ZaterdagMatinee

Een zinderende Storm van Frank Martin

Der Sturm

Wij operaliefhebbers, dromen van de openbaring van de archieven van de Amsterdamse Matinee. De meeste opnames die zich daar bevinden zijn van onschatbare waarde. En dan verrast een Engelse platenfirma ons opeens met het uitbrengen van de opname van één van de merkwaardigste Matinees:: Der Sturm, opgevoerd in oktober 2008.

Naar het ‘waarom’ kunnen we slechts gissen. Niet dat het er toe doet, maar raar is het wel. Want zeg zelf: het werk is nagenoeg onbekend, de jarenlang in Nederland wonende componist komt oorspronkelijk uit Zwitserland en er wordt in het Duits gezongen…

In oktober 2008 schotelde de ZaterdagMatinee ons de eerste versie van Der Sturm van Frank Martin voor, een mooie maar niet hemelbestormende opera uit 1952. De muziek, zeker aan het begin, doet zeer impressionistisch aan, maar dan wel met zeer sterke invloeden van Wagner.

Zelf vind ik Der Sturm niet het sterkste werk van de door mij anders zeer bewonderde componist. Maar de uitvoering! In de zeer veeleisende rol van Prospero geeft Robert Holl een heuse onemanshow, maar ook de rest van de cast, waaronder veel Nederlanders, mag er zijn!

Der Storm Holl

Robert Holl ©Elisabeth Melchior

De bas Ethan Herschenfeld imponeert als Alonso en Dennis Wilgenhof zet een heerlijk karikaturale Caliban neer. Het Groot Omroepkoor is ge woonweg prachtig als de geest Ariel en Thierry Fischer laat het orkest brullen, zinderen en wiegen. Een must.

Frank Martin
Der Sturm
Robert Holl, Christine Buffle, Ethan Herschenfeld, Josef Wagner, Anderas Macco, James Gilchrist, Simon O’Neill, Marcel Bekman, Dennis Wigenhof, Roman Sadnik, André Morsch, Thomas Oliemans
Groot Omroepkoor en Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Thierry Fischer
Hyperion CDA67821/3

Plooi na plooi… Boulez dirigeert Boulez

pli-bou

Pierre Boulez © Harald Hoffman

 “Het kunstwerk, dat ben je au fond zelf”, aldus de jaar geleden overleden nestor van de hedendaagse muziek, Pierre Boulez. Boulez (Montbrison, 1925 – Baden-Baden 5 januari 2016) behoorde ongetwijfeld niet alleen tot de beste, maar ook tot de bekendste componisten van onze tijd.

Als dirigent heeft hij zijn sporen ruimschoots verdiend. Zijn Ring, die hij in de tweede helft van de jaren zeventig in Bayreuth dirigeerde is inmiddels legendarisch. Ook zijn uitvoeringen van de muziek van Debussy, Mahler en de laatste tijd Janáček zijn alleen maar met de hoogste lof ontvangen.

Pli selon pli (plooi na plooi) is wellicht een van de bekendste en inmiddels als klassiek te bestempelen composities van Boulez. De titel komt uit een gedicht van Stéphane Mallarmé, waarin “de dichter beschrijft hoe in de geleidelijk oplossende nevel de stenen van de stad Brugge zichtbaar worden”, aldus Boulez, maar het gedicht zelf komt er niet in voor.

En, vooruit maar, nog een citaat, nu van Mallarmé zelf: “Een werk heeft noch aanvang noch einde, hooguit wekt het daarvan de indruk”. Zie hier het credo van de componist, die in zijn schepping het idee van een ‘eeuwige cirkel’ wilde vastleggen.

Pli selon pli is niet in één jaar tijd ontstaan – Boulez werkte er tussen 1957 en 1962 aan. Maar het was eigenlijk nooit echt af, want hij heeft er ook in tachtiger jaren aan gesleuteld..

De muziek is – mocht u het niet kennen – zeer verstild, voortkabbelend en spannend tegelijk. Met beide voeten nog in het serialisme verankerd, maar stilletjes ook al op zoek naar emoties. Ik heb het altijd prachtig gevonden, maar luisteren thuis is toch echt anders dan live. Thuis kan je je ogen dichtdoen en als het je een beetje te veel van hetzelfde wordt – wandel je door de kamer of las je een pauze in.

Live is er geen ontkomen aan. Begrijp mij goed: het is nog steeds een prachtig werk, maar een uur en een kwartier van de steeds herhalende reeksen kan een lange zit worden en men kan zich gaan afvragen of het meesterwerk toch niet een beetje gedateerd is geraakt.

Dat het toch nog echt boeiend werd is zonder meer aan de formidabele uitvoering te danken. Hoe de 86-jarige Boulez het presteert om toch bijna anderhalf uur op de bühne te staan en te dirigeren! Alleen maar om naar hem te kijken was adembenemend! Petje af, hoor!

Barbara Hannigan is onbetwist de prima donna van de moderne muziek. Haar muzikaliteit dwingt respect af, haar techniek is onberispelijk en haar mogelijkheden (denk aan de zeer hoge noten) zowat onbegrensd. Zij liet haar stem zachtjes opbloeien: hoog, hoger, hoogst – en dat ook nog eens loepzuiver. Af en toe klonk het zelfs stratosferisch, daar stokt je adem vanzelf.

pli

Barbara Hannigan en Pierre Boulez © Astrid Ackermann

Het echte goede nieuws is (goedemorgen, meneer de ‘cultuur-sloper’, leest u dit?) dat de grote zaal van het Concertgebouw helemaal gevuld was. Vol. Op het podium na waren alle plaatsen bezet en het publiek was gemêleerd: (stok) oud en (zeer) jong. Door elkaar.

Zij vonden het allemaal prachtig. Tijdens de uitvoering was het publiek muisstil en de spanning was om te snijden. Wat ik ook leuk vond was dat de staande ovatie (toch wel een standaard ding bij ons) nu echt welgemeend leek te zijn. Mensen waren echt enthousiast.

Nou, je maakt het wel eens anders mee, zeker tijdens de zwaar gesubsidieerde sponsorconcerten, die bezocht worden door de kuchende bejaarden en dat bedoel ik niet hatelijk. Het publiek is niet dom en het publiek wil ook wel eens op ontdekkingsreis.

