Renata_Scotto

Tussen Gina Cigna en Renata Scotto, veertig jaar Norma in een mini-discografie

Norma Pasta

Norma wordt beschouwd als het toppunt van belcanto, maar tegelijkertijd  is dit een muzikaal drama van jewelste die de vroege werken van Verdi behoorlijk achter zich laat en een belofte van een ‘Tristan’ met zich meedraagt. En al is het een liefdesdrama  en sterven beide protagonisten aan het eind een soort ‘liebestod’, de liefde is niet de enige drijfveer van de heldin. Ze is ook een moeder, een priesteres, een patriot, een dochter en een vriendin, en om al die aspecten van menselijke gevoelens goed te kunnen uitdrukken moet je meer dan een ‘zangeres’ zijn.

Norma Giuditta_Pasta_as_Norma_1831

De rol van Norma werd gecreëerd door Giuditta Pasta, van huis uit een mezzo, die haar stem omhoog had gewerkt. Pasta was een buitengewoon intelligente zangeres met een grote toneelpersoonlijkheid en een groot stembereik maar haar techniek was niet optimaal, waardoor haar stem al heel erg vroeg in haar carrière achteruit ging. Paulette Viardot (een van de bekendste mezzo’s van haar tijd) zei ooit over Pasta: “ze lijkt op ‘Het laatste avondmaal’ van Leonardo da Vinci – een ruïne van een schilderij, maar het grootste schilderij in de wereld”.

Norma Giulia Grisi

Giulia Grisi als Norma

De eerste Adalgisa werd gezongen door Giulia Grisi, een sopraan, die ook de rollen van Elvira (I Puritani) en Giulia (I Capuletti  e Montecchi) creëerde, en die later zelf een Norma van formaat was geworden.

GINA CIGNA

Norma Cigna

In de eerste vijftig jaar van de twintigste eeuw werd Norma maar weinig opgevoerd. In de operageschiedenis wordt over maar twee memorabele uitvoeringen gesproken: in 1926 in de Metropolitan Opera (met Rosa Ponselle en Lauri-Volpi) en in 1936 in La Scala, met Gina Cigna

In 1937 werd de allereerste (vrijwel) complete opname van Norma gemaakt: met Gina Cigna, Ebe Stignani en Giovanni Brevario, gedirigeerd door Vittorio Gui (verschillende labels). Het klinkt nog steeds goed, al is de klank uiteraard niet optimaal.

In de operawereld heerst in het algemeen de mening dat de meeste (belcanto-)zangeressen vóór Callas licht waren, net als kanariepieten. Dat is niet waar. Luister alleen al naar de volle, donker getimbreerde stem van Cigna en naar haar gevoel voor drama.

Cigna benadert de rol vanuit de veristische traditie en zet zwaar in. Van coloraturen is helemaal geen sprake, maar haar techniek is fenomenaal en haar topnoten stevig en zuiver. Ze is echter geen echte actrice, waardoor haar interpretatie ver achter die van (onder andere) Callas staat.

Adalgisa wordt hier gezongen door jonge Ebe Stignani: een mooie, warme mezzo, hier veel overtuigender dan in al haar latere opnamen. Giovanni Breviario is een ondermaatse Pollione, maar orkestraal is deze opname, samen met die van Serafin (Rome 1955) en Muti (Turijn 1974), één van de drie mooiste Norma’s. Mede daardoor (en de bijzonder ontroerend gezongen ‘Deh! Non volerli vittime’) zeer de moeite van het beluisteren waard.

MARIA CALLAS

.

Met denkt Norma, men zegt Callas. Terecht, want als geen ander heeft La Divina een stempel op die rol gezet. Tussen 1950 en 1964 was ze ontegenzeggelijk de beste Norma. Misschien was ze wel de beste Norma ooit.

Ze heeft de rol meer dan 90 keer gezongen en twee keer in de studio opgenomen, beide keren onder Tulio Serafin. De eerste stamt uit 1954 (Warner Classics 0825646341115). Callas was toen vocaal absoluut op haar best, toch kan die opname me matig boeien. De begeleiding van Serafin vind ik ronduit saai, Filippeschi is, ondanks zijn mooie stem, geen Pollione van gewicht, en Stignani klinkt gewoon (te) oud. Ook op het acteren van Callas heb ik her en der opmerkingen. Haar ‘Casta Diva’ lijkt veel meer op een liefdesaria dan op een ode aan de maangodin, wat het eigenlijk is. Maar haar zingen is fenomenaal mooi, met prachtige hoogte en goede trillers.


.

In de herfst van 1960 stond Callas erop om de opera nogmaals op te nemen. Men beweert dat ze hiermee haar comeback had willen maken (vanwege allerlei schandalen had Callas negen maanden niet gezongen). Mogelijk, maar het is ook zeer voor de hand liggend dat haar inzichten omtrent de rol zodanig veranderd waren, dat ze het nogmaals wilde vastleggen.

Gelukkig maar, want haar tweede ‘officiële’ Norma (Warner Classics 0825646340842) is in alle opzichten superieur aan de eerste. Franco Corelli is wellicht de beste Pollione ooit: een echte krijgsheer met een zeer masculiene stem. Zeker van zichzelf en zijn uitstraling, kordaat, macho, maar ook liefhebbend en zeer, zeer sensueel en sexy. Geen wonder dus, dat een jonge priesteres voor hem kan vallen. En geen wonder dat een vrouw als Norma – sterk, mooi en machtig –  van hem blijft houden, ondanks zijn verraad.

Adalgisa wordt gezongen door een jonge Christa Ludwig. Niet echt Italiaans, ook (voor mij) iets te donker van timbre, maar met zoveel inlevingsvermogen, dat het er eigenlijk weinig toe doet.

Callas zelf is over haar vocale hoogtepunt heen en her en der laat ze een pijnlijke noot horen, maar als actrice is ze absoluut ongeëvenaard. Ook hier wil ze af en toe chargeren (de scène met haar kinderen bij voorbeeld), maar haar intense betrokkenheid, haar volledige begrip en overgave – het is uniek. Ook Serafin is duidelijk veel meer geïnspireerd, al heb ik af en toe moeite met zijn tempi.


Norma Callas ROme

Behalve deze twee studio-opnamen bestaan er ook een half dozijn radio- en piratenregistraties van Callas’ live-optredens. Uit Londen, Milaan en Rome. Bij één ervan wil ik even stilstaan, want voor mij is dit de beste Norma. Het is een registratie van een voorstelling op 29 juni 1955 in Rome (o.a. Opera d’Oro 7003)

Callas, fantastisch bij stem, mist geen (top)noot, geen triller en geen nuance. Het gaat van pianissimo tot forte en terug, van donker naar open, van glissando naar portamento, en alles met stijlgevoel en tekstbegrip. Dit is dramatische belcanto pur sang, dit moet Bellini voor ogen hebben gestaan.

Mario del Monaco zingt een droom van een Pollione. Soms een tikje te luid, maar het mag, hij is immers een krijger. In ‘Qual cor tradisti, qual cor perdisti’ wordt hij hoorbaar ontroerd en opnieuw verliefd. Hun stemmen smelten in het ultieme liefdesduet, dat alleen de dood tot gevolg kan hebben.

Maria Callas en Mario del Monaco in ‘Qual cor tradisti’:

Ook Serafin dirigeert met gevoel voor zowel drama als lyriek en als Stignani me nog steeds niet overtuigt, dan is het alleen omdat ik in die rol een sopraan wil horen.

JOAN SUTHERLAND

 Norma Sutherland

Ook Joan Sutherland heeft Norma twee keer (officieel) opgenomen. Haar eerste opname uit 1965 (Decca 4704132) was een ware sensatie. Het was de allereerste opname van de complete muziek van Bellini, zonder ook maar de minste coupures. Bovendien was het de allereerste opname in de originele toonsoort (Bellini componeerde zijn opera in G, maar voor de première veranderde hij het in F).

Sutherland gold in die tijd als de belcanto-specialiste bij uitstek. Haar stem kende geen grenzen en leek van elastiek. Hoog, hoger, hoogst, en met coloraturen die bijna onmenselijk perfect klinken.

Adalgisa werd gezongen door Marilyn Horne, Sutherland’s alter ego in het mezzovak. Het resultaat is duizelingwekkend, maar ik mis drama, des te meer daar John Alexander (Pollione) een mooie maar nietszeggende stem heeft.

Op het orkestspel valt evenwel niets op te merken en als u van zuiver zingen, hoge noten en coloraturen houdt, dan is deze opname de beste keus.


Norma Sutherland Pavarotti

Twintig jaar later heeft Sutherland de rol opnieuw opgenomen, ditmaal met Montserrat Caballé (Adalgisa) en Luciano Pavarotti (Pollione). Laat ik het maar een vergissing noemen, al is Adalgisa van Caballé op zijn minst interessant. Jammer dat men er niet eerder aan had gedacht.


MONTSERRAT CABALLÉ

Norma Caballe Domingo

Caballé is een soort kruising tussen Callas en Sutherland: prachtige topnoten, onwaarschijnlijk mooie legatobogen, perfecte trillers, en bovendien een pianissimo waarin geen van haar collega’s haar kon evenaren. Ze was een veel betere actrice dan Sutherland, bovendien had ze een geweldige uitstraling en een charisma van jewelste. Ze ging nooit tot het uiterste, zoals Callas of (later) Scotto, maar haar uitvoeringen waren altijd zeer overtuigend.

In 1973 nam ze de rol op voor RCA en het resultaat was zeer behoorlijk (GD 86502). Haar Pollione, een zeer jonge Plácido Domingo, was vocaal kristalhelder en klinkend als een klok. Het ontbrak hem echter aan overwicht, waardoor hij veel te jong voor die rol klonk.

