The Bear van William Walton

Walton

Het verhaal: de mooie weduwe Irina Popova treurt al zeven maanden om haar overleden echtgenoot, en dat, terwijl hij haar ontrouw is geweest en met schulden heeft opgezadeld.

Samen met haar oude bediende Luka leeft zij teruggetrokken in haar landhuis tot er opeens een man voor de deur staat. Het is een zekere Smirnov die de schuld van haar man komt vereffenen. Hij gedraagt zich als een ongelikte beer, het komt tot uitbarsting en er worden zelfs pistolen getrokken voor een duel. En dan slaat de vlam in de pan: ze worden op slag verliefd en het duel eindigt in een vurige kus.

Het gegeven komt uit een verhaal van Tsjechov, de absolute meester in het tot één geheel samensmelten van humor en weemoed. Daar moest William Walton aan denken toen hij een opdracht kreeg van de Koussevitzki-stichting en een paar jaar later een operabestelling kreeg van het Aldebourgh Festival.

Het geestelijke niemendalletje is meer dan heerlijk. Het zou vaker op affiches mogen komen, wellicht als een soort proloog voor een andere opera – iets wat vroeger vaker gebeurde.

Het zou dan ook door beginnende zangers (iets voor de jongtalentprojecten bij de operahuizen?) uitgevoerd kunnen worden. Niet omdat het nou zo makkelijk is, maar omdat je een hele scala aan emoties in nog geen uur durende voorstelling leert te beheersen. Ze kunnen hier niet alleen hun stemmen, maar ook hun acteren polijsten en voor een regisseur is het – lijkt mij – heerlijk om aan zoiets mee te werken. Zeker ook omdat hier geen dubbele laag of bodem is te ontdekken en je niet over concepten hoeft te piekeren.

Oorspronkelijk is de opera voor drie zangers en een klein kamerorkest geschreven. De uitvoering die het Grachtenfestival ons bood moest het met één pianist stellen en dat vond ik een beetje jammer. Ik vind de orkestratie van Walton meer dan subliem, waarin alles, maar dan ook werkelijk alles de revue passeert: van cabaret tot filmmuziek en zelfs Wagner.

“Listen – are you still angry.” De aanloop tot het merkwaardige einde van de klucht heeft een hoog Tristan und Isolde-gehalte. Je ziet het al voor je, hoe ze elkaar in de armen vallen in een ‘never ending love story’. Dat moment ging in de pianobewerking onherroepelijk verloren. Muzikaal dan. Dat lag niet aan de pianist, want hij was meer dan voortreffelijk en het was zijn schuld niet dat het niet goed uit de verf kwam.

Bariton Willem de Vries

Willem de Vries © Marco Borggreve

Willem de Vries was weergaloos als de beer, de boer, het monster en al het andere wat de beminnelijke weduwe naar het hoofd van Smirnov slingerde. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nooit een grote fan van de bariton ben geweest. Ik vond zijn stem droog en zijn houding vaak houterig, maar nu heeft hij mij meer dan verrast! Ik had de stem van Alan Opie in mijn gedachten (dat krijg je, als je met maar één opname bent ‘opgevoed’). Die is iets voller en erotischer. Toch wist de Vries mij volledig te overtuigen.

Walton Rosanne-van-Sandwijk-Foppe-Schut

Rosanne van Sandwijk © Foppe Schut

Rosanne van Sandwijk was zeker mooi als de aantrekkelijke weduwe met kuiltjes in haar wangen, al had ik misschien wat meer vuur verwacht. Vuur en een iets ander stemtype, iets donkerder wellicht, want nu was zij voornamelijk lief. Wat mij het meest verraste was de manier waarop haar stem zich heeft ontwikkeld, daar zit veel meer in dan ik afhankelijk dacht.

 

Walton jan Baljet

Jan Willem Baljet © Ronald Knapp

Jan Willem Baljet was onnavolgbaar in zijn rol van de bediende Luka. Met zijn optreden, zorgde hij voor de meeste hilarische momenten in het toch al zo vermakelijke stuk.

 

Walton jeroen_sarphati

Jeroen Sarphati

De erepalm ging naar Jeroen Sarphati. De pianist, arrangeur en regisseur in één kan niet genoeg geprezen worden voor het werk dat hij verrichtte. Ik heb mij meer dan vermaakt en zou het zeker nog terug willen zien!

Een klein fragmentje uit de première in 1067, met Monica Sinclaire en John Shaw:

William Walton
The Bear
Rosanne van Sandwijk (mezzosopraan), Willem de Vries (bariton), Jan Willem Baljet (bariton); Jeroen Sarphati (piano en regie)

Bezocht op 21 augustus 2013

Zie ook: Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE

Claire Chevallier & Jos van Immerseel: transparante klank maar weinig emoties

Jos van Immerseel

Het repertoire voor piano vierhandig lijkt bijna onuitputtelijk en toch hoor je het niet vaak in de concertzalen. De reden is nogal logisch: vind nou eens een tweetal gelijkgestemde pianisten van formaat, tweelingen en/of andere familieleden daargelaten, die het podium en alle aandacht bereid zijn te delen! Anders is het met de studio-opnamen gesteld, die zijn namelijk niet te tellen.

Dat er dan bijna altijd om de Hongaarse Dansen van Brahms en de Slavische Dansen van Dvořák gaat is niet meer dan begrijpelijk. Het zijn fantastische, emotionerende stukken, makkelijk verteerbaar en met een grote oorwurmfactor.

Het duo Claire Chevallier en Jos van Immerseel is een grote uitdaging aangegaan om al die andere opnamen zo niet te overtroeven dan zeker van een verrassingsfactor te voorzien. Dat laatste is ze zonder meer gelukt. Van Immerseel en Chevallier bespelen een Bechstein uit 1870, een concertvleugel met parallel–besnaring (gewone hedendaagse instrumenten hebben een kruis-besnaring), waardoor, onder andere, de bas-kant veel transparanter klinkt.

