu moet ze niet alleen verder leven met een oude man maar ook nog eens met haar grote liefde voortdurend in de buurt, een kwelling. Verder heeft ze de pest in dat hij haar zorgvuldig mijdt zodat ze niet eens haar hart kan luchten door een scène te schoppen.

Tristan heeft natuurlijk allang spijt van de hele onderneming. Hij had Isolde voor zichzelf kunnen hebben in plaats van haar als trophy wife en symbool van verzoening tussen Ierland en Cornwall aan zijn oom Marke te laten. Beiden zijn zich bewust van het feit dat hun leven vergald zal blijven tot Marke is overleden, en hoelang kan dat wel niet duren? Voor hevig verliefde mensen is een week al gauw een eeuwigheid. Zodoende groeit de gedachte aan een liefdesdood al snel uit tot een aantrekkelijke en misschien wel enig mogelijke optie.

Zodra Isolde aan Tristan heeft duidelijk gemaakt dat ze niet aan wal zal gaan voor beiden zich met elkaar hebben verzoend, laat Konwitschny zien wat in die twee omgaat. Ze kunnen niet van elkaar afblijven, beginnen alvast wat kleren uit te doen en vreten elkaar bijna ter plekke op. Maar het is natuurlijk hopeloos en alleen de Todestrank kan uitkomst bieden. In de dood worden ze voor altijd met elkaar verenigd. Vandaar de totale ontreddering als blijkt dat ze na uiteindelijk die drank te hebben geconsumeerd gewoon in leven zijn gebleven.

De tweede akte heeft een onopvallend verloop eindigend met Tristan die zich ongewapend op Melot probeert te storten en door diens korte zwaard wordt gewond. Aardig detail is overigens dat Marke tegen het einde van zijn klaagzang tussen Tristan en Isolde in zit op de bank die Tristan heel handig had meegebracht voor zijn rendez vous met Isolde. Hij houdt hun beider handen vast maar zij bevinden zich in een andere wereld. Markes onbegrip is duidelijk groter dan zijn verontwaardiging.

De derde akte toont een sjofele huiskamer in een vervallen kasteel, Kareol. Tristan heeft de afstandsbediening van een diaprojector in zijn hand en er zijn op de achterwand wisselende beelden te zien. Natuurlijk vooral van een vrouw die Isolde moet voorstellen. Of is het misschien toch zijn moeder, die in het kraambed is gestorven?

Als Isolde eenmaal is gearriveerd en Tristan is gestorven, lopen beiden het toneel af naar een lager gelegen voortoneel. Ze treden letterlijk uit de handeling en onttrekken zich aan de vechtpartij in de kamer die eindigt met een groot aantal doden. Marke zingt zijn afscheid met alleen Brangäne bij zich, alle anderen zijn gesneuveld. Isolde zingt vervolgens haar Liebestod op het voortoneel. De voorstelling eindigt met twee doodskisten op het toneel en Tristan en Isolde op het voortoneel. Ze lopen samen weg, beiden zijn dood en nu voor altijd bij elkaar.

Wat deze opname zo de moeite waard maakt is de werkelijk fantastische wijze waarop Waltraud Meier haar Isolde vertolkt. Ze zingt en acteert alsof het haar laatste optreden zal zijn, geeft alles en bekroont de avond met een fenomenale Liebestod die door merg en been gaat.

Een tweede reden om deze dvd eens terug te zien was de Marke van Kurt Moll, een van mijn favorieten. Je zou anno 2021 bijna heimwee naar die twee, Meier & Moll, krijgen.

Jon Fredric West is een heel behoorlijke Tristan en Bernd Weikl zingt de rol van Kurwenal.

Zubin Mehta heeft de muzikale leiding.

Heimwee naar Kurt Moll en Waltraud Meier: Parsifal

Tekst: Peter Franken

Alweer een zomer zonder ‘Bayreuth‘ is voor mij aanleiding geweest wat oude opnames af te spelen. Om te beginnen die van Parsifal uit de Metropolitan Opera, de productie van Otto Schenk uit 1992 onder de muzikale leiding van James Levine. Dat klink allemaal prachtig natuurlijk maar het was me vooral begonnen om het tweetal uit de aanhef: Kurt Moll als Gurnemanz en Waltraud Meier als Kundry.