Fiorenza Cossotto in haar rol van Adalgisa leek meer op Azucena dan op een jong meisje, maar op haar zingen an sich valt helemaal niets aan te merken. Jammer genoeg klinkt het orkest ongeïnspireerd en haastig, wat beslist de dirigent, Carlo Felice Cillario, moet worden aangerekend.


Norma Caballe Vickers

In 1974 zong zij Norma in het Romeinse amfitheater in Orange (Provence). Het was een zeer winderige avond, en alles woei en bewoog: haar haren, sluiers en jurken. Een fantastische gewaarwording, die een extra dimensie aan de toch al geweldige uitvoering toevoegt. Het werd gefilmd door de Franse televisie (wat een geluk!), en is inmiddels op de DVD verschenen (VAIV 4229).

Caballé zingt ‘Casta Diva’:

Caballé was prachtig bij stem, zeer lyrisch in ‘Casta Diva’, dramatisch in ‘Dormono etrambi’ en ontroerend in ‘Deh! Non volerli vittime’. Samen met Josephine Veasey zong ze wellicht de meest overtuigende ‘Mira , o Norma’ – althans, in een complete opname van de opera. Als twee feministes avant la lettre zweren ze de mannen af en van rivalen transformeren ze in hartsvriendinnen.

John Vickers (Pollione) was nooit mijn ‘cup of tea’, maar Veasey is een fantastische (ook optisch) Adalgisa en Patané dirigeert bezield. Van alle opnamen op dvd (en het zijn er niet veel) is deze beslist de beste.

RENATA SCOTTO

Norma XScotto Muti

Scotto zong haar eerste Norma in 1974, in Turijn. Bij mijn weten bestaat er geen opname van, althans niet van de complete opera.

‘Casta Diva’ uit Turijn:

Wel werd door een piraat de voorstelling uit 1978 in Florence vastgelegd (Legato LCD 203-2). Het had de meest ideale Norma kunnen worden, maar helaas werd de voorstelling ontsierd door een niet meer dan adequate Ermanne Mauro als Pollione.

Margherita Rinaldi (eindelijk weer eens een sopraan) klinkt jong als Adalgisa en Scotto is, volgens vele critici, de eerste Norma na Callas die schijnt te weten waar het over gaat. Orkestraal behoort deze opname tot mijn top drie, maar het geluid is jammer genoeg niet echt geweldig.

Scotto in ‘Dormono entrambi’ in 1978:

norma-scotto-troyanos-james-levine-3-lp-cbs

In 1980 nam Scotto de opera in de studio op (Sony SM2K 35902), onder leiding van James Levine. Op haar vertolking valt weinig op te merken al is het ‘staal’ in haar stem soms bijzonder pijnlijk. Ook de Adalgisa (onwaarschijnlijk mooie Tatiana Troyanos) is absolute top. Maar Giuseppe Giacomini (Pollione) stelt niet veel voor en Levine dirigeert veel te zwaar en overdramatisch.


La Traviata. Een (zeer) korte en beknopte discografie

Traviata

Het is wellicht de meest gespeelde en opgenomen opera, maar echt goede uitvoeringen zijn schaars.

Traviata Sarah-Bernhardt-Camille-Postcard

Sarah Bernhardt als Marguerite Gautier in La Dame aux Camélias

Grotendeels ligt het aan de eisen die Verdi aan de sopraan stelt. In de eerste akte moet ze over soepele coloraturen met erbij behorende hoge noten beschikken, in akte twee moet haar stem voornamelijk lyrisch klinken, met perfecte overgangen. Het is de akte waarin ze van een ietwat ingeslapen, maar zielsgelukkige en liefhebbende vrouw tot een echte opofferingsgezinde heldin transformeert. De akte waarin ze ons moet overtuigen dat er voor haar geen andere uitweg bestaat dan voor het slachtofferrol te kiezen. De derde akte is een ware beproeving, want hier moet ze al haar (voor zover zij erover beschikt)  dramatische kwaliteiten als een tragédienne van het kaliber Sarah Bernhardt laten zien. Hoeveel sopranen kunnen hier aan voldoen?

MARIA CALLAS

Traviata Callas

Maria Callas als Violetta Valéry

Callas? Natuurlijk zong ze de rol meer dan voortreffelijk; het kon ook niet anders, want alles wat ze aanraakte veranderde in goud. En toch …. La Traviata was niet echt haar ‘ding’. Violetta was een courtisane – één van de hoogste klasse, dat wel, maar La Divina had niets met de promiscue vrouwen, ze pasten niet in haar ideale wereldbeeld. Violetta’s opofferingsgezindheid maakte haar in ieder geval sympathieker dan zo’n Tosca of Carmen (aan beide heeft Callas een gruwelijke hekel gehad), vandaar ook dat zowel de tweede als de derde acte haar beter afgaan dan de eerste. Maar ze blijft er koninklijk bij, veel te koninklijk voor mij, want de “echte “ Violetta was meer een meisje dan een vrouw. Een meisje dat al een lange tijd ziek is (haar ziekte begint nog vóór de opera), waardoor haar sterfscène niet uit de lucht valt. Dat ze sterven gaat weten wij al vanaf het begin, al blijven we, tegen beter weten in, hopen op een wonder.

Laatste scene uit Lissabon 1953:

ILEANA COTRUBAS

Traviata Cotrubas

Eigenlijk zijn er maar twee zangeressen die me van het begin tot het eind overtuigen, althans op cd’s: Ileana Cotrubas en Renata Scotto.

Cotrubas had het geluk om de opera onder Carlos Kleiber op te nemen, orkestraal wellicht de mooiste Traviata ooit (DG 415132). Vanaf het begin is zij voelbaar zwak en ziek, haar overgave aan liefde is totaal, en haar ontgoocheling dodelijk.

Alfredo is, sinds zijn roldebuut op 20-jarige leeftijd in Mexico, altijd Domingo’s paradepaardje geweest. Zijn fluweelachtige, warme tenor leek geschapen om de rollen van goedbedoelende minnaars te zingen. Sherrill Milnes zingt een strenge, autoritaire vader Germont, met wie je niet in discussie gaat, maar die zich in de laatste scènes ook van zijn menselijke kanten laat zien.


RENATA SCOTTO

Traviata Scotto cd

Renata Scotto heeft (of moet ik zeggen: had?) iets wat weinig andere zangeressen bezaten: een perfecte techniek die haar in staat stelde om met coloraturen te strooien alsof het niets was. Haar hoge noten klonken weliswaar een beetje staalachtig maar waren ontegenzeggelijk loepzuiver. Zij bezat de gave om met haar stem (en niet alleen maar met haar stem!) te acteren, en door haar perfecte articulatie kon je niet alleen letterlijk volgen wat ze zingt, maar het ook begrijpen.

Haar wellicht mooiste (er bestaan meerdere opnames met haar) Violetta nam ze in 1963 op (DG 4350562), onder de zeer spannende leiding van Antonino Votto. Alfredo wordt er gezongen door de zoetgevooisde Gianni Raimondi, en Ettore Bastianini is een warme, inderdaad vaderlijke, Giorgio Germont.


Traviata Scotto dvd

En denk maar niet dat de voorstellingen vroeger, toen alles nog volgens het boekje gebeurde, statisch en saai waren! In 1973 was La Scala op tournee in Japan, en daar, in Tokyo, werd een legendarische voorstelling van La Traviata opgenomen (VAI 4434).

De hoofdrollen werden vertolkt door de toen nog ‘volslanke’ Renata Scotto en de 27-jarige (!) José Carreras. DVD vermeldt geen naam van de regisseur, wellicht was er ook geen, en de zangers (en de dirigent) hebben het allemaal zelf gedaan? Hoe dan ook, het resultaat is werkelijk prachtig, ontroerend en to the point. Ik ga er verder niets meer over vertellen, want deze opname is een absolute must voor iedere operaliefhebber.

Finale van de opera:

TERESA STRATAS

Traviata Stratas Domingo

Tot slot: wellicht zijn de puristen het niet mee eens, maar de in 1983 gerealiseerde verfilming van de opera door Franco Zefirelli, met Teresa Stratas en Plácido Domingo in de hoofdrollen (DG 073 4364), hoort in ieders verzameling thuis. Toegegeven – Zefirelli permitteert zich coupures en kort scènes in, maar zijn sfeertekening en milieuportrettering zijn onnavolgbaar, en de spanning is om te snijden. Wat ook op het conto van de voortreffelijke zangers/acteurs toegeschreven moet worden

PATRICIA CIOFI 2004

Traviata Ciofi

De productie uit Venetië in november 2004 in de regie van Robert Carsen werd gemaakt voor de heropening van de acht jaar eerder totaal afgebrande La Fenice. Er werd gekozen voor de eerste versie van de opera, uit 1853. Goed bedacht, daar de (toen mislukte) première van wat Verdi’s meest geliefde opera ooit zal worden, juist daar had plaatsgevonden. De grootste verschillen met de ons bekende, één jaar latere versie zitten in het duet tussen Violetta en vader Germont, en de twee laatste nummers van de derde akte.

Als geen andere opera kán Traviata geactualiseerd worden. Het was overigens Verdi’s wens om haar in hedendaagse kostuums op te voeren. In de regie van Carsen draait alles om geld, en de dollars vallen ook als bladeren van de bomen. Hij verplaatst de tijd van handeling naar de jaren tachtig van de vorige eeuw, de tijd van opkomende megasterren, supermodels, gigaparty’s, maar ook junks, kraakpanden en aids. Zoals altijd bij hem, is alles zeer logisch en consequent doorgevoerd..

