opera/operette/oratorium/koorwerken

Jonas Kaufmann zingt Das Lied von der Erde. Had hij beter kunnen laten.

Mahler Kaufmmann

Soms zouden zelfs de grootste zangers tegen zichzelf beschermd moeten worden. Hoe groot de drang, behoefte of dwang ook niet is: sommige dingen kun je beter niet doen, zeker als het twijfelachtige resultaat bij voorbaat al vaststaat. Jonas Kaufmann is een wereldtenor en zijn ongewone talent staat buiten kijf, maar zelfs de voetbal spelende supergoden kunnen de plank volledig misslaan bij kampioenschappen ballroomdansen.

In het boekje vertelt Kaufmann van zijn fascinatie voor Das Lied von der Erde en zijn bewondering voor Fritz Wunderlich die het werk, samen met Christa Ludwig voor Otto Klemperer had opgenomen. Dat wilde Kaufmann ook en vroeg zich af of het niet mogelijk voor hem was om alle liederen zelf te zingen. Was er niemand die hem kon vertellen dat hij het beter kon laten? Mahler componeerde het Das Lied von der Erde met twee stemmen in zijn gedachten: die van de tenor en de alt en dat deed hij niet zonder reden!

Maar er is meer waarom ik zeer ongelukkig ben met deze opname. Al in ‘Das Trinklied vom Jammer der Erde’ komt Kaufmann in ademnood en overschreeuwt zichzelf. Bij het ‘Afscheid’ aangekomen heeft hij hoorbaar geen kracht meer en zijn zingen lijkt meer op het croonen. Het Wiener Philharmoniker klinkt onder leiding van Jonathan Nott routineus en vlak.


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Jonas Kaufmann (tenor)
Wiener Philharmoniker olv Jonathan Nott
Sony 8985389832 • 60’

Meer Kaufmann (selectie):
JONAS KAUFMANN in Amsterdam
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI
DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.
JONAS KAUFMANN: verismo

De romantische wereld van Lalo: LE ROIS D’YS

Lalo

Hoeveel operaliefhebbers kennen Le Roy d’Ys van Lalo? Volgens mij zijn er weinig mensen die er ooit van hebben gehoord, laat staan dat ze ooit de kans hadden de opera te zien. Totaal vergeten.

Hoe onterecht het is, bewijst de door Dynamic (33592) in april 2008 in Luik opgenomen voorstelling. Le Rois d’Ys is een zeer melodieuze opera met veel koorpartijen en duetten, en de muziek is romantisch en meeslepend.

Het libretto is eenvoudig: de dochters van de koning van Ys (een door de oceaan bedreigde stad) houden van dezelfde man. Wanneer hij voor Rozenn kiest, neemt Margared wraak. Samen met Karnac (vijand van de stad en de koning) opent ze de sluizen, met een overstroming als gevolg. Maar Margared wordt verteerd door schuldgevoelens en offert zich op door in het kolkende water te springen. De stad en haar bewoners zijn gered.

De enscenering is eenvoudig en realistisch. De overstroming wordt uitgebeeld als een enorme regenbui. Niet echt dreigend, maar ja, tenslotte beschikken we allemaal over een gezonde dosis verbeeldingskracht.

De cast is goed tot zeer goed. Gylaine Girard is een fantastische, evenwichtige Rozenn. Haar zeer flexibele sopraan heeft een bijzonder aangenaam timbre. Dit in tegenstelling tot de mezzo Giuseppina Piunti (Margared), die af en toe krijsend overkomt. Maar zij is zo bij haar rol betrokken dat ik het haar gauw vergeef.

Sébastien Guéze (Mylio) kennen we – onder anderen – van zijn fantastische vertolking van Romeo bij de ZaterdagMatinee in 2008. Hij beschikt over een prettige, lichte tenor met een onmiskenbaar Frans tintje, en zijn interpretatie is zeer roldekkend. Werner van Mechelen is een zeer goede Karnac. Aanbevolen!

