Cheryl_Studer

Plácido Domingo en belcanto

Domingo 21

Domingo en belcanto? Dat was toch meer iets voor zijn collega’s Pavarotti, Carreras en Kraus? En toch: zeker in het begin van zijn carrière was Domingo ook een belcantozanger, al waren zijn hoge noten niet altijd even hoog.

Voor hem was de interpretatie van zowel de muziek als de tekst van wezenlijk belang. Vandaar ook dat hij zelfs in dit repertoire de rollen zocht waarin het door hem vertolkte personage meer in zijn mars had dan alleen maar ‘schoon’ zingen

Lucia di Lammermoor

Domingo Lucia POns

Zijn internationale debuut maakte Domingo op 21-jarige leeftijd, als Edgardo in Lucia di Lammermoor in Dallas. Een bijzondere gebeurtenis, want zijn Lucia werd toen gezongen door de 61-jarige Lily Pons, die met de rol afscheid van de operabühne nam.

 

Domingo Lucia Suth

In 1970 zong hij Edgardo bij de Metropolitan Opera, met niemand minder dan Joan Sutherland als Lucia. Gala (GL 100.571) heeft de hoogtepunten hiervan uitgebracht, gekoppeld aan fragmenten uit La Traviata uit december datzelfde jaar (eveneens met La Stupenda). Het geluid is zeer pover, maar het is zonder meer een bijzonder document.

 

Domingo Lucia Stider

Pas in 1993 nam Domingo de rol in de studio op. Het resultaat is niet helemaal bevredigend. Het ligt niet aan hem. Zijn Edgardo klinkt minder lyrisch dan twintig jaar eerder, maar wat een passie!

Cheryl Studer, die toen werkelijk alles moest opnemen wat voor sopraan was gecomponeerd, was geen echte Lucia. Zij was een geweldige Strauss- en Mozart-zangeres en ook haar Wagners en Verdi’s mochten er zijn, maar Lucia was voor haar (en dat bedoel ik letterlijk) te hoog gegrepen.

Begrijp mij goed: de hoge noten had ze wel en ze stonden als een huis, maar dat is exact wat je niet moet hebben met Lucia. De noten moeten niet staan, ze moeten brilleren, sprankelen, desnoods sprinten, en dat kon ze niet.

De echte ‘boosdoener’ is echter de dirigent. Hij jaagt de boel op en staat nooit stil. Toch is de opname zeer de moeite waard, zeker als je iets anders van Domingo wilt horen en geluidskwaliteit op prijs stelt.


Roberto Devereux

Domingo Roberto

Een recensent van de New York Times schreef dat het zonder twijfel het meest opwindende evenement was van het muzikale jaar 1970 en dat geloof ik onmiddellijk. De voorstelling van 24 oktober 1970 werd live opgenomen en daar mogen we ons meer dan gelukkig mee prijzen.

Julius Rudel (ach, waar zijn de tijden van zulke maestro’s gebleven?) dirigeert ferm en met heel erg veel liefde voor het werk. Om te huilen zo mooi.

Domingo’s stem klinkt als een klok en zijn optreden zorgt voor extatische ovaties. En over Beverly Sills (Elisabetta) kan ik kort zijn: overweldigend! Niemand, maar dan ook niemand heeft de rol ooit beter gezongen dan zij. Zij is Elisabetta. Dat moet je ooit gehoord of gezien hebben (er bestaat ook dvd met haar in die rol, jammer genoeg zonder Domingo). Het applaus na haar ‘L’Amor suo mi fé benata’ lijkt eindeloos te duren.

Anna Bolena

Domingo Bolena

Anna Bolena wordt als de eerste belangrijke romantische Italiaanse opera beschouwd en voor Donizetti betekende het zijn grote doorbraak. Ook voor Domingo was Anna Bolena een mijlpaal: met de rol van Percy maakte hij zijn debuut in New York.

Hij was toen (kunt u het geloven?) 25 jaar oud, maar zijn stem was helemaal ‘volgroeid’: vol, stevig, zacht, hard, smekend, vastberaden, met alle nuances ertussenin. Over fenomeen gesproken!

De hoofdrol werd gezongen door Elena Souliotis, toen 23. Een inmiddels bijna vergeten zangeres (haar carrière heeft ook niet zo lang geduurd), maar haar intensiteit kan je alleen met die van Maria Callas vergelijken. Een aardigheidje: La Divina zat toen in de zaal.

Giovanna werd gezongen door Marylin Horne en hun duetten zullen de liefhebber echt kippenvel bezorgen. In de rol van Smeton maakte ook Janet Baker haar Amerikaanse debuut.

De opera is live opgenomen in Carnegie Hall in 1966. Mijn exemplaar is van Legato (LCD-149-3), maar de opname is tegenwoordig ook op andere labels verkrijgbaar.

Norma

Doingo Norma

Pollione is één van de glansrollen van de jonge Domingo. Geen wonder. Een krijgsheer en een minnaar: dat is hij ten voeten uit. In Norma kon hij lekker uitpakken.

Hij nam de rol in 1973 (ooit RCA GD 86502) op en dat vind ik een beetje te vroeg. O ja, zijn stem is kristalhelder en zo mooi dat het bijna pijn doet, maar het ontbreekt hem een beetje aan overwicht.

Niettemin: aanbevolen, niet in de laatste plaats vanwege Montserrat Caballé, die de hoofdrol zingt.



Het een en ander over Verdi en Plácido Domingo

Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Plácido Domingo en Wagner

2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

Advertenties

Het een en ander over Die Frau ohne Schatten

frosch Amme_van_Alfred_Rollerkopie

Er wordt gezegd dat De vrouw zonder schaduw een soort remake van De Toverfluit is. Daar zit wat in, want ook in dit, zeer moralistisch sprookje worden de hoofdpersonen aan de verschrikkelijkste beproevingen onderworpen, die, mits goed doorstaan, een (beter) mens van je maken. Je kan er ook een ‘Pelleas-achtige’ symboliek in ontdekken, en ook Das Rheingold en Siegfried zijn nergens ver weg. Maar, simpel gezegd, is deze opera voornamelijk een soort apotheose van een met veel kinderen verrijkt huwelijksleven

‘FROSCH’, zoals de opera in de wandelgangen wordt genoemd, geldt als de moeilijkst te bezetten opera van Strauss – één van de redenen waarom hij bijna altijd wordt gecoupeerd. Jammer vind ik dat, des te meer daar er o.a. in het ‘melodrama’ (de uitbarsting van de Keizerin als ze zich realiseert dat de Keizer al bijna helemaal is versteend) wordt geknipt, en dat vind ik nou (samen met het begin van de derde acte) één van de spannendste en de meest dramatische momenten in de opera.

