Diana_Damrau

De strijd om Lucia di Lammermoor is nog niet gestreden

lucia-di-lammermoor-by-gaetano-donizetti-score-cover-first-edition-KFRB72


MARIA CALLAS, JOAN SUTTHERLAND, BEVERLY SILLS

Lucia di Lammermoor is altijd, misschien meer nog dan Norma, een strijdpunt geweest tussen de aanhangers van Maria Callas en Joan Sutherland. De prestaties van beide dames zijn inderdaad fantastisch en bovendien totaal verschillend. Welke van de twee moet u hebben? Niet makkelijk. Kwestie van smaak, zal ik zeggen?

 

https://static.lafeltrinelli.it/static/images-3/xxl/106/1413106.jpg

Joan Sutherland is ongekend virtuoos en haar coloraturen zo perfect dat het pijn doet. En toch blijf ik er onaangeroerd bij. Waarom? Wellicht omdat het te perfect is? Ik weet het niet. Het kan ook aan mij liggen.

 

Lucia Callas

Waar u ook voor kiest: u kunt echt niet zonder minstens één Callas. Probeer Naxos (8110131-32) met Giuseppe di Stefano en Titto Gobbi, onder Tulio Serafin, want al is Francesco Tagliavini (Warner Classics 2564634081) een veel mooiere Edgar, de rest van de cast (inclusief Callas zelf!) is hier veel sterker.


 

Lucia Sills

Zelf kies ik voor Beverly Sills (Westminster 4712502), zeker als we het over studio-opnames hebben. Haar portrettering verenigt het beste van beide diva’s: de virtuositeit, stemschoonheid en zuivere intonatie van la Stupenda en het grote acteren van la Divina. Niet echt een grote tragédienne (maar dat is Lucia ook niet), meer een passief kindmeisje dat het allemaal over zich heen laat komen. Ook de rest van de cast (Carlo Bergonzi, Piero Cappuccilli, Justino Diaz) is van zeer hoog niveau en Thomas Schippers dirigeert zeer ferm. Maar wat die opname werkelijk bijzonder maakt, is het gebruik van een glasharmonica in de waanzinscène, precies zoals Donizetti het oorspronkelijk had voorgeschreven.


RENATA SCOTTO

Lucia Scotto

Mijn geliefde Lucia, Renata Scotto, heeft de rol nooit in de studio opgenomen. Er zijn wel verschillende piratenopnames met haar in omloop, met als Edgardo onder andere Luciano Pavaratti, Alfredo Kraus, Carlo Bergonzi en Gianni Raimondi.

Van die vier is de opname met Raimondi me het dierbaarst, niet in de laatste plaats vanwege de zeer energieke en dramatisch evenwichtige directie van Claudio Abbado. Het werd opgenomen in La Scala in december 1967 en is ooit op Nuova Era (013.6320/21) verschenen. Helaas is die opname zeer moeilijk verkrijgbaar, maar wie zoekt….

Hieronder Gianni Raimondi en Giangiacomo Guelfi (Enrico) in Orrida è questa notte..

Scotto’s interpretatie van de gekwelde heldin is wel op dvd beschikbaar (VAI 4418). De productie is in 1967 in Tokio opgenomen. Het circuleerde jarenlang op piratenvideo, maar aangezien de geluids- en beeldkwaliteit bijzonder matig was, zijn er met de commerciële uitgave heel veel operaliefhebbers bijzonder blij gemaakt. Het geluid is een beetje scherp, waardoor Scotto’s hoge noten nog metaliger klinken dan normaal, maar: who cares?

Haar interpretatie is zowel zangtechnisch als scenisch van een ongekend hoog niveau. Met een kinderlijk verbaasde uitdrukking (mijn broer doet het mij aan?) op haar gezicht stemt ze in, al is het niet zonder morren, met het gedwongen huwelijk met Arturo (een in alle opzichten afgrijselijke Angelo Marchiandi).

Hieronder Scotto zingt ‘Il dolce suono’. Doe het haar na!

Na haar waanzinaria krijg je de neiging de stekker eruit te trekken, want alles wat erna gaat komen, kan niet anders dan als een koude douche werken. Maar daar vergis je je in. De twee aria’s van Edgardo, gezongen door Carlo Bergonzi, brengen je regelrecht de (zangers)hemel in.

Na afloop kan je niet anders dan huilen, want: waar zijn ze gebleven, de zangers van toen? Klein, lang, dik, mager, met of zonder het acteertalent… Geen van hen was een ballerina, maar zingen konden ze! En enkel door middel van hun stem konden ze alle gevoelens overbrengen waar je nu een heel ‘artistiek team’ voor nodig hebt. Ondanks de toen gebruikelijke coupures een absolute must.

Hieronder zingt Bergonzi ‘Fra poco a me ricovero’

PATRICIA CIOFI IN HET FRANS

Lucia Ciofi

In 1839 bewerkte Donizetti zijn opera voor Parijs en Lucia werd Lucie. Het is niet de alleen de taal die de beide versies onderscheidt, want Donizetti heeft zowel aan het libretto als aan de muziek behoorlijk gesleuteld. Zo werd Alisa (Lucia’s hofdame) uit de opera geknipt en is onze heldin als enige vrouw in een verder louter mannengezelschap gebleven, wat haar nog eenzamer en nog kwetsbaarder maakt.

Normanno heet nu Gilbert en zijn rol werd behoorlijk uitgebreid. Zijn valse spel en manipulaties maken van hem zowat een sleutelfiguur en hij groeit uit tot bijna Iago-achtige proporties. Ook Arturo is als Henri driedimensionaler geworden. En al mis ik ‘Regnava nel silenzio’ en scènes tussen Lucia en Raimondo, ik moet toegeven dat de Franse versie dramatisch veel beter in elkaar steekt.

In deze opname (ooit TDK, hopelijk nog te bestellen) is Patrizia Ciofi niet minder dan fenomenaal als een behoorlijk neurotische Lucie, Ludovic Tézier prachtig als een vileine Henri en Roberto Alagna helemaal in zijn element als Edgar. Het was (toen) één van zijn beste rollen.

Het regisseursduo Patrick Courier/Moshe Leiser stelt zelden teleur. Hun producties zijn altijd realistisch, ingebed in historische perspectief, maar met genoeg ‘knipoog’ naar het heden. Bovendien doen ze wat regisseurs voornamelijk horen te doen: zorgen voor een goede mise-en-scène en zangers in hun spel goed begeleiden om ze overtuigend te laten overkomen.

OVER DRIE LUCIA’S VAN DE LAATSTE TIJD

ANNA NETREBKO

Lucia Netrebko
Deutsche Grammophon bracht de Live in HD-uitzending van Lucia di Lammermoor die in 2009 door de Metropolitan Opera in New York werd uitgezonden uit op dvd en Blu-Ray (DG 0734545). Anna Netrebko zong de hoofdrol. Lucia vond ik nooit echt bij haar passen. Bovendien was ze in die tijd meer bezig zichzelf te etaleren dan dat ze zich om de zielenroerselen van de door haar gespeelde tragische heldin bekommerde.

Piotr Beczala, toen nog geen grote ster, was de lastminutevervanger voor de ziek geworden Rolando Villazón en het moet gezegd worden: samen met zijn landgenoot Mariusz Kwiecien (Enrico) stal hij de show. De regie van Mary Zimmermann is mooi om te zien, maar voegt eigenlijk niet veel toe. Voer voor de vele Netrebko-fans, maar voor de rest?

NATALIE DESSAY

Lucia Dessay

Het Mariinski Theater van Valery Gergiev heeft een Lucia di Lammermoor uit eigen huis op cd gezet (MARO 512). Natalie Dessay is een begenadigd artieste. Ze beschikt over een pracht van een stem met een ongekende hoogte, waarmee ze de moeilijkste coloraturen en fiorituren zingt alsof het niets is. Mooi is zij ook en ze kan waanzinnig goed acteren; het is altijd een plezier om haar in actie zien.

Maar niet al te grote stem kent echter ook zijn beperkingen. Scenisch weet ze die achter haar acteren te verbergen, maar zonder beeld wil er weleens iets misgaan. Dat hoor je ook op deze live-opname uit 2010. Haar coloraturen zijn perfect maar leeg; het heeft geen inhoud. Deze Lucia wordt gek zonder dat je weet waarom. Maar als ze eenmaal gek is, doet ze je duizelen.

Piotr Beczala is, zoals altijd, een fantastische Edgardo, maar ook alle andere zangers zijn prima. Allemaal beschikken ze over een individueel timbre, waardoor je in het zeer homogeen gezongen sextet ook afzonderlijke stemmen kan herkennen.

Valery Gergiev dirigeert energiek en zwiept het orkest op, wat soms resulteert in halsbrekende tempi. De ‘waanzinscène’ (met glasharmonica, bravo!) rekt hij juist uit


 

DIANA DAMRAU

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/71cVsKQYuIL._SX522_.jpg

Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.

Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.

De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.

De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.

De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.


Na al die jaren is mijn top drie nog steeds ongewijzigd:

1. Renata Scotto met Carlo Bergonzi, VAI 4418.

2. Beverly Sills met Bergonzi Westminster 4712502

3. Maria Callas. Ongeacht welke, eigenlijk

 

Advertenties

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

Meyerbeer Damrau

Ik zit in dubio en kom er niet uit. Ik ben dol op Giacomo Meyerbeer, een componist die al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw niet alleen gruwelijk ondergewaardeerd, maar ook smartelijk vergeten is. Een volle 81 minuten met zijn muziek voelt dan ook als een duur geschenk. Zeker als de uitgave zo verzorgd is en de aria’s gezongen worden door één van ’s werelds grootste coloratuursopranen.

Daar komt nog bij dat veel van de aria’s vrijwel onbekend zijn en als je geen diehard Meyerbeer-verzamelaar bent dan heb je er waarschijnlijk niet eens van gehoord. Maar er is meer: aria’s uit Alimelek, oder Die beiden Kalifen en Ein Feldlager in Schlesien beleven hier hun plaatpremière.

En toch….

Ik heb het echt geprobeerd en er mijn best voor gedaan en toch kan ik die cd niet mooi vinden. Ligt het aan Diana Damrau of aan mij dat ‘Robert toi que j’aime’, het zielsroerende aria van Isabelle (Robert le Diable) niet smekend genoeg klinkt en mij onberoerd laat? Of dat ik, luisterend naar ‘Ombre légère’ (Le pardon de Ploërmel) mij erop betrap dat ik naar Natalie Dessay verlang?

Het is allemaal verschrikkelijk virtuoos en  bewonderenswaardig wat Damrau doet maar het laat mij volstrekt koud. . . En toch maakt de uitgave mij gelukkig.


GIACOMO MEYERBEER
Grand Opera
Diana Damrau (sopraan)
Orchestre et Choeur de l’Opera National de Lyon olv Emmanuel Villaume
Erato 0190295848996 • 81’

 

Teleurstellende LUCIA DI LAMMERMOOR van Diana Damrau

lucia

Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.

Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.

Op de clip uit Münich doet zij ook nog eens aan overacting, iets wat bij mij nogal smakeloos overkomt:

De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.

De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.

De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.


Gaetano Donizetti
Lucia di Lammermoor
Diana Damrau, Joseph Calleja, Ludovic Tézier, Nicolas Testé, David Lee, Marie McLaughlin, Andrew Lepri Meyer
Münchner Opernchor, Münchner Opernorchester olv Jesús López-Cobos
Erato 0825646219018

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

DIANA DAMRAU: FOREVER

DIANA DAMRAU zingt LISZT

DIANA DAMRAU: FOREVER

damrau

Mij zult u nooit over het repertoire horen klagen: daar ben ik een groot liefhebber van. Niet alleen van operettes maar ook van sommige musicals en zeker van filmmuziek. Ook die van Disney, ja. Er is ook helemaal niets mis mee en goede filmmuziek verraadt veeleer de ware meesterschap van de schepper.

Er was een periode dat het als minderwaardig werd beschouwd, nu mag het weer. Maar soms lijkt het er op dat het ook moet. Met de nadruk op “moet”.  Moet iedere operaster zich ook in dit repertoire bewijzen? Om te laten zien, dat … ja, wat precies? Dat zij/hij ook croonen kan?

Dat Diana Damrau het kan, staat buiten kijf. Ook het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra onder leiding van David Charles Abell weet er raad mee. En toch. Er knaagt iets. Zelf zegt Damrau altijd een grote voorliefde voor het repertoire te hebben gehad. Sterker: daar is zij mee grootgebracht. Ik wil haar best geloven, al denk ik niet dat zij van de generatie meisjes is die ‘One day my prince will come’ of ‘Over the Rainbow’ onder de douche zong.

Over de cd zelf is best goed nagedacht. Het begint met de (helaas lelijk gezongen)  vocalise uit The Ninth Gate van de in december 2013overleden Wojciech Kilar en eindigt met de vocalise uit de opera Wuthering Heights van Frédéric Chaslin (een cd première!).

Maar de overgang van Kilar via Johann Strauss (Damrau als Adele? Nou…. nee…) naar Gershwin is, voor mij althans, te groot.

Het duet ‘Lippen schweigen’, gezongen met de zeer ongeïnteresseerd klinkende Rolando Villazon is niet minder dan een misser.

Let op: de trackinglist is niet correct!



FOREVER
Unforgettable Songs from Vienna, Broadway and Hollywood
Kilar, Künneke, Kálman, Léhar, Strauss, Loewe, Stephan, Gershwin e.a.
Diana Damrau (sopraan), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra olv David Charles Abell
Erato 5099960266620 • 77’

Voor meer Diana Damrau zie ook:

DIANA DAMRAU zingt LISZT

HÄNSEL UND GRETEL: discografie

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

LUCIA DI LAMMERMOOR met Diana Damrau

OPERETTE. Nieuwjaarsgala’s uit Dresden

 

HÄNSEL UND GRETEL: discografie

hans-tekening

houtsnede naar de tekening van Ludwig Richter (1853)

Sprookjes! Als kind kon ik er nooit genoeg van krijgen en nog steeds ben ik er dol op. Mijn boekenkastje van toen was er goed mee gevuld en ook mijn huidige boekenkast telt ettelijke planken met van alles wat ik op dat gebied te pakken kon krijgen.

Het verhaal van de in een donker bos verdwaalde kinderen, de boze heks en – jazeker! – het peperkoekenhuisje sprak mij, een zeer op snoep verzot meisje bijzonder aan.

Dat er van het sprookje ooit een opera werd gemaakt, dat wist ik wel. In de oude Duitse verfilming van Het dubbele Lotje van Kärstner bezoekt Louise/Lotte de door haar vader gedirigeerde voorstelling van Hänsel und Gretel. De zeer dramatische scène heeft toen enorme indruk op mij gemaakt, de opera stond dus zeer hoog op mijn verlanglijstje.

Mijn eerste echte kennismaking met de opera verliep echter ronduit teleurstellend. En nog steeds kan ik niet echt warmlopen voor het werk. Het is mij niet zoet en niet eng genoeg. Al geef ik onmiddellijk toe dat een mooie, goed gezongen en geacteerde productie mij bijzonder veel plezier kan bezorgen!

De beide mij bekende dvd-opnamen zijn dat zeer zeker en ik zou waarachtig niet weten welke van de twee je zou moeten kiezen.

 

Royal Opera House, 2008

hans-roh

Kleur! Dat is wat het meest opvalt in de Londense (Covent Garden 2008) productie van Moshe Leiser en Patrice Caurier. Het betoverde (en betoverende) sprookjesbos is groen, de hemel blauw, het jasje van Grietje rood, en de koekjes, gebakjes, taarten en puddinkjes hebben alle kleuren van de regenboog. Of nog meer. En fel dat ze zijn!

Het is een ware lust voor het oog, maar ook de zang is op het allerhoogste niveau. Diana Damrau is een verrukkelijke Grietje en Angelika Kirschlager een jongensachtige Hans. Zelfs in scènes met echte kinderen vallen ze niet uit de toon.

Elisabeth Connell en Thomas Allen, hier als levensechte tokkies zijn goed voor veel heerlijke leedvermaak. En dat Anja Silja meer met haar spel dan met haar zang overtuigt zij haar vergeven, zij is tenslotte een heks (Opus Arte OA BD 7032)

Hieronder de trailer:

 

Metropolitan Opera, 2008

 hans-met

De oorspronkelijk voor de Welsh National Opera gecreëerde en in 2008 in de Met opgenomen productie van Richard Jones is minstens zo leuk.

Chistine Schäfer (Grietje) en Alice Coote (Hans) zijn misschien net iets braver, maar Rosalind Plowright en Alan Held zijn net zo lekker karikaturaal als Connell en Allen.

Wat de uitvoering tot een absolute “must have” maakt is de heks van Philip Langridge, daar kan zelfs Anja Silja niet aan tippen! En de droompantomime aan het eind van de eerste acte is gewoon kostelijk.

Tijdens de ouverture en in de pauze krijgen we een kijkje achter de coulissen en mogen we de grimeurs in actie aanschouwen. Zeer bijzonder!

Vladimir Jurowski dirigeert zeer licht, belcantesk bijna.

Waarschuwing voor de puristen: de opera wordt in het Engels gezongen! (Warner 5099920630898)

Hieronder een korte trailer:

 

 

Milaan, 1954

hansel-karajan-italiaans

Over vreemde talen gesproken: het is helemaal niet verwonderlijk dat een voor een voornamelijk jong publiek bedoelde opera in een voor hen verstaanbare taal wordt uitgevoerd.

Zo dirigeerde von Karajan in 1954 in Milaan het sprookje in het Italiaans, maar wel met twee Duitse sopranen in de hoofdrollen: Elisabeth Schwarzkopf en Sena Jurinac. Wat het  begrip “verstaanbaarheid” meteen relatief maakt.

Rolando Panerai is een heerlijke “Pietro”, maar de cd moet u natuurlijk hebben vanwege de door Rita Streich onweerstaanbaar gezongen Sand- en Taumännchen.

Het orkestklank is, ondanks het analoge geluid zeer verfijnd (Datum DAT 12314).


 

 

Von Karajan, 1953

untitled

Verfijning is ook het beste woord om de (studio) opname van Karajan uit 1953 te beschrijven. Alleen al vanwege de ouverture zou je het willen hebben. Orkestraal klinkt het nog mooier dan de opname uit Milaan, maar dat kan natuurlijk aan de voortreffelijke geluidskwaliteit liggen.

Beide Elisabethen: Grümmer en Schwarzkopf klinken zeer geloofwaardig kinderlijk. Hun ‘Brüderchen , komm tanz mit mir’ is gewoon onweerstaanbaar. Het is alleen een beetje jammer dat hun stemmen zo op elkaar lijken, waardoor je niet meer weet of het Hansje of zijn zusje is die nu aan het zingen is. (Warner 509996407162)

Hieronder Schwarzkopf en Grümmer zingen”Abends, ich will schlafen”:

 

Eichhorn, 1971

hans-rca

Er zijn vijf redenen om de opname, die Kurt Eichhorn in 1971 voor RCA maakte aan te schaffen: Anna Moffo (Hans), Helen Donath (Grietje), Christa Ludwig (heks), Arleen Augèr en Lucia Popp (de ‘mannetjes’).

Charlotte  Berthold en Fischer Dieskau zijn niet echt opwindend en het orkest is niet meer dan okay, maar de vijf dames! En stiekem denk ik dat ik Helen Donath’s Gretel misschien de mooiste vind van allemaal. (BMG 74321 252812)

Hieronder Anna Moffo en Helen Donath in `Abendsagen`:

1984

1984

De vermaarde dirigent, violist, operadirecteur en componist Lorin Maazel (1930 – 2014) werd geboren in Frankrijk uit Amerikaanse ouders van Russisch-Joodse afkomst. In de laatste jaren van zijn leven legde hij zich steeds meer toe op het componeren. Op 3 mei 2005 ging bij het Londense Royal Opera House zijn eerste en enige opera, 1984 in première.