En dat klopt aardig, de klank is inderdaad zeer transparant en helder, waardoor het zeer prettig is om er naar te luisteren. Je zou zelfs kunnen stellen dat de opname een zekere rust ademt. Heerlijk, dat wel, maar zijn rust en de – zeker de Hongaarse – dansen niet een contradictio in terminis?


JOHANNES BRAHMS, EDVARD GRIEG, ANTONÍN DVOŘÁK
Music for piano four hands
Claire Chevallier & Jos van Immerseel • 71’

Grachtenfestival 2015: Façade meets The Telehone

FAÇADE

telefoon dame Sitwell

Dame Edith Sitwell

“You don’t have to be English”, maar soms kan het helpen. Zeker als je een stuk zoals de ‘Façade’ van William Walton gaat beluisteren, zonder dat de tekst binnen je handbereik is.

Dame Edith Sitwell (1887 – 1964) was een zeer excentrieke schrijfster en dichteres van aristocratisch komaf. Haar door o.a. Dada geïnspireerde serie gedichten Façade – an entertainment  schreef ze tussen 1918 en 1951. William Walton, die haar protégé was, maakte er in 1922 een soort ‘accompagnement’ voor.

telefoonwilliam-walton-and-edith-sitwell-1340371662-view-0

Sir William Walton met zijn vrouw Susanna en Dame Edith Sitwell

In 1951 reviseerde Walton het werk. In die versie werd het in 1953 door Decca opgenomen, met als sprekers Sitwell zelf en Sir Peter Pears:

In 1970 maakte Walton er een vervolg op: hij voegde er nog acht gedichten aan toe en noemde het Façade – An further entertainment.

Beide delen werden in het kader van het Grachtenfestival 2015 in het Amsterdamse Compagnietheater uitgevoerd, in een niet-alledaagse bezetting. Naast sopraan Rosemary Joshua stond als haar ‘partner in crime’ Nicolas Mansfield, in het dagelijks leven baas van de Nederlandse Reisopera.

Telefoon Facade-Ronald-Knapp

Rosemary Joshua en Nicolas Mansfield © Ronald Knapp

Beide (versterkte) sprekers waren goed te verstaan en articuleerden voortreffelijk. Toch ontbrak er iets. Misschien kwam het doordat het flesje Bombay Sapphire op het tafeltje tussen hen onaangeroerd bleef. In elk geval wilde het nergens knallen en werd het niet meer dan een klein feestje.

Na Façade 1 merkte ik dat er een soort moeheid optrad en voor de zoveelste keer bedacht ik dat een weergave van de teksten, hoe absurd ze ook zijn, zou helpen. Was een projectie op de muur geen optie? Persoonlijk zou ik trouwens terugwillen naar de versie uit 1951, maar dat zal waarschijnlijk niet meer mogen.

Beide sprekers werden meer dan voortreffelijk begeleid door, voor de gelegenheid feestelijk uitgedoste (het oog wilt ook wat) kamermuziek ensemble De Bezetting Speelt. Hun optreden was een puur genot niet alleen voor je oor maar ook voor je gemoedstoestand. Het was nogal wiedes dat ze de jazz en de pasodoble in hun vingers hebben. En Ensemble om in de gaten te houden!

William Walton
Façade
Rosemary Joshua en Nicolas Mansfield (sprekers), Ensemble De Bezetting Speelt

THE TELEPHONE

Telephone-Ronald-Knapp-2

Maartje Rammeloo (Lucy) en Drew Santini (Ben) © Ronale Knapp

Voor de pauze knalde de Reisopera wél en dan ook met een echte voltreffer. De mini opera van Menotti, een niemendalletje eigenlijk, The Telephone, or L’Amour à trois heb ik niet eerder zo ongelofelijk mooi vormgegeven gezien.

De Zweedse regisseur Mia Ringblom Hjertner, geholpen door decorontwerper Gunnar Ekman en lichtontwerper Joakim Brink, heeft zich precies aan het libretto en de regieaanwijzingen gehouden. De regie bracht ons naar een voor de jaren veertig modern ingericht appartement van een aan de telefoon verslaafde kunstverzamelaarster, waarbij de ‘titelheld’ niet tot smartphone werd gedegradeerd.

Maartje Rammeloo was een Lucy om je vingers bij af te likken. Gestoken in een beige deux pièces met een wit zijden bloesje en gewapend met een sigarettenpijp kon ze zo voor Rita Hayworth in ‘Gilda’ doorgaan.

Ook haar zingen was ouderwets goed. Rammeloo beschikt over een kristalheldere coloratuursopraan die zij zeer gedisciplineerd onder de duim heeft weten te krijgen. Iets, wat haar in staat stelt om hele telefoongesprekken te voeren zonder dat je in de gaten krijgt dat zij ze zingt. Haar manier van prononceren deed mij aan Marilyn Cotlow, de eerste vertolkster van de rol denken. Brava.

Telefoon Marilyn_Cotlow_1952

Marilyn Cotlow

Bravo ook voor Drew Santini, een Ben van je dromen. Een sukkelig jongetje, tot over zijn oren verliefd op een vrouw die hij niet aan kan. De stem van de Canadese, in Nederland wonende bariton is niet echt groot, maar de lyriek druipt er vanaf. Zo’n stem die als een warm bad aanvoelt. Geen wonder dat zijn liefdesverklaring door de telefoon Lucy’s hart liet smelten.

Telephone-Ronald-Knapp-1

Maartje Rammeloo & Drew Santini © Ronald Knapp

Grote bravo voor de pianist Evert-Jan de Groot, die de opera niet alleen congeniaal begeleidde maar dankzij zijn acteervermogen ook een onvervangbaar deel van het geheel was.

Het is te hopen, dat iemand de productie heeft opgenomen, want het leven kennende kan ik mijn hoop op meer en vaker Menotti laten varen.

Hieronder een impressie van de opening van het Grachtenfestival met rond minuut vijf een piepklein fragmentje uit The Telephone:

Gian Carlo Menotti
The Telephone
Maartje Rammeloo (sopraan), Drew Santini (bariton), Evert-Jan de groot (piano)

Bezocht op 15 augustus 2015 in Compagnietheater – Amsterdam.

