Nancy_Gustafson

HÉRODIADE

Herodiade Flaubert

Gustave Flaubert: Herodias. Illustratie Lucien Pissarro

Zijn wereldhit Salome componeerde Richard Strauss op een toneelstuk van Oscar Wilde; en die haalde zijn inspiratie uit een kort verhaal van Gustave Flaubert, ‘Herodias’. Daar hebben ook Paul Milliet en Henri Grémont hun libretto voor Massenets opera Hérodiade op gebaseerd. Noch Wilde noch Milliet en Grémont zijn Flaubert erg trouw geweest. Daar waar de Franse novellist zich min of meer tot de Bijbelse vertelling beperkte, verrijkt met zijn poëtische taal en omschrijvingen, voegden de toneelschrijver en de librettisten geheel nieuwe aspecten en wendingen aan het verhaal toe.

 

Herodiade - affiche


Herodiade
werd voor het eerst opgevoerd in de koninklijke Schouwburg van Brussel op 19 december 1881. Wie hier, zoals bij Richard Strauss, dierlijke erotiek, bloed en zweet verwacht komt bedrogen uit. Massenets Salomé is een echt onschuldig en devoot meisje. Toen haar moeder haar verliet om met Hérode te trouwen, werd zij opgevangen door Jean (Johannes de Doper), op wie zij verliefd werd. Een liefde die wederzijds bleek.

Herodiade - acte I Brussel

Geen opera zonder verwikkelingen: Hérode geilt op Salomé,  Hérodiade wordt op haar jaloers en Jean wordt onthoofd. Salomé ziet in Hérodiade de aanstichtster van al het kwaad en wil haar doden. “Ik ben je moeder” fluistert Hérodiade, waarop Salomé zelfmoord pleegt.

De muziek ademt al een vleugje parfum van Massenets latere werken, maar, met al die koren, exotische Oosterse taferelen en uitgebreide balletscènes is het niet anders dan een echte Grand Operà in de beste Meyerbeer-traditie.

Eén van de vroegst opgenomen fragmenten uit de opera is, denk ik, de beroemde aria van Herodé  ‘Vision Fusitive’ door de Franse bariton Maurice Renaud gemaakt in 1908:

En van de opname die Georges Thill maakte in 1927 weten we hoe een ideale Jean zou moeten klinken:

REGINE CRESPIN 1963

Herodiade crespin

Mocht u in het bezit zijn van deze uitvoering dan hoeft u eigenlijk niet verder te zoeken. Beter krijgt u het niet. Er is alleen maar één probleem: deze opname bestaat niet. Althans niet van de complete opera.

In 1963 heeft EMI de hoogtepunten van Hérodiade met de beste Franse zangers van toen (en ook van nu trouwens, nog steeds) opgenomen en het antwoord op het “waarom niet compleet ????”, dat antwoord krijgen we waarschijnlijk nooit.

Georges Prêtre dirigeert het orkest van  het Theater National de Paris alsof zijn leven daar van afhangt en alle, maar dan ook alle rollen zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Regine Crespin zingt ‘Il est doux, il est bon’:

Salomé van Regine Crespin is ongeëvenaard en zo is de Hérodiade van Rita Gorr. Albert Lance (Jean) laat horen hoe die rol eigenlijk gezongen zou moeten worden in de traditie van Georges Thill en van Michel Dens als Hérodes kunnen we beter zwijgen. Zulke zangers bestaan niet meer.

Hopelijk gaat Warner de opname ooit op cd uitbrengen, tot die tijd kunt u terecht bij You Tube:

MONTSERRAT CABALLÉ Barcelona 1984

Herodiade caballe

Ook deze opname kunt u alleen via een piraat (of You Tube) bemachtigen, maar die is dan wel helemaal compleet en bovendien met (toegegeven slechte, maar toch) beeld!