DVD’S
GEORG SOLTI, 1992

frosch martondvd3a

In 1992 dirigeerde Solti in Salzburg een helemaal complete uitvoering van het werk. De regie van Götz Friedrich werd toen bijzonder sterk gevonden, maar ik vind het niet helemaal bevredigend. De mise-en-scène is zonder meer voortreffelijk, maar in de personenregie schiet hij te kort, waardoor de zangers een beetje onbeholpen van hot naar her hollen.

Het mooi vormgegeven bühnebeeld is fraai met zeer minimalistische maar realistische decors, maar de kostuums zijn soms een beetje bizar. Er wordt veel gebruik gemaakt van stroboscoopverlichting, wat in combinatie met heftige muziekpassages nogal gewelddadig kan overkomen.

Cheryl Studer is een droom van een Keizerin. Haar stem, met een zeer herkenbaar timbre en prachtige hoogte, is zwevend, transparant bijna, onschuldig en erotisch tegelijk. Thomas Moser is een aantrekkelijke Keizer, wellicht een tikkeltje te licht voor zijn rol, wat hem af en toe ademnood en geperste noten bezorgt, maar hij zingt prima.

Robert Hale (Barak) was toen al uitgezongen, nog geen 50 jaar oud. Jammer, want zijn portrettering is zeer charismatisch. Eva Marton doet pijn aan je oren, maar is zo betrokken, dat je het haar vergeeft. Haar wanhoopsaria aan het begin van de derde akte is ontroerend en bezorgt je kippenvel.

De erepalm gaat echter naar Marjana Lipovšek, die een werkelijk fenomenale Amme neerzet. Wat die vrouw aan kleurnuancen tot haar beschikking heeft en hoe ze met haar (zeer warme) mezzo omgaat, grenst aan het onmogelijke. Daarbij is ze ook een begenadigd actrice, ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. (Decca 0714259)

WOLFGANG SAWALLISCH, 1992

frosch die-frau-ohne-schatten-073408388

Een half jaar later werd FROSCH gepresenteerd in Japan. Het was de allereerste keer dat die opera daar werd uitgevoerd, en de verwachtingen waren dan ook hoog gespannen. De productie lag in handen van een algeheel Japans team aangevoerd door Ennosuke Ichikawa, een beroemd regisseur en toneelspeler van het Kabuki-theater.

Wat hij en zijn collega’s hebben bereikt is gewoon betoverend. FROSCH laat zich wonderbaarlijk vertalen naar de regels van Kabuki, sterker – daar wint hij aan geloofwaardigheid en spanning door. Lipovšek is hier nog gemener, nog kwaadaardiger dan bij Solti. Haar bewegingen zijn nu kleiner en meer ingetogen waardoor ze, merkwaardig genoeg, aan zeggingskracht winnen, en ze nog meer met haar stem kan doen.

Peter Seiffert is een excellente Keizer, zijn stem is rijk, elegant, warm, gevoelig en buigzaam, en al zijn hoge noten klinken als een klok. Jammer genoeg is de Keizerin niet van hetzelfde niveau. Luana DeVol intoneert ruim, haar sopraan klinkt schril en is totaal verstookt van lyriek (waarom hebben ze Studer niet meegenomen?), maar ze is een zeer overtuigende actrice.

Alan Titus en Janis Martin zijn misschien een tikkeltje minder intensief dan Hale en Marton bij Solti, maar hun stemmen klinken veel aangenamer. Acteren kunnen ze ook, en hoe! Bovendien oogt Martin zeer aantrekkelijk, hetgeen niet onbelangrijk is voor die rol. Het orkest olv van Sawallisch vind ik nog mooier dan bij Solti, sprookjesachtiger, doorzichtiger ook, en zwoeler …  Een waarlijk fenomenale productie. (Arthaus Musik 107245)

CD’S

KARL BÖHM 1955

frosch4011790668321

De allereerste registratie van de opera dateert uit 1955. Hij werd in Wenen live opgenomen, en is door het team van Orfeo verbazingwekkend goed opgepoetst.

Leonie Rysanek is de allerbeste Keizerin die ik ooit heb gehoord. Ze durft risico’s te nemen, en voert haar prachtige, lyrische sopraan tegen de grenzen van het onmogelijke. Met die rol heeft ze toen een norm gezet, waar niet makkelijk tegen op te boksen valt.

Hans Hopf (Keizer) heeft een soort “heroïsche” manier van zingen waar ik niet echt van houd, maar ik kan me voorstellen dat hij door veel liefhebbers als een ideaalbezetting wordt beschouwd. Kwestie van smaak, zou ik zeggen.

Elisabeth Höngen is een vileine Amme, en Christel Glotz een indrukwekkende, al niet altijd zuiver intonerende Färberin. Böhm dirigeert zeer liefdevol (Orfeo D’Or 668053)

HERBERT VON KARAJAN, 1964

frosch r-strauss-die-frau-ohne-schatten-0028945767828

In 1964, ter gelegenheid van 100ste geboortedag van Strauss, dirigeerde Karajan een zeer bevlogen FROSCH in de Wiener Staatsoper. De bezetting van de Färberin door Christa Ludwig is niet echt idiomatisch, maar ze haalt ze wel, haar hoge noten, en haar lezing van de rol is op zijn minst zeer indrukwekkend.

Qua stemschoonheid is Walter Berry (toen ook in het echt haar man) wellicht de mooiste Barak, helaas valt Jess Thomas (Keizer) me een beetje tegen. Leonie Rysanek herhaalt haar magnifieke lezing van de Keizerin, nog intenser, nog meer met de rol vergroeid.

