Why do we love Manon Lescaut: discography


Why do we love Manon so very much? She is not really virtuous. She leaves the love of her life for an old rich man, but as soon as she gets bored, she allows her young lover to come back to her. She is willing to run away with him, but not without her jewels. A child can see that it cannot end well.

Once caught, Manon is taken prisoner and exiled to America, where she dies in the arms of her lover. The poor soul refused to leave her. Talk about real love!

It is thanks to Puccini, who captured her character in the most beautiful notes, that she never becomes one-dimensional and you must be made of stone if you do not love her.

The role of Manon was created in 1893 at the Teatro Reggio in Turin by Cesira Ferrari, an Italian soprano who made her debut as Micaëla in Carmen and three years later sang the first Mimì in La bohème. Perhaps here is an indication of the type of voice that Puccini had in mind for his Manon?

How many good Manons are there nowadays? Not many, I think. The role makes very high demands on the performer. It requires a voice that can combine the childishly naive sex appeal of the silly girl in the first three acts with the real tragédienne in act four.

But Des Grieux, too, is a role that is not easy to fill. The man himself may be a sissy, but Puccini has written such violent notes for him, challenging him with such utterly emotional outbursts, that the singer must be a would-be Calaf to survive the opera with his voice intact.



There is no doubt about it: Magda Olivero was the very best Manon Lescaut of the second half of the twentieth century. In 1970, when she was 60 (!) years old, she sang the role in Verona with the not yet 30-year-old Domingo at her side. Quite bizarre when you consider that Olivero made her professional debut eight years before Domingo was born. And yet her portrayal of the young heroine was utterly convincing. Most of her colleagues could not (and cannot) match her performance!

The role of Des Grieux was a role that could have been written for Domingo. As Renato, he was able to combine all his charm, his sehnsucht and his boyishness (something he has managed to retain to an advanced age) with a cannon-like voice. My copy was released on Foyer (2-CF 2033), but nowadays there are more releases in better sound quality and the recording can also be found on You Tube.


Two years later, Olivero sang the role in Caracas. The performance of 2 June 1972 was recorded by Legato Classics (LCD-113-2). The sound quality is reasonably good, but what makes the recording really desirable is Des Grieux by the then 60-year-old Richard Tucker. So yearning, so in love, so beautiful…. Sigh. Yes, folks: once upon a time, opera was made by voices, not by beautiful bodies!

Duet from the fourth act:




Manon was sung in Verona in 1970 not by Magda Olivero alone, but also by Raina Kabaivanska, with the same cast and the same conductor. The recording is very poor and therefore only for the diehards among us, but if you have a chance to listen to it: please do! Between Kabaivanska, who is still extremely underrated, and the young Domingo, a chemistry can be heard that, despite the poor sound quality, comes across really well.

The duet from II Tu, tu, Amore? tu?

As a bonus, you get fragments from 1953 of the live performance in Mexico, with Mario del Monaco and Clara Petrella. Not bad at all! (GAO 162/63)



In 1991, the Maltese Gauci was not exactly an unknown, but her great career only took off with her role as Manon Lescaut at the Vlaamse Opera in Antwerp. The opera was the first in the Puccini cycle, created by the then fledgling Canadian director Robert Carsen. Those who were present will never forget it. Because of the magnificent production, of course, but also because of Gauci’s scorching performance.

In 1992, Gauci recorded the role for Naxos (8660019-20), with Bulgarian tenor Kaludi Kaludov at her side as a very lyrical sounding Des Grieux. His “Donna non vidi mai” is very passionate, but at the same time kept within the boundaries of lyricism. To fall in love with, so beautiful. Alexander Rahbari’s direction is very intense, but also lacks many nuances. A real must because of Gauci and Kaludov.