Pierre Boulez
Pli selon pli (Portrait de Mallarmé) voor sopraan en orkest
Ensemble interconteporain; Lucerne Festival Academy Ensemble olv Pierre Boulez
Barbara Hannigan (sopraan)

Bezocht op 24 september 2011 in Het Concertgebouw – Amsterdam

Voor meer Barbara Hannigan zie ook:

Barbara Hannigan : “In principe zing ik alles alsof het Mozart is”

BARBARA HANNIGAN betovert in liederen van HENRI DUTILLEUX. Concertgebouw Amsterdam, oktober 2013

‘Lessons in Love and Violence’ zit vol ingehouden spanning

LULU van Krzysztof Warlikowski. Brussel 2012

LET ME TELL YOU ZaterdagMatinee
Satie, Hannigan en de Leeuw

 

 

 

Onvergetelijke première van Pascal Dusapins ‘Faustus, The Last Night’

dusapin2

Pascal Dusapin

Dusapins opera Faustus, The Last Night beleefde 13 november 2010 een onvergetelijke Nederlandse première tijdens de ZaterdagMatinee. Een betere uitvoering dan die onder leiding van Jonathan Stockhammer en met solisten als John Hancock en Jaco Huijpen is moeilijk denkbaar.

dusapin-dirigent

Jonathan Stockhammer

Allemaal dromen wij wel eens van de eeuwige jeugd, perfecte gezondheid, gelukkige liefde en vrijheid om te doen wat wij willen. En daar hebben we soms heel erg veel voor over, desnoods een pact met de duivel. Zie hier de inspiratiebron voor talloze boeken, gedichten, opera’s, muziekstukken en schilderijen.

Wij, mensen, wij houden van dromen. En van sprookjes. Maar duivels, mochten ze al bestaan, hebben iets beters te doen dan ons een paar decennia te dienen in ruil voor ons ziel. Ook de hemel en de hel zijn niet vanzelfsprekend en wellicht ook verzonnen?

Daar gaat Faustus, The Last Night van Pascal Dusapin (1955) over. Vergeet Goethe, want Mephistopheles is niet geïnteresseerd in de ziel van Faustus en Faustus wil niets verkopen. Er is ook geen Marguérite, geen liefde en ook geen kunstenaarschap. Er is NIETS. Een ‘nulla’, zoals verwoord door Iago in Otello van Verdi. En een totaal nihilisme van Mefistofele, uit de gelijknamige opera van Boito.

Dusapins opera, een werk in één nacht en elf scènes, werd voor het eerst in 2006 uitgevoerd in de Staatsoper unter den Linden in Berlijn:

Lyon en Spoleto volgden en nu was Amsterdam aan de beurt, met een opvoering tijdens de ZaterdagMatinee. Gelukkig concertante, waardoor je niet gestoord werd door de (waan)concepten van een mallote regisseur.

Alhoewel, concertante? Er gebeurde best veel op het podium van de Grote Zaal. Er werd dankbaar gebruik genaakt van de trappen en van de balkons. Alle zangers kenden hun rol uit hun hoofd (de meesten hebben de opera ook al elders gezongen), waardoor ze zich niet alleen maar op de hondsmoeilijke partituur, maar ook op het acteren konden concentreren.

De opera zelf is eigenlijk één lange conversatie over het wel of niet bestaan van dingen. En de zin of onzin van het leven. Existentialisme ten top.

Dusapin is niet makkelijk in een la te stoppen. Hij heeft les gehad van Franco Donatoni en Iannis Xenakis, maar heeft hun ideeën niet overgenomen. Hij heeft gelukkig ook een afkeer van ‘systemen’ en maakt dankbaar gebruik van alles wat er in de loop der jaren is ontwikkeld: jazz, elektronica, banda’s, toegevoegde pauken en blazers… Wat je ook niet bedenkt: Dusapin weet er raad mee.

Eclectisch? Jazeker, maar dat is gelukkig geen scheldwoord meer. Makkelijk? Nee. Maar zo waanzinnig fascinerend!

Behalve Faustus en Mephistopheles voert Dusapin nog twee personages er bij: Togod, (een anagram van Godot, denk aan het toneelstuk van Beckett) – een half God, half duivel. En Sly, een dronkelap en een risee, en alweer een citaat. Niet alleen uit Shakespeare maar ook uit de opera van Wolf-Ferrari.

En dan hebben we ook nog een blinde engel, die zelf ook niet te zien is en die aan de hoofdpersoon alleen weet te vertellen dat hij opnieuw geboren moet worden. In de totale chaos die volgt, wordt de engel verteerd door vlammen.

Aan het eind dooft het vuur en fluisterend zacht dooft ook de muziek en worden de toeschouwers in het ‘Niets’ aan hun eigen lot overgelaten. Adembenemend mooi en pijnlijk ontroerend.

Over de uitvoering kan ik zeer kort zijn: TOP! Hoe en waar vindt men zulke schitterende zanger/acteurs? Toegegeven, ze werden versterkt, maar dat kon niet anders, tegen het geweld van pauken, trombonnen en elektronica is geen (menselijk) stem bestand. En toch … Versterkt of niet – ik neem mijn petje voor ze af, allemaal.

Heather Buck (Engel) ‘wandelde’ met een doodsgemak door de haar voorgeschreven sprongen van maar liefst twee octaven. Adam Klein was bij vlagen hilarisch als de continu dronken Sly en toch wist hij ook de ernstiger kant van zijn rol te benadrukken.

De Nederlandse bas Jaco Huijpen was een zeer imponerende Togod en Stephen West was een niet te versmaden Mephistopheles.

dusapin-jaco

Jaco Huijpen

John Hannock was een Faustus uit duizenden. Eigenlijk kan ik het nog steeds niet bevatten hoe hij de rol heeft ingevuld. Zijn stem leek van elastiek. Sprechgesang? Belcanto? Dramatisch? Alles kon en deed hij. En hoe!

