Plácido_Domingo

Plácido Domingo op zijn Frans: een kleine selectie

Domingo jose

Bizet: Carmen

Domingo carmen-wiener-staatsoper-kleiber

Vroeger hield ik niet van de opera. Ik was gek op vioolconcerten en pianosolowerken, heel vroeg leerde ik kamermuziek te waarderen en toen ik iets ouder werd kwamen ook liederen op mijn weg. Maar opera? Het idee alleen dat er een oude, dikke dame een jong meisje moest verbeelden die aan tbc stierf bezorgde mij al de slappe lach. Over vooroordelen gesproken!

Tot ik, op een memorabele avond in 1982 de tv aanzette om naar Carmen te kijken. Ik deed het alleen maar om mijn toenmalige vriendje te “pleasen” en toen gebeurde het. Vanaf die avond was de wereld dezelfde niet meer, en mijn leven een grote liefde rijker.

De bewuste Carmen heb ik jarenlang op een slecht gekopieerde maar peperdure mc (weet iemand nog wat het was?) gekoesterd. Het kwam later uit op verschillende ‘piratenlabels’ en uiteindelijk op dvd (Arthaus Musik 109096).

Inmiddels ben ik vele jaren en ervaring verder, maar nog steeds vind ik de opname onweerstaanbaar. Allereerst vanwege Domingo. Luister naar zijn ‘La fleur que tu m’avais jetée’: als je daar geen kippenvel van krijgt, dan weet ik het niet meer. En ook vanwege Carlos Kleiber, een dirigent zoals ze tegenwoordig niet meer gemaakt worden.

Domingo Camen berganza

De allermooiste cd-opname, althans voor mij, is die met Teresa Berganza onder Claudio Abbado (DG 4196362). Het werd in 1978 in de studio, maar wel na een serie live-voorstellingen, opgenomen en dat hoor je. Ileana Cotrubas (Micaëla) en Sherrill Milnes (Escamillo) completeren de voortreffelijke cast.


https://http2.mlstatic.com/bizet-carmen-solti-domingo-troyanos-3-cd-box-set-D_NQ_NP_396505-MLA25049663221_092016-F.webp

Twee jaar eerder heeft Domingo de opera ook al in de studio opgenomen (Decca 4144892), maar daar ben ik er minder over te spreken. Solti dirigeert voortreffelijk en Tatiana Troyanos is een Carmen uit duizenden, misschien zelfs beter dan Berganza, maar José van Dam is geen Escamillo en het geheel mist de theatersfeer.


 

Domingo Camen Resnik

De allereerste, mij bekende opname dateert uit 1967. Het komt uit het Teatro Municipal de Santiago en staat onder de leiding van Anton Guadagna (Legato LCD 194-2). Regina Resnik is een voortreffelijke Carmen, maar wat de opname echt memorabel maakt is de Escamillo van Ramon Vinay, ooit zelf een Don José van formaat.

Domingo Carmen Verrett

Interessant ook de opname uit Covent Garden, 1973 (Arkadia MP 498-3). Voornamelijk vanwege Shirley Verrett in de hoofdrol en de piepjonge Kiri te Kanawa als Micaëla.

MASSENET: Werther

Domingo Werther

Werther was één van de geliefde rollen van de jonge Domingo. Helaas is er weinig van gedocumenteerd gebleven. Op 18 december 1977 werd de opera door de Bayerische Rundfunk in München opgenomen. Deze opname is inmiddels ook op cd uitgebracht (Orfeo C 464 982).

Charlotte werd toen gezongen door Brigitte Fassbaender, niet echt een zangeres met wie je de rol associeert… Nou! Laat je verrassen, want wat hier gebeurt, hoor je werkelijk heel zelden: drama, passie, liefde, wanhoop… Ze spat samen met Domingo werkelijk van je speler af.

Een fragment:

 

Domingo Werther Chailly

In 1979 werd er een studio opname van de opera gemaakt, onder Riccardo Chailly, met een totaal miscastte Elena Obraztsova als Charlotte. Het is best spannend, maar de poëzie ontbreekt.


Massenet: Manon

Domingo Manon

Ja, ook Manon behoorde ooit tot Domingo’s repertoire. De enige opname die ik ken, staat op Melodram (MEL 27054). Het is live opgenomen in de New York City Opera op 20 februari 1969. Manon wordt gezongen door de werkelijk onweerstaanbare Beverly Sills. Julius Rudel dirigeert.

Massenet: Le Cid

Domingo Le Cid

Een rariteit, zeker, maar wat een mooie rariteit! Sony (7454942 – check voor alle zekerheid het nummer, ze veranderen zo gauw!) heeft de concertante uitvoering in New York, 1989, live opgenomen. Eve Queler dirigeert en Grace Bumbry schittert als Chimene.


Gounod: Faust

Domingo Faust Freni

Gelukkig voor de liefhebber bestaat er van Domingo’s Faust een goede studio-opname. Het is in 1979 door EMI (tegenwoordig Warner)) opgenomen en in dit geval kan je rustig van één van de beste opnames van het werk spreken. Het orkest van de Parijse Opera staat onder leiding van Georges Prêtre, één van de beste dirigenten voor het Franse repertoire.

De cast is om je vingers bij af te likken: Mirella Freni is een broze en sensuele Marguerite en Nicolai Ghiaurov een zeer imponerende Méphistophéles. In de kleine rol van Valentin horen we niemand minder dan Thomas Allen.


 

Saint-Saëns: Samson et Dalila

Domingo Samson Warner

EMI (nu Warner dus) heeft de opera in 1991 in Parijs opgenomen. De dirigent was Myung-Whun Chung en daar wringt de schoen: hij heeft er geen kaas van gegeten. Maar hij was niet de enige boosdoener! Iemand kwam op het onzalige idee om Dalila door Waltraud Meier te laten zingen. Forget it.


 

Domingo Samson Borodina

De andere studio-opname, ditmaal op dvd (DG 0730599), heeft ook een Dalila waar je niets mee kan: Olga Borodina. Het is in 1998 in de Metropolitan Opera opgenomen. Ik was erbij en vond het niet leuk – en ik vind het nog steeds niet leuk.

 

Domingo Samson Verrett

Nee, geef mij maar de opname uit San Francisco! De regie was in handen van Nicolas Joel en Dalila werd gezongen door de echt sexy Shirley Verrett (Arthaus Video 100 202)

Offenbach: Les Contes d’Hoffmann

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/71wSWOvWrHL._SL1367_.jpg

Hoffmann was één van Domingo’s grootste rollen. Daar komt, wat mij betreft, geen andere zanger zelfs in de buurt.

