Diana_Damrau

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

Meyerbeer Damrau

Ik zit in dubio en kom er niet uit. Ik ben dol op Giacomo Meyerbeer, een componist die al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw niet alleen gruwelijk ondergewaardeerd, maar ook smartelijk vergeten is. Een volle 81 minuten met zijn muziek voelt dan ook als een duur geschenk. Zeker als de uitgave zo verzorgd is en de aria’s gezongen worden door één van ’s werelds grootste coloratuursopranen.

Daar komt nog bij dat veel van de aria’s vrijwel onbekend zijn en als je geen diehard Meyerbeer-verzamelaar bent dan heb je er waarschijnlijk niet eens van gehoord. Maar er is meer: aria’s uit Alimelek, oder Die beiden Kalifen en Ein Feldlager in Schlesien beleven hier hun plaatpremière.

En toch….

Ik heb het echt geprobeerd en er mijn best voor gedaan en toch kan ik die cd niet mooi vinden. Ligt het aan Diana Damrau of aan mij dat ‘Robert toi que j’aime’, het zielsroerende aria van Isabelle (Robert le Diable) niet smekend genoeg klinkt en mij onberoerd laat? Of dat ik, luisterend naar ‘Ombre légère’ (Le pardon de Ploërmel) mij erop betrap dat ik naar Natalie Dessay verlang?

Het is allemaal verschrikkelijk virtuoos en  bewonderenswaardig wat Damrau doet maar het laat mij volstrekt koud. . . En toch maakt de uitgave mij gelukkig.


GIACOMO MEYERBEER
Grand Opera
Diana Damrau (sopraan)
Orchestre et Choeur de l’Opera National de Lyon olv Emmanuel Villaume
Erato 0190295848996 • 81’

 

Advertenties

Teleurstellende LUCIA DI LAMMERMOOR van Diana Damrau

lucia

Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.

Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.

Op de clip uit Münich doet zij ook nog eens aan overacting, iets wat bij mij nogal smakeloos overkomt:

De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.

De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.

De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.


Gaetano Donizetti
Lucia di Lammermoor
Diana Damrau, Joseph Calleja, Ludovic Tézier, Nicolas Testé, David Lee, Marie McLaughlin, Andrew Lepri Meyer
Münchner Opernchor, Münchner Opernorchester olv Jesús López-Cobos
Erato 0825646219018

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

DIANA DAMRAU: FOREVER

DIANA DAMRAU zingt LISZT

DIANA DAMRAU: FOREVER

damrau

Mij zult u nooit over het repertoire horen klagen: daar ben ik een groot liefhebber van. Niet alleen van operettes maar ook van sommige musicals en zeker van filmmuziek. Ook die van Disney, ja. Er is ook helemaal niets mis mee en goede filmmuziek verraadt veeleer de ware meesterschap van de schepper.

Er was een periode dat het als minderwaardig werd beschouwd, nu mag het weer. Maar soms lijkt het er op dat het ook moet. Met de nadruk op “moet”.  Moet iedere operaster zich ook in dit repertoire bewijzen? Om te laten zien, dat … ja, wat precies? Dat zij/hij ook croonen kan?

Dat Diana Damrau het kan, staat buiten kijf. Ook het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra onder leiding van David Charles Abell weet er raad mee. En toch. Er knaagt iets. Zelf zegt Damrau altijd een grote voorliefde voor het repertoire te hebben gehad. Sterker: daar is zij mee grootgebracht. Ik wil haar best geloven, al denk ik niet dat zij van de generatie meisjes is die ‘One day my prince will come’ of ‘Over the Rainbow’ onder de douche zong.

Over de cd zelf is best goed nagedacht. Het begint met de (helaas lelijk gezongen)  vocalise uit The Ninth Gate van de in december 2013overleden Wojciech Kilar en eindigt met de vocalise uit de opera Wuthering Heights van Frédéric Chaslin (een cd première!).

Maar de overgang van Kilar via Johann Strauss (Damrau als Adele? Nou…. nee…) naar Gershwin is, voor mij althans, te groot.

Het duet ‘Lippen schweigen’, gezongen met de zeer ongeïnteresseerd klinkende Rolando Villazon is niet minder dan een misser.

Let op: de trackinglist is niet correct!



FOREVER
Unforgettable Songs from Vienna, Broadway and Hollywood
Kilar, Künneke, Kálman, Léhar, Strauss, Loewe, Stephan, Gershwin e.a.
Diana Damrau (sopraan), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra olv David Charles Abell
Erato 5099960266620 • 77’

Voor meer Diana Damrau zie ook:

DIANA DAMRAU zingt LISZT

HÄNSEL UND GRETEL: discografie

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

LUCIA DI LAMMERMOOR met Diana Damrau

OPERETTE. Nieuwjaarsgala’s uit Dresden

 

HÄNSEL UND GRETEL: discografie

hans-tekening

houtsnede naar de tekening van Ludwig Richter (1853)

Sprookjes! Als kind kon ik er nooit genoeg van krijgen en nog steeds ben ik er dol op. Mijn boekenkastje van toen was er goed mee gevuld en ook mijn huidige boekenkast telt ettelijke planken met van alles wat ik op dat gebied te pakken kon krijgen.

Het verhaal van de in een donker bos verdwaalde kinderen, de boze heks en – jazeker! – het peperkoekenhuisje sprak mij, een zeer op snoep verzot meisje bijzonder aan.

Dat er van het sprookje ooit een opera werd gemaakt, dat wist ik wel. In de oude Duitse verfilming van Het dubbele Lotje van Kärstner bezoekt Louise/Lotte de door haar vader gedirigeerde voorstelling van Hänsel und Gretel. De zeer dramatische scène heeft toen enorme indruk op mij gemaakt, de opera stond dus zeer hoog op mijn verlanglijstje.

Mijn eerste echte kennismaking met de opera verliep echter ronduit teleurstellend. En nog steeds kan ik niet echt warmlopen voor het werk. Het is mij niet zoet en niet eng genoeg. Al geef ik onmiddellijk toe dat een mooie, goed gezongen en geacteerde productie mij bijzonder veel plezier kan bezorgen!

De beide mij bekende dvd-opnamen zijn dat zeer zeker en ik zou waarachtig niet weten welke van de twee je zou moeten kiezen.

 

Royal Opera House, 2008

hans-roh

Kleur! Dat is wat het meest opvalt in de Londense (Covent Garden 2008) productie van Moshe Leiser en Patrice Caurier. Het betoverde (en betoverende) sprookjesbos is groen, de hemel blauw, het jasje van Grietje rood, en de koekjes, gebakjes, taarten en puddinkjes hebben alle kleuren van de regenboog. Of nog meer. En fel dat ze zijn!

Het is een ware lust voor het oog, maar ook de zang is op het allerhoogste niveau. Diana Damrau is een verrukkelijke Grietje en Angelika Kirschlager een jongensachtige Hans. Zelfs in scènes met echte kinderen vallen ze niet uit de toon.

Elisabeth Connell en Thomas Allen, hier als levensechte tokkies zijn goed voor veel heerlijke leedvermaak. En dat Anja Silja meer met haar spel dan met haar zang overtuigt zij haar vergeven, zij is tenslotte een heks (Opus Arte OA BD 7032)

Hieronder de trailer:

 

Metropolitan Opera, 2008

 hans-met

De oorspronkelijk voor de Welsh National Opera gecreëerde en in 2008 in de Met opgenomen productie van Richard Jones is minstens zo leuk.

Chistine Schäfer (Grietje) en Alice Coote (Hans) zijn misschien net iets braver, maar Rosalind Plowright en Alan Held zijn net zo lekker karikaturaal als Connell en Allen.

Wat de uitvoering tot een absolute “must have” maakt is de heks van Philip Langridge, daar kan zelfs Anja Silja niet aan tippen! En de droompantomime aan het eind van de eerste acte is gewoon kostelijk.

Tijdens de ouverture en in de pauze krijgen we een kijkje achter de coulissen en mogen we de grimeurs in actie aanschouwen. Zeer bijzonder!

Vladimir Jurowski dirigeert zeer licht, belcantesk bijna.

Waarschuwing voor de puristen: de opera wordt in het Engels gezongen! (Warner 5099920630898)

Hieronder een korte trailer:

 

 

Milaan, 1954

hansel-karajan-italiaans

Over vreemde talen gesproken: het is helemaal niet verwonderlijk dat een voor een voornamelijk jong publiek bedoelde opera in een voor hen verstaanbare taal wordt uitgevoerd.

Zo dirigeerde von Karajan in 1954 in Milaan het sprookje in het Italiaans, maar wel met twee Duitse sopranen in de hoofdrollen: Elisabeth Schwarzkopf en Sena Jurinac. Wat het  begrip “verstaanbaarheid” meteen relatief maakt.

Rolando Panerai is een heerlijke “Pietro”, maar de cd moet u natuurlijk hebben vanwege de door Rita Streich onweerstaanbaar gezongen Sand- en Taumännchen.

Het orkestklank is, ondanks het analoge geluid zeer verfijnd (Datum DAT 12314).


 

 

Von Karajan, 1953

untitled

Verfijning is ook het beste woord om de (studio) opname van Karajan uit 1953 te beschrijven. Alleen al vanwege de ouverture zou je het willen hebben. Orkestraal klinkt het nog mooier dan de opname uit Milaan, maar dat kan natuurlijk aan de voortreffelijke geluidskwaliteit liggen.

Beide Elisabethen: Grümmer en Schwarzkopf klinken zeer geloofwaardig kinderlijk. Hun ‘Brüderchen , komm tanz mit mir’ is gewoon onweerstaanbaar. Het is alleen een beetje jammer dat hun stemmen zo op elkaar lijken, waardoor je niet meer weet of het Hansje of zijn zusje is die nu aan het zingen is. (Warner 509996407162)

Hieronder Schwarzkopf en Grümmer zingen”Abends, ich will schlafen”:

 

Eichhorn, 1971

hans-rca

Er zijn vijf redenen om de opname, die Kurt Eichhorn in 1971 voor RCA maakte aan te schaffen: Anna Moffo (Hans), Helen Donath (Grietje), Christa Ludwig (heks), Arleen Augèr en Lucia Popp (de ‘mannetjes’).

Charlotte  Berthold en Fischer Dieskau zijn niet echt opwindend en het orkest is niet meer dan okay, maar de vijf dames! En stiekem denk ik dat ik Helen Donath’s Gretel misschien de mooiste vind van allemaal. (BMG 74321 252812)

Hieronder Anna Moffo en Helen Donath in `Abendsagen`:

1984

1984

De vermaarde dirigent, violist, operadirecteur en componist Lorin Maazel (1930 – 2014) werd geboren in Frankrijk uit Amerikaanse ouders van Russisch-Joodse afkomst. In de laatste jaren van zijn leven legde hij zich steeds meer toe op het componeren. Op 3 mei 2005 ging bij het Londense Royal Opera House zijn eerste en enige opera, 1984 in première.

Maazel schetste zijn opera als volgt: “Een weerzinwekkend verhaal, dat me uit het hart gegrepen is. Het zet de wereld van Big Brother neer. Precies die wereld, vrees ik, waarin we nu leven. In tegenstelling tot de roman eindigt mijn opera met een sprankje hoop.”

Ruim vijf jaar werkte Maazel aan zijn compositie, en volgens The Guardian (die de opera maar niets vond) stak hij ruim 610.000 euro uit eigen zak in de productie. Niks mis mee, zou ik zeggen?

1984 is een typisch Amerikaanse opera geworden. Dat bedoel ik niet negatief; ik houd er juist van. Je hoort de invloeden van Giancarlo Menotti, Carlisle Floyd en Marvin David Levy, en ook John Harbison is nergens ver weg. En al moet Maazel in zijn componerende collega-dirigent André Previn zijn meerdere erkennen (A Streetcar Named Desire heeft veel meer power en zeggingskracht, en de muziek is beslist van een hoger niveau) is de opera echt heel erg spannend.

De Canadese regisseur Robert Lepage draagt bij aan die spanning met zijn enscenering. Rechttoe rechtaan, de muziek en het libretto nauwkeurig volgend.

De bezetting is werkelijk luxueus: Simon Keenlyside, Richard Margison, Nancy Gustafson, Diana Damrau, Lawrence Brownlee… een echte ‘Sternstunde’. Tel dan ook nog de ingesproken “telescreen voice” van Jeremy Irons bij!.

Nancy Gustafson en Simon Keenlyside:

Hoe krijg je het voor elkaar? Verklaart dit misschien waar de eigen financiële inbreng van de componist aan werd uitgegeven?

Meesterwerk of geen meesterwerk: 1984 is zeer de moeite van het bekijken waard.

Ouverture:

Lorin Maazel
1984
Decca 0743289

DIANA DAMRAU zingt LISZT

 damraulisztcd

Moeilijk te geloven en toch is het waar: veel muziekliefhebbers weten niet eens dat Franz Liszt liederen heeft gecomponeerd.

Iedereen kent en bewondert hem – terecht – om zijn beroemde (en beruchte) pianowerken. Ook zijn orkestcomposities worden regelmatig uitgevoerd en opgenomen. Maar liederen?

En toch: Liszt heeft er ruim honderd geschreven. Je hoort ze alleen zelden op de liedrecitals en de catalogus vermeldt maar een handjevol opnames.

Het bekendst zijn, denk ik, Liszts ‘O Lieb’ en de drie wonderschone Petrarca Sonetten. Zij ontbreken ook niet op de cd die Diana Damrau vijf jaar geleden heeft opgenomen.

Na de soloalbums met onder anderen Mozart en Strauss heeft Damrau zich over de liederen van Liszt ontfermd. Er staan maar liefst negentien liederen erop, waarvan een paar echte wereldprimeurs: bij mijn weten is de tweede versie van ‘Freugdvoll und Leidvoll’ naar de tekst van Goethe nog niet eerder opgenomen.

Men kan zich afvragen of Damrau’s stem niet te licht is voor de liederen. Haar meisjesachtig timbre is zonder meer prachtig en haar hoogte is onberispelijk. Door haar lichte benadering wordt de intimiteit van de liederen onderstreept, maar soms klinkt het allemaal een beetje iel. Iets meer warmte in de stem zou de liederen laten glanzen, iets wat ze nu moeten ontberen.

Eigenlijk verdient zij maar drie sterretjes van de vijf, maar vanwege de werkelijk prachtige begeleiding van Helmut Deutsch geef ik de uitgave een ster meer.


FRANZ LISZT
Lieder
Diana Damrau (sopraan), Helmut Deutsch (piano)
Virgin Classics 07092824 • 77’

PIOTR BECZALA: The French Collection

the-french-connection

In februari 2015 was het zo ver: The French Collection, het langverwachte vervolg op het DG-debuut cd van Piotr Beczala was uit.

 

Hieronder trailer van het album:

 

Het was het wachten waard. Niet in de laatste plaats vanwege het repertoire: Franse opera is, naast de lyrische Verdi, Piotr Beczala’s sterkste kant. Ik ken waarlijk geen zanger die hem in de Massenet en Gounod kan overtreffen.

Zijn heerlijk smeuïge tenor is licht en elegant en zijn Werther, Des Grieux, Faust en (zeker!) Roméo behoren tot de beste vertolkingen die je van de huidige generatie jonge tenoren kunt verwachten. Je zou kunnen zeggen dat Beczala de belichaming van de Franse zangkunst is.

De toon wordt aangezet met een perfect gezongen “Pourquoi me réveiller” uit Werther. Beczala’s smachtende voordracht verraadt niet alleen tekstbegrip, maar ook (of misschien voornamelijk?) zijn affiniteit met de muziek. In één van zijn laatste interviews vertelde hij dat hij het liefst droevige rollen zingt, rollen waarin hij aan het eind doodgaat, want dan kan hij al zijn gevoelens kwijt. Dat hoor je.

Dat de Poolse tenor zo langzamerhand richting zwaarder repertoire gaat is nogal logisch. Zijn stem heeft in de diepte een grote ontwikkeling doorgemaakt, zonder dat zijn hoge noten eronder lijden.

Don José (Carmen) staat dan ook op zijn “to do list”, hopelijk voegt hij daar ook Don Carlos aan toe. Maar het liefst zou ik hem nu in de complete Herodiade en (waarom ook niet?) Robert le Diable  willen horen.  En zeer zeker in ‘Le Cid’: ik kan mij niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo mooi gezongen “Ô Souverain” heb gehoord.

Het enige minpunt vind ik het duet uit Manon van Massenet, waarin hij vergezeld  wordt door Diana Damrau. Haar stem kan mij persoonlijk niet bekoren en ik vind haar een weinig sexy Manon.

Verder: een cd om te hebben en te koesteren!

 


 

The French Collection
Aria’s van Massenet, Berlioz, Verdi, Donizetti, Boieldieu en Bizet
Piotr Beczala (tenor) mmv Diana Damrau (sopraan)
Orchestre de l’Opera National de Lyon olv Alain Altinoglu
DG 4794101

zie ook:
HEART’S DELIGHT. Piotr Beczała zingt operette

OPERETTE. Nieuwjaarsgala’s uit Dresden