Tabea_Zimmermann

Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer

Bloch Hivers

Ernest Bloch werd in 1880 in Genève geboren in een geassimileerd Joods gezin. Vóór de oorlog behoorde hij tot de meest gespeelde en gewaardeerde componisten. Men noemde hem zelfs de vierde grote ‘B’ na Bach, Beethoven en Brahms. Het is niet zo dat men zijn naam niet meer kent, maar verder dan zijn celloconcerto komt men meestal niet.

De symfonische gedichten Hiver-Printemps zijn zeer beeldend. Samen met de prachtige liederencyclus Poèmes d’Automne, gecomponeerd voor de teksten van Béatrix Rodès, Bloch’s toenmalige geliefde en zeer onroerend gezongen door Sophie Koch (Kleenex bij de hand?) vormen ze als het ware één geheel, een soort ‘Jaargetijden’, waaraan alleen de zomer ontbreekt.

De suite voor altviool behoort tot de beste composities van Bloch en men kan zich geen betere uitvoering voorstellen dan die van Tabea Zimmermann.

De titel van de cd, ‘20th Century Portraits’ is enigszins misleidend want de meeste werken zijn tussen 1905 en 1919 gecomponeerd en hun idioom is sterk in de late romantiek en de fin de Siècle verankerd. Alleen het overweldigende Proclamation voor trompet en orkest stamt uit 1950.

Het Deutches Symphonie-Orchester Berlin speelt onder leiding van Steven Sloane zeer bezield.


Ernest Bloch
Hiver-Printemps; Proclamation; Poèmes d’automne; Suite
Tabea Zimmermann (altviool), Reinhold Friedrich (trompet), Sophie Koch (mezzosopraan);
Deutches Symphonie-Orchester Berlin olv Steven Sloane
Capriccio 67076

BLOCH: Symphony in C; Poems of the sea
Ernest Bloch: MACBETH
Muziek als redding. Voice in the Wilderness
ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Advertenties

JASCHA NEMTSOV en de Joodse muziek

Jascha Nemtsov - Pianist

Jascha Nemtsov © Susanne Krauss

Het was Nikolaj Rimski-Korsakoff, die in St. Petersburg aan het begin van de vorige eeuw zijn Joodse leerlingen aanspoorde om wat meer interesse te tonen voor hun nationale cultuur. Het was niet tegen dovemansoren gezegd: men begon met het verzamelen van synagogale- en volksmuziek, en algauw verwerkten zij het in hun eigen composities. Zo ontstond het Gezelschap  voor de Joodse Muziek, dat in 1929 door Stalin werd verboden. Sommige van de componisten werden naar de kampen verbannen, enkelen is het gelukt om te emigreren, maar allen werden vergeten.

De hernieuwde belangstelling voor hun muziek is voornamelijk te danken aan de pianist Jascha Nemtsov, één van de grootste ambassadeurs van de Joodse muziek.

Jewish

Op de cd getiteld Jewish Chamber Music treffen wij werken aan van componisten, die tot deze Joodse School behoorden, aangevuld met één van de beste composities van Ernest Bloch: de ‘Suite voor altviool en piano’ uit 1919.

Niet alle composities zijn van hetzelfde hoge niveau. Een echte uitschieter is voor mij  de ‘Totenlieder’ van Alexander Weprik, maar de hele cd is zeer de moeite waard, niet in de laatste plaats vanwege de voortreffelijke uitvoering.

De altvioliste Tabea Zimmerman weet een prachtige toon aan haar instrument te ontlokken: laag, warm en zangerig maar het is de pianist die duidelijk aan het roer staat.

Hieronder: Tabea Zimmermann en Jascha Nemtsov spelen ‘Ornaments – 3 Songs without Words, op. 42 van Alexander Krein:

 


Alexander Weprik, Alexander Krejn, Michail Gnesin,  Grigorij Gamburg, Ernest Bloch
Jewish Chamber Music
Tabea Zimmermann (altviool), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler CD93008

 

Jewish songs

Kent u Abraham Krejn, een klezmer-muzikant en zijn zeven kinderen? De Joodse Bachs werden ze genoemd en daar zit iets in, al klinkt de vergelijking u vreemd in de oren. Zeker, omdat de kans groot is dat u de naam nooit eerder hebt gehoord. Daar bent u trouwens niet alleen in.

Alle zeven kinderen Krejn zijn de muziek ingegaan. Het beroemdst werden broers Alexander en Grigori, beiden actieve leden van het Gezelschap voor de Joodse Muziek.

De meest originele composities op Jewish Songs Without Words zijn van de hand van Grigori Krejn. Op basis van synagogale gezangen schiep hij een eigen wereld, vol weemoedige verlangens.

De ‘Three Hebrew songs without words’ van Grigori’s dertienjarige zoon Julian verraden niet alleen een bijzonder talent, maar ook de invloeden van Berg en Debussy.

Simeon Bellinson, één van de beroemdste klarinettisten van zijn tijd, werkte ook als componist en arrangeur. Voor zijn Suite bewerkte hij de oorspronkelijke composities van Grzegorz Fitelberg, Jacob Weinberg en Boris Levenson.

De klarinettist Wolfgang Meyer is een voortreffelijke musicus, maar zijn toon had voor mij wat warmer mogen klinken.

Bijna alle composities op deze cd beleven hier hun wereldpremière. Het zijn fascinerende werken, een reminiscentie van de wereld die onherroepelijk verloren is gegaan. Jewish Songs Without Words is de vierde cd in een reeks, die Jascha Nemtsov voor Hånssler maakte en zoals altijd is zijn vertolking niet alleen onberispelijk maar ook hartverwarmend.


Grigori Krejn, Julian Krejn, Israel Brandman, Simeon Bellinson
Jewish Songs Without Words
Wolfgang Meyer (klarinet), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler Classic CD 93.094

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

JOSEPH ACHRON. Muziek om verliefd op te worden