Month: februari 2017

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier

La morte de verismo: verismo is dood. Onder deze hartenkreet woedt er de laatste jaren een heftige discussie op operamailinglijsten, in operagroepen op Facebook en tijdens geëmotioneerde gesprekken en discussies bij vele liefhebbers van het genre. Maar is het waar? Is verismo dood?

Andrea Chenier

chenier-portret

André Chhénier

Voor mij is Andrea Chénier één van de beste en mooiste opera’s ooit. De muziek vind ik niet minder dan goddelijk en het verhaal is van alle tijden. Het blijft actueel – nu nog misschien sterker dan ooit. De tiran moet van zijn troon afgestoten worden en het volk moet het voor het zeggen krijgen. Daar zijn wij het toch allemaal mee eens?

Was het maar zo simpel! Wie ooit opgegroeid is in een postrevolutionair totalitair regime weet hoeveel verschrikkingen het met zich mee brengt. De ene terreur wordt door een ander vervangen.

Dit is, althans voor mij, het belangrijkste thema in Giordano’s grootste hit. De werkelijke hoofdrol is volgens mij niet voor de echt bestaande dichter André Chénier (wist u dat Giordano Cheniérs gedichten in zijn aria’s heeft gebruikt?) noch voor zijn geliefde Maddalena weggelegd. Het is de Franse revolutie, die, zoals Gérard (ooit Maddalena’s huisknecht en nu één van de revolutieleiders) bitter opmerkt, haar eigen kinderen verslindt.

Tot mijn grote verbazing las ik dat Domingo er niet zo veel mee had, met het personage van Andrea Chénier. De opera vond hij prachtig, maar de rol, één van zwaarste in het ‘lirico-spinto’-repertoire, was voor hem dramatisch niet echt interessant. Voor hem was Chénier ‘een idealist die altijd met zijn hoofd in de wolken loopt’. En toch was het één van de opera’s die hij het liefste zong!

Zelf vind ik dat de rol van de dichter/revolutionair hem past als een handschoen. Liefdespassie en enorme betrokkenheid bij alles wat er in de wereld gebeurt, waren – en zijn nog steeds – zijn handelsmerken.

Domingo zingt ´Un di all’azzurro spazio´ tijdens een recital in 1983:

 

Zijn eerste Cheniér zong hij in 1966 in New Orleans, als de last minute vervanger van Franco Corelli, maar dat was niet zijn eerste optreden in de opera. In het seizoen 1960/61 zong hij Incredibile en de Abt, in Mexico.

chenier-domingo-cd

Mijn dierbaarste cd-opname is in 1976 door RCA (GD 82046) vastgelegd. De cast is om te likkebaarden: Renata Scotto zingt Maddalena, Sherrill Milnes is Gérard en in de kleine rollen horen we o.a. Jean Kraft, Maria Ewing, Michel Sénéchal en Gwendolyn Killebrew. James Levine, die het National Philharmonic Orchestra dirigeert, snapt precies waar het in de opera over gaat. Om te huilen zo mooi.

Scotto zingt ‘La Mamma morta’:

chenier domingo dg

In 1981 werd de opera in Wenen voor tv opgenomen. Die opname is inmiddels op dvd uitgebracht (DG 073 4070 7). Gabriela Beňačková, één van de meest ondergewaardeerde zangeressen in de geschiedenis, zingt een Maddalena van vlees en bloed. Huiveringwekkend mooi en ontroerend.

Piero Cappuccilli is een Gérard uit duizenden en ook hier zijn de kleine rollen door grote zangers ingevuld: Madelon wordt door niemand minder dan Fedora Barbieri gezongen. De productie van Otto Schenk is een lust voor het oog.

Zie ook:
IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana

Asmik Grigorian als Fedora: verismo op zijn best.

Daniela Dessì schittert als ADRIANA LECOUVREUR

Gedenkwaardige Adriana Lecouvreur uit de Met

ZAZÀ

CECILIA

JONAS KAUFMANN: verismo

KRASSIMIRA STOYANOVA: Verismo

Umberto Giordano en zijn Fedora

 

3 x RUSALKA: Kristine Opolais, Gabriela Beňačková en Ana María Martinéz

Kristine Opolais

rusalka-opolais

Regisseur Martin Kušej creëerde in 2010 een nieuwe Rusalka voor de Bayerische Staatsoper in München. Met de nadruk op nieuw, want de opera zelf was amper meer te herkennen. De zieke enscenering zette de ijzersterke cast helaas op het tweede plan.

Het label Cmajor (706408) heeft de opera op dvd opgenomen en daar ben ik niet echt blij mee. De regisseur Martin Kušej heeft het drama naar de Oostenrijkse Amstetten verhuisd. Weet u nog wie Josepf Fritzl was? Juist ja.

