Thomas_Hampson

Kan een bariton overtuigend Werther zingen?

werther-concert Hampson

In 1902, tien jaar na de première, maakte Massenet een nieuwe versie van zijn Werther, dit op verzoek van de Italiaanse bariton Mattia Battistini, die de hoofdrol graag wilde zingen. Massenet veranderde de toonsoort niet, maar herschreef de vocale lijnen van Werthers muziek, waardoor de aria’s, ‘Pourquoi me réveiller’ incluis, nauwelijks te herkennen zijn.

De ‘bariton versie’ van de opera was en blijft een rariteit, er bestaat zelfs geen origineel manuscript van de score. De laatste tijd, met zijn hang naar steeds nieuwe uitdagingen, kwam er ook een verhoogde belangstelling voor de alternatieve versies van de bekende opera’s. De (hoge) baritons, het zingen van de slechteriken beu, herontdekken het repertoire, waarin zij al hun lyrische melancholie kwijt kunnen.

Thomas Hampson is altijd al een bewandelaar van minder bekende paden geweest en de rol van Werther heeft hij al in 1989 voor het eerst vertolkt. In 2004 zong hij een concertante uitvoering ervan in het Parijse Chatelet, en die uitvoering is door Virgin op twee dvd’s uitgebracht. Hij doet het uitstekend, maar het manisch-depressieve is een beetje weg.

Zijn Charlotte wordt subliem gezongen door Susan Graham, die de rol enkele jaren geleden ook in Amsterdam heeft vertolkt, waarbij zij het publiek en de pers tot tranen toe had geroerd. Michel Plasson heeft de drama in zijn vingertoppen en dat hoor je.

Jules Massenet
Werther
Thomas Hampson, Susan Graham, Sandrine Piau, Stéphane Degout
Orchestre National du Capitole de Toulouse olv Michel Plasson
Virgin 3592579

Thomas Hampson breekt lans voor de Amerikaanse muziek en dichtkunst

Hampson America

Thomas Hampson is al decennialang een onvermoeibare ambassadeur van art songs van Amerikaanse componisten, alsook van de Amerikaanse dichtkunst. In 1991 nam hij voor Teldec cd op met ‘Duitse’ liederen van Charles Ives, Charles Tomlinson Griffes en Edward MacDowell

Griffes ‘Mein Herz ist wie die dunkle Nacht’:

In 1997 kwam bij EMI To the Soul uit, met liederen op teksten van Walt Whitman.

Die namen ontbraken dan ook niet op de recitals die hij in 2001 in Salzburg gaf, en die een onderdeel waren van wat een ‘Hampson Project’ heette. Het thema van dit minifestival (er was ook een symposium) was de Amerikaanse poëzie, door verschillende, dus niet alleen Amerikaanse componisten getoonzet. Hampson deed meer dan zingen alleen. Hij leidde de liederen in, gaf er commentaar op en vertelde over de componisten, dichters, schrijvers en tradities.

Thomas Hampson over ‘American Songbook’

Tot grote vreugde van een ieder die de Amerikaanse muziek en poëzie een warm hart toedraagt zijn er een paar jaar geleden drie van die recitals, van resp.12 (en niet 15), 17 en 22 augustus 2001 op twee cd’s uitgebracht. Hampson zingt zoals we het van hem gewend zijn: gecultiveerd en mooi, en zijn dictie en tekstbehandeling zijn voorbeeldig.

Als bonus krijgen we drie liederen van Korngold, afkomstig van het project Verboden en verbannen, uit Salzburg 2005.

Deze clip is niet afkomstig van de cd’s (noch op You Tube noch op Spotify te vinden), maar het illustreert de betrokkenheid van Hampson met de muziek en dichtkunst uit zijn vaderland:

I hear America singing
Liederen van MacDowell, Bacon, Rorem, Bernstein, Rorem, Bridge, Bacon, Griffes, Hindemith, Korngold e.a.
Thomas Hampson (bariton), Wolfram Rieger, Malcolm Martineau (piano)
Orfeo C 707 0621 (2 cd’s)

Een paar woorden over Idomeneo van Mozart

Idomeneo terugkeer
Goden! Hebben ze het ooit met ons, mensen, goed bedoeld? We werden door hen uitgelokt en opgehitst om daarna gesard en gestraft te worden, zonder dat wij ons konden verweren. Want: hadden wij een vrije wil? Het goddelijke besluit stond vast en wij konden ons niet aan het voor ons voorbestemde lot onttrekken. Dat staat allemaal te lezen in het dikke boek dat ‘De mythologie’ heet en waaruit de grootste (toneel)schrijvers, dichters, schilders en componisten rijkelijk hebben geput.

Idomeneo godessen

El Juicio de Paris by Enrique Simonet, c. 1904.

Neem nou eens de Trojaanse oorlog. Het is allemaal met een appel en een ‘Miss Godin – wedstrijd’ begonnen en daar werden honderdduizenden humane wezens de dupe van. De jury werd met de belofte van de liefde van de mooiste vrouw ter wereld omgekocht, maar er werd verzuimd erbij te vertellen dat ze al getrouwd was en dat haar man haar wel eens zou kunnen opeisen. Als niet goedschiks dan kwaadschiks.