Sébastien Guéze zingt in dezelfde productie maar dan uit Opera St.Etienne :

Édouard Lalo
La Roi d’Ys
Giuseppina Piunti, Guylaine Girard, Eric Martin-Bonnet, Sébastien Guéze, Werner van Mechelen e.a.
Orchestra and chorus of the Opéra Royal de Wallonie olv Patrick Davin
Regie: Jean-Louis Pichon

Een paar woorden over Thaïs van Massenet

Thais poster

Wie kent ‘Méditation’ niet, het sentimenteel zoete maar o zo mooie stuk vioolmuziek, met een hoog tranengehalte? Er zijn echter niet veel mensen die de opera waarin het stuk als een soort intermezzo in de tweede akte fungeert, ooit hebben gehoord, laat staan gezien.

Méditation in de uitvoering van Josef Hassid (opname uit 1940):

De opnamen ervan zijn nog steeds schaars, ik ken er zelf maar drie (met Anna Moffo, Beverly Sills en Renée Fleming), waarvan die met Sills, Sherrill Milnes en Nicolai Gedda (Warner 0190295869069) me het dierbaarst is.

Thais Sills

De productie van Pier Luigi Pizzi uit La Fenice was al eerder op cd uitgebracht en ik vond het muzikaal en voornamelijk vocaal bijzonder sterk. Bijzonder nieuwsgierig was ik daarom of de beelden er iets aan toevoegden op de dvd van Dynamic. Daar ik nu volmondig ja op kan zeggen.

Thais

De decors zijn schaars, maar toch lijkt het alsof het toneel er helemaal vol mee is. Vanwege de kleuren (met zeer overheersend rood) wellicht, maar ook vanwege de dominante plaats die ze op de bühne innemen. Zo staat het met rozen overdekte bed van Thaïs, waar ze – als was ze Venus uit Urbino of  een Danaë van Titiaan – zeer voluptueus op ligt, zeer prominent in het midden van het toneel.

Thais Mei Pertusi

Eva Mei (Thaïs) en Michele Pertusi (Athanaël)

In de derde acte, wanneer het leuke leven is afgelopen en het boeten begint, zijn de rozen nergens meer te bekennen (een doornen bed?) en is haar houding net zo kuis als haar witte gewaad.

Thais wit

De kostuums zijn een verhaal apart: zeer weelderig, oriëntaals en weinig verhullend. Eva Mei gaat niet zover als haar collega Carol Neblett, die in 1973 in New Orleans geheel uit de kleren ging, maar haar doorzichtig niemendalletje, waar haar borsten haast ongemerkt uit floepen, laat niets aan de verbeelding over.

Wellicht werd ze geïnspireerd door de allereerste Thaïs, Sybil Sanderson, wier borsten tijdens de premièrevoorstelling in 1894 ook ‘per ongeluk’ zichtbaar werden?  Maar goed, het gaat dan ook over de grootste (en mooiste) courtisane in Alexandrië!

Thais Sybil

Eva Mei is zeer virtuoos en zeer overtuigend als Thaïs. Zo ook Michele Pertusi als Athanaël. Er is wel heel erg veel ballet. Ook daar waar het eigenlijk niet hoort, wat soms zeer storend werkt.

Jules Massenet
Thaïs
Eva Mei, Michele Pertusi, William Joiner, Christophe Fel e.a.
Orchestra del Teatro La Fenice do Venezia olv Marcello Viotti
Regie: Pier Luigi Pizzi
Dynamic 33427

Meer Massenet:
JOSÉ VAN DAM als DON QUICHOTTE van MASSENET in Brussel 2010
CENDRILLON met Joyce DiDonato

Stabat Mater van Karol Szymanowski: meesterwerk meesterlijk uitgevoerd

cover_COVERfb-2

Heuglijk nieuws: Karol Szymanowski is helemaal terug. De een na de andere worden zijn composities afgestoft, opgepoetst, uitgevoerd en opgenomen. Zijn vioolconcerten behoren inmiddels tot de meest gespeelde werken voor het instrument en zijn mysterieuze opera Król Roger doet alle grote operahuizen aan. Zo vanzelfsprekend is het niet, want nog niet zo lang geleden mocht je zijn muziek niet mooi vinden. Niet goed in ieder geval want niet “modern” genoeg en van alle stijlen thuis: eclectisch dus.