Hoe ziek moet je brein zijn om Rusalka, één van de allermooiste, maar ook één van de allerdroevigste sprookjes ooit, met het gruweldrama in het Oostenrijkse Amstetten te vergelijken? Hoe ziek moet je brein zijn om van Watergeest, de allerbeminnelijkste en liefhebbendste ‘sprookjesvader’, de psychopaat Joseph Fritzl te maken? Hoe ziek moet je geest zijn om van de naïeve, kinderlijke waternimf een krolse kat te maken?

Nee, dat staat niet in het libretto. En het staat ook niet in de muziek. De kleine Rusalka heeft haar hart en ziel aan een menselijk wezen verpacht. En in ruil voor het menselijk lichaam offert ze aan de heks Ježibaba het mooiste wat zij heeft – haar stem.

In het sprookje van Andersen loopt het niet goed af, en niet anders is het in het sprookje van Dvořak. Maar: voor ze haar stem kwijtraakt, zingt Rusalka het ‘lied aan de maan’, zowat het mooiste wat er ooit is gecomponeerd.

Maar kan het de regisseur wat schelen? Als hij maar scoren kan! Wat een zonde van de prachtige opera! En wat een zonde van de werkelijk fantastische zangers.

Kristine Opolais (Rusalka) is om te zoenen zo mooi. Letterlijk en figuurlijk. Klaus Florian Vogt is een goede prins en zingt beter dan ik van hem gewend ben.

Günther Groissböck is met zijn diepe, warme bas absoluut één van de beste keuzes voor Wodnik. Hij doet zijn best om de enge Fritzl te verbeelden. Dat wat hij zingt en wat hij doet in geen enkel geval met elkaar sporen, is zijn schuld niet.

Soms wens je jezelf terug naar het cd-tijdperk.

 

Gabriela Beňačková

rusalka-benackovaDe wegen (en de programmering) van sommige operahuizen zijn ondoorgrondelijk. Want waarom de ene opera wel en de andere niet?

Rusalka, toch een groot succes in veel operahuizen ter wereld, bereikte Wenen pas in 1987, 86 jaar na de première. Waarom? Dat weet niemand, maar de voorstelling was het grote wachten meer dan waard. Al op de premièreavond sprak men (terecht!) van een legendarische uitvoering.

Gelukkig voor ons werd de voorstelling toen voor de radio opgenomen en later op cd uitgebracht. De muziek werd met twintig minuten ingekort (de scènes met de boswachter en de koksjongen). Jammer eigenlijk, maar niet meer dan dat.

De hoofdrol werd gezongen door mijn geliefde Rusalka allertijden: Gabriela Beňačková. Haar stem was een juweel op zich: licht, teder en toch intens en vol van emoties. Het lied aan de maan heeft nog nooit ontroerender geklonken: onschuldig, maar al vol met passie.

Schitterend was ook de Prins van Peter Dvorsky. Wat een mooie, lyrische stem! Jevgenij Nesterenko was zeer indrukwekkend en ontroerend in zijn rol van de smartelijke Watergeest.

Eva Randova imponeerde in haar dubbele rol van de heks Ježibaba en de Vreemde Prinses, al is de keuze om beide rollen door dezelfde zangeres te laten zingen nogal vreemd en verwarrend. Het Weense orkest onder Václav Neumann speelde zeer bezield (Orfeo C638 0421)

Hieronder zingt Beňačková het ‘lied tot de maan’, tijdens een concert in Praag, 1988:


Ana María Martinéz

rusalka-martinez

Het Glyndebourne Festival zette in 2009 Dvořáks Rusalka op het toneel en toen ook meteen live voor cd opgenomen. Een jaar later bracht het festival een opname van de productie uit op haar eigen label (GFOCD 007-09)

Men kan zich afvragen waarom er geen dvd van gemaakt is (de foto’s zien er prachtig uit), maar misschien is het ook maar beter zo. Want nu kunnen we ons geheel op de muzikale kant concentreren. En geloof me: zo’n prachtig orkestspel hebt u nog nooit gehoord. Al bij de ouverture ziet u wat er gebeurt, ondanks het gebrek aan beeld. U ziet het meer, omgeven door bossen, u ziet de dansende nimfen en de heldere maan. De betovering, die is voornamelijk aan het London Philharmonic Orchestra te danken en aan de magische directie van Jíří Bělohlávek.

De hoofdrol van de ongelukkige waternimf, wier liefde voor de man haar fataal werd, wordt hier gezongen door Ana María Martinéz. Zij combineert de Slavische, ietwat hysterische vibrato met de Latijnse passie. Minder romig dan wij van een bepaalde zangeres zijn gewend, maar met veel meer gevoel en onverholen droefheid. Aan de ene kant nog de maagdelijke nimf, maar aan de andere al de liefhebbende vrouw van vlees en bloed.

Larissa Diadkova is Ježibaba uit duizenden en Brandon Jovanovich een zeer mannelijke prins.

Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) bij de première van La Fanciulla del West

Vrouwen van Puccini zijn nooit eendimensionaal. Dat staat ook in zijn muziek, maar wie kan nog de bedoelingen achter de noten lezen? Goede Minnie’s zijn tegenwoordig schaars en om de beste tegen te komen, moet men teruggaan naar de jaren vijftig/zestig

Net als Salome wordt Minnie door mannen geliefd/begeerd. Ja, zegt u, zij is ook de enige vrouw in de enkel door kerels bewoonde ruwe wereld van goudzoekers. Maar zo simpel ligt het niet. Zij woont helemaal alleen in een afgelegen hut en een paar minuten nadat ze een vreemde man heeft ontmoet, nodigt ze hem bij haar thuis uit. Ze rookt en drinkt whisky. En ze houdt van een spelletje kaarten, desnoods vals.

In de scène voorafgaand aan het pokerspel zegt zij tegen de sheriff: “Wie ben jij, Jack Rance? De eigenaar van een speelhol. En Johnson? Een bandiet. En ik? De eigenares van een bar en een speelhol, ik leef van whisky en goud, van de dans en de faro. We zijn allemaal dezelfden! We zijn allemaal bandieten en bedriegers!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi als Minnie

En nu wil ik het met u niet over Renata Tebaldi hebben, al was zij één van de grootste (zo niet dé grootste!) Minnie’s ooit. Zij had het geluk om over een exclusief contract met een vooraanstaande platenmaatschappij (Decca) te beschikken, iets waar haar collega’s alleen maar van konden dromen.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni als Minnie met Franco Corelli (Johnsosn)

Vandaar ook dat, op een enkele opera-diehard na, weinig mensen ooit hebben gehoord van Gigliola Frazzoni of Eleanor Steber (om er maar twee te noemen). Geloof mij: geen van beide doet voor Tebaldi onder. Let alleen maar op de scala aan emoties die ze tot hun beschikking hebben. Zij huilen, snikken, schreeuwen, brullen, smeken, lijden en hebben lief. Verismo ten top. Je hebt geen libretto nodig om te snappen wat hier aan de hand is.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

En zij zingen, en hoe! Alle noten zijn er. Er wordt niet gesmokkeld. Nou ja, tijdens een live uitvoering wil wel eens iets misgaan, maar dat is live, dat is drama, dat is opera. En laten wij wel zijn: als je poker speelt met als inzet het leven van je geliefde, denk je niet aan belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

De opname met de Amerikaanse Eleanor Steber werd geregistreerd in 1954 tijdens de Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s sopraan is zeer warm en ondanks de hysterische ondertonen van een bijna volmaakte schoonheid.

Gian Giacomo Guelfi maakt een verpletterende indruk als Rance en de twee samen… nou, vergeet Tosca en Scarpia maar! Ik houd niet van Mario del Monaco, maar Johnson was een rol waarin hij werkelijk groots was. Mitropoulos dirigeert zeer dramatisch met theatrale effecten.

De opname is ook op Spotify te vinden:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

De registratie met Gigliola Frazzoni werd opgenomen in La Scala, in april 1956 (o.a. Opera d’Oro1318). Frazzoni zingt zeer aangrijpend: het is niet altijd even mooi, maar wat een drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is wellicht de meest aantrekkelijke bandiet uit de geschiedenis en Tito Gobbi als Jack Rance is een luxe. Hij is, wat je noemt een vocale acteur. In zijn voordracht hoor je machtswellust en geilheid, maar ook een soort van sentimenteel liefdesverlangen.

fanciulla-corelli

Franco Corelli als Johnson

Gigliola Frazzoni en Franco Corelli  in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’

 De hele opname op Spotify:


The Divine Emma /Božská Ema …

 

Eva-Maria Westbroek als Minnie in Frankfurt

fanciulla-frankfurt

Minnie in La fanciulla del West is niet alleen Eva-Maria Westbroeks favoriete rol, het is ook één van haar beste rollen. Oehms Classics heeft de vertolking die de Nederlandse sopraan in 2013 in Frankfurt gaf op cd gezet, met naast haar nog veel meer imponerende spelers.

Wellicht weet u waarom La fanciulla del West, samen met Edgar en Le Villi, tot de minst gewaardeerde en gespeelde opera’s van Puccini behoort? Ik niet. Vlak na de première in 1910 schreef een anonieme Amerikaanse criticus: “The first act is the best Puccini ever wrote, the second a more passionate evolution of the musical ideas of the first.”

Hoe waar! De muziek is vol onvervalste passie en het verhaal verhult een psychologisch drama dat zelfs in de beste Bergman-film niet zou misstaan (mocht hij zijn stiltes voor muziek willen inruilen).

In de maanden mei en juni 2013 werd La Fanciulla door de Oper Frankfurt opgevoerd. Tot mijn grote vreugde werden de voorstellingen opgenomen en op cd uitgebracht. Vraag is wel: waarom niet op dvd? Naar de foto’s en trailer te oordelen betrof het één van de mooiste en spannendste Fanciulla’s van de afgelopen tijd (geregisseerd door Christof Loy). En aangezien de concurrentie toch al zo klein is…

Hieronder de trailer uit Frankfurt:

Ook zonder visie valt er echter waanzinnig veel te genieten. Eva-Maria Westbroek behoort tegenwoordig tot de allerbeste vertolksters van de hoofdrol en in de Uruguayaanse tenor Carlo Ventre treft zij een Dick Johnson van vlees en bloed. Waar vind je nog zulke spintostemmen, die in staat zijn een veristische opera te zingen?