Dunja Vejzovic zet een heerlijk gemene loeder van een Hérodiade neer en Juan Pons is een een beetje jeugdige maar verder prima Herodé. Een paar jaar later zal hij tot één van de beste “Herodossen” uitgroeien en dat hoor en zie je in deze opname al.

Montserrat Caballé is een fantastische Salomé, die stem alleen al doet je in de zevende hemel belanden en José Carreras ontroert als een zeer charismatische Jean.

Hieronder zingt Carreras ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Geen van de protagonisten is echt idiomatisch, maar wat een plezier is het om naar de echte Diva (en Divo) te kijken! Zo worden ze echt niet meer gemaakt

De hele opera op you tube:

RENÉE FLEMING San Francisco 1994 (Sony 66847)

 Herodiade Domingo fleming

Halverwege de jaren negentig beleefde Herodiade een kortstondige revival. De opera werd toen in verschillende opera huizen uitgevoerd en werd zelfs drie keer – officieel – opgenomen: één keer in de studio en twee keer live

Ik moet toegeven dat ik een beetje bang was voor de directie van Gergiev, maar hij deed het werkelijk uitstekend. Onder zijn leiding klonk de opera waarachtig als een echte Grand Opéra, groots, vurig en meeslepend.

Plácido Domingo (Jean) is misschien een tikje te heroïsch, maar zijn stem klinkt jeugdig en aanstekelijk, een echte profeet waardig.

Persoonlijk vind ik Dolora Zajick (Hérodiade) een beetje aan de (te) zware kant, maar zij zingt ontegenzeggelijk uitstekend en op haar interpretatie valt helemaal niets af te dingen.

Juan Pons is een uitstekende Herodé, maar Phanuel (Kenneth Cox) had van mij wat idiomatischer gemogen. Iets wat ook voor de Salomé van Renéé Fleming geldt: zij zingt werkelijk prachtig maar in die rol kan zij mij maar matig overtuigen.


NANCY GUSTAFSON Wenen 1995 (RCA 74321 79597 2)

Herodiada wenen

De uitvoering in Wenen werd  lovend ontvangen, en dat het terecht was bewijst de opname die de ORF live in het huis heeft gemaakt.

Allereerst is er de schitterende titelrol van Agnes Baltsa: fel en dramatisch. Als u mij vraagt: naast Rita Gorr wellicht de beste Hérodiade ooit.

Placido Domingo zingt ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Domingo zingt de rol van Jean hier nog indrukwekkender dan op Sony en Juan Pons (Hérode) weet mij op deze opname nog meer te overtuigen. Zijn vertolking van ‘Vision Fugitive’ is zeer, zeer ontroerend.

Helaas moet Nancy Gustafson (Salome) haar meerdere in Fleming (Sony) erkennen, maar beide verbleken zij bij Cheryl Studer (Warner). Om van Regine Crespin niet te spreken!

Naar de foto’s in het tekstboekje en de spaarzame clips op youtube te oordelen mogen we blij zijn dat de opname op cd verscheen en niet op dvd.

Finale van de opera:

Het geluid is in ieder geval uitstekend en het orkest van de Weense Opera onder leiding van Marcello Viotti speelt zeer gedreven.


CHERYL STUDER 1995 (Warner 55983525)

untitled

Orkestraal is deze opname echt een top. Michel Plasson dirigeert het orkest uit Toulouse zeer enerverend, met veel verve en stuwkracht, waarbij hij ook alle finesses de ruimte weet te geven. Spannend en mooi. Zo hoor ik de opera graag.

José van Dam is een imposante Phanuel en Nadine Denize een voortreffelijke niet altijd zuiver intonerende Hérodiade.

Hérode is niet echt een rol voor Thomas Hampson, maar hij zingt die rol heel erg mooi. Iets wat helaas niet gezegd kan worden van Ben Heppners Jean. Een heldentenor in die rol is niet anders dan een gruwelijke vergissing.

Cheryl Studer daarentegen is een Salomé van ieders dromen: meisjesachtig, onschuldig en naïef. Haar stem straalt en wiegt en haar laatste woorden “Ah! Verfoeide koningin, als het waar is dat jouw vervloekte lendenen mij hebben gebaard, kijk dan! Neem terug jouw bloed en mijn leven!” laten je sidderend en wanhopig huilend achter. Brava.


Discografie Salome van Richard Strauss:
SALOME: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

 

 

 

 

KAT’A KABANOVÁ. Discografie

DVD

ROBERT CARSEN

katja-mattila

Wolga, de langste rivier in Europa, is voor de meeste Russen het symbool voor werkelijk alles, inclusief het leven zelf. In ettelijke liederen wordt zij bezongen, en in vele verhalen en gedichten speelt zij de hoofdrol.

Ook in De storm van Ostrovski, waar de opera van Janaček op is gebaseerd, en zo ook in de opera zelf: in haar spiegelt zich de ziel van de ongelukkige Kát’a, die haar leven dan ook in Wolga laat eindigen. Je hoort haar ook in de muziek

Dat heeft Robert Carsen in zijn Antwerpse enscenering in 2004 goed begrepen: hij liet de hele bühne door water bedekken en het verhaal zich op vlonders afspelen. Ik vond het de aller-allermooiste productie van het werk. Het is in 2008 door het Teatro Real in Madrid overgenomen en niet zo lang geleden ook op dvd uitgebracht (Fra Musica 003).

Ik moet u heel eerlijk bekennen dat ik echt bang was om het terug te zien. Zou ik het nog steeds zo mooi vinden? Het antwoord is volmondig: ja! Sterker. Het is nog veel mooier dan ik het mij kon herinneren.

Karita Mattila is een Kát’a om verliefd op te worden en Jiří Bělohlávek is, naast Mackerras, de beste pleitbezorger voor de opera. Wilt u mijn eerlijke mening weten? KOPEN, want mooier bestaat niet!

Derde akte: de storm

CHRISTOPHER MARTHALER

katja-marthaler

Geloof het of niet: voor de meeste operaliefhebbers behoort Kát’a Kabanova tot het standaardrepertoire, maar in Salzburg beleefde zij haar première pas in 1998. Dat de productie toen met gemengde gevoelens werd ontvangen, lag niet aan de muziek of de zangers, noch aan het orkest of de dirigent.

Sylvain Cambreling ontfermde zich over Janačeks meesterwerk, met de nodige liefde en begrip. Al bij de ouverture zat mijn keel dicht en liepen mijn ogen vol met tranen.

Maar helaas, er was ook een regisseur. Marthaler plaatste de handeling ergens in het Oostblok van de jaren zestig, zijn inspiratie duidelijk puttend uit de Tsjechische filmhits uit die tijd. Degenen die ooit Liefde van een blondje van Miloš Forman hebben gezien, weten wat ik bedoel.

Er is nergens een rivier te bekennen (een foto op de muur telt niet mee) en dat is iets wat ik absoluut onacceptabel vind, want Kát’a Kabanova zonder Wolga is voor mij als de Die Zauberflöte zonder fluit.

Een liefhebber van het moderne, conceptuele regietheater kan er misschien plezier aan beleven, want muzikaal zit het werkelijk goed in elkaar. Het was duidelijk, dat hij over een bijzonder lange repetitietijd kon beschikken: de zangers waren gekneed tot een formidabel ensemble.

De zang was ook superieur. Angela Denoke zette een kwetsbare Kát’a neer en Dagmar Pecková schitterde als de opstandige Varvara. David Kuebler en Rainer Trost waren perfect gecast als respectievelijk Boris en Kudrjas, en allemaal hebben ze hun bravo’s wel verdiend. Voor ons Nederlanders is het bovendien leuk om twee Nederlandse zangers: Henk Smit (Dikoj) en Hubert Delamboye (Tichon) in actie te kunnen zien. In de strijd tussen regie en muziek won de laatste het.

 

NICOLAUS LEHNHOFF

katja-lehnhoff

Lehnhoff behoorde tot de regisseurs die graag een eigen draai aan een voorstelling gaven, maar in Glyndebourne heeft hij een vrij traditionele productie geleverd (Arthaus 100158). Zeer sober, maar met veel oog voor details en voor de psychologische ontwikkeling van de personages.

Hij benadrukt alle aspecten van Kát’a’s karakter, ook haar piëteit, dringt diep door in haar gekwelde ziel en maakt haar ellende voelbaar. Er heerst een gevoel van algehele verlatenheid, wat door de prachtige, felle kleuren, die af en toe sterk aan schilderijen van Münch doen denken, versterkt wordt.

Ook muzikaal is er geen reden om te klagen: Nancy Gustafson is een prachtige Kát’a en Barry McCauley een uitstekende Boris.

“Storm-scène” uit de derde akte:

 

CD

katja-decca


 

Beide door Charles Mackerras gedirigeerde cd-opnames met respectievelijk Elisabeth Söderström op Decca (4218522) en Gabriela Beňačková op Supraphon (SU3291-2 632) in de hoofdrol zijn heel erg goed en geen van beide zou ik willen missen, al heb ik een lichte voorkeur voor Beňačková.

Kata Kabanova Benackova

Peter Straka (Supraphon) is als Boris net zo geloofwaardig als Petr Dvorsky (Decca) en Nadĕžda Kniplova en Eva Randová (Kabanicha) zijn aan elkaar gewaagd.

 


 

‘Big Brother is watching you’: 1984 als opera

1984

De vermaarde dirigent, violist, operadirecteur en componist Lorin Maazel (1930 – 2014) werd geboren in Frankrijk uit Amerikaanse ouders van Russisch-Joodse afkomst. In de laatste jaren van zijn leven legde hij zich steeds meer toe op het componeren. Op 3 mei 2005 ging bij het Londense Royal Opera House zijn eerste en enige opera, 1984 in première.

Maazel schetste zijn opera als volgt: “Een weerzinwekkend verhaal, dat me uit het hart gegrepen is. Het zet de wereld van Big Brother neer. Precies die wereld, vrees ik, waarin we nu leven. In tegenstelling tot de roman eindigt mijn opera met een sprankje hoop.”

Ruim vijf jaar werkte Maazel aan zijn compositie, en volgens The Guardian (die de opera maar niets vond) stak hij ruim 610.000 euro uit eigen zak in de productie. Niks mis mee, zou ik zeggen?

1984 is een typisch Amerikaanse opera geworden. Dat bedoel ik niet negatief; ik houd er juist van. Je hoort de invloeden van Giancarlo Menotti, Carlisle Floyd en Marvin David Levy, en ook John Harbison is nergens ver weg. En al moet Maazel in zijn componerende collega-dirigent André Previn zijn meerdere erkennen (A Streetcar Named Desire heeft veel meer power en zeggingskracht, en de muziek is beslist van een hoger niveau) is de opera echt heel erg spannend.

De Canadese regisseur Robert Lepage draagt bij aan die spanning met zijn enscenering. Rechttoe rechtaan, de muziek en het libretto nauwkeurig volgend.

De bezetting is werkelijk luxueus: Simon Keenlyside, Richard Margison, Nancy Gustafson, Diana Damrau, Lawrence Brownlee… een echte ‘Sternstunde’. Tel dan ook nog de ingesproken ‘telescreen voice’ van Jeremy Irons bij!.

Nancy Gustafson en Simon Keenlyside:

Hoe krijg je het voor elkaar? Verklaart dit misschien waar de eigen financiële inbreng van de componist aan werd uitgegeven?

Meesterwerk of geen meesterwerk: 1984 is zeer de moeite van het bekijken waard.

Ouverture:

Lorin Maazel
1984
Decca 0743289