Gustav_Mahler

MAHLER 4 FOR ENSEMBLE

Mahler 4 Camerata RCO

Het gebeurt niet zo vaak meer dat ik prettig verrast word door een nieuwe Mahler-opname maar nu heeft Gutman Records mij waarachtig zo blij als een kind gemaakt. Het Camerata RCO heeft zich over Mahler 4 ontfermd, waarbij zij uitgegaan zijn van de kamermuziekversie van die symfonie die de Schönberg-leerling Erwin Stein in 1921 heeft gemaakt.

Natuurlijk is een kamerensemble niet met een volle symfonieorkest te vergelijken en natuurlijk is hun geluid – vanzelfsprekend – kleiner en transparanter, maar de puurheid en de transparantie zijn in dit geval zo mooi en zo verfrissend dat ik de symfonie nu even niet anders wil horen!

Nu is Camerata RCO zelf eigenlijk een soort ‘kamermuziekversie’, van het Koninklijk Concertgebouworkest welteverstaan en alle leden horen ook in het orkest zelf te spelen (of te hebben gespeeld), u kunt dus stellen dat ze hun Mahlers echt under the skin hebben.

Wat ik nu zo onvoorstelbaar leuk vind is dat ik al die instrumenten afzonderlijk goed kan horen. Iets wat niet onmiddellijk een pre is als het om een (groot) orkestklank gaat, maar in de pocketversie is het onweerstaanbaar. Zo kan ik enorm genieten van het schitterende pianospel van Nicolas van Poucke en de stralende warmte van de strijkers bezorgt mij een gevoel van een zeer aangename geborgenheid.

Tel daarbij het bijna klezmer-achtig geluid van de blazers (de klarinetten!), de ondersteunende ritme van de paukenisten en het verrassingseffect van de accordeon … Smullen!

Judith van Wanroij heeft een perfect timbre voor de ‘Himmlichen Freunden’ en de dirigent Lucas Macías Navarro heeft er hoorbaar zelf plezier in. Ook de opname is uitstekend en de tekst in het boekje (ook in het Nederlands!) hilarisch.


GUSTAV MAHLER
Mahler 4 for Ensemble
Judith van Wanroij (sopraan)
Camerata RCO olv Lucas Macías Navarro
Gutman Records CD 173

Meer Mahler 4:
Daniele Gatti dirigeert HAYDN en MAHLER
MAHLER 4 Jansons

Jules van Hessen dirigeert ‘SYMPHONIE DER TAUSEND’ van MAHLER

Mahler zaal Maurits Haenen

Mahler 8 in Amsterdam © Maurits Haenen

De achtste symfonie van Mahler heet onuitvoerbaar te zijn. Je hebt er een immens orkest voor nodig dat ook nog eens versterkt is met extra koperblazers en slagwerk. Tel daar nog een orgel bij, drie gemengde koren, twee jongens (kinder)koren, drie sopranen, twee alten, tenor, bariton en bas! Alles bij elkaar zowat duizend musici (vandaar de bijnaam ‘Symphonie der Tausend’), maar echt zo veel lukt natuurlijk (bijna?) nooit.

Bij de – door veel beroemde dirigenten en componisten bezochte en zeer enthousiast ontvangen – première op 12 september 1910 in München had Mahler niet “meer” dan vierhonderd musici en (koor)zangers bij elkaar verzameld. Aanzienlijk minder dus dan de 500+ die ‘losgelaten werden’ op de bijna 2000 bezoekers van het concert op 30 november 2017.

 

Mahler julesbraz5

Jules van Hessen © René Knoop

Het concert had een inmiddels zeer vertrouwde en bij velen zeer geliefde formule ‘Maestro Jules onthult’.  Het begon met een superieure toelichting van het werk door de dirigent Jules van Hessen die alle door hem uit(en toe)gelichte voorbeelden liet ‘illustreren’ door de musici en zangers, allemaal uiteraard live. De tot de nok gevulde en tot de allerlaatste plaats uitverkochte zaal juichte het toe. En terecht, want: hoeveel mensen, de zogenaamde ‘kenners’ incluis, kennen hun Mahler 8 echt goed?

De toelichting duurde een half uur en mocht je daar geen zin in hebben dan kwam je gewoon na de pauze binnen: het concert zelf werd niet verstoord.

De eerste deel, het ‘Veni Creator Spiritus’ die een middeleeuws pinksterhymne als uitgangspunt heeft kan mij eerlijk gezegd gestolen worden. Het is verschrikkelijk imposant en imponerend, dat wel, maar echt mooi kan ik het niet vinden.

Het tweede deel is gebaseerd op de slotscène uit Goethe’s ‘Faust’. Het mysterieuze begin hoort fluisterzacht en zeer liefdevol te klinken: Mahler schreef het als een soort liefdesverklaring aan zijn vrouw Alma. Zo klonk het ook. Mooi.

Na het voorzichtige instrumentale begin namen de koren en de solisten het over en zo werd er een verhaal verteld dat zowel van een allesomvattende liefde als van een spirituele verlossing getuigde. Om dan, aan het eind met het monumentale Chorus Mysticus  die ‘Alles Vergängliche’ inzette, waardoor het hele Concertgebouw zowat uit zijn voegen barstte. Want, zeg maar zelf, zoveel muzikaal geweld hoor je echt niet iedere dag.

Met een werkelijk grandioze uitvoering van wat ‘onuitvoerbaar’ heet te zijn heeft Jules van Hessen een dikke vinger naar alle sceptici en betweters opgestoken.

 

Mahler 8 philips-symfonie-orkest-rob-beltjens-2

Jules van Hessen en ‘zijn’ Philips Symphony Orchest © Rob Beltjens

Naar een ieder die beweert dat Mahler 8 uitsluitend voorbestemd is voor de allerbeste orkesten ter wereld, bij voorbeeld. Van Hessen wist het door hem geleide Philips Symfonie Orkest dat voor een groot deel uit (zeer gevorderden, dat wel, maar toch….) amateurs bestaat een echt onvervalste Mahler-sound te ontlokken. Iets wat je heel goed kon horen in de zachte passages en in de duidelijk ‘onderstreepte’ en daardoor zeer herkenbare Mahler-deuntjes.

Dikke vinger ook naar alle castingdirectors die nooit eens naar het talent kijken dat ons land rijk is en al die geweldige Nederlandse zangers meestal links laat liggen. Alle – en daarmee bedoel ik ook alle – solisten bleken niet alleen tegen hun zware taak opgewassen, maar lieten ook een grote affiniteit met het Mahlers-idioom te hebben.

Mahler dames Nicole

slotapplaus: van links naar rechts Maartje Rammeloo, Carina Vinke, Leonie van Rheden, Lisette Bolle en Laetitia Gerards © Nicole van Eijck

Het kan aan de plaats waar ik zat liggen dat ik mij sterk gefocust had op de prachtige alt Carina Vinke. Bij haar had ik het gevoel dat zij haar Mahler niet alleen de goede noten en mooie klanken, maar ook heel veel liefde gunde. Wat het ook was: ik hing aan haar lippen.

Maar ook haar mezzo – collega, Leonie van Rheden kon mij meer dan bekoren. Haar buitengewoon fraaie, zeer warme en ronde geluid klonk als balsem in mijn oren.

Maartje Rammeloo’s stem is heel erg groot waardoor haar hoge sopraan zeer dominant klonk, wat bij Magna Peccatrix eigenlijk vanzelfsprekend is.

 

Mahler Maartje Lisette

Maartje Rammeloo en Lisette Bolle

Als Una poenitentium (en daarna Gretchen) wist Lisette Bolle mijn hart te stelen. Wat een fraaie stem toch! Met haar korte optreden op het balkon klonk Laetitia Gerards als een echte Mater Gloriosa die even voorbij ‘zweefde’.

Frank van Aken is een echte heldentenor en met zijn lange staat van dienst was het niet meer dan logisch dat de rol van Doctor Marianus hem zowat op de huid is geschreven.

Jaco Huipen behoort al jaren tot mijn geliefde bassen en ook met zijn optreden als Pater Profundus wist hij mij zeer te overtuigen en Martijn Sanders zong een fraaie Pater Ecstaticus.

Na afloop van het concert stond ons allemaal nog een verrassing te wachten. De dirigent viert dit jaar zijn dertigjarig jubileum als chef-dirigent van het Philips Symfonie Orkest en zijn verdiensten zijn groots. Daarvoor, maar ook voor alles wat hij het muziekminnende publiek heeft geschonken werd hij donderdag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

 

Mahler ondescheiding

© Rob Beltjens

Locoburgemeester Simone Kukenheim overhandigde hem het speldje met de woorden: “Door de unieke combinatie van zijn muzikale gave, zijn presentatiekunde en cultureel ondernemerschap is Jules van Hessen een dirigent die een groot publiek weet te bereiken en inspireren” .

Daar konden we het niet anders dan helemaal mee eens zijn.

Teaser:

Gustav Mahler
Achtste symfonie in Es (Symphonie der Tausend)
Maartje Rammeloo, Lisette Bolle, Laetitia Gerards (sopraan); Leonie van Rheden (mezzosopraan);  Carina Vinke (alt);  Frank van Aken (tenor);  Martijn Sanders,  Jaco Huijpen (bas)
Philips’ Philharmonisch Koor, Nederlands Concertkoor, Toonkunstkoor Utrecht, Vocaal Talent Nederland;  Philips Symfonie Orkest olv Jules van Hessen

Gehoord donderdag 30 november 2017 in de Grote Zaal van het Concertgebouw

Mariss Jansons dirigeert MAHLER 5

Mahler 5 Jansons

Ik ken geen land dat een grotere Mahler-traditie heeft dan Nederland. Wellicht is dat ook de reden dat er elke nieuwe chef-dirigent van het KCO aan zijn eigen Mahler-cyclus begint?

Mariss Jansons deed het in zijn Amsterdamse periode en nu hij zijn tijd voornamelijk in München doorbrengt doet hij het ook met zij Bayerische omroeporkest.

Maar ook voor de Müncheners is Mahler geen terra incognita: al in de jaren zestig hebben ze al zijn symfonieën opgenomen onder hun toenmalige chefdirigent Rafael Kubelik. Op papier ziet de uitgave er dus veelbelovend uit, maar van het resultaat gaat mijn hart niet sneller lopen.

Ik sta open voor allerlei interpretaties en laat mij graag overtuigen maar van de dirigent verlang ik dat hij minstens de tempo aanduidingen van de componist respecteert.

De beroemde Adagietto hoort ‘Sehr langsam’ gespeeld te worden, maar dat doet Jansons niet. Net zo min als de Trauermarsch (In gemessen Schrift. Streng. Wie ein Kondukt)! Vergelijk zijn tempi maar eens met die van Bernstein of mijn absolute favoriet, Eliahu Inbal!

Niet dat Jansons aan het sprinten is, dat ook weer niet, maar opeens moet ik aan de andere vijfde symfonie denken, die van Beethoven. Geen goed teken.

Bij de Rondo-Finale (tempo aanduiding: Allegro) aangekomen heeft de dirigent zijn trein al gehaald en doet hij er twee en een halve minuut langer over dan Bernstein en zelfs drie dan Bruno Walter!

Hoezeer ik Jansons ook niet bewonder: deze cd ga ik niet koesteren.


GUSTAV MAHLER
Symphony nr.5
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Mariss Jansons
BR Klassik 900150 • 74’

Meer Mahler door Mariss Jansons:

MAHLER 8 van Mariss Jansons

MAHLER 4 Jansons

 

Cornelius Meister dirigeert DAS KLAGENDE LIED van MAHLER

Das Klagende Lied Meister

Mahler was amper twintig toen hij in 1880 Das klagende Lied voltooide. Het zeer romantische maar o zo treurige sprookje over een koningszoon die zijn broer vermoordt in de strijd om macht en liefde beschouwde de componist zelf als zijn opus 1 en het eerste werk waarin hij zichzelf – zoals hij later schreef – ‘in dem ich mich als “Mahler” gefunden habe’. Daar had hij gelijk in want dat het werk ‘des Mahleriaans’ is staat buiten kijf.

In de cantate, waarvoor Mahler zelf de tekst – ontleend aan sprookjesverzamelingen van Ludwig Bechstein en gebroeders Grimm – schreef, hoor je al de aanzet tot zijn eerste twee symfonieën. Toch – het werk uitgevoerd zien te krijgen ging niet van leien dakje.

In 1893 herzag Mahler het werk waarbij deel één sneuvelde. Die versie dirigeerde hij het voor het eerst in 1901, in Wenen.

Het was pas in 1969 dat het origineel manuscript van de driedelige versie werd ontdekt. Das Klagende Lied wordt niet zo vaak uitgevoerd en het is ook zijn minst opgenomen werk; iedere nieuwe opname, mits goed, is dan ook zeer welkom.

De opname onder Cornelius Meister is goed, maar niet zo goed dat het mij de versies onder Sinopoli, Tilson-Thomas of Rozhdestvensky doet vergeten.

Het ligt niet aan de zangers, van wie ik voornamelijk Tanja Ariane Baumgartner en Adrian Eröd zeer overtuigend vind, het ligt aan het orkest. In hun spel mis ik de specifieke klank die van Mahler Mahler maakt.


GUSTAV MAHLER
Das klagende Lied
Simone Schneider (sopraan), Tanja Ariane Baumgartner (mezzosopraan), Torsten Kerl (tenor), Adrian Eröd (bariton)
Wiener Singakademie en het ORF Vienna Radio Symphony Orchestra o.l.v. Cornelius Meister
Capriccio C 5316 • 60’

ALICE COOTE zingt orkestliederen van GUSTAV MAHLER

mahler-song-cycles-netherlands-philharmonic-orchestra

Deze cd met orkestliederen van Mahler vind ik één van de mooiste Mahler-uitgaven van de laatste tijd en dat zijn er heel wat!

Ik was er een klein beetje bang voor, want de opname van ‘Das Lied von der Erde’ door dezelfde krachten vond ik  ronduit teleurstellend. Alice Coote vond ik voornamelijk kwetsbaar en over de interpretatie van Marc Albrecht schreef ik dat de dirigent moest leren wat het verschil is tussen Strauss en Mahler.

En, waarachtig: het lijkt alsof Albrecht mijn woorden ter harte heeft genomen, want zijn (en, uiteraard van het goddelijk spelende Nederlands Filharmonisch Orkest) vertolking van de liederen is buitengewoon overtuigend en kan, wat mij betreft op een lijstje met de beste interpretaties van de liederen bijgeschreven worden.

Alice Coote klinkt nog steeds kwetsbaar, maar die kwetsbaarheid is nu haar beste wapen geworden, zij is zo ontzettend betrokken dat het pijn doet. Alsof zij je haar beleveniswereld in meesleurt, de afgrond in.

Niet dat het allemaal perfect is wat zij doet. In ‘Um Mitternacht’ gaat zij even de mist in, maar dat geeft allemaal niet.

Over ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’ zei Mahler ooit: ‘Dit ben ik ten voeten uit.’ Hier hoor je het.



Gustav Mahler
Song Cycles
Kindertotenlieder; Lieder eines fahrenden Gesellen; Rückert-Lieder
Alice Coote (mezzosopraan), Netherlands Philharmonic Orchestra olv Marc Albrecht
PentaTone PTC 5186 576

Daniele Gatti dirigeert HAYDN en MAHLER

Mahler ch

© Ron Jacobi

Daniele Gatti is een ware klanktovenaar. Dat het hem menens is, daar kan niemand die het concert van 24 augustus 2017 bijgewoond had aan twijfelen.

De betovering begon meteen al met Haydn, niet een componist die dagelijks op het programma van het Concertgebouworkest staat. Het werd dan ook niet een alledaagse Haydn, want het volkse vermaak dat vaak zijn symfonieën siert was in het geheel afwezig.

Gatti liet het orkest mijn oren zachtjes strelen, zo zacht en zo teder dat ik ongewild aan een porseleinen ballerina moest denken, die op een dun koord balanceerde. Delicaat, kwetsbaar en zo zacht dat ik mij niet meer op mijn gemak voelde en naar wat meer geluid ging verlangen. Dat kwam niet.

Ook niet in het plompe laatste deel die de symfonie de bijnaam “De Beer heeft bezorgd. Had Gatti maar aan de tempoaanduiding (er staat toch echt ‘Vivace Assai’ bij) toegegeven! Helaas. Mijn aandacht verslapte en mijn gedachten gingen ergens anders heen. Jammer.

Ook in zijn interpretatie van de vierde symfonie van Mahler liet Gatti zich voornamelijk als de schepper van mooie tonen kennen. Soms leek hij op een illusionist die voorzichtig met doorzichtige zeepbelletjes jongleerde.

De dirigent heeft ooit verklaard sterk in een verrassingselement te geloven. Voor hem werkt een interpretatie beduidend sterker als het onverwacht is en soms zelfs tegen het verwachtingspatroon van de luisteraar werkt. Hij meende het.

Het begon met een vreemde opstelling van het orkest, wat inderdaad tot een verrassende klankresultaat heeft geleid. Telkens moest ik mij in mijn arm knijpen, want wat ik hoorde riep andere herinneringen en andere emoties op dan ik in mijn hoofd (en wellicht tussen mijn oren) had opgeslagen.

Het eindeloos lang uitgerekte derde deel was dermate traag en zacht dat ik het gevoel kreeg dat het orkest stopte met spelen waardoor ik alleen de ademhaling van mijn naaste buren kon waarnemen. Het maakte mij confuus en ik voelde mij unheimisch..

 

Mahler Reiss

Chen Reiss

Dat gevoel bleef ik houden, daar kon zelfs de werkelijk hemels zingende Chen Reiss niets aan veranderen. Jammer genoeg had men haar achter het orkest opgesteld, wat het ‘wondermooie klanktapijt-gevoel’ behoorlijk versterkte maar waardoor de betekenis van wat zij zong ergens halverwege de blazers werd kwijtgeraakt.

In mijn beleving dirigeerde Gatti louter ‘op klank’ wat in een hallucinerende, poëtische visie op de symfonie resulteerde, maar waar een echte emotie ontbrak. Het was een buitengewoon fraaie, maar ook een buitengewoon steriele Mahler 4. Wat ik miste was het aardse onderbuikgevoel, het spelen ‘vanuit het kruis’.

Soms kan iets té mooi zijn om er nog van te kunnen genieten.

 

Het slotapplaus © Ron Jacobi

 

Het concert is terug te beluisteren op de site van Radio 4

http://www.radio4.nl/gids/2017-08-24/559182/zomeravondconcert

Joseph Haydn: Symfonienr.82 in C, ‘L‘ours‘
Gustav Mahler: Vierde symfonie in G
Koninklijk Concertgebouworkest olv Daniele Gatti
Chen Reiss (sopraan)

Gehoord op 24 augustus 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

 

DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann

 

Mahler Kaufmmann

Soms zouden zelfs de grootste zangers tegen zichzelf beschermd moeten worden. Hoe groot de drang, behoefte of dwang ook niet is: sommige dingen kun je beter niet doen, zeker als het twijfelachtige resultaat bij voorbaat al vaststaat. Jonas Kaufmann is een wereldtenor en zijn ongewone talent staat buiten kijf, maar zelfs de voetbal spelende supergoden kunnen de plank volledig misslaan bij kampioenschappen ballroomdansen.

In het boekje vertelt Kaufmann van zijn fascinatie voor Das Lied von der Erde en zijn bewondering voor Fritz Wunderlich die het werk, samen met Christa Ludwig voor Otto Klemperer had opgenomen. Dat wilde Kaufmann ook en vroeg zich af of het niet mogelijk voor hem was om alle liederen zelf te zingen. Was er niemand die hem kon vertellen dat hij het beter kon laten? Mahler componeerde het Das Lied von der Erde met twee stemmen in zijn gedachten: die van de tenor en de alt en dat deed hij niet zonder reden!

Maar er is meer waarom ik zeer ongelukkig ben met deze opname. Al in ‘Das Trinklied vom Jammer der Erde’ komt Kaufmann in ademnood en overschreeuwt zichzelf.

Bij het ‘Afscheid’ aangekomen heeft hij hoorbaar geen kracht meer en zijn zingen lijkt meer op het croonen. Het Wiener Philharmoniker klinkt onder leiding van Jonathan Nott routineus en vlak.


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Jonas Kaufmann (tenor)
Wiener Philharmoniker olv Jonathan Nott
Sony 8985389832 • 60’