 

Anna Magdalen Kokits zet Ernst Toch op de kaart. En hoe!

Toch

Ernst Toch (Wenen 1887 – Santa Monica 1964) was, naast Paul Hindemith, Hanns Eisler en Ernst Krenek één van de voornaamste vertegenwoordigers van de Nieuwe Zakelijkheid. Of de Nieuwe Objectiviteit zoals de stroming ook werd genoemd.

De stroming ontstond in de jaren na de Eerste Wereldoorlog als een soort ‘anti-romantische reactie tegen het expressionisme’. Denk aan het Bauhaus in de architectuur en verisme (én het magisch realisme) in de schilderkunst.

Toch zei hij over zichzelf dat hij “the most forgotten composer of the XXth century” was en dat klopt aardig. Want zeg nou eerlijk: heeft u ooit zijn muziek in een concertzaal gehoord? Een frappant feit eigenlijk, want zijn muziek werd best vaak opgenomen. Zijn symfonieën en zijn kamermuziek verschenen (onder anderen) op CPO en Naxos en zijn ‘Joodse’ composities werden uitgebracht door het Amerikaanse Milken Archive. Al die opnamen kan ik u zonder meer aanbevelen.

En nu heeft Toch een nieuwe verdediger van zijn muziek er bij gekregen: de jonge Oostenrijkse pianiste Anna Magdalena Kokits. Kokits is sinds jaren een vurig voorvechtster van hedendaagse muziek, met een sterke voorkeur voor de minder bekende of vergeten repertoire van met name Joodse componisten. Naast haar Toch-project (Kokitis gaat al zijn pianowerken opnemen) staat ook een cd met kamermuziek van Mieczysław Weinberg in de planning.

https://i0.wp.com/www.keowell.com/covers/wp-content/uploads/2017/06/WTtnlMsrotI.jpg

Alle werken die op haar eerste cd staan zijn gecomponeerd tussen 1923 en 1931. Al die composities zijn buitengewoon fascinerend, want bij al zijn zakelijkheid wist Toch de emoties niet uit de weg te gaan. Zoals hij het zelf zo mooi formuleerde: “we kunnen niet ontkennen dat de muziek in essentie romantisch is. Waarbij we de emoties niet mogen verwarren met sentimentaliteit“.

En dat is precies wat Kokitis ook doet. Haar spel is niet alleen virtuoos (luister even naar de derde Burlesque ‘Der Jongleur’ of de hondsmoeilijke ‘Zehn Mittelstufen-Etuden’: wedden dat u naar adem gaat snakken?) maar ook bijna kinderlijk lief in ‘Kleinstadtbilder’. Een aanwinst.


ERNST TOCH
Burlesken op.31, Capricetti op.36, Kleinstadtbilder op.49, Drei Klavierstücke op.32, Sonate op.47, Etüden
Anna Magdalena Kokits, piano
Capriccio C5293 • 61’

Die Meistersinger von Nürnberg. Discografie

Meistersinger scenefoto

Die Meistersinger von Nürnberg – Stolzings Probesingen. Gemälde von Michael Echter

Te midden van de tientallen cd’s en dvd’s van Die Meistersinger von Nürnberg ben ik de kluts een beetje kwijtgeraakt, dus de kans dat uw geliefde opname er niet tussen zit, is meer dan mogelijk. Ik heb het op naam van de dirigent gerangschikt, de zangers komen vanzelf aan de beurt. En: zullen we maar eens met de Nederlanders beginnen?

Jaap van Zweden

meistersinger van Zweden

7 februari 2009 was één van die middagen die nu al als legendarisch gelden, en dat niet vanwege de ongewone begintijd (11.00 uur ‘s morgens) en de lange duur (tot 17.00 uur in de namiddag). Jaap van Zweden tilde in het Concertgebouw in Amsterdam Die Meistersinger op tot een werkelijk ongekend hoog niveau. En dan te bedenken dat het pas zijn tweede Wagner-opera was!

Niet minder imposant was de bezetting. Allereerst was er Robert Holl (Hans Sachs), die de rol al jaren achtereen tijdens de Bayreuther Festspiele zong en er helemaal mee was vergroeid. Met zijn soepel gevoerde sonore bas riep hij allerlei gevoelens op – het meest die van een diepe bewondering. Wat een vertolking!

Eike Wilm Schulte (Beckmesser) kroop helemaal in zijn rol van een oude intrigant, Burkhard Fritz was zeer geloofwaardig in zijn prachtig gezongen ‘prijslied’ en Rainer Trost was een mooie David. Barbara Havemann liet een gemengde indruk op mij achter. Ik had een groter en ronder geluid verwacht, maar misschien lag het aan de rol?

Om de sfeer te vergroten werd de foyer van het Concertgebouw destijds ingericht als een heuse ‘bierstube’: men kon plaats nemen achter lange houten tafels en zich tegoed doen aan zuurkool met worst.

De uitvoering werd gelukkig op cd uitgebracht, op QuattroLive (2009014s). De opname is via de vakhandel en de webwinkel van het Koninklijk Concertgebouworkest te koop, maar voor zuurkool met worst en het biertje moet u zelf zorgen.

Bernard Haitink

Meistersinger Haitink

Er zijn ten minste drie redenen om Haitinks Meistersinger (ROHS 008) aan te schaffen: de zoetgevooisde Walther van de te vroeg overleden Gösta Winbergh, de fenomenale Beckmesser van Thomas Allen en de dirigent zelf.

Haitink is minder uitgesproken dan Van Zweden. Zijn lezing is, zoals wij van hem gewend zijn, zeer degelijk. De opera werd tijdens de inmiddels legendarische ‘laatste avond’ (het Royal Opera House zou verbouwd worden en ging twee jaar lang dicht) op 12 juli 1997 opgenomen.


