Elisabeth_SöderstrOm

ELISABETH SÖDERSTRÖM op BBC Legends

Sod

Geloof het of niet, maar het gros van de mooiste stemmen komt uit Scandinavië. Ze hebben daar een zangcultuur waar wij alleen maar van kunnen dromen. Geen wonder dat een groot aantal van de wereldberoemde zangers daar vandaan komt.

Van al haar land- en tijdgenotes was de Zweedse Elisabeth Söderström wellicht de meest muzikale. De meest veelzijdige ook, haar repertoire vermeldt een schare van uiteenlopende rollen in opera’s, beginnend met Monteverdi en eindigend met Henze.

Dankzij haar Russische moeder beheerste ze niet alleen de taal, maar had een bijzonder gevoel voor het Slavisch repertoire ontwikkeld. Ooit nam ze alle liederen van Tsjaikovski en Rachmaninoff op, en werd beroemd als de vertolkster van de opera’s van Janaček.

Er is iets ouderwets in Söderström’s manier van zingen, en het voelt niet onprettig. Integendeel. Het klinkt zelfs opwindend. Die lange frasen, die omhoog bloeiende noten, haar sensuele uitspraak en een licht metaal in haar volle, warme en uitgesproken vrouwelijke stem.

Af en toe doet ze aan haar (onterecht veel bekender geworden) illustere voornaamgenote denken, wellicht omdat beiden hun grootste triomfen in de opera’s van Mozart en Strauss vierden? Maar de verschillen zijn groter dan de overeenkomsten: Söderström klinkt zelden zelfverzekerd. Haar zingen wordt ook nooit ondergeschikt gemaakt aan de woorden, al was zij altijd bijzonder taalgevoelig en zong zij perfect in vele talen

 

Sod 2

Begin deze eeuw heeft BBC Legends twee uitgaven aan haar Söderström opgedragen. Op BBC L 4132-2 verschenen twee van haar recitals: uit 1971 en 1984. Tijdens de laatste was ze bijna 60 jaar oud, maar dat is absoluut niet te horen. Nog steeds is haar stem stralend, jeugdig en zeer vrouwelijk.

 

Tijdens beide recitals laat ze haar volledige kunnen horen en bij beide zingt ze liederen uit verschillende culturen en in verschillende talen. Dat de tweede iets boeiender is uitgevallen, is in grote mate aan pianist Roger Vignoles te danken. En aan de selectie Russische liederen, waar zij de grootste meesteres in was

 

 

 

sod 1

Op BBCL 4153-2 werden drie verschillende recitals uit de Royal Festival Hall vastgelegd. De Vier Letzte Lieder en de slotscène uit Capricio van Richard Strauss zong ze in oktober 1976 onder begeleiding van Antal Dorati.

 

De Shéhérezade van Ravel werd in 1971 opgenomen met het BBC Orchestra die onder leiding stond van Pierre Boulez:

De twee aria’s uit Le Nozze di Figaro stammen uit 1960. Söderström laat een vertwijfelde gravin horen, en ze doet het zo mooi dat het naar meer smaakt.

Maar het allermooist zijn de liederen van Strauss, gezongen zonder vocaal krachtsvertoon en gekoketteer met hoge noten.

 

 

 

 

 

Advertenties

VĚC MAKROPOULOS

 

makropulos-blu

Het eeuwige leven, willen we het stiekem niet allemaal? Zeker als je daarbij jong, mooi en gezond blijft? En al helemaal als je een operazangeres bent en al die honderden jaren van je leven je stem kan vervolmaken. Helaas is er ook een keerzijde: je wordt cynisch en niets boeit je meer, ook de seks niet. Immers: je hebt het allemaal al gezien?

Emilia Marty (of Elina Makropoulos, of Eugenia Montez, of één van de andere van haar vroegere alter egos) brengt opschudding in het leven van iedereen, maar zelf blijft ze er kalm onder. Ooit heeft ze liefgehad, maar ook dat is al meer dan honderd jaar geleden. Nu lijkt haar einde toch dichterbij te komen, dus moet ze het ooit door haar vader uitgevonden elixer terug zien te vinden. Maar misschien is de dood toch de oplossing?

 

makropo

Věc Macropulos (De zaak Makropoulos) van Janáček is een bijzondere opera, die veel stof levert om over na te denken. Een ‘gefundes fressen’ voor een regisseur, zou je zeggen, zeker ook omdat het libretto (Janáček zelf, naar het verhaal van Karel Čapek) werkelijk geniaal is en door de componist voorzien is van even geniale muziek.

Maar als je Christoph Marthaler heet, wil je het liefst een eigen stempel op de productie zetten en dat doet hij ook. De opera begint met een ‘stomme’ dialoog, die je middels ondertitels kan volgen. Nee, het staat niet in het libretto, maar de regisseur vond het blijkbaar spannend. Het heeft mij ook een paar uur gekost om erachter te komen dat het niet aan de dvd lag.

Of het een toegevoegde waarde heeft? Daar moet u zelf over oordelen. Voor mij hoeft het niet, de boodschap van de opera was zonder ook meer dan helder. Maar als je het eenmaal door hebt, is het ontegenzeggelijk spannend, al vraag ik mij af of het publiek links in de zaal iets kon zien, op de boventitels na.

Ik heb absoluut niets tegen modern theater, zeker niet als het goed en intelligent gedaan is. Als theater is de productie dan ook zeker boeiend. Maar Janáček is ver te zoeken, ook omdat het orkest weinig affiniteit met zijn merite heeft. Janáček is niet modern, meneer Salonen! Zelfs (of misschien juist?) in zijn gruwelijk omgekeerde sprookje ontbreekt het hem niet aan lyriek. En de accenten, de typische ‘Janáček-accenten’, die hoor ik ook nergens. Wat een misverstand!

makropolus-n

Er wordt ontegenzeggelijk goed tot zeer goed gezongen. Johan Reuter is een fantastische Prus en Raymond Very een zeer aandoenlijke Gregor. Angela Denoke is een rasartieste en al vind ik haar stem niet echt mooi, in haar rol is ze meer dan overtuigend.

De recensies waren bijna allemaal zeer lovend. Men prees het drama en de zangers. Zelfs Salonen werd bejubeld, dus het laatste oordeel is aan u. (Cmajor 709508)

Behind the scenes:

CD’S

makropolus

De 30 jaar oude klassieker onder leiding van Charles Mackerras klinkt nog steeds als een klok en is weinig voor verbetering vatbaar, helaas is hij niet (meer?) los verkrijgbaar. Decca heeft alle door Mackerras opgenomen opera’s van Janáček samengebundeld en in een 9 cd tellende box gestopt (4756872).  Op zich prima, zeker gezien de prijs, helaas krijgt u het libretto er niet bij. Maar de uitvoering is om te likkebaarden. Elisabeth Söderström is een voortreffelijke Emilia, Peter Dvorský een mooie Albert en Václáv Zítek een imponerende baron Prus.


makrol

In 2006 dirigeerde Mackerras de opera bij het English National Opera, in het Engels. De (live) opname verscheen op Chandos (CHAN 3138), en het is goed om het erbij te hebben. Cheryl Barker zingt een mooie, koele Emilia, misschien minder doorleefd dan Söderström, maar zeker niet minder sophisticated. En het Engels is een kwestie van wennen.

KAT’A KABANOVÁ. Discografie

 

DVD

ROBERT CARSEN

 

katja-mattila

Wolga, de langste rivier in Europa, is voor de meeste Russen het symbool voor werkelijk alles, inclusief het leven zelf. In ettelijke liederen wordt zij bezongen, en in vele verhalen en gedichten speelt zij de hoofdrol.

Ook in De storm van Ostrovski, waar de opera van Janaček op is gebaseerd, en zo ook in de opera zelf: in haar spiegelt zich de ziel van de ongelukkige Kát’a, die haar leven dan ook in Wolga laat eindigen. Je hoort haar ook in de muziek

Dat heeft Robert Carsen in zijn Antwerpse enscenering in 2004 goed begrepen: hij liet de hele bühne door water bedekken en het verhaal zich op vlonders afspelen. Ik vond het de aller-allermooiste productie van het werk. Het is in 2008 door het Teatro Real in Madrid overgenomen en niet zo lang geleden ook op dvd uitgebracht (Fra Musica 003).

Ik moet u heel eerlijk bekennen dat ik echt bang was om het terug te zien. Zou ik het nog steeds zo mooi vinden? Het antwoord is volmondig: ja! Sterker. Het is nog veel mooier dan ik het mij kon herinneren.

Karita Mattila is een Kát’a om verliefd op te worden en Jiří Bělohlávek is, naast Mackerras, de beste pleitbezorger voor de opera. Wilt u mijn eerlijke mening weten? KOPEN, want mooier bestaat niet!

Derde akte: de storm

 

CHRISTOPHER MARTHALER

 

katja-marthaler

Geloof het of niet: voor de meeste operaliefhebbers behoort Kát’a Kabanova tot het standaardrepertoire, maar in Salzburg beleefde zij haar première pas in 1998. Dat de productie toen met gemengde gevoelens werd ontvangen, lag niet aan de muziek of de zangers, noch aan het orkest of de dirigent.

Sylvain Cambreling ontfermde zich over Janačeks meesterwerk, met de nodige liefde en begrip. Al bij de ouverture zat mijn keel dicht en liepen mijn ogen vol met tranen.

Maar helaas, er was ook een regisseur. Marthaler plaatste de handeling ergens in het Oostblok van de jaren zestig, zijn inspiratie duidelijk puttend uit de Tsjechische filmhits uit die tijd. Degenen die ooit Liefde van een blondje van Miloš Forman hebben gezien, weten wat ik bedoel.

Er is nergens een rivier te bekennen (een foto op de muur telt niet mee) en dat is iets wat ik absoluut onacceptabel vind, want Kát’a Kabanova zonder Wolga is voor mij als de Die Zauberflöte zonder fluit.

Een liefhebber van het moderne, conceptuele regietheater kan er misschien plezier aan beleven, want muzikaal zit het werkelijk goed in elkaar. Het was duidelijk, dat hij over een bijzonder lange repetitietijd kon beschikken: de zangers waren gekneed tot een formidabel ensemble.

De zang was ook superieur. Angela Denoke zette een kwetsbare Kát’a neer en Dagmar Pecková schitterde als de opstandige Varvara. David Kuebler en Rainer Trost waren perfect gecast als respectievelijk Boris en Kudrjas, en allemaal hebben ze hun bravo’s wel verdiend. Voor ons Nederlanders is het bovendien leuk om onze eigen nationale trots, Henk Smit, in actie te kunnen zien.

 

 

In de strijd tussen regie en muziek won de laatste het.

 

NICOLAUS LEHNHOFF

 

katja-lehnhoff

Lehnhoff behoort tot de regisseurs die graag een eigen draai aan een voorstelling geven, maar in Glyndebourne heeft hij een vrij traditionele productie geleverd (Arthaus 100158). Zeer sober, maar met veel oog voor details en voor de psychologische ontwikkeling van de personages.

Hij benadrukt alle aspecten van Kát’a’s karakter, ook haar piëteit, dringt diep door in haar gekwelde ziel en maakt haar ellende voelbaar. Er heerst een gevoel van algehele verlatenheid, wat door de prachtige, felle kleuren, die af en toe sterk aan schilderijen van Münch doen denken, versterkt wordt.

Ook muzikaal is er geen reden om te klagen: Nancy Gustafson is een prachtige Kát’a en Barry McCauley een uitstekende Boris.

 

“Storm-scène” uit de derde akte:

 

CD

 

katja-decca

 

Beide door Charles Mackerras gedirigeerde cd-opnames met respectievelijk Elisabeth Söderström op Decca (4218522) en Gabriela Beňačková op Supraphon (SU3291-2 632) in de hoofdrol zijn heel erg goed en geen van beide zou ik willen missen, al heb ik een lichte voorkeur voor Beňačková.

 

 

 

katja-sup

Peter Straka is als Boris net zo geloofwaardig als Petr Dvorsky en Nadĕžda Kniplova en Eva Randová (Kabanicha) zijn aan elkaar gewaagd.