Highlights are on Spotify:



I can be very brief about the offers on DVD: buy the Menotti production with Renata Scotto and Plácido Domingo from the Metropolitan Opera (1980) and you are set for life. There is no other production that comes even close to it and I do not expect that event to happen any time soon. The compulsiveness with which many contemporary directors want to update everything can only kill the opera. Such was the case with Mariusz Trelinski’s production in Brussels a few years ago, with Eva-Maria Westbroek and Brandon Jovanovich.  And this was also the case with the latest production from the MET, directed by Richard Eyre, with Kristine Opolais and Roberto Alagna in the leading roles.

Scotto sings and acts Manon like no one else has done before, and together with Domingo she provides us with a lovely evening filled with a whole lot of old-fashioned crying. Menotti’s very realistic, true-to-nature and oh-so-exciting production could not be any better.
It is quite unique (DG 0734241).


Back to the very first Manon. What did she sound like? There is a recording by Cesira Ferrari of “In quelle trine morbide”, made in 1905. It is on a double CD by Standing Room Only (SRO-818-2) with the title “Creators Records”. What you hear is a light, almost soubrette-like voice, but with dark undertones. And with a lot of body. You could say it’s a bit of a big-boned Lolita.

Waarom houden we van Manon Lescaut? Discografie.


Waarom houden we zo van Manon? Echt deugdzaam is zij niet. Ze verlaat haar grote liefde voor een oude rijkaard, maar zodra zij verveeld raakt mag haar jonge minnaar terugkomen. Zij wil best met hem vluchten, maar dan niet zonder haar juwelen. Een kind kan zien dat het niet goed kan aflopen.

Eenmaal gesnapt wordt Manon gevangen genomen en voor straf naar Amerika verbannen, waar zij sterft in de armen van haar geliefde. De arme ziel weigerde namelijk haar te verlaten. Over liefde gesproken!

Het is dankzij Puccini, die haar karakter in de prachtigste noten heeft weten te vangen, dat zij nergens ééndimensionaal wordt en je moet van steen zijn wil je niet van haar kunnen houden.

De rol van Manon werd in 1893 in het Teatro Reggio in Turijn gecreëerd door Cesira Ferrari, een Italiaanse sopraan die haar debuut maakte als Micaëla in Carmen en drie jaar later ook de eerste Mimì in La bohème zong. Wellicht een indicatie voor het stemtype dat Puccini voor zijn Manon in gedachten had?

Hoeveel goede Manons zijn er tegenwoordig? Niet veel, denk ik. De rol stelt zeer hoge eisen aan de vertolkster. Het vereist een stem die het kinderlijk-naïeve sexappeal van het onnozele meisje uit de eerste drie akten met de echte tragédienne uit akte vier weet te combineren.

Maar ook Des Grieux is een rol die lastig valt te bezetten. De man zelf is weliswaar een mietje, maar Puccini heeft voor hem zulke heftige noten geschreven, daarbij hem voor de meest emotionele uithalen uitdagend, dat je eigenlijk Calaf in spe moet zijn wil je de opera met een nog gezonde stem overleven.



Geen twijfel mogelijk: Magda Olivero was zonder meer de beste Manon Lescaut van de tweede helft van de twintigste eeuw. In 1970, zij was toen 60 (!) jaar oud, zong zij de rol in Verona met aan haar zijde de nog geen dertigjarige Domingo. Best bizar als je bedenkt dat Olivero haar professioneel debuut heeft gemaakt acht jaar voordat Domingo werd geboren. En toch was haar portrettering van de jonge heldin volkomen overtuigend. Daar konden (en kunnen) de meeste van haar collega’s niet aan tippen!

De rol van Des Grieux was één des Domingo’s. Als Renato wist hij al zijn charmes, zijn sehnsucht en zijn jongensachtigheid (iets wat hij tot op de hoge leeftijd heeft weten te behouden) met een kanon van een stem combineren. Mijn exemplaar werd uitgebracht op Foyer (2-CF 2033), maar inmiddels bestaan er meer uitgaven in betere geluidskwaliteit en is de opname ook op You Tube te vinden.