Otto Schenk en Shneider-Siemssen in 1988

Toch wil ik eerst iets kwijt over Schenk en zijn kompaan Schneider-Siemssen die zoals gebruikelijk verantwoordelijk was voor het decor en de belichting. Wat ze hier brengen is een Parsifal zonder een Amfortas die ligt te zieltogen op de IC. Evenmin wordt er 80 jaar Duitse geschiedenis, met daarin verwerkt die van de familie Wagner, op het toneel uitgebeeld waardoor de inhoud van het werk grotendeels wordt ondergesneeuwd. Kortom, we kijken naar Wagners Parsifal en toen ik dit voor het eerst in 20 jaar weer terugzag bleek het een verademing.

Rituelen voorzien in een menselijke behoefte die mogelijkerwijs al aan het stadium van bewustwording vooraf is gegaan. Denk in dit verband aan een kudde olifanten die treuren om een overleden medelid. Hoe meer rituelen aansluiten bij een reeds bestaande ervaring en een onderhuids aanwezige behoefte, des te groter is hun effect. Zo kan een ‘mooie’ seculiere  crematiebijeenkomst de aanwezigen tot tranen toe roeren, zelfs als de overledene hen volledig onbekend is.

Wagner heeft met zijn Parsifal een ritueel beschreven en getoonzet. Om dit voor het toenmalige publiek beter herkenbaar te maken heeft hij gebruik gemaakt van in brede kring aanwezige kennis en ervaring: de rituelen van het christendom. Om zijn eigen verhaal toegankelijker te maken heeft Wagner als het ware de rituelen uit een bestaand ervaringsgebied gekaapt. Dat heeft zo goed gewerkt dat velen tot op de dag van vandaag er heilig van overtuigd zijn dat Parsifal een christelijke opera is en dat die het liefst zo rond Pasen moet worden uitgevoerd. Als het aan Wagner en zijn erfgenamen had gelegen was het werk nooit buiten het Festspielhaus te horen geweest en dus uitsluitend in de zomer. Trek uw eigen conclusie.

In hedendaagse termen is het verhaal van deze opera een ‘fantasy’, met een vliegende graalsbode, een toverkasteel dat op afroep tevoorschijn komt en weer verdwijnt, bloemenmeisjes, een magische speer en een kelk die levenskracht biedt. Die kelk en speer zijn ontleend aan de lijdensgeschiedenis van Jezus, de rest komt uit het brein van Wolfram von Eschenbach en van Richard Wagner. De graal wordt gezien als de kelk waaruit Jezus dronk tijdens zijn laatste maaltijd met de apostelen. Maar ook als de kelk waarin zijn bloed de volgende dag werd opgevangen nadat hij aan het kruis hangend met een speer werd gestoken.

Door alle ballast van het ‘regisseurstheater’ achterwege te laten kan de kijker zich bij deze uitvoering volledig op de inhoud concentreren. Tekst en handeling zijn nu heel goed te volgen en men ervaart de uitgespeelde rituelen precies zoals Wagner het bedoeld heeft, getuige zijn vele regie aanwijzingen. Tot tweemaal toe betreft dat de onthulling van de graal, hier een in het donker oplichtende albasten kelk. Door de graal te aanschouwen krijgen de ridders nieuwe energie, te vergelijken met Freia’s appels. Dat is precies de reden waarom Amfortas er niet aan wil. Hij wil sterven om van de ondraaglijke pijn verlost te worden en het onthullen van de graal zal zijn leven weer een flinke tijd rekken.

Natuurlijk ben je er met het volgen van Wagners aanwijzingen nog niet, de kwaliteit van de uitvoering speelt een zeer belangrijke rol. En dat verklaart de titel, ik heb heimwee naar Moll en Meier. Zo mooi heb ik het nergens live gehoord tot op heden en ik loop al tamelijk lang mee in het Wagnercircuit.

Kurt Moll was een fenomeen met een stem die je uit duizenden kan herkennen, zoals bijvoorbeeld ook bij Callas het geval is. Zijn stem leent zich vooral goed voor wat meer gedragen frasen en dat past prima bij rollen als Gurnemanz en Marke. In deze opname die in 1993 door DG op dvd is uitgebracht is hij op zijn best als een Gurnemanz die zich volledig  verantwoordelijk voelt voor zijn leef- en werkomgeving. Amfortas is de koning maar hij is de baas en alles en iedereen moet vooral keurig in de pas lopen. Naar de jonge monniken is hij in de eerste akte vaderlijk opvoedend, naar Parsifal ongeduldig en geïrriteerd. Zijn stem is als een jas die je wilt aantrekken om maar vooral niets te missen.

