Luciano_Pavarotti

RIGOLETTO: discografie

Rigoletto,_Vocal_score_illustration_by_Roberto_Focosi_-_Restoration

‘Bella Figlia dell’Amore’ scène, afgebeeld door Roberto Fossi in één van de vroegste edities van de score

“Dit is mijn beste opera”, zei Giuseppe Verdi na de première. En voegde er aan toe dat hij “waarschijnlijk nooit nog zo iets moois zou kunnen schrijven”. Dat het met het ‘nooit’ wel meeviel, dat weten we nu wel, maar toen moest er toch echt een soort elektrische schok door het publiek zijn gegaan. Zelfs nu, meer dan 170 jaar na de première blijft Rigoletto de opera-hitlijsten ever aan te voeren. Ik vraag mij dan ook oprecht af of er nog operaliefhebbers bestaan die niet minstens één opname van de ‘Verdi-cracker’ op de plank hebben staan.

rigoletto-set-designs-for-the-first-production-by-giuseppe-and-pietro-bertoja-1851

Ontwerp van Giuseppe Bertoja voor de wereldpremiere van Rigoleto (tweede scène van de eerste akte)

 

CD’S

Ettore Bastianini

Rigoletto Scotto Kraus

Mijn grootste favoriet aller tijden is een Ricordi opname uit 1960 (tegenwoordig Sony 74321 68779 2), met een absoluut niet te evenaren Ettore Bastianini in de hoofdrol. Zijn Rigoletto is zo warm en menselijk, en zo vol opgekropte frustraties, dat zijn roep om “vendetta” niet anders dan logisch is.

Renata Scotto zingt een meisjesachtig naïeve Gilda, die door de liefde voor de verkeerde man omgetoverd wordt in een volwassen vrouw. Als geen ander snapt ze, dat het hele gedoe met wraak nergens toe kan leiden en offert zichzelf op, om al dat bloedvergieten en haat te stoppen.

Alfredo Kraus is een Duca uit duizenden: elegant en afstandelijk, hoffelijk en koud als een kikker. Niet zozeer gemeen, maar totaal ongeïnteresseerd en daardoor des te gevaarlijker.

Een sonore Yvo Vinco (Sparafucile) en lekker ordinair verleidelijke Fiorenza Cossotto (Maddalena) zijn ook niet te versmaden, en het geheel wordt zeer geïnspireerd gedirigeerd door Gianandrea Gavazzeni. Jammer genoeg is het geluid niet al te best, maar een echte liefhebber neemt het voor lief.

Bastianini en Scotto in de finale:

Piero Cappuccilli

Rigoletto Giulini

Mijn andere grote favoriet is de in 1980 opgenomen uitvoering onder Carlo Maria Giulini (DG 457 7532). Ileana Cotrubas is de vleesgeworden Gilda. Ze is niet echt een stemacrobaat à la Gruberova, geen kwinkelerende ‘kanarie’ als Lina Palliughi, beslist minder dramatisch dan Callas (terecht, een Gilda is geen Leonora) en wellicht niet zo briljant als Sutherland, maar wat een inlevingsvermogen! Wat een inzet! Wat een tekstbegrip! Haar Gilda, in tegenstelling tot die van Scotto, wordt nooit volwassen, en haar offer is tienermeisjes eigen: onzinnig en zinloos en zo des te ontroerender.

De Duca wordt gezongen door Plácido Domingo, niet echt mijn favoriet voor die rol, al valt er op zijn zang helemaal niets aan te merken. Piero Cappuccilli is een werkelijk fenomenale Rigoletto, zo worden ze niet meer gemaakt.

Maar we moeten Giulini niet vergeten, want zo liefdevol zoals hij met de partituur omgaat… Nee.. mooier kan niet.


Tito Gobbi

.

De opname met Maria Callas uit 1955 (Warner Classics 0825646340958) onder leiding van Tulio Serafin klinkt behoorlijk dof. Giuseppe Di Stefano is een zowat perfecte Duca: een verleidelijke macho, vriendelijk en totaal onbetrouwbaar. Dat zijn hoge noten in ‘Questa o Quella’ er wat uitgeknepen uitkomen, ach… het zij hem vergeven.