Ashley Holland toont zich hun gelijkwaardige partner in de rol van Jack Rance, waardoor de ‘pokerscène’ uitgroeit tot wat het zijn moet: een hoogtepunt van de opera.

Ook alle kleine rollen zijn voortreffelijk bezet en het Frankfurter Opern- und Museumorchester onder leiding van Sebastian Weigle speelt met veel gevoel voor drama. Zeer aanbevolen!


Giacomo Puccini
La Fanciulla del West
Eva-Maria Westbroek, Carlo Ventre, Ashley Holland, Peter Marsch, Afred Reiter, Simon Bailey, Bálint Szabó e.a.
Frankfurter Opern- und Museumorchester, Chor der Oper Frankfurt olv Sebastian Weigle
Oehms Classiscs  OC 945

Minnie (LA FANCIULLA DEL WEST) van Frazzoni en Steber

EVA-MARIA WESTBROEK als Sieglinde.

Felix Mendelssohn door Liza Ferschtman & Friends

liza-ferschtman-mendelssohn

Vanwaar zo veel haast? Vat u het niet al te letterlijk op, alstublieft, want Liza Ferschtman heeft er jaren over gedaan eer ze besloten had het vioolconcert van Mendelssohn op te gaan nemen. Toen het eindelijk zo ver was, wist zij dan ook zeker hoe het moest. Maar de haast, die moet u ook letterlijk opvatten, want het tempo die Ferschtman neemt, bijgestaan door het fantastisch begeleidende Gelders Orkest onder Kees Bakels, liegt er niet om.

Het is wel even schrikken, maar gelukkig duurt het niet al te lang. Bij deel twee aangekomen neem de violiste de tempoaanduiding (Andante) wel degelijk serieus in acht en de rust keert weder. Het resultaat is een zonder meer fantastische en zeer spannende uitvoering van één van de beroemdste en meest geliefde vioolconcerten. Anders dan ik gewend ben, maar zo boeiend dat ik mij gauw gewonnen geef.

Met de uitvoering van het octet heb ik veel meer moeite. Het is een lieflijk, maar tegelijkertijd ook een zeer volwassen meesterwerkje van een zestienjarige, dat – eerlijk is eerlijk – vaak te zoetsappig wordt uitgevoerd. Een beetje meer pit is dus niet verkeerd. Maar de aanslag van Ferschtman en haar vrienden is feller dan fel, agressief bijna. Té, voor mij.

Felix’ zus Fanny over Scherzo, het derde deel van het Octet:  “dat hele deel moet staccato en pianissimo worden gespeeld waarbij nu en dan tremulandi naar voren komen en de trillers met een bliksemende lichtheid langs komen; alles licht en vreemd maar tegelijk ook suggestief en innemend; men voelt zich in de wereld van luchtgeesten die half geneigd zijn om een bezemstijl te grijpen en elkaar in een luchtprocessie te achtervolgen. Tot besluit vliegt de eerste viool er met een vederlichte luchtigheid vandoor en is alles verdwenen”.

Die “bliksemde lichtheid van de luchtgeesten”, die mis ik. De uitstekende (live) opname klinkt zeer helder.


FELIX MENDELSSOHN
Violin Concerto, op.64
String Octet, Op.20
Liza Ferschtman (viool)
Het Gelders Orkest olv Kees Bakels
Itamar Zorman, Elina Vähälä, Corina Belcea (viool)
Krzysztof Chorzelski, Marc Desmons (altviool)
Sebastian Klinger, Antoine Lederlin (cello)
Challenge Classics CC72748 • 58’

Uitstekende uitvoering van Schönbergs Moses und Aron

moses

Naxos durft wel! Nu we amper nog nieuwe opera-opnames op cd kunnen verwachten (afgezien van de bekendste hits met de grootste sterren), hebben ze Schönbergs Moses und Aron in 2003 live in Stuttgart opgenomen en uitgebracht.

Moses und Aron, één van de belangrijkste opera’s van de twintigste eeuw, is onvoltooid gebleven. Het stuk werd in 1954 voor het eerst (postuum) opgevoerd in Hamburg, maar een echte hit is het nooit geworden, ondanks de zeer sterke dramatische expressie en de mogelijkheden die ze aan de conceptueel werkende regisseurs biedt.

Schönberg zelf beschouwde het als zijn belangrijkste werk. Het was ook zijn antwoord op het oprukkende antisemitisme en zijn (noodgedwongen) hervonden Joodse identiteit.

De hoofdrollen zijn toebedeeld aan een bariton (Moses), die zich van het Sprechgesang bedient, en een hoge, belcanteske tenor (Aron), die als een spreekbuis dient voor zijn broer. Want Moses mag dan vol ideeën zitten, verwoorden kan hij ze niet (‘O wort, du wort, das mir fehlt’).

