Beverly_Sills

De strijd om Lucia di Lammermoor is nog niet gestreden

lucia-di-lammermoor-by-gaetano-donizetti-score-cover-first-edition-KFRB72


MARIA CALLAS, JOAN SUTTHERLAND, BEVERLY SILLS

Lucia di Lammermoor is altijd, misschien meer nog dan Norma, een strijdpunt geweest tussen de aanhangers van Maria Callas en Joan Sutherland. De prestaties van beide dames zijn inderdaad fantastisch en bovendien totaal verschillend. Welke van de twee moet u hebben? Niet makkelijk. Kwestie van smaak, zal ik zeggen?

 

https://static.lafeltrinelli.it/static/images-3/xxl/106/1413106.jpg

Joan Sutherland is ongekend virtuoos en haar coloraturen zo perfect dat het pijn doet. En toch blijf ik er onaangeroerd bij. Waarom? Wellicht omdat het te perfect is? Ik weet het niet. Het kan ook aan mij liggen.

 

Lucia Callas

Waar u ook voor kiest: u kunt echt niet zonder minstens één Callas. Probeer Naxos (8110131-32) met Giuseppe di Stefano en Titto Gobbi, onder Tulio Serafin, want al is Francesco Tagliavini (Warner Classics 2564634081) een veel mooiere Edgar, de rest van de cast (inclusief Callas zelf!) is hier veel sterker.


 

Lucia Sills

Zelf kies ik voor Beverly Sills (Westminster 4712502), zeker als we het over studio-opnames hebben. Haar portrettering verenigt het beste van beide diva’s: de virtuositeit, stemschoonheid en zuivere intonatie van la Stupenda en het grote acteren van la Divina. Niet echt een grote tragédienne (maar dat is Lucia ook niet), meer een passief kindmeisje dat het allemaal over zich heen laat komen. Ook de rest van de cast (Carlo Bergonzi, Piero Cappuccilli, Justino Diaz) is van zeer hoog niveau en Thomas Schippers dirigeert zeer ferm. Maar wat die opname werkelijk bijzonder maakt, is het gebruik van een glasharmonica in de waanzinscène, precies zoals Donizetti het oorspronkelijk had voorgeschreven.


RENATA SCOTTO

Lucia Scotto

Mijn geliefde Lucia, Renata Scotto, heeft de rol nooit in de studio opgenomen. Er zijn wel verschillende piratenopnames met haar in omloop, met als Edgardo onder andere Luciano Pavaratti, Alfredo Kraus, Carlo Bergonzi en Gianni Raimondi.

Van die vier is de opname met Raimondi me het dierbaarst, niet in de laatste plaats vanwege de zeer energieke en dramatisch evenwichtige directie van Claudio Abbado. Het werd opgenomen in La Scala in december 1967 en is ooit op Nuova Era (013.6320/21) verschenen. Helaas is die opname zeer moeilijk verkrijgbaar, maar wie zoekt….

Hieronder Gianni Raimondi en Giangiacomo Guelfi (Enrico) in Orrida è questa notte..

Scotto’s interpretatie van de gekwelde heldin is wel op dvd beschikbaar (VAI 4418). De productie is in 1967 in Tokio opgenomen. Het circuleerde jarenlang op piratenvideo, maar aangezien de geluids- en beeldkwaliteit bijzonder matig was, zijn er met de commerciële uitgave heel veel operaliefhebbers bijzonder blij gemaakt. Het geluid is een beetje scherp, waardoor Scotto’s hoge noten nog metaliger klinken dan normaal, maar: who cares?

Haar interpretatie is zowel zangtechnisch als scenisch van een ongekend hoog niveau. Met een kinderlijk verbaasde uitdrukking (mijn broer doet het mij aan?) op haar gezicht stemt ze in, al is het niet zonder morren, met het gedwongen huwelijk met Arturo (een in alle opzichten afgrijselijke Angelo Marchiandi).

Hieronder Scotto zingt ‘Il dolce suono’. Doe het haar na!

Na haar waanzinaria krijg je de neiging de stekker eruit te trekken, want alles wat erna gaat komen, kan niet anders dan als een koude douche werken. Maar daar vergis je je in. De twee aria’s van Edgardo, gezongen door Carlo Bergonzi, brengen je regelrecht de (zangers)hemel in.

Na afloop kan je niet anders dan huilen, want: waar zijn ze gebleven, de zangers van toen? Klein, lang, dik, mager, met of zonder het acteertalent… Geen van hen was een ballerina, maar zingen konden ze! En enkel door middel van hun stem konden ze alle gevoelens overbrengen waar je nu een heel ‘artistiek team’ voor nodig hebt. Ondanks de toen gebruikelijke coupures een absolute must.