Waltraud Meier was hier nog meisjesachtig jong en beeldschoon, een uitgesproken eyecatcher met een geweldige stem. Haar Kundry benadert de prooi op een rustige wijze, dat ze plannen met Parsifal heeft blijkt aanvankelijk nergens uit. Gaandeweg spint ze een moederlijk web om hem heen en slaat toe als hij voldoende week is gemaakt: de kus wordt een langdurige omhelzing. Die jongen kent de liefde nog niet en dat gemis moet worden goedgemaakt. Als Parsifal zich zijn zelfopgelegde missie herinnert en zich losrukt, houdt ze aanvankelijk afstand om daarna een nieuwe poging te maken, nu om haarzelf. Een uurtje intiem met haar en ze is verlost, dat kan hij haar toch niet weigeren? Meiers acteren in combinatie met haar zang maakt dit tot een groots gespeelde scène. Wat erna komt is nauwelijks meer dan een gedachte achteraf, zo ervaar ik het.

Bernd Weikl

Amfortas wordt vertolkt door Bernd Weikl die zijn hevig lijden goed weet over te brengen. Daar heeft hij niet de hulp van een IC station voor nodig. Siegfried Jerusalem is een voorbeeldige Parsifal en de overige zangers zijn naar behoren, zij het dat Franz Mazura als Klingsor toch wel over zijn hoogtepunt heen lijkt. Het koor zingt voorbeeldig en Levine laat de meest fantastische klanken uit de orkestbak komen. Een topuitvoering.

Voor mij gaat het hier echter om het duo Moll en Meier. Gelukkig hebben ze vaker samen gezongen dus er is meer.

Plácido Domingo en Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


 

ERIK

Fliegende Hollander Sinopoli

Voor de in 1998 opgenomen Der Fliegende Holländer (DG 4377782) heeft Domingo de rol van Erik aan zijn repertoire toegevoegd. Zijn Erik is aantrekkelijk en charmant, hij zingt die rol niet alleen zeer betrokken maar ook zeer idiomatisch.

Die opname is mij bijzonder dierbaar en dat niet alleen vanwege Domingo, maar ook vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend en Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman.

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


 

LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

LOHENGRIN. Discografie

Lohengrin August von Heckel, Neuschwanstein

August von Heckel: Aankomst van Lohengrin; Neuschwanstein, woonkamer van de koning, 1882/83

Voor mij, absoluut geen Wagneriaan, staat Richard Wagners Lohengrin samen met zijn Tannhäuser op eenzame hoogte: ik krijg er nooit genoeg van. Geen wonder dat mijn Lohengrin-plank goed gevuld is. Een selectie van aanraders en afraders.

CD’S

GEORG SOLTI

Lohengrin solti

Mijn geliefde cd-opname is die onder leiding van Georg Solti (Decca 4210532), voornamelijk vanwege de dirigent. Het begint al met de ouverture: zeer mysterieus en toch met beide voeten in de aarde. Zeer gevoelig, maar ook nadrukkelijk echt zonder sektarisme; hier geen Hare Krishna, maar ook geen Halleluja.

Vóór hij Lohengrin ging opnemen, had Domingo zich al bijna twintig jaar op zijn rol voorbereid (hij zong hem al 1968 in Hamburg) en het resultaat is er ook naar. Zijn Lohengrin is voornamelijk liefhebbend en warmbloedig.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig met een stem waar je stil van werd. Fischer-Dieskau’s Heerrufer is een kwestie van smaak, maar Siegmund Nimsgern en Eva Randová zijn een perfect vilein paar.

Hieronder de ouverture uit deze opname:


 

MAREK JANOWSKI

lohengrin-Janowski

Marek Janowski wordt beschouwd als één van de beste Wagner-dirigenten van onze tijd, maar zijn Lohengrin, in november 2011 live opgenomen in Berlijn (PentaToneClassics PTC 5186403) valt mij een beetje tegen.