Wilt u de opera op cd hebben dan is de Decca opname onder leiding van Richard Bonynge, met Dame Joan Sutherland in alle drie de vrouwelijke rollen (4173832) zeer aan te bevelen


Het een en ander over Verdi en Plácido Domingo

Plácido Domingo en belcanto

Plácido Domingo en Wagner

Advertenties

Plácido Domingo en belcanto

Domingo 21

Domingo en belcanto? Dat was toch meer iets voor zijn collega’s Pavarotti, Carreras en Kraus? En toch: zeker in het begin van zijn carrière was Domingo ook een belcantozanger, al waren zijn hoge noten niet altijd even hoog.

Voor hem was de interpretatie van zowel de muziek als de tekst van wezenlijk belang. Vandaar ook dat hij zelfs in dit repertoire de rollen zocht waarin het door hem vertolkte personage meer in zijn mars had dan alleen maar ‘schoon’ zingen

Lucia di Lammermoor

Domingo Lucia POns

Zijn internationale debuut maakte Domingo op 21-jarige leeftijd, als Edgardo in Lucia di Lammermoor in Dallas. Een bijzondere gebeurtenis, want zijn Lucia werd toen gezongen door de 61-jarige Lily Pons, die met de rol afscheid van de operabühne nam.

 

Domingo Lucia Suth

In 1970 zong hij Edgardo bij de Metropolitan Opera, met niemand minder dan Joan Sutherland als Lucia. Gala (GL 100.571) heeft de hoogtepunten hiervan uitgebracht, gekoppeld aan fragmenten uit La Traviata uit december datzelfde jaar (eveneens met La Stupenda). Het geluid is zeer pover, maar het is zonder meer een bijzonder document.

 

Domingo Lucia Stider

Pas in 1993 nam Domingo de rol in de studio op. Het resultaat is niet helemaal bevredigend. Het ligt niet aan hem. Zijn Edgardo klinkt minder lyrisch dan twintig jaar eerder, maar wat een passie!

Cheryl Studer, die toen werkelijk alles moest opnemen wat voor sopraan was gecomponeerd, was geen echte Lucia. Zij was een geweldige Strauss- en Mozart-zangeres en ook haar Wagners en Verdi’s mochten er zijn, maar Lucia was voor haar (en dat bedoel ik letterlijk) te hoog gegrepen.

Begrijp mij goed: de hoge noten had ze wel en ze stonden als een huis, maar dat is exact wat je niet moet hebben met Lucia. De noten moeten niet staan, ze moeten brilleren, sprankelen, desnoods sprinten, en dat kon ze niet.

De echte ‘boosdoener’ is echter de dirigent. Hij jaagt de boel op en staat nooit stil. Toch is de opname zeer de moeite waard, zeker als je iets anders van Domingo wilt horen en geluidskwaliteit op prijs stelt.


Roberto Devereux

Domingo Roberto

Een recensent van de New York Times schreef dat het zonder twijfel het meest opwindende evenement was van het muzikale jaar 1970 en dat geloof ik onmiddellijk. De voorstelling van 24 oktober 1970 werd live opgenomen en daar mogen we ons meer dan gelukkig mee prijzen.

Julius Rudel (ach, waar zijn de tijden van zulke maestro’s gebleven?) dirigeert ferm en met heel erg veel liefde voor het werk. Om te huilen zo mooi.

Domingo’s stem klinkt als een klok en zijn optreden zorgt voor extatische ovaties. En over Beverly Sills (Elisabetta) kan ik kort zijn: overweldigend! Niemand, maar dan ook niemand heeft de rol ooit beter gezongen dan zij. Zij is Elisabetta. Dat moet je ooit gehoord of gezien hebben (er bestaat ook dvd met haar in die rol, jammer genoeg zonder Domingo). Het applaus na haar ‘L’Amor suo mi fé benata’ lijkt eindeloos te duren.

Anna Bolena

Domingo Bolena

Anna Bolena wordt als de eerste belangrijke romantische Italiaanse opera beschouwd en voor Donizetti betekende het zijn grote doorbraak. Ook voor Domingo was Anna Bolena een mijlpaal: met de rol van Percy maakte hij zijn debuut in New York.

Hij was toen (kunt u het geloven?) 25 jaar oud, maar zijn stem was helemaal ‘volgroeid’: vol, stevig, zacht, hard, smekend, vastberaden, met alle nuances ertussenin. Over fenomeen gesproken!

De hoofdrol werd gezongen door Elena Souliotis, toen 23. Een inmiddels bijna vergeten zangeres (haar carrière heeft ook niet zo lang geduurd), maar haar intensiteit kan je alleen met die van Maria Callas vergelijken. Een aardigheidje: La Divina zat toen in de zaal.

Giovanna werd gezongen door Marylin Horne en hun duetten zullen de liefhebber echt kippenvel bezorgen. In de rol van Smeton maakte ook Janet Baker haar Amerikaanse debuut.

De opera is live opgenomen in Carnegie Hall in 1966. Mijn exemplaar is van Legato (LCD-149-3), maar de opname is tegenwoordig ook op andere labels verkrijgbaar.

Norma

Doingo Norma

Pollione is één van de glansrollen van de jonge Domingo. Geen wonder. Een krijgsheer en een minnaar: dat is hij ten voeten uit. In Norma kon hij lekker uitpakken.

Hij nam de rol in 1973 (ooit RCA GD 86502) op en dat vind ik een beetje te vroeg. O ja, zijn stem is kristalhelder en zo mooi dat het bijna pijn doet, maar het ontbreekt hem een beetje aan overwicht.

Niettemin: aanbevolen, niet in de laatste plaats vanwege Montserrat Caballé, die de hoofdrol zingt.



Het een en ander over Verdi en Plácido Domingo

Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Plácido Domingo en Wagner

2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

Het een en ander over Verdi en Plácido Domingo

https://i2.wp.com/s3-eu-west-1.amazonaws.com/beta.lagenda/styles/image1000x1000/s3/programacion/placido_domingo_ernani.jpg

Ooit werd mij een vraag gesteld of ik werkelijk alles van wat Domingo doet goed vind, want ik ben zo enthousiast bezig. Het antwoord is heel simpel: nee, natuurlijk niet! Niet alle rollen lagen hem en dat hoor je ook aan de opnamen, zowel studio als live. Veel rollen nam hij alleen in de studio op, wellicht om iets nieuws uit te proberen? Vaak pakte het goed uit. Ergens halverwege de jaren tachtig klonk zijn stem vaak vermoeid en dat hoor je ook op de opnamen.

En toch…. Alleen al zijn Verdi-rollen doen een mens duizelen. Zijn carrière is dan ook sterk met de opera’s van Verdi verbonden. Je gelooft het niet, maar hij heeft ze bijna allemaal gezongen. Als het niet de hele rol is, dan tenminste wel een aria.