Hieronder zingt Bergonzi ‘Fra poco a me ricovero’

PATRICIA CIOFI IN HET FRANS

Lucia Ciofi

In 1839 bewerkte Donizetti zijn opera voor Parijs en Lucia werd Lucie. Het is niet de alleen de taal die de beide versies onderscheidt, want Donizetti heeft zowel aan het libretto als aan de muziek behoorlijk gesleuteld. Zo werd Alisa (Lucia’s hofdame) uit de opera geknipt en is onze heldin als enige vrouw in een verder louter mannengezelschap gebleven, wat haar nog eenzamer en nog kwetsbaarder maakt.

Normanno heet nu Gilbert en zijn rol werd behoorlijk uitgebreid. Zijn valse spel en manipulaties maken van hem zowat een sleutelfiguur en hij groeit uit tot bijna Iago-achtige proporties. Ook Arturo is als Henri driedimensionaler geworden. En al mis ik ‘Regnava nel silenzio’ en scènes tussen Lucia en Raimondo, ik moet toegeven dat de Franse versie dramatisch veel beter in elkaar steekt.

In deze opname (ooit TDK, hopelijk nog te bestellen) is Patrizia Ciofi niet minder dan fenomenaal als een behoorlijk neurotische Lucie, Ludovic Tézier prachtig als een vileine Henri en Roberto Alagna helemaal in zijn element als Edgar. Het was (toen) één van zijn beste rollen.

Het regisseursduo Patrick Courier/Moshe Leiser stelt zelden teleur. Hun producties zijn altijd realistisch, ingebed in historische perspectief, maar met genoeg ‘knipoog’ naar het heden. Bovendien doen ze wat regisseurs voornamelijk horen te doen: zorgen voor een goede mise-en-scène en zangers in hun spel goed begeleiden om ze overtuigend te laten overkomen.

OVER DRIE LUCIA’S VAN DE LAATSTE TIJD

ANNA NETREBKO

Lucia Netrebko
Deutsche Grammophon bracht de Live in HD-uitzending van Lucia di Lammermoor die in 2009 door de Metropolitan Opera in New York werd uitgezonden uit op dvd en Blu-Ray (DG 0734545). Anna Netrebko zong de hoofdrol. Lucia vond ik nooit echt bij haar passen. Bovendien was ze in die tijd meer bezig zichzelf te etaleren dan dat ze zich om de zielenroerselen van de door haar gespeelde tragische heldin bekommerde.

Piotr Beczala, toen nog geen grote ster, was de lastminutevervanger voor de ziek geworden Rolando Villazón en het moet gezegd worden: samen met zijn landgenoot Mariusz Kwiecien (Enrico) stal hij de show. De regie van Mary Zimmermann is mooi om te zien, maar voegt eigenlijk niet veel toe. Voer voor de vele Netrebko-fans, maar voor de rest?

NATALIE DESSAY

Lucia Dessay

Het Mariinski Theater van Valery Gergiev heeft een Lucia di Lammermoor uit eigen huis op cd gezet (MARO 512). Natalie Dessay is een begenadigd artieste. Ze beschikt over een pracht van een stem met een ongekende hoogte, waarmee ze de moeilijkste coloraturen en fiorituren zingt alsof het niets is. Mooi is zij ook en ze kan waanzinnig goed acteren; het is altijd een plezier om haar in actie zien.

Maar niet al te grote stem kent echter ook zijn beperkingen. Scenisch weet ze die achter haar acteren te verbergen, maar zonder beeld wil er weleens iets misgaan. Dat hoor je ook op deze live-opname uit 2010. Haar coloraturen zijn perfect maar leeg; het heeft geen inhoud. Deze Lucia wordt gek zonder dat je weet waarom. Maar als ze eenmaal gek is, doet ze je duizelen.

Piotr Beczala is, zoals altijd, een fantastische Edgardo, maar ook alle andere zangers zijn prima. Allemaal beschikken ze over een individueel timbre, waardoor je in het zeer homogeen gezongen sextet ook afzonderlijke stemmen kan herkennen.

Valery Gergiev dirigeert energiek en zwiept het orkest op, wat soms resulteert in halsbrekende tempi. De ‘waanzinscène’ (met glasharmonica, bravo!) rekt hij juist uit


 

DIANA DAMRAU

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/71cVsKQYuIL._SX522_.jpg

Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.

Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.

De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.

De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.

De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.


Na al die jaren is mijn top drie nog steeds ongewijzigd:

1. Renata Scotto met Carlo Bergonzi, VAI 4418.

2. Beverly Sills met Bergonzi Westminster 4712502

3. Maria Callas. Ongeacht welke, eigenlijk

 

Advertenties

VAImusic, oftewel Sesam open u!