Janowski dirigeert zeer voorzichtig, voor mij te, waardoor de ouverture het meeste weg heeft van een uitgerekte brij. Gelukkig herstelt hij zich gauw en in de tweede akte laat hij de dreiging goed voelbaar worden. In de Bruiloftsmars laat hij de noten mooi in elkaar vloeien en maakt mij gelukkig met zijn keuze van tempi en het beteugelen van het orkest. Toch kan ik niet aan de indruk ontkomen dat hij zich verliest in details.

Ik ben geen fan van Annette Dasch, haar stem vind ik wat ‘gewoontjes’, maar wellicht past het bij het karakter van Elsa? Susanne Resmark is een fatsoenlijke Ortrud, met een grote stem en een mooi donker timbre. Maar haar ruime vibrato is soms hinderlijk.

De rest van de zangers is zonder meer prachtig, maar er is één probleem: ze mengen niet. Klaus Florian Vogts geluid is zeer ‘blank’,  zijn timbre behoorlijk zoetig en zijn benadering heel erg lyrisch. Mooi, dat wel, maar eerlijk gezegd heb ik het inmiddels gehad met steeds maar hetzelfde: hij ontwikkelt zich niet. Bovendien kan hij het niet opnemen tegen de diepe laagte van Günther Groisböck (Heinrich) en het werkelijk fenomenale volume van Gerd Grochowski (Telramund). In de ensembles valt hij gewoon weg.

Hieronder Günther Groissböck zingt het ‘Gebet des König Heinrich‘


BERTRAND DE BILLY

Lohengrin-oehms

Een van de nieuwste Lohengrin’s, althans op cd, werd gedirigeerd door Bertrand de Billy en in maart 2013 live opgenomen in de Frankfurter Opern (OEHMS classics OC946). Naar foto’s in het tekstboekje te oordelen mogen wij blij zijn dat de productie niet op dvd maar op cd is verschenen!

Camilla Nylund is een prachtige Elsa, voor mij misschien de beste Elsa van de laatste jaren. Michaela Schuster heeft inmiddels van Ortrud één van haar parade rollen gemaakt, al is er iets in haar vetolking wat mij een beetje tegen staat. Voor Falk Struckman (Koning Heinrich) ben ik bereid moord te doen, dus ik vergeef hem dat zijn stem een beetje onstabiel is geworden.

De Duits – Canadese tenor Michael König (Lohengrin) is nieuw voor mij. Van zijn stem en zijn interpretatie word ik echt stil, zo mooi en zo ontroerend! Alleen al vanwege hem en Nylund ga ik de opname koesteren!


ERICH LEINSDORF

Lohengrin Leinsdorf

Even terug in de tijd.

In 1943 dirigeerde Erich Leinsdorf bij de Metropolitan Opera in New York een Lohengrin om te zoenen (Sony 88765 42717 2). De ouverture is om verliefd op te worden, zo sprookjesachtig mooi. Daar kan ik niet genoeg van krijgen.

Lauritz Melchior is natuurlijk dé Lohengrin uit de tijd en Astrid Varnay klinkt verrassend lyrisch. Het is alleen jammer van haar manier om de medeklinkers zeer nadrukkelijk uit te spreken, iets wat ik niet mooi vind. Alexander Sved is een zeer autoritaire Telramund en Kerstin Thorborg een goede Ortrud.

Lauritz Melchior:

FRITZ STIEDRY

Lohengrin Stiedry

Tegenover Leinsdorfs opname staat een registratie uit 1950 onder Fritz Stiedry (Walhall WLCD 0146). Zijn aanpak is zeer nuchter, recht door zee, wat ook wel versterkt wordt door de povere geluidskwaliteit. Maar het is ontegenzeggelijk mooi en zeer verrassend.

Vergeet ook de zangers niet: Helen Traubel is een heerlijke Elsa en Astrid Varnay is na zeven jaar gepromoveerd van Elsa naar een zeer indrukwekkende Ortrud. En dan Herbert Janssens Telramund: wat een stem en wat een indrukwekkende vertolking


 

DVD’S

AUGUST EVERDING

Lohengrin Everding

Ook op dvd is er geen gebrek aan goede, minder goede en zelfs belachelijke uitvoeringen (lang leve de regisseur!). Ik begin met een zonder meer fijne uitvoering uit de Metropolitan Opera, opgenomen in 1986 (DG 0734176) .

