Polish or not Polish: this CD is a must

No, there is no such thing as a ‘Polish violin’. British violinist Jennifer Pike plays a Guarneri del Gesù from 1733 and there is nothing Polish about it. But the four composers on her album are Polish. At least as far as nationality is concerned, because their works, apart from Wieniawski’s Polonaise de concert (who was Jewish, nota bene) are not ‘Polish’.

Not that it matters. A CD has to sell and a catchy title is always a bonus. But if not only the repertoire but also the performance is truly phenomenal, I will not complain.

For anyone who loves violin concerts, Henryk Wieniawski is a well-known name, although these days he is not being performed very often. Szymanowski, after years of silence and ridicule, has become one of the most played composers today. His Myths, for me one of his most beautiful compositions, is also appearing more and more often in recitals. And even the arrangement of Roxane’s song from Król Roger has been recorded before.

Moritz Moszkowski is probably still known here and there for his piano concerto, but you just never hear Mieczyslaw Karlowicz. Why? Who knows? This composer, who was born in December 1876 and died in February 1909 (he was caught in an avalanche during a skiing trip in the high Tatra mountains), left behind a large oeuvre of brilliant works: symphonies, concertos, chamber music and irresistible songs. So it is a pity that the duo Jennifer Pike and Petr Limonov have only recorded one piece by Karlowicz. Especially since they have an audible affinity with it. Something for the future?

But anyway: this CD is a must for all violin, chamber music or just music lovers. Everything about it is beautiful. Really everything. Pike’s phrasing is sensual, even almost erotic , which  fits the music like a glove. Petr Limonov is her best ‘partner in crime’ and together they provide a ‘once in a lifetime’ experience. Don’t miss this CD!

Szymanowski, Moszkowski, Karlowicz, Wieniawski
Jennifer Pike (violin), Petr Limonov (piano)
Chandos CHAN  20082

Op de bres voor Poldowski: Polish violin 2

Was ik over deel één al meer dan enthousiast, deel twee is, geloof het of niet, nog beter. Of, beter gezegd: verrassender. Spannender. Het ligt onder andere aan het door Jennifer Pike gespeelde stukken, want naast Szymanowski heeft zij zich ook over werken van Poldowski en Grazyna Bacewicz ontermt.

Nu is Bacewicz niet echt zo onbekend, dat hoop ik althans. Misschien niet onder de _echte_ klassieke muziekliefhebbers maar ik vermoed dat de doorsnee concert- en recitalprogrammeurs, zeker in Nederland nog nooit van haar hebben gehoord. Wanneer hoor je haar composities in de concertzalen? Maar ook de opnamen van haar werken zijn schaars. Hoe zou dat komen? Is de ‘Einaudisering’ van de klassieke muziek sector een voldongen feit?

Symbiosis Irena-Wieniawska-P

Poldowski is nog steeds terra incognita, al wordt men her en der eens eindelijk wakker. Niet zo lang geleden heeft Philip Jarousski een lied van haar opgenomen maar het mooiste pleidooi komt van Merel Vercammen en Dina Ivanova die Poldowski’s vioolsonate in D al twee jaar geleden hadden opgenomen, en hoe! (Gutman Records CD 191)

Wie is nou Poldowski? Haar echte naam is Irene Régine Wieniawski, ja de dochter van. Irene Régine (1879-1932) werd geboren in Brussel maar al gauw na de dood van haar vader (hij stierf toen zij tien maanden oud was) verhuisde zij met haar Britse moeder naar Londen. Zij studeerde in Brussel, woonde in Parijs en was getrouwd met Sir Aubrey Dean Paul, 5th Baronet. Zij wilde noch de naam van haar echtgenoot noch van haar vader willen gebruiken, zij wilde louter op haar muziek worden beoordeeld. Vandaar dat ze het pseudoniem Poldowski heeft aangenomen.

De uitvoering door Jennifer Pike is niet minder goed dan die van Vercammen en eigenlijk zou iedereen beide cd’s in huis moeten halen. Vercammen vanwege Mathilde Wantenaar en Pike vanwege Poldowski’s heerlijke Tango, die ooit door niemand minder dan  Jascha Heifetz werd opgenomen. Én de zeer virtuoze uitvoering van Bacewicz’ Kaprys polski voor viool solo. Vergeet trouwens niet de schitterende pianobegeleiding door Peter Limonov!

Szymanowski, Poldowski, Bacewicz
Jennifer Pike (viool), Petr Limonv (piano)
CHAN 20189

Pools of niet Pools: deze cd is een must

Pools of niet Pools: deze cd is een must

Nee, er bestaat niet zoiets als een ‘Poolse viool’. De Britse violiste Jennifer Pike bespeelt een Guarneri del Gesù uit 1733 en daar is niets Pools aan. Maar de vier componisten op haar album zijn het wel. Althans wat nationaliteit betreft want ook hun werken, op de Polonaise de concert van Wieniawski na (die nota bene Joods was) is er niets van ‘Pools eigen’ te bespeuren.

