Marcel_Beekman

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman vliegt de hele wereld rond om op te treden, tot aan het Midden-Oosten toe. De tenor kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in zijn vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden.

 

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

Volgens Calliope Tsoupaki, onze nieuwe Componist des Vaderlands is hij de beste Nederlandse tenor. En zij kan het weten, want hij heeft in veel van haar composities gezongen. Voor hem componeerde zij de 1-minuutopera Vesuvius 1927, naar de tekst van P.F. Tomése die zijn première beleefde in De Wereld Draait Door:

Maar hij zong ook in haar befaamde St. Luke’s Passion en redde de voorstelling van haar Greek Love Songs, uitgevoerd tijdens het Holland Festival in 2010. In juni 2014 was hij ook van de partij in haar opera Oidípous

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

En nu componeert zij voor hem – en voor de countertenor Maarten Engeltjes – een groot nieuw werk. Behalve de zangers doet ook een instrumentaal ensemble mee, PRJCT, het eigen ensemble van Maarten Engeltjes. Dit werk zal in première gaan tijdens de November Music 2019 en wellicht gaat het ook in andere steden geprogrammeerd worden.

We mogen ook andere Nederlandse componisten: Jeff Hamburg, Elmert Schönberger en Martijn Padding (om maar een paar namen te noemen) niet vergeten, ook zij schreven composities met zijn stem in hun achterhoofd.

HET BEGIN

De eerste keer ontmoetten we elkaar vijf jaar geleden in zijn prachtige woning in de Blaeu Erf, een soort hofje in een zijstraat van de drukker dan drukke Gravenstraat, pal achter de Nieuwe Kerk. Het is een oase van rust, waar nauwelijks nog geluiden doordringen. We dronken thee (zijn geheime mengsel, dat mij bijzonder smaakte) en praatten over zijn beginjaren, de ontdekking van de opera en zijn vele buitenlandse optredens, die hem zelfs naar landen in het Midden-Oosten brachten.

“Ik kom uit een provinciestad en heb gestudeerd aan een klein conservatorium, wat inhield dat ik eigenlijk voorbestemd was om een oratoriumzanger te worden. Of een leraar. Aan opera dacht toen niemand, ikzelf allerminst. Dat kwam pas toen ik gevraagd werd voor de opera/musical Jona de Neezegger van Willem Breuker. Het was een kleine schokervaring en ik kreeg de smaak te pakken. Dat wilde ik meer doen!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

Je zingt voornamelijk oude en nieuwe muziek. Heb je daar bewust voor gekozen of is het zo gekomen?
“Ik fladder inderdaad tussen het oude en het moderne in. Ik ben pragmatisch en communicatief ingesteld en ik vind het bijzonder opwindend om aan een nieuwe partituur te werken. Het aspect van het nieuwe is alsof je een nieuwe prisma creëert. Je bent niet alleen een uitvoerend medium, maar ook een beetje een scheppend kunstenaar. Het is ook fijn om met de componist te kunnen overleggen, en ja – ze willen ook naar je luisteren en de noten veranderen. Soms vraag ik om extra hoge noten, daar moeten ze om lachen, vinden ze leuk.”

“Ik vind het niet erg een soort ‘gereedschap’ te zijn in handen van een componist, dus als van mij non vibrato wordt geëist dan doe ik dat. En ik moet eerlijk zeggen dat ik het soms juist heel erg mooi vind, het heeft iets puurs, iets natuurlijks.”

REGISSEURS

“Laat ik met een cliché beginnen: de repetities kunnen enorm verschillend zijn. De echte eye-opener was voor mij Salome onder Simon Rattle tijdens de Osterfestspiele in Salzburg. Rattle wilde dat wij eerst naar Berlijn kwamen om de partituur rustig door te nemen. Dat werkte echt fantastisch, want meestal hoor je de orkestklank voor het eerst als de eerste ‘sitzprobe’ komt. Een openbaring.