Ronald Kluttig werkte een paar jaar als assistent van Lotar Zagrosek, en dat is aan hem te horen: zijn benadering van de complexe partituur is zeer persoonlijk en betrokken.

Het koor zingt fenomenaal, Wolfgang Schöne is een prachtige, kernachtige Moses en de ‘ruim intonerende’ Chris Merritt neem ik wel voor lief.

 

Jammer genoeg is de geweldige productie van Peter Stein door DNO in Amsterdam nooit vastgelegd (en ook nooit teruggekomen:

 

 

Deze, uit 2017 is ook zeer fraai (regie Willy Decker)

Nee, Il Trovatore van Verdi gaat niet over de eerste wereldoorlog!

trovatore_a4-300dpi

Voor de deur naar de woonvertrekken van graaf Luna liggen een paar van zijn dienaren te slapen. “Wordt wakker”, roept Ferrando, Luna’s vazal en kapitein van zijn lijfwachten. “De graaf moet zijn bewakers waakzaam vinden; soms brengt hij hele nachten onder het balkon van zijn geliefde door”… Wat voor beeld doemt nu voor uw ogen?

Nee, dát beeld krijgt u niet te zien in Amsterdam. Want een opera moet altijd geïnterpreteerd worden. “Dat doet iedere regisseur”, aldus Àlex Ollé van La Fura dels Baus, de interpretator van Il trovatore bij De Nationale Opera. Dat hij wellicht een stap te ver gaat, daar is hij zich van bewust. Maar tegelijkertijd voelt hij dat hij met zijn herinterpretatie “dichter bij de intenties van Verdi is gekomen”. Wat Verdi zelf er van vindt, daar komen wij niet achter: voor zo ver ik weet werd het hem niet gevraagd.

Violeta Urmana (Azucena), Koor van De Nationale Opera

Violetta Urmana (Azucena) ©Ruth Walz

Ollé situeert de actie ‘ergens in Europa’ tijdens de eerste Wereldoorlog, inclusief de loopgraven en gasmaskers. Arágon en de bergen van Biskaje zijn in geen velden of wegen te vinden en in plaats van brandstapel en het schavot krijgen we een ordinair  pistoolschot. Ik kan er maar geen logica in ontdekken. De hele oorlog is er met de haren bij gesleept: net zo goed kon Ollé het verhaal zich op Mars laten afspelen.

Scène uit 'Il trovatore' met solisten en Koor van De Nationale Opera

©Ruth Walz

De beelden vond ik bij vlagen mooi. Ollé liet de actie af en toe bevriezen, waardoor je het gevoel had van naar een still uit een oude zwart/wit film te kijken. De belichting kon mij ook bekoren, maar van mensen die dichtbij zaten vernam ik dat de lampen meedogenloos waren voor de ogen. Over de nonnen met gasmaskers op kan ik alleen maar zwijgen. Absurdisme ten top.

trovatore

©Ruth Walz

Il Trovatore is een romantische opera bij uitstek. Het verhaal gaat dan ook over een vlammende liefde, alles verterende jaloezie en jarenlang opgekropte wraakgevoelens. Daar heeft Verdi zeer passionele muziek bij gecomponeerd die geen enkele verklaring behoeft. Men neme vijf beste zangers die er zijn en een zijn vak meer dan goed kennende dirigent, meer is er niet nodig. Wedden dat je dan subiet ook alle oorlogen vergeet?

Met de zangers zat het wel snor. Ik denk niet dat er tegenwoordig een betere Manrico te vinden is dan Francesco Meli. Hij heeft het allemaal: squillo, mordibezza, onvervalst Italiaans timbre en het onweerstaanbare mengsel van zoetgevooisde machismo. Het is dan onvergefelijk dat zijn cabaletta en stretta zowat gehalveerd werden. Wie was daarvoor  verantwoordelijk? En waarom? Meli kan het!

Francesco Meli (Manrico), Carmen Giannattasio (Leonora)

Francesco Meli (Manrico) en Carmen Giannattasio (Leonora) ©Ruth Walz

Carmen Giannattasio’s stem is misschien een tikje te klein voor Leonora, maar haar interpretatie deed veel goed. Ik verwacht dan ook dat zij, naarmate de voorstellingen vorderen, in haar rol zal groeien.

Violeta Urmana (Azucena), Koor van De Nationale Opera

Violetta Urmana (Azucena) ©Ruth Walz

Het was een ongekend genoegen om Violetta Urmana in één van haar glansrollen terug te kunnen verwelkomen. Zij had alles in huis voor een geslaagde Azucena: mooie borstregister, goede laagte en een stem die zelfs tot de slechtste akoestische plekken in het Muziektheater doordrong. In haar interpretatie is zij, denk ik, ook moeilijk te evenaren. Brava!

trovatore0011

Simone Piazzola (Luna) en Carmen Giannattasio (Leonora) ©Ruth Walz

Simone Piazzola was helaas niet de beste Luna ter wereld. Zijn stem is ontegenzeggelijk mooi en zeer aangenaam om naar te luisteren, maar het droeg niet. Er ontbrak hem ook aan charisma: zijn Luna leek meer op een lieve teddybeer dan op een gevaarlijke, door de liefde geobsedeerde gek.

trovatore-carmen

Francesco Meli (Manrico), Carmen Giannattasio (Leonora) en Simone Piazzola ©Ruth Walz

Maar dat ‘Il balen del suo sorriso’, één van de echte showstoppers in de opera totaal mislukte was zijn schuld niet. Het was de dirigent die gewoon niet kon beslissen welke tempo hij nu ging nemen waardoor het orkest en de bariton geen seconde synchroon liepen.

centraal: Roberto Tagliavini (Ferrando), Koor van De Nationale Opera

In het midden Roberto Tagliavini (Ferrando) ©Ruth Walz

Roberto Tagliavini was een fantastische Ferrando en Florieke Beelen wist mij in haar kleine rol van Inez zeer te imponeren.

Dé hit uit de opera, het zigeunerkoor, werd meer dan subliem gezongen, maar in andere scènes vond ik het Koor van De Nationale Opera een beetje dof klinken. Maar dat kan aan het decor van betonblokken – pardon, de loopgraven – gelegen hebben.

Het orkest vond ik zonder meer prima, maar de dirigent … Maurizio Benini heeft een grote naam, maar die wist hij gisteren niet waar te maken. Hij dirigeerde behoorlijk slordig en ik kon zijn tempokeuze niet echt waarderen. Stond de boel in ‘Sì, ben mio’ zowat stil, in de daarop volgende ‘Di quella pira” kwam ik adem te kort alleen al bij het luisteren!

Bij het slotapplaus klonken enorme bravo’s voor Manrico en Azucena. Ook Leonora, Luna en Ferrando kregen een warm onthaal. Bij het regieteam en de dirigent bleef de reactie echter beperkt tot lauw handgeklap.

Trailer van de productie:

Giuseppe Verdi
Il Trovatore
Simone Piazzola, Carmen Giannattasio, Francesco Meli, Roberto Tagliavini, Florieke Beelen e.a.
Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu); Nederlands Filharmonisch Orkest olv Maurizio Benini
Regie: Àlex Ollé (La Fura dels Baus)

Bezocht op 8 oktober 2015

Voor de discografie zie:
IL TROVATORE. Discografie

Interview met Carmen Giannattasio:
CARMEN GIANNATTASIO

 

I Puritani. Mini discografie

puritani

Van I Puritani wordt beweerd dat het een echte sopraanopera is, maar dat is niet helemaal waar. Elvira is dan wel de spil waar alles om draait, zij is tevens één van de meest passieve operaheldinnen die ik ken. Alles wat om haar heen en met haar zelf gebeurt, gebeurt ondanks haarzelf, want behalve liefhebben en gek worden schijnt ze niets anders te kunnen..

Het is de bas (haar oom Giorgio), die allerlei plannetjes bedenkt om de actie de gewenste kant op te sturen, en daar wordt hij door Bellini met de mooiste aria (‘Cinta di fiori’) voor beloond. Teneinde de gek geworden sopraan van de wisse dood te redden verzoekt hij de bariton om het leven van de tenor te sparen, wat in een stoere en bloedmooie duet (‘Suoni la tromba’) uitmondt, een echte showstopper. Ook de tenor, die in een vlaag van patriottische waanzin de boel in de war lijkt te sturen, krijgt heel wat mooie (en hoge!) noten te zingen.

Al die rollen vereisen een voortreffelijk belcanto techniek, met goede coloraturen, leggiero en legato. Vergeet ook het gevoel voor drama niet, want wat Bellini (en zijn librettist!) voor de arme sopraan hebben bedacht is niet niets: eerst wordt ze uitzinnig van vreugde, daarna verliest ze haar verstand. Die krijgt ze dan terug om het prompt meteen kwijt te raken. Bent u er nog? Want het is nog niet afgelopen: haar verstand komt terug en ze wordt alweer uitzinnig van vreugde. Oef.. Gelukkig stopt de opera hier, want die arme Elvira kan blijkbaar zo’n kunstje een paar keer per dag herhalen.

CD’S

JOAN SUTHERLAND

puritani-suth

Elvira was, net als Lucia, het paradepaardje van Maria Callas en Joan Sutherland, beiden hebben haar ook meerdere mallen opgenomen. In 1974 heeft Richard Bonynge (Decca 4175882) de opera weergaloos opgenomen, met naast Sutherland een sublieme mannen trio: Luciano Pavarotti, Nicolai Ghiaurov en Piero Cappuccilli. Sutherland klinkt als een klein hoopje ellende, en haar virtuositeit kent geen grenzen. Pavarotti bezat nog in die tijd alle hoge noten, die hij dan languit en schijnbaar zonder moeite uitknalt.