Maazel schetste zijn opera als volgt: “Een weerzinwekkend verhaal, dat me uit het hart gegrepen is. Het zet de wereld van Big Brother neer. Precies die wereld, vrees ik, waarin we nu leven. In tegenstelling tot de roman eindigt mijn opera met een sprankje hoop.”

Ruim vijf jaar werkte Maazel aan zijn compositie, en volgens The Guardian (die de opera maar niets vond) stak hij ruim 610.000 euro uit eigen zak in de productie. Niks mis mee, zou ik zeggen?

1984 is een typisch Amerikaanse opera geworden. Dat bedoel ik niet negatief; ik houd er juist van. Je hoort de invloeden van Giancarlo Menotti, Carlisle Floyd en Marvin David Levy, en ook John Harbison is nergens ver weg. En al moet Maazel in zijn componerende collega-dirigent André Previn zijn meerdere erkennen (A Streetcar Named Desire heeft veel meer power en zeggingskracht, en de muziek is beslist van een hoger niveau) is de opera echt heel erg spannend.

De Canadese regisseur Robert Lepage draagt bij aan die spanning met zijn enscenering. Rechttoe rechtaan, de muziek en het libretto nauwkeurig volgend.

De bezetting is werkelijk luxueus: Simon Keenlyside, Richard Margison, Nancy Gustafson, Diana Damrau, Lawrence Brownlee… een echte ‘Sternstunde’. Tel dan ook nog de ingesproken “telescreen voice” van Jeremy Irons bij!.

Nancy Gustafson en Simon Keenlyside:

Hoe krijg je het voor elkaar? Verklaart dit misschien waar de eigen financiële inbreng van de componist aan werd uitgegeven?

Meesterwerk of geen meesterwerk: 1984 is zeer de moeite van het bekijken waard.

Ouverture:

Lorin Maazel
1984
Decca 0743289

DIANA DAMRAU zingt LISZT

 damraulisztcd

Moeilijk te geloven en toch is het waar: veel muziekliefhebbers weten niet eens dat Franz Liszt liederen heeft gecomponeerd.

Iedereen kent en bewondert hem – terecht – om zijn beroemde (en beruchte) pianowerken. Ook zijn orkestcomposities worden regelmatig uitgevoerd en opgenomen. Maar liederen?

En toch: Liszt heeft er ruim honderd geschreven. Je hoort ze alleen zelden op de liedrecitals en de catalogus vermeldt maar een handjevol opnames.

Het bekendst zijn, denk ik, Liszts ‘O Lieb’ en de drie wonderschone Petrarca Sonetten. Zij ontbreken ook niet op de cd die Diana Damrau vijf jaar geleden heeft opgenomen.

Na de soloalbums met onder anderen Mozart en Strauss heeft Damrau zich over de liederen van Liszt ontfermd. Er staan maar liefst negentien liederen erop, waarvan een paar echte wereldprimeurs: bij mijn weten is de tweede versie van ‘Freugdvoll und Leidvoll’ naar de tekst van Goethe nog niet eerder opgenomen.

Men kan zich afvragen of Damrau’s stem niet te licht is voor de liederen. Haar meisjesachtig timbre is zonder meer prachtig en haar hoogte is onberispelijk. Door haar lichte benadering wordt de intimiteit van de liederen onderstreept, maar soms klinkt het allemaal een beetje iel. Iets meer warmte in de stem zou de liederen laten glanzen, iets wat ze nu moeten ontberen.

Eigenlijk verdient zij maar drie sterretjes van de vijf, maar vanwege de werkelijk prachtige begeleiding van Helmut Deutsch geef ik de uitgave een ster meer.


FRANZ LISZT
Lieder
Diana Damrau (sopraan), Helmut Deutsch (piano)
Virgin Classics 07092824 • 77’