Niet dat het iets uitmaakt. Een cd moet verkopen en een pakkende titel is altijd meegenomen. Maar als niet alleen het repertoire maar ook de uitvoering werkelijk fenomenaal zijn dan ga ik mijn mond daar verder over dichthouden.   

Voor eenieder die van vioolconcerten houdt is Henryk Wieniawski een bekende naam, al wordt hij tegenwoordig niet zo vaak meer uitgevoerd. Szymanowski is na jaren verzwegen en beschimpt tegenwoordig één van de meest bespeelde componisten geworden. Ook zijn Mythes, voor mij één van zijn mooiste composities komen steeds vaker voor bij de recitals. En zelfs de bewerking van Roxane’s lied uit Król Roger is ook al eerder opgenomen.

Morits Moszkowski is wellicht nog her en der bekend van zijn pianoconcerto, maar Mieczysław Karłowicz hoor je gewoon nooit. Waarom? Wie het weet mag het zeggen. De in december 1876 geboren en in februari 1909 verongelukte componist (tijdens een skitocht in de hoge Tatra gebergte werd hij door een lawine overvallen) heeft een grote oeuvre van schitterende werken nagelaten: symfonieën, concerten, kamermuziek en onweerstaanbare liederen. Best jammer dus dat het duo Jennifer Pike en Petr Limonov maar één stuk van Karłowicz hebben opgenomen. Zeker omdat ze er hoorbaar affiniteit mee hebben. Iets voor de toekomst?

Maar hoe dan ook: deze cd is eigenlijk een must voor alle viool-, kamermuziek of gewoon muziekliefhebbers. Alles is er mooi aan. Echt alles. Pike’s frasering is sensueel, bijna erotisch zelfs, iets wat de muziek als een handschoen past. Petr Limonov is haar beste ‘partner in crime’ en samen zorgen ze voor een ‘once in the time’ beleving. Mis de cd niet!

Szymanowski, Moszkowski, Karłowicz, Wieniawski
Jennifer Pike (viool), Petr Limonov (piano)
Chandos CHAN 20082

Karol Szymanowski’s Stabat Mater: masterfully performed masterpiece


Good news: Karol Szymanowski is back. One after the other, his compositions are being dusted off, polished up, performed and recorded. His violin concertos are now among the most frequently played works for the instrument and his mysterious opera Król Roger is touring all the major opera houses. All this is not necessarily a given; not so long ago you were not supposed to even like his music. Or to appreciate it, really, because it was not ‘modern’ enough and it was a mixture of all styles: in one word: eclectic.

No one will deny that Szymanowski was influenced by Richard Strauss. Add to that the inspiration he got from the Impressionists, combined with an enormous love for Polish folklore. Do not forget the Arabic influences, plus a great fascination for anything exotic and mystical. This mix of influences allowed Szymanowski to create his very own style, which enables you to recognise his creative hand after just a few bars.

I think his Stabat Mater from 1926 is the most beautiful ever composed, perhaps only comparable with Poulenc’s Stabat Mater. Bizarre, actually, that the work is still so rarely performed.

Will the new recording with Jacek Kaspszyk leading the Warsaw Philharmonic Orchestra and Choir, combined with four famous soloists, change anything? I hope so. The performance is magnificent and the work, which is no less than a true masterpiece, deserves it.

Apart from the Stabat Mater, Kaspszyk has also included Szymanowski’s Litania do Marii Panny (Litany to Virgin Mary) and his third symphony Pieśń o nocy (Song of the Night), making the CD, in terms of chosen repertoire, identical to the one under Rattle in 1994.

Litania do Marii Panny is one of Szymanowski’s most mature works, but stylistically it is barely distinguishable from the Stabat Mater, which is four years younger. The Third Symphony from 1914-1916 is also clearly Szymanowski’s ‘Art Nouveau meets Catholicism’. With the unmistakable influences of Debussy and Scriabin and a strong tendency towards Orientalism – for his symphony he used the Polish translation of the poem by the Persian poet Jalāl ad-Dīn ar-Rūmī – that is Szymanowski alright! Eclectic, how so?

Szymanowski Aleksandra_Kurzak_by_Martyna_Gallaweb
Aleksandra Kurzak ©Martyna Gallaweb

Aleksandra Kurzak is nothing less than enchanting. Her beautiful, voluptuous, lyrical soprano, with its dizzyingly heights and its flawless pitch, is at the same time big, powerful and expressive. Her performance is impeccable and her interpretation moving. She turns the eight-minute Litania into a mini melodrama that will not leave you unmoved. Breathtaking.

Agnieszka Rehlis

In the Stabat Mater, she is assisted by the beautiful mezzo Agnieszka Rehlis. Rehlis has made oratorio her speciality and that is clearly audible. She keeps her large, warm voice well in check and her interpretation is subdued, which provides a wonderful contrast with the very dramatic Kurzak.

Szymanowski Rucinsi
Artur Rucinski © Andrzej Swietlik

Artur Rucinski impresses me very much with his bel canto baritone. I can imagine that you might find his part a little too operatic, but I find it very beautiful myself.