VAImusic

VAI (Video Artist International) werd uit puur idealisme en liefhebberij in 1988 door Ernie Gilbert opgericht. Het was zijn bedoeling om interessante concerten als ook opera- en balletvoorstellingen op video uit te brengen.

VAI Promo Image bnd

Allereerst kwamen balletfilms van Rusland uit, met o.a. Maya Plisetskaya, één van de allergrootste ballerina’s aller tijden.

Hieronder Maya Plisetskaya in een fragment uit de tweede acte van ‘De Zwanenmeer’:

De catalogus werd al gauw verrijkt met voorstellingen met Roedolf Nureyev en Margot Fonteyn, voor een balletliefhebber namen om van te likkebaarden.

VAI Lucia

Als eerste opera’s werden Lucia di Lammermoor (met Anna Moffo en Lajos Kozma) en The Medium van Giancarlo Menotti uitgebracht, gevolgd door Tosca met Tebaldi en drie titels met Beverly Sills, de ongekroonde Amerikaanse koningin van de belcanto.

Hieronder Beverly Sills in de laatste scène uit Roberto Devereux van Donizetti:

Voor de vele fans van operasterren is VAI een echte sesam, vol onvolprezen schatten, want hoe kom je anders aan de complete opera’s met Corelli, Kraus, Caballé, Bergonzi of Tagliavini? Of recitals van Scotto, Eleanor Steber, John Vickers of Leontyne Price, om maar een paar te noemen?

VAI L. Price

Van die laatste is een jaar of tien geleden een zeer aantrekkelijke DVD verschenen met de complete derde acte uit Aida, in 1958 opgenomen door de Canadese televisie, plus een recital uit 1982 met aria’s uit o.a. Cosi fan tutte en Madama Butterfly. Met als bonus een drietal aria’s  uit Il Trovatore, Aida en La Forza del Destino, afkomstig uit haar optredens in de legendarische ‘Bell Telephone Hour’ uit de jaren 1963-67 (VAI 4268).

Leontyne Price zingt ‘O patria mia’:

De catalogus van VAI beperkt zich echter niet tot opera en ballet alleen, maar vermeldt ook recitals en concerten van vele beroemde instrumentalisten en dirigenten, waaronder Oistrach, Menuhin, Barbirolli, Munch, Martha Argerich, Arturo Benedetti Michalengeli, William Kapell, Joseph Hoffman… Van Arthur Rubinstein werd een DVD uitgebracht met recitals uit 1950 en 1956, met een keur aan werken van Chopin, en de (verkorte) Rhapsody on a Theme of Paganini van Rachmaninoff (VAI 4275).

Vaimusic trailer:

 

ARAM KHACHATOURIAN

VAI Khachatourian

Buitengewoon fascinerend is de, op het Hollywood Film Festival als de beste documentaire bekroonde film van Peter Rosen over de Armeense componist Aram Khachatourian. Het begint met diens begrafenis, om daarna, in chronologische volgorde en in de eerste persoon, het leven te schetsen van een man, wiens geschiedenis parallel liep met die van de Sovjet Unie. Het bevat unieke archiefbeelden in zwart-wit, adembenemende filmbeelden van de Armeense landschappen, interessante interviews, fragmenten van zijn balletten, en als bonus de complete uitvoering van zijn celloconcert door Mstislav Rostropovitsj (VAI 4298)

Hieronder: Mstislav Rostropovitsj speelt het celloconcerto van Khachatourian

 

GIANCARLO MENOTTI: THE CONSUL

VAI Consul

Voor de meeste Nederlanders is hij niet meer dan een vaag bekende naam. Zijn opera’s zijn hier nooit populair geweest en de uitvoeringen ervan zijn op de vingers van één hand te tellen. Jammer eigenlijk, want niet alleen is zijn muziek buitengewoon mooi (men denke aan de combinatie van Mascagni met Britten), ook de onderwerpen die hij in zijn (zelfgeschreven) libretti aankaart zijn maatschappelijk betrokken en snijden actuele onderwerpen aan.

Een krantenartikel van 12 februari 1947 over de zelfmoord van een Poolse emigrante wier visum voor de VS was afgewezen werd door Menotti, die zich het lot van zijn Joodse vrienden in Oostenrijk en Duitsland nog goed herinnerde (ook zijn eigen partner, de componist Samuel Barber was Joods), gebruikt voor zijn eerste avondvullende opera. Het onderwerp heeft – helaas – niets aan zijn actualiteit verloren en The Consul is en blijft een aangrijpende opera die je door je ziel snijdt.

In 1960 werd het geproduceerd voor de televisie, en die registratie is door VAI (4266) op DVD uitgebracht. In zwart-wit, zonder ondertitels (niet schrikken, er wordt zeer duidelijk gezongen) en buitengewoon dramatisch in beeld gebracht door Jean Dalrymple.