 

MARIA CALLAS

puritani-calls

De opname met Callas uit 1953 (Naxos 8110259-60) gaat gebukt onder de misbezetting van Arturo door Giuseppe di Stefano, die de rol in geen opzicht aankan. Maar Nicola Rossi-Lemeni (Giorgio) en Rolando Panerai (Riccardo) zijn voortreffelijk, en Tulio Serafin dirigeert met schwung en zeer theatraal. Helaas is de score niet compleet.


 

 

BEVERLY SILLS

puritani-sills

Een goed (en compleet!) alternatief is de uit 1973 stammende opname onder Julius Rudel (Westminster 4712072), met een zeer virtuoze Beverly Sills. Arturo wordt hier buitengewoon mooi en elegant gezongen door Nicolai Gedda. Hij heeft een mooie aanloop tot zijn hoge noten, en persoonlijk vind ik het zeer aangenaam om naar hem te luisteren.


Resumerend: het beste bent u uit met de Decca- en Westminster-opname. Hier krijgt u alle muziek, alle hoge noten én de goede mannenstemmen. Maar aangezien Naxos’ opname met Callas in de budgetklasse valt, kunt u het zich permitteren om die erbij te kopen. Vanwege de dirigent, vanwege de bas, maar voornamelijk vanwege La Divina. Want laten we eerlijk zijn – niemand kan zo heerlijk gek worden.

DVD’S

ANNA NETREBKO

puritani-nebs

Moeilijker wordt het als u het werk op dvd wilt aanschaffen, want geen van beide door mij bekeken uitvoeringen kan ik zomaar aanbevelen. De Metropolitan Opera-productie, gefilmd in januari 2007 (DG 0734421), is ruim 30 jaar oud en was oorspronkelijk gemaakt voor het duo Sutherland/Pavarotti. Wellicht is dit de verklaring voor het totale gebrek aan personenregie?

Monumentale tableaux-vivants zijn het, waar niemand zich schijnt te mogen bewegen. De decors zijn ‘larger then life’ en alle kostuums ‘historisch verantwoord’. Anna Netrebko is zeer tot de verbeelding sprekende Elvira. En al ontbreekt het haar aan trillers, haar topnoten zijn er en haar presentatie (het charisma, hè?) is meer dan overtuigend.

Zowel de bas (John Relyea) als de bariton (Franco Vassallo) zijn redelijk, maar niet meer dan dat. Eric Cutler (Arturo) heeft een aangenaam timbre en hij haalt (al is het met moeite) zijn hoge noten, maar echt spectaculair is het niet.

Netrebko zingt ‘Deh Vieni al Tempio’uit de eerste acte:

EDITA GRUBEROVA

puritani-grub

Maar Cutler is in ieder geval beter dan de totaal miscaste José Bros in de vijftien jaar oude productie uit Barcelona (ArthouseMusik 107267). Voor Arturo is zijn stem minstens een maatje te klein. Edita Gruberova is een kwestie van smaak. Ik hou niet van haar ‘poesje-mauw-maniertjes’ en vind het geen pretje om naar haar te kijken, maar met de ogen dicht valt er objectief gezien weinig te klagen, want belcanto zingen, ja, dat kan ze wel.

Carlos Álvarez is een eersteklas Riccardo, maar de rest van de cast …. Ach, laten we daarover zwijgen. De regie van Andrei Serban daarentegen is werkelijk subliem en spannend, daar heb ik veel plezier aan beleefd. Een vriend met wie ik keek vatte het zo samen: Netrebko is voor heteromannen en Gruberova (vanwege Álvarez) voor homo’s en vrouwen, maar zo simpel is het natuurlijk niet. Konden we maar knippen en plakken!

MARIELLA DEVIA

puritani-box

Waar u absoluut niet omheen kunt, is een 25 cd’s tellende ‘Bellini box’. Voor rond de 90 euro krijgt u alle opera’s van Bellini, waarvan twee (La Sonnambula, Norma) ook nog eens in twee verschillende uitvoeringen. Veel klinkende namen ook: Callas, Caballé, Scotto, Ciofi, Bernstein…

De meeste opnamen zijn live en de geluids- en uitvoeringskwaliteit is wisselend, maar een kniesoor die daarover valt. Daar zit uiteraard ook I Puritani bij, opgenomen in 1989 in Catania, met Mariella Devia als Elvira. In het begin valt ze een beetje tegen, maar gaandeweg wordt ze steeds beter. Niet alleen heeft ze alle topnoten paraat, ook brengt ze veel (eigen) versieringen mee, en als dat geen art van belcanto is, dan weet ik het niet. Jammer genoeg zijn de mannen niet van hetzelfde niveau, al is Paulo Washington een ontroerende en zeer tot de verbeelding sprekende Giorgio. Op een speciale cd-rom zijn alle libretti bijgesloten. Een MUST! (Dynamic CDS 52/1-25)

 

De Speler van Prokofiev. Discografie

speler-noten

De Speler van Sergej Prokofjeff  (libretto van de componist naar de novelle van Fjodor Dostojevski) is een Freudiaanse ontleding van obsessies en verslavingen. Aan het gokken, aan liefde, aan geld, aan macht, aan alles eigenlijk.