Een absoluut hoogtepunt is het beginscène van de laatste acte, waarin de inmiddels totaal (ook letterlijk!) aan de grond geraakte Violetta een video van haar verleden bekijkt. Een video die op bepaald moment stopt en alleen maar “sneeuw” vertoont. De scène grijpt je naar je keel en laat je nooit meer los. Het toppunt van de goede moderne regie.

Violetta wordt zeer aangrijpend vertolkt door de zowel vocaal als scenisch imponerende Patricia Ciofi. Als Alfredo komt de Italiaans-Duitse tenor Roberto Sacca zeer overtuigend over en Dmitri Hvorostovsky is een voortreffelijke vader Germont (Arthaus Musik107227 )

Laatste zeven minuten van de productie:

EVA MEI 2005

Traviata Nei Beczala

In 2005 werd tijdens de Zürcher Festspiele een Traviata in de regie van Jürgen Flimm opgenomen (Arthaus Musik 101247). De prachtige decors van de hand van Erich Wonder zijn spaarzaam, maar er is wel een bed. Waren bij Carsen alle personages voor een deel zelf debet aan het drama, bij Flimm is het duidelijk pappa Germont wiens schuld het allemaal is.

Eva Mei is vocaal bijna net zo goed als Ciofi en Piotr Beczała is een pracht van een Alfredo. Met zijn lyrische tenor die het midden houdt tussen Gedda en Wunderlich klinkt hij veel mooier dan Sacca. Samen met Eva Mei vormen zij een wat romantischer paar dan Sacca en Ciofi, maar die zijn dan weer veel en veel dramatischer. Thomas Hampson zet een zeer onsympathieke papa Germont neer, maar dat was natuurlijk de bedoeling. Zeer spannend.

Eva Mei en Piotr Beczała:

ANGELA GHEORGHIU

Traviata Gheorghiu

Violetta is altijd het paradepaardje van Gheorghiu geweest. Vanaf haar debuut in het Londense ROH in 1994 tot niet zo lang geleden liep de rol als een rode draad door al haar optredens heen.

Maar kleine meisjes worden groot en het zingen van zwaardere rollen is niet zo bevorderlijk  voor de coloraturen. In 2007 had haar inmiddels een beetje scherpe sopraan veel donkere ondertonen gekregen, wat op zich helemaal niet verkeerd is, en zeker op zijn plaats is in de derde acte.

Gheorghiu is altijd al een zeer overtuigende actrice geweest, en hier, onder de behoedende (en behoudende) oog van de regisseur Liliana Cavani, doet zij wat de componist van haar verlangt en sterft een mooie en dramatische dood.

Ramón Vargas was Alfredo toen al een beetje ontgroeid, maar Roberto Frontali zingt een zeer fraaie Giorgio Germont.

Lorin Maazel is niet de meest sprankelende dirigent die we kennen, maar de productie uit La Scala is ware een lust voor het oog. (Arthaus Musik 101343).

NATALIE DESSAY 2011

TraviataDessayDVD

Ik ben een groot bewonderaar van Natalie Dessay. Zij is een voortreffelijke zangeres en actrice en weet zowat alles, inclusief het telefoonboek, aannemelijk te maken. Maar zelfs voor haar is er een grens en die houdt wat mij betreft bij Violetta op. Voor de eerste acte zijn haar coloraturen niet meer toereikend en voor de rest moet zij het van haar (toegegeven: grandioos!) toneelspel hebben.

Charles Castronovo zingt mooi, maar moet het voornamelijk van zijn (ja, zeer fraaie, dat geef ik ook toe) uiterlijk hebben. Ludovic Tézier oogt te jong voor de rol van pappa Germont.

Steeds vaker verlang ik naar de tijden van Sutherlands, Caballé’s en Pavarotti’s. Toen kon je het beeld (mocht er een beeld bij zijn) uitzetten en gewoon genieten, tegenwoordig moet je steeds vaker het geluid uitzetten om van mooie mensen te genieten. Kan ik net zo goed naar een soapserie kijken.

Niet aan mij besteed, maar wellicht denkt u er anders over (Virgin Classics 7307989)

BEVERLY SILLS

Traviata Made in America

Een p.s.: mis de prachtige hommage aan Beverly Sills, Made in America (DG 0734299) niet,  met een keur aan schitterende archiefbeelden, waaronder ook  haar La Traviata met Ettore Bastianini.

Interview with Joyce El-Khoury

Joyce Behamou

Joyce El-Khoury © Julien Benhamou

The first time I met Joyce El-Khoury was by coincidence. We happened to sit next to each other during opening night of Gounod’s Faust at the National Opera and started an animated conversation, which continued during intermission and after the opera had ended. We got along so well, in fact, that we soon made an appointment to continue our conversation elsewhere.

Joyce Michael

Joyce El-Khoury with Michael Fabianoin Amsterdam © Basia Jaworski

A few days afterwards we meet at an almost deserted outdoor café on Rembrandt Square. The weather is gorgeous – the sun reflecting itself in our wine glasses. El-Khoury loves Amsterdam, and cannot get enough of the city.

In November 2014 El-Khoury will return to Amsterdam for Musetta (La Bohème) and the prospect to spend six entire weeks there already makes her happy. She immediately discards my remarks on the weather in November and December.

“I simply love the city, regardless the weather. The atmosphere is unique and the people are so friendly! I love Amsterdam.  Everyone is free here, or at least seems to be. The city is a huge inspiration to me. The only problem are the bikers, they scare me a little!”

The Canadian soprano, born in Beirut, is a star in the making. Opera News wrote about her: “Canadian Soprano Joyce El-Khoury’s sound is enormously satisfying — a full lirico-spinto soprano with a genuine radiance about it”.

Joyce Violetta

As Violetta (La Traviata) at the Dutch National Opera

The Dutch public can attest to this. In May 2013 El-Khoury made an unexpected and overwhelming debut as Violetta in La Traviata at the National Opera. In May 2014 she stole the hearts of the NTR Saturday Matinee audience with a deeply moving performance of Rusalka in Dvorak’s opera of the same name.

“The Matinee is even better than sinking into a warm bath. The public is so incredibly sympathetic and kind, you can feel their love, which really makes you feel good, feel loved.  You feel like … no, this feeling cannot be described. Also the organisers, the rehearsal assistants … The most beautiful moment to me came when the orchestra started to play and our voices blended with the sound of the orchestra for the first time.”

“And then we had James Gaffigan to conduct us …. I have no words for him. He breathed along with us. He was one of us, and stood above us at the same time. But also next to us. This Rusalka has been the highlight of my life thus far. Singing is a privilege, but singing at the Matinee in Amsterdam. I had the time of my life…”

Beirut and Canada

Joyce El-Khoury was born in Beirut and moved to Canada when she was six years old.

“I am a Canadian and I feel at home in Canada, but my soul, my heart, my everything stayed behind in Lebanon. Most of my family, for example, lives there. If my grandparents would not spend half of their time here, and half the time in Lebanon, I would miss them terribly. My heart is Lebanese, and I hope to spend some more time there one day.

“My father had a beautiful voice, but it was my grandfather George who was the famous singer. Well, famous, when he walked down the street people yelled Kyrie Eleison at him. I sang in the chorus as well, it helped me a lot when we first settled in Ottawa. Everything was new there, and I missed Beirut terribly, but singing comforted me.”

“I never thought about making singing my profession, I wanted to be a doctor. Or a nurse. I even worked in a children’s hospital for a while. My parents did not think that was a very good idea, though. “You have such a perfect and beautiful voice, you really need to do something with it” they said. They not only stimulated me, but also helped me to find my path in the manner that suited me. Unconditional love, indeed.”

“I function best under stress, I need to be challenged. I am sort of a workaholic: even on vacation I always take my score with me.”

El-Khoury’s current repertoire includes many classical and less famous roles by composers like Donizetti, Verdi and Puccini. Language does not seem to play a role for her.

“I have been very lucky: languages, to me, come quite easily. Learning a language almost goes by itself, it is all very natural for me. Maybe because I was raised bilingual (Arabic and French), with English added later.

I have an affinity with languages, and I love to sing in Czech or in Russian. ”

Rusalka

joyce-rusalka

Rusalka in Amsterdam © Lieneke Effern

“Rusalka is in love, like someone who is in love for the first time. She dreams and believes her dreams are the truth. She is invisible to the prince, nothing more than a wave. She can only be united with him in the foam on the waves, but she wants to be seen too!”

“I am not sure whether the prince loves her…. I think he is fasc

inated by her. She is a great unknown, a beauty, a mystery. But she does not speak, so he does not know what to think anymore. You may think that is horrible, but you can hardly blame him. She is weird, which scares him a little.”

“Rusalka becomes truly human the moment she forgives. By forgiving she transforms into a human being. I think the opera enables us to study human emotions.”

Finale third act Rusalka from Amsterdam:

La Boheme

joyce-musetta

Musetta (La Boheme) in Amsterdam ©Lieneke Effern

“There is not a lot of difference between Musetta and Mimi, I think. I have sung both parts, and I love them equally. Musetta may appear more superficial, but she is not. She is just better at hiding her emotions and feelings. To the world she is happy and strong, and a big flirt as well, but inside she is a little bird. She genuinely loves Marcello, and is afraid of being hurt. It all shows in the final scene.”

With Michael Fabiano during rehearsals for La Boheme in Ottawa, El-Khoury sings Mimi

“The most emotional moment in the opera, to me, comes in  the second act, when Mimi says: “”Io támo tanto.”  My voice always breaks there for a moment.”

“I need to feel something. I need to have a connection with a role, and understand the character. I have to be challenged emotionally. When I do not feel anything, it  becomes too mechanical and detached. I also think you need to keep your emotions in check, though, however hard that may be. Otherwise your throat blocks, and you cannot sing.”