De productie van August Everding is zeer traditioneel, met dito kostuums en decors. Het is heel erg mooi, maar voor mij ontbreekt er iets, alsof de ziel uit de voorstelling is gehaald.

Maar dan komt Leonie Rysanek (Ortrud) voorbij en kun je niet anders dan gefascineerd blijven kijken. Let alleen al op haar oogopslag bij de beschuldiging van Elsa. Heerlijk!

James Levine dirigeert met verve en geeft de partituur alle glans, werkelijk schitterend. Het is ook fascinerend om naar zijn gezicht te kijken tijdens het dirigeren; daar is volledige betrokkenheid op de muziek van af te lezen.

Hieronder Leonie Rysanek als Ortrud:

GÖTZ FRIEDERICH

Lohengrin-Gotz-Friedrich

Het was August Everding die als eerste de enorme kwaliteiten van Götz Friedrich erkende. Hij was het ook die ervoor zorgde dat Friedrich na zijn vlucht uit de DDR aangesteld werd als hoofdproducent in Hamburg.

In tegenstelling tot wat over hem wordt geschreven heeft Friedrich zich nooit als een vertegenwoordiger van het ‘regietheater’ gezien. Integendeel, zijn producties zijn zeer libretto- en muziekgetrouw. Verwacht bij hem geen rare concepten.

De Lohengrin die hij in 1982 in Bayreuth maakte (Euroarts 2072028), behoort voor mij tot de mooiste producties van de opera. Het beweegt zich tussen de harde realiteit en de utopische droomwereld van een puberaal meisje.

Karan Armstrong is een mooie vrouw en een geweldige actrice, maar haar tremolo is soms zeer hinderlijk. Peter Hofmann is in alle opzichten een droom van een Lohengrin: met zijn knappe uiterlijk, gestoken in wit en zilver, lijkt hij letterlijk uit een meisjesdroom te zijn gestapt. Elisabeth Connell is een indrukwekkende Ortrud en Bernd Weikl een geweldige Heerrufer.

Hieronder een kort fragment uit de productie:

NIKOLAUS LEHNHOFF

Lohengrin Lehnhoff

Dat Nikolaus Lehnhoff zeer goed bekend was met de productie van Friedrich is evident. Net als Friedrich laat hij de zwaan achterwege. Lohengrin (Klaus Florian Vogt in één van zijn beste rollen) wordt voorafgegaan door een lichtstraal, die hem de allure van een jarenvijftigpopster verleent. Over meisjesdromen gesproken!

Licht en zacht, zoals de eerste stralen van de opkomende zon, zo klinken de eerste maten van de ouverture. Midden op het in donkerblauwe en zwarte tinten gehulde toneel doemt Elsa (zeer ontroerende Solveig Kringelborn) op, haar handen op een stoel. Deze zal vanaf nu tot het eind van de opera het centrum van haar universum, en haar enige houvast blijven. Het gevoel van eenzaamheid maakt zich van je meester, en je beseft dat het nooit goed komt, alle ridders en zwanen ten spijt.

Het meest opvallende aan deze schitterende Baden-Baden-productie is de weergaloze lyriek. De zangers lijken rechtstreeks uit Bellini-opera’s te zijn gewandeld en zelfs Ortrud, in de interpretatie van de fenomenale Waltraud Meier, is een Lady Macbeth met menselijke trekken. Na Götz Friedrich is dit voor mij de beste Lohengrin op dvd (Opus Arte OA 0964D)

Hieronder een scène tussen Elsa en Ortrud:

RICHARD JONES

kinopoisk.ru

Is er in het libretto sprake van een regime? Dictatuur? Vervolgingen en /of gebrek aan democratie? Hup, dan verplaatsen we de actie naar de jaren dertig van de vorige eeuw. Zo banaal, en zo getuigend van gebrek aan inspiratie! Dat laatste neem ik Richard Jones ook het meeste kwalijk. Zijn Lohengrin is in zijn banaliteit niet alleen maar raar, maar ook voorspelbaar en ongeïnspireerd. Althans voor mij.