Dat Szymanowski beïnvloed werd door Richard Strauss zal niemand ontkennen. Tel daarbij de inspiratie die hij opdeed bij de impressionisten en een enorme liefde voor Poolse folklore. Vergeet de Arabische invloeden niet, plus de grote fascinatie voor alles wat exotisch en mystiek was. Met die mix aan invloeden wist Szymanowski zijn eigen stijl te brouwen, waardoor je al na een paar maten zijn scheppende hand kunt herkennen.

Zijn Stabat Mater uit 1926 vind ik de mooiste Stabat Mater ooit gecomponeerd, misschien alleen te vergelijken met die van Poulenc. Bizar eigenlijk dat het werk nog steeds zo weinig wordt uitgevoerd.

Of de nieuwe opname door het door Jacek Kaspszyk geleide koor en het Filharmonisch Orkest uit Warschau met een viertal solisten van naam hier iets aan kan veranderen? Dat hoop ik. De uitvoering is schitterend en het werk, dat niet minder dan een echte meesterwerk is verdient het.

Behalve het Stabat Mater heeft Kaspszyk ook Szymanowski’s Litania do Marii Panny (Litany to Virgin Mary) en zijn derde symfonie Pieśń o nocy (Song of the Night) opgenomen, waardoor de cd, qua gekozen repertoire identiek is aan die onder Rattle uit 1994.

Litania do Marii Panny behoort tot Szymanowski’s rijpste werken, maar stilistisch is het van de vier jaar jongere Stabat Mater amper te onderscheiden. Ook de derde symfonie uit de jaren 1914-1916 is duidelijk des Szymanowski’s: “art nouveau meets het katholiek geloof”. Met de onmiskenbare invloeden van Debussy en Scriabin en de sterke hang naar het oriëntalisme – voor zijn symfonie gebruikte hij de Poolse vertaling van het gedicht van de Perzische dichter Jalāl ad-Dīn ar-Rūmī  – Szymanowski ten voeten uit. Hoezo eclectisch?

Szymanowski Aleksandra_Kurzak_by_Martyna_Gallaweb

Aleksandra Kurzak ©Martyna Gallaweb

Aleksandra Kurzak is niet minder dan betoverend. Haar prachtige, volromige, lyrische sopraan met duizelingwekkende en loepzuivere hoogte is tegelijk groot, krachtig en uitdrukkingsvol. Haar voordracht is onberispelijk en haar interpretatie ontroerend. Van de acht minuten durende Litania maakt zij een mini melodrama, dat je niet onberoerd laat. Adembenemend.

SzymanowskiAgnieszka-Rehlis-2

Agnieszka Rehlis

In de Stabat Mater wordt zij bijgestaan door de prachtige mezzo Agnieszka Rehlis. Rehlis heeft van oratoria haar specialiteit gemaakt en dat is hoorbaar. Haar grote, warme stem houdt zij goed in bedwang en haar interpretatie is ingetogen, wat een prachtige contrast oplevert met de zeer dramatische Kurzak.

Szymanowski Rucinsi

Artur Rucinski © Andrzej Swietlik

Artur Rucinski weet mij met zijn belcanteske bariton zeer te imponeren. Ik kan mij voorstellen dat je zijn aandeel iets te opera-achtig zou kunnen vinden, zelf vind ik het heel erg mooi.

Szymanowski Korchak

Dmitri Korchak © Dmitri Korchak

Dmitri Korchak beschikt over een heerlijk zoet-lyrische tenor met een zeer aangenaam timbre, ik vraag mij alleen af of zijn stem niet te klein is voor de imposante derde symfonie. Je kunt het werk makkelijk met Das Lied von der Erde van Mahler vergelijken en daarvoor heb je toch een beetje stentortenor voor nodig. Korchak komt hier duidelijk aan de grens van wat hij kan, maar de enorme (schitterende, overigens) koor, waar hij tegen moet opboksen is ook niet niks.

Helaas wordt hij niet echt geholpen door de dirigent: Kaspszyk laat het orkest zwellen tot een absolute max. Indrukwekkend, zonder meer, maar met wat meer mysticisme en oosters parfum zou hij voor een absolute perfectie hebben kunnen zorgen. Niettemin: schitterend!

Het is alleen jammer dat men de liedteksten niet heeft afgedrukt, want al was u het Pools machtig dan nog steeds had u er niets van kunnen verstaan.


