Erwin_Schulhoff

ALMA QUARTET speelt Debussy, Ravel, Sjostakovitsj en Schulhoff

alma-kwartet-lotte-van-raalte

© Lotte van Raalte

Een soort Siamese tweeling zijn het, de strijkkwartetten van Claude Debussy (1893) en Maurice Ravel (1902-1903). Niet alleen in hun opbouw, ook de delen zelf dragen vrijwel identieke aanduidingen. Wat bij Debussy ‘Assez vif et bien rhytmé’ heet, is bij Ravel ‘Assez vif – Très rhytmé’. Ook het sterk impressionistische derde deel van Debussy heeft een gevoelsgelijke broertje bij Ravel, al is het laatste aardser en iets minder vaag. Niet zo verwonderlijk: Ravels kwartet was gecomponeerd als een ode aan Debussy.

Daar, waar de meeste kwartetten hun best doen om de verschillen tussen de beide werken te accentueren, legde het Amsterdamse Alma Quartet juist de nadruk op hun gelijkenis, waardoor Ravel af en toe zelfs als een bijna letterlijke kopie van Debussy klonk. Voor mij werkte de aanpak zeer verhelderend en ik zou ze graag naast elkaar op een cd willen (her)beluisteren.

De keuze voor de tempi vond ik soms best merkwaardig. Voornamelijk de langzame delen kregen een super softe behandeling waardoor ze in een eeuwig durende oase van rust en zoetere dan zoete klanken veranderden. Heel erg mooi, dat wel, maar men paste het iets te vaak toe, waardoor het op den duur een beetje ‘slepend’ werd in mijn oren.

Alma schulhoff houtsnee

Erwin Schulhoff in 1924. Houtsnee van Conrad Felixmüller. Lindenau-Museum, Altenburg, VG Bild-Kunst

 

Net als Debussy, zijn leraar, en zeer zeker Ravel, stond ook Schulhoff open voor alles, alleen voerde hij het nog verder door, tot in het extreme. “Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme”, schreef Schulhoff in 1919. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo was.

Dat hoor je ook in zijn tweede strijkkwartet uit 1925, waarin hij behalve de door jazz geïnspireerde ritmiek ook de Tsjechische volksmuziek verwerkte. Het Alma Quartet speelde het werk zeer levendig, met een voorbeeldige punctatie en een klank waar je in zou kunnen willen verdrinken. Meesterlijk.

 
Alma shostakovich-SQ8

Geen complexer strijkkwartet het nummer acht van Sjostakovitsj. De musicologen bestrijden elkaar in het zoeken naar de verborgen betekenissen: was het een aanklacht tegen het fascisme of juist niet? Volgde hij hiermee de lijn van de partij of verzette hij er zich juist tegen?

Allemaal flauwe kul, uiteraard, want alles wat Sjostakovitsj wilde zeggen staat gewoon in de noten. Dat hij met zijn eigen initialen DSCH rijk strooide? Niet voor de eerste keer, bijna al zijn werken zijn er mee gelardeerd. Dat hij zo veel citaten van zijn andere stukken hier in verwerkte? Ook niets nieuws: componisten citeren zichzelf graag, zeker als ze in tijdnood komen (het kwartet is gecomponeerd in drie dagen). Of als ze denken dat ze al eerder iets briljantst hebben gemaakt (een inderdaad geniale tweede pianotrio in dit geval).

Programmatisch stuk of niet: prachtig is het wel. Niets voor niets is het één van de meest gespeelde kwartetten uit de twintigste eeuw!

De Alma’s hebben het kwartet gespeeld als één geheel, waarin alle delen naadloos in elkaar overgingen, zo doende een eendelige symfonie voor strijkkwartet creërend. Prachtig vond ik het, want zo kon men niet alleen beter de herhalingen en de citaten daar uit vissen maar ze ook met elkaar in verbinding brengen. Het was alsof ze wilden zeggen: hou nou eens op met dat eindeloze geouwehoer en luister naar de muziek pur sang! Of dat de bedoeling was weet ik natuurlijk niet, maar zo heb ik het ervaren, waarvoor ik de heren meer dan dankbaar ben.

En toen was er een toegift: het Romance uit het Divertimento for String Quartet op.14 van Schulhoff, een prachtige belichaming van de romantisch-sentimentele kant van de componist. Als tempoaanduiding staat er ‘Ruhig fliessend’ bij en zo hebben de heren het gespeeld, ‘rustig voorbijvliegend’, vrij vertaald dan.

Marc Daniel van Biemen kondigde het stuk aan met een verontschuldigende glimlach op zijn gezicht, het duurde maar kort, zei hij. De toevoeging, die snap ik wel: de helft van het publiek was toen al weg. Duurde het concert ze te lang? Voor mij mocht het eeuwig doorgaan.

Alma

Gelukkig werd het optreden gisteren live uitgezonden en wie er niet bij was – maar ook wie er bij waren en net als ik wilden dat het concert nooit eindigde – kan het op de radio terugluisteren:

http://www.radio4.nl/gids/2017-07-11/558932/avondconcert

Strijkkwartetten van Schulhoff door het Alma Quartet:
ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Website van het kwartet:

https://www.almaquartet.com/

Strijkkwartetten van Schulhoff, Debussy, Sjostakovitsj en Ravel
Alma Quartet: Marc Daniel van Biemen, Benjamin Peled (viool), Jeroen Woudstra (altviool), Nitzan Laster (cello)

Gehoord 11 juli 2017 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam

Advertenties

Spectrum Concerts Berlin speelt ERWIN SCHULHOFF

 schulhoff-spectrum

Vanwaar zo veel agressie?
Oké, Schulhoff is Dvořak niet en ook geen Janaček, maar met beide componisten had hij meer gemeen dan veel mensen beseffen.

Erwin Schulhoff was een man van uitersten. Van Janaček had hij de voorliefde voor de Tsjechische taal met zijn typische accenten geërfd en in zijn strijksextet verstopt.

In de uitvoering door de leden van Spectrum Concerts Berlin kloppen de accenten, inclusief de ferme en felle uithalen dan wel – maar moet het zó krasserig? – maar het lyrische aspect (Dvořaks erfenis) zijn de heren ergens onderweg kwijtgeraakt. Er is ook iets mis  met de balans van de opname waardoor ik niet van de volumeknoppen af kan blijven, want of ik hoor niets of word ik opgeschrikt door een boem.

Gaat het strijksextet een beetje ten onder aan gebrek van echte visie, in de vioolsonate wordt er ruimschoots revanche genomen. Hier is de toon van de violist Boris Brovtsyn “mild und leise”, met waar nodig wat ruwere accenten en daar wordt hij voortreffelijk mee geholpen door de formidabele pianist Eldar Nebolsin . Maar pas bij de door Nebolsin meesterlijk gespeelde Cinq Études de jazz herken ik “mijn” Schulhoff terug en kan ik de ietwat saai uitgevallen Duo for Violin and Cello vergeten. Wat een artiest!

 


ERWIN SCHULHOFF
String Sextett op.45, Sonata No.2 for Violin and Piano, Duo for Violin and Cello, Cinq Études de jazz
Spectrum Concerts Berlin: Boris Brovtsyn, Valery Sokolov (viool); Philip Dukes, Maxim Rysanov (altviool); Jens Peter Maintz, Torleif Thedéen (cello), Eldar Nebolsin (piano)
Naxos 8573525 • 68’

Zie ook:
ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

 

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

 schulhoff-alma

Van alle componisten die onder de term ‘Entartete muziek’ vallen is Erwin Schulhoff de meest complexe.

Anders dan diverse anthologieën ons vertellen is Schulhoff nooit in Theresienstadt geweest. Hij werd ook niet in Auschwitz vermoord. De hybride Tsjechische componist die in geen hokje past had gewoon pech gehad. De door hem aangevraagde Russische staatsburgerschap kwam twee dagen te laat, waardoor hij in plaats van in de Sovjet Unie in het concentratiekamp Wülzburg belandde, waar hij in 1942 aan tuberculose overleed.

Vanaf zijn prille jeugd werd Schulhoff gefascineerd door alles wat nieuw was. Hartelijk omarmde hij dada en jazz, had ook een bijzondere voorkeur voor het groteske. Zijn muziek was grenzen en genres – soms zelfs die van een “goed fatsoen” – overschrijdend.

Geen wonder dat zijn muziek zich niet laat etiketteren: alleen al binnen het oeuvre voor het strijkkwartet ontwaar je een enorme variëteit aan stijlen.

Op zijn Divertimento op.14 en strijkkwartet op.25 na, werden alle door het Alma Quartet gespeelde werken gecomponeerd tussen 1923 en 1925. Beide, zeer ritmische strijkkwartetten verraden Schulhoffs affiniteit met jazz – de tweede iets meer dan de eerste – en met de Tsjechische folklore.

De aan Darius Milhaud opgedragen ‘5 Pieces for String’ uit 1923 klinken behoorlijk neoclassicistisch. Elk refereert aan een dans of een land. In ‘Alla Valse Viennese’ schemeren de “walsjes van Ochs” door en bij ‘Alla Tango Milonga’ kan je alleen maar aan Argentinië denken.

Van alle tot nu toe bestaande opnamen van kwartetten van Schulhoff was die van het Petersen Quartet (Cappricio) mij het dierbaarst. Hun uitvoering vind ik nog steeds fantastisch, maar nu moeten ze in hun Amsterdamse collega’s hun meerdere erkennen. Grandioos.

Enorme pluim ook voor de Vruchtvlees.com voor het ontwerp van de cover en de omslag van het doosje. Niet alleen zeer fleurig en vrolijk, maar ook perfect bij de muziek van Schulhoff passend.

 


ERWIN SCHULHOFF
Complete string quartets
Alma Quartet
Gutman Records 161 (2 cd’s) • 1.51′

Voor meer Schulhoff zie ook:

Spectrum Concerts Berlin speelt ERWIN SCHULHOFF

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Alma Quartet live: ALMA QUARTET speelt Debussy, Ravel, Sjostakovitsj en Schulhoff

Entartete Musik, Theresienstadt und Channel Classics. Deutsche Übersetzung

entart

Ende der 80er Jahre, des vorigen Jahrhunderts, kam die Musik liebende Welt (und damit meine ich nicht nur die Hörerschaft, sondern auch die Publizisten, Rezensenten und Musikfachleute) dahinter, dass da mehr ist zwischen Himmel und Erde; oder nun, wo wir über Musik sprechen: zwischen Strauss und Stockhausen. Man fing an zu realisieren, dass eine ganze Generation Komponisten aus den Geschichtsbüchern und von den Konzertbühnen entfernt wurde. Innerhalb kurzer Zeit. Dies war nicht alleine die Schuld der Nazis

1988 wurde die Ausstellung „Entartete Musik“ in Düsseldorf ausgerichtet, exakt 50 Jahre nach der ursprünglichen Nazi-Aufführung. Die Ausstellung hatte auch emotionale Auswirkungen auf andere Städte, worunter auch Amsterdam, und wurde der Auslöser um Fragen zu stellen.

entart-du

Der Term „entartet“ wurde nicht von den Nazis erfunden. Schon im 19. Jh. wurde er in der Kriminologie benutzt, es bedeutete so etwas wie: „biologisch degeneriert“. Der Term wurde gerne durch die Machthaber des Dritten Reiches ausgeliehen, um die Kunstgattungen zu verbieten, die sie „unarisch“ fanden. Modernismus, Expressionismus, Jazz … und alles, was mit Juden in Verbindung gebracht wurde, denn sie waren im Voraus schon degeneriert, in dem Fall als Rasse.

entart-viel

Was als Verbot begann, entwickelte sich schon schnell als Ausschluss und resultierte in Mord. Diejenigen, denen es geglückt war nach Amerika oder England zu flüchten, haben den Krieg überlebt. Wer in Europa blieb, war verdammt. Viele, hauptsächlich tschechische Komponisten wurden über Terezín in die Vernichtungslager deportiert, viele landeten dort geradewegs. Nach dem Krieg wurden sie total vergessen, und so zum zweiten Mal ermordet. Wer es überlebte, wurde als hoffnungslos altmodisch bezeichnet und nicht gespielt.

Es begann erst Ende der 80er Jahre, dass man ein Bewusstsein dafür entwickelte, dass Korngold mehr war als nur ein Komponist von erfolgreicher Hollywood-Filmmusik; dass ohne Schreker und Zemlinski wahrscheinlich auch kein Strauss gewesen wäre, und Boulez und Stockhausen nicht die Ersten waren, die mit Serialismus spielten. Das Umdenken kam für die meisten der Überlebenden zu spät.

In Deutschland wurde eine Stiftung Musica Reanimata gegründet, aber auch die Niederlande blieben nicht dahinter zurück. Unter dem Namen Musica Ritrovata haben ein paar Enthusiasten einen Versuch gewagt, um die Musik zurück auf die Konzertbühnen zu bringen.

Dass dies glückte, war auch Channel Classics zu verdanken. Das niederländische CD-Label, gegründet durch Jared Sachs, war das Allererste, welche die Musik der „vergessenen“ Komponisten begann aufzunehmen.

Schon in den Jahren 1991 und 1992 veröffentlichten sie 4 Cds mit der Musik der „Theresienstadt-Komponisten“, von denen man beinahe niemals vorher etwas gehört hatte: Gideon Klein, Hans Krása, Pavel Haas, Viktor Ullman… Und das, wo die letzten drei doch vor dem Krieg wirklich ein Begriff waren. Gideon Klein hatte die Chance nicht – er wurde schon in seinem 24. Lebensjahr vergast.

Die ersten vier Cds von Channel Classics waren echte Pionierarbeit. Von Hans Krása wurde in Prag die Kinderoper Brundibar aufgenommen. Brundibar wurde noch vor dem Krieg komponiert, aber seine Premiere fand 1943 in Terezín statt.

 

 

 

Die CD (CCS 5198) wurde kombiniert mit Liedern von Domažlicky. Kein Überflieger, aber ohne Zweifel interessant.

entart-brundibar

 

Großartig hingegen ist die Aufnahme von Krásás Kammermusik durch das La Roche Quartett (CCS 3792), womöglich die beste Darbietung die davon existiert.

krasa

 

Von allen Schülern von Janácek gelang es Pavel Haas am besten, die Einflüsse seines Lehrers mit eigener musikalischer Sprache zu kombinieren. Auf Bitten von Karel Berman (Bass) schrieb er in 1944 Vier Lieder nach Worten chinesischer Poesie. Berman, der den Krieg überlebte, hat sie zusammen mit seinen eigenen Liedern (CCS 3191) aufgenommen

haas

Aber am schönsten finde ich, neben dem dritten Streichquartett von Victor Ulmann, die Aufnahme mit vier Werken des 24-jährigen Gideon Klein. Lausche nach seinem Trio und erschaudere. (CCS1691)

 

 

Channel Classics macht weiter – nun in Zusammenarbeit mit dem unübertroffenen Werner Herbers und seiner Ebony Band. Durch ihn sind viele Komponisten mehr als eine Meldung in Wikipedia geworden. Denken Sie an Schulhoff: Sie kennen doch sicher seine CD mit Dada-inspirierten Werken, mit den Zeichnungen von Otto Griebel?

griebel

Ebony Band und Loes Luca in Sonata Erotica:

 

Denken Sie an Wolpe von dem er während des HF (Holland Festival) die Oper Zeus und Elida aufgeführt hat, und dessen Musik er noch stets aufnimmt – die neueste heißt Dancing. Außer Wolpe, Milhaud und Martinů sind dort auch Werke von Emil František Burian und Mátyás Seiber zu finden.

entart-ebon

Und denken Sie an den polnischen Józef Koffler, während des Krieges ermordet. Sein Streichtrio und die prächtige Kantate Die Liebe (gesungen durch Barbara Hannigan), steht neben dem Quintett des anderen unbekannten Polen Konstanty Regamey (CCS31010).

entartkof

 

Übersetzung: Beate Heithausen

In het Nederlands: Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

 

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

entart

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw kwam muziekminnend wereld (en hier bedoel ik niet alleen de luisteraars, maar ook de publicisten, recensenten en muziekdeskundigen mee) er achter dat er meer was tussen hemel en aarde, of, nu wij het over muziek hebben: tussen Strauss en Stockhausen. Men begon zich te realiseren dat er een hele generatie componisten uit de geschiedenisboeken en concertpodia was gewist. Zo maar. En het was niet alleen de schuld van de nazi’s.

In 1988 werd de tentoonstelling ‘Entartete Muziek’ in Düsseldorf opgezet, precies 50 jaar na de oorspronkelijke Nazi-vertoning. De tentoonstelling heeft ook andere steden, waaronder ook Amsterdam, aangedaan en werd de aanzet tot het stellen van vragen.

entart-du

De term “entartet” (ontaard) werd niet door de nazi’s uitgevonden. Al in de negentiende eeuw werd het gebruikt in de criminologie, het betekende zoiets als “biologisch gedegenereerd”. De term werd gretig door de machthebbers van de Derde Rijk geleend om de kunstuitingen te verbieden die zij “onarisch” vonden. Modernisme, expressionisme, jazz … En alles wat met Joden te maken had, want die waren bij voorbaat al gedegenereerd, als ras dan.

entart-viel

Wat als verbod was begonnen ontwikkelde zich al gauw tot uitsluiting en resulteerde in moord. Degenen die het gelukt was om naar Amerika of Engeland te vluchten hebben de oorlog overleefd. Wie in Europa was gebleven was gedoemd.

Vele, voornamelijk Tsjechische componisten werden via Terezín naar de vernietigingskampen gedeporteerd, velen belandden daar rechtstreeks. Na de oorlog werden ze totaal vergeten, en zo voor de tweede keer vermoord. Wie het overleefde werd voor hopeloos ouderwets uitgemaakt en niet gespeeld.

Het was pas eind jaren tachtig, dat er besef kwam dat Korngold meer was dan een componist van Hollywod-scores; dat zonder Schreker en Zemlinski er waarschijnlijk ook geen Strauss was geweest en dat Boulez en Stockhausen niet de eersten waren die met serialisme speelden. De kentering kwam voor de meeste van de overlevenden te laat …

 In Duitsland werd een stichting Musica Reanimata opgericht, maar ook Nederland bleef niet achter. Onder de naam Musica Ritrovata hebben een paar enthousiastelingen een poging gewaagd om de muziek terug naar de concertpodia te brengen.

Dat het lukte, was mede aan Channel Classics te danken. De Nederlandse cd-label, opgericht door Jared Sachs was de allereerste die de muziek van “vergeten” componisten begon op te nemen.

Al in al 1991 en 1992  hebben ze vier cd’s uitgebracht met de muziek van de “Theresienstadt – componisten” van wie men bijna nooit eerder had gehoord: Gideon Klein, Hans Krása, Pavel Haas, Viktor Ullman… En dat, terwijl de laatste drie toch echt een begrip waren, vóór de oorlog. Gideon Klein had de kans niet gehad– hij werd al op zijn 24-ste vergast.

De eerste vier cd’s van Channel Classics waren echt pionierswerk.
Van Hans Krása werd in Praag de kinderopera Brundibar opgenomen.
Brundibar werd nog voor de oorlog gecomponeerd, maar zijn première vond plaats in Terezín, in 1943.

De cd (CCS 5198) werd gecombineerd met liederen van Domažlicky. Geen hoogvlieger, maar zonder meer interessant.

entart-brundibar

Geweldig daarentegen is de opname van Krása’s kamermuziek door het La Roche Quartet (CCS 3792), wellicht de beste uitvoering die er van bestaat.

 krasa

 

Van alle leerlingen van Janácek, slaagde Pavel Haas er het beste in de invloeden van zijn leraar met een eigen muzikale taal te combineren. Op verzoek van de bas Karel Berman schreef hij in 1944 Vier liederen bij de  Chineze gedichten. Berman, die de oorlog overleefde, heeft ze samen met zijn eigen liederen (CCS 3191) opgenomen.

haas

 

Maar het mooiste vind ik de opname met, naast het derde strijkkwartet van Victor Ulmann, vier werken van de 24-jarige Gideon Klein. Luister naar zijn Trio en huiver (CCS 1691)

 

 

Channel Classics gaat door – nu in samenwerking met de onvolprezen Werner Herbers en zijn Ebony Band. Door hem zijn er veel componisten meer dan een vermelding in de Wikipedia geworden. Denk aan Schulhoff: u kent toch wel zijn cd met Dada-geinspireerde werken, met de tekeningen van Otto Griebel?

griebel

 

Ebony Band speel H.M.S.Royal Oak, jazzoratorium van Schulhoff:

 

Denk aan Wolpe van wie hij tijdens  het HF de opera Zeus und Elida heeft uitgevoerd en wiens muziek hij nog steeds opneemt – de nieuwste  heet Dancing.

entart-ebon

Behalve Wolpe, Milhaud en Martinů staan er werken van Emil František Burian en Mátyás Seiber op.

 

entartkof

En denk aan Poolse Józef Koffler, tijdens de oorlog vermoord. Zijn strijktrio en de prachtige cantate Die Liebe (gezongen door Barbara Hannigan) staat naast het Quintet van de andere onbekende Pool, Konstanty Regamey (CCS 31010)

Voor meer ‘Theresienstadt-componisten’ zie ook:DROMEN ZIJN BEDROG
PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Meer over “Entartete Musik’:
TUSSEN TWEE WERELDEN