De luxueuze bezetting van de kleine rollen door Fritz Wunderlich (de Jüngeling) en Lucia Popp (o.a. Falke), maakt de opname nog aantrekkelijker. Karajan dirigeert zoals we van hem gewend zijn – narcistisch maar o zo imponerend en met veel gevoel voor nuances. (DG 4576782)

GEORG SOLTI 1987-1990

frosch 28943624329

U kunt niet om Solti’s studioregistratie (hij heeft er drie jaar over gedaan, tussen 1987-1990) heen, alleen al omdat hij elke noot die door Strauss is geschreven, heeft opgenomen.

De bezetting van de Keizer door Plácido Domingo werd toen door de vele ‘puristen’ als een aanslag op het werk beschouwd. Onterecht. Zijn stem is in alle opzichten ideaal voor die rol en met zijn muzikaliteit, de kleuren in zijn stem en zijn meer dan gewone stemacteertalent zet hij een zeer humane en kwetsbare Keizer neer.

Julia Varady is, wat mij betreft, samen met Studer de beste Keizerin na Rysanek, wat een stem, en wat een voordracht! Hildegard Behrens is een verscheurde Färberin, haar volledige identificatie met de rol is grenzeloos. (Decca 4362432)


Over Tannhäuser in de niet voor de hand liggende opnamen

PLÁCIDO DOMINGO

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in die jaren, beslist niet vanzelfsprekend.


RICHARD CASSILY 1982

Tannhauser met

Dat die jaren zeer arm aan (voornamelijk) goede tenoren zijn geweest, hoor je duidelijk op deze twee DVD – opnamen. De waanzinnig mooie productie van Otto Schenk die in 1982 in de Metropolitan Opera in New York werd opgenomen (DG 0734171) stamt uit 1977. Als u van zeer realistische, overdadige decors en dito kostuums houdt dan kunt u hier een hoop plezier aan beleven. Voor de beginscène werd zowat de hele Venusgrot uit Schloss Neuschwanstein nagebouwd en het ballet schotelt ons een werkelijk orgastisch Bacchanaal voor.

Het orkest onder leiding van James Levine speelt voornamelijk lyrisch en licht, daar valt helemaal niets op aan te merken. Eva Marton is een goede Elisabeth, Tatiana Troyanos een prachtig sensuele en verleidelijke Venus.

Bernd Weikl, één van mijn favoriete baritons zingt een onweerstaanbare Wolfram al verprutst hij zijn grote aria doordat hij zijn (in beginsel) lyrische stem te veel volume wil geven, waardoor zijn stem onvast wordt.

En al is de Landgraaf (John Macurdy) werkelijk niet om aan te horen, toch zou ik met die opname geen moeite hebben gehad, mits … ja … mits de tenor niet zo waardeloos was geweest. Het tekstboekje rept over de allerhoogste standaard, nou, dat weet ik zozeer niet. Richard Cassilly is een zeer onaantrekkelijke Tannhäuser met een geknepen stem en totaal gebrek aan lyriek, die de indruk wekt in een verkeerde opera te zijn beland.

Aankomst van de gasten in Wartburg:

RICHARD VERSALLE 1989

Tannhauser Versalle

Nog slechter is het gesteld met de opname uit 1989 (Euroarts 2072008) uit Beyrouth. De regie van Wolfgand Wagner is voornamelijk symbolisch, zodoende speelt alles zich af in een cirkel (levenscirkel? Jaargetijden? Panta rei?) en al tijdens de ouverture lopen de pelgrims rondjes op de bühne.

De kostuums zijn niet echt vleiend voor de zangers, wat voornamelijk voor de arme Cheryl Studer (Elisabeth) genadeloos uitpakt. Haar adembenemend gezongen avondgebed is van een ontroerende schoonheid. Zowel Hans Sotin (de Landgraaf) als Wolfgang Brendel (Wolfram) zijn zonder meer uitstekend, maar ja, alweer geen goede hoofdrol.

Richard Versalle als Tannhäuser:

Richard Versalle heeft weinig van een jonge, door (lichamelijke) liefde geobsedeerde man. Ook van zijn tweestrijd tussen het aardse en de hemelse valt weinig te bespeuren. Zijn stem is niet mooi en gespeend van ieder charme.

Een macaber wetje: het feit, dat zijn naam nog niet is vergeten dankt hij aan zijn dood: tijdens de première van Vec Makropoulos (MET 1996) viel hij, door een hartaanval getroffen van een ladder, net nadat hij de woorden “Je leeft maar een keer lang” had gezongen.

Trailer van de productie:

In beide bovengenoemde opnamen lopen de heren Tannhäuser en Wolfram continue rond met harpen, waarop zij zichzelf op de juiste momenten ‘begeleiden’. Dat denkbeeldige gepingel zou verboden moeten worden, het is zo nep!

PETER SEIFFERT 2003 (voor de fans van Jonas Kaufmann)

Tannhauser Seiffert

De op zich mooi vormgegeven productie uit Zurich (ooit EMI 5997339) gaat geboekt onder de hoogst irritante TV-regie, het lijkt waarachtig alsof de TV-regisseur de macht heeft overgenomen. De ‘beheerder van het beeldmateriaal’ houdt van close-ups, dus kijken wij naar de vingernagels van de klarinettist tijdens het gebed van Elisabeth. Of word er op het met zweet bedekte voorhoofd van Tannhäuser ingezoomd. Ook vindt hij het nodig om de zangers alvast achter de coulissen te filmen, wat de romantiek en magie danig verstoort.

Ben je er éénmaal aan gewend dan valt er ongetwijfeld veel te genieten. Het bühnebeeld is mooi, de kleurrijke kostuums – zo te zien uit het begin van de twintigste eeuw – zijn fraai en de personenregie van Jens-Daniel Herzog is prima. Maar wat die productie hoofdzakelijk de moeite waard maakt, zijn de vocale bijdragen van de zangers.

Isabelle Katabu is een buitengewoon mooie en sensuele Venus, donkergekleurd en zeer erotisch. Elisabeth van Solveig Kringelborn klinkt voornamelijk puur en lyrisch en zo is ook haar verschijning. Peter Seiffert was in die tijd, zowel vocaal als qua spel, één van de beste Tannhäusers. die men zich kan voorstellen. Verscheurd tussen het zinnelijke en spirituele kiest hij voor het hogere, wat alleen de dood tot gevolg kan hebben.

Een leuk detail voor zijn vele fans: de kleine rol van Walther wordt gezongen dor niemand minder dan Jonas Kaufmann. Alleen: we krijgen hem niet te zien want tijdens zijn aria focust camera zich op de gezichten van Tannhäuser of Elisabeth. Ik denk trouwens dat die opname inmiddels uit de handel is, maar ja: fans blijven fans, nietwaar?

http://www.operaonvideo.com/tannhauser-zurich-2003-seiffert-kaufmann-kringelborn-kabatu-trekel/

ROBERT GAMBILL 2008

Tannhauser Gambill

Dat Nikolaus Lehnhoff heel mooi Wagner kan regisseren, ja, dat wisten we wel. Al in zijn vroegere producties voor Baden Baden heeft hij laten zien dat een moderne enscenering geen rare beelden hoeft op te leveren, en dat concepten niet per definitie bespottelijk zijn. Ook deze Tannhäuser, eerder in Amsterdam te zien, is uitzonderlijk gelukt (Arthaus Musik 101 351).

Lehnhoff benadrukt Tannhäusers zoektocht naar het evenwicht tussen het fysieke en het spirituele door een wereld te creëren waarin traditie hand in hand gaat met vernieuwing. Hij borduurt voort op een discrepantie (maar ook een symbiose) tussen onschuld en kwaad, en tussen kunst en kitsch. Zo ontaardt de zangwedstrijd in een soort veredelde vorm van ‘Idols’ en de symbolische ‘verlossing’ van Tannhäuser is pijnlijk mooi en doeltreffend.

Trailer van de productie:

 Ook muzikaal valt er weinig te klagen. Robert Gambill zingt een bijzonder ontroerende Tannhäuser, zijn ’Rom-Erzählung’ gaat door merg en been. Camilla Nylund is een mooie, ietwat onderkoelde Elisabeth wat haar ongenaakbaar maakt en Waltraud Meier is een Venus uit duizenden. Alleen met Roman Trekel heb ik een beetje moeite. Er is niets mis met zijn dragende, solide bariton, maar voor Wolfram kies ik toch voor wat meer warme lyriek (Hermann Prey, waar bent u?).

Hermann Prey zingt ‘O du mein holder Abendstern’:

TERUG IN DE TIJD

Een jaar of tien geleden heeft het budgetlabel Walhall twee historische opnamen van Tannhäuser op cd’s heruitgebracht. Het betreft resp. de door Leopold Ludwig in 1949 in Berlijn geleide voorstelling (WLCD 0145) met Ludwig Suthaus (Tannhäuser), Martha Musial (Elisabeth) en een piepjonge Fischer-Dieskau (Wolfram); en een voorstelling uit de MET (WLCD 0095), in 1955 gedirigeerd door Rudolf Kempe, met op de weinig idiomatische Astrid Varnay als Elisabeth na, een keur aan de grootste zangers uit die tijd: Blanche Thebom, George London, Jerome Hines en Ramon Vinay.

George London zingt ‘O du mein holder Abendstern’:

Het geluid is in beide gevallen alleszins acceptabel en de uitvoeringen zijn van een niveau dat tegenwoordig nog maar zeer moeilijk te halen lijkt.

Leopold Ludwig op Spotify:


Rudolf Kempe op Spotify:


Liefde zonder zinnelijkheid is geen liefde. Het een en ander over Tannhäuser

Heftige vrouwen in heftige opera: 3 x Elektra van Richard Strauss

elektraheink

Ernestine Schumann-Heink as Klytämnestra at the January 25, 1909 Dresden premiere of Elektra, looking down on Annie Krull as Elektra

Met Elektra van Hugo von Hofmannsthal komen we de mythologische wereld binnen, maar dan wel gezien door de ogen van Sigmund Freud. Een wereld vol complexen, fobieën, angsten en dromen, die bovendien bevolkt is door hysterische vrouwen.

‘Studien über Hysterie’, een in 1895 verschenen boek van Siegmund Freud en Josef Bauer, had een bijzonder groot effect op veel artiesten en intellectuelen. Ook von Hofmannsthal werd er sterk door beïnvloed, en in zijn toneelstuk, dat zes jaar later in première ging, wordt Elektra’s zucht naar wraak een hysterische obsessie.

Richard Strauss, die net zijn Salome (gebaseerd op het toneelstuk van Oscar Wilde) had voltooid, zag in 1905 een voorstelling van Elektra in Berlijn. Net als bij Salome werd het stuk geregisseerd door Max Reinhardt, de meest voorname en vooruitstrevende theaterman in die tijd.

Strauss was zeer onder de indruk, en besloot van het stuk een opera te maken. In 1906 hebben de componist en de toneelschrijver elkaar ontmoet en verdere plannen gemaakt. Een historisch moment, dat tevens het begin van een zeer succesvolle samenwerking tussen beiden betekende.

 

Elektra strausshoffmansthal

Hugo von Hofmannsthal and Richard Strauss, c. 1915

Von Hofmannsthal vervaardigde een libretto zonder weerga, wellicht het beste in de hele operageschiedenis, waar Strauss een (con)geniale muziek bij componeerde. Door het gebruik van verschillende toonsoorten heeft hij een polytonale eenheid gecreëerd, waarin plaats is voor zowel de romantische als de dissonante klankwereld, en waarin hij duidelijk de grenzen van de tonaliteit aftast. Een mijlpaal aldus, waarna de componist in zijn latere werken naar de ‘beschaafde wereld’ van aangename klanken terugkeerde. De opera begint met vier fortissimo gespeelde noten, welke duidelijk staan voor “A-ga-mem-non” en welke een steeds terugkerend motief in de opera vormen.

Elektra is eigenlijk een vrouwenopera. De drie vrouwenfiguren – Elektra, Klytämnestra en Chrysothemis – zijn het middelpunt van de tragedie, waarin de mannen niets anders zijn dan een wraakwerktuig (Orest) of een passief subject van wraak (Aegisth).

Elektra beheerst het toneel letterlijk en figuurlijk – zij staat ook daadwerkelijk op het toneel vanaf het begin tot het eind. Zij ziet er totaal verwaarloosd uit – om wraak te kunnen nemen heeft zij haar vrouwelijkheid en seksualiteit opgeofferd. Zij voelt zich alleen, en door iedereen in de steek gelaten, het meeste nog door haar vermoorde vader.

Elektra Agamemnon_motif

Haar eerste woorden in de opera zijn dan ook: “Allein! Weh, ganz allein. Der Vater fort, hinabgescheucht in seine kalten Klüfte…Agamemnon! Agamemnon!” en dan komt de herkenningsmelodie (de vier beginnoten) weer terug.

Chrysothemis is Elektra’s tegenpool, zij wil gelukkig zijn, trouwen en kinderen krijgen, al die ‘vrouwelijke dingen’. Maar ook zij is een gevangene van de omstandigheden en ook zij kan er niet aan ontsnappen.

Op zoek naar een remedie durft zij zich zelfs zwak op te stellen en Elektra om hulp te vragen. De confrontatie tussen moeder en dochter vormt dan ook het hoogtepunt in de opera.

Alle drie de hoofdrollen zijn buitengewoon zwaar, ze vereisen van hun vertolksters de grootst mogelijke stemmen met een enorme kracht en doorzettingsvermogen. Daarbij moeten ze over een meer dan gemiddeld acteertalent en een formidabele bühne-presence beschikken.

Waar Salome een meisje van zestien met een stem van Isolde is, vraagt Elektra om een jong meisje met een stem van Brünhilde. En toch zijn er heel wat goede Elektra’s in de loop der jaren geweest en zelf ken ik geen slechte opname van het werk.

 

GÖTZ FRIEDERICH

Elektra Rysanek

Toen de film  van Götz Friederich in 1981 uitkwam (DG 0734095), veroorzaakte hij een ware sensatie en sloeg in als een bom. Zelf was ik toen ook geweldig onder de indruk, en de beelden van plassen bloed in de stromende regen projecteerden zich scherp op mijn netvlies.

Nu, 37 jaar later, doet de film behoorlijk gedateerd aan. Natuurlijk, het is nog steeds bijzonder spannend, en er wordt fenomenaal in gezongen en geacteerd, maar jammer genoeg wordt er niets aan de verbeelding overgelaten.

Friedrich onderschat zijn publiek en beeldt alles uit, ook scènes en handelingen die zich alleen in de hoofden van de protagonisten afspelen. Zo kunnen wij in retrospectief de moord op Agamemnon zien, waarna hij, met zijn bloedend hoofd pontificaal in beeld verschijnt zodra Elektra zijn naam noemt. Ook de moord op Klytämnestra en Aegisth wordt ons niet bespaard, en het bloed vloeit meer dan rijkelijk vanaf de muren.

In de beginscène wordt de arme vijfde maagd voor onze ogen doodgeslagen, en een paar naakte dames wassen zich met bloed van een offerdier, allemaal overbodige details, die heel wat plezier in het kijken ontnemen. Jammer, want er is niets mooier dan dankzij beelden, tekst en muziek een wereld op zich te scheppen die zowel gemeenschappelijk als individueel kan worden ervaren.

De bezetting van Orest door Dietrich Fischer-Dieskau kan me niet echt bekoren, zijn manier van zingen is te beschaafd en zijn witte kostuum ronduit bespottelijk.

Maar genoeg geklaagd, want eigenlijk is het een fabelachtige uitvoering. Leonie Rysanek (toen al behoorlijk over de vijftig) is een fantastische Elektra, een rol die zij nooit op toneel had uitgevoerd. Jarenlang zong zij Chrysothemis, om daarna, in de jaren negentig Klytämnestra op haar repertoire te nemen. Zij is niet alleen maar wraakzuchtig, maar ook zeer zichtbaar eenzaam.

Astrid Varnay, ooit zelf een Elektra van formaat, zet een gekwelde Klytämnestra neer en in de scène met haar dochter laat zij een heel gamma aan gevoelens voorbijgaan. Ligendza is, ook optisch, een mooie meisjesachtige Chrysotemis.

Böhm dirigeert langzamer dan op zijn eerdere opnamen, breder ook, wat ook te maken kan hebben met zijn hoge leeftijd. Ten tijde van de verfilming was hij bijna 87 jaar oud en hij overleed voordat de film klaar was.

Er hoort nog een tweede dvd bij, met een ruim 90 minuten durende documentaire over ‘the making of’.

 

HARRY KUPFER

Elektra Marton

De toneelproductie uit Wenen (Arthaus Musik 100 048) 1989 is meer dan bijzonder. De regie van Harry Kupfer is zeer aangrijpend en angstaanjagend, en al is hij zeer realistisch te werk gegaan, toch beperkt hij zich tot de aanwijzingen in het libretto.

Het geheel wordt gedomineerd door grijs in al zijn schakeringen en is bijzonder donker. De enige kleur in de voorstelling doemt op als Chrysotemis, bij haar hartenkreet dat zij wil leven en kinderen baren,  haar blouse openscheurt en een rood onderhemdje zichtbaar maakt.

Eva Marton is fysiek de mindere van Rysanek maar vocaal doet zij voor haar niet onder. Ook als actrice is zij buitengewoon overtuigend: ontroerend in haar verlangen naar haar vader, weerzinwekkend in haar minachting voor haar zus en angstaanjagend tijdens de confrontatie met haar moeder.

Cheryl Studer is een pracht van een Chrysothemis. Met haar ietwat zoetige, lyrische, maar toch nog bijzonder krachtige sopraan kan zij model staan voor een sterke karaktertekening: haar Chrysotemis is een in het leven teleurgesteld meisje met een sterk verlangen aan ontsnappen, maar zonder de daadkracht om het ook te bewerkstelligen.

Fenomenaal is ook Brigitte Fassbänder in haar portrettering van de geesteszieke, door nachtmerries en schuldgevoelens geplaagde koningin. Zowel de moeder als haar beide dochters kunnen zo op de bank bij Freud – over hysterische vrouwen gesproken!

Franz Grundheber is een voorbeeldige Orest en Claudio Abbado dirigeert met een intensiteit die grenst aan het onmogelijke.

SIR GEORG SOLTI

Elektra Solti

Van alle Elektra’s die op cd zijn verschenen, is de Decca-opname onder Sir Georg Solti (4173452) mij het dierbaarst. Solti zweept het orkest op en de nerveuze partituur groeit onder zijn handen uit tot een klankgordijn waar geen ontkomen aan is.

Birgit Nilsson’s vertolking van de titelrol is voorbeeldgevend en Regina Resnik is een overweldigende Klytämnestra. Ook geweldig zijn Marie Collier (Chrysothemis) en Tom Krause als Orest.


 

zie ook:
ELEKTRA aan de Amstel: afscheid van de productie van Willy Decker 

ORESTEIA. A music Trilogy

CHRISTOPH WILLIBALD GLUCK EN ZIJN IPHIGENIEËN

 

Minidiscografie van IL VIAGGIO A REIMS

Viaggio Coronation_of_Charles_X_of_France_by_François_Gérard,_circa_1827

Coronation of Charles X of France by François Gérard, circa 1827

 

Of het ooit de bedoeling van Rossini was? Opvoeren en dan wegmikken?

Rossini beschouwde zijn opera Il viaggio a Reims als een gelegenheidsstuk, gemaakt voor de kroning van Charles de X in 1825. De opera werd voor het eerst uitgevoerd in Parijs, met Giuditta Pasta als Corinna. Het was een groot succes, maar al na drie voorstellingen trok de componist de stekker eruit

Veel van de muziek hergebruikte hij in Le Comte Ory, de rest verdween in verschillende laden in verschillende landen (hoe toepasselijk, vindt u niet?) en werd pas eind jaren zeventig van de vorige eeuw teruggevonden.

CLAUDIO ABBADO:
Pesaro 1984

Viaggia-DG

De eerste ‘moderne’ uitvoering van Il viaggio vond plaats in Pesaro, in 1984. Claudio Abbado dirigeerde een absolute sterrencast. Wie er voor deze gelegenheid bij elkaar werden gebracht… In alfabetische volgorde: Francisco Araiza, Lella Cuberli, Enzo Dara, Cecilia Gasdia, Eduardo Gimenez, William Matteuzzi, Leo Nucci, Ruggero Raimondi, Samuel Ramey, Katia Ricciarelli en Lucia Valentini Terrani.


Youtube biedt de hele opname uit Pesaro – met beeld! – aan:

En Berlijn 1992

 

Viaggio Sony

 

Acht jaar later dirigeerde Abbado de opera in Berlijn met grotendeels dezelfde zangers. Beide voorstellingen werden live opgenomen en beide zijn heel erg goed. Zelf prefereer ik Cheryl Studer (Madama Cortese) op Sony (53336) boven Katia Ricciarelli (DG 4777435), maar dat is volstrekt persoonlijk.


Encore uit Berlijn 1992:

BARCELONA 2003

Viaggio Barcelona

In 2003 werd in het Gran Teatre del Liceu in Barcelona een visueel zeer aantrekkelijke voorstelling van Il viaggio opgenomen (Arthouse Musik 107 135). De actie speelt zich af in een kuuroord aan het begin van de twintigste eeuw en de in badkleding gestoken gasten worden verwend door allerlei masseurs, verplegers en schoonheidsspecialisten. Iedereen draagt kleren met zijn of haar landskleuren en Corinna mag van de regisseur alle onderlinge problemen oplossen, gekleed in een EU-vlag. Voor de hand liggend? Zeker, maar ook zeer vermakelijk.

Het is alleen jammer dat er niet zo geweldig wordt gezongen. Op de oudgediende Enzo Dara (Il Barone di Trombonok) en Josep Bros (Belfiore) na is de cast matig, met als dieptepunt een totaal miscaste Maria Bayo (Madama Cortese) en Simón Orfila (Lord Sydney). De laatste ziet er zeer aantrekkelijk uit in zijn badpak, maar presteert het om amper een noot zuiver te zingen.

Hieronder een fragment:

PARIJS 2005

Viaggio Gergiev

Valery Gergiev associeert men niet gauw met de muziek van Rossini. Toch was hij het die in 2005 een zeer spectaculaire Il viaggio in het Théâtre du Châtelet dirigeerde, waarmee hij jonge Russische zangers aan het internationale publiek presenteerde.

Het orkest zit achter op de bühne en vormt zo samen met de dirigent een onderdeel van de wervelende show, die zich werkelijk overal afspeelt, zelfs tussen (en met) het publiek. Ook de rekwisieten en kleurrijke kostuums spelen een belangrijke rol en er is zelfs een echt paard.

De zangers zijn voornamelijk jong en op Daniil Shtoda (Count Libenskof) na onbekend. Het is duidelijk dat ze nog veel moeten leren, inclusief de juiste uitspraak, maar ze doen het heel erg leuk (Opus Arte OA 0967 D).

Hieronder een fragment: 

 

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER op twee cd’s en twee dvd’s

Fliegende Hollander Dresden

Schlußszene aus “Der fliegende Holländer” von Richard Wagner. Bühnenbild der Uraufführung 1843 in Dresden. Reproduktionsholzschnitt
SLUB/Deutsche Fotothek; Deutsche Fotothek

 

 

CD’S

GIUSEPPE SINOPOLI 1998

Fliegende Hollander Sinopoli

Deze cd-opname uit 1998 (DG 4377782) is mij bijzonder dierbaar. Allereerst vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend. Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman, en in de rol van Erik hoor je niemand minder dan Plácido Domingo, een luxe!

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


ANDRIS NELSONS 2013

Fliegende Hollandedr Nelsons KCO

Na de semiconcertante uitvoeringen van Der Fliegende Holländer in het Amsterdamse Concertgebouw (24 en 26 mei 2013) waren de meningen van zowel de recensenten als het publiek dermate verdeeld dat het tot felle discussies op de operaforums heeft geleid. Het leek net oorlog.

De opera-uitvoering werd door het eigen label van het Concertgebouworkest vastgelegd en is inmiddels op de markt gebracht. Iedereen kan nu dus zijn eigen oordeel vormen. Nu is een opname, zelfs als het live is gerealiseerd niet te vergelijken met wat je in de zaal hoort, maar het resultaat is voor mij meer dan bevredigend.

Echt moeite heb ik alleen met Anja Kampe (Senta). Het ligt aan haar manier van zingen, met te weinig legato en te veel uithalen. Haar klank kan bij luidere passages onaangenaam scherp worden, iets wat haar ballade bij vlagen ontsiert. Als Senta hoor ik toch liever een stem die lichter en lyrischer is, minder scherp.

Christopher Ventris vind ik een mooie Erik. Hij benadert zijn rol vanuit het belcanto, vanzelfsprekend eigenlijk, zeker voor de vroege Wagner.

Kwangchul Youn is een beetje onstabiel als Daland, maar zijn interpretatie staat als een huis, daarvoor wil ik een min of meer wankele noot voor lief nemen. Hetzelfde geldt ook de oudgediende Terje Stensvold als de Hollander

Over het orkest kan ik kort zijn: adembenemend. Nelsons schuwt het overweldigende geluid niet (de ouverture!), maar weet het, waar nodig tot de mooiste pianissimi te dimmen. (RCO 14004 )


DVD

WOLFGANG SAWALLISCH 1975

Fliegende Hollander Sawallisch dvd

Eind jaren zeventig en tachtig, toen de opera nog (een beetje) een main stream was, werden veel opera’s ook voor de bioscoop of de tv opgenomen, als film dan.

Ook de door de Tsjechische regisseur Václav Kašlík in 1975 gemaakte verfilming is eigenlijk een speelfilm met muziek. Niets op tegen, zeker als het resultaat zo verbluffend is. Er valt veel te genieten van de opzienbarende stormscènes en de goed opgebouwde spanning. De regisseur volgt de aanwijzingen van Wagner nauwkeurig op, waardoor het zonder meer _ook_ ‘een goede kennismaking met …’ kan zijn.

De Zweedse Catarina Ligendza was in de jaren zeventig één van de grootste Wagner-zangeressen. Behalve de meer lyrische rollen zoals Senta, zong zij ook Isolde en dat deed zij zeer overtuigend. Ook Donald McIntyre was gepokt en gemazeld in het ‘Wagner-fach’, en alleen al voor die twee hoofdrolvertolkers is de dvd meer dan moeite van het aanschaffen waard.

Wolfgang Sawallisch was meer dan 20 jaar de vaste dirigent van het Bayerischer Staatsorchester, en dat hoor je: ze zijn als het ware met elkaar vergroeid.

De complete opname staat op You Tube:

CHRISTIAN TIELEMANN 2013

Fliegende Hollander Glogger Bayreuth

Allemaal weten wij waar Der Fliegende Holländer over gaat. Toch? De legende over de door de woeste zeeën dolende ziel op zoek naar verlossing is alom bekend. Er zijn boeken over geschreven, schilderijen over gemaakt, muziek over gecomponeerd… Ook de psychiaters hebben zich er mee bemoeid, want alles moet verklaarbaar zijn, dus ook de drang naar zelfopoffering.

Mis. Allemaal hadden en hebben wij het verkeerd begrepen. De woeste zeeën staan symbool voor “business as usual”, dus speelt de door  Jan Philipp Gloger productie van de Hollander (Bayreuth, 2013) zich in een soort door stratosferische lichten verlichte Wall Street met heren in driedelig grijs, met een boekhouder aan het ‘stuur’.

Tegenwoordig mag alles, zeker in Bayreuth, dus echt verbaasd ben ik niet. Ik zet alleen het beeld uit en luister verder naar wat een meer dan een fatsoenlijke uitvoering is van de eerste ‘volwassene’ opera van Wagner.

Ricarda Merbeth is een formidabele Senta, met een kanon van een stem en een vleugje metaal in haar topnoten, wat ik als zeer plezierig ervaar. Samuel Youn is een prima, al een beetje lichtgewicht Holländer, Tomislav Mužek een zeer betrokken Erik en Franz-Josef Selig een imponerende Daland.

Maar het meest werd ik getroffen door de jonge Benjamin Bruns (Steuermann), van hem gaan wij nog zeer zeker horen! (Opus Arte OA 1140D)

Een kort fragment:

DIE MEISTERSINGER VON NÜRNBERG. Discografie

Meistersinger scenefoto

Die Meistersinger von Nürnberg – Stolzings Probesingen. Gemälde von Michael Echter

Te midden van de tientallen cd’s en dvd’s van Die Meistersinger von Nürnberg ben ik de kluts een beetje kwijtgeraakt, dus de kans dat uw geliefde opname er niet tussen zit, is meer dan mogelijk. Ik heb het op naam van de dirigent gerangschikt, de zangers komen vanzelf aan de beurt. En: zullen we maar eens met de Nederlanders beginnen?

Jaap van Zweden

meistersinger van Zweden

7 februari 2009 was één van die middagen die nu al als legendarisch gelden, en dat niet vanwege de ongewone begintijd (11.00 uur ‘s morgens) en de lange duur (tot 17.00 uur in de namiddag). Jaap van Zweden tilde in het Concertgebouw in Amsterdam Die Meistersinger op tot een werkelijk ongekend hoog niveau. En dan te bedenken dat het pas zijn tweede Wagner-opera was!

Niet minder imposant was de bezetting. Allereerst was er Robert Holl (Hans Sachs), die de rol al jaren achtereen tijdens de Bayreuther Festspiele zong en er helemaal mee was vergroeid. Met zijn soepel gevoerde sonore bas riep hij allerlei gevoelens op – het meest die van een diepe bewondering. Wat een vertolking!

Eike Wilm Schulte (Beckmesser) kroop helemaal in zijn rol van een oude intrigant, Burkhard Fritz was zeer geloofwaardig in zijn prachtig gezongen ‘prijslied’ en Rainer Trost was een mooie David. Barbara Havemann liet een gemengde indruk op mij achter. Ik had een groter en ronder geluid verwacht, maar misschien lag het aan de rol?

Om de sfeer te vergroten werd de foyer van het Concertgebouw destijds ingericht als een heuse ‘bierstube’: men kon plaats nemen achter lange houten tafels en zich tegoed doen aan zuurkool met worst.

De uitvoering werd gelukkig op cd uitgebracht, op QuattroLive (2009014s). De opname is via de vakhandel en de webwinkel van het Koninklijk Concertgebouworkest te koop, maar voor zuurkool met worst en het biertje moet u zelf zorgen.

Bernard Haitink

Meistersinger Haitink

Er zijn ten minste drie redenen om Haitinks Meistersinger (ROHS 008) aan te schaffen: de zoetgevooisde Walther van de te vroeg overleden Gösta Winbergh, de fenomenale Beckmesser van Thomas Allen en de dirigent zelf.

Haitink is minder uitgesproken dan Van Zweden. Zijn lezing is, zoals wij van hem gewend zijn, zeer degelijk. De opera werd tijdens de inmiddels legendarische ‘laatste avond’ (het Royal Opera House zou verbouwd worden en ging twee jaar lang dicht) op 12 juli 1997 opgenomen.


Wolfgang Sawallisch

5099973901822_wag_bl_cdq301e CD Booklet - Printers Pairs

Ben Heppner was in 1994 nog een volop lyrisch-dramatische Walther, met de nadruk op lyrisch. Zijn hoogte was stralend en hij zong met veel gevoel. Een Walther die ook Plácido Domingo gezongen zou kunnen hebben (iets wat hij overigens ook deed – hij kweet zich voortreffelijk van zijn rol, maar voor de rest is de opname niet echt aan te bevelen).

Cheryl Studer is voor mij één van de beste Eva’s ooit, en zal dat voorlopig ook wel blijven. Hetzelfde geldt voor Bernd Weikls Hans Sachs.

De stem van Deon van der Walt (David) heeft veel weg van jonge Klaus Florian Vogt. Wie weet was ook hij richting Walther gegaan als zijn vader hem niet had doodgeschoten?

Het Bayerischer Statsorchest klinkt ‘himmlisch’ (Warner 5099973901822)         ).


Herbert von Karajan

untitled

Het beste voorbeeld van een David die ooit volwassen ging worden is bij Karajan geleverd. Tegenover de Walther van René Kollo (niet mijn kopje thee, maar ik moet toegeven dat zijn ‘prijslied’ prachtig klinkt) staat de David van niemand minder dan Peter Schreier.

Geraint Evans is hier een ietwat karikaturale Beckmesser, maar Helen Donath is een heerlijke, meisjesachtige Eva. En het orkestspel staat als een huis (Warner 5099964078823)      



Thomas Schippers

Meistersinger Schi[pers

Nu de Metropolitan Opera haar archieven heeft geopend, worden wij met veel schatten uit het tot nu toe verborgen Sesam verblijd. Deze Meistersinger werd op 15 januari 1972 opgenomen en ik moet nogmaals constateren dat er niets boven live gaat.

Schippers dirigeert adembenemend lichtvoetig en de ouverture vliegt bij hem voorbij, al doet hij er maar een halve minuut sneller over dan Karajan of Sawallisch.

James King is een triomferende Walther. Zeer macho ook – zo worden ze echt niet meer gemaakt! Pilar Lorengar is een lichte Eva, een echt jong meisje (Sony 85304)

 

Christian Thielemann en Otto Schenk

Mestersinger Euroarts

Wilt u er ook beeld bij, dan heb ik voor u twee echte aanbevelingen. In 2008 werd in Wenen de oude productie van Otto Schenk hernomen (Euroarts 0880242724885). HEERLIJK! Je maakt het werkelijk bijna nooit meer mee dat je alles in zijn verband kan zien: de decors, de kostuums, het verhaal…

U gelooft het misschien niet, maar zelfs Johan Botha (Walther) doet aan acteren in deze productie! Alleen al daarvoor is de dvd een must…

Maar er is meer. Wat dacht u van Falk Struckmann als Sachs (oké, die man kan bij mij niets fout doen)? En de heerlijk vileine Adrian Eröd (Beckmesser)? En als u weet dat de dirigent Christian Thielemann heet … Tja!

Hieronder trailer van de productie:

 

Vladimir Jurowski en David McVicar

Meistersinger-Glyndebourne

Ik ben er zeker van dat David McVicar goed naar Otto Schenk heeft gekeken. Het is meer dan duidelijk dat hij zijn pappenheimers kent! De door hem in 2012 in Glyndebourne geregisseerde voorstelling (Opus Arte OA BD7108) is in alles een tribuut aan de oude meester. Hulde!

Ik vind de voorstelling verder mooier dan mooi. Lyrisch, ingehouden… Zou dat ook de bedoeling zijn geweest van Bayreuth? Ooit? Ik weet het niet, ik ben er nog nooit geweest.

Alle zangers zijn ronduit fantastisch, al moet ik toegeven dat Gerald Finley (Sachs) en Johannes Martin Kränzle (Beckmesser) optisch iets te jong ogen. Mijn held echter heet Vladimir Jurowski. Door zijn sierlijke gebaren alleen al maakt hij dat ik mijn ogen niet van hem kan afslaan!

The making of:

 

Sebastian Weigle en Katharina Wagner

Meistersinger-Bayreuth

En dan komen we bij Bayreuth anno nu, bij Katharina Wagner (Opus Arte OA 1041 D). Haar idee op zich is niet eens zo slecht. Walther is niet alleen een vernieuwer, maar ook een breker. Hij maakt zowel de traditie als vakmensen kapot, terwijl hij niet meer dan een prutsende amateur is. Aan het eind conformeert hij zich aan de regels en dan wordt Beckmesser de nieuwe ‘rebel’. Intussen is Hans Sachs een soort ‘führer’ geworden, want we bevinden ons in het Bayreuth van eind jaren dertig…

Helaas, concepten werken niet als ze niets, maar dan ook niets met de opera in kwestie hebben en dat is hier het geval. Klaus Florian Vogt is een (toen nog) fatsoenlijke Walther, de erepalm gaat echter naar de  Beckmesser van Michael Volle.

En nu iets leuks: Romanticism vs. Modernism at the Royal Opera House

Deze clip komt uit de in de jaren negentig opgenomen Britse documentaire over het ROH. Ergens halverwege zien we een klein fragment uit de ook hier besproken (helaas alleen audio) prachtige, traditionele productie van ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ ‘, onder leiding van Bernard Haitink.