Het tot het absurde doorgevoerde verhaal laat je moedeloos achter, want je kan je met geen enkel personage vereenzelvigen. Allemaal zijn ze even onsympathiek, al voel je soms een soort medelijden met ze en wil je ze af en toe iets van empathie meegeven.

Het geldt net zo goed de gekke Aleksej, die denkt met het “alles of niets spel” de liefde van zijn aanbeden Polina te winnen, als Polina zelf, de generaal, en al zeker de Baboelenka die haar hele vermogen aan de roulette tafel verspeelt. Een zwaarmoedig verhaal verpakt in groteske muziek.

DVD’S

FILM

speler-film

In 1966 werd de opera in de toenmalige USSR verfilmd in de “goede oude” Sovjet stijl (Capriccio 93510). De film is zeer realistisch in zwart/wit opgenomen en de sfeertekening is adembenemend. Op de een of andere manier deed het mij aan The Gaslight denken.

Zoals het toen gebruikelijk was werden de rollen door echte acteurs gespeeld die aan het playbacken waren. De zangers zijn mij onbekend, maar het is niemand minder dan Gennady Rozhdestvensky die het orkest van de USSR National Radio and Television dirigeert.

TCHERNIAKOV

speler

Acht jaar geleden is De Speler live opgenomen in de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Het was een coproductie met de Milanese Scala en de regie was in handen van Dmitri Tcherniakov. Ik moet u eerlijk zegen – vanaf het begin tot het eind zat ik er meer dan geboeid naar te kijken en toen het afgelopen was heb ik de BD (C-Major 701 804) opnieuw gedraaid.

Hier speelt het verhaal zich in een chique hotel af, waar allemaal deftige mensen logeren en waar Aleksej (onvoorstelbaar goede Misha Didyk) een buitenbeentje is. Zijn rol is een echte tour de force en hij haalt de eindstreep zonder problemen. Chapeau!

Vladimir Ognovenko is ook zo’n held. Ademloos keek en luisterde ik naar wat hij met de rol van de generaal deed. En dan Stefania Toczyska als Baboelenka! Zij beheerst de bühne vanaf het moment dat zij, gekleed in haar bontjas onverwachts arriveert totdat zij, totaal blut gespeeld maar weer eens ophoepelt.

De toen nog zeer jonge Kristine Opolais is een fantastische Polina en Stephan Rügamer een gedroomde Markies. Maar de erepalm gaat nu, voor de verandering, naar de regisseur. Hij weet alle personages in al hun gekte tot op het bot te analyseren en zijn personenregie kan als voorbeeld dienen voor hoe het moet. Wat mij betreft – een absolute MUST!

Hieronder een fragment:

CD
GERGIEV

speler-gergiev

Het valt niet altijd mee om naar de muziek sec te luisteren, zeker niet als je het libretto niet goed kent en de taal niet machtig bent. Maar met een beetje voorkennis en de tekst in je hand is het alleen maar een belevenis om de opera in de uitvoering van de Mariinski ensemble onder Valery Gergiev te kunnen beluisteren. Het orkest speelt zeer ritmisch en volgt niet alleen de muziek, maar ook de taal, wat niet meer dan logisch is.

Sergei Aleksashkin is een fantastische generaal, met zijn stem alleen weet hij alle emoties over te brengen en Vladimir Galuzin zingt een prima Aleksej, al haalt hij het niveau van Didyk niet.

De opname uit 1996 is, samen met zes andere opera’s van Prokofjev, waaronder de zelden gespeelde Betrothal in a Monastery en een echte rariteit, de totaal vergeten ‘Sovjet-opera’ Semjon Kotko, in een box met veertien cd’s op de markt uitgebracht. Er zitten geen libretto’s bij, maar het kost ook bijna niets (Decca 4782315).

Prokofjeff speelt en praat over zijn muziek (in het Russisch, helaas geen ondertitels):

De Speler door de Nationale Opera in Amsterdam: DE SPELER in Amsterdam, december 2013

Voor de recensie van Semjon Kotko zie:

SEMJON KOTKO. ZaterdagMatinee november 2016

Teleurstellende LUCIA DI LAMMERMOOR van Diana Damrau

lucia

Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.

Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.

Op de clip uit Münich doet zij ook nog eens aan overacting, iets wat bij mij nogal smakeloos overkomt:

De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.

De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.

De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.


Gaetano Donizetti
Lucia di Lammermoor
Diana Damrau, Joseph Calleja, Ludovic Tézier, Nicolas Testé, David Lee, Marie McLaughlin, Andrew Lepri Meyer
Münchner Opernchor, Münchner Opernorchester olv Jesús López-Cobos
Erato 0825646219018

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

DIANA DAMRAU: FOREVER

DIANA DAMRAU zingt LISZT