Jubileumbox

domingo verdi

Het jaar 2001 werd uitgeroepen tot Verdi-jaar: op 27 januari herdacht de wereld zijn honderdste sterfdag. Zes dagen eerder vierde Domingo zijn zestigste verjaardag. Het dubbele feest werd gevierd met een bijzondere uitgave: een 4-cd-box, met daarop alle aria’s die Verdi voor een tenorstem had geschreven (DG 4713352).

Voor het album werd met verschillende platenmaatschappijen samengewerkt en om het project helemaal compleet te maken, werden ontbrekende aria’s (ook de alternatieve en Franse versies) alsnog opgenomen. Zo kan men bijvoorbeeld kennismaken met ‘Qual sangue sparsi’ (La Forza del destino) en met een Italiaanse en een Franse versie van de ‘Siciliaanse vespers’.

Ernani

Domingo Ernani

Ernani is een belangrijke opera voor een Domingo-verzamelaar. Hiermee maakte hij zijn debuut in La Scala, op 7 december 1969. Het was ook de enige opera die hij in Amsterdam heeft gezongen, op 15 januari 1972. Weliswaar concertante (ja, natuurlijk tijdens de Matinee, waar anders?), maar toch. Jammer genoeg bestaat er geen complete opname van, dus moeten we met fragmenten genoegen nemen (Bella Voce BV 107.004). Felicia Weathers die de rol van Elvira zong was snipverkouden en noch Piero Francia noch Agostino Ferrin zijn namen om te onthouden, maar het blijft een bijzonder document.

https://image.ceneostatic.pl/data/products/52169421/i-ernani-votto-kabaivanska-domingo-cd.jpg

In La Scala stonden naast Domingo twee andere grootheden uit vervlogen tijden: Raina Kabaivanska en Nicolai Ghiaurov. Jammer genoeg moest Cappuccilli wegens ziekte afzeggen, maar zijn vervanger, Carlo Meliciani, doet werkelijk zijn best. Tel daarbij de werkelijk sublieme directie van Antonino Votto en dan weet je dat je een bijzonder ‘avondje’ opera kan verwachten.


AIDA

https://i.pinimg.com/originals/87/f7/c6/87f7c6b151bcfb204e063c976a5beb4f.jpg

Radames behoorde tot Domingo’s lievelingsrollen. Geen wonder. Hier kon hij werkelijk ‘uitpakken’, want de held is zeer complex. Hij is een ‘spierballen-macho’ en een kwetsbaar jongetje tegelijk en hij wordt verscheurd tussen plicht en passie. Helaas zijn beide niet verenigbaar.

Om Radames goed te kunnen zingen heb je niet alleen een kanon van een stem nodig maar ook een intellectueel vermogen. Dat heeft hij.

Met Aida maakte hij in 1968 zijn debuut in Hamburg en sindsdien heeft hij de opera al duizenden keren gezongen. Er zijn daarvan ettelijke opnamen op de markt, studio en live. Ik wil even stilstaan bij een opname die bij de meesten van u geen ‘aha’-gevoel zal oproepen – ook omdat de cast op het eerste gezicht niet echt idiomatisch is bezet.

Domingo verdi Aida

Dat Anna Tomowa-Sintow één van de geliefde zangeressen van Karajan was, had zijn voor- en nadelen. Ze was een graag geziene gast in Salzburg en haar naam prijkt op veel opnamen onder leiding van de maestro. Maar het betekende tevens dat zij tot een Mozart- en Strauss-zangeres werd gepromoveerd, terwijl ze heel veel meer in haar mars had.

Haar Desdemona en Amelia waren legendarisch en na haar optreden in München als Aida kreeg zij de grootste lof van Leonie Rysanek: ‘Deze prachtige stem lijkt gemaakt te zijn voor Italiaanse rollen, haar Aida was wondermoo.’ Ze had gelijk. Haar Aida is sterk en breekbaar, maar vooral liefhebbend.

De Radames van de jonge Domingo is mannelijk, vol vocale pracht en praal, krachtig en lyrisch tegelijk. Zelden heb ik een mooiere Nijl-scène gehoord: zijn woorden ‘abbandonar la patria’ doen pijn van ontroering.

Fassbaender is zeer verrassend en bijzonder overtuigend als Amneris. Luister maar wat zij met het woord ‘pace’ doet aan het eind van de opera. De opera werd op 22 maart 1979 door het Bayeriche Rundfunk opgenomen en op Orfeo (C583 022) uitgebracht.

Domingo Verdi Arroyo

Wat ik zelf ook nog bijzonder vind, is de opname uit München 1972, met een vandaag de dag bijna vergeten Verdi-zangeres, Martina Arroyo. Als Amneris horen we Fiorenza Cossotto. En Cappuccilli en Ghiaurov vervolmaken verder de uitstekende cast die onder leiding staat van Claudio Abbado.

Domingo-Disco-Aida-Jones

Bijzonder is ook de opname uit Wenen 1973 (Bela Voce BLV 107.209), onder Riccardo Muti. In de hoofdrol treffen we Gwyneth Jones en Amneris wordt vertolkt door een bijzondere mezzo: Viorica Cortez.

Van zijn studio-opnamen is de RCA uitgave uit 1970 (waarschijnlijk uit de catalogus) wellicht de beste. Hoe kan het ook anders, als je weet dat de dirigent Erich Leinsdorf heet en de overige rollen worden bezet door Leontyne Price, Sherrill Milnes, Grace Bumbry en Ruggero Raimondi. Het spettert uw boxen uit.

Over  zijn Otello:
Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Ballo in Maschera:
2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

La Traviata:
LA TRAVIATA. Een (zeer) korte en beknopte discografie

Il Trovatore:
IL TROVATORE. Discografie

Simon Boccanegra:
Verdi’s Simon Boccanegra. Enkele opnamen tussen 1957 – 2007

Giovanna D’Arco:
GIOVANNA D’ARCO

Luisa Miller:
Twee maal LUISA MILLER op dvd

bariton aria’s:
DOMINGO – bariton – VERDI

A frank conversation with Pablo Heras-Casado

pablo-burkhard-scheibe

© Burkhard Scheibe

For some people different standards apply than for ordinary mortals and everything they touch turns into gold, and they don’t get caught up in it. Pablo Heras-Casado is such a homo universalis. The young Spaniard (Granada 1977) was voted the ‘2014 Conductor of the Year’ in December 2013 by the prestigious Musical America’s. Rightly so? Premature? Considered on potential growth?

pablo

Heras-Casado masters all genres of classical music: from baroque to modern and from chamber music to opera. He conducts the largest symphony orchestras of the world, but he is equally fond of the Freiburger Barochokester and the Ensemble Intercontemporain.