Trailer of the Amsterdam production, El-Khoury sings Musetta:

Suor Angelica

When I am banned to the moon and can only take one opera with me that would be Suor Angelica! For the drama, but also for the music. The music comforts me, and gives me a warm and good feeling. And then there is that beautiful ending,  the wonder that everything ends well!”

“This role also brought me where I am now. I was hired to sing Loretta in Gianni Schicchi during the Castleton Festival in 2010, but I was also the understudy for the singer who sang Angelica. She fell ill during opening night, and very gladly I took over. Under the circumstances they reversed the order: first Schicchi and then Angelica. Maestro Lorin Maazel was most helpful.”

“Later Maazel took me to Munich and even to China! I will miss him terribly: he was my mentor, teacher, supporter and friend.”

Final scene from Angelica, Castleton:

La Traviata

“I have learned a lot from Renata Scotto, mainly about body language: the things you do when you not sing. We have worked together in Palm Beach on a Traviata she directed in which I sang the lead. ”

“I sang my very first Violetta in 2012 in Wales, then Amsterdam followed. I thought the Amsterdam production was very beautiful.  I had watched the DVD many times, and understood the clock straight away, but the business with the couch had to be explained to me. I thought it was a tremendous experience.”

La Traviata from Palm Beach directed by Renata Scotto:

What is your dream role?

“Thaïs! Preferably with the gorgeous costumes they had in Los Angeles. I also love Butterfly. The part lies slightly higher than other Puccini roles, but I think it suits me. I also want to sing all three Tudor queens.”

Joyce Maria S

As Maria Stuarda in Seattle

“I am not sure it will ever happen, but I would love to sing Salome” she adds with hesitation. “Actually, I would love to be a conductor, I love being in charge!”

English translation: Remko Jas

Interview in Dutch: JOYCE EL-KHOURY
About Les Martyrs: DONIZETTI: LES MARTYRS (English translation)

Giuseppe Verdi: Macbeth. Discografie

Macbeth cover

Cover van de eerste uitgave van de opera

Alles is relatief. Iets wat ooit een groot succes was, is niet verzekerd van een eeuwig en roemrijk leven. En omgekeerd. Soms gaat het zelfs heen en weer, van succes naar obscuriteit en weer terug. Dat leert ons de uitvoeringspraktijk van Macbeth wel.

De première van Macbeth in 1847 was zeer succesvol en jarenlang beschouwde Giuseppe Verdi het werk als één van zijn beste opera’s. Toen hij echter in 1865 de partituur weer eens inkeek om een paar voorstellingen in Parijs voor te bereiden, was hij er minder gelukkig mee. Een geheel herziene versie was het resultaat. Het succes bleef echter uit en pas halverwege de vorige eeuw begon een voorzichtige ‘Macbeth-revival’. In die tweede, ‘verbeterde’ versie.

Macbeth Oera Rara

Eind jaren zeventig besloot de BBC om een paar Verdi-opera’s in de oorspronkelijke versie op te voeren en Macbeth was er één van. Dankzij Opera Rara, een firma die zich sterk maakt voor vergeten opera’s (dus waarom ook niet voor vergeten versies van bekende opera’s?), is de opname op de markt gekomen.

Het is fascinerend om al de verschillen zelf te kunnen horen. Want het zijn er behoorlijk wat, voornamelijk in de laatste twee aktes. De slaapwandelscène is hetzelfde gebleven, maar het openingskoor in de derde akte (hier bijna gelijk aan ‘Va pensiero’) en het slot zijn totaal anders. En ‘La luce langue’, de magnifieke aria van Lady Macbeth, heet hier ‘Trionfai! Securi alfine’ en klinkt heel wat minder dramatisch, met veel meer coloraturen.

De uitvoering met onder anderen Peter Glossop, Rita Hunter, John Tomlinson en Kenneth Collins is uitstekend en het BBC Concert Orchestra onder leiding van John Matheson speelt zeer bezield (Opera Rara ORCV301).

Hieronder ‘Trionfai! Securi alfine’ door Rita Hunter:

 

DVD’s

Glyndebourne

Macbteh Glyndebourne

In Engeland werd Macbeth pas in 1938 voor het eerst opgevoerd, in Glyndebourne. Een paar jaar na de oorlog keerde de opera er terug en in 1972 werd hij voor de tv opgenomen en daarna op video (inmiddels dvd) uitgebracht. Het is, denk ik, één van de opnamen die in elke verzameling thuishoort. Toegegeven, het koor is een beetje knudde en de aankleding is echt ‘jaren zeventig’, maar wat een intense vertolkingen!

Josephine Barstowe is zonder meer één van de beste Lady’s die ik ken en Kostas Paskalis is een Macbeth om te zoenen (nou ja, zoenen!). Ook Banquo van James Morris is absolute topklasse (Arthouse Musik 102316).

Hieronder een korte geschiedenis van de opvoeringen van Macbeth in Glyndebourne:

Zürich

Macbeth Hapson

De in september 2001 in Zürich opgenomen productie van David Pountney (Arthouse Musik 101563) is allesbehalve traditioneel en is gelardeerd met symboliek, die balanceert op de grens van lachwekkendheid. De heksen lopen als een rode draad door de opera heen, letterlijk en figuurlijk.

Toch is de slaapwandelscène van Lady Macbeth bijzonder spannend en indrukwekkend, voornamelijk dankzij de formidabele Paoletta Marrocu. De stem van Thomas Hampson is eigenlijk te lyrisch en te gecultiveerd voor Macbeth, maar hij is kunstenaar genoeg om er iets van te maken. Als Macduff horen we verder de vergane glorie van Luis Lima.

complete opname is ook op YouTube te vinden:

Parma

Macbeth Parma

Dat het niet helemaal is geworden wat het eigenlijk had kunnen zijn, ligt aan een aantal factoren. Liliana Cavalli is een fantastische filmregisseur en dat is in haar aanpak goed te zien. Haar concept zit vol goede ideeën. Maar die worden helaas niet helemaal uitgewerkt.

Cavalli bedacht een theater in het theater: het publiek (het koor plus figuranten) bezoekt een openluchtvoorstelling van Macbeth. De heksen worden verbeeld door de wasvrouwen die ook zo’n beetje de rol van het ‘Griekse koor’ op zich nemen en het verloop van het verhaal vertellen. De opkomst van de Lady met een dwerg werkt een beetje op de lachspieren, wat beslist niet de bedoeling was, denk ik.

Laat negentiende-eeuwse kleding voor de toeschouwers staat tegenover de Shakespeariaanse look van de hoofdrolspelers in het toneelstuk dat opgevoerd wordt. Zeg maar: een mix van regietheater met ouderwetse conventies.

Sylvia Valeyre ziet eruit als de Lady en zo zingt zij ook: aantrekkelijk, sexy en gevaarlijk. Haar stem is misschien niet de mooiste en soms doen haar noten pijn in je oren, maar haar slaapwandelscène is meer dan indrukwekkend en haar vertolking van de rol behoort tot de beste, zeker op beeld.

Leo Nucci (65 tijdens de opnamen) is, althans hier, niet de grootste acteur onder de zangers, maar zijn stem mag er zijn: nog steeds robuust en autoritair. Bruno Bartoletti dirigeert verder uitstekend, wat het al met al absoluut het bekijken waard maakt!

New York

Macbeth-aria-Netrebko

Eén van de best bezochte ‘Live in HD’-voorstellingen van de Metropolitan Opera vorig jaar was ongetwijfeld de in oktober 2014 rechtstreeks uitgezonden Macbeth met Anna Netrebko.

Anna Netrebko sings Lady Macbeth’s aria from Act I of Verdi’s “Macbeth.” Production: Adrian Noble. Conductor: Fabio Luisi. 2014–15 season.

Het was niet de eerste keer dat zij de rol van Lady zong, dat deed zij al in juli dat jaar in Berlijnen zong daarvoor vijf aria’s uit de opera op haar cd met Verdi-aria’s (DG 4791052). Ik vond haar in New York zeer spectaculair in de rol, maar ook de hele productie kon mij meer dan bekoren. Zeer intelligent en logisch en bij vlagen heel erg mooi en spannend.

untitled

De productie zelf (regie: Adrian Noble) was niet nieuw, het is al eerder in de Met geweest en werd in 2008 op DVD gezet (Warner 206304920). De cast was toen, op de fenomenale Željko Lučič na, anders.

Maria Guleghina gold in de late jaren negentig als één van de grootste vertolkers van het dramatische Verdi-repertoire, maar zelf was ik nooit zo van haar onder de indruk. Zo ook hier: ze zingt zonder meer goed, maar laat ik het zo zeggen: waar Netrebko een zeer tot de zinnen sprekende, sexy bitch was, is Guleghina gewoon een bitch.

John Relya is een jonge Banquo met een diepe bas. Ook over Dimitri Pittas (Macduff) ben ik zeer te spreken en James Levine dirigeert niet minder dan goddelijk.

Hieronder de finale van de eerste akte:

CD´S

Erich Leinsdorf

Macbeth Leinsdorf

Welke cd u ook kiest (en er zijn zo ontzettend veel goede opnamen!), u kunt absoluut niet leven zonder de uitvoering onder Erich Leinsdorf, in 1960 door RCA opgenomen en tegenwoordig op Briljant Classics 99666 verkrijgbaar. De spanning zit er vanaf de eerste noot in en laat je daarna geen seconde los.

Leonie Rysanek was misschien niet de meest idiomatische Lady in de geschiedenis, maar de power, de kracht, de interpretatie!  Leonard Warren is voor mij de beste Macbeth uit de geschiedenis en wellicht de beste Verdi–bariton ooit. De italianita, de squillo… en dat alles gepaard met een duidelijke voordracht en een stem als honing zo zoet, maar intussen..

Jerome Hines (Banquo) en de jonge Carlo Bergonzi (Macduff) completeren de all-star cast. Een absolute must.


Claudio Abbado

Macbeth Abbado

Een andere must-have is wat mij betreft de DG-opname uit 1976 onder Claudio Abbado (41568820). Shirley Verrett is een Lady om rekening mee te houden. Haar zwoele stem past de rol als een handschoen: vilein en aantrekkelijk tegelijk.

Piero Cappuccilli is een bronzen Macbeth en Nicolai Ghiaurov een imponerende Banquo. Domingo is een luxe Macduff.


Riccardo Muti (1)

Macbeth Muti 1

Ook de opname onder Riccardo Muti (Warner 31927024) uit 1976 is beslist niet te versmaden. Zijn ouverture begint hij tergend langzaam en zo bouwt hij de spanning op, om daarna lekker los te barsten.

Fiorenza Cossotto is een spannende Lady en Sherill Milnes imponeert als wellicht de meest aantrekkelijke Macbeth na Warren. Maar wat de opname echt onontbeerlijk maakt is Macduff, hier gezongen door de piepjonge José Carreras. Om te huilen zo mooi.

Hieronder Carreras in ‘O figli miei’:

Riccardo Muti (2)

Macbeth Scotto

In 1981 dirigeerde Muti een reeks voorstellingen in het Royal Opera House in Londen. Die van 3 april werd op cd uitgebracht en behoort naar mijn idee tot de meest fascinerende opnamen van de opera (Ponto PO/1012). ‘Muti live’ is nog feller, nog spannender en nog theatraler dan ‘Muti studio’.

Zijn cast is werkelijk om te likkebaarden: Renato Bruson is een elegante Macbeth, Robert Lloyd een heerlijk jonge Banquo en Neil Shicoff één van de mooist getimbreerde Macduffs.

Renata Scotto debuteerde in de rol van Lady. Zelf schreef zij over haar stap richting deze zwaardere rol: “How can I sing Lady Macbeth when I am only a Mimi or Gilda? Simple – I think I can do it. And I love taking risks; my career has been made of them.”

En ja, zij kan het. Het resultaat is niet altijd mooi – zij zoekt niet alleen de grenzen op, maar overschrijdt ze af en toe ook – maar haar fascinerende, roldekkende portrettering is van een zeldzame intensiteit. Moeilijk te evenaren.

Als bonus krijgt u een jonge Scotto in aria’s uit Medea, Il Pirata, Anna Bolena en Armida te horen. Waarschuwing: het geluid is behoorlijk scherp.

Rigoletto: discografie

Rigoletto,_Vocal_score_illustration_by_Roberto_Focosi_-_Restoration

‘Bella Figlia dell’Amore’ scène, afgebeeld door Roberto Fossi in één van de vroegste edities van de score

“Dit is mijn beste opera”, zei Giuseppe Verdi na de première. En voegde er aan toe dat hij “waarschijnlijk nooit nog zo iets moois zou kunnen schrijven”. Dat het met het ‘nooit’ wel meeviel, dat weten we nu wel, maar toen moest er toch echt een soort elektrische schok door het publiek zijn gegaan. Zelfs nu, meer dan 170 jaar na de première blijft Rigoletto de opera-hitlijsten ever aan te voeren. Ik vraag mij dan ook oprecht af of er nog operaliefhebbers bestaan die niet minstens één opname van de ‘Verdi-cracker’ op de plank hebben staan.

rigoletto-set-designs-for-the-first-production-by-giuseppe-and-pietro-bertoja-1851

Ontwerp van Giuseppe Bertoja voor de wereldpremiere van Rigoleto (tweede scène van de eerste akte)

CD’S

Ettore Bastianini

Rigoletto Scotto Kraus

Mijn grootste favoriet aller tijden is een Ricordi opname uit 1960 (tegenwoordig Sony 74321 68779 2), met een absoluut niet te evenaren Ettore Bastianini in de hoofdrol. Zijn Rigoletto is zo warm en menselijk, en zo vol opgekropte frustraties, dat zijn roep om “vendetta” niet anders dan logisch is.

Renata Scotto zingt een meisjesachtig naïeve Gilda, die door de liefde voor de verkeerde man omgetoverd wordt in een volwassen vrouw. Als geen ander snapt ze, dat het hele gedoe met wraak nergens toe kan leiden en offert zichzelf op, om al dat bloedvergieten en haat te stoppen.

Alfredo Kraus is een Duca uit duizenden: elegant en afstandelijk, hoffelijk en koud als een kikker. Niet zozeer gemeen, maar totaal ongeïnteresseerd en daardoor des te gevaarlijker.

Een sonore Yvo Vinco (Sparafucile) en lekker ordinair verleidelijke Fiorenza Cossotto (Maddalena) zijn ook niet te versmaden, en het geheel wordt zeer geïnspireerd gedirigeerd door Gianandrea Gavazzeni. Jammer genoeg is het geluid niet al te best, maar een echte liefhebber neemt het voor lief.

Bastianini en Scotto in de finale:

Piero Cappuccilli

Rigoletto Giulini

Mijn andere grote favoriet is de in 1980 opgenomen uitvoering onder Carlo Maria Giulini (DG 457 7532). Ileana Cotrubas is de vleesgeworden Gilda. Ze is niet echt een stemacrobaat à la Gruberova, geen kwinkelerende ‘kanarie’ als Lina Palliughi, beslist minder dramatisch dan Callas (terecht, een Gilda is geen Leonora) en wellicht niet zo briljant als Sutherland, maar wat een inlevingsvermogen! Wat een inzet! Wat een tekstbegrip! Haar Gilda, in tegenstelling tot die van Scotto, wordt nooit volwassen, en haar offer is tienermeisjes eigen: onzinnig en zinloos en zo des te ontroerender.

De Duca wordt gezongen door Plácido Domingo, niet echt mijn favoriet voor die rol, al valt er op zijn zang helemaal niets aan te merken. Piero Cappuccilli is een werkelijk fenomenale Rigoletto, zo worden ze niet meer gemaakt.

Maar we moeten Giulini niet vergeten, want zo liefdevol zoals hij met de partituur omgaat… Nee.. mooier kan niet.


Tito Gobbi

.

De opname met Maria Callas uit 1955 (Warner Classics 0825646340958) onder leiding van Tulio Serafin klinkt behoorlijk dof. Giuseppe Di Stefano is een zowat perfecte Duca: een verleidelijke macho, vriendelijk en totaal onbetrouwbaar. Dat zijn hoge noten in ‘Questa o Quella’ er wat uitgeknepen uitkomen, ach… het zij hem vergeven.

Tito Gobbi is gewoon onnavolgbaar. Waar vind je nog een bariton met zoveel uitdrukkingen tot zijn beschikking? Dit is geen zingen meer dit is een les in met je stem acteren! Waar u de opname ook voor zou moeten hebben is Nicola Zaccaria als Sparafucile. Onvergetelijk.

En Callas? Tja…. te volwassen, te dramatisch, te aanwezig.

Gobbi en Callas zingen ‘Si, vendetta! Tremenda vendetta’:

Sherrill Milnes

Rigoletto Pavarotti

Joan Sutherland is een ander verhaal. Licht van stem, sprankelend en onbeschrijfelijk virtuoos maar een onnozele teenager? Nee.

Luciano Pavarotti is denk ik één van de beste en de meest ideale Duca’s uit de geschiedenis. Er zit iets aantrekkelijk vulgair in zijn stem wat hem seksueel begeerlijk maakt waardoor zijn ettelijke veroveringen makkelijk zijn te verklaren.

Sherrill Milnes is een ontroerende nar, die maar nergens een echte nar wil worden: hoe goed hij zijn best ook niet doet, hij blijft een liefhebbende vader.


Matteo Manuguerra

Rigoletto Deut

Tegenwoordig kent bijna niemand hem meer, maar in de jaren zeventig gold de in Tunesië geboren Manuguerra als één van de grootste vertolkers van zowel het belcanto als het verisme. En Verdi, uiteraard, want zijn mooie, warme, soepel gevoerde stem stelde hem in staat om makkelijk van genres te wisselen.

Maar goed, deze piratenopname (het is ook als cd te koop) beluistert u natuurlijk voornamelijk vanwege Cristina Deutekom. Luister even hoe zij in het kwartet ‘Bella figlia dell’amore’ met een adembenemend portamento naar de hoge D gaat vanuit het borstregister. Dat doet niemand haar na. Daarvoor neemt u de schreeuwerige en ondermaatse Duca van Giuliano Ciannella op de koop toe. Het geluid is abominabel slecht, maar ja: je bent een fan of niet?

DVD’S

John Dexter

Rigoletto Dmingo dvd

De productie uit 1977 uit de Metropolitan Opera (DG 0730939) is – uiteraard – traditioneel. Aanvankelijk had ik moeite met de close ups, waardoor al die opgeplakte neuzen en dik geschminkte gezichten veel te zichtbaar waren. Maar gaandeweg gaf ik me gewonnen aan de prachtige regie en scenografie die me, samen met de echte zestiende-eeuwse kostuums, al gauw deden denken aan de schilderijen van Giorgione. Dat dat inderdaad de bedoeling was, bleek aan het eind, gemodelleerd naar zijn ‘La Tempesta’, inclusief het landschap en de door de bliksems getekende hemel. Maar voor het zover was, knielde Rigoletto met de dode Gilda (in het blauw, jazeker!) in zijn armen gelijk  de “Piëta” van Michelangelo, en zocht ik naar een zakdoek want inmiddels was ik in tranen uitgebarsten.

Cornell MacNeil kende zijn betere dagen en begon nogal vals, maar halverwege de eerste akte was er niets meer op zijn zang aan te merken. En in de tweede akte zong hij zowat de indrukwekkendste ‘Cortigiani’ die ik ooit hoorde, daarbij geweldig geholpen door de zeer spannende begeleiding van Levine. Let u maar op, hoe hij het woord ‘dannati’ uitspreekt. Kippenvel.

Het is een enorm plezier om een jonge Domingo te zien en horen: lang, slank en knap, en met een stem die hoorbaar geen beperkingen heeft, maar …. Een Duca wordt hij nergens. Hoe hij ook zijn best doet – zijn ogen blikken vrolijk en aardig, en zijn lippen krullen zich voortdurend in een vriendelijke glimlach. Een “lover boy”, dat wel, maar zonder kwade bedoelingen. En dat weet hij zelf, want hij heeft die rol maar heel erg weinig gezongen. Eigenlijk haat hij Duca, dat zegt hij tenminste in een interview in een “bonus” op de DVD.

Ileana Cotrubas is onvoorstelbaar ontroerend en haar interpretatie is nog indrukwekkender dan op de cd. Ook hier klinkt ze als een jong en onschuldig meisje, maar in de laatste akte wordt ze een soort Madonna, die zich voor de hertog (lees: de mensheid) gaat opofferen. Dat blijkt ook uit haar nadrukkelijk gezongen “per lui”, en dat verklaart ook de logica van het ‘omgekeerde’ Piëta. (DG 0730939)

Fragment uit de tweede akte:

Charles Roubaud

Rigoletto Verona

Veel goeds heb ik gehoord over de voorstelling in de arena in Verona in 2001. De recensies van de voorstellingen waren lovend, en ook over de DVD (Arthaus Musik 107096) was men in het algemeen zeer positief. Het zal dus aan mij liggen, maar ik vind het maar niks.

Het decor is zeer spaarzaam en doet heel erg minimaal aan op het grote toneel. Het doet nog het meest denken aan blokkendozen, maar als de camera dichterbij komt (en soms komt die te dichtbij!) blijken het muren te zijn, die aan het einde heel erg vernuftig dichtgaan – net een toneeldoek, wel een leuke vondst. De kostuums zijn min of meer oké, maar echt schitterend kan ik ze ook niet vinden. En de bochel van Rigoletto is ronduit bespottelijk.

Leo Nucci behoort tot de grote Verdi baritonen van onze tijd maar op de dvd klinkt zijn stem alles behalve fraai en in zijn eerste scènes lijkt het alsof hij aan sprechgesang doet. Zeker, zijn portrettering is  beslist indrukwekkend te noemen, maar ik heb hem al beter gezien. Het publiek is wel degelijk enthousiast, en dwingt hem ‘La Vendetta’ aan het eind van de tweede acte te bisseren.

Het is niet de laatste toegift deze avond: ook Aquiles Machado (Duca) herhaalt met zichtbaar plezier zijn, in mijn oren uitgebrulde, ‘La donna e mobile’. Het schijnt een traditie te zijn.

Dat hij er niet uitziet….. tja, daar kan hij niets aan doen. Erger is het dat zijn Duca niet meer is dan een domme macho (what’s in a name?) en dat zijn luide, op zichzelf prima lyrische stem met solide hoogte maar één kleur kent.

De Albanese Inva Mula doet werkelijk haar best om zo mooi mogelijk te zingen en zo mooi mogelijk er uit te zien, en dat lukt haar wonderwel. Alle coloraturen zijn er, en ook al die hoge noten. Haar pianissimo is adembenemend, daar is dus niets op aan te merken. Maar – het laat me koud, zo bestudeerd klinkt het.

Marcello Viotti klinkt niet echt geïnspireerd en zijn haastige tempi leiden tot een lelijke ‘Cortigiani, vil razza dannata’, normaliter één van de ontroerendste momenten uit de opera.

Leo Nucci en Inva Mula in ‘Si Vendetta’:

Gilbert Deflo

Rigoletto Nucci

Soms denk ik dat sommige operaregisseurs al dat gedoe met actualisering en conceptualisme zelf moe zijn geworden en teruggrijpen naar waar het allemaal om gaat: de muziek en het libretto. Zo ook de Belgische Gilbert Deflo, die in 2006 in Zürich een Rigoletto heeft gerealiseerd waarbij je het, was het verhaal daar niet te droevig voor, zou willen uitschreeuwen uit puur kijkplezier (Arthouse Musik 101 283). Hij (en zijn team) creëerden een ouderwets mooie, intelligente enscenering, met veel verrassende details en spaarzame, maar doeltreffende decors. De prachtige kostuums kunnen van alle tijden zijn, maar de hoofdpersonages wijken niet van het libretto af: de nar heeft een bochel en de bijbehorende complexen, het meisje is naïef en opofferingsgezind, en de verleider bijzonder aantrekkelijk en charmant.

Piotr Beczała, met zijn voorkomen van een vooroorlogse filmamant roept (ook qua stem) reminiscenties op van Jan Kiepura. Elena Moşuc is een zeer virtuoze, meisjesachtige Gilda, en Leo Nucci overtreft zichzelf als een verbitterde en gekwelde Rigoletto – voor zijn hartverscheurend gezongen ‘Cortiggiani’ wordt hij terecht beloond met een open doekje.

Nello Santi belichaamt de oude belcantoschool, die men tegenwoordig nog maar zelden hoort.

Beczala, Nucci, Mosuc en Katharina Peets in ‘Bella Figlia del’amore’:

Michael Mayer

Rigoletto Beczala Damrau

Tijden veranderen en het ‘regietheater’ heeft inmiddels ook de New-Yorkse Metropolitan bereikt. Ze gaan nog niet zo ver als hun Europese collega’s, maar actualiseren of het libretto naar een concept kneden mag inmiddels wel.

In 2013 maakte Michael Mayer er een “Rat Pack ‘Rigoletto’” die zich in de vijftiger jaren Las Vegas afspeelt en waarin Piotr Beczała (Duca), gewapend met een witte smoking en een microfoon, gemodelleerd is naar Frank Sinatra (of is het Dean Martin?). Beczała speelt zijn rol van de verleidelijke entertainer voor wie ‘questa of quella’ inderdaad om het even zijn meer dan voortreffelijk.

Diana Damrau blijft een kwestie van smaak: virtuoos maar verschrikkelijk chargerend.

Zjeljko Lučić laat mij zijn voorgangers niet vergeten, maar tegenwoordig is hij zonder meer één van de beste Rigoletto’s. De jonge bas Štefan Kocán is een echte ontdekking. Wat een stem! En wat een presence! De productie is leuk en boeiend, maar je kan niet ontkennen dat je de logica vaak ver moet zoeken.

Piotr Beczała zingt ‘Questa o quella’:

 ‘La Donna e mobile’ in anderhalve minuut, gezongen door vijf tenoren:

Victor Borge geeft een speciale behandeling aan  ‘Caro Nome’:

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier

La morte de verismo: verismo is dood. Onder deze hartenkreet woedt er de laatste jaren een heftige discussie op operamailinglijsten, in operagroepen op Facebook en tijdens geëmotioneerde gesprekken en discussies bij vele liefhebbers van het genre. Maar is het waar? Is verismo dood?

Andrea Chenier

chenier-portret

André Chhénier

Voor mij is Andrea Chénier één van de beste en mooiste opera’s ooit. De muziek vind ik niet minder dan goddelijk en het verhaal is van alle tijden. Het blijft actueel – nu nog misschien sterker dan ooit. De tiran moet van zijn troon afgestoten worden en het volk moet het voor het zeggen krijgen. Daar zijn wij het toch allemaal mee eens?

Was het maar zo simpel! Wie ooit opgegroeid is in een postrevolutionair totalitair regime weet hoeveel verschrikkingen het met zich mee brengt. De ene terreur wordt door een ander vervangen.

Dit is, althans voor mij, het belangrijkste thema in Giordano’s grootste hit. De werkelijke hoofdrol is volgens mij niet voor de echt bestaande dichter André Chénier (wist u dat Giordano Cheniérs gedichten in zijn aria’s heeft gebruikt?) noch voor zijn geliefde Maddalena weggelegd. Het is de Franse revolutie, die, zoals Gérard (ooit Maddalena’s huisknecht en nu één van de revolutieleiders) bitter opmerkt, haar eigen kinderen verslindt.

Tot mijn grote verbazing las ik dat Domingo er niet zo veel mee had, met het personage van Andrea Chénier. De opera vond hij prachtig, maar de rol, één van zwaarste in het ‘lirico-spinto’-repertoire, was voor hem dramatisch niet echt interessant. Voor hem was Chénier ‘een idealist die altijd met zijn hoofd in de wolken loopt’. En toch was het één van de opera’s die hij het liefste zong!

Zelf vind ik dat de rol van de dichter/revolutionair hem past als een handschoen. Liefdespassie en enorme betrokkenheid bij alles wat er in de wereld gebeurt, waren – en zijn nog steeds – zijn handelsmerken.

Domingo zingt ´Un di all’azzurro spazio´ tijdens een recital in 1983:

 

Zijn eerste Cheniér zong hij in 1966 in New Orleans, als de last minute vervanger van Franco Corelli, maar dat was niet zijn eerste optreden in de opera. In het seizoen 1960/61 zong hij Incredibile en de Abt, in Mexico.

chenier-domingo-cd

Mijn dierbaarste cd-opname is in 1976 door RCA (GD 82046) vastgelegd. De cast is om te likkebaarden: Renata Scotto zingt Maddalena, Sherrill Milnes is Gérard en in de kleine rollen horen we o.a. Jean Kraft, Maria Ewing, Michel Sénéchal en Gwendolyn Killebrew. James Levine, die het National Philharmonic Orchestra dirigeert, snapt precies waar het in de opera over gaat. Om te huilen zo mooi.

Scotto zingt ‘La Mamma morta’:

chenier domingo dg

In 1981 werd de opera in Wenen voor tv opgenomen. Die opname is inmiddels op dvd uitgebracht (DG 073 4070 7). Gabriela Beňačková, één van de meest ondergewaardeerde zangeressen in de geschiedenis, zingt een Maddalena van vlees en bloed. Huiveringwekkend mooi en ontroerend.

Piero Cappuccilli is een Gérard uit duizenden en ook hier zijn de kleine rollen door grote zangers ingevuld: Madelon wordt door niemand minder dan Fedora Barbieri gezongen. De productie van Otto Schenk is een lust voor het oog.

Zie ook:
IS VERISMO DOOD? Deel 1: Cavalleria Rusticana

Asmik Grigorian als Fedora: verismo op zijn best.

Daniela Dessì schittert als ADRIANA LECOUVREUR

Gedenkwaardige Adriana Lecouvreur uit de Met

ZAZÀ

CECILIA

JONAS KAUFMANN: verismo

KRASSIMIRA STOYANOVA: Verismo

Umberto Giordano en zijn Fedora

 

La Boheme. Discografie, deel 1

475048_30X40 LA BOHEME

Een waarschuwing vooraf: u gaat heleboel namen missen. Voor u wellicht dé vertolkers van de hoofdrollen in één van de meest geliefde opera’s aller tijden, maar ik wil eenmaal een keuze maken. Dus: geen Maria Callas, geen Renata Tebaldi en geen Montserrat Caballè. Wie dan wel?

Mirella Freni

la-boheme-mirella

Mirella Freni, onder andere. Want over één ding zijn vele operaliefhebbers het waarschijnlijk eens: de beste La Bohème ooit is de in 1973 door Decca opgenomen versie onder von Karajan. Mét Mirella Freni en Luciano Pavarotti.

la-boheme-freni-pa

Rodolfo is altijd een visitekaartje van Pavarotti geweest. Jarenlang gold hij als de beste vertolker van de rol – zijn fantastische legato, soepelheid en natuurlijkheid waarmee hij hoge noten zong, zijn werkelijk exemplarisch. Overigens zong hij, zoals het een beetje Italiaanse tenor uit de tijd betaamde het einde van ‘O soave fanciulla’  op dezelfde hoogte als de sopraan. Niet voorgeschreven, maar vooruit.

Freni was zonder twijfel één van de mooiste Mimi’s uit de geschiedenis. Teer en breekbaar, met haar hartbrekende pianissimi en legatobogen wist ze zelfs de grootste cynici tot tranen toe te roeren.

Von Karajan dirigeerde theatraal en hartstochtelijk, met voldoende aandacht voor de klankschoonheid van de partituur. Zoals de Duitsers zouden zeggen ”das gab’s nur einmal”.

In 2008 vierden we niet alleen de 150-ste verjaardag van Puccini maar ook de honderdste van von Karajan. Het was bovendien 35 jaar geleden dat de befaamde dirigent La bohéme heeft opgenomen: een reden voor een feestje! En zie daar – Decca heeft de opera in een gelimiteerde luxe editie uitgebracht (Decca 4780254). Op de bonus-cd vertelt Mirella Freni o.a. over haar relatie met von Karajan en het zingen van Puccini-rollen, fascinerend.

Aria’s en duet uit de eerste akte:

la-boheme-freni-dvd

Haar debuut als Mimì bij de Metropolitan Opera maakte Mirella Freni in september 1965. Tegenover haar stond een andere debutant: de (hoe onterecht!) tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten Italiaanse tenor Gianni Raimondi. Voor mij is hij te prefereren boven Pavarotti. Ik vind zijn stem aangenamer en eleganter. En hij kon acteren!

Freni’s en Raimondi’s vertolkingen zijn vastgelegd op een prachtige film, geregisseerd door Franco Zeffirelli en gedirigeerd door Herbert von Karajan. Een absolute must (DG 0476709).

‘O Soave Fanciulla’ met Freni en Raimondi:

Renata Scotto

la-boheme-renata

Met La Bohème uit de Met 1977 (DG 0734025) werd er geschiedenis geschreven: het was de allereerste rechtstreekse transmissie uit het Newyorkse operahuis op TV. De productie was in handen van Pier Luigi Pizzi, die toen nog niet geobsedeerd was door overmaat aan ballet en de kleur rood.

la-boheme-scotto

Hoewel ik nooit een groot fan van Pavarotti was, kan ik niet ontkennen dat hij hier een fris geluid produceert en dat zijn hoge noten staan als een huis. Acteren was nooit zijn ‘cup of tea’, maar hier doet hij zijn best.

Echt spannend wordt het bij de binnenkomst van Mimì: in 1977 was Renata Scotto op haar ongekende hoogtepunt. Zij spint de mooiste pianissimi en haar legato en mezza voce zijn om te huilen zo mooi. De rest van de cast is niet meer dan adequaat, maar de jonge James Levine dirigeert alsof zijn leven ervan afhangt!

Scotto in ‘Si mi chiamano Mimì’

la-boheme-stratas

Musetta was niet echt een rol waar we Scotto mee associëren. Zij zelf eigenlijk ook niet, maar ze nam de uitdaging met beide handen aan. In de Zefirelli Met-productie uit 1982 zong zij een Musetta uit duizenden. Naast de zeer ontroerende José Carreras en Teresa Stratas was zij de onbetwiste ster van deze opname (DG 073 4539 9)

Scotto als Musetta:


Cristina Gallardo-Domâs

la-boheme-domas

Soms vraag ik mij af hoe pervers het is als mensen veel geld betalen om, gekleed in bontjassen, naar de misère van kou lijdende arme kunstenaars te gaan kijken?

 boheme-gallardo-domas-scala

Zelf beleefde ik veel plezier bij de aanblik van al dat bont dragende publiek, op weg naar een voorstelling van La bohème in La Scala in 2003 (Arthouse 107119). De toen al 40 jaar oude Zefirelli productie werd een beetje aangepast, maar de prachtige, realistische decors en de schitterende belichting zijn hetzelfde gebleven. De sneeuwvlokken, het uit de herberg stralende licht die de witte aarde warm kleurt, het besneeuwde bankje en het betraand gezichtje van Mimi: het heeft iets magisch en lijkt meer op een film dan op een voorstelling in het theater. Het laat je niet onberoerd, des te meer omdat alle protagonisten werkelijk  superbe zijn.

Cristina Gallardo-Domâs is een tere, door emoties verscheurde Mimì. Haar lyrische sopraan doet een beetje aan Freni denken. Malcero Álvarez overtuigt met een (toen nog) prachtig lyrisch gezongen Rodolfo en Hei-Kyung Hong zet, duidelijk geïnspireerd door Scotto, een kittige Musetta neer. Bruno Bartolletti dirigeert levendig, zonder het sentiment te schuwen.

Hieronder ‘O Soave Fanciulla’ met Gallardo-Domâs en Álvarez:

 boheme-emi

Gallardo-Domâs was twee jaar later ook van de partij in Zürich. Met deze zeer realistisch geënsceneerde Bohème maakte Philippe Sireuil een denderend debuut in het Zürchner operahuis (ooit EMI 3774529). Verwacht echter geen Zeffirelli-achtige taferelen met neerdwarrelende sneeuwvlokjes.

Sireuil’s opvatting is zeer ‘down to earth’ en als zodanig meer veristisch-getrouw dan welke andere mij bekende productie. Met veel liefde voor details tekent hij het leven van het viertal kunstenaarsvrienden: hun mansarde is piepklein en benauwd, en hun drang om er iets van te maken levensecht. De kostuums (tweedehands kleding uit kringloop winkels) is hedendaags, maar tegelijk ook tijdloos.

Waar Mimi aan lijdt (in ieder geval niet aan tuberculose – van de regisseur mag ze niet eens hoesten) doet er eigenlijk niet toe, al lijkt het er op dat het om drugs gaat. Gelijk een ziek vogeltje (wat lijkt zij toch op Edith Piaf!) glijdt zij langzaam de afgrond in, en door haar dood worden de anderen gedwongen om na te denken, voor het eerst. De derde acte, gesitueerd op een mistroostig station, is bijzonder sterk en pijnlijk aangrijpend.

Ook de hele cast, met naast de hartverscheurende Gallardo-Domâs een ontroerend mooie Marcello Giordani en een zeer viriele Michael Volle (Marcello) voorop, is voortreffelijk. De zeer betreurde László Polgár zingt Colline. Geloof me: deze La Bohème mag u echt niet missen.

Hieronder Marcello Giordani en Michael Volle in ‘Marcello finalmente’:

Anna Netrebko

la-boheme-netrebko

De voorstelling van La Bohème in 2012 in Salzburg was “talk of the town”. Het is bijna niet te geloven, maar het was de allereerste keer dat Puccini’s meesterwerk ook de chique Festspiele heeft bereikt.

la-boheme-beczala

De productie (regie Damiano Michieletto) is een beetje bizar, maar niet onlogisch en de moderne setting doet geen geweld aan de muziek. Het libretto is nog steeds herkenbar, al vind ik de ‘Momus scène’ iets te veel van het goede

Derde acte speelt zich grotendeels bij een soort snackbar aan de besneeuwde snelweg en voor de rest: denk aan Googlemaps als plaatsaanduiding, Parijse huisjes en gebouwen als decor en rekwisieten en een gedoofde sigaret in plaats van een kaars.

Anna Netrebko is geen ballerina meer. Ze is een vrouw geworden en dat doet haar goed. Niet alleen haar uiterlijk, ook haar stem heeft er baat bij. Ik hoor er de warmte in die er eerder niet was. Meer diepte, meer diepgang.