Hieronder Patricia Neway zingt ‘To This We’ve Come’:

LA TRAVIATA. Een (zeer) korte en beknopte discografie

Traviata

Het is wellicht de meest gespeelde en opgenomen opera, maar echt goede uitvoeringen zijn schaars.

 

Traviata Sarah-Bernhardt-Camille-Postcard

Sarah Bernhardt als Marguerite Gautier in La Dame aux Camélias

Grotendeels ligt het aan de eisen die Verdi aan de sopraan stelt. In de eerste akte moet ze over soepele coloraturen met erbij behorende hoge noten beschikken, in akte twee moet haar stem voornamelijk lyrisch klinken, met perfecte overgangen. Het is de akte waarin ze van een ietwat ingeslapen, maar zielsgelukkige en liefhebbende vrouw tot een echte opofferingsgezinde heldin transformeert. De akte waarin ze ons moet overtuigen dat er voor haar geen andere uitweg bestaat dan voor het slachtofferrol te kiezen. De derde akte is een ware beproeving, want hier moet ze al haar (voor zover zij erover beschikt)  dramatische kwaliteiten als een tragédienne van het kaliber Sarah Bernhardt laten zien. Hoeveel sopranen kunnen hier aan voldoen?

MARIA CALLAS

Traviata Callas

Maria Callas als Violetta Valéry

Callas? Natuurlijk zong ze de rol meer dan voortreffelijk; het kon ook niet anders, want alles wat ze aanraakte veranderde in goud. En toch …. La Traviata was niet echt haar ‘ding’. Violetta was een curtisane – één van de hoogste klasse, dat wel, maar La Divina had niets met de promiscue vrouwen, ze pasten niet in haar ideale wereldbeeld. Violetta’s opofferingsgezindheid maakte haar in ieder geval sympathieker dan zo’n Tosca of Carmen (aan beide heeft Callas een gruwelijke hekel gehad), vandaar ook dat zowel de tweede als de derde acte haar beter afgaan dan de eerste. Maar ze blijft er koninklijk bij, veel te koninklijk voor mij, want de “echte “ Violetta was meer een meisje dan een vrouw. Een meisje dat al een lange tijd ziek is (haar ziekte begint nog vóór de opera), waardoor haar sterfscène niet uit de lucht valt. Dat ze sterven gaat weten wij al vanaf het begin, al blijven we, tegen beter weten in, hopen op een wonder.

Complete opname uit Lissabon 1958 staat op You Tube:

ILEANA COTRUBAS

 

Traviata Cotrubas

Eigenlijk zijn er maar twee zangeressen die me van het begin tot het eind overtuigen, althans op cd’s: Ileana Cotrubas en Renata Scotto.

Cotrubas had het geluk om de opera onder Carlos Kleiber op te nemen, orkestraal wellicht de mooiste Traviata ooit (DG 415132). Vanaf het begin is zij voelbaar zwak en ziek, haar overgave aan liefde is totaal, en haar ontgoocheling dodelijk.

Alfredo is, sinds zijn roldebuut op 20-jarige leeftijd in Mexico, altijd Domingo’s paradepaardje geweest. Zijn fluweelachtige, warme tenor leek geschapen om de rollen van goedbedoelende minnaars te zingen. Sherrill Milnes zingt een strenge, autoritaire vader Germont, met wie je niet in discussie gaat, maar die zich in de laatste scènes ook van zijn menselijke kanten laat zien.


RENATA SCOTTO

 

Traviata Scotto cd

Renata Scotto heeft (of moet ik zeggen: had?) iets wat weinig andere zangeressen bezaten: een perfecte techniek die haar in staat stelde om met coloraturen te strooien alsof het niets was. Haar hoge noten klonken weliswaar een beetje staalachtig maar waren ontegenzeggelijk loepzuiver. Zij bezat de gave om met haar stem (en niet alleen maar met haar stem!) te acteren, en door haar perfecte articulatie kon je niet alleen letterlijk volgen wat ze zingt, maar het ook begrijpen.

Haar wellicht mooiste (er bestaan meerdere opnames met haar) Violetta nam ze in 1963 op (DG 4350562), onder de zeer spannende leiding van Antonino Votto. Alfredo wordt er gezongen door de zoetgevooisde Gianni Raimondi, en Ettore Bastianini is een warme, inderdaad vaderlijke, Giorgio Germont.


Traviata Scotto dvd

En denk maar niet dat de voorstellingen vroeger, toen alles nog volgens het boekje gebeurde, statisch en saai waren! In 1973 was La Scala op tournee in Japan, en daar, in Tokyo, werd een legendarische voorstelling van La Traviata opgenomen (VAI 4434).

De hoofdrollen werden vertolkt door de toen nog ‘volslanke’ Renata Scotto en de 27-jarige (!) José Carreras. DVD vermeldt geen naam van de regisseur, wellicht was er ook geen, en de zangers (en de dirigent) hebben het allemaal zelf gedaan? Hoe dan ook, het resultaat is werkelijk prachtig, ontroerend en to the point. Ik ga er verder niets meer over vertellen, want deze opname is een absolute must voor iedere operaliefhebber.

Finale van de opera:

 

PATRICIA CIOFI 2004

Traviata Ciofi

De productie uit Venetië in november 2004 in de regie van Robert Carsen werd gemaakt voor de heropening van de acht jaar eerder totaal afgebrande La Fenice. Er werd gekozen voor de eerste versie van de opera, uit 1853. Goed bedacht, daar de (toen mislukte) première van wat Verdi’s meest geliefde opera ooit zal worden, juist daar had plaatsgevonden. De grootste verschillen met de ons bekende, één jaar latere versie zitten in het duet tussen Violetta en vader Germont, en de twee laatste nummers van de derde akte.

Als geen andere opera kán Traviata geactualiseerd worden. Het was overigens Verdi’s wens om haar in hedendaagse kostuums op te voeren. In de regie van Carsen draait alles om geld, en de dollars vallen ook als bladeren van de bomen. Hij verplaatst de tijd van handeling naar de jaren tachtig van de vorige eeuw, de tijd van opkomende megasterren, supermodels, gigaparty’s, maar ook junks, kraakpanden en aids. Zoals altijd bij hem, is alles zeer logisch en consequent doorgevoerd..

Een absoluut hoogtepunt is het beginscène van de laatste acte, waarin de inmiddels totaal (ook letterlijk!) aan de grond geraakte Violetta een video van haar verleden bekijkt. Een video die op bepaald moment stopt en alleen maar “sneeuw” vertoont. De scène grijpt je naar je keel en laat je nooit meer los. Het toppunt van de goede moderne regie.

Violetta wordt zeer aangrijpend vertolkt door de zowel vocaal als scenisch imponerende Patricia Ciofi. Als Alfredo komt de Italiaans-Duitse tenor Roberto Sacca zeer overtuigend over en Dmitri Hvorostovsky is een voortreffelijke vader Germont (Arthaus Musik107227 )

Laatste zeven minuten van de productie:

 

EVA MEI 2005

 

Traviata Nei Beczala

In 2005 werd tijdens de Zürcher Festspiele een Traviata in de regie van Jürgen Flimm opgenomen (Arthaus Musik 101247). De prachtige decors van de hand van Erich Wonder zijn spaarzaam, maar er is wel een bed. Waren bij Carsen alle personages voor een deel zelf debet aan het drama, bij Flimm is het duidelijk pappa Germont wiens schuld het allemaal is.

Eva Mei is vocaal bijna net zo goed als Ciofi en Piotr Beczała is een pracht van een Alfredo. Met zijn lyrische tenor die het midden houdt tussen Gedda en Wunderlich klinkt hij veel mooier dan Sacca. Samen met Eva Mei vormen zij een wat romantischer paar dan Sacca en Ciofi, maar die zijn dan weer veel en veel dramatischer. Thomas Hampson zet een zeer onsympathieke papa Germont neer, maar dat was natuurlijk de bedoeling. Zeer spannend.

Eva Mei en Piotr Beczała:

 

 

ANGELA GHEORGHIU

 

Traviata Gheorghiu

Violetta is altijd het paradepaardje van Gheorghiu geweest. Vanaf haar debuut in het Londense ROH in 1994 tot niet zo lang geleden liep de rol als een rode draad door al haar optredens heen.

Maar kleine meisjes worden groot en het zingen van zwaardere rollen is niet zo bevorderlijk  voor de coloraturen. In 2007 had haar inmiddels een beetje scherpe sopraan veel donkere ondertonen gekregen, wat op zich helemaal niet verkeerd is, en zeker op zijn plaats is in de derde acte.

Gheorghiu is altijd al een zeer overtuigende actrice geweest, en hier, onder de behoedende (en behoudende) oog van de regisseur Liliana Cavani, doet zij wat de componist van haar verlangt en sterft een mooie en dramatische dood.

Ramón Vargas was Alfredo toen al een beetje ontgroeid, maar Roberto Frontali zingt een zeer fraaie Giorgio Germont.

Lorin Maazel is niet de meest sprankelende dirigent die we kennen, maar de productie uit La Scala is ware een lust voor het oog. (Arthaus Musik 101343).

trailer van de productie:

 

NATALIE DESSAY 2011

 

TraviataDessayDVD

Ik ben een groot bewonderaar van Natalie Dessay. Zij is een voortreffelijke zangeres en actrice en weet zowat alles, inclusief het telefoonboek, aannemelijk te maken. Maar zelfs voor haar is er een grens en die houdt wat mij betreft bij Violetta op. Voor de eerste acte zijn haar coloraturen niet meer toereikend en voor de rest moet zij het van haar (toegegeven: grandioos!) toneelspel hebben.

Charles Castronovo zingt mooi, maar moet het voornamelijk van zijn (ja, zeer fraaie, dat geef ik ook toe) uiterlijk hebben. Ludovic Tézier oogt te jong voor de rol van pappa Germont.

Steeds vaker verlang ik naar de tijden van Sutherlands, Caballé’s en Pavarotti’s. Toen kon je het beeld (mocht er een beeld bij zijn) uitzetten en gewoon genieten, tegenwoordig moet je steeds vaker het geluid uitzetten om van mooie mensen te genieten. Kan ik net zo goed naar een soapserie kijken.

Niet aan mij besteed, maar wellicht denkt u er anders over (Virgin Classics 7307989)

 

TERESA STRATAS 1983

Traviata Stratas Domingo

Tot slot: wellicht zijn de puristen het niet mee eens, maar de in 1983 gerealiseerde verfilming van de opera door Franco Zefirelli, met Teresa Stratas en Plácido Domingo in de hoofdrollen (DG 073 4364), hoort in ieders verzameling thuis. Toegegeven – Zefirelli permitteert zich coupures en kort scènes in, maar zijn sfeertekening en milieuportrettering zijn onnavolgbaar, en de spanning is om te snijden. Wat ook op het conto van de voortreffelijke zangers/acteurs toegeschreven moet worden.

 

BEVERLY SILLS

Traviata Made in America

Een p.s.: mis de prachtige hommage aan Beverly Sills, Made in America (DG 0734299) niet,  met een keur aan schitterende archiefbeelden, waaronder ook  haar La Traviata met Ettore Bastianini.

 

MASSENET: Thaïs

Thais poster

Wie kent ‘Méditation’ niet, het sentimenteel zoete maar o zo mooie stuk vioolmuziek, met een hoog tranengehalte? Er zijn echter niet veel mensen die de opera waarin het stuk als een soort intermezzo in de tweede akte fungeert, ooit hebben gehoord, laat staan gezien.

Méditation in de uitvoering van Josef Hassid (opname uit 1940):

 

De opnamen ervan zijn nog steeds schaars, ik ken er zelf maar drie (met Anna Moffo, Beverly Sills en Renée Fleming), waarvan die met Sills, Sherrill Milnes en Nicolai Gedda (Warner 0190295869069) me het dierbaarst is.

Thais Sills

De productie van Pier Luigi Pizzi uit La Fenice was al eerder op cd uitgebracht en ik vond het muzikaal en voornamelijk vocaal bijzonder sterk. Bijzonder nieuwsgierig was ik daarom of de beelden er iets aan toevoegden op de dvd van Dynamic. Daar ik nu volmondig ja op kan zeggen.

Thais

De decors zijn schaars, maar toch lijkt het alsof het toneel er helemaal vol mee is. Vanwege de kleuren (met zeer overheersend rood) wellicht, maar ook vanwege de dominante plaats die ze op de bühne innemen. Zo staat het met rozen overdekte bed van Thaïs, waar ze – als was ze Venus uit Urbino of  een Danaë van Titiaan – zeer voluptueus op ligt, zeer prominent in het midden van het toneel.

Thais Mei Pertusi

Eva Mei (Thaïs) en Michele Pertusi (Athanaël)

In de derde acte, wanneer het leuke leven is afgelopen en het boeten begint, zijn de rozen nergens meer te bekennen (een doornen bed?) en is haar houding net zo kuis als haar witte gewaad.

Thais wit

De kostuums zijn een verhaal apart: zeer weelderig, oriëntaals en weinig verhullend. Eva Mei gaat niet zover als haar collega Carol Neblett, die in 1973 in New Orleans geheel uit de kleren ging, maar haar doorzichtig niemendalletje, waar haar borsten haast ongemerkt uit floepen, laat niets aan de verbeelding over.

Wellicht werd ze geïnspireerd door de allereerste Thaïs, Sybil Sanderson, wier borsten tijdens de premièrevoorstelling in 1894 ook ‘per ongeluk’ zichtbaar werden?  Maar goed, het gaat dan ook over de grootste (en mooiste) courtisane in Alexandrië!

Thais Sybil

Eva Mei is zeer virtuoos en zeer overtuigend als Thaïs. Zo ook Michele Pertusi als Athanaël. Er is wel heel erg veel ballet. Ook daar waar het eigenlijk niet hoort, wat soms zeer storend werkt.

Jules Massenet
Thaïs
Eva Mei, Michele Pertusi, William Joiner, Christophe Fel e.a.
Orchestra del Teatro La Fenice do Venezia olv Marcello Viotti
Regie: Pier Luigi Pizzi
Dynamic 33427

Meer Massenet:
JOSÉ VAN DAM als DON QUICHOTTE van MASSENET in Brussel 2010
CENDRILLON met Joyce DiDonato

I PURITANI. Mini discografie

puritani

Van I Puritani wordt beweerd dat het een echte sopraanopera is, maar dat is niet helemaal waar. Elvira is dan wel de spil waar alles om draait, zij is tevens één van de meest passieve operaheldinnen die ik ken. Alles wat om haar heen en met haar zelf gebeurt, gebeurt ondanks haarzelf, want behalve liefhebben en gek worden schijnt ze niets anders te kunnen..

Het is de bas (haar oom Giorgio), die allerlei plannetjes bedenkt om de actie de gewenste kant op te sturen, en daar wordt hij door Bellini met de mooiste aria (‘Cinta di fiori’) voor beloond. Teneinde de gek geworden sopraan van de wisse dood te redden verzoekt hij de bariton om het leven van de tenor te sparen, wat in een stoere en bloedmooie duet (‘Suoni la tromba’) uitmondt, een echte showstopper. Ook de tenor, die in een vlaag van patriottische waanzin de boel in de war lijkt te sturen, krijgt heel wat mooie (en hoge!) noten te zingen.

Al die rollen vereisen een voortreffelijk belcanto techniek, met goede coloraturen, leggiero en legato. Vergeet ook het gevoel voor drama niet, want wat Bellini (en zijn librettist!) voor de arme sopraan hebben bedacht is niet niets: eerst wordt ze uitzinnig van vreugde, daarna verliest ze haar verstand. Die krijgt ze dan terug om het prompt meteen kwijt te raken. Bent u er nog? Want het is nog niet afgelopen: haar verstand komt terug en ze wordt alweer uitzinnig van vreugde. Oef.. Gelukkig stopt de opera hier, want die arme Elvira kan blijkbaar zo’n kunstje een paar keer per dag herhalen.

CD’S

JOAN SUTHERLAND

puritani-suth

Elvira was, net als Lucia, het paradepaardje van Maria Callas en Joan Sutherland, beiden hebben haar ook meerdere mallen opgenomen. In 1974 heeft Richard Bonynge (Decca 4175882) de opera weergaloos opgenomen, met naast Sutherland een sublieme mannen trio: Luciano Pavarotti, Nicolai Ghiaurov en Piero Cappuccilli. Sutherland klinkt als een klein hoopje ellende, en haar virtuositeit kent geen grenzen. Pavarotti bezat nog in die tijd alle hoge noten, die hij dan languit en schijnbaar zonder moeite uitknalt.


 

MARIA CALLAS

puritani-calls

De opname met Callas uit 1953 (Naxos 8110259-60) gaat gebukt onder de misbezetting van Arturo door Giuseppe di Stefano, die de rol in geen opzicht aankan. Maar Nicola Rossi-Lemeni (Giorgio) en Rolando Panerai (Riccardo) zijn voortreffelijk, en Tulio Serafin dirigeert met schwung en zeer theatraal. Helaas is de score niet compleet.


 

 

BEVERLY SILLS

puritani-sills

Een goed (en compleet!) alternatief is de uit 1973 stammende opname onder Julius Rudel (Westminster 4712072), met een zeer virtuoze Beverly Sills. Arturo wordt hier buitengewoon mooi en elegant gezongen door Nicolai Gedda. Hij heeft een mooie aanloop tot zijn hoge noten, en persoonlijk vind ik het zeer aangenaam om naar hem te luisteren.


Resumerend: het beste bent u uit met de Decca- en Westminster-opname. Hier krijgt u alle muziek, alle hoge noten én de goede mannenstemmen. Maar aangezien Naxos’ opname met Callas in de budgetklasse valt, kunt u het zich permitteren om die erbij te kopen. Vanwege de dirigent, vanwege de bas, maar voornamelijk vanwege La Divina. Want laten we eerlijk zijn – niemand kan zo heerlijk gek worden.

 

DVD’S

ANNA NETREBKO

puritani-nebs

Moeilijker wordt het als u het werk op dvd wilt aanschaffen, want geen van beide door mij bekeken uitvoeringen kan ik zomaar aanbevelen. De Metropolitan Opera-productie, gefilmd in januari 2007 (DG 0734421), is ruim 30 jaar oud en was oorspronkelijk gemaakt voor het duo Sutherland/Pavarotti. Wellicht is dit de verklaring voor het totale gebrek aan personenregie?