Meteen bij het begin is het al raak: de prachtige ouverture, subliem en gevoelig gespeeld door het Bayerischer Staatsorchester onder Kent Nagano, wordt totaal vernield door het beeld. Wij zien een meisje met donkere vlechten, gekleed in een groene tuinbroek, die, gezeten aan een tekentafel, een huis tekent.

Lohengrin (Jonas Kaufmann) is een in spijkerbroek gestoken hippie. Hij komt op met onder zijn arm een grote, witte plastic zwaan, die ook nog eens mechanisch gestuurd wordt: hij pikt in de rondte en in zijn veren. Ik vind het smakeloos.

De productie uit München, juli 2009 (Decca 0743387), markeerde Kaufmanns debuut in de rol van Lohengrin. Slaagde hij? Ja en nee. Zijn stem is van nature krachtvol en lyrisch tegelijk en zijn volume is groot. Hij hoeft nergens te forceren en zijn hoge en lage tonen zijn prachtig in balans. Toch mis ik iets in zijn optreden, dat kleine ‘etwas’… Misschien is het omdat het zijn debuut is, maar op mij maakt hij een niet al te happy indruk.

Anja Harteros is een hartroerende Elsa. Ze zet de rol zeer imponerend neer en weet het meisjesachtige goed te combineren met ontluikende vrouwelijkheid.

Michaela Schuster wist zich toen nog geen raad met Ortrud, maar Wolfgang Koch (Telramund) maakt veel goed. Wat een prachtige stem! Diep, groots, soepel, lenig, majestueus en autoritair. Ook als acteur weet hij bijzonder te imponeren. Evgeny Nikitin is een overtuigende Heerrufer.

Hieronder de trailer van de productie:

HANS NEUNFELS

Lohengrin Neuenfels

De in 2011 in Bayreuth opgenomen productie van Hans Neuenfels (Opus Arte OA 1071 D) is een doordenkertje. Want wat doen ratten in Lohengrin? Nu… het zit zo: de Brabanders zijn door mislukte experimenten in ratten veranderd en Lohengrin komt ze helpen, als iemand van het dierenbevrijdingsfront. Zoiets. Ongeveer.

Nee, ik heb het niet bedacht en ik zou het er ook niet uit kunnen halen als ik de recensies niet had gelezen. Maar blijkbaar zijn de enthousiaste (ja, de productie werd enthousiast ontvangen!) collega-recensenten of helderziend, of hebben ze een speciaal onderonsje met de regisseur gehad.

Al bij de ouverture wemelt het van de (geanimeerde) ratten in roze, wit en grijs. En dat is maar het begin. Om ook het einde te verklappen: het broertje van Elsa is een net geboren vette baby met de navelstreng nog om…

Annette Dasch ziet er mooi en onschuldig uit en acteert goed en Klaus Florian Vogt zingt mooi en lyrisch. Eens en nooit meer.

Hieronder een fragment:

Parsifal. Een selectieve mini discografie

parsifal-de-verzoeking

Arthur Hacker: The Temptation of Sir Percival

Ik denk niet dat ‘Parsifal’ de moeilijkste Wagner-opera is om te zingen, althans niet voor de tenor. Oké, het eeuwenlang durende duet tussen Kundry en de titelheld vereist enorme uithoudingsvermogen, maar vergelijk het maar met een Siegfried of een Tristan!

Het is wel een zware klus voor een regisseur, want hoe moet je omgaan met de symboliek waar het werk bijna onder bezwijkt? Ga je het helemaal tot op het bot “strippen” om alle sentimentaliteit uit de weg te gaan of ga je juist voor het tegenovergestelde en gooi je er nog een steentje bovenop?

DVD’S

Stephen Langridge

Print

Van de op de IC-afdeling van een ziekenhuis opgenomen Amfortas, die vastzit aan allerlei slangen en infusen kijk ik echt niet op. Een kale Kundry? Gaap. Al zo vaak gezien. Dat haar haar groeit naarmate de opera vordert? De wonderen zijn blijkbaar de wereld nog niet uit. Dat er vrouwen rondlopen, terwijl wij het met een zeer strikte “men only” sekte te maken hebben … ach.

Alles wat je in deze Parsifal, in 2013 opgenomen in Londen, te zien krijgt, heeft niets met het libretto te maken. Maar dat is onderhand niets nieuws meer.