The conductor is therefore busy. Very busy. Today he is, so to speak, still in New York, tomorrow in Amsterdam and the day after in Freiburg. Or Madrid, Vienna, Barcelona, Brussels… If you look at his diary, you’ ll start to feel dizzy.

He doesn’t like Skype, hates e-mails and the telephone connection fails twice. But three times is a charm and that’s where we are now: me in Amsterdam and him in Neumarkt, where he is on a Schumann tour with his “Fabulous Freiburger BarockOrchester” and his “dream team” with Isabelle Faust, Alexander Melnikov and Jean-Guihen Queyras. Then comes Carmen in St. Petersburg, a concert with all modernists in New York and Die Zauberflöte (the successful Amsterdam production of Simon McBurney) at the Festival d’Aix-en-Provence.

He started his career as a singer and his roots lie in early music. What made him decide to conduct? And, since he’s an all-rounder, does he have a preference for a particular style? Period? Genre?

“Singing has always been prominent in my life, that’s how it started. It was (and still is) the most important factor in my life and in my career. Why did I start conducting? Because I wanted to share my ideas, my energy. Besides singing, I also play the piano and violin, but conducting gave me the opportunity to really open up to the outside world and to make my mark on a work. In this way I was able to make my voice be heard better, that was also what I insisted on. I made the decision when I was 14, 15, so I was a very curious boy.”

“I have no preferences. I am a musician, that’s how I feel and I want – and I hope, that I can do it – to embrace all music. I can’t say that Schumann, a composer who is now on my menu every day and whom I adore, is a bigger composer than, for example, de Victoria. Or Praetorius.”

“I love everything, I’m really an omnivore and I want to try everything. I don’t tell you anything new when I tell you that I love most what I’m doing right now. Right now it’s Shostakovich, I’ve come to love him sincerely and for the time being I can’t get enough of him.”

pablo-heras-casado-2014-01-11

© ZaterdagMatinee

You made your debut at the Met with Rigoletto, it was a revival and the orchestra and the choir had already rehearsed the work with someone else, perhaps at a completely different tempo. It strikes me as very difficult…

“I have very few rehearsals, yes. Actually only one orchestral rehearsal and then the two dress rehearsals. And a special rehearsal with the singers. But it wasn’t difficult at all. We are talking about a world class orchestra and Rigoletto is part of the standard repertoire: it has to be possible. And don’t forget that every performance is actually different! Even if we’ve already had the premiere, you can still control things, which is quite nice.”

Nowadays you hear many singers complain that because the orchestras play so loudly, they get into trouble if they want to sing softly. In an interview, Samir Pirgu, a young Albanian tenor, quoted a statement by Harnoncourt, in which the latter said that it is actually difficult for orchestras to play piano. Forte and fortessimo are much easier.

“It is indeed a problem, the orchestras often play too loudly. And many conductors have no idea at all about singers and their possibilities. I think it’s different for me, also because I started out as a singer myself.”

“You can’t escape a conflict that needs to be resolved, especially when you’re working on a large project, which is always the case with opera. Working with a director also requires diplomacy. Still, I think that you can solve all problems and disputes through dialogue, there must always be a way to get closer together. But you have to be open-minded and I am, I’m open to everything.”

pablo-domingo

As part of the Verdi year, you recorded a CD with Plácido Domingo’s baritone arias together with him. How did you get involved in that project?

“It was the maestro himself who asked me for the project. It was really amazing to be able to discover Verdi’s beautiful music that way. We had a lot of time for it and we took a lot of that time. It was the chance of my life to get to know Verdi through Domingo.”

Trailer of Making of:

“For Archiv, the label for which I have now become the ‘ambassador’, I am going to record a lot of early music, a lot of unknown works, also many premieres. Including a lot of music by of all the Praetoriuses.”

“I find it very exciting, it is also a huge challenge. As I said, I love to be challenged and to try everything. That’s how I felt about the very first project I did for Archiv, El Maestro Farinelli.

pablo-farinelli

 I actually find the title misleading. The CD is called Il Maestro Farinelli and there are only two vocal numbers on it, even though Farinelli was in fact a singer? You’ d expect some more vocal fireworks, wouldn’t you?

“It’s a little complicated. Of course Farinelli was the greatest singer of his time! But it’s all about connecting. Farinelli has sung everywhere: in several Italian cities (Milan, Florence, Venice), but also in Munich, Vienna, London. He had signed a contract with the London group of Nicola Porpora, at the time the most notorious rival of Handel, but his connection with Spain was of a different, and also very emotional, nature.”

“In 1737 he broke his London contract to come and sing at the personal request of Queen Elisabeth Farnese for her manic-depressive husband, Philip V. Every evening he serenaded the king (he sang ‘Alto Giovane’ by Porpora for him) and a miracle happened: the king was cured. Farinelli stayed in Spain and until his death in 1745 he continued to sing for the king.”

“But of course his merit was much greater. Not only did he cure the king of his melancholy, but he also established a connection between Italian and Spanish – and German – music. The enormous repertoire, the diversity of works and composers, the enormous musical boost, we all owe that to him. You could say that Farinelli was a factotum between Italian and Spanish music.”

“I wanted to put forgotten composers on the map, hence José de Nebra, after all he was the father of the Spanish opera and the zarzuela. It is unbelievable that this beautiful music is almost never performed any more! Or take the Armida overture by Tommaso Traetta: the music is infectiously beautiful! Of course, these are not all pure masterpieces, but: should they?”

trailer of his Farinelli CD:

In the NTR documentary that the Dutch TV has made on you, you come across as very energetic. Do you owe it to the countless double espressos that you knock back one after the other? Are they meant to keep you awake?

Laughing: “I really love espresso, I love the taste and the smell. And – yes, I need it too, it keeps me alert. It has also become a kind of routine, without which I don’t go on, I need my espresso. I do drink it a lot, but I don’t drink it all day! And certainly not in the evening, then I prefer something else”.

The NTR documentary about Pablo Heras-Casado can be found on the website of NTR Podium.

Interview in Dutch:
Een openhartig gesprek met PABLO HERAS-CASADO

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Het laatste woord over Turandot is nog niet gezegd

https://c8.alamy.com/comp/C5WMNB/turandot-poster-for-the-1926-production-of-puccinis-opera-at-la-scala-C5WMNB.jpg

WENEN 1983

Turandot Carreras

Harold Prince, met maar liefst 21 Tony Awards op zijn naam één van de grootste (zo niet de grootste) producers/regisseurs van musicals, nam in 1983 ‘Turandot’ (Arthaus Musik 107319) onder handen, met een zeer indrukwekkend resultaat. Hij creëerde een door angst geregeerde schijnwereld, waar de in spetterende kostuums gestoken bewoners zich (en hun ware gevoelens) achter de maskers verschuilen. Schitterend en angstaanjagend tegelijk.

Eva Marton zingt een fenomenale Turandot en Katia Ricciarelli is een broze, meelijwekkende Liù. haar met de mooiste pianissimi uitgesponnen “Signore ascolta” is hartbrekend.

En José Carreras… Ook om hem moet ik huilen, want toen, op zijn 37e, beschikte hij over één van de mooiste (lyrische) stemmen ter wereld. Maar Calaf was zijn rol niet. Hij zingt hem werkelijk prachtig, maar men hoort hem zijn eigen grenzen overschrijden. En toch …. Zijn hopeloze machogedrag, dat tegen elk beter weten ingaat, klopt niet alleen met het regieconcept, het illustreert ook het best Calafs karakter. Althans voor mij

Het orkest uit Wenen staat onder leiding van Lorin Maazel. Niet mijn geliefde dirigent, maar hier heb ik geen reden om te klagen

NEW YORK 1987

Turandot Domingo

Er was een periode dat ik dacht, dat ik het helemaal heb gehad met de larger than live producties van Franco Zefirelli. Dacht ik, want nu kan ik er alleen maar smachtend naar terugverlangen. Des te meer dat het niet alleen maar pracht en praal was: Zefirelli was ontegenzegelijk een zeer goede personenregisseur de interactie was bij hem ook altijd perfect getimed.

Plácido Domingo is een verhaal apart. Zoals velen van u weten (zo niet, dan weet u het nu) is hij mijn absolute hero en idool, maar hij is zo vriendelijk! En lief! Hij zingt de rol beter dan Carreras (overigens – geen van beide heren was een kampioen van de hoge noten). Zijn stem is groter en sterker, maar qua karaktertekening wint Carreras het van hem.

Leona Mitchell (wat is er toch met haar gebeurd?) is een zeer ontroerende Liù. En haar huidskleur maakt dat je haar inderdaad als de slavin (dus niet goed genoeg voor Calaf) kan meebeleven.

VALENCIA 2008

Voor de liefhebbers van sprookjes, bedwelmend mooie en kleurrijke kostuums, overweldigende decors, en van opera ‘zoals opera hoort te zijn’: van de in mei 2008 opgenomen productie uit Valencia gaat je hart sneller kloppen en zelfs met je oren dicht ga je immens genieten.

De beroemde Chinese filmregisseur Chen Kaige (o.a. ‘Farewell to my Concubine’) trekt alle registers open en laat je, al vanaf het allereerste moment, naar adem happen. Aan visuele weldaad geen gebrek aldus, wat niet betekent dat het muzikaal niet goed is.

Maria Guleghina is niet de subtielste van de hedendaagse sopranen. Ze blijft altijd een beetje ongenaakbaar en onderkoeld, maar ze heeft een dijk van een stem en haar hoge noten staan als een huis: ziehier de perfecte vertolkster van de titelrol.

Marco Berti is het prototype van een ‘ouderwets Italiaanse tenor’: rechttoe rechtaan, weinig beweging. Zijn geluid is echter ook onmiskenbaar ‘ouderwets Italiaans’: groots, rinkelend, met een vleugje Bergonzi in zijn timbre en een prachtige hoogte.

Alexia Voulgaridou is een zeer ontroerende Liù en de drie ministers zijn buitengewoon overtuigend.

Het orkest (Orquestra de la Comunitat Valenciana) onder maestro Mehta doet zijn best om zo Chinees mogelijk te klinken, wat ze wonderwel lukt (C Major BD 700404/DVD 700308).

ARENA DI VERONA 2010

Turandot Licitra dvd

Hier heb ik het moeilijk mee. Ik kijk en luister naar Salvatore Licitra en kan mijn tranen niet bedwingen. Hij is nooit mijn geliefde tenor geweest, maar, met de wetenschap dat je kijkt en luistert naar wat waarschijnlijk zijn allerlaatste opname is geweest (in september 2011 kreeg hij een dodelijk ongeluk op zijn geboorte eiland, Sicilië), maakt het beoordelen, laat staan ‘genieten’ zeer lastig.

Turandot Licitra

Salvatore Licitra courtesy of San Diego Opera

En wat moet ik over de productie zelf vertellen? Het is een goede oude Zefirelli, met alles erop en eraan, al verandert hij her en der wat. Maar de sfeer in Verona is om jaloers op te zijn, zo mooi.

De maan is verlicht en je waant je midden in een sprookje. De beelden zijn ontegenzeggelijk prachtig en het blijft een fascinerend spektakel, zeker als je daar gevoelig voor bent.

En de uitvoering? Maria Guleghina was toen de allerheersende Turandot en zij doet het zonder meer goed, maar ook zij is een dagje ouder geworden en er is een soort routine in haar stem en voordracht geslopen. Ik hoor ook een rafelig randje in haar hoogte.

Luiz-Ottavio Faria is een zeer ontroerende Timur en Tamar Iveri een mooie, maar niet een echt memorabele Liu. Moeilijk (BelAir BAC066).

ROYAL OPERA HOUSE LONDON 2013

turandot Serban

Heeft u ook zo’n hekel aan Calaf? Voor mij behoort hij tot de meest onsympathieke operahelden: egoïstisch, egocentrisch en belust op geld en macht, in staat om alleen maar van zichzelf te houden. Eenmaal op drift kan hij door niets en niemand worden tegengehouden: noch door de smeekbeden van Liu en zijn vader, noch door de wijze woorden van Ping, Pang en Pong. De wereld waartoe hij wil behoren is er een van glitter en valse schijn, waar alleen maar de buitenkant telt.

Of denkt u werkelijk dat hij verliefd is op Turandot?

Soms verdenk ik Puccini ervan dat hij met opzet zijn opera niet had afgemaakt, want: hoe brouw je een happy end aan een sprookje dat een aaneenschakeling is van martelingen, moorden en zelfmoorden?

Wellicht ben ik de enige niet. Regisseur Andrei Serban laat de opera na de dood van Liu één lange minuut stoppen, waarin alle handelingen bevriezen. Daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor, want de hartenkreet van Timur (“word wakker Liu, het is al ochtend”) echoot zo na in je hoofd.

De vijfendertig jaar oude productie – die, na de halve wereld te zijn afgereisd, in 2013 weer eens terugkeerde naar Covent Garden – heeft niets aan pracht verloren en boeit nog steeds van het begin tot het eind. De voorstelling is met zijn prachtige choreografie een lust voor het oog: wervelend en kleurrijk, met een zeer dominante kleur rood.

Marco Berti is een prima hoewel wat statige Calaf en Lise Lindstrom zingt een zonder meer overtuigende Turandot. Iets wat ik helaas niet kan zeggen van Eri Nakamura (Liu).

De jonge Henrik Nánási heeft zo te horen nog een lange weg te gaan voordat hij zich een ‘Puccini-dirigent’ mag noemen. Nu ontbreekt het hem (nog?) aan een dosis gezond sentiment. Maar kundig is hij wel.

Dit is niet de beste uitvoering van Turandot die er is, maar wellicht, voor mij althans, wel één van de mooiste om te zien.

Hieronder trailer van de productie:

EN OP CD

Turandot Cigna

Jarenlang was de opname met Birgit Nilsson, onder leiding van Francesco Molinari-Pradelli (ooit EMI 7693272) mijn absolute favoriet. Beter kon en kan niet, basta. Tot ik een poos geleden een heel erg lang niet meer beluisterde cd met Gina Cigna uit de kast trok (Naxos 8.110193-94) en nu weet ik het niet meer.


Zowel Nilsson als Cigna hebben een dijk van een stem waarmee ze makkelijk de rol aankunnen, maar Cigna beschikt over veel meer ‘italianitá’. Daartegenover staat de ijzige kilte in Nilssons timbre, waardoor ze een personificatie van de ijsprinses lijkt te zijn.

Franco Corelli en Francesco Merli zijn aan elkaar gewaagd: macho en krachtig. Maar Merli klinkt iets afstandelijker dan de warmere en zeer verleidelijke Corelli.

Turandot Scotto

Renata Scotto is een zeer broze en ontroerende Liu, maar dat is de jonge Magda Olivero ook. Moeilijk. Aan u de keuze. Hoewel: wie zegt dat u moet kiezen?


FRANCO ALFANO

Turandot Alfano en Puccini

Franco Alfano met Puccini

Tot slot nog een paar woorden over het ‘Alfano einde’. Een jaar of vijfentwintig geleden (gaat de tijd zo snel!?) werd het in de Vlaamse Opera in Antwerpen opgevoerd en sindsdien ben ik er een echte fan van geworden. Het is zo ontzettend jammer dat het nooit officieel is opgenomen!

Turandot Barstow

Ook de cd met Josephine Barstow, waarop zij met Lando Bartolini de originele Alfano-finale heeft opgenomen (Decca 4302032) is al jaren uit de handel. Het wordt tijd dat het hersteld gaat worden!

Turan Dokht toch, of toch Turandot?

Rosa Raisa: van het getto in Bialystok naar La Scala in Milaan

Het een en ander over Die Frau ohne Schatten

frosch Amme_van_Alfred_Rollerkopie

Er wordt gezegd dat De vrouw zonder schaduw een soort remake van De Toverfluit is. Daar zit wat in, want ook in dit, zeer moralistisch sprookje worden de hoofdpersonen aan de verschrikkelijkste beproevingen onderworpen, die, mits goed doorstaan, een (beter) mens van je maken. Je kan er ook een ‘Pelleas-achtige’ symboliek in ontdekken, en ook Das Rheingold en Siegfried zijn nergens ver weg. Maar, simpel gezegd, is deze opera voornamelijk een soort apotheose van een met veel kinderen verrijkt huwelijksleven

‘FROSCH’, zoals de opera in de wandelgangen wordt genoemd, geldt als de moeilijkst te bezetten opera van Strauss – één van de redenen waarom hij bijna altijd wordt gecoupeerd. Jammer vind ik dat, des te meer daar er o.a. in het ‘melodrama’ (de uitbarsting van de Keizerin als ze zich realiseert dat de Keizer al bijna helemaal is versteend) wordt geknipt, en dat vind ik nou (samen met het begin van de derde acte) één van de spannendste en de meest dramatische momenten in de opera.

DVD’S
GEORG SOLTI, 1992

frosch martondvd3a

In 1992 dirigeerde Solti in Salzburg een helemaal complete uitvoering van het werk. De regie van Götz Friedrich werd toen bijzonder sterk gevonden, maar ik vind het niet helemaal bevredigend. De mise-en-scène is zonder meer voortreffelijk, maar in de personenregie schiet hij te kort, waardoor de zangers een beetje onbeholpen van hot naar her hollen.

Het mooi vormgegeven bühnebeeld is fraai met zeer minimalistische maar realistische decors, maar de kostuums zijn soms een beetje bizar. Er wordt veel gebruik gemaakt van stroboscoopverlichting, wat in combinatie met heftige muziekpassages nogal gewelddadig kan overkomen.

Cheryl Studer is een droom van een Keizerin. Haar stem, met een zeer herkenbaar timbre en prachtige hoogte, is zwevend, transparant bijna, onschuldig en erotisch tegelijk. Thomas Moser is een aantrekkelijke Keizer, wellicht een tikkeltje te licht voor zijn rol, wat hem af en toe ademnood en geperste noten bezorgt, maar hij zingt prima.

Robert Hale (Barak) was toen al uitgezongen, nog geen 50 jaar oud. Jammer, want zijn portrettering is zeer charismatisch. Eva Marton doet pijn aan je oren, maar is zo betrokken, dat je het haar vergeeft. Haar wanhoopsaria aan het begin van de derde akte is ontroerend en bezorgt je kippenvel.

De erepalm gaat echter naar Marjana Lipovšek, die een werkelijk fenomenale Amme neerzet. Wat die vrouw aan kleurnuancen tot haar beschikking heeft en hoe ze met haar (zeer warme) mezzo omgaat, grenst aan het onmogelijke. Daarbij is ze ook een begenadigd actrice, ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. (Decca 0714259)

WOLFGANG SAWALLISCH, 1992

frosch die-frau-ohne-schatten-073408388

Een half jaar later werd FROSCH gepresenteerd in Japan. Het was de allereerste keer dat die opera daar werd uitgevoerd, en de verwachtingen waren dan ook hoog gespannen. De productie lag in handen van een algeheel Japans team aangevoerd door Ennosuke Ichikawa, een beroemd regisseur en toneelspeler van het Kabuki-theater.

Wat hij en zijn collega’s hebben bereikt is gewoon betoverend. FROSCH laat zich wonderbaarlijk vertalen naar de regels van Kabuki, sterker – daar wint hij aan geloofwaardigheid en spanning door. Lipovšek is hier nog gemener, nog kwaadaardiger dan bij Solti. Haar bewegingen zijn nu kleiner en meer ingetogen waardoor ze, merkwaardig genoeg, aan zeggingskracht winnen, en ze nog meer met haar stem kan doen.