Het Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Jonathan Stockhammer klonk alsof ze met de muziek van Dusapin vergroeid waren, maar misschien is dat ook zo. Onvergetelijk.

dusapin-faustus

Het slotapplaus met in het midden Pascal Dusapin en Jonathan Stockhammer

Pascal Dusapin
Faustus, the Last Night
John Hancock, Stephen West, Jaco Huijpen, Adam Klein en Heather Buc
Radio Kamer Filharmonie olv Jonathan Stockhammer

Bezocht op 13 november 2010 in het Concertgebouw in Amsterdam

Karl Amadeus Hartmann en zijn Simplicius Simplicissimus

hartmann

Karl Amadeus Hartmann

De dertigjarige oorlog heeft aan acht miljoen Duitsers het leven gekost, tweederde van de gehele bevolking. Tweederde …..  Kunt u zich er iets bij voorstellen? Ik niet. En bedenk maar dat u een simpele ziel bent en uw wereld niet verder gaat dan uw ouders, uw dorp, uw kudde schapen en …. de wolf.

De wolf zelf heeft u nog nooit gezien, maar het is u verteld dat hij het ultieme kwaad is. Hij is een charmeur, hij houdt zich schuil boven in de boom, hij moordt, verbrandt de dorpen en verkracht de vrouwen. Hij is alles waar u bang voor bent en waar u geen verklaring voor hebt.

Hans Jacob Christoffel von Grimmelshausen (1621 – 1676) zou op zijn dertiende gekidnapt zijn door de Kroatische en Hessische huursoldaten. Hij vocht mee in de Dertigjarige Oorlog en zijn ervaringen verwerkte hij in zijn roman Simplicius Simplicissimus. Drei Scenen aus seiner Jugend. Een leuk weetje: hij is ook de auteur van Mutter Courasche (ja, ‘die van Brecht’).

220px-hans_jakob_christoffel_von_grimmelshausen_bw

von Grimmelshausen

Het was de beroemde dirigent Hermann Scherchen, die bij de jonge Hartmann met het idee kwam om van het boek een opera te maken. De eerste versie (er bestaan er twee) ontstond tussen 1934 en 36 en de première heeft (uiteraard) pas na de oorlog plaatsgevonden, in 1949.

hartmann-scherchen

Hermann Scherchen

In 1956 reviseerde Hartmann het werk. De vele gesproken dialogen werden geschrapt en een paar van de belangrijkste op muziek gezet. In de eerste versie deed Hartmann een aantal verwijzingen naar de actualiteit van toen, die na de oorlog, volgens zijn eigen zeggen, er eigenlijk niet meer toe deden.

De ouverture is wel hetzelfde gebleven, maar er is veel muziek bijgekomen. En die muziek is niet eenvoudig te vatten. Hartmann bedient zich niet alleen van veel stijlen en hij strooit rijkelijk met citaten. Bach is alom vertegenwoordigd, maar je hoort ook jazz, Kurt Weill, Stravinsky (Le Sacre!) en Sjostakovitsj (de muziek bij de ‘Drie dansen met de Dame’ lijkt sprekend op diens seksscène uit Lady Macbeth van Mtsensk). Ook Joodse melodieën ontbreken niet.

(meer…)

Hans Werner Henze en zijn L’upupa

henze-berliner-philharmoniker

Hans Werner Henze. Foto: Berliner Philharmoniker

 

Merkwaardige man, die Henze.
Links georiënteerd, sociaal betrokken en politiek geëngageerd. Ooit flirtte hij met het communisme en droomde van een wereldrevolutie. Maar hij was ook een estheet en een erudiet. Lichtelijk snobistisch, dat wel, maar ook zeer aimabel, makkelijk benaderbaar, lief, aardig en … zeer controversieel.

In 1953 verhuisde Henze naar Italië. Niet zozeer om Duitsland, als wel om de Duitse avant-garde muziek te ontvluchten. Hij heeft het er nooit zo op gehad met de strenge regels van het serialisme; en het twaalftoons systeem combineerde hij zeer eigengereid met het expressionisme en een behoorlijke dosis romantiek. En sensualiteit, want Henze’s muziek is bovenal sensueel.

“Men vindt mijn muziek vulgair” zei hij ooit. “Wellicht omdat ik zo van ritme, van dans en springen houd? Ik ben opgegroeid met een enorme sehnsucht naar de muziek, en de muziek betekent voor mij voornamelijk novocento. En Mozart. Dat hele strenge, dat heb ik nooit gewild”.

Zijn muziek is altijd zeer theatraal geweest. Ook voelde hij zich nauw verbonden met de opera, die hij, in tegenstelling tot de toenmalige hardliners van de avant-garde, nooit als verouderd had bestempeld. Zijn discografie vermeldt dan ook meer dan twintig muziektheaterwerken, die met grote regelmaat worden opgevoerd.

Zijn eerste grote succes bereikte hij met de Boulevard Solitude (zeg maar: een moderne versie van Manon Lescaut) en Der Prinz von Homburg. En in 1964 ging met een groot succes zijn wellicht grootste meesterwerk, het beklemmende Die Bassariden, in Salzburg in première.

Bijna veertig jaar later werd er in Salzburg een nieuwe opera van Henze opgevoerd: L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe. De bijna 80-jarige, zieke componist beweerde dat het zijn laatste zou zijn, maar dat bleek gelukkig niet waar te zijn.

(meer…)

Eerste symfonie van WILLEM JETHS

jeths

Met een glansrijke wereldpremière van een symfonie van Willem Jeths en wonderschone werken van Sibelius, Strauss en Wagner creëerde Edo de Waart op 13 april 2013 een ZaterdagMatinee van het allerhoogste niveau. Karin Strobos en Karita Mattila schitterden in solorollen.

Benjamin Britten in 1970: ‘My real worry about some of today’s young is their denial of the past. Whether we like it or not, we are all children of our fathers and I’m not going to dislike Mozart or Schubert or Bach for anyone’.

Zo. Die staat. Een waarheid als een koe, de bittere waarheid, maar nog meer een noodkreet, want: hoe kan je aan de toekomst werken als je je voorvaderen niet alleen ontkent maar zelfs niet kent? Hoe (en waarom?) was het mogelijk dat de klassieke muziek bijna om zeep werd geholpen door de jonge “revolutionairen” die het belangrijkste ingrediënt van muziek, het woord zegt het al, de melodie, hebben ontkend?