Szymanowski Korchak
Dmitri Korchak © Dmitri Korchak

Dmitri Korchak has a wonderfully sweet lyric tenor with a very pleasant timbre, I only wonder whether his voice is not too small for the imposing third symphony. One can easily compare the work with Mahler’s Das Lied von der Erde and for that you need a more stentorian voice. Korchak clearly reaches the limits of his possibilities here, but then again he has to compete with a really enormous (brilliant, by the way) chorus.

Unfortunately, he is not really helped by the conductor: Kaspszyk makes the orchestra erupt to the absolute maximum. Impressive, without a doubt, but with a little more mysticism and oriental perfume, he could have achieved absolute perfection. Nevertheless: magnificent!

It is a pity that the lyrics have not been printed, because, even had you mastered the Polish language, you would not have understood one word of it.

Een openbare liefdesverklaring

love muziek pinterest

foto: Pinterest

De zomer is voorbij. Meestal het moment van bezinning, meer nog dan bij het aanbreken van het nieuwe jaar. Zeker voor een ‘cultuurganger’. Er wordt namelijk vaarwel gezegd aan zon, strand en het ‘dolce far niente’. Men bereidt zich voor op de opening van het seizoen, vol nieuwe muziek, fantastische concerten en de mogelijkheid om de tijdens de uitverkoop in Salzburg voor een habbekrats gekochte prachtjurken te etaleren.

Tenminste: zo was het vroeger, want zelfs de vier jaargetijden zijn niet meer wat ze geweest zijn. Dus niks geen vaarwel aan het strand, want de hele zomer regende het pijpenstelen. En de jurken kun je, als je geluk hebt, in een tweedehandswinkel verkopen, want aan gala doen wij, de Nederlandse klassieke muziekliefhebbers, niet. Dat laten wij aan de ‘proleten’ op de rode loper.

Maar ook het ‘dolce far niente’ gaat niet meer op, want hadden wij niet het Holland Festival, de Robeco Zomerconcerten, het Grachtenfestival, de Parade en weet ik wat dies meer? Lang leve de Hollandse zomer, ondanks de regen.

Maar de zomer is dus nu echt voorbij en het echte seizoen is begonnen. En eerlijk is eerlijk – beter kon het niet. Tenminste niet bij wat vroeger de ‘Matinee op Vrije Zaterdag’ heette. Vorige week knalde de boel met de geniale uitvoering van De vuurengel van Prokofjev. En gisteren werd ik – oude, nukkige knor – zowat tot tranen toe geroerd. Iets wat mij tegenwoordig toch nog maar zelden overkomt. Ik ben niet zo verliefderig. Vlinders in mijn buik? Mhaw… meestel ben ik er veel te nuchter voor. Zeker op mijn leeftijd. Te veel meegemaakt?

Nietsvermoedend ga ik naar het Concertgebouw. Het programma ziet er aardig uit, maar niet meer dan dat. Sibelius: leuk, maar verrassend? Eerste vioolconcerto van Szymanowski? Aardig, maar het haalt het niet bij het tweede. En kan een Hollandse violiste (mij alleen van naam bekend, SORRY!) hier iets mee?

Dan een opgedragen stuk van Richard Rijnvos (maar eens afwachten of het wat is) en als uitsmijter Wotans monoloog, gezongen door een bariton die het voor het eerst doet. Mijn verwachtingen zijn niet al te hoog gespannen en dan… Dan gebeurt hét.

Vandaar mijn persoonlijke en uiterst subjectieve liefdesverklaring:

1. Ik verklaar mijn liefde aan Sibelius en Szymanowski. Hun muziek brengt mij in andere sferen en doet mij de dagelijkse portie ellende vergeten. Al is het voor even.

Liefde Rijnvos

Richard Rijnvos © John Snijders

2. Ik verklaar mijn liefde aan Richard Rijnvos. Hoe hij, voortbordurend op de oude thema’s een totaal nieuwe muziek heeft weten te creëren, niet wars van (oprechte!) sentimenten, maar wel met nieuwe, verrassende wendingen… Muziek waar een mens zich eindelijk weer mens bij voelt, begrepen maar ook uitgedacht. Chapeau!

Liefde Segerstam

Leif Segerstam Photo: Seilo Ristimäki

3. Ik verklaar mijn liefde aan Leif Segerstam, de waanzinnig goede dirigent/componist, die het aandurft om de muziek zelf te laten spreken. Bij hem geen frapatsen, geen onnodige tempowisselingen, geen gekunsteldheid, geen ‘wat zullen we nou eens bedenken om het spannender te maken’-idioterieën. Bij hem is muziek puur. En daardoor weer eens spannend.