Stephen Langridge ontdoet het verhaal van al zijn Christelijke symbolen en brengt het naar de gewone wereld van gewone stervelingen, zegt hij. Zelf heeft hij over “humaniseren”. Eén ding moet hij mij dan uitleggen: wat doet dan de in een lendendoek gestoken jongeling, die de plaats van de heilige graal heeft ingenomen?

Vernieuwend toneel? Best. Maar Parsifal? Nee. Het beeld uitzetten is in dit geval niet echt behulpzaam: geen van de zangers kan mij echt bekoren. Gerald Finley is een kei van een acteur maar geen Amfortas. Er ontbreekt iets in zijn manier van zingen, het klinkt alsof hij het zo mooi mogelijk wil laten klinken. Maar het is niet ondenkbaar dat de regie hem in de weg staat. Afijn: zonder beeld blijft van de rol helemaal niets meer over.

Willard White (Klingsor) mist het vileine en wie het onzalige idee heeft gehad om Angela Denoke als Kundry (en nog erger: als de “stem van boven”) te casten …..  Zelfs René Pape klinkt monochroom, alsof hij zijn rol mechanisch aan het afspelen is.

En Parsifal (Simon O’Neill)? Ach. Hij doet zijn best. Een prangende vraag: weet iemand eigenlijk waarom er tegenwoordig altijd zo ontzettend spastisch bewogen moet worden?

Maar het orkest van de ROH onder Antonio Pappano speelt niet minder dan goddelijk, toch wel een belangrijk pluspunt! (Opus Arte OA 1158)

Nikolas Lehnhoff

parsifal-lehnhoff

Lehnhoff, een regisseur die ik zeer bewonder en die ik tot één van de beste hedendaagse Wagner-regisseurs reken, heeft het verhaal omgekeerd. In zijn visie strijden de Graal Ridders niet tegen de destructieve krachten, nee, zijzelf zijn de destructieve kracht.

Ooit met de beste intenties opgericht om mensen nader tot elkaar te brengen, zijn ze in de loop der tijd al hun menselijkheid kwijt geraakt, een soort sekte aldus, verstard en verroest in hun oude gewoontes. Het kan ook niet anders dan dat ze gedoemd zijn om samen met Amfortas (uit) te sterven; en willen ze overleven dan moeten ze samen met Parsifal, en met Kundry, de tunnel door, een nieuwe toekomst tegemoet. Het is een open einde, anders dan Wagner had gewild, maar zeer logisch en verklaarbaar, en als zodanig meer dan acceptabel.

De cast is voortreffelijk. Christopher Ventris is een zeer overtuigende Parsifal. Waltraud Meier is een Kundry uit duizenden en Thomas Hampson ontroert als een gekwelde Amfortas. Schitterend ook Matti Salminen (Gurnemanz) en Tom Fox (Klingsor).

De kostuums zijn prachtig en de choreografie (de dansende bloemenmeisjes en de verleidingscéne in het bijzonder) zeer fraai. Het zeer sensueel spelende Deutsches Symphonie-Orchester Berlin staat onder leiding van Kent Nagano. Deze schitterende productie was oorspronkelijk voor het ENO in Londen gemaakt, waarna zij in San Francisco en Chicago te zien was. Uit Chicago werd zij vervolgens naar Baden Baden gehaald, waar het in 2005 werd verfilmd (Opus Arte OA 0915 D)


CD’S

Jaap van Zweden

parsifal-van-zweden
Opera’s van Wagner, door Jaap van Zweden op de ZaterdagMatinee gedirigeerd, het is inmiddels een begrip geworden. Na de met jubel ontvangen opvoeringen van Lohengrin en Die Meistersinger von Nürnberg, stond het bij voorbaat vast dat ook Parsifal een feest ging worden.

Wij werden niet teleurgesteld, want wat die middag, op 11 december 2010  in het Amsterdams Concertgebouw gebeurde was niet minder dan een belevenis. Gelukkig werd de opera toen live opgenomen en is het op de markt uitgebracht (Challenge Classics CC72519). Het fraai vormgegeven, compacte doosje bevat naast 4 sacd’s een dvd met beelden van de hoogtepunten van de opera en een uitgebreid boekje met toelichtingen, synopsis en libretto.