Maar het tij keert en zo kon het gebeuren dat het publiek dat de ZaterdagMatinee op 13 april 2013 bezocht van zijn stoelen sprong voor een hedendaags werk, een wereldpremière, een pas een paar weken geleden voltooid werk van Willem Jeths.

De “Symfonie 2012” voor mezzosopraan en orkest werd – terecht – meer dan enthousiast ontvangen, waarmee het publiek duidelijk een statement heeft gemaakt: ze hebben het gehad met “piep kras knor”. Ze willen herkenbare melodieën horen en ze willen ontroerd worden. En ze willen ergens aan herkend worden, aan wat Britten zo mooi verwoord heeft.

Bij Jeths was het voornamelijk Mahler. In de twee eerste delen, ‘Unbegrenzt’ en ‘Wie ein Kondukt’ hoorde ik flarden van ‘Um Middernacht’ en ook bimbam was zeer aanwezig. Maar ik hoorde meer: ik moest ook aan Der Cornet van Frank Martin denken. En aan The Unanswered Question van Ives, het gevoel dat door de prachtige trompet solo versterkt werd.

 

jeths-strobos

Katrin Strobos. Foto: Keke Keuke Keukelaar

Karin Strobos, voor wie de twee gezongen delen zijn geschreven, was mooier dan mooi, ook letterlijk. Haar van nature warme stem heeft een extra glans gekregen en ze heeft zich goed overeind weten te houden bij de heftigste passages: zij was goed hoorbaar.

Maar mijn twijfel: mezzo of toch een sopraan, bleef. Haar hoogte bloeide zoals nooit eerder, maar aan de laagte leek het haar aan kracht te ontbreken. Maar zolang zij zo mooi, zo intens betrokken en zo gevoelig blijft zingen maakt het eigenlijk niet uit.

In een gesprek met Thea Derks zei Willem Jeths over Strobos: “De hoekdelen zijn geïnspireerd op de stem van Karin Strobos, met wie ik eerder werkte in Monument to a Universal Marriage en Hotel de Pékin. Haar mezzosopraan is breekbaar en intiem en ik heb het middenregister veelvuldig gebruikt, waardoor haar stem nog meer nobiliteit krijgt.”

Na de pauze, die gebruikt werd om de opname van Hotel du Pékin (Etcetera KTC 1456) feestelijk te presenteren, kwam een andere diva voor het voetlicht: de wereldberoemde Finse sopraan Karita Mattila.

jeths-mattila

Karita Mattila. Foto: Lauri Eriksson

Zij begon met een fantastische vertolking van Luonnotar van Sibelius, een scheppingsverhaal gebaseerd op het Finse nationale epos Kalevala. Het stuk is kort, amper 10 minuten, maar is zeer berucht onder de sopranen vanwege de moeilijkheidsgraad: het gaat hoger dan hoog en Sibelius gebruikt intervallen (soms in één enkel woord!) van bijna een octaaf. Nou, ga daar maar aan staan!

Mattila wist er raad mee. Haar stem is misschien niet zo stabiel meer, maar het deerde niet. Alle noten waren er en haar zeer intense vertolking maakte dat je je met de dolende Luonnatar kon identificeren en het ontstaan van het heelal zowat aan den lijve ondervond. De prachtige muziek van Sibelius mag van mij vaker uitgevoerd worden!

Luonnotar door Karita Mattila in 2015:

In de slotscène van ‘Capriccio’ stelde Mattila mij toch enigszins teleur. Ik miste het “romige” wat bij deze muziek hoort. Het hoeft niet meteen Lisa della Casa zijn, maar Fleming deed het toch duizend keer mooier. Wat mij ook opviel was dat zij op de klank zong – de woorden waren amper te verstaan. Maar zij is een echte charmeur en bespeelde de zaal met handgebaren en –zoals het bij een diva hoort – prachtige jurken.

De echte held van de middag was voor mij Edo de Waart. Zijn zeer lyrisch gehouden lezing van de ‘Siegfried-Idyll’ van Wagner was zowat de mooiste dat ik ooit hoorde en in ‘Capriccio’ wist hij duizenden kleuren te voorschijn te halen. Voor het eerst hoorde ik er ook het “prijslied” uit Meistersinger in. Over de voorvaderen gesproken…

jeths-symfonie

slotapplaus. Foto: Jan Swinkels

Inmiddels is de symfonie van Jeths ook op cd verschenen, gekoppeld aan zijn blokfluitconcert (Challenge Classics CC 72693), de laatste gespeeld door Erik Bosgraaf en gedirigeerd door Markus Stenz:

 


 

NTR ZaterdagMatinee
Jeths, Sibelius, Wagner en Strauss
Karita Mattila (sopraan) en Karin Strobos (mezzosopraan)
Radio Filharmonisch Orkest olv Edo de Waart.

Bezocht op 13 april 2013 in Het Concertgebouw – Amsterdam

DEBUUT HERAS-CASADO BIJ ZATERDAGMATINEE

Luigi Dallapiccola heeft het ooit mooi geformuleerd: “Ik geloof sterk in de eeuwige vernieuwing van de kunst. Maar ik ben er ook van overtuigd dat het krankzinnig is om de traditie de rug toe te keren”. Dat hij zijn uitspraak daadwerkelijk meende, heeft hij met zijn (nog steeds veel te weinig gespeelde!) composities ruimschoots bewezen.

dallapiccola

Luigi Dallapiccola

Zijn intens lyrische Piccola musica notturna (zeg maar gerust Eine Kleine Nachtmusik), gecomponeerd tussen 1954 en 1961 en opgedragen aan Herman Scherchen is dan ook sterk in de traditie verankert. Mooi stuk, dat zijn naam volledig dekt en waarbij je gerust kan wegdromen.

De uitvoering onder Pablo Heras-Casado was buitengewoon spannend met vloeiende en (soms iets te) breed uitgesponnen lijnen. Soms had ik indruk dat hij het publiek aftastte, er was namelijk iets in zijn houding van “hoe ver kan ik gaan” ..