De oorlog duurde maar liefst tien jaar en aan het eind waren zowat alle helden dood of werden ze door de goden, die immers de hele toestand veroorzaakt hadden, vervloekt. En denk niet, dat je nu rustig op adem kan komen, want na de oorlog kregen we met de heuse post–Trojaanse oorlogstrauma’s (ik verzin het niet hoor!) te maken en de goden waren nog steeds aan het twisten.

Idomeneo, koning van Kreta, keert naar zijn land terug, maar soepel gaat het niet. Hij belandt in een enorme zeestorm en belooft Neptunus het eerste wezen dat hij bij zijn terugkomst tegenkomt aan hem op te offeren. Laat het nou zijn eigen zoon, Idamante zijn! Oei!

Er wordt naar uitwegen gezocht, maar goden zijn natuurlijk slimmer. En dan hebben we ook nog eens een driehoekverhouding: Elletra (ja, de dochter van Agememnon) is naar Kreta gevlucht en verliefd op Idamante geworden. Maar dat is Ilia, de buit gemaakte dochter van koning Priamus van Troje, ook. Afijn – het verhaal, mocht u hem niet helemaal kennen, kunt u gewoon nalezen, wij gaan ons nu met de verschillende uitvoeringen van de opera bezighouden.

Persoonlijk heb ik Idomeneo nooit de sterkste opera van Mozart gevonden en ik had er eigenlijk nooit zo veel mee. Maar nu, na herhaaldelijk luisteren en herluisteren, heb ik mijn mening moeten herzien. Want de muziek, die is toch echt geniaal!

Idomeneo Anton Raaff

Anton Raaff, de eerste vertolker van de rol van Idomeneo

CD’S

Sir Charles Mackerras

untitled

Om gelijk met de deur in huis te vallen – de in 2001 door Warner Classics (5099994823820) gemaakte opname onder leiding van Sir Charles Mackerras vind ik persoonlijk de beste. Het heeft wel één minpuntje (daarover later), maar dat kan ook aan mijn persoonlijke smaak liggen.

Om met de kleinere rollen te beginnen: Anthony Rolfe-Johnson (Arbace) heeft een stem van puur goud. Het is meer dan een genot om naar hem te luisteren en daar kan ik nooit genoeg van krijgen. Men kan zich alleen maar afvragen: waarom Arbace en geen Idomeneo zelf? Ja, ik weet dat hij de rol voor Gardiner heeft opgenomen, maar, so what?

Paul Charles Clarke is een fantastische Opperpriester, huiveringwekkend en toch menselijk tegelijk. La Voce wordt zeer indrukwekkend gezongen door de toen nog zeer jonge John Relya.

Barbara Frittoli is een prachtige Elettra. Gekweld, gekwetst en zinnend op wraak, maar uiteindelijk toch in haar rol berustend. Ik had graag wat meer drama gehoord, maar haar vertolking sluit mooi aan bij de visie van de dirigent.

De vertolking van Ilia door Lisa Milne is wellicht de mooiste die ik ooit gehoord heb. Wel lieftallig, maar nog meer liefhebbend en zeer zeker vastberaden. Haar sopraan is ‘vloeibaar’ – denk aan warme honing, maar dan wel met een pepertje. Daar past de warme, gekwelde mezzo van de betreurde Lorraine Hunt Lieberson als een handschoen bij. Samen klinken ze alsof ze inderdaad altijd een eenheid vormden.

En nu mijn minpuntje: de Idomeneo van Ian Bostridge. Nog niet zo ijdel, narcistisch en gemaniëreerd, wat zijn opnamen en optreden de laatste jaren zo ontzettend ontsierde, maar hij klinkt zo ontzettend gewoon! Geen getormenteerde koning, maar een buurman van ‘the next door’. Hij zingt zuiver, maar zijn coloraturen zijn pover – dat ook nog eens voor iemand die uit de barokke hoek komt!

De partituur is zowat helemaal compleet, zelfs het ballet aan het eind ontbreekt niet. Meestal wordt het weggelaten, en wat mij betreft absoluut terecht. Het is niet anders dan een anticlimax en ik heb het, na een keer beluisteren, ook nooit meer aangehoord. Er is een summier boekje bij met de tracklist, maar het doosje bevat ook een bonus-cd met synopsis en het complete libretto.


James Levine

Idomeneo Domingo
In 1996 heeft Deutsche Grammophon (4477372) de opera onder leiding van maestro James Levine opgenomen met zowat de grootste sterren van de Metropolitan Opera uit die tijd. Geen idee of het idiomatisch is, maar ik vind het HEERLIJK!

De gespierde directie van Levine haalt verborgen schatten naar boven en in geen andere uitvoering hoor je hoe vooruitstrevend de muziek is! De tempi zijn uiteraard fors, maar nergens gehaast en de meeste stemmen zijn overweldigend.

De rol van Arbace is merkwaardig genoeg bezet door een bariton. Nou lijkt het timbre van Thomas Hampson inderdaad meer op dat van een tenor en is hij in de hoogte mooier dan in de laagte, maar Mozart vroeg nadrukkelijk om een (lichte!) tenor. Maar storend is het niet, integendeel. Zeker ook omdat Hampson zoveel invulling in zijn rol van de vertrouweling van de koning weet te leggen.

Frank Loppardo is geen match voor Clarke bij Mackerras, maar hij houdt zich goed staande in de kleine, maar zeer zware partij van de Opperpriester. Bryn Terfel is meer dan een luxe bezetting van La Voce, van zijn geluid ga je vanzelf trillen van angst.

