Claude_Debussy

Kim en Blechacz mengen Poolse melancholie met Franse elegantie

blechacz kim

Sinds kort vormen de Poolse meesterpianist Rafał Blechacz en de Koreaanse stervioliste Bomsori Kim een duo, althans op de bühne. Hun samenwerking bracht ze naar de studio van de Deutsche Grammophon, waar ze cd opnamen met Poolse en Franse werken voor viool en piano.

Blechacz en Kim over hun samenwerking:

De keuze voor juist die twee landen wordt verklaard middels muziek van Frédëric Chopin, van wie ze de door Nathan Milstein bewerkte Nocturne nr.20 in c mineur spelen. Chopin, die de helft van zijn korte leven in Frankrijk woonde staat namelijk symbool – volgens de samenstellers althans – voor de perfecte symbiose van de Poolse melancholie en de Franse elegantie. Maar of het ook voor de andere componisten op de cd opgaat?

Ach, onbelangrijk eigenlijk als er zo prachtig wordt gemusiceerd. Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Zo vind ik de piano te dominant en veel te hard klinken, althans in Fauré. Nu is Blechacz een meer dan voortreffelijke pianist die bekend staat om zijn poëtische aanslag en laat dat nou precies zijn wat ik daar mis!

Maar het kan ook aan de opname liggen want in Debussy wordt de balans hersteld waardoor je eindelijk hoort hoe prachtig het spel van Kim is. Haar strijkvoering is delicaat en haar voordracht mysterieus mystiek, zo klinkt ook de pianist. Precies zoals het hoort.


FAURÉ, DEBUSSY, SZYMANOWSKI, CHOPIN
Rafał Blechacz (piano), Bomsori Kim (viool)
DG 48364671

 

 

RÊVERIES DE BILITIS

 

Duo Bilitis

Honderd jaar geleden, op 25 maart 1918 overleed Claude Debussy, één van de grootste en de meest vooruitstrevende Franse componisten van zijn tijd. Het Debussy-jaar wordt uitgebreid en uitbundig gevierd met veel (her)uitgaven van al zijn werken. Ook het Duo Bilitis – niet voor niets vernoemd naar Debussy’s Chansons de Bilitis is van de partij.

De twee harpisten waarvan er één ook nog prachtig zingt hebben een buitengewoon aantrekkelijk programma samengesteld en opgenomen met originele arrangementen van de werken van de Franse meester, waarvan er maar één, Danse Sacree et Danse Profane origineel voor harp (met een orkest) was bedoeld.

In de ‘Ballade’ (oorspronkelijke titel ‘Ballade Slave’) voor pianosolo uit 1890 manifesteert zich Debussy’s fascinatie voor de Russische muziek. Koren op de molen van de (van oorsprong Russische) Ekaterina Levental. Of het daaraan ligt weet ik natuurlijk niet, maar de bewerking voor twee harpen klinkt alles behalve raar, vanzelfsprekend eigenlijk. Ook de bewerking van de Six épigraphes antiques kan mij zeer bekoren.

 

 

De samenspel van beide harpisten is de perfectie nabij, waarbij hun instrumenten de esoterische harpklank met een meer ‘down to earth’ warme mezzostem van Levental verenigen. Het is waarachtig een cd om te koesteren!


Claude Debussy
Rêveries de Bilitis
Music for Two harps and Voice
Danse Sacree et Danse Profane
Proses Lyriques
Ballade for two harps
Trois Chansons de Bilitis
Six Epigraphes Antiques
Duo Bilitis: Eva Tebbe (harp), Ekaterina Levental (Mezzosoprano/harp)
Brilliant Classics 95657

Zie ook: THE SILVER AGE

ALMA QUARTET speelt Debussy, Ravel, Sjostakovitsj en Schulhoff

alma-kwartet-lotte-van-raalte

© Lotte van Raalte

Een soort Siamese tweeling zijn het, de strijkkwartetten van Claude Debussy (1893) en Maurice Ravel (1902-1903). Niet alleen in hun opbouw, ook de delen zelf dragen vrijwel identieke aanduidingen. Wat bij Debussy ‘Assez vif et bien rhytmé’ heet, is bij Ravel ‘Assez vif – Très rhytmé’. Ook het sterk impressionistische derde deel van Debussy heeft een gevoelsgelijke broertje bij Ravel, al is het laatste aardser en iets minder vaag. Niet zo verwonderlijk: Ravels kwartet was gecomponeerd als een ode aan Debussy.

Daar, waar de meeste kwartetten hun best doen om de verschillen tussen de beide werken te accentueren, legde het Amsterdamse Alma Quartet juist de nadruk op hun gelijkenis, waardoor Ravel af en toe zelfs als een bijna letterlijke kopie van Debussy klonk. Voor mij werkte de aanpak zeer verhelderend en ik zou ze graag naast elkaar op een cd willen (her)beluisteren.

De keuze voor de tempi vond ik soms best merkwaardig. Voornamelijk de langzame delen kregen een super softe behandeling waardoor ze in een eeuwig durende oase van rust en zoetere dan zoete klanken veranderden. Heel erg mooi, dat wel, maar men paste het iets te vaak toe, waardoor het op den duur een beetje ‘slepend’ werd in mijn oren.

Alma schulhoff houtsnee

Erwin Schulhoff in 1924. Houtsnee van Conrad Felixmüller. Lindenau-Museum, Altenburg, VG Bild-Kunst

 

Net als Debussy, zijn leraar, en zeer zeker Ravel, stond ook Schulhoff open voor alles, alleen voerde hij het nog verder door, tot in het extreme. “Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme”, schreef Schulhoff in 1919. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo was.

Dat hoor je ook in zijn tweede strijkkwartet uit 1925, waarin hij behalve de door jazz geïnspireerde ritmiek ook de Tsjechische volksmuziek verwerkte. Het Alma Quartet speelde het werk zeer levendig, met een voorbeeldige punctatie en een klank waar je in zou kunnen willen verdrinken. Meesterlijk.

 
Alma shostakovich-SQ8

Geen complexer strijkkwartet het nummer acht van Sjostakovitsj. De musicologen bestrijden elkaar in het zoeken naar de verborgen betekenissen: was het een aanklacht tegen het fascisme of juist niet? Volgde hij hiermee de lijn van de partij of verzette hij er zich juist tegen?

Allemaal flauwe kul, uiteraard, want alles wat Sjostakovitsj wilde zeggen staat gewoon in de noten. Dat hij met zijn eigen initialen DSCH rijk strooide? Niet voor de eerste keer, bijna al zijn werken zijn er mee gelardeerd. Dat hij zo veel citaten van zijn andere stukken hier in verwerkte? Ook niets nieuws: componisten citeren zichzelf graag, zeker als ze in tijdnood komen (het kwartet is gecomponeerd in drie dagen). Of als ze denken dat ze al eerder iets briljantst hebben gemaakt (een inderdaad geniale tweede pianotrio in dit geval).

Programmatisch stuk of niet: prachtig is het wel. Niets voor niets is het één van de meest gespeelde kwartetten uit de twintigste eeuw!

De Alma’s hebben het kwartet gespeeld als één geheel, waarin alle delen naadloos in elkaar overgingen, zo doende een eendelige symfonie voor strijkkwartet creërend. Prachtig vond ik het, want zo kon men niet alleen beter de herhalingen en de citaten daar uit vissen maar ze ook met elkaar in verbinding brengen. Het was alsof ze wilden zeggen: hou nou eens op met dat eindeloze geouwehoer en luister naar de muziek pur sang! Of dat de bedoeling was weet ik natuurlijk niet, maar zo heb ik het ervaren, waarvoor ik de heren meer dan dankbaar ben.

En toen was er een toegift: het Romance uit het Divertimento for String Quartet op.14 van Schulhoff, een prachtige belichaming van de romantisch-sentimentele kant van de componist. Als tempoaanduiding staat er ‘Ruhig fliessend’ bij en zo hebben de heren het gespeeld, ‘rustig voorbijvliegend’, vrij vertaald dan.

Marc Daniel van Biemen kondigde het stuk aan met een verontschuldigende glimlach op zijn gezicht, het duurde maar kort, zei hij. De toevoeging, die snap ik wel: de helft van het publiek was toen al weg. Duurde het concert ze te lang? Voor mij mocht het eeuwig doorgaan.

Alma

Gelukkig werd het optreden gisteren live uitgezonden en wie er niet bij was – maar ook wie er bij waren en net als ik wilden dat het concert nooit eindigde – kan het op de radio terugluisteren:

http://www.radio4.nl/gids/2017-07-11/558932/avondconcert

Strijkkwartetten van Schulhoff door het Alma Quartet:
ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Website van het kwartet:

https://www.almaquartet.com/

Strijkkwartetten van Schulhoff, Debussy, Sjostakovitsj en Ravel
Alma Quartet: Marc Daniel van Biemen, Benjamin Peled (viool), Jeroen Woudstra (altviool), Nitzan Laster (cello)

Gehoord 11 juli 2017 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam

PARADIS SUR TERRE

 Paradis sur terer

Al een tijd ben ik in de ban van Nicky Spence. Sinds ik hem als Števa (Jenůfa van Janáček) in Brussel heb gezien, staat hij op mijn “to watch” lijst.

Nicky Spence at the Classical Brit Awards:

 

 

Dankzij Chandos kan ik nu van zijn recital met Franse liederen smullen. Voor de verandering geen Fauré of Duparc, waarvoor mijn dank!

Les prières  van André Caplet zijn nieuw voor mij. De zeer gelovige Caplet raakte tijdens de Eerste Wereldoorlog gewond – hij werd blootgesteld aan een gifgasaanval bij Verdun. In die periode zijn ook de Les prières ontstaan. Het zijn op muziek gezette gebeden van de katholieke geloof, zeer ontroerend in hun eenvoud.

Slechte gezondheid heeft ongetwijfeld ook de composities van Lili Boulanger beïnvloed. De, op haar 24ste gestorven componiste, is voornamelijk bekend van haar pianowerken. En van ‘Pie Jesu’.

De Clairières dans le ciel  ademen voornamelijk serene rust en melancholie uit. Iets, waar Spence heel erg goed raad mee weet. De jonge Schotse tenor heeft een fijn timbre met misschien niet altijd de mooiste hoogte, maar hij weet de weemoedige sfeer goed met over te brengen.

Het mooist vind ik hem in de liederen van Cécile Chaminade, hier kan hij laten horen dat zijn stem ook de vrolijkheid goed aankan.

 


 

ANDRÉ CAPLET, LILI BOULANGER, CLAUDE DEBUSSY, CÉCILE CHAMINADE
Paradis sur terre
Nicky Spence (tenor), Malcolm Martineau (piano)
Chandos CHAN 10893 • 64‘