Het is wellicht niet de beste Parsifal ooit: van Zweden begint naar mijn mening iets te voorzichtig en te nuchter, maar gaandeweg gebeurt het  ..  Klaus Florian Vogt is een lichte Parsifal, precies zoals ik mij een onnozele jongeman kan voorstellen en Katarina Dalayman een meer dan overtuigende, verleidelijke Kundry. Falk Struckman’s Amfortas klinkt zeer gekweld, maar de erepalm gaat naar de Gurnemanz van Robert Holl.

Marek Janowski

parsifal-janowski

Janowski is een zeer ervaren Wagner dirigent. Zijn Ring, die hij in de jaren tachtig voor RCA heeft opgenomen staat als een huis. In 2010 is hij met het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin aan een cyclus van 10 Wagner-opera’s begonnen, die allemaal door de Nederlandse label PentaTone Classics live worden vastgelegd.

De in april 2011 opgenomen Parsifal (PTC 5185 401 ) vind ik, zij het met een paar kanttekeningen, heel erg mooi. Elke Wilm Schulte (Klingsor) klinkt lekker gemeen en de werkelijk fantastische Franz Josef Selig zingt een zeer imponerende, maar bij vlagen ook  ontroerende Gurnemanz.

Michelle deYoung (Kundry) is een kwestie van smaak. Persoonlijk hoor ik in die rol liever een voller geluid met een betere hoogte, minder borsttonen en iets minder vibrato, maar ze weet mij toch te overtuigen. Zo ook de gekwelde Amfortas van de toen nog zeer jonge Russische bariton, Evgeni Nikitin.

Ik moet toegeven dat ik een beetje moeite heb met de vertolker van de titelrol, Christian Elsner. Hij doet mij een beetje denken aan de Wagner-tenoren van vroeger, één van de redenen waarom ik zo laat aan Wagner toekwam. Ik vind zijn stem scherp, bovendien heeft hij de neiging tot schreeuwen en dat vind ik niet mooi.

Ik heb geen SACD, maar zelfs via een gewone cd speler komt het geluid werkelijk grandioos je kamer in. Alsof je er door omringd bent, zeer natuurlijk en met een prachtige dynamiek.


Christian Tieleman

thielemann_wagner_parsifal

Van Christian Thielemann zegt men dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler, en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen en banken, en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen, zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. Het meest bevallen me zijn Wagner interpretaties, vaak uitbundig en breed uitgesponnen.

Op dat punt stelt hij me in de tien jaar geleden live in Wenen opgenomen Parsifal (DG 4776006) opnieuw niet teleur. Hij legt de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk en het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.

Het was Domingo’s laatste Parsifal, die rol had hij (terecht) laten vallen, en al is hij hoorbaar niet zo piep meer, nog steeds weet hij volkomen te overtuigen. Wat ook eigenlijk voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz, zijn warme bas met een prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen, en Falk Struckmann zet een pracht van een Amfortas neer .


DOCUMENTAIRE

Tony Palmer

In 1998 heeft Tony Palmer een fascinerende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is er de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal. Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python. En uit de opvoering van de opera in het Mariinski, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

Wagner and Stephen Fry

wagner-fry

Een klein zijsprongetje. Een beetje film- en toneelliefhebber kent natuurlijk Stephen Fry, een van de grootste Engelse acteurs van de laatste decennia. Fry is echter meer. Door zeer openhartig over zijn homoseksualiteit en zijn psychische problemen (hij lijdt aan een manisch-depressieve stoornis, waar hij een film over heeft gemaakt, The Secret Life of the Manic Depressive) te praten, heeft hij zich buitengewoon kwetsbaar opgesteld.

Hij is ook een enorme Wagner fan, iets wat hem in zijn “bipolariteit” heeft versterkt: Fry is Joods en de meerderheid van zijn familie is in de Holocaust vermoord. Daar heeft hij ook een film over gemaakt, Wagner & Me (1102DC).

De documentaire heeft op diverse festivals prijzen gewonnen. Zeer terecht, want het resultaat is niet alleen enorm boeiend vanwege de tweespalt, of noem het een spagaat, waarin een Joodse Wagner liefhebber zich bevindt, maar geeft ons ook beelden die een gewone “sterveling” nooit te zien krijgt. Want: mocht het je ooit lukken om kaartjes voor Bayreuth te krijgen – je geraakt nooit achter het toneel.

Trailer: