Alma Quartet live: een concert dat van mij eeuwig mocht duren

alma-kwartet-lotte-van-raalte

© Lotte van Raalte

Een soort Siamese tweeling zijn het, de strijkkwartetten van Claude Debussy (1893) en Maurice Ravel (1902-1903). Niet alleen in hun opbouw, ook de delen zelf dragen vrijwel identieke aanduidingen. Wat bij Debussy ‘Assez vif et bien rhytmé’ heet, is bij Ravel ‘Assez vif – Très rhytmé’. Ook het sterk impressionistische derde deel van Debussy heeft een gevoelsgelijke broertje bij Ravel, al is het laatste aardser en iets minder vaag. Niet zo verwonderlijk: Ravels kwartet was gecomponeerd als een ode aan Debussy.

Daar, waar de meeste kwartetten hun best doen om de verschillen tussen de beide werken te accentueren, legde het Amsterdamse Alma Quartet juist de nadruk op hun gelijkenis, waardoor Ravel af en toe zelfs als een bijna letterlijke kopie van Debussy klonk. Voor mij werkte de aanpak zeer verhelderend en ik zou ze graag naast elkaar op een cd willen (her)beluisteren.

De keuze voor de tempi vond ik soms best merkwaardig. Voornamelijk de langzame delen kregen een super softe behandeling waardoor ze in een eeuwig durende oase van rust en zoetere dan zoete klanken veranderden. Heel erg mooi, dat wel, maar men paste het iets te vaak toe, waardoor het op den duur een beetje ‘slepend’ werd in mijn oren.

Alma schulhoff houtsnee Erwin Schulhoff in 1924. Houtsnee van Conrad Felixmüller. Lindenau-Museum, Altenburg, VG Bild-Kunst

Net als Debussy, zijn leraar, en zeer zeker Ravel, stond ook Schulhoff open voor alles, alleen voerde hij het nog verder door, tot in het extreme. “Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme”, schreef Schulhoff in 1919. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo was.

Dat hoor je ook in zijn tweede strijkkwartet uit 1925, waarin hij behalve de door jazz geïnspireerde ritmiek ook de Tsjechische volksmuziek verwerkte. Het Alma Quartet speelde het werk zeer levendig, met een voorbeeldige punctatie en een klank waar je in zou kunnen willen verdrinken. Meesterlijk.

Alma shostakovich-SQ8

Geen complexer strijkkwartet het nummer acht van Sjostakovitsj. De musicologen bestrijden elkaar in het zoeken naar de verborgen betekenissen: was het een aanklacht tegen het fascisme of juist niet? Volgde hij hiermee de lijn van de partij of verzette hij er zich juist tegen?

Allemaal flauwe kul, uiteraard, want alles wat Sjostakovitsj wilde zeggen staat gewoon in de noten. Dat hij met zijn eigen initialen DSCH rijk strooide? Niet voor de eerste keer, bijna al zijn werken zijn er mee gelardeerd. Dat hij zo veel citaten van zijn andere stukken hier in verwerkte? Ook niets nieuws: componisten citeren zichzelf graag, zeker als ze in tijdnood komen (het kwartet is gecomponeerd in drie dagen). Of als ze denken dat ze al eerder iets briljantst hebben gemaakt (een inderdaad geniale tweede pianotrio in dit geval).

Programmatisch stuk of niet: prachtig is het wel. Niets voor niets is het één van de meest gespeelde kwartetten uit de twintigste eeuw!

De Alma’s hebben het kwartet gespeeld als één geheel, waarin alle delen naadloos in elkaar overgingen, zo doende een eendelige symfonie voor strijkkwartet creërend. Prachtig vond ik het, want zo kon men niet alleen beter de herhalingen en de citaten daar uit vissen maar ze ook met elkaar in verbinding brengen. Het was alsof ze wilden zeggen: hou nou eens op met dat eindeloze geouwehoer en luister naar de muziek pur sang! Of dat de bedoeling was weet ik natuurlijk niet, maar zo heb ik het ervaren, waarvoor ik de heren meer dan dankbaar ben.

En toen was er een toegift: het Romance uit het Divertimento for String Quartet op.14 van Schulhoff, een prachtige belichaming van de romantisch-sentimentele kant van de componist. Als tempoaanduiding staat er ‘Ruhig fliessend’ bij en zo hebben de heren het gespeeld, ‘rustig voorbijvliegend’, vrij vertaald dan.

Marc Daniel van Biemen kondigde het stuk aan met een verontschuldigende glimlach op zijn gezicht, het duurde maar kort, zei hij. De toevoeging, die snap ik wel: de helft van het publiek was toen al weg. Duurde het concert ze te lang? Voor mij mocht het eeuwig doorgaan.

Alma

Gelukkig werd het optreden gisteren live uitgezonden en wie er niet bij was – maar ook wie er bij waren en net als ik wilden dat het concert nooit eindigde – kan het op de radio terugluisteren:

http://www.radio4.nl/gids/2017-07-11/558932/avondconcert

Strijkkwartetten van Schulhoff, Debussy, Sjostakovitsj en Ravel
Alma Quartet: Marc Daniel van Biemen, Benjamin Peled (viool), Jeroen Woudstra (altviool), Nitzan Laster (cello)

Gehoord 11 juli 2017 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam

Meer Alma Quartet:

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Korngold en de tijd

Website van het kwartet:

https://www.almaquartet.co

Koninklijk Concertgebouworkest speelt Bernstein. En hoe!

Bernstein

Als aanloop naar een herdenkingsjaar van Leonard Bernstein – de alom geliefde componist, dirigent en pianist zou in augustus 2018 honderd jaar zijn geworden – zette het Koninklijk Concertgebouworkest, onder de noemer ‘RCO/Bernstein 2017’, dit jaar al zijn muziek vaker dan gewoonlijk op de lessenaars.

Op vrijdag 7 juli was het de beurt aan de Engelse dirigent John Wilson om het orkest te leiden in een all-Bernstein programma, met allemaal hoogtepunten uit zijn werk voor het muziektheater.

Bernstein john-wilson-sim-canetty-clarke

John Wilson © Sim Canetty-Clarke

Men zegt Wilson, men denk: musicals! Niet ten onrechte. Met zijn eigen orkest wijdt hij zich al jaren aan het uitvoeren van de hits uit Broadway en Hollywoodklassiekers, waar hij vaak arrangementen voor verzorgt; en zijn programma met werken van Bernstein behoort tot één van grootste hoogtepunten ooit op de Londense Proms.

Musical is weer in, althans volgens de auteur van het meer dan summier (geen liedteksten, geen synopsis van de uitgevoerde werken, geen woord ook over de artiesten) programmaboekje. Dat het zo is komt voornamelijk door het succes van de film La La land. Zou het? Zelf geloof ik er niets van. Musicals zijn al jaren buitengewoon geliefd, ook in Nederland. En afgaand op de gemiddelde leeftijd van de bezoeker van het concert – volgens mij hebben ze allemaal nog de eerste vertoning van West Side Story in de bioscopen meegemaakt – is het niet iets van recente datum.

dav

Voor die gelegenheid werd de grote zaal van het Concertgebouw getooid met de stemming vergrotende verlichting en het feest kon beginnen. En een feest werd het!

Het programma was opgezet niet alleen als eerbetoon aan de grote Bernstein maar ook als ode en liefdesverklaring aan New York. De toon werd meteen gezet met een swingende medley uit On the Town, met solootjes voor de tenor Julian Ovenden en bariton Nadim Naaman. Nee, Frank Sinatra en Gene Kelly waren ze niet, maar ze kwamen best dichtbij.

 

Van het duo wist Ovenden mij het meest te imponeren. Met zijn zeer soepel gevoerde lyrische tenor met een aangenaam timbre zette hij een zeer overtuigende Tony (West Side Story) neer. De door hem zeer gevoelig vertolkte ‘Maria’ was dan ook één van de hoogtepunten van het programma.

Bernstein scarlett-strallen-nc

Scarlett Strallen © nc

Na haar eerste song, ‘Dream with me’ uit Peter Pan, was ik een beetje sceptisch over Scarlett Strallen. Haar optreden kwam mij onzeker over, aarzelend bijna. Maar gaande weg kwam ze haar zenuwen te boven en aan het eind gaf ze een onvergetelijke uitvoering van ‘Glitter and be gay’ uit Candide. Haar coloraturen waren onberispelijk en haar acteren meer dan overtuigend. Daarbij werd zij geholpen door een hilarische gebruik van kralenkettingen die zij tevoorschijn haalde uit haar decolleté. Iets wat zij al eerder deed tijdens de Proms:

Bernstein kim-criswell-dan-welldon

Kim Criswell © Dan Welldon

Al bij haar opkomst beheerste Kim Criswell de bühne. Wat een enorme uitstraling heeft die vrouw, wat een charisma! Als vanzelfsprekend nam ze het hele toneel van het Concertgebouw in beslag, men vergat dat er een, bij wijze van spreken, honderdplus-koppig orkest achter haar zat. Het is niet alleen haar uit duizenden herkenbare stem, waarmee niemand, maar dan ook echt niemand uit de branche zich met haar meten, en dat al jaren. Het is ook haar perfecte dictie waardoor je elk woord kon verstaan, plus haar diva-achtige verschijning waarmee zij de tot de nok toe gevulde zaal wist in de palmen.

Met ‘One hundred easy ways to lose a man’ bracht zij iedereen aan het lachen en met onvoorstelbaar virtuoos gezongen ‘Island Magic’ (Trouble in Tahiti) dwong zij de diepste bewondering af. Over haar werd ooit geschreven “Kim Criswell toont hoe het moet” en zo is het.

Met ‘Wrong note rag’ uit Wonderful Town eindigde het officiële programma, maar er waren nog twee toegiften. Persoonlijk zat ik de hele avond op ‘Tonight’ uit West Side Story te wachten – met een viertal zulke voortreffelijke solisten schreeuwde het concert er in feite om – en ik werd niet teleurgesteld. Wat een voortreffelijke uitvoering werd het! Met de licht lyrische Maria van Scarlett Strallen en de twee heren die behalve Tony (Oweden) ook de Jets en de Sharks voor hun rekening namen was het smullen geblazen. Maar het was alweer Kim Croswell die als Anita boven alles en iedereen uittorende. Zoals het hoort eigenlijk.

Er valt niet te ontkennen dat het Koninklijk Concertgebouw Orkest kan swingen. Maar er valt ook niet te ontkennen dat hun geluid een beetje too much was, het orkest is in mijn oren er een beetje te groot voor. In het nagesprek vertelde Wilson dat in de jaren veertig en vijftig, de gloriejaren van Broadway de orkesten veel kleiner waren, één musicus speelde soms negen instrumenten.

Wat het orkest, waar Wilson zeer terecht vol lof over was echt kan, lieten ze horen in het voor de pauze gespeelde symfonische Suite uit On the Waterfront.

‘On the Waterfront’ is Bernsteins enige speciaal voor de film geschreven score. De in 1995 voor de concertzaal door hem gearrangeerde suite behoort nog steeds niet tot de vaak uitgevoerde werken, wat wellicht aan de moeilijkheidsgraad ervan ligt. En aan het ongewone instrumentarium met een prominente plaats voor de hoorn solo.

Daar was het dat het Concertgebouworkest is zijn volle glorie in floreerde. Zelden hoort men de suite zo jazzy, maar ook met een volle symfonische kracht en  met zo veel spanning gespeeld! Speciale bravo voor de solo hoorniste als ook voor de klarinettisten, de saxofonist en alle (vier!) de paukenisten. Ik zat op het puntje van mijn stoel en ik was de enige niet.

dig

Het concert is terug te beluisteren op de site van het NPO. Let alleen niet op (of, nog beter: sla het over!) de afschuwelijke, meer dan amateuristische aankondiging van het programma en geniet!

Verzoekje, nee, hartenkreet richting Radio 4: beste mensen, stop met die afschuwelijke gewoonte om te praten tijdens de stille gedeelten van de concerten. Het is niet alleen verschrikkelijk storend maar ook nergens voor nodig en het zou verboden moeten worden.

http://www.radio4.nl/zomeravondconcert/uitzendingen

Leonard Bernstein
Koninklijk Concertgebouworkest olv John Wilson
Kim Criswell(sopraan), Scarlett Strallen (sopraan), Julian Ovenden (tenor), Nadim Naaman (bariton)

Gehoord in het Concertgebouw op 7 juli 2017

Meer Bernstein:
ROBERTA ALEXANDER zingt Bernstein
‘WEST SIDE STORY’ revisited
WONDERFUL TOWN
TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns
LEONARD BERNSTEIN: MASS

 

Roberta Alexander zingt Leonard Bernstein

Bernstein Alexandra

In de vijftien jaar dat Roberta Alexander met de in 2001 overleden Klaas Posthuma samenwerkte, nam ze maar liefst twaalf recitals voor de door hem opgerichte firma Et’Cetera op, waaronder die met liederen van Leonard Bernstein.

Het recital werd al in 1986 opgenomen, maar bijna twintig jaar later, in 2004 beleefde het zijn tweede jeugd, want toen werd het door Et’cetera heruitgebracht als een eerbetoon voor zijn oprichter. Wat voor reden dan ook: het allerbelangrijkste is dat de cd opnieuw in de schappen was beland, want het is waarachtig een prachtig recital.

Waar het aan ligt (té Amerikaans?) weet ik niet, maar de liederen van Bernstein worden nog steeds te weinig uitgevoerd en te weinig opgenomen. Jammer! Ze zijn geestig en mooi, en – mits goed en met gevoel voor ritme en humor uitgevoerd, maar geldt dat eigenlijk niet voor alles? – bezorgen ze de luisteraar geweldig veel plezier.

Roberta Alexander beschikt over een kernvolle, lyrische sopraan met een hoge dosis dramatiek, wat haar ooit buitengewoon geschikt maakte voor rollen zoals Vitellia in La Clemenze di Tito, Elvira in Don Giovanni en Jenůfa. Haar affiniteit met het Amerikaanse lied toonde ze al eerder in haar opnamen van onder anderen Ives, Copland en Barber

Roberta Alexander, begeleid door het Nederlands Radio Philharmonic  zingt ‘Sure on this shining night’ van Samuel Barber:

Ook de Songs van Bernstein passen haar als een handschoen. Ze is meisjesachtig naïef in de ‘Five Kid Songs’ en grappig in ‘La Bonne Cuisine’ (viertal gezongen recepten, hier tweemaal opgenomen: in het oorspronkelijke Frans, en de Engelse vertaling ervan).


Leonard Bernstein
Songs
Roberta Alexander (sopraan), Tan Crone (piano)
Et’cetera KTC 1037

Oidípous van Calliope Tsoupaki

Oidípous-Janiek-Dam-1

 Stelt u zich voor dat u plaats gaat nemen in de rechtbankjury, zoals ze in vele landen bestaan. De beklaagde wordt beschuldigd van moord op zijn vader en incest met zijn moeder: na zijn daad heeft hij zijn eigen moeder getrouwd en kinderen met haar gekregen.

Zijn advocaat pleit voor onschuldig. Zijn cliënt is ter goeder trouw: hij heeft een rondreizende bende bevochten zonder te weten dat het onder leiding stond van zijn vader. Voor het oplossen van de problemen van de bestuurloze stad kreeg hij de hand van de weduwe van de vermoorde bestuurder. Hoe moest hij weten dat zij zijn moeder was?

De beklaagde beroept zich op het onontkoombare noodlot: hij kon er niets aan doen, het stond immers in de sterren.

Fascinerend gegeven. Inspirerend ook. Voer voor mensenkenners en psychologen. En een grote inspiratiebron voor kunstenaars. Geen beter thema dan een verscheurde personage die alleen maar twijfels oproept en met wie je alle kanten op kan.

odipus calliope met man

Calliope Tsoupaki en Edzard Mik © Merlijn Doomernik

Ook in de opera/het oratorium Oidípous van Calliope Tsoupaki zijn er geen antwoorden, maar mag men zelf oordelen – voor zover mogelijk. Voor haar nieuwe werk heeft Tsoupaki zich samen met haar librettist Edzard Mik door Oidípous te Kolonos van Sophocles laten inspireren, al vermengde zij dat ook met diens oudere toneelstuk, plus die van Seneca en Aristoteles.

Mik heeft het libretto in het Nederlands geschreven, waarna Tsoupaki het in oud Grieks heeft vertaald. Prachtige zet, want zo ontstond een absolute eenheid tussen de tekst en de muziek. Oud Grieks is vanzelf al metrisch en zangerig, maar door Tsoupaki’s noten werden de woorden niet alleen versterkt maar ook van een soort ‘geheimzinnigheid’ voorzien.

Tsoupaki schrijft mooie, toegankelijke muziek, zeer poëtisch ook. Het is allemaal zeer beeldend en zonder fratsen, zonder dat het meteen tot een ‘easy going’ vervalt. Als weinig anderen weet zij mijn ziel te raken: ik ben een fan.

Een van Tsupaki’s mooiste composities vind ik Triptychon . Hieronder deel drie: ‘Eothinòn’, gespeeld door het Doelen Kwartet:

Niet anders is het met haar, speciaal voor Holland Festival gecomponeerde Oidípous. Tsoupaki bedient zich van het oude, polifonische idioom die zij rijkelijk lardeert met Griekse invloeden. Maar zij verloochent ook haar klassieken niet en laat Bach over haar schouder kijken. Dat alles wordt versterkt door het door haar gebruikte instrumentarium. Theorbes, gamba’s, traverso, orgel….. je kan je niet aan de indruk onttrekken dat de muziek al eeuwen oud is.

Aan de totaal uitverkochte en zeer enthousiast ontvangen première in het Muziekgebouw aan ’t IJ droegen zeker ook de musici (de voortreffelijk spelende Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven) en de fantastische zangers bij.

Oidípous-Calliope-Tsoupaki-foto-Janiek-Dam

© Janiek Dam

De bas Harry van der Kamp beschikt over een zeer imponerend geluid, maar ik vond zijn intonatie niet altijd zuiver. Ik had ook wat meer dramatiek willen horen, maar zijn vertolking van de oude koning was zeer indrukwekkend. Met zijn zwartgeverfde oogleden oogde hij een beetje angstaanjagend, maar ik neem aan dat dat de bedoeling was.

Het was de eerste keer dat ik Nora Fischer live hoorde. Zij is een enorme toneelpersoonlijkheid en weet de aandacht niet alleen te trekken maar ook te houden. Een prestatie.

Oidípous-Janiek-Dam-2

© Janiek Dam

Haar stem is niet echt groot, maar echt oordelen kon ik niet, want het geluid (waarom eigenlijk?) werd versterkt. Het mooist vond ik de manier hoe zij van geluid wisselde naarmate het karakter het vereiste: van een lief meisje tot een krijsende vrouw, alles had zij paraat. Haar Antigone was zeer menselijk en zeer hedendaags in haar emoties. Heel herkenbaar, invoelbaar ook.

Marcel Beekman kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in het tenorale vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden. Geen wonder dat hij de geliefde tenor is van Tsoupaki en dat zij haar werken componeert met zijn stem in haar hoofd.

Met zijn drieën vertolkten de zangers alle rollen: de oude en de jonge Oedipe, Polyneikes, Kreon, Theseus, Antigone en het koor. Ik vond het een beetje verwarrend, een naamaanduiding boven de verzen was beslist niet overbodig geweest.

Odipus

De zaal van het Muziekgebouw was in de mise-en-espace van Pierre Audi veranderd in een soort amfitheater, met aan drie kanten van de bühne stoelen. Goed bedacht, maar niet echt publieksvriendelijk. Vanaf de mij toebedeelde plaats kon ik in ieder geval het achtertoneel niet zien.

Het op de muur achter in de zaal hangende masker dat telkens van kleur verschoot, was prachtig om te zien, maar leidde de aandacht af. Ook het geloop met het boek/de partituur in de hand, een soort déjà vu met Greek Love Songs van Holland Festival 2010, vond ik irritant. Nee, de mise-en-espace voegde in mijn ogen niets toe. Volgende keer concertante? Alsjeblieft?

Calliope Tsoupaki, kunstenaarsportret:

Calliope Tsoupaki (muziek) en Edzard Mik (libretto)
Oidípous
Regie: Pierre Audi
Marcel Beekman, Nora Fischer, Harry van der Kamp
Nederlandse Bachvereniging olv Jos van Veldhoven

Bezocht op 28 juni 2014 in het Muziekgebouw aan het IJ

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

Hérodiade oftewel de Salome van Massenet

Herodiade Flaubert

Gustave Flaubert: Herodias. Illustratie Lucien Pissarro

Zijn wereldhit Salome componeerde Richard Strauss op een toneelstuk van Oscar Wilde; en die haalde zijn inspiratie uit een kort verhaal van Gustave Flaubert, ‘Herodias’. Daar hebben ook Paul Milliet en Henri Grémont hun libretto voor Massenets opera Hérodiade op gebaseerd. Noch Wilde noch Milliet en Grémont zijn Flaubert erg trouw geweest. Daar waar de Franse novellist zich min of meer tot de Bijbelse vertelling beperkte, verrijkt met zijn poëtische taal en omschrijvingen, voegden de toneelschrijver en de librettisten geheel nieuwe aspecten en wendingen aan het verhaal toe.