Tito Gobbi is gewoon onnavolgbaar. Waar vind je nog een bariton met zoveel uitdrukkingen tot zijn beschikking? Dit is geen zingen meer dit is een les in met je stem acteren! Waar u de opname ook voor zou moeten hebben is Nicola Zaccaria als Sparafucile. Onvergetelijk.

En Callas? Tja…. te volwassen, te dramatisch, te aanwezig.

Gobbi en Callas zingen ‘Si, vendetta! Tremenda vendetta’:

Sherrill Milnes

Rigoletto Pavarotti

Joan Sutherland is een ander verhaal. Licht van stem, sprankelend en onbeschrijfelijk virtuoos maar een onnozele teenager? Nee.

Luciano Pavarotti is denk ik één van de beste en de meest ideale Duca’s uit de geschiedenis. Er zit iets aantrekkelijk vulgairs in zijn stem wat hem seksueel begeerlijk maakt waardoor zijn ettelijke veroveringen makkelijk zijn te verklaren.

Sherrill Milnes is een ontroerende nar, die maar nergens een echte nar wil worden: hoe goed hij zijn best ook niet doet, hij blijft een liefhebbende vader.


Matteo Manuguerra

Rigoletto Deut

Tegenwoordig kent bijna niemand hem meer, maar in de jaren zeventig gold de in Tunesië geboren Manuguerra als één van de grootste vertolkers van zowel het belcanto als het verisme. En Verdi, uiteraard, want zijn mooie, warme, soepel gevoerde stem stelde hem in staat om makkelijk van genres te wisselen.

Maar goed, deze piratenopname (het is ook als cd te koop) beluistert u natuurlijk voornamelijk vanwege Cristina Deutekom. Luister even hoe zij in het kwartet ‘Bella figlia dell’amore’ met een adembenemend portamento naar de hoge D gaat vanuit het borstregister. Dat doet niemand haar na. Daarvoor neemt u de schreeuwerige en ondermaatse Duca van Giuliano Ciannella op de koop toe. Het geluid is abominabel slecht, maar ja: je bent een fan of niet?

(meer…)

Advertenties

I PURITANI. Mini discografie

puritani

Van I Puritani wordt beweerd dat het een echte sopraanopera is, maar dat is niet helemaal waar. Elvira is dan wel de spil waar alles om draait, zij is tevens één van de meest passieve operaheldinnen die ik ken. Alles wat om haar heen en met haar zelf gebeurt, gebeurt ondanks haarzelf, want behalve liefhebben en gek worden schijnt ze niets anders te kunnen..

Het is de bas (haar oom Giorgio), die allerlei plannetjes bedenkt om de actie de gewenste kant op te sturen, en daar wordt hij door Bellini met de mooiste aria (‘Cinta di fiori’) voor beloond. Teneinde de gek geworden sopraan van de wisse dood te redden verzoekt hij de bariton om het leven van de tenor te sparen, wat in een stoere en bloedmooie duet (‘Suoni la tromba’) uitmondt, een echte showstopper. Ook de tenor, die in een vlaag van patriottische waanzin de boel in de war lijkt te sturen, krijgt heel wat mooie (en hoge!) noten te zingen.

Al die rollen vereisen een voortreffelijk belcanto techniek, met goede coloraturen, leggiero en legato. Vergeet ook het gevoel voor drama niet, want wat Bellini (en zijn librettist!) voor de arme sopraan hebben bedacht is niet niets: eerst wordt ze uitzinnig van vreugde, daarna verliest ze haar verstand. Die krijgt ze dan terug om het prompt meteen kwijt te raken. Bent u er nog? Want het is nog niet afgelopen: haar verstand komt terug en ze wordt alweer uitzinnig van vreugde. Oef.. Gelukkig stopt de opera hier, want die arme Elvira kan blijkbaar zo’n kunstje een paar keer per dag herhalen.

CD’S

JOAN SUTHERLAND

puritani-suth

Elvira was, net als Lucia, het paradepaardje van Maria Callas en Joan Sutherland, beiden hebben haar ook meerdere mallen opgenomen. In 1974 heeft Richard Bonynge (Decca 4175882) de opera weergaloos opgenomen, met naast Sutherland een sublieme mannen trio: Luciano Pavarotti, Nicolai Ghiaurov en Piero Cappuccilli. Sutherland klinkt als een klein hoopje ellende, en haar virtuositeit kent geen grenzen. Pavarotti bezat nog in die tijd alle hoge noten, die hij dan languit en schijnbaar zonder moeite uitknalt.


 

MARIA CALLAS

puritani-calls

De opname met Callas uit 1953 (Naxos 8110259-60) gaat gebukt onder de misbezetting van Arturo door Giuseppe di Stefano, die de rol in geen opzicht aankan. Maar Nicola Rossi-Lemeni (Giorgio) en Rolando Panerai (Riccardo) zijn voortreffelijk, en Tulio Serafin dirigeert met schwung en zeer theatraal. Helaas is de score niet compleet.


 

 

BEVERLY SILLS

puritani-sills

Een goed (en compleet!) alternatief is de uit 1973 stammende opname onder Julius Rudel (Westminster 4712072), met een zeer virtuoze Beverly Sills. Arturo wordt hier buitengewoon mooi en elegant gezongen door Nicolai Gedda. Hij heeft een mooie aanloop tot zijn hoge noten, en persoonlijk vind ik het zeer aangenaam om naar hem te luisteren.


Resumerend: het beste bent u uit met de Decca- en Westminster-opname. Hier krijgt u alle muziek, alle hoge noten én de goede mannenstemmen. Maar aangezien Naxos’ opname met Callas in de budgetklasse valt, kunt u het zich permitteren om die erbij te kopen. Vanwege de dirigent, vanwege de bas, maar voornamelijk vanwege La Divina. Want laten we eerlijk zijn – niemand kan zo heerlijk gek worden.

 

DVD’S

ANNA NETREBKO

puritani-nebs

Moeilijker wordt het als u het werk op dvd wilt aanschaffen, want geen van beide door mij bekeken uitvoeringen kan ik zomaar aanbevelen. De Metropolitan Opera-productie, gefilmd in januari 2007 (DG 0734421), is ruim 30 jaar oud en was oorspronkelijk gemaakt voor het duo Sutherland/Pavarotti. Wellicht is dit de verklaring voor het totale gebrek aan personenregie?

Monumentale tableaux-vivants zijn het, waar niemand zich schijnt te mogen bewegen. De decors zijn ‘larger then life’ en alle kostuums ‘historisch verantwoord’. Anna Netrebko is zeer tot de verbeelding sprekende Elvira. En al ontbreekt het haar aan trillers, haar topnoten zijn er en haar presentatie (het charisma, hè?) is meer dan overtuigend.

Zowel de bas (John Relyea) als de bariton (Franco Vassallo) zijn redelijk, maar niet meer dan dat. Eric Cutler (Arturo) heeft een aangenaam timbre en hij haalt (al is het met moeite) zijn hoge noten, maar echt spectaculair is het niet.

Netrebko zingt ‘Deh Vieni al Tempio’uit de eerste acte:

EDITA GRUBEROVA

puritani-grub

Maar Cutler is in ieder geval beter dan de totaal miscaste José Bros in de vijftien jaar oude productie uit Barcelona (ArthouseMusik 107267). Voor Arturo is zijn stem minstens een maatje te klein. Edita Gruberova is een kwestie van smaak. Ik hou niet van haar ‘poesje-mauw-maniertjes’ en vind het geen pretje om naar haar te kijken, maar met de ogen dicht valt er objectief gezien weinig te klagen, want belcanto zingen, ja, dat kan ze wel.

Carlos Álvarez is een eersteklas Riccardo, maar de rest van de cast …. Ach, laten we daarover zwijgen. De regie van Andrei Serban daarentegen is werkelijk subliem en spannend, daar heb ik veel plezier aan beleefd. Een vriend met wie ik keek vatte het zo samen: Netrebko is voor heteromannen en Gruberova (vanwege Álvarez) voor homo’s en vrouwen, maar zo simpel is het natuurlijk niet. Konden we maar knippen en plakken!

MARIELLA DEVIA

puritani-box

Waar u absoluut niet omheen kunt, is een 25 cd’s tellende ‘Bellini box’. Voor rond de 90 euro krijgt u alle opera’s van Bellini, waarvan twee (La Sonnambula, Norma) ook nog eens in twee verschillende uitvoeringen. Veel klinkende namen ook: Callas, Caballé, Scotto, Ciofi, Bernstein…

De meeste opnamen zijn live en de geluids- en uitvoeringskwaliteit is wisselend, maar een kniesoor die daarover valt. Daar zit uiteraard ook I Puritani bij, opgenomen in 1989 in Catania, met Mariella Devia als Elvira. In het begin valt ze een beetje tegen, maar gaandeweg wordt ze steeds beter. Niet alleen heeft ze alle topnoten paraat, ook brengt ze veel (eigen) versieringen mee, en als dat geen art van belcanto is, dan weet ik het niet. Jammer genoeg zijn de mannen niet van hetzelfde niveau, al is Paulo Washington een ontroerende en zeer tot de verbeelding sprekende Giorgio. Op een speciale cd-rom zijn alle libretti bijgesloten. Een MUST! (Dynamic CDS 52/1-25)

 

LA BOHÈME. Discografie

 475048_30X40 LA BOHEME

Een waarschuwing vooraf: u gaat heleboel namen missen. Voor u wellicht dé vertolkers van de hoofdrollen in één van de meest geliefde opera’s aller tijden, maar ik wil eenmaal een keuze maken. Dus: geen Maria Callas, geen Renata Tebaldi en geen Montserrat Caballè. Wie dan wel?

Mirella Freni

 

la-boheme-mirella

Mirella Freni, onder andere. Want over één ding zijn vele operaliefhebbers het waarschijnlijk eens: de beste La Bohème ooit is de in 1973 door Decca opgenomen versie onder von Karajan. Mét Mirella Freni en Luciano Pavarotti.

la-boheme-freni-pa

Rodolfo is altijd een visitekaartje van Pavarotti geweest. Jarenlang gold hij als de beste vertolker van de rol – zijn fantastische legato, soepelheid en natuurlijkheid waarmee hij hoge noten zong, zijn werkelijk exemplarisch. Overigens zong hij, zoals het een beetje Italiaanse tenor uit de tijd betaamde het einde van ‘O soave fanciulla’  op dezelfde hoogte als de sopraan. Niet voorgeschreven, maar vooruit.

Freni was zonder twijfel één van de mooiste Mimi’s uit de geschiedenis. Teer en breekbaar, met haar hartbrekende pianissimi en legatobogen wist ze zelfs de grootste cynici tot tranen toe te roeren.

Von Karajan dirigeerde theatraal en hartstochtelijk, met voldoende aandacht voor de klankschoonheid van de partituur. Zoals de Duitsers zouden zeggen ”das gab’s nur einmal”.

In 2008 vierden we niet alleen de 150-ste verjaardag van Puccini maar ook de honderdste van von Karajan. Het was bovendien 35 jaar geleden dat de befaamde dirigent La bohéme heeft opgenomen: een reden voor een feestje! En zie daar – Decca heeft de opera in een gelimiteerde luxe editie uitgebracht (Decca 4780254). Op de bonus-cd vertelt Mirella Freni o.a. over haar relatie met von Karajan en het zingen van Puccini-rollen, fascinerend.

Aria’s en duet uit de eerste akte:

la-boheme-freni-dvd

Haar debuut als Mimì bij de Metropolitan Opera maakte Mirella Freni in september 1965. Tegenover haar stond een andere debutant: de (hoe onterecht!) tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten Italiaanse tenor Gianni Raimondi. Voor mij is hij te prefereren boven Pavarotti. Ik vind zijn stem aangenamer en eleganter. En hij kon acteren!

Freni’s en Raimondi’s vertolkingen zijn vastgelegd op een prachtige film, geregisseerd door Franco Zeffirelli en gedirigeerd door Herbert von Karajan. Een absolute must (DG 0476709).

‘O Soave Fanciulla’ met Freni en Raimondi:

Renata Scotto

la-boheme-renata

Met La Bohème uit de Met 1977 (DG 0734025) werd er geschiedenis geschreven: het was de allereerste rechtstreekse transmissie uit het Newyorkse operahuis op TV. De productie was in handen van Pier Luigi Pizzi, die toen nog niet geobsedeerd was door overmaat aan ballet en de kleur rood.

la-boheme-scotto

Hoewel ik nooit een groot fan van Pavarotti was, kan ik niet ontkennen dat hij hier een fris geluid produceert en dat zijn hoge noten staan als een huis. Acteren was nooit zijn ‘cup of tea’, maar hier doet hij zijn best.

Echt spannend wordt het bij de binnenkomst van Mimì: in 1977 was Renata Scotto op haar ongekende hoogtepunt. Zij spint de mooiste pianissimi en haar legato en mezza voce zijn om te huilen zo mooi. De rest van de cast is niet meer dan adequaat, maar de jonge James Levine dirigeert alsof zijn leven ervan afhangt!

Scotto in ‘Si mi chiamano Mimì’

 

 

la-boheme-stratas

Musetta was niet echt een rol waar we Scotto mee associëren. Zij zelf eigenlijk ook niet, maar ze nam de uitdaging met beide handen aan. In de Zefirelli Met-productie uit 1982 zong zij een Musetta uit duizenden. Naast de zeer ontroerende José Carreras en Teresa Stratas was zij de onbetwiste ster van deze opname (DG 073 4539 9)

Scotto als Musetta:

 


Cristina Gallardo-Domâs

la-boheme-domas

Soms vraag ik mij af hoe pervers het is als mensen veel geld betalen om, gekleed in bontjassen, naar de misère van kou lijdende arme kunstenaars te gaan kijken?

 boheme-gallardo-domas-scala

Zelf beleefde ik veel plezier bij de aanblik van al dat bont dragende publiek, op weg naar een voorstelling van La bohème in La Scala in 2003 (Arthouse 107119). De toen al 40 jaar oude Zefirelli productie werd een beetje aangepast, maar de prachtige, realistische decors en de schitterende belichting zijn hetzelfde gebleven. De sneeuwvlokken, het uit de herberg stralende licht die de witte aarde warm kleurt, het besneeuwde bankje en het betraand gezichtje van Mimi: het heeft iets magisch en lijkt meer op een film dan op een voorstelling in het theater. Het laat je niet onberoerd, des te meer omdat alle protagonisten werkelijk  superbe zijn.

Cristina Gallardo-Domâs is een tere, door emoties verscheurde Mimì. Haar lyrische sopraan doet een beetje aan Freni denken. Malcero Álvarez overtuigt met een (toen nog) prachtig lyrisch gezongen Rodolfo en Hei-Kyung Hong zet, duidelijk geïnspireerd door Scotto, een kittige Musetta neer. Bruno Bartolletti dirigeert levendig, zonder het sentiment te schuwen.

Hieronder ‘O Soave Fanciulla’ met Gallardo-Domâs en Álvarez:

 

 boheme-emi

Gallardo-Domâs was twee jaar later ook van de partij in Zürich. Met deze zeer realistisch geënsceneerde Bohème maakte Philippe Sireuil een denderend debuut in het Zürchner operahuis (ooit EMI 3774529). Verwacht echter geen Zeffirelli-achtige taferelen met neerdwarrelende sneeuwvlokjes.

Sireuil’s opvatting is zeer “down to earth” en als zodanig meer veristisch-getrouw dan welke andere mij bekende productie. Met veel liefde voor details tekent hij het leven van het viertal kunstenaarsvrienden: hun mansarde is piepklein en benauwd, en hun drang om er iets van te maken levensecht. De kostuums (tweedehands kleding uit kringloop winkels) is hedendaags, maar tegelijk ook tijdloos.

Waar Mimi aan lijdt (in ieder geval niet aan tuberculose – van de regisseur mag ze niet eens hoesten) doet er eigenlijk niet toe, al lijkt het er op dat het om drugs gaat. Gelijk een ziek vogeltje (wat lijkt zij toch op Edith Piaf!) glijdt zij langzaam de afgrond in, en door haar dood worden de anderen gedwongen om na te denken, voor het eerst. De derde acte, gesitueerd op een mistroostig station, is bijzonder sterk en pijnlijk aangrijpend.

Ook de hele cast, met naast de hartverscheurende Gallardo-Domâs een ontroerend mooie Marcello Giordani en een zeer viriele Michael Volle (Marcello) voorop, is voortreffelijk. De zeer betreurde László Polgár zingt Colline. Geloof me: deze La Bohème mag u echt niet missen.

Hieronder Marcello Giordani en Michael Volle in ‘Marcello finalmente’:

 

Anna Netrebko

la-boheme-netrebko

De voorstelling van La Bohème in 2012 in Salzburg was “talk of the town”. Het is bijna niet te geloven, maar het was de allereerste keer dat Puccini’s meesterwerk ook de chique Festspiele heeft bereikt.

la-boheme-beczala

De productie (regie Damiano Michieletto) is een beetje bizar, maar niet onlogisch en de moderne setting doet geen geweld aan de muziek. Het libretto is nog steeds herkenbar, al vind ik de ‘Momus scène’ iets te veel van het goede

Derde acte speelt zich grotendeels bij een soort snackbar aan de besneeuwde snelweg en voor de rest: denk aan Googlemaps als plaatsaanduiding, Parijse huisjes en gebouwen als decor en rekwisieten en een gedoofde sigaret in plaats van een kaars.

Anna Netrebko is geen ballerina meer. Ze is een vrouw geworden en dat doet haar goed. Niet alleen haar uiterlijk, ook haar stem heeft er baat bij. Ik hoor er de warmte in die er eerder niet was. Meer diepte, meer diepgang.

Piotr Beczala is een meer dan voortreffelijke Rodolfo. Zijn techniek is zo perfect dat hij zich goed op het acteren kan concentreren. Ik zou waarlijk geen andere zanger van zijn generatie kennen die de rol beter kan neerzetten.

Nino Machaidze is een in alle opzichten adembenemende Musetta en Massimo Cavalletti een schitterende Marcello. Carlo Colombara neemt als Colline zeer ontroerend afscheid van zijn jas. Ook de orkestklank is prachtig; Daniele Gatti heeft duidelijk affiniteit met Puccini! (DG 0734773).

Hieronder Netrebko, Beczala, Machaidze en Cavalletti in ‘Addio’:

Cheryl Barker

la-boheme-barker

Even terug in de tijd, naar Sydney, Australie, 1993. Voor het eerst zag ik de productie op TV (ja, kinderen: ooit waren er tijden dat een opera gewoon rechtstreeks uit een operahuis op TV werd uitgezonden!) en niet gauw zal ik die avond vergeten. Ik kende geen van de zangers, het was de naam van de regisseur (Baz Luhrmann), die mijn aandacht op de productie liet vestigen.

 la-boheme-luhrmann

De zangers waren voornamelijk jong – een pré, aangezien de opera over jonge, verliefde mensen gaat. Zingen konden ze ook en met hun uiterlijk van heuse filmsterren konden ze zo op het filmdoek. Vreemd eigenlijk, dat op Cheryl Barker (Mimi) na, niemand een grote carrière heeft gemaakt. Dat Luhrmann geobsedeerd was door de opera kunnen ook de filmliefhebbers beamen: zijn Moulin Rouge lijkt er als twee druppels water op, inclusief het rood verlichtte “L’amour” op het dak. (Arthaus Musik 100 954)

Scène uit de productie:

Ileana Cotrubas

la-boheme-ileana

Maar, met de hand op het hart, als ik met maar één opname van La Bohème door het leven moest gaan… dan kies ik voor de 43 jaar oude productie van John Copley gemaakt voor het Royal Opera House.

bo

Mijn ‘onbewoond-eiland-opname’ werd in 1983 door NVC Arts (Warner 4509 99222-2) op dvd vastgelegd en – hoe vaak ik er niet naar kijk, nooit krijg ik er genoeg van. En nog steeds, na al die jaren, moet ik er bij janken. De productie was dit jaar voor het laatst gezien, jammer. Sommige dingen verouderen nooit.

Dat geldt ook voor de cast van toe: Ileana Cotrubas als mijn geliefde Mimì, de onweerstaanbare jonge Neil Shicoff als Rodolfo en Thomas Allen als een zeer erotische Marcello.

Einde van de opera:

 

Discografie LA BOHÈME deel twee
LA BOHÈME Amsterdam december 2017
CIBOULETTE. Hoe het Rodolfo verging