Monumentale tableaux-vivants zijn het, waar niemand zich schijnt te mogen bewegen. De decors zijn ‘larger then life’ en alle kostuums ‘historisch verantwoord’. Anna Netrebko is zeer tot de verbeelding sprekende Elvira. En al ontbreekt het haar aan trillers, haar topnoten zijn er en haar presentatie (het charisma, hè?) is meer dan overtuigend.

Zowel de bas (John Relyea) als de bariton (Franco Vassallo) zijn redelijk, maar niet meer dan dat. Eric Cutler (Arturo) heeft een aangenaam timbre en hij haalt (al is het met moeite) zijn hoge noten, maar echt spectaculair is het niet.

Netrebko zingt ‘Deh Vieni al Tempio’uit de eerste acte:

EDITA GRUBEROVA

puritani-grub

Maar Cutler is in ieder geval beter dan de totaal miscaste José Bros in de vijftien jaar oude productie uit Barcelona (ArthouseMusik 107267). Voor Arturo is zijn stem minstens een maatje te klein. Edita Gruberova is een kwestie van smaak. Ik hou niet van haar ‘poesje-mauw-maniertjes’ en vind het geen pretje om naar haar te kijken, maar met de ogen dicht valt er objectief gezien weinig te klagen, want belcanto zingen, ja, dat kan ze wel.

Carlos Álvarez is een eersteklas Riccardo, maar de rest van de cast …. Ach, laten we daarover zwijgen. De regie van Andrei Serban daarentegen is werkelijk subliem en spannend, daar heb ik veel plezier aan beleefd. Een vriend met wie ik keek vatte het zo samen: Netrebko is voor heteromannen en Gruberova (vanwege Álvarez) voor homo’s en vrouwen, maar zo simpel is het natuurlijk niet. Konden we maar knippen en plakken!

MARIELLA DEVIA

puritani-box

Waar u absoluut niet omheen kunt, is een 25 cd’s tellende ‘Bellini box’. Voor rond de 90 euro krijgt u alle opera’s van Bellini, waarvan twee (La Sonnambula, Norma) ook nog eens in twee verschillende uitvoeringen. Veel klinkende namen ook: Callas, Caballé, Scotto, Ciofi, Bernstein…

De meeste opnamen zijn live en de geluids- en uitvoeringskwaliteit is wisselend, maar een kniesoor die daarover valt. Daar zit uiteraard ook I Puritani bij, opgenomen in 1989 in Catania, met Mariella Devia als Elvira. In het begin valt ze een beetje tegen, maar gaandeweg wordt ze steeds beter. Niet alleen heeft ze alle topnoten paraat, ook brengt ze veel (eigen) versieringen mee, en als dat geen art van belcanto is, dan weet ik het niet. Jammer genoeg zijn de mannen niet van hetzelfde niveau, al is Paulo Washington een ontroerende en zeer tot de verbeelding sprekende Giorgio. Op een speciale cd-rom zijn alle libretti bijgesloten. Een MUST! (Dynamic CDS 52/1-25)

 

ZAIDE

zaide

Zaide is zonder twijfel problematisch. De opera werd pas tien jaar na Mozarts dood gevonden: onafgemaakt, zonder ouverture, zonder (happy?) eind en zelfs zonder titel. Het laat zich beluisteren als een voorstudie voor Die Entführung aus dem Serail en ook het verhaal is vrijwel identiek.

In de zomer van 2008 werd de opera in Aix-en-Provence door Peter Sellars verfilmd, met in de hoofdrollen vrijwel alleen gekleurde zangers. Je hebt geen idee waar de actie zich afspeelt. In een gevangenis? Of in een naaiatelier? Of is het een naaiatelier in een gevangenis?

Sellars heeft de rollen omgedraaid en dus zijn het de moslims die het nu zwaar te verduren hebben. Maar wie zijn dan de zwarte slavendrijvers? Ook moslims? Het koor van de getourmenteerde gevangenen (het Ibn Zaidoun Choir) is het in ieder geval wel, waarbij de improvisatie op de oud (voorloper van de luit) zeer authentiek aandoet.

Trailer van de productie:

De zangers acteren beter dan ze zingen en hun Duits is abominabel, maar de Sri Lankaanse tenor Sean Panikkar (Gomatz) is een echte ontdekking. Hij beschikt over een mooie lyrische stem en zijn hele optreden is zeer overtuigend.

Elena Lekhina krijgt als Zaide één van de mooiste aria’s te zingen die Mozart ooit heeft gecomponeerd, ‘Ruhe Sanft’, en dat doet ze zeer adequaat. Maar niet voldoende. Wilt u weten hoe het moet? Luister dan naar Beverly Sills:

W.A. Mozart
Zaide
Ekaterina Lekhina, Sean Panikkar, Alfred Walker, Russell Thomas, Morris Robinson; Camerata Salzburg olv Louis Langrée
Regie: Peter Sellars;
Medici Arts 3078358