Gustav_Mahler

Gruppo Montebello speelt Mahler

Mahler Gruppo MOntebello

Nog niet zo lang geleden heeft het RCO-kamerata de kamermuziekversie van de vierde symfonie van Mahler in de bewerking van Erwin Stein uit 1921 op cd uitgebracht. Daar was ik oprecht blij mee, voornamelijk vanwege de meer dan een uitstekende uitvoering.

Die bewerkingen, ooit door Schönberg via zijn Verein für Privataufführungen geïnitieerd om ook het grote publiek met de symfonische werken bekend te maken waren ooit buitengewoon belangrijk maar of het nu nog zo is? Ik weet het niet maar ik juich de uitvoeringen zeker toe. Alleen: moet het alleemaal ook opgenomen worden?

De uitvoering door het Gruppo Montebello, live opgenomen tijdens het Orlando Festival in Maastricht is zonder meer prachtig maar de uitvoering door RCO-kamerata vind ik beter. Mooier. Homogener. Het valt echter niet te ontkennen dat Gruppo Montebello’s lezing ontegenzeggelijk spannend is en dat ik uiteindelijk toch echt voor RCO-kamerata kies heeft o.a. met de sopraan te maken: Lies Vandewege is geen match voor Judith van Wanroij. Ik vind de stem van Vandewege prachtig en haar voordracht zonder meer goed maar voor mijn gevoel zingt zij te ‘ernstig’, te weinig onbekommerd.

Wat deze cd tot een ‘must have’ maakt zijn de door Reinbert de Leeuw in 1991 bewerkte Kindertotenlieder. Niet vanwege het arrangement, die is gewoon flauw, maar vanwege de zeer aangrijpende uitvoering door Henk Neven.

GUSTAV MAHLER
Symphony No.4 (bewerking Edwin Stein)
Kindertotenlieder (bewerking Reinbert de Leeuw)
Lies Vandewege (sopraan), Henk Neven (bariton)
Gruppo Montebello olv Henk Guittart
Et’cetera KTV 1620

Advertenties

Zweedse Mahler 5 met visie

Mahler 5 Harding

Daniel Harding maakte zijn professioneel debuut in 1994 in Birmingham toen hij nog maar negentien (!) jaar oud was. Hij werd daar assistent van Simon Rattle en het seizoen daarop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker. Van zo iemand verwacht je dat hij uiteindelijk bij een echte toporkest belandt en toch kwam hij niet verder dan het Zweeds Radio-Orkest. Best jammer, denk ik, zeker bij het beluisteren van de door hem opgenomen Mahler 5.

Nu is het Zweedse orkest verre van slecht maar toch betrap ik mij op de gedachte hoe zal de symfonie hebben geklonken als Harding het met het Concertgebouworkest had opgenomen? Of de Rotterdammers?

De blazers zijn zonder meer indrukwekkend maar verschrikkelijk overheersend en ik had de strijksectie toch wel graag iets verfijnder gehoord. Echt jammer want Hardings visie mag er zeker zijn! Vanaf het eerste akkoord dwingt hij tot het luisteren en al zijn zijn tempi af en toe een beetje slopend en een beetje sloom: dat er een idee achter zit is nogal wiedes.

Ik geef toe, hij maakt indruk, althans op mij: eindelijk iemand die iets te vertellen heeft. Het is voornamelijk de Scherzo (deel drie) die nogal spectaculair klinkt, jammer genoeg haalt het Adagio het niveau niet. De strijkers!

Daniel Harding over Mahler 5:

GUSTAV MAHLER
Symphony Nr.5
Swedish Radio Symphony Orchestra olv Daniel Harding
HMM 902366

Mahler 2 onder Jansons: de klank die het van de inhoud wint

Mahler 2 Jansons

Deze opname is al zeven jaar oud en is al eerder op dvd en blu-ray uitgebracht. De reden van het re-release op cd ontgaat mij dan ook volledig, zeker omdat de uitvoering alles behalve echt goed is. Deel 1, het Allegro Maestoso klinkt dan wel majestueus (zeg maar gerust: zwaar, heel erg zwaar), maar allegro valt nergens te bespeuren.

Wat de lezing van Jansons onnavolgbaar maakt zijn de details, onder zijn handen uitgewerkt tot de meest perfecte atoomdeeltjes. Zo iets als nanoseconde in de muziek. Dat hoor je goed in deel twee, die dan ook gruwelijk mooi is. Alleen: de klank, die duurt voort en in deel drie wordt hij zo vertraagt dat hij verder alle betekenis verliest. Wilde iemand hier iets zeggen?

Anja Harteros zingt mooi maar zij klinkt een beetje verloren, alsof zij niet helemaal weet wat zij doet. Bernarda Fink is in Uhrlich een lichtgewicht. Het kan ook zijn dat de (live) opname haar stem niet goed heeft vastgelegd, maar de normaal gesproken kippenvel blijft nu achterwege.

Eerlijkheidshalve moet ik vermelden dat de finale best spectaculair klinkt en het schitterend door het koor gezongen ‘Sterben werd ich um zu leben’ maakt zonder meer indruk . En toch is het de klank die het van de inhoud wint.


GUSTAV MAHLER
Symphony Nr.2
Anja Harteros (sopraan), Bernarda Fink (alt)
Chor und Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Mariss Jansons
BR Klassik 900167

Meer Mahler onder Jansons:
Maris Jansons dirigeert MAHLER 7
Mariss Jansons dirigeert MAHLER 5
MAHLER 8 van Mariss Jansons
MAHLER 4 Jansons

Onderkoelde ‘Das Lied von der Erde’

Mahler Das Lied Rattle.jpg

Kan iemand mij vertellen waarom de ene na de andere Mahler overal en continu gespeeld en opgenomen wordt? Mahler is geen lopende band fabrieksartikel, Mahler hoort ambachtelijk te worden uitgevoerd. Het trieste is dat het nu niet eens derderangs orkesten uit Timboektoe zijn die zich daar aan bezondigen. Nee, het zijn dirigenten van naam die zo nodig nog een ‘Mahlertje’ onder handen nemen.

Nu is er weinig mis met het voortreffelijk spelende orkest uit Beieren, al vind ik de aanpak van Sir Simon Rattle te soft, te kamermuziekachtig voor zoiets monumentaals als ‘Das Lied von der Erde’. Helaas zijn zijn solisten ronduit onvoldoende.

Stuard Skelton is een heroïsche tenor met dito stem en daar vraagt het werk ook om. Maar om dan meteen alle lyriek te gaan negeren en zich door ‘Das Trinklied von Jammer der Erde’ te gaan brullen?

Magdalena Kožená heeft noch het juiste timbre noch de kracht voor het werk. Haar vederlichte mezzosopraan (weet u nog dat Mahler het voor een echte alt componeerde?) klinkt teer en kwetsbaar, maar ook behoorlijk onderkoeld. In ‘Der Einsame im Herbst’ klinkt zij onvast en in ‘Der Abschied’ mist zij het belangrijkste wat het deel zo indrukwekkend en onvergetelijk maakt: de ‘traurigkeit’.


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Stuart Skelton (tenor)
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Sir Simon Rattle
BR Klassik 90019 • DDD –  64’
Totale indruk: 7

Adam Fischer dirigeert een spannende Mahler 3

Mahler 3 Adam Fischer

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: deze opname van de derde symfonie van Mahler is zonder meer fantastisch. Familiegeheim? Want ook de Mahlers van zijn broer Ivan zijn niet te versmaden. Toch: Adams visie doet mij meer dan die van zijn beroemdere broer. Ivan is meer van de perfecte klank. Adam Fischer echter is een meester in het opbouwen van de spanning, die is soms werkelijk om te snijden.

Of het aan de hoge tempi ligt? Zou kunnen, maar nergens vind ik het te snel. Bij het eerste deel doet Fischer het er twee minuten sneller dan mijn geliefde Abbado. En in het laatste deel (tempo aanduiding: Langsam. Ruhevoll. Empfunden) is Fischer maar liefst vier minuten sneller. Het gekke is dat ik het niet eens besef, wat zonder meer aan de strakke hand van de dirigent kan liggen.

Helaas moet Anna Larsson (geen kwaad woord over haar interpretatie) haar meerdere in Jessye Norman bij Abbado erkennen. Het orkest klinkt homogeen en de posthoorn soli van Frank Ludemann zijn weergaloos.

Adam Fischer ziet het hele oeuvre van Mahler als een soort (lange) afscheid. Afscheid van het verleden maar ook van de toekomst, dat omdat Mahler zo’n grote angst voor de dood had. Zo bezien zijn de tempi goed verklaarbaar.

 

De opname kunt u op de website van Deutschlandfunk beluisteren:

https://www.deutschlandfunk.de/adam-fischer-dirigiert-mahlers-dritte-eine-welt-aus-toenen.1988.de.html?dram:article_id=422049

 

GUSTAV MAHLER
Symphony No.3
Anna Larson (alt)
Women’s Choir of Städtischer Misikverein Düsseldorf; Düsseldorger Symphoniker olv Adam Fischer
Avi-music 8553399

Camerata RCO en Nino Gvetadze zorgen voor een fantastische zomeravond

 

Gvetadze Camerata_RCO_HansvanderWoerd-01

Camerata RCO © Hans van der Woerd

 

Gustav Mahler associeert men niet met kamermuziek. Zijn pianokwartet is dan ook een jeugdig werkje (Mahler componeerde het toen hij nog geen zestien was, het was zijn afstudeerproject na zijn conservatoriumopleiding). Helaas is het complete werk verloren gegaan en is er maar het eerste deel bewaard gebleven.

Onnodig te zeggen dat het kwartet nog steeds diep geankerd is in de werken van Schubert en Brahms. Voornamelijk de laatste dan, iets dat je overduidelijk hoort in de melodische overgangen en het ‘aanreiken’ van het thema door de musici.

In al mij bekende opnamen speelt de piano er een ondergeschikte rol in, het zijn de strijkers die de melodie en de toon aangeven. Dat was nu niet het geval. Nino Gvetadze, de geweldige pianiste aan wie we het programma te danken hadden nam vanaf het begin het stuur in eigen handen en liet het niet meer los, waardoor het werkje opeens heel anders klonk. Steviger, nuchterder en voornamelijk minder zoet. Daar is zonder meer veel voor te zeggen, maar soms wil je je gewoon in de klanken verliezen en nu lukte het niet.

 

Gvetadze

Nino Gvetadze  © Concertgebouw

Bij Brahms werden de verhoudingen hersteld. Dat Nino Gvetadze verliefd is op Brahms was behoorlijk voel- en hoorbaar. In een interview in Pianowereld vertelde ze ooit dat in al zijn werken “zulke grote gevoelens in worden uitgedrukt”. Klopt.  Iets wat zonder meer ook geldt voor het Trio in Es, waarin Brahms instrumenten die hij in zijn jeugd bespeelde combineert: hoorn, viool en piano.

 

Gvetaze Fons-Verspaandonk-1024x778

Fons Verspaandonk © KKCO

Fons Verspaandonk bespeelde de natuurhoorn zeer liefdevol, het was alsof hij het publiek de boodschap van Brahms wilde duidelijk maken, want die boodschap, die zat er duidelijk in. Hoorn was het geliefde instrument van Brahms’ moeder en hij componeerde het werk in feite in haar nagedachtenis. Die boodschap overbrengen, dat lukte Verspaandonk meer dan uitstekend. De prachtige melancholieke derde deel, het Adagio Mesto raakte de luisteraar rechtstreeks in zijn hart.

 

Gvetadze hoorntrio Brahms

Maar denk niet dat het een al treurnis was! Het Adagio is dan wel zeer melancholiek, maar van de rest van het werk spatte de levenslust af! En zo was de uitvoering ook. Levenslustig en met veel aandacht voor de dingen die voorbijgaan. En voor het eindige.

 

Gvetadze Erno-Dohnanyi

Ernő Dohnányi

Dat Ernő Dohnányi ooit pianist is geworden hebben we (ook) aan Brahms te danken. Hij was het namelijk die de jonge Hongaar aanspoorde om pianospelen als zijn beroep te kiezen. Daar werd hij zo gedreven en goed in dat hij één van de beroemdste pianopedagogen werd.  Van zijn hand is ook het studieboek: “Die wichtigsten Übungen zur Erlangung einer sicheren Klaviertechnik”.

Maar ook in zijn loopbaan als componist werd Dohnányi door Brahms niet alleen geïnspireerd maar ook gestimuleerd. Zijn composities hebben – meestal – een klassieke vorm, bovendien klinken ze zeer (laat)romantisch.

Zo ook zijn Sextet in C voor een niet alledaagse bezetting: strijktrio, piano, hoorn en klarinet. Het is een beetje moeilijk – zo niet onmogelijk – om goed te kunnen duiden wat het stuk eigenlijk is, want de weemoed en de levenslust gaan hier met elkaar hand in hand. Vergeet ook de Hongaarse folklore niet en dan heb je een hybride van een compositie die eigenlijk geen andere doel lijkt te hebben dan de luisteraar te vermaken.  Iets wat wonderwel lukte.

In dit stuk was de violist Marc Daniel van Biemen de ‘leider’ van het ensemble. Visueel dan, want het gebeurt zelden dat alle leden van een (toch wel een beetje ad hoc) ensemble zo fantastisch unisono kunnen spelen. Of ligt het aan hun ervaring als Concertgebouworkest-collega’s?

Wat het prachtige concert – onder andere – meer dan duidelijk heeft gemaakt is hoe groot de invloed van Brahms op andere componisten was geweest. Dat was uiteraard de bedoeling, maar het kan niet vaak genoeg herhaald worden. Bedankt!

Het concert is nog terug te beluisteren op radio 4 : https://www.nporadio4.nl/gids-gemist/2018-07-4

Mahler, Pianokwartet in a
Brahms, Trio in Es, op. 40
Dohnányi, Sextet in C, op. 37

Camerata RCO:
Marc Daniel van Biemen, Annebeth Webb (viool), Saeko Oguma (altviool), Johan van Iersel (cello), Hein Wiedijk (klarinet), Fons Verspaandonk (hoorn), Nino Gvetadze (piano)

Gehoord op 4 juli 2018 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam

Meer Camerata RCO:  MAHLER 4 FOR ENSEMBLE

 

Mahler/Schönberg/Riehn: Das Lied von der Erde

Mahler das lies schonberg supraphon

In 1921 is Arnold Schönberg aan een kamermuziekversie van Das Lied von der Erde van Gustav Mahler begonnen. Hij reduceerde het orkest tot een tiental blazers en strijkers, aangevuld met piano, harmonium en percussie. Het tot zowat het skelet gestripte – wel mét eerbied voor alle noten! – werk is echter onvoltooid gebleven en pas in 1983 werd de bewerking door Rainer Riehn voltooid.

Ooit waren zulke bewerkingen nuttig en welkom, nu .. Ach.. ik vind het leuk om naar te luisteren. Mits de uitvoering goed is en hier heb ik toch mijn bedenkingen.

De musici zijn uitstekend. Het geheel klinkt mooi transparant en de dirigent Petr Altrichter houdt de touwtjes goed strak.Helaas zijn de solisten niet echt geweldig.

Richard Samek is een lichte lyrico die – vooralsnog – Alfredo tot zijn zwaarste rollen mag rekenen. Tegen Mahler, ook in een kleine bezetting is hij niet opgewassen en in ‘Das Trinklied von Jammer der Erde’ verzuipt hij in de noten. Het klinkt gewoon lelijk.

Dagmar Pecková was ooit een pracht van een mezzo, zij zingt dan ook met veel tekstbegrip, maar haar ruime vibrato is inmiddels behoorlijk storend geworden. Jammer.


Nee, als u toch voor de kamermuziek-versie opteert kies dan voor Philippe Herreweghe met Brigitte Remmert en Hans Peter Blochwitz (Harmonia Mundi 1951477)


GUSTAV MAHLER
Das Lied von der Erde
Dagmar Pecková (mezzo-soprano), Richard Samek (tenor)
Schoenberg Chamber Orchestra olv Petr Altrichter
Supraphon SU 4242-2