Ver blijkbaar, want al in het tweede stuk, het opdrachtwerk Un minimum de monde visible van Yves Chauris, volgens eigen zeggen van de componist geïnspireerd op het Kammersymphonie van Schönberg, daagde hij het publiek behoorlijk uit. Het werk begon met een muisstille aanloop tot een “boem”, dan kwam er weer een stilte en dan weer een boem. Om het oneerbiedig samen te vatten: een compositie met veel stiltes, aftellen, tempoversnellingen (denk aan een locomotief), Japans aandoende klanken, wat kattengemauw en een paar mooie klanken er tussenin. Ik kon er geen structuur in ontdekken en het einde kwam voor mij veel te abrupt.

dallaicola

Yves Chauris. Foto: twitter

Publiek gedroeg zich voorbeeldig en zelfs tijdens de meest stille passages was er geen kuchje te horen. De in de zaal aanwezige componist was zichtbaar gelukkig met de uitvoering en terecht: daar mankeerde helemaal niets aan.

Mijn geduld werd meteen erna beloond met een prachtige lezing van de kamermuziekversie van “Lied der Waldtaube”, een hartverscheurend mooi fragment uit Schoenberg’s Gurrelieder. Susan Graham kwam hier op mij een beetje afstandelijk over, alsof ook zij het publiek (dat, overigens, vanaf het begin uit haar hand at) aftastte. Zij zong zonder meer fantastisch, maar hield de emoties in bedwang waardoor haar lezing een beetje onderkoeld voelde.

dallapicola gra

Susan Graham, foto: Dario Acosta

Na de pauze revancheerde zij zich met een immens doorleefde vertolking van Lieder eines fahrenden Gesellen van Mahler, hier bloeide haar stem op en trakteerde zij ons op warme lage noten en een sensueel midden en hoog register.

De bewerking, van de hand van de mij totaal onbekende grootheid Eberhard Kloke (het blijft een raadsel waarom voor Kloke werd gekozen in plaats van de aangekondigde Schönberg) voegde er eigenlijk niets toe. Meer af, aangezien hij het instrumentarium behoorlijk reduceerde. Laten we zeggen dat het niet stoorde en dat het – mede door de prachtige voordracht van Graham en de zeer gedisciplineerd spelende ensemble nog even indrukwekkend bleef. Ook hier bewees Heras-Casado zijn onbegrensde vakmanschap.

maderna

Bruno Maderna. Foto: The Guardian

 

Maar voor het zover was, meteen na de pauze en tussen Chauris en Mahler in, hoorden wij een wonderschone Serenata nr.2 voor elf instrumenten van Bruno Maderna, ontstaan tussen 1954 en 1957. Het stuk sloot mooi aan bij Schönberg en was een passende aanloop tot Mahler, dus de wisseling in het programma (Chauris was in het programmaboekje aangekondigd voor na de pauze en voor Mahler) was niet meer dan logisch. Jammer alleen van de pauze tussen Schönberg en Maderna, ik had ze liever achter elkaar gehoord. Ook hier niet meer dan lof voor de musici en de dirigent, die – het moet gezegd – mijn hart volledig heeft gestolen.

NTR ZaterdagMatinee
Dallapiccola, Chauris, Schönberg, Maderna en Mahler
Ensemble Intercontemporain onder leiding van Pablo Heras-Casado.
Solisten: Susan Graham (mezzosopraan).
Bezocht op 11 januari 2014 in Het Concertgebouw – Amsterdam

PABLO HERAS-CASADO

Frank van Aken schittert in de Amsterdamse ‘Boris Godoenov’

Gesprek met Joyce El-Khoury

joyce

Joyce El-Khoury. Credits: Fay Fox

Mijn eerste ontmoeting met Joyce El-Khoury was alles behalve gepland: wij kwamen elkaar tegen bij de première van Faust van Gounod bij de Nationale Opera. Zeer toevallig zaten wij naast elkaar en kwamen in een geanimeerd gesprek, dat in de pauze en tijdens de nazit doorging. Er was duidelijk een klik, dus een vervolgafspraak was zo gemaakt.

Joyce Michael

El-Khoury met Michael Fabiano in Amsterdam

Een paar dagen later ontmoeten wij elkaar op een zo goed als verlaten terrasje op het Rembrandtplein. Het weer is prachtig en de zon weerspiegelt zich in onze wijnglazen.

El-Khoury houdt van Amsterdam en kan er maar niet genoeg van krijgen. In november 2014 komt El-Khoury terug naar Amsterdam voor Musetta (La Bohème) en het vooruitzicht om binnenkort maar liefst zes weken in de stad te kunnen blijven maakt haar blij. Mijn opmerkingen over het weer in november en december wuift zij dan meteen weg.

“Ik vind de stad gewoon prachtig, ongeacht wat voor weer het is. De sfeer is onnavolgbaar en de mensen aardig! Ik houd van Amsterdam. Iedereen is hier vrij, of althans lijkt het zo. De stad is zeer inspirerend. Alleen de fietsers, daar ben ik een beetje bang voor!”

De Canadese, in Beiroet geboren sopraan is een echte ster in wording. Opera News schreef over haar: “Canadian Soprano Joyce El-Khoury’s sound is enormously satisfying — a full lirico-spinto soprano with a genuine radiance about it”.

Het Nederlandse publiek kan het beamen. In mei 2013 maakte El-Khoury haar onverwachte en overweldigende debuut als Violetta in La traviata bij De Nationale Opera en in mei 2014 stal ze ook de harten van het NTR ZaterdagMatinee-publiek met een zeer ontroerende vertolking van Rusalka in Dvoraks gelijknamige opera

“Matinee is meer dan een warme bad. Het publiek is zo ontzettend hartelijk, je voelt de liefde, het doet je werkelijk goed, je voelt je geliefd, je voelt je… nee, dit gevoel is niet te beschrijven. Ook  de organisatoren, de repetitoren…. Het mooiste moment beleefde ik toen het orkest begon te spelen en onze stemmen zich met het orkestklank konden mengen.”

