Plácido_Domingo

2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

 

Assassination of King Gustav III of Sweden at a masked ball at the Royal Opera House in Stockholm, 1792

Assassination of King Gustav III of Sweden. Illustration for Weltgeschichte Fur Das Volk by Otto von Corvin and Wilhelm Held (Verlag und Druck von Otto Spamer, 1880).

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed waar we trots op moeten zijn en dat we als een kostbaar bezit moeten koesteren. Zij is niet vanzelfsprekend en als we niet oppassen kunnen wij haar kwijtraken. Steeds vaker lees je over toenemende (zelf)censuur, films die niet gemaakt (vertoond) mogen worden, of kritische artikelen die de pers niet halen.

De censuur …. Daar kon Verdi ons heel wat over vertellen, want de censuur heeft het hem vaak behoorlijk moeilijk gemaakt.

Ook het libretto voor zijn opera over de Zweedse koning Gustaaf, die op een gemaskerd bal vermoord werd, moest eraan geloven. Noodgedwongen verhuisde Verdi de plaats van de handeling van Stockholm naar Boston, en van de koning maakte hij een Engelse gouverneur.

Gedreven door onze hang naar authenticiteit, voeren we sinds tientallen jaren de ‘oorspronkelijke’, Zweedse versie op, maar de laatste tijd bespeur ik een trend om het weer naar Boston te verplaatsen. Wellicht klinkt Boston en een gouverneur iets moderner in onze oren dan een koning, en past het zo beter bij een conceptuele regie? Wie zal het zeggen ….

Niet, dat het Verdi iets zou hebben uitgemaakt – tenslotte heeft hij, toen het al mogelijk was, het werk nooit gereviseerd. Al vind ik zelf de Zweedse versie iets logischer…..

LONDEN, 1975

Ballo Abbado Schenk ROH

De door Opus Arte (OA 1236D) uitgebrachte productie van het Royal Opera House stamt uit het begin van 1975. Het geluid is een beetje dof, maar dat vergeet je zodra je de prachtige stemmen van de zangers hoort.

Katia Ricciarelli is één van de meest ontroerende Amelia’s die ik ken. De klank die ze produceert is misschien niet echt ‘Verdiaans ‘, en wellicht is ze in die rol toch iets te licht (aan dat soort rollen heeft ze haar stem vroegtijdig kapot gezongen), maar de pianissimi die ze spint verdienen een schoonheidsprijs, en haar breekbaarheid is voelbaar.

Daar past de vriendelijk bezorgde, liefdevolle, maar ook speelse tenor van de jonge Plácido Domingo als een handschoen omheen. Piero Cappuccilli is een voortreffelijke Renato en Reri Grist een Oscar zoals ze ze tegenwoordig toch echt niet meer maken. Alleen al haar optreden is het aanschaffen van de dvd waard.

Claudio Abbado (wat was hij toen nog jong!) dirigeert licht en houdt de tempi sprankelend, met een bruisende orkestklank als gevolg.

De regie van Otto Schenk is doeltreffend. Conventioneel en toch verrassend. En als geen ander legt hij de komische aspecten van de opera bloot.

Trailer van de productie:

 

SALZBURG, 1990

Ballo Solti Schelsinger

15 jaar later was Domingo al een doorgewinterde Gustavo – zijn koning is inmiddels volwassen geworden, serieuzer, en al zegt hij de voorspellingen van Ulrica niet te geloven, toch zie je iets van een schrik in zijn ogen, het zou wel eens waar kunnen zijn ..

Daar hoort ook een rijpere Amelia bij. Geen dromerig meisje, maar een vrouw met intense verlangens. Daar voldoet Josephine Barstow zeer zeker aan. Zij is een verscheurde Amelia, vol liefde, verdriet, pijn en tranen. Bij ‘Ecco l’orrido campo’ is haar angst fysiek voelbaar en bij ‘Morrò’ denk je samen met haar te moeten sterven.

Leo Nucci schittert als Renato en Sumi Yo is een lichte, spring-in-het-veld Oscar.

De regie is in handen van de beroemde filmregisseur John Schlesinger. Het eindresultaat is verpletterend: overweldigende, natuurgetrouwe decors, prachtige kostuums en schitterende massascènes. Het schilderachtige beeld doet af en toe denken aan enorme tableau-vivants, en de personenregie is zoals je van een gerenommeerde regisseur zou verwachten – fenomenaal.

Aan het eind van de opera, als de stervende koning zijn laatste kracht verzamelt en naar adem happend afscheid neemt van zijn geliefde, zijn onderdanen en het vaderland, kan niemand vermoeden dat met zijn laatste ‘addio’ ook een heel tijdperk vaarwel wordt gezegd.

Het was de laatste productie van Herbert von Karajan in Salzburg. Hij overleed vlak voor de première in 1989 en werd vervangen door Solti, die ook de reprise van de opera in 1990 begeleid heeft (Arthaus Musik 109105)

Twee maal LUISA MILLER op dvd

 

Luisa Miller Verdi

RENATA SCOTTO

Luisa Miller Scotto

In 1979 zong Renata Scotto bij de Metropolitan Opera haar eerste Luisa Miller en ze deed dat met de voor haar gebruikelijke toewijding. Maar voordat ze aan haar eerste grote aria kon beginnen, zorgde een ‘grapjas’ voor een schandaal door keihard ‘brava Maria Callas’ te roepen.

Sherrill Milnes, hier in de gedaante van Luisa’s vader, nam de door emoties bevangen Scotto in zijn armen en redde zo haar concentratie. En de voorstelling

Dat alles was live op tv uitgezonden en zo kwam het op de in omloop zijnde piratenvideo’s terecht. De mijne koesterde ik al jaren, want van die prachtige opera zijn er bitter weinig beeldopnamen. Bovendien ben ik een echte Scotto (en Domingo, en Milnes) fan.

Inmiddels is de voorstelling door Deutsche Grammophon op dvd uitgebracht, met de nodige cuts, waaronder dat beroemde incident. Jammer, maar het gaat tenslotte niet om de incidenten maar om de opera en de uitvoering. En daar is dus helemaal niets mis mee. Integendeel.

De enscenering van Nathaniel Merrill is behoorlijk oubollig en Domingo ziet er niet uit met zijn geblondeerde haren, maar dat ga je gauw vergeten want er wordt op een absoluut topniveau gezongen en geacteerd en maestro James Levine dirigeert meesterlijk (DG 0734027).

In het filmpje hieronder bespreken de hoofdrolspelers (Scotto, Domingo, Milnes en Levine) de opera van Verdi en de productie van 1979.

 

 

DARINA TAKOVA

Luisa Miller Naxos

Voor zijn productie van Luisa Miller (oorspronkelijk uitgevoerd bij de Nationale Reisopera in 2004, voor deze dvd opgenomen in Venetië in 2006) liet regisseur Arnaud Bernard zich inspireren door Novocento van Bertolucci. Maar de invloed van de Italiaanse neorealisten is ook onmiskenbaar aanwezig.

Bernard situeert de actie op het Italiaanse platteland in de jaren twintig van de vorige eeuw, waardoor niet alleen de klassentegenstellingen, maar ook het opkomende fascisme ruimschoots aan bod komt. Het bühnebeeld is abstract en op een paar realistische rekwisieten en metershoge foto’s van vrouwen na is het toneel vrijwel kaal.

Luisa Miller was de derde van de vier opera’s die Verdi op een toneelstuk van Schiller baseerde. Zoals al zijn opera’s uit zijn ‘middenperiode’ zit het werk barstensvol wonderschone aria’s en ensembles en het bezit wellicht de mooiste ouverture ooit geschreven – een uitdaging voor de dirigenten.

Mauricio Bennini is goed op dreef met het orkest van het Teatro La Fenice, al vind ik zijn tempi soms wat aan de langzame kant.

De – overwegend jonge – cast is prima, alleen Ursula Ferri vind ik een irritante Frederica. Haar stem is vlak en wapperend en van acteren heeft ze geen kaas gegeten.

Giuseppe Sabbatini (Rodolfo) beschikt over een ouderwets mooie, slanke tenor met goede topnoten en Darina Takova is een ontroerende, zeer tot de verbeelding sprekende Luisa  (Naxos 2110225-26).

 

DON CARLO(S). Een poging tot discografie

 

Carlo_Cornaglia_-_Giuseppe_Verdi's_Don_Carlo_at_La_Scala

Een discografie van Verdi’s Don Carlo is eigenlijk niet te doen. Eén van de mooiste, zo niet de mooiste opera in de geschiedenis kent tientallen verschillende versies en duizenden opnamen op cd, dvd, blu-ray, lp’s en mc’s, you tube, spotify…… Duizenden studio-opnamen, en minstens net zo veel piraten… Moeilijk.

Eén ding weet ik zeker: wat – en hoeveel – ik ook zal kiezen, er zullen altijd mensen zijn die mij de omissie van hun geliefde opname zullen verwijten. Ik neem het ze niet kwalijk. Zou ik ook doen.

PLÁCIDO DOMINGO

Carlo Domingo Freni dvd

Don Carlo(s) is naast Otello wellicht één van de belangrijkste rollen in Plácido Domingo’s carrière. Hij zong hem in het Italiaans en in het Frans, in de versie met vier akten en die met vijf akten, plus alle mogelijke combinaties. Drie van zijn vertolkingen springen eruit, niet in de laatste plaats vanwege zijn partners en/of de regie.

De rijke productie van John Dexter uit de Metropolitan Opera (1983), gedirigeerd door Levine en met Mirella Freni als Elisabetta en Grace Bumbry als Eboli, en verder met (ja, gaat u maar alvast watertanden) Nicolai Ghiaurov, Feruccio Furlanetto en de nu bijna helemaal vergeten Louis Quilico is niet alleen buitengewoon fraai om te zien maar ook onvoorstelbaar goed gedirigeerd en gezongen. Hemels! (DG 000507609).

Domingo en Freni:

 

Carlo Giulini cd

De opname onder Giulini uit 1971 met de onnavolgbare Montserrat Caballé als Elisabetta (Warner Classics 0825646908332) is een absolute MUST en mag in geen enkel verzameling ontbreken.


 

 

Carlos Domingo Abbado

En dan hebben we nog de allereerste opname van de complete Franse versie, met Katia Ricciarelli als Elisabetta onder een werkelijk schitterende directie van Claudio Abbado (DG 4153162). Hier ontbreekt geen maat, geen noot van de partituur, al is veel in de vorm van appendix bij gedaan.


ROLANDO VILLAZON

Carlo Villazon Amsterdam

Don Carlo was de sensatie van het seizoen 2003/2004 in Amsterdam. De opera ging tijdens het Holland Festival 2004 in première en men had er graag honderden euro’s (zoveel werd er op de zwarte markt voor de tickets betaald) voor over om erbij te zijn. De redenen waren legio: onder andere het laatste optreden in Amsterdam van Riccardo Chailly die het na zestien jaar tijd vond om op te stappen bij het Concertgebouworkest.

De regie was in handen van Willy Decker, lieveling van het Amsterdamse publiek, die al voor heel wat hoogtepunten bij de DNO had gezorgd. Deze keer had hij zichzelf overtroffen door een emotioneel en zeer persoonlijk drama neer te zetten, dat zich voornamelijk rond de vader-zoonrelatie concentreerde. Ook het katholieke geloof was alomtegenwoordig: de bühne werd gedomineerd door een gigantisch kruisbeeld, niet alleen als symbool van het lijden, maar ook, of misschien voornamelijk, als afschrikbeeld.

Met Don Carlo maakte Rolando Villazón zijn Amsterdams debuut. De jonge Mexicaan, met een timbre wat toen aan de jonge Domingo deed denken, zorgde voor een opzienbarend en opwindend optreden. Ook de rest van de cast was zeer goed. Een legendarische productie (Opus Arte OA 0932).

Villazon en Dwayne Croft (Rodrigo) in Amsterdam:

untitled

In 2008 zong Villazón Carlo in de Londense Covent Garden. De rol had zijn paradepaardje moeten worden, maar bleek uiteindelijk te zwaar voor hem te zijn.

De beetje bizarre maar ook zeer naturalistische productie was in handen van Nicholas Hytner en het geheel werd werkelijk briljant gedirigeerd door Antonio Pappano. Marina Poplavskaya was een ontroerende Elisabetta en in Simon Keenlyside verwelkomden wij een zowat perfecte Rodrigo (Warner Classics 5099963160994).

Villazon en Keenlyside:

FRANCO CORELLI

Carlo Corelli Janowitz

Franco Corelli had een perfecte stem voor Carlo: zeer mannelijk en macho, maar ook licht klagelijk, kwetsbaar en kinderlijk, wat, samen met zijn beroemde slis, hem lichtelijk schizofreen deed overkomen. In 1970 zong hij de rol aan de Weense Opera, en al was hij toen over zijn hoogtepunt heen, toch had zijn stem nog niets van zijn glans verloren. Zijn portrettering van de gekwelde prins was bijzonder verfijnd.

Gundula Janowitz (Elisabetta) klonk meer als een kind dan als een vrouw. Haar superlichte, zoete stem met een typisch vibrato was niet ideaal voor Elisabetta, maar maakte het wel aanneembaar dat ze fragiel en bang was, niet in staat om eigen beslissingen te nemen.

Eberhard Waechter was een goede, af en toe chargerende Posa, en Ghiaurov en Talvella werkelijk superieur als Philips en Il Grande Inquisitore. Het absolute hoogtepunt was echter de fulminante Eboli van Shirley Verrett. Luister maar naar ‘O don fatale’, hoe furieus ze het woord ‘crudel’ uitspreekt, haar stem daarna tot pianissimo terugneemt in ‘o mia regina’ en met een gekwelde ‘il mio dolor’ eindigt!

Jammer alleen van de vele coupures in de toch al kortere Italiaanse versie (Orfeo C 649 053 D).


IN HET FRANS

 

Carlos Frnas dvd KOnwitschny

Dat Peter Konwitschny niet alleen maar misbaksels op zijn naam heeft staan heeft hij met zijn Don Carlos uit de Wiener Staatsoper (in 2010 nog op herhaling in Antwerpen) bewezen. Zij regie is zeer vernuftig en hij presteerde het om ook het publiek bij het spektakel te betrekken. En dat bedoel ik fysiek. Ik kan de opname zonder meer aanbevelen, al vind ik niet alle zangers overweldigend en dan druk ik mij voorzichtig uit (Arthaus Musik 107187).

Ramon Vargas (Carlos) en Bo Skovhus (Rodrigo):

Carlos Alagna ROH dvd

Niet te versmaden is de opname onder Antonio Pappano, met Roberto Alagna, Thomas Hampson, Karita Matilla en José Van Dam uit de Parijse Châtelet. De regie van Luc Bondy is soms een beetje ‘weird’ maar in de gehele linie uitstekend en het zingen is goed tot zeer goed. Ooit was er moeilijk aan te komen maar inmiddels is de productie bij Warner Classics op dvd en bd uitgekomen (0825646347803). Een absolute aanrader.

Alagna en Hampson:

 

TWEE ‘BUITENBEENTJES’: LUIS LIMA en ANGELO LO FORESE

Carlo Lima

Ik heb altijd een enorme zwak gehad voor de prachtige productie van Luchino Visconti met Luis Lima en Ileana Cotrubas, en gedirigeerd door Bernard Haitink (Royal Opera House, 1985). De manier waarop Lima gestalte gaf aan de puberale, liefdeszieke en behoorlijk neurotische Carlo is werkelijk onvergetelijk. (NVC ARTS 510110242-2)

 

Cotrubas en Lima in  “Al mie pie, perche”

Carlo loforese

Op het Italiaanse midprice label GOP is ooit een Don Carlo uit Florence 1956 uitgebracht (GOP 66350). Bijzonder interessant, voornamelijk vanwege de donkergekleurde Elisabetta van Anita Cerquetti, een kanjer van een sopraan, van wie veel te weinig bewaard is gebleven.

Ook de rest van de cast mag er wezen: Angelo Lo Forese (kent iemand de zanger nog?) als Carlo, Ettore Bastianini als Rodrigo, Fedora Barbieri als Eboli en de grote Italiaanse bas Cesare Siepi als Filippo. Met de laatste ben ik behoorlijk blij, want merkwaardig genoeg heeft hij die rol nooit in de studio opgenomen.

Don Carlo met Jonas Kaufmann: DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

LOHENGRIN. Discografie

 

Lohengrin August von Heckel, Neuschwanstein

August von Heckel: Aankomst van Lohengrin; Neuschwanstein, woonkamer van de koning, 1882/83

 

Voor mij, absoluut geen Wagneriaan, staat Richard Wagners Lohengrin samen met zijn Tannhäuser op eenzame hoogte: ik krijg er nooit genoeg van. Geen wonder dat mijn Lohengrin-plank goed gevuld is. Een selectie van aanraders en afraders.

CD’S

GEORG SOLTI

Lohengrin solti

Mijn geliefde cd-opname is die onder leiding van Georg Solti (Decca 4210532), voornamelijk vanwege de dirigent. Het begint al met de ouverture: zeer mysterieus en toch met beide voeten in de aarde. Zeer gevoelig, maar ook nadrukkelijk echt zonder sektarisme; hier geen Hare Krishna, maar ook geen Halleluja.

Vóór hij Lohengrin ging opnemen, had Domingo zich al bijna twintig jaar op zijn rol voorbereid (hij zong hem al 1968 in Hamburg) en het resultaat is er ook naar. Zijn Lohengrin is voornamelijk liefhebbend en warmbloedig.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig met een stem waar je stil van werd. Fischer-Dieskau’s Heerrufer is een kwestie van smaak, maar Siegmund Nimsgern en Eva Randová zijn een perfect vilein paar.

Hieronder de ouverture uit deze opname:


 

MAREK JANOWSKI

 

lohengrin-Janowski

Marek Janowski wordt beschouwd als één van de beste Wagner-dirigenten van onze tijd, maar zijn Lohengrin, in november 2011 live opgenomen in Berlijn (PentaToneClassics PTC 5186403) valt mij een beetje tegen.