Carol Vaness (Elettra) klinkt verrassend lyrisch. Gelukkig pakt ze bij ‘Oh smania! O furie!’ lekker uit, precies zoals we van haar gewend zijn. Heerlijk! Ja, zij is een Elettra naar mijn hart!

Heidi Grant Murphy (Ilia) valt in het grote stemmenfestijn een beetje uit de toon. Haar poezelig timbre doet mij veel aan Kathleen Battle denken, niet echt mijn ‘kopje thee’.

Cecilia Bartoli is een zeer virtuoze Idamante, zeer overtuigend ook, al klinkt zij soms een beetje te vrouwelijk. Plácido Domingo’s Idomeneo is tot slot precies wat wij van hem verwachten: met zijn prachtige, warme tenor, zijn koninklijke voordracht en zijn betrokkenheid maakt hij van Idomeneo een zeer emotionele en voornamelijk zeer humane koning.


DVD’S

Pier Luigi Pizzi

Idomeneo Dynamic Pizzi

Uit Teatro San Carlo in Napels komt de productie van Pier Luigi Pizzi, opgenomen in 2004 (Dynamic 33463). De regie is typisch Pizzi – heb je er één gezien, dan heb je ze allemaal gezien. Zeer realistisch, maar met een twist en veel mannelijk (half)bloot. Veel ballet ook en de kleuren zijn voornamelijk zwart en wit en een beetje rood. Alleen Elettra brengt er een extra kleur bij. Haar paarse outfit moet – neem ik aan – voor de furie staan. Het decor doet zeer bordkartonachtig aan en er wordt veel liggend op de grond gezongen (je zou maar ergens op een schellinkje zitten!).

Om eerlijk te zijn: zo langzamerhand heb ik er genoeg van, van bloot en luiers, in de loop der jaren heb ik er meer dan genoeg gezien. Maar één ding moet ik Pizzi wel toegeven: zijn producties zijn altijd spannend en zijn personenregie heel erg bekwaam. Het doet ook zeer Grieks aan.

Jörg Schneider (Arbace) is aan de zeer lichte kant. Zijn stem is zonder meer mooi, maar ik mis de expressie. De Opperpriester (Dario Magnabosco) komt niet over, jammer, en over La Voce doe ik er het zwijgen toe: hij is amper te horen. Wellicht had hij versterkt moeten worden?

Iano Tamar is een voortreffelijke Elettra. Zij imponeert niet alleen met haar verschijning en haar acteren, maar ook met haar zang. Zo hoor ik het graag.

Meer moeite had ik met Ilia van Angeles Blancas Gulin. Mooie vrouw, goede actrice, maar zo ontzettend op Callas gefocust. En ik vond haar zingen soms echt hinderlijk tegen de toon aan.

Sonia Ganassi is wellicht de beste Idamante ooit. Niet alleen zingt zij mooier dan mooi, ook haar coloraturen zijn perfect en haar timbre warm. Alleen al voor haar is de dvd meer dan de moeite waard.

Kurt Streit behoorde ooit tot mijn geliefde tenoren. Hij is ook hier heel erg goed op dreef. Luister naar zijn zonder meer indrukwekkende ‘Fuor der mar’, al klinkt hij niet helemaal zuiver:

Dieter Dorn

Idomeneo Munchen Medici arts

Maar goed, vergeleken met de productie van Dieter Dorn, in juni 2008 opgenomen in München (Medici Arts 2072448) kan Pizzi voor de beste regisseur ter wereld doorgaan. Het begint met meppen, bloed en geweld. Waar slaat dit nou op? De oorlog is toch al lang geleden afgelopen? Maar misschien kijken we terug? Of zijn dat de nachtmerries van Idomeneo?

Geen idee ook waar en wanneer het zich afspeelt: het kan Kreta zijn, maar we kunnen ook in Afrika zijn beland. Kan ook München in juni 2008 zijn. De personages lijken het meest op een mengeling van hippies en Hells Angels in Afrikaanse klederdracht, maar misschien zijn dat gewoon Marsmannetjes? Ach. Waarom ook niet. Zucht.

De choreografie is verontrustend, op zich niets op tegen. De storm wordt mooi uitgebeeld – helaas slaan de beelden nergens op. Geen idee ook waarom bij de eerste aria van Elettra de figuranten met bloed besmeurd moeten zijn. Verder wordt er continu door de zaal gerend – fijn voor de mensen die boven en/of opzij zitten. Wedden dat ze helemaal niets zagen?

Rainer Trost is qua stem een zowat perfecte Arbace, maar wil je van zijn zang genieten, dan moet je je ogen dichtdoen en zo houden. Wat de regisseur voor hem bedacht heeft…

Juliane Banse is een mooie Ilia. Haar stem is klein en beperkt, maar heel erg mooi van timbre. Bovendien is zij meer dan een overtuigende actrice.

Annette Dasch (Elettra) is een jonge aantrekkelijke zangeres, die als een komeet omhoog schoot en binnen een korte tijd enorme carrière heeft gemaakt. U moet mij niet vragen waarom. Ik vind haar maar gewoontjes. O ja, zij is goed, zeker, maar zo goed? In de opname klonk zij afstandelijk en niet eens helemaal zuiver.

Voor Idamante heeft men verrassend genoeg voor een tenor gekozen. Niets op tegen, zeker als de tenor in kwestie Pavol Breslik heet en over een heerlijk lyrisch timbre beschikt. Maar je moet je oren op een ander geluid voorbereiden.

John Mark Ainsley is Idomeneo. Van hem kon ik mijn ogen niet afhouden. Wat een acteur! En wat een stem! Daar ga je vanzelf de belachelijke regie prompt vergeten. Alleen al vanwege zijn optreden zou ik de dvd niet willen missen, dat moet je minstens een keer gezien en gehoord hebben.

Hieronder trailer van de productie:

Als bonus heb ik voor u Sena Jurinac als Ilia in ‘Zeffiretti lusinghieri’. Zo mooi hoor je het tegenwoordig nog zelden!

Thomas Hampson & Maciej Pikulski: Serenade. Dat de cd zo waanzinnig mooi is ligt voornamelijk aan de pianist

Serenade-cover-1200x1193

Dat ik de cd zo waanzinnig mooi vind ligt voornamelijk aan de pianist. Maciej Pikulski, al sinds jaar en dag een vaste partner van veel vooraanstaande liedzangers toont zich hier een echte redder in nood.

Serenade Hampson Pikulski

Maciej Pikulski © The Arts Desk

Want, hoe graag ik ook zou willen, voor Thomas Hampson kan ik maar niet warm worden. Zijn stem is dunner geworden waardoor zijn vroeger o zo charmante warmte aan gloed heeft ingeboet, bovendien is zijn intonatie niet altijd zuiver.

Gelukkig zijn de liederen, ‘melodies’ zoals ze in het Frans heten, meestal eenvoudig in hun harmonische structuur. Hun oorsprong ligt in de – in de negentiende eeuw zo populaire – salons, waar de operacomponisten graag geziene gasten waren en waar ze hun componeerkunst aan de welgestelde gasten toetsten.

Desalniettemin: Hampsons voordracht en betrokkenheid zijn nog altijd voorbeeldig. In ‘Danse Macabre’ pakt hij lekker uit en ook de andere twee liederen van Saint-Saëns klinken bij hem ouderwets goed. Maar ook hier is het de pianist die mij het meest weet te imponeren.

Het ligt dan ook aan Pikulski dat ik bij het beluisteren van de prachtige ‘Les roses de l’amour’ van Albéric Magnard aan het dagdromen sla en het zijn ook de laatste door hem aangeslagen paar noten, die nog lang in mijn hoofd blijven naspelen.


SERENADE
Liederen van Gounod, Bizet, Meyerbeer, Chabrier, Chausson, Massenet, Saint-Saëns en Magnard
Thomas Hampson (bariton), Maciej Pikulski (piano)
Pentatone PTC 5186681 • 57’

Barenboim dirigeert povere The dream of Gerontius

Elgar Barenboim

Toegegeven, de omstandigheden waren alles behalve optimaal. Het begon met de afzegging van de stertenor Jonas Kaufmann. Op zich niet echt een ramp, zijn stem is niet echt geschikt voor Gerontius.

Kaufmann werd vervangen door Toby Spence, een zowat ideale vertolker van die rol. Helaas, ook Spence zegde af en Andrew Staples stapte in. Prima tenor, zonder meer, maar zijn stem past beter bij werken van Mozart en Bach. Op het laatste moment liet ook Sarah Connoly het afweten en de rol van Angel werd overgenomen door Catherine Wyn-Rogers.

Geen van de twee nieuwe solisten voldeed aan de hoge eisen van het werk. Wyn-Rogers intoneert niet zuiver en haar ruime vibrato is een marteling om naar te luisteren. Van de oorspronkelijk voorgestelde bezetting bleef alleen Thomas Hampson over, maar in zijn eentje kon hij de uitvoering echt niet dragen.

Daniel Barenboim heeft altijd veel affiniteit met de muziek van Elgar gehad, het is ook niet de eerste keer dat hij het mystieke meesterwerk dirigeert. Helaas is het resultaat nu gewoon knudde. Het orkest is te zwaar en het koor klinkt te Duits. Ik snap best dat je de geplande voorstellingen en radio-uitzendingen niet zo maar kunt cancelen, maar moest het povere resultaat dan ook op cd’s uitgebracht worden?


EDWARD ELGAR
The Dream of Gerontius
Catherine Wyn-Rogers, Andrew Staples, Thomas Hampson
Staatsopernchor Berlin, RIAS Kammerchor; Staatskapelle Berlin olv Daniel Barenboim

SIR JOHN BARBIROLLI AND SIR ADRIAN BOULT

Afbeeldingsresultaat voor Gerontius Barbirolli Warner

Gelukkig: aan goede uitvoeringen geen gebrek. Het mooist vind ik de opname onder John Barbirolli uit 1964 (Warner 0724357357920) , niet in de laatste plaats vanwege de onnavolgbare bijdrage van Janet Baker:

Maar ook Sir Adrian Boult (Warner 0724356654020 ) uit 1975 is niet te versmaden!
Alleen al vanwege Nicolai Gedda’s meer dan ontroerende ‘I went to sleep’:

 

 

 

 

Hérodiade oftewel de Salome van Massenet

Herodiade Flaubert

Gustave Flaubert: Herodias. Illustratie Lucien Pissarro

Zijn wereldhit Salome componeerde Richard Strauss op een toneelstuk van Oscar Wilde; en die haalde zijn inspiratie uit een kort verhaal van Gustave Flaubert, ‘Herodias’. Daar hebben ook Paul Milliet en Henri Grémont hun libretto voor Massenets opera Hérodiade op gebaseerd. Noch Wilde noch Milliet en Grémont zijn Flaubert erg trouw geweest. Daar waar de Franse novellist zich min of meer tot de Bijbelse vertelling beperkte, verrijkt met zijn poëtische taal en omschrijvingen, voegden de toneelschrijver en de librettisten geheel nieuwe aspecten en wendingen aan het verhaal toe.