Herodiade - affiche


Herodiade
werd voor het eerst opgevoerd in de koninklijke Schouwburg van Brussel op 19 december 1881. Wie hier, zoals bij Richard Strauss, dierlijke erotiek, bloed en zweet verwacht komt bedrogen uit. Massenets Salomé is een echt onschuldig en devoot meisje. Toen haar moeder haar verliet om met Hérode te trouwen, werd zij opgevangen door Jean (Johannes de Doper), op wie zij verliefd werd. Een liefde die wederzijds bleek.

Herodiade - acte I Brussel

Geen opera zonder verwikkelingen: Hérode geilt op Salomé,  Hérodiade wordt op haar jaloers en Jean wordt onthoofd. Salomé ziet in Hérodiade de aanstichtster van al het kwaad en wil haar doden. “Ik ben je moeder” fluistert Hérodiade, waarop Salomé zelfmoord pleegt.

De muziek ademt al een vleugje parfum van Massenets latere werken, maar, met al die koren, exotische Oosterse taferelen en uitgebreide balletscènes is het niet anders dan een echte Grand Operà in de beste Meyerbeer-traditie.

Eén van de vroegst opgenomen fragmenten uit de opera is, denk ik, de beroemde aria van Herodé  ‘Vision Fusitive’ door de Franse bariton Maurice Renaud gemaakt in 1908:

En van de opname die Georges Thill maakte in 1927 weten we hoe een ideale Jean zou moeten klinken:

REGINE CRESPIN 1963

Herodiade crespin

Mocht u in het bezit zijn van deze uitvoering dan hoeft u eigenlijk niet verder te zoeken. Beter krijgt u het niet. Er is alleen maar één probleem: deze opname bestaat niet. Althans niet van de complete opera.

In 1963 heeft EMI de hoogtepunten van Hérodiade met de beste Franse zangers van toen (en ook van nu trouwens, nog steeds) opgenomen en het antwoord op het “waarom niet compleet ????”, dat antwoord krijgen we waarschijnlijk nooit.

Georges Prêtre dirigeert het orkest van  het Theater National de Paris alsof zijn leven daar van afhangt en alle, maar dan ook alle rollen zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Regine Crespin zingt ‘Il est doux, il est bon’:

Salomé van Regine Crespin is ongeëvenaard en zo is de Hérodiade van Rita Gorr. Albert Lance (Jean) laat horen hoe die rol eigenlijk gezongen zou moeten worden in de traditie van Georges Thill en van Michel Dens als Hérodes kunnen we beter zwijgen. Zulke zangers bestaan niet meer.

Hopelijk gaat Warner de opname ooit op cd uitbrengen

MONTSERRAT CABALLÉ Barcelona 1984

Herodiade caballe

Ook deze opname kunt u alleen via een piraat (of You Tube) bemachtigen, maar die is dan wel helemaal compleet en bovendien met (toegegeven slechte, maar toch) beeld!

Dunja Vejzovic zet een heerlijk gemene loeder van een Hérodiade neer en Juan Pons is een een beetje jeugdige maar verder prima Herodé. Een paar jaar later zal hij tot één van de beste “Herodossen” uitgroeien en dat hoor en zie je in deze opname al.

Montserrat Caballé is een fantastische Salomé, die stem alleen al doet je in de zevende hemel belanden en José Carreras ontroert als een zeer charismatische Jean.

Hieronder zingt Carreras ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Geen van de protagonisten is echt idiomatisch, maar wat een plezier is het om naar de echte Diva (en Divo) te kijken! Zo worden ze echt niet meer gemaakt

De hele opera op you tube:

RENÉE FLEMING San Francisco 1994 (Sony 66847)

 Herodiade Domingo fleming

Halverwege de jaren negentig beleefde Herodiade een kortstondige revival. De opera werd toen in verschillende opera huizen uitgevoerd en werd zelfs drie keer – officieel – opgenomen: één keer in de studio en twee keer live

Ik moet toegeven dat ik een beetje bang was voor de directie van Gergiev, maar hij deed het werkelijk uitstekend. Onder zijn leiding klonk de opera waarachtig als een echte Grand Opéra, groots, vurig en meeslepend.

Plácido Domingo (Jean) is misschien een tikje te heroïsch, maar zijn stem klinkt jeugdig en aanstekelijk, een echte profeet waardig.

Persoonlijk vind ik Dolora Zajick (Hérodiade) een beetje aan de (te) zware kant, maar zij zingt ontegenzeggelijk uitstekend en op haar interpretatie valt helemaal niets af te dingen.

Juan Pons is een uitstekende Herodé, maar Phanuel (Kenneth Cox) had van mij wat idiomatischer gemogen. Iets wat ook voor de Salomé van Renéé Fleming geldt: zij zingt werkelijk prachtig maar in die rol kan zij mij maar matig overtuigen.


NANCY GUSTAFSON Wenen 1995 (RCA 74321 79597 2)

Herodiada wenen

De uitvoering in Wenen werd  lovend ontvangen, en dat het terecht was bewijst de opname die de ORF live in het huis heeft gemaakt.

Allereerst is er de schitterende titelrol van Agnes Baltsa: fel en dramatisch. Als u mij vraagt: naast Rita Gorr wellicht de beste Hérodiade ooit.

Placido Domingo zingt ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Domingo zingt de rol van Jean hier nog indrukwekkender dan op Sony en Juan Pons (Hérode) weet mij op deze opname nog meer te overtuigen. Zijn vertolking van ‘Vision Fugitive’ is zeer, zeer ontroerend.

Helaas moet Nancy Gustafson (Salome) haar meerdere in Fleming (Sony) erkennen, maar beide verbleken zij bij Cheryl Studer (Warner). Om van Regine Crespin niet te spreken!

Naar de foto’s in het tekstboekje en de spaarzame clips op youtube te oordelen mogen we blij zijn dat de opname op cd verscheen en niet op dvd.

Finale van de opera:

Het geluid is in ieder geval uitstekend en het orkest van de Weense Opera onder leiding van Marcello Viotti speelt zeer gedreven.


CHERYL STUDER 1995 (Warner 55983525)

untitled

Orkestraal is deze opname echt een top. Michel Plasson dirigeert het orkest uit Toulouse zeer enerverend, met veel verve en stuwkracht, waarbij hij ook alle finesses de ruimte weet te geven. Spannend en mooi. Zo hoor ik de opera graag.

José van Dam is een imposante Phanuel en Nadine Denize een voortreffelijke, al niet altijd zuiver intonerende Hérodiade.

Hérode is niet echt een rol voor Thomas Hampson, maar hij zingt die rol heel erg mooi. Iets wat helaas niet gezegd kan worden van Ben Heppners Jean. Een heldentenor in die rol is niet anders dan een gruwelijke vergissing.

Cheryl Studer daarentegen is een Salomé van ieders dromen: meisjesachtig, onschuldig en naïef. Haar stem straalt en wiegt en haar laatste woorden “Ah! Verfoeide koningin, als het waar is dat jouw vervloekte lendenen mij hebben gebaard, kijk dan! Neem terug jouw bloed en mijn leven!” laten je sidderend en wanhopig huilend achter. Brava.


Discografie Salome van Richard Strauss:
SALOME: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

 

Jascha Nemtsov en de Joodse muziek

Jascha Nemtsov - Pianist

Jascha Nemtsov © Susanne Krauss

Het was Nikolaj Rimski-Korsakoff, die in St. Petersburg aan het begin van de vorige eeuw zijn Joodse leerlingen aanspoorde om wat meer interesse te tonen voor hun nationale cultuur. Het was niet tegen dovemansoren gezegd: men begon met het verzamelen van synagogale- en volksmuziek, en algauw verwerkten zij het in hun eigen composities. Zo ontstond het Gezelschap  voor de Joodse Muziek, dat in 1929 door Stalin werd verboden. Sommige van de componisten werden naar de kampen verbannen, enkelen is het gelukt om te emigreren, maar allen werden vergeten.

De hernieuwde belangstelling voor hun muziek is voornamelijk te danken aan de pianist Jascha Nemtsov, één van de grootste ambassadeurs van de Joodse muziek.

Jewish

Op de cd getiteld Jewish Chamber Music treffen wij werken aan van componisten, die tot deze Joodse School behoorden, aangevuld met één van de beste composities van Ernest Bloch: de ‘Suite voor altviool en piano’ uit 1919.

Niet alle composities zijn van hetzelfde hoge niveau. Een echte uitschieter is voor mij  de ‘Totenlieder’ van Alexander Weprik, maar de hele cd is zeer de moeite waard, niet in de laatste plaats vanwege de voortreffelijke uitvoering.

De altvioliste Tabea Zimmerman weet een prachtige toon aan haar instrument te ontlokken: laag, warm en zangerig maar het is de pianist die duidelijk aan het roer staat.

Hieronder: Tabea Zimmermann en Jascha Nemtsov spelen ‘Ornaments – 3 Songs without Words, op. 42 van Alexander Krein:

 


Alexander Weprik, Alexander Krejn, Michail Gnesin,  Grigorij Gamburg, Ernest Bloch
Jewish Chamber Music
Tabea Zimmermann (altviool), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler CD93008

 

Jewish songs

Kent u Abraham Krejn, een klezmer-muzikant en zijn zeven kinderen? De Joodse Bachs werden ze genoemd en daar zit iets in, al klinkt de vergelijking u vreemd in de oren. Zeker, omdat de kans groot is dat u de naam nooit eerder hebt gehoord. Daar bent u trouwens niet alleen in.

Alle zeven kinderen Krejn zijn de muziek ingegaan. Het beroemdst werden broers Alexander en Grigori, beiden actieve leden van het Gezelschap voor de Joodse Muziek.

De meest originele composities op Jewish Songs Without Words zijn van de hand van Grigori Krejn. Op basis van synagogale gezangen schiep hij een eigen wereld, vol weemoedige verlangens.

De ‘Three Hebrew songs without words’ van Grigori’s dertienjarige zoon Julian verraden niet alleen een bijzonder talent, maar ook de invloeden van Berg en Debussy.

Simeon Bellinson, één van de beroemdste klarinettisten van zijn tijd, werkte ook als componist en arrangeur. Voor zijn Suite bewerkte hij de oorspronkelijke composities van Grzegorz Fitelberg, Jacob Weinberg en Boris Levenson.

De klarinettist Wolfgang Meyer is een voortreffelijke musicus, maar zijn toon had voor mij wat warmer mogen klinken.

Bijna alle composities op deze cd beleven hier hun wereldpremière. Het zijn fascinerende werken, een reminiscentie van de wereld die onherroepelijk verloren is gegaan. Jewish Songs Without Words is de vierde cd in een reeks, die Jascha Nemtsov voor Hånssler maakte en zoals altijd is zijn vertolking niet alleen onberispelijk maar ook hartverwarmend.


Grigori Krejn, Julian Krejn, Israel Brandman, Simeon Bellinson
Jewish Songs Without Words
Wolfgang Meyer (klarinet), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler Classic CD 93.094

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

JOSEPH ACHRON. Muziek om verliefd op te worden

 

 

Elisabeth Söderström: één van de meest muzikale en veelzijdige zangeressen ooit

Sod

Geloof het of niet, maar het gros van de mooiste stemmen komt uit Scandinavië. Ze hebben daar een zangcultuur waar wij alleen maar van kunnen dromen. Geen wonder dat een groot aantal van de wereldberoemde zangers daar vandaan komt.

Van al haar land- en tijdgenotes was de Zweedse Elisabeth Söderström wellicht de meest muzikale. De meest veelzijdige ook, haar repertoire vermeldt een schare van uiteenlopende rollen in opera’s, beginnend met Monteverdi en eindigend met Henze.

Dankzij haar Russische moeder beheerste ze niet alleen de taal, maar had een bijzonder gevoel voor het Slavisch repertoire ontwikkeld. Ooit nam ze alle liederen van Tsjaikovski en Rachmaninoff op, en werd beroemd als de vertolkster van de opera’s van Janaček.

Er is iets ouderwets in Söderström’s manier van zingen, en het voelt niet onprettig. Integendeel. Het klinkt zelfs opwindend. Die lange frasen, die omhoog bloeiende noten, haar sensuele uitspraak en een licht metaal in haar volle, warme en uitgesproken vrouwelijke stem.

Af en toe doet ze aan haar (onterecht veel bekender geworden) illustere voornaamgenote denken, wellicht omdat beiden hun grootste triomfen in de opera’s van Mozart en Strauss vierden? Maar de verschillen zijn groter dan de overeenkomsten: Söderström klinkt zelden zelfverzekerd. Haar zingen wordt ook nooit ondergeschikt gemaakt aan de woorden, al was zij altijd bijzonder taalgevoelig en zong zij perfect in vele talen

Sod 2

Begin deze eeuw heeft BBC Legends twee uitgaven aan haar Söderström opgedragen. Op BBC L 4132-2 verschenen twee van haar recitals: uit 1971 en 1984. Tijdens de laatste was ze bijna 60 jaar oud, maar dat is absoluut niet te horen. Nog steeds is haar stem stralend, jeugdig en zeer vrouwelijk.

Tijdens beide recitals laat ze haar volledige kunnen horen en bij beide zingt ze liederen uit verschillende culturen en in verschillende talen. Dat de tweede iets boeiender is uitgevallen, is in grote mate aan pianist Roger Vignoles te danken. En aan de selectie Russische liederen, waar zij de grootste meesteres in was

sod 1

Op BBCL 4153-2 werden drie verschillende recitals uit de Royal Festival Hall vastgelegd. De Vier Letzte Lieder en de slotscène uit Capricio van Richard Strauss zong ze in oktober 1976 onder begeleiding van Antal Dorati.

De Shéhérezade van Ravel werd in 1971 opgenomen met het BBC Orchestra die onder leiding stond van Pierre Boulez:

De twee aria’s uit Le Nozze di Figaro stammen uit 1960. Söderström laat een vertwijfelde gravin horen, en ze doet het zo mooi dat het naar meer smaakt.

Maar het allermooist zijn de liederen van Strauss, gezongen zonder vocaal krachtsvertoon en gekoketteer met hoge noten.

 

 

 

 

 

‘WEST SIDE STORY’ revisited

WEst Side Story

Voor het Holland Festival 2013 werd de verfilming van Bernsteins West Side Story uit 1961 opgelapt en met live-begeleiding van het Radio Filharmonisch Orkest vertoond in Carré. Een heuse belevenis, feilloos geleid door Wayne Marshall.

Noem mij maar een softie of een sentimentele oude wijf, maar één van de dingen waar ik het meest bang voor ben, is de confrontatie met mijn verleden. Ik heb dingen in folders en la’s van mijn hoofd, hart en ziel veilig opgeborgen en – mocht de nood aan de man komen doe ik ze even open, ruik ik er aan, aai het en dan berg ik het weer veilig terug op. Soms pink ik een traantje weg of drink ik een glaasje te veel. Wel zo veilig.

De confrontatie met je geliefde van weleer is zo mogelijk nog enger – wil ik dat wel? Ik ben bang dat ik teleurgesteld ga worden, net als die keer toen ik mijn ouderlijk huis na 40 jaar weer eens betrad. Het was klein, donker en benauwd. Weg mooie herinnering!

Wees niet bang, ik ga het nu echt niet hebben over mijn privéleven, maar over een film. Aan de andere kant: horen films, boeken en muziek uit je jeugd niet bij je privéleven? Ze hebben je immers gevormd?

Genoeg mijmeringen, wij gaan het over de West Side Story hebben. Het verhaal kent u ongetwijfeld allemaal, want die is net zo oud als de weg naar Rome en wellicht al ouder. Daar heeft Shakespeare dankbaar gebruik van gemaakt in zijn Romeo en Julia, maar Ovidius is hem in zijn Metamorphosen (Pyramus en Thisbe) al voorgegaan. En het thema heeft anno nu nog steeds (helaas, moet ik zeggen) niets aan actualiteit en zeggingskracht verloren.

west love

West Side Story behoort zonder meer tot één van de beroemdste en beste musicals ooit, daar kan niemand aan twijfelen. Het oorspronkelijke verhaal, over de toen prangende vete tussen de Iers-Amerikaanse bende de ‘Jets’ en de Joodse ‘Emeralds’ werd nooit gerealiseerd, maar de door Bernstein, Laurents (script) en Robbins in 1947 bedachte East Side Story werd tien jaar later, met de nu naar de westkant van Manhattan verplaatste handeling, een regelrecht succes.

west side beide

In 1961 werd de musical verfilmd en werd van meet af een geniale klassieker. De muziek van Leonard Bernstein, de songteksten van Stephen Sondheim en de choreografie van Jerome Robbins: doe ze het nog eens na! De film moet je gezien hebben, al was het maar om een referentie te kunnen hebben.

En nu dus werd de film helemaal opgelapt. Gerestaureerd, heet dat. In het kader van het Holland Festival werd hij éénmalig (doodzonde!) op het grote doek in het Amsterdamse Carré vertoond, met een live begeleiding van het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van de zeer charismatische Engelse dirigent Wayne Marshall.

Hoe ze dat voor mekaar hebben gekregen weet ik niet, maar het resultaat was meer dan verbluffend. Alles liep synchroon en je vergat dat je naar een film keek en dat het orkest op het podium stond. Het was een echte belevenis en het voelde alsof je naar een echte live
voorstelling zat te kijken.

Het orkest: mijn goede genade wat waren ze goed! Ik zat aan mijn stoel genageld en durfde nog amper adem te halen. Nou ja, de keren daargelaten dat ik toch echt naar mijn zakdoek moest grijpen, samen met iedereen om me heen.

West Wayne

Wayne Marshall © WDR/Detlef Overmann & Ed Brambis

Wayne Marshall heb ik nu voor het eerst live meegemaakt. Ik kende zijn opnamen van Gershwin – daar is hij een kampioen in -,maar ook zijn Poulenc en Hindemith zijn niet te versmaden. Ook zijn piano en orgel opnamen zijn niet aan mij voorbij gegaan, ik bewonder hem al jaren. Live was hij meer dan ik had verwacht – soms wist ik niet waar ik naar toe moest kijken!

west dance

De volle zaal was voor de helft gevuld met zeer jonge mensen. Het verwonderde mij echt, dus in de pauze heb ik er een paar opgezocht. Zij waren 16 en 17 en zij vonden het super gaaf. Nee, de pasjes waren niet verouderd en de muziek kenden zij wel. Van Madonna en Amy Winehouse en zo. Mooi. En aan het einde kwamen de tranen.

Ter herinnering en herkenning één van de voor mij spannendste scènes uit de film, ‘Tonight’:

Let ook op de woorden “tonight there will be no morning star”. En ergens bij 2.30’ zie je de Jets die zo voor het boord van ‘Coffee warehouse’ opgesteld staan, dat de enige letters die te zien zijn het woord ‘war’ vormen.

Meer Bernstein:
ROBERTA ALEXANDER zingt Bernstein

WONDERFUL TOWN

Koninklijk Concertgebouworkest speelt THE BEST OF BERNSTEIN

A Quiet Place door Opera Zuid: productie van het jaar?

TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns

LEONARD BERNSTEIN: Mass. A Theatre piece for singers, players and dancers

 

 

 

 

ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S

concoursen Moritz-Schwind-Saengerstreit-ohne-Rahmen

Moritz von SchwindDer Sängerkrieg

Als jonge zanger kun je bij wijze van spreken iedere week aan een zangconcours meedoen. Overal worden mogelijkheden geboden om jezelf in de spotlights te zingen. Goed nieuws voor het vele talent dat er is. Maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen.

Er wordt beweerd dat ‘het publiek’ gek is op concoursen en daar geloof ik zonder meer in. Al in de oudheid wist men de gemoederen met brood en spelen rustig te houden; en er werden allerlei wedstrijden georganiseerd, ook voor zangers, dichters en filosofen. De traditie leefde voort, en de zangwedstrijden hebben hun weg ook naar de opera gevonden. Denk alleen aan Die Meistersinger of Tannhaüser. Voor je zangkunst werd je altijd beloond. Ooit mocht je de mooie bruid mee naar huis nemen, tegenwoordig is je prijs tastbaarder geworden. Een somma geld, een engagement in een operahuis en – waar iedereen, al is het stiekem, van droomt – roem en een grote carrière. Geen wonder dus, dat er zo veel concoursen bestaan.

Maar: zijn het er inmiddels niet te veel? Moet er niet een leeftijdsgrens worden gesteld? Kan je een zanger die inmiddels aan grote huizen zingt met een beginnende collega vergelijken? Leveren ze ook datgene op, waar de veelal zeer jonge mensen op hebben gehoopt? Worden ze er door in hun carrière geholpen? Je wint en dan? En hoe ga je met je verlies om?

Allemaal vragen die mij deden besluiten om het fenomeen ‘zangcompetitie’ onder de loep te nemen en met direct betrokkenen te gaan praten,

Maartje Rammeloo (sopraan):

Concoursen Maartje

© Sarah Wijzenbeek

In 2008 was Maartje Rammelo één van de halvefinalisten van het IVC, waar ze uiteindelijk de Staetshuijs Fonds Prijs won. Ook tijdens het Belvedere in 2013 behaalde ze de halve finale. Verder won ze een engagement in Essen. Rammeloo was finaliste bij het Montserrat Caballé Concours in Zaragosa en bij het Wilhelm Stennhammer concours in Zweden.

 “Meedoen aan concoursen geeft een dubbel gevoel. Het inspireert en is opwindend, maar uitslagen zijn óf vreselijk voorspelbaar of volkomen bizar.

Je doet altijd mee om het beste uit jezelf te laten zien en hoopt dat dit voldoende is om een jury te overtuigen van je kwaliteit: maar hoe kun je de kunde en artisticiteit van een musicus beoordelen in een wedstrijd? In een auditie voor een productie heeft een artistiek team een concept en een idee over wie een rol zou moeten spelen. Maar in zo’n wedstrijd vergelijken meerdere juryleden met ieder zijn/haar eigen smaak appels met peren: een Figaro met een Tosca, een Händel counter met een Wagner sopraan.

En dan heb je het nog niet eens over het gekonkel en de verborgen agenda’s van sommige juryleden, het chauvinisme in regionale wedstrijden en het exotisme/de commercie om soms voor zangers te kiezen die niet per se de beste performance geven, maar wel erg interessant zijn vanwege afkomst of uiterlijk.

Waarom dan meedoen? Het geeft je een kans nieuw repertoire uit te proberen en feedback te krijgen. Daarbij is het een kans om voor te zingen voor de belangrijkste mensen uit het vak, voor wie je ‘in real life’ nooit een auditie geregeld krijgt zonder een geniale agent die je er binnen loodst.

Ik heb nog geen wedstrijd gedaan waar ik niet óf werk óf contacten óf zinnige feedback aan over heb gehouden. En dat is uiteindelijk wat we willen: werken! Zingen! Voor een publiek staan!

De prijzen maken het makkelijker om je vak uit te oefenen. In financieel opzicht, want ons vak maakt in de eerste jaren zeker niet rijk, en daarnaast qua bekendheid, wat weer voor meer werk kan zorgen. Maar net zo goed zijn er prijswinnaars genoeg waarvan we nooit meer wat horen en zangers die nog nooit een concours hebben gewonnen die nu een wereldcarrière hebben. Uiteindelijk gaat het om de lange adem, niet om het snelle succes…

Wat wel altijd erg lastig is met concoursen, is het vaststellen van je repertoire. Allereerst zijn er maar weinig zangers honderd procent zeker van hun ‘fach’. Het merendeel twijfelt toch telkens weer waar juryleden mij in zouden willen horen.

Daarbij heeft elk concours weer z’n eigen eisen. Zo veel aria’s in het totaal, waarvan zoveel van de lijst met verplichte werken, waarvan je eerste ronde maar zoveel minuten mag duren en de jury in de volgende ronde zo veel aria’s kiest enz. enz. Vreselijk moeilijk. Want je wilt zo veel mogelijk laten horen. Verschillende talen, verschillende stijlen, verschillende technieken en onderwerpen.

Er zijn ook een aantal concoursen die meer dan alleen het wedstrijdelement bieden. Ik stimuleer mijn eigen leerlingen nu ook om daar naar te zoeken. Concoursen als het IVC die met dingen als een jongerenjury, masterclasses, concertjes en lezingen er een echt zangfestival van maken. En dat zijn ook vaak de concoursen die contact houden met je in de jaren erna. Die begaan zijn met de verdere ontwikkeling van de zangers. Maar dat zijn er erg weinig helaas…

Ik heb inmiddels geleerd dat als je zingt waar jij je lekker bij voelt en wat je echt goed kan, dan is er na afloop van je optreden tenminste één iemand blij. Namelijk jij.

Maartje Rammeloo zingt ‘I want magic!’ uit The Streetcar named Desire van André Previn:

 

Piotr Barański (countertenor):

concoursen Piotr-Baranski-Cornelia-Helfricht

©  Cornelia Helfricht

In 2012 was Piotr Barański halvefinalist bij het IVC in Den Bosch.

 “Lange tijd wilde ik niets van concoursen weten, ik vond mijzelf er niet het type voor. Je moet je niet alleen goed voorbereiden, maar ook zeker zijn van jezelf en het beste van jezelf aan de jury laten zien, je moet presteren terwijl je onder stress staat. Daar moet je goed tegen kunnen en niet iedereen kan dat.

En toch – concoursen zijn heel erg belangrijk. Je krijgt de kans om je aan een breder publiek te presenteren, om nieuwe, belangrijke mensen te leren kennen – en in ons beroep moeten we het van connecties en netwerken hebben. En het is natuurlijk heel erg belangrijk dat je je kan laten zien aan dirigenten, agenten, intendanten en casting directeuren, die op zoek zijn naar nieuwe talenten.

Er zijn helaas concoursen waar de eliminaties en de eerste voorrondes achter gesloten deuren plaats vinden en alleen de finales zijn toegankelijk voor het publiek. De kansen om iets van zo’n concours op te steken zijn dan minimaal.

De criteria van de jury zijn niet altijd even duidelijk en de resultaten kunnen zeer controversieel zijn. Ik ken zangers die, zingend op hetzelfde niveau, op het ene concours de hoogste prijzen winnen, terwijl bij het andere niet verder komen dan de voorrondes.

Wat voor mij heel belangrijk is, is de feedback. Het is van het grootste belang voor de verdere ontwikkeling van een zanger om tenminste een paar woorden met de juryleden te wisselen, iets wat inderdaad bij IVC gebeurde en wat mij ontzettend heeft geholpen. Een gezonde, constructieve kritiek is onontbeerlijk en opbouwend.”

Piotr Barański (countertenor) en Hans Eijsackers (piano) in “Lullaby” uit ‘Songs and Dances of Death’ van  Modest Mussorgsky

Reinild Mees (pianiste):

concoursen reinild-0210d_hoogres

© Janica Draisma

“De uitkomsten van zangconcoursen zijn al tamelijk onvoorspelbaar –  hoe een carrière daarna verloopt is nog meer koffiedik kijken! Een optreden (want dat is het zingen op een concours in feite) is en blijft een momentopname, ook voor degenen die luisteren en/of beoordelen. Er zijn zoveel factoren die meespelen: leeftijd, ervaring, muzikaliteit, stemvak, repertoire, taalbeheersing enzovoort enzovoort dat het soms moeilijk is om te bepalen welk aspect doorslaggevend is.

De voorbereidingen voor een concours, het uitzoeken en het werken aan het repertoire met een zangleraar en een coach, zijn van onschatbare waarde. Dat vergt een grote concentratie en discipline – de stukken die je moet leren vergeet je de rest van je leven niet meer – en daarnaast moet je je  sterk maken om je te presenteren, je moet daarvoor moed verzamelen en met nervositeit om kunnen gaan.

Mijn ervaring is dat een concours in alle gevallen goed is voor de ontwikkeling van een zanger, ook als je in het ergste geval naar huis wordt gestuurd. De volgende dag heb je immers de keuze: óf je stopt, óf je besluit om door te gaan en je verder te ontwikkelen om nieuwe kansen op te zoeken. Bijna altijd kies je dan voor de tweede optie en dan is het toch een goede ervaring geweest! Concoursen zijn heel waardevol, ook al win je geen prijs….”

Reinild Mees begeleidt Tania Kross in ´Der Kaiser´ van Henriëtte Bosman±

Piotr Beczala en Reinild Mees in liederen van Szymanowski±


 

Mauricio Fernández (van 1983 tot 2016 casting director NTR ZaterdagMatinee):

concoursen Mauricio

“Als casting director van één van de meest ambitieuze en internationaal erkende concertseries ter wereld heb ik de laatste dertig jaar verschillende zangcompetities bijgewoond – als jurylid en als een ‘observer’.

Als je mij vraagt wie de echte sterzangers waren die ik heb meegemaakt, dan moet ik zeer diep in mijn geheugen graven om je een eerlijk antwoord te kunnen geven. Het is een feit, althans voor mij, dat de echt interessante zangers, met een inmiddels internationale carrière, vaak niet eens de halve finales bereikten of überhaupt een prijs wonnen.

Het is een tijdverspilling om je hersenen te pijnigen met de vraag waarom de zangers die het in je oren/ogen niet verdienden met de grootste prijzen naar huis gaan. Het heeft ook geen zin om de gedachten van degenen die ze hebben beloond: artistiek directeuren, casting directors, regisseurs, zangers of leraren te willen begrijpen.

We moesten maar eens goed nadenken waarom we eigenlijk al die competities nodig hebben. Zijn ze voornamelijk bedoeld voor het verbreden van het netwerk van de juryleden of horen ze de belangen van de jonge getalenteerde zangers te dienen, om ze een fatsoenlijke carrière te helpen opbouwen? Een lang blijvende carrière, die hen alles wat ze erin hebben geïnvesteerd – geld en vaak persoonlijke opofferingen – kan vergoeden.

Vergeet niet dat de zangers, net als andere oprechte musici en artiesten een belangrijke missie hebben: het verwarmen van de harten van het publiek, in het theater of in je huiskamer. Ze zijn er voor om met respect met de nalatenschap van de componist om te gaan en er voor te zorgen dat de opera als een levende kunstvorm niet gaat uitsterven”

 

Annett Andriesen (directeur van het IVC in de Bosch):

Concoursen Annet-Andriesen_web-728x485 (1) foto Annett Anne Frankplein

Andriesen heeft vroeger zelf deelgenomen aan verschillende concoursen. Nu zij een concours leidt, weet ze wat een zanger nodig heeft: zorg en respect.

 “Het IVC is een harde wedstrijd, maar met een menselijk gezicht. Ik wil geen watjes van ze maken, ze moeten zich kunnen redden in de grote boze wereld. Een concours is een plek waar opinies worden gevormd, waar zangers elkaar ontmoeten en kunnen zien waar ze staan, ze kunnen leren om te zingen onder hoogspanning, ze kunnen een netwerk opbouwen. Ze moeten zich vooral veilig voelen.

Het IVC stelt veel hogere eisen aan de samenstelling van het repertoire, de langere lijst  behelst drie periodes en stelt verplicht drie werken van na 1915. Daarnaast moeten de kandidaten een nieuw werk instuderen van een Nederlandse componist.

We hanteren de “Triple O” methode: “Ontdekken”, “Ontwikkelen” (masterclasses, trainingssessie, feedback door juryleden in persoonlijke gesprekken) en “Overdragen aan de markt” (contacten leggen met impresario’s, concertdirecties en casting directeuren).

Laat ik vooropstellen dat ik niet uitga van verborgen agenda’s of sjoemelende juryleden. Ik heb daar geen ervaring mee. De reglementen moeten kloppen en je moet je omringen met mensen die je kunt vertrouwen. ik heb nu drie concoursen geleid en ik heb veel respect voor juryleden die zich werkelijk bekommeren om de zangers en gesprekken voeren over het vak en de mogelijke plaats die de zanger kan innemen daarin. er zijn zangers die nog steeds contact hebben met juryleden en op hun advies een bepaalde coaching hebben gedaan.

De jury bij het IVC bestaat uit zangers/musici die aan het eind van hun carrière hun kennis en vaak ook hun netwerk delen en willen delen met de jonge generatie. Daarnaast casting directeuren of agenten en intendanten waarvan je weet dat zij jonge mensen aan het begin van hun carrière verder willen helpen. En niet alleen omdat een jonge solist ‘goedkoop’ zou zijn.

Ik denk dat het nut van een concours is de ontmoeting met gelijkgestemden, de gesprekken, het luisteren naar de collega’s, repertoire leren van de andere stemsoorten, vriendschappen sluiten, contacten opdoen en jezelf spiegelen aan de ander. Er is zoveel aanbod van zangers, dat het goed is om op bepaalde plekken en dat zou een concours kunnen zijn, gezien en gehoord te worden. Toptalent komt altijd bovendrijven.

 

Die Schöne Magelone door Christian Gerhaher is genadeloos zwaar

Brahms Gerhaher


Die Schöne Magelone
van Johannes Brahms is niet zomaar een liedcyclus. Simplistisch gezegd: het is geen vanzelfsprekende Schubert, maar ook geen neurotisch sensuele Schumann. Je kunt niet zo maar met je ogen dicht er ‘gewoon’ van zitten genieten want van de muziek sec moet je het niet hebben.

De liedcyclus volgt het roman ‘Die Wundersame Liebesgeschichte der schönen Magelone und des Grafen Peter aus der Provence’ van Ludwig Tieck op de voet en de gedichten en de verhalen in proza wisselen elkaar af. Om het allemaal te kunnen begrijpen en om te snappen waar het over gaat moet het verhaal dus ook verteld worden en in deze opname heeft de beroemde Duitse schrijver Martin Walser er voor gezorgd. De door hemzelf  geschreven ‘tussenstukjes’ baseerde hij op de oude teksten van Tieck en hij draagt ze ook zelf voor.

Hier is geen ontsnappen aan mogelijk: je moet er goed voor gaan zitten, de tekst pakken en …. Nu ja, de tekst pakken… Dat lukt dus niet, er is namelijk geen tekst bijgeleverd. Althans niet van de gesproken tussenstukken.

Christian Gerhaher is zonder enige twijfel één van de grootste liedzangers van nu, maar hoe goed ik mijn best ook doe: warm word ik er niet van. Niet dat er iets mis is met de deze opname. Integendeel, het is zeer intelligent en genadeloos perfect, met de nadruk op genadeloos. En zwaar, heel erg zwaar. Af en toe een pas op de plaats nemen en rustig doorademen zou in de beleving van de luisteraar wonderen kunnen doen.

De bijdrage van de pianist daarentegen is meer dan fenomenaal. Zodra Gerold Huber met zijn introductie begint hoop ik dat hij door mag gaan zonder door de zanger ‘gestoord’ te worden. Ik denk niet dat ik ooit nog eens naar die cd’s zal luisteren.


JOHANNES BRAHMS
Die Schöne Magelone
15 Romanzen aus Ludwig Tiecks Magelone, op.33
Zwischentexte von Martin Malser
Christian Gerhaher (bariton), Gerold Huber (piano), Martin Walser (voordracht)
Sony 8985311022 •  93’ (2cd’s)

Meer Gerhaher:

CHRISTIAN GERHAHER zingt MAHLER

FolksLied. Christian Gerhaher

SCENEN AUS GOETHES FAUST