Janowski dirigeert zeer voorzichtig, voor mij te, waardoor de ouverture het meeste weg heeft van een uitgerekte brij. Gelukkig herstelt hij zich gauw en in de tweede akte laat hij de dreiging goed voelbaar worden. In de Bruiloftsmars laat hij de noten mooi in elkaar vloeien en maakt mij gelukkig met zijn keuze van tempi en het beteugelen van het orkest. Toch kan ik niet aan de indruk ontkomen dat hij zich verliest in details.

Ik ben geen fan van Annette Dasch, haar stem vind ik wat ‘gewoontjes’, maar wellicht past het bij het karakter van Elsa? Susanne Resmark is een fatsoenlijke Ortrud, met een grote stem en een mooi donker timbre. Maar haar ruime vibrato is soms hinderlijk.

De rest van de zangers is zonder meer prachtig, maar er is één probleem: ze mengen niet. Klaus Florian Vogts geluid is zeer ‘blank’,  zijn timbre behoorlijk zoetig en zijn benadering heel erg lyrisch. Mooi, dat wel, maar eerlijk gezegd heb ik het inmiddels gehad met steeds maar hetzelfde: hij ontwikkelt zich niet. Bovendien kan hij het niet opnemen tegen de diepe laagte van Günther Groisböck (Heinrich) en het werkelijk fenomenale volume van Gerd Grochowski (Telramund). In de ensembles valt hij gewoon weg.

Hieronder Günther Groissböck zingt het ‘Gebet des König Heinrich‘


BERTRAND DE BILLY

Lohengrin-oehms

Een van de nieuwste Lohengrin’s, althans op cd, werd gedirigeerd door Bertrand de Billy en in maart 2013 live opgenomen in de Frankfurter Opern (OEHMS classics OC946). Naar foto’s in het tekstboekje te oordelen mogen wij blij zijn dat de productie niet op dvd maar op cd is verschenen!

Camilla Nylund is een prachtige Elsa, voor mij misschien de beste Elsa van de laatste jaren. Michaela Schuster heeft inmiddels van Ortrud één van haar parade rollen gemaakt, al is er iets in haar vetolking wat mij een beetje tegen staat. Voor Falk Struckman (Koning Heinrich) ben ik bereid moord te doen, dus ik vergeef hem dat zijn stem een beetje onstabiel is geworden.

De Duits – Canadese tenor Michael König (Lohengrin) is nieuw voor mij. Van zijn stem en zijn interpretatie word ik echt stil, zo mooi en zo ontroerend! Alleen al vanwege hem en Nylund ga ik de opname koesteren!


ERICH LEINSDORF

 

Lohengrin Leinsdorf

Even terug in de tijd.

In 1943 dirigeerde Erich Leinsdorf bij de Metropolitan Opera in New York een Lohengrin om te zoenen (Sony 88765 42717 2). De ouverture is om verliefd op te worden, zo sprookjesachtig mooi. Daar kan ik niet genoeg van krijgen.

Lauritz Melchior is natuurlijk dé Lohengrin uit de tijd en Astrid Varnay klinkt verrassend lyrisch. Het is alleen jammer van haar manier om de medeklinkers zeer nadrukkelijk uit te spreken, iets wat ik niet mooi vind. Alexander Sved is een zeer autoritaire Telramund en Kerstin Thorborg een goede Ortrud.

Lauritz Melchior:

FRITZ STIEDRY

 

Lohengrin Stiedry

Tegenover Leinsdorfs opname staat een registratie uit 1950 onder Fritz Stiedry (Walhall WLCD 0146). Zijn aanpak is zeer nuchter, recht door zee, wat ook wel versterkt wordt door de povere geluidskwaliteit. Maar het is ontegenzeggelijk mooi en zeer verrassend.

Vergeet ook de zangers niet: Helen Traubel is een heerlijke Elsa en Astrid Varnay is na zeven jaar gepromoveerd van Elsa naar een zeer indrukwekkende Ortrud. En dan Herbert Janssens Telramund: wat een stem en wat een indrukwekkende vertolking


(meer…)

TAMERLANO in twee opnamen

Tamerlano Timur_reconstruction03

De Mongoolse krijgsheer Timur Lenk (Tamerlano)

Ooit heeft het mij een zeer dierbare vriendschap gekost, maar ik wil eerlijk zijn: ik ben geen grote liefhebber van Händel. En al helemaal niet van Tamerlano, een opera, waarin de tijd stil lijkt te staan om alleen af en toe een genadeloos langdurende coloratuur (en nog eens da capo!) doorheen te laten door glippen. Ik vermoed dat ik de enige niet ben: de opera werd lange tijd nog maar zelden uitgevoerd en opgenomen.

tamerlano_und_bajazet_celesti

Andrea Cilesti: Tamerlane and Bayezid (c. 1770)

Maar tijden veranderen en in onze honger naar nog meer onbekende schatten uit het barok wordt ook Tamerlano steeds vaker afgestoft en uitgevoerd. Steeds meer gevierde zangers – inclusief de grootste vocale supersterren van wie je het nooit zou verwachten – zetten die opera op hun repertoire, wat de bekendheid ervan ten goede komt. Zelf ken ik er maar twee opnemen van.

PLÁCIDO DOMINGO

Tamerlano Domingo

In het Teatro Real in Madrid werd in 2008 (Opus Arte OA Bd7022 D) een voorstelling in de regie van Graham Vick en onder leiding van Paul McCreesh opgenomen. De cast was zonder meer goed, met Sara Mingardo als een voortreffelijke Andronico voorop.

Plàcido Domingo (Bajazet) maakte zijn debuut in een barokopera, maar zelfs hij, mijn grote idool, kon het niet helpen dat ik telkens in slaap viel. Bij zijn ‘Figlia mia non pianger’ werd ik even ontroerd wakker, maar dat was dat.

Veel van de verveling komt zonder meer op rekening van de regisseur. Vicks productie is kaal, kil en (neem ik aan?) esthetisch verantwoord.

Hieronder Domingo in ‘Figlia mia non pianger’

JOHN MARK AINSLEY

Tamerlano Ansley

Veel interessanter vind ik de opname op Naïve (V5373).

John Mark Ainsley is een Bajazet uit duizenden en Karina Gauvin een veel betere Asteria dan Ingela Bohlin bij McCreesh.

Met Emanuel Cenčić (Andronico) erbij kan de cast gewoon niet beter en Riccardo Minasi weet heel wat meer spanning in de partituur te brengen.

Hieronder ‘Figlia mia non pianger’ door John Mark Ainsley:


 

 

GIANNI SCHICCHI. Een mini discografie.

 

Schicchi_original_cover

De op een episode uit de Inferno uit Dante`s La divina comedia gebaseerde schurkenkomedie is een heerlijk niemendalletje waarin de personages niet voor elkaar onderdoen in hun – best aandoenlijke – semiverdorvenheid.

De opera voelt als een ontspannende ademhaling na de voorafgaande twee donkere uren gevuld met passie en moord. Het valt mij dus niet mee om Gianni Schicchi los te weken van de Trilogie waar hij bij hoort. De komische éénakter zit bijna altijd vast aan Il Tabarro en Suor Angelica, want was het Puccini’s bedoeling niet om die drie, totaal verschillende korte opera’s tot een schijnbaar onmogelijke drie-eenheid samen te smelten? Iets, wat hem ook waanzinnig goed is gelukt, maar waar menig operabaas anders over denkt?

 

Vladimir Jurowski/Annabel Arden/Glyndebourne 2004

 

Schicchi Glyndebourne

Maar mocht u het werkje alleen willen hebben, dan kan het. En dan bent u het beste uit met de registratie uit Glyndebourne 2004 (Opus Arte OA 918 D). Ik kan u dan ook meteen geruststellen: ook in vergelijking met andere producties is deze zonder meer aan te bevelen, want:
a) onvoorstelbaar leuk en slim geregisseerd en
b) goed geacteerd en gezongen.

Felicity Palmer is misschien de beste Zita ooit. Hoe zij het woordje ‘ladro’ (dief) uitspreekt, kostelijk en onnavolgbaar! Marie McLaughlin is een weergaloze La Ciesca, vrouw van Marco, Buoso’s zoon. Voor die twee dames alleen al is het de moeite waard om de dvd aan te schaffen.

Maar er is natuurlijk meer: Sally Matthews is een zeer prettig zingende Lauretta en Alessandro Corbelli is de vleesgeworden Schicchi. De enige die een beetje uit de toon valt is Massimo Giordani: zijn Rinuccio had jeugdiger en onnozeler gekund.

De kostuums en het decor zijn prachtig, de slimme regie van Annabel Arden librettogetrouw en de directie van de jonge Vladimir Jurowski sprankelend en opwindend. Dat het eind sterk doet denken aan ‘Room with a view’ is lekker meegenomen.

Alessandro Corbelli als Schicchi uit de opname:

James Conlon/Woody Allen/San Francisco 2015

 

Schicchi Woody Allen

In 2008 was het niemand minder dan Woody Allen die Gianni Schicchi onder handen heeft genomen, het was zijn eerste (en meteen ook de laatste) operaregie. De recensies waren wisselend, maar men was vol lof over de directie van James Conlon en de vertolkers van de hoofdrollen (o.a. Thomas Allen en Saimir Pirgu). Pas bij de herneming in 2015 werd de productie door Sony (88985 315089) voor dvd opgenomen, met een geheel nieuwe cast.

Nu ben ik een echte Domingo-fanaat, maar de komische rol van de sympathieke schurk Schicchi ligt hem gewoon niet. Hij ziet er best leuk uit in zijn maffioso-outfit, maar voor die rol mist hij een paar lage noten. Nergens kan hij mij ook overtuigen als een volkse schavuit, hij zingt gewoon te serieus.

Andriana Chuchman is een aardige Lauretta, maar Arturo Chacón-Cruz is een behoorlijk ondermaatse Rinuccio. Zijn ‘Avete torto’ doet pijn aan mijn oren. Ook Meredith Arwady (Zita) is niet om over naar huis te schrijven. Jammer.

Woody Allen zelf was niet aanwezig was bij de herneming en dat is misschien de verklaring waarom ik het alles behalve grappig en/of leuk vindt.

 

 

Lorin Maazel 1977

 

Schicchi Sony

Voor hen die toch echt alle drie de opera’s willen hebben en nog niets op de plank hebben liggen: koop de Sony (88697-527292) opname onder Lorin Maazel en dan bent u voor de rest van uw leven klaar.

De in 1977 opgenomen Il Trittico heeft een cast om te zoenen, met een prominente plaats voor Renata Scotto, die Giorgetta en Angelica (the best ever!) voor haar rekening neemt.

De opname van Gianni Schicchi wordt -zoals het hoort – gedomineerd door Gianni Schicchi, hier vertolkt door de ongeëvenaarde Titto Gobbi. Hij zingt de rol met de restanten van zijn stem, maar die restanten zijn nog steeds onweerstaanbaar en wat hij er mee doet..  Daar wordt je stil van.

Tito Gobbi als Gianni Schicchi:

Ileana Cotrubas is een verrukkelijke Lauretta en de jonge Domingo een jeugdige en stralende Rinuccio.


Paolo Gorin
Schicchi-[Scheveningen-Live]-cover

En tot slot iets bijzonders. Geen idee of het nog op de markt is, maar wie zoekt …
In 1979 werd Gianni Schicchi in het Scheveningen opgevoerd, met in de titelrol in Nederland zeer geliefde bariton: Renato Capecchi. Hans Vonk dirigeerde het Rotterdams Filharmonisch en er deden een keur aan de Nederlandse zangers mee: Meinard Kraak, Lieuwe Visse en Tom Haenen.

Bella Voce heeft de eenakter op  cd uitgebracht gekoppeld aan de opnamen van Il Tabarro (met Renato Bruson, Marilyn Zchau en Vladimir Atlantov) en Suor Angelica met Pilar Lorengar en Kerstin Meijer uit Wenen

Als bonus krijgt u fragmenten van de uitvoering door de Nederlandse Operastichting, opgenomen tijdens het Holland Festival in het Stadsschouwburg in Amsterdam op 12 juli 1959. De titelrol werd ongeëvenaard gezongen door Paolo Gorin, verder horen we nog Guus Hoekman als Simone en Jo van de Meent als Zita. (BLV 107.406)

Gianni Schicchi met Paolo Gorin, daar bestaat ook een zeer bijzondere opname van op de dvd. De opera werd op 21-05-1959 in het Koninklijke Schouwburg in Den Haag gepresenteerd met in het publiek koningin Juliana, prins Bernhard, prinsessen Beatrix en Irene en als speciale gast de sjah van Perzië, Mohammed Reza Pahlawi.

Schicchi Perzie

Het geheel werd rechtstreeks live op de televisie uitgezonden en door de ‘piraten’ op video  (nu dvd) uitgebracht.

Naast Paolo Gorin ziet u Edith Martelli als Lauretta, Lidy van de Veen als Zita, Ettore Babbini als Rinuccio en Guus Hoekman als Simone. Het Orkest van de Nederlandse Opera staat onder leiding van Arrigo Guarnieri.

LA TRAVIATA. Een (zeer) korte en beknopte discografie

Traviata

Het is wellicht de meest gespeelde en opgenomen opera, maar echt goede uitvoeringen zijn schaars.

 

Traviata Sarah-Bernhardt-Camille-Postcard

Sarah Bernhardt als Marguerite Gautier in La Dame aux Camélias

Grotendeels ligt het aan de eisen die Verdi aan de sopraan stelt. In de eerste akte moet ze over soepele coloraturen met erbij behorende hoge noten beschikken, in akte twee moet haar stem voornamelijk lyrisch klinken, met perfecte overgangen. Het is de akte waarin ze van een ietwat ingeslapen, maar zielsgelukkige en liefhebbende vrouw tot een echte opofferingsgezinde heldin transformeert. De akte waarin ze ons moet overtuigen dat er voor haar geen andere uitweg bestaat dan voor het slachtofferrol te kiezen. De derde akte is een ware beproeving, want hier moet ze al haar (voor zover zij erover beschikt)  dramatische kwaliteiten als een tragédienne van het kaliber Sarah Bernhardt laten zien. Hoeveel sopranen kunnen hier aan voldoen?

MARIA CALLAS

Traviata Callas

Maria Callas als Violetta Valéry

Callas? Natuurlijk zong ze de rol meer dan voortreffelijk; het kon ook niet anders, want alles wat ze aanraakte veranderde in goud. En toch …. La Traviata was niet echt haar ‘ding’. Violetta was een curtisane – één van de hoogste klasse, dat wel, maar La Divina had niets met de promiscue vrouwen, ze pasten niet in haar ideale wereldbeeld. Violetta’s opofferingsgezindheid maakte haar in ieder geval sympathieker dan zo’n Tosca of Carmen (aan beide heeft Callas een gruwelijke hekel gehad), vandaar ook dat zowel de tweede als de derde acte haar beter afgaan dan de eerste. Maar ze blijft er koninklijk bij, veel te koninklijk voor mij, want de “echte “ Violetta was meer een meisje dan een vrouw. Een meisje dat al een lange tijd ziek is (haar ziekte begint nog vóór de opera), waardoor haar sterfscène niet uit de lucht valt. Dat ze sterven gaat weten wij al vanaf het begin, al blijven we, tegen beter weten in, hopen op een wonder.

Complete opname uit Lissabon 1958 staat op You Tube:

ILEANA COTRUBAS

Traviata Cotrubas

Eigenlijk zijn er maar twee zangeressen die me van het begin tot het eind overtuigen, althans op cd’s: Ileana Cotrubas en Renata Scotto.

Cotrubas had het geluk om de opera onder Carlos Kleiber op te nemen, orkestraal wellicht de mooiste Traviata ooit (DG 415132). Vanaf het begin is zij voelbaar zwak en ziek, haar overgave aan liefde is totaal, en haar ontgoocheling dodelijk.

Alfredo is, sinds zijn roldebuut op 20-jarige leeftijd in Mexico, altijd Domingo’s paradepaardje geweest. Zijn fluweelachtige, warme tenor leek geschapen om de rollen van goedbedoelende minnaars te zingen. Sherrill Milnes zingt een strenge, autoritaire vader Germont, met wie je niet in discussie gaat, maar die zich in de laatste scènes ook van zijn menselijke kanten laat zien.


RENATA SCOTTO

Traviata Scotto cd

Renata Scotto heeft (of moet ik zeggen: had?) iets wat weinig andere zangeressen bezaten: een perfecte techniek die haar in staat stelde om met coloraturen te strooien alsof het niets was. Haar hoge noten klonken weliswaar een beetje staalachtig maar waren ontegenzeggelijk loepzuiver. Zij bezat de gave om met haar stem (en niet alleen maar met haar stem!) te acteren, en door haar perfecte articulatie kon je niet alleen letterlijk volgen wat ze zingt, maar het ook begrijpen.

Haar wellicht mooiste (er bestaan meerdere opnames met haar) Violetta nam ze in 1963 op (DG 4350562), onder de zeer spannende leiding van Antonino Votto. Alfredo wordt er gezongen door de zoetgevooisde Gianni Raimondi, en Ettore Bastianini is een warme, inderdaad vaderlijke, Giorgio Germont.


Traviata Scotto dvd

En denk maar niet dat de voorstellingen vroeger, toen alles nog volgens het boekje gebeurde, statisch en saai waren! In 1973 was La Scala op tournee in Japan, en daar, in Tokyo, werd een legendarische voorstelling van La Traviata opgenomen (VAI 4434).

De hoofdrollen werden vertolkt door de toen nog ‘volslanke’ Renata Scotto en de 27-jarige (!) José Carreras. DVD vermeldt geen naam van de regisseur, wellicht was er ook geen, en de zangers (en de dirigent) hebben het allemaal zelf gedaan? Hoe dan ook, het resultaat is werkelijk prachtig, ontroerend en to the point. Ik ga er verder niets meer over vertellen, want deze opname is een absolute must voor iedere operaliefhebber.

Finale van de opera:

(meer…)