Peter Seiffert is een excellente Keizer, zijn stem is rijk, elegant, warm, gevoelig en buigzaam, en al zijn hoge noten klinken als een klok. Jammer genoeg is de Keizerin niet van hetzelfde niveau. Luana DeVol intoneert ruim, haar sopraan klinkt schril en is totaal verstookt van lyriek (waarom hebben ze Studer niet meegenomen?), maar ze is een zeer overtuigende actrice.

Alan Titus en Janis Martin zijn misschien een tikkeltje minder intensief dan Hale en Marton bij Solti, maar hun stemmen klinken veel aangenamer. Acteren kunnen ze ook, en hoe! Bovendien oogt Martin zeer aantrekkelijk, hetgeen niet onbelangrijk is voor die rol. Het orkest olv van Sawallisch vind ik nog mooier dan bij Solti, sprookjesachtiger, doorzichtiger ook, en zwoeler …  Een waarlijk fenomenale productie. (Arthaus Musik 107245)

CD’S

KARL BÖHM 1955

frosch4011790668321

De allereerste registratie van de opera dateert uit 1955. Hij werd in Wenen live opgenomen, en is door het team van Orfeo verbazingwekkend goed opgepoetst.

Leonie Rysanek is de allerbeste Keizerin die ik ooit heb gehoord. Ze durft risico’s te nemen, en voert haar prachtige, lyrische sopraan tegen de grenzen van het onmogelijke. Met die rol heeft ze toen een norm gezet, waar niet makkelijk tegen op te boksen valt.

Hans Hopf (Keizer) heeft een soort “heroïsche” manier van zingen waar ik niet echt van houd, maar ik kan me voorstellen dat hij door veel liefhebbers als een ideaalbezetting wordt beschouwd. Kwestie van smaak, zou ik zeggen.

Elisabeth Höngen is een vileine Amme, en Christel Glotz een indrukwekkende, al niet altijd zuiver intonerende Färberin. Böhm dirigeert zeer liefdevol (Orfeo D’Or 668053)

HERBERT VON KARAJAN, 1964

frosch r-strauss-die-frau-ohne-schatten-0028945767828

In 1964, ter gelegenheid van 100ste geboortedag van Strauss, dirigeerde Karajan een zeer bevlogen FROSCH in de Wiener Staatsoper. De bezetting van de Färberin door Christa Ludwig is niet echt idiomatisch, maar ze haalt ze wel, haar hoge noten, en haar lezing van de rol is op zijn minst zeer indrukwekkend.

Qua stemschoonheid is Walter Berry (toen ook in het echt haar man) wellicht de mooiste Barak, helaas valt Jess Thomas (Keizer) me een beetje tegen. Leonie Rysanek herhaalt haar magnifieke lezing van de Keizerin, nog intenser, nog meer met de rol vergroeid.

De luxueuze bezetting van de kleine rollen door Fritz Wunderlich (de Jüngeling) en Lucia Popp (o.a. Falke), maakt de opname nog aantrekkelijker. Karajan dirigeert zoals we van hem gewend zijn – narcistisch maar o zo imponerend en met veel gevoel voor nuances. (DG 4576782)

GEORG SOLTI 1987-1990

frosch 28943624329

U kunt niet om Solti’s studioregistratie (hij heeft er drie jaar over gedaan, tussen 1987-1990) heen, alleen al omdat hij elke noot die door Strauss is geschreven, heeft opgenomen.

De bezetting van de Keizer door Plácido Domingo werd toen door de vele ‘puristen’ als een aanslag op het werk beschouwd. Onterecht. Zijn stem is in alle opzichten ideaal voor die rol en met zijn muzikaliteit, de kleuren in zijn stem en zijn meer dan gewone stemacteertalent zet hij een zeer humane en kwetsbare Keizer neer.

Julia Varady is, wat mij betreft, samen met Studer de beste Keizerin na Rysanek, wat een stem, en wat een voordracht! Hildegard Behrens is een verscheurde Färberin, haar volledige identificatie met de rol is grenzeloos. (Decca 4362432)


Is verismo dead? Part 1: Cavalleria Rusticana

cavalleria-rusticana-mascagni

La Morte de Verismo: Verismo is dead. In recent years, this heartfelt cry has been the subject of intense discussion on opera mailing lists, in opera groups on Facebook and during emotional conversations and discussions among many fans of the genre. But is it true? Is verismo dead?

People say verismo and think: Mascagni and Leoncavallo. Rightly so? Cavalleria Rusticana and certainly Pagliacci are among the most popular operas ever. The most tragic as well. But that is not only because of their content. They are about passion, love, jealousy, revenge and murder, but that and also the rough realism does not make them more violent than Carmen. And we have also experienced ‘ordinary people’ and ‘present time’ in operas before, in La Traviata for example.

No, what actually makes these operas so tragic is the fate of their creators. Both works caused a huge sensation and left their creators with a blockbuster they could never equal again. Not that they composed nothing else or that the quality of their later operas leaves much to be desired. On the contrary. La Bohème by Leoncavallo or L’Amico Fritz by Mascagni, for example, are true masterpieces.

The ‘why’ is difficult to answer, although many explanations have been given. Mascagni would not have remained true to his style and started to compose in the romantic style again. But that is not true: Cavalleria contains many passages that are just as lyrical as L’Amico Fritz, for example,  and Cavalleria is no more dramatic than lets say Iris.

pietro-miscagni-bbc-archives

Pietro Mascagni. Photo courtesy BBC archives

“Crowned before I became king”, Mascagni sarcastically remarked (‘Cavalleria’ was his first opera, composed when he was 26 years old), and that goes for Leoncavallo as well. Whatever the cause may be, both composers have, inseparably linked, gone down in history as composers of only one opera.

The same thing happened to their contemporaries and/or contemporaries of style (they preferred to call themselves ‘La Giovane Scuola’ – ‘The Young School’). The few people who have heard of Giordano, Catalani, Franchetti or Cilea probably cannot name more than one opera. Or even worse: one aria.

It is difficult to say what caused this, and is worth exploring, but the fact is that after the thirties and forties (and also the early fifties) the genre suddenly became ‘not done’. Intellectuals considered the genre as beneath themselves and the sobs in the aria ‘Vesti la giubba’ from Pagliacci became the example of bad taste.

Cavalleria Rusticana and Pagliacci have always remained popular with audiences, though. The real lovers have never taken any notice of this intellectual criticism (especially the eighties and nineties of the last century were ruthless for verismo).