“En dan dirigent James Gaffigan… daar heb ik geen woorden voor. Hij ademde met ons mee. Hij was één van ons en toch stond hij boven ons. Maar ook naast ons. Deze Rusalka was tot zover het hoogtepunt in mijn leven. Zingen is al een privilege, maar zingen tijdens de Matinee in Amsterdam. It was time of my life.”

Beiroet en Canada

Joyce El-Khoury werd geboren in Beiroet, maar vertrok op haar zesde naar Canada. “Ik ben een Canadese en in Canada voel ik mij thuis, maar mijn ziel, mijn hart, mijn alles eigenlijk is in Libanon gebleven. Net als het gros van mijn familie. Het is dat mijn grootouders half daar half hier wonen, anders moest ik ze vreselijk missen. Mijn hart is Libanees en ik hoop er ooit wat langer te kunnen blijven.”

“Mijn vader had een mooie stem, maar het was mijn opa George die een beroemde zanger was. Nou ja, beroemd … in het kerkkoor dan. Als hij op de straat liep, werd er Kyrie Eleison naar hem geroepen. Ik zong ook in het koor, het hielp mij bijzonder toen wij in Ottawa belandden. Alles was hier vreemd en ik miste Beiroet verschrikkelijk, maar het zingen gaf mij troost.”

“Ik heb nooit gedacht om van het zingen mijn beroep te maken, ik wilde een arts worden. Of een verpleegster. Ik heb ook daadwerkelijk een tijd in een kinderziekenhuis gewerkt. Maar mijn ouders vonden het geen goed idee. ‘Je hebt zo’n gave en zo’n prachtige stem, daar moet je echt iets mee doen’, zeiden ze. Ze hebben mij niet alleen gestimuleerd, maar er ook alles aan gedaan om mij mijn weg te laten vinden in wat zij het beste voor mij achtten. Onvoorwaardelijke liefde, ja.”

“Ik werk het beste onder stress, ik moet uitgedaagd worden. Ik ben ook een soort workaholic: zelfs als ik met vakantie ben heb ik mijn partituur altijd bij mij.”

Het repertoire van El-Khoury telt inmiddels vele klassieke en minder fameuze rollen van componisten als Donizetti, Verdi en Puccini. Taal speelt daarbij geen rol voor haar.

“Ik heb enorm geluk gehad: talen zijn voor mij iets heel natuurlijks. Een taal leren gaat voor mij vanzelfsprekend, alsof het komt aanwaaien. Misschien komt dat omdat ik tweetalig ben opgegroeid (Arabisch en Frans), waarbij Engels er later nog bij kwam.

Ik heb dan ook iets met talen en ik vind het heerlijk om in het Tsjechisch of het Russisch te zingen!”

Rusalka

JOyce Rusalka

Rusalka in Amsterdam, foto: Lieneke Effern

“Rusalka is verliefd zoals ieder ander die voor het eerst verliefd is. Ze droomt en denkt dat de dromen de waarheid zijn. Voor de prins is zij onzichtbaar, niet meer dan een golf, zij kan alleen maar als schuim met hem verstrengeld worden. Maar ze wil gezien worden!”

“Of de prins van haar houdt…. Ik denk dat hij door haar gefascineerd wordt, zij is een grote onbekende. Een schoonheid, een mysterie. Maar zij spreekt niet, dus hij weet het op bepaalde moment niet meer. Je kan het wel vreselijk vinden, maar je kan het hem niet kwalijk nemen. Zij is vreemd, hij is ook een beetje bang voor haar.”

“Rusalka wordt echt menselijk op het moment dat zij vergeeft. Door het vergeven wordt zij humaan. Ik denk dat de opera ons de kans geeft om onze menselijke emoties te onderzoeken”.

Finale derde akte Rusalka uit Amsterdam:

 

La Boheme

joyce-musetta

Musetta in Amsterdam. Foto: Lieneke Effern

“Voor mij is er weinig verschil tussen Musetta en Mimi. Ik heb ze beide gezongen en ik houd van beide evenveel. Musetta lijkt oppervlakkiger, maar dat is zij niet. Zij kan alleen de emoties, de gevoelens wat beter te verbergen. Naar buiten toe is zij vrolijk en stoer, zij flirt er ook op los, maar van binnen is zij een klein vogeltje. Zij houdt oprecht van Marcello en is bang om gekwetst te worden. Dat komt allemaal tot uiting in de laatste scène.

“De meest emotionele moment in de opera ligt voor mij in de tweede akte, als Mimi zegt: ”Io támo tanto. Dan breekt ook mijn stem even.

“Ik moet iets voelen. Ik moet iets met een rol hebben en het karakter begrijpen. Het moet me emotioneel uitdagen. Als ik niets voel, wordt het te mechanisch en afstandelijk. Toch denk ik dat je je emoties, hoe moeilijk het ook is, onder bedwang moet houden. Anders knijpt je keel dicht en kun je niet zingen.”

Met Michael Fabiano tijdens de repetities voor La Boheme in Ottawa, El-Khoury zingt Mimi:

 

Trailer uit de productie in Amsterdam, El-Khoury zingt Musetta:

Suor Angelica

“Als ik naar de maan verbannen word en maar één opera mee mag nemen is dat Suor Angelica! Vanwege het drama, meer ook vanwege de muziek. De muziek biedt mij troost, het geeft mij een warm en goed gevoel. En dan het prachtige einde, de wonder, dat het toch nog goed komt!”

“Deze rol heeft mij ook gebracht waar ik nu ben. Ik werd aangenomen om Loretta in Gianni Schicchi te zingen tijdens het Castleton Festival in 2010, maar ik was ook een understudy voor de zangeres die Angelica zou doen. Tijdens de première werd zij ziek en ik heb met enorm veel plezier ingesprongen. Ze hadden toen maar de volgorde omgedraaid: eerst Schicchi en dan Angelica. Maestro Lorin  Maazel was zeer behulpzaam”.

“Later nam Maazel me mee naar München en zelfs naar China! Ik ga hem verschrikkelijk missen: hij was mijn mentor, leraar, supporter en vriend.”