Stuttgart vond ik vroeger leuk, zeker het werken met het team Jossi Wieler en Sergio Morabito. Ze zijn vriendelijk, alles gebeurt in overleg en de sfeer is aangenaam. En – het allerbelangrijkste – ze zijn zo ontzettend respectvol. Dat werkt niet alleen prettig, maar dat maakt ook dat je je overgeeft. Als je zo behandeld wordt, gaat je hart open en wil je alles voor ze doen. Andersom gaat je luikje dicht, dan klap je dicht. Natuurlijk werk je mee, je moet je openstellen, anders kan je net zo goed achter de kassa in Lidl ziten.”

Marcel Beekman WOZZECK

Als Hauptmann in Wozzeck bij DNO © Ruth Waltz

In het seizoen 2016/17 mochten we Beekman in twee grote producties bij De Nationale Opera in Amsterdam bewonderen: Wozzeck van Alban Berg en Salome van Richard Strauss. Voornamelijk Wozzeck waarin hij zowel de Hauptmannn als de Narr zong was in dat seizoen voor de tenor erg belangrijk, de opname van die productie is onlangs bij Naxos (21110582) uitgekomen.

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Tegenwoordig is Beekman één van de beroemdste en de meest gevraagde karaktertenoren ter wereld, met een druk bezette agenda. Zijn seizoen 2019/2020 werd net geopenbaard en het liegt er niet om! Hij noemt de paar belangrijkste:

“In 2019 ga ik Pluton (Orphée aux Enfers van Jacques Offenbach) zingen in Salzburg, in de nieuwe productie van Barrie Kosky, de Australische regisseur die vooral bekend is van zijn werk bij de Komische Oper in Berlijn. De première is 14 augustus tijdens de Salzburger Festspiele 2019. Enrique Mazzola dirigeert het Wiener Philharmoniker en als collega’s krijg ik o.a. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) en Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). Daar kijk ik er echt naar uit. Ik heb nog nooit samen met Kosky gewerkt maar bewonder zijn werk zeer. En dan het idee alleen dat er een operette in Salzburg komt! En Pluton is natuurlijk een echte rol voor mij.”

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Nederlands Philharmonisch Orkest

Duitse componist Christian Jost  schrijft momenteel de opera Voyage vers l’Espoir waarin ik meerdere rollen ga vertolken. De première zal eind maart 2020 plaatsvinden in het Grand Théâtre de Genève”

In 2019 bestaat het Les Arts Florissants veertig jaar: de reden voor William Christie om een grootse internationale feesttournee te programmeren in december 2019. Op het programma staan werken van o.a. Lully en Rameau en, naast Beekman zullen meerdere solisten, onder wie Sandrine Piau, Christophe Dumaux er acte de présence geven.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman als Platée in Parijs © Vincent Pontet

Rameau’s  Platée in de regie van Carsen, één van Beekmans grootste rollen, wordt in december 2020 hernomen in drie verschillende landen. Helaas zit Nederland er niet bij. Zijn andere glansrol, de Nutrice (L’Incoronazione di Poppea van Monteverdi uit Salzburg 2018) is gelukkig voor dvd opgenomen en verschijnt bij Harmonia Mundi in september 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman als de Nutrice © Andreas Schaad

Verder vermeldt zijn agenda  veel losse projecten, waaronder een tournee met Israel Camerata in juni 2019 met de Cantata for Shabbath uit 1940 van de Israëlische componist Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “Daar kijk ik naar uit. Ik houd van dat land en iedere keer als ik er ben komt er iets van herkenning bij”. “Ik ben mijn verleden aan het uitzoeken. Het is niet voor niets dat ik mij zo thuis voel in Israël. Het Joodse, dat spreekt mij aan. Of er iets in het verleden zit?
Er was ooit een Beckman, met een “c”.. Maar of het er toe doet? Niet echt. Ik voel mij betrokken bij minderheden”.

“Ik heb mijn accenten verlegd en mijn prioriteiten veranderd, aangepast. Daar hoorde het verkopen van Blaeu Erf bij. Het geld interesseert mij niet, ik heb het huis verkocht om te kunnen leven, te kunnen genieten. Ik heb geen partner en of ik er een wil? Dat weet ik niet, maar ik ben wel gelukkig zo: mijn leven is op de juiste rail gekomen en het brengt mij wat ik het liefste wil: muziek, kunst, leven! Het duurde even voordat ik mijn draai vond, maar als karaktertenor kan ik de wereld veroveren!”

Voor de complete agenda van Marcel Beekman zie zijn  website.

Zie ook:
CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

LOOKING EAST
SALOME IN AMSTERDAM

Advertenties

Spetterende ‘Benvenuto Cellini’ uit Amsterdam is ook op dvd niet te versmaden

Cellini dvd

De beeldhouwer Benvenuto Cellini was geen lieverdje. Hij had ettelijke affaires, zowel met vrouwen als mannen en voor een beetje moord draaide hij zijn hand niet om. En toch heeft Berlioz voor zijn eerste opera Cellini als zijn titelheld gekozen. Het is mijn opera niet maar van de  Amsterdamse productie van Terry Gilliams in 2015 heb ik zo ontzettend genoten dat ik de voorstelling een paar keer heb bezocht.

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm.  Cellini is een hel van een rol, maar laat het aan John Osborn over! Luister maar naar zijn ‘La gloire était ma seule idole’, wow!

Mariangela Sicilia is een fantastische Teresa. Haar lichte sopraan lijkt geschapen voor de rol maar het is voornamelijk dankzij de fantastische personenregie en de onvoorstelbaar goede orkestbegeleiding door Sir Mark Elder dat zij de rol zich eigen maakt.

Laurent Naouri (Fieramosca) is een kostelijke intrigant. Wat een stem en wat een acteur! Michèle Losier is een prachtige Ascanio, Maurizio Muraro een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.

In de herbergierscéne is het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show steelt, maar ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence) en Pompeo (Andrè Morsch) zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Beeldregie van François Roussillon is schitterend. Hij licht alle belangrijke details uit zonder het geheel uit het oog te verliezen. Daardoor kun je ook perfect zien wat een echt goede personenregie met een opera doet. Let ook op het meer dan voortreffelijke koor: elk koorlid is een individuele personage.

Hieronder trailer van de productie:

Wie er niet bij waren kunnen nu hun gemiste kans halen. Voor wie er bij waren: deze dvd is een blijvende herinnering aan één van de mooiste DNO-producties ooit.

Hieronder publieksreacties na de première:

HECTOR BERLIOZ
Benvenuto Cellini
John Osborn, Mariangela Sicilia, Michèle Losier, Maurizio Muraro, Laurent Naouri, Orlin Anastassov, Nicky Spence, Marcel Beekman, André Morsch e.a.
Chorus of Dutch National Opera (Ching-Lien Wu), Rotterdam Philharmonic Orchestra olv Sir Mark Elder
Regie: Terry Gilliam
Naxos 110575-76

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

Oidípous-Janiek-Dam-1

 

Stelt u zich voor dat u plaats gaat nemen in de rechtbankjury, zoals ze in vele landen bestaan. De beklaagde wordt beschuldigd van moord op zijn vader en incest met zijn moeder: na zijn daad heeft hij zijn eigen moeder getrouwd en kinderen met haar gekregen.

Zijn advocaat pleit voor onschuldig. Zijn cliënt is ter goeder trouw: hij heeft een rondreizende bende bevochten zonder te weten dat het onder leiding stond van zijn vader. Voor het oplossen van de problemen van de bestuurloze stad kreeg hij de hand van de weduwe van de vermoorde bestuurder. Hoe moest hij weten dat zij zijn moeder was?

De beklaagde beroept zich op het onontkoombare noodlot: hij kon er niets aan doen, het stond immers in de sterren.

Fascinerend gegeven. Inspirerend ook. Voer voor mensenkenners en psychologen. En een grote inspiratiebron voor kunstenaars. Geen beter thema dan een verscheurde personage die alleen maar twijfels oproept en met wie je alle kanten op kan.

odipus calliope met man

Calliope Tsoupaki en Edzard Mik © Merlijn Doomernik

Ook in de opera/het oratorium Oidípous van Calliope Tsoupaki zijn er geen antwoorden, maar mag men zelf oordelen – voor zover mogelijk. Voor haar nieuwe werk heeft Tsoupaki zich samen met haar librettist Edzard Mik door Oidípous te Kolonos van Sophocles laten inspireren, al vermengde zij dat ook met diens oudere toneelstuk, plus die van Seneca en Aristoteles.

Mik heeft het libretto in het Nederlands geschreven, waarna Tsoupaki het in oud Grieks heeft vertaald. Prachtige zet, want zo ontstond een absolute eenheid tussen de tekst en de muziek. Oud Grieks is vanzelf al metrisch en zangerig, maar door Tsoupaki’s noten werden de woorden niet alleen versterkt maar ook van een soort ‘geheimzinnigheid’ voorzien.

Tsoupaki schrijft mooie, toegankelijke muziek, zeer poëtisch ook. Het is allemaal zeer beeldend en zonder fratsen, zonder dat het meteen tot een “easy going” vervalt. Ik ben haar grote fan: als weinig anderen weet zij mijn ziel te raken.

Een van Tsupaki’s mooiste composities: Triptychon . Hieronder deel drie: ‘Eothinòn’, gespeeld door het Doelen Kwartet:

Niet anders is het met haar, speciaal voor Holland Festival gecomponeerde Oidípous. Tsoupaki bedient zich van het oude, polifonische idioom die zij rijkelijk lardeert met Griekse invloeden. Maar zij verloochent ook haar klassieken niet en laat Bach over haar schouder kijken. Dat alles wordt versterkt door het door haar gebruikte instrumentarium. Theorbes, gamba’s, traverso, orgel….. je kan je niet aan de indruk onttrekken dat de muziek al eeuwen oud is.

Aan de totaal uitverkochte en zeer enthousiast ontvangen première in het Muziekgebouw aan ’t IJ droegen zeker ook de musici (de voortreffelijk spelende Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven) en de fantastische zangers bij.

Oidípous-Calliope-Tsoupaki-foto-Janiek-Dam

© Janiek Dam

De bas Harry van der Kamp beschikt over een zeer imponerend geluid, maar ik vond zijn intonatie niet altijd zuiver. Ik had ook wat meer dramatiek willen horen, maar zijn vertolking van de oude koning was zeer indrukwekkend. Met zijn zwartgeverfde oogleden oogde hij een beetje angstaanjagend, maar ik neem aan dat dat de bedoeling was.

Het was de eerste keer dat ik Nora Fischer live hoorde. Zij is een enorme toneelpersoonlijkheid en weet de aandacht niet alleen te trekken maar ook te houden. Een prestatie.

Oidípous-Janiek-Dam-2

© Janiek Dam

Haar stem is niet echt groot, maar echt oordelen kon ik niet, want het geluid (waarom eigenlijk?) werd versterkt. Het mooist vond ik de manier hoe zij van geluid wisselde naarmate het karakter het vereiste: van een lief meisje tot een krijsende vrouw, alles had zij paraat. Haar Antigone was zeer menselijk en zeer hedendaags in haar emoties. Heel herkenbaar, invoelbaar ook.

Marcel Beekman kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in het tenorale vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden. Geen wonder dat hij de geliefde tenor is van Tsoupaki en dat zij haar werken componeert met zijn stem in haar hoofd.

Met zijn drieën vertolkten de zangers alle rollen: de oude en de jonge Oedipe, Polyneikes, Kreon, Theseus, Antigone en het koor. Ik vond het een beetje verwarrend, een naamaanduiding boven de verzen was beslist niet overbodig geweest.

Odipus

De zaal van het Muziekgebouw was in de mise-en-espace van Pierre Audi veranderd in een soort amfitheater, met aan drie kanten van de bühne stoelen. Goed bedacht, maar niet echt publieksvriendelijk. Vanaf de mij toebedeelde plaats kon ik in ieder geval het achtertoneel niet zien.

Het op de muur achter in de zaal hangende masker dat telkens van kleur verschoot, was prachtig om te zien, maar leidde de aandacht af. Ook het geloop met het boek/de partituur in de hand, een soort déjà vu met Greek Love Songs van Holland Festival 2010, vond ik irritant. Nee, de mise-en-espace voegde in mijn ogen niets toe. Volgende keer concertante? Alsjeblieft?

Calliope Tsoupaki, kunstenaarsportret:

Calliope Tsoupaki (muziek) en Edzard Mik (libretto)
Oidípous
Regie: Pierre Audi
Marcel Beekman, Nora Fischer, Harry van der Kamp
Nederlandse Bachvereniging olv Jos van Veldhoven

Bezocht op 28 juni 2014 in het Muziekgebouw aan het IJ

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

DE SPELER in Amsterdam, december 2013

Sara Jakubiak (Polina), John Daszak (Aleksej Ivanovitsj)

Sara Jakubiak (Polina)  & John Daszak (Aleksej) © Bernd Uhlig

Voor een doorsnee operaliefhebber is De Speler van Prokofjev niet meer dan een naam. Geen wonder. Met zijn ingewikkelde en deprimerende verhaal, onsympathieke personages, nerveuze ritmes en weinig herkenbare melodieën behoort de opera niet tot het standaardrepertoire en wordt maar mondjesmaat opgevoerd.

Zelf vind ik het jammer: ik vind het libretto uitermate boeiend en de muzikale taal, waarmee de componist de inhoud wist te ondersteunen bevalt mij zeer. De Nationale Opera in Amsterdam kon mij dan ook geen groter plezier doen dan de opera te programmeren en mijn verwachtingen waren hoog gespannen.

The making of:

Ik werd niet teleurgesteld, maar …. misschien toch een beetje? Na de meer dan enthousiaste verhalen die mij na generale hebben bereikt had ik een absoluut volmaakte voorstelling verwacht en dat was het niet.

Allereerst was er de regie. Toen kende ik Andrea Breth alleen van La Traviata in Brussel, die ik voornamelijk langdradig vond. Ook bij de première van De Speler  raakte ik niet onmiddellijk geboeid, zeker niet in de eerste helft van de voorstelling. Het was allemaal een beetje voorspelbaar, braafjes, saai.

despeler_067

Sara Jakubiak, John Daszak, Gordon Gietz, Pavlo Hunka © Bernd Uhlig

Breth bleef trouw aan de muziek en het libretto, en dat was een grote plus. De personages en hun handelingen waren herkenbaar en je hoefde je hoofd niet te pijnigen over verborgen concepten. Maar er zat geen vaart in en ik miste de verfijning in de personenregie.

Maar Breth (en haar hele artistieke team – de geweldige decors van Martin Zehetgruber mogen absoluut niet onvermeld blijven) revancheerde zich met een buitengewoon spannende laatste akte. De reusachtige roulettetafels, door een vernuftig gebruik van spiegels nog prominenter aanwezig, bepaalden het beeld en je waande je lotgenoot van de kroelende en door elkaar schreeuwende, aan waanzin bezweken mensenmassa. Sterker nog: opeens was je Aleksej zelf en wilde alleen maar doorgaan. Buitengewoon sterk.

Scène uit De speler (vierde akte)

© Bernd Uhlig

De scène in de hotelkamer van Aleksej ontroerde mij. Daar toonde de regisseur hem op zijn zwakst. Op het moment dat hij Polina in de kamer ontwaarde, veranderde hij van een bezeten psychopaat in iemand met zowaar menselijke gevoelens, al was het maar voor even.

John Daszak (Aleksej Ivanovitsj), Sara Jakubiak (Polina)

John Daszak (Aleksej) en Sara Jakubiak (Polina) © Bernd Uhlig

Ik moet bekennen dat ik grote moeite had met de invulling van de hoofdrol. John Daszak is een kanjer van een zanger en een echt theaterdier. Hij is begenadigd met een volumineuze en wendbare tenor, een indrukwekkend postuur, enorme toneelpersoonlijkheid en een charisma van hier tot Tokyo. Heb je hem ooit gezien, dan vergeet je hem nooit. Maar dat zijn allemaal eigenschappen die hem, volgens mij, juist ongeschikt voor de rol van de schizofrene Aleksej maken. Hij was te sterk, te aanwezig, te zeker van zichzelf. Nergens bespeurde ik de verscheurende twijfel, de angst en onzekerheid. Bovendien was hij zichtbaar te oud (Aleksej is maar 25!) Toch moet ik mijn hoofd buigen voor zijn enorme prestatie.

(meer…)

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

John Osborn (Benvenuto Cellini)

John Osborn als Benvenuto Cellini. Foto: Clärchen & Matthias Baus

Is Benvenuto Cellini van Berlioz een niet goed op zijn waarde geschat meesterwerk die zijn tijd ver vooruit was? Of is het een tot mislukken gedoemd broddelwerk van de door jeugdige overmoed overmande beginnende componist? Ik ken mensen die het werk bijna net zo hoog schatten als de vermaarde artiest op wiens dagboeken de opera is gebaseerd.

Dat de partituur verrassend is staat buiten kijf, evenals dat Berlioz buiten de gebaande operapaden treedt. Maar: is het voldoende? Nee, denk ik nadat ik naar al de beschikbare opnamen van de verschillende versies van de opera heb geluisterd. Ja, zeg ik volmondig nadat ik de productie van Terry Gilliam in het Amsterdamse Muziektheater heb gezien. De muziek kan mij nog steeds niet bekoren, maar als het zo gedaan en gezongen wordt, dan mogen ze van mij ook een telefoonboek op de planken brengen.

Scène uit Benvenuto Cellini. Solisten, Koor van De Nationale Opera, acteurs

Foto: Clärchen & Matthias Baus

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm. Er gebeurt zo ontzettend veel dat je ogen te kort komt en toch wordt het nergens té. Dat het je duizelt is natuurlijk de bedoeling, maar dat staat ook in de partituur. En in het libretto, waar Gilliam en zijn co-regisseur en choreografe Leah Hausman zich strikt aan houden.

cellini3

Foto: Clärchen & Matthias Baus

Dat Benvenuto Cellini een flop werd en nog steeds maar mondjesmaat wordt uitgevoerd, ligt ook aan de buitenproportioneel hoge eisen die de opera stelt aan de zangers. En aan de dirigent, die zich geplaatst ziet voor een dilemma: zet hij het orkest in het zonnetje en laat ze op de volle sterkte musiceren of kiest hij voor de zangers?

Laat het aan Sir Mark Elder over. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest was onder zijn leiding zo perfect in balans dat je ze eigenlijk hoorde fluisteren. Petje af! Nooit eerder heb ik de partituur met zo veel oog voor detail uitgevoerd gehoord, met zo veel kleuren en nuancen. De beroemde ouverture, gespeeld (o wonder! Het kan dus nog echt!) voor het gesloten doek spetterde de zaal in en de pret zat er vanaf de eerste noot meteen in.

Elders begeleiding van de zangers was werkelijk uniek. Je voelde de liefde waarmee  hij ze door de bijna onzingbaar geschreven noten loodste. In de “Sur les monts les plus sauvages” gunde hij John Osborn (Cellini) alle tijd en rust om hem niet alleen zijn hoge des, maar ook zijn pianissimo op zijn mooist te laten uitkomen.

John Osborn (Benvenuto Cellini)

John Osborn. Foto: Clärchen & Matthias Baus

Cellini is een hel van een rol, maar Osborn wist zich er goed raad mee. Zijn stem is inmiddels groter geworden, heroïsch bijna, maar zijn souplesse is intact gebleven, waardoor  ‘La gloire était ma seule idole’ tot één van de vocale hoogtepunten van de voorstelling is geworden. “Technically and musically the most challenging and exciting production I have ever experienced” schreef hij er zelf over. Ik kan het alleen maar beamen en kan niet anders dan mijn hoofd buigen in bewondering.

Eigenlijk moeten wij Patricia Petibon dankbaar zijn voor het (gelukkig tijdig) afzeggen van de rol van Teresa, waardoor wij verwend werden met de formidabele jonge Italiaanse Mariangela Sicilia.

Mariangela Sicilia (Teresa), John Osborn (Benvenuto Cellini)

Marianela Sicilia (Teresa) en John Osborn (Cellini. Foto: Clärchen & Mathhias Baus

Sicilia’s lichte sopraan kon het geweld van de muziek, mede dankzij Mark Elder en het orkest makkelijk aan en met haar onberispelijke hoge noten en sprankelende coloraturen wond zij niet alleen Cellini en zijn leerling Ascanio, maar ook het hele publiek om haar vinger. Ook scenisch was zij meer dan formidabel: haar Teresa was net een pittig katje met wie niet te spotten valt. Over personenregie gesproken!

Laurent Naouri (Fieramosca), Koor van De Nationale Opera

Laurent Naouri (Fieramosca). Foto: Clärchen & Matthias Baus

Voor Laurent Naouri was de rol Fieramosca niet echt nieuw, toch leek hij er nieuw leven in te hebben geblazen. Hij zette een perfecte intrigant neer, die eigenlijk te dom is om gevaarlijk te kunnen zijn waardoor hij in zijn eigen netten verstrikt raakt. Met zijn ietwat nonchalant gevoerde baritonstem en zijn buitengewone acteertalent gaf hij het publiek het gevoel onbeschaamd bij het spel betrokken te worden.

Michèle Losier was een heerlijk jeugdige Ascanio, haar grote aria “Mais quai-je donc” heeft haar terecht een open doekje bezorgd. Maurizio Muraro was een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.

Ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence: onthoud de naam!) en Pompeo (Andrè Morsch) waren meer dan voortreffelijk bezet. In de herbergierscéne was het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show stal.

Voor mij is deze “Cellini” één van de beste producties van DNO ooit.

In het interview met de Volkskrant zei Gilliam: “ik wil mijn werk niet analyseren. Kunst gaat over hartstocht. Die komt uit de buik, niet uit het hoofd.”. Zou iemand die zin richting ‘conceptuele’ regietheateradepten willen opsturen? Per express en aangetekend? Bij voorbaat dank.

Hieronder Gilliam over Cellini:

Trailer van de productie:

 Bezocht op 9 mei 2015

zie ook: BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie
Spetterende ‘Benvenuto Cellini’ uit Amsterdam is ook op dvd niet te versmaden

LOOKING EAST


hamburg-cover

Goede muziek is veel meer dan alleen maar een klank, een melodie of een akkoord.
Tonaal of niet – het moet je hersenen prikkelen, je ziel raken, of je diepste gevoelens en verborgen verlangens naar boven brengen. Zulke muziek schrijft Jeff Hamburg.

Werkend vanuit zijn achtergrond (hij werd in Philadelphia geboren in een familie van Joodse immigranten uit Oekraïne), creëert Hamburg een wereld waarin traditie geen doel op zichzelf is, en waarin eigen herinneringen verstrengeld raken met een soort collectief geheugen.

In 1984 schreef Hamburg de muziek voor de voorstelling Dibboek van toneelgroep Baal, die ik me nog wezenlijk herinner, niet in de laatste plaats vanwege de muziek.

Een paar jaar geleden was hij een van de initiatiefnemers van een groep componisten die af wilden van “de piep-knormuziek”, maar behoudend is hij allerminst. Zijn uiterst melodieuze composities zijn behoorlijk vooruitstrevend, niet zozeer in vorm, als wel in instrumentatie.

Op het Nederlandse label Future Classics zijn veel van zijn composities verschenen, waaronder de in 2003 opgenomen liederen en kamermuziekwerken.

Parels zijn het, stuk voor stuk, beginnend met de door sopraan Nienke Oostenrijk in drie talen prachtig gezongen ode aan Jerusalem, en eindigend met het wondermooie strijkkwartet Hashkivenu. Het strijkkwartet refereert aan een Joods Vrijdagavondgebed en vrijelijk voortborduurt op de niet zo lang geleden gevonden schets van de in Sobibor vermoorde Leo Smit.

Marcel Beekman. Foto: Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman zingt de Twee Hebraïsche Melodien zoals we van hem gewend zijn: wonderschoon. Zijn hoge en wendbare tenor lijkt geschapen voor de door Hamburg gecreëerde melodieën. Ik kan mij dan ook niet aan de indruk onttrekken dat Hamburg ze componeerde met Beekmans stem in zijn hoofd.

Jeff Hamburg
Looking East
Nienke Oostenrijk (sopraan), Marcel Beekman (tenor), diverse instrumentalisten
Future Classics 051