Karol_Szymanowski

Piotr Beczala: thuis ben ik inmiddels overal

Beczala Halka

Na een zorgvuldig opgebouwde carrière van meer dan 25 jaar bij kleinere operahuizen staat Piotr Beczala inmiddels al vele jaren aan de absolute top. Een vijf jaar oud gesprek met de Poolse tenor, over nee zeggen, zijn liefde voor operette en over eigenlijk van alles

Beczala Das-Land-des-Lächelns-foto-T-T-Fotografie-Toni-Suter-1

Piotr Beczala in Das Land des Lächelns. (© T + T Fotografie / Toni Suter)

Het is niet zo dat de tenoren (en niet alleen de tenoren!) plotseling uit de hemel vallen, al lijkt het er soms wel op. Een stem moet groeien, rijpen, ervaring opdoen, repertoire opbouwen. Slowly, slowly… alleen dan kom je er. En – nog belangrijker – je blijft er.

Niemand die daar beter van doordrongen is dan Piotr Beczala. “Je moet geduld hebben, dingen niet overhaasten en geen rollen aannemen die niet bij je passen”, zegt hij. “Vroeger was ik een notoire ‘nee-zegger’. Het is bijna niet te geloven wat voor rollen mij wel eens werden aangeboden, rollen die ik absoluut niet kon zingen, zeker toen niet. Maar ik stond stevig in mijn schoenen. Ik wilde geen eendagsvlieg zijn.”

“Nu, na een jarenlange carrière, kan en ken ik veel meer. Mijn stem heeft zich ontwikkeld en is groter en donkerder geworden, mijn techniek is solide en mijn zekerheid is gegroeid, waardoor ik mij nu veel meer op het acteren kan concentreren. De meeste rollen die mij nu aangeboden worden, kan ik zingen, dus steeds minder vaak hoef ik nee te zeggen. Casting directors en intendanten weten heel goed wat ik wel of niet zal aannemen, zodoende krijg ik ook steeds minder krankzinnige voorstellen. En mochten ze er toch mee aankomen, dan zeg ik gewoon weer nee.”

Tauber

Beczala-Tauber

Beczała was lange tijd een ‘geheimtip’. Zijn professionele carrière begon in 1997 in Linz, maar echt ontdekt werd hij in Zürich, het operahuis dat blijkbaar een goede neus heeft voor tenoren (ook Jonas Kaufmann en Pavol Breslik komen daar vandaan).

Voordat hij zijn debuut maakte in de grootste en belangrijkste operahuizen ter wereld, zong hij ook in Amsterdam. Drie keer maar liefst: in Król Roger van Szymanowski, Jevgeni Onjegin van Tsjaikovski en La Bohème van Puccini.

Hieronder zingt Beczala aria van Pasterz uit Król Roger. Het geluid komt uit de Naxos opname olv Jacek Kaspszyk, de beelden zijn uit Amsterdam , oktober 2000

Beczala heeft een wat vooroorlogse look en beschikt over een meer dan gewoon acteertalent, wat tegenwoordig niet onbelangrijk is. Toch bleven de contracten met platenfirma’s uit, wat misschien ook wel goed voor hem was. Zo kon hij zich zonder lawaaierige reclamecampagnes ontwikkelen tot wat hij is geworden: één van de beste lyrische tenors ter wereld. Ook Deutsche Grammophon kon niet langer meer om hem heen en Beczala tekende in het najaar van 2012 een exclusief contract bij de firma.

Beczala-Stefanie-Starz

Beczala bij de ondertekening van zijn contract met Deutsche Grammophon (foto: Stefanie Starz)

Beczala’s ietwat ouderwetse timbre doet denken aan een Wunderlich, Gedda of zelfs Kiepura. Wat hij verder met die voorgangers gemeen heeft, is zijn voorliefde voor operette, een genre dat hij een warm hart toedraagt en dat hij vaak en graag zingt.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn eerste solorecital bij DG, Mein ganzes Herz, een operetteprogramma bevat

“Van DG kreeg ik groen licht voor mijn eigen keuze van het orkest en de dirigent. Ik dacht onmiddellijk aan de jonge Poolse dirigent Łukasz Borowicz, met wie ik eerder een cd met Slavische opera-aria’s heb opgenomen (Orfeo C814 101). Ook wat het orkest betreft stond mijn keuze meteen vast: het moest het Royal Philharmonic zijn!”

“Het programma is simpel: operette! Van Lehár en Kalmán tot Robert Stoltz en Carl Bohm. Er wordt ook moderne technologie toegepast, dus behalve echte gasten van nu, zoals Anna Netrebko, Avi Avital en de Berlin Comedian Harmonists, komt ook Richard Tauber zelf langs. Met hem ga ik een duet zingen! Als dat niet bijzonder is…”

Lohengrin

Beczala Lohengrin

Beczala wil niet de geschiedenis ingaan als de operettezanger. “Ik houd van operette, maar ik ben een operazanger en ik wil ook meer doen met de liederen. Voorlopig ben ik dat aan het aftasten.

Hieronder zingt Piotr Beczala ‘Daleko zostal caly swiat’ van Karol Szymanowski:

Met Christian Thielemann heb ik liederen van Strauss gezongen en in Santa Monica heb ik een recital gegeven met onder anderen Schumann en Karłowicz, een ongebruikelijke maar mooie en logische combinatie.”

Piotr Beczala en Helmut Deutsch in ‘Pamietam ciche, jasne, zlote dnie’ van Mieczyslaw Karlowicz:

“Het is nu ook de tijd om mijn repertoire te gaan uitbreiden. Tegen 2015 ga ik zwaardere rollen uitproberen.

Hieronder: trailer van Lohengrin uit Dresden, met Anna Netrebko, Piotr Beczala & Christian Thielemann

En hier ‘E lucevan le stelle’ (Tosca) – encore in de Wienner Staatsoper 10.02.2019

Dirigenten

Piotr Beczala & Nello Santi: Un ballo di Maschera in Opernhaus Zürich

Met welke maestro’s Beczala, naast Thielemann en Borowicz, nog meer graag samenwerkt? “De allerbeste is voor mij Nello Santi. Absoluut. Maar ik houd ook van Marco Armiliato. Of dat komt doordat zijn broer een operazanger is? Het kan. Maar of het echt zo is…”

Er zijn ook dirigenten waar Beczala minder blij van wordt. “Ik wil niet meer werken met dirigenten die geen respect hebben voor zangers en niet weten hoe ze met zangers moeten omgaan. Ik noem geen namen, maar de meesten komen uit de oude muziek. Wat absoluut niet betekent dat álle oudemuziekdirigenten niet deugen.”

Wat zijn ervaring is met zangers die zijn gaan dirigeren, zoals Plácido Domingo? “Domingo heeft het euvel dat hij in het heden leeft, in de tegenwoordige tijd. Hoe zal ik dat uitleggen… Beschouw het verschil tussen een ‘zangerdirigent’ en een ‘gewone’ dirigent als het verschil tussen een pianist en een organist. Een pianist denkt aan de klank die nu klinkt, een organist denkt vooruit, aan de resonans van de klank die komen gaat.”

REGISSEURS (en zijn beroemd ‘zwartboekje’)

beczala boheme

Beczala als Rodolfo in Salzburg

“Ik heb helemaal niets tegen updaten, als het maar herkenbaar wordt. Ik ben dan ook niet tegen modern, maar wel tegen dom, tegen idioot, tegen vergezocht! Ik heb inderdaad een ‘zwartboekje’ met de namen van regisseurs met wie ik nooit (meer) samen wil werken.”

“Ik heb het geluk dat ik dingen kan aannemen of weigeren, maar veel van mijn (beginnende) collega’s hebben het privilege niet. Soms denken ze dat als ze in een spraakmakende productie staan ze het dan gaan maken, maar zo werkt dat niet. In ons beroep moet je het van de muzikaliteit en de toewijding hebben. De regisseurs denken vaak dat ze God zijn, maar dat zijn ze niet, je moet je je niet aan hen overleveren maar aan de genius van de componisten.”

“Welke regisseur ik het meeste bewonder? Franco Zeffirelli, zonder meer. Zeffirelli is meer dan een regisseur, hij is een monument, je kan hem inmiddels als ons cultureel erfgoed beschouwen. Zijn producties waren (en zijn nog steeds!) immer fantastisch, ze moeten gekoesterd worden. Het was voor mij een feest om met hem te werken, het geeft een mens achter de zanger immens veel plezier.

Ik heb ook een bijzonder zwak en veel bewondering voor Guy Joosten. Zijn Romeo et Juliette in de Newyorkse Metropolitan was werkelijk prachtig, daar hebben wij, de zangers ook enorm van genoten.

THUIS

Beczala-Met

Als je zo veel reist en in zo veel verschillende steden verblijft, heb je dan nog het gevoel dat je ergens ‘thuis’ bent? “Thuis zijn wij inmiddels overal”, lacht Beczala. “Al houdt Kasia, mijn vrouw, het meeste van New York.”

“Ons echte thuis is in Kraków, in Polen, maar daar zijn we niet vaker dan twee weken per jaar. Gelukkig heb ik nu appartementen in steden waar ik het meeste optreed: Wenen, Zürich en New York. Dat is fijn en vertrouwd. Eigen bed, eigen toilet en eigen wijn: het helpt!

Op mijn: “kunnen wij je ook in Amsterdam verwachten” komt een diepe zucht. Maar dan komt er toch een antwoord: “Wie weet? Ik zou best graag in de ZaterdagMatinee willen optreden”.

Met dank aan Jenny Dorolores

Advertenties

Kim en Blechacz mengen Poolse melancholie met Franse elegantie

blechacz kim

Sinds kort vormen de Poolse meesterpianist Rafał Blechacz en de Koreaanse stervioliste Bomsori Kim een duo, althans op de bühne. Hun samenwerking bracht ze naar de studio van de Deutsche Grammophon, waar ze cd opnamen met Poolse en Franse werken voor viool en piano.

Blechacz en Kim over hun samenwerking:

De keuze voor juist die twee landen wordt verklaard middels muziek van Frédëric Chopin, van wie ze de door Nathan Milstein bewerkte Nocturne nr.20 in c mineur spelen. Chopin, die de helft van zijn korte leven in Frankrijk woonde staat namelijk symbool – volgens de samenstellers althans – voor de perfecte symbiose van de Poolse melancholie en de Franse elegantie. Maar of het ook voor de andere componisten op de cd opgaat?

Ach, onbelangrijk eigenlijk als er zo prachtig wordt gemusiceerd. Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Zo vind ik de piano te dominant en veel te hard klinken, althans in Fauré. Nu is Blechacz een meer dan voortreffelijke pianist die bekend staat om zijn poëtische aanslag en laat dat nou precies zijn wat ik daar mis!

Maar het kan ook aan de opname liggen want in Debussy wordt de balans hersteld waardoor je eindelijk hoort hoe prachtig het spel van Kim is. Haar strijkvoering is delicaat en haar voordracht mysterieus mystiek, zo klinkt ook de pianist. Precies zoals het hoort.


FAURÉ, DEBUSSY, SZYMANOWSKI, CHOPIN
Rafał Blechacz (piano), Bomsori Kim (viool)
DG 48364671

 

 

SZYMANOWSKI & GÓRECKI. Een ZaterdagMatinee om nooit te vergeten

Stabat Mater van Szymanowski

 

Karol_Szymanowski_Autograf_partytury_Stabat_Mater_z_dedykacją_1926

Source © E. Solińska, Arcydzieło z kleksem, “Stolica” styczeń-luty 2016 s. 60

Nee, ik zou nooit in de schoenen van een casting director willen staan. Samen met de hoofdleiding en de dirigent programmeer je een fantastisch concert, waar je de meest geschikte zangers voor contracteert. Alles staat al jaren gepland en dan, vlak voor het zover is, begint de nachtmerrie.

Om te beginnen is het –speciaal voor Matinee en Holland Festival – bestelde werk (vierde symfonie van Gorecki) vanwege de gezondheidsproblemen van de componist niet op tijd klaar. Niet leuk, maar nog steeds geen ramp: je gooit het programma een beetje om en zet zijn derde symfonie op het affiche.

Dan zegt de dirigent, Jaap van Zweden, af wegens een aanhoudende schouderblessure. En dan, nog geen maand vóór het concert, realiseert de (een paar jaar van tevoren) gecontracteerde sopraan zich dat het stuk toch niet echt voor haar stem geschikt is. Zenuwslopend.

Toch is het Mauricio Fernandez gelukt om alles tot een goed eind te brengen. Sterker: de Matinee van 5 juni 2010 werd er één om nooit te vergeten.

szymanowski_hp

Karol Szymanowski © Antoni Wieczorek

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was Szymanowski een persona non grata, althans in het westen. Men verweet hem eclecticisme en wat dies meer zij. Zijn muziek deugde niet, want wij hadden Stockhausen omarmd. Maar de waarheid komt altijd boven drijven en in de jaren negentig keerde het tij: Simon Rattle ontdekte de muziek van Szymanowski en aangezien Rattle hot was, werd Szymanowski het ook.

Zijn Stabat Mater is, voor mij althans, één van de mooiste Stabat Mater’s ooit. De Matinee-uitvoering was formidabel, voornamelijk vanwege Elzbieta Szmytka.

Szymanowoski Szmytka

Elzbieta Szmytka © Maja Jantar

Szmytka’s lichte, zeer wendbare sopraan is nog steeds betoverend mooi en haar hoge noten zijn loepzuiver, allemaal precies in het hart getroffen. Niks geen kunstjes van het kunstmatig tonen optrekken – het was ‘pang –boem’. En haar timbre! Mooier dan mooi.

Marietta Simpson beschikt over een mooie, lage mezzo, die helaas ontsierd werd door een te sterk vibrato. Jammer.

David Wilson-Johnson was, zoals altijd, zeer betrouwbaar. Hij zong zijn partij met volle stem, was goed verstaanbaar, maar ik had graag iets meer passie, iets meer inleving in zijn gehoord.

Het Groot Omroepkoor (dirigent: Gijs Leenaars) was werkelijk formidabel. Wat boffen we toch hier in Nederland!

Promo van de uitvoering:

 

Derde Symfonie van Górecki

Szymanowski Gorecki

Henryk Górecki

De derde symfonie van Górecki behoort tot de meest geliefde werken uit de tweede helft van de XX eeuw. De première in 1977 had niet veel succes en de eerste opname ervan (1988) werd maar onder een kleine groep connaisseurs bekend. Een paar jaar later gebeurde echter een wonder:  de opname  die Nonesuch in 1991 ervan maakte, belandde op de eerste plaats van een …hitparade.  Górecki werd in één klap wereldberoemd en kreeg een exclusief contract met een platenfirma.

De Symfonie van de Klaagliederen, zoals de volledige titel luidt, beantwoordde aan de tijdsgeest van de jaren negentig. Het is naïef in zijn opbouw, de klanken worden herhaald zonder dat ze monotoon worden, de basis ligt in de polyfonie en het is droevig.

Voor de gezongen delen gebruikte Górecki fragmenten van oude gebeden en volksliedjes. En een opschrift, dat een 18-jarig meisje achterliet op de muur van de gevangenis van de Gestapo. Zo ontstond een samensmelting van klaagliederen van moeder en kind, een superieure vondst. Over Stabat Mater gesproken…

Promo van de TV-programma: ‘De derde symfonie van Górecki: prachtstuk of prutswerk?’

Het was een verademing om in dat stuk voor het eerst een volle, romige sopraan te horen, in plaats van het ‘eeuwige kind’. Het maakte ook dat je er wat meer betrokken bij raakte.

Szymanowski Bayrakdarian

Isabel Bayrakdarian © Michael Wilson/Nonesuch

Isabel Bayrakdarian heeft een stem van een ongekende schoonheid.  Haar timbre is adembenemend: donker en met zilverkleurige boventonen. Er was ook helemaal niets op haar Poolse uitspraak aan te merken. Van zo’n zangeres gaat je hart toch echt sneller kloppen, hopelijk mogen wij haar vaker in Nederlands horen.

Szymanowski michal_dworzynski_6034887_1

Michal Dworzynski © Sasha Gusov

Beide stukken werden gedirigeerd door een zeer jonge Pool, Michał Dworzyński. Het orkest onder zijn leiding speelde rustig, ingehouden en met lange adem. Dworzyński’s kijk op Górecki was zeer verfrissend, hij durfde nieuwe accenten op ongebruikelijke plekken te leggen waardoor het, toch grijsgedraaide tophit, opeens klonk als nieuw.

Promo van de uitvoering:

Szymanowski & Górecki
Elzbieta Szmytka, Marietta Simpson, David Wilson-Johnson en Isabel Bayrakdarian
Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor olv Michał Dworzyński

Bezocht op 5 juni 2010 in Het Concertgebouw – Amsterdam

SZYMANOWSKI: Stabat Mater

cover_COVERfb-2

Heuglijk nieuws: Karol Szymanowski is helemaal terug. De een na de andere worden zijn composities afgestoft, opgepoetst, uitgevoerd en opgenomen. Zijn vioolconcerten behoren inmiddels tot de meest gespeelde werken voor het instrument en zijn mysterieuze opera Król Roger doet alle grote operahuizen aan. Zo vanzelfsprekend is het niet, want nog niet zo lang geleden mocht je zijn muziek niet mooi vinden. Niet goed in ieder geval want niet “modern” genoeg en van alle stijlen thuis: eclectisch dus.

Dat Szymanowski beïnvloed werd door Richard Strauss zal niemand ontkennen. Tel daarbij de inspiratie die hij opdeed bij de impressionisten en een enorme liefde voor Poolse folklore. Vergeet de Arabische invloeden niet, plus de grote fascinatie voor alles wat exotisch en mystiek was. Met die mix aan invloeden wist Szymanowski zijn eigen stijl te brouwen, waardoor je al na een paar maten zijn scheppende hand kunt herkennen.

Zijn Stabat Mater uit 1926 vind ik de mooiste Stabat Mater ooit gecomponeerd, misschien alleen te vergelijken met die van Poulenc. Bizar eigenlijk dat het werk nog steeds zo weinig wordt uitgevoerd.

Of de nieuwe opname door het door Jacek Kaspszyk geleide koor en het Filharmonisch Orkest uit Warschau met een viertal solisten van naam hier iets aan kan veranderen? Dat hoop ik. De uitvoering is schitterend en het werk, dat niet minder dan een echte meesterwerk is verdient het.

Behalve het Stabat Mater heeft Kaspszyk ook Szymanowski’s Litania do Marii Panny (Litany to Virgin Mary) en zijn derde symfonie Pieśń o nocy (Song of the Night) opgenomen, waardoor de cd, qua gekozen repertoire identiek is aan die onder Rattle uit 1994.

Litania do Marii Panny behoort tot Szymanowski’s rijpste werken, maar stilistisch is het van de vier jaar jongere Stabat Mater amper te onderscheiden. Ook de derde symfonie uit de jaren 1914-1916 is duidelijk des Szymanowski’s: “art nouveau meets het katholiek geloof”. Met de onmiskenbare invloeden van Debussy en Scriabin en de sterke hang naar het oriëntalisme – voor zijn symfonie gebruikte hij de Poolse vertaling van het gedicht van de Perzische dichter Jalāl ad-Dīn ar-Rūmī  – Szymanowski ten voeten uit. Hoezo eclectisch?

Szymanowski Aleksandra_Kurzak_by_Martyna_Gallaweb

Aleksandra Kurzak ©Martyna Gallaweb

Aleksandra Kurzak is niet minder dan betoverend. Haar prachtige, volromige, lyrische sopraan met duizelingwekkende en loepzuivere hoogte is tegelijk groot, krachtig en uitdrukkingsvol. Haar voordracht is onberispelijk en haar interpretatie ontroerend. Van de acht minuten durende Litania maakt zij een mini melodrama, dat je niet onberoerd laat. Adembenemend.

SzymanowskiAgnieszka-Rehlis-2

Agnieszka Rehlis

In de Stabat Mater wordt zij bijgestaan door de prachtige mezzo Agnieszka Rehlis. Rehlis heeft van oratoria haar specialiteit gemaakt en dat is hoorbaar. Haar grote, warme stem houdt zij goed in bedwang en haar interpretatie is ingetogen, wat een prachtige contrast oplevert met de zeer dramatische Kurzak.

Szymanowski Rucinsi

Artur Rucinski © Andrzej Swietlik

Artur Rucinski weet mij met zijn belcanteske bariton zeer te imponeren. Ik kan mij voorstellen dat je zijn aandeel iets te opera-achtig zou kunnen vinden, zelf vind ik het heel erg mooi.

Szymanowski Korchak

Dmitri Korchak © Dmitri Korchak

Dmitri Korchak beschikt over een heerlijk zoet-lyrische tenor met een zeer aangenaam timbre, ik vraag mij alleen af of zijn stem niet te klein is voor de imposante derde symfonie. Je kunt het werk makkelijk met Das Lied von der Erde van Mahler vergelijken en daarvoor heb je toch een beetje stentortenor voor nodig. Korchak komt hier duidelijk aan de grens van wat hij kan, maar de enorme (schitterende, overigens) koor, waar hij tegen moet opboksen is ook niet niks.

Helaas wordt hij niet echt geholpen door de dirigent: Kaspszyk laat het orkest zwellen tot een absolute max. Indrukwekkend, zonder meer, maar met wat meer mysticisme en oosters parfum zou hij voor een absolute perfectie hebben kunnen zorgen. Niettemin: schitterend!

Het is alleen jammer dat men de liedteksten niet heeft afgedrukt, want al was u het Pools machtig dan nog steeds had u er niets van kunnen verstaan.


Karol Szymanowski
Litania do Marii Panny op,59
Stabat Mater op.53
III Symfonia “Pieśń o nocy” op.27
Aleksandra Kurzak (sopraan), Agnieszka Rehlis (mezzosopraan), Dmitry Korchak (tenor), Artur Ruciński (bariton)
Warsaw Philharmonic Orchestra & Choir olv Jacek Kaspszyk
Warner Classics 9 58645 0 • 61′

WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

Lutoslawki Szymanowski

Ik ben een enorme fan van Ewa Podleś: een met borsttonen en al gewapende echte alt. Zangers zoals zij worden eigenlijk niet meer gemaakt en moeten gekoesterd worden. Maar zelfs zij kan niet alles zingen.

Het kan ook aan haar leeftijd liggen, maar ik vermoed dat de door haar gezongen Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz totaal ongeschikt zijn voor haar stemtype. Wat het ook is: ik vind het niet mooi. Haar interpretatie is te serieus en haar intonatie is veel te ruim. Zonde.

De prachtige jeugdliederen van Szymanowski, nog geheel en al in de neoromantiek verankerd, schreeuwen om een lichter stemtype en een minder gewichtige aanpak. Luister maar naar Piotr Beczala, die de liederen in 2004 voor Channel Classics heeft opgenomen!

Lutoslawsk

Witold Lutoslawski

Het Concert voor Orkest uit 1954 is Lutosławski’s meest bekende compositie. Het ligt uiteraard aan de toegankelijkheid, de herkenbare structuur en de klassieke opbouw van het werk.

In de late jaren zestig heeft de componist geprobeerd zich er van te distantiëren maar is gelukkig snel op zijn beslissing teruggekomen. Zelfs hij kon blijkbaar niet negeren dat het niet alleen de bekendste maar wellicht ook één van zijn beste composities is.

De uitvoering door het Polish National Radio Symphony Orchestra onder zijn Duitse dirigent Alexander Liebreich is zonder meer prima, maar is voor mij niet spannend genoeg.

De discografie vermeldt ettelijke opnamen van het werk, er zijn dus genoeg goede  alternatieven. Zoals de opname door het BBC Orchest onder leiding van Edward Gardner (Chandos). Of die door het Poolse Nationale Radio Orkest in de jaren zestig gemaakt onder leiding van de componist zelf (ooit EMI). Maar een cd uitbrengen met nog geen 47 minuten muziek is gewoon misdadig.


WITOLD LUTOSŁAWSKI
Concerto for Orchestra (1954)
KAROL SZYMANOWSKI
Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz Op.5 (1902)
Polish National Radio Symphony Orchestra olv Alexander Liebreich
Ewa Podleś, contralto
Accentus Music ACC 30332 • 47’