LIEFDE simonelamsma-otto-van-den-toorn-1280x608-

simonelamsma © otto van den toornn

4. Ik verklaar mijn liefde aan Simone Lamsma. Ik kan mij werkelijk niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo’n pure vioolklank heb gehoord. Heel erg ouderwets misschien, maar één waar mijn hart sneller van gaat kloppen en mijn keel zo dicht geknepen wordt dat ik mijn tranen voel vloeien. Simone: ga je ook Korngold spelen? Daar wil ik bij zijn!

liefde rombout ernest1140x500

Ernest Rombout © Concours de Genève

5. Ik verklaar mijn liefde aan Ernest Rombout, die van zijn hobo een hemels instrument wist te maken.

6. Ik verklaar mijn liefde aan Johan Reuter, die mij met zijn lezing van ’Leb’ wohl’ werkelijk op het puntje van mijn stoel liet belanden

7. En als laatste (but not least!) verklaar ik mijn liefde aan de Matinee op de vrije zaterdag/Vara Matinee/of hoe ze ook tegenwoordig mogen heten. ‘The place to be’ voor een echte muziekliefhebber.

Was getekend:
Basia Jaworski

Jean Sibelius: De thuisreis van Lemminkäinen; De Zwaan van Tuonela
Karol Szymanowski: Eerste vioolconcert
Richard Rijnvos: Riflesso sull’acqua
Richard Wagner: Leb Wohl (Wotans Abschied)
Simone Lamsma, viool; Ernest Rombout, hobo; Johan Reuter, bas-bariton;
Radio Filharmonisch Orkest olv Leif Segerstam

Gehoord op 11 september 2010

Piotr Beczala: thuis ben ik inmiddels overal

Beczala Halka

Na een zorgvuldig opgebouwde carrière van meer dan 25 jaar bij kleinere operahuizen staat Piotr Beczala inmiddels al vele jaren aan de absolute top. Een vijf jaar oud gesprek met de Poolse tenor, over nee zeggen, zijn liefde voor operette en over eigenlijk van alles

Beczala Das-Land-des-Lächelns-foto-T-T-Fotografie-Toni-Suter-1

Piotr Beczala in Das Land des Lächelns. (© T + T Fotografie / Toni Suter)

Het is niet zo dat de tenoren (en niet alleen de tenoren!) plotseling uit de hemel vallen, al lijkt het er soms wel op. Een stem moet groeien, rijpen, ervaring opdoen, repertoire opbouwen. Slowly, slowly… alleen dan kom je er. En – nog belangrijker – je blijft er.

Niemand die daar beter van doordrongen is dan Piotr Beczala. “Je moet geduld hebben, dingen niet overhaasten en geen rollen aannemen die niet bij je passen”, zegt hij. “Vroeger was ik een notoire ‘nee-zegger’. Het is bijna niet te geloven wat voor rollen mij wel eens werden aangeboden, rollen die ik absoluut niet kon zingen, zeker toen niet. Maar ik stond stevig in mijn schoenen. Ik wilde geen eendagsvlieg zijn.”

“Nu, na een jarenlange carrière, kan en ken ik veel meer. Mijn stem heeft zich ontwikkeld en is groter en donkerder geworden, mijn techniek is solide en mijn zekerheid is gegroeid, waardoor ik mij nu veel meer op het acteren kan concentreren. De meeste rollen die mij nu aangeboden worden, kan ik zingen, dus steeds minder vaak hoef ik nee te zeggen. Casting directors en intendanten weten heel goed wat ik wel of niet zal aannemen, zodoende krijg ik ook steeds minder krankzinnige voorstellen. En mochten ze er toch mee aankomen, dan zeg ik gewoon weer nee.”



Beczała was lange tijd een ‘geheimtip’. Zijn professionele carrière begon in 1997 in Linz, maar echt ontdekt werd hij in Zürich, het operahuis dat blijkbaar een goede neus heeft voor tenoren (ook Jonas Kaufmann en Pavol Breslik komen daar vandaan).

Voordat hij zijn debuut maakte in de grootste en belangrijkste operahuizen ter wereld, zong hij ook in Amsterdam. Drie keer maar liefst: in Król Roger van Szymanowski, Jevgeni Onjegin van Tsjaikovski en La Bohème van Puccini.

Hieronder zingt Beczala aria van Pasterz uit Król Roger. Het geluid komt uit de Naxos opname olv Jacek Kaspszyk:

Beczala heeft een wat vooroorlogse look en beschikt over een meer dan gewoon acteertalent, wat tegenwoordig niet onbelangrijk is. Toch bleven de contracten met platenfirma’s uit, wat misschien ook wel goed voor hem was. Zo kon hij zich zonder lawaaierige reclamecampagnes ontwikkelen tot wat hij is geworden: één van de beste lyrische tenors ter wereld. Ook Deutsche Grammophon kon niet langer meer om hem heen en Beczala tekende in het najaar van 2012 een exclusief contract bij de firma.


Beczala bij de ondertekening van zijn contract met Deutsche Grammophon (foto: Stefanie Starz)

Beczala’s ietwat ouderwetse timbre doet denken aan een Wunderlich, Gedda of zelfs Kiepura. Wat hij verder met die voorgangers gemeen heeft, is zijn voorliefde voor operette, een genre dat hij een warm hart toedraagt en dat hij vaak en graag zingt.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn eerste solorecital bij DG, Mein ganzes Herz, een operetteprogramma bevat

“Van DG kreeg ik groen licht voor mijn eigen keuze van het orkest en de dirigent. Ik dacht onmiddellijk aan de jonge Poolse dirigent Łukasz Borowicz, met wie ik eerder een cd met Slavische opera-aria’s heb opgenomen (Orfeo C814 101). Ook wat het orkest betreft stond mijn keuze meteen vast: het moest het Royal Philharmonic zijn!”

“Het programma is simpel: operette! Van Lehár en Kalmán tot Robert Stoltz en Carl Bohm. Er wordt ook moderne technologie toegepast, dus behalve echte gasten van nu, zoals Anna Netrebko, Avi Avital en de Berlin Comedian Harmonists, komt ook Richard Tauber zelf langs. Met hem ga ik een duet zingen! Als dat niet bijzonder is…”


Beczala Lohengrin

“Het is nu ook de tijd om mijn repertoire te gaan uitbreiden. Tegen 2015 ga ik zwaardere rollen uitproberen.

Hieronder: trailer van Lohengrin uit Dresden, met Anna Netrebko, Piotr Beczala & Christian Thielemann

En hier ‘E lucevan le stelle’ (Tosca) – encore in de Wienner Staatsoper 10.02.2019

Beczala wil niet de geschiedenis ingaan als de operettezanger. “Ik houd van operette, maar ik ben een operazanger en ik wil ook meer doen met de liederen. Voorlopig ben ik dat aan het aftasten.

Hieronder zingt Piotr Beczala ‘Daleko zostal caly swiat’ van Karol Szymanowski:

Met Christian Thielemann heb ik liederen van Strauss gezongen en in Santa Monica heb ik een recital gegeven met onder anderen Schumann en Karłowicz, een ongebruikelijke maar mooie en logische combinatie.”

Piotr Beczala en Helmut Deutsch in ; Skąd pierwsze gwiazdy’ van Mieczyslaw Karlowicz:


Piotr Beczala & Nello Santi: Un ballo di Maschera in Opernhaus Zürich

Met welke maestro’s Beczala, naast Thielemann en Borowicz, nog meer graag samenwerkt? “De allerbeste is voor mij Nello Santi. Absoluut. Maar ik houd ook van Marco Armiliato. Of dat komt doordat zijn broer een operazanger is? Het kan. Maar of het echt zo is…”

Er zijn ook dirigenten waar Beczala minder blij van wordt. “Ik wil niet meer werken met dirigenten die geen respect hebben voor zangers en niet weten hoe ze met zangers moeten omgaan. Ik noem geen namen, maar de meesten komen uit de oude muziek. Wat absoluut niet betekent dat álle oudemuziekdirigenten niet deugen.”

Wat zijn ervaring is met zangers die zijn gaan dirigeren, zoals Plácido Domingo? “Domingo heeft het euvel dat hij in het heden leeft, in de tegenwoordige tijd. Hoe zal ik dat uitleggen… Beschouw het verschil tussen een ‘zangerdirigent’ en een ‘gewone’ dirigent als het verschil tussen een pianist en een organist. Een pianist denkt aan de klank die nu klinkt, een organist denkt vooruit, aan de resonans van de klank die komen gaat.”

REGISSEURS (en zijn beroemd ‘zwartboekje’)

beczala boheme

Beczala als Rodolfo in Salzburg

“Ik heb helemaal niets tegen updaten, als het maar herkenbaar wordt. Ik ben dan ook niet tegen modern, maar wel tegen dom, tegen idioot, tegen vergezocht! Ik heb inderdaad een ‘zwartboekje’ met de namen van regisseurs met wie ik nooit (meer) samen wil werken.”

“Ik heb het geluk dat ik dingen kan aannemen of weigeren, maar veel van mijn (beginnende) collega’s hebben het privilege niet. Soms denken ze dat als ze in een spraakmakende productie staan ze het dan gaan maken, maar zo werkt dat niet. In ons beroep moet je het van de muzikaliteit en de toewijding hebben. De regisseurs denken vaak dat ze God zijn, maar dat zijn ze niet, je moet je je niet aan hen overleveren maar aan de genius van de componisten.”

“Welke regisseur ik het meeste bewonder? Franco Zeffirelli, zonder meer. Zeffirelli is meer dan een regisseur, hij is een monument, je kan hem inmiddels als ons cultureel erfgoed beschouwen. Zijn producties waren (en zijn nog steeds!) immer fantastisch, ze moeten gekoesterd worden. Het was voor mij een feest om met hem te werken, het geeft een mens achter de zanger immens veel plezier.

Ik heb ook een bijzonder zwak en veel bewondering voor Guy Joosten. Zijn Romeo et Juliette in de Newyorkse Metropolitan was werkelijk prachtig, daar hebben wij, de zangers ook enorm van genoten.



Als je zo veel reist en in zo veel verschillende steden verblijft, heb je dan nog het gevoel dat je ergens ‘thuis’ bent? “Thuis zijn wij inmiddels overal”, lacht Beczala. “Al houdt Kasia, mijn vrouw, het meeste van New York.”

“Ons echte thuis is in Kraków, in Polen, maar daar zijn we niet vaker dan twee weken per jaar. Gelukkig heb ik nu appartementen in steden waar ik het meeste optreed: Wenen, Zürich en New York. Dat is fijn en vertrouwd. Eigen bed, eigen toilet en eigen wijn: het helpt!

Op mijn: “kunnen wij je ook in Amsterdam verwachten” komt een diepe zucht. Maar dan komt er toch een antwoord: “Wie weet? Ik zou best graag in de ZaterdagMatinee willen optreden”.

Met dank aan Jenny Dorolores

Kim en Blechacz mengen Poolse melancholie met Franse elegantie

blechacz kim

Sinds kort vormen de Poolse meesterpianist Rafał Blechacz en de Koreaanse stervioliste Bomsori Kim een duo, althans op de bühne. Hun samenwerking bracht ze naar de studio van de Deutsche Grammophon, waar ze cd opnamen met Poolse en Franse werken voor viool en piano.

Blechacz en Kim over hun samenwerking:

De keuze voor juist die twee landen wordt verklaard middels muziek van Frédëric Chopin, van wie ze de door Nathan Milstein bewerkte Nocturne nr.20 in c mineur spelen. Chopin, die de helft van zijn korte leven in Frankrijk woonde staat namelijk symbool – volgens de samenstellers althans – voor de perfecte symbiose van de Poolse melancholie en de Franse elegantie. Maar of het ook voor de andere componisten op de cd opgaat?

Ach, onbelangrijk eigenlijk als er zo prachtig wordt gemusiceerd. Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Zo vind ik de piano te dominant en veel te hard klinken, althans in Fauré. Nu is Blechacz een meer dan voortreffelijke pianist die bekend staat om zijn poëtische aanslag en laat dat nou precies zijn wat ik daar mis!

Maar het kan ook aan de opname liggen want in Debussy wordt de balans hersteld waardoor je eindelijk hoort hoe prachtig het spel van Kim is. Haar strijkvoering is delicaat en haar voordracht mysterieus mystiek, zo klinkt ook de pianist. Precies zoals het hoort.

Rafał Blechacz (piano), Bomsori Kim (viool)
DG 48364671



SZYMANOWSKI & GÓRECKI. Een ZaterdagMatinee om nooit te vergeten

Stabat Mater van Szymanowski



Source © E. Solińska, Arcydzieło z kleksem, “Stolica” styczeń-luty 2016 s. 60

Nee, ik zou nooit in de schoenen van een casting director willen staan. Samen met de hoofdleiding en de dirigent programmeer je een fantastisch concert, waar je de meest geschikte zangers voor contracteert. Alles staat al jaren gepland en dan, vlak voor het zover is, begint de nachtmerrie.

Om te beginnen is het –speciaal voor Matinee en Holland Festival – bestelde werk (vierde symfonie van Gorecki) vanwege de gezondheidsproblemen van de componist niet op tijd klaar. Niet leuk, maar nog steeds geen ramp: je gooit het programma een beetje om en zet zijn derde symfonie op het affiche.

Dan zegt de dirigent, Jaap van Zweden, af wegens een aanhoudende schouderblessure. En dan, nog geen maand vóór het concert, realiseert de (een paar jaar van tevoren) gecontracteerde sopraan zich dat het stuk toch niet echt voor haar stem geschikt is. Zenuwslopend.

Toch is het Mauricio Fernandez gelukt om alles tot een goed eind te brengen. Sterker: de Matinee van 5 juni 2010 werd er één om nooit te vergeten.


Karol Szymanowski © Antoni Wieczorek

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was Szymanowski een persona non grata, althans in het westen. Men verweet hem eclecticisme en wat dies meer zij. Zijn muziek deugde niet, want wij hadden Stockhausen omarmd. Maar de waarheid komt altijd boven drijven en in de jaren negentig keerde het tij: Simon Rattle ontdekte de muziek van Szymanowski en aangezien Rattle hot was, werd Szymanowski het ook.

Zijn Stabat Mater is, voor mij althans, één van de mooiste Stabat Mater’s ooit. De Matinee-uitvoering was formidabel, voornamelijk vanwege Elzbieta Szmytka.

Szymanowoski Szmytka

Elzbieta Szmytka © Maja Jantar

Szmytka’s lichte, zeer wendbare sopraan is nog steeds betoverend mooi en haar hoge noten zijn loepzuiver, allemaal precies in het hart getroffen. Niks geen kunstjes van het kunstmatig tonen optrekken – het was ‘pang –boem’. En haar timbre! Mooier dan mooi.

Marietta Simpson beschikt over een mooie, lage mezzo, die helaas ontsierd werd door een te sterk vibrato. Jammer.

David Wilson-Johnson was, zoals altijd, zeer betrouwbaar. Hij zong zijn partij met volle stem, was goed verstaanbaar, maar ik had graag iets meer passie, iets meer inleving in zijn gehoord.

Het Groot Omroepkoor (dirigent: Gijs Leenaars) was werkelijk formidabel. Wat boffen we toch hier in Nederland!

Promo van de uitvoering:


Derde Symfonie van Górecki

Szymanowski Gorecki

Henryk Górecki

De derde symfonie van Górecki behoort tot de meest geliefde werken uit de tweede helft van de XX eeuw. De première in 1977 had niet veel succes en de eerste opname ervan (1988) werd maar onder een kleine groep connaisseurs bekend. Een paar jaar later gebeurde echter een wonder:  de opname  die Nonesuch in 1991 ervan maakte, belandde op de eerste plaats van een …hitparade.  Górecki werd in één klap wereldberoemd en kreeg een exclusief contract met een platenfirma.

De Symfonie van de Klaagliederen, zoals de volledige titel luidt, beantwoordde aan de tijdsgeest van de jaren negentig. Het is naïef in zijn opbouw, de klanken worden herhaald zonder dat ze monotoon worden, de basis ligt in de polyfonie en het is droevig.

Voor de gezongen delen gebruikte Górecki fragmenten van oude gebeden en volksliedjes. En een opschrift, dat een 18-jarig meisje achterliet op de muur van de gevangenis van de Gestapo. Zo ontstond een samensmelting van klaagliederen van moeder en kind, een superieure vondst. Over Stabat Mater gesproken…

Promo van de TV-programma: ‘De derde symfonie van Górecki: prachtstuk of prutswerk?’

Het was een verademing om in dat stuk voor het eerst een volle, romige sopraan te horen, in plaats van het ‘eeuwige kind’. Het maakte ook dat je er wat meer betrokken bij raakte.

Szymanowski Bayrakdarian

Isabel Bayrakdarian © Michael Wilson/Nonesuch

Isabel Bayrakdarian heeft een stem van een ongekende schoonheid.  Haar timbre is adembenemend: donker en met zilverkleurige boventonen. Er was ook helemaal niets op haar Poolse uitspraak aan te merken. Van zo’n zangeres gaat je hart toch echt sneller kloppen, hopelijk mogen wij haar vaker in Nederlands horen.

Szymanowski michal_dworzynski_6034887_1

Michal Dworzynski © Sasha Gusov

Beide stukken werden gedirigeerd door een zeer jonge Pool, Michał Dworzyński. Het orkest onder zijn leiding speelde rustig, ingehouden en met lange adem. Dworzyński’s kijk op Górecki was zeer verfrissend, hij durfde nieuwe accenten op ongebruikelijke plekken te leggen waardoor het, toch grijsgedraaide tophit, opeens klonk als nieuw.

Promo van de uitvoering:

Szymanowski & Górecki
Elzbieta Szmytka, Marietta Simpson, David Wilson-Johnson en Isabel Bayrakdarian
Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor olv Michał Dworzyński

Bezocht op 5 juni 2010 in Het Concertgebouw – Amsterdam

Stabat Mater van Karol Szymanowski: meesterwerk meesterlijk uitgevoerd


Heuglijk nieuws: Karol Szymanowski is helemaal terug. De een na de andere worden zijn composities afgestoft, opgepoetst, uitgevoerd en opgenomen. Zijn vioolconcerten behoren inmiddels tot de meest gespeelde werken voor het instrument en zijn mysterieuze opera Król Roger doet alle grote operahuizen aan. Zo vanzelfsprekend is het niet, want nog niet zo lang geleden mocht je zijn muziek niet mooi vinden. Niet goed in ieder geval want niet “modern” genoeg en van alle stijlen thuis: eclectisch dus.

Dat Szymanowski beïnvloed werd door Richard Strauss zal niemand ontkennen. Tel daarbij de inspiratie die hij opdeed bij de impressionisten en een enorme liefde voor Poolse folklore. Vergeet de Arabische invloeden niet, plus de grote fascinatie voor alles wat exotisch en mystiek was. Met die mix aan invloeden wist Szymanowski zijn eigen stijl te brouwen, waardoor je al na een paar maten zijn scheppende hand kunt herkennen.

Zijn Stabat Mater uit 1926 vind ik de mooiste Stabat Mater ooit gecomponeerd, misschien alleen te vergelijken met die van Poulenc. Bizar eigenlijk dat het werk nog steeds zo weinig wordt uitgevoerd.

Of de nieuwe opname door het door Jacek Kaspszyk geleide koor en het Filharmonisch Orkest uit Warschau met een viertal solisten van naam hier iets aan kan veranderen? Dat hoop ik. De uitvoering is schitterend en het werk, dat niet minder dan een echte meesterwerk is verdient het.

Behalve het Stabat Mater heeft Kaspszyk ook Szymanowski’s Litania do Marii Panny (Litany to Virgin Mary) en zijn derde symfonie Pieśń o nocy (Song of the Night) opgenomen, waardoor de cd, qua gekozen repertoire identiek is aan die onder Rattle uit 1994.

Litania do Marii Panny behoort tot Szymanowski’s rijpste werken, maar stilistisch is het van de vier jaar jongere Stabat Mater amper te onderscheiden. Ook de derde symfonie uit de jaren 1914-1916 is duidelijk des Szymanowski’s: “art nouveau meets het katholiek geloof”. Met de onmiskenbare invloeden van Debussy en Scriabin en de sterke hang naar het oriëntalisme – voor zijn symfonie gebruikte hij de Poolse vertaling van het gedicht van de Perzische dichter Jalāl ad-Dīn ar-Rūmī  – Szymanowski ten voeten uit. Hoezo eclectisch?

Szymanowski Aleksandra_Kurzak_by_Martyna_Gallaweb

Aleksandra Kurzak ©Martyna Gallaweb

Aleksandra Kurzak is niet minder dan betoverend. Haar prachtige, volromige, lyrische sopraan met duizelingwekkende en loepzuivere hoogte is tegelijk groot, krachtig en uitdrukkingsvol. Haar voordracht is onberispelijk en haar interpretatie ontroerend. Van de acht minuten durende Litania maakt zij een mini melodrama, dat je niet onberoerd laat. Adembenemend.


Agnieszka Rehlis

In de Stabat Mater wordt zij bijgestaan door de prachtige mezzo Agnieszka Rehlis. Rehlis heeft van oratoria haar specialiteit gemaakt en dat is hoorbaar. Haar grote, warme stem houdt zij goed in bedwang en haar interpretatie is ingetogen, wat een prachtige contrast oplevert met de zeer dramatische Kurzak.

Szymanowski Rucinsi

Artur Rucinski © Andrzej Swietlik

Artur Rucinski weet mij met zijn belcanteske bariton zeer te imponeren. Ik kan mij voorstellen dat je zijn aandeel iets te opera-achtig zou kunnen vinden, zelf vind ik het heel erg mooi.

Szymanowski Korchak

Dmitri Korchak © Dmitri Korchak

Dmitri Korchak beschikt over een heerlijk zoet-lyrische tenor met een zeer aangenaam timbre, ik vraag mij alleen af of zijn stem niet te klein is voor de imposante derde symfonie. Je kunt het werk makkelijk met Das Lied von der Erde van Mahler vergelijken en daarvoor heb je toch een beetje stentortenor voor nodig. Korchak komt hier duidelijk aan de grens van wat hij kan, maar de enorme (schitterende, overigens) koor, waar hij tegen moet opboksen is ook niet niks.

Helaas wordt hij niet echt geholpen door de dirigent: Kaspszyk laat het orkest zwellen tot een absolute max. Indrukwekkend, zonder meer, maar met wat meer mysticisme en oosters parfum zou hij voor een absolute perfectie hebben kunnen zorgen. Niettemin: schitterend!

Het is alleen jammer dat men de liedteksten niet heeft afgedrukt, want al was u het Pools machtig dan nog steeds had u er niets van kunnen verstaan.

Karol Szymanowski
Litania do Marii Panny op,59
Stabat Mater op.53
III Symfonia “Pieśń o nocy” op.27
Aleksandra Kurzak (sopraan), Agnieszka Rehlis (mezzosopraan), Dmitry Korchak (tenor), Artur Ruciński (bariton)
Warsaw Philharmonic Orchestra & Choir olv Jacek Kaspszyk
Warner Classics 9 58645 0 • 61′

WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

Lutoslawki Szymanowski

Ik ben een enorme fan van Ewa Podleś: een met borsttonen en al gewapende echte alt. Zangers zoals zij worden eigenlijk niet meer gemaakt en moeten gekoesterd worden. Maar zelfs zij kan niet alles zingen.

Het kan ook aan haar leeftijd liggen, maar ik vermoed dat de door haar gezongen Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz totaal ongeschikt zijn voor haar stemtype. Wat het ook is: ik vind het niet mooi. Haar interpretatie is te serieus en haar intonatie is veel te ruim. Zonde.

De prachtige jeugdliederen van Szymanowski, nog geheel en al in de neoromantiek verankerd, schreeuwen om een lichter stemtype en een minder gewichtige aanpak. Luister maar naar Piotr Beczala, die de liederen in 2004 voor Channel Classics heeft opgenomen!


Witold Lutoslawski

Het Concert voor Orkest uit 1954 is Lutosławski’s meest bekende compositie. Het ligt uiteraard aan de toegankelijkheid, de herkenbare structuur en de klassieke opbouw van het werk.

In de late jaren zestig heeft de componist geprobeerd zich er van te distantiëren maar is gelukkig snel op zijn beslissing teruggekomen. Zelfs hij kon blijkbaar niet negeren dat het niet alleen de bekendste maar wellicht ook één van zijn beste composities is.

De uitvoering door het Polish National Radio Symphony Orchestra onder zijn Duitse dirigent Alexander Liebreich is zonder meer prima, maar is voor mij niet spannend genoeg.

De discografie vermeldt ettelijke opnamen van het werk, er zijn dus genoeg goede  alternatieven. Zoals de opname door het BBC Orchest onder leiding van Edward Gardner (Chandos). Of die door het Poolse Nationale Radio Orkest in de jaren zestig gemaakt onder leiding van de componist zelf (ooit EMI). Maar een cd uitbrengen met nog geen 47 minuten muziek is gewoon misdadig.

Concerto for Orchestra (1954)
Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz Op.5 (1902)
Polish National Radio Symphony Orchestra olv Alexander Liebreich
Ewa Podleś, contralto
Accentus Music ACC 30332 • 47’