Wolfgang Sawallisch

5099973901822_wag_bl_cdq301e CD Booklet - Printers Pairs

Ben Heppner was in 1994 nog een volop lyrisch-dramatische Walther, met de nadruk op lyrisch. Zijn hoogte was stralend en hij zong met veel gevoel. Een Walther die ook Plácido Domingo gezongen zou kunnen hebben (iets wat hij overigens ook deed – hij kweet zich voortreffelijk van zijn rol, maar voor de rest is de opname niet echt aan te bevelen).

Cheryl Studer is voor mij één van de beste Eva’s ooit, en zal dat voorlopig ook wel blijven. Hetzelfde geldt voor Bernd Weikls Hans Sachs.

De stem van Deon van der Walt (David) heeft veel weg van jonge Klaus Florian Vogt. Wie weet was ook hij richting Walther gegaan als zijn vader hem niet had doodgeschoten?

Het Bayerischer Statsorchest klinkt ‘himmlisch’ (Warner 5099973901822)         ).


Herbert von Karajan

untitled

Het beste voorbeeld van een David die ooit volwassen ging worden is bij Karajan geleverd. Tegenover de Walther van René Kollo (niet mijn kopje thee, maar ik moet toegeven dat zijn ‘prijslied’ prachtig klinkt) staat de David van niemand minder dan Peter Schreier.

Geraint Evans is hier een ietwat karikaturale Beckmesser, maar Helen Donath is een heerlijke, meisjesachtige Eva. En het orkestspel staat als een huis (Warner 5099964078823)      



Thomas Schippers

Meistersinger Schi[pers

Nu de Metropolitan Opera haar archieven heeft geopend, worden wij met veel schatten uit het tot nu toe verborgen Sesam verblijd. Deze Meistersinger werd op 15 januari 1972 opgenomen en ik moet nogmaals constateren dat er niets boven live gaat.

Schippers dirigeert adembenemend lichtvoetig en de ouverture vliegt bij hem voorbij, al doet hij er maar een halve minuut sneller over dan Karajan of Sawallisch.

James King is een triomferende Walther. Zeer macho ook – zo worden ze echt niet meer gemaakt! Pilar Lorengar is een lichte Eva, een echt jong meisje (Sony 85304)

 

Christian Thielemann en Otto Schenk

Mestersinger Euroarts

Wilt u er ook beeld bij, dan heb ik voor u twee echte aanbevelingen. In 2008 werd in Wenen de oude productie van Otto Schenk hernomen (Euroarts 0880242724885). HEERLIJK! Je maakt het werkelijk bijna nooit meer mee dat je alles in zijn verband kan zien: de decors, de kostuums, het verhaal…

U gelooft het misschien niet, maar zelfs Johan Botha (Walther) doet aan acteren in deze productie! Alleen al daarvoor is de dvd een must…

Maar er is meer. Wat dacht u van Falk Struckmann als Sachs (oké, die man kan bij mij niets fout doen)? En de heerlijk vileine Adrian Eröd (Beckmesser)? En als u weet dat de dirigent Christian Thielemann heet … Tja!

Hieronder trailer van de productie:

 

Vladimir Jurowski en David McVicar

Meistersinger-Glyndebourne

Ik ben er zeker van dat David McVicar goed naar Otto Schenk heeft gekeken. Het is meer dan duidelijk dat hij zijn pappenheimers kent! De door hem in 2012 in Glyndebourne geregisseerde voorstelling (Opus Arte OA BD7108) is in alles een tribuut aan de oude meester. Hulde!

Ik vind de voorstelling verder mooier dan mooi. Lyrisch, ingehouden… Zou dat ook de bedoeling zijn geweest van Bayreuth? Ooit? Ik weet het niet, ik ben er nog nooit geweest.

Alle zangers zijn ronduit fantastisch, al moet ik toegeven dat Gerald Finley (Sachs) en Johannes Martin Kränzle (Beckmesser) optisch iets te jong ogen. Mijn held echter heet Vladimir Jurowski. Door zijn sierlijke gebaren alleen al maakt hij dat ik mijn ogen niet van hem kan afslaan!

The making of:

 

Sebastian Weigle en Katharina Wagner

Meistersinger-Bayreuth

En dan komen we bij Bayreuth anno nu, bij Katharina Wagner (Opus Arte OA 1041 D). Haar idee op zich is niet eens zo slecht. Walther is niet alleen een vernieuwer, maar ook een breker. Hij maakt zowel de traditie als vakmensen kapot, terwijl hij niet meer dan een prutsende amateur is. Aan het eind conformeert hij zich aan de regels en dan wordt Beckmesser de nieuwe ‘rebel’. Intussen is Hans Sachs een soort ‘führer’ geworden, want we bevinden ons in het Bayreuth van eind jaren dertig…

Helaas, concepten werken niet als ze niets, maar dan ook niets met de opera in kwestie hebben en dat is hier het geval. Klaus Florian Vogt is een (toen nog) fatsoenlijke Walther, de erepalm gaat echter naar de  Beckmesser van Michael Volle.

En nu iets leuks: Romanticism vs. Modernism at the Royal Opera House

Deze clip komt uit de in de jaren negentig opgenomen Britse documentaire over het ROH. Ergens halverwege zien we een klein fragment uit de ook hier besproken (helaas alleen audio) prachtige, traditionele productie van ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ ‘, onder leiding van Bernard Haitink.

Le rossignol et la rose : interview with Chen Reiss

Chen Reis

© Paul Marc Mitchell

In march 2015 Chen Reiss appeared on the stage of the National Opera in Amsterdam. She kindly took some time off from her heavy rehearsal schedule to answer my questions.

The evening we meet in the canteen of the National Opera, Chen Reiss is tired, very tired. It was a long day of rehearsals, from 10:30 until 18:00!!! With a break, but nonetheless…

She had arrived in Amsterdam six weeks earlier to study Pamina in Die Zauberflöte, and Simon McBurney’s staging requires great physical efforts of the entire cast.

Not easy, especially not if you happen to be a mother as well, travelling with a daughter who is almost two years old. It is impossible to keep up with the daily news this way, which is a blessing, in a way, because most of that news does not exactly cheer Reiss up.

