Gigliola_Frazzoni

Minnie’s from Gigliola Frazzoni and Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) at the premiere of La Fanciulla del West

Puccini’s women are never one-dimensional. That is expressed in his music, but who still understands the intentions behind the notes? Good Minnies are scarce these days, and to find the best, one has to go back to the nineteen fifties/sixties.

Like Salome, Minnie is loved and desired by men. Well, you say, she is the only woman in a rough world of miners inhabited only by guys. But it’s not that simple. She lives all alone in a remote hut and a few minutes after meeting a strange man, she invites him to her house. She smokes, and drinks whiskey. And she loves a game of cards, cheating if necessary.

In the scene leading up to the poker game, she says to the sheriff, “Who are you, Jack Rance? The owner of a gambling joint. And Johnson? A bandit. And me? The owner of a saloon and a gambling joint, I live off whiskey and gold, dancing and faro. We’re all the same! We’re all bandits and cheats!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi as Minnie

And I choose not to talk to you about Renata Tebaldi, even though she was one of the greatest (if not the greatest!) Minnie’s ever. She was lucky to have an exclusive contract with a leading record company (Decca), something her colleagues could only dream of.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni as Minnie with Franco Corelli (Johnson)

That explains why few people, apart from a few opera-diehards, have ever heard of Gigliola Frazzoni or Eleanor Steber (to name but two). Believe me: neither soprano is inferior to Tebaldi. Just pay attention to the range of emotions they have at their disposal. They cry, sob, scream, roar, beg, suffer and love. Verismo at its best. You don’t need a libretto to understand what’s going on here.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

They sing as well, and how! All the notes are there. There’s no cheating. Well, something may go wrong during a live performance, but it is live, that’s drama, that’s opera. And let’s face it, when you play poker and your lover’s life is at stake, you don’t think about belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

The recording with the American Eleanor Steber was made in 1954 at the Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s soprano is very warm and despite the hysterical undertones of an almost perfect beauty.

Gian Giacomo Guelfi makes a devastating impression as Rance and the two together… well, forget Tosca and Scarpia! I don’t like Mario del Monaco, but Johnson was a role in which he truly shone. Mitropoulos conducts very dramatically with theatrical effects.

The recording can also be found on Spotify:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

The registration with Gigliola Frazzoni was made at La Scala in April 1956 (a.o. Opera d’Oro1318). Frazzoni sings very movingly: it is not always beautiful, but what drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is probably the most attractive bandit in history and Tito Gobbi as Jack Rance is a luxury. He is, what you call, a vocal actor. In his performance you can hear a lust for power and horniness, but also a kind of sentimental love.

fanciulla-corelli

Franco Corelli as Johnson

Gigliola Frazzoni and Franco Corelli in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’.

The whole recording on Spotify:


Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

In Dutch:Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) bij de première van La Fanciulla del West

Vrouwen van Puccini zijn nooit eendimensionaal. Dat staat ook in zijn muziek, maar wie kan nog de bedoelingen achter de noten lezen? Goede Minnie’s zijn tegenwoordig schaars en om de beste tegen te komen, moet men teruggaan naar de jaren vijftig/zestig

Net als Salome wordt Minnie door mannen geliefd/begeerd. Ja, zegt u, zij is ook de enige vrouw in de enkel door kerels bewoonde ruwe wereld van goudzoekers. Maar zo simpel ligt het niet. Zij woont helemaal alleen in een afgelegen hut en een paar minuten nadat ze een vreemde man heeft ontmoet, nodigt ze hem bij haar thuis uit. Ze rookt en drinkt whisky. En ze houdt van een spelletje kaarten, desnoods vals.

In de scène voorafgaand aan het pokerspel zegt zij tegen de sheriff: “Wie ben jij, Jack Rance? De eigenaar van een speelhol. En Johnson? Een bandiet. En ik? De eigenares van een bar en een speelhol, ik leef van whisky en goud, van de dans en de faro. We zijn allemaal dezelfden! We zijn allemaal bandieten en bedriegers!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi als Minnie

En nu wil ik het met u niet over Renata Tebaldi hebben, al was zij één van de grootste (zo niet dé grootste!) Minnie’s ooit. Zij had het geluk om over een exclusief contract met een vooraanstaande platenmaatschappij (Decca) te beschikken, iets waar haar collega’s alleen maar van konden dromen.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni als Minnie met Franco Corelli (Johnsosn)

Vandaar ook dat, op een enkele opera-diehard na, weinig mensen ooit hebben gehoord van Gigliola Frazzoni of Eleanor Steber (om er maar twee te noemen). Geloof mij: geen van beide doet voor Tebaldi onder. Let alleen maar op de scala aan emoties die ze tot hun beschikking hebben. Zij huilen, snikken, schreeuwen, brullen, smeken, lijden en hebben lief. Verismo ten top. Je hebt geen libretto nodig om te snappen wat hier aan de hand is.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

En zij zingen, en hoe! Alle noten zijn er. Er wordt niet gesmokkeld. Nou ja, tijdens een live uitvoering wil wel eens iets misgaan, maar dat is live, dat is drama, dat is opera. En laten wij wel zijn: als je poker speelt met als inzet het leven van je geliefde, denk je niet aan belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

De opname met de Amerikaanse Eleanor Steber werd geregistreerd in 1954 tijdens de Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s sopraan is zeer warm en ondanks de hysterische ondertonen van een bijna volmaakte schoonheid.

Gian Giacomo Guelfi maakt een verpletterende indruk als Rance en de twee samen… nou, vergeet Tosca en Scarpia maar! Ik houd niet van Mario del Monaco, maar Johnson was een rol waarin hij werkelijk groots was. Mitropoulos dirigeert zeer dramatisch met theatrale effecten.

De opname is ook op Spotify te vinden:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

De registratie met Gigliola Frazzoni werd opgenomen in La Scala, in april 1956 (o.a. Opera d’Oro1318). Frazzoni zingt zeer aangrijpend: het is niet altijd even mooi, maar wat een drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is wellicht de meest aantrekkelijke bandiet uit de geschiedenis en Tito Gobbi als Jack Rance is een luxe. Hij is, wat je noemt een vocale acteur. In zijn voordracht hoor je machtswellust en geilheid, maar ook een soort van sentimenteel liefdesverlangen.

fanciulla-corelli

Franco Corelli als Johnson

Gigliola Frazzoni en Franco Corelli  in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’

 De hele opname op Spotify:


The Divine Emma /Božská Ema …

 

IL TROVATORE. Discografie

trovatore

In oktober 2015 heeft de Nationale Opera in Amsterdam eindelijk Il Trovatore van Verdi op de planken gebracht. De, toch één van de grootste hits uit het Italiaanse operarepertoire, werd jarenlang daarvoor schromelijk verwaarloosd. Waar het aan ligt?

In ieder geval niet (alleen) aan het libretto. Goed, het is een beetje warrig en niet echt makkelijk om te ensceneren. Zeker met een “conceptuele updating” is de kans groot dat je er helemaal niets van snapt. Ik denk dan ook dat de opera het meeste gebaat is bij een rechttoe rechtaan enscenering, die alle valkuilen van ‘pittoreske zigeunerkampen’ weet te omzeilen. Maar wat je misschien nog wel meer nodig hebt – en dat is wat Trovatore zo lastig maakt – zijn vier of eigenlijk vijf kanonnen van stemmen, gepokt en gemazeld in het ‘Verdi-fach’.

Vaak krijg ik het verwijt dat ik in mijn besprekingen belangrijke zangers vergeet. Men mist Maria Callas. Of Cristina Deutekom. Beiden komen nu wel aan bod. Verder heb ik me deze keer beperkt tot cd-opnamen van 1951-1976. De enige dvd die ik noem, dateert uit 1978.

CATERINA MANCINI, 1951

trovatore-mancini

Heeft u ooit van Catarina Mancini gehoord? De in 1924 geboren sopraan had een echte “voce Verdiane”: haar prachtige hoogte en zuivere coloraturen combineerde zij met een dramatiek waar zelfs La Divina jaloers op kon worden. Zo klinkt ook haar Leonora in de opname uit 1951 Rome (Warner Fonit 2564661890). Buitengewoon. Haar Manrico werd gezongen door de zeer heroïsch klinkende (toen al bijna 60-jarige) Giacomo Lauri-Volpi en Luna door een zeer charismatische Carlo Tagliabue. Miriam Pirazzini (Azucena) completeerde de onder Fernando Previtali zeer indrukwekkend gedirigeerde geheel.

Hieronder de eerste akte van de opera:

 

LEONTYNE PRICE en FRANCO CORELLI, 1961

trovatore-price-corelli

Met hun live voor Sony opgenomen optreden in 1961 maakten zowel Leontyne Price als Franco Corelli hun debuut bij de Metropolitan Opera. Corelli is voor mij, naast Del Monaco en Domingo, de beste Manrico ooit. Zeer masculien en zeer sexy, daar kun je als vrouw amper weerstand tegen bieden.

Mario Sereni en Irene Dalis zijn zeer adeqeuaat als respectievelijk Luna en Azucena en het is een grote vreugde om in de kleine rol van Inez niemand minder dan Teresa Stratas te ontdekken. En Charles Anthony als Ruiz mogen we niet vergeten (Sony 88697910062).

Hieronder een fragment van deze opname:

 

LEONTYNE PRICE en PLÁCIDO DOMINGO, 1970

trovatore-price-d

De 19 jaar later voor RCA gemaakte opname laat een rijpere Price horen, maar haar geluid is Een negen jaar later voor RCA opgenomen Trovatore laat een rijpere Leontyne Price horen, maar haar geluid is nog steeds dat van een opgewonden tiener, met zowat de meest perfecte Verdiaanse ‘morbidezza’. Haar ‘D’amor sull’ali rosee’ lijkt net een gebedje, om te huilen zo mooi.

Deze Trovatore was de allereerste opera die Plácido Domingo, toen 28 (!), in de studio opnam. Fiorenza Cossotto schittert als Azucena, maar wat de opname echt onontbeerlijk maakt, althans voor mij, is één van de verrukkelijkste Luna’s ooit: Sherrill Milnes (88883729262).

Hieronder Price, Domingo en Milnes in ‘E deggio e posso crederlo’:

 

LEYLA GENCER, 1957

trovatore-gen

Ik denk niet dat ik u Leyla Gencer moet voorstellen. De Turkse diva geniet een cultus die alleen met die van Olivero en Callas is te vergelijken. Haar soepele, ronde en heldere stem – met pianissimi waarmee ze zich met Montserrat Caballé kon meten – maakten haar buitengewoon geschikt voor opera’s van Verdi. Haar Leonora is gewoon volmaakt: mooier krijgt u het niet.

Ik denk ook niet dat er ooit een betere, mooiere en indrukwekkender Luna is geweest dan Ettore Bastianini. Del Monaco is verder een zeer macho Manrico. Zijn stralende hoogte in ‘Di quella pira’ vergoedt zijn soms weinig genuanceerde interpretatie.

Fedora Barbieri imponeert als Azucena en Plinio Cabassi is een Ferrando om te zoenen. De opname is gemaakt in Milaan in 1957 (Myto 00127).

MARIA CALLAS, 1956

trovatore-callasc

Een probleem in de door Herbert von Karajan in 1956 zeer spannend gedirigeerde opname heet Giuseppe di Stefano. Mooi is hij wel, maar voor Manrico ontbreekt het hem aan kracht.

Fedora Barbieri komt hier nog beter tot haar recht dan op de Myto opname, wat onder andere aan de veel betere geluidskwaliteit kan liggen. Rolando Panerai is een solide Luna, maar van zijn “Il balen” word ik warm noch koud, zeker met Bastianini en Milnes in mijn oren.

En Maria Callas? Callas blijft Callas. Overdramatisch. Haar Leonora is allesbehalve een verliefde puber. Haar ‘D’amor sull’ali rosee’ is meer dan prachtig, volmaakt bijna, maar het laat mij volstrekt koud (Warner 5099964077321).

Hieronder Callas in ‘D’amor sull’ali rosee’:

 

GRÉ BROUWENSTIJN, 1953

trovatore-gre

Het is bijna niet te geloven, maar er waren tijden dat zelfs een opera als Il Trovatore bezet kon worden met louter Nederlandse zangers. Die hoor je ook allemaal in het door Osteria (OS-1001)  in het Amsterdamse Schouwburg in 1953 live opgenomen voorstelling.

De Azucena van Annie Delorie valt mij een beetje tegen, maar de mij onbekende Gerard Holthaus (is er iemand die mij iets meer over hem kan vertellen?) is een verrassend mooie Luna.

Gré Brouwenstijn is zonder meer fantastisch als Leonora. En toch… haar ‘Tacea la notte placida’ dringt niet echt door tot mijn ziel. Mario Cordone behoorde helaas niet tot de allerbeste dirigenten ter wereld en dat is jammer: soms krijg ik het gevoel dat hij een belemmering is voor de zangers.

CRISTINA DEUTEKOM, 1976

trovatore-deut

Geef mij maar Cristina Deutekom! In de opname uit 1976 (Gala GL 100.536) weet zij mij volkomen te overtuigen en tot diep in mijn hart door te dringen. In tegenstelling tot Callas die in alles wat zij zingt gewoon Callas blijft, is zij Leonora. Met haar vederlichte coloraturen klinkt zij precies zoals ik mij een Leonora voorstel: een jong, verliefd meisje met sterke neiging tot overdrijven. Dat laatste in het beste betekenis van het woord.

Ook Jan Derksen is een Luna om rekening mee te houden en stiekem vind ik hem misschien nog beter dan Bastianini en Milnes. Zijn “Il balen” behoort tot de beste versies van de aria die ik ooit gehoord had.

Carolyne James is een okay Azucena, maar de reden dat de opname niet mijn absolute nummer één is komt door de zeer lullig (sorry!) klinkende Juan Lloveras (Manrico).

Hieronder Cristina Deutekom en Lloveras in ‘Miserere’:

RAINA KABAIVANSKA, 1978

trovatore-dvd

Il trovatore was één van de lievelingsopera’s van Von Karajan. In 1962 regisseerde hij een serie voorstellingen in Salzburg, die in 1978 in Wenen werden overgenomen en op de televisie werden uitgezonden. Het is een zeer ouderwetse en statische voorstelling, met realistische decors en kostuums.

De buiten Italië verschrikkelijk ondergewaardeerde Raina Kabaivanska zet een Leonora van vlees en bloed neer: haar stem is donker, met een ouderwets vibrato en een duidelijk gevoerde frasering.

Domingo was een last minute invaller voor de kwaad weggelopen Bonisolli. Voor zijn verrukkelijke, met stralende topnoten gezongen ‘Ah si, ben  mio’ werd hij door het publiek beloond met een minutenlang opendoekje.

Cossotto’s Azucena is inmiddels legendarisch geworden: als geen andere zangeres heeft ze een stempel op die rol gedrukt (Arthouse Music 107117)

Hieronder Domingo, Kabaivanska, Cappuccilli en Cossotto in ‘Prima che d’ altri vivere’:

DI QUELLA PIRA

trovatore-di

Voor wie niet genoeg kan krijgen van ‘Di quella pira’: Bongiovanni (GB 1051-2) heeft een cd uitgebracht met maar liefst 34 uitvoeringen van de tenorhit, opgenomen tussen 1903 (Julian Biel) en 1956 (Mario Filipeschi).

Lauri-Volpi, hier in een opname uit 1923 (!), laat een stralende en lang aangehouden hoge c horen. Hij wordt echter overtroffen door Aureliano Pertile: wat een klank!

Helge Rosvaenge is teleurstellend mat, maar de uit 1926 stammende opname van Richard Tauber (in het Duits) is een heerlijke curiosum (ja, hij kan het!).

Jan Kiepura kan maar niet genoeg krijgen van trillers en last ze overal in, maar wat een rinkelend geluid heeft hij! Zelfs Gigli waagt zich eraan: iets wat hij beter kon laten. De mooiste van allemaal vind ik Jussi Björling uit 1939.

20 Tenors sing Di quella pira High C

 

GIGLIOLA FRAZZONI

Als toetje krijgt u van mij ‘Prima che d’altri vivere’, gezongen door Gigliola Frazzoni (één van de beste Minnie’s in La fanciulla del West) en  Giacomo Lauri Volpi (Manrico), opgenomen in Amsterdam, op 16 oktober 1954. Rolando Panerai is Luna, Marijke van der Lugt zingt Ines en het Amsterdamse Omroeporkest (?) staat onder leiding van Arture Basile.

Il trovatore van Dmitri Tcherniakov, naar de opera van Verdi

IL TROVATORE in Amsterdam 2015