Twee jaar later zong Olivero de rol in Caracas. De voorstelling van 2 juni 1972 werd door Legato Classics (LCD-113-2) opgenomen. Geluidskwaliteit is redelijk goed, maar wat de opname echt begerenswaardig maakt is Des Grieux van de toen zestigjarige Richard Tucker. Zo smachtend, zo verliefd, zo mooi…. Zucht. Ja, mensen: ooit werd opera door stemmen gemaakt, niet door mooie lijven!


Duet uit de vierde akte:


manon-kabaivanskaManon werd in 1970 in Verona niet alleen door Magda Olivero, maar ook door Raina Kabaivanska gezongen, met verder dezelfde cast en dezelfde dirigent. De opname is heel erg slecht en dus eigenlijk alleen voor de diehards bestemd, maar mocht je de kans krijgen om het te beluisteren: doen. Tussen Kabaivanska, die nog steeds bijzonder ondergewaardeerd is en de jonge Domingo was een chemie hoorbaar en dat komt, ondanks de slechte geluidskwaliteit, goed over. Als bonus krijgt u fragmenten uit 1953 van de live voorstelling in Mexico, met Mario del Monaco en Clara Petrella. Ook niet te versmaden! (GAO 162/63)

Het duet uit II Tu, tu, Amore? tu?:



In 1991 was de Maltese Miriam Gauci niet echt een onbekende, maar haar grote carrière is pas met haar rol als Manon Lescaut in de Vlaamse Opera in Antwerpen begonnen. De opera was de eerste in de Puccini-cyclus, gemaakt door de toen beginnende Canadese regisseur Robert Carsen. Wie er toen bij was zal het nooit vergeten. Vanwege de schitterende productie, uiteraard, maar ook vanwege de verschroeiende vertolking van Gauci.

In 1992 nam Gauci de rol voor Naxos op (8660019-20), met aan haar zijde de Bulgaarse tenor Kaludi Kaludov als een zeer lyrisch klinkende Des Grieux. Zijn ‘Donna non vidi mai’ is een les in hoe je de hartstocht binnen de perken van lyriek kan houden. Om verliefd op te worden, zo mooi. De directie van Alexander Rahbari is zeer gedreven, maar mist veel nuances. Een must vanwege Gauci en Kaludov.

Highlights zijn op Spotify te beluisteren:



Over het aanbod op DVD kan ik heel kort zijn: schaf de Menotti productie met Renata Scotto en Plácido Domingo uit de Metropolitan Opera (1980) aan en dan bent u voor uw verdere leven klaar. Er bestaat geen andere productie die daar zelfs in de buurt kan komen en ik verwacht niet dat het binnenkort gaat gebeuren. De dwangmatigheid waarmee veel hedendaagse regisseurs alles willen updaten kan de opera alleen maar om zeep helpen. Zo was het geval met de productie van Mariusz Trelinski een paar jaar geleden in Brussel, met Eva-Maria Westbroek en Brandon Jovanovich.  En zo was het ook met de nieuwste productie uit de Met, geregisseerd door Richard Eyre, met Kristine Opolais en Roberto Alagna in de hoofdrollen.

Scotto zingt en acteert Manon zoals geen ander eerder heeft gedaan en met Domingo samen zorgt zij voor een avondje ouderwets janken. De zeer realistische, natuurgetrouwe en o zo spannende productie van Menotti kan gewoon niet mooier.Beter krijgt u het niet (DG 0734241)



Cesira Ferrari

Terug naar de allereerste Manon. Hoe klonk zij? Van Cesira Ferrari bestaat een opname van ‘In quelle trine morbide, gemaakt in 1905. Het staat op een dubbel cd van Standing Room Only (SRO-818-2) met de titel Creators Records. Wat je hoort is een lichte, bijna een soubretteachtige stem, maar met een donkere ondertonen. En met veel body. Zeg maar: een beetje uit de kluiten gewassen Lolita.