Chen

© Paul Marc Mitchell

“I am extremely pessimistic and scared. As a Jewish and an Israeli woman I feel less and less at home in Europe. I am deeply worried, and fear everything will go awry. Not a very nice perspective, certainly not for a parent. Fortunately enough I am too busy to listen to the news. I have breakfast at eight, with my daughter, after which rehearsals start. In the evening, when I get home, it is simply too late. I am tired, and often I need to study…”

“I love Mozart with all of my heart: his sacred music perhaps even more than his operas. Those works I love singing above everything else, the music is so beautiful! Full of passion, but stylish and elegant at the same time. Which Mozart roles I love the most? Ilia (Idomeneo), I think, but in fact I love them all equally!”

Chen Reiss reveales her Top 5 Mozart soprano arias:

“Pamina passive? I don’t believe so, on the contrary! She is extremely brave and full of initiative. So much is happening to her. First she is kidnapped, then almost raped. Then her mother tells her to kill her own father. When she refuses she is scorned and cursed. She then escapes rape for a second time…  Just when you think not much else could happen to her the man she loves no longer wants to speak to her! She goes to hell and back and gets so desperate she can only think of suicide. The decision to undergo the trials and follow the man she loves to the end was made entirely by herself.  She is a hard act to follow!”

Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Monostatos), Chen Reiss (Pamina)

Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Monostatos), Chen Reiss (Pamina) © Hans van den Bogaard

Is it eternal love, I ask?
My question makes her laugh out loud. In opera, which love is not eternal, after all?

Reiss finds the Amsterdam production by Simon McBurney truly charming. “It all looks very exciting and beautiful, and in addition I work with fantastic colleagues. And this is the third time I get to fly!

Maximilian Schmitt (Tamino), Chen Reiss (Pamina)

Maximilian Schmitt (Tamino), Chen Reiss (Pamina) © Hans van den Boogaard

In Vienna I was a very high flying Waldvogel in Siegfried, which not only gave me high anxiety quite a bit but made it hard for me to follow the conductor as well ….  In my last Idomeneo production I was lifted into the air for a moment, which was rather fun.

Trailer of the Viennese Idomeneo:

“Do I ever refuse a role? Yes, surely, but only when it does not suit my voice. It is harder to decide which productions you should avoid. Often you do not know the concept until a week before rehearsals start. Then it is too late to refuse. Refusing anyhow is difficult, because you no longer will be booked, especially if you are a young singer.

This also happens to great stars, by the way. Anna Netrebko recently left a production because she could not agree with the director. Apparently it is easier to replace a world famous singer than a director. The director is felt to be the most important figure, and everything revolves around him or her.”

“I was once made to wear a very heavy hat, which physically I could not do. Not even a letter from my doctor helped: I was fired, and the concept remained. Will this ever change? Who knows. Perhaps if people would stop buying tickets?”

Chen Reiss is also very popular with audiences who never go to the opera or to classical concerts. She sang  Et Incarnatus Est  in 2014 in front of the Pope during the Christmas Eve Mass in the Vatican. One of the papers the next day came up with the following headline:  ‘How a Jewish Israeli soprano found holiness in front of the Pope’.

Chen-Reiss Vaticaan

Chen Reiss performing at the Christmas Mass at the Vatican’s St. Peter Basilica.

“It was a special experience, yes. I only met the Pope very briefly, not longer than thirty seconds, but he sent me a long thank you letter afterwards. Really special. It moved me a lot, and gave me a warm feeling. I also believe the Pope genuinely loves music, he knows so much about it!”

“Why I was invited? Two years ago I sang that piece during the Sacred Music Weeks in Vienna, and I believe he heard me there. Or someone told him about me, because shortly afterwards I got the news I was selected to sing during the mass.”

Reiss singing during the Christmas Eve Mass:

Reiss’s discography includes five solo albums, amongst others. One of them is Le Rossignol et la Rose. I tell her how incredibly beautiful and moving I find that CD. She is genuinely happy with the compliment.

“I selected the songs and made the program myself, which is all about love, pain and sadness, but about happiness as well. When I was selecting the program I was happily in love, but during the recording sessions my partner and I broke up. I was devastated, and even thought of giving up entirely, but I did finish the recording. That was the right decision, because the recording sessions had a therapeutic effect on me which was beneficial. They helped me so much, in fact, that I opened up to something new and met my current husband. So things have come full circle. For this reason, the CD is very dear to me.

I would love to record more, which is something I will soon do, in fact: first Bach cantates, followed by more Lieder. Yes, all for Onyx. Such a great company! They are very helpful and sweet, they simply let me do whatever I wanted for the Rossignol disc.

In the future I intend to focus more on concerts and recitals. I have discovered that that is what I love doing the most. I will sing the Sieben frühe Lieder by Berg soon, and then perhaps the Vier Letzte Lieder by Strauss.”

Chen Reiss Photo artefakt-berlin.de

© artefact-berlin.de

“I love Amsterdam dearly. On my first visit here I sang Mahler’s Fourth Symphony, with the Radio Philharmonic Orchestra under Markus Stenz. He is such an incredibly lovely conductor!

 Chen Reiss in Mahler’s Fourth Symphony:

At that time I already wished I could stay a little longer in the city. It is so strikingly beautiful, for me it is the most beautiful city in Europe, perhaps even in the world. There is so much culture too: the Concertgebouw, the museums…. And the people here are very friendly. I enjoy all of that very much.

Le rossignol et la rose

Chen Reiss rossignol_hr

This recital-cd is a fine example of a perfectly put together recital. Like a nightingale and a rose, it is a match made in heaven.

The recital’s motto: “The nightingale has sung throughout the night, making the roses spring up by the sweet sound of her echoing song” introduces a story in five chapters; a story of love, longing, loneliness and sorrow. And humor too, because even in foggy romanticism funny things do occur occasionally.

The title of the CD is taken from Saint Saëns’s vocalise. In this song Reiss presents her full potential on a platter, which is quite something.

‘Le rossignol et la rose’ by Saint-Saens, illustrated with fragments from old movies:

I was particularly moved by ‘Die Nachtigall’ by Krenek, a song I did not know, and would not associate with this composer straight away. The beautiful text is by Karl Kraus, a poet who, according to Krenek,  had a great influence on him. Reiss makes you gasp in admiration, her high notes are both impeccable and sweet.

Bellini’s ‘Vanne o rosa fortunata’ is a lovely piece of fluff, but it is impossible not to be moved by ‘La Rosa y el sauce’ by Guastavino. It is a song about a rose which blossomed in the shadow of a willow, but which was plucked by a young girl, leaving the willow to mourn. Reiss grieves with the willow, and so do we.

In ‘Shnei shoshanim’ by Mordechai Zeira Reiss shows the darker side of her voice. She reminds me a little of Nethania Devrath, one of the most famous Israeli sopranos from the sixties, with Victoria de los Angeles not looming far in the background.

Pianist Charles Spencer is truly the saving angel here. He is much more than just an accompanist. Listen to his intro to Krenek’s ‘Die Nachtigall’ or to his pearly notes in Meyerbeer’s ‘Rosenblätter’. BRAVI!

Le Rossignol et la Rose
Purcell, Hahn, Mahler, Meyerbeer, Strauss, Bellini, Guastavino, Berg a.o.
Chen Reiss (soprano), Charles Spencer (piano)
Onyx 4104 • 72’

English translation: Remko Jas

Giuseppe Verdi: Macbeth. Discografie

Macbeth cover

Cover van de eerste uitgave van de opera

Alles is relatief. Iets wat ooit een groot succes was, is niet verzekerd van een eeuwig en roemrijk leven. En omgekeerd. Soms gaat het zelfs heen en weer, van succes naar obscuriteit en weer terug. Dat leert ons de uitvoeringspraktijk van Macbeth wel.

De première van Macbeth in 1847 was zeer succesvol en jarenlang beschouwde Giuseppe Verdi het werk als één van zijn beste opera’s. Toen hij echter in 1865 de partituur weer eens inkeek om een paar voorstellingen in Parijs voor te bereiden, was hij er minder gelukkig mee. Een geheel herziene versie was het resultaat. Het succes bleef echter uit en pas halverwege de vorige eeuw begon een voorzichtige ‘Macbeth-revival’. In die tweede, ‘verbeterde’ versie.

Macbeth Oera Rara

Eind jaren zeventig besloot de BBC om een paar Verdi-opera’s in de oorspronkelijke versie op te voeren en Macbeth was er één van. Dankzij Opera Rara, een firma die zich sterk maakt voor vergeten opera’s (dus waarom ook niet voor vergeten versies van bekende opera’s?), is de opname op de markt gekomen.

Het is fascinerend om al de verschillen zelf te kunnen horen. Want het zijn er behoorlijk wat, voornamelijk in de laatste twee aktes. De slaapwandelscène is hetzelfde gebleven, maar het openingskoor in de derde akte (hier bijna gelijk aan ‘Va pensiero’) en het slot zijn totaal anders. En ‘La luce langue’, de magnifieke aria van Lady Macbeth, heet hier ‘Trionfai! Securi alfine’ en klinkt heel wat minder dramatisch, met veel meer coloraturen.

De uitvoering met onder anderen Peter Glossop, Rita Hunter, John Tomlinson en Kenneth Collins is uitstekend en het BBC Concert Orchestra onder leiding van John Matheson speelt zeer bezield (Opera Rara ORCV301).

Hieronder ‘Trionfai! Securi alfine’ door Rita Hunter:

 

DVD’s

Glyndebourne

Macbteh Glyndebourne

In Engeland werd Macbeth pas in 1938 voor het eerst opgevoerd, in Glyndebourne. Een paar jaar na de oorlog keerde de opera er terug en in 1972 werd hij voor de tv opgenomen en daarna op video (inmiddels dvd) uitgebracht. Het is, denk ik, één van de opnamen die in elke verzameling thuishoort. Toegegeven, het koor is een beetje knudde en de aankleding is echt ‘jaren zeventig’, maar wat een intense vertolkingen!

Josephine Barstowe is zonder meer één van de beste Lady’s die ik ken en Kostas Paskalis is een Macbeth om te zoenen (nou ja, zoenen!). Ook Banquo van James Morris is absolute topklasse (Arthouse Musik 102316).

Hieronder een korte geschiedenis van de opvoeringen van Macbeth in Glyndebourne:

Zürich

Macbeth Hapson

De in september 2001 in Zürich opgenomen productie van David Pountney (Arthouse Musik 101563) is allesbehalve traditioneel en is gelardeerd met symboliek, die balanceert op de grens van lachwekkendheid. De heksen lopen als een rode draad door de opera heen, letterlijk en figuurlijk.

Toch is de slaapwandelscène van Lady Macbeth bijzonder spannend en indrukwekkend, voornamelijk dankzij de formidabele Paoletta Marrocu. De stem van Thomas Hampson is eigenlijk te lyrisch en te gecultiveerd voor Macbeth, maar hij is kunstenaar genoeg om er iets van te maken. Als Macduff horen we verder de vergane glorie van Luis Lima.

complete opname is ook op YouTube te vinden:

Parma

Macbeth Parma

Dat het niet helemaal is geworden wat het eigenlijk had kunnen zijn, ligt aan een aantal factoren. Liliana Cavalli is een fantastische filmregisseur en dat is in haar aanpak goed te zien. Haar concept zit vol goede ideeën. Maar die worden helaas niet helemaal uitgewerkt.

Cavalli bedacht een theater in het theater: het publiek (het koor plus figuranten) bezoekt een openluchtvoorstelling van Macbeth. De heksen worden verbeeld door de wasvrouwen die ook zo’n beetje de rol van het ‘Griekse koor’ op zich nemen en het verloop van het verhaal vertellen. De opkomst van de Lady met een dwerg werkt een beetje op de lachspieren, wat beslist niet de bedoeling was, denk ik.

Laat negentiende-eeuwse kleding voor de toeschouwers staat tegenover de Shakespeariaanse look van de hoofdrolspelers in het toneelstuk dat opgevoerd wordt. Zeg maar: een mix van regietheater met ouderwetse conventies.

Sylvia Valeyre ziet eruit als de Lady en zo zingt zij ook: aantrekkelijk, sexy en gevaarlijk. Haar stem is misschien niet de mooiste en soms doen haar noten pijn in je oren, maar haar slaapwandelscène is meer dan indrukwekkend en haar vertolking van de rol behoort tot de beste, zeker op beeld.

Leo Nucci (65 tijdens de opnamen) is, althans hier, niet de grootste acteur onder de zangers, maar zijn stem mag er zijn: nog steeds robuust en autoritair. Bruno Bartoletti dirigeert verder uitstekend, wat het al met al absoluut het bekijken waard maakt!

New York

Macbeth-aria-Netrebko

Eén van de best bezochte ‘Live in HD’-voorstellingen van de Metropolitan Opera vorig jaar was ongetwijfeld de in oktober 2014 rechtstreeks uitgezonden Macbeth met Anna Netrebko.

Anna Netrebko sings Lady Macbeth’s aria from Act I of Verdi’s “Macbeth.” Production: Adrian Noble. Conductor: Fabio Luisi. 2014–15 season.

Het was niet de eerste keer dat zij de rol van Lady zong, dat deed zij al in juli dat jaar in Berlijnen zong daarvoor vijf aria’s uit de opera op haar cd met Verdi-aria’s (DG 4791052). Ik vond haar in New York zeer spectaculair in de rol, maar ook de hele productie kon mij meer dan bekoren. Zeer intelligent en logisch en bij vlagen heel erg mooi en spannend.

untitled

De productie zelf (regie: Adrian Noble) was niet nieuw, het is al eerder in de Met geweest en werd in 2008 op DVD gezet (Warner 206304920). De cast was toen, op de fenomenale Željko Lučič na, anders.

Maria Guleghina gold in de late jaren negentig als één van de grootste vertolkers van het dramatische Verdi-repertoire, maar zelf was ik nooit zo van haar onder de indruk. Zo ook hier: ze zingt zonder meer goed, maar laat ik het zo zeggen: waar Netrebko een zeer tot de zinnen sprekende, sexy bitch was, is Guleghina gewoon een bitch.

John Relya is een jonge Banquo met een diepe bas. Ook over Dimitri Pittas (Macduff) ben ik zeer te spreken en James Levine dirigeert niet minder dan goddelijk.

Hieronder de finale van de eerste akte:

CD´S

Erich Leinsdorf

Macbeth Leinsdorf

Welke cd u ook kiest (en er zijn zo ontzettend veel goede opnamen!), u kunt absoluut niet leven zonder de uitvoering onder Erich Leinsdorf, in 1960 door RCA opgenomen en tegenwoordig op Briljant Classics 99666 verkrijgbaar. De spanning zit er vanaf de eerste noot in en laat je daarna geen seconde los.

Leonie Rysanek was misschien niet de meest idiomatische Lady in de geschiedenis, maar de power, de kracht, de interpretatie!  Leonard Warren is voor mij de beste Macbeth uit de geschiedenis en wellicht de beste Verdi–bariton ooit. De italianita, de squillo… en dat alles gepaard met een duidelijke voordracht en een stem als honing zo zoet, maar intussen..

Jerome Hines (Banquo) en de jonge Carlo Bergonzi (Macduff) completeren de all-star cast. Een absolute must.


Claudio Abbado

Macbeth Abbado

Een andere must-have is wat mij betreft de DG-opname uit 1976 onder Claudio Abbado (41568820). Shirley Verrett is een Lady om rekening mee te houden. Haar zwoele stem past de rol als een handschoen: vilein en aantrekkelijk tegelijk.

Piero Cappuccilli is een bronzen Macbeth en Nicolai Ghiaurov een imponerende Banquo. Domingo is een luxe Macduff.


Riccardo Muti (1)

Macbeth Muti 1

Ook de opname onder Riccardo Muti (Warner 31927024) uit 1976 is beslist niet te versmaden. Zijn ouverture begint hij tergend langzaam en zo bouwt hij de spanning op, om daarna lekker los te barsten.

Fiorenza Cossotto is een spannende Lady en Sherill Milnes imponeert als wellicht de meest aantrekkelijke Macbeth na Warren. Maar wat de opname echt onontbeerlijk maakt is Macduff, hier gezongen door de piepjonge José Carreras. Om te huilen zo mooi.

Hieronder Carreras in ‘O figli miei’:

Riccardo Muti (2)

Macbeth Scotto

In 1981 dirigeerde Muti een reeks voorstellingen in het Royal Opera House in Londen. Die van 3 april werd op cd uitgebracht en behoort naar mijn idee tot de meest fascinerende opnamen van de opera (Ponto PO/1012). ‘Muti live’ is nog feller, nog spannender en nog theatraler dan ‘Muti studio’.

Zijn cast is werkelijk om te likkebaarden: Renato Bruson is een elegante Macbeth, Robert Lloyd een heerlijk jonge Banquo en Neil Shicoff één van de mooist getimbreerde Macduffs.

Renata Scotto debuteerde in de rol van Lady. Zelf schreef zij over haar stap richting deze zwaardere rol: “How can I sing Lady Macbeth when I am only a Mimi or Gilda? Simple – I think I can do it. And I love taking risks; my career has been made of them.”

En ja, zij kan het. Het resultaat is niet altijd mooi – zij zoekt niet alleen de grenzen op, maar overschrijdt ze af en toe ook – maar haar fascinerende, roldekkende portrettering is van een zeldzame intensiteit. Moeilijk te evenaren.

Als bonus krijgt u een jonge Scotto in aria’s uit Medea, Il Pirata, Anna Bolena en Armida te horen. Waarschuwing: het geluid is behoorlijk scherp.

Liebeslieder van Brahms: koorzang van het hoogste niveau.

Brahms

Baltische landen hebben iets met het zingen. Veel beroemde zangers komen daarvandaan, en er bestaat ook een enorme koorcultuur: men schijnt er het zingen als één van de grootste hobby’s te koesteren. Stelt u zich voor: alleen in Riga bestaan meer dan honderd koren!

Geen wonder dat het in 1940 opgericht Lets Radiokoor gerekend kan worden tot de beste kamerkoren ter wereld. Dat ze daadwerkelijk ‘bedwelmend’ klinken, zoals The Times ze ooit roemde, daar kon een ieder zich van overtuigen tijdens hun tournee door Nederland dit jaar, waarbij zij onder anderen ook de Liebeslieder van Brahms ten gehore brachten.

Brahms lets-radiokoor-matiss-markovskis

Lets Radiokoor © Matiss Markovskis

Wie er toen niet bij was kan zich nu zelf van hun spectaculaire doch zeer verfijnde en pure manier van zingen overtuigen: Ondine heeft bijna 50 minuten van Brahms’ ‘koormuziek’ vastgelegd.

Nu zijn noch de Liebeslieder noch de andere op die cd opgenomen werken voor een koor bedoeld, zelf ken ik ze alleen in uitvoeringen door een zangers-kwartet. Iets, wat ik zonder meer prefereer. De volksmuziekachtige liederen zijn meer gebaat bij wat meer speelse benadering, denk ik, waarbij de stemmen hun individualiteit behouden, ook tijdens de samenzang. Maar wat de Letten hier laten horen is zonder meer van het hoogste niveau.


Johannes Brahms
Liebeslieder:
Drei Quartette op.64; Vier Quartette op.92;  Liebeslieder-Walzer op.52; Neue Liebeslieder Op.65
Dace Kļava & Aldis Liepiņš (pianos)
Latvian Radio Choir olv Sigvards Kļava

Andrei Serbans productie van Turandot is prachtig om te zien

Turandot

De Turandot-productie van regisseur Andrei Serban voor het Royal Opera House in Londen dateert van 1984, maar heeft allerminst aan pracht en kracht ingeboet. In 2013 heeft Opus Arte de voorstelling op dvd vastgelegd.

Heeft u ook zo’n hekel aan Calaf? Voor mij behoort hij tot de meest onsympathieke operahelden: egoïstisch, egocentrisch en belust op geld en macht, in staat om alleen maar van zichzelf te houden. Of denkt u werkelijk dat hij verliefd is op Turandot?

Soms verdenk ik Puccini ervan dat hij met opzet zijn opera niet had afgemaakt, want: hoe brouw je een happy end aan een sprookje dat een aaneenschakeling is van martelingen, moorden en zelfmoorden?

Wellicht ben ik de enige niet. Regisseur Andrei Serban laat de opera na de dood van Liu één lange minuut stoppen, waarin alle handelingen bevriezen. Daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor, want de hartenkreet van Timur (“word wakker Liu, het is al ochtend”) echoot zo na in je hoofd.

De dertig jaar oude productie – die, na de halve wereld te zijn afgereisd, in 2013 weer eens terugkeerde naar Covent Garden – heeft niets aan pracht verloren en boeit nog steeds van het begin tot het eind. De voorstelling is met zijn prachtige choreografie een lust voor het oog: wervelend en kleurrijk, met een zeer dominante kleur rood.

Marco Berti is een prima hoewel wat statige Calaf en Lise Lindstrom zingt een zonder meer overtuigende Turandot. Iets wat ik helaas niet kan zeggen van Eri Nakamura (Liu).

De jonge Henrik Nánási heeft zo te horen nog een lange weg te gaan voordat hij zich een ‘Puccini-dirigent’ mag noemen. Nu ontbreekt het hem (nog?) aan een dosis gezond sentiment. Maar kundig is hij wel.

Dit is niet de beste uitvoering van Turandot die er is, maar wellicht, voor mij althans, wel één van de mooiste om te zien.

Hieronder trailer van de productie:

Giacomo Puccini
Turandot
Lise Lindstrom, Marco Berti, Eri Nakamura, Raymond Aceto e.a
Royal Opera Chorus, Orchestra of the Royal Opera House olv Henrik Nánási
Regie: Andrei Serban
Opus Arte OA 1132 A

Meraviglia d’amore: lang leve de liefde!

Meraviglia

De stem van de Italiaanse tenor Marco Beasley behoort tot de categorie ‘lighter than light’. Daar moet je van houden, maar met zijn zeer natuurlijk timbre en zijn fijngevoelige en liefdevolle voordracht klinkt hij zeer aangenaam in de oren. Toch valt er niet te ontkennen dat het op den duur een beetje monochroom kan worden.

Gelukkig staat hij daar niet in zijn eentje. Bij die opname van de vroeg zeventiende-eeuwse Italiaanse liefdesliedjes wordt hij bijgestaan door een ensemble van uiterst bekwame musici. Samen bereiken ze een zowat volmaakte schoonheid, helemaal naar de idealen van de late renaissance. Luister naar ‘O del cielo amor’ van Sigismondo d’India of ‘Alma mia’ van Girolamo Kapsberger en waan je in de zevende hemel.

Het boekje is helaas aan de summiere kant. Er staat een geanimeerd gesprek in tussen ene Bernardo en ene Pietro, maar nergens staat vermeld wie de heren zijn. De liedteksten zijn dan wel in twee talen afgedrukt, maar er is geen informatie te vinden over de voortreffelijke musici, die bij mij een gevoelige snaar weten te raken.

Prachtige cd, zeer geschikt voor de lange avonden bij de ondergaande zon, hand in hand met je geliefde.


Meraviglia d’amore
Love Songs from 17th-century Italy
Sigismondo D’India, Girolamo Kapsberger, Biagio Marini e.a.
Marco Beasley (tenor)
Private Musicke: Luciano Contini (archlute, theorba), Hugh Sandilands (baroque guitar), Claire Pottinger-Schmidt (violoncello) olv Pierre Pitzl (baroque guitar, viola da gamba)
Accent Acc 24330