 

Herodiade - affiche


Herodiade
werd voor het eerst opgevoerd in de koninklijke Schouwburg van Brussel op 19 december 1881. Wie hier, zoals bij Richard Strauss, dierlijke erotiek, bloed en zweet verwacht komt bedrogen uit. Massenets Salomé is een echt onschuldig en devoot meisje. Toen haar moeder haar verliet om met Hérode te trouwen, werd zij opgevangen door Jean (Johannes de Doper), op wie zij verliefd werd. Een liefde die wederzijds bleek.

Herodiade - acte I Brussel

Geen opera zonder verwikkelingen: Hérode geilt op Salomé,  Hérodiade wordt op haar jaloers en Jean wordt onthoofd. Salomé ziet in Hérodiade de aanstichtster van al het kwaad en wil haar doden. “Ik ben je moeder” fluistert Hérodiade, waarop Salomé zelfmoord pleegt.

De muziek ademt al een vleugje parfum van Massenets latere werken, maar, met al die koren, exotische Oosterse taferelen en uitgebreide balletscènes is het niet anders dan een echte Grand Operà in de beste Meyerbeer-traditie.

Eén van de vroegst opgenomen fragmenten uit de opera is, denk ik, de beroemde aria van Herodé  ‘Vision Fusitive’ door de Franse bariton Maurice Renaud gemaakt in 1908:

En van de opname die Georges Thill maakte in 1927 weten we hoe een ideale Jean zou moeten klinken:

REGINE CRESPIN 1963

Herodiade crespin

Mocht u in het bezit zijn van deze uitvoering dan hoeft u eigenlijk niet verder te zoeken. Beter krijgt u het niet. Er is alleen maar één probleem: deze opname bestaat niet. Althans niet van de complete opera.

In 1963 heeft EMI de hoogtepunten van Hérodiade met de beste Franse zangers van toen (en ook van nu trouwens, nog steeds) opgenomen en het antwoord op het “waarom niet compleet ????”, dat antwoord krijgen we waarschijnlijk nooit.

Georges Prêtre dirigeert het orkest van  het Theater National de Paris alsof zijn leven daar van afhangt en alle, maar dan ook alle rollen zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Regine Crespin zingt ‘Il est doux, il est bon’:

Salomé van Regine Crespin is ongeëvenaard en zo is de Hérodiade van Rita Gorr. Albert Lance (Jean) laat horen hoe die rol eigenlijk gezongen zou moeten worden in de traditie van Georges Thill en van Michel Dens als Hérodes kunnen we beter zwijgen. Zulke zangers bestaan niet meer.

Hopelijk gaat Warner de opname ooit op cd uitbrengen, tot die tijd kunt u terecht bij You Tube:

MONTSERRAT CABALLÉ Barcelona 1984

Herodiade caballe

Ook deze opname kunt u alleen via een piraat (of You Tube) bemachtigen, maar die is dan wel helemaal compleet en bovendien met (toegegeven slechte, maar toch) beeld!

Dunja Vejzovic zet een heerlijk gemene loeder van een Hérodiade neer en Juan Pons is een een beetje jeugdige maar verder prima Herodé. Een paar jaar later zal hij tot één van de beste “Herodossen” uitgroeien en dat hoor en zie je in deze opname al.

Montserrat Caballé is een fantastische Salomé, die stem alleen al doet je in de zevende hemel belanden en José Carreras ontroert als een zeer charismatische Jean.

Hieronder zingt Carreras ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Geen van de protagonisten is echt idiomatisch, maar wat een plezier is het om naar de echte Diva (en Divo) te kijken! Zo worden ze echt niet meer gemaakt

De hele opera op you tube:

RENÉE FLEMING San Francisco 1994 (Sony 66847)

 Herodiade Domingo fleming

Halverwege de jaren negentig beleefde Herodiade een kortstondige revival. De opera werd toen in verschillende opera huizen uitgevoerd en werd zelfs drie keer – officieel – opgenomen: één keer in de studio en twee keer live

Ik moet toegeven dat ik een beetje bang was voor de directie van Gergiev, maar hij deed het werkelijk uitstekend. Onder zijn leiding klonk de opera waarachtig als een echte Grand Opéra, groots, vurig en meeslepend.

Plácido Domingo (Jean) is misschien een tikje te heroïsch, maar zijn stem klinkt jeugdig en aanstekelijk, een echte profeet waardig.

Persoonlijk vind ik Dolora Zajick (Hérodiade) een beetje aan de (te) zware kant, maar zij zingt ontegenzeggelijk uitstekend en op haar interpretatie valt helemaal niets af te dingen.

Juan Pons is een uitstekende Herodé, maar Phanuel (Kenneth Cox) had van mij wat idiomatischer gemogen. Iets wat ook voor de Salomé van Renéé Fleming geldt: zij zingt werkelijk prachtig maar in die rol kan zij mij maar matig overtuigen.


NANCY GUSTAFSON Wenen 1995 (RCA 74321 79597 2)

Herodiada wenen

De uitvoering in Wenen werd  lovend ontvangen, en dat het terecht was bewijst de opname die de ORF live in het huis heeft gemaakt.

Allereerst is er de schitterende titelrol van Agnes Baltsa: fel en dramatisch. Als u mij vraagt: naast Rita Gorr wellicht de beste Hérodiade ooit.

Placido Domingo zingt ‘Ne pouvant réprimer les élans’:

Domingo zingt de rol van Jean hier nog indrukwekkender dan op Sony en Juan Pons (Hérode) weet mij op deze opname nog meer te overtuigen. Zijn vertolking van ‘Vision Fugitive’ is zeer, zeer ontroerend.

Helaas moet Nancy Gustafson (Salome) haar meerdere in Fleming (Sony) erkennen, maar beide verbleken zij bij Cheryl Studer (Warner). Om van Regine Crespin niet te spreken!

Naar de foto’s in het tekstboekje en de spaarzame clips op youtube te oordelen mogen we blij zijn dat de opname op cd verscheen en niet op dvd.

Finale van de opera:

Het geluid is in ieder geval uitstekend en het orkest van de Weense Opera onder leiding van Marcello Viotti speelt zeer gedreven.


CHERYL STUDER 1995 (Warner 55983525)

untitled

Orkestraal is deze opname echt een top. Michel Plasson dirigeert het orkest uit Toulouse zeer enerverend, met veel verve en stuwkracht, waarbij hij ook alle finesses de ruimte weet te geven. Spannend en mooi. Zo hoor ik de opera graag.

José van Dam is een imposante Phanuel en Nadine Denize een voortreffelijke niet altijd zuiver intonerende Hérodiade.

Hérode is niet echt een rol voor Thomas Hampson, maar hij zingt die rol heel erg mooi. Iets wat helaas niet gezegd kan worden van Ben Heppners Jean. Een heldentenor in die rol is niet anders dan een gruwelijke vergissing.

Cheryl Studer daarentegen is een Salomé van ieders dromen: meisjesachtig, onschuldig en naïef. Haar stem straalt en wiegt en haar laatste woorden “Ah! Verfoeide koningin, als het waar is dat jouw vervloekte lendenen mij hebben gebaard, kijk dan! Neem terug jouw bloed en mijn leven!” laten je sidderend en wanhopig huilend achter. Brava.


Discografie Salome van Richard Strauss:
SALOME: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

 

 

 

 

WONDERFUL TOWN

Wonderful town.jpg

Die Sir Simon Rattle toch! In 1999, tien jaar na het enorme succes van Porgy and Bess ‘he did it again’ en trakteerde ons op een absoluut meesterlijke uitvoering van Wonderful Town, een bijna vergeten musical van Leonard Bernstein.

Het kleine meesterwerkje ontstond in maar vier weken. Het verhaal over twee zusjes uit Ohio die het in New York gingen maken, is buitengewoon geestig en onderhoudend. Voor de tekst – naar een boek, toneelstuk en film My sister Eileen – tekenden Betty Comden en Adolph Green. De première in 1953 werd een enorm succes en de musical werd bekroond met maar liefst acht Tony Awards.

Kim Criswell (de intelligente Ruth) en Audra McDonald (de mooie Eileen) zingen hun rollen met overtuiging en weten hun karakters volledig tot leven te wekken. Beide zangeressen beschikken over schitterende stemmen: McDonald lief en romig, Criswell pittig en krachtig.

Thomas Hampson – als de cynische uitgever Robert Baker – zingt hier één van zijn mooiste rollen en Brent Barrett is werkelijk subliem als de mislukte voetbalspeler Wreck.

Rodney Gilfry, die hier drie verschillende rollen zingt, overtuigt alweer als één van de grootste zangers-acteurs van onze tijd.

Het is ook bijzonder prettig om Karl Daymond weer eens tegen te komen. Na zijn veelbelovende debuut in 1995 als Aeneas naast Maria Ewing als Dido (Dido and Aeneas van Purcell)  was het een beetje stil rond hem.

‘Conga’:


Leonard Bernstein
Wonderful Town
Kim Criswell, Audra McDonald, Thomas Hampson, Brent Barrett, Rodney Gilfry, Karl Daymond e.a.
Birmingham Contemporery Music Group olv Simon Rattle
Warner Classics: 5181752

NOTTURNO: Thomas Hampson zingt liederen van Richard STRAUSS

Strauss Hampson

In 2014 was Richard Strauss “jarig”. Het was te merken in de aanwas van cd’s rond het oeuvre van de componist uit München. Ook de bariton Thomas Hamson heeft toen een cd met een selectie van zijn liederen uitgebracht.

Ik heb niets tegen herdenken, ook al gaat het om de overbekende componisten. Integendeel, het levert namelijk soms echte verrassingen op: zo kan een onbekende of verloren gewaande compositie (her)ontdekt worden, maar ook werken die amper nog worden uitgevoerd beleven zo hun herkansing.

Ik ben dol op liederen van Richard Strauss en ik houd van Thomas Hampson. Kan er dan nog iets misgaan? Zeker, als de cd ook een echte  “Hampson touch” heeft meegekregen? De zanger heeft de liederen namelijk zelf gekozen en ze chronologisch gerangschikt; dat alles vergezeld met een persoonlijke noot in het cd-boekje.

Dat ik niet echt enthousiast over het resultaat ben geworden ligt aan Hampsons (voor mij te) gecultiveerde manier van zingen, waardoor alles zeer fraai klinkt, maar de emotie wordt onderbelicht. Dat gecultiveerde wreekt zich in de algehele beleving: op den duur wordt het een beetje eentonig.

Alleen in ‘Ach weh mir unglückhaften Mann’ trekt Hampson alle registers open, waarin hij meer dan geholpen wordt door Wolfram Riegel. Diens begeleiding is zo buitengewoon congeniaal dat men eigenlijk niet meer van een begeleider mag spreken maar meer van een ‘sparringpartner”.

Ook ‘Nottturno’ – een zwaarmoedig lied naar de tekst van Richard Dehmel – prachtig op viool begeleid door Daniel Hope, maakt veel goed. Ik kende het lied alleen maar met orkestbegeleiding, Hampson zong het in Salzburg in 2012. Zijn interpretatie is nadrukkelijker geworden, wat ook aan de begeleiding kan liggen. Het lied, dat al “minimaal” was maakt nu een nog minimalistischer en haast atonale indruk.

Thomas Hampson zingt ‚Notturno‘ in Salzburg:

Al met al: net geen top, maar wel van harte aanbevolen!


Notturno
Lieder von Richard Strauss
Thomas Hampson, bariton; Wolfram Riegel, piano; Daniel Hope, viool
DG 4792943

Meer recitals door Thomas Hampson:
TIDES OF LIFE
THOMAS HAMPSON & MACIEJ PIKULSKI: Serenade

Tides of life: spannende arrangementen van liederen van Wolf, Schubert, Brahms en Barber

hampson


In de winter van 2014 maakten Amsterdam Sinfonietta en de Amerikaanse bariton Thomas Hampson een tournee door Europa. In twee weken gaven ze twaalf concerten in zes verschillende Europese landen.

Speciaal voor dit tournee en in opdracht van Amsterdam Sinfonietta bewerkte de Britse componist David Matthews liederen van Wolf, Schubert en Brahms en Schuberts ‘Ständchen’ werd van een nieuw arrangement voorzien door Bob Zimmerman. Alleen ‘Dover Beach’ van Samuel Barber kreeg niet een echte ‘make over’ en bleef dicht bij de oorspronkelijke compositie.

De liederen zijn nu soms amper herkenbaar, maar ik vind het niet erg. Het is best spannend om te horen wat een arrangement met bekende melodieën kan doen.

De tekst blijft natuurlijk hetzelfde, maar de melodielijn – en zeker de toon – verandert wel. In de nieuwe arrangementen klinken de ‘Vier ernste Gesänge’ van Brahms iets minder somber en de liederen van Wolf (‘Der Rattenfänger’!) worden juist veel serieuzer van toon en minder ironisch.

In de zetting van Bob Zimmerman klinkt het lieftallige ‘Ständchen’ een beetje unheimlich. Een gevoel, dat versterkt wordt door de omdraaiing van de “rollen”: het is nu geen meisje dat bijgestaan wordt door een mannenkoor, het zijn nu de vrouwen die de man begeleiden. Het is wel even wennen, maar mooi is het zeer zeker. Het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor weet er in ieder geval goed raad mee.

Hampsons stem is niet meer zo mooi en gecultiveerd zoals vroeger, wat hier alleen maar een pré is. Zo klinken de liederen lekker kruidig, met veel pit.

Amsterdam Sinfonietta bewijst alweer dat ze tot een van de beste kamermuziekensembles in de wereld behoren.

Tides of Life
Hugo Wolf, Franz Schubert, Johannes Brahms, Samuel Barber
Thomas Hampson (baritone), Candida Thompso (viool), Netherlands Female Youth Choir; Amsterdam Sinfonietta

Channel Classics CCS 38917 • 55’

THOMAS HAMPSON & MACIEJ PIKULSKI: Serenade

NOTTURNO: Thomas Hampson zingt liederen van Richard STRAUSS

SOL GABETTA PRAYER

FAUST-en van Gounod. En van Busoni

Marguerite: A Favorite Melody from Counod's Faust

Wie droomt er niet van om eeuwig jong en mooi te zijn? Het wonderlijke verhaal van Faust, over een wetenschapper die zijn ziel aan de duivel verkoopt, heeft talrijke schrijvers, dichters en componisten geïnspireerd. De versie van Charles Gounod uit 1859 is gewoonweg heerlijk

DVD

Wilt u het werk in beeld zien, dan is de keuze zeer beperkt. Zelf was ik ooit helemaal kapot van de productie van Frank Van Laecke bij Opera Zuid, maar die is niet opgenomen. Jammer.

ROBERTO ALAGNA

gounod-alagna

David McVicar, één van mijn geliefde regisseurs heeft de opera in het Londense Royal Opera House geënsceneerd. Ik heb het daar gezien, eerst met Roberto Alagna en daarna met Piotr Beczala. En eerlijk is eerlijk: ik was er niet kapot van.

Er werd heel erg goed gezongen, dat wel, maar de regie stelde mij een beetje teleur. De eerste voorstellingen, met in de hoofdrollen Roberto Alagna, Angela Gheorghiu, Bryn Terfel, Sophie Koch en Simon Keenlyside, werden in 2004 voor Warner (5099963161199) opgenomen.

Hieronder Angela Gheorghiu als Marguerite, met een toelichting van haar zelf:

FRANCISCO ARAIZA

gounod-araiza

En dan hebben we nog de “enfant terrible” van de jaren tachtig, Ken Russell …. Eerlijk beken ik dat ik niet echt ver ben gekomen met het bekijken van deze dvd (DG 0734108). De regie vind ik buitengewoon irritant met allerlei “vondsten” en “symbolen”, waarvan het nut mij totaal ontgaat.

Francisco Araiza behoorde ooit tot mijn favorieten, en in 1983 zong hij nog een pracht van Ferrando in ‘Cosi fan Tutte’ maar in deze Weense productie uit 1985 is zijn stem een fractie van wat het geweest was. ZONDE!

 

ALFREDO KRAUS

gound-scotto

In 1973 werd Faust in Tokyo opgevoerd en live opgenomen (VAI 4417). Renata Scotto, Alfredo Kraus, Nicolai Ghiaurov… wat een bezetting! Om te likkebaarden, toch? Ja en nee.

Kraus is zonder meer ‘elegant’, maar moet Faust elegant zijn? Is hij niet eerder een ordinaire schurk die gewoon het mooie meisje wil schaken? En geld wil hebben? En wil genieten? Of heb ik het niet begrepen?

Er zit ook geen passie in zijn zingen en zijn hoge noten zijn wat ‘geperst’. Maar Scotto is een zeer ontroerende Marguerite en Ghiaurov een meer dan imposante Méphistophélès.

Scène uit de productie:

CD

NICOLAI GEDDA

Layout 1

Op cd  is de keuze immens. Wat dacht u van Victoria de los Angeles en Nicolai Gedda? Met Boris Christoff als de duivel himself? Gedirigeerd door André Cluytens (Brilliant Classics 93964)? Daar gaat mijn hart van smelten. Gedda kan je wellicht een beetje met Kraus vergelijken, een beetje dan, want zijn stem is groot en zijn zeggingskracht onuitputtelijk. En dan heb ik het niet over zijn taalgevoel. Geef mij maar Gedda!

Gedda zingt “Salut! Demeure chaste et pure”:

PLÁCIDO DOMINGO

gounod-plac

Domingo is niet echt de eerste waar je aan denkt als je het over Faust hebt, maar gelukkig voor de liefhebber bestaat er van hem een goede studio opname. Gelukkig, want in dit geval kan je rustig van één van de beste opnames van het werk spreken (ooit EMI ). Het orkest van de Parijse Opera staat onder leiding van Georges Pretre, één van de beste dirigenten voor het Franse repertoire.

De cast is om je vingers bij af te likken: Mirella Freni is een broze en sensuele Marguerite en Nicolai Ghiaurov een zeer imponerende Méphistophéles.

In de kleine rol van Valentin horen we niemand minder dan Thomas Allen. Zijn ‘Avant de quitter ces lieux” heb ik nooit eerder (of later) mooier gezongen gehoord.


 

FERRUCIO BUSONI

gounod-busoni

Een andere, niet te vergeten Faust is Doktor Faustus van Ferruccio Busoni. Hij spendeerde maar liefst twintig jaar om het verhaal tot een opera te smeden, ook nog eens zonder het te voltooien. Het slot werd door zijn leerling, Philip Jarnach, gecomponeerd.

Anders dan bij Goethe (Busoni gebruikte een in die tijd bekend poppenspel voor het door hemzelf vervaardigde libretto) wenst Busoni’s Faust zich geen eeuwige jeugd, maar een volkomen vrijheid, die, zoals hij later ontdekt, niet bestaat. Maar hij heeft zijn ziel nog, en die schenkt hij aan een (zijn?) dood kind, waardoor hij als het ware reïncarneert.

De opera werd in 2006 in Zürich opgevoerd en gefilmd (Arthaus Musik 101283). Die productie is in alle opzichten fenomenaal. Thomas Hampson speelt zowat de rol van zijn leven. Zijn Faust is, zowel scenisch als muzikaal, van het allerhoogste niveau. In Gregory Kunde (Mépfistophélès) heeft hij echter een geduchte tegenstander – wat hij alleen al aan gezichtsuitdrukkingen in huis heeft, grenst aan het onmogelijke.

 

Samuel Ramey

gounod-ramey
En nu wij het over duivels hebben: kunnen wij om Samuel Ramey heen? Hij lijkt van duivelsrollen zijn beroep te hebben gemaakt. Het is een zeer dankbare karakterrol om te verbeelden, zeker voor een zangeracteur van zijn kaliber. Je kunt al je registers opentrekken en zelfs schmieren is toegestaan.

In 2000 nam Ramey voor Naxos een hele cd met allerlei duivelsrollen op, afkomstig uit Mefistofele van Boito, Faust van Gounod, Robert le Diable van Meyerbeer, La damnation de Faust van Berlioz en The Rake’s Progress van Stravinsky (Naxos 8555355).


 

 Voor meer “Fausten” zie:

IGOR STRAVINSKY: THE RAKE’S PROGRESS. Discografie

DE VROUWELIJKE FAUST: Rapsodia satanica

Faust van ARRIGO BOITO: MEFISTOFELE

PASCAL DUSAPIN: Faustus, The Last Night. ZaterdagMatinee 2010

SCENEN AUS GOETHES FAUST