Karol Szymanowski
Litania do Marii Panny op,59
Stabat Mater op.53
III Symfonia “Pieśń o nocy” op.27
Aleksandra Kurzak (sopraan), Agnieszka Rehlis (mezzosopraan), Dmitry Korchak (tenor), Artur Ruciński (bariton)
Warsaw Philharmonic Orchestra & Choir olv Jacek Kaspszyk
Warner Classics 9 58645 0 • 61′

Polnische Hochzeit van Joseph Beer. Wat een ontdekking!

Beer Poster World Premiere Polnische

„In der Heimat blüh’n die Rosen – nicht für mich den Heimatlosen“ zingt graaf Boleslav in zijn eerste aria. Het had net zo goed uit de biografie van de componist kunnen komen.

Beer in 1925 Oeillet

Joseph Beer in 1925 © Oeillet

Joseph Beer werd in 1908 geboren in Lemberg (Lwów, Lviv), wat toen nog bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk hoorde, maar tien jaar later één van de belangrijkste steden werd in het herrezen Polen. Beer studeerde in Wenen en na de anschluss vluchtte naar hij naar Frankrijk. Eerst naar Parijs waar hij, geholpen door de directeur van Théâtre du Châtelet zich in leven hield door de muziek voor de film Festival du Monde te componeren. Zijn poging om de US te bereiken mislukte: verder dan Nice kwam hij niet.

Beer hoto Papa Fausse Carte Identite

Valse identiteitscard van Joseph Beer

Tijdens zijn onderduikperiode componeerde hij er Stradella in Venice, een opera in veristische stijl (première Zurich 1949) die zijn laatste bleek te zijn.

Beer stradella

 

Robert McFarland zingt aria van Doge uit STRADELLA IN VENEDIG:

 

 

Beer met ouders enPhoto Papa and Family

Joseph Beer met zijn ouders, broer en zus

Na de oorlog bereikte hem het nieuws dat zijn ouders in Auschwitz waren vermoord. Ook zijn vriend, mentor en librettist van de Polnische Hochzeit, Fritz Löhner-Beda, heeft het kamp niet overleefd.

Beer Fritz Löhenr-Beda

Fritz Löhner-Beda

Begin jaren vijftig trouwde Beer met Hanna Königsberg, ook een Holocaust overlevende (Königsberg heeft als kind samen met haar ouders Duitsland ontvlucht). Samen met haar en hun twee dochters bleef hij in Nice – tot zijn dood in 1987.

Beer Photo Papa Maman ca. 1950

Joseph Beer met zijn vrouw Hanna Königsberg in Nice

Beer is nooit het droeve nieuws van het verlies van zijn familie te boven gekomen. Hij trok zich terug uit het publieke leven en stopte met componeren, daarvoor in de plaats stortte hij zich op zijn studie musicologie: in 1966 promoveerde hij op “Evolutie van de harmonische stijl van Scriabin”.

Beer Diplome de Doctorat

Polnische Hochzeit werd na de oorlog niet meer opgevoerd, Beer zelf wilde er geen toestemming voor geven. Naar het “waarom” kunnen we alleen maar gissen, maar blijkbaar was de confrontatie met de operette voor hem te pijnlijk. De operette met zijn onderwerp lag hem te veel aan het hart.

 

Maar zijn roots verloochende hij nooit. Volgens zijn dochter Béatrice voelde hij zich in eerste instantie een Jood, maar daarna meteen een Pool. Geen Oostenrijker, alsjeblieft. Maar ook geen Fransman. Hij woonde er bijna vijftig jaar en werd na de oorlog tot Franse staatsburger bevorderd, maar zijn hart bleef in Lwów, al heeft hij de stad nooit meer terug gezien. Hij sprak ook vloeiend Pools, wat zonder twijfel van belang was voor het leggen van de juiste accenten in zijn partituur.

Beer Polnische Hochzeit Poster World Premiere

Het is bijna niet te geloven, maar Beer componeerde Polnische Hochzeit in slechts drie weken. De première in 1937 in Zurich was een enorm succes. Het werd vertaald in acht talen en werd – behalve in nazi Duitsland –in veertig verschillende landen op de planken gebracht. Onder de titel Les Noces Polonaises zou de operette op 1 oktober 1939 worden opgevoerd in Théâtre du Châtelet. De hoofdrollen zouden gezongen worden door Jan Kiepura en Martha Eggerth, maar een maand daarvoor zijn de Nazi’s de tweede Wereldoorlog begonnen.

Beer cover


Polnische Hochzeit
is een heerlijke operette in de rijke Weense traditie. Je hoort er flarden van  Emmerich Kálmán en Paul Abraham (Victoria und ihr Husar!), maar de partituur is rijkelijk gelardeerd met Poolse volksdansen en Joodse volksmelodieën. Plus de in de tijd veel gebruikte jazzinvloeden: het duet ‘Katzenaugen’ is een onvervalste charleston.

Een operetteliefhebber ontdekt er alle noodzakelijke ingrediënten. De jeugdgeliefden Boleslav en Jadja komen elkaar weer tegen als Boleslav naar zijn vaderland terugkeert. Jadja is aan Boleslavs rijke oom Staschek beloofd, maar een slimme meid Suze  (zeg maar: een soort vrouwelijke Figaro) weet de boel tot het goede einde te brengen. Het verhaal heeft ook veel weg van Don Pasquale. Wat de Polnische Hochzeit anders maakt is het hoge patriottismegehalte: het verhaal speelt zich af in 1830, in de door Russen bezette Polen.

Nikolai Schukoff kom ik steeds vaker tegen bij de (vergeten) operettes en dat maakt me blij. Na Giuditta en Zigeunerbaron is het al zijn derde operette opname. Zijn stem is er zeer geschikt voor, veel beter dan voor Wagners die kleine littekens op zijn stem hebben achtergelaten. Erg is het niet: hij heeft gewoon wat tijd nodig om op te warmen (de opname is live). Al in de mazurka ‘Polenland mein heimatland’ is hij helemaal op dreef en laat een paar stralende hoge noten horen. Heel bijzonder is ook zijn gevoel voor het ritme, waarmee hij goed geholpen wordt door de dirigent Ulf Schirmer. En voor de smachtend gezongen hit die nog geen hit is, ‘Du bist meine grosse Liebe’, zou zelfs Gedda zich niet voor hoeven te schamen.

Teaser:

Martina Rüping is een heerlijke Jadja. Haar warme sopraan weet mij in het met melancholische ondertoon gezongen ‘Wenn die mädel zu mazurka gehen’ zeer te ontroeren. En wat een mooi nummer is het! Net als het duet ‘Herz an Herz’ (denk aan ‘Lippen Schweigen”) trouwens. Smullen!

Michael Kupfer-Radecky imponeert als graaf Staschek en Susanne Bernhard is een verrukkelijke Suze.

Béatrice Beer, dochter van de componist zingt ‘Wunderbare Traume’:

Joseph Beer
Polnische Hochzeit
Martina Rüping, Susanne Bernhard, Nikolai Schukoff, Michael Kupfer-Radecky, Mathias Hausmann e.a.
Chor des Staatstheater am Gärtnerplatz; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
CPO 5550592


English translation: JOSEPH BEER: POLNISCHE HOCHZEIT.

Een zinderende Storm van Frank Martin

Der Sturm

 

Wij operaliefhebbers, dromen van de openbaring van de archieven van de Amsterdamse Matinee. De meeste opnames die zich daar bevinden zijn van onschatbare waarde. En dan verrast een Engelse platenfirma ons opeens met het uitbrengen van de opname van één van de merkwaardigste Matinees:: Der Sturm, opgevoerd in oktober 2008.

Naar het ‘waarom’ kunnen we slechts gissen. Niet dat het er toe doet, maar raar is het wel. Want zeg zelf: het werk is nagenoeg onbekend, de jarenlang in Nederland wonende componist komt oorspronkelijk uit Zwitserland en er wordt in het Duits gezongen…

In oktober 2008 schotelde de ZaterdagMatinee ons de eerste versie van Der Sturm van Frank Martin voor, een mooie maar niet hemelbestormende opera uit 1952. De muziek, zeker aan het begin, doet zeer impressionistisch aan, maar dan wel met zeer sterke invloeden van Wagner.

Zelf vind ik Der Sturm niet het sterkste werk van de door mij anders zeer bewonderde componist. Maar de uitvoering! In de zeer veeleisende rol van Prospero geeft Robert Holl een heuse onemanshow, maar ook de rest van de cast, waaronder veel Nederlanders, mag er zijn!

 

Der Storm Holl

Robert Holl ©Elisabeth Melchior

De bas Ethan Herschenfeld imponeert als Alonso en Dennis Wilgenhof zet een heerlijk karikaturale Caliban neer. Het Groot Omroepkoor is ge woonweg prachtig als de geest Ariel en Thierry Fischer laat het orkest brullen, zinderen en wiegen. Een must.

 

 

 

Frank Martin
Der Sturm
Robert Holl, Christine Buffle, Ethan Herschenfeld, Josef Wagner, Andreas Macco, James Gilchrist, Simon O’Neill, Marcel Bekman, Dennis Wigenhof, Roman Sadnik, André Morsch, Thomas Oliemans
Groot Omroepkoor en Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Thierry Fischer
Hyperion CDA67821/3

ARIADNE AUF NAXOS: Glyndebourne 2013

Ariadne

Ariadne auf Naxos behoort niet tot mijn geliefde opera’s. Ik heb er gewoon geen vat op. Is het een komedie? Is het een drama? Gaat het over mythologische figuren, over een artiestenleven, over “hoge” versus “lage” kunst, over huwelijkstrouw, over ego’s? Of is het gewoon een mix van alles, zoals het leven zelf? Eén ding is zeker: het levert stof tot nadenken. En, mits goed uitgevoerd (en geregisseerd!) kan de opera je een goede avond bezorgen: beschouwelijk en toch vermakelijk. Mits …

Goed, de proloog in deze productie van Katharina Thoma vind ik echt heel erg leuk. Dat de actie zich afspeelt in een kasteel in Sussex in 1940 vind ik geen probleem. Er zijn nergens contradicties met het libretto. Het is geestig, goed geregisseerd (een grote plus voor de personenregie) en zeer vermakelijk.

Maar dan, na de pauze, als wij dus het eigenlijke toneelstuk over Ariadne krijgen (volgens het libretto speelt het zich af op een idyllisch eiland) en wij in een soort veldhospitaal belanden, dan zijn ze mij helemaal kwijt. Ik vind het idioot, onbegrijpelijk, gruwelijk eigenlijk.

Zonde, want de uitvoering is zeker goed, met twee echte uitschieters: Thomas Allen als de briljante muziekmaster en Kate Lindsay (een echte ontdekking!) als het prototype van een jonge componist.

Laura Claycomb is een leuke Zerbinetta: zij ziet er uit als Betty Grable, kan goed acteren en er is ook niets op aan te merken aan haar hoge noten noch haar heerlijke coloraturen. Toch: haar grote aria is niet een echte showstopper.

Sergey Skorokhodov heft voldoende noten en volume in huis om een perfecte Bacchus neer te zetten, maar ziet er zo bespottelijk uit in zijn vermomming van een gewonde frontsoldaat dat ik een giechel kan niet onderdrukken.

Ook Soile Isokoski presteert onder haar gebruikelijke niveau, maar zonder beeld valt van haar zang veel te genieten.

Het orkest onder leiding van Jurowski – het was zijn laatste jaar als chef dirigent in Glyndebourne – speelt gewoon verrukkelijk. En de bonustracks, met onder meer een geanimeerd gesprek met Jurowski en de terugblik van Thomas Allen op zijn “Glyndebourne – jaren” zijn niet te versmaden!

Hieronder een fragment uit de proloog:

Richard Strauss
Ariadne auf Naxos
Soile Isokoski, Kate Lindsay, Laura Claycomb, Sergey Skorokhodov, Thomas Allen London Philharmonic Orchestra olv Vladimir Jurowski
Regie: Katharina Thoma
Opus Arte OA 1135D

 

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier

La morte de verismo: verismo is dood. Onder deze hartenkreet woedt er de laatste jaren een heftige discussie op operamailinglijsten, in operagroepen op Facebook en tijdens geëmotioneerde gesprekken en discussies bij vele liefhebbers van het genre. Maar is het waar? Is verismo dood?

Andrea Chenier

chenier-portret

André Chhénier

Voor mij is Andrea Chénier één van de beste en mooiste opera’s ooit. De muziek vind ik niet minder dan goddelijk en het verhaal is van alle tijden. Het blijft actueel – nu nog misschien sterker dan ooit. De tiran moet van zijn troon afgestoten worden en het volk moet het voor het zeggen krijgen. Daar zijn wij het toch allemaal mee eens?

Was het maar zo simpel! Wie ooit opgegroeid is in een postrevolutionair totalitair regime weet hoeveel verschrikkingen het met zich mee brengt. De ene terreur wordt door een ander vervangen.

Dit is, althans voor mij, het belangrijkste thema in Giordano’s grootste hit. De werkelijke hoofdrol is volgens mij niet voor de echt bestaande dichter André Chénier (wist u dat Giordano Cheniérs gedichten in zijn aria’s heeft gebruikt?) noch voor zijn geliefde Maddalena weggelegd. Het is de Franse revolutie, die, zoals Gérard (ooit Maddalena’s huisknecht en nu één van de revolutieleiders) bitter opmerkt, haar eigen kinderen verslindt.

Tot mijn grote verbazing las ik dat Domingo er niet zo veel mee had, met het personage van Andrea Chénier. De opera vond hij prachtig, maar de rol, één van zwaarste in het ‘lirico-spinto’-repertoire, was voor hem dramatisch niet echt interessant. Voor hem was Chénier ‘een idealist die altijd met zijn hoofd in de wolken loopt’. En toch was het één van de opera’s die hij het liefste zong!

Zelf vind ik dat de rol van de dichter/revolutionair hem past als een handschoen. Liefdespassie en enorme betrokkenheid bij alles wat er in de wereld gebeurt, waren – en zijn nog steeds – zijn handelsmerken.

Domingo zingt ´Un di all’azzurro spazio´ tijdens een recital in 1983:

 

Zijn eerste Cheniér zong hij in 1966 in New Orleans, als de last minute vervanger van Franco Corelli, maar dat was niet zijn eerste optreden in de opera. In het seizoen 1960/61 zong hij Incredibile en de Abt, in Mexico.

chenier-domingo-cd

Mijn dierbaarste cd-opname is in 1976 door RCA (GD 82046) vastgelegd. De cast is om te likkebaarden: Renata Scotto zingt Maddalena, Sherrill Milnes is Gérard en in de kleine rollen horen we o.a. Jean Kraft, Maria Ewing, Michel Sénéchal en Gwendolyn Killebrew. James Levine, die het National Philharmonic Orchestra dirigeert, snapt precies waar het in de opera over gaat. Om te huilen zo mooi.

Scotto zingt ‘La Mamma morta’:

chenier domingo dg

In 1981 werd de opera in Wenen voor tv opgenomen. Die opname is inmiddels op dvd uitgebracht (DG 073 4070 7). Gabriela Beňačková, één van de meest ondergewaardeerde zangeressen in de geschiedenis, zingt een Maddalena van vlees en bloed. Huiveringwekkend mooi en ontroerend.

Piero Cappuccilli is een Gérard uit duizenden en ook hier zijn de kleine rollen door grote zangers ingevuld: Madelon wordt door niemand minder dan Fedora Barbieri gezongen. De productie van Otto Schenk is een lust voor het oog.

Zie ook:
IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana

Asmik Grigorian als Fedora: verismo op zijn best.

Daniela Dessì schittert als ADRIANA LECOUVREUR

Gedenkwaardige Adriana Lecouvreur uit de Met

ZAZÀ

CECILIA

JONAS KAUFMANN: verismo

KRASSIMIRA STOYANOVA: Verismo

Umberto Giordano en zijn Fedora

 

Eva-Maria Westbroek als Minnie in Frankfurt

fanciulla-frankfurt

Minnie in La fanciulla del West is niet alleen Eva-Maria Westbroeks favoriete rol, het is ook één van haar beste rollen. Oehms Classics heeft de vertolking die de Nederlandse sopraan in 2013 in Frankfurt gaf op cd gezet, met naast haar nog veel meer imponerende spelers.

Wellicht weet u waarom La fanciulla del West, samen met Edgar en Le Villi, tot de minst gewaardeerde en gespeelde opera’s van Puccini behoort? Ik niet. Vlak na de première in 1910 schreef een anonieme Amerikaanse criticus: “The first act is the best Puccini ever wrote, the second a more passionate evolution of the musical ideas of the first.”

Hoe waar! De muziek is vol onvervalste passie en het verhaal verhult een psychologisch drama dat zelfs in de beste Bergman-film niet zou misstaan (mocht hij zijn stiltes voor muziek willen inruilen).

In de maanden mei en juni 2013 werd La Fanciulla door de Oper Frankfurt opgevoerd. Tot mijn grote vreugde werden de voorstellingen opgenomen en op cd uitgebracht. Vraag is wel: waarom niet op dvd? Naar de foto’s en trailer te oordelen betrof het één van de mooiste en spannendste Fanciulla’s van de afgelopen tijd (geregisseerd door Christof Loy). En aangezien de concurrentie toch al zo klein is…

Hieronder de trailer uit Frankfurt:

Ook zonder visie valt er echter waanzinnig veel te genieten. Eva-Maria Westbroek behoort tegenwoordig tot de allerbeste vertolksters van de hoofdrol en in de Uruguayaanse tenor Carlo Ventre treft zij een Dick Johnson van vlees en bloed. Waar vind je nog zulke spintostemmen, die in staat zijn een veristische opera te zingen?

Ashley Holland toont zich hun gelijkwaardige partner in de rol van Jack Rance, waardoor de ‘pokerscène’ uitgroeit tot wat het zijn moet: een hoogtepunt van de opera.

Ook alle kleine rollen zijn voortreffelijk bezet en het Frankfurter Opern- und Museumorchester onder leiding van Sebastian Weigle speelt met veel gevoel voor drama. Zeer aanbevolen!


Giacomo Puccini
La Fanciulla del West
Eva-Maria Westbroek, Carlo Ventre, Ashley Holland, Peter Marsch, Afred Reiter, Simon Bailey, Bálint Szabó e.a.
Frankfurter Opern- und Museumorchester, Chor der Oper Frankfurt olv Sebastian Weigle
Oehms Classiscs  OC 945

Minnie (LA FANCIULLA DEL WEST) van Frazzoni en Steber

EVA-MARIA WESTBROEK als Sieglinde.

Uitstekende uitvoering van Schönbergs Moses und Aron

moses

Naxos durft wel! Nu we amper nog nieuwe opera-opnames op cd kunnen verwachten (afgezien van de bekendste hits met de grootste sterren), hebben ze Schönbergs Moses und Aron in 2003 live in Stuttgart opgenomen en uitgebracht.

Moses und Aron, één van de belangrijkste opera’s van de twintigste eeuw, is onvoltooid gebleven. Het stuk werd in 1954 voor het eerst (postuum) opgevoerd in Hamburg, maar een echte hit is het nooit geworden, ondanks de zeer sterke dramatische expressie en de mogelijkheden die ze aan de conceptueel werkende regisseurs biedt.

Schönberg zelf beschouwde het als zijn belangrijkste werk. Het was ook zijn antwoord op het oprukkende antisemitisme en zijn (noodgedwongen) hervonden Joodse identiteit.

De hoofdrollen zijn toebedeeld aan een bariton (Moses), die zich van het Sprechgesang bedient, en een hoge, belcanteske tenor (Aron), die als een spreekbuis dient voor zijn broer. Want Moses mag dan vol ideeën zitten, verwoorden kan hij ze niet (‘O wort, du wort, das mir fehlt’).

Ronald Kluttig werkte een paar jaar als assistent van Lotar Zagrosek, en dat is aan hem te horen: zijn benadering van de complexe partituur is zeer persoonlijk en betrokken.

Het koor zingt fenomenaal, Wolfgang Schöne is een prachtige, kernachtige Moses en de ‘ruim intonerende’ Chris Merritt neem ik wel voor lief.

 

Jammer genoeg is de geweldige productie van Peter Stein door DNO in Amsterdam nooit vastgelegd (en ook nooit teruggekomen:

 

 

Deze, uit 2017 is ook zeer fraai (regie Willy Decker)