Piotr Beczala is een meer dan voortreffelijke Rodolfo. Zijn techniek is zo perfect dat hij zich goed op het acteren kan concentreren. Ik zou waarlijk geen andere zanger van zijn generatie kennen die de rol beter kan neerzetten.

Nino Machaidze is een in alle opzichten adembenemende Musetta en Massimo Cavalletti een schitterende Marcello. Carlo Colombara neemt als Colline zeer ontroerend afscheid van zijn jas. Ook de orkestklank is prachtig; Daniele Gatti heeft duidelijk affiniteit met Puccini! (DG 0734773).

Hieronder Netrebko, Beczala, Machaidze en Cavalletti in ‘Addio’:

Cheryl Barker

la-boheme-barker

Even terug in de tijd, naar Sydney, Australie, 1993. Voor het eerst zag ik de productie op TV (ja, kinderen: ooit waren er tijden dat een opera gewoon rechtstreeks uit een operahuis op TV werd uitgezonden!) en niet gauw zal ik die avond vergeten. Ik kende geen van de zangers, het was de naam van de regisseur (Baz Luhrmann), die mijn aandacht op de productie liet vestigen.

 la-boheme-luhrmann

De zangers waren voornamelijk jong – een pré, aangezien de opera over jonge, verliefde mensen gaat. Zingen konden ze ook en met hun uiterlijk van heuse filmsterren konden ze zo op het filmdoek. Vreemd eigenlijk, dat op Cheryl Barker (Mimi) na, niemand een grote carrière heeft gemaakt. Dat Luhrmann geobsedeerd was door de opera kunnen ook de filmliefhebbers beamen: zijn Moulin Rouge lijkt er als twee druppels water op, inclusief het rood verlichtte “L’amour” op het dak. (Arthaus Musik 100 954)

Scène uit de productie:

Ileana Cotrubas

la-boheme-ileana

Maar, met de hand op het hart, als ik met maar één opname van La Bohème door het leven moest gaan… dan kies ik voor de 43 jaar oude productie van John Copley gemaakt voor het Royal Opera House.

bo

Mijn ‘onbewoond-eiland-opname’ werd in 1983 door NVC Arts (Warner 4509 99222-2) op dvd vastgelegd en – hoe vaak ik er niet naar kijk, nooit krijg ik er genoeg van. En nog steeds, na al die jaren, moet ik er bij janken. De productie was dit jaar voor het laatst gezien, jammer. Sommige dingen verouderen nooit.

Dat geldt ook voor de cast van toe: Ileana Cotrubas als mijn geliefde Mimì, de onweerstaanbare jonge Neil Shicoff als Rodolfo en Thomas Allen als een zeer erotische Marcello.

Duet uit de eerste acte:

Discografie LA BOHÈME deel twee
LA BOHÈME Amsterdam december 2017
CIBOULETTE. Hoe het Rodolfo verging

Waarom houden we van Manon Lescaut? Discografie.

manon-lescau

Waarom houden we zo van Manon? Echt deugdzaam is zij niet. Ze verlaat haar grote liefde voor een oude rijkaard, maar zodra zij verveeld raakt mag haar jonge minnaar terugkomen. Zij wil best met hem vluchten, maar dan niet zonder haar juwelen. Een kind kan zien dat het niet goed kan aflopen.

Eenmaal gesnapt wordt Manon gevangen genomen en voor straf naar Amerika verbannen, waar zij sterft in de armen van haar geliefde. De arme ziel weigerde namelijk haar te verlaten. Over liefde gesproken!

Het is dankzij Puccini, die haar karakter in de prachtigste noten heeft weten te vangen, dat zij nergens ééndimensionaal wordt en je moet van steen zijn wil je niet van haar kunnen houden.

De rol van Manon werd in 1893 in het Teatro Reggio in Turijn gecreëerd door Cesira Ferrari, een Italiaanse sopraan die haar debuut maakte als Micaëla in Carmen en drie jaar later ook de eerste Mimì in La bohème zong. Wellicht een indicatie voor het stemtype dat Puccini voor zijn Manon in gedachten had?

Hoeveel goede Manons zijn er tegenwoordig? Niet veel, denk ik. De rol stelt zeer hoge eisen aan de vertolkster. Het vereist een stem die het kinderlijk-naïeve sexappeal van het onnozele meisje uit de eerste drie akten met de echte tragédienne uit akte vier weet te combineren.

Maar ook Des Grieux is een rol die lastig valt te bezetten. De man zelf is weliswaar een mietje, maar Puccini heeft voor hem zulke heftige noten geschreven, daarbij hem voor de meest emotionele uithalen uitdagend, dat je eigenlijk Calaf in spe moet zijn wil je de opera met een nog gezonde stem overleven.
                                                 

MAGDA OLIVERO

manon-olivero-domingo

Geen twijfel mogelijk: Magda Olivero was zonder meer de beste Manon Lescaut van de tweede helft van de twintigste eeuw. In 1970, zij was toen 60 (!) jaar oud, zong zij de rol in Verona met aan haar zijde de nog geen dertigjarige Domingo. Best bizar als je bedenkt dat Olivero haar professioneel debuut heeft gemaakt acht jaar voordat Domingo werd geboren. En toch was haar portrettering van de jonge heldin volkomen overtuigend. Daar konden (en kunnen) de meeste van haar collega’s niet aan tippen!

De rol van Des Grieux was één des Domingo’s. Als Renato wist hij al zijn charmes, zijn sehnsucht en zijn jongensachtigheid (iets wat hij tot op de hoge leeftijd heeft weten te behouden) met een kanon van een stem combineren. Mijn exemplaar werd uitgebracht op Foyer (2-CF 2033), maar inmiddels bestaan er meer uitgaven in betere geluidskwaliteit en is de opname ook op You Tube te vinden.

Twee jaar later zong Olivero de rol in Caracas. De voorstelling van 2 juni 1972 werd door Legato Classics (LCD-113-2) opgenomen. Geluidskwaliteit is redelijk goed, maar wat de opname echt begerenswaardig maakt is Des Grieux van de toen zestigjarige Richard Tucker. Zo smachtend, zo verliefd, zo mooi…. Zucht. Ja, mensen: ooit werd opera door stemmen gemaakt, niet door mooie lijven!

manon-olivero-tucker-foto

Duet uit de vierde akte:

RAINA KABAIVANSKA

manon-kabaivanskaManon werd in 1970 in Verona niet alleen door Magda Olivero, maar ook door Raina Kabaivanska gezongen, met verder dezelfde cast en dezelfde dirigent. De opname is heel erg slecht en dus eigenlijk alleen voor de diehards bestemd, maar mocht je de kans krijgen om het te beluisteren: doen. Tussen Kabaivanska, die nog steeds bijzonder ondergewaardeerd is en de jonge Domingo was een chemie hoorbaar en dat komt, ondanks de slechte geluidskwaliteit, goed over. Als bonus krijgt u fragmenten uit 1953 van de live voorstelling in Mexico, met Mario del Monaco en Clara Petrella. Ook niet te versmaden! (GAO 162/63)

Het duet uit II Tu, tu, Amore? tu?:

MIRIAM GAUCI

manon-gauci

In 1991 was de Maltese Miriam Gauci niet echt een onbekende, maar haar grote carrière is pas met haar rol als Manon Lescaut in de Vlaamse Opera in Antwerpen begonnen. De opera was de eerste in de Puccini-cyclus, gemaakt door de toen beginnende Canadese regisseur Robert Carsen. Wie er toen bij was zal het nooit vergeten. Vanwege de schitterende productie, uiteraard, maar ook vanwege de verschroeiende vertolking van Gauci.

In 1992 nam Gauci de rol voor Naxos op (8660019-20), met aan haar zijde de Bulgaarse tenor Kaludi Kaludov als een zeer lyrisch klinkende Des Grieux. Zijn ‘Donna non vidi mai’ is een les in hoe je de hartstocht binnen de perken van lyriek kan houden. Om verliefd op te worden, zo mooi. De directie van Alexander Rahbari is zeer gedreven, maar mist veel nuances. Een must vanwege Gauci en Kaludov.

Highlights zijn op Spotify te beluisteren:


RENATA SCOTTO

manon-scotto

Over het aanbod op DVD kan ik heel kort zijn: schaf de Menotti productie met Renata Scotto en Plácido Domingo uit de Metropolitan Opera (1980) aan en dan bent u voor uw verdere leven klaar. Er bestaat geen andere productie die daar zelfs in de buurt kan komen en ik verwacht niet dat het binnenkort gaat gebeuren. De dwangmatigheid waarmee veel hedendaagse regisseurs alles willen updaten kan de opera alleen maar om zeep helpen. Zo was het geval met de productie van Mariusz Trelinski een paar jaar geleden in Brussel, met Eva-Maria Westbroek en Brandon Jovanovich.  En zo was het ook met de nieuwste productie uit de Met, geregisseerd door Richard Eyre, met Kristine Opolais en Roberto Alagna in de hoofdrollen.

Scotto zingt en acteert Manon zoals geen ander eerder heeft gedaan en met Domingo samen zorgt zij voor een avondje ouderwets janken. De zeer realistische, natuurgetrouwe en o zo spannende productie van Menotti kan gewoon niet mooier.Beter krijgt u het niet (DG 0734241)

CESIRA FERRARI: DE ALLEREERSTE MANON

manon-cesira-ferrari

Cesira Ferrari

Terug naar de allereerste Manon. Hoe klonk zij? Van Cesira Ferrari bestaat een opname van ‘In quelle trine morbide, gemaakt in 1905. Het staat op een dubbel cd van Standing Room Only (SRO-818-2) met de titel Creators Records. Wat je hoort is een lichte, bijna een soubretteachtige stem, maar met een donkere ondertonen. En met veel body. Zeg maar: een beetje uit de kluiten gewassen Lolita.