Jules_Massenet

Manon-Premiere Oper Zürich 7.4.2019: Man hat schon Schlimmeres gesehen

Manon Zurich

Text Mordechai Aranowicz

 

Die Premiere von Jules Massenets Oper Manon am Opernhaus Zürich geriet zu einer etwas zwiespältigen Angelegenheit, bei der der Funke nicht so recht überspringen wollte. Das lag zum einen sicherlich am Dirigat von Marco Armiliato, der Massenets Musik wenig französisch, weitgehend spannungsarm, sowie farb- und leidenschaftslos abspulte. Im Mittelpunkt der Aufführung stand dagegen Piotr Beczala als des Grieux, dessen Auftritte an seinem einstigen Züricher Stammhaus selten geworden sind.

Beczala, der die Rolle 2011 bereits an der Met an der Seite von Anna Netrebko gesungen hatte, überzeugte rundum mit seinem in allen Lagen perfekt geführtem Tenor und charmantem Spiel, besonders in der Kirchenszene des dritten Aktes. Er versuchte, dem insgesamt sehr trägen Bühnengeschehen etwas Leben einzuhauchen. Dass Beczala dem des Grieux stimmlich  eigentlich bereits entwachsen ist, war bei einem Sänger, der demnächst den Radames in sein Repertoire aufnehmen wird, nicht anders zu erwarten.

Elsa Dreisig brauchte in der Titelrolle einige Zeit um stimmlich warm zu werden, überzeugte dann allerdings im Cours de la Reine-Bild mit glockenhellen Koloraturen, Darstellerisch blieb die Sängerin allerdings leider über weite Strecken blass.

Blass und stimmlich wenig präsent waren auch Yuriy Yurchuk als Lescaut, Eric Huchet als Guillot de Morfontaine und Alastair Miles als Comte des Grieux. Letzterer sang seinen Part  mit den Resten, seines einst so imposanten Basses.  Die übrigen Rollen waren insgesamt solide bis sehr gut besetzt.

Das am Premierenabend so wenig Stimmung aufkam lag auch an der Inszenierung von Floris Visser. Anders als bei zahlreichen Neuinszenierungen tat Visser dem Werk keine Gewalt an und überliess der Musik den Vorrang. Warum man jedoch, das Werk aus dem 18. Jahundert in die Enstehungszeit der Oper verlegen musste blieb unklar und erschien insgesamt ein eher willkürlicher Einfall, der nichts zum tieferen Verständnis der Oper beitrug.

Manon Zurich 1

Das Bühnenbild von Dieuweke van Reij war insgesamt funktional und machte es Dank Deckelung den Sängern akustisch einfach. Leider blieb dieser Rahmen jedoch insgesamt ziemlich stimmungslos, wozu auch die eintönige Lichtregie von Alex Brook verantwortlich war. Die auch von der Bühnenbildnerin entworfenen Kostüme waren zwar ästhetisch, grenzten die einzelnen Charaktere aber untereinander zu wenig ab, sodass gerade die Nebenrollen in den Massenszenen teilweise untergingen und man in diesen Momenten die Sänger in der Masse kaum wahrnahm. Hier wäre eine geschicktere Personenregie von Chor und Statisten wünschenswert gewesen.

Am Ende gab es für alle Beteiligten freundlichen Applaus, der nur für Elsa Dreisig und Piotr Beczala deutlich zunahm, beim Erscheinen des Regieteams dagegen deutlich abnahm. Buhrufe gab es jedoch keine.

Fazit: Diese Inszenierung ist zwar kein Ärgernis, aber auch nicht wirklich gut. Immerhin erhalten die Sänger der Hauptrollen genug Freiraum ihre Rollen zu gestalten, wobei sich das ganze Ensemble noch einspielen muss.

Trailer:

https://www.facebook.com/opernhauszuerich/videos/1773444599422066/

Van Tragédiennes naar Visioenen. VÉRONIQUE GENS, een mini portret

gens c Alexandre Weinberger Virgin Classics

In 1999 werd Véronique Gens door de Franse ‘Victoires de la Musique’ uitgeroepen tot zangeres van het jaar, maar haar carrière begon dertien jaar eerder, toen zij werd voorgesteld aan William Christie. Haar stem was nog niet geschoold en dat was precies waar hij naar op zoek was. In 1986 debuteerde zij als lid van zijn beroemde barokensemble Les Arts Florissants. Zeer snel groeide zij uit tot de zangeres van de barokmuziek en werkte met de grootste namen uit het circuit: Marc Minkowski, Philippe Herreweghe, René Jacobs, Christophe Rousset en Jean-Claude Malgoire.

Gens zingt ´Ogni vento´ uit Agrippina van Hàndel, olv Malgoire:

Het was Malgoire die haar haar eerste Mozart rollen: Cherubino (Le Nozze di Figaro) en Vitellia (La Clemenza di Tito) liet zingen, maar als iemand haar twintig jaar geleden had voorspeld dat zij ooit Contessa uit Le Nozze of  Elvira (Don Giovanni) zou zingen, dan had ze het stellig niet geloofd.

Véronique Gens als Donna Elvira in Barcelona:

Zingen wilde zij altijd al, maar haar familie van vrijwel alleen maar artsen en farmaceuten vond het maar niks. Geen vast inkomen, geen pensioen  … Dus ging zij Engels studeren in haar geboorteplaats Orléans, en daarna op de Sorbonne.

Inmiddels heeft zij honderden – waarvan vele bekroonde – opnamen gemaakt en haar repertoire breidt zich steeds uit: na Mozart kwam Berlioz  – zo zong zij de rol van Marie in L’enfance du Christ, en voor haar opname van Les Nuit d’été werd zij uitverkoren als de ´Editor’s Choice´ van het Engelse Gramophone. Ook haar cd getiteld Nuit d’étoile met liederen van Fauré, Poulenc en Debussy werd overal zeer enthousiast ontvangen.


Voor Virgin was zij in 2006 op een ontdekkingsreis door de veelal onbekende schatten van de Franse barok gegaan en het resultaat mag er wezen.

 

Gens Tragediennes

Begeleid door het Ensemble Les Talens Lyriques onder leiding van Christophe Rousset nam zij aria’s op van de opera’s van Lully, Campra, Rameau, Leclair, de Mondonville, Royer en Gluck Die zogenaamde “tragédie-lyriques” waren geïnspireerd door de grote klassieke toneelstukken, waarin het tragische element als het belangrijkste gold. Ook bevatten ze lange dramatische scènes, die de toenmalige diva’s de mogelijkheid gaven om het hele scala aan emoties te kunnen tonen.

Véronique Gens past dit allemaal als een handschoen. Zij neemt ons op een ontdekkingreis mee, waarin heel wat vergeten pareltjes voor een enorm plezier zorgen. Maar hoe prachtig ze ook allemaal niet zijn, het absolute hoogtepunt bereikt ze in ‘Dieux puissants que j’atteste…’, Clytamnestra’s schrijnende hartenkreet om haar dochter, uit Iphigénie en Aulide van Gluck.

Daar stijgt zij met de snelheid van een achtbaan tot enorme hoogtes in, en laat de luisteraar naar adem happend en met hartkloppingen achter. Brava.


TRAGÉDIENNES
Aria’s uit vroege Franse opera’s van Lully, Campra, Rameau, Mondonville, Leclair, Royer, Gluck
Les talens lyriques o.l.v. Christophe Rousset
Virgin 346.762-2 • 70’

NÉÈRE

Gens Neere

Voor haar album Néère, genoemd naar de titel van het openingslied van Reynaldo Hahn, heeft Véronique Gens een meer dan schitterende selectie gemaakt uit de mooiste liederen van Reynaldo Hahn, Henri Duparc en Ernest Chausson.

Vrolijk kan je ze niet noemen: allemaal ademen ze een zeer weemoedige en melancholische sfeer uit en zijn – hoe kan dat anders als de Fransen het over hun ‘amour’ hebben? – één en al ‘tristesse’.

De prachtige mélodies passen Gens’ donker getinte en licht gevoileerde stem met sensuele ondertonen als een fluwelen handschoen.

Trailer:

Niets anders dan lof ook voor de pianiste. Susan Manoff speelt meer dan subliem en in haar begeleiding klinkt zij als Gens’ tweelingzus: de perfectie waarmee zij de kleuren die de stem van de zangeres rijk is (en dat zijn er veel!) naar de toetsen weet te transponeren is werkelijk onvoorstelbaar.

Zeldzaam mooi.


 

NÉÈRE
Liederen van Reynaldo Hahn, Henri Duparc en Ernest Chausson
Susan Manoff (piano)
Alpha 215 • 66 ’

VISIONS

Visions Veronique Gens

Om deze cd kan niemand heen. Palazetto Bru Zane had al lang een faam moeten krijgen die alle landen en grenzen overstijgt want bijzonderder krijgt u het niet. Kijk alleen maar naar hun programmering en al hun uitgaven!

Niet alleen is hun repertoire extreem zeldzaam en buitengewoon fascinerend, hun uitgaven zijn tot in de puntjes verzorgd. Iets wat niet alleen maar een pluim maar ook de hoogste prijzen verdient.

Ook hun nieuwste project, Visions overstijgt alle verwachtingen en wensen. Althans die van mij. De cd zit barstensvol onbekende aria’s uit onbekende opera’s en oratoria van de grotendeels minder bekende en/of vergeten componisten. Alle hier verzamelde stukken hebben als motto ‘religieuze visioenen’ en ademen een sfeer die aan heiligdom en martelaarschap grenst maar dan wel geserveerd met een extreem groot gebaar dat alleen opera kan bieden.

Trailer van de opname:

Véronique Gens zingt de aria’s met veel élan en een enorme inleving. Haar voordracht is dramatisch, soms zelfs een tikkeltje té. Dat de aria’s om een gezonde dosis hysterie vragen is nogal wiedes, maar met een beetje meer devotie en piëteit was het resultaat nog beter, nog indrukwekkender geworden.

Het heeft geen zin om te speculeren wat een zangeres zoals Montserrat Caballé van al dat materiaal had kunnen doen: ten eerste heeft zij het (op La Vierge van Massenet na) bij mijn weten nooit gezongen en ten tweede bestaan zangeressen van haar kaliber echt niet meer.

Montserrat Caballé zing ‘Rêve infini, divine extase’ uit La Vierge van Massenet:

In dit kader bezien voldoet Véronique Gens meer dan uitstekend. Dat niet alleen vanwege haar voorbeeldige dictie en verstaanbaarheid, maar ook omdat haar stem zich tot een echte ‘Falcon sopraan’ heeft ontwikkeld en een niveau had bereikt dat zich voor dit repertoire meer dan uitstekend leent.

Voor Palazetto Bru Zane heeft met Gens al een paar vergeten opera’s van o.a. David en Godard opgenomen, het wachten is nu op meer. En meer….


VISIONS
Aria’s uit de opera’s van: Alfred Bruneau, César Franck, Louis Niedermeyer, Benjamin Godard, Félicien David, Henry Février, Camille Saint-Saëns, Jules Massent, Frometal Halévy, Georges Bizet
Münchner Rundfunkorchester olv Hervé Niquet
Alpha 279 • 56 ’

HÉRODIADE

Herodiade Flaubert

Gustave Flaubert: Herodias. Illustratie Lucien Pissarro

Zijn wereldhit Salome componeerde Richard Strauss op een toneelstuk van Oscar Wilde; en die haalde zijn inspiratie uit een kort verhaal van Gustave Flaubert, ‘Herodias’. Daar hebben ook Paul Milliet en Henri Grémont hun libretto voor Massenets opera Hérodiade op gebaseerd. Noch Wilde noch Milliet en Grémont zijn Flaubert erg trouw geweest. Daar waar de Franse novellist zich min of meer tot de Bijbelse vertelling beperkte, verrijkt met zijn poëtische taal en omschrijvingen, voegden de toneelschrijver en de librettisten geheel nieuwe aspecten en wendingen aan het verhaal toe.

 

Herodiade - affiche


Herodiade
werd voor het eerst opgevoerd in de koninklijke Schouwburg van Brussel op 19 december 1881. Wie hier, zoals bij Richard Strauss, dierlijke erotiek, bloed en zweet verwacht komt bedrogen uit. Massenets Salomé is een echt onschuldig en devoot meisje. Toen haar moeder haar verliet om met Hérode te trouwen, werd zij opgevangen door Jean (Johannes de Doper), op wie zij verliefd werd. Een liefde die wederzijds bleek.

Herodiade - acte I Brussel

Geen opera zonder verwikkelingen: Hérode geilt op Salomé,  Hérodiade wordt op haar jaloers en Jean wordt onthoofd. Salomé ziet in Hérodiade de aanstichtster van al het kwaad en wil haar doden. “Ik ben je moeder” fluistert Hérodiade, waarop Salomé zelfmoord pleegt.

De muziek ademt al een vleugje parfum van Massenets latere werken, maar, met al die koren, exotische Oosterse taferelen en uitgebreide balletscènes is het niet anders dan een echte Grand Operà in de beste Meyerbeer-traditie.

Eén van de vroegst opgenomen fragmenten uit de opera is, denk ik, de beroemde aria van Herodé  ‘Vision Fusitive’ door de Franse bariton Maurice Renaud gemaakt in 1908:

En van de opname die Georges Thill maakte in 1927 weten we hoe een ideale Jean zou moeten klinken:

REGINE CRESPIN 1963

Herodiade crespin

Mocht u in het bezit zijn van deze uitvoering dan hoeft u eigenlijk niet verder te zoeken. Beter krijgt u het niet. Er is alleen maar één probleem: deze opname bestaat niet. Althans niet van de complete opera.

In 1963 heeft EMI de hoogtepunten van Hérodiade met de beste Franse zangers van toen (en ook van nu trouwens, nog steeds) opgenomen en het antwoord op het “waarom niet compleet ????”, dat antwoord krijgen we waarschijnlijk nooit.

Georges Prêtre dirigeert het orkest van  het Theater National de Paris alsof zijn leven daar van afhangt en alle, maar dan ook alle rollen zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Regine Crespin zingt ‘Il est doux, il est bon’:

Salomé van Regine Crespin is ongeëvenaard en zo is de Hérodiade van Rita Gorr. Albert Lance (Jean) laat horen hoe die rol eigenlijk gezongen zou moeten worden in de traditie van Georges Thill en van Michel Dens als Hérodes kunnen we beter zwijgen. Zulke zangers bestaan niet meer.

Hopelijk gaat Warner de opname ooit op cd uitbrengen, tot die tijd kunt u terecht bij You Tube:

MONTSERRAT CABALLÉ Barcelona 1984

Herodiade caballe

Ook deze opname kunt u alleen via een piraat (of You Tube) bemachtigen, maar die is dan wel helemaal compleet en bovendien met (toegegeven slechte, maar toch) beeld!

Dunja Vejzovic zet een heerlijk gemene loeder van een Hérodiade neer en Juan Pons is een een beetje jeugdige maar verder prima Herodé. Een paar jaar later zal hij tot één van de beste “Herodossen” uitgroeien en dat hoor en zie je in deze opname al.

Montserrat Caballé is een fantastische Salomé, die stem alleen al doet je in de zevende hemel belanden en José Carreras ontroert als een zeer charismatische Jean.

Hieronder zingt Carreras ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Geen van de protagonisten is echt idiomatisch, maar wat een plezier is het om naar de echte Diva (en Divo) te kijken! Zo worden ze echt niet meer gemaakt

De hele opera op you tube:

RENÉE FLEMING San Francisco 1994 (Sony 66847)

 Herodiade Domingo fleming

Halverwege de jaren negentig beleefde Herodiade een kortstondige revival. De opera werd toen in verschillende opera huizen uitgevoerd en werd zelfs drie keer – officieel – opgenomen: één keer in de studio en twee keer live

Ik moet toegeven dat ik een beetje bang was voor de directie van Gergiev, maar hij deed het werkelijk uitstekend. Onder zijn leiding klonk de opera waarachtig als een echte Grand Opéra, groots, vurig en meeslepend.

Plácido Domingo (Jean) is misschien een tikje te heroïsch, maar zijn stem klinkt jeugdig en aanstekelijk, een echte profeet waardig.

Persoonlijk vind ik Dolora Zajick (Hérodiade) een beetje aan de (te) zware kant, maar zij zingt ontegenzeggelijk uitstekend en op haar interpretatie valt helemaal niets af te dingen.

Juan Pons is een uitstekende Herodé, maar Phanuel (Kenneth Cox) had van mij wat idiomatischer gemogen. Iets wat ook voor de Salomé van Renéé Fleming geldt: zij zingt werkelijk prachtig maar in die rol kan zij mij maar matig overtuigen.


NANCY GUSTAFSON Wenen 1995 (RCA 74321 79597 2)

Herodiada wenen

De uitvoering in Wenen werd  lovend ontvangen, en dat het terecht was bewijst de opname die de ORF live in het huis heeft gemaakt.

Allereerst is er de schitterende titelrol van Agnes Baltsa: fel en dramatisch. Als u mij vraagt: naast Rita Gorr wellicht de beste Hérodiade ooit.

Placido Domingo zingt ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Domingo zingt de rol van Jean hier nog indrukwekkender dan op Sony en Juan Pons (Hérode) weet mij op deze opname nog meer te overtuigen. Zijn vertolking van ‘Vision Fugitive’ is zeer, zeer ontroerend.

Helaas moet Nancy Gustafson (Salome) haar meerdere in Fleming (Sony) erkennen, maar beide verbleken zij bij Cheryl Studer (Warner). Om van Regine Crespin niet te spreken!

Naar de foto’s in het tekstboekje en de spaarzame clips op youtube te oordelen mogen we blij zijn dat de opname op cd verscheen en niet op dvd.

Finale van de opera:

Het geluid is in ieder geval uitstekend en het orkest van de Weense Opera onder leiding van Marcello Viotti speelt zeer gedreven.


CHERYL STUDER 1995 (Warner 55983525)

untitled

Orkestraal is deze opname echt een top. Michel Plasson dirigeert het orkest uit Toulouse zeer enerverend, met veel verve en stuwkracht, waarbij hij ook alle finesses de ruimte weet te geven. Spannend en mooi. Zo hoor ik de opera graag.

José van Dam is een imposante Phanuel en Nadine Denize een voortreffelijke niet altijd zuiver intonerende Hérodiade.

Hérode is niet echt een rol voor Thomas Hampson, maar hij zingt die rol heel erg mooi. Iets wat helaas niet gezegd kan worden van Ben Heppners Jean. Een heldentenor in die rol is niet anders dan een gruwelijke vergissing.

Cheryl Studer daarentegen is een Salomé van ieders dromen: meisjesachtig, onschuldig en naïef. Haar stem straalt en wiegt en haar laatste woorden “Ah! Verfoeide koningin, als het waar is dat jouw vervloekte lendenen mij hebben gebaard, kijk dan! Neem terug jouw bloed en mijn leven!” laten je sidderend en wanhopig huilend achter. Brava.


Discografie Salome van Richard Strauss:
SALOME: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

 

 

 

 

MASSENET: Thaïs

Thais poster

Wie kent ‘Méditation’ niet, het sentimenteel zoete maar o zo mooie stuk vioolmuziek, met een hoog tranengehalte? Er zijn echter niet veel mensen die de opera waarin het stuk als een soort intermezzo in de tweede akte fungeert, ooit hebben gehoord, laat staan gezien.

Méditation in de uitvoering van Josef Hassid (opname uit 1940):

 

De opnamen ervan zijn nog steeds schaars, ik ken er zelf maar drie (met Anna Moffo, Beverly Sills en Renée Fleming), waarvan die met Sills, Sherrill Milnes en Nicolai Gedda (Warner 0190295869069) me het dierbaarst is.

Thais Sills

De productie van Pier Luigi Pizzi uit La Fenice was al eerder op cd uitgebracht en ik vond het muzikaal en voornamelijk vocaal bijzonder sterk. Bijzonder nieuwsgierig was ik daarom of de beelden er iets aan toevoegden op de dvd van Dynamic. Daar ik nu volmondig ja op kan zeggen.

Thais

De decors zijn schaars, maar toch lijkt het alsof het toneel er helemaal vol mee is. Vanwege de kleuren (met zeer overheersend rood) wellicht, maar ook vanwege de dominante plaats die ze op de bühne innemen. Zo staat het met rozen overdekte bed van Thaïs, waar ze – als was ze Venus uit Urbino of  een Danaë van Titiaan – zeer voluptueus op ligt, zeer prominent in het midden van het toneel.

Thais Mei Pertusi

Eva Mei (Thaïs) en Michele Pertusi (Athanaël)

In de derde acte, wanneer het leuke leven is afgelopen en het boeten begint, zijn de rozen nergens meer te bekennen (een doornen bed?) en is haar houding net zo kuis als haar witte gewaad.

Thais wit

De kostuums zijn een verhaal apart: zeer weelderig, oriëntaals en weinig verhullend. Eva Mei gaat niet zover als haar collega Carol Neblett, die in 1973 in New Orleans geheel uit de kleren ging, maar haar doorzichtig niemendalletje, waar haar borsten haast ongemerkt uit floepen, laat niets aan de verbeelding over.

Wellicht werd ze geïnspireerd door de allereerste Thaïs, Sybil Sanderson, wier borsten tijdens de premièrevoorstelling in 1894 ook ‘per ongeluk’ zichtbaar werden?  Maar goed, het gaat dan ook over de grootste (en mooiste) courtisane in Alexandrië!

Thais Sybil

Eva Mei is zeer virtuoos en zeer overtuigend als Thaïs. Zo ook Michele Pertusi als Athanaël. Er is wel heel erg veel ballet. Ook daar waar het eigenlijk niet hoort, wat soms zeer storend werkt.

Jules Massenet
Thaïs
Eva Mei, Michele Pertusi, William Joiner, Christophe Fel e.a.
Orchestra del Teatro La Fenice do Venezia olv Marcello Viotti
Regie: Pier Luigi Pizzi
Dynamic 33427

Meer Massenet:
JOSÉ VAN DAM als DON QUICHOTTE van MASSENET in Brussel 2010
CENDRILLON met Joyce DiDonato

ELĬNA GARANČA: Revive

garanca

Elīna Garanča is een prachtige zangeres: letterlijk en figuurlijk. Haar soepele stem lijkt net fluweel en haar manier van zingen, met veel tekstbegrip en inlevingsvermogen verraadt een ras-actrice. Volmaaktheid ten top.

Dat ik niet overenthousiast over deze cd ben ligt dan ook voornamelijk aan het repertoire. Men heeft er te veel bijgehaald, waardoor het maar niet echt één geheel kan worden.

Nu hoeft dat ook niet echt, verzamel cd’s zijn immers bedoeld om de solist in het zonnetje te zetten. Toch is het jammer dat al die verschillende aria’s tenminste niet anders werden gegroepeerd. Want: hoe schakel je van Mascagni (Cavaleria Rusticana) naar Moessorgsky (Boris Godoenov) als je onderweg nog Berlioz, Verdi en Saint-Saëns moet passeren? Waarna je opgeschrikt wordt door de (sopraan!) aria uit Adriana Lecouvreur. Jammer. Ook, omdat niet alles wat Garanča zingt goed bij haar stem past.

Het meest kan zij mij in het Russische en Franse repertoire bekoren, zo is haar ‘Venge-moi d’une suprème offense’ (Herodiade van Massenet) van ongekende schoonheid. Of wat dacht u van ‘Reine! je serai reine!’ (Henry VIII van Saint-Saëns): een parel! Voor meer van zulke schatten zou ik graag alle Verdi’s en Ponchielli’s willen omruilen.

Orquestra de la Comunitat Valencìana olv RobertoAbbado begeleidt uitstekend, al had ik in Don Carlo wat meer vuur willen horen.


MASCAGNI, CILEA, SANT-SAËNS, MASSENET, LEONCAVALLO, MUSSORGSKY, BERLIOZ, VERDI, THOMAS
Elīna Garanča (mezzosopraan), Orquestra de la Comunitat Valencìana olv Roberto Abbado
DG 4795937 • 61’

Meer Garanča:
MEDITATION. Elīna Garanča

JOSÉ VAN DAM neemt afscheid van De Munt met DON QUICHOTTE van MASSENET

Don Q

©Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Het moet een ultieme nachtmerrie zijn voor de baas van een operahuis: je hebt een belangrijke première, het orkest en de zangers staan in de startblokken en het publiek, inclusief een koninklijke gast (hier in de gedaante van de Belgische kroonprinses Mathilde) zit al in de zaal. En dan laat de techniek het afweten.

Het overkwam Peter de Caluwe, algemeen directeur van De Munt in Brussel, vlak voor de première van Don Quichotte van Massenet. ,,Vanmiddag werkte alles nog perfect”, verontschuldigde De Caluwe zich tegenover zijn gasten. ,,Maar nu laat de computer ons in de steek.”

Vervelend. Maar in de operabusiness, net als in het echte leven, kan altijd van alles misgaan. En live is live, wat eigenlijk ook zijn charme heeft. Ingeblikte perfectie betekent niet automatisch het ultieme genot. Het publiek is een en al begrip en in afwachting van wat er komen gaat, verplaatst het zich massaal richting foyer en drankjes.

Een uur later kan het feest dan eindelijk beginnen. En het werd een feest.

qu

José van Dam ©Michel Cooreman Events Photography

De voorstelling was in meerdere opzichten een echte verjaardag. Het was precies 100 jaar geleden dat Don Quichotte voor het eerst werd uitgevoerd in Brussel en met de rol van de dolende ridder nam José van Dam (dat jaar 70), één van de grootste Belgische zangers ooit, op een magistrale manier afscheid van De Munt, het operahuis waar hij 30 jaar aan was verbonden en waar hij zeer verschillende rollen heeft gezongen. De nieuwe productie werd dan ook speciaal voor hem gemaakt.

In zijn toelichting zei regisseur Laurent Pelly dat een voorstelling een droom is, waarin we binnenstappen. ,,De dromer, dat kan de toeschouwer zijn, of de auteur of het personage.”

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Bij de aanvang van het stuk zit ‘de dromer’ in zijn stoel. Hij lijkt sprekend op Massenet zoals we hem van de foto uit die tijd kennen. Hiermee wordt meteen de link gelegd tussen de componist zelf (Massenet was toen hij de opera componeerde tot over zijn oren verliefd op Lucy Arbell, een 27-jarige mezzo die de rol van Dulcinée zong) en zijn held.

Hij is een dromer en een dichter. Hij is de toeschouwer, maar hij gaat ook een actieve deelnemer worden van de actie. Sterker nog: hij gaat de actie sturen, waardoor dingen gebeuren die anders nooit zouden zijn gebeurd. Hij is (ook in zijn aankleding) half ridder/half dichter. Half hier en half daar. Waar het ook moge zijn. Hallucinerend.

Het decor (Barbara de Limburg) bestaat voornamelijk uit stapels papier. Het zijn de ettelijke liefdesbrieven die Don Quichotte aan zijn geliefde schreef. Papierbergen die zich onder het balkon van de schone Dulcinea opstapelen. Siërra’s van liefdesbrieven waarop de echte en gedroomde gevechten plaatsvinden.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

De muziek is zeer onderhoudend en onmiskenbaar Spaans. Of wat wij als Spaans ervaren, met heel erg veel fandango en ‘olé’. Doorgecomponeerd, maar met aria’s. Verbazingwekkend energiek, maar ook waanzinnig lyrisch. Niet echt dagelijkse kost.

Het vereist dan ook een dirigent van formaat die met al die schakeringen weet om te gaan. Dat allemaal is Marc Minkowski op het lijf geschreven. Hij heeft meer lyriek in zijn linkerpink dan menig dirigent in zijn hele lichaam.

Het geluid dat hij het orkest wist te ontlokken was niet minder dan grandioos. Hij schuwde de sentimentaliteit niet en waar nodig zorgde hij voor de humoristische noot. Zo mooi, zo spannend, zo uitdagend heb ik de muziek nog nooit eerder gehoord. Het moet gezegd: hij heeft mijn hart gestolen.

Ook de cellist (het programmaboekje vermeldt helaas zijn naam niet) die voor de ontroerende solo in de Entr’acte tussen het vierde en vijfde bedrijf heeft gezorgd, verdient een eervolle vermelding.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt/La Monnaie

Werner van Mechelen (Sancho Panza) was voor mij de held van de avond. In zijn grote aria in de vierde akte (‘Riez, alle, riez de pauvre idéologue’) toonde hij zich niet alleen een stemkunstenaar van een superieure kwaliteit, maar ook een acteur waar je U tegen zegt. Bravo!

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Silvia Tro Santafé (La Belle Dulcinéé) heeft mij lichtelijk teleurgesteld. Ze deed het beslist niet slecht, maar ik vond haar stem niet kruidig, niet sexy genoeg (luister maar eens hoe Teresa Berganza die rol vertolkte!). Voor mij was haar uitstraling ook niet erotisch genoeg. In de prachtige jurken, ontworpen door Pelly zelf, zag zij er beeldig uit, maar alleen daarmee breng je de harten van het hele dorp niet op hol.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

José van Dam is Don Quichotte en Don Quichotte is José van Dam. Ik ken geen zanger die meer uit de rol wist uit te halen (Schaliapin daargelaten, maar voor hem werd de opera gecomponeerd). De keren dat hij de rol heeft gezongen zijn niet te tellen, gelukkig heeft hij het ook opgenomen.

Zijn stem is niet zo fris meer, het kan ook niet anders, maar hij heeft nog steeds de kracht. En zijn portrettering is werkelijk formidabel. Men leeft met de arme man en zijn wanen mee. Zijn sterfscène bezorgde mij kippenvel en tranen liepen mij over de wangen.

Bezocht op 4 mei 2010

DVD (Naïeve DR 2147)

quichotte-dvd

Tot mijn grote vreugde heeft de feestelijke productie een welverdiende uitgave op dvd gekregen. Koop de dvd en laat u verleiden door het werk, door de zangers, de prachtige en intelligente regie van Laurent Pelly en niet in laatste instantie door het orkest en de dirigent Marc Minkowski.

José van Dam, Silvia Tro Santafé, Werner van Mechelen, e.a.
Orchestre et Choers de la Monnaie olv Marc Minkowski
Regie: Laurent Pelly.

Verrukkelijke Cendrillon met Joyce DiDonato

cendrillon

Een sprookje kent zijn eigen regels. Veel is inwisselbaar, maar waar niet aan getornd mag worden is het “happy end”. Dus: het lelijke eendje wordt een pracht van een zwaan en Assepoester wordt een prinses. Alle kwade geesten worden gestraft en we kunnen rustig gaan slapen.

Soms bid ik tot diegene in wie ik niet geloof: geef ons onze sprookjes terug, want tegenwoordig moet alles zo natuurgetrouw  en zo realistisch mogelijk. Gelukkig worden mijn gebeden wel eens gehoord en zo kwam het dat ik een ouderwets avondje genieten kon beleven, met mijn poes op schoot en Assepoester op mijn scherm.

Laurent Pelly behoort zonder meer tot één van de beste hedendaagse regisseurs: hij geeft een eigentijdse draai aan alles wat hij doet, maar hij blijft het libretto en de muziek trouw. Zijn ensceneringen zijn daarbij buitengewoon geestig. Zo ook de heerlijke Cendrillon, in 2011 opgenomen in het Royal Opera House in Londen.

Joyce DiDonato (Cendrillon) hoef ik niemand meer aan te bevelen – zij is zonder meer de grootste ‘zwischenfach-zangeres’ van onze tijd.

Ewa Podleś is meer dan een heerlijke stiefmoeder en Alice Coote de charmantste van alle ‘Prins Charmants’. En daar mag je dan de werkelijk idiomatische dirigent (Bertrand de Billy) nog aan toevoegen… Het leven kan soms echt mooi zijn!

Trailer van de productie:

JULES MASSENET
Cendrillon
Joyce DiDonato, Eglise Gutiérez, Alice Coote, Ewa Podleś, Jean-Philippe Lafont e.a.
Royal Opera Choris, Orchestra of the Royal Opeara House olv Bertrand de Billy
Regie: Laurent Pelly
Virgin Classics 60250995