Werner_van_Mechelen

Lodewijk Mortelmans: De kinderen der Zee

Mortelmans

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodloot. Beiden eisen hun tol ongeacht de omstandigheden, smeekbeden of omkooppogingen.

Op de jonge Ivo rust een vloek: zodra zijn vrouw in verwachting raakt zal hij door de zee verslonden worden. Zo verging het zijn vader, zo is het ook zijn tweelingbroer vergaan. Maar dat je niet aan je noodlot kunt ontkomen dat weet een ieder die ooit van Oedipus heeft gehoord en als het in de sterren staat dat je leven in de golven eindigt dan verdrink je, ook al is er geen zee in de buurt. Bij wijze van spreken dan want de zee, die is in de De Kinderen der Zee hoorbaar aanwezig.

Mortelmans partituur

Bij de eerste noten van de ouverture ruist het en deint het en stormt het… Hoe visueel wil je je noten hebben? Beeldender kan het niet, het is expressionisme ten top.

 

Mortelmans man

Lodewijk Mortelmans


De Kinderen der Zee
van de Belgische componist Lodewijk Mortelmans (1868-1952) beleefde zijn première – zonder succes – in 1920 en de ontgoochelde componist bewerkte het tot een 90 minuten durende suite, waarvan nu de helft door Phaedra is opgenomen. Het laatromantische idioom spreekt mij zeer aan, net als het verhaal in verzen van Raf Verhulst. Sterker: ik ben behoorlijk onder de indruk.

 

Mortelmans affiche

De uitvoering is meer dan subliem. Dirk Vermeulen laat het Württembergische Philharmonie Reutlingen spelen alsof hun leven er van afhangt, adembenemend!

Liesbeth Devos (Stella) is voor mij een ware ontdekking. Haar kristalzuivere sopraan is buitengewoon aangenaam om naar te luisteren en haar stemacteren bewonderenswaardig.

Peter Gijsbertsen zingt een ontroerende Ivo, in die rol is hij voor mij werkelijk onnavolgbaar. Wat is zijn stem toch mooi en warm geworden! Werner van Mechelen (Petrus) completeert de cast uit duizenden.

Mortelmans achterkant

‘Ellen’ op de tekst van Frederik van Eeden (Gijsbrecht) en ‘Als de ziele luistert’ (Devos) completeren de ‘Mortelmans-sectie’, maar er zijn nog liederen en aria’s van Peter Aerts en August de Boeck.

Liesbeth Devos zingt de Cantilene van Francesca uit La Route d’Emeraude van August de Boeck:

Deze cd is een MUST!


Voor meer informatie over Lodewijk Mortelmans zie: http://www.lodewijkmortelmans.be

LODEWIJK MORTELMANS:
De Kinderen der Zee (fragmenten
Ellen, een Lied van de Smart
PETER AERTS:
In Flanders’ Field
AUGUST DE BOECK:
C’est en toi, bien aimé
Cantilene van Francesca
Recitatief & Aria van Prinses Zonnestraal
Liesbeth Devos (sopraan), Peter Gijsbertsen (tenor), Werner van Mechelen (basbariton)
Württembergische Philharmonie Reutlingen olv Dirk Vermeulen
Phaedra PH 92097 • 77’

Advertenties

LALO: LE ROIS D’YS

Lalo

Hoeveel operaliefhebbers kennen Le Roy d’Ys van Lalo? Volgens mij zijn er weinig mensen die er ooit van hebben gehoord, laat staan dat ze ooit de kans hadden de opera te zien. Totaal vergeten.

Hoe onterecht het is, bewijst de door Dynamic (33592) in april 2008 in Luik opgenomen voorstelling. Le Rois d’Ys is een zeer melodieuze opera met veel koorpartijen en duetten, en de muziek is romantisch en meeslepend.

Het libretto is eenvoudig: de dochters van de koning van Ys (een door de oceaan bedreigde stad) houden van dezelfde man. Wanneer hij voor Rozenn kiest, neemt Margared wraak. Samen met Karnac (vijand van de stad en de koning) opent ze de sluizen, met een overstroming als gevolg. Maar Margared wordt verteerd door schuldgevoelens en offert zich op door in het kolkende water te springen. De stad en haar bewoners zijn gered.

De enscenering is eenvoudig en realistisch. De overstroming wordt uitgebeeld als een enorme regenbui. Niet echt dreigend, maar ja, tenslotte beschikken we allemaal over een gezonde dosis verbeeldingskracht.

De cast is goed tot zeer goed. Gylaine Girard is een fantastische, evenwichtige Rozenn. Haar zeer flexibele sopraan heeft een bijzonder aangenaam timbre. Dit in tegenstelling tot de mezzo Giuseppina Piunti (Margared), die af en toe krijsend overkomt. Maar zij is zo bij haar rol betrokken dat ik het haar gauw vergeef.

Sébastien Guéze (Mylio) kennen we – onder anderen – van zijn fantastische vertolking van Romeo bij de ZaterdagMatinee in 2008. Hij beschikt over een prettige, lichte tenor met een onmiskenbaar Frans tintje, en zijn interpretatie is zeer roldekkend. Werner van Mechelen is een zeer goede Karnac. Aanbevolen!

 Sébastien Guéze zingt ‘Vainement ma bien aimée’. Het is dezelfde productie maar dan uit Opera St.Etienne :

Édouard Lalo
La Roi d’Ys
Giuseppina Piunti, Guylaine Girard, Eric Martin-Bonnet, Sébastien Guéze, Werner van Mechelen e.a.
Orchestra and chorus of the Opéra Royal de Wallonie olv Patrick Davin
Regie: Jean-Louis Pichon

JOSÉ VAN DAM als DON QUICHOTTE van MASSENET in Brussel 2010

Don Q

©Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Het moet een ultieme nachtmerrie zijn voor de baas van een operahuis: je hebt een belangrijke première, het orkest en de zangers staan in de startblokken en het publiek, inclusief een koninklijke gast (hier in de gedaante van de Belgische kroonprinses Mathilde) zit al in de zaal. En dan laat de techniek het afweten.

Het overkwam Peter de Caluwe, algemeen directeur van De Munt in Brussel, vlak voor de première van Don Quichotte van Massenet. ,,Vanmiddag werkte alles nog perfect”, verontschuldigde De Caluwe zich tegenover zijn gasten. ,,Maar nu laat de computer ons in de steek.”

Vervelend. Maar in de operabusiness, net als in het echte leven, kan altijd van alles misgaan. En live is live, wat eigenlijk ook zijn charme heeft. Ingeblikte perfectie betekent niet automatisch het ultieme genot. Het publiek is een en al begrip en in afwachting van wat er komen gaat, verplaatst het zich massaal richting foyer en drankjes.

Een uur later kan het feest dan eindelijk beginnen. En het werd een feest.

qu

José van Dam ©Michel Cooreman Events Photography

De voorstelling was in meerdere opzichten een echte verjaardag. Het was precies 100 jaar geleden dat Don Quichotte voor het eerst werd uitgevoerd in Brussel en met de rol van de dolende ridder nam José van Dam (dat jaar 70), één van de grootste Belgische zangers ooit, op een magistrale manier afscheid van De Munt, het operahuis waar hij 30 jaar aan was verbonden en waar hij zeer verschillende rollen heeft gezongen. De nieuwe productie werd dan ook speciaal voor hem gemaakt.

In zijn toelichting zei regisseur Laurent Pelly dat een voorstelling een droom is, waarin we binnenstappen. ,,De dromer, dat kan de toeschouwer zijn, of de auteur of het personage.”

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Bij de aanvang van het stuk zit ‘de dromer’ in zijn stoel. Hij lijkt sprekend op Massenet zoals we hem van de foto uit die tijd kennen. Hiermee wordt meteen de link gelegd tussen de componist zelf (Massenet was toen hij de opera componeerde tot over zijn oren verliefd op Lucy Arbell, een 27-jarige mezzo die de rol van Dulcinée zong) en zijn held.

Hij is een dromer en een dichter. Hij is de toeschouwer, maar hij gaat ook een actieve deelnemer worden van de actie. Sterker nog: hij gaat de actie sturen, waardoor dingen gebeuren die anders nooit zouden zijn gebeurd. Hij is (ook in zijn aankleding) half ridder/half dichter. Half hier en half daar. Waar het ook moge zijn. Hallucinerend.

(meer…)