CAVALLERIA RUSTICANA

mascagni

The premiere of Cavalleria Rusticana took place in 1890, three years after Otello and three years before Falstaff by Verdi. The leading roles were sung by Gemma Bellincioni as Santuzza and her husband Roberto Stagno as Turiddu.

cavalleria-bononcioni-met-man

Thanks to Edison and his invention we know how the first Santuzza sounded, because in 1903 Bellincioni recorded ‘Voi lo sapete, o mamma’  (SRO 818-2). What do we hear? Bellincioni has a light soprano, with an easy height, but with a dramatic core. It seems that she had had little success with the then standard repertoire, but her presence, her acting and interpretation made her very suitable for the new operas composed in the verist style.

Bellincioni sings ‘Voi lo sapete o mamma’:

How does a perfect Santuzza sound? You have to have power, that is clear. You also have to be able to act, especially with your voice, because few roles have so much duality in them: her eternal nagging gets on your nerves and you get tired of it, but at the same time she is pitiful and you have sympathy for her. As in real life, and that real life must also be reflected in the interpretation, which cannot be achieved by just singing beautifully.

That’s why the greatest singing actresses have recorded the best Santuzzas. You notice that too when looking at the list of Santuzzas: Giannina Arangi-Lombardi, Zinka Milanov, Carla Gavazzi, Eileen Farrell, Giulietta Simionato, Maria Callas, Elena Souliotis, Renata Tebaldi, Renata Scotto. And Lina Bruna Rasa of course, the beloved Santuzza of Mascagni.

cavallerie-bruna-rasa-cav

Milan 1940

In 1940 the 50th anniversary of Cavalleria was celebrated with special performances at La Scala, after which the whole cast went into the studio to make a recording of it. The line-up was the best possible, with next to Lina Bruna Rasa, Benjamino Gigli as Turiddu, Gino Becchi as Alfio and Giulietta Simionato as Mamma Lucia (strangely enough Simionato often sang the role of Santuzza afterwards).

cavalleria-1940

The first thing that stands out in Mascagni’s conducting is the emphasis he places on lyricism and a lilting tone , which makes the melodic lines stand out more clearly. On no other recording does the prelude sound so idyllic, and nothing better indicates the drama that is about to take place, which contrasts sharply with the Santuzza – Turiddu duet.  It makes the drama more poignant, more intense.

Gigli was one of the best Turiddu’s in history: seductive and frivolous, and (sorry, but it is true) only in Domingo did he get a worthy competitor. Because neither Giuseppe di Stefano (too light), nor Jussi Björling (too nice), nor Mario del Monaco (too roaring), nor José Carreras (although he comes close) could give Turiddu a hint of three-dimensionality.

Gigli as Turiddu. Recording from 1927:

At the time of the recording Bruna Rasa was 33 years old and since a few years she suffered from terrible depressions. The first symptoms of a mental illness had also manifested themselves and she had trouble remembering the text. Yet there was no question that anyone else would sing that role, and Mascagni helped her as much as he could.

Lina Bruna Raisa sings’ Voi la sapette o mamma’:

The original recording appeared on 2 CDs on EMI which were filled up with arias from other Mascagni operas sung by Gigli. Unfortunately on the re-release on Naxos (8110714-15) some orchestral preludes and intermezzi from different operas, all performed by the Berlin State Opera Orchestra conducted by Mascagni are added instead. Both EMI and Naxos start with a short speech by the composer.

Below the complete opera, conducted by the composer:

The Hague 1938

Afbeeldingsresultaat voor animal

Two years earlier, in 1938, the widow of Maurice De Hondt brought Mascagni and his opera to The Hague. The performance of 7 November was recorded live and was released on CD (Bongiovanni BG 1050-2 ).

The live recording sounds pretty good, especially for its age, and the stage sounds (including a very audible prompter) and the coughing audience are not really disturbing. The tempi are a bit faster than on the Naxos recording, but still a little on the slow side.

Cavalleria Bruna Raisa NL

The line-up is slightly less spectacular than two years later, but still very good. Antonio Melandri is a baritone Turiddu and Alfro Poli gives excellent shape to Alfio. Of course Mascagni had brought Bruna Rasa, and what she shows here surpasses everything: so intense, so desperate, so heartbreaking, like no other Santuzza ever sounded. Because of her interpretation alone, this special document is invaluable.

Franco Zefirelli

cavalleria-domingo

This part movie/part studio recording of Franco Zefirelli (DG 0734033) could have been the ultimate adaptation if it had not been for Elena Obraztsova who plays the role of Santuzza. That she is a bit older and unattractive – ok, that fits the story. But her voice is lumpy, sharp and her chest register is painful to the ears. She also suffers from over acting which makes her an extremely unsympathetic Santuzza.

One can’t blame Turiddu (Domingo at his best) for preferring to look at Lola (nice Axelle Gall). Just look at his eyes and his corners of the mouth, which speak volumes! For the rest nothing but praise for this recording, which (how could it be otherwise?) is coupled with ‘Pagliacci’, with again Domingo in top form and an excellently acted Nedda by Teresa Stratas.

In 1956 in the Rai studios one of the most beautiful Cavallerias was recorded, with Carla Gavazzi, Mario Ortica and Giuseppe Valdenga.

This recording can now be found on Youtube:

DOMENICO MONLEONE

cavalleria-monleone-portret

What many people don’t know: there are actually two (and even three if you include La Mala Pasqua by a certain Stanislao Gastaldon from 1888) Cavalleria Rusticana’s. Domenico Monleone (1875 – 1942), a composer not unknown  at the time, also used the story of Giovanni Verga for his one-acter, which his brother Giovanni converted into a libretto.

cavalleria-monleone-painting

Illustration Gamba Pipein. Courtesy Boston Public Library, Music Department

Sonzogno, Mascagni’s publisher, accused Monleone of plagiarism (and indeed: careful study shows that Monleone’s libretto is closer to Mascagni than to Verga’s original story), after which the opera was not performed anywhere for a long time.

Until 1907, when Maurice de Hondt brought Monleone to Amsterdam, where his opera had its belated premiere. Coupled with … yes! Cavalleria Rusticana.

Both works were directed by their composers: it apparently did not bother Mascagni that his colleague had ‘borrowed’ his libretto from him.

cavalleria-monleone

Il Mistero

cavalleria-il-mistero

Nevertheless, Monleone had to accept the court ruling, which meant that he had to find a new libretto for his music.

It was changed into Il Mistero, another story by Verga, and this time the author himself had helped Giovanni Monleone with the libretto.

Both operas with the same music but on two different libretto’s were released by Myto on CD’s (Cavalleria: 012.H063; Il Mistero: 033.H079). In both works the leading role (Santuzza/Nella) is sung by Lisa Houben, originally from the Netherlands.

Duet Santuzza/Turiddu, sung here by Denia Mazzola-Gavazzeni and Janez Lotric. Recording was made in Montpellier, in 2001:

An amusing video: eight times ‘A te la mala Pascua’:

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch: IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana