ZaterdagMatinee

FRANK MARTIN: Der Sturm

 

Der Sturm

Wij operaliefhebbers, dromen van de openbaring van de archieven van de Amsterdamse Matinee. De meeste opnames die zich daar bevinden zijn van onschatbare waarde. En dan verrast een Engelse platenfirma ons opeens met het uitbrengen van de opname van één van de merkwaardigste Matinees:: Der Sturm, opgevoerd in oktober 2008.

Naar het ‘waarom’ kunnen we slechts gissen.,Niet dat het er toe doet, maar raar is het wel. Want zeg zelf: het werk is nagenoeg onbekend, de jarenlang in Nederland wonende componist komt oorspronkelijk uit Zwitserland en er wordt in het Duits gezongen…

In oktober 2008 schotelde de ZaterdagMatinee ons de eerste versie van Der Sturm van Frank Martin voor, een mooie maar niet hemelbestormende opera uit 1952. De muziek, zeker aan het begin, doet zeer impressionistisch aan, maar dan wel met zeer sterke invloeden van Wagner.

Zelf vind ik Der Sturm niet het sterkste werk van de door mij anders zeer bewonderde componist. Maar de uitvoering! In de zeer veeleisende rol van Prospero geeft Robert Holl een heuse onemanshow, maar ook de rest van de cast, waaronder veel Nederlanders, mag er zijn!

 

Der Storm Holl

Robert Holl ©Elisabeth Melchior

De bas Ethan Herschenfeld imponeert als Alonso en Dennis Wilgenhof zet een heerlijk karikaturale Caliban neer. Het Groot Omroepkoor is ge woonweg prachtig als de geest Ariel en Thierry Fischer laat het orkest brullen, zinderen en wiegen. Een must.

Frank Martin
Der Sturm
Robert Holl, Christine Buffle, Ethan Herschenfeld, Josef Wagner, Anderas Macco, James Gilchrist, Simon O’Neill, Marcel Bekman, Dennis Wigenhof, Roman Sadnik, André Morsch, Thomas Oliemans
Groot Omroepkoor en Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Thierry Fischer
Hyperion CDA67821/3

PLI SELON PLI. Amsterdam 2011

pli-bou

Pierre Boulez © Harald Hoffman

 “Het kunstwerk, dat ben je au fond zelf”, aldus de jaar geleden overleden nestor van de hedendaagse muziek, Pierre Boulez. Boulez (Montbrison, 1925 – Baden-Baden 5 januari 2016) behoorde ongetwijfeld niet alleen tot de beste, maar ook tot de bekendste componisten van onze tijd.

Als dirigent heeft hij zijn sporen ruimschoots verdiend. Zijn Ring, die hij in de tweede helft van de jaren zeventig in Bayreuth dirigeerde is inmiddels legendarisch. Ook zijn uitvoeringen van de muziek van Debussy, Mahler en de laatste tijd Janáček zijn alleen maar met de hoogste lof ontvangen.

Pli selon pli (plooi na plooi) is wellicht een van de bekendste en inmiddels als klassiek te bestempelen composities van Boulez. De titel komt uit een gedicht van Stéphane Mallarmé, waarin “de dichter beschrijft hoe in de geleidelijk oplossende nevel de stenen van de stad Brugge zichtbaar worden”, aldus Boulez, maar het gedicht zelf komt er niet in voor.

En, vooruit maar, nog een citaat, nu van Mallarmé zelf: “Een werk heeft noch aanvang noch einde, hooguit wekt het daarvan de indruk”. Zie hier het credo van de componist, die in zijn schepping het idee van een ‘eeuwige cirkel’ wilde vastleggen.

Pli selon pli is niet in één jaar tijd ontstaan – Boulez werkte er tussen 1957 en 1962 aan. Maar het was eigenlijk nooit echt af, want hij heeft er ook in tachtiger jaren aan gesleuteld..

De muziek is – mocht u het niet kennen – zeer verstild, voortkabbelend en spannend tegelijk. Met beide voeten nog in het serialisme verankerd, maar stilletjes ook al op zoek naar emoties. Ik heb het altijd prachtig gevonden, maar luisteren thuis is toch echt anders dan live. Thuis kan je je ogen dichtdoen en als het je een beetje te veel van hetzelfde wordt – wandel je door de kamer of las je een pauze in.

Live is er geen ontkomen aan. Begrijp mij goed: het is nog steeds een prachtig werk, maar een uur en een kwartier van de steeds herhalende reeksen kan een lange zit worden en men kan zich gaan afvragen of het meesterwerk toch niet een beetje gedateerd is geraakt.

Dat het toch nog echt boeiend werd is zonder meer aan de formidabele uitvoering te danken. Hoe de 86-jarige Boulez het presteert om toch bijna anderhalf uur op de bühne te staan en te dirigeren! Alleen maar om naar hem te kijken was adembenemend! Petje af, hoor!

Barbara Hannigan is onbetwist de prima donna van de moderne muziek. Haar muzikaliteit dwingt respect af, haar techniek is onberispelijk en haar mogelijkheden (denk aan de zeer hoge noten) zowat onbegrensd. Zij liet haar stem zachtjes opbloeien: hoog, hoger, hoogst – en dat ook nog eens loepzuiver. Af en toe klonk het zelfs stratosferisch, daar stokt je adem vanzelf.

pli

Barbara Hannigan en Pierre Boulez © Astrid Ackermann

Het echte goede nieuws is (goedemorgen, meneer de “cultuur-sloper”, leest u dit?) dat de grote zaal van het Concertgebouw helemaal gevuld was. Vol. Op het podium na waren alle plaatsen bezet en het publiek was gemêleerd: (stok) oud en (zeer) jong. Door elkaar.

Zij vonden het allemaal prachtig. Tijdens de uitvoering was het publiek muisstil en de spanning was om te snijden. Wat ik ook leuk vond was dat de staande ovatie (toch wel een standaard ding bij ons) nu echt welgemeend leek te zijn. Mensen waren echt enthousiast.

 

Nou, je maakt het wel eens anders mee, zeker tijdens de zwaar gesubsidieerde sponsorconcerten, die bezocht worden door de kuchende bejaarden en dat bedoel ik niet hatelijk. Het publiek is niet dom en het publiek wil ook wel eens op ontdekkingsreis.

Pierre Boulez
Pli selon pli (Portrait de Mallarmé) voor sopraan en orkest
Ensemble interconteporain; Lucerne Festival Academy Ensemble olv Pierre Boulez
Barbara Hannigan (sopraan)

Bezocht op 24 september 2011 in Het Concertgebouw – Amsterdam

Voor meer Barbara Hannigan zie ook:

LET ME TELL YOU ZaterdagMatinee

Satie, Hannigan en de Leeuw

 

PASCAL DUSAPIN: Faustus, The Last Night. ZaterdagMatinee 2010

dusapin2

Pascal Dusapin

Dusapins opera Faustus, The Last Night beleefde 13 november 2010 een onvergetelijke Nederlandse première tijdens de ZaterdagMatinee. Een betere uitvoering dan die onder leiding van Jonathan Stockhammer en met solisten als John Hancock en Jaco Huijpen is moeilijk denkbaar.

dusapin-dirigent

Jonathan Stockhammer

Allemaal dromen wij wel eens van de eeuwige jeugd, perfecte gezondheid, gelukkige liefde en vrijheid om te doen wat wij willen. En daar hebben we soms heel erg veel voor over, desnoods een pact met de duivel. Zie hier de inspiratiebron voor talloze boeken, gedichten, opera’s, muziekstukken en schilderijen.

Wij, mensen, wij houden van dromen. En van sprookjes. Maar duivels, mochten ze al bestaan, hebben iets beters te doen dan ons een paar decennia te dienen in ruil voor ons ziel. Ook de hemel en de hel zijn niet vanzelfsprekend en wellicht ook verzonnen?

Daar gaat Faustus, The Last Night van Pascal Dusapin (1955) over. Vergeet Goethe, want Mephistopheles is niet geïnteresseerd in de ziel van Faustus en Faustus wil niets verkopen. Er is ook geen Marguérite, geen liefde en ook geen kunstenaarschap. Er is NIETS. Een ‘nulla’, zoals verwoord door Iago in Otello van Verdi. En een totaal nihilisme van Mefistofele, uit de gelijknamige opera van Boito.

Dusapins opera, een werk in één nacht en elf scènes, werd voor het eerst in 2006 uitgevoerd in de Staatsoper unter den Linden in Berlijn:

Lyon en Spoleto volgden en nu was Amsterdam aan de beurt, met een opvoering tijdens de ZaterdagMatinee. Gelukkig concertante, waardoor je niet gestoord werd door de (waan)concepten van een mallote regisseur.

Alhoewel, concertante? Er gebeurde best veel op het podium van de Grote Zaal. Er werd dankbaar gebruik genaakt van de trappen en van de balkons. Alle zangers kenden hun rol uit hun hoofd (de meesten hebben de opera ook al elders gezongen), waardoor ze zich niet alleen maar op de hondsmoeilijke partituur, maar ook op het acteren konden concentreren.

De opera zelf is eigenlijk één lange conversatie over het wel of niet bestaan van dingen. En de zin of onzin van het leven. Existentialisme ten top.

Dusapin is niet makkelijk in een la te stoppen. Hij heeft les gehad van Franco Donatoni en Iannis Xenakis, maar heeft hun ideeën niet overgenomen. Hij heeft gelukkig ook een afkeer van ‘systemen’ en maakt dankbaar gebruik van alles wat er in de loop der jaren is ontwikkeld: jazz, elektronica, banda’s, toegevoegde pauken en blazers… Wat je ook niet bedenkt: Dusapin weet er raad mee.

Eclectisch? Jazeker, maar dat is gelukkig geen scheldwoord meer. Makkelijk? Nee. Maar zo waanzinnig fascinerend!

Behalve Faustus en Mephistopheles voert Dusapin nog twee personages er bij: Togod, (een anagram van Godot, denk aan het toneelstuk van Beckett) – een half God, half duivel. En Sly, een dronkelap en een risee, en alweer een citaat. Niet alleen uit Shakespeare maar ook uit de opera van Wolf-Ferrari.

En dan hebben we ook nog een blinde engel, die zelf ook niet te zien is en die aan de hoofdpersoon alleen weet te vertellen dat hij opnieuw geboren moet worden. In de totale chaos die volgt, wordt de engel verteerd door vlammen.

Aan het eind dooft het vuur en fluisterend zacht dooft ook de muziek en worden de toeschouwers in het ‘Niets’ aan hun eigen lot overgelaten. Adembenemend mooi en pijnlijk ontroerend.

Over de uitvoering kan ik zeer kort zijn: TOP! Hoe en waar vindt men zulke schitterende zanger/acteurs? Toegegeven, ze werden versterkt, maar dat kon niet anders, tegen het geweld van pauken, trombonnen en elektronica is geen (menselijk) stem bestand. En toch … Versterkt of niet – ik neem mijn petje voor ze af, allemaal.

Heather Buck (Engel) ‘wandelde’ met een doodsgemak door de haar voorgeschreven sprongen van maar liefst twee octaven. Adam Klein was bij vlagen hilarisch als de continu dronken Sly en toch wist hij ook de ernstiger kant van zijn rol te benadrukken.

De Nederlandse bas Jaco Huijpen was een zeer imponerende Togod en Stephen West was een niet te versmaden Mephistopheles.

dusapin-jaco

Jaco Huijpen

John Hannock was een Faustus uit duizenden. Eigenlijk kan ik het nog steeds niet bevatten hoe hij de rol heeft ingevuld. Zijn stem leek van elastiek. Sprechgesang? Belcanto? Dramatisch? Alles kon en deed hij. En hoe!

Het Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Jonathan Stockhammer klonk alsof ze met de muziek van Dusapin vergroeid waren, maar misschien is dat ook zo. Onvergetelijk.

dusapin-faustus

Het slotapplaus met in het midden Pascal Dusapin en Jonathan Stockhammer

Pascal Dusapin
Faustus, the Last Night
John Hancock, Stephen West, Jaco Huijpen, Adam Klein en Heather Buc
Radio Kamer Filharmonie olv Jonathan Stockhammer

Bezocht op 13 november 2010 in het Concertgebouw in Amsterdam

SIMPLICIUS SIMPLICISSIMUS

hartmann

Karl Amadeus Hartmann

De dertigjarige oorlog heeft aan acht miljoen Duitsers het leven gekost, tweederde van de gehele bevolking. Tweederde …..  Kunt u zich er iets bij voorstellen? Ik niet. En bedenk maar dat u een simpele ziel bent en uw wereld niet verder gaat dan uw ouders, uw dorp, uw kudde schapen en …. de wolf.

De wolf zelf heeft u nog nooit gezien, maar het is u verteld dat hij het ultieme kwaad is. Hij is een charmeur, hij houdt zich schuil boven in de boom, hij moordt, verbrandt de dorpen en verkracht de vrouwen. Hij is alles waar u bang voor bent en waar u geen verklaring voor hebt.

Hans Jacob Christoffel von Grimmelshausen (1621 – 1676) zou op zijn dertiende gekidnapt zijn door de Kroatische en Hessische huursoldaten. Hij vocht mee in de Dertigjarige Oorlog en zijn ervaringen verwerkte hij in zijn roman Simplicius Simplicissimus. Drei Scenen aus seiner Jugend. Een leuk weetje: hij is ook de auteur van Mutter Courasche (ja, ‘die van Brecht’).

220px-hans_jakob_christoffel_von_grimmelshausen_bw

von Grimmelshausen

 

Het was de beroemde dirigent Hermann Scherchen, die bij de jonge Hartmann met het idee kwam om van het boek een opera te maken. De eerste versie (er bestaan er twee) ontstond tussen 1934 en 36 en de première heeft (uiteraard) pas na de oorlog plaatsgevonden, in 1949.

hartmann-scherchen

Hermann Scherchen

In 1956 reviseerde Hartmann het werk. De vele gesproken dialogen werden geschrapt en een paar van de belangrijkste op muziek gezet. In de eerste versie deed Hartmann een aantal verwijzingen naar de actualiteit van toen, die na de oorlog, volgens zijn eigen zeggen, er eigenlijk niet meer toe deden.

De ouverture is wel hetzelfde gebleven, maar er is veel muziek bijgekomen. En die muziek is niet eenvoudig te vatten. Hartmann bedient zich niet alleen van veel stijlen en hij strooit rijkelijk met citaten. Bach is alom vertegenwoordigd, maar je hoort ook jazz, Kurt Weill, Stravinsky (Le Sacre!) en Sjostakovitsj (de muziek bij de ‘Drie dansen met de Dame’ lijkt sprekend op diens seksscène uit Lady Macbeth van Mtsensk). Ook Joodse melodieën ontbreken niet.

(meer…)

HANS WERNER HENZE en zijn L’UPUPA

henze-berliner-philharmoniker

Hans Werner Henze. Foto: Berliner Philharmoniker

 

Merkwaardige man, die Henze.
Links georiënteerd, sociaal betrokken en politiek geëngageerd. Ooit flirtte hij met het communisme en droomde van een wereldrevolutie. Maar hij was ook een estheet en een erudiet. Lichtelijk snobistisch, dat wel, maar ook zeer aimabel, makkelijk benaderbaar, lief, aardig en … zeer controversieel.

In 1953 verhuisde Henze naar Italië. Niet zozeer om Duitsland, als wel om de Duitse avant-garde muziek te ontvluchten. Hij heeft het er nooit zo op gehad met de strenge regels van het serialisme; en het twaalftoons systeem combineerde hij zeer eigengereid met het expressionisme en een behoorlijke dosis romantiek. En sensualiteit, want Henze’s muziek is bovenal sensueel.

“Men vindt mijn muziek vulgair” zei hij ooit. “Wellicht omdat ik zo van ritme, van dans en springen houd? Ik ben opgegroeid met een enorme sehnsucht naar de muziek, en de muziek betekent voor mij voornamelijk novocento. En Mozart. Dat hele strenge, dat heb ik nooit gewild”.

Zijn muziek is altijd zeer theatraal geweest. Ook voelde hij zich nauw verbonden met de opera, die hij, in tegenstelling tot de toenmalige hardliners van de avant-garde, nooit als verouderd had bestempeld. Zijn discografie vermeldt dan ook meer dan twintig muziektheaterwerken, die met grote regelmaat worden opgevoerd.

Zijn eerste grote succes bereikte hij met de Boulevard Solitude (zeg maar: een moderne versie van Manon Lescaut) en Der Prinz von Homburg. En in 1964 ging met een groot succes zijn wellicht grootste meesterwerk, het beklemmende Die Bassariden, in Salzburg in première.

Bijna veertig jaar later werd er in Salzburg een nieuwe opera van Henze opgevoerd: L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe. De bijna 80-jarige, zieke componist beweerde dat het zijn laatste zou zijn, maar dat bleek gelukkig niet waar te zijn.

(meer…)

WILLEM JETHS, Sibelius, Strauss, Wagner: ZaterdagMatinee 13 april 2013

jeths

Met een glansrijke wereldpremière van een symfonie van Willem Jeths en wonderschone werken van Sibelius, Strauss en Wagner creëerde Edo de Waart op 13 april 2013 een ZaterdagMatinee van het allerhoogste niveau. Karin Strobos en Karita Mattila schitterden in solorollen.

Benjamin Britten in 1970: ‘My real worry about some of today’s young is their denial of the past. Whether we like it or not, we are all children of our fathers and I’m not going to dislike Mozart or Schubert or Bach for anyone’.

Zo. Die staat. Een waarheid als een koe, de bittere waarheid, maar nog meer een noodkreet, want: hoe kan je aan de toekomst werken als je je voorvaderen niet alleen ontkent maar zelfs niet kent? Hoe (en waarom?) was het mogelijk dat de klassieke muziek bijna om zeep werd geholpen door de jonge “revolutionairen” die het belangrijkste ingrediënt van muziek, het woord zegt het al, de melodie, hebben ontkend?

Maar het tij keert en zo kon het gebeuren dat het publiek dat de ZaterdagMatinee op 13 april 2013 bezocht van zijn stoelen sprong voor een hedendaags werk, een wereldpremière, een pas een paar weken geleden voltooid werk van Willem Jeths.

De “Symfonie 2012” voor mezzosopraan en orkest werd – terecht – meer dan enthousiast ontvangen, waarmee het publiek duidelijk een statement heeft gemaakt: ze hebben het gehad met “piep kras knor”. Ze willen herkenbare melodieën horen en ze willen ontroerd worden. En ze willen ergens aan herkend worden, aan wat Britten zo mooi verwoord heeft.

Bij Jeths was het voornamelijk Mahler. In de twee eerste delen, ‘Unbegrenzt’ en ‘Wie ein Kondukt’ hoorde ik flarden van ‘Um Middernacht’ en ook bimbam was zeer aanwezig. Maar ik hoorde meer: ik moest ook aan Der Cornet van Frank Martin denken. En aan The Unanswered Question van Ives, het gevoel dat door de prachtige trompet solo versterkt werd.

(meer…)

DEBUUT HERAS-CASADO BIJ ZATERDAGMATINEE

Luigi Dallapiccola heeft het ooit mooi geformuleerd: “Ik geloof sterk in de eeuwige vernieuwing van de kunst. Maar ik ben er ook van overtuigd dat het krankzinnig is om de traditie de rug toe te keren”. Dat hij zijn uitspraak daadwerkelijk meende, heeft hij met zijn (nog steeds veel te weinig gespeelde!) composities ruimschoots bewezen.

dallapiccola

Luigi Dallapiccola

Zijn intens lyrische Piccola musica notturna (zeg maar gerust Eine Kleine Nachtmusik), gecomponeerd tussen 1954 en 1961 en opgedragen aan Herman Scherchen is dan ook sterk in de traditie verankert. Mooi stuk, dat zijn naam volledig dekt en waarbij je gerust kan wegdromen.

De uitvoering onder Pablo Heras-Casado was buitengewoon spannend met vloeiende en (soms iets te) breed uitgesponnen lijnen. Soms had ik indruk dat hij het publiek aftastte, er was namelijk iets in zijn houding van “hoe ver kan ik gaan” ..

Ver blijkbaar, want al in het tweede stuk, het opdrachtwerk Un minimum de monde visible van Yves Chauris, volgens eigen zeggen van de componist geïnspireerd op het Kammersymphonie van Schönberg, daagde hij het publiek behoorlijk uit. Het werk begon met een muisstille aanloop tot een “boem”, dan kwam er weer een stilte en dan weer een boem. Om het oneerbiedig samen te vatten: een compositie met veel stiltes, aftellen, tempoversnellingen (denk aan een locomotief), Japans aandoende klanken, wat kattengemauw en een paar mooie klanken er tussenin. Ik kon er geen structuur in ontdekken en het einde kwam voor mij veel te abrupt.

dallaicola

Yves Chauris. Foto: twitter

Publiek gedroeg zich voorbeeldig en zelfs tijdens de meest stille passages was er geen kuchje te horen. De in de zaal aanwezige componist was zichtbaar gelukkig met de uitvoering en terecht: daar mankeerde helemaal niets aan.

Mijn geduld werd meteen erna beloond met een prachtige lezing van de kamermuziekversie van “Lied der Waldtaube”, een hartverscheurend mooi fragment uit Schoenberg’s Gurrelieder. Susan Graham kwam hier op mij een beetje afstandelijk over, alsof ook zij het publiek (dat, overigens, vanaf het begin uit haar hand at) aftastte. Zij zong zonder meer fantastisch, maar hield de emoties in bedwang waardoor haar lezing een beetje onderkoeld voelde.

dallapicola gra

Susan Graham, foto: Dario Acosta

Na de pauze revancheerde zij zich met een immens doorleefde vertolking van Lieder eines fahrenden Gesellen van Mahler, hier bloeide haar stem op en trakteerde zij ons op warme lage noten en een sensueel midden en hoog register.

De bewerking, van de hand van de mij totaal onbekende grootheid Eberhard Kloke (het blijft een raadsel waarom voor Kloke werd gekozen in plaats van de aangekondigde Schönberg) voegde er eigenlijk niets toe. Meer af, aangezien hij het instrumentarium behoorlijk reduceerde. Laten we zeggen dat het niet stoorde en dat het – mede door de prachtige voordracht van Graham en de zeer gedisciplineerd spelende ensemble nog even indrukwekkend bleef. Ook hier bewees Heras-Casado zijn onbegrensde vakmanschap.

maderna

Bruno Maderna. Foto: The Guardian

 

Maar voor het zover was, meteen na de pauze en tussen Chauris en Mahler in, hoorden wij een wonderschone Serenata nr.2 voor elf instrumenten van Bruno Maderna, ontstaan tussen 1954 en 1957. Het stuk sloot mooi aan bij Schönberg en was een passende aanloop tot Mahler, dus de wisseling in het programma (Chauris was in het programmaboekje aangekondigd voor na de pauze en voor Mahler) was niet meer dan logisch. Jammer alleen van de pauze tussen Schönberg en Maderna, ik had ze liever achter elkaar gehoord. Ook hier niet meer dan lof voor de musici en de dirigent, die – het moet gezegd – mijn hart volledig heeft gestolen.

NTR ZaterdagMatinee
Dallapiccola, Chauris, Schönberg, Maderna en Mahler
Ensemble Intercontemporain onder leiding van Pablo Heras-Casado.
Solisten: Susan Graham (mezzosopraan).
Bezocht op 11 januari 2014 in Het Concertgebouw – Amsterdam.