Laatste scène uit Angelica uit Castleton:

 

La Traviata

“Ik heb veel van Renata Scotto geleerd, voornamelijk over lichaamstaal: wat doe je als je niet zingt. We hebben samengewerkt in Palm Beach voor een Traviata die zij regisseerde en waarin ik de hoofdrol zong.”

“Mijn allereerste Violetta zong ik in 2012 in Wales, daarna kwam Amsterdam. Ik vond de productie bijzonder mooi. Ik had het eerst uitgebreid op dvd bekeken. Dat van de klok snapte ik meteen wel, maar dat van de bank moest mij uitgelegd worden. Ik vond het een fantastische ervaring.”

La Traviata uit Palm Beach:

Wat haar droomrol is?
“Thaïs! En dan graag met de prachtige kostuums die ze in Los Angeles hadden. Ik houd ook van Butterfly. Het ligt iets hoger dan andere Puccini-rollen, maar ik denk dat het bij mij past. Ik wil ook alle drie de ‘Tudor-koninginnen’ zingen”

“Ik weet niet of het ooit zo ver komt, maar ik zou ook heel graag Salome willen zingen”, vervolgt ze aarzelend, om toe te voegen: “Éigenlijk zou ik dirigent willen zijn. Ik houd ervan om de touwtjes in handen te hebben!”

 

Interview in English: Interview with JOYCE EL-KHOURY (English translation)
Zie ook: Les Martyrs

Nelly Miricioiu – Keizerin van de ZaterdagMatinee

Nelly Baia Mare 2015

Nelly Miricioiu in Baia Mare (Roemenië) in 2015

Ik kan mij het operaleven zonder Nelly Miricioiu niet voorstellen. Met haar kruidige sopraan, haar zeer karakteristiek timbre en haar tot de perfectie beheerste vibrato behoort ze vanaf de jaren tachtig tot de uitstervende rasse van de echte diva’s, type Callas, Scotto of Olivero.

Mijn vroegste operaherinneringen brengen mij terug naar Thaïs van Massenet. Mét Nelly Miricioiu. Daarna heb ik haar 25 jaar in de Grote Zaal van het Concertgebouw mogen bewonderen, tijdens de onvergetelijke ZaterdagMatinees waar zij 17 verschillende rollen heeft gezongen. Van Rossini, Bellini, Donizetti en Verdi. Maar ook van Puccini, Zandonai en Mascagni.

Hieronder: Nelly Miricioiu en John Bröcheler in de laatste scène uit Thaïs (live opname uit het Concertgebouw 1985):

 

Ik bewonderde haar op de bühne in Brussel als Anna Bolena en in Antwerpen als Magda (La Rondine) en Anna (Le Villi). Tussen haar en het DNO wilde het echter niet echt lukken. Luisa Miller ging ten onder aan een stupide regie en bij Norma werd zij ziek en kreeg zij stemproblemen. Doodzonde, want Miricioiu is niet alleen een zeer begenadigde zangeres maar ook een fenomenale actrice.

Hieronder: Nelly Miricioiu als Anna Bolena in Amsterdam 1989

MASTERCLASS

Nelly-Miricioiu-Jeanne-Doomen-2

Nelly Miricioiu en Jihae Shin  © Jeanne Doomen

In maart 2016 was Miricioiu een paar dagen in Amsterdam voor de masterclasses aan jonge, veel belovende zangers.

Ik mocht één van haar “lesjes” bijwonen en keek ademloos toe hoe zij de jonge Zuid Koreaanse Jihae Shin klaar probeerde te stampen voor het belcanto-vak.

 

Nelly-Miricioiu-Jeanne-Doomen-1

Nelly Miricioiu en Jihae Shin © Jeanne Doomen

Miricioiu is een zeer fysiek aanwezige lerares. Zij zingt het een en ander voor en laat haar leerlinge voelen hoe de spieren op bepaalde klanken reageren. Hoe zij ze beter,  indrukwekkender of gewoon juister kan maken. Zij legt haar hand op Shin’s buik en schud met haar hoofd: nee, zo gaat het mis.

“Voel maar”, zegt ze en legt Shin’s hand op haar eigen buik. Ook het hele gezicht wordt bij de les betrokken: vanaf de slapen, ogen en jukbeenderen tot de kin. De lippen moeten verder uit elkaar getrokken worden, de mond moet breder, veel breder! Hoort ze nu wel wat voor een verschil het maakt?

 

Nelly- Jihae Shin

Nelly Miricioiu en Jihae Shin © Jeanne Doomen

Jihae Shin is een goede en volgzame leerling, zij onthoudt alles goed en doet braaf na wat haar wordt opgedragen.

“Brava”, roept de lerares, maar die coloratuur (er wordt ‘Caro nome’ uit Rigoletto ingestudeerd), die moet toch echt anders! Die “haha haha haha” moet je niet accentueren, dat doet Reinild (de pianiste Reinild Mees, die alle lessen niet alleen begeleidt maar er ook fysiek aan meedoet) al. Dat moet van de piano komen, je moet er soepel eroverheen glijden, je moet je techniek niet laten horen. En vergeet je glimlach niet, je lippen, je lippen…”

Zij doet het even voor en alles valt weer op zijn plaats. Net als even later bij ‘Ah! non credea mirarti’ uit La Sonnambula. De leerlinge doet het fantastisch, maar pas bij de lerares slaat de ontroering toe.

Hoe vindt u het, lesgeven? En: is het niet verschrikkelijk vermoeiend?
“Ik houd er ontzettend van. Niet iedere goede zanger is ook een goede leraar, maar ik denk dat ik het goed doe. Het is een feit dat veel van mijn leerlingen het echt ver brengen en daar ben ik trots op.

“Een masterclass kan je natuurlijk niet met het echte lesgeven vergelijken, maar zelfs dan hoop je dat je wat wezenlijks over kan brengen. Iets wat blijft. En, voornamelijk, helpt. Ik kijk ook vaak bij masterclasses die mijn collega’s geven, zo leer ik zelf ook nog wat. Ik ben nog steeds leergierig.”

Kijk: het gaat niet alleen om de stem. Of het talent, hard werken en/of uitstraling. Het gaat om het hele plaatje. Dat je er goed uitziet is natuurlijk meegenomen, maar voor mij geldt dat je mij met je stem moet overtuigen en niet met je uiterlijk. Aan de andere kant… Gisteren heb Il Matrimonio Secreto van Cimarosa gezien, met werkelijk fantastische jonge zangers die ook nog eens “looked their roles“ . Een ideale situatie.

Er zijn weinig echt goede leraren en zangers zijn een wegwerpartikel geworden. De enige dat telt is de competitie, maar er is ook veel angst. Want doe iets niet of niet naar de wens dan zijn er tientallen zo niet honderden anderen die al in de rij staan om het van je over te nemen. Ik heb audities meegemaakt, waarbij tegen de zanger werd gezegd: je bent werkelijk geweldig, maar er zijn er veel meer die net zo geweldig zijn als jij, de volgende!”

Hoe denkt u over de vele concoursen die er zijn?
“Ik vind ze zeer belangrijk. Zonder meer. Je kan echt niet zonder. Als je je als jonge zanger wilt profileren, als je je wilt laten zien, dan moet je. En soms hop je van het ene naar  het andere concours in de hoop te winnen en ontdekt te worden.

Wat niet helpt: veel van de concoursen kunnen niet kiezen voor wie ze eigenlijk bedoeld zijn. Willen ze een carrièreopstap zijn voor jonge en beginnende zangers of moet het winnen de al gearriveerde zangers wat meer bekendheid en betere rollen bezorgen.

Daarin onderscheidt de IVC zich in de zeer positieve zin. Je krijgt er alle aandacht en er wordt voor gezorgd dat je er “rijker” vandaan komt, ook al win je niets. Je krijgt er masterclasses en goede raden. En de sfeer is zeer vriendelijk, gemoedelijk.”

Wat vindt u van superrealistische scènes op het toneel, steeds gebruikelijker tegenwoordig? Scènes met geweld en expliciete seks?
“Er is niets tegen realistische beelden, maar moet het in alle details? Choqueren om het choqueren, alles laten zien, omdat het ook op de tv te zien is? Ik weet dat verkrachting bestaat, maar moet ik het op het toneel zien gebeuren?”

Nel La Fiamma

“Vulgariteit op de bühne, dat heb ik nooit begrepen. Is ook nergens voor nodig. Ik herinner mij de productie van La Fiamma van Respighi met de fantastische Roemeense tenor en mijn zeer dierbare collega Gabriel Sadé. De regisseur wilde de liefdesnacht zo realistisch mogelijk in beeld brengen: naakt dus. Dat voelde niet lekker, op die manier zou ik mij nooit op de rol en al zeker niet op het zingen kunnen concentreren. Dat wilde ik niet. Er werd toen besloten om ons een soort “tweede huid” te geven. Het zag er heel realistisch uit, maar voor mijn gevoel had ik iets aan, ik was niet naakt.”

Hieronder de derde akte uit La Fiamma, het begint met het liefdesduet:

Laten we het over verismo hebben. Een stroming die tegenwoordig zo verschrikkelijk veronachtzaamd wordt. Er zijn ook weinig zangers die in de veristische stijl kunnen zingen. Waar zou het aan liggen? Wordt het weinig gespeeld omdat er geen zangers voor zijn? Of zijn er geen veristische zangers omdat het niet gespeeld wordt?
“Beide natuurlijk. Verismo wordt als niet ‘intellectueel’ genoeg beschouwd, daar wordt tegenwoordig op neergekeken. We leven in een tijd die arm is aan echte emoties, aan echte gevoelens: liefde, empathie, geloof. Emoties tonen geldt als ouderwets, daar kan je niets mee als je conceptueel te werk gaat. Er zijn ook geen nuancen meer, die hebben we afgedankt.

Maar er zijn ook weinig zangers die het kunnen zingen, dat is waar. Tijdens de opleiding wordt er te veel nadruk op de technische perfectie gelegd en te weinig op individualiteit.

Mode en hype spelen ook een niet te verwaarlozen rol. Vroeger kon je geen Rossini opera behoorlijk bezetten, tegenwoordig wemelt het van de Rossini en belcanto specialisten.

Soms lijkt het alsof er maar twee mogelijkheden zijn: oude muziek en vroege belcanto én Wagner. Ergens onderweg zijn we niet alleen verismo maar ook Verdi kwijtgeraakt. Je kan makkelijker Tristan bezetten dan Macbeth. Dat geeft te denken. Maar – en dat mag je niet onderschatten – de keuze ligt ook aan dirigenten en hún prioriteiten. De orkesten zijn groot en met een Wagner kan de dirigent kan makkelijker ‘scoren’. “

Nelly met Magda 2000

Nelly Miricioiu met Magda Olivero na de uitvoering van ‘Iris’ van Mascagni. Concertgebouw Amsterdam 2003  ©FB

Zelf heb ik een veristische natuur, het zit in me, mijn lichaam schreeuwt om emoties. Van al mijn rollen het meest houd ik van Iris. Denk ik. Zij is, samen met Silvana in La Fiamma en Francesca da Rimini, een van mijn lievelingsrollen”

Nelly la Fiamma

Over emoties gesproken: hieronder zingt Miricioiu ‘Io son l’umile ancella’ uit Adriana Lecouvreur van Cilea:

Alles wat ik heb bereikt heb ik aan Jan Zekveld, Mauricio Fernandez (de voormalige baas en castingdirector van Zaterdag/Matinee) en Patrick Schmid (medeoprichter en directeur van Opera Rara) te danken. Ze begrepen mijn karakter en ontdekten mijn mogelijkheden. Beiden zagen ze mijn potenties en hebben mij gemaakt zoals ik ben. Ze waren mijn peetvaders.”

Nelly Patric

met Patric Schmid © Opera Lounge


Hieronder Miricioiu in één van haar zeer vele belcanto rollen: Antonina uit Belisario van Donizetti. Ze zingt ‘Egli è spento, e del perdono’:

 

Bent u een fan? Of wilt u er één worden? Op Facebook bestaat een Nelly Miricioiu-fanclub:
https://www.facebook.com/groups/NellyMiricioiuFanclub/

German translation of the interview